Coevorden, Gereformeerde kerk

1876: Volgens een bericht in het periodiek 'Wekstem' d.d. 5 oktober 1876, vond op 24 september van dat jaar in de kerk van de Chr. Ger. Gemeente te Coevorden de inwijding plaats van "een welluidend orgel, welks lieflijke toonen door ons kerkgebouw weerklonken. " Wie het instrument (harmonium, pijporgel ??) leverde werd niet vermeld, wel dat "orgel en toebehoren" een geschenk was van een der ouderlingen. (05)

ca. 1890: Proper levert een orgel (01).

1912: Het orgel is omstreeks het begin van deze eeuw gebouwd door orgelbouwer Martinus Vermeulen te Woerden. Deze orgelbouwer was tevens organist van de Ned. Herv. Petrus Kerk te Woerden. Vermeulen handelde veel in gebruikte instrumenten, die hij veelal aan een aantal krachtdadige ingrepen onderwierp en dan doorverkocht aan minder kapitaalkrachtige kerkelijke gemeenten, bijvoorbeeld aan de Gereformeerden.  In de windlade van het hoofdwerk is de naam Vermeulen en het jaartal 1912 aangetroffen. Het orgel werd pas een jaar later, In 1914, in gebruik genomen en heeft aanvankelijk dienst gedaan als balustradeorgel, met twee manualen en pedaal, aangebracht in de (linker) zijwand van de orgelkas.  Het orgel wordt geleverd voor de in 1913 nieuw gebouwde kerk.

Kerkeraadsvergadering 3 juni 1912: Er wordt in de rondvraag een voorstel gedaan voor het plaatsen van een nieuw orgel in de kerk. Er wordt besloten enige broeders beschikbaar te stellen voor het bijeenkrijgen van de benodigde gelden. (08)


Kerkeraadsvergadering 12 juli 1912: Er wordt besloten de bouw van de kerk te gunnen aan de laagste inschrijfer Epping en Brintjes voor F 17.970,=(08)


Kerkeraadsvergadering 18 november 1912: Besloten wordt een nieuw orgel aan te schaffen. (08)

Kerkeraadsvergadering 20 december 1912: Besloten wordt een orgel uit Woerden aan te schaffen voor de somma van F 2.640. De commissie zal onderhandelen wat er met het oude orgel moet gebeuren. (08)


Kerkeraadsvergadering 13 januari 1913: De orgelbouwer wordt hier van der Meulen genoemd. Er wordt besloten het aangekochte orgel meteen te laten inrichten met 2 manualen. De meerkosten bedragen F 2.600,= (08)


3 maart 1913: Tijdens inwijdingsdienst voor nieuwe kerkgebouw zal een een collecte worden gehouden voor het nieuwe orgel. (08)


11 april 1913: orgel nog niet klaar. Afspraken maken met v.d. Meulen wanner ingebruikname (08)


20 juni 1913: De orgelmaker wordt aangezet tot spoed. (08)


30 juni 1913: Er wordt iemand naar Woerden gestuurd om poolshoogte te nemen naar de stand van zaken rond het orgel.(08)



26 juli 1913: Wijzigingen aan de galerij om het orgel te kunnen plaatsen. xxx (onleesbaar) wordt als orgeltrapper benoemd. (08)


8 augustus 1913: Binnengekomen brief van de orgelmaker. Hij verwachtte F 1400,=  te ontvangen en kreeg maar F 1200,=. (08)



Het nieuws van den dag : kleine courant 01-08-1913

Orgeltrapper bedankt voor de functie. (08)

W. Jonker vraagt ontslag uit de orgelcommissie.(08)

Het bepalen van de kleur van de orgelgalerij wordt aan de orgelcommissie overgelaten.(08)


12 september 1913: orgeltrapper benoemd. Vermeulen gaat accoord met schrijven van Kerkeraad. Busjes voor het orgel(08)



10 oktober 1913: De aktie om met busjes lang de deuren te gaan voor het orgel loopt niet goed. Er wordt besloten de busjes in de kerk op te hangen.(08)



10 juli 1914: Briefkaart Vermeulen waarin hij vraagt of het orgel al gestemd moet worden. De kerkenraad besluit dat dit nog niet nodig is.(08)


24 juli 1914: Er wordt besloten dit het jaar orgel te lasten, maar wel op de goedkoopst mogelijke manier.(08)


21 augustus 1914: Brief Vermeulen dat hij nog een restbedrag voor het orgel moet ontvangen. De kerkenraad is echter van mening dat dit hij hier nog geen recht op heeft.


Notulen 1914 afgerond

coev01a.jpg (16115 bytes)

Dispositie:

Manuaal I C-f''' Manuaal II C-f'''
Bourdon 16' Holpijp (gedekt) 8'
Prestant 8' Viool 8'
Holpijp 8' Voix Celeste 8'
Octaaf 4' Prestant 8'
Fluit 4' Octaaf 4'
Octaaf 2' tremulant  
Mixtuur 2-3-4 sterk ventiel  
Trompet 8'    

Aangehangen Pedaal (02).

1940: De firma Valckx en Van Kouteren uit Rotterdam breidt het orgel uit. Op Manuaal II komt er een Sesquialter 2 2/3' bij. Het orgel krijgt een vrij Pedaal van C-d' met een Subbas 16' en een Octaafbas 8' als transmissies van de Bourdon 16' en Holpijp 8' van Manuaal II. Er wordt een klavierkoppel als trede toegevoegd (03).


De standaard 10-10-1940


De standaard 31-12-1940


Krantenbericht uit het Nieuwsblad van het Noorden d.d. 30-12-1940

195?: De fa J. Reil uit Heerde plaatste later op het Bovenmanuaal een Terts 1 3/5' in plaats van de Voix Celeste 8'. Verder kwamen op een pneumatische hulplade de registers Quintadena 8', Roerfluit 4', Nasard 2 2/3' en Woudfluit 2' (04).
Samenstelling van de Mixtuur:
C: 2 1 1/3
c: 2 1 1/3 1
c': 4 2 2/3 2 1 1/3
c'': 8 5 1/3 4 2/3

1961: Van de kegellade werd een "noodorgeltje" gemaakt (8' ,4', 2' en Mixtuur) wat waarschijnlijk als noodorgeltje heeft dienst gedaan, als begeleidingsinstrument gedurende de restauratie in 1961. Later ging het orgel naar de Paters Kapucijnen in IJmuiden en diende daar als hoofdwerk, na een verbouwing door Vermeulen orgelbouw te Alkmaar. Vervolgens ging het orgel nog naar de Kapucijnen in Tilburg, waar ze geen orgel hadden. Daar heeft het nog jaren dienst gedaan.  
Het orgel had voor de verbouwing in 1961 waarschijnlijk de volgende dispositie:

Manuaal I    
Bourdon 16'  
Prestant 8'  
Holpijp 8'  
Octaaf 4'  
Fluit 4'  
Octaaf 2'  
Mixtuur 2-4 sterk II-IV  
Trompet 8'  
Manuaal II:    
Prestant 8' (Groot octaaf gedekt,14 frontpijpen)
Holpijp 8'  
Viool 8' (Groot octaaf Holpijp)
Octaaf 4'  
Terts 1 3/5' (Nieuw pijpwerk)
Quintadeen 8'  
Roerfluit 4'  
Nasard 2 2/3'  
Woudfluit 2'  
Pedaal    
Subbas 16' Transmissie 25 tonen.

In 1961 leverde orgelmaker G.A.C. de Graaf, te Amsterdam, het orgel in de uiterlijke vorm, zoals het nu de kerk siert. Uitbreiding van het orgel was nodig (volgens de Coevorder Courant uit 1961) omdat het orgel niet minder dan 1800 pijpen bevatte. Al deze pijpen konden niet in de bestaande kast worden ondergebracht, zodat een zogenaamd rugpositief werd gebouwd. Wellicht zullen andere invloeden een rol hebben gespeeld: de orgelklank moest scherper en directer worden (neobarok). Ook het aantal pijpen (1800) is niet juist. Vermoedelijk heeft het orgel na de restauratie en uitbreiding in 1961 ongeveer 1200 pijpen geteld. De constructie van stalen H-balken in het hoofdwerk, is niet aangepast. Het Rugwerk rust uitsluitend op houten balken. In 1959 doet orgelbouwer G.A.C. de Graaf, te Amsterdam (schriftelijk) het volgende voorstel:

Vrijblijvende prijsopgave voor een restauratie en uitbreiding van het orgel in de Geref. Kerk te Coevorden.
Deze prijsopgave baseert zich op het restaureren van het bestaande hoofdwerk, dat in zijn geheel verhoogd tegen de torenmuur wordt geplaatst en het bijmaken van een nieuw rugpositief en Vrij pedaal.


Beeldbank Drents Archief

Eén en ander met de volgende dispositie:

Hoofdwerk:   Rugpositief:   Pedaal  
Prestant (oud) 8' Holpijp (oud) 8' Subbas (oud) 16'
Roerfluit (van Holp. 8) 8' Prestant (nieuw) 4' Gemshoorn (nieuw - koper) 8'
Octaaf (oud) 4' Roerfluit (oud) 4' Nachthoorn (van bourdon 16') 4'
Fluit (oud) 4' Octaaf (van man.I) 2' Fagot (nieuw, 8-voets koperen bekers) 16'
Nasard (van man.II) 2 2/3' Tèrtiaan (van Mixt.) 1-2 st Schalmei (nieuw) 4'
Gemshoorn (van Woudluit 2') 2' Scherp (nieuw) 3 st    
Mixtuur (nieuw) 4 st Dulciaan (nieuw) 8'    
Trompet (oud) 8'        


Foto Reliwiki (xx)

Hiertoe behoren de volgende werkzaamheden:

1. Opstelling.
De bestaande kast wordt ongeveer 2 meter verhoogd en in de diepte ingekort. De nieuwe onderbouw biedt plaats aan de speeltafel en de pedaalwindladen. Hiertoe is het noodzakelijk om het gat in de toren, nu ongeveer 135 cm breed, tot ongeveer 220 cm te verbreden, teneinde toegang tot de kleppenkast van de hoofdwerklade te verschaffen. Tevens kan hierdoor vooral de Trompet 8 worden gestemd. Het rugpositief wordt voor de balustrade op twee, door de kerk te verzorgen, stalen balken opgebouwd.

2. Windvoorziening.
De bestaande grote magazijnbalg met scheppers komt te vervallen. Hievoor worden aan alle windladen afzonderlijk eigen balgen aangebouwd. De winddruk wordt zoveel mogelijk verlaagt.

3. Windladen.
De grote hoofdwerklade wordt grondig gerestaureerd, d.w.z. naar Amsterdam gebracht en in de werkplaats op alle gebreken gecontroleerd, zodat deze na reparatie niet meer voor een nieuwe lade behoeft onder te doen. De laden voor rugpositief en pedaal worden geheel nieuw uit prima materialen en volgens de nieuwste ervaringen vervaardigd.

4. Toetstractuur.
Deze wordt geheel vernieuwd. Uitsluitend het hout van de abstracten zal weer gebruikt worden. Ook de klavieren worden door nieuwe vervangen, en de nieuwe speeltafel volgens de moderne normalisatie geconstrueerd.

5. Registertractuur.
Door de nieuwe opstelling wordt ook een nieuwe register tractuur noodzakelijk. De eveneens nieuwe registertrekkers zullen niet meer boven, maar links en rechts van de klavieren worden aangebracht. De koppelingen als treden boven het pedaal.

6. Pijpwerk.
Voor zover het oude pijpwerk weer wordt gebruikt, worden waar nodig de kernsteken dichtgedrukt, de opsneden verlaagt en de voeten geheel geopend. De mensuren zijn over het algemeen bruikbaar, zodat een zeer goed resultaat verwacht mag worden.

De prijs voor deze werkzaamheden bedraagt, inclusief reiskosten, transporten en omzetbelasting fl. 20.500,-, alsmede al het overblijvende materiaal dat niet meer gebruikt wordt. Echter wordt hierbij aangenomen, dat tijdens de werkzaamheden in de kerk twee of drie mensen bij lidmaten van de gemeente logies kunnen krijgen. De montage in de kerk kan ongeveer 6 tot 8 weken in beslag nemen.

In deze prijs zijn niet begrepen:

  1. Het aanleggen of verplaatsen van elektrische leidingen, lichtpunten, schakelaars en dergelijk elektricienswerk.
  2. Eventuele kosten van metsel- of schilderwerk.


Op alle werkzaamheden wordt garantie verleend, zolang men mij, tegen de normaal daarvoor geldende condities, in staat stelt het orgel naar behoren te onderhouden.

Levertijd: ongeveer 6 tot 8 maanden. Amsterdam, 30 oktober 1959.

In een brief van de kerkenraad, d.d. 14 november 1959, verklaart de kerkenraad zich (na ingewonnen advies van de commissie van beheer) akkoord met de voorstellen van de Graaf. Als adviseur en technisch deskundige heeft de kerkenraad benoemd Dhr. W.H. Zwart te Emmen. Op diens advies zou men graag nog de quintadeen 8', een bestaande stem in het huidige orgel, overgebracht zien in het gerestaureerde orgel.

1967: De uitbreiding in 1961 heeft overigens niet kunnen voorkomen dat het hoofdwerk kort daarna toch weer gebreken ging vertonen. Een en ander blijkt uit een brief, gedateerd 14 november 1967, van de orgelcommissie aan de kerkenraad. Hier volgt een deel van de brief:
"Ons kerkorgel dat elke zondag dienst doet en naar wij hopen tot uw tevredenheid, begint enkele gebreken te vertonen. Deze gebreken zijn niet zodanig, dat de orgelbouwer, die destijds het orgel heeft verbouwd en gerestaureerd enig verwijt kan worden gemaakt, omdat de gebreken zich voordoen in het oude materiaal, dat toen niet is vervangen in verband met de hoge kosten.
Wanneer dit wel was gedaan destijds, had de restauratie f 15.000.- meer moeten kosten. Een geheel nieuw orgel had minstens een uitgave gevergd van f 65.000.- Als voorbeeld wordt gesteld, dat de Herv. Kerk alhier f 80.000.- voor een orgel van dezelfde omvang als het onze heeft uitgetrokken. Het is niet nodig in het hoofdwerk, gelijk als in het Rugwerk nieuwe pijpen te plaatsen, alhoewel dat prachtig zou zijn om een homogeen geheel te krijgen en wij als het ware ook een geheel nieuw orgel kregen. Wij weten, dat de "financiën" altijd het probleem is, waardoor de initiatieven niet gerealiseerd kunnen worden en het bij een vrome wens blijft".
Met het oude materiaal' wordt het hoofdwerk bedoeld. In 1961 is het orgel dan wel uitgebreid met een rugwerk en een pedaal; het hoofdwerk is, vanwege de financiën, ongewijzigd gebleven. De Tertiaan van het rugwerk voldoet niet aan de verwachtingen. In een brief van dhr. de Groot aan orgelbouwer G.A.C. de Graaf blijkt dat dit register moet worden vervangen door een Sesquialter I-II, liefst van enge mensuur. Niet alleen het hoofdwerk, maar ook het rugwerk vertoonde al in 1967 opnieuw problemen. Genoemde brief vermeldt dat de mechaniek van het rugwerk sterk geoxideerd is, zodat deze niet afgesteld kan worden, teneinde breuk te voorkomen. Wat betreft de uitvoering van de plannen is het inderdaad bij een vrome wens gebleven. Maar de problemen bleven aanhouden.

1970: Enige jaren later, zo blijkt uit een andere brief, gedateerd 7 februari 1970, is orgelbouwer de Graaf in het kerkgebouw geweest "om eventuele verbeteringen aan het orgel te bestuderen". In een zestal punten geeft de Graaf aan wat er veranderd c.q. verbeterd moet worden. Wederom zijn er grootse plannen, maar voor de zoveelste keer verandert er niets. Dit is het einde van het tijdperk de Graaf, tenminste wat betreft zijn bijdrage aan dit door hem gerestaureerde instrument. Maar organist de Groot liet er geen gras over groeien, en exact een maand later was er al een andere orgelbouwer gevonden, namelijk de Fa. Hagels en Zn. Kerkorgelbouw te Lutten. Uit een brief, gedateerd 9 maart 1970, van voornoemde orgelbouwer aan de commissie van beheer blijkt dat dezelfde zaken, welke niet gerealiseerd zijn door orgelmaker de Graaf, nu ook besproken worden met de Fa. Hagels. Hagels spreekt de voorkeur uit het pedaalwerk een eigen blaasbalg te geven. Het rugwerk behoeft geen veranderingen te ondergaan. Een aantekening van dhr. de Groot in de brief geeft aan dat ook andere orgelbouwers een (mondelinge) offerte hebben uitgebracht. Hun prijzen liggen aanmerkelijk hoger. Deze laatste groep orgelbouwers neemt echter minder risico door te stellen dat ze niet weten wat ze eventueel nog zullen "tegenkomen" aan verborgen gebreken. De Fa. Hagels mocht evenwel de goedkoopste orgelbouwer zijn. Toch zijn er geen noemenswaardige veranderingen aangebracht. Een aantal voorstellen van de firma Hagels zijn eerst bij de huidige renovatie gerealiseerd. Daaruit blijkt dat deze firma het (ten dele) toch bij het juiste eind had. De financiën zullen andermaal een rol gespeeld hebben.

Na 1970: Aan het eind van de jaren zeventig werd het onderhoud enkele jaren verzorgd door de orgelbouwer Hendriksen & Reitsma te Nunspeet. Wat hiervan de reden is geweest, is zelfs dhr. Hendriksen niet bekend. Deze onderbreking heeft ongeveer drie jaren geduurd. Toen werd de Fa. Hagels en Zn. Kerkorgelbouw te Lutten wederom het onderhoud toevertrouwd. Kennelijk was dit niet tot ieders tevredenheid.



Artikel uit "De Orgelvriend" van 1973-04

1986: In mei 1986 heeft de Orgelbouw Adviescommissie der Gereformeerde Organistenvereniging het orgel in de kerk onderzocht. Hiertoe waren de heren H.R. Smedema en D. Ronner uitgenodigd. Er wordt een uitvoerig rapport geschreven, waarin zij hun bevindingen uitleggen en tevens advies uitbrengen. Het wordt een vernietigend rapport. Er zijn dan wel geen onherstelbare gebreken vastgesteld, maar feit is dat het orgel in zeer slechte staat van onderhoud verkeert. Er moet onderhoud gepleegd worden; uitstel is niet langer verantwoord.

1989: In deze periode geeft dhr. de Groot het onderhoud uit handen. Hij geeft aan dat hij, vanwege gezondheidsredenen, zijn werkzaamheden als organist van de Gereformeerde Kerk wenst te beëindigen. Op dinsdag 25 april 1989 volgt een afscheidsconcert, gegeven door dhr. W.H. Zwart te Kampen en Dick de Groot. Enkele jaren later (in 1992) verhuist de familie de Groot naar Ommen. De Orgel Adviescommissie stelt voor een offerte aan te vragen bij enkele gerenommeerde orgelmakers. Orgelbouwer G.A.C. de Graaf werkt en woont niet meer in Nederland. De orgelcommissie stelt een renovatieplan op, in nauwe samenwerking met de commissie van beheer en de kerkenraad. Het adviseurschap komt in handen van dr. A.J. Gierveld. Er zijn twee offertes uitgebracht en uiteindelijk wordt de orgelmaker Mense Ruiter b.v. te Zuidwolde-Groningen benaderd het orgel grondig te renoveren.
De firma Mense Ruiter doet de volgende voorstellen:
(het betreft hier voornamelijk herstelwerkzaamheden vanwege achterstallig onderhoud)


1993/1994: Op 8 maart 1993 wordt de gemeente (tijdens de jaarlijkse gemeente-avond) in kennis gesteld van de plannen betreffende de orgelrenovatie. De adviseur, dr. Gierveld, heeft in een uitvoerig en boeiend betoog uiteengezet dat het orgel gerenoveerd dient te worden. Verder heeft hij het renovatieplan technisch en financieel toegelicht. Sinds 1961 is er onvoldoende onderhoud gepleegd en dat kan niet langer uitgesteld worden. De gemeente geeft haar fiat, en daarmee dus het startschot voor de renovatie. Eindelijk is het dan zover. Na een lange tijd van voorbereidingen is op woensdag 7 april 1993 de opdracht verstrekt aan orgelmaker Mense Ruiter b.v. te Zuidwolde-Groningen, het orgel te renoveren. In de laatste week van juli 1993 wordt reeds een begin gemaakt met de renovatie. Het complete pedaalwerk wordt gedemonteerd. Hoofdwerk en Rugwerk blijven voorlopig nog bespeelbaar; het pedaal is nu echter uitsluitend aangehangen. Een korte anekdote hierbij: Doordat ook de windkanalen werden weggehaald moest het gat in de windlade worden afgeplakt. Dat dit onvoldoende zorgvuldig was gebeurd bleek de eerstvolgende zondag tijdens de avonddienst: Het plakband raakte los, daardoor stroomde de wind vrij door het orgel en werd vanwege zoveel windverlies totaal onbespeelbaar. De aanwezige gemeenteleden dachten echter dat er buiten een flinke regenbui losbarstte. Men mocht toen enkele liederen a capella zingen. Gelukkig toonde de voorganger, ds. Jeuring uit Westerbork. zich een uitstekend voorzanger. De organist heeft tijdens de preek dit euvel verholpen en er een hele rol plakband overheen geplakt. Na de preek was het orgel weer bespeelbaar. De organist heeft van de preek waarschijnlijk niets meegekregen. In november 1993 wordt het resterend pijpwerk uit het orgel gehaald. Uitgezonderd de frontpijpen is de orgelkast nu leeg. Tevens worden voorbereidingen getroffen het pedaal in de nis (achter het orgel) te plaatsen. Een en ander vereist de nodige aanpassingen. In februari werd de nieuwe windlade en balg voor het pedaal ingebouwd, in de nis achter het orgel. Ook een nieuwe Subbas 16' werd geplaatst. De windlade van het hoofdwerk werd, na grondige renovatie, weer in het orgel gemonteerd. Deze lade vertoonde zoveel mankementen, dat de totale kosten van de renovatie hierdoor verhoogd werden met maar liefst 20%! De prijs van de offerte bedroeg fl. 138.000,--. De reparatie aan de windlade van het hoofdwerk kostte fl. 18.000,-- en er kwam nog eens 10.000,-- bij vanwege vernieuwing van de wellenborden. (prijzen inclusief 17.5% BTW) Geldzaken werden beslist door de commissie van beheer, zodoende bemerkte de orgelcommissie deze zaken pas later.  Tijdens de orgel-excursie naar Zuidwolde, d.d. 12 februari 1994, hebben een aantal gemeenteleden duidelijk kunnen zien dat deze windlade inderdaad in slechte staat was. De nieuwe windlade, bestemd voor het pedaal en de oude lade van het hoofdwerk stonden in de werkplaats namelijk naast elkaar opgesteld. Tijdens de excursie werd ook nog gesproken over het neobarokke karakter van het orgel. Eén van de aanwezigen vroeg of op een dergelijk orgel ook muziek kan worden gespeeld uit andere stijlperioden, bijvoorbeeld de romantiek. Het antwoord van de direkteur van de Fa. Mense Ruiter was, dat organisten dat eigenlijk niet moeten doen. De vragensteller was kennelijk nog niet geheel tevreden en vroeg zich af of er op dit orgel eigenlijk wel liederen uit de bundel van Johan de Heer gespeeld zouden kunnen worden. Het antwoord was wederom ontkennend: Het is beter op dit orgel geen liederen uit genoemde bundel te spelen. Ook één van onze predikanten was hierbij aanwezig. Nu maar afwachten of de beide predikanten zich hieraan zullen houden... De Bourdon 16', afkomstig van het pedaal, kan weer terug naar het hoofdwerk (aangevuld met de Gedekt Fluit 4,). Ook de Prestant 8' kan reeds geplaatst worden, echter niet op de windlade, maar afgeleid middels loden conducten, op een kantsleep. Bij de frontpijpen was dit uiteraard al het geval. De mechaniek is vernieuwd. Daardoor speelt het orgel aanmerkelijk lichter. Ook de wellen zijn vervangen, zowel van het hoofdwerk als van het rugwerk. Een compleet nieuw houten wellenbord is aangebracht in de nis, bestemd voor het pedaal. Alle westaflex conducten in het hoofdwerk zijn vervangen door loden conducten. De conducten van het rugwerk zijn ongewijzigd gebleven. De Gedekt Fluit 4' van het pedaal is vervangen door een Octaaf 4'. De Trompet 8' van het hoofdwerk is vervangen door een nagenoeg identiek exemplaar, afkomstig uit een orgel uit Metslawier, vervaardigd in 1913 door orgelmakerij Bakker & Timmenga b.v. te Leeuwarden; dus uit dezelfde periode als de oude Trompet. Daarmee is het grootste deel van de renovatie een feit. Nu kan de intonateur aan het werk. Deze heeft de taak het totale pijpwerk te intoneren. Dat is geen geringe opdracht; hierdoor wordt immers uiteindelijk bepaald hoe het orgel gaat klinken. Elke pijp krijgt daartoe een aparte behandeling. Het orgel telt nu in totaal 22 registers, 1373 pijpen, verdeeld over hoofdwerk, rugwerk en pedaal. Op 15juli werd het gerestaureerde orgel weer in gebruik genomen. (zie programma)

Tot slot volgt hier nog de huidige dispositie.

Hoofdwerk   Rugpositief   Pedaal  
Bourdon 16' Quintadeen 8' Subbas 16'
Prestant 8' Holpijp 8' Baarpijp 8'
Holpijp 8' Prestant 4' Octaaf 4'
Octaaf 4' Roerfluit 4' Fagot 16'
Fluit 4' Octaaf 2' Schalmei 4'
Nasard 2 2/3' Tertiaan I-II    
Gemshoorn 2' Scherp IV    
Mixtuur III-IV Dulciaan 8'    
Trompet 8' Tremulant      
Tremulant          



Artikel uit de Coevorder courant van 1961

Gerestaureerd en uitgebreid orgel overgedragen

De heer Zwart verzorgde presentatieconcert

Met een presentatieconcert van de Emmer musicus Willem Hendrik Zwart werd zaterdagavond j.l. het gerestaureerde orgel in de Gereformeerde Kerk in gebruik genomen. De heer G.J. Hartemink droeg met een korte toespraak namens de commissie van beheer het prachtige instrument over aan de kerkeraad. Men kent het in 1914 aangeschafte orgel niet weer, zo mag vastgesteld worden. Zowel in- als uitwendig vonden grote veranderingen plaats. Het door de bouwer G.A.C. de Graaf uit Amsterdam gerestaureerde orgel heeft drie klavieren en niet minder dan 1800 pijpen, variërend van enkele centimeters tot 5 meter. Al deze pijpen konden niet in de bestaande kast worden weggewerkt, zodat 'n zogenaamde rugpositief werd gebouwd, dat voor het orgelfront is geplaatst Tussen het eigenlijke orgelfront en dit rugpositief is de plaats van de organist. Het orgel werd voorzien van een geheel nieuw pedaal. Het gerestaureerde en uitgebreide orgel werd in barokstijl geschilderd door de heer Terwey volgens advies van de Hilversumse expert H. Nassenstein. De restauratie werd uitgevoerd onder toezicht van de heer W.H. Zwart uit Emmen. In zijn overdrachtspeech herinnerde de heer Hartemink er aan dat de plannen voor restauratie reeds enige jaren bestonden voordat in 1960 met de werkzaamheden werd begonnen. Hij richtte dankwoorden aan 't adres van de heren Zwart en de Graaf voor het geleverde werk. De heer B. Euving die namens de kerkeraad het orgel aanvaardde sprak de hoop uit dat het instrument volledig zou voldoen aan het gestelde doel, namelijk een goede begeleiding van de gemeentezang ter ere van God. Na samenzang van psalm 150 vers 3 speelde de heer Zwart werken van Bach, G.F. Händel, H. Andriessen en van Jan Zwart. Het concert werd ook bijgewoond door enige oud organisten van de Gereformeerde Kerk.

************
 
 
Bronvermelding:

  1. Het Proper-orgel zou van omstreeks 1890 dateren. Zie De Orgelvriend 1973, no 4/24. Het Orgel 1913-1914, januari/28. De ingebruikname was op 28 juli 1913.
  2. Vriendelijke mededeling van Mr. A. Bouman te Paterswolde.
  3. Het Orgel, december 1940/11 en idem januari 1941/13. De Harp 1941/22.
  4. Zie Het Orgelblad 1961, no 7-8/ 115.
  5. E-Mail van Victor Timmer d.d. 5-5-2006
  6. Brochure: Orgel gereformeerde kerk Coevorden door Jan Kamphuis
  7. www: http://reliwiki.nl/index.php/Coevorden,_Van_Heutszsingel_21_-_Gereformeerde_Kerk
  8. Drents Archief: 0414-6 Notulenvan vergaderingen van de kerkeraad 1856-1978 deel 1910-1922


Programma ingebruikname van het gerenoveerde orgel in de Gereformeerde Kerk te Coevorden op 15 juli 1994

1. Opening door de voorzitter van de orgelcommissie, ds. H. Klein Ikkink

2. Uit "Das wohltemperierte Klavier" van Johann Sebastian Bach (1685 - 1750) praeludium I in C Dur, BWV 846

3. Overdracht van het orgel door de orgelbouwer, dhr. J. Veldkamp, directeur van Mense Ruiter Orgelmakers B.V. te Zuidwolde - Groningen, aan de kerk in de persoon van dhr. P.B.. Toering, lid van de orgelcommissie

4. Samenzang: Psalm 149 : 1, 2 en 3 (overgang van piano naar orgel)

5. Orgelbespeling door Arjen van Lunen

1. Voluntary in D, John Alcock (1715 - 1806)
2. Twee koraalbewerkingen over Allein Gott in der Höh sei Ehr, Johann Pachelbel (1653 - 1706)
3. Twee koraalbewerkingen van Johann Ludwig Krebs (1713 - 1780)
      a. 0 Ewigkeit, du Donnerwort
      b. Was Gott tut das ist wohlgetan


 6. Toelichting door de adviseur, dr. A.J. Gierveld, coördinator van de Orgelbouw Advies Commissie

 7. Orgelbespeling door Jan Kamphuis

1. Enige koraal voorspelen uit het Orgelbüchlein van Johann Sebastian Bach
     a. Der Tag, der ist so freudenreich, BWV 605
     b. Jesu, meine Freude, BWV 610
     c. Alle Menschen müssen sterben, BWV 643
     d. Wer nur den lieben Gott lässt walten, BWV 642
2. Magnificat primi toni, BuxWV 203, Dietrich Buxtehude (1637 - 1707)

8. Samenzang: Gezang 409 : 1, 2, 5

9. Sluiting door ds. T.J. Oldenhuis
********




 coevgk.jpg (18669 bytes)