Assen, Jozefkerk

Informatie over de kerk

Discografie


Foto: Henk Heideveld (57)
Klik op de afbeelding om een grotere versie te bekijken  

Vóór de hervorming
Uit een proveniersbrief uit 1558 blijkt, dat een zekere Claes Wetsinghe voor tien Emder guldens "ene stede ende proevene in onse Cloester" krijgt, onder voorwaarde, dat hij "op dat orgel sal spoelen syn leventlanck". Deze organist wordt in genoemde brief gewezen op zijn rechten en plichten en moet beloven "weder vredelick toe wesen mijt de broeders", wat er op zou kunnen wijzen, dat hij opnieuw werd opgenomen. In elk geval moet er toen in de kapel een orgel gestaan hebben, waarbij niet duidelijk is of dit orgel al vóór 1558 aanwezig was. Vermoedelijk was het een portatief of positief. Wat er met dit instrument is gebeurd weten we niet. Ook over een organist wordt hierna niet meer gesproken (05) .

Na de hervorming
In 1731 moeten er plannen geweest zijn om een orgel aan te schaffen daar men toen een organist wilde aanstellen. Uit een resolutie van het Landschap blijkt dat op een salaris van 100 Caroli gulden een organist aangesteld zou worden. De naam van de organist werd ook genoemd namelijk Anthonius Herborn. Er is echter in het archief van de Nederlandse Hervormde kerk te Assen niets te vinden dat er op wijst dat er een orgel in de kerk is gekomen en evenmin van een benoeming van genoemde persoon tot organist (06) . Hoewel Assen nog steeds een kleine plaats was met amper 700 inwoners werd in 1809 door koning Lodewijk Napoleon Assen tot stad verheven. Dit stond in verband met de aanwezigheid van het provinciale bestuursapparaat dat gevestigd was in de oude kloostergebouwen. In 1817 werd de kloosterkerk van een driehoekige koorsluiting voorzien (07) . In dat zelfde jaar werden er plannen gemaakt om de kerk van een orgel te voorzien. De predikant ds. G. Benthem Reddingius beijverde zich om inlichtingen in te winnen en er werd een orgelcommissie benoemd. Er werd correspondentie gevoerd met de orgelmaker N. A. Lohman te Groningen. Men had het oog op een groot huisorgel te Den Haag en men wilde daar meer over weten. Toen bleek dat dit orgel niet geschikt zou zijn voor de ruimte in de kloosterkerk van 100 bij 90 bij 28 voet, verzocht Reddingius hem te berichten of het orgel dat te Amsterdam gesignaleerd was geschikt zou zijn of anders of het orgel te Kantens te verkrijgen was en voor welke prijs of weet u een andere occasion voor ons? (08) . In november echter stuurde Reddingius bericht aan Lohman dat men om de kosten afzag van zijn hulp en tekeningen en bestekken werden geretourneerd (09) .

1818: In dit jaar gaf koning Willem I toestemming tot het plaatsen van een orgel in de Hervormde kerk te Assen. Men mocht daartoe een inschrijving houden onder de gemeenteleden voor de benodigde gelden. Dat men aan de koning toestemming moest vragen had te maken met de oude erfenis van het convent (later Domeinen genoemd). In 1601 was besloten dat de opbrengsten van de kloostergoederen ten dele gebruikt zouden worden "ad pios usus", dat wil zeggen voor "vroom" gebruik. Als het in dat verband om personen ging werden daartoe gerekend predikanten, kosters, schoolmeesters en organisten. Na de Franse tijd kwam deze erfenis aan de staat. Nu werd in dergelijke gevallen beslist door de koning, c. q. de staatsraad, via de gouverneur en de burgemeester. Vandaar dat in het archief van de gemeente Assen stukken voorkomen betreffende het orgel dat van 1818 tot 1819 werd geplaatst (10) . Intussen blijkt men echter langs een andere weg tot het plaatsen van een orgel te kunnen komen. De toen nog als orgelmaker onbekende klokkenist te Groningen Petrus van Oeckelen bleek in 1818 een orgel te kunnen leveren dat aan de eisen van de Hervormden te Assen voldeed. Het is een wonderlijke geschiedenis dat men nu de voorkeur geeft aan de nog onbekende Petrus van Oeckelen en voorbij gaat aan de toen gerenommeerde orgelmakers N. A. Lohman en Zonen. Het moge dan ook duidelijk zijn dat Van Oeckelen niet degene is geweest die het orgel vervaardigde. Het meest waarschijnlijk is dat J. W. Timpe, die toen eveneens het orgelmakersvak beoefende te Groningen een orgel beschikbaar had of delen er van en dat Van Oeckelen, die wellicht al eerder bij Timpe in dienst was, het orgel samenstelde en er een register aan toevoegde zodat voor het oog van de wereld in de Hervormde kerk te Assen het opus 1 van P. van Oeckelen ten doop kon worden gehouden. In het tijdschrift Amphion werd de loftrompet op het werk van Van Oeckelen aangeheven zowel door ds. G. Benthem Reddingius, die op 7 mei 1819 de inwijdingspreek over Psalm 34 vers 4 hield, als door zijn Groningse vrienden W. G. Hauff, organist van de Martinikerk en de hoogleraar A. J. Duymaer van Twist. In dit artikel werd hij ten slotte als orgelmaker aangeprezen. Het is sneu voor Van Oeckelen dat pas in 1840, nota bene 21 jaar later, hij als orgelmaker in trek komt (11) .

Het orgel kreeg de volgende dispositie:

1. Prestant 8’
1. Bourdon 16’
3. Holpijp 8’
4. Viola di Gamba 8’
5. Quint 6’
6. Octaaf 4’
7. Roerfluit 4’
8. Superoctaaf 2’
9. Flageolet 1’
10. Mixtuur 3-4 sterk
11. Trompet 8’

Aangehangen pedaal; ventiel; drie blaasbalgen. De eerste jaren werd er geen onderhoud gedaan, waarover geklaagd werd door N. W. Schroeder-Steinmetz namens de orgelcommissie. Uit de gegevens in het gemeente-archief blijkt echter dat Van Oeckelen zich verplicht had "gedurende 5 jaren de gebreken te zijner laste te nemen" (12) . De oude kloosterkerk bleek echter niet zo geschikt te zijn om een zo kostbaar instrument als een orgel te herbergen.

1819: Bericht over de ingebruikneming van het instrument uit de "Overijsselsche Courant" van  21-05-1819 (56)

1819: Advertentie voor een Taal- en muziekmeester uit de "Opregte Haerlemsche Courant" van 30 maart 1819" (58)




Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 4, 1847, no 12, 15-06-1847
In het Amphion

1821

Aangepaste advertentie in de Opregte Haarlemsche Courant van 14 augustus 1821. De eisen zijn in vergelijking met de eerste advertentie naar beneden bijgesteld. (63)

De  eerste advertentie uit 1819  voor een taal-, annexmuziekmeester en organist leverde geen kandidaten op die voldoende resultaten op alle fronten scoorden. Daarop werd in augustus 1819 de functie van taalmeester losgekoppeld van die van de andere. Men liet de zaak eerst liggen tot 1821, tot een nieuwe sollicitatieronde voor de post van muziekmeester en organist. Dat leverde een aantal kandidaten op, die werden ge-examineerd. Daarvan was J. Walles de beste; daarna dienden zich nog weer andere kandidaten aan en hield men de beslissing open tot in januari de laatste kandidaat was ge-examineerd (G.W. Derx uit Nijmegen !). Niettemin koos men nog steeds Walles als de beste. Die werd benoemd, maar trok dat in toen de Doopsgezinden in Groningen zijn salaris verdubbelden tot dezelfde hoogte als wat hij in Assen zou krijgen (en dan kwamen de eventuele verdiensten als muziekmeester daar nog bij). Logisch, dat hij in Groningen bleef. Uiteindelijk werd daarna Meijboom benoemd, die bij de voorgaande rondes nog helemaal niet in beeld was. (73)
Meer informatie zie de lijst met organisten.

1823: Er treedt lekkage van het dak op waardoor het orgel werd beschadigd. De organist Meyboom klaagde erover in een schrijven dat de sleep van de Bourdon 16 uitgezet was en dat alles sprak zonder de toetsen in te drukken en ook bleek de windlade water te bevatten.

1822-1826: Onderhoud door Matthias Martin. Deze orgelmaker was eerst in dienst bij de Weduwe Freytag en vermoedelijk later bij de firma L. van Dam te Leeuwarden (13) .

1826 tot 1847: Onderhoud door de gebroeders Freytag (14) . In al deze jaren kwam de naam P. van Oeckelen voor onderhoud niet voor. Ook niet in de jaren van 1830-1847. Wonderlijk genoeg blijkt het nu toch de firma Lohman te zijn die het onderhoud uitvoerde. Eerst onder de naam N. A. Lohman en Zonen dan onder de naam Gebr. Lohman (D. H. en G. W. Lohman). In de jaren 1839-1842 zijn er stukken waaruit blijkt dat de orgelmaker G. W. Lohman correspondeerde en uiteindelijk een reparatie uitvoerde voor f. 200, -- (15) . Al in 1840 werden er plannen gemaakt om te komen tot het bouwen van een nieuwe kerk voor de Hervormde gemeente die in deze tijd ook zeer gegroeid was. De bevolking was toegenomen tot 4216 personen en de kerkelijke gemeente was gegroeid tot ruim 1000 lidmaten (16) . De koning moest in de plannen gekend worden en hierbij werd ook aandacht geschonken aan het herstel van het orgel. Hier zou een bedrag van f. 2000, - mee gemoeid zijn.


Drents Archief Assen Ca. 1848 Een tekening van de abdijkerk aan de Brink te Assen, vermoedelijk net voor de renovatie.

1847-1848: Men begint met de bouw van een nieuwe kerk, terwijl men voor het herstel van het orgel zich liet adviseren door G. W. Lohman te Groningen. Deze hield zich hier inderdaad uitvoerig mee bezig zoals uit de stukken blijkt. Ook kwam een andere gegadigde zich melden. C. F. A. Naber, orgelmaker te Deventer bood zich aan om het orgel te verplaatsen te vernieuwen of eventueel nieuw te bouwen (17) . De geschiedenis herhaalde zich echter. Lohman kon na vele inlichtingen en voorstellen gedaan te hebben inpakken en men wende zich weer tot de firma P. van Oeckelen die nu echter ook een zekere faam had verkregen. Van Oeckelen verplaatste het orgel, maakte het schoon en intoneerde en verbeterde het voor f. 350, --. Deze verplaatsing schijnt met de "Franse slag" gebeurd te zijn gezien de bezwaarschriften (18) . Op 30 april 1848 werd de nieuwe kerk ingewijd terwijl al op 17 april het orgel werd gekeurd door de organist van de kerk C. Meyboom (19) .

1853: Al spoedig is men niet tevreden over het orgel. De hoofdzaak zal wel geweest zijn dat het orgel te klein was voor de grote nieuwe zaalkerk. Er waren echter ook een aantal gebreken. Dit leidde ertoe dat men eind 1853 de beslissing nam om het orgel te verbeteren en uit te breiden met een tweede klavier.

1853: Plan tot vergroting van het orgel Provinciale Drentsche en Asser courant 30-11-1853, 07-12-1853 en 28-12-1853




Veendammer courant 10-12-1853

1854/1855: P. van Oeckelen maakt een bestek op en hij kreeg als adviseur toegewezen Mr. S. W. Trip uit Groningen, die menigmaal als adviseur voor orgels van Van Oeckelen was opgetreden. De werkzaamheden vlotten echter niet zo daar Van Oeckelen in die tijd ook bezig was met een grote restauratie van het orgel in de Martinikerk te Groningen. Uiteraard kwam Assen qua prioriteit op de tweede plaats (20) . In 1855 is het orgel dan eindelijk gereed en als keurmeester trad op de Groningse organist en publicist S. Meijer. In zijn eerste rapport is hij positief maar wees toch twee tekortkomingen aan. Bij de herkeuring 11 juli 1855 bleek echter alles in orde, hoewel hij enigszins dubbelzinnig schrijft: "dat het werk evengoed is ingericht, alsof de beide ontbrekende registers op de nieuwe windlade zelve waren aangebracht". Hieruit bleek dat Van Oeckelen de fout gemaakt had deze registers over het hoofd te hebben gezien en ze alsnog op een hulplaadje erbij had gezet (21) .

De dispositie van het uitgebreide orgel is als volgt:

Hoofdmanuaal:   Bovenmanuaal:  
Prestant 16’ disc. Holpijp 8’
Prestant 8’ Holfluit 8’
Bourdon 16’ Viola di Gamba 8’
Holpijp 8’ Nachthoorn 4’
Salicionaal 8' Gedekte Fluit 4’
Octaaf 4’ Fluit 2’
Gedekte Quint 3’ Flageolet 1’
Mixtuur 3-4 sterk Dulciaan 8’
Trompet 8’    

Manualen C - f (3) ; aangehangen pedaal C - a; gehalveerde trekkoppeling manualen; afsluitingen; ventiel; vier blaasbalgen. Op het Hoofdmanuaal komt de prestant 16’ discant in plaats van de Viola di Gamba 8’; het groot octaaf van de Salicionaal 8’ uit houten pijpen van de Viola di Gamba 8’; Trompet 8’ geheel nieuw; Holfluit 8’ twee octaven gedekt, de rest open, wijde mensuur, groot octaaf van wagenschot; Viola di Gamba 8’ op het Bovenmanuaal vanaf groot F, de vijf laagste tonen spreken in de Holpijp 8’; De Dulciaan 8’ is gehalveerd. Ten aanzien van de dispositie van 1819 blijkt nu dat de Quint 6’ vervangen werd door een Fluit 4’; volgens contract van 1853 werd dit register weer vervangen door een Gedekte Quint 3’ (22) .

1855:
Bericht uit Provinciale Drentsche en Asser courant 20-06-1855 dat het orgel binnenkort weer in gebruik wordt genomen


1855/1856:
Berichten uit de Provinciale Drentsche en Asser courant 27-06-1855  en 02-07-1856 dat het orgel weer in de eredienst wordt gebruikt


Van Oeckelen had het orgel in onderhoud tot 1884 (23) .
Vervolgens werd dit werk gedaan door C. W. Snelleman, een orgelhandelaar uit Groningen (24) .

1856
: Orgelconcert


1863: Concert zie Provinciale Drentsche en Asser courant 19-02-1863


1864: Concert in de kerk Provinciale Drentsche en Asser courant 25-08-1864


1865: PLannen voor verbetering van het orgel

 Provinciale Drentsche en Asser courant 30-03-1865

1868: Verslag concert in de Provinciale Drentsche en Asser courant 25-07-1868




Provinciale Drentsche en Asser courant 03-06-1882

 

1894: Bericht uit het Nieuwsblad van het Noorden 26-10-1894

1894-1896: In 1894 gaan er stemmen op om het orgel te vervangen door een nieuw instrument. De toenmalige organist J. F. N. Obbes werd adviseur. Eerst is er toch nog weer contact met de orgelmakers Van Oeckelen welke firma nu onder leiding stond van de zonen Cornelis en Anthonius. Dit contact liep via de Groningse Martini-organist H. Steenhuis. Van Oeckelen achtte het orgel niet meer geschikt voor restauratie. Uiteindelijk gaf men aan de firma L. van Dam en Zn. orgelmakers te Leeuwarden de opdracht een nieuw orgel te vervaardigen (25) . Op 10 oktober 1896 werd het nieuwe orgel gekeurd door M. H. van ‘t Kruijs organist van de Grote of St-Laurenskerk te Rotterdam. De dag daarop volgt de inwijdingsdienst waarin ds. Knappert voorgaat. Op 18 oktober geeft M. H. van ‘t Kruijs onder grote belangstelling een orgelconcert (26) .

Situatie voor de verbouwing van de kerk via een oude ansicht

De dispositie van het nieuwe orgel is als volgt:

Hoofdmanuaal   Tweede Manuaal in zwelkast?   Pedaal:  
Prestant 8’ Prestant 8’ Subbas 16’
Bourdon 16’ Viola di Gamba 8’ Octaaf 8’
Violon 16’ disc. Voix Celeste 8’ Gemshoorn 8’
Roerfluit 8’ Holpijp 8’ Octaaf 4’
Fluit Travers 8’ Speelfluit 4’ Bazuin 16’
Octaaf 4’ Flute Harmonique 4’ Trompet 8’
Nachthoorn 4’ Woudfluit 2’    
Quint 3’ Klarinet 8’    
Octaaf 2’        
Mixtuur 3-4 sterk        
Trompet 8’        

Manualen C - g (3) ; pedaal C - d (1) ; klavierkoppeling; pedaalkoppeling; crescendotrede bovenwerk; drie afsluitingen; ventiel; Muette. Bij de keuring werd als bezwaar genoemd dat op het pedaal geen Trombone of Trompet 8’ voorkwam. Hierin werd korte tijd later in 1897 nog voorzien (27) . Het oude orgel werd door Van Dam overgenomen voor f. 300, -- en na restauratie geplaatst in de Nederlandse Hervormde kerk te Havelte (28) .
Zie hier onder de advertentie, waarin het orgel te koop wordt aangeboden uit Het nieuws van den dag : kleine courant 29-01-1896



Nieuwsblad van het Noorden 14-10-1896


Leeuwarder Courant van  19 oktober 1896 (2 berichten!) (59)

Bericht in Het orgel 1896/09 november

1910: Door blikseminslag in het torentje ontstond brand, waarbij het orgel nogal wat schade opliep. De firma Van Dam herstelde de schade voor ruim f. 700, -- (29) .
Uit Het Nieuws van den Dag, 15 Juni 1910. :
Omtrent den brand in den toren der Hervormde kerk te Assen, meldt de „Asser Ct." nog eenige bijzonderheden. „De kerkelijke autoriteiten waren reeds dadelijk bedacht op redding van de kostbare stukken. Zoo werd het orgel zoo spoedig mogelijk afgedekt met zeilen. Aldus bleef het waarschijnlijk vrij goed behouden, al heeft het eenige waterschade bekomen. „Het avondmaalzilver en de trouwstoel werden nog in veiligheid gebracht, maar spoedig bleek verdere berging van goederen onnoodig. „De brandweer had een drietal slangen naar boven geheschen en van de breede gootlijst der kerk uit werd het vuur bekampt. Men moest zich hoofdzakelijk bepalen, tot het behoud van kerk en onderbouw van den toren. De bovenbouw was, ondanks de hardnekkige pogingen, nagenoeg niet met water te bereiken. „Het vuur zakte steeds verder naar beneden, er bestond groot gevaar dat de klok zou vallen. Een hoeveelheid verbrande balken steken nu nog als torenspits omhoog, maar de klok is er tusschen blijven hangen. Gelukkig, anders was ze op het orgel terecht gekomen." Een nader bericht meldt: „De schade, gisteren door vuur en water in het kerkgebouw aangericht is per slot van rekening toch ernstiger dan eerst gedacht werd. Gebleken is, dat de klok door de groote hitte van het vuur gebarsten en dus niet meer bruikbaar is, terwijl ook het orgel heel wat van het water geleden heeft. Wel is het hoofdwerk behoudens enkele kleinigheden zoo goed als ongeschonden, maar daartegenover staat dat het pedaalwerk door het doorgelekte water geheel bedorven is. „Heden was de bouwheer van het orgel, de heer Van Dam uit Leeuwarden, reeds ijverig bezig met het opnemen van de schade, die, zoo globaal geschat, een zeshonderd gulden zal bedragen. Het leerwerk van de kleppen is nat geworden, waardoor het leer hard wordt en de opening niet meer voldoende, sluit, zoodat verschillende pijpen steeds door spelen. Enkele registers zijn door het vocht geheel stopgezet, enz. Alles bij elkaar genomen is het een leelijk tegenvallertje, waarbij alleen als lichtpunt moet gerekend worden, dat het klavier Zondag misschien zal kunnen bespeeld worden, wanneer alles meeloopt." (62)

Bericht van de organist van de kerk Z. Tadema in "Het Orgel" 1910 juli


Bericht uit "Het Orgel" 1910 oktober door Jan Godefroy uit Steenwijk


Bericht uit "Het Orgel" 1911 maart door Jan Godefroy uit Steenwijk

1911: Bericht uit Het Orgel van oktober 1911 van A. Lambrechts. Hij hoopt dat na het herstel van het orgel bekende organisten er willen concerteren. Na het vertrek van A. Tadema is dhr. Bicknese (kapelmeester van de stafmuziek) als nieuwe organist benoemd.


Provinciale Drentsche en Asser courant 04-04-1921

1927: Tot 1927 bleef het orgel bij deze firma in onderhoud. Toen in 1927 Pieter van Dam, de laatste firmant van dit orgelhuis, kwam te overlijden werd het onderhoud overgenomen door de opvolgers J. Vaas en T. Bron.

1934: Door Vaas en Bron werd een standaard-reparatie uitgevoerd voor f. 768, --. In de tien weken dat deze reparatie duurde behielp men zich met een harmonium. Op 28 september 1934 werd het orgel weer in gebruik genomen (30) . Daarna zal het orgel weinig onderhoud meer gehad hebben.

1948: Reparatie door Vaas en Bron aan de windladen (64)

1951: De strenge winters en W. O. II en onoordeelkundige ingrepen deden geen goed aan het instrument, zodat in 1951 uit een rapport van de Orgelcommissie der Nederlandse Hervormde kerk bleek dat het orgel nodig aan restauratie toe was. De firma D. A. Flentrop te Zaandam schatte de kosten hiervoor op f. 9000, -- (31) .

19xx: Zwelkast Bovenwerk verwijderd

1953-1955: Vanaf 1953 met de komst van de nieuwe organist de heer L. B. J. Lensink brak een vreemde om niet te zeggen desastreuze episode voor het orgel aan. Vooreerst werd de firma Vaas en Bron als de hoofdschuldige voor de verwaarlozing van het orgel aangewezen. Verder werd gesteld dat de firma’s die voor de restauratie in aanmerking zouden kunnen komen zoals de firma Gebr. Van Vulpen te Utrecht en de firma D. A. Flentrop te Zaandam te duur zouden zijn.
De heer Lensink beval de firma Koch te Apeldoorn aan die wel de helft goedkoper zou zijn. Nadat in 1954 de firma Vaas en Bron nog werd geraadpleegd en zich verdedigde tegen de beschuldigingen die door de organist werden geuit, bleek de invloed van de organist zo groot te zijn dat de restauratie werd gegund aan de firma Koch te Apeldoorn. Hiermede verdween de firma Vaas en Bron van het toneel. Het voorstel van organist Lensink om typische Van Dam-registers te vervangen door meer in barokstijl gedachte stemmen was gezien het oorspronkelijk Van Dam-concept onartistiek. Tijdens de nu volgende restauratie beweerde de organist dat het orgel in het verleden meermalen gewijzigd was. Bij de bouw in 1819 (sic) had op de plaats van de grote houten pijpen een kleiner register gestaan en wel een Sesquialter met metalen pijpwerk. Lensink stelde voor om dat register alsnog te plaatsen en weer ging de kerkvoogdij op dit voorstel in. Op 14 april 1955 werd het veranderde en gereviseerde orgel weer in gebruik genomen. Ook werd in dit jaar nog een verandering van de Mixtuur goedgekeurd en de firma Koch voerde deze wijziging uit (32) . De dispositie van het orgel was er nu inmiddels als volgt gaan uitzien:

Hoofdmanuaal:   Bovenmanuaal:   Pedaal:  
Prestant 8’ Roerfluit 8’ Subbas 16’
Bourdon 16’ Gamba 8’ * Octaaf 8’
Holpijp 8’ Quintadeen 4’ Gemshoorn 8’
Octaaf 4’ Prestant 4’ Octaaf 4’
Nachthoorn 4’ Woudfluit 2’ Mixtuur 4 st. *
Quint 2 2/3’ Nasard 1 1/3’ Bazuin 16’
Octaaf 2’ Scherp 3 st. Trompet 8’
Sesquialter 2 st. Dulciaan 8’    
Mixtuur 2 st. tremolo      
Cimbel 3 st. *        
Trompet 8’        
Musette 4’ *        

* Deze registers aangegeven door loze knoppen werden nooit geplaatst.

Manualen C - g (3) ; pedaal C - f (1) ; drie afsluitingen; windlozer; koppeling Ped. - Man. I (provisorisch); twee andere koppelingen nog niet aangebracht.
De volgende wijziging werden aangebracht:
Manuaal I: Violon 16’ en de Fluit travers 8’ verdwenen; de Mixtuur 3-4 sterk werd veranderd in een Mixtuur 1 1/3 voet 2 sterk; Octaaf 2' vernieuwd, nieuwe Sesquialter 2 sterk; Cimbel 3 sterk gepland; Roerfluit 8’ naar Manuaal II;
Manuaal II: Flute Harmonique 4’, Voix Celeste 8’ en de Holpijp 8’ verdwenen; de Klarinet 8’ werd een Dulciaan 8’; toegevoegd werden een Quintadeen 4’ en een Scherp 3 sterk vanaf c klein, plus Roerfluit 8' van Manuaal I
Pedaal: nieuw pedaalklavier van C - f (1) ;
Wijzigingen aan de orgelkas (33) .

De grootste wens van de organist was om het orgel in samenwerking met de firma Koch nog eens om te bouwen in een werk van drie klavieren en vrij pedaal. Door een bijzondere omstandigheid leek deze wens in vervulling te gaan. Iemand die onbekend wenste te blijven had toegezegd een schenking van f. 31. 000, -- te willen doen ten bate van dit plan. De organist trad hierbij als tussenpersoon op. Toen echter alles in kannen kruiken leek te zijn kwam diegene die de gift had toegezegd plotseling te overlijden. Het blijkt dan Mej. H. C. M. Wiersma te Assen te zijn. Een testamentaire beschikking met betrekking tot de toegezegde gift was echter niet gemaakt en de erfgenamen dachten er niet aan om de schenking alsnog te effectueren. Alle pogingen die in het werk gesteld werden om de gift toch nog binnen te halen faalden, zodat het ambitieuze plan niet door kon gaan (34) .

ca. 1960: Koppelingen HW/BW en Pedaal/HW werden verwijderd vanwege voortdurende storingen. (64)

1963-1967: De organist klaagt over de slechte toestand waarin het orgel zich bevond. Een kostenberaming voor herstel kwam echter op f. 10. 000, -- uit. In 1964 gaf de Orgelcommissie der Nederlandse Hervormde kerk desgevraagd in een rapport haar mening over de toestand waarin het orgel zich bevond. Ook hierin ging men echter nog steeds uit van verkeerde historische veronderstellingen (35) . De orgelhandel Van Slooten te Assen kwam in 1966 met het voorstel om het orgel uit de St. -Jacobskerk te Vlissingen, gemaakt door P. van Dam in 1901, dat vervangen zal worden, naar Assen over te brengen en te plaatsen in de hervormde kerk ter vervanging van het oude orgel. Dit plan ging echter niet door (36) . Het zogenaamde "plan Lensink" komt in 1967 weer op de proppen. Laten we het orgel uitbreiden met een Rugwerk. De firma Koch heeft al een offerte klaar voor f. 90. 000, --. Ook dit plan gaat niet door wegens de hoge kosten. De organist L. B. J. Lensink vertrok teleurgesteld uit Assen en werd organist te Eibergen (37) . Op de begane grond van de kerk werd het orgel uit de kerkzaal van de inrichting "Licht en Kracht" opgesteld. Dit orgel was als hulporgel neergezet, daar het hoofdorgel te veel mankementen vertoonde. Het kon echter nooit het oorspronkelijke Van Dam-orgel vervangen. Een aantal adviseurs kwam nog eens een oordeel geven over het Van Dam-orgel, welke beoordeling niet gunstig was. (38).

Het interim-orgel op de begane grond
Het "Noodorgel". Dit instrument staat nu in de hervormde te Grolloo.


Foto Drents Archief


Drents Archief Aseen Foto uit ca. 1970
Tekst opschrift boven de speeltafel: "De plaats van de organist van het orgel in de Nederlands hervormde kerk aan de Kerkbrink te Rolde. Het opschrift boven de registers luidt: De Herv. Gemeente van Rolde ontving dit orgel van één harer voormalige leeraars den Weleerb. Z. Gel. Heer C. Brouwer, thans rustend leeraar te Assen, als blijk van Blijvende liefde en voortdurende belangstelling in hare godsdienstige belangen, terwijl het, door vrijwillige bijdragen der gemeente, vergroot en verfraaid, op den 28 nov. 1847 plechtig werd ingewijd."

1981-1982: In 1981 werden plannen gemaakt om het orgel te restaureren. Men begon met een nauwkeurige inventarisatie van het bestaande orgel. Het bleek dat er 8 registers verdwenen waren, twee registers waren 1 octaaf vergeschoven en 3 registers waren verplaatst. In 1982 vond de restauratie plaats. De orgelmaker Mense Ruiter BV te Zuidwolde Gr. nam het werk op zich. Gestreefd werd naar de reconstructie van het oorspronkelijke Van Dam-orgel uit 1896. Hiertoe waren een aantal forse ingrepen nodig om de veranderingen uit de jaren 1954 -1955 te niet te doen. Als adviseur werd aangetrokken de Van Dam-kenner Jan Jongepier, organist van de Grote kerk te Leeuwarden. Gebruik werd gemaakt van pijpwerk uit het Van Dam-orgel uit 1901 dat in de Oosterkerk te Leiden stond en helaas werd gesloopt. Ook werd de Voix Celeste uit het Van Dam-orgel in de Lutherse kerk te Purmerend die daar werd verwijderd in het orgel te Assen opgenomen. Op 26 november 1982 werd het gerestaureerde orgel weer in gebruik genomen met een orgelconcert door Jan Jongepier. Op enkele verschillen na (de Dulciaan 8’ van Koch moet nog worden vervangen door een Klarinet 8’), werd de oorspronkelijk dispositie weer gereconstrueerd.

Dispositie na de restauratie:

Hoofdwerk:   Bovenwerk:   Pedaal:  
Bourdon 16’ Prestant 8’ Subbas 16’
Violon 16’ disc. Holpijp 8’ Octaaf 8’
Prestant 8’ Quintadeen 8’ Gemshoorn 8’
Roerfluit 8’ Viola di Gamba 8’ Octaaf 4’
Fluit Travers 8’ Voix Celeste 8 Bazuin 16’
Octaaf 4’ Salicet 4'* Trompet 8’
Nachthoorn 4’ Roerfluit 4’    
Quint 3’ Woudfluit 2’    
Octaaf 2’ Dulciaan 8’    
Mixtuur 2-3 st. * Tremulant      
Trompet 8’        

* De Mixtuur was in 1896 3-4 sterk en in plaats van de Salicet 4’ stond er een Flute Harmonique 4’; de Quintadeen 8’ is niet origineel en in plaats van de Speelfluit 4’ staat er nu een Roerfluit 4’; in het bestek van 1896 werd niet gesproken over een tremulant; Klavieren C - g (3) ; Pedaal C - d (1) ; Manuaalkoppel; Pedaalkoppel (39) .


Bericht uit Kerk en Muziek van 1983-04

In 1982 wordt het boekje "Een Heilig Huis" uitgebracht tgv de ingebruikneming van de gerestaureerde Jozefkerk+orgel in juni 1982.
Er zijn twee pagina's (01 en 02) aan het orgel gewijd, geschreven door Jan Jongepier. (76)



In 1993 protesteerde A.J. Opten tegen het vervangen van de Dulciaan door een Klarinet. Nieuwsblad van het Noorden d.d. 28 juli 1993

1994: De Koch-Dulciaan wordt vervangen door een originele doorslaande Klarinet van Van Dam. (55)


Foto Reliwiki (62)

1996: het orgel "viert" zijn 100e verjaardag.


Drentse Courant, Oktober 1996

2016: Vanaf januari 2016 onderaat het orgel een deelrestauratie door Mense Ruiter. Zie onderstaande artikelen.
Op zaterdag werd tijdelijk afscheid genomen van het orgel.
Programma "Afscheid van het van Damorgel"
1. Dolf Tamminga. dir. Mense Ruiter orgelbouw Toelichting op de restauratie.
2. Stef Tuinstra , orgeladviseur Klankdemonstratie.
3. Appie Veenstra, restauratieschilder Toelichting op het schilderwerk.
4. Johan Gerkes, organist Jozefkerk Orgelconcert.

5. Gelegenheid om boven het orgel te bezichtigen.

Via een vouwblad wordt voor de bekostinging geworven.




Klik op de afbeelding voor een vergroting


Links: Gezinsblad 16-12-2015                                       Midden: Dagblad van het Noorden 26-11-2015 (74)                        rechts: Dagblad van het Noorden januari 2016


Drenthe Journaal 14 januai 2016


Drenthe journaal 25 februari 2016 (75)



Dagblad van het Noorden 21 november 2016 Klik op de afbeelding voor een vergroting

Het orgel werd op 25 november 2016 weer in gebruik genomen met een bespeling door de organist van de kerk Johan Gerkes.
Orgeladviseur Stef Tuinstra gaf een klankdemonstratie.

Gezinsblad 30-11-2016 Klik op de afbeelding voor een vergroting (77)

Organisten

1558. Claes Wetsinghe. Hij was als provenier opgenomen in het klooster Mariënkamp te Assen. Hij bleek tevens als organist te kunnen optreden (40) .

1731. Anthonie Herborn. Van hem is niets anders bekend dan dat hij volgens de Landschapsresolutie van 20 april 1731 op de nominatie stond om als organist van de Nederlandse Hervormde gemeente te Assen benoemd te worden (41).

1822 Jurjen Walles. Deze organist werd in 1822 benoemd. Hij was sinds 1817 organist van de Doopsgezinde kerk te Groningen. Toen hem aldaar een salarisverhoging werd aangeboden bleef hij daar organist. Walles werd dus geen organist in Assen. (42 en 61) .

1822-1858. Claas Meyboom. Hij was een zoon van Coord Meyboom geboren 1745 in Wefelsfleth (Holstein), koopvaardijkapitein. Op zijn huis stond in ijzeren letters de naam "Maybohm". Hij huwde Amsterdam 1781 met Johanna Meyer, dochter van een scheepsdokter. Zij kregen 7 kinderen waarvan er 6 jong overleden. Claas, de oudste, geboren in 1783 te Emden, bleef in leven. Hij woonde te Emden en huwde ten eerste met Louise Susette Petronella van Sprengen uit Haren, zij overleed in 1814, 31 jaar oud. Hun dochter Johanna Maria huwde Michiel Jacob Noordewier uit Baflo. Hij werd later rector aan het gymnasium te Winschoten en in 1851 te Assen. Claas Meyboom huwde voor de tweede maal met Maria Elisabeth Strausz, dochter van een koopman te Emden. Hun zoon Louis Susan Pedro, geboren 2 april 1817, werd predikant, laatst te Amsterdam. Bij de geboorte van Louis noemde Claas Meyboom zich portretschilder. Hij had door de tiërcering een groot deel van zijn vermogen verloren en moest omzien naar werk. Zo vestigde hij zich te Assen en werd in 1822 benoemd in de betrekking van organist. Al in 1818 bestonden er plannen om een organist te benoemen. Men wilde deze betrekking echter combineren met de betrekking van muziek- teken- en taalmeester. Hiervoor zou hij f. 500, -- ontvangen en als organist f. 200, --. Dat hij nu niet direct zo tevreden was over zijn baan en de betaling ervan blijkt uit: "ondanks alle gouden bergen, die beloofd werden: verhoging van tractament, veel muziek- en tekenlessen, is daar niets van gekomen", dat was in 1844. We komen Meyboom regelmatig tegenin verband met orgelkwesties. Hij overleed in 1858 (43) .


Ingezonden brief n.a.v. voor de vacature voor een nieuwe organist Provinciale Drentsche en Asser courant 07-08-1858

1858-1898. Joan Francois Nicolaas Obbes. Deze organist was voor zijn benoeming al muziekmeester te Assen. Op 25 mei 1858 verzocht hij benoemd te worden als organist bij de Nederlandse Hervormde gemeente Assen. Op 13 september 1858 waren er negen sollicitanten en Obbes werd die dag benoemd voor één jaar. Het salaris was f. 200, -- per jaar. Het werden er veertig! J. F. N. Obbes werd geboren te Arnhem in 1825. Op 13 november 1868 huwde hij met Wernera Willemina van der Vegt. Het echtpaar kreeg vier kinderen, waarvan er één jong overleed. Zijn oudste zoon Joan Francois Obbes werd een bekend tekenaar en schilder te Den Haag (44) . Ook te Coevorden, Meppel en Marum komen familieleden voor meestal binnen het onderwijs werkzaam (45) . J. F. N. Obbes bewoog zich in het muziekleven te Assen als koorleider en als muziekleraar. Verder componeerde hij voor piano en orgel. In 1896, tijdens zijn organistschap werd het nieuwe orgel gebouwd. Hiervan profiteerde hij echter niet lang, daar hij 18 december 1898 op 73-jarige leeftijd overleed (46. ) .


Obbes wordt ook genoemd in een artikel over een bijeenkomst van onderwijzers te Assen. Provinciale Drentsche en Asser courant 18-09-1862

Hij stelde in 1894 een vraag in het Tijdschrift "Het Orgel" 1894/04 omtrent het tempo van de gemeentezang.


Overlijdensbericht van Obbes in "Het Orgel"  van 1899-11 januari


Advertentie voor een nieuwe organist in Het orgel 1899-02 april

1898-1911. Z. Tadema. Bij zijn benoeming bedroeg het salaris f. 350, --. Hij schreef nog al eens een artikel in Het Orgel. Onder andere over de in Assen heersende gebruiken tijdens de kerkdienst. Ook schreef hij over de ingebruikname van het orgel in de Gereformeerde kerk te Hoogeveen. En hij vermeldt de brand in het torentje van de Hervormde kerk te Assen in 1910. Hij vertrok in 1911 naar Nederlands Oost Indië (47) .

Bericht uit "Het Orgel" 1910 december

1911-1922. F. H. E. Bicknese. Deze organist werd 1 april 1911 benoemd. Hij was al sinds 1895 kapelmeester der Stafmuziek te Assen. In 1894 werd te Assen een garnizoen gesticht en er kwam een stafmuziekkorps. Dit korps werd later de bekende Jan Willem Frisokapel. Bicknese maakte het korps te Assen tot één der beste van Nederland. In 1905 won hij een eerste prijs op het militaitr muziekconcours te Tilburg in de afdeling marsmuziek (48) . Bicknese werd 13 oktober 1862 geboren te Rotterdam. Hij ging al jong in de muziek en werd pianist en dirigent. Tevens werd hij bekend als componist en arrangeur voor fanfare- en harmoniekorpsen (49) . Per 1 april 1922 bedankte hij als organist en hem werd eervol ontslag verleend. In 1918 werd hij benoemd als kapelmeester te Harskamp. Later vestigde hij zich te Den Haag. Hier kreeg hij nog bekendheid als landschapschilder (50) .

1922-1946. L. van Aalst. Hij was voordien al assistent organist sinds 1918. Hij was woonachtig in Groningen en liet zich veel door zijn broer vervangen. In 1946 bedankte hij als organist (51) .

Provinciale Drentsche en Asser courant 11-04-1927

1946-1953. J. H. van Aalst. Broer van de vorige. Hij werd benoemd uit vijf sollicitanten, vooral op grond van zijn trouwe waarneming. In 1953 bedankt hij als organist (52) .

1953-1967. L. B. J. Lensink. Hij was eerst organist te Apeldoorn waar hij ongetwijfeld in kennis kwam met de firma Koch, orgelmakers aldaar, die hij voor zijn plannen met het orgel te Assen wist in te zetten. Hij ontwierp het zogenaamde "Plan Lensink", hetgeen een rigoureuze verandering van het oorspronkelijke Van Dam-orgel betekende. Toen van zijn ambitieuze plan niets terecht kwam vertrok hij teleurgesteld als organist naar Eibergen (53) .

1968- 198x K. A. Munniks. Deze in 1968 benoemde organist woonde te Groningen (54) .

198x- heden Johan Gerkes

Bronvermelding:

1. Zie beschrijving kerk.
2. Zie beschrijving kerk.
3. Zie beschrijving kerk.
4. Zie beschrijving kerk.
5. RAD. Inv. nr. 20. Joosting(1906). Bijlage 1. In Janssen. a. w. komt niets over een orgel voor, zodat het toen al niet meer aanwezig was.
6. RAD. Inv. 14 dl. 21. Res. Drost en Gedep. Landschap Drenthe (1722-1738). Ook genoemd bij Romein. a. w. Bijlage 2.
7. Zie Pareau. a. w. en Romein. a. w. Zie ook Kymmell/Zijlstra. Na een eeuw(1807-1907)1907. DE kerk werd 12-10-1817 in gebruik genomen. Boekzaal II (1817)690.
8. RAD. AHKA. Brieven ged. 27-8-1817; 31-8-1817; Bijlage 3. (A-B).
9. RAD. AHKA. Brief ged. 12-11-1817; 20-6-1821; 5-6-1823; 30-3-1823; 16-6-1825. Bijlage 3. (C t/m I).
10. GAA. Doos A. 29 Notulen Burg. 1818 no 322, verg. 7-71818; dem doos A. 31, bijlagen no 322, 7-7-1818; idem doos A. 33. Not. Burg. no 9. verg. 9-1-1819. Besluit Z. M. 6-12-1818 tot toestemming plaatsing v/e orgel in de Ned. Herv. kerk te Assen.
11. GAG. Reg. Burg. stand. In 1817 woonachtig te Groningen: N. A. Lohman, orgelmaker C. 157, Zwanestr. ; P. van Oeckelen, muziek- en instrumentmaker, F. 25, Gelkingestr. ; J. W. Timpe, orgelmaker, L. 116, aan ‘t Cingel. Van Oeckelen was in 1818 klokkenist te Groningen, hij werd 1810 als zodanig benoemd. Daar hij in 1792 geboren was, bleek hij toen 18 jaar te zijn. Dat hij bij Freytag in de leer geweest zou zijn is haast niet mogelijk daar H. H. Freytag in 1811 overleed en zijn zoons nog te jong waren, zodat de wed. Freytag met behulp van knechts het bedrijf moest voortzetten. In 1818 was hij 26 jaar en nog vrijgezel. Hij huwde pas in 1825. GAG. Reg. Burg. Stand. Trouw . 30-6-1825. Volgens een aanbevelingsbrief van de zonen Van Oeckelen na de dood van hun vader uitgegeven en gedateerd 1878 vermelden zij dat hun vader ongeveer 50 jaar het vak van orgelmaken uitoefende. Dit betekent dat hij pas ong. 1829 als orgelmaker werkzaam was . Daar J. W. Timpe eveneens katholiek was ligt het voor de hand dat Van Oeckelen met hem samenwerkte. Dit was niet een meester-knecht verhouding zoals wel blijkt uit de bouw van het orgel in de Nieuwe- of Noorderkerk kerk te Groningen. Zie Westra. Timpe-orgel. SGO. no 10. (1986).
12. De dispositie is te vinden In Amphion, tijdschrift voor vrienden en beoefenaars der Toonkunst, 2e jg . Gron. bij W. v. Boekeren(1819)120-122. Ook bij Broekhuijzen. Orgelbeschr. I. (1986) ed. Gierveld. In de Boekzaal. I. (1819)613 werd geen dispositie opgegeven.
13. RAD. AHKA. Inv. 261. Bijlagen Rek. Kerkv. 1823. Werkzaamheden aan het orgel in de maand april 1823 f. 16, --, get. Matthias Martin, orgelmaker Groningen 1-5-1823. Verder voor L. v. Dam idem. Inv. 262, ontv. en uitg. 1826 en 1827. Gewone jaarlijks onderhoud door orgelmaker L. v. Dam, Leeuwarden.
14. RAD. AHKA. Inv. nr. 263. 1827. Rep. orgel f. 35, --;rep. pijpen f. 15, --;blaasbalgtrapper f. 5, 40; totaal f. 55, 40.
15. RAD. AHKA. Inv. 264. Kwitanties 1830-1835 getekend door N. A. Lohman. 1834 get. D. H. Lohman f. 12, 81. Van 1836-1847 kwit. get. door G. W. Lohman.
16. RAD. AHKA. INV. 267. Brieven Lohman, ged. Leiden 3-3-1847; Van Oeckelen, ged. Groningen 8-10-1847 en 12-10-1847. Bijlage 4.
17. RAD. AHKA. Inv. 267. Brieven. Naber, Deventer 6-11-1847 en verpl. orgel door v. Oeckelen 1848. Bijlage 5.
18. RAD. AHKA. Inv. S. 68. Bijlage Not. kerkv. 19-1-1848. Inv. 268. Kwitantie. Uitbet. aan P. v. Oekelen f. 350, -- 21-4-1848. Hierna schreef L. Oldenhuis-Gratama een tweetal bezwaarschriften, die handelen over de klank van de stemmen, de blaasbalgen en de ornamenten. Geheel in overeenstemming met hetgeen G. W. Lohman 8-2-1848 voorstelde. Gratama lijkt dus liever met Lohman te doen te hebben dan met Van Oeckelen. idem. Bijl. Not. Kerkv. no 5 en no 6. 8-2-1848. Bijlage 6.
19. Pareau. a. w.
20. RAD. AHKA. Inv. 270. Bestek Van Oeckelen 16-12-1853. Dit bestek, evenals trouwens dat van 1896, heeft lang verscholen gelegen in het archief van de Ned. Herv. gemeente. Men was daar niet altijd even zorgvuldig mee omgegaan, zodat het in 1970 bij een bezoek aan het kerkelijk bureau Kerkplein 1 te Assen het archief op de zolder gevonden werd en hieruit een aantal stukken te voorschijn kwamen waarnaar lang was gezocht. Bijlage 7 en 8. In de literatuur wordt deze ingreep nergens genoend Zie Oosterzee. Ned. Herv. Kerk (1865) 249; Romein. Predikanten (1861) 2; Gregoir. Historique (1865) 191. Broekhuyzen Orgelbeschr. (1986) Ed. Gierveld; Van ‘t Kruijs. Verz. disp. (1885) 90. Bijlage 5. In 1819 werd het orgel niet voltooid, daar de gemeente niet meer geld kon opbrengen. Er werd toen ruimte open gelaten voor uitbreiding.
21. De keurmeester Siwert Meijer was organist van de Nieuwe- of Noorderkerk te Groningen beroep gaf hij op: ondermuziekmeester. Tijdens de keuring van het orgel te Assen was hij bezig met de publikatie van de geschriften van Arp Schnitger in Caecilia (1853) 111-112; (1854) 59-61. Zie voor hem Edskes. Nagelaten geschriften(1968)23-24.
22. RAD. AHKA. Missieve boek kerkvoogdij (1847-1863) . Brieven:5-1-1854; 18-3-1854; 26-9-1854; 7-10-1854; 10-12-1854. Prov. Coll. v. Toez. op Adm. der N. H. Gem. Verbalen: 28-1-1854 en 20-10-1854. Goedkeuring geldlening f. 1200, --.
23. RAD. AHKA. I nv. 272-275. Kwitanties over die jaren. Brief Steenhuis 1894. Bijlage 9.
24. De firma Snelleman had een piano- en orgelhandel gevestigd aan de A-kerkhof te Groningen. Zie adresboek Groningen van die jaren. Onverklaarbaar is waarom de firma Van Oeckelen niet meer het onderhoud had in die tijd. Snelleman was geen echte orgelmaker en de stemmer zal ook geen vakman geweest zijn. Het orgel heeft daar onder geleden. Zo slecht was de kwaliteit niet als men ziet dat het nu nog te Havelte na 100 jaar dienst doet.
25. RAD. AHKA. Inv. nr. 276 en 277. Van Dam was in 1894 bezig met een nieuw orgel te plaatsen in de Ned. Herv. kerk te Gieten, dat zondag 29 juli 1894 door zijn zoon (nl. Pieter van Dam) zou worden bespeeld. 30-7-1894 komt hij dan naar Assen om over de levering aldaar te spreken. Brieven 5-9-1894; 17-9-1894; 26-11-1894; 29-11-1894; 1-2-1895; 1-11-1895; 17-12-1895; 5-3-1896 en 5-7-1896. De kosten zullen f. 4000, - bedragen, met vrij pedaal f. 1200, - extra. Ook dit bestek lag op de zolder van het kerkelijk bureau tussen het ongeordende archief van de Ned. Herv. gemeente te Assen. De toenmalige administrateur was zeer verbaasd dat het bestek in zo goede staat voor de dag kwam daar er al tientallen jaren naar gezocht was. Bijlage 10.
26. RAD. AHKA. Inv. nr. 278. Notulen kerkeraad (1891-1915). Ds. L. Knappert preekte over "Kunst en Protestansche Eeredienst", naar aanleiding van Ps. 150: 1a, 3a, 4b en 6 en Philip. 4:8. Idem Inv. Nr . 277. Brieven 10-9-1896; 4-11-1896; 10-12-1896. Van ‘t Kruijs ontving voor de keuring f. 100, --. Van 1953 tot 1967 wist men de bouwer van het orgel niet te vinden. Dat hierover geen twijfel behoefde te bestaan blijkt uit: 1e het Van Dam-front en versieringen; 2e Het Orgel(1896) 109: Te Assen in de Ned. Herv. kerk een nieuw orgel ingewijd; 3e Kerk. Courant (1896) no 43, 24 Oct. Assen 11 Oct. Inw. nw. orgel door de fa. Van Dam Lwd. enz. 4e. Voorl. Lijst (1909) 18. Havelte H. K. Orgel (XVIIIc) afkomstig uit de kerk te Assen. Hier blijkt het orgel, als meubel gezien, gedateerd dient te worden uit het derde kwart (c) van de 18e eeuw.
27. RAD. AHKA. Inv. nr. 277. Brieven 4-11-1896;19-11-1896 en 10-12-1896. Van Dam kan niet beloven de gevraagde Trombone al in 1897 klaar te hebben. In 1897 kwam er een Trompet 8’ bij op het Bovenwerk.
28. Er komen verschillende gegadigden voor het orgel uit Assen opdagen;
1896. Brief 3-2-1896 G. F. Jurjaansz, Amsterdam. Brief 26-2-1896 H. W. Flentrop, Koog a/d Zaan Brief 5-3-1896 Ds. R. Beunk, Norg. Brief. 10-4-1896 Uit Helmond. Geen van hen zijn koper geworden. Van Dam herplaatst het in de Ned. Herv. kerk te Havelte. Kerk. Courant (1897) no 19. 8-5-1897. Orgel in gebruik genomen 18-4-1897. Zie verder onder Havelte Ned. Herv. kerk.
29. RAD. AHKA. Inv. nr. 278. De schade was aanzienlijk: pedaal en blaasbalgen zwaar beschadigd; windlade, cancellen en alle leerwerk losgeweekt; slepen doornat enz. Na droging nog meer schade. Verschillende delen opgestuurd naar Lwd. Orgel nov. 1910 weer speelklaar. Kosten herstel f. 717, 90. Kwit. get. P. v. Dam 19-1-1911. 10 jaar garantie. Orgelstemmen kost f. 30, -- per jaar. Het Orgel (1909-1910) 85. Op 13 juni 1909 sloeg de bliksem in het torentje.
30. De organist Van Aalst noemde een aantal orgelfirma’s die het werk zouden kunnen doen: Van Leeuwen, Leiderdorp; Flentrop Zaandam; Valckx en Van Kouteren Rotterdam; De Koff Utrecht RAD. AHKA. Brieven 26-3-1934; 16-4-1934 en 26-4-1934. De totale kosten waren f. 768, --. Liefst 25 jaar garantie! RAD. AHKA. Notulenboek (1933-1947) 17-8-1934. Prov. Dr. en Asser Cour. zaterdag 29-9-1934 1e blad 2e pag.
31. RAD. AHKA.
32. RAD. AHKA. Brief 1-12-1953. De suggestie van organist Lensink dat de firma Koch de helft goedkoper is dan de firma Flentrop geeft aan dat de organist op de verkeerde weg is. Koch bood aan het werk voor f. 6. 000, -- te willen doen tegen Flentrop voor f. 12. 500, --. Er ging een schrijven met klacht naar de firma Vaas en Bron, 9-2-1954. Deze firma verweerde zich in brief 11-2-1954 door te stellen dat ook anderen bij het orgel geweest zijn, oa. de plaatselijke orgelhandel, waarschijnlijk Van Slooten te Assen. Zij deden nog een voorstel voor reparatie 27-3-1954. Er werd echter voor Koch gekozen, die voor f. 1400, -- een reparatie ging uitvoeren, brief 11-10-1954. Tijdens de nu volgende reparatie werden nog meer wijzigingen aangebracht zodat het bedrag opliep tot f. 2715, --.
33. RAD. AHKA. Begroting Koch mei 1954. Er werd wel een zeer vrij gebruik gemaakt van het gestelde: "Het aanbrengen van een nieuw eikenhouten klavier en enkele registers opnieuw groeperen, zonder nieuwe pijpen te maken".
34. RAD. AHKA. Brieven 16-12-1955; 23-1-1956. Notulen kerkv. 10-4-1956; 13-4-1956; 1-6-1956; 28-6-1956. De firma Koch wilde de plannen wel realiseren. Zie tekening front van Lensink. Mej. H. C. M. Wiersma overleed 26-4-1956.
35. RAD. AHKA. Brief 25-3-1963. De gebreken van het orgel werden toegeschreven aan de koude winter van 1963 en de verkeerde opstelling van de hete-lucht verwarming. Rapport Orgelcommissie Ned. Herv. kerk 6-4-1964. Behalve atmosferische invloeden geeft het rapport aan hoe dilettantistisch er te werk werd gegaan bij de jongste revisie. Vreemd is het dat nog steeds van verkeerde historische feiten werd uitgegaan, het orgel zou gedeeltelijk dateren uit 1819!
36. RAD. AHKA. Brief Van Slooten 3-11-1967. Het orgel te Vlissingen werd in 1913 door Van Dam nieuw gebouwd als opus 380. Twee klavieren, vrij pedaal en 37 registers. Het Orgel (1914-1915) 44 en 64-65.
37. RAD. AHKA. Brief 3-11-1967. Het zg. "Plan Lensink" komt nog eens op de proppen. Het idee om het orgel uit te breiden met een Rugwerk. De gehele ombouw werd door Koch begroot op f. 90. 000, --. Ook nu ging het plan niet door vnl. door de hoge kosten.
38. Zie voor het Van Leeuwen-orgel uit de inrichting "Licht en kracht" aldaar.
39. Het Orgel(1983). Brochure juni 1982. Bijlage 11.
40. RAD. AHKA. Inv. nr 20 Joosting (1906).
41. Zie noot 6.
42. Caecilia (1855) 119; Gron. Volksalm. (1846)135.
43. GAA. Not. Burg. 1-10-1822. Volgens rek. (Inv. nr. 328)ontvangt Meyboom over 1822(vanaf 1 mei)f. 37, 50 en over 1823 (9 dec. ) f. 150, --. Zie over C. Meyboom. Buning. Dr. Hajo Uden Meybooms Asser pastoraat. In Nw. Dr. Volksalm. (1964) 58-85. RAD. AHKA. Brieven: 26-11-1823 (in de Duitse taal!) ;6-3-1823 (in ‘t Nederlands!); 6-3-1823; 5-4-1823; 6-4-1823; 15-7-1827; 29-12-1830; 3-4-1840; 8-6-1841 (steeds over reparaties van ‘t orgel) ;15-11-1844; 1-1-1845 (salarisverhoging f. 50, --); 1-1-1845; 15-4-1848; 25-4-1848 (verplaatsing van het orgel); 8-5-1848; 4-6-1853; 15-12-1853. Akte BS. Overl. 17-5-1858. RAD. AHKA. Not. Kerkv. (1765-1859) 13-9-1858.
44. Zie over Obbes en zoon: Scheen Lexicon (1969) RAD. Akten BS. Assen, Coevorden, Meppel. Poortman (Meppel) in Nw. Dr. Volksalm. (1968) 4-24 en idem (1912) 76-99. In 1860 werd Obbes muziekdir. liedertafel Orpheus (zie Jaarb. Swelingh (1860) 29 en 131. Obbes was ook leraar a/d Rijksnormaalschool te Assen voor muziek. In 1866 pl. kabinetorgel in deze school door N. A. G. Lohman , orgelmaker te Assen. Prov. Gron. Cour. 17-2-1866.
45. Composities: Caecilia (1855)76. Valse briljante pour le piano; Caecilia(1861) 124. Mazurka Elégance pour piano forte; Het Orgel (1890-1891) no 7 en 8 . Praeludium en Fuga(zie afdruk bij de III. ).
46. RAD. REg. BS. 18-12-1898. Het Orgel(1898-1899)161.
47. Het Orgel(1899-1900) 38. Adv. oproep org. N. H. gem. Assen. salaris f 350. Het Orgel(1904-1905) no 11/4 en no 12/4. Het Orgel(1908-1909) 48; Het Orgel(1909-1910)48. Het Orgel(1910-1911)2 en 23. Het Orgel (1911-1912)2.
48. RAD. AHKA. Not. kerkenraad 24-2-1911 en 23-3-1922.
49. De Muziekbode no 37(19 )290. Van Yperen. Ned. Mil. Muziek(1966)60, 97, 129 en 134.
50. Letzer. Muz. ned. (1913)16. Zijn kleindochter Marjorie Bicknese huwde met Max van der Kleij, zoon van een der schrijvers.
51. RAD. AHKA. Not. Kerkeraad (1915-1932) 23-3-1922 en 25-4-1922. Uit de Not. kerkv. Emmen 23-6-1919 bij sollicitatie naar de organistenpost aldaar geeft hij op hulporganist te zijn bij de N. H. gem. te Assen. Verder Not. kerkenraad 26-3-1943 en 22-3-1946.
52. RAD. AHKA. Not. kerkeraad 6-4-1946. De medesollicitant dr . Fr. Schmidt Marlissa blijkt meer muzikale kwaliteiten te hebben.
53. RAD. AHKA. Brieven:1-12-1953;11-10-1954;2-2-1955;8-2-1955;15-2-1955;20-5-1955;23-5-1955;25-5-1955;16-12-195;23-1-1956;25-3-1963;9-5-1963;6-4-1964;25-8-1964;3-11-1967;15-10-1967.
54. Benoemd 1-2-1968. Adv. Het Orgel(1967)250.
55. Het Orgel, mei 1995, blz 180. Jaap Brouwer maakte mij attent op dit gegeven.
56. E-Mail van Victor Timmer d.d. 2 juli 2010
57. E-Mail van Henk Heideveld d.d. 24-02-2011
58. E-mail van Victor Timmer d.d. 19-september-2012
59. E-mail van Victor Timmer d.d. 4 februari 2013
60 E-Mail van Victor Timmer d.d. 7 februari 2013
61. E_mail van Victor Timmer d.d. 6 december 2013
62. Reliwiki: http://reliwiki.nl/index.php?title=Assen,_Kerkplein_1_-_Jozef_of_Grote_Kerk
63. E-Mail van Victor Timmer d.d. 10 februari 2014
64. Boek: Het historische orgel in Nederland 1894-1901 blz. 98-101
65. Tijdschrift: de Mixtuur 44 december 1983 Kroniek De Mixtuur orgel
66. Tijdschrift: de Mixtuur 57 juni 1987 Enige orgelberichten (1784-1848) door F.W. Huisman
67. Tijdschrift: Groninger Orgelagenda 2012 Orgelrestauaties in 2014 en later Groninger orgelagenda
68. Tijdschrift: Het Orgel 1953/11 L.B.J. Lensink wordt organist van de hervormde kerk te Assen
69. Tijdschrift: Het Orgel 1983/01 Orgelbouwnieuws
70. Tijdschrift: Het Orgel 1995/05 Orgelbouwnieuws door Aart Bergwerff
71. Tijdschrift: Organist en eredienst 1983/04 Het orgel in de Jozefkerk in Assen door Jozef Houwman
72. Boek: Het historische orgel in Nederland 1819-1840 blz. 43-46
73: E-Mail d.d. 22 februari 2014 van Victor Timmer
74: E-Mail d.d. 18 december 2015 door Frits Kaan
75: E-Mail door Frits Kaan d.d. 10 maart 2016
76: E-Mail door Melle Buruma d.d 12 oktober 2016
77: E-Mail door Frits Kaan d.d. 18 december 2016

Bijlagen.

Bijlage 1.

RAD. Inventaris J. G. J. Joosting. Het archief der abdij te Assen. Leiden (1906). Inv. 20. Fragment:

"Wij Anna Frowa Abdisse Else Koenders pijorinne Suaene Baeken keldersche mijt den ghemen senioren des closters thoe Assen bekennen ende betueghen mijt desen openen bezegelde breve voer ons ende onse naekoemelinghen dat wij eendrachtlijke mijt goeden wijlle unde consent hebben ghegeven ter ere goedes Claes van Wetsinghe orgaenist ene stede ende proevene in onse Cloester op soe daenen vorwerden dat Claes voers. op dat orgel sal spoelen syn leventlanck soe langhe als hee can ende vermach[. . . . . ]ende ick Claes voors. loeve weder vredelick toe wesen mit de broeders[. . . . . ]hyrom heft Claes voers. den convente voers. ghegeven tyn emder gl. [. . . . . ]ghegeven in den jaere ons heren dusent vijff hundert ende achtenvijfftich des sondaghes voer Assen cionis domini".

 

Bijlage 2.

RAD. SA. Inv. nr. 14, dl. 21(1722-1738)Resoluties van Drost en Gedeputeerde Landschap Drenthe.

"Alzo wij uit goede consideratiën hebben nodig gevonden, om in de Kerke tot Assen een orgel te doen stellen en ten dien einde reeds de nodige ordre beraamt, weshalven een bekwaam persoon tot het waarnemen van den dienst op het zelve, wanneer daartoe in volle gereetheit zal zijn gerequireert wordende, de persoon van Anthonius Herborn op een jaarlijks Tractement van Een Hondert Caroli guldens, ordonneerende een jegelijk, denzelven daarvoor te erkennen. Gegeven onder des Landschaps Cachette, gewone paraphure, en signature van onzen secretaris, binnen Assen den 20 April 1731. [w. g. ] C. B. G. Schwartz vt. Ter ordonn. [get. ]Nijsingh".

 

Bijlage 3.

A. RAD. AHKA. Bijlagen Notulen kerkvoogdij. Port. 57. Brief gericht aan N. A. Lohman te Groningen.

Assen den 27 Augustus 1817. Mijn Heer. Ten antwoord op den uwen dient, dat men inderdaad een orgel wenscht en de Commissie wel benoemd is daaromtrent voorlopige schikkingen te maken niet ongezind is, om in het vervolg als het er toe komt van uw werk gebruik te maken. In tusschen wil men om de kosten een oud orgel zien te krijgen en men heeft daartoe een groot huisorgel in het oog hetwelk in den Haag staat, waaromtrent men evenwel twijfelt of het hier wel sterk genoeg is. Hierom verzoek ik UwE. om mij morgen met de vragtwagen te antwoorden op de volgende vragen. 1. Is het orgel, waarvan de beschrijving hiernevens gaat voldoende in een kerk van 90 voet breedte, 28 voet hoogte onder een zolder en 100 voet lengte Rijnl. maat? 2. Zoo ja, zou er dan ook onderscheid in zijn of het aan het einde der kerk geplaatst werd of in het midden in een Nis een weinig voor de muur uitkomende? 3. Zo neen, zou dan het orgel te Kantens ook verkrijgbaar zijn en indien UE zeker weet van ja, voor welke prijs zou dit dan te krijgen wezen en welke registers heeft dat? 4. In dien dat niet mag verkocht worden weet UWE dan ook een ander voldoende orgel voor ons, dat voor een prijsje kan gekregen en met weinig kosten geplaatst kan worden? Om redenen verzoek ik instantelijk morgen antwoord op deze vragen, terwijl ik mij met achting noeme MijnHeer UWE dw. dr. [w. g. } G. Benthem Reddingius".

B. idem.

Assen den 31 Augustus 1817. In antwoord op uwe laatsten dient, dat wij UE vriendelijk bedanken voor uwe gegevene informatie dat het orgel te Amsterdam ons zwak in de kerk voorkomt, terwijl mij daarenboven ook nog de aanmerking hebben, dat het niet geblijkt of de clavieren gekoppeld kunnen worden, en of er een Pedaal aanhangt, dat wij evenwel UE adviseren om door uwen vriend te Amsterdam te vernemen of dat orgel ook te koop is en zoo ja of het behoorlijk onderhouden is en nu ook voor een mindere prijs zou kunnen gekocht worden met verzoek tevens, om, zoo hetzelve reeds weg mogt zijn eene soodanige annonce in de Amsterdamse Courant te laten plaatsen, als UE profijt, van het een en ander verwagten wij zoo dra mogelijk berigt terwijl wij het verschoten daarop voor U loopende gaarne zullen voldoen. Waarmede ik mij noeme MijnHeer UWEDw. Dienaar [w. g. ]G. Benthem Reddingius

C. idem.

Assen den 12 November 1817. Mijn Heer. De Commissie benoemd om zoo mogelijk een plan te maken ter verkrijging van een orgel heeft mij geauthoriseert om UWE nevensgaande teekeningen en bestekken terug te zenden met het berigt, dat er zich voor haar zoo veele zwarigheden opdoen, welke haar verhinderen om UWE plan te accepteeren vooral om der kosten wille, dat zij daar van geheel afziet, UWEd. bedankende voor deszelfs genomen moeite. Ik ben met achting UWE dw . dr. [w. g. ]G. Benthem Reddingius.

D. idem.

Assen den 20 Juny 1821. Mijn Heer! Ik heb lang in beraad gestaan of ik uwen laatsten niet weder onbeantwoord zou laten, daar ik toch niets antwoorden kan, dan ik reeds gedaan heb, dat ik met de geheele zaak niets te doen heb, en ook niets aan doen kan, om u het geld te bezorgen en dat gij u aan de Commissie tot het orgel moet adresseren, welke u dan wel betalen zal het gene u toekomt, maar welke zegt er niets aan te willen doen, zoo lang gij mij en niet haar aanspreekt. Maar daar al dat schrijven ende dreigen mij begint te verveelen, en het mij voorkomt, dat gij wel lust hebt, om in de kosten te vervallen, in op het geregtelijk aanspreken van een verkeerden Persoon loopen, dient tot antwoord, dat ik u invitere om hoe eer hoe liever uwe herhalde bedreiging te vervullen, Uwe vroegere brieven, vooral die van den 29 Augustus 1817 welke voor mij voldoende is zijn wel bewaard. Uw Dienaar

[w. g. ] G. Benthem Reddingius.

 

E. idem.

De Commissie van het Orgel Plan te Assen debet aan N:A:Lohman en zoonen te Groningen alles van den 27 Augustus tot den 12 November 1817.
Voor informatie en briefport f 3. -. -
voor dito op Amsterdam 3. -. -
voor Courantgeld te Amsterdam 2. -. -
voor het gebruik van Tekens en Bestekken f 25. -. -.
f 33. -. -.

F. idem.

Aan den WelEdele Heer Den Heer van Oosting te Assen. Groningen den 5 Juny 1823.

WelEdele heer. Heden een brief aan de Heeren Kerkvoogden onder addres van den WelEerwaarde Heer Predikant G. Benthem Reddingius afzendend neme ik de vrijheid UWEd. bij de Haal en lin van mijn Buurman Huurdman, eenige der voornaamste Copiën van vroeger door de WelEerwaarden Heer aan ons afgezondene brieven hier bij in te sluiten, vriendelijk sollisterende om deze zoo het in UWEd Heeren vergadering vereischt mogt worden over te willen leggen:Geene betere gelegentheid wetende dan om dezelven bij deze gelegentheid aan UWEd te addresseeren hope ik dat UWEd mij de vrijheid niet ten kwade zult duiden. Waarmede ik met de meeste hoogachting mij noeme UWEdv Dr. H. B. Lohman. (per order).

G. idem

Aan de WelEdele Heeren Kerkvoogden der hervormde Gemmente te Assen. Groningen den 5 Juny 1823.

WelEdele Heeren!Ik ondergetekende N:A:Lohman Firma N:A:Lohman en zonen. Orgelmaker te Groningen.

Neemt door dezen de vrijheid mij tot UWEd. Heeren te wenden ten einde inlichting te mogen erlangen omtrent volgende onderwerp. In den jare 1817 in Assen het plan zijnde om in de kerk der boven gnoemde Gemeente een orgel te willen hebben, heeft de ondergetekende zich verpligt geacht deszelfs diensten tot het vervaardigen en plaatsen van zoodanig werk aan te bieden, tot welk einde ik mij ten tijde voornoemd bij de WelEerwaarde Heer Prediknt G:Benthem Reddingius geaddresseerd hebbe. Van wien ik vervolgens schriftelijk order hebbe ontvangen tot het doen van informatiën, moeitens, en onkostings ter bekoming van een oud Orgel, waarvan bij mij alle de bewijzen voorhanden zijnde, wijders deze plannen niet doorgegaan zijnde hebbe ik Bestek en Tekening opgemaakt, en in Persoon dezelve mede na Assen genomen, en er mij mede bij de WelEerwaarde Heer Reddingius vervoegd, welke daarop benevens eenige andere Heeren met mij over deze zaak gebesongerd hebben en mij verzogt om genoemde Bestekken en Tekenign te mogen houden ten eide verdere besluiten te nemen, na dat men dan gebruik van deze mijne werkzaamheden had gemaakt en het werk aan een ander is uitbesteed, heeft de WelEerwaarde Heer mij mijne Bestekken en tekening verzeld met een brief dat men deze plannen uit hoofde der kostings niet konde accepteeren door den Heer Reiger alhier weder bezorgd. Regt meenende te hebben om behoorlijk voor mijne moeite betaald te worden, hebbe ik eene zeer billijke Rekening opgemaakt en die aan de WelEerwaarde Heer bezorgt en die vervolgens gedurig herhaald, doch hierop nimmer een voor mij voldoend antwoord hebbende ontvangen dewijl ik immer op eene Commissie wierd verwezen, en daar ik geene andere brieven dan van zijn WelEerwaarde had en uit wiens eerste brieven niet gebleek als zijnde niet in de Commissie of niet geauthoriseerd te zijn, veronderstelde ik dat zijn WelEerwaarde deze zaak beter dan ik konde in orde maken en ben mij daarom hierin altijd gelijk gebleven en de WelEerwaarde Heer gedurig om mijne Penningen aangemaand, eventwel tot nu toe geene betaaling hebbend ontvangen, hebbe ik iemand mijnentwege geauthoriseerd om zoo mogelijk deze zaak in der minne uit den weg te maken en te dien einde na Assen gezonden welke zich in Persoon bij de WelEerwaarde Heer vervoegd en op zijn verzoek ook bij die Heeren welke ten tijde van het inleveren van mijne Betstekken en Tekening bij de weleerwaarde Heer vergaderd waren is gegaan. Nu dan verstaan hebbende, dat het orgel met alles deszelfs op een en dépendenten aan de Heeren Kerkvoogden was overgedragen en het nodig was zich hieraan te addresseren zoo neme ik de vrijheid vriendelijk aan UWEd Heeren Kerkvoogden te verzoeken mij spoedig te willen antwoorden, of UWEd Heeren mij gelegentheid kunnen bezorgen ter bekoming van mijn geld, of een addres aan te wijzen van wien ik hetzelve moet ontvangen, dewijl ik zeer gaarne een einde aan deze onaagenaamheden werde zien. Zende UWEd. Heeren hiernevens Copie der Rekening aan den WelEerwaarde heer Reddingius gezonden. In afwagting van spoedig gunstig berigt hebbe ik de Eer met alle hoogagting te noemen UWEd Heeren Dienstv. Dr. N:A:Lohman enz.

H. idem.

Groningen, den 30 September 1823. WelEdele Heer! In de maand Junyj:l:aan UWEdele een brief met eenige Copiën van brieven ingesloten hebbnde afgezonden, alsmede een brief(volgens UWEd welmeenende Raadgeving)aan de Heeren Kerkvoogden van Assen onder addres aan den WelEerwaarde Heer G. Benthem Reddingius inhoudende eene opgave van de grond onzer Pretentie wegens gedaane infor-ma-tiën, moeitens, onkostings, enz. ter bekoming van een Orgel voor de Hervormde Kerk te Assen, met vermelding van de hierop betrekkelijk plaats gehad hebbende omstandigheden, verzoekende daarom de Heeren Kerkvoogden voornoemd zoo indien HunEd: alle die zaken hadden overegenomen ons te willen berigten waar en hoedanig wij ons geld konden bekomen. In het vertrouwen dat de WelEerwaarde Heer Predikant deze brief wel aan Heeren Kerkvoogden voorgelegd zoude hebben, is er tot dus verreegter nog geen berigt opgekomen. Zoo nemen wij dan bij dezen gelegentheid de vrijheid UWEd:lastig te vallen om ons met brenger dezes berigt te willen doen toekomen hoedanig het die aangelegentheid gesteld is. Zeer gaarne zagen wij de billijke beloning onzer arbeid nu ook spoedig volgen, zijnde van UWEdele goedgezindheid om deze zaak mede helpen uit den weg te ruimen overtuigd. Wanneer men nu dan genegen zijnde om dadelijk te willen Rekenen zoo kan men zulks met brenger dezes (zijnde H:Lohman)woonachtig te Assen in order maken. Waarna wij in het vertrouwen van Gunstig Rapport ons met de meeste Hoogachting noemen WELedele Heer UWEdv:dienaar N:A:Lohman en Zoonen. (gericht aan de heer Oosting te Assen).

I. idem.

Fiat restitutie uit de post van onvoorziene uitgaven dienstjaar 1824 met acht guldens. Assen d. 20 Jnui 1825. De kerkvoogd. J. Collard. Assen den 9 december 1823.

no 3. Voldaan G. Vos. Na gehouden overweging uwer missive van den 5 juni jl. van de kopijen welke Ued. aan den Heer Oosting hebt ter hand gesteld, en van de informatien welke wij hebben bekomen, is het ons toegeschenen dat Ued. in de jare 1817 getracht heeft om in het voorgenomen daarstellen van een orgel in de kerk te Assen gebruikt te worden, en toen obligeante dienstaanbiedingen hebt gedaan plans ingezonden, wij, en dat die gene welke dat werk op het oog hadden wel gebruik hebben gemaakt van uwe Offertes om zoo veel aanbetreft het nemen van informatien te Amsterdam, doch slechts onder aanbod van uw uitschotten te willen restitueren terwijl zij Ued. vervolgens de vrijwillig ingeleverde plans hebben teruggezonden. Het daar gestelde Orgel is vervolgens aan de Gemeente geschonken zonder eenig bezwaar van schulden;ook zijn wij de Heeren welke het orgel hebben daargestel niet opgevolgd dienvolgens zijn wij uit genen hoofde aansprakelijkwegens uwe vordering. Niettemin schijnt uwe pretentie ten aanzien van de informatien en uitschotten ter somme van acht gulden billijk te zijn en wanneer Ued. zich daartoe wil bepalen, waarop wij het antwoord van Ued. vragtvrij zullen verwachten, zijn wij genegen om het Provintiaal kollegie van Toezicht authorisatie te vragen om UE. de gezegde acht guldens, uit de inkomende fondsen in het jaar 1824, te voldoen. Het kollegie van Kerkvoogden der Hervormden te Assen. G. Vos. President.

Aan de Heer N. A. Lohman en Zonnen te Groningen. De acht guldens, in deze brief vermeld, bij mij door mijn broeder ontvangen van Mr. G. Vos Assen 16 Junij 1825. N: Lohman.

 

Bijlage 4.

De WelEdele Her J. H. Smit, president kerkvoogd bij de Hervormde te Assen.

WelEdele Heer!

Ten gevolge uwedele verzoek in dato den 18 April deses jaars de staat de orgels in de hervormde kerk te Assen onderzocht hebbende, heb ik de Eer hier onder te laten volgen eene opgave der noodzakelijkst te herstellen gebreken met bijvoeging der werkzaamheden die tot herstel dier defecten zullen moeten worden verrigt.

Ten 1sten. Is het orgel zoodanig van stof voorzien dat de aanspraak van het pijpwerk daardoor zeer belemmerd wordt, dewijl de stof zich in de ondereinden der pijpvoeten en benedenlabiums heeft vastgezet. Men zal om zulks te herstellen al het pijpwerk van de windlade en uit het orgel nemen, dezelve in- en uitwendig van de stof zuiveren en de windlade en alle overige deelen des orgels zoo mede de orgelkast van alle stof ontdoen.

2den. De grootste metalen binnenstaande labiaalpijpen zijn gedeeltelijk verzakt vooral die van de Bourdon 16 voet. Waarom men die pijpen na de schoonmaking weder in rechte positie zal brengen, en waar zulks ten dien einde nodig is de voeten van de Corpora’s afnemen en na de nodige reparatie weder aansoudeeren, en tevens alle de aan de beneden einden te zwakke pijpen op eene doelmaige wijze versterken, de ingedeukte en beschadigde pijpen zullen op vormen worden opgerond, en de inscheuringen van sommige pijpen aan de boveneinden worden gesoudeerd en daarna de grootste derzelve van boven met stemkleppen worden voorzien opdat dezelve op den duur van boven onbeschadigd blijven. Mede zal men ten einde toekomstige verzakking of doorbuiging te voorkomen bij de groten der metalen Bourdon pijpen aanhenglatten aanbrengen, waaraan die pijpen door middel van ooren om pennen sluitende bevestigd worden.

3den. Veele der in het front staande pijpen zijn aan de beneden einden ook doorgezakt waardoor de corpora’s van boven ook zijn omgebogen. Hetwelk ook zal worden hersteld door teregtzetting en afneming der voeten met aanzetting van dikkere beneden einden waar zulks nodig is, terwijl verder langs de agterzijde van die voeten, staven van stevig Pijpenmetaal zullen wordn gesoudeerd. De lange conducten tot deze frontpijpen behorende, uit gebrek aan steunsels doorhangende en loslaten-de, zullen bij hunne lekkaadjen weder worden aangelijmd en door aan te brengen scheeringen of steunsels voor doorzakkken worden behoed.

4den. Ook de grote Trompet corpora’s zijn zakkende en van onderen ingeknepen. Deze zullen van nieuwe steviger beneden einden uit goed pijpmetaal vervaardigd worden voorzien.

5den. Twee der blaasbalgen zijn in 1838 aan de agtereinden in nieuw lederwerk gezet, de derde heeft daaraan ook behoefte. En zal alzoo van nieuwe lederen sluitstukken, hoeken en harten worden voorzien, terwijl de overige lekkaadjen aan alle blaasbalgen enz. ook zullen worden digt gemaakt. Na de behandeling aan de onderscheidene deelen van al het bovenvermelde en de herziening van eenige hier niet genoemde kleine gebreken zal het pijpwerk wederom in het orgel worden geplaatst en ieder stem na zijne vatbaarheid worden geintoneerd en vervolgens het geheele orgel in goede stemming worden gebragt.

De kosten van bovenstaande werkzaamheden met de bijlevering der daartoe benodigde materialen en in inbegrip van kostgelden, reiskosten en transportkosten van goederen zullen bedragen eene som van Tweehonderd en vijftien Gulden, Ned. Courant. Terwijl tot eenge adsistentie en windgeving door het kerkbestuur wordt geleverd een handlanger of blaasbalgtrapper. Niet twijfelende of dit een en ander zal voldoende zijn om aan UwEdele verlangen te beantwoorden, heb ik de eer na aanbeveling te zijn Uw Ed. Dw. Dienaar G. W. Lohman. Groningen den 6den Mey 1840.

 

Bijlage 5.

RAD. AHKA. Inv. S. 68. Bijlage Notulen Kerkvoogdij J7. 20-1-1848.

Ingevolge de voorlopige bepaling tussen den voorzittenden kerkvoogd en den tweeden ondergetee-kenden is overeen gekomen dat de tweede ondergeteekende aanneemt het orgel uit de tegenwoordige in de nieuwe kerk der Hervormden te Assen over te plaatsen, behoorlijk schoongemaakt, en zoo veel noodig, hersteld en vernieuwd en’t orgel, in gangbaren staat op te leveren half Maart aanstaande;dat hij er tevens de noodige ornamenten enz. zal bijvoegen, die ‘t in harmonie brengen met zijne nieuwe standplaats en tegelijk aanbrengen, ’t schilderen, vernissen, vergulden, verzilveren en verfoeliën, enz
’t geen naar den eisch van ‘t werk gevorderd wordt, an ‘t geheel uiterlijk, als nieuw en sierlijkte doen voorkomen. Dat voor dit alles te zamen door d’ eerst ondergeteekende, kerkvoogden der hervorm-den te Assen aan den tweeden ondergeteekenden, den Heer P. van Oeckelen, te Groningen, zal worden betaald een som van drie honderd vijftig gulden, zonder meer ‘t zij voor overbou of iets anders van welken aard ook. Dat die som ineens zal worden voldaan, onmiddelijk na den afloop van ‘t wer, de opneming en goedkeuring. Assen den 19 January 1848. Kerkvoogden der Hervormde Gemeente te Assen. [w. g. ] L. Oldenhuis Gratama, P. van Oeckelen, orgelmaker.

Nassau.

 

Bijlage 6.

RAD. AHKA. Bijlage Not. kerkv. 1848. no 5. 8-2-1848.

In het orgel bestaan de navolgende gebreken:
1e. De Viool de Gamba is onbruikbaar zonder beterbaar tenzij men ze verandere in een Salcionel.
2e. De Quint 6 voet is geheel ondoelmatig tenzij ze omgewerkt wordt in een Open Quint 3 voet.
3e. De Roerfluit 4 voet geeft geheel niet het geluid van die stem en kon verwerkt worden tot een Gedekt Fluit van 4 voet.
4e. De Flageolet 1 voet voldoet geheel niet aan de benaming en is eene ongeschikte stem voor het manuaal, beter ware een Gemshoorn of andere doelmatige stem.
5e. De windlade is vol gebreken:de verdeelingen zijn niet mathematisch of symmetrisch.
6e. De drie blaasbalgen zijn voor ‘t bestaande werk te klein: de bovenbladen moeten worden versterkt en verbeterd, de windschep- en uitval moet worden verbeterd, calcatuur claves zijn te kort, de potjes van de assen versleten en niet meer sluitende, de blaasbalgen dienen meer inhoud te hebben en van ruimer omvang te zijn en ook langzamer afloop hebben, dan zullen ze gelijkmatiger wind leveren.

Ik stel voor den heer van Oeckelen, als verplicht de gebreken te herstellen, hierop te doen berigten of in eene kerkvoogdenvergadering van ieder punt verslag te doen geven ten einde daarna hierover te kunnen besluiten. Assen 4 februari 1848. [w. g. ] L. Oldenhuis-Gratama.

 

RAD. AHKA. Bijlage Not. Kerkvoogdij. Verg. 8-2-1848. no. 5A. (port. 57 no X).

Leiden den 3 Maart 1847. Den WelEdelenGestr. Heer. Mr. Nassau te Assen.

WelEdele Gestr. Heer!

Bij mijn belofte op den 29ste October pf. van meening zijnde voor den aanvang van dit jaar aan UwEdwelgstr. te doen geworden eene voorlopige calculatieve begrooting van kosten die zullen worden vereischt tot verbouwing en vergrooting van het in de Hervormde Kerk te Assen bestaande or-gel, zoodanig als noodig zal zijn om hetzelve voor de nieuw te bouwen kerk doelmatig in te rigten en aldaar te plaatsen, stuite ik aan dien arbeid willende beginnen bij overziening van de door Uwel

Edgestr. aan mij opgegeven eventuele plaatsruimte en bij vergelijking daarvan met het uitwendige van het meergemelde orgel, op de ontworpene te bekrompen plaatsruimte. Dezelfde oorzaak belemmerde mij in de opmaking van eene begrooting voor een geheel nieuw voor de nieuwe kerk en talrijkheid der gemeente toereikend werk. Aangezien ik bevond dat de inwendige zamenstelling en uitgebreidheid van een zoodanig Orgel eenen meerderen uitwendigen omvang zal vereischen dan die waartoe de opgegevene plaatsruimte gelegenheid aanbied.

Van plan zijnde in den loop van January van hier huiswaarts te keren, besloot ik na het in de geest gemaakt ontwerp van meergenoemde vergrooting en van een geheel nieuw voor de nieuwe kerk doelmatig

in- en uitwendig ingerigt orgel van den verderen arbeid af te zien tot dat ik op mijn reis naar huis Assen aandoende UwEdgestr. persoonlijk mijne gevonden bezwaren zoude kunnen doen verstaan en in overweging geven of voor den aanvang van den bouw der kerk(waarvan zoo ik mij voorstelde voor den winter toch slechts den aanleg van de fundamenten kan zijn gemaakt), ook zoude gezorgd kunnen worden dat het geene wat bij den eersten arbeid betrekkelijk de orgel plaatsruimte zal moeten geobserveerd worden, ook voor de wenschelijke wijzingen vatbaar zal kunnen zijn en ter harte worden genomen. Daar echter bijkomende bezigheden mijn verblijf hier hebben verlengd en waarschijnlijk tot in April noodzakelijk zullen maken, zoo vermeene ik Uw Edgestr. mijne bedenkingen niet langer te mogen onthouden daar het saisoen en mogelijke geschiktheid des jaars den spoedigen aanvang der kerkbouw te Assen waarschijnlijk maakt en ik vermeen nu daarom UwEdgestr. het volgende te moeten berigten.

Als ten eersten. Dat het in de oude kerk bestaande orgel beslaat eene breedte van plm4. 10 El. Eene diepte binnen de lambriseering van 3. 87 El. Waarvan de orgelkast 1. 78, de ruimte tusschen de orgelkast en Blaasbalgenkast 0. 65 en de diepte der Blaasbalgenkast 1. 44 samen 3. 87 El. Hebbende de orgelkast uit het oxaal eene hoogte van 4. 57 El.

Ten tweeden. Dat de eventueele plaatsruimte is. Eene breedte van 6. 50 El, eene diepte van 2. 90 og 3. 00 El. Eende hoogte van 4. 20 El, de hoogte in het gezicht 3. 80 El, welke laatste vermoedelijk diegeene is waarover men, athans wat het zichtbare gedeelte van het orgel zal moeten worden, kan beschikken.

Ten derden. Dat voor het uiterlijke van een welgeordend nieuw orgel, zal voor de nieuwe kerk zich niet te nietig vertoonen en voor de inwendige zamenstelling op niet te bekrompene en voor het werk schadelijke wijze aangelegd zijn benodigd is: minstens eene breedte van 3. 70 El, minstens eene diepte van 3. 40 El, tenzij de blaasbalgen niet agter het orgel behoeven te leggen en de plaatselijke aangelegenheid daarvoor eene andere ruimte aanbied. Of dat de orgelkast voor het grootste gedeelte voor de balustrade, en dus verre in de kerk mag uitkomen. Minstens eene hoogte van 4. 40 El, terwijl dan nog op het hoogste punt geen ornament van eenige beteekenis zal kunnen worden geplaatst indien daarboven niet nog 3/4 El meerdere hoogte komt.

Uit bovenstaande opgaven en vergelijkingen zal Uw Edgestr. zien. 1sten. dat de nieuwe plaatsruimte althans wat de hoogte betreft ontoereikend is. 2den dat zulks evenzeer met de diepte het geval is, tenzij de blaasbalgen ergens anders dan agter het orgel kunnen gelegd worden of dat het orgel genoegzaam voor de balustrade mag uitspringen, in welk laatste geval echter de bespeeling aan de agterkant zal moeten plaats hebben, dat bij een nieuw orgel daartoe ingerigt evengoed als aan eene der zijden kan geschieden, doch bij de vergrooting en verbouwing van het bestaande orgel eene hoogstmoeijelijken en meerdere kostbare verandering, dan reeds in ieder geval van elke andere toereikende vergrooting het geval moet worden, zal veroorzaken.

Of nu de ontbrekende hoogte door verhooging van het bestemde orgelvlak zonder groote moeilijkheden en afwijkingen van ander min te verbrekenne verhoudingen kan gevonden, dan of het oxaal gevoeglijk lager kan geplaatst worden, kan ik - als niet het plan der nieuwe kerk gezien hebbende - niet beoordeelen, zoo min als ik weet in hoeverre de overige inrigting verdieping van het oxaal kan gedoogen zonder den welstand te verliezen, doch verandering of schikkingen op de eene of andere wijze rekene ik onvermijdelijk, zal men niet bij den bouw van een nieuw orgel of bij de verandering van het aanwezige overgroote bezwaren vinden, dewelke zijn te veel ineen gedrongenheid van het werk, hoogstschadelijke bewerking van het inwendige en te veele gedruktheid van het uiterlijke waardoor alle gemis aan rijzigheid ontstaat, en de hoogte te zeer enge, heel wanstaltelijk in tegenspraak met de breedte zal komen als volgens bovenstaande opgave als de minst benodigde is.

Door deze mededeelingen UwEdgestr. en mede kerkbestuurleden wenschende in de gelegenheid te stellen om zoo mogelijk nog tijdig in de behoefte aan meerdere plaatsruimte te voorzien, zoude ik hiermede nu vooreerst het nodige hebben verrigt en met het opmaken van de begrootingen kunnen wachten tot dat bepaaldelijk de ruimte voor het orgel en toebehooren is vastgesteld, omdat bijzondere wijzigingen, die uithoofde van beperkte ruimte bij den bouw van een nieuw orgel of bij de verandering van het aanwezige zouden kunnen moeten plaats hebben, nog al de kosten van het eene of andere zouden kunnen doen verschillen, doch ik wil ingeval dat er geene te groote bezwaren zullen blijven bestaan deze toch met eenige prijsopgaven en wat daar voorlopig bij behoord, doen vergezellen zoo als UwEdgestr. hier ingelooten vinden zult. En hiermede heb ik de Eer hoogachtend te zijn UEwelEdele gestrenge Dw. Dienaar [w. g. G. W. Lohman].

 

Een geheel nieuw orgel van twee handklavieren met een aangehangen pedaal van C to d’, geschikt voor de nieuwe kerk zal, voorzien van de navolgende registers, waarvan die voor het manuaal wijd zijn gemensureerd en voor bijzondere krachtige aanspraak vatbaar zullen moeten wezen, toereikend zijn.

Als op het onderklavier

1. Praestant 8 voet van gepolijst tin.
2. Bourdon 16 voet de bas van hout de overige van specie.
3. Wijd Gedackt 8 voet het groot octaaf van hout de overigen van specie.
4. Salcional 8 voet van specie, sprekende de bas uit de Gedackt 8 voet.
5. Octaaf 4 voet van specie.
6. Gedekte fluit 4 voet van specie.
7. Quint 3 voet van specie.
8. Octaaf 2 voet van specie.
9. Mixtuur uit 2 voet van specie.
10. Trompet 8 voet van specie.

Bovenklavier.

1. Praestant 4 voet van specie.
2. Holpijp 8 voet gehalveerd het groot octaaf van hout de overigemn van specie.
3. Viool di gamba 8 voet van af klein c uit eene menging van half tin en half lood, sprekende het groot octaaf uit de holpijp.
4. Openfluit 4 voet van specie.
5. Roerfluit 4 voet van specie.
6. Gemshoorn 2 voet van specie.
7. Dulciaan 8 voet van specie, gehalveerd.

De manuaal- en bovenwerks windladen, klavieren, en overige mechanische deelen, windkanalen en alles wat tot het orgel benodigd is zal van de beste materialen en deugdzame bewerking geleverd worden. Bij dit werk zullen drie beste Blaasbalgen van ruimen omvang en inhoud geleverd worden, dewelke meer dan toereikende zullen zijn om het orgel van de benodigde wind te voorzien en wegens deszelfs ruimen inhoud en langzame afloop gelijkmatiger wind leveren dan de kleine blaasbalgen bij het aanwezige kunnen doen. De orgelkast zal geheel nieuw sterk en net bewerkt in smaakvollen vorm vervaardigd worden en van fraai gesneden ornamentwerk voorzien zijn. De manier van bewerking en bijzondere bepalingen der leveringen later bij een volledig bestek te beschrijven. Voltooid in 12 maanden na de aanneming voor eene somma van vijfenveertig honderd Gulden. Indien men nu aan het hierboven omschrevene orgel van twee handklavieren, een vrij pedaal wilde toevoegen hetwelk veel meerdere waarde aan een kerkorgel, geeft en aan hetzelve den meesten grond en mannelijk verschaft, dan zal een vrij pedaal van de navolgende dispositie aanneemlijk zijn.

1. Prestant 8 voet
2. Subbas 16 voet
3. Bourdon 8 voet
4. Octaaf 4 voet
5. Trompet 8 voet
6. Clairon 4 voet

Windladen, mechanica enz. als voren.

Dit pedaal zal agter het orgel geplaatst moeten worden en besloten in een afzonderelijke kast met een ruimte tusschen dezelve en de eigentlijke orgelkast zoodat, in dat geval de blaasbalgen niet agter het orgel leggen kunnen maar daarvoor eene andere geschikte plaats moet kunnen gevonden worden. Dit pedaal zal deszelfs wind mede ontvangen uit de drie bovengenoemde blaasbalgen, die echter nog met één zullen vermeerderd worden, zoodat er voor het geheel vier blaasblgen zullen zijn. Het bovengneoemde orgel van 17 stemmen met het vrij pedaal van zes stemmen zal voltooid kunnen worden in achttien maanden na de aanneming en plm. achtenvijftig honderd Gulden moeten kosten.

RAD. AHKA. Bijlagen Not. kerkv. no 5B. 8-2-1848.

Opgaven tot kosten enz. , die zullen worden vereischt tot het veranderen, verbeteren en vergrooten van het aanwezige orgel tot een orgel met twee klavieren in order te plaatsen in de nieuwe kerk te Assen. Manier van bewerking en bepalingen der leveringen later bij een volledig bestek te omschrijven. Voorlopig zij hier echter opgegeven

dat Het voorwerk der kast geheel zal vernieuwd worden in andere vorm en verdeeling, zoo meede dat het zijd- en agterwerk derzelve in verband met de inwendige verandering zal worden verwerkt en ingerigt.

dat voor de Praestant 8 voet een geheel nieuw pijpenfront van nieuw bloktin sierlijk gepolijst, zal geleverd worden.

dat de aanwezige dispositie van stemmen(met eenige verandering hieronder te noemen), zal blijven bestaan en het manuaal of onderklavier zal uitmaken.

dat de pijpen van die stemmen verbeterd en in andere mezuuren zullen gebragt en veele slechten derhalve zullen vernieuwd worden.

dat de Viool de Gamba als onbruik- en onverbeterbare stem zal vervallen en in deszelfs plaats een nieuwe Saliconaal 8 voet geheel van fijne specie zal geleverd worden.

dat de Quint 6 voet als geheel ondoelmatig stem zal omgewerkt worden tot een Open Quint 3 voet.

dat de Roerfluit 4 voet die geheel niet het geluid van die stem aangeeft zal verwerkt worden tot een Gedekt Fluit 4 voet.

dat de Flageolet 1 voet die geheel niet aan de benaming voldoet en daar en boven eene zeer ongeschikte stem voor het manuaal is zal weggenomen en zoo plaatsruimte op de windlade het veroorloofd een Gemshoorn of eene andere doelmatige stem daarvoor zal geleverd worden.

dat de windlade die vol hoofdgebreken is, verbeterd en in andere verdeelingen in verband met de nieuwe inrigting van het orgel zal omgewerkt worden.

dat het aanwezige klavier niet kan blijven bestaan maar moet worden vervangen door een nieuw, dat in verband met het daarbij gemaakt wordende tweede of bovenklavier en het voor die beide klavieren benodigde verbindings- of koppelwerk moet worden daargesteld.

dat ook van de overige mechanieke deelen als abstracten, welatuur en registratuur niet kan blijven bestaan, maar dat, dat alles geheel nieuw en naar de behoefte van de veranderde en verplaatste manuaal windlade en in simetrische verhoudingen moet worden daargesteld.

dat de drie blaasbalgen die alreede voor het bestaande werk te klein zijn ingerigt, niet toereikende zijn voor het toekomstige vergrootte werk en uit dien hoofde nog eene vierde blaasbalg daar zal worden bijgemaakt, terwijl de gebreken die aan de aanwezigen bestaan, zullen worden weggenomen en dezelve voor zoo veel den kleinen vrom en inhoud mogelijkheid aan de hand geeft, door versterking van de bovenbladen, verbeterde windschepping en uitval en wat meer nodig zal zijn tot goede blaasbalgen zullen gemaakt worden, de calcatuur claves verlengd en de assen derzelve in beter sluitende potjes zullen gelegd worden.

dat de blaasbalgenkast met derzelver toebehoren zullen worden vernieuwd overeenkomstig de behoefte van het veranderde manuaal en het geheele werk.

dat bij het bovengenoemde verbeterde en veranderde werk waardoor het tot het manuaal of onderklavier is ingerigt zal geleverd en in dezelfde orgelkast geplaatst worden eene geheel nieuwe windlade voor het bovenwerk of tweede klavier van de beste materialen en deugdzame bewerking.

dat voor die windlade geleverd en op dezelve zullen geplaatst worden de navolgende nieuwe stemmen als.

1. Praestant 4 voet van specie, tezamengesteld uit 1/3 tin en 2/3 lood.
2. Zachte Holpijp of Gedackt 8 voet gehalveerd het groot octaaf van hout, de overigen van specie.
3. Fluittravers 8 voet diskant van mahoniehout met palmhouten monddekstukken.
4. Openfluit 4 voet van specie.
5. Roerfluit 4 voet van specie.
6. Woudfluit 2 voet van specie.
7. Dulciaan 8 voet, gehalveerd.

dat de verdere tot dit bovenwerk benodigde zoo mechanieke als windvoerende en overige deelen van de deugdzaamste materialen en bewerking onberispelijk zullen geleverd en dit werk met het manuaal of onderklavier tot een goed geheel zal te zamen gesteld worden.

dat na de zamenstelling van het binnenwerk, het veranderde, verbeterde en nieuwe pijpwerk van het manuaal en dat van het bovenwerk overeenkomstig de benaming der stemmen krachtig en tevens aangenaam luidende geïntoneerd en in zuivere stemming zal gebragt worden.

dat de bovengemelde werkzaamheden zullen ten einde gebragt en het orgel speelvaardig zal kunnen geleverd worden, tien maanden na de aanneming van dezelve. En eindelijk dat de kosten daarvan zullen belopen plm. Drie en dertig honderd Gulden.

 

RAD. AHKA. Bijlagen Not. Kerkv. no 6. 8-2-1848.

In ‘t front van de orgelkast bestaan de navolgende afwijkingen aan goede smaak en elegantie opmerkbaar voor iederen oplettenden besschouwer.

1e. Tusschen de eikenhouten kroonlijsten van de drie torens en de zich verbeeldende witte en ver-gulde zijden draperiën zijn witte vierkante verlengstukken of verlegblokjes aangebragt, waarschijn-lijk om het front en de torens hooger te maken dan de pijpen lang zijn, en om een vergis in berekening van de vooraf gereed gemaakte draperiën te verbergen:- dit hoort niet de ruimte moet aangevuld worden of door de kroonlijst of door de draperie- in het eerste geval moet het bruin gekleurd zijn: in het tweede geval verguld en gedeeltelijk wit: - Het blijkt reeds daaruit, dat het thans bestaande verkeerd is, omdat eene draperie, zoo als het thans verbeelden zal, nooit in het vierkante kan hangen.

2e. Het ornament op de middenste toren is op zich zelf zonder smaak en zonder beteekenis: waar beduiden de ter wederzijden van onder uitstekende figuren? De meeste hebben het mij niet kunnen oplossen: waarschijnlijk zal het eene bundel vaandels zijn, maar dan is het zeer ongelukkig gekozen:de fluiten en trompetten en trophee gebonden of vereend - zooals het schijnt dat de bedoeling is - zijn veel te klein: deze kleinhied valt vooral in het oog, wanneer men ze vergelijkt - als ook dat geheele ornament - met de beide vazen staande op de beide andere torens, daarnaar gerekend zou het ornament - op de middenste toren teminste eens zoo groot moeten zijn. Er bestaat ook geen sprekend verband tusschen de ornamenten op de drie torens.

3e. Daar de draperiën en de ornamenten ter wderzijden met goud zijn afgezet, staat het arm, dat geen der drie ornamenten op de torens met goud zijn versierd.

4e. Het dekkleed, waarschijnlijk ter wering van lekkerij over het gansche orgel gespreid moet uit het gezigt gebragt worden. - of er moet zoodanig kleed over ieder toren afzonderlijk liggen want de overstekende kleeden nemen de illusie weg.

Ik stel voor deze bedenkingen aan de Heer van Oeckelen mede te deelen. [w. g. ]. L. Oldenhuis-Gratama.

 

Bijlage 7.

RAD. AHKA. Bijlagen Not. Kerkvoogdij. Nr. 46a. 1853.

Groningen 27 September 1853.

Wel Edele Achtbare heer!

In antwoord op UWEd Achtbr laatste van den 23 dezer, heb ik de eer UWEd. Achtbr. te berigten, dat ik heb berekend, wat een tweede Klavier met bijvoeging van een vierde blaasbalg voor het Orgel in de Groote Hervormde Kerk te Assen zoude moeten kosten en bevonden, dat deze vernieuwing ingevolge bijgaande nota, met het leveren van alles wat daartoe wordt vereischt, zoude komen duizend en twintig Gulden, echter indien de Dulciaan 8 voet niet wordt geplaatst alsdan op achthonderd en zeventig Gulden. In deze nota zal UWEd. Achtbr. in het kort de voornaamste punten zien aangestipt, van welke deelen, wanneer zulks mogt worden verlangd ik een breedere en omslagtigen omschrijving zal opmaken en van UWEd. Achtbr. doen toekomen. Hiermede hoop ik UWEd. Achtbr. verlangen te hebben voldaan, terwijl ik met een waar gevoel van hoogachting de eer heb te zijn UWEd. Achtbr. DW. Dienaar,

[w. g. P. van Oeckelen].

Nota van eene vernieuwing of vergrooting van het Kerkorgel in de Groote Hervormde Kerk te Assen.

Art. 1. Bij het thans aanwezige Orgel zal worden bijgevoegd een tweede Klavier of boven-manuaal hetwelk door een gehalveerde trekkoppeling met het onder-manuaal kan worden verbonden.

Art. 2. Een nieuwe windlade, waarop komen te staan de navolgende stemmen:

1. Holfluit 8 voet twee octaven gedekt.
2. Nachthoorn4 voet  
3. Fluit 4 voet  
4. Fiola di Gamba 8 voet vanaf groot F, de vijf laagste toonen te ontleenen uit de Holfluit.
5. Fluit 2 voet  
6. Dulciaan 8 voet  

Art. 3. Een nieuwe blaasbalg bij de drie aanwezigen bij te plaatsen, in grootte en inhoud aan dezen

gelijk, verders kanalen, afsluiting enz.

Art. 4. Voor de Viola di Gamba in het hoofd-manuaal te plaatsen Prestant 16 voet, Discant.

Art. 5 . De aanwezige welraam met de mechanica geheel te vernieuwen, ten einde de speelaard te verbeteren.

art. 6. De frontpijpen van nieuws afslijpen of polijsten.

Idem. no 46d. Weledelgestrenge Heer!

Volgens afspraak heb ik de eer UWelEdelGestrenge nog op te geven verbeteringen welke er noodwendig, wanneer de vergrooting van het Kerkorgel mogt tot stand komen, aan de dispositie van het aanwezige te bewerkstelligen en wel voor de Viola di Gamba welke moet vervallen te plaatsen Prestant 16 voet, Discant. En voor de Flageolet 1 voet, een Salicionaal 8 voet waarvan het Groot octaaf kan gevonden worden uit de aanwezige Viola di Gamba, en eindelijk de gehele Bas van de aanwezige Trompet te vernieuwen naar een beter stelsel van tongen, l epels en Mensuur. Deze verbeteringen en vernieuwing worden door mij begroot op een som van f. 250, --. Met een waar gevoel van hoogachting ben ik WelEdelGestrenge Heer UWEDelGest. Dienaar van Oeckelen. Assen den 24 November

1853

 

Bijlage 8.

RAD. AHKA. Bijlagen Not. Kerkvoogdij 1853. No 46.

Bestek en Conditien weegens eene vergrooting, Vernieuwing en Verandering aan het Orgel in de Hervormde Kerk te Assen.

Bestek en Conditien waarnaar het Collegie van Heeren Kerkvoogden der Hervormde Gemeente te Assen,

voornemens is , uit te besteden het vervaardigen en plaatsen van een geheel nieuw tweede Manuaal bij het thans aanwezige Orgel in de Kerk van gemelde Gemeente. - En tevens eene gedeeltelijke vernieuwing en verandering in de Dispositie van het bestaande Orgel.

Art. 1. Windlade en derzelver Maaksel.

Tot dit bij te voegene boven-Manuaal zal eene Sleepwindlade, verdeeld in 54 Cansellen of windkamers van Groot C tot en met drie gestreepte f, in grootte, oppervlakte en inhoud geëvenredigd aan de grootte en hoeveelheid van de stemmen, welke er op zullen komen te staan, vervaardigd worden. Deze windlade, welke in twee deelen vervaardigd en door koppelstokken aan elkanderen verbonden wordt, zal met deszelfs pijpstokken, roosters of pijpstoelen, sleepen, ventielen enz. van best droog wagenschot worden gemaakt, aan den onderkant van de windlade en de windkast, waar de ventielen tegen aan drukken, zal met best mediaan papier worden bekleed, terwijl de ventielen met zachte strooken leder belederd en van achteren los in hunne stiften moeten worden gelegd, om ten allen tijde naar verkiezing dezelve er te kunnen uitnemen, en zullende de pijpstokken met stevige koperen schroeven op de windlade worden bevestigd.

Art. 2. Over het Pijpwerk.

Op de hiervoren omschreven windlade zullen worden geplaatst:

1. Holfluit 8 voet twee octaven gedekt, de volgende opene, wijd van mensuur, groot octaaf wagenschot.
2. Nachthoorn 4 voet  
3. Fluit 4 voet  
4. Viola di Gamba 8 voet vanaf Groot F, de vijf laagste toonen te ontleenen uit de Holfluit
5. Fluit 2 voet  
6. Dulciaan 8 voet gehalveerd

Art. 3.

In de dispositie van het aanwezige Orgel zullen worden veranderd en vernieuwd de volgende stemmen:

1. Voor de Viola di Gamba 8 voet, te plaatsen Prestant 16 voet discant.

2. Voor Flageolet 1 voet een Salicionaal 8 voet, waarvan het Groot octaaf kan worden gevonden uit

de aanwezige houten pijpen van de Viol di Gamba.

3. Een geheel nieuwe Trompet in de bas naar een beter mensuur van lepels, stevels en corpora’s, de discant zoo veel mogelijk naar die van de bas te intoneren.

De spetie tot de pijpen op beide windladen, welke in gemelde dispositie niet van hout zijn opgegeven, zullen uit een mengsel van één derde tin en twee derde lood bestaan. De houten pijpen zullen geploegd en met houten nagels in elkander worden gemaakt en van binnen met roodbolis en lijm worden uitgevoerd, in de voorslagen met leder en koperen schroeven worden vastgelegd om ten allen tijde de intonatie te kunnen regelen. Al het bestaande pijpwerk zal zoo geregeld en ruim op de windlade worden geplaatst, dat geene den anderen in de uitspraak hinderlijk zij en men op eene gemakkelijke wijze bij iedere pijp kan komen, om te stemmen, terwijl de grootste opene labiaalpijpen van stemlappen zullen worden voorzien, welke boven in ieder dier pijpen zal moeten worden gesoldeerd. De mondstukken en tongen van de Trompet 8 voet en van Dulciaan 8 voet, zullen van best geslagen geel koper zijn; de grootste mondstukken dezer beide stemmen zullen met tinnen platen, met leder bevoederd, worden belegd; terwijl de stemkrukken ter bekwamer dikte van geel koperdraad zal genoemen worden.

Art. 4. Blaasbalgen.

De blaasbalg, welke er hoofde van een tweede Orgel of Clavier, moet worden bijgemaakt, ten einde genoegzame voorrad van wind te erlangen, zal van gelijke grootte en inhoud worden gemaakt als de thans aanwezigen, van best droog wagenschot; de fundament- en bovenbalk, zal mede van eikenhout moeten zijn ter hoogte van elf duim, de laatste bij wijze van een raam suffisant op het bovenblad worden bevestigd met lijm en houten nagels. De valten of vouwen zullen uit eene breedte van 13 streeps wagenschot worden genomen van binnen zoo wel als de bladen der balgen met lijm en roodbolis worden uitgevoerd. De onder- en bovenvalten worden van binnen zoo wel als van buiten en op de bladen, met wit leder verbonden, waarna dezelve vervolgens weder met leder worden voorzien, terwijl de broeken of zwikkels van daartoe geschikt leder genoemen zullen worden. Deze balg zal omkleed worden met randen van 13 streeps wagenschot, welke met houten nagels zullen worden bevestigd, ten einde muizen enz. van dezelve af te sluiten. De vang-ventielen zullen op ramen gelegd en met koperen schroeven onder tegen de balg worden bevestigd, om derzelve naar verkiezing er onder weg te kunnen nemen.

Art. 5.

Het ribbenhout benoodigd voor de vergrooting der blaasbalgenkast, alsmede de omkleeding derzelve, kan van best vuren hout genoemen worden, met uitzondering van de treeder en ligter, welke eerste van eene bekwame dikte van greenen en de laatste van taai eiken hout moet worden vervaardigd.

Art. 6. Van de Windkanalen.

De windkanalen tot dit bovenmanuaal en de afsluiting van hetzelve zullen van best droog wagenschot genomen worden, van binnen met roodbolis en lijm uitgevoerd en met houten nagels en lijm tezamen worden gevoegd, zullende dit Kanaal onmiddelijk worden geleid uit het reeds bestaande Hoofdkanaal naar de Boven manuaals lade.

Art. 7. Van de Clavieren.

Het handclavier voor het nieuwe bovenmanuaal zal verdeeld zijn in 54 claven of toetsen, loopende van Groot C tot en met f (3) en worden vervaardigd van droog regtdradig wagenschot de platte of benedentoetsen met best wit ijvoor belegd en de verhevene of boventoetsen van masief ebben hout worden gemaakt, onder deze rei Clavieren zullen zachte kussens worden aangebragt, de toetsen zonder te knellen, zullen sluiten tusschen hunne stiften, de gaten, waardoor de drukkers gaan juist van wijdte zijn om zoo veel mogelijk eene gemeakkelijke bespeeling te bevorderen. Het Clavierraam zal van wagenschot worden vervaardigd en voor zoo verre hetzelve in het gezigt komt, met de voorzetplank van sierlijk mahoniehout worden voorzien. Om de beide hand Clavieren te gelijk te kunnen gebruiken, zal eene trek-koppeling worden aangebragt en wel zoo ingerigt, dat dezelve onder het bespeelen zonder eenige hinder kan aan- of afgezet worden, zullende deze koppeling in de Bas en Discant gescheiden en bij gevolg gehalveerd zijn.

Art. 8. Van de Mechanica in het algemeen.

Het tegenwoordige welraam zaal door een geheel nieuwe en meer doelmatige worden vervangen, verder zullen de tot het mechanieke werk vereischte wordende welraam, welborden met hunne dokken en armen, even als het Registratuur, Welatuur, Koppelstokken, claviatuur, Winkelhaakstukken met hunne lijsten, enz. en al het houtwerk, hetwelk tot de Mechanica behoort van best droog wagenschot vervaardigd worden, met uitzondering van alle abstracten en drukkers, welke van taai regtdradig Riga’s greenen hout zullen worden gemaakt. Alle de armen, winkelhaken, wippen, enz. tot het registratuur benoodigd, zullen van taai ijzer worden gesmeed en met menie ter wering van roest worden aangestreken. Al het draadwerk, hetwelk tot de mechanica als ook tot al dat gene, hetwelk voor het overige Orgelwerk moet gebruikt worden, zal van best geel koperdraad worden genomen.

Art. 9. Van de Registers.

De Registerknoppen van het nieuwe Bovenmanuaal, als ook die van het aanwezige Hoofdmanuaal, zullen van zwart ebben-hout naar een sierlijk model worden gedraaid en in eene behoorlijke orde boven en bezijden het Clavier worden verdeeld, terwijl de benaming van ieder met nette verguldene letters op daartoe gepaste plaatjes boven dezelve gesteld zullen worden.

Art. 10.

De Frontpijpen of Gezigtspijpen, zullen er uit genomen en van nieuws worden geslepen of gepolijst en de labiums deszelve worden verguld.

Art. 11.

Alle materialen welke verder tot het binnenwerk van het bovengenoemde Orgel benoodigd zijn en te veel om te specificeeren, zullen door den Aannemer ter goeder touw, ten genoegen der Heeren Uitbesteders geleverd en de bewerking daarvan op de naauwkeurigste wijze verrigt worden.

Art. 12.

Na alle pijpen op hunne windladen regtstandig en sluitend in hunne stoelen te hebben gezet, en na de grootste, welke niet geschikt op zich zelve kunnen staan, met aangesoldeerde oogen aan latten of regels met koperen pennen te hebben vastgehangen, zal men tot de intonatie derzelve kunnen overgaan. Na iedere stem dan naar zijn aard te hebben geintoneerd en alle van eene vlugge en grondige aanspraak te hebben voorzien, zal het gheele pijpwerk in Orchesttoon in de gelijkzwevende temperatuur in eene goede harmonie worden gestemd. Na het Orgel volgens het hierboven beschreven bestek te hebben voltooid, kan hetzelve ter examinatie aan deskundigen door de WelEdele Achtbare Heeren Kerkvoogden, daartoe te benoemen, worden aangeboden.

Art. 13.

De Aannemer zal zijne bedongene gelden ontvangen in twee gedeelten, te weten: Het eerste gedeelte, als de windlade, blaasbalg, clavier en kanalen op hunne plaats zijn gelegd en al het geen wat tot de Mechanica behoort in gereedheid zal zijn. Het tweede of laatste gedeelte, als het geheele

Orgel is afgewerkt en door onpartijdigen deskundige Orgelkenners zal zijn goedgekeurd.

 

Art. 14.

Voor rekening van den Aannemer blijven alle kosten van transport, verblijf- en kostgelden, welke er gedurende het opzetten en afwerken van dit Orgel zal worden vereischt, terwijl Heeren Uitbesteeders zich verpligten met het aanwijzen en gebruikbaar stellen van een geschikt locaal tot berg- en werkplaats voor den Aannemer.

Art. 15.

De Aannemer zal moeten zorgen, dat het Orgel binnen den tijd van één jaar na den dag der aanbesteding, of in den loop van het jaar 1800 vier en vijftig geheel zal zijn afgewerkt.

 

Aanvulling 1.

Kerkvoogden de Hervormden te Assen, uitbesteeders ter eenre en Petrus van Oeckelen, de orgelmaker te Groningen, aannemer ter andere zijde bekennen en verklaren op het vorenstaande bestek en de vorenstaande conditien het werk daarin omschrven respectievelijkte hebben uitbesteed en aangnomen voor een somma van Twaalf honderd gulden (f. 1200, -) wordende hier tot aanvulling van het bestek aangeteekend:

1e dat alle materialen zonder uitzondering door den aannemer moeten worden geleverd, strekkende dit tot opheldering van art. 11. en

2e dat alles gereed zal zijn vóór den eersten Novbr 1854 en dat het orgel niet langer dan zes weken zal stilstaan. Gedaan te Assen heden den 16 December 1800 drie en vijftig.

De aannmer [w. g. ]P. van Oeckelen Kerkvoogden po [w. g. ]G. Sluis van hunnentwege W. Alingh

 

Aanvulling 2.

Kerkvoogden der Hervormden te Assen uitbesteeders ter eenre en Petrus van Oeckelen, orgelmaker te Groningen, aannemer, ter andere zijde bekennen en verklaren op het vorensdtaande bestek en conditien navolgende wijziging te hebben gemaakt:

1e de fluit 4 voet zich bevindende in het aanwezige orgel moet worden veranderd in eene gedekte quint 3 voet.

2e de dispositie van de registers op de nieuwe windlade zal zijn als volgt

1e Holpijp 8 voet  
2e Hol(pijp)* 8 voet te beginnen met klein G.
3e Viola di Gamba 8 voet te beginnen met Groot F, de onderste toonen sprekende uit de Holpijp.
4e Nachthoorn 4 voet  
5e Gedekte fluit 4 voet  
6e Fluit 2 voet  
7e Flageolet 1 voet deze van de thans aanwezige windlade op de nieuwe over te plaatsen.
8e Dulciaan 8 voet  

* De doorhaling van het woord pijp en inde plaatsstelling van fluit goedgekeurd. G. S. /W. A. /P. v. O.

Gedaan te Assen heden den 1800 Viert vijftig

De aannemer [w. g. ] P. van Oeckelen Kerkvoogden po [w. g. ] G. Sluis van Hunnentwegen W. Alingh.

 

Aanvulling 3.

Kerkvoogden de hervormden te Assen, uitbesteeders ter eenre en Petrus van oeckelen te Groningen, aannemer ter andere zijde bekennen en verklaren het termijn van oplevering te hebben verlengd tot den eerste february 1800 Vijf en vijftig, zullende de aannemer waartoe hij zich door onderteekening dezes verpligt, zich voor iedere week na werkens na 1 february 1855 zich op de aannemingssom laten korten eene somma van (vijf en twintig) * gulden. Assen den 15 December 1854.

* De doorhaling van vijfentwintig en inde plaatssteling van tien goedgekeurd. G. S. /W. A. /P. v. O.

De aannemer [w. g. ] P. v. Oeckelen Kerkvoogden po [w. g. ] G. Sluis van Hunnentwegen W. Alingh.

 

Aanhangsel: Keuringsrapport 1.

Na gedaan onderzoek verklaart de ondergetekende, dat het orgel in de herv. kerk te Assen, thans met een tweede klavier vergroot, geheel goed door de heeren P. van Oeckelen en Zonen is afgewerkt. Dat er echter in de oude windlade (van het onderklavier) een weinig doospraak heerscht, en het nieuwe werk (het bovenklav. ) wel naar het oorspronkelijk bestek, doch niet naar de later daarin gemaakte veranderingen is ingerigt. Dat daar entegen ook weer meer is gedaan, dan vereischt is geworden, als de vernieuwing der geheele Trompet in plaats van slechts den bas. De vernieuwing des claviatuurs van het oude werk waarvan ook niet was gesproken enz. Asen den 24 Juny 1855. [w. g. ] S. Meijer.

 

Aanhangsel:Keuringsrapport 2.

De ondergeteekende S. Meijer, organist in de Nieuwe Kerk te Groningen verklaart op heden opniuw het orgel te hebbn nagegaan en onderzocht en te hebben bevonden, dat de beide ontbrekende nieuwe registers in orde zijn aangebragt, dat de in de oude windlade geheerscht hebbende doorspraak geheel is weggenomen en dat er als nu door hem verklaard wordt dat het geheele bestek naar genoegen is afgewerkt. Ook verklaart hij nog dat het werk evengoed is ingerigt, als of de beide ontbrekende registers op de nieuwe windlade zelve waren aangebragt. Assen den 1 July 1855. [w. g. ] S. Meijer.

 

Bijlage 9.

RAD. AHKA. Bijlagen Not. Kerkvoogdij. 1894.

Groningen 27 juli 1894.

WelEdele Heer!

Doordat ik een paar dagen uit de stad was, kon ik niet eerder antwoorden op Uwe letteren van 22 dezer. Ik heb van Oeckelen gesproken, die mij verklaarde, dat door eene reparatie aan het orgel in de Herv. Kerk te Assen dit orgel wel beter, doch nimmer mooi zou kunnen worden. Uwe meening, dat men voor 3 à 4 duizend gulden wel een orgel kan krijgen, groot en krachtig genoeg voor Uwe kerk, is juist. Van 1875 tot ‘91 was ik organist in de Herv. kerk te Sappemeer op een orgel, door van Oeckelen gemaakt, dat de volgende dispositie had: Twee klavieren. Aangehangen pedaal.

Hoofdmanuaal.   Bovenmanuaal.  
1. Prestant 8 voet 1. Prestant 8 voet
2. Bourdon 16 " 2. Violoncello 16 " disc
3. Violon 16 " disc. 3. Viola di Gamba 8 "
4. Roerfluit 8 " 4. Holpijp 8 "
5. Octaaf 4 " 5. Speelfluit 4 "
6. Quint 3 " 6. Woudfluit 2 "
7. Octaaf 2 " 7. Clarinet 8 "
8. Mixtuur 3-5 sterk    
9. Trompet 8 voet    

Stomme registers: Afsluitingen, koppeling, windlosser.

Ik heb altijd met het meeste genoegen dit orgel bespeeld en nooit een beter orgel gewenscht. ’t Heeft nog geen f. 4000, -- gekost en is zeer zeker krachtig genoeg voor Uwe kerk. Voor Sappemeer was het zelfs wat al te krachtig. ‘t Eenige waar ik nog naar wenschte was een vrij pedaal en ik zou dat ook wel gekregen hebben, wanneer er ruimte geweest ware om het te plaatsen. Nu heeft van O. mij gezegd, dat hij U een dergelijk orgel wilde leveren voor den prijs te Sappemeer betaald en dat hij daarbij een vrij pedaal zou kunnen leveren in ruil voor het oude orgel. Uwen broeder heb ik gesproken en hem de dispositie gegeven van het orgel in de Remonstrantsche kerk. Dit is duurder dan de door U aangegeven som, maar behalve het vrij pedaal, vind ik het niet mooier dan dat te Sappemeer. Buiten van Oeckelen kan ik U nog de namen van de volgende orgelmakers geven: Timmenga en Bakker, Leeuwarden, Bätz en Co, Utrecht. Maarschalkerweerd, Utrecht, van Dam en Zonen, Leeuwarden, Adema, Amsterdam. Nu kan men zich wel tot die heeren wenden, maar ik ben overtuigd, dat niemand beter en goedkoper werk zal leveren, dan van Oeckelen te Harenermolen. Een paar teekeningen van orgelfronten zou ik U wel kunnen leveren, maar ‘t zou de vraag zijn of die voor Uwe kerk te gebruiken waren. Buitendien is het gewoonte, dat de orgelmaker eenige teekeningen van orgelfronten voorlegt, waaruit hij dan eene keuze laat doen. Meenende, hiermede aan Uw \verzoek voldaan te hebben,

ben ik, hoogachtend Uw diesntw. dien. [w. g. ] H. P. Steenhuis, die gaarne bereid is, zoo gewenscht, meerdere inlichtingen te verstrekken.

Onderaan geschreven: Den WelEd. Heer J. Doornbos, Assen. bovenaan de volgende blz. : Kan bovenmanuaal niet in crescendokast en Voix Celeste 8 v. en Flute Harmonique 4 v. bijgevoegd worden? De nummers voor de dispositieregisters zijn met potlood bijgeschreven; achter Violoncello (dsic) 16 voet een vraagteken.

 

Bijlage 10.

RAD. AHKA. Bijlagen Not. Kerkvoogdij.

Bestek en Conditiën voor de vervaardiging van een nieuw Orgel met twee Klavieren en vrij Pedaal in de Nederduitsche Hervormde Kerk te Assen.

Bestek en Conditiën voor de vervaardiging van een nieuw Orgel, in de hervormde Kerk te Assen, in de Hervormde Kerk te Assen, naar hetwelk genoemd werk zal worden gemaakt en geleverd door L. van Dam en Zonen Orgelfabriekanten te Leeuwrden.

Het Orgel zal uit de volgende Hoofddeelen bestaan.

1. Een Hoofdmanuaal of Onderklavier, 56 toetsen, C - g’’’.

2. Een Tweede Manuaal of Bovenklavier, " " "

3. Een vrij Pedaal of Voetklavier, 27 toetsen, van C - d’.

4. Een drieledig Windtoestel naar nieuwe constructie.

5. De volgende Dispositie van Stemmen en Werktuigelijke Registers.

Stemmen voor het Hoofdmanuaal.

1. Prestant 8 voet van Engelsch tin, gepolijst in het front.
2. Bourdon 16 " metaal, de 18 grootste pijpen hout.
3. Violon 8"  
4. Roerfluit 8"  
5. Fluit travers 8"  
6. Octaaf 4"  
7. Nachthoorn 4"  
8. Quint 3"  
9. Octaaf 2"  
10. Mixtuur uit 4" 3 à 4 sterk  
11. Trompet 8" opslaand Tongwerk.

Stemmen voor het Tweede Manuaal.

1. Prestant 8 voet metaal, van groot C af.
2. Viola di Gamba 8 " Engelsch tin
3. Voix Celeste 8 " metaal
4. Holpijp 8 " de grootste 8 pijpen van hout.
5. Speelfluit 4 "  
6. Fluit harmonique 4 "  
7. Woudfluit 2 "  
8. Klarinet 8 " doorslaand Tongwerk.

Stemmen voor het Pedaal.

1. Subbas 16 voet van hout
2. Octaaf 8 " metaal
3. Gemshoorn 8 "  
4. Octaaf 4 "  
5. Bazuin 16 " opslaand Tongwerk.

Werktuigelijke Registers.

1. Afsluiting voor het Hoofdmanuaal.

2. Afsluiting voor het tweede Manuaal.

3. Afsluiting voor het pedaal.

4. Klavierkoppeling.

5. Pedaalkoppeling.

6. Crescendo voor het bovenwerk.

7. Ventiel of Windlosser.

Beschrijving van de Materialen, Bewerking en Inrichting van het orgel, in de volgende artikelen vervat.

Artikel 1. De Orgelkast.

De kast van het Orgel, overeenkomstig de teekening gerekend van den bovenkant van het oxaal of den Orgelzolder, zal van fijn Dram’s vurenhout en het lijstwerk derzelve van spintvrij Riga’s greenenhout worden gemaakt. De stijlen en het regelwerk, van genoegzame dikte, zullen, met pen en gat in elkaar gewerkt, met houten nagels worden opgesloten. De deuren en luiken, met losse paneelen vergaard en van goede sluitingen voorzien, zullen zóódanig geregeld en verdeeld zijn, als tot onverhinderden toegang tot het binnenwerk noodzakelijk is. De ronde bekleeding der kappen en al het lijstwerk der kast zal zuiver geschaafd en gekarnist, met lijm worden samengesteld.

Artikel 2. Ornamentwerk.

Het ornament- of snijwerk, op de teekening afgebeeld, zal van fijn Riga’s greenenhout, zonder spint of kwasten, zuiver en diep worden gesneden. Aan de onderscheidene partijen zal het hout in dikte evenredig zijn, om smaakvol en fraai te kunnen worden bewerkt.

Artikel 3. De Windladen.

De windladen, met derzelver cancellen, slepen, dammen, pijproosters en ventielen, moeten van 1ste kwaliteit zuiver uitgewerkt eiken-wagenschot en de pijp- of windstokken van mahoniehout worden gemaakt. Zij zullen zóódanig accuraat berekend en verdeeld zijn, dat iedere pijp, zoowel als alle registers tezamen, eenégalen vasten wind ontvangt, hetwelk tot goede vrije uitspraak en gemakkelijke stmming wordt vereischt. Genoemde windladen als hoofdbestanddeelen van het Orgel, zullen met de meeste nauwkeurigheid bewerkt, in 56 cancellen verdeeld zijn. De speelventielen, dubbel belederd, zullen los in hare pennen werken, om uitgenomen te kunnen worden. De pijp- of windstokken zullen, zuiver geboord, afzonderlijk met koperen schroeven worden bevestigd. De ventielveeren, pulpeten, geleipennen, enz. zullen van getrokken koperdraad zijn.

Artikel 4. De Blaasbalgen.

De drie blaasbalgen zulen berstaan uit een horizontaal - opgaande - of magazijnbalg, en twee schepbalgen of aanvoerders, die door eene balans gemakkelijk in werking zullen worden gebracht. DE blaasbalgen zullen overvloedig groot van inhoud, berkend zijn om naar den eisch van het werk een vasten en genoegzame wind te kunnen leveren. De bladen derzelve, met paneelen in ramen vergaard, en door houten nagels opgesloten, zullen van 1 en 3/4 duims Dram’s vurenhout gemaakt, met vaste veeren in elkaar worden geploegd en gelijmd, zullen de vouwbladen van 1/2 duims eiken-wagenschot, uit ééne houtbreedte worden genomen. De zuig- en uitvalventielen, van vereischte grootte, met koperen schroeven bevestigd, moeten gemakkelijk ontbonden kunnen worden. De geheele in- en uitwendige beleerring der blaasbalgen zal met wit schapenleder en Engelsch lijm geschieden en iedere balg inwendig met eene sterke lijmverf worden aangestreken.

Artikel 5. De Kanalen.

De kanalen of windbuizen, van eiken-wagenschot in elkaar geploegd en gelijmd, moeten van de blaasbalgen tot aan de windladen een ruimen inhoud hebben. In elke kanaalleiding naar de onderscheidene windladen zal eene ventiel of klep tot afsluiting van den wind worden aangebracht, die onder de bespeling kan worden geopend en afgesloten, zullende de ventielen, en de luikjes voor dezelve, met koperen schroeven aan de kanalen worden verbonden.

Artikel 6. De Handklavieren.

De handklavieren en derzelver ramen gemaakt van zacht en rechtdradig eiken-wagenschot, zullen 56 toetsen accuraat verdeeld, strekking hebvben van groot C tot ne met g’’’. De platte toetsen zullen met dikke ivoren platen worden belegd, en de verhevene- of semitoetsen van massief ebbenhout zijn. De lijsten en blokken, tot omkleeding der klavierramen en het insluiting der toetsen dienende, zullen mede van zwart ebbenhout worden gemaakt, en de bewerking van het geheel net en zuiver zijn. De geleipennen der toetsen, en all het overige draadwerk der klaviatuur, zal koperdraad wezen. Door eentrekkoppeling, die tijdens de bespeling gemakkelijk kan worden af- en aangezet, zullen de beide handklavieren zich laten verbinden.

Artiekel 7. Het Pedaal of Voetklavier.

Het voetklavier, in 24 toetsen verdeeld, strekking hebbende van groot C tot en met d’, zal van sterk eiken-wagenschot gemaakt zijn. De toetsen, door eene koppeling aan het hoofdmanuaal te verbinden, zullen evenwel eigene veeren hebben, en van goede bevoeringe worden voorzien. De schroeven en stiften van het pedaal moeten van koper zijn. (De pedaaltoetsen moeten van koperen laven of bekleedsel worden voorzien). * De bijvoeging der laatste zin goedgekeurd. N. M. -H. v. L. -L. van Dam Czn.

Artikel 8. De Abstractuur.

De welborden en ramen der abstractuur zullen van best, uitgewerkt eiken-wagenschot, de wellen en abstracten van fijn, rechtdradig Riga’s greenenhout zijn. De wellen, achtkantif, en zuiver recht geschaafd, zullen koperen assen hebben, die sluitend moeten werken in bevoerde koppen van eene vaste houtsoort. De abstracten, zuiver en égaal bewerkt, en op gepaste afstanden van roosters voorzien, zullen met koperdraad worden verbonden. De geheele verdeeling en inrichting dezer constructie zal, volgens mechanische berekening, de doelmatigste werking en de minste wrijving hebben, mede tot de vereischte gemakkelijke bespeeling van het Orgel noodzakelijk.

 

Artikel 9. Het Regeerwerk.

De registertrekkers, voorzien van zuiver gedraaide knoppen met porceleinen naamplaten, zullen zoo kort mogelijk zijn, wèl verdeeld, en in volgorde gerangschikt, bij de klavieren moeten plaats vinden. De wippen en het trekkerwerk, met koperen boutjes aan elkaar verbonden, zullen van vast eiken-wagenschot;en de wellen, achtkantig geschaafd, van spintvrij Riga’s greenenhout worden gemaakt. De inrichting en werking der registers zal doelmatig en gemakkelik zijn, en het daartoe benodigde ijzerwerk van best Zweeds ijzer moeten wezen.

Artikel 10. Het houten Pijpwerk.

Het houten pijpwerk, in de Dispositie vermeld, zal van 3/4 en 1/2 duims eiken-wagenschot worden gemaakt. De pijpen zullen uit eene houtlengte en breddte, zonder aanstukking, in elkender geploegd en gelijmd, en in wendig aangeverfd zijn. De dempers, met dubbel leder bevoerd, en de mond- of dekstukken met koperen nagels bevestigd, zullen volkomen luchtdicht sluiten.

Artikel 11. Het metalen Pijpwerk.

De prstant- of frontpijpen zullen van zuiver Engelsch tin worden gemaakt, met nietméér dan 1/10 lood vermengd ter voorkoming der kristallisatie. Zij zullen in de hoofdtorens uitgedrevene labia hebben, en zuiver worden gepolijst. Het metaal der binnenstaande pijpen zal bestaan uit 2/3 Spaansch lood en 1/3 Engelsch tin. Al het pijpwerk zal uit stevige bladen worden bewerkt en gerond, net en sterk gesoldeerd zijn. De onderscheidenen Stemmen zullen, ieder naar hare toonsoort, de juiste mesure, vorm en constructie hebben. Elke stem zal, naar behoefte der intonatie van zijbaarden worden voorzien. De opene stemmen zullen tot 1 voet vaste stemslissen hebben, tot duurzame en soliede stemming noodzakelijk. Het gewicht der pijpen op toonslangte, per kilo berekend, zal zijn als volgt:

voor opene- of prestantpijpen, wijde mesuur:

Kilo . Kilo.
C 8 voet 9 1/2 c 4 voet 2 3/4
D " " 8 d " " 2
E " " 6 3/4 e " " 1 2/3
F (#) " " 5 1/4 f (#) " " 1 1/2
G (#) " " 4 1/2 g (#) " " 1 1/4
B " " 3 2/3 b " " 1

Voor gedekte- of Fluitstemmen:

Kilo. Kilo. Kilo.
C 8 voet 5 1/2 c 4 voet 1 1/2 c 2 voet 1/2
D " " 4 3/4 d " " 1 1/3 d " " 3/8
E " " 3 1/2 e " " 1 1/4 e " " 2/5
F (#) " " 3 f (#) " " 1 f (#) " " 2/7
G (#) " " 2 1/2 g (#) " " 4/5 g (#) " " 1/4 ( )
B " " 1 1/4 b " " 3/4 b " " 1/5

Voor Tongwerken; Trompet, wijde mesuur:

Kilo. Kilo. Kilo.
C 8 voet 4 1/2 c 4 voet 1 1/3 c 2 voet 1/3
D " " 3 3/4 d " " 1 d " " 2/7
E " " 3 e " " 3/4 e " " 1/4
F (#) " " 2 1/2 f (#) " " 3/5 f (#) " " 2/9
G (#) " " 2 g (#) " " 1/2 g (#) " " 1/5
B " " 1 3/4 b " " 2/5 b " " 1/10

De tusschenliggende toonen en kleinere pijpen naar het aangegeven gewicht te berekenen; terwijl voor de engere mesuren het gewicht evenredig wordt verminderd.

Artikel 12. Conductors of Windleiders.

DE conductors of windleiders, die tot het afgeleide pijpwerk worden vereischt, zullen vloeiend gebogen en sterk gesoldeerd, van geplet Spaansch lood gemaakt zijn, en de vereischte wijdte hebbn, tot vlugge en krachtige aanspraak der groote pijpen noodzakelijk.

Artikel 13. Intonatie der Labiaalstemmen.

De stemmen die tot het hoofdmanuaal behooren, moeten rond en krachtvol worden geïntoneerd, terwijl die van het tweede Manuaal of bovenklavier ieder naar haar karakter, matig sterk of zacht, maar vooral eene teedere en snijdende intonatie zullen hebben. Elke stem op zichzelve zal, zoowel als het gheele werk tezamen, pikant moeten aanspreken.

Artikel 14. Constructie en Intonatie der Tongwerken.

De Tongwerken zullen, wat hunne constructie betreft, doorslaande en opslaande tongen hebben, en de hozen en koppen van mahoniehout worden gemaakt. De mondstukken, van geslagen geel koper, zullen in de bas bevoerd, en de tongen der beide basoctaven met koperen schroeven worden bevestigd. Tot de overige deelen der constructie, als: tongen, platen, stemkrukken, schroeven, enz. , zal geplet en getrokken koper worden gebezigd. De tongwerken, in derzelve karakter geïntoneerd zullen eene zuivere en vaardige aanspraak hebben.

Artikel 15. Toonshoogte en Stemming.

De toonshoogte van het Orgel zal die van het ordinair orchest zijn, en de stemming van het geheele werk naar een gelijkzwevende temperatuur zuiver worden volbracht.

Artikel 16. Materialen en Bewerking.

Tot de vervaardiging en samenstelling van het Orgel, in voorschrevene artikelen vervat, zullen al de materialen van de beste en duurzaamste kwaliteit worden geleverd, en de bewerking van alle hoofd- en onderdeelen net en zuiver zijn, terwijl bij de inrichting van het werk voor genoegzaam ruimen aanleg zal worden gezorgd, om gereeden toegang tot de onderscheiden binnendeelen te hebbn.

Artikel 17. Levering van het Werk.

Tot de vervaardiging en daarstelling van het Orgel is gerekend te behooren:hetzelve naar voorschrevene artikelen in alle deelen deugdelijk en fraai, volgens de teekening bewerkt, speelvaardig in de kerk ter plaatse te leveren; terwijl voor rekening van het kerkbestuur blijft: verbouwing van of verandering aan het kerkgebouw, het oxaal of den Orgelzolder, benevens het schilder- of verfwerk.

Artikel 18. Tijd tot de Vervaardiging.

Achttien maanden na de overeenkomst en sluiting van het contract, zal het Orgel speelvaardig in de kerk zijn afgewerkt, tenzij de aannemers door buitengewone omstandigheden wettig mochten worden verhinderd in de tijdige voltooiing van het werk.

Artikel 19. Repondeeren van het Werk.

Gedurende twintig achtereenvolgende jaren na de voltooiing, zullen de aannemers voor de deugdelijkheid van het werk aansprakelijk blijven, en défcten die ui thet werk zelf ontstaan, kosteloos moeten herstellen. Hiervan is uitgezonderd schade, door buitengewone oorzaken ontstaan, als door verzakking, lekkage van het kerkgebouw, de invloed van groote vochtigheid, etc;als ook de jaarlijksche stemming, die voor rekening van het Kerkbestuur door de aannemers zal geschieden. (waarvoor aan de aannemers jaarlijks een bedrag van dertig gudens zal worden uitbetaald) *

* deze bijvoeging goedgekeurd H. v. L. L. van Dam en Zonen.

Artikel 20. Examinatie van het Werk.

Na de voltooiing zal het werk door een deskundige, van wege H. H. Kerkvoogden, nauwkeurig worden beproefd, en onderzocht of hetzelve zoowel in zijn geheelen omvang als in de verschillende onderdeelen, aan den inhoud van dit bestek en deze conditiën beantwoordt, en zal deze deskundige daarvan schriftelijk bewijs aan beide partijen afgeven. (Aan den uitspraak van dezen deskundige onderwerpen zich beide partijen, zonder eenige reserve). De bijvoeging goedgekerud. H. v. L. N. M. L. vasn Dam en Zn.

Aannemingssom en termijn van betaling.

De ondergeteekenden verklaren de levering en plaatsing van het nieuwe Orgel in de Hervormde kerk te Assen, naar den inhoud van dit bestek op zich te nemen, en te zullen uitvoeren, voor de som van Vijfduizend en vijfhonderd gulden, zegge f 5500; welke som den aannemers zal worden betaald in de volgende termijnen: terstond bij de voltooiing (en oplevering) H. v. l. N. M. L. v. D. en Zn. van het werkdrieduizend gulden, zegge f 3000;en het resteerende, zijnde Tweeduizend en Vijhoinderd gulden, zes maanden na den dag der oplevering. [w. g. ] L. van Dam en Zonen.

Naar de in dit Bestek voorschrevene conditiën, is de vervaardiging van het Orgel in de vergadering met H. H. Kerkvoogden gehouden te Assen, den(de doorhaling der woorden 19den November 1894 en daarvoor te lezen 25 Januari 1895, goedgekeurd H. v. L. N. M. L. van Dam en Zonen), opgedragen aan de firma L. van Dam en Zonen, orgelfabrikanten te Leeuwarden. (na daartoe in eene gecombineerde vergadering van Kerkvoogden en Notabelen der voornoemde Gemeente te zijn gemachtigd.

Kerkvoogden de Hervormde Gemeente te Assen. [w. g. ] H. van leer, voorzitter;N. Moll, secretaris.

 

Bijlage 11.

Dispositie van het orgel in de Nederlandse Hervormde Jozefkerk te Assen na de restauratie door Mense Ruiter Orgelbouw te Zuidwolde (Gr. ).

Hoofdwerk.

Bourdon 16 vt. origineel.
Violon 16 vt. Disc 12 frontpijpen origineel, 20 pijpen uit Leiden.
Prestant 8 vt. origineel.
Roerfluit 8 vt. origineel, weer teruggeplaatst.
Fluit Travers 8 vt. grotendeels origineel, één octaaf teruggeschoven.
Octaaf 4 vt. origineel.
Nachthoorn 4 vt. Fluit Travers 4 vt. uit Leiden.
Quint 3 vt. origineel.
Octaaf 2 vt. origineel, weer teruggeplaatst.
Mixtuur 2-3 st. uit Leiden.
Trompet 8 vt. origineel.

Bovenwerk.

Prestant 8 vt. origineel, weer één octaaf teruggeschoven.
Holpijp 8 vt. origineel, weer herplaatst.
Quintadeen 8 vt. uit Leiden.
Viola di Gamba 8 vt. origineel.
Voix Celeste 8 vt. discant uit Purmerend, klein octaaf nieuw.
Salicet 4 vt. nieuw.
Roerfluit 4 vt. uit Leiden.
Woudfluit 2 vt. nieuw.
Dulciaan 8 vt. Koch 1956, vervanging van dit register in de toekomst.

Pedaal.

Subbas 16 vt. origineel.
Octaaf 8 vt. origineel.
Gemshoorn 8 vt. origineel.
Octaaf 4 vt. origineel.
Bazuin 16 vt. origineel.
Trompet 8 vt. origineel.

Manuaalkoppel; Pedaalkoppel; tremulant; Klavieren C - g (3) ; Pedaal C - d (1) .

 

Opnamen:

CD Erwin Wiersinga Sonate nr. 1 Felix Mendelsohn Bartholdy
     

assen01b.jpg (29388 bytes)assen01c.jpg (17198 bytes)