Peize, Hervormde kerk

Informatie over de kerk

Geschiedenis in Groningen
Voor de geschiedenis van het orgel dat zich nu in de Hervormde kerk te Peize bevindt moeten we terug in de tijd naar de stad Groningen, naar de St. Geertruids- of Pepergasthuiskerk. De stichting van dit Gasthuis vond plaats in 1405. Het gasthuis was bestemd voor arme pelgrims die twee of drie nachten geherbergd mochten worden. Later werd het bestemd voor een tehuis van arme lieden, vreemdelingen, ongelukkigen en men kon zich inkopen. Het gasthuis was voorzien van een kapel waarin kerk gehouden werd. In 16e eeuw verkreeg het belangrijke bezittingen onder andere veengronden bij Gieten (02).

1631:Het orgel werd in 1631 door de voogden van het St. Geertruidsgasthuis aanbesteed aan de orgelmaker Anthonie Verbeeck te Groningen (03). Voor 700 Caroli gulden werd het orgel aangenomen terwijl zijn vrouw een rosenobel zou ontvangen en er nog 50 Caroli gulden in reserve werd gehouden voor het geval de orgelmaker te weinig zou hebben ontvangen. Bovendien mocht hij het positief dat in de kerk aanwezig was in bezit nemen. Als eerste termijn kreeg hij 250 Caroli gulden. In 1633 vond de afrekening plaats. Er werd nog 511 Caroli gulden en 16 stuivers uitbetaald. Te weten 450 als rest van 700 Caroli gulden en nog eens 50 Caroli gulden zoals was afgesproken verder een rosenobel voor zijn vrouw ad 9 gulden en 6 stuivers en een rijksdaalder voor de knecht dus 2 gulden en 10 stuivers (04). (bijlage 1)

1663: Er werd voor 230 Caroli gulden aan het orgel verbouwd door J. Huis.

1672: Het orgel had te leiden van beschietingen door de bisschop van Munster. Men kon het orgel in acht jaar niet gebruiken.

1680: De reparatie in 1680 voor 800 Caroli gulden kan wellicht worden toegeschreven aan Jan Helmman (05).

1696-1697: Dan volgt een grote verandering door Arp Schnitger. Er kwam een vrij pedaal met 5 à 6 stemmen en 3 nieuwe blaasbalgen. De orgelkast werd veranderd en er werden twee pedaaltorens aangebracht door Allart Meijer voor 235 Caroli gulden. Jan de Rijk ontving 10 Caroli gulden voor beeldhouwwerk. De totale kosten bedroegen 1022 Caroli gulden. Hierna zal Jan Radeker en zijn compaan Rudolf Garrels het onderhoud gehad hebben.

Na 1697: In 1707, 1715, 1719 repareerde Jan Radeker het orgel in 1715 ontving hij hiervoor 35 Caroli gulden.

Vanaf 1725: In 1725 repareerde Matthias Amoor het orgel voor 132 Caroli gulden. Hierna had hij het onderhoud tot 1753 (06).

Vanaf 1754: A. A. Hinsz orgelmaker te Groningen komt in de rekeningen voor. Hij ontving 10 Caroli gulden voor onderhoud en stemwerk. In 1755 werd er bestek opgemaakt voor reparatie en uitbreiding van het orgel tot een bedrag van 950 Caroli gulden. Hij ontving hiervoor in 1756 per kwitantie 250 Caroli gulden, in 1758 nog eens dit bedrag en in 1758 de resterende 450 Caroli gulden. Hinsz maakt een nieuw Rugwerk dat het oude Borstwerk van Verbeeck verving. Verder maakte hij een nieuwe windlade voor het Hoofdwerk dat nu de omvang C - c3 kreeg. Mogelijk maakte hij een nieuwe klaviatuur van dezelfde omvang (07).

1788: De dispositie van het orgel werd door A.A. Knock opgetekend:

 (08).

Na 1785: Het ligt voor de hand dat na 1785 en tot 1811 de orgelmakers F. C. Schnitger jr. en zijn compagnon H. H. Freytag het orgel in onderhoud gehad zullen hebben. Na de dood van deze orgelmakers, F. C. Schnitger in 1799 en H. H. Freytag in 1811, zet de weduwe Freytag met behulp van knechten zoals J. W. Timper en Matthias Martin het onderhoud voort.

Na 1814: In 1814 werd voor f. 325, - gerepareerd. Hierna wisselde men van orgelmaker en kwam de firma N. A. Lohman aan bod, die in 1832 voor f. 120, - werkzaamheden verrichtte. Zo maakte hij het klavier van het Rugpositief dat onder was boven. De Quintadeen 8’ in het Rugpositief werd vervangen door een Holpijp 8’. In 1846 werd nog voor f 234, 50 gerepareerd. Er kwam o. a. een nieuwe pedaalkoppel (09).

Ca. 1850: De dispositie wordt opgetekend door Broekhuyzen
(11-63)
G 40. Groningen
Het orgel in de kerk van het Peper- of Geertruidsgasthuis aldaar is een werk van oude datum.
Is oorspronkelijk gemaakt door mr Antoni Verbeek in het jaar 1631 voor de som van f 830. In het jaar 1663 vergroot met nieuwe stemmen voor f 230.
De naam der orgelmaker was onbekend, welligt de genoemde. In 1680 geheel hernieuwd voor f 800, zijnde in 1672 door de bisschop van Munster grootendeels vernietigd.
Van 1672 tot 1680 heeft men er geen gebruik van kunnen [maken] wegens gebrek aan geld, wegens de nodige herstellingen die hetzelve vereischten.
In 1697 werd er eene groote reparatien aan verricht van een pedaal, hetwelk f 1.022 kosten. In 1756 is er het rugpositief bij gemaakt voor f 1.002.
In 1785 grootendeels gerepareerd. In 1814 hersteld voor f 435. In 1832 aanmerkelijk gerepareerd door de orgelmakers N.A. Lohman en Zonen, te Groningen gevestigd, waarbij het clavier van het rugpositief, dat onder was, boven is gemaakt.
Van de quintlade [= Quintadena] in hetzelve een Holpijp gemaakt.
In 1846 is er eene belangrijke herstelling aan verricht en vermeerderd met stemmen zoodat hetzelve in 1847 bestaat uit 22 stemmen, twee handclavieren van 4 octaaf, vrij pedaal en vier blaasbalgen.
De reparatiën in 1785 zijn door den beroemde orgelmaker A.A. Hintz verricht.
Manuaal Rugpositief Pedaal
Prestant 8 vt Prestant 4 vt Prestant 8 vt
Holpijp 8 vt Quintadena 8 vt Bourdon 16 vt
Prestant 4 vt Fluit 4 vt Octaaf 4 vt
Quintadena 4 vt Fluit 2 vt Octaaf 4 vt
Octaaf 2 vt Quint 1 1/2 vt Mixtuur 3 st
Quint 3 vt Scherp 3 st Trompet 8 vt
Mixtuur 4-5-6 st Voxhuma 8 vt  
Sexqualter 2-3 st  
Dulciaan 8 vt  

drie ventiele, eene afsluiting, eene koppeling, een tremulant en calcanteschel

In onderstaand bericht wordt een orgelconcert gemeld vanuit Peize. Heeft het in 1862 geplaatste orgel toch een voorganger gehad?

Groninger courant 05-09-1851

1855: Plannen voor de aanschaf van een orgel.

Provinciale Drentsche en Asser courant 19-05-1855

1862: Bericht omtrent de orgelplannen.

Provinciale Drentsche en Asser courant 15-05-1862

1861/1862: In Peize werden er plannen gemaakt om een orgel aan te schaffen. In 1862 deelde de kerkvoogdij in een vergadering mee dat de heer Van Oeckelen een orgel te koop wist voor f. 2000, -. De orgelmaker stelde voor dit orgel gereed te maken en te plaatsen en vroegt hiervoor een betaling in twee termijnen: 1e bij aflevering en 2e een jaar na dato. De orgelzolder moest worden vertimmerd wat f. 400, - zou gaan kosten. De kerkvoogdij besloot de kosten te bestrijden uit: a. negotie van f. 1000, - tegen 4%. b. door verkoop van 63 eikebomen om de kerk voor f. 1260, -. c. door verkoop van weekhout uit het kerkenbos (10).
Bij de verplaatsing werd het orgel door Van Oeckelen gewijzigd. Hij veranderde op het Hoofdwerk de Mixtuur 4-5-6 sterk in 2-3 sterk. De Sexquialter 2-3 sterk werd vervangen door een Fluit 2’. Op het Rugwerk kwam een Viola di Gamba 8’ van A af, in plaats van de Scherp 3 sterk en de Voxhumana 8’ werd vervangen door een Dulciaan 8’ (11). De volgende veranderingen zijn niet juist te dateren. Zoals het vervangen van de Mixtuur 3 sterk op het Pedaal en de verandering van de Quint 1 1/3 in een Flageolet 1’.


Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Drenthe 1937


Provinciale Drentsche en Asser courant 08-11-1862


Provinciale Drentsche en Asser courant 11-12-1862


Artikel "Een Zondag in Peize" I en II uit de Provinciale Drentsche en Asser courant van 27-07-1865, 29-07-1865, 01-08-1865 en
Klik op de afbeeldingen voor een vergroting








1867: Bericht uit de Provinciale Drentsche en Asser courant 03-12-1867


1900: J. Doornbos, orgelmaker te Groningen verving de Dulciaan 8’ op het hoofdwerk door een Trompet 8’ en in plaats van de Quint 3’ kwam een Bourdon 16’ diskant.


193x: Johan van Meurs noteert de gegevens van het orgel in zijn dispositiecahier


Klik op de afbeelding voor een vergroting
Uit het boek van Jaap Brouwer: Johan van Meurs - Een studie over een pionierend orgeladviseur

1936: Op het Pedaal werd de metalen Bourdon 16’ vervangen door een houten exemplaar en werden nieuwe magazijnbalgen gemaakt door Klaas Doornbos orgelmaker te Groningen (12).
De dispositie van het orgel was voor de jongste restauratie in 1973 als volgt:

Hoofdwerk. C - c3 Rugwerk. C - c3 Pedaal. C D - d1
Bourdon D 16’ * Holpijp 8’ Bourdon 16’
Prestant 8’ Viola di Gamba 8’ Prestant 8’
Holpijp 8’ Prestant 8’ Octaaf 4’
Octaaf 4’ Fluit 4’ *** Quint 3’ * *
Fluit 4’ ** Fluit 2’ Octaaf 2’
Octaaf 2’ Flageolet 1’ Trompet 8’
Fluit 2’ ** Dulciaan 8’    
Mixtuur 3-4 st.        
Trompet 8’        
De koppeling van Manuaal I aan Manuaal II geschiedt door II naar achteren te schuiven. Pedaal koppeling. Afsluiters op Hoofdwerk, Rugwerk en Pedaal. Windlosser. Loos register op het Rugwerk.
* c1 - c2 eikenhout; ** gedekt; *** open van bes af, rest gedekt. Pedaal stemmen gehalveerd in C- en Cis-lade.
De Quint 2 2/3’ is buiten gebruik, oud pijpwerk. De registertrekkers op het Rugwerk bevinden zich op de rugwerkskast, dus achter de bespeler.
Samenstelling Mixtuur 2-3 sterk:
C: 1 1/3 - 1
c: 2 - 1 1/3
c1: 4 - 2 2/3 - 2 (13).





Foto's (voor restauratie 1969) vanuit http://www.kerkeninbeeld.nl

1954: Aantekeningen uit een brief door O. Hartholt d.d. 03-04-1954. Kladnotities door Lambert Erné?. (24)

1955: Orgeladvies door de orgelcommissie Hervormde kerk

Bijlagen van de Handelingen der Generale Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk ten jare 1956

Brief d.d. 24-12-1955 van de kerkvoogdij aan de Hervomde OrgelbouwCommisie (HOC). In deze brief wordt om advies gevraagd om het orgel te laten restaureren. Men schrijft het orgel toe aan de school van "Schnitzer". In 1785 omgebouwd door Albertus Hintz en in 1861 vanuit de Pepergasthuiskerk in Groningen naar Peize verkocht. Sinds die tijd is het niet meer gewijzigd.
Al op 30 december antwoordt de HOC dat ze graag adviseren. Lambert Erné en Willem Hülsmann zullen ter plaatsen een onderzoek instellen. De kosten van dit advies bedragen f 35,- (24)

1956: In een brief van 26 januari meldt de HOC dat het bezoek van de deskundigen is uitgesteld tot februari, vanwege het overladen reisschema. Op 10 februari wordt gemeld dat Hülsmann en Erné op 23 februari langs zullen komen.
Op 11 april meldt de HOC dat er een 2e bezoek nodig is. Het eerste onderzoek werd uitgevoerd door Lambert Erné. (24)

1957: Op 15 april wordt door de HOC een bezoek aangekondigd van Cor Edskes.
Op 15 april schrijft de HOC aan Cor Edskes dat hij het orgel in Peize moet onderzoeken en welke punt van belang zijn.
Het onderzoeksrapport van Cor Edskes dateert van 8 mei. Edskes kon het archief van de Pepergasthuis nog niet inzien, maar hij dateert de oudste onderdeken van het orgel op 1631. In de jaren 1696-1697 werkte Arp Schnitger aan het orgel. Hinsz wijzigde het orgel nog ingrijpender. Hij noemt de dispositie uit de verzameling van Knock en dat Daar staat geschreven dat Hinsz het in 1785 heeft schoon gemaakt. Hij vermoedt dat Hinsz veel meer heeft gedaan gezien het blinderingssnijwerk dat een laat-rococo-karakter heeft. In 1861 wordt het verkocht naar Peize, dat voordien geen orgel bezat. Bij deze verplaatsing werd het ingrijpend gewijzigd.
Hij noteert de dispositie als volgt:
Hoofdwerk: Bourdon 16'discant, Prestant 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Fluit 4', Octaaf 2', Mixtuur II-II, Trompet 8'
Rugwerk: Holpijp 8', Viola da Gamba 8', Prestant 4', Fluit 4', Fluit 2', Fageolet 1',  Dulciaan 8'
Pedaal: Bourdon 16', Prestant 8', Octaaf 4', Octaaf 2', Quint 3', Trompet 8'
3 afsluiters, manuaalkoppel, pedaalkoppel en windlosser.
Maunuaal C-c''', Pedaal C-d', Cis ontbreekt
De pedaalstemmen hebben ieder voor zich 2 knoppen voor de C- en de Cis kant.
De staat van alle onderdelen wordt door Edskes nauwkeurig beschreven.
Hij constateert, met enige schroom, dat het orgel voor restauratie in aanmerking komt. Hij baseert deze schroom op de slechte staat van het orgel en de samenstelling van het instrument uit verschillende periode, waar Hinsz er het meest zijn stempel op heeft gedrukt. Bij de restauratie zou Hinsz het uitgangspunt moeten zijn.
De volgende werkzaamheden zouden moeten worden uitgevoerd:
 - Herstel van de kas en ongedaan maken van latere wijzigingen.
 - Herstel van de dispositie naar de situatie van 1785
 - Restauratie van windladen, pijpwerk mechaniek
 - Verplaatsing van de windvoorziening van de toren naar de kerk
De kosten worden ingeschat tussen de f 25.000,- en f 50.000,-
De kerk is noodlijdend en wordt reeds voor f 2.000,- gesubsidieerd. Men hoopt op een subsidie.
Aangezien het orgel voor komt op de monumentenijst en een van de oudste en grootste orgels van de provincie Drenthe is zou subsidie mogelijk moeten zijn.
Op 18 juni een brief van Monumentenzorg aan de kerkvoogdij van Peize. Zij verklaren bereid te zijn tot een subsidie van 30%. Deze gelden zijn echter pas na 1960 beschikbaar.
Op 17 juli een brief van de HOC aan de vereniging van kerkvoogdijen. In de brief vragen ze actie te ondernemen omdat de kerk van peize onderverzekerd is.
OP 19 juli een brief van de HOC aan de kerkvoogdij dat het orgel voor f 60.000,- verzekerd zou moeten zijn. Kerk en orgel zijn nu verzekerd voor samen f 150.000,-. De HOC adviseert dit bedrag te heroverwegen.
Op 18 september adviseert de HOV aan de kerkvoogdij om offertes aan te vragen bij Leeflang en Van Vulpen. (24)


1961: Op 17 januari stuurt de HOC op een telefonisch verzoek van de predikant van Peize ds. H. Noordermeer een afschrift van het rapport uit 1957. Na lezing en bespreking met de kerkvoogdij zouden de deskundigen van de HOC langs kunnen komen om het instrument te bekijken. Uit dezelfde tijd stamt een notitie dat Willem Hendrik Zwart en een leraar (Van der Kleij)  zijn langs geweest en hebben geconstateerd dat het orgel in zeer slechte staat is. Een restauratie is beslist noodzakelijk. Zwart stelde een provinciale aktie voor. De predikant heeft een overleg met de kerkvoogdij toegezegd. Hij zou echter eerst de beschikking moeten hebben over het rapport uit 1957. Ook heeft de predikant contact gehad met Edskes.
Op 9 maart een notitie van de HOC of op basis van het oude rapport een offerte kan worden aangevraagd bij Van Vulpen en Leeflang. Deze notie is geschreven naar aanleiding van een brief van ds. Noordermeer van 9 maart, waarin hij vraagt of de HOC namens de kerkvoogdij offertes wil aanvragen bij Leeflang en Van Vulpen.
Op 16 maart schrijft de HOC aan Van Vulpen of zij offerte kunnen uitbrengen voor de restauratie van het orgel op basis van het rapport uit 1957. Bij vragen kunnen ze contact opnemen met dhr. Edskes.
Op dezelfde dag wordt de kerkvoogdij ingelicht dat er bij Van Vulpen een offerte is aangevraagd. Of er een 2e offerte nodig is van Leeflng, wordt nog overlegd met de rijksadviseur voor orgels.
Op 7 juni schrijft Van Vulpen dat ze graag een bezoek aan het orgel willen brengen samen met de deskundige van de HOC.
Op 21 september brengt van Vulpen een offerte uit. De kosten van de restauratie worden ingeschat op f 76.800,-
Werkzaamheden aan de orgelkas zijn niet inbegrepen. Kosten van hulp van timmerlieden, electra, verbijf orgelmakers zijn voor rekening van de opdrachtgever. Geschat wordt dat de werkzaamheden in 1965 kunnen gaan starten. (24)

1962: Op 23 maart beschrijft de HOC een aantal wijzigingen op de offerte van Van Vulpen.
 - Vox Humana: Niet alleen nieuwe bekers, maar "geheel nieuw met houten koppen te plaatsen op aanwezig stevelblok".
 - Prestant 8' van pedaal: Houtenpijpen C en D te vervangen door nieuwe van metaal vervalt.
 - Bourdon 16' wordt van metaal
 - Bij de mixtuur van het pedaal zoveel mogelijk pijpwerk hergebruiken uit de aanwezige Quint.
Op 25 mei schijft de kerkvoogdij aan de HOC dat men bereid is te betalen voor het advies van de HOC. Zolang er echter geen offerte binnen is van Van Vulpen betaald nog niets.
Op 29 mei antwoordt de HOC dat er al uitgebreid overleg is gevoerd met Van Vulpen en dat men het orgel ook al bezocht heeft. Er zijn nog een aantal vragen over de offeret. Zodra die zijn beantwoord kan de offerte worden verstuurd. Is het mogelijk de f 28,75 te betalen?
Op 4 oktober stuurt Van Vulpen een nieuwe aangepaste offerte. De kosten komen nu op f 85.300,-
Op 28 november verzoekt de HOC de fa. Van Vulpen een offerte voor het demonteren van het orgel en het opslaan op de zolder van het gemeentehuis van Peize. De demontage moet zijn afgerond voor 1 februari 1963
 - Voorlopige schoonmaak onderdelen
 - Opstellen van de pijpen op de windladen. Grote pijpen staand langs de wanden op klosjes.
 - Afnemen ornamenten orgelkas
 - Opmeten van de drukverhoudingen in de cancellen uitgaande van de huidge winddruk. Zo mogelijk op alle c's
 - Opmeten diepgang van manuaal en pedaal.
 - Merken van de onderdelen. Er mogen geen nieuwe inscripties op het pijpwerk worden aangebracht.
Op 13 december een offerte van Van Vulpen. De kosten bedragen f 2.900,- (24)

1963: Notitie d.d. 18 februari van de HOC aan Edskes. Telefoontje van ds. Noordermeer. Het orgel moet zo spoedig mogelijk worden verplaatst vanwege de beginnende kerkrestauratie. Wanneer kan dit? Als het niet snel geregeld is, dan regelt ds. het zelf wel.
Op 22 februari brief van de HOC aan de kerkvoogdij. Er is contact geweest door Edskes met Van Vulpen. Na opdracht kan het orgel binnen een week worden verplaatst. Kosten blijven gelijk.
15 maart schrijft de HOC dat de offerte voor demontage van het orgel accoord is.
Blijkbaar heeft ds. Noordermeer een brief naar de HOC geschreven. Op 30 maart wordt de brief beantwoord. Blijkbaar is ds. Noordermeer niet tevreden met de gang van zaken tot nu toe. Een restauratie op korte termijn is niet mogelijk, vanwege de ontrbrekende subsidiegelden en de zeer volle portefeuille van Van Vulpen. Dhr Edskes zal binnekort contact opnemen.
Op 5 juni schrijft ds. Noordermeer aan Edskes dat hij het resultaat van het gesprek met Edskes op 31 mei heeft voorgelegd aan de kerkvoogdij. De kerkvoogdij beslist Edskes als adviseur te benoemen. Op vrijdag 28 juni graag ontmoeting bij de kerk om definitieve afspraken te maken over de demontage van het orgel.
Op 28 juni is er inderdaad een bijeenkomst geweest met de restauratiecommissie van de kerk, dhr. Edskes, architect Baart aannemer Helbers. In het verslag is te lezen dat het kerkmeubilair met eiegen kracht wordt verwijderd. Daarna kan Van Vulpen het orgel demonteren. De kerkvoogdij zogt voor een verzekering van de orgelonderdelen. De duur van de kerkrestauratie wordt ingeschat op ca. 2 jaar. Er dient nog te worden bepaald of de restauratie van de orgelkassen wordt mee genomen in de kerkrestauratie of bij de orgelrestauratie.
Op 25 juli komt er een nieuwe offerte voor het demonteren en onderzoeken van het orgel. De kosten bedragen f 5.000,- De inhoud van de offerte is gelijk aan de vorige. Op een kopie van deze offerte staat door Edskes genoteerd dat de orgelkas wordt gedemonteerd door een meubelmaker onder leiding van de architect.
Op 30 juli een brief van Van Vulpen aan de kerkvoogdij. Men is inmiddels begonnen aan het in tekening brengen van het orgel. Met de demontage wordt begonnen in de eerste week van augustus. (24)

xxx Er werd subsidie aangevraagd om het orgel te restaureren. Van 1965 tot 1973 werd de kerk gerestaureerd. In verband hiermee werd in 1963 het orgel gedemonteerd, behalve de kast, en opgeslagen op de zolder van het gemeentehuis. 
xxx

1967: Restauratie van de kerk is afgerond

Nieuwsblad van het Noorden 11-03-1967 (klik op de afbeeelding voor een grote weergave)


Nieuwsblad van het Noorden 12-09-1968


Nieuwsblad van het Noorden 21-09-1968

1968/1969: Eind 1968 werd subsidie toegezegd en in 1969 werd een bedrag van f. 10.000, - geschonken voor de restauratie van dit historische orgel door de stichting "Orgelfonds Mooy" te Apeldoorn.

1973: De firma Gebr. Van Vulpen, orgelmakers te Utrecht restaureerden het orgel. Als adviseur trad op de heer Willem Hülsmann te Amersfoort. Het aantal stemmen bleef gelijk. Er werden drie nieuwe registers gemaakt: een Mixtuur 4-5-6 sterk op het Hoofdwerk en een vernieuwing van de Quint 3 voet, een Scherp 3 sterk en een Vox Humana 8 voet op het Rugwerk. De Dulciaan 8 voet verhuisde van het Rugwerk naar het Hoofdwerk. (14)
Het pijpwerk van het hoofdwerk is grotendeels van Verbeeck. Het pedaal is voornamelijk nog van Schnitger. Het rugpositief bevat veel Hinsz pijpwerk.
Veel registers hebben prijpwerk van meerdere makers. (23 (opmerkingen omtrent de dispositie))
De dispositie werd nu als volgt:

Hoofdwerk. C - c3 Rugwerk C - c3 Pedaal C. D - d1
Prestant 8’ Prestant 8’ Prestant 8’
Holpijp 8’ Quintadeen 8’ Bourdon 16’
Octaaf 4’ Fluit 4’ Octaaf 4’
Quintadeen 4’ Fluit 2’ Octaaf 2’
Octaaf 2’ Quint 1 1/2’ Mixtuur * 3 st.
Quint * 3’ Scherp * 3 st. Trompet 8’
Mixtuur * 4-5-6 st. Vox Humana * 8’    
Sexquialter * 2-3 st.        
Dulciaan 8’        
* voonamelijk nieuw pijpwerk

Foto uit het eerste van de de Nederlandse orgelencyclopedie



Nieuwsblad van het Noorden 05-10-1973


Nieuwsblad van het Noorden 06-10-1973

1981:
Herintonatie door van Vulpen

2005:
Groot onderhoud door orgelmakerij Mense Ruiter

Noten

  1. Romein. Predikanten(1861)84. Steensma. Drentse kerken(1977)19-20.
  2. Diest Lorgion. Groningen I. (1852)237-242(reprint 1974).
  3. GAG. AGG. Rek. boek(1631-1633). "Die vogeden hebben de 27 April 1631 Mr. Antonius Verbeeck anbestedet, een orgel in die Gasthuis kercke".
  4. idem. 6-6-1633 en 17-6-1633 en Oude protocol Geertruids Gasthuis(1631)folio 89. Bijlage 1.
  5. Deze en volgende gegevens komen uit verschillende bronnen en verschillen op sommige punten. Zie
    GAG. AGG. idem als noot 4. Diest Lorgion. Groningen(1852)242, noot 2. (Aant. J. Auwen, die in 1852 voogd was). Broekhuyzen. Orgelbeschrijving(1986)323-324. Knock. Aant. (1973)3435. Meijer/Edskes(1968)47. Dorgelo. Hinsz(1985)134-137. Fock. Schnitger(1974)232. Talstra. Gron. Orgelbezit. SOGK(1979)12. Behalve de genoemde orgelmakers komt ook Herman Harmens van Loon in aanmerking. Bijlage 2.
  6. Veldman. Meijer/de Rijk(1981)22. Zie ook: Veldman. Allart Meijer. Cat. Tentoonst. Meijer-De Rijk(1979).
  7. Zie Dorgelo. Hinsz. (1985)134-135.
  8. Knock. Dispositien. (1788)40. Gregoir. Historique(1965)167 noemt op gezag van J. Auwen voor 1785 een uitgave van 300 Caroli gulden.
  9. GAG. AGG. Rek. boek(1832); idem(1846)6-2-1846.
  10. RAD. Verbalen College van Toezicht op de Kerkelijke Administratie(1820-1946) op datum: 17-5-1862; 24-5-1862; 27-6-1862; 8-7-1862. Het orgel werd dus in 1862 geplaatst. In 1937 stond onder het orgel: "Ao MDCCCLXII/Kerkvoogden/G. Ensing, /J. van Diepenbrugge, /K. Zuideveld, /J. Ensing, /B. Lunsche".
  11. Zie Belonje/Van Holthe. Gedenkwaardigheden(1937)118.
  12. Vriendelijke mededeling van mr. A. Bouman te Paterswolde.
  13. K. Doornbos was een zoon van Jan Doornbos, orgelmakers te Groningen. Fock. Schnitger(1974)323.
  14. Deze dispositie naar eigen waarneming en van mr. A. Bouman en ds. G. Assies. Mr. A. Bouman gaf vele bijzonderheden over de toestand van het orgel voor de restauratie van 1973 door van Vulpen.
  15. Nieuwsblad van het Noorden 5-10-1973. Zie ook Dorgelo. Hinsz. (1985)135-136. Bijlage 3.
  16. www: http://reliwiki.nl/index.php/Peize,_Kerkstraat_2_-_Dorpskerk
  17. Boek: Het historische orgel in Nederland 1479-1725 blz. 118-120
  18. Tijdschrift: Het orgel 1969-07/08 Orgelbouwnieuws
  19. Tijdschrift: Groninger Orgelagenda 2005 Orgelrestauratienieuws Tuinstra Stef
  20. Tijdschrift: Het Orgel 1959/11 Bij de foto's
  21. Tijdschrift: Het Orgel 1970/11 Orgelbouwnieuws
  22. www: www.orgbase.nl Piet Bron
  23. E-Mail d.d. 1`6-10-2019 van Lukas Kwant
  24. Archief Lambert Erné Rijksuniversiteit Utrecht (De gegevens over Peize stoppen in 1963. Toen de restauratie na de kerkrestauratie werd hervat, was Erné al overleden)
  25. Archief Jaap Brouwer


Bijlagen.

Bijlage 1.
GAG. AGG. Rekeningboek(1631).
". . . ende sall daer, mede ten leve van alle kistenmakers werck, exempt die beie floegels, voor die somma soeven hondert caroli gulden voor die froue een rosa nobel mede geaccordeert soo he daer niett met can comen dat he noch vijftig gulden sall hebben, dan is in ‘t contrackt niet verhaelt boven dit sall he dat posetijff in die kercke sijnde wederomme hebben, op dit warck hem op reckeninge gedaen hondert rijxdalers, zes Junij: 250. --. --. ".
idem (1633).
"Mr. Antoni Verbeeck, Orgelmaker aembestedet een orgel te maken, in die Gasthuis Kercken, in Anno 1631 de 27 April, voor seuvenhondert gulden en voor die vrouwe een rose nobel des sulde hie dat positijff noch wederomme hebben ende noch accordeert, so het daer niet met hen conde dat hie als dan noch vijftich gulden daer en boven hebben solde op dit werck hem voorts verschoten hondert rijckdaler, blijkende die reckeninge van ‘t Jaer 1631".
idem (1633).
"Den 17 Junij 1633 betaelt an Antoni Verbeeck, als rest ende volle betalinge die somma vierhondert wijftich gl. met negen gulden zes stuiver tot een vereringe aen die vrouwe, ende een rijxdaler voor de knecht, noch hem betaelt vijftich gl. ‘t welck met woorden in ‘t contract was besproken ende nochtons in de penn. niet verhaelt op conditiën, als ‘t orgel gereet waer so he Verbeeck als dan in goedder consciëntie hadde te clagen, dat hie te winich daer voor kreech, dat he als dan die voorschr. vijftich gl. solde genieten, beloopt‘t samen vijfhondert elff gl. sestien stuiver: 511. 16. -".
 
Bijlage 2.
Overzicht reparaties orgel Geertruidsgasthuiskerk Groningen 1631 t/m 1846.
Diest Lorgion. Broekhuyzen. Rek. boeken.
Aant. J. Auwen Orgelbeschr. Geertr. Gasthuis.
- - - - - - 1631 f. 830, -- 1631-1633 f. 761, 16 A. Verbeeck
1663 f. 230, 90 1663 f. 230, -- 1663 f. 230, --
1680 f. 800, -- 1680 f. 800, -- 1680 f. 800, --
1697 f. 1022, -- 1694 f. 1022, -- 1696-1697 f. 875, -- A. Schnitger
1715 f. 35, -- - - - - - - - - - 1715 f. 35, -- J. Radeker
1725 f. 132, -- - - - - - - - - - 1725 f. 132, -- M. Amoor
- - - - - - - - - - - - - - - - - 1725-1753 onderhoud M. Amoor
1756 f. 950, -- 1756 f. 1002, -- 1756-1758 f. 950, -- A. A. Hinsz
1785 f. 300, -- - - - - - - - - - 1785 schoonm. en rep. A. A. Hinsz
1814 f. 325, -- 1814 f. 435, -- 1814 rep. Wed. H. H. Freytag
1832 f. 120, -- 1832 rep. Lohman 1832 rep. N. A. Lohman
1846 f. 200, -- 1846 1846 vern. f. 243, 50 Lohman
 
 
 
Bijlage 3.
Overzicht van de stemmen van het orgel sinds 1973. Zie Dorgelo. Hinsz. (1985)135.

Hoofdwerk.
Prestant 8’ Frontpijpen oud
Holpijp 8’ Oud, enkele pijpen van Hinsz
Octaaf 4’ Hinsz, enkele oudere pijpen
Fluit 4’ Hinsz, was Quintadeen 4’
Octaaf 2’ Hinsz, enkele pijpen ouder, enkele jonger
Quint 3’ Nieuw, Van Vulpen
Mixtuur 4-5-6 st. Nieuw, 65 oude pijpjes, 13 Hinsz
Sexquialter 2-3 st. Oud, gedeeltelijk ouder dan Hinsz
Dulciaan 8’ Hinsz, een aantal oudere bekers
Rugwerk
Prestant 4’ Hinsz
Quintadeen 8’ Oud, ouder dan Hinsz op enkele pijpen na
Fluit 4’ Hinsz, enkele pijpen ouder
Fluit 2’ Oud, Hinsz: tonen Cis, Dis, Fis en Gis
Quint 1 1/2’ Hinsz, enkele pijpen nieuw
Scherp 3 st. Nieuw, Van Vulpen
Vox Humana 8’ Nieuw, Van Vulpen
Pedaal
Prestant 8’ Arp Schnitger
Bourdon 16’ Arp Schnitger
Octaaf 4’ Arp Schnitger
Octaaf 2’ Arp Schnitger
Mixtuur 3 st. Arp Schnitger
Trompet 8’ Arp Schnitger
 


 

Foto van het orgel voor de restauratie van 1969

 

Koororgel Fama en Raadgever (22)

1989: Dit orgel wer op 28 mei 1989 in gebruikgenomen. Zie vouwblad ingebruikname. (25)
Het orgel werd oorspronkelijk in 1982 gebouwd voor het conservatorium in Groningen

Kerk en Muziek mei 1982


Foto  (22)

Dispositie:
Manuaal: Gedekt 8' (gedeeld), Roerfluit 4' (gedeeld), Prestant 2' (gedeeld).
Pedaal: Aangehangen.