Peize, Hervormde kerk

Informatie over de kerk


Ansichtkaarten

Geschiedenis St. Geertruidsgasthuis in Groningen (28) (29) (30) (32)

1631: Het orgel wordt in 1631 door de voogden van het St. Geertruidsgasthuis aanbesteed aan de orgelmaker Anthonie Verbeeck te Groningen. Voor 700 Caroli gulden wordt het orgel aangenomen, terwijl zijn vrouw een rosenobel zou ontvangen en er wordt nog 50 Caroli gulden in reserve gehouden voor het geval de orgelmaker te weinig zou hebben gekregen. Ook mocht hij het positief dat in de kerk aanwezig was in bezit nemen. Als eerste termijn krijgt hij 250 Caroli gulden. (01)

1633: De afrekening vindt plaats. Er worden nog 511 Caroli gulden en 16 stuivers uitbetaald. 450 als rest van de 700 Caroli gulden en nog eens 50 Caroli gulden zoals was afgesproken. Een rosenobel voor zijn vrouw ad 9 gulden en 6 stuivers en een rijksdaalder voor de knecht.  (02) (bijlage 1)

1663
: Er wordt voor 230 Caroli gulden aan het orgel verbouwd door J. Huis.

1672: Het orgel heeft te leiden gehad van de beschietingen door de bisschop van Munster. Het orgel is acht jaar niet gebruikt.

1680: De reparatie in 1680 voor 800 Caroli gulden is waarschijnlijk uitgevoerd door Jan Helman. (03)

1696-1697: Arp Schnitger voegt een zelfstandig pedaal met 5 à 6 stemmen toe en maakt 3 nieuwe blaasbalgen. De orgelkas wordt gewijzigd en krijgt twee pedaaltorens door Allart Meijer voor 235 Caroli gulden. Jan de Rijk ontvangt 10 Caroli gulden voor het beeldhouwwerk. De totale kosten bedragen 1022 Caroli gulden. Hierna zullen Jan Radeker en Rudolf Garrels het onderhoud gehad hebben. (31)

1707-1719: In 1707, 1715, 1719 repareert Jan Radeker het orgel. In 1715 ontvangt hij 35 Caroli gulden.

1725: Reparatie door Matthias Amoor voor 132 Caroli gulden. Hierna heeft hij het onderhoud tot 1753.

1754: Albert Anthoni Hinsz krijgt voor 10 Caroli gulden het onderhoud en het stemwerk.

1755: Er wordt een bestek gemaakt voor een reparatie en uitbreiding van het orgel voor een bedrag van 950 Caroli gulden. Hinsz maakt een nieuw Rugwerk dat het oude Borstwerk van Verbeeck vervangt en hij maakt een nieuwe windlade voor het Hoofdwerk dat nu de omvang C - c3 krijgt.

1756: Hinsz ontvangt per kwitantie 250 Caroli gulden.

1758: Hinsz ontvangt 250 Caroli gulden en de resterende 450 Caroli gulden.

1788: De dispositie van het orgel wordt door A.A. Knock opgetekend: (04)



Na 1785: Tussen 1785 en 1811 zullen de orgelmakers F. C. Schnitger jr. en H. H. Freytag het orgel in onderhoud hebben gehad. Na de dood van deze orgelmakers in 1799 en 1811, zet de weduwe Freytag met behulp van knechten zoals J. W. Timpe en Matthias Martin het onderhoud voort.

1814:
Een reparatie voor f 325,-

1832: N. A. Lohman voert een reparatie uit voor f 120,-. Zo maakte hij het klavier van het Rugpositief dat onder was boven. De Quintadeen 8’ in het Rugpositief werd vervangen door een Holpijp 8’.

1846: Een reparatie voor f 234,50. Er kwam onder andere een nieuwe pedaalkoppel.

Ca. 1850: De dispositie wordt opgetekend door Broekhuyzen.
'G 40. Groningen
Het orgel in de kerk van het Peper- of Geertruidsgasthuis aldaar is een werk van oude datum.
Is oorspronkelijk gemaakt door mr. Antoni Verbeek in het jaar 1631 voor de som van f 830. In het jaar 1663 vergroot met nieuwe stemmen voor f 230.
De naam der orgelmaker was onbekend, welligt de genoemde. In 1680 geheel hernieuwd voor f 800, zijnde in 1672 door de bisschop van Munster grootendeels vernietigd.
Van 1672 tot 1680 heeft men er geen gebruik van kunnen [maken] wegens gebrek aan geld, wegens de nodige herstellingen die hetzelve vereischten.
In 1697 werd er eene groote reparatien aan verricht van een pedaal, hetwelk f 1.022 kosten. In 1756 is er het rugpositief bij gemaakt voor f 1.002.
In 1785 grootendeels gerepareerd. In 1814 hersteld voor f 435. In 1832 aanmerkelijk gerepareerd door de orgelmakers N.A. Lohman en Zonen, te Groningen gevestigd, waarbij het clavier van het rugpositief, dat onder was, boven is gemaakt.
Van de quintlade [= Quintadena] in hetzelve een Holpijp gemaakt.
In 1846 is er eene belangrijke herstelling aan verricht en vermeerderd met stemmen zoodat hetzelve in 1847 bestaat uit 22 stemmen, twee handclavieren van 4 octaaf, vrij pedaal en vier blaasbalgen.
De reparatiën in 1785 zijn door den beroemde orgelmaker A.A. Hintz verricht.
Manuaal Rugpositief Pedaal
Prestant 8 vt Prestant 4 vt Prestant 8 vt
Holpijp 8 vt Quintadena 8 vt Bourdon 16 vt
Prestant 4 vt Fluit 4 vt Octaaf 4 vt
Quintadena 4 vt Fluit 2 vt Octaaf 4 vt
Octaaf 2 vt Quint 1 1/2 vt Mixtuur 3 st
Quint 3 vt Scherp 3 st Trompet 8 vt
Mixtuur 4-5-6 st Voxhuma 8 vt
Sexqualter 2-3 st
Dulciaan 8 vt

drie ventielen, eene afsluiting, eene koppeling, een tremulant en calcanteschel.'



Geschiedenis te Peize

1823: Er worden sollicitanten opgeroepen voor de functie van schoolonderwijzer. Deze functie is gekoppeld met de functies van koster en voorzanger van de Hervormde Kerk.

Provinciale Drentsche en Asser courant 11-07-1823

1851: In onderstaand bericht wordt een orgelconcert gemeld vanuit Peize. Heeft het in 1862 geplaatste orgel toch een voorganger gehad of gaat het om een zeer vroeg harmonium of vond het concert plaats in Roden?

Groninger courant 05-09-1851

1855: Plannen voor de aanschaf van een orgel nadat de kerk is gerestaureerd.

Provinciale Drentsche en Asser courant 19-05-1855

1862: In de kerkvoogdijvergadering van 2 mei wordt de aanschaf van een orgel besproken. De aanschaf mag een bedrag van f 2.500,- niet te boven gaan. Betaling moet geschieden uit de kerkelijke fondsen. Als er wordt gestemd, zijn er negen stemmen voor en vier stemmen tegen. In een volgende vergadering komt de financiering aan de orde.
In de vergadering van 17 mei wordt verslag gedaan van een overleg met Van Oeckelen in de kerk van Peize. Van Oeckelen zegt: 'in de gelegenheid te zijn om voor de som van f 2000,- een zeer goed en bruikbaar orgel met de noodige ornamenten voor deze kerk te leveren, te betalen in twee gelijke termijnen. De eerste bij de aflevering en de tweede een jaar naar dato.'
De kosten voor de orgelzolder en de plaatsing van het orgel worden ingeschat op f 400,-.
De financiering wordt als volgt gepland:
- opnemen van een kapitaal van f 1.000,- tegen 4% rente.
- verkoop van 63 eiken rond de kerk. Deze zouden per stuk f 20,- opleveren. Dit levert in totaal f 1260,- op.
- van de verkoop van 'weekhout' uit de kerkbosjes wordt een opbrengst verwacht van f 140,-
De lening zal worden afgelost over een periode van 20 jaar uit de lopende rekening.
Op basis van bovenstaand plan wordt besloten het orgel aan te kopen. (15) (05)

College van Toezicht
In de vergadering van 24 mei (verbaal 43) komt bovenstaand voorstel aan de orde.
In de vergadering van 8 juli 1862 (Verbaal 53) wordt het voorstel verder besproken.
Ook op 27 juni (verbaal 49) komt het orgel weer ter sprake. (21) (22) (23)

In onderstaand krantenbericht staat abusievelijk vermeld dat Van Oeckelen het orgel zelf heeft vervaardigd.

Provinciale Drentsche en Asser courant 15-05-1862

In de kerkenraadsnotulen is een verslag opgenomen van de ingebruikname van het orgel op 7 december:
'Dec 7 .... Op heden den zevenden December 1862 is het eerste orgel in deze kerk geplaatst, zijnde plechtig ingewijd door onze predikant Ds. Tonckens met een leerrede naar aanleiding van Psalm 118: 28 en 29. Bij die gelegenheid werd eerst voorgelezen Psalm 150 vers 1-6. Daarop zong de Gemeenten Psalm 84: 1 zonder orgelspel.
Na de voorafspraak en het gebed werd er gezongen Gezang 2 vers 1 en 5 met orgel. Vervolgens voor en na Psalm 118:12,14 Gezang 89:1,2, Gezang 11:1,6 terwijl de Gemeente tenslotte staande heeft gezongen Gezang 96.
Er was eene groote schare te zamen gekomen, zoodat de kerk met menschen ook van elders was opgevuld. De predikant deelde bij die gelegenheid aan de gemeente mede dat het orgel oorspronkelijk vervaardigd geworden was voor de kerk van het Geertruida-gasthuis in Groningen in de Peperstraat, aldaar op den 27ste april 1631 uitbesteed geworden ter vervaardiging aan Antonie Verbeek voor de som van f 750,- en voor diens vrouw een rozenobel tot doceur en een gestoelte in de kerk gerekend op f 72,-.
Daar dit orgel in 1633 was betaald geworden, is het waarschijnlijk, dat het toen afgewerkt en ingezegend zal zijn geworden in voormelde kerk. In 1680 is aan dit orgel eene aanmerkelijke herstelling aangebragt voor de som van f 800,-. In 1832 is er andermaal eene verbetering aan dit orgel gedaan voor de som van f 100,-. Van 1838 tot 1861 zijn onderscheiden reparatiën aan dit speeltuig gedaan te zamen gerekend op f 1200,- en daarenboven sedert 1680 tot 1832 nog andere kosten die ons niet zijn opgegeven.
In de zomer van dit jaar 1862 is dit orgel door de orgelmaker Petrus van Oeckelen en zonen van Harendermolen uit de Gasthuiskerk weggenomen en door Heeren Kerkvoogden van Peize van genoemde orgelmaker aangekocht om het te plaatsen in de kerk alhier, het welke is geschied in de maand november dezes jaar voor de som van tweeduizend gulden, terwijl de kosten van vertimmering van den zolder enz. enz in de kerk daarenboven geheel voor rekening van kerkvoogden is geschied.
De predikant Tonckens voornoemd zei bij gelegenheid der inwijding van dit orgel in zijn leerrede het volgende:
'Wordt nu mijn wensch en bede vervuld, een wensch voorzeker ook van deze gemeente, dan beantwoorde dit orgel aan het doel, waartoe het hier geplaatst is geworden, en zij daartoe over hetzelve de bescherming en zegen van den God en vader van onze Heer J.C. tot in lengte van dagen ons en onze nakomelingen tot eeuwig heil en zegen'
Des achtermiddags te half drie is er door den hoofdonderwijzer Roelf Swartwold alhier een concert op het orgel gegeven, door deurzelfen, die ook des voormiddags het orgel uitmuntend had bespeeld, terwijl er bij afwisseling door het hier bestaande zanggezelschap, ne een met, dan zonder begeleiding van het orgel onderscheiden stukken zijn gezongen geworden en met name door de gemeente zijn gezongen Gezang 178:1,4 Gezang 89:1,2 Gezang 20: 1,2 eindelijk slotzang gezang 96.
Des achtermiddags heeft ds. Lulofs, predikant te Roderwolde het eerst eene toespraak tot de vergaderde, zeer talrijke schare gehouden, en is er door ds. Tonckens bij die gelegenheid een vers gereciteerd. De kerk was opgepropt vol van menschen uit deze en omliggende gemeenten opgekomen. Alles begunstigd door zacht weder, is in de beste orde afgelopen.
Peize 7 december 1982
T.L. Tonckens predikant
Namen van 8 kerkvoogden (18)


Bij de verplaatsing is het orgel door Van Oeckelen gewijzigd. Hij verandert op het Hoofdwerk de Mixtuur 4-5-6 sterk in 2-3 sterk. De Sesquialter 2-3 sterk is vervangen door een Fluit 2’. Op het Rugwerk komt een Viola di Gamba 8’ vanaf A op de plaats van de Scherp 3 sterk en de Vox Humana 8’ wordt vervangen door een Dulciaan 8’. De wijzigingen zoals het vervangen van de Mixtuur 3 sterk op het Pedaal en de vervanging van de Quint 1 1/3 in een Flageolet 1’ zijn niet goed te dateren.


Provinciale Drentsche en Asser courant 08-11-1862, 11-12-1862

1863: In de vergadering van 23 januari (Verbaal 3-1,2,3) van het College van Toezicht komt een brief van 17 juli uit Peize aan de orde. Daar wordt gemeld dat de verkoop van bomen f 1.181,50 heeft opgebracht. (21) (24)
In een brief aan het College van Toezicht verantwoordt de kerkvoogdij een aantal uitgaven die betrekking hebben op het plaatsen van het orgel. Deze tekst is slecht leesbaar: 'Post nr. 10, onderhoud van kerkgebouw, kerkhof ... met f 114,63 wijl men om het orgel in de kerk kunnen plaatsen vooraf een gedeeltelijk gewelf van plaats van den .... moest daarstellen, vóór het kon worden opgesteld. Post no. 17 moest met f 9,00 worden verhoogd omdat er een paar nieuwe lampen zijn daargesteld. (12)


Verslag van Gedeputeerde Staten aan de Staten der provincie Drenthe ..., 1863, 01-07-1863 blz. 1919


1865 Artikelen  Een Zondag in Peize I, II,III en IV





Provinciale Drentsche en Asser courant van 27-07-1865, 29-07-1865, 01-08-1865  en 03-08-1865 Klik op de afbeeldingen voor een vergroting


Orgelconcert door twee organisten en het plaatselijke zangkoor.

Provinciale Drentsche en Asser courant 22-04-1865

1867: Het plaatsen van nieuwe banken en een orgel wordt gememoreerd.

Provinciale Drentsche en Asser courant 03-12-1867

1874: Orgelconcert door de blinde organist J.J. Oord uit Deventer. Hij brengt ook zangnummers ten gehore terwijl hij zichzelf op het orgel begeleidt.

Provinciale Drentsche en Asser courant 21-01-1874

1881: Na een vergadering van manslidmaten speelt en zingt organist Swarthold.

Provinciale Drentsche en Asser courant 21-06-1881

1882: Twee advertenties onder elkaar. Een advertentie van de gemeente voor een hoofdonderwijzer en een advertentie van de kerkvoogdij voor koster/organist. Uit een vijftal wordt de heer Oosterman uit Ten Post benoemd.

Provinciale Drentsche en Asser courant 27-02-1882, 17-05-1882

1883: In de kerkvoogdijvergadering van 4 augustus wordt een overschrijding van de begroting gemeld wegens de aanschaf van een 'koraalboek met vervolgbundel en voorspelen voor de organist bedragende f 20,90 en wegens advertentiekosten veroorzaakt door de oproeping van sollicitanten naar de vacante betrekking van koster/organist te Peize belopende f 19,40'. (15)

1895: Een groot aantal kerkgangers wachten tevergeefs op de zeer gewaardeerde predikant Dr. Heerspink uit Eelde. Hij kwam echter niet. Er werd voorgesteld een 'tusschenzang' met psalm 119 op te geven, maar zowel dienstdoend ouderling als organist wezen dit van de hand.

Provinciale Drentsche en Asser courant 13-08-1895

1900: J. Doornbos, orgelmaker te Groningen vervangt de Dulciaan 8’ op het Hoofdwerk door een Trompet 8’ en in plaats van de Quint 3’ komt er vermoedelijk een Bourdon 16’.

105 ontvangsten en uitgaven (19)
1902 Blaasbalgtrapper W. Hagenauw 4x f 10,- P. van Oekelen f 15,- J. Hagenauw f 0,50
1903 Blaasbalgtrapper W. Hagenauw 4x f 10,- P. van Oekelen f 15,- J. Hagenauw f 0,50
1904 Blaasbalgtrapper W. Hagenauw 4x f 10,- P. van Oekelen f 15,- J. Hagenauw f 0,50
1905 Blaasbalgtrapper W. Hagenauw 4x f 10,- P. van Oekelen f 15,- J. Hagenauw f 0,50
1906 Blaasbalgtrapper W. Hagenauw 4x f 10,- P. van Oekelen f 15,- J. Hagenauw f 0,50
1907 Blaasbalgtrapper W. Hagenauw 4x f 10,- P. van Oekelen f 20,- J. Hagenauw f 0,50

1908: Op 24 juni geven de kerkvoogden een toelichting aan het College van Toezicht op de kosten van 1907: 'Art. 12 Onderhoud van het orgel met f 4,50 Een defect aan het orgel maakte overschrijding van de begrooting met dit bedrag noodzakelijk.' (13)

105 ontvangsten en uitgaven (19)
1908 Blaasbalgtrapper W. Hagenauw 4x f 10,- P. van Oekelen f 15,- J. Hagenauw f 0,50
1909 Blaasbalgtrapper W. Hagenauw 4x f 10,- P. van Oekelen f 20,- J. Hagenauw f 0,50
1910 Blaasbalgtrapper W. Hagenauw 4x f 10,- Nota van Oekelen f 15,- J. Hagenauw f 0,50
1911 Blaasbalgtrapper W. Hagenauw 4x f 10,- P. van Oekelen f 15,- J. Hagenauw f 1,30
1912 Blaasbalgtrapper W. Hagenauw 4x f 10,- P. van Oekelen f 20,- J. Hagenauw f 0,50
1914 Blaasbalgtrapper W. Hagenauw 4x f 10,- P. van Oekelen f 15,- J. Hagenauw f 1,-
1915 Blaasbalgtrapper W. Hagenauw 4x f 10,- P. van Oekelen f 15,- J. Hagenauw f 1,30
1916 Blaasbalgtrapper W. Hagenauw 4x f 10,- P. van Oekelen f 15,- J. Hagenauw f 1,-

1918: In de kerkvoogdijvergadering van 11 juni wordt vermeld dat het traktement van de orgelblaasbalgtrapper is verhoogd tot f 65,- per jaar. (15)

105 ontvangsten en uitgaven (19),-
1920 v. Oekelen Thijs f 15,- N. Postema f 4,20

1920: Er worden sollicitanten opgeroepen voor de functie van schoolhoofd. Er is een kans op een benoeming als organist voor f 250,- per jaar.

Provinciale Drentsche en Asser courant 11-12-1920

1921: In de kerkvoogdijvergadering van 10 maart wordt een uitgebreide discussie gevoerd naar aanleiding van de vraag van de gemeente Peize tot aankoop van de kosterswoning. De nieuwbenoemde onderwijzer is niet genegen het ambt van koster/organist uit te oefenen. Men besluit dat de woning kan worden verkocht. Als organist kan een dorpsgenoot of iemand uit Groningen worden benoemd. (15)

105 ontvangsten en uitgaven (19)
1922 H. Thijs (v. Oekelen) f 15,00 N. Postema f 4,55
1923 H. Thijs Glimmen f 15,10 N. Postema f 3,85
1924 H. Thijs f 15,10
1925 H. Thijs f 15,10 N. Postema f 4,50
1926 stemmen f 15,10 Helpen f 4,50
1927 H. Thijs f 15,10 N. Postema f 4,50
1928 H. Thijs f 15,10 N. Postema f 4,-
1929 blaastrapper f 32,50 H. Thijs f 15,10 N. Postema f 2,40

1930: De oud-organist van Peize overlijdt.

Provinciale Drentsche en Asser courant 20-10-1930, 21-10-1930

105 ontvangsten en uitgaven (19)
1930 blaastrapper f 32,50 orgelstemmen f 15,10
1931 blaastrapper f 32,50 H. Thijs Glimmen f 15,10
1932 blaastrapper f 32,50
1933 blaastrapper f 32,50 N. Postema K. Doornbos 10,- N. Postema f 2,-
1934 blaastrapper f 32,50
1935 blaastrapper f 32,50 K. Doornbos orgelstemmen f 15,-

1936: Op het Pedaal wordt de metalen Bourdon 16’ vervangen door een houten exemplaar en worden nieuwe magazijnbalgen gemaakt door orgelmaker Klaas Doornbos.
Ook krijgt het orgel zo goed als zeker een windmotor, omdat achter de uitgavenpost 'Orgel' de uitgave van f 600,- voor aanleg van elektrische kracht staat vermeld. Ook de uitgaven voor een orgelblaastrapper komen niet meer voor.
105 ontvangsten en uitgaven (19)
1936 1 januari aanleg elektrische kracht f 600,- Nienhuis 2x f 100,-

193x: Johan van Meurs noteert de gegevens van het orgel in zijn dispositiecahier. (26)

Klik op de afbeelding voor een vergroting

28 3 schepbalgen
Peize Herv. Kerk 2 klavieren, vrij ped
Orgel gemaakt door Hinsz (midden
18de eeuw) stond oorspronkelijk in de
Pepergasthuiskerk en werd in 1816
overgebracht naar Peize en in 1862
gerestaureerd door v. Oekelen.
Nieuwe Magazijnbalg en motor 1935 Doornbos
Manuaal I Manuaal II Pedaal
Prestant 8' Holpijp 8' Prestant 8'
Holpijp 8' Gamba 8' Bourdon 16'
Octaaf 4' Prestant4' Quint 3'
Fluit 4' Fluit 4' Octaaf 2'
Bourdon 16' disc Fluit 2' Octaaf 4'
Octaaf 2' Flageolet 1'  Trompet 8'
Mixtuur III-IV Dulciaan 8'  Het pedaal is
Trompet 8' gehalveerd
aan beide zijden
knoppen
Schuifkoppeling d.w.z van de C-lade
pedaalkoppeling en de Cis-lade

1937: De teksten die op het orgel zijn te vinden worden vermeld.

Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Drenthe 1937

105 ontvangsten en uitgaven (19)
1937 orgelblaastrappen N. Postema f 32,50 organiste 2x f 100,-
1938 Klok opwinnen blaastrappen N. Postema f 32,50 H. Vegter orgel gestemd f 10,-
1940 Nienhuis 2x 100 H. Vegter Usquert f 6,50 RM Klunder reparatie orgel f 2,-
1941 -
1942 Nienhuis 2x f 100,- 23 feb vracht piano R. Veenstra 3,- 28 dec pianohuur Beukema f 8,35

1943: In november vraagt organist G. Nienhuis of hij het niet gebruikte orgeltje in de kerk kan krijgen om een soortgelijk orgel bij hem thuis te restaureren. Als het blijft staan, gaat het alleen maar verder achteruit. (13)
105 ontvangsten en uitgaven (19)
1943 organiste ouderdomsverz f 35,90 salaris f 100,- 2x 8 nov reparatie orgel f 6,80
1944 Nienhuis 2x 100 ouderdomsverz f 35,90
1945 Nienhuis 2x 100 ouderdomspremie f 35,80 6 mei Nienhuis orgelherstel f 8,- H. Hoven vervoer orgel f 10,- 9 nov Nienhuis orgelherstel f 8,-
1946 9 dec R.W. Klunder orgelherstel f 9,- Nienhuis 2x 100

1947: In de kerkvoogdijvergadering van 20 november wordt besloten aan organiste mej. Nienhuis een gratificatie toe te kennen van f 50,- vanwege haar geringe salaris. (16)
105 ontvangsten en uitgaven (19)
1947 Nienhuis f 100,- f 100 f 50,-

1948: Op 9 april schrijft organist Nienhuis (vader van mej. Nienhuis?) dat hij geen antwoord heeft gekregen op een eerdere brief. Hierdoor heeft hij nu de kerkdienst tijdens het 'nagebed' moeten verlaten. Dit had voorkomen kunnen worden. (14)
In de vergadering van 27 mei 1948 wordt besloten organiste mej. Nienhuis een jaarlijks salaris van f 250,- uit te betalen.

1949: Op 25 juni stuurt orgelmaker G. van Leeuwen een nota van f 60,- voor stemmen en onderhoud in 1948. Er wordt besloten te wachten met de betaling vanwege de afwezigheid van ds. Luteijn.
Op 22 november wordt een ingekomen brief van de Verenging van Kerkvoogdijen over advies bij orgelrestauraties voor kennisgeving aangenomen. (16)

1950: Op 29 september komt in de kerkvoogdijvergadering aan de orde dat een orgelreparatie in de nabije toekomst grote financiële offers zal vergen. (16)

1951: Op 6 april wordt geconstateerd dat mej. J. Nienhuis op zaterdag 22 april al 25 jaar organiste is in de kerk. Er wordt f 15,- gereserveerd voor een cadeau.
105 ontvangsten en uitgaven (19)
1949 G. van Leeuwen orgelmaker f 60,-
1949 organiste Nienhuis 2x f 125,- + oud verz f 35,90, orgel voor consistoriekamer f 200,- herstelling kerkorgel f 9,-, Vracht orgel Roden-Peize f 3,-, M. Ruiter nazien orgel f 6,-
1950 7 mei salaris mej. Nienhuis f 125,- + ouderdomsverz f 35,95
1950 5 november M. Ruiter orgelreparatie f 9,88
1951 salaris Nienhuis idem 2x f 12

1952: Op 22 juni schrijft directeur Helbers van het Bureau Monumentenzorg Drenthe (BM) naar het ministerie of er subsidie mogelijk is voor restauratie van kerk en orgel. De reactie van het ministerie op de subsidieaanvraag voor kerk en orgel laat op zich wachten. De huidige predikant is zeer actief. Gaat hij weg, dan zakt het plan ineen. (20)

1953: Op 3 juni komt een vraag van mevr. Swierstra-Joustra uit Peize aan de orde of zij orgelles mag hebben op het orgel. Na raadpleging van de organist wordt dit niet toegestaan omdat het orgel in een te slechte staat is. (16)
Op 7 oktober schrijft de kerkvoogdij aan het college van toezicht dat de kerk nodig moet worden gerestaureerd. De kapconstructie verkeert in slechte staat. Onlangs heeft het rijk 5 miljoen uitgetrokken voor het financieren van restauraties. Het orgel staat al op de monumentenlijst. Kan het college adviseren? (13)
Op 30 december schrijft de kerkvoogdij aan Monumentenzorg dat het orgel voorkomt op de monumentenlijst. (25)

1954: Beschrijving van de dispositie uit een brief van 3 april door O. Hartholt uit Een. De kladnotities zijn vermoedelijk van Lambert Erné. (08)
Op 29 december wordt besloten het salaris van de organiste op te trekken naar f 275,- per jaar. (16)

1955: Op 24 december stuurt de kerkvoogdij een brief naar de Hervormde Orgelbouwcommissie (HOC).  'We hebben in onze Herv. kerk te Peize (dr) een mooi barok orgel dat zeer nodig gerestaureerd moet worden. Het staat op de lijst van monumentenzorg. Financiële moeilijkheden waren de oorzaak dat de restauratie steeds weer werd uitgesteld.'  Het orgel wordt toegeschreven aan de school van 'Schnitzer'. In 1785 omgebouwd door Albertus 'Hintz' en in 1861 vanuit de Pepergasthuiskerk in Groningen naar Peize verkocht. Sinds die tijd is het niet meer gewijzigd.
Op 30 december antwoordt de HOC dat ze graag adviseren. Lambert Erné en Willem Hülsmann zullen ter plaatse een onderzoek instellen. De kosten van het advies zijn f 35,- (08) (34)

1956: In een brief van 26 januari meldt de HOC dat het bezoek van de deskundigen is uitgesteld tot februari, vanwege het overladen reisschema. Op 10 februari wordt gemeld dat Hülsmann en Erné op 23 februari langs zullen komen.
Op 11 april meldt de HOC dat een tweede bezoek nodig is. Het eerste onderzoek is uitgevoerd door Lambert Erné. (08) (11)
In de vergadering van 31 augustus wordt gemeld dat organiste mej. Nienhuis is overleden. Haar vervanger heeft zich als kandidaat teruggetrokken. Van de drie sollicitanten hebben al twee een dienst gespeeld een derde zal dat aanstaande zondag doen. (16)
Op 9 oktober schrijft het BM naar de rijksdienst. Het orgel van Peize verkeert in verval en predikant A. Blansen Henkemans wil het graag laten restaureren. In de voorlopige monumentenlijst staat dit orgel niet vermeld. Het oorspronkelijk 17de-eeuwse instrument is in 1785 door Hinsz verbouwd en in 1860 door de kerkvoogdij van Peize uit Groningen aangekocht. Welke weg moet bewandeld worden om deze restauratie te kunnen uitvoeren?
Op 26 november antwoordt de rijksdienst. Er dient een verzoek in tweevoud te worden gericht aan het ministerie van OKW. Als bijlagen een foto en 'verder ter zake doende gegevens'.
Op 29 november schrijft het BM aan de predikant van Peize welke gegevens hij dient op te nemen in zijn aanvraag. (20)
Op 30 december schrijft de kerkvoogdij aan het ministerie van OKW dat het orgel in zeer slechte staat is. In het kort wordt de historie van het orgel beschreven en genoemd dat het orgel op de monumentenlijst staat. De dispositie wordt ook vermeld, maar met een groot aantal fouten. De werkzaamheden van Arp Schnitger worden niet vermeld. (08) (11)

Bijlagen van de Handelingen der Generale Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk ten jare 1956


1957:
Op 15 april kondigt de HOC een bezoek aan van Cor Edskes.
Op 15 april schrijft de HOC aan Cor Edskes dat hij het orgel in Peize moet onderzoeken en welke punten van belang zijn.
Het onderzoeksrapport van Cor Edskes dateert van 8 mei. Edskes heeft het archief van de Pepergasthuis nog niet ingezien, maar hij dateert de oudste onderdelen van het orgel op 1631. In de jaren 1696-1697 werkt Arp Schnitger aan het orgel. Hinsz wijzigt het orgel nog ingrijpender. Edskes noemt de dispositie uit de verzameling van Knock en daar staat geschreven dat Hinsz het in 1785 heeft schoongemaakt. Edskes vermoedt dat Hinsz veel meer heeft gedaan gezien het blinderingssnijwerk dat een laat-rococo-karakter heeft. In 1861 wordt het verkocht naar Peize, waar nog geen orgel aanwezig was. Bij de verplaatsing wordt het orgel ingrijpend gewijzigd.
Hij noteert de dispositie als volgt:
Hoofdwerk: Bourdon 16' discant, Prestant 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Fluit 4', Octaaf 2', Mixtuur II-III, Trompet 8'
Rugwerk: Holpijp 8', Viola da Gamba 8', Prestant 4', Fluit 4', Fluit 2', Flageolet 1', Dulciaan 8'
Pedaal: Bourdon 16', Prestant 8', Octaaf 4', Octaaf 2', Quint 3', Trompet 8'
3 afsluiters, manuaalkoppel, pedaalkoppel en windlosser.
Manuaal C-c''', Pedaal C-d', Cis ontbreekt
De pedaalstemmen hebben ieder voor zich twee knoppen voor de C- en de Cis-kant.
De staat van alle onderdelen wordt door Edskes nauwkeurig beschreven.
Hij constateert, met enige schroom, dat het orgel voor restauratie in aanmerking komt. Hij baseert deze schroom op de slechte staat van het orgel en de samenstelling van het instrument uit verschillende perioden, waarop Hinsz het meest zijn stempel op heeft gedrukt. Bij de restauratie zou Hinsz het uitgangspunt moeten zijn.
De volgende werkzaamheden zouden moeten worden uitgevoerd:
- Herstel van de kas en ongedaan maken van latere wijzigingen.
- Herstel van de dispositie naar de situatie van 1785
- Restauratie van windladen, pijpwerk en mechaniek
- Verplaatsing van de windvoorziening van de toren naar de kerk
De kosten worden ingeschat tussen de f 25.000,- en f 50.000,-
De kerk is noodlijdend en wordt al voor f 2.000,- gesubsidieerd. Men hoopt op een subsidie.
Aangezien het orgel voorkomt op de monumentenlijst en het een van de oudste en grootste orgels van de provincie Drenthe is, zou subsidie mogelijk moeten zijn.
Van dit rapport is ook een uittreksel gemaakt van zes pagina's.
Op 8 mei schrijft de Rijksadviseur voor orgels Dr. H.L. Oussoren dat hij het orgel heeft onderzocht. Hij ziet het orgel voornamelijk als een werkstuk van Hinsz en kent het monumentale waarde toe. De toestand van het orgel is onrustbarend slecht. (GJP: kende Oussoren het rapport van Cor Edskes nog niet?)
Op 22 mei schrijft de Rijkscommissie voor monumentenzorg dat het orgel is opgenomen in de B-klasse.
Op 18 juni stuurt het ministerie een brief aan de kerkvoogdij van Peize. Zij verklaren bereid te zijn tot een subsidie van 30%. Deze gelden zijn echter pas na 1960 beschikbaar.
Op 24 juni schrijft de directeur van het BM G.C. Helbers dat hij hoopt dat het orgel gerestaureerd kan worden. Ook is het van groot belang dat de kerk wordt gerestaureerd.
Op 17 juli schrijft de HOC aan de vereniging van kerkvoogdijen om actie te ondernemen omdat de kerk van Peize onderverzekerd is.
Op 19 juli schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat het orgel voor f 60.000,- verzekerd zou moeten zijn. Kerk en orgel zijn nu verzekerd voor f 150.000,-. De HOC adviseert dit bedrag te heroverwegen.
Op 18 september verschijnt het voorlopige rapport van de HOC. De inhoud is gelijk aan het rapport van Cor Edskes. De kerkvoogdij wordt geadviseerd offertes aan te vragen bij de orgelmakers Leeflang en Van Vulpen. (08) (11) (25) (34)

1958: Op 23 april stuurt de HOC een rekening voor het voorlopig advies. (34)


Het Orgel 1959/11

1961: In de periode 1961-1967 wordt er een notitieschrift bijgehouden waarin de brieven zijn genoteerd die betrekking hebben op de restauratie.
Op 17 januari stuurt de HOC op een telefonisch verzoek van de predikant van Peize ds. H. Noordermeer een afschrift van het rapport uit 1957. Na lezing en bespreking met de kerkvoogdij zouden de deskundigen van de HOC langs kunnen komen om het instrument te bekijken. Uit dezelfde tijd stamt een notitie dat Willem Hendrik Zwart en een leraar (van der Kleij?) zijn langs geweest en hebben geconstateerd dat het orgel in zeer slechte staat is. Een restauratie is beslist noodzakelijk. Zwart stelt een provinciale actie voor. De predikant heeft een overleg met de kerkvoogdij toegezegd. Hij zou echter eerst de beschikking moeten hebben over het rapport uit 1957. Ook heeft de predikant contact gehad met Edskes.
Tijdens de gemeenteavond van 16 november wordt het orgel gedemonstreerd door de organist van de kerk dhr. Wolf. De geschiedenis van het orgel wordt verteld en de huidige problemen. Waarom moet het worden gerestaureerd?
In een ongedateerde lijst staan de personen die hebben plaats genomen in een comité van aanbeveling. De lijst bevat tal van bekende namen uit het bestuur van Drenthe en de culturele elite.
Op 9 maart een notitie van de HOC of op basis van het oude rapport een offerte kan worden aangevraagd bij Van Vulpen en Leeflang. De notitie is geschreven naar aanleiding van een brief van ds. Noordermeer van 9 maart, waarin hij vraagt of de HOC namens de kerkvoogdij offertes wil aanvragen bij Leeflang en Van Vulpen.
Op 16 maart schrijft de HOC aan Van Vulpen of zij offerte kunnen uitbrengen voor de restauratie van het orgel op basis van het rapport uit 1957. Bij vragen kunnen ze contact opnemen met Cor Edskes.
Op dezelfde dag wordt de kerkvoogdij ingelicht dat er bij Van Vulpen een offerte is aangevraagd. Of er een tweede offerte nodig is van Leeflang, wordt nog overlegd met de rijksadviseur voor orgels.
Op 16 maart schrijft predikant ds. Noordermeer aan de Rijksdienst voor Monumentenzorg. De kerk is in zeer slechte staat. De kerk zal eerst gerestaureerd moeten worden voordat het orgel, waarvoor al subsidie is toegekend, gerestaureerd kan worden.
Op 4 april informeert de kerkvoogdij het actiecomité over de voortgang van de restauratie van orgel en kerk. Ds. Noordermeer van Roderwolde maakte een lijst met alle betrokkenen bij de restauratie van kerk en orgel.
Op 7 juni schrijft Van Vulpen dat ze graag een bezoek aan het orgel willen brengen samen met de deskundige van de HOC.
Op 12 juli schrijft Van Vulpen aan de HOC dat het nodig is dat bij restauraties deskundigen zijn betrokken.
Op 21 september brengt Van Vulpen een offerte uit. De kosten van de restauratie worden geschat op f 76.800,-
De werkzaamheden aan de orgelkas zijn niet inbegrepen. De kosten van timmerlieden, elektra, verblijf orgelmakers zijn voor rekening van de opdrachtgever. De werkzaamheden zouden in 1965 kunnen starten.
Op 19 september vraagt de kerkvoogdij aan het ministerie van OKW of de toegekende subsidie van 30% van 18 juni 1957 nog beschikbaar is. Er is binnenkort een offerte van de orgelmaker Van Vulpen beschikbaar.
Op 4 oktober antwoordt het ministerie van OKW dat de subsidietoezegging nog geldig is en dat het bedrag kan worden herzien. De hoogte daarvan is afhankelijk van het ingediende restauratieplan.
In de kostenraming van oktober voor de kerkrestauratie wordt het orgel wel genoemd, maar er worden geen kosten geraamd voor demontage, restauratie en montage.
Op 14 december schrijft de directeur Helbers van het BM aan predikant Noordermeer dat voor het orgel de akoestiek van belang is. Er mogen vooral geen tegels in de betonvloer worden gelegd. Wat zijn de plannen met de orgelgalerij? (08) (11) (34)


Foto links: geen nummer 1964, foto rechts Monumenten Bureau Assen 18221 (27)

1962: Op 23 maart beschrijft de HOC een aantal wijzigingen op de offerte van Van Vulpen.
- Vox Humana: Niet alleen nieuwe bekers, maar 'geheel nieuw met houten koppen te plaatsen op aanwezig stevelblok'.
- Prestant 8' van het Pedaal: Houten pijpen C en D te vervangen door nieuwe van metaal vervalt.
- De Bourdon 16' wordt van metaal
- Bij de Mixtuur van het Pedaal zoveel mogelijk pijpwerk hergebruiken uit de aanwezige Quint.
Op 12 april brengt de HOC onkosten in rekening.
Op 25 mei schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat men bereid is te betalen voor het advies van de HOC. Zolang er echter nog geen offerte binnen is van Van Vulpen wordt er nog niets betaald.
Op 29 mei antwoordt de HOC dat er al uitgebreid overleg is gevoerd met Van Vulpen en dat het orgel ook al bezocht is. Er zijn nog een aantal vragen over de offerte. Zodra die zijn beantwoord kan de offerte worden verstuurd. Is het mogelijk de f 28,75 te betalen?
In de notities van een bespreking op 20 september op het ministerie van OKW valt af te leiden dat er subsidie wordt verleend voor het restaureren van de kerk, maar nog niet voor het orgel. Er is nog geen raming bekend. Wel is er een oude toezegging.
Op 4 oktober stuurt Van Vulpen een aangepaste offerte. De kosten komen nu op f 85.300,- De originele offerte is slecht leesbaar. In het archief van de HOC is een afschrift beschikbaar.
Windladen: demonteren en alle onderdelen herstellen. Aanbrengen van een systeem zodat vochtigheid en temperatuurverschillen minder invloed hebben.
Klavieren: demonteren en herstellen
Mechanieken: reviseren. Nieuwe registerknoppen volgens oud model met nieuwe registerplaatsjes en handgeschilderde letters. Verwijderen van de pedaalkoppel.
Windwerk: Windmotor en balg vanuit de toren verplaatsen naar het orgelbalkon. Windmotor in een nieuwe dempkist. Kanalen restaureren en winddicht maken. Aanbrengen van een bloktremulant.
Pijpwerk: Beschadigde pijpen herstellen. Kernen worden niet gewijzigd.
- Hoofdwerk: Quintadeen 4' herstellen vanuit de Fluit 4', Quint 3' enkele pijpen nieuw, Sesquialter reconstrueren uit de omgewerkte Mixtuur, Mixtuur geheel nieuw, Dulciaan vanuit het rugwerk.
- Rugwerk: Quintadeen 8' houten pijpen vervangen door metalen exemplaren, Fluit 4' 3 nieuwe pijpen, Quint 1 1/2' enkele nieuwe pijpen, Scherp nieuw, Vox Humana nieuw
- Pedaal: Bourdon nieuw van metaal, Mixtuur reconstrueren vanuit de Quint, rest nieuw.
Het nieuwe pijpwerk wordt gemaakt conform het oude pijpwerk.
Op 28 november vraagt de HOC Van Vulpen een offerte in te dienen voor het demonteren en opslaan van het orgel op de zolder van het gemeentehuis van Peize. De demontage moet zijn afgerond voor 1 februari 1963. Er worden onderstaande eisen gesteld aan de uit te voeren werkzaamheden:
- Voorlopige schoonmaak onderdelen
- Opstellen van de pijpen op de windladen. Grote pijpen staand langs de wanden op klosjes
- Afnemen ornamenten orgelkas
- Opmeten van de drukverhoudingen in de cancellen uitgaande van de huidige winddruk. Zo mogelijk op alle c's
- Opmeten diepgang van manuaal en pedaal
- Merken van de onderdelen. Er mogen geen nieuwe inscripties op het pijpwerk worden aangebracht.
Op 13 december stuurt Van Vulpen de offerte voor het demonteren en opslaan van het orgel. Alle geëiste werkzaamheden worden gespecificeerd. Onderdelen en pijpwerk worden gemerkt met etiketten. De kosten bedragen f 2.900,- (08) (11) (34)


Tekening zijaanzicht kerk door architect A. Baart oktober 1961 (klik op de afbeelding voor een vergroting)


Leekster courant 06-04-1962

Architect Baart heeft een summier logboek bijgehouden met een aparte bladzijde over het 'meubilair'. De informatie over het orgel is uiterst kort: 'Okt. 1967 de preekstoel, klankbord en orgelkast opgehaald en naar Bolsward gebracht; 1-5 juli 1968 De balustrade van de kraak schoongemaakt en gebracht; 6-17 april 1970 Gewerkt aan de orgelkast en het herstellen van het snijwerk; 20 april-1 mei 1970 Dezelfde werkzaamheden als die van de vorige week'. (25)

1963: Op 8 januari schrijft het BM dat de kerk wordt hersteld zonder een vlakke zoldering. Vanwege de hoogte van het orgel is dit onmogelijk. Het koor uit 1824 detoneert niet en is de grootste lichtbron nu de ramen terugkomen. Over de terugkeer van de triomfboog wordt nog overlegd. Een verkoop van het grote orgel aan bijvoorbeeld Ruinen, waar het goed zou passen, zou op grote weerstand stuiten in de gemeente Peize. Hadden wij een klein antiek orgel ter beschikking dan zou het mogelijk anders liggen.
Op 17 februari stuurt de HOC een rekening voor gemaakte onkosten.
Op 18 februari schrijft de HOC voor Edskes een notitie. Er is een telefoontje van ds. Noordermeer. Het orgel moet zo spoedig mogelijk worden verplaatst vanwege de beginnende kerkrestauratie. Wanneer kan dit? Als het niet snel geregeld is, dan regelt de dominee het zelf wel.
Op 22 februari schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat er contact geweest is tussen Edskes en Van Vulpen. Na verlening van de opdracht kan het orgel binnen een week worden verplaatst. De kosten blijven gelijk.
Op 8 maart belt ds. Noordermeer met het BM. Hij wil het liefst geen gebruik maken van de HOC. Het duurt hem te lang.
Op 15 maart schrijft de HOC dat de offerte voor demontage van het orgel akkoord is.
Op 15 maart schrijft het BM aan architect Baart dat de orgelbouwer dacht om de orgelkas in de kerk te laten staan. Het BM denkt dat dit niet verstandig is vanwege mogelijke beschadigingen.
Op 15 maart schrijft het BM aan de rijksdienst Monumentenzorg dat de HOC al sinds maart 1961 bezig is met het restauratieplan voor het orgel. Het BM vindt de restauratiekosten van f 88.200,- rijkelijk hoog. In uren uitgerekend zijn dit met een uurtarief van f 15,- 5880 uur! Mag het binnenwerk door Van Vulpen nu al worden verwijderd? Is er misschien een andere goedkopere restaurateur?
Op 21 maart schrijft ds. Noordermeer een brief naar de HOC dat de samenwerking wordt opgezegd, omdat er sinds 2 jaar niets van de HOC is vernomen. De in 1961 verleende machtiging wordt weer ingetrokken.
Op 25 maart brengt mr. R. Hotke een 'cri de cœur' van zijn vriend Helbers onder de aandacht van Dr. H.L. Oussoren. Oussoren antwoordt op 8 juni uitgebreid. Het orgel is een van de meest waardevolle orgels van het land, maar zeer aangetast bij de overplaatsing door van Oeckelen. De restauratie zal zeer kostbaar worden. Hij adviseert voor orgelmaker Van Vulpen te kiezen. Op 19 juni stuurt mr. R. Hotke het antwoord van Oussoren door aan Helbers.
Op 30 maart wordt de brief van ds. Noordermeer beantwoord. Een restauratie op korte termijn is niet mogelijk, vanwege de ontbrekende subsidiegelden en de zeer volle orderportefeuille van Van Vulpen. Dhr. Edskes zal binnenkort contact opnemen.
Op 24 mei schrijft Edskes dat hij wegens voortdurend verblijf in het buitenland nog niet in de gelegenheid is de vorderingen rond de restauratieprocedure te melden. Hij heeft op 2 mei gebeld, maar kreeg geen gehoor. Na een reis van 5 dagen naar het buitenland zal hij volgende week weer contact opnemen. Ook zal hij Peize bespreken met dhr. Oussoren.
Op 5 juni schrijft ds. Noordermeer aan Edskes dat hij het resultaat van het gesprek met Edskes op 31 mei heeft voorgelegd aan de kerkvoogdij. De kerkvoogdij heeft besloten Edskes als adviseur te benoemen. Op vrijdag 28 juni graag een ontmoeting bij de kerk om definitieve afspraken te maken over de demontage van het orgel.
Op 19 juni schrijft de rijksdienst aan het BM dat de brief van 15 maart is doorgestuurd naar de rijksorgeladviseur. Het antwoord van de rijksorgelbouwadviseur van 8 juni wordt bijgesloten. Oussoren schrijft dat het orgel van Peize inderdaad een van de meest waardevolle van Drenthe en Nederland is. Helaas is het orgel door Van Oeckelen bij de plaatsing in 1861 sterk gewijzigd. Deze ingrepen moeten worden teruggedraaid en dat is de oorzaak van de hoge kosten. Het eigenlijke restauratiewerk vindt in de werkplaats plaats, zodat 1 man die in de kerk bezig is weinig zegt. Oussoren heeft geen bezwaar tegen een buitenlandse orgelmaker. Hij noemt Ahrend & Brunzema. Enig financieel voordeel is daar niet te verwachten. Ahrend heeft het orgel in de Waalse kerk van Amsterdam voor BM 96.000,- (f 86.400,-) gerestaureerd, terwijl deze restauratie minder bewerkelijk was. Het gehele instrument inclusief de orgelkas moet voor aanvang van de kerkrestauratie zijn verwijderd. De demontagekosten van f 2.900,- lijken hem aannemelijk.
Op 28 juni is er een bijeenkomst geweest met de restauratiecommissie van de kerk, dhr. Edskes, architect Baart, de aannemer en dhr. Helbers. In het verslag is te lezen dat het kerkmeubilair met eigen menskracht wordt verwijderd. Daarna kan Van Vulpen het orgel demonteren. De kerkvoogdij zorgt voor een verzekering van de orgelonderdelen. De duur van de kerkrestauratie wordt ingeschat op circa twee jaar. Er dient nog te worden bepaald of de restauratie van de orgelkassen wordt mee genomen in de kerkrestauratie of bij de orgelrestauratie.
Op 15 juli stuurt Van Vulpen de kerkvoogdij een offerte voor het demonteren van de orgelkas.
Op 16 juli meldt de kerkvoogdij aan architect Baart dat het orgel vanaf 30 juli door Van Vulpen wordt gedemonteerd. Dit zal circa 10 dagen in beslag nemen.
Op 19 juli meldt architect Baart dat hij contact heeft gehad met Edskes omtrent de demontage van het orgel op 5 augustus.
Op 25 juli komt er een nieuwe offerte voor het demonteren en onderzoeken van het orgel. De kosten bedragen f 5.000,- De inhoud van de offerte is gelijk aan de vorige. Op een kopie van deze offerte staat door Edskes genoteerd dat de orgelkas wordt gedemonteerd door een meubelmaker onder leiding van de architect.
Op 30 juli schrijft Van Vulpen aan de kerkvoogdij dat er inmiddels begonnen is aan het in tekening brengen van het orgel. Met de demontage wordt begonnen in de eerste week van augustus.
Op 22 augustus meldt ds. Noordermeer aan Edskes dat hij na terugkomst van vakantie zag dat het orgel uit de kerk is gehaald. Zijn er nog bijzonderheden aan het licht gekomen? (08) (11) (20) (25) (34)


Leekster courant 01-11-1963

1964: Op 9 oktober schrijft Van Vulpen dat de demontage volgens de offerte is uitgevoerd. De maten zijn opgenomen en in een voorlopige situatietekening vastgelegd. De rekening van f 3.031,40 is naar dhr. Edskes gestuurd. Kunt U deze na ontvangst voldoen?

1965: In het Verslag van de restauratiecommissie van 15 januari staat onder letter M dat de architect de lege orgelkassen wil laten demonteren en opslaan. Van Vulpen heeft dus in 1963 alleen het binnenwerk meegenomen.
In het verslag van de inspectie van de kerk op 25 januari staat dat de architect met Edskes en Oussoren zal bespreken of de beide orgelkassen moeten worden gedemonteerd en opgeslagen. Ze dienen samen met de andere orgeldelen te worden verzekerd.
In de restauratiecommissie van 5 maart wordt uitgebreid gediscussieerd over de verwarming. Wat zijn de kosten en wat is de invloed op het orgel. Er komen prijsopgaven voor een vloerverwarming en een heteluchtverwarming.
In de restauratiecommissie van 23 april komt weer de kerkverwarming ter sprake. Orgeladviseur heeft een voorkeur voor een vloerverwarming. Er zal een bezoek gebracht worden aan kerken om beide systemen te bekijken.
Op 11 juli stuurt Edskes een concept voor een subsidieaanvraag naar de kerkvoogdij van Peize, die deze op 16 augustus doorstuurt naar het ministerie van CRM.
De brief wordt door het ministerie beantwoord met het verzoek een adviseur en een restaurateur te zoeken en een restauratieplan in te dienen. De toezegging van 18 juni 1957 blijft geldig.
In de Peizer Hopbel van 24 juli schrijft directeur Helbers van het Drents Provinciaal Museum over de geschiedenis van de kerk.
Op 16 augustus schrijft de kerkvoogdij aan het ministerie van CRM dat het orgel in slechte staat is en gerestaureerd zou moeten worden. Het orgel staat op de monumentenlijst en is gebouwd in 1631. De kerk wordt op dit moment gerestaureerd en het orgel is nu gedemonteerd. Is het mogelijk de restauratie te subsidiëren?
In de restauratiecommissie van 13 oktober komt onder punt 3 de verwarming aan bod. Edskes stelt dat eigenlijk gewone kolen- of gaskachels prima zijn. Men heeft echter nog steeds een voorkeur voor vloerverwarming. Onder punt 4 komt het orgel aan bod. De orgelkas kan als inventaris met de kerk mee worden gerestaureerd. Architect Baart zal hiervoor een kostenraming laten opstellen. Het is niet duidelijk hoe het orgel verzekerd is. Dit zal worden onderzocht. Ook onduidelijk is of er al een subsidie is aangevraagd voor de restauratie.
In de notulen van de restauratiecommissie van 13 oktober komt het orgel niet ter sprake.
Op 28 oktober schrijft Dr. H.L. Oussoren aan de hoofddirecteur van de Rijksdienst Monumentenzorg dat het verlenen van een subsidie voor restauratie zeker gewenst is.
30 november notulen restauratiecommissie: Edskes deelt mee dat de kans op subsidie nu net zo groot is als voor de kerkrestauratie. Hij verwacht dit jaar nog bericht over de toekenning. De rekening van 23 februari van Van Vulpen is nog niet betaald. Edskes hoopt dat hij als particulier orgeladviseur mag functioneren.
Op 8 december schrijft het ministerie aan de kerkvoogdij dat al op 18 juni 1957 een subsidie is toegezegd. Er dient een adviseur te worden aangesteld, die zorgt voor een restauratieplan en een offerte. (08) (11) (20) (25) (34)


Opmeting orgelkast 4-3-1965 A.H. Baart (1:20) Opmerking bij de tekening: 'Bij opmeting van de orgelkast waren reeds verwijderd, het instrument, de versieringen en de losse schotten. (Klik op de afbeelding voor een vergroting) (20)

1966: 25 januari notulen restauratiecommissie. Helaas is dhr. Edskes niet aanwezig. Al in een brief van 18 juni 1957 van het ministerie van CRM is in beginsel subsidie toegezegd. Deze brief zal worden doorgestuurd naar dhr. Edskes met het verzoek spoed te zetten achter de restauratieprocedure.
Op 5 februari stuurt de kerkvoogdij twee brieven van het ministerie van CRM door naar dhr. Edskes. Doordat Edskes niet aanwezig was konden de brieven niet worden behandeld. Kan dhr. Edskes met spoed alle noodzakelijke acties ondernemen? Moet het overleg met de rijksadviseur worden gevoerd door de kerkvoogdij of kan Edskes dit verzorgen? De gemeente Peize heeft de rekening nog niet voldaan omdat uw goedkeuring ontbreekt. Bijgesloten is een brief van dhr. A.J. van der Wedden uit Meppel. Kunt U dit beoordelen?
Op 21 februari stuurt architect Baart een conceptbrief naar de kerkvoogdij met een vraag of dhr. Edskes een ontheffing van het ministerie kan krijgen om ondanks zijn functiewijziging te blijven functioneren als orgeladviseur voor Peize? Op 13 juni beschikt het ministerie negatief.
Op 24 februari schrijft de kerkvoogdij aan het ministerie dat het orgel onder begeleiding van Edskes vooraf aan de kerkrestauratie is gedemonteerd. Door zijn nieuwe functie kan dhr. Edskes niet langer adviseur voor Peize zijn. Dit wordt zeer betreurd. Kan er ontheffing worden verleend?
4 april notulen restauratiecommissie. De nota voor het demonteren van het orgel van Van Vulpen kan pas worden betaald als de gegevens van de opmeting en de tekening binnen zijn. Van Vulpen is een prima restaurateur. In Rolde zijn de werkzaamheden uitgevoerd zonder advies van de HOC. De firma's zoals v.d. Wedden (Meppel, vertegenwoordigd Walcker) en 'Ottens' (Ottes te Roden) komen niet in aanmerking voor Peize. De restauratiecommissie heeft een bezoek gebracht aan de Commissaris van de Koningin van Drenthe. Deze was vol belangstelling. Hij schrok echter van de bedragen. Er kan pas wat gebeuren als er een begroting is. Volgens dhr. Edskes komen de kosten van een orgelrestauratie doorgaans veel dichterbij een begroting dan de kosten van een kerkrestauratie. Het orgel is met 22 registers vrij groot voor deze kerkruimte. Normaal zou een orgel met 8 à 9 registers volstaan.
15 april notulen restauratiecommissie. De restauratie van de orgelkas wordt in de kerkrestauratie meegenomen. Dit zal door meubelmaker Gerritsma in Bolsward worden uitgevoerd. De orgelkas is in opdracht van architect Baart gedemonteerd. Zie ook de agenda.
Op 9 mei schrijft Dr. H.L. Oussoren dat het niet mogelijk is dat Cor Edskes als adviseur bij Peize betrokken blijft. Zijn kennis blijft echter beschikbaar in zijn rol als rijksadviseur.
8 juni notulen restauratiecommissie. Er wordt een brief van 3 juni behandeld van het ministerie van CRM. Dhr. Edskes mag niet optreden als orgeladviseur vanwege zijn functie als rijksorgeladviseur. Hij blijft echter wel betrokken. Het beste is de HOC in te schakelen voor orgeladvies. Van Vulpen heeft het snijwerk van het orgel gedemonteerd en overgebracht naar de zolder van het gemeentehuis van Peize. Voordat er verdere stappen kunnen worden ondernomen moet eerst contact worden gelegd met de HOC.
Op 10 juni schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat een voorlopig advies niet nodig is. Dat is al in 1957 gedaan. Voor een adviseur zal er worden overlegd met dhr. Edskes.
Op 13 juli meldt de HOC dat Hülsmann, Edskes en de secretaris van de HOC op woensdagavond 20 juli naar Peize komen.
Op 14 juli schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat de bespreking op 20 juli wegens vakanties niet kan doorgaan.
2 september notulen restauratiecommissie: Dhr. Helbers zegt dat 18de-eeuwse orgelkassen vaak zijn behandeld met een bijzondere verf. Dit zijn de zogenaamd caseïne verven. Er dient een onderzoek te worden ingesteld naar de kleuren van de orgelkas. Besloten wordt dhr. Edskes uit te nodigen voor een volgende vergadering.
Op 13 september wordt een nieuwe poging ondernomen voor de afgezegde afspraak van 20 juli. Nieuwe datum: 27 september.
Op 14 september schrijft de kerkvoogdij dat de nieuwe datum akkoord is.
27 september notulen restauratiecommissie: Dhr. Edskes geeft een toelichting omtrent de contacten met orgelmaker Van Vulpen. De gegevens met betrekking tot de opmeting en de tekening van het orgel zijn nog niet ontvangen. Zolang deze gegevens niet zijn ontvangen zal de kerkvoogdij de rekening niet betalen. Als mogelijke orgeladviseurs worden genoemd Adriaan Engels, Klaas Bolt en Willem Hülsmann. Van de inzet van Lambert Erné wordt afgezien. Niet vanwege zijn deskundigheid, maar vanwege zijn manier van communiceren. Er wordt gekozen voor Van Vulpen als restaurateur. Pas over drie jaar kan worden begonnen met de restauratie. Er zal worden onderzocht of de orgelkas is behandeld met caseïneverven. Zie ook de agenda. Van deze vergadering nog een tweede verslag bewaard.
Op 30 september dankt de HOC voor de ontvangst in Peize op 27 september. Er worden de volgende afspraken bevestigd:
- keuze adviseur: 1. Adriaan Engels 2. Klaas Bolt en 3. Willem Hülsmann
- keuze orgelmaker: De morele voorkeur is geen probleem. Een offerte kan pas worden aangevraagd na de aanstelling van een adviseur. Het rapport uit 1957 kan dienen als basis voor een nieuwe offerte.
Op 30 september schrijft de kerkvoogdij aan Adriaan Engels van de HOC dat het orgel is gedemonteerd en in Peize is opgeslagen. Tijdens de laatste vergadering is voorgesteld om Engels als adviseur te benoemen. Neem Engels deze benoeming aan? Het meeste voorwerk is al gebeurd.
Op een tussentijds financieel overzicht (25) van oktober van architect Baart staat het volgende over het orgel: '6. het herstellen van de orgelgalerij met de hieronder te maken verdelingen (portaal, consistoriekamer en berging); 7. het opnieuw plaatsen en herstellen van de orgelkast; B. Meubelmakerswerken: Deze bestaan uit het demonteren en monteren van de orgelkas en preekstoel en klankbord. Eerstgenoemde werken waren niet in de begroting opgenomen.
Loon 14 weken à f 375 f 5.250,0
materiaal f 500,-
onvoorzien en afronding f 250.
Totaal f 6.000,-.'
Op 6 oktober schrijft Adriaan Engels aan de HOC dat hij het druk heeft om als adviseur op te kunnen treden.
Op 7 oktober meldt de HOC dat Adriaan Engels door drukke werkzaamheden geen kans ziet voor Peize te adviseren. De HOC heeft nu Klaas Bolt gevraagd.
Op 13 oktober schrijft Klaas Bolt aan de HOC dat hij nogal wat kritiek heeft gehad op Van Vulpen als restaurateur en dat hij de resultaten van Leens wil afwachten voordat hij toezegt.
Op 14 oktober schrijft het Provinciaal College van Toezicht dat ze vernomen hebben van de plannen voor de orgelrestauratie. Kan de kerkvoogdij een aanvraag sturen voor goedkeuring en een financieringsplan?
Op 21 oktober schrijft de HOC dat Klaas Bolt nog niet heeft beslist om als orgeladviseur te functioneren. Verder uitstel is niet goed en daarom is besloten dhr. Hülsmann aan te stellen als orgeladviseur.
Op 21 oktober schrijft de HOC aan Klaas Bolt dat ze het betreuren dat hij in Peize geen adviseur wil worden. Omdat uitstel geen optie is zal er iemand anders worden benoemd.
Op 29 november schrijft de HOC dat dhr. Hülsmann met dhr. Edskes en de orgelmakers het orgel heeft bekeken. Op basis hiervan kunnen de orgelmakers een offerte uitbrengen.
2 december notulen restauratiecommissie: In een brief van de HOC staat dat Klaas Bolt de vraag om orgeladviseur te worden heeft aangehouden. Dhr. Hülsmann regelt de zaak verder. Binnenkort komt er een offerte voor de orgelrestauratie. Het orgel is inmiddels onderzocht. Zie ook de agenda. (11) (25) (34)

1967: Op 4 januari bedankt de HOC de kerkvoogdij voor het toezenden van de notulen van de vergadering van 2 december. In tegenstelling tot wat in de notulen staat over een voorlopige overname door dhr. Hülsmann. Het betreft een definitieve overname.
28 maart notulen restauratiecommissie. De commissie is blij met het artikel in het Nieuwsblad van het Noorden. Er is een brief van de HOC dat dhr. Hülsmann is benoemd tot adviseur van de orgelrestauratie. Dhr. Helbers van het Drents Museum wil graag akoestisch materiaal hebben verwerkt in het pleisterwerk. Zie ook de agenda.
Op 3 april schrijft de kerkvoogdij dat ze akkoord gaan met Hülsmann als adviseur. (11) (34)

Nieuwsblad van het Noorden 11-03-1967 (klik op de afbeelding voor een grote weergave)

Op 19 april brengt Van Vulpen een offerte uit voor f 94.000,- met stelposten voor: het vervangen van de tinfolie van de frontpijpen f 3.500,-; onzekerheid hoe de Quint 3', Dulciaan 8' en de Quintadeen 8' te restaureren f 1.000,-; regulateurbalg voor het Rugwerk f 500,-.
Op 3 mei schrijft Van Vulpen dat ze medio 1969 met de werkzaamheden kunnen beginnen en verwachten klaar te zijn in 1970. De definitieve opdracht dient 1 jaar voor begin van de werkzaamheden binnen te zijn.
Op 10 mei schrijft de HOC dat er ook subsidie wordt verleend op de bijkomende kosten tot een maximum van 2% van de restauratiekosten.
Op 12 april (25) schrijft Monumentenzorg dat het demonteren en monteren van de orgelkas oorspronkelijk niet in de kerkrestauratiebegroting was opgenomen.
Op 12 mei schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat ze de offerte van Van Vulpen van 19 april  hebben toegestuurd. De HOC gaat akkoord met de offerte. De kerkvoogdij kan nu een aanvraag voor subsidie indienen bij het ministerie. In een andere brief van dezelfde datum schrijft de HOC dat ze hebben gehoord dat dhr. Helbers graag pleisterwerk met akoestische materiaal wil gaan gebruiken bij de kerkrestauratie. Hiervoor dient eerst overleg te worden gepleegd met de orgeladviseur en de rijksadviseur voor orgels. Kan architect Baart contact opnemen met dhr. Hülsmann over deze kwestie?
Op 12 mei schrijft de HOC aan de kerkvoogdij over de restauratievergadering van 28 maart. Dhr. Helbers van het Drents Museum wil akoestisch materiaal gaan gebruiken voor het pleisterwerk. Dit dient overlegd te worden met de adviseur en de rijksorgeladviseur.
Op 1 juni vraagt de kerkvoogdij aan architect Baart om overleg te plegen met betrekking tot het gebruik van akoestisch materiaal met de orgeladviseurs.
Op 1 juni machtigt de kerkvoogdij de HOC om Van Vulpen de opdracht voor de restauratie te geven en wordt subsidie aangevraagd bij de provincie Drenthe en een aanvraag ingediend bij de gemeente Peize.
Op 1 juni vraagt de kerkvoogdij subsidie aan bij het ministerie van CRM voor de restauratie van het orgel. Op 19 april is er een offerte uitgebracht door orgelmaker Van Vulpen voor de restauratie. Deze offerte is te vinden in de bijlage bij deze brief.
De restauratie wordt begroot op f 94.500,- exclusief de demontage. Restauratie van de frontpijpen en opnieuw foliën en vergulden wordt ingeschat op f 3.500,-. Voor de restauratie van de Quint 3', Dulciaan 8' en de Quintadeen 8' is er een stelpost van f 1.000,- omdat nog niet duidelijk is hoe de restauratie zou moeten plaatsvinden. Indien het noodzakelijk is een regulateurbalg aan te brengen in het Rugpositief zal dit circa f 500,- kosten. Soortgelijke brieven gaan naar provincie en gemeente
Op 16 juni dankt de HOC voor de toegezonden afschriften van de subsidieaanvragen. De opdracht voor restauratie is inmiddels aan Van Vulpen verstrekt. Een afschrift van de opdracht is bijgesloten.
Op 22 juni schrijft het BM aan de provincie dat het orgel van Peize het belangrijkste 17de/18de-eeuwse orgel in Drenthe is. Waarschijnlijk is de restauratie van de kerk in 1968 afgerond. Het orgel zou daar in gerestaureerde staat moeten worden teruggeplaatst. Van Vulpen kan echter pas 3 jaar na het verlenen van de opdracht met de restauratie beginnen. Gewenst is een principiële uitspraak omtrent het toekennen van subsidie.
Op 11 juli kent de provincie Drenthe een subsidie toe van 15%. Gezien het belang van dit orgel zou de subsidie ook 20% kunnen zijn.
Op 22 augustus schrijft Van Vulpen aan de HOC dat ze de opdracht aannemen. De restauratie start in 1969 en wordt opgeleverd in 1970.
29 augustus notulen restauratiecommissie. De provincie zegt een subsidie toe van 15 of 20% als het Rijk ook subsidie geeft. Men vindt het volume van het orgel erg groot. Er zal voor het pleisterwerk schepkalk met zand worden gebruikt. Gebruik van akoestisch materiaal geeft snel een grauwe muur. De vloer wordt van schuimbeton met daarop een balklaag met planken. In het koor komen plavuizen. Dhr. Edskes deelt mee dat de stukken omtrent de subsidieaanvraag zijn ontvangen. Hij kan er nog geen verdere mededelingen over doen. De orgelkas blijkt niet in de begroting te zijn meegenomen. Hiervoor moet nog een begroting worden gemaakt. Zie ook de agenda.
Op 1 september stuurt de HOC de brief van Van Vulpen van 22 augustus door waarin de opdracht tot restauratie wordt bevestigd. Aanvang werkzaamheden in 1969. Oplevering in 1970.
10 oktober notulen restauratiecommissie. De orgelkas is naar de firma Gerritsma in Bolsward overgebracht. Van de HOC een brief met een principe-opdracht dat Van Vulpen begin 1969 met de restauratie van het orgel begint. Oplevering dan verwacht in 1970. De opdracht moet dan wel binnen een jaar worden verleend. Voor de restauratie van de orgelkas moet een aparte subsidieaanvraag worden ingediend. Dit zal worden besproken in een vergadering op 1 november in Bolsward bij meubelmakerij Gerritsma door de opvolger van Helbers Corneille F. Janssen, Edskes, Hülsmann en architect Baart. Zie ook de agenda.
24 november notulen restauratiecommissie. Op 1 november is er overleg geweest omtrent de restauratie van de orgelkas. De kas was verguld met bladgoud. De randen waren versierd met rode verf. Later is alles overgeschilderd. De firma Gerritsma zal de orgelkas schoonmaken en ontdoen van de verflagen. Er dient zo snel mogelijk een begroting te komen voor de restauratie van de orgelkas. Zie ook de agenda. (11) (20) (34)

f
Trouw onbekende datum (klik op de afbeelding voor een vergroting) (11)

1968: Op 8 februari stuurt architect Baart de offerte van meubelmakerij Gerritsma uit Bolsward van f 16.875,- voor de restauratie van de orgelkas naar de kerkvoogdij. Voor schilderwerk schat Baart nog een bedrag van f 4.000,- en ook zijn er nog een aantal bijkomende kosten waardoor het totaalbedrag uitkomt op f 21.800,-. Later in februari is er een bijgewerkte kostenraming van f 21.800,- inclusief het schilderwerk en bijkomende kosten.
9 februari notulen restauratiecommissie. Dhr. Edskes deelt mee dat de orgelkas zal worden gerestaureerd door de firma Gerritsma uit Bolsward. De kosten worden geschat op f 16.875,- Het schilderwerk wordt geschat op f 4.000,- Vervoer f 925,- Totale kosten f 21.800,- De kerkrestauratie is volgens architect Baart in augustus afgerond.
Op 1 maart vraagt de kerkvoogdij aan Corneille F. Janssen van het Provinciaal Museum of hij een specificatie kan geven van zijn inschatting van de kosten van het schilderwerk van f 4.000,-
Op 8 maart maakt Corneille F. Janssen van BMD een zeer globale raming voor het schilderwerk. Een definitieve prijs is pas mogelijk als het orgel weer in de kerk is opgesteld. Deze post komt ook voor in de calculatie van architect Baart.
Op 5 april schrijft het ministerie van CRM over de orgelrestauratie. Eerst worden er enkele fouten opgemerkt in de offerte van Van Vulpen. Er dient rekening te worden gehouden met hogere kosten omdat restauratie pas zal plaatsvinden in 1972 of 1973. Een reservering van f 30.000,- zou voldoende moeten zijn. Restauratie van orgel en orgelkas moet als een geheel worden gezien. Op de totale kosten van f 160.400,- kan 50% subsidie worden verleend.
Op 17 april schrijft het ministerie van CRM dat er subsidie wordt verleend op de restauratie van de orgelkas.
Op 17 april stuurt de kerkvoogdij een subsidieaanvraag naar de gemeente Peize voor de restauratie van de orgelkas. Als bijlagen worden een berekening van de kosten toegestuurd van de architect van de kerkrestauratie en van meubelmakerij Gerritsma uit Bolsward. Eenzelfde brief gaat naar de provincie en het ministerie.
10 mei notulen restauratiecommissie. Eerst wordt de voortgang van de kerkrestauratie in de kerk gecontroleerd. Een aanvraag voor restauratie voor de orgelkas is bij het ministerie van CRM ingediend voor f 21.800,-
Op 28 mei schrijft de provincie aan de kerkvoogdij dat ze in principe bereid zijn om 15% subsidie te geven op de restauratie van de orgelkas. Een definitieve beslissing is afhankelijk van de beslissing van het rijk.
Op 13 juni stuurt de kerkvoogdij een brief van de provincie omtrent de restauratie van de orgelkas door naar Edskes en de HOC. Deze brief wordt binnenkort besproken in de restauratiecommissie. Kan Edskes daarbij aanwezig zijn? De provincie wil onder voorwaarden 15% subsidie toekennen.
Op 20 juni schrijft rijksorgeladviseur Oussoren aan de Rijksdienst Monumentenzorg over de offerte van orgelmaker Van Vulpen. Hij heeft een paar opmerkingen en er zijn wat vraagpunten, maar hij geeft zijn akkoord. De uitvoering van de restauratie zal pas plaatsvinden in 1972 of 1973, waardoor de kosten hoger uitvallen.
21 juni notulen restauratiecommissie. Dhr. Edskes deelt mee dat hij verwacht dat er in september antwoord van CRM komt omtrent de subsidieaanvraag. Gevraagd is om de subsidie voor orgel en orgelkas parallel te laten lopen. Zie ook de agenda.
Op 27 juni schrijft de HOC dat Van Vulpen heeft bevestigd dat de oplevering in 1970 mogelijk is.
Op 16 juli verleent het ministerie van CRM subsidie voor de restauratie van de orgelkas.
Op 19 augustus schrijft het ministerie van CRM dat ze zich kunnen verenigen met de offerte van Van Vulpen. De werkzaamheden dienen echter nog wel verder gedetailleerd te worden. Oplevering zal pas plaats vinden in 1972 of 1973. Daarom dient een stelpost van f 30.000,- te worden opgenomen voor stijging van de loonkosten en onvoorzien.
Men komt tot de volgende opstelling van kosten:
offerte orgelbouwer f 99.500,-
stelpost stijging loonkosten en onvoorzien f 30.000,-
advieskosten f 9.100,-
kosten restauratie orgelkas (al goedgekeurd) f 21.900,-
-----------
Totaal f 160.400
Op deze kosten kan een subsidie worden verleend van 50%.

30 augustus notulen restauratiecommissie. Brief van het ministerie van CRM met een subsidietoezegging van 50% voor de restauratie van de orgelkas. In een andere brief van CRM komt de restauratie van het orgel aan bod. Restauratie pas in 1972 of 1973. Totale kosten ingeschat op f 160.400,-. Men verwacht de orgelkas begin 1969 weer terug te plaatsen. Zie ook de agenda.
De provincie Drenthe besluit subsidie te verlenen. Zie bijgaande stukken d.d. 1 oktober uit de notulen van de Provinciale Staten van 17 en 18 december.
Op 17 september schrijft de HOC dat het ministerie kas en orgel qua subsidiering zien als een geheel. Dit heeft echter geen gevolgen voor de gang van zaken. Uitbetaling van de subsidiegelden voor de restauratie van het orgel zullen plaatsvinden in 1970.
Op 28 september schrijft de kerkvoogdij aan de Rijksdienst voor Monumentenzorg dat de orgelrestauratie zal worden uitgevoerd in 1969 en 1970. Kunnen de subsidies worden uitbetaald in 1969 en 1970 in plaats van in 1972 en 1973?
Op 28 september schrijft het ministerie van CRM dat in 1969 en 1970 f 40.000,- en f 40.200,- aan subsidie zullen worden betaald.
Op 1 oktober kent de provincie Drenthe een subsidie toe van 15%. Aan de brief is nog een besluitdocument toegevoegd.
25 oktober notulen restauratiecommissie. Restauratie van het orgel en de orgelkas worden door de Hervormde Orgelcommissie als één geheel beschouwd. De restauratiegelden voor het orgel zullen waarschijnlijk beschikbaar komen in 1970. Er komt een signaallampje bij het orgel vanuit de consistoriekamer.
Op 26 oktober schrijft de kerkvoogdij aan de directeur van het provinciaal museum dat de ingebruikname van de kerk zal plaatsvinden op 8 december
29 november notulen restauratiecommissie. Tijdens de vergadering wordt de voortgang van de kerkrestauratie in de kerk bekeken. De officiële opening van de kerk zal pas plaatsvinden als het orgel in de kerk is teruggeplaatst met de frontpijpen. (11) (20) (34)


Nieuwsblad van het Noorden 12-09-1968, 21-09-1968, Trouw 08-05-1969


Nieuwsblad van het Noorden 07-05-1969, Leekster courant 20-09-1968



1969: Stichting Orgelfonds Mooy schrijft dat ze een brief hebben ontvangen vanuit Peize over de voortgang van de restauratie en de financiering. Misschien is de Stichting bereid een bijdrage te leveren.
Op 4 januari vergadert de gemeenteraad van Peize over de subsidie voor de orgelrestauratie. Punt 4 gaat over dit besluit.
Op 8 januari schrijft rijksadviseur Oussoren aan de hoofddirecteur monumentenzorg dat de restauratie al kan plaatsvinden in 1969/1970. Er is geen bezwaar de subsidiegelden dan ook eerder ter beschikking te stellen.
Op 20 januari schrijft de kerkvoogdij aan Van Vulpen dat de subsidie van de gemeente nog niet definitief is. Deze wordt rond 1 april verwacht. Kan er in mei of juni worden begonnen?
Op 21 januari stuurt de provincie het besluit van de subsidieverlening naar de kerkvoogdij.
Op 27 januari schrijft Van Vulpen dat ze hun planning voor oplevering in 1970 kunnen realiseren als ze voor april een definitieve opdracht hebben. De hoogte van de aanneemsom is nu f 132.164,84.
31 januari notulen restauratiecommissie. Uitzicht op toekenning van subsidie door provincie van 15%. Van Vulpen kan in juli beginnen met de restauratie. De restauratie van de orgelkas moet in oktober gereed zijn.
Op 4 februari valt in de gemeenteraadsvergadering van Peize het definitieve besluit om 30% subsidie te verlenen.
Op 6 februari zegt het ministerie subsidie bedragen van f 40.000,- toe voor 1969 en 1970.
Op 19 februari schrijft de kerkvoogdij aan het orgelfonds Mooy dat de toezeggingen van subsidies binnen zijn en dat de restauratie binnenkort zal starten
Op 21 februari bericht de HOC dat de uitbetaling van de subsidie vanwege de oplevering in 1970 vervroegd zullen worden. Een brief van het ministerie is onderweg.
Op 21 maart schrijft de kerkvoogdij aan het provinciaal college van toezicht van de Hervormde Kerk dat alle subsidie-toezeggingen rond zijn. Een financieringsschema is bijgesloten.
Op 25 maart biedt orgelmakerij Pels en Van Leeuwen zijn diensten aan. Ze hebben uit de pers van de restauratieplannen gehoord. Op 1 april schrijft de kerkvoogdij dat de restauratie is gegund aan Van Vulpen.
Op 2 april keurt het provinciaal college van toezicht van de Hervormde kerk de restauratieplannen van het orgel goed.
Op 2 april doet de Stichting Orgelfonds Mooy een toezegging van f 10.000,-
Op 2 april verleent het College van Toezicht toestemming voor de orgelrestauratie voor een bedrag van f 166.154,84.
Op 11 mei vraagt Klaas Bolt de kerkvoogdij om gegevens over het orgel om een uitzending voor de RONO voor te bereiden over Schnitger-orgels.
Op 27 mei geeft de kerkvoogdij aan de HOC door dat alle subsidies zijn toegekend. De HOC kan de restauratieopdracht aan Van Vulpen verlenen.
Op 30 mei bedankt de HOC  de kerkvoogdij voor de brief van 27 mei. In de brief een toelichting hoe om te gaan met de verantwoording van de restauratiekosten richting ministerie.
Op 30 mei geeft de HOC aan Van Vulpen de opdracht voor de restauratie.
Op 31 mei beantwoordt de kerkvoogdij het verzoek van Klaas Bolt door hem het voorlopig rapport door te sturen.
Op 2 juni bevestigt Van Vulpen de verleende restauratieopdracht. De oplevering wordt verwacht in september 1970. De eerste termijn van f 25.167,70 wordt nu in rekening gebracht. Graag contact over wanneer de orgelonderdelen naar Utrecht kunnen worden overgebracht.
Op 12 juni brengt de HOC de eerste termijn in rekening van het honorarium voor het advies. Daarvoor zijn al enkele nota´s verstuurd voor gemaakte onkosten.
Op 3 juli schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat zij er van uit gaan dat adviseur Hùlsmann ook de daarbij behorende administratie voor zijn rekening zal nemen.
Op 1 augustus beantwoordt de HOC een brief van de kerkvoogdij van 3 juli. Dhr. Hülsmann zal geregeld toezicht uitoefenen op de voortgang van de restauratie. Verder wordt de administratieve procedure beschreven met betrekking tot de kwartaalopgaven.
Op 11 augustus schrijft Van Vulpen dat de orgelonderdelen in de week van 18-23 augustus uit de opslag in het raadhuis van Peize naar Utrecht zullen worden overgebracht. Tevens brengen ze de tweede termijn in rekening.
Op 15 augustus schrijft de HOC dat de kerkvoogdij bericht heeft gehad van Van Vulpen omtrent het overbrengen van de orgelonderdelen naar de werkplaats in Utrecht. Een geaccordeerde tweede termijn van Van Vulpen wordt meegestuurd ter betaling.
Op 21 augustus stuurt de kerkvoogdij een kwartaalopgave naar de HOC. Kan de HOC deze doorsturen naar de betrokken instanties? Kan de HOC wat nieuwe formulieren sturen?
Op 29 augustus schrijft de Rijksdienst voor Monumentenzorg dat de subsidieverlening nog via een verklaring dient te worden aanvaard. De desbetreffende formulieren worden meegestuurd.
Op 3 september meldt de HOC dat de formulieren zijn doorgestuurd en nieuwe blanco formulieren naar Peize zijn gezonden.
Op 3 september meldt de kerkvoogdij aan Monumentenzorg dat het pijpwerk door Van Vulpen naar de werkplaats in Utrecht is overgebracht.
19 september notulen restauratiecommissie. De kosten van de restauratie worden nu begroot op f 160.400,-, waarvan f 21.800 voor de restauratie van de orgelkas. In augustus is het orgel vanuit het gemeentehuis van Peize vervoerd naar de werkplaats van Van Vulpen in Utrecht. In het voorjaar van 1970 kan met de inbouw in de kerk worden begonnen.
Op 20 november schrijft de HOC dat dhr. Hülsmann enige tijd is uitgeschakeld door een knieoperatie. Van Vulpen is begonnen met het opmeten van het pijpwerk. Het voorbereiden van een gedetailleerd restauratieplan loopt aanzienlijke vertraging op.
Op 28 november meldt de HOC dat Hülsmann voor langere tijd is uitgeschakeld. De HOC stelt voor om W.R. Talsma tijdelijk de restauratie te laten begeleiden.
Op 17 december schrijft Van Vulpen aan de HOC dat het voor de voortgang van de restauratie beter is geen tijdelijk adviseur in te schakelen, die zich weer moet inwerken. (11) (20) (34)


Leekster courant 09-05-1969, Het Orgel 1969 07/08

1970: Op 20 januari schrijft de HOC dat Van Vulpen er de voorkeur aan geeft om, ondanks zijn ziekte, door te werken met Hülsmann omdat hij is ingewerkt. De rijksorgelbouwadviseur heeft geen bezwaar tegen een langere duur van het restauratieproces, ondanks de dan stijgende loonkosten. Er wordt dus gewacht op het herstel van dhr. Hülsmann. Waarschijnlijk wordt hij binnen enkele weken uit het ziekenhuis ontslagen.
Op 27 januari heeft de kerkvoogdij contact gehad met Van Vulpen over de voortgang van de restauratie in verband met de ziekte van dhr. Hülsmann. In deze situatie heeft het geen zin een 'jong broekje' in te zetten. Wel is Lambert Erné te overwegen. Oussoren is te druk met zijn baan als rector van een school met 70 leerkrachten. Van Vulpen verwacht het orgel in de herfst in de kerk te kunnen plaatsen en zal contact houden met Hülsmann.
Op 10 maart meldt de HOC dat Hülsmann weer hersteld is van zijn ziekte en al contact heeft opgenomen met Van Vulpen.
Op 4 mei vraagt de kerkvoogdij aan de HOC wanneer het orgel weer in de kerk wordt geplaatst.
Op 26 mei schrijft de HOC dat er sinds maart enkele malen is overlegd tussen adviseur Hülsmann en Van Vulpen. Al het pijpwerk is doorgenomen en opgemeten. Door allerlei personele tegenslagen zal de oplevertermijn in september niet kunnen worden gehaald. Misschien is het mogelijk het orgel voor de winter weer terug te plaatsen. Intonatie zal pas plaats kunnen vinden in het voorjaar van 1971.
Op 19 juni meldt de HOC dat Hülsmann in het Gronings Gemeentearchief heeft geprobeerd de geschiedenis van het orgel in Groningen te onderzoeken. Het materiaal was echter nog niet gecatalogiseerd. De medewerkers van het archief gaan verder onderzoek doen.
Op 25 augustus schrijft de HOC dat het archiefonderzoek van de Pepergasthuiskerk weinig heeft opgeleverd. Hülsmann heeft inmiddels de verdere detaillering van het restauratieplan afgerond. Op 26 augustus wordt er met meubelmakerij Gerritsma overlegd over de restauratie van de orgelkas.
In september schrijft architect Baart een samenvatting van de tot nu toe verrichte werkzaamheden aan de orgelkas door Gerritsma en de geplande werkzaamheden door Van Vulpen.
Het binnenwerk van het orgel is op 30 november 1964 door Van Vulpen gedemonteerd en opgeslagen op de zolder van het gemeentehuis. In maart 1965 zijn de orgelkassen door meubelmaker Gerritsma uit Bolsward opgemeten en gedemonteerd en in Bolsward opgeslagen.
Gerritsma heeft voor de restauratie een begroting gemaakt van f 16.875,-
In 1969 wordt de kerk weer in gebruik genomen zonder herplaatsing van het orgel. Op 8 mei 1970 is een vernieuwde offerte uitgebracht voor f 18.753,- De werkzaamheden aan de orgelkas waren toen al door Gerritsma begonnen. De werkzaamheden zijn stopgezet toen bleek dat wijzigingen van de orgelkas ten nauwste samenhingen met het binnenwerk van het orgel.
Er is besloten de restauratie van de orgelkas ook aan Van Vulpen over te dragen. De totale kosten worden nu ingeschat op f 65.000,- inclusief de al door Gerritsma uitgevoerde werkzaamheden. Het schilderen en vergulden wordt geschat op f 8.000,-.
Op 5 september informeert de restauratiecommissie de Stichting Orgelfonds Mooy over de voortgang van het restauratietraject naar aanleiding van hun brief op 1 september.
Van 21 september dateert een opgave van Gerritsma met de tot nu toe gefactureerde kosten van f 7.115,- Er is in samenwerking met de HOC onderzocht welke kleuren de orgelkas gehad heeft. De orgelkas is eerst opgeslagen geweest in de 'boerderij' in Peize. Op 4 oktober 1967 is de orgelkas vervoerd naar de werkplaats in Bolsward. Het snijwerk is in de werkplaats gerestaureerd. Ontbrekende delen snijwerk zijn bijgemaakt. Architect Baart schrijft een verslag omtrent de restauratie van de orgelkas tot op dat moment en de gemaakte plannen voor de verdere restauratie. Op 30 november 1964 is het binnenwerk van het orgel door Van Vulpen gedemonteerd en opgeslagen op de zolder van het gemeentehuis. Op 4 maart 1964 zijn de orgelkassen door Gerritsma gedemonteerd en opgemeten. De kassen zijn verzekerd voor f 80.000,-. In 1967 is in overleg met alle betrokkenen een plan gemaakt voor de restauratie van de orgelkassen. Dit leidt tot een begroting op 7 februari 1968 van f 16.875,-. De restauratie van de kerk is afgerond in september 1969. Op 8 mei 1970 is de begroting door Gerritsma herzien tot f 18.573,- De werkzaamheden waren toen al begonnen. Tijdens het schoonmaken van de orgelkas blijkt dat er veel meer aan de kassen is gewijzigd dan eerst gedacht. Dit is een reden om de werkzaamheden stop te zetten. Na overleg is besloten de restauratie van orgel en orgelkas bij Van Vulpen onder te brengen. Dit leidt tot een totale begroting voor de orgelkas van f 65.000,-
Van 23 september dateert een offerte van Van Vulpen voor de restauratie van de orgelkas. De werkzaamheden zijn als volgt:
- vervoer naar Utrecht, merken en opmeten
- in tekening brengen van de orgelkas
- Verwormde delen van slecht hout worden vervangen. Bij goed hout wordt de houtworm bestreden.
- Herstel van hang- en sluitwerk
- Vervoer naar Peize en montage aldaar
De kosten worden ingeschat op f 39.058,-. Oplevering samen met het orgelinterieur medio 1972.

25 september notulen restauratiecommissie. Vertraging restauratie door ziekte van adviseur Willem Hülsmann. De restauratie van de orgelkas en het orgel zelf zou eigenlijk door één bedrijf moeten worden uitgevoerd. De werkzaamheden hebben te veel invloed op elkaar. Door de restaurateur van de orgelkas de firma Gerritsma in Bolsward is inmiddels f 7.000,- besteed aan de restauratie. Hülsmann beschouwt de restauratie als zeer lastig omdat er weinig gegevens zijn over het orgel en er is in de loop van de tijd veel aan gewijzigd. De oorspronkelijke toestand is lastig vast te stellen. Verwacht wordt dat de kosten f 70.000,- hoger uit zullen vallen dan begroot.
In september maakt architect Baart een verslag van de restauratie van de orgelkassen. Het binnenwerk is door Van Vulpen op 30 november 1964 uitgenomen en opgeslagen op de zolder van het gemeentehuis in Peize. De orgelkassen zijn na een opmeting op 5 maart 1965 meegenomen door meubelmaker Gerritsma en opgeslagen in zijn werkplaats in Bolsward. Tijdens het restaureren van de orgelkassen komt men na overleg met de adviseurs tot de conclusie dat het beter is de restauratie van binnenwerk en orgelkassen onder te brengen bij Van Vulpen. Gerritsma heeft tot nu toe aan werk verricht f 7.115,-. De offerte van Van Vulpen voor de restauratie van de orgelkassen bedraagt f 39.058,-. Daarnaast is er een stelpost voor het schilderen en vergulden van f 8.000,-. De totale kosten zullen f 65.000,- bedragen.
Op 28 september stuurt architect Baart de begroting van Van Vulpen van 23 september over de restauratie van de orgelkas door naar de kerkvoogdij.
De volgende werkzaamheden zullen worden uitgevoerd:
- Vervoeren van de orgelkas van Bolsward naar Utrecht
- opmeten, merken en in tekening brengen
- de uitbreidingen van het Hoofdwerk en de pedaalkassen zullen in samenhang met het interieur worden hersteld
- herstel van de orgelkas en vervangen van verwormde delen of behandelen met een wormdodend middel. Waar nodig later aangebrachte delen vervangen.
Op 6 oktober schrijft de HOC over de resultaten van het overleg op 25 september. Meubelmakerij Gerritsma zou de restauratie van de orgelkas hebben kunnen voltooien als deze in de loop der tijd niet zou zijn gewijzigd, maar aangezien de kas in de loop der tijd vaak is aangepast is het toch beter de verdere restauratie van de orgelkas onder te brengen bij Van Vulpen. Over de restauratie van het orgel dat opgeslagen ligt in Utrecht is al veel overleg gepleegd tussen Van Vulpen en adviseur Hülsmann. Het aanvullende onderzoek in het archief van het Pepergasthuis leverde niet veel nieuwe informatie op. Het nauwkeurig onderzoeken van het pijpwerk leverde echter wel veel informatie op maar ook vele onzekerheden. De oplevering van het orgel wordt nu verwacht in de loop van 1972. Ook de kosten zullen aanmerkelijk stijgen.
Op 15 november vraagt de kerkvoogdij aan rijk, provincie en gemeente een aanvullende subsidie omdat de kosten van de orgelrestauratie hoger uitvallen dan begroot. De kerkvoogdij heeft niet de middelen om dit te financieren. Ook de gemeente krijgt dezelfde vraag. (11) (20) (34)


Het Orgel 1970-11

1971: Op 26 januari schrijft Corneille F. Janssen van het BM dat hij meer gegevens nodig heeft om de aanvraag voor verhoging van de subsidie te beoordelen. Hij wil ook antwoord op zijn vraag waarom de witte bepleistering aan de dagkanten van de vensters nog niet is aangebracht. Dit kan tot gevolg hebben dat hij subsidie gaat inhouden op de kerkrestauratie of deze gaat inhouden op de subsidie voor de orgelrestauratie. Ook schrijft hij naar rijksorgeladviseur Oussoren. De eerste inschatting van de kosten was f 160.400,-. De kosten zijn opgelopen naar f 252.250,-. De kosten lijken nogal hoog. Ook de uurtarieven lijken aan de hoge kant. Het overbrengen van de orgelkas op initiatief van de architect naar Bolsward is tegen de zin gebeurd van het BM. Of de orgelkas is opgemeten is het BM niet bekend. Wel is er een kleurenonderzoek gedaan. Daarna is de kas afgeloogd. Voor de restauratie dient de orgelkas te worden aangepast, maar er is geen tekening bekend. Kan Oussoren helpen?
Op 2 februari besluit de gemeente Peize een subsidie toe te kennen van 30% van 88.350,-.
Van 2 maart dateert een 'kantschrijven' waarin toestemming wordt verleend door het ministerie om de orgelkas te laten restaureren door Van Vulpen.
Op 3 maart schrijft de Stichting Orgelfonds Mooy aan de HOC. De HOC heeft destijds meegeholpen bij het oprichten van de Stichting. Zijn er nog orgels 'noodgevallen' die direct steun nodig hebben?
Op 17 maart schrijft de HOC aan het Orgelfonds Mooy dat ze op zoek gaan naar 'noodgevallen'.
Op 1 april gaat het ministerie van CRM akkoord met het overbrengen van de orgelkas van Bolsward naar Utrecht om daar verder te worden gerestaureerd. De hogere kosten zullen in beginsel vergoed worden, maar dienen nog verder te worden toegelicht vanwege de hogere uurtarieven.
16 april notulen restauratiecommissie: Rijkssubsidie voor de kostenverhoging in principe toegezegd. Er is een specificatie nodig van de restauratie van de orgelkas door Van Vulpen. Subsidies door provincie en gemeente lijken er aan te komen. Als dit allemaal rond is kan de opdracht aan Van Vulpen worden verstrekt.
Op 20 april licht Van Vulpen de HOC in over de samenstelling van de uurtarieven. In het uurtarief zitten geen opslagen voor materiaal, winst en BTW.
Op 23 april schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat het onderzoek naar de uurtarieven van Van Vulpen nog niet geheel is afgerond. Van Vulpen zal nog nadere toelichting moeten geven.
Op 26 april schrijft Oussoren dat de kosten van f 175.000,- aan de hoge kant lijken. Hij stelt ze vast op f 157.700,-. met de restauratie van de orgelkas heeft hij geen bemoeienis. Dit gebeurt onder leiding van de rayonarchitect van monumentenzorg J. van Bruggen. Er moet veel aan de orgelkas gebeuren om de wijzigingen van Van Oeckelen ongedaan te maken. Ook Van Bruggen is van mening dat het uurtarief nogal hoog is.
Op 11 mei schrijft het accountantskantoor van Dijker, Bianchi & C0. hoe uurtarieven zijn samengesteld.
Op 19 mei stuurt de HOC het ministerie van CRM de gegevens toe hoe de uurtarieven zijn samengesteld. Ook de kerkvoogdij wordt per brief op de hoogte gebracht.
Op 24 mei schrijft het BM aan de provinciale monumentencommissie. De restauratiekosten (inclusief orgelkas) zijn opgelopen van f 160.400,- naar f 252.250,-. Van rijkswege is het bedrag verlaagd naar f 168.739,-. (exclusief de orgelkas). De orgelkas die door Van Oeckelen in 1861 sterk gewijzigd is moet door een orgelbouwer weer hersteld worden. De kosten van de restauratie van de orgelkas worden geschat op f 65.000,-. De subsidiabele kosten zouden dan totaal f 233.739,- belopen.
Op 28 juli schrijft het ministerie dat het eindbedrag van f 207.214,56 tot eind 1970 wordt goedgekeurd als subsidiabele kosten.
Op 3 september schrijft de Stichting Orgelfonds Mooy dat ze met orgelmaker Van Vulpen spraken over de moeizame voortgang van de restauratie van het orgel van Peize. Kan de Stichting iets voor Peize betekenen?
Op 22 september meldt de kerkvoogdij aan de Stichting Orgelfonds Mooy dat de restauratiekosten enorm zijn gestegen. De restauratie van de orgelkas wordt ondergebracht bij Van Vulpen en kost f 65.000,- in plaats van f 21.800,-. De kosten van de orgelrestauratie zijn gestegen van f 138.600 naar f 183.700,-. Als alle subsidies gelijk blijven en meegaan met de verhoging van de kosten zal de kerkvoogdij f 6.577,50 meer moeten uitgeven.
Op 30 september schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat de restauratie van het orgel is besproken met de Rijksorgeladviseur. Graag wil de rijksorgeladviseur dat de temperatuur en de luchtvochtigheid op de orgelgalerij gedurende een jaar worden opgemeten.
Op 5 oktober gaat het ministerie van CRM akkoord met het voorstel van Van Vulpen voor de restauratie van de orgelkas. Deze kosten waren f 21.800,- en worden nu ingeschat op f 65.000,-. Er wordt 50% gesubsidieerd.
Op 13 oktober schrijft Oussoren aan de BM. De restauratie van de orgelkas komt voor subsidie in aanmerking. Volgens een accountantsrapport blijken de uurtarieven binnen aanvaardbare grenzen.
Op 3 november schrijft het BM aan de monumentencommissie. De restauratie van de orgelkas zal worden gesubsidieerd.
Op 4 november brengt de monumentencommissie aan de provincie een positief advies uit ondanks de gestegen restauratiekosten.
Op 5 november vraagt de HOC aan de kerkvoogdij of de opdracht tot restauratie van orgel en orgelkas nu aan Van Vulpen kan worden verstrekt.
Op 11 november schrijft het Orgelfonds Mooy aan de HOC dat ze de restauratie van het orgel in Peize steunen. Door verschillende omstandigheden duurt de restauratie veel langer dan gepland en wordt daardoor ook veel duurder. De subsidie door de overheid is naar rato verhoogd. De restauratie kan pas verder als Van Vulpen opdracht heeft gekregen om ook de orgelkas te restaureren. Het Orgelfonds Mooy wil helpen mits zeker is dat de restauratie daadwerkelijk in 1972 verder gaat.
Op 22 november geeft de kerkvoogdij de HOC opdracht de restauratie van orgel en orgelkas aan Van Vulpen te verstrekken.
Op 3 december schrijft de HOC aan het Orgelfonds Mooy. De oorzaak van de vertraging is niet aan de HOC te wijten. De voornaamste oorzaak lag bij de gescheiden restauratie van binnenwerk en orgelkas. Nu de orgelkas door Van Vulpen wordt gerestaureerd verwacht de HOC dat de restauratie begin 1972 weer verder gaat.
Op 20 december meldt de Stichting Orgelfonds Mooy dat ze f 5.000,- hebben overgemaakt voor de orgelrestauratie. Graag blijven ze op de hoogte van de voortgang. (11) (20) (34)

1972: Op 7 januari accordeert architect Baart twee nota's van f 8.111,10 en van f 515,28 van de meubelmakerij Gerritsma voor de werkzaamheden aan de orgelkas.
Op 13 januari geeft de kerkvoogdij de HOC opdracht om de restauratie van de orgelkas over te dragen aan Van Vulpen.
Op 18 januari bedankt de HOC de kerkvoogdij voor de brief van 13 januari. Van Vulpen krijgt van de HOC de opdracht om ook de orgelkas te restaureren en vanuit Bolsward naar Utrecht over te brengen. Deze opdracht is verlaat, omdat de eerste brief was zoek geraakt.
Op 27 januari meldt het ministerie van CRM dat de hogere restauratiekosten zullen worden gesubsidieerd met 50%.
Op 1 februari meldt de Provincie Drenthe dat ze het rijk volgen in hun beslissing. De stijging van de kosten van f 160.400,- naar f 203.600,- worden gesubsidieerd met 15%.
Op 7 februari bericht de Stichting Orgelfonds Mooy dat ze op 20 december f 5.000,- naar de Coöp Raffeisenbank in Peize hebben overgemaakt. Ze hebben echter nog niets gehoord. Is het bedrag fout overgeboekt?
Op 10 februari schrijft Van Vulpen dat ze de orgelkas in Bolsward gaan ophalen.
Op 12 februari meldt de kerkvoogdij dat de f 5.000,- ontvangen is en excuseert men zich voor de late bevestiging. Door de toezegging van rijk, provincie en gemeente de hogere restauratiekosten te subsidiëren kan de restauratie worden vervolgd.
Op 14 februari schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat Van Vulpen de kas bij Gerritsma uit Bolsward gaat ophalen.
2 maart notulen restauratiecommissie. De HOC wordt gemachtigd Van Vulpen opdracht te geven tot de restauratie van het orgel. Men wil de firma Van Vulpen bezoeken teneinde wat meer vaart in de restauratie te krijgen. Afgesproken wordt dat dit bezoek op 29 maart zal plaatsvinden. Zie ook de agenda.
Op 6 maart bedankt de kerkvoogdij het ministerie voor de subsidie van f 32.500,- voor het restaureren van de orgelkas. Kan ook toestemming worden verleend voor de meerkosten van f 45.150 voor de orgelrestauratie? Een soortgelijke brief gaat naar de gemeente Peize voor een verhoging van f 88.340 voor orgel en orgelkas samen. Ook de provincie krijgt een brief.
Ongedateerd verslag (vermoedelijk bezoek 29 maart) van een overleg bij Van Vulpen tussen orgelbouwer, adviseur en kerkvoogden. De huidige constructie van de windladen blijft gehandhaafd. Wel wordt er op gewezen verstandig te stoken. De orgelkas is inmiddels vanuit de werkplaats van de firma Gerritsma in Bolsward verhuisd naar Utrecht. Hülsmann is nu definitief de adviseur. De orgelkas wordt gerestaureerd onder verantwoordelijkheid van architect Baart. Opbouw in de kerk wordt in januari 1973 verwacht. Oplevering in mei 1973. De orgelkas wordt in de grondverf gezet en pas na plaatsing zullen de schilderwerkzaamheden worden bekeken.
Op 31 maart wordt door Van Vulpen de derde termijn in rekening gebracht.
Op 25 april deelt de provincie Drenthe mee dat de subsidie vanuit de provincie verhoogd wordt door de extra kosten. De provincie volgt de beslissing van het rijk.
Op 5 juni schrijft rijksorgeladviseur Oussoren aan de directeur van monumentenzorg dat door vertraging de kosten van de orgelrestauratie zeer zijn opgelopen. De loonkosten zijn sinds 1967 met 75% gestegen. Hij schat de kosten nu in op f 204.461,-.
Op 10 augustus schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat er geruchten zijn omtrent de financiële situatie bij Van Vulpen. Kan de HOC dit onderzoeken? Ook zijn ze bezorgd over de voortgang van de restauratie.
Op 5 september schrijft de provincie dat er tot nu toe f 216.918,- is verwerkt. Dit resulteert in een provinciale subsidie van f 43.383,-, waarvan al f 41.443,- is uitgekeerd. Het ontbrekend bedrag van f 1.930 is inmiddels overgemaakt.
Op 12 oktober belooft de HOC onderzoek te zullen doen naar de geruchten omtrent de financiële situatie bij Van Vulpen. In een niet gedateerde brief schrijft de HOC dat na onderzoek geen sprake is van financiële onzekerheid bij Van Vulpen.
Op 20 oktober is er in Utrecht een overleg omtrent de moeizame voortgang van de restauratie. Op 30 oktober wordt de restauratie van het pijpwerk hervat (4 van de 26 zijn gereed). Op 10 november wordt begonnen met de restauratie van de orgelkas. De opbouw in de kerk is gepland voor voorjaar 1973. Oplevering wordt verwacht in juni 1973.
Op 20 oktober schrijft Van Vulpen dat ze er van uit gaan dat er systeemringen zullen worden toegepast, zoals met dhr. Oussoren is afgesproken. Deze worden gebruikt in plaats van de eigen ringen van Van Vulpen uit de offerte. Indien geen tegenbericht binnen 14 dagen zullen de ringen besteld worden. Op deze ringen kan geen garantie worden gegeven.
Verslag van een vergadering op 20 oktober in Utrecht tussen kerkvoogdij, Van Vulpen en orgeladviseur Hülsmann.
In het eerste gedeelte van het gesprek met alleen Hülsmann wordt nagegaan wat de financiële situatie bij Van Vulpen is.
In het tweede gedeelte wordt met Van Vulpen de stand van zaken doorgenomen.
- Het orgel is in tekening gebracht
- De orgelkas is geregistreerd, maar nog niet gerestaureerd. Vrijwel alle delen zijn aanwezig.
- Op 30 oktober gaat men verder met de restauratie van het pijpwerk. 4 van de 26 zijn gereed.
- Op 10 november begint de restauratie van de orgelkas.
- Op 1 december begint het technische gedeelte
- Tussen 15 januari en 15 februari 1973 begint de opbouw in de kerk
- De intonatie daarna kost circa 3 maanden en in juni is het speelklaar.
Op 21 oktober maakt Van Vulpen een overzicht omtrent de te vervallen termijnen voor orgel en orgelkas.
Op 24 oktober schrijft het ministerie naar de kerkvoogdij. Het bedrag waarop de subsidie wordt gebaseerd is f 204.461,-
Op 9 november brengt Van Vulpen het eerste deel van de derde termijn voor de restauratie van het orgel in rekening en een derde nota voor een termijnbetaling voor de restauratie van de orgelkas.
Op 29 november stelt de HOC de kerkvoogdij gerust voor de zorgen dat Van Vulpen financieel ongezond zou zijn. (11) (20) (34)

1973: Op 12 januari schrijft de HOC aan de rijksorgeladviseur Dr. Oussoren over het toegepaste sleepsysteem in Peize. Voor een praktijktoets zou een van de windladen moeten worden voorzien van een verend slepensysteem van Van Vulpen en de andere windlade met het door Oussoren aanbevolen systeem.
Op 15 januari schrijft Dr. Oussoren dat hij akkoord gaat met het voorstel van 12 januari.
Op 9 februari geeft de HOC door dat is besloten dat onder de onderzijde van de pijpstokken van het Hoofdwerk verende ringen zullen worden aangebracht. Bij Rugwerk en pedaal zal worden gewerkt met vilten ringen. Op deze manier wordt getest hoe deze systemen in de praktijk voldoen.
Op 16 februari schrijft het ministerie dat de subsidiabele kosten t/m 1971 f 216.718,44 bedragen. Op grond hiervan zijn alle subsidiebedragen inmiddels betaald. Na ontvangst van de geldelijke eindverantwoording wordt het definitieve subsidiebedrag bepaald.

Op 1 mei schrijft de Stichting Orgelfonds Mooy dat men blij is dat de restauratie vordert. Misschien kan de stichting helpen met de financiering.
Op 1 mei schrijft de provincie aan de kerkvoogdij. Er is een bedrag van f 6.300,- overgemaakt op basis van de kwartaalopgaven. Daarna volgen er meer betalingen. Van dezelfde datum is een brief van de provincie met een basisbedrag van f 235.310,16. De subsidie van 20% bedraagt dan f 47.000,-, waarvan al f 43.383 is uitgekeerd. Er zal nog f 3.617,- worden overgemaakt.
Op 5 mei meldt de kerkvoogdij aan de Stichting Orgelfonds Mooy dat er een aanvang is gemaakt met het terugplaatsen van het orgel in de kerk. Daarna wordt de orgelkas geschilderd en na 2-3 weken kan het pijpwerk worden geplaatst. Als dat gereed is zou het goed zijn om eens een bezoek aan de kerk te brengen.
Op 11 mei maakt het ministerie f 20.991,- over. Daarna volgen er meer betalingen.
Op 24 mei brengt de HOC weer een gedeelte van het honorarium in rekening. In de periode hiervoor zijn al rekeningen ingediend voor gemaakte onkosten.
Op 27 augustus schrijft de kerkvoogdij dat ze in principe bereid zijn een voorschot te betalen vanwege de overschrijding van de begroting, mits er een specificatie komt.
Op 30 augustus maakt Van Vulpen een samenvatting van de tot nu toe gemaakte kosten en betaalde rekeningen.
In september 1973 doet de kerkvoogdij verslag van de kerk- en orgel restauratie. Op één pagina wordt de restauratie en geschiedenis van de kerk beschreven en op een halve pagina die van het orgel.
Op 22 oktober vraagt Van Vulpen aan adviseur Willem Hülsmann of hij een rekening kan fiatteren. Een eindnota volgt zo spoedig mogelijk. (11) (20) (34)

Dispositie:

Hoofdwerk. C - c3 Rugwerk C - c3 Pedaal C. D - d1
Prestant 8’ Prestant 8’ Prestant 8’
Holpijp 8’ Quintadeen 8’ Bourdon 16’
Octaaf 4’ Fluit 4’ Octaaf 4’
Quintadeen 4’ Fluit 2’ Octaaf 2’
Octaaf 2’ Quint 1 1/2’ Mixtuur 3 st.
Quint * 3’ Scherp * 3 st. Trompet 8’
Mixtuur * 4-5-6 st. Vox Humana * 8’
Sesquialter 2-3 st.
Dulciaan 8’
* voornamelijk nieuw pijpwerk
Nieuwe registers zijn: een Mixtuur 4-5-6 sterk op het Hoofdwerk en een vernieuwing van de Quint 3 voet, een Scherp 3 sterk en een Vox Humana 8 voet op het Rugwerk. De Dulciaan 8 voet verhuist van het Rugwerk naar het Hoofdwerk.
Veel registers hebben pijpwerk van meerdere makers.
Het orgel wordt op 5 oktober weer in gebruik genomen. De recensent van het Dagblad van het Noorden merkt op dat dit enigszins voorbarig is omdat nog niet alle werkzaamheden zijn afgerond.

Foto uit het eerste van de de Nederlandse orgelencyclopedie


Leekster courant 17-05-1973, 20-09-1973



Nieuwsblad van het Noorden 05-10-1973


Nieuwsblad van het Noorden 06-10-1973

1974: Op 9 januari schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat er binnenkort een nieuwe windmachine wordt geplaatst. Na plaatsing wil de HOC het orgel nog een keer bezoeken.
Op 10 januari stuurt Van Vulpen de eindnota van de restauratie van de orgelkas en de eindnota van de restauratie van het binnenwerk naar de HOC. In bijlages wordt gespecificeerd wat al betaald is en wat nog betaald moet worden.
Op 7 februari stuurt de HOC de eindafrekening van Van Vulpen door aan de kerkvoogdij. Er zal nog een eindkeuring plaatsvinden als Hülsmann de nieuwe windmotor heeft gezien.
Op 23 mei stuurt de HOC een drietal rekeningen voor het honorarium van het advies: voor de orgelkas, het orgel zelf en een onkostenrekening.
Op 2 september schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat van de rekeningen van 23 mei nog niets is betaald.
Op 4 september geeft de kerkvoogdij een overzicht van de kosten tot nu toe en de uitgekeerde subsidies. Er ontbreekt nog een bedrag van f 15.786,36 aan uit te keren subsidie.
Op 20 november schrijft de kerkvoogdij aan het ministerie van CRM dat de restauratie van orgel en orgelkas is afgerond. De totale kosten bedroegen f 224.834,52. Begroot was f 204.461,-. Is het mogelijk om voor de extra kosten nog subsidie te krijgen?
Er is een totaalkostenoverzicht van de restauratie tot en met de kosten van de ingebruikneming. De eerste kostenpost dateert van 7 juli 1966 en de laatste kostenpost van 13 maart 1974. De totale kosten bedragen f 231.922,60.(11) (25) (34)

1975: Op 23 mei dient de HOC een nota in van f 2.480,03 voor het advies van de restauratie van de orgelkas. Van dezelfde datum is een nota met de overige kosten.
Op 12 december 1975 stuurt Van Vulpen op verzoek van adviseur Hülsmann een offerte voor het uitvoeren van intonatie-correcties. De kosten bedragen f 10.000,- De werkzaamheden zullen plaatsvinden onder toezicht van Willem Hülsmann en rijksorgeladviseur Onno Wiersma.
Op 31 december verschijnt het voorlopige eindrapport van de HOC over de orgelrestauratie. Op de eerste drie pagina's wordt de restauratie nauwkeurig beschreven. Uitgangspunt was de situatie zoals Hinsz het orgel in 1785 opleverde. Op de laatste pagina wordt geconcludeerd dat Van Vulpen goed werk heeft geleverd. De klank van het orgel is eigenlijk te 'groot' voor de kerk en ook heeft de kerkrestauratie gevolgen gehad voor de akoestiek. Er ligt van de orgelmakers al een voorstel voor een klankverbetering. (11) (25) (34)

1976: In februari reageert de kerkvoogdij op het voorlopige rapport van de HOC. In het eindrapport wordt de orgelklank 'boeiend' genoemd, maar men is niet geheel tevreden. Dit is voor de kerkvoogdij een teleurstellende conclusie. De oorzaak is de door de kerkrestauratie gewijzigde akoestiek. Ook is het orgel te 'groot' voor de kerk. Dit zijn zaken die voor aanvang van de restauratie al bekend waren. Had men tijdens de restauratie hier geen rekening mee kunnen houden? Blijkbaar kan er nu toch wat aan worden gedaan. Is dat niet een beetje laat? Ook heeft men twijfels over de kleurstelling van het orgel. Waarom komt er pas twee jaar na de oplevering van het orgel een eindrapport? Deze gang van zaken heeft het uitkeren van de subsidiegelden aanmerkelijk vertraagd.
Op 23 maart schrijft rijksorgeladviseur Wiersma dat besloten is toch intonatiecorrecties uit te voeren. Hierdoor ontstaan er extra kosten van f 43.175,-
Op 27 april bericht het ministerie van CRM dat de meerkosten van de orgelrestauratie ook subsidiabel zijn.
Op 20 juli meldt de HOC dat de nota's van 23 mei 1974 nog steeds niet zijn betaald.
Op 22 september brengt Van Vulpen een offerte uit voor het uitvoeren van intonatie-correcties voor een bedrag van f 11.600,-
Op 13 december stuurt de HOC een rekening van f 191,49. (11) (25) (34)

1977: Op 12 mei stuurt Van Vulpen een prijsopgave van f 2.900,- voor het 'geheel stemmen en afwerken van uw kerkorgel'. Indien hiervoor geen subsidie wordt verleend wil Van Vulpen deze kosten voor eigen rekening nemen. (11)
Op 13 juli stuurt de HOC nog een rekening van f 78,35.
Op 5 oktober stuurt de kerkvoogdij de geldelijke eindverantwoording naar de Rijksdienst voor Monumentenzorg.
Op 8 november meldt de Rijksdienst voor Monumentenzorg dat de eindverantwoording niet compleet is. Er missen betalingsbewijzen van nota's en nota nr. 2806 van f 1.433,48 is niet aanwezig.
Op 14 november stuurt de kerkvoogdij de ontbrekende gegevens.
Op 29 december schrijft de rijksadviseur voor orgels dat de restauratie pas kon worden goedgekeurd na de intonatiecorrecties van 1976. Er dient nog werk te worden verricht aan de Dulciaan 8', maar dat geeft geen extra kosten. De geldelijke afwikkeling kan plaatsvinden. De totale kosten bedragen f 245.183,98. Bijgevoegd is een specificatie van de kosten. (11) (25)

1978: Op 26 mei vindt de definitieve afrekening van de restauratiesubsidie plaats. Na aftrek van een enkele post blijft er een subsidiabel bedrag over van f 245.183,98. Dit resulteert in een laatste betaling van f 6.630,- (11)
Op 7 juni schrijft de kerkvoogdij naar het BM. Er zou nog f 4.237,60 aan provinciale subsidie te goed zijn.
Op 15 juni adviseert het BM de provincie de resterende subsidie uit te betalen.
Op 5 juli schrijft de provincie aan de kerkvoogdij dat het laatste subsidiebedrag zal worden overgemaakt.
De geldelijke eindverantwoording van f 281.830,67 dateert van 6 december. De subsidiebedragen van rijk, provincie en gemeente bedroegen f 108.459,-, f 52.640,- en f 67.668,33. (20) (25)

1979: Op 11 januari wordt de geldelijke eindverantwoording van de orgel- en kerkrestauratie naar de Rijksdienst voor Monumentenzorg gestuurd.
Op 2 april wordt een brief omtrent de geldelijke eindverantwoording van de orgel- en kerkrestauratie naar het provinciaal Monumentenbureau gestuurd. (11)

1981: Op 23 maart volgt een definitieve afrekening van de kerkrestauratie en de restauratie van de orgelkas. Er blijkt f 2.525,- te veel aan subsidie te zijn toegekend. (11)
Op 27 mei maakt de provincie een subsidiebedrag over op basis van een door het rijk verhoogd basisbedrag van f 181.831,-
Op 24 september stuurt de Rijksdienst voor Monumentenzorg een aanmaning voor de terug te betalen bedrag van f 2.525,-.
Op 7 oktober meldt de kerkvoogdij dat ze het bedrag hebben betaald, maar nog aan het onderzoeken zijn of de terugbetaling terecht is. (20) (25)

2005: Groot onderhoud door orgelmakerij Mense Ruiter

2020: De kerk wordt verbouwd om het gebouw geschikter te maken voor meer activiteiten. Om ruimte te creëren voor voorzieningen zoals bijvoorbeeld keuken en wc's wordt het orgelbalkon met orgel circa 70 cm naar voren geschoven. (10)

2021: Arian van der Mark uit Assen wordt benoemd tot organist als opvolger van Jaap Wolf die 65 jaar organist was in Peize.

Nederlands Dagblad 12-2021

Noten

  1. Groninger Archieven. 1357 Sint Geertruidsgasthuis. Rek. boek(1631-1633). "Die vogeden hebben de 27 April 1631 Mr. Antonius Verbeeck anbestedet, een orgel in die Gasthuis kercke".
  2. idem. 6-6-1633 en 17-6-1633 en Oude protocol Geertruids Gasthuis(1631) folio 89. Bijlage 1.
  3. Idem Bijlage 2.
  4. Boek. Nicolaas Arnoldi Knock, Dispositien der merkwaardigste kerk-orgelen welken in de provincie Friesland, Groningen en elders aangetroffen worden, Groningen: Petrus Doekema, 1788.
  5. Drents Archief: 0446 Provinciaal College van Toezicht Hervormde Gemeenten 63 1862 1e halfjaar, 64 1862 2e halfjaar: 17-5-1862; 24-5-1862; 27-6-1862; 8-7-1862.
  6. www: http://reliwiki.nl/index.php/Peize,_Kerkstraat_2_-_Dorpskerk (07-02-2025)
  7. Boek: Het historische orgel in Nederland 1479-1725 blz. 118-120
  8. Utrecht Universiteitsbibliotheek Archief Lambert Erné 7342-Peize-HK Dossier 1220 (De gegevens over Peize stoppen in 1963. Toen de restauratie na de kerkrestauratie werd hervat, was Erné al overleden)
  9. Archief Jaap Brouwer
  10. RTV Drenthe Vrijdag 4 december 2020 Zie link (10-07-2021)
  11. Drents Archief: 0381 Nederlands Hervormde Gemeente Peize 152 Stukken betreffende de restauratie van kerk en orgel; 1962-1981
  12. Drents Archief: 0381 Nederlands Hervormde Gemeente Peize 71 Inventaris van het archief van de kerkvoogdij
  13. Drents Archief: 0381 Nederlands Hervormde Gemeente Peize 69 Ingekomen stukken en minuten van verzonden stukken; 1821-1955
  14. Drents Archief: 0381 Nederlands Hervormde Gemeente Peize 5 Ingekomen stukken en minuten van verzonden stukken; 1816-1961
  15. Drents Archief: 0381 Nederlands Hervormde Gemeente Peize 68 Register van notulen van de vergaderingen van kerkvoogden en notabelen; 1854-1862, 1879- 1929
  16. Drents Archief: 0381 Nederlands Hervormde Gemeente Peize 133 Registers van notulen van vergaderingen van kerkvoogden en notabelen 1933-1954
  17. Drents Archief: 0381 Nederlands Hervormde Gemeente Peize 134 Registers van notulen van vergaderingen van kerkvoogden en notabelen 1954-1970
  18. Drents Archief: 0381 Nederlands Hervormde Gemeente Peize 2 Registers van notulen van de vergaderingen van de kerkenraad 1855-1872
  19. Drents Archief: 0381 Nederlands Hervormde Gemeente Peize 105 Registers van ontvangsten en uitgaven; 1902-1912, 1914-1916, 1920-1947, 1949-1951
  20. Drents Archief: 0913 Archief van de afdeling Monumentenzorg van de provincie Drenthe 1189 Peize, Kerkstraat 2 (NH kerk); 1957-1985
  21. Drents Archief: 0446 Provinciaal College van Toezicht Hervormde Gemeenten Indices op de verbalen 128 1860-1863
  22. Drents Archief: 0446 Provinciaal College van Toezicht Hervormde Gemeenten 63 Verbaal van het verhandelde op de vergaderingen 1862 1e halfjaar
  23. Drents Archief: 0446 Provinciaal College van Toezicht Hervormde Gemeenten 64 Verbaal van het verhandelde op de vergaderingen 1862 2e halfjaar
  24. Drents Archief: 0446 Provinciaal College van Toezicht Hervormde Gemeenten 65 Verbaal van het verhandelde op de vergaderingen 1863
  25. Amersfoort Archief Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, Dossier Peize Hervormde Kerk Verkregen via Stef Tuinstra op 29 november 2024.
  26. Boek: Jaap Brouwer: Johan van Meurs - Een studie over een pionierend orgeladviseur
  27. www:http://www.kerkeninbeeld.nl (04-02-2025)
  28. Boek: Cor Edskes & Harald Vogel, Arp Schnitger en zijn werk, Bremen: Verlag H.M. Hauschild, 2009 66-67 192-193 215
  29. Boek: Willem Jan Dorgelo Hzn, Albert Anthoni Hinsz Orgelmaker, , Ausgustinusga: Lykele Jansma, 1985 134-139
  30. Boek: Gustav Fock, Arp Schnitger und seine Schule, Kassel: Bärenreiter, 1974 232
  31. Boek: Freek Veldman en Lieke Veldman-Planten, Barok in Groningen 1650-1750, WBOOKS, 2022, 111,160
  32. Boek: Édouard Georg Jacques Gregoir, Historique de la facture et des facteurs d’orgue, Antwerpen: Dela Montagne, 1865. 166, 167 Op bladzijde 167 vermeld Gregoir ten onrechte 'l'église Peper Gasthuis'.
  33. Boek: Rien Buyk, Lang kerken en kapellen Orgeltocht door nederland. Amersfoort, J.C. Willemsen, 62-63
  34. Utrecht, Het Utrechts Archief, 1445 Orgelcommissie, 1046. Peize, 1955-1977



Bijlagen.

Bijlage 1.
GAG. AGG. Rekeningboek(1631).
'. . . ende sall daer, mede ten leve van alle kistenmakers werck, exempt die beie floegels, voor die somma soeven hondert caroli gulden voor die froue een rosa nobel mede geaccordeert soo he daer niett met can comen dat he noch vijftig gulden sall hebben, dan is in ‘t contrackt niet verhaelt boven dit sall he dat posetijff in die kercke sijnde wederomme hebben, op dit warck hem op reckeninge gedaen hondert rijxdalers, zes Junij: 250. --. --. '.
idem (1633).
'Mr. Antoni Verbeeck, Orgelmaker aembestedet een orgel te maken, in die Gasthuis Kercken, in Anno 1631 de 27 April, voor seuvenhondert gulden en voor die vrouwe een rose nobel des sulde hie dat positijff noch wederomme hebben ende noch accordeert, so het daer niet met hen conde dat hie als dan noch vijftich gulden daer en boven hebben solde op dit werck hem voorts verschoten hondert rijckdaler, blijkende die reckeninge van ‘t Jaer 1631'.
idem (1633).
'Den 17 Junij 1633 betaelt an Antoni Verbeeck, als rest ende volle betalinge die somma vierhondert wijftich gl. met negen gulden zes stuiver tot een vereringe aen die vrouwe, ende een rijxdaler voor de knecht, noch hem betaelt vijftich gl. ‘t welck met woorden in ‘t contract was besproken ende nochtons in de penn. niet verhaelt op conditiën, als ‘t orgel gereet waer so he Verbeeck als dan in goedder consciëntie hadde te clagen, dat hie te winich daer voor kreech, dat he als dan die voorschr. vijftich gl. solde genieten, beloopt‘t samen vijfhondert elff gl. sestien stuiver: 511. 16. -'.

Bijlage 2.
Overzicht reparaties orgel Geertruidsgasthuiskerk Groningen 1631 t/m 1846.
Diest Lorgion. Broekhuyzen. Rek. boeken.
Aant. J. Auwen Orgelbeschr. Geertr. Gasthuis.
- - - - - - 1631 f. 830, -- 1631-1633 f. 761, 16 A. erbeeck
1663 f. 230, 90 1663 f. 230, -- 1663 f. 230, --
1680 f. 800, -- 1680 f. 800, -- 1680 f. 800, --
1697 f. 1022, -- 1694 f. 1022, -- 1696-1697 f. 875, -- A. Schnitger
1715 f. 35, -- - - - - - - - - - 1715 f. 35, -- J. Radeker
1725 f. 132, -- - - - - - - - - - 1725 f. 132, -- M. Amoor
- - - - - - - - - - - - - - - - - 1725-1753 onderhoud M. Amoor
1756 f. 950, -- 1756 f. 1002, -- 1756-1758 f. 950, -- A. A. Hinsz
1785 f. 300, -- - - - - - - - - - 1785 schoonm. en rep. A. A. Hinsz
1814 f. 325, -- 1814 f. 435, -- 1814 rep. Wed. H. H. Freytag
1832 f. 120, -- 1832 rep. Lohman 1832 rep. N. A. Lohman
1846 f. 200, -- 1846 1846 vern. f. 243, 50 Lohman

Foto van het orgel voor de restauratie van 1969

Koororgel Fama en Raadgever

1989: Dit orgel wordt op 28 mei 1989 in gebruik genomen. Zie het vouwblad van de ingebruikname. (09)
Het orgel werd oorspronkelijk in 1982 gebouwd voor het conservatorium in Groningen

Kerk en Muziek mei 1982


Foto Flickr -Bramstercate 19-02-2022

Dispositie:
Manuaal: Gedekt 8' (gedeeld), Roerfluit 4' (gedeeld), Prestant 2' (gedeeld).
Pedaal: Aangehangen.