




1879: Op 14 april wordt het door Van Oeckelen gebouwde orgel in gebruik genomen. 's Middags is er een concert met koorzang en orgel. Op de achterzijde van het orgel is een bord geplaatst met de volgende tekst: '1879 Ingewijd den 14. April. Kerkvoogden H. Oosting voorzitter, J. Makking? Administratief secretaris, J. Copinga, P.F. Huls, J.A. Hulshof Notabelen, M. Oostingh, J.G. Gratama Hzn, A.J. Luder, H. Huisingh, G.A. Hoving, H.K. Hebels, J. Nijenhuis, B. Lambers. Gemaakt door van Oeckelen & Zn te Haren.'
Dispositie:| Bourdon | 16' b/d |
| Prestant | 8' |
| Salicionaal | 8' |
| Holpijp | 8' |
| Viola da Gamba | 8' |
| Octaaf | 4' |
| Spitsfluit | 4' |
| Quintfluit | 3' |
| Octaaf | 2' |
| Trompet | 8' b/d |

Foto 1973 nr. B
47740-89 (09)



Provinciale Drentsche en Asser courant 08-04-1879, 17-04-1879
![]()
![]()
Het nieuws van den
dag : kleine courant 21-04-1879 (een deel uit de scan van Delpher is weg
gevallen)
1889: Organist H.A. Wessels overlijdt en wordt
opgevolgd door Smith uit Stadskanaal.
Provinciale Drentsche en Asser courant 23-05-1889
1891: Er wordt
in navolging van de Gereformeerde Kerk geprobeerd een zanggezelschap op te
richten. Dirigent wordt H.G. Uneken. Kerk en orgel mogen worden gebruikt om te oefenen.
Provinciale Drentsche en Asser courant 23-11-1891
1901:
Bericht uit de Hervormde Synode omtrent de situatie in Nieuw-Buinen. Het orgel
is verzekerd voor f 2.500,-.


Handelingen der
86ste Gewone Vergadering van de Algemeene Synode der Nederlandsche Hervormde
Kerk, ten Jare 1901
1903: Op 25 augustus behandelt het
College van Toezicht in verbaal 12/3
een brief van de Hervormde kerk van Nieuw-Buinen waarin wordt gevraagd om toestemming voor het verhogen
van de beloning van de predikant en de organist. De organist krijgt een
verhoging van f 20,- per jaar van f 60,- naar f 80,-. Het college antwoordt dat
hiervoor geen toestemming nodig is. (08)
1955:
In februari schrijft de
kerkvoogdij een brief aan Van Lochem van de Hervormde Orgelcommissie (HOC). Ze willen dat de
HOC het stemmen
van het orgel controleert. Ook willen ze graag snel een reparatie
van een toets die blijft hangen. Het antwoord van de HOC is niet bekend. (04)
(10)
1960: Op
13 december schrijft Mense Ruiter een briefje dat hij vergeten is de stembeurt van 24 juni in rekening te brengen. Het
uitgevoerde onderhoud op 9 november is wel in rekening gebracht. (05)
1968: Door
een brand in de toren
loopt het orgel waterschade op.

Nieuwsblad van
het Noorden 14-05-1968
1969: Op
5 mei vraagt de kerkvoogdij de HOC om advies.
Op 6 mei schrijft de HOC dat ze
een voorlopig advies willen uitbrengen. Er zal een afspraak voor een bezoek
worden gemaakt.
Op 13 mei
schrijft de HOC dat de commissie op dit moment veel adviesverzoeken heeft
waardoor nog niet te zeggen is wanneer het onderzoek kan plaatsvinden. In de
kerkorde staat dat de commissie binnen twee maanden moet reageren. Er wordt
geprobeerd daar binnen te blijven.
Op 17 verschijnt het
voorlopige rapport. 'Het
instrument bevindt zich in een tamelijk slechte staat. Dit geldt met name voor
de windlade - het meeste vitale deel van het orgel.' Het orgel bleek nog goed
bruikbaar te zijn, maar de problemen doen zich voornamelijk voor tijdens het
stookseizoen. Het toetsbeleg is op een paar plaatsen defect. Een paar
registeropschriften missen. De windmachine maakt veel geruis. 'Het orgel, dat
zich nog in de originele staat bevindt, is een restauratie zeer wel waard. Waar
het instrument, hoewel het (nog) niet beschouwd wordt als monument, één der
weinige oude instrumenten is in het gebied van de veenkoloniën, lijkt het ons
niet bij voorbaat uitgesloten, dat de Rijksoverheid bereid gevonden zal worden U
een subsidie te verstrekken in de kosten.' De gemeente heeft al toegezegd een
derde van de kosten op zich te nemen indien het Rijk ook een subsidie toezegt.
De offerte van Mense Ruiter uit 1968 is een goed uitgangspunt voor herstel. Het
offertebedrag is uitermate redelijk. Geadviseerd wordt een adviseur aan te
stellen. Het orgel moet voor een vervangingswaarde van f 55.000,- verzekerd
worden. Het rapport wordt meteen
doorgestuurd naar Monumentenzorg omdat de kerkvoogdij een aanvraag voor een
subsidie heeft ingediend.
Op 8 augustus stuurt de HOC een
rekening voor het advies.
Op
30 september meldt de HOC dat
Rijksadviseur voor orgels een gunstig advies heeft uitgebracht omtrent subsidie.
Het wachten is nu op een officieel bericht van het ministerie. het wordt tijd om
een adviseur in te schakelen.
Op 11
oktober schrijft de kerkvoogdij dat ze verheugd zijn met het positieve
nieuws rond de subsidie. Dhr. Wolthuis van het PKC adviseerde om Klaas Bolt als
adviseur te benoemen.
In oktober
beschrijft Klaas Bolt het orgel. 'Het orgel is kennelijk met veel zorg
vervaardigd en - met uitzondering van de kas - van goede materialen. Het
instrument mag tot de betere Van oevkelen-orgels worden gerekend. De
vervangingswaarde is f 50.000,-. Er is voornamelijk technisch herstel nodig. De
windlade moet worden voorzien van een verende sleepconstructie vanwege de
kerkverwarming.
Op 17 oktober
geeft de HOC de adresgegevens van Klaas Bolt door. Hij is al door de HOC
voorzien van de relevante documentatie (06) (10)
1970: Op 5 februari stuurt Mense Ruiter een
kostenopgave van alle uit te
voeren werkzaamheden. Het totale bedrag van de restauratie is f 19.619,-. De
werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd in 1971.
Op
7 februari schrijft Klaas Bolt aan
de kerkvoogdij dat hij de offerte van Mense Ruiter heeft ontvangen. De
restauratiekosten bedragen nog geen f 2.500,- per register. Dit is een zeer
redelijke prijs. Een van de oorzaken van deze lage prijs is dat er geen nieuw
pijpwerk behoeft te worden gemaakt. Bolt adviseert de firma een
principe-opdracht te geven onder voorbehoud van subsidie. De windmotor zou nu al
kunnen worden vervangen. Voor f 150,- kunnen ook de lekkages in de balg en de
windkanalen worden gerepareerd. De subsidieaanvraag kan nu worden gedaan. De
totale kosten bedragen inclusief advieskosten f 25.265,-.
Op
24 februari schrijft de HOC dat ze
akkoord gaan met de brief van Klaas en de offerte van Mense Ruiter. (10)

Foto (02)

Het Orgel
1970-04
1971: Op 23 maart
schrijft het ministerie dat een subsidie van 30% kan worden verleend mits het
verwarmingssysteem van de kerk wordt aangepast.
Op 23 december stuurt Klaas
Bolt een rekening voor gemaakte
onkosten. (06) (10)
1973:
Op 30 oktober 1973 stuurt Mense Ruiter een
bijgewerkte kostenopgave met de
loonkostenstijgingen vanaf 5 februari 1970. De totale kosten bedragen nu f
29.428,-. (10)
1977: Op 17 februari
schrijft Klaas Bolt aan de kerkvoogdij dat de kostenberekening van Mense Ruiter
voor de tweede keer is herrekend. De kosten komen nu uit op f 50.995,13. Er kan
weer subsidie worden aangevraagd en weer een principe-opdracht worden verstrekt.
Op 18 februari stuurt Mense Ruiter
het contract naar de kerkvoogdij.
Op 24 februari
vraagt de kerkvoogdij het Anjerfonds om een bijdrage. Binnen afzienbare tijd
wordt er een nieuw verwarmingssysteem geïnstalleerd waardoor de omstandigheden
voor het kerkorgel verbeteren.
Op
22 april vraagt het Anjerfonds aan het Bureau Monumentenzorg van Drenthe (BM) om advies.
Op 10 mei vraagt het BM aan de
kerkvoogdij of er al een adviseur is aangesteld en er een kostenbegroting is
gemaakt.
Op 16 mei stuurt de
kerkvoogdij een subsidieverzoek naar de Rijksdienst voor Monumentenzorg. Er is
al financiering voor een nieuwe kerkverwarming. Er zal worden geprobeerd de
orgelrestauratie voor te financieren.
Op 16 mei schrijft de
kerkvoogdij aan het BM. Als adviseur is Klaas Bolt aangesteld. De
kostenbegroting is gebaseerd op een offerte van Mense Ruiter van 8 februari
1977. De totale kosten bedragen f 50.995,13. De kosten voor een nieuwe
verwarming bedragen circa f 20.000,-.
Op
13 augustus stuurt Klaas Bolt zijn
rapport van oktober 1969 naar het BM. Het orgel is sinds de bouw in 1879 niet
gewijzigd.
Windvoorziening: In de onderkas ligt de magazijnbalg, waarvan de
handzwengel buiten gebruik is. Er is een oude windmotor in een dempkist. Er zijn
geen lekkages.
Windlade: Er is in oktober 1969 enige doorspraak geconstateerd, maar niet in hevige mate.
Klavier: Het beleg is vies en vergeeld.
Veel stukjes beleg zijn vernieuwd zonder koperen pennetjes. Twee naamplaatsjes van de
registertrekkers ontbreken.
Mechaniek: De speelaard is aangenaam. Weinig gerammel.
Front en kas: Het front kan worden gerekend tot het beste wat Van Oeckelen heeft
gemaakt. De frontpijpen hebben veel donkere plekken. De orgelkas heeft geen
wormgaten.
Pijpwerk: Weinig beschadigingen. Het orgel heeft een stevige klank.
Alleen de Salicionaal 'klinkt erg ordinair.'
Algemeen: Het orgel is met veel
zorg vervaardigd en met uitzondering van de kas van goed materiaal. het behoort
tot de betere Van Oeckelen-orgels. De vervangingswaarde is f 50.000,-
Restauratie: De windlade dient grondig te worden gereviseerd en te worden
voorzien van een verende slepenconstructie om bestand te zijn tegen de invloeden
van de verwarming. Enkele beschadigde pijpen dienen te worden gerepareerd en het
klavierbeleg moet worden hersteld.
Op
9 september schrijft het BM aan
het Anjerfonds dat het orgel van Nieuw-Buinen tot de betere orgels van Van
Oeckelen behoort. Het is sinds de bouw niet gewijzigd. Het BM zou het toejuichen
als het Anjerfonds een bijdrage levert. (06) (10)
1978: Op 14 oktober
schrijft Klaas Bolt aan de kerkvoogdij dat het binnenwerk ter restauratie in de
werkplaats van Mense Ruiter is opgeslagen. Als het orgel nu wordt gerestaureerd
via voorfinanciering is er eerst toestemming van monumentenzorg nodig.
Op 30 november gaat
het ministerie akkoord met het restauratieplan. Het plan dient echter nog wel
wat verder
te worden gedetailleerd. Op dit moment is er geen subsidie mogelijk. Over een
paar jaar zijn er weer mogelijkheden. Het subsidiabel bedrag wordt vastgesteld
op f 60.000,-. (06) (10)
1979: Op 26 juni schrijft Klaas Bolt naar
de kerkvoogdij dat hij het orgel op 20 juni samen met rijksorgeladviseur Wiersma
heeft bezocht. De restauratie is uitstekend geslaagd. De intonatie van de
Salicionaal 8' kan nog wat beter en de windmotor maakt nog iets te veel lawaai.
Daarnaast dient hij een
declaratie in voor zijn advieswerk.(11)
1980:
Op 22 januari stuurt de HOC een
rekening voor advieskosten.
Op 22 september keurt het
ministerie de geldelijke verantwoording goed. De subsidie wordt bepaald op 50%
van f 55.361,89 is f 27.681,-. Dit zal worden uitbetaald in 1981.
Op
1 november schrijft de kerkvoogdij
aan de provincie dat het ministerie subsidie heeft toegekend. De restauratie,
die werd voorgefinancierd, is inmiddels afgesloten. Kan de provincie nu ook
subsidie verstrekken?
Op 25
november adviseert het BM positief aan de provincie voor het verstrekken van
een subsidie.
Op 3 december
schrijft de gemeente Borger aan de kerkvoogdij dat ze een subsidie van f
15.230,- toekennen, mits de provincie ook positief beslist. (06)
1981: Op 23
januari besluit de provincie een subsidie toe te kennen van 10%. (06)

Drentse
Volksalmanak 1982 pagina 161
2012/2014: Groot onderhoud door Mense Ruiter met als
adviseur Stef Tuinstra. (01)

Bovenstaand artikel
bevat een aantal fouten:
-Bouwjaar is 1879
-Adviseur is
Stef Tuinstra
-Restaurateur is Orgelmakerij Mense
Ruiter uit Zuidwolde
Bronvermelding: