Meppel, Grote of Mariakerk

Informatie over de kerk


Foto: Bert Kiewiet.

Voorgeschiedenis


1516
Uit een stichtingsbrief uit het jaar 1516 weten we dat in de toenmalige kapel een orgel aanwezig was. Elke zaterdagmorgen tijdens de vroegmis deden twee priesters dienst en bespeelde de schoolmeester-organist het orgel. De grootte van dit orgel en dispositie is ons niet bekend, waarschijnlijk was het een klein, éénklaviers instrument met een gering aantal stemmen. (09)

1626
Wat er met dit orgel is gebeurd is niet bekend, misschien is het door de soldaten vernield toen deze van 1626-1628 in de kerk gelegerd waren.

1664
In 1664 werd het salaris over 3 jaar en 3 maanden uitbetaald aan de organist Willem Leemcuyl. (1266,-). Er heeft dus een orgel in de kerk gestaan rond deze tijd maar of dit hetzelfde instrument was als dat van 1516 is niet meer te achterhalen.

1700
Rond 1700 ontwaakte er bij de kerkgangers het verlangen een goed orgel te bezitten om het zingen van de kerkgangers te begeleiden.

De bouw van het huidige orgel


1700-1711
In het jaar 1700 ontving het gemeentebestuur van kerkelijke zijde het verzoek een nieuw orgel te bouwen in de Mariakerk. Uit dit verzoek blijkt dat het in die tijd gebruikelijk was dat de overheid beslissingen nam in kerkelijke aangelegenheden, een gebruik dat tot 1886 voorkwam. Het gemeentebestuur verzocht de elf "rot-meesters" (een "rotmeester" is het hoofd van een bepaalde stadswijk/rot) hun oordeel hierover te geven. Alle stemgerechtigde inwoners van elk rot werden op 8 januari 1700, tijdens een bijeenkomst in de Mariakerk geraadpleegd. De uitkomst van deze stemming was als volgt. 7 "rotmeesters" stemmen voor aanschaf van een nieuw orgel, mits de gelden gevonden zouden worden zonder de ingezetenen extra te belasten, 2 "rotmeesters" wilden eerst de kosten weten, 1 stemde tegen de aanschaf van een nieuw instrument en 1 "rotmeester" onthield zich van stemming. Daarop besloot het gemeentebestuur dat het orgel er zou komen en dat het betaald zou worden uit de gemeentekas. Een hiervoor ingestelde commissie onderzocht de financiële mogelijkheden en ontwierp plannen voor de bouw van een groot en een klein orgel. (Waarschijnlijk wordt hier een orgel met hoofd- en rugwerk bedoeld). Deze commissie had ruim tien jaar(!) nodig om tot een oplossing van de financiële consequenties te komen, want pas in 1711 had men de zaak rond. Aan verschillende orgelbouwers (waaronder waarschijnlijk Arp Schnitger) werd gevraagd offerte uit te brengen. In een bijlage is meer informatie te vinden omtrent de aanbesteding van de bouw.

1712
In januari 1712 werd met algemene stemmen besloten tot de bouw van een 'bequaem' orgel, hetgeen uit de gemeentekas zou worden betaald zonder de burgerij extra te belasten. Na meermalen in Friesland het werk van verschillende orgelbouwers te hebben bezichtigd, besloot men de Friese orgelmaker Jannus Harmannus Kamp (Jan Harmens Kamp of Camp) uit Berlicum de bouw van het "bequaeme" orgel op te dragen. Voor de somma van f 1600,- zal Kamp een orgel leveren met twee handklavieren en aangehangen pedaal. We weten dat Jannus Harmannus Kamp uit een orgelmakersfamilie stamt. Zijn vader, Harmens Jansz., bouwde verschillende orgels in een vrij traditionele trant. Ook Jan Harmens bouwde aan het einde van de 17e eeuw nog orgels die aan het begin (en midden) van deze eeuw in zwang waren. Het werk van deze familie Kamp was sterk geïnspireerd door de orgels van de orgelbouwer Baders uit Leeuwarden. Orgels door Kamp gebouwd vinden we o.a. te Boxum (alleen de kas), Workum (1697) en waarschijnlijk dat van Sloten. (Zie: Friesche Orgelpracht, Jan Jongepier, uitgave: Boeijenga, Sneek). Uit een brief van van 17 juli 1712 van de schout Schickhart aan J. Harmens blijkt dat ook Arp Schnitger gevraagd was een offerte in te dienen voor Meppel. Ook Jannes Radeker heeft een offerte ingediend. In het archief zijn in het totaal 6 bestekken bewaard gebleven.

1713
Op 13 oktober 1713 ontving Jan Harmens de 1ste termijnbetaling, zijnde f 606,- waaruit blijkt dat hij in dat jaar met de bouw van het "bequaeme" orgel is begonnen. Hoe vlug het werk vorderde kunnen we aflezen uit de data waarop aan Kamp een bepaald bedrag werd betaald. Hier volgen de ons bekende data:
mei 1714 f 50,00
november 1714 f 100,00
mei 1715 f 244,00
oktober f 225,00
maart 1716 f 10,00
juli 1716 f 250,00

Het resterende bedrag zou hem na algehele goedkeuring van het orgel worden uitbetaald. Jan Harmens Kamp was dus in 1716 zover gevorderd dat het orgel gekeurd kon worden. In een vergadering van 24 maart besloten de Volmachten van de stad te zoeken naar "een bequaem orgelist, orgelmaeker of selfs twee orgelisten teneinde het orghel tot Meppelt op te nemen".

1716 1e keuring
Deze eerste keuring werd verricht door de Deventer organist Nic. Berff. Aan het keuringsrapport, gedateerd 1 april 1716, ontlenen we de volgende gegevens:

Echo 8'
Octaaf 4'
Quint 3'
Blokfluit 2'
Nasat 11/2'


Rugpostijf

w.g. N. Berff, 1 April 1716".


Jan Harmens wordt meegedeeld dat het orgel niet eerder aanvaard zal worden dan na herstel van de in het rapport genoemde gebreken.

1717 2e keuring
Bij deze keuring, verricht door Hendrik Laageman uit Amsterdam, komen eerst goed de gebreken aan het licht van het 'bequaeme' orgel. Aan het rapport van Laageman ontlenen wij de volgende gegevens:

w.g. Hendrik Laageman. 13 juni 1717".

De volmachten, die zich voor het gemeentebestuur moesten verantwoorden, brachten dit vernietigende rapport van Laageman ter kennis van Jan Harmens en verzochten hem alle gebreken op eigen kosten te herstellen. Bovendien hadden zij genoeg gekregen van zijn uitvluchten en omdat zij niet van plan waren nog langer te wachten op een algehele afwerking dachten zij er sterk over een andere orgelbouwer te raadplegen.
".....aale schaden en costen op hem te verhalen waarover hem mr. Jannes Mermannus in Vriesland niet gedenkende na te loopen en om van hem niet langer ongeleijnd of met woorden gepaijd te worden, doch door desen hem verders afvragen, of alhier domiciluim citandi wil stellen en annemen hetgene in cas van discrepantie door den Richter alhier sal gewesen worden te willen nakomen....".

 Op 23 juli 1717 schrijft Jan Harmens aan de reeds benoemde organist, Luicas Muijselaar, de volgende brief:

"Monsr. Luicas Muijselaar,
Schoolmeester en Organist tot Meppelt.

Waerde vrind, Ick doe Ue: door desen versoeken als dat ghij' belieft bekent te maeken aen de Burgemeesters dat ick een stuck werck onder handen hebbe gekregen alhier in de provincie op het Bilt aen St. Jacobs Kerek dat ten eersten moet gemaeckt worden also de Heeren nogh een maent gelieve te toeven en dan sal ick komen om het werck te verbeteren dat het van goede eerlicke menschen voor goed gekeurd worde hier toe mij verlaete en verblijve ondertusschen,

Ue goedgunstige vrindt,

w.g. J. H. Kamp. mr. Orgelmaeker"

In een schrijven van 25 september 1717 wordt Hendrik Laageman voor de tweede maal verzocht het orgel te komen keuren. Laageman verzoekt uitstel tot Pasen (1718) i.v.m. het invallen van de winter.

1718
Of deze tweede keuring in het voorjaar van 1718 heeft plaats gevonden weten we niet met zekerheid, wel weten we dat Volmachten van de stad Meppelt Jan Harmens verzoeken spoed te maken met de herstelwerkzaamheden. (Brief van 26 juli 1718) Hierop reageert Jan Harmens direkt (28/7) en bericht dat de gebreken hersteld zijn zodat het orgel opnieuw gekeurd kan worden.

Derde keuring
Laageman verricht voor de tweede keer de (derde) keuring en kan alleen vaststellen dat de gebreken niet zijn hersteld. Bij deze keuring was de orgelbouwer door ziekte verhinderd aanwezig te zijn:

"Mijnheer H. Schikhart, Scholtes tot Meppelt.

Mijn heer, ick doe Uc: door deesen bekent maeken tot groote droefheit van mij dat mijn Vader Jan Harmens Mr. Orgelmacker seer gevaerlick krank leit niet weetende hoe de groote Oodt met hem versien heeft alsoo mijn Vader niet op geseijde tijt kan komen om het oorgel op te nemen en ingevallen het ten quaesten komt uyt te vallen dat Godt de Heere een ijnde aen Sijn E. Leeven quam te maeken 500 sal ick persoon overkoomen en met Ued: spreecken en, 500 hij wederom tot gesontheit komt hetwelk ick verhoope soo sal men Ued: een veertien daagen vooraff kennisse geven wanneer mijn Vader in stact is dat hij selfs bij Ued: kan Koome versoeke dat Ued: hier van kennisse beleive te geeven aen de Heeren Burgemeesters hier meede ijndigende verblijve altoos

Ued: onderdanige en Dw. Dienaear
J. Kampen 1718

Belcum den 28 augustus 1718".

Aldus de brief van de zoon van Jan Harmens aan één der Volmachten van de stad Meppel waarin hij de ziekte van zijn vader bericht.

1720
Eerst in 1720 komen we weer berichten tegen betreffende de werkzaamheden aan het "bequaeme" orgel; of Kamp aldoor ziek is geweest of dat er een andere reden is geweest waardoor de werkzaamheden hebben stil gelegen is niet bekend. Op 13 april werd Kamp gesommeerd het orgel af te bouwen daar anders de gebreken op zijn kosten hersteld zouden worden (door een andere orgelmaker). Kamp belooft spoedig te zullen komen om het geheel nu werkelijk af te werken. Op 7 oktober 1720 wordt weer tot keuring besloten maar Jan Harmens kan, wegens ernstige ziekte, niet aanwezig zijn. De keuring wordt uitgesteld.

1721
Op 8 januari 1721 overleed Jan Harmens Kamp zonder het orgel geheel voltooid te hebben. In een aandoenlijk schrijven van Kamp jr. worden Volmachten hiervan op de hoogte gebracht. Behalve deze mededeling had dit schrijven ook nog een zakelijke kant. Kamp jr. spreekt over geleden schade van f 1200, en brengt tevens de volmachten onder de aandacht dat er nog een tegoed is te innen van de aanneemsom. Daar Kamp jr. niet persoonlijk naar Meppel kan komen om deze zaak te bespreken, verzoekt hij hen van dit schrijven goede nota te nemen en voor een coulante afhandeling zorg te dragen.

Hier volgt de desbetreffende brief:

 "Mijn Heer,

Mijn Heer, ick wil niet twijffele off UED: sult mijn Mecieve van de 23-8 ber. 1720 wel ontvangen hebben op ordre mijn Vader en tot Antwoord op UFd: Mecieve van den 13-8 ber., waer in ick gemeld hebbe de Swackheit van mijn Vader door die Reise van Meppelt veroorsaeckt en heeft sedert dien tijt geen gesontheit gehadt en heeft gesuckelt tot het ijnde van sijn Leven alsoo het God al-machtig heeft belieft mijn lieve- en seer beminde Vader op te ijsen uijt dit bedroefde Tranendal tot een overgangh in een Eeuwighduierende gelucksaligh leven op den 8 januarus 1721, 500 hebben ick niet kunnen naelaeten, om UEd; door deeser doen van kennisse te geeven en hadde alle seer en verpligt geweest om het selve te doen maer hebbe het niet eerdre kunnen doen om reeden van Swackheit en moglickheit dien ick in mi~n W. vaders Boedel hebben gevonden en gesien dat mijn W. Vader soo veel schaede heeft geleden aan het orgel tot Uwent gemaeckt sal wel bedraege Twaleffhondert guld. Alsoo sijn naelaetenschap seer slegt hebbe bevonden tot mijn en mijn beijde susters leedwesen en alsoo nogh ongeveer tweehondert vijftigh car. gulden bij UEd: te goede sijnde en het bedongen werck waere voldaen. Soo is ons aller versoekt seer ootmoedelick oft UEd: voor ons niet bij de Heeren kante wege bringen dat wij boven genoemde soma 500 veel min off ten deele als de Heeren ons believen toe te leggen kan overmaecken en ick will hopen dat de Heeren die goetheit voor ons sullen hebben om ons verzoek te voldoen ick soude selfs bij UEd: over hebbe gekomen om met UEd: ende Heeren te spreecken maar mijnbedieninge laet niet toe om buijten de provinsie te gaen alsoo haer Ed: Hoog: ten Admiraliteit hebben aengestelt tot Harlingen op het Cantoor van de Convoijen als Contrarolleurs enz. enz.

Jan Kampen. 1721
Harlingen 18 april 1721".


Rudolf Garrels
De onbevredigende gang van zaken bij de bouw van dit orgel, was blijkbaar ook tot de buitenwereld doorgedrongen,
aangezien Rudolf Garrels, orgelmaker te Groningen, in een schrijven van 25 juni 1718 aan het stadsbestuur te Meppel terloops naar "... de constitutie vant orgel aldaer tot Meppelt" informeerde. Hij herhaalde dit schrijven van aanbeveling op 19 oktober 1718. Het is niet bekend of het stadsbestuur heeft gereageerd op deze brieven, het is niet waarschijnlijk, want verder komen we de naam van Garrels niet meer tegen in de archieven.

Door de dood van Jannus Harmannus Kamp waren de Volmachten genoodzaakt een doeltreffende oplossing te zoeken inzake de verdere bouw van het orgel. In een vergadering van 29 mei 1721 werd besloten een orgelbouwer te ontbieden. "....daartoe een orgelmaker sullen ontbieden en met denselve ten minste prise over het volstrecken (afwerken) van het orgel soecken te accorderen, onvermindert des Carspels recht tegen gemelte Erfgenamen, (de erfgenamen van Jan Harmens worden hier bedoeld) so wanneer meerder moste betaelt worden, als hij het Carspel dieswege nog te goede Is.....".
De ontboden orgelmaker bleek niemand minder te zijn dan de beroemde orgelmaker Frans Caspar Schnitger die net het grote orgel in de Michaelskerk te Zwolle had voltooid. Schnitger stelt op 24 juni 1721 het volgende voor:
"....dat int manuaal (hoofdwerk) een nieuw secreet sleeplade (i.p.v. de springlade van Kamp) met een nieuwe registratuire en abstractuire sal gemacekt worden, neffens een nieuwe dulciaan sestijn voet dat een basse en tenor gravietelits en lievelijek koomt...".
Het werk wordt aan Schnitger opgedragen voor f 650,-. "....so niet minder dan voor dit bedrag......"
Op 11 november wordt aan Schnitger f325,- betaald zodat we mogen aannemen dat Frans Caspar op die datum is begonnen met de werkzaamheden. (of er reeds mee bezig was).


1722
Volmachten van de stad Meppelt richten voor de derde keer een verzoek aan Hendrik Laageman het orgel te komen keuren doch deze bedankt voor de eer nogmaals naar Meppel te komen. (schrijven van 18 april 1722).

Vierde keuring
Daarop wordt de bekende organist van de Martinikerk in Groningen, Petrus Havingha, verzocht de keuring te verrichten.
Havinga legt zijn bevindingen vast in een keuringsrapport d.d. 8 mei 1722. Hieruit citeren wij o.m.:

De Rugpositifs en Borstpositifs laden zijn passabel, doch niet soo als de manuaalladen, 't waer wenselijck, dat al tesamen uijt eenen hand gemaeckt was, soo soude het een geheel goet en beter werck sijn geworden.

w.g. Petrus Havingba, 8 mei 1722".

Op 9 mei 1722 werd aan Frans Caspar Schnitger het resterende bedrag ad. J 325,- uitgekeerd.

1788: De dispositie wordt genoteerd door Nicolaas Arnoldi Knock



Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Drenthe 1937

1810
In de notulen van de kerkvoogdij voor het eerst weer enige gegevens betreffende het orgel. In dat jaar heeft er een reparatie plaatsgevonden, uitgevoerd door de orgelbouwer J. C. Scheuer uit Coevorden. Waarschijnlijk betreft het hier een kleine reparatie; het is niet meer na te gaan wat er aan het orgel is gebeurd. We vinden in de notulen van de kerkvoogdij steeds weer data en jaartallen die ons verder helpen met de geschiedenis van het orgel.

1811
Aan Scheuer een bedrag van! 130,- uitbetaald voor werkzaamheden aan het orgel.

1813
Scheuer verricht een reparatie, maar we vinden in de notulen geen duidelijke aanwijzingen over wat er toen aan het orgel is gebeurd. Groot is deze reparatie niet geweest gezien het bedrag aan Scheuer betaald f 16,-. Ook de balgentreder wordt niet vergeten, aan hem wordt ook een bedrag betaald voor het balgentreden tijdens het stemmen van het orgel. Betreft het hier misschien alleen een stembeurt?

1815
Voor twee reparaties krijgt Scheuer f 20,-.

1816
Voor stemmen en reparatie f56,- aan Scheuer betaald.

1817
Stemmen en reparatie van het orgel, betaald aan Scheuer f 18,-. De heren kerkvoogden zullen het langzamerhand wel beu zijn geworden steeds opnieuw in de beurs te moeten tasten voor steeds weer andere reparaties. Men begon steeds duidelijker te zien dat er iets aan het orgel moest gebeuren maar niemand sprak nog over een algehele restauratie. Het zou nog enkele jaren duren voordat Scheuer tot een werkelijke restauratie kon overgaan.

1824
In een vergadering van kerkvoogden en notabelen, gehouden op 5 november 1824, werd besloten het orgel "zwaar" te laten repareren.

1825
De orgelbouwer beloofde in een vergadering van 8 maart 1825 een bestek te maken en een kostenopgave te zullen sturen. De kosten van deze reparatie zijn ons bekend, want in de notulen vinden we dat er een bedrag van f 300,- drie achtereenvolgende jaren, aan Scheuer wordt uitbetaald. De gehele 'zware' reparatie kostte f 1200,-.


Melding van een orgelconcert in Meppel uit Nieuws- en advertentie-blad voor de provincie Drenthe 26-04-1825

1825-1827
Wat er door Scheuer aan het pijpwerk is gedaan, of ook het mechanische gedeelte onder handen is genomen, weten we niet, maar over het uiterlijk zijn we redelijk goed geïnformeerd. Scheuer stelde voor:
"de beeltenis van koning David als harponier, indien er plaats voor is, na evenzoo der grootte des orgels en twee famen of iets dergelijks ter verfraaiing derzelver van gips gemaakt".
Scheuer heeft het houtsnijwerk (thans weer op de rugwerkkas) verwijderd en vervangen door drie gipsen beelden, inderdaad 'der grootte des orgels', d.w.z. ongeveer ter grootte van de rugwerkkas.

1839
Het orgel blijkt niet in een rooskleurige staat te verkeren want op 30 juli van dat jaar maakt de organist Willem Koning een rapport over de situatie van het orgel. Uit zijn rapport ontlenen wij de volgende gegevens:
"In het Borstwerk hoort men bij aanhef van sommige toonen veel geruisch der wind en voorts bij veelen zoals in het rugwerk, een aanmerkelijk bijgeluid. Vervolgens zijn veelen stevels verwormd, zijn er veelen pijpen die slecht aanspreken en zijn de wind-kanalen en blaasbalgen defect".
Of de gebreken welke door Koning werden genoemd ook inderdaad zijn hersteld is noch uit de archieven noch uit de notulen van de kerkvoogdij na te gaan. We weten dus evenmin of Scheuer voor deze werkzaamheden aansprakelijk is of dat men een andere orgelbouwer heeft ontboden of dat men in het geheel niet heeft gereageerd op het rapport van Willem Koning.

1852: Zie hieronder een bericht uit de Provinciale Overijselsche en Zwolsche Courant van 28 mei 1852 omtrent een mogelijk reparatie van het orgel in 1852 door vermoedelijk de orgelmaker Bergman uit Amsterdam (01)



185x: De dispositie wordt genoteerd door Broekhuyzen

1855: Blijkbaar was er naast een organist ook nog een voorzanger nodig.

Provinciale Drentsche en Asser courant 27-06-1855


1863: Het Franse gezelschap dat op 20 februari in Assen een concert gaf, mocht in Meppel geen concert in de kerk geven.


Provinciale Drentsche en Asser courant 24-02-1863

1865: Men is niet meer tevreden met het orgel.

Provinciale Drentsche en Asser courant 30-03-1865

1869: Weer een wens voor een nieuw orgel. Provinciale Drentsche en Asser courant 12-11-1869



Provinciale Drentsche en Asser courant 12-03-1870


Provinciale Drentsche en Asser courant 21-11-1871

1879: In onderstaand reisverhaal hoort de schrijver H. Boom van een kenner dat het orgel in Meppel een "prul" is en nodig vervangen zou moeten worden.

Provinciale Drentsche en Asser courant 05-03-1879 Klik op de afbeelding voor een vergroting

1882
Pas dan komen we weer enige gegevens tegen betreffende het orgel tegen, want in een vergadering van 6 mei van dat jaar wordt weer gesproken over restauratie van het orgel.
Aan de voorzitter van het college wordt opgedragen over een eventuele restauratie te corresponderen met de organist/orgelbouwer Zwier van Dijk uit Kampen.
In deze vergadering werd gesproken over noodzakelijke reparatie speciaal van Trompet en Dulciaan van het grote orgel en over de noodzakelijkheid van herstel van het grote en kleine (rugwerk) orgel opdat het een goed geheel zou worden.
Behalve deze mededelingen is ons over de werkzaamheden van van Dijk niets bekend.
Wel kunnen we een en ander achterhalen als we bovenstaande mededelingen en de vermelde dispositie van het orgel door van 't Kruijs in zijn boek: "Verzameling van disposities der verschillende orgels in Nederland" uit 1885, dus enige jaren na de werkzaamheden aan het orgel, gaan combineren.


Zwier van Dijk heeft het borstwerk verwijderd want voor de restauratie van 1839 werd het borstwerk nog genoemd en in de disposities bij van 't Kruijs in 1885 is er sprake van een twee-klaviers orgel.
In de notulen van de vergadering van 1882 werd de dulciaan 16' genoemd en bij van 't Kruijs niet zodat het waarschijnlijk is dat van Dijk dit register heeft vervangen door een tweede Prestant 8'.
In de 19de eeuw hebben zich wijzigingen aan het orgel voltrokken die moeilijk of in het geheel niet zijn na te gaan. Zo noemt van 't Kruijs in zijn "Verzameling" niet de tweede Prestant, niet de Sifflet 1 1/2 en de Scherp van het rugwerk en de Cimbel en Quintadeen van het hoofdwerk, hoewel het waarschijnlijk is dat deze stemmen in 1882 nog aanwezig waren. Ook de herkomst van de Flute traverso (discant) kan niet worden genoemd.


Provinciale Drentsche en Asser courant 04-09-1883

1883: Concert door de blinde organist Oord.

Meppeler Courant 08-12-1883 & 15-12-1883


1883: Restauratie van het orgel door Jan Proper en Zwier van Dijk. Een bespeling door beide orgelmakers en door de plaatselijke organist Zillinger.

Provinciale Drentsche en Asser courant 06-09-1883, Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant 02-10-1883

1884: Concert met organist Godefroy uit Steenwijk op orgel en Mevr. De Koe-Elzinge uit Amersfoort

Meppeler Courant 1884-05-14

1897: Vier artikelen van P.A. Derks over het orgel.

Meppeler Courant 1897-04-24, 1897-05-01 Klik op de afbeeldingen voor een vergroting


Meppeler Courant 1897-05-15 en 1897-06-02 Klik op de afbeeldingen voor een vergroting

1905
Een zeer ingrijpende wijziging heeft het orgel in 1905 ondergaan. Jan Proper verplaatst de speeltafel naar de linkerzijwand van het Hoofdwerk. Het is waarschijnlijk dat ook Proper de Rugwerklade op de (lege) plaats van de Borstwerk-lade heeft gelegd, (voor de laatste restauratie bevond zich op deze plaats de Rugwerklade) terwijl hij ook de klavieromvang heeft gewijzigd. Was de klavieromvang nog steeds ongewijzigd, C-c3 Proper gaat deze omvang uitbreiden door cis3 t/m f3 terug te koppelen aan het lagere octaaf, alleen echter in het Hoofdwerk. In het Rugwerk heeft Proper de oplossing gevonden door de windlade te verlengen. Daar Cis en Dis uit het groot octaaf ontbraken, reeds vanaf de bouw, zijn daarvoor op de verlengde lade pijpen aangebracht. (behalve voor Sesquialter en Quint 3). Wat de Hoofdwerklade betreft heeft men dit manco opgelost door een in zijn stunteligheid nog geniale constructie: Nasat en Octaaf 2' spreken op één pijp, Holpijp en (front-) Prestant evenzo, Ruispijp en Mixtuur bleven stom. De trompet 8 kreeg een toevoeging van 2 pijpjes van + 30 cm lengte, voorzien van een harmoniumtong. Trekt men de Prestant die op de lade staat, dan schuift het sleepje onder deze trompet half open en fungeert deze "Trompet" als Prestant 8.' Dit hele geval is op een aparte lade aan de zijkant van het Hoofdwerk boven de speeltafel aangebracht. Hiervoor was een uitbreiding van de kas noodzakelijk. Naast de Rugwerklade zijn nog pijpen aangebracht waarop Cis en Dis van de Prestant 4'; Fluit 4'; de Holpijp 8' en de Bourdon 16' van het Hoofdwerk spreken. Om deze pijpen een plaats te geven, zijn 7 pijpen van de Holpijp 8' van het Rugwerk (toen op de plaats van het Borstwerk) in de lege Rugwerkkas geplaatst. Het is duidelijk dat al deze min of meer ingrijpende veranderingen niet hebben bijgedragen tot meerdere luister van het orgel.


Foto oude situtatie vanuit http://www.kerkeninbeeld.nl



Het nieuws van den dag : kleine courant 29-11-1905


Provinciale Drentsche en Asser courant 27-11-1905, 22-06-1906


1920: In deze periode voerde de Nederlandsche Organisten Vereniging (NOV) een campagne voor salarisverhogingen. Dit lukte in Meppel. Het sslaris werd met f200,- per jaar verhoogd.

1926: Frederik van Eeden houdt een rede in de kerk met orgelmuziek

Opgang; geïllustreerd weekblad voor godsdienst, wetenschap, kunst, staatkunde, economie, techniek, nijverheid, handel, industrie, jrg 13, 1933, no 654, 26-08-1933

1927
De fa. Spiering uit Dordrecht restaureerde het orgel in 1927 en voerde de volgende werkzaamheden uit:
Het metalen front werd vervangen door een zinken front, zowel van Hoofd- als van Rugwerk. Spiering plaatste een nieuwe Viola 8' en een Celeste 8' op het Rugwerk en verwijderde de octaaf 2' van deze lade. Voorts bouwde deze firma een nieuwe pneumatische pedaallade achter het orgel met twee sprekende stemmen, t.w. Subbas 16' en Gedekt 8'.

Tijdschrift Het Orgel-1927-juni en De standaard 21-03-1927

meppel01b.jpg (42987 bytes)



Foto vanuit http://www.kerkeninbeeld.nl

1928: Orgelconcert door Willem Zorgman

Meppeler Courant 1928-06-22

1929: Op 19 augustus schrijft organist Willem Zrgman aan zijn collega Johan van Meurs in Groningen een brief. Blijkbaar informeert Van Meurs naar de mogelijkheden om hem op te volgen. Zorgman vertrekt naar Breda.
Het geven van orgellessen in Meppel is redelijk verlopen. Extra inkomsten verwerven is lastig. Er zijn maar weinig extra diensten die apart worden betaald. Zangverenigingen zijn allemaal voorzien van een dirigent.
Meppel is nmuzikaal. Concerten worden slecht bezocht. Zorgman ontraadt solliciteren. Hij blijft voorlopig in Meppel wonen, omdat hij in Breda nog geen woning heeft en er een 2e kind wordt verwacht. Van Meurs kan dus voorlopig nog geen leerlingen overnemen.
Aan het slot van de brief wordt door Zorgman de dispositie van Meppel vermeld. (12)

1934: Concert door Jan Zwart

Meppeler Courant 1934-10-26 Klik op de afbeelding voor een vergroting


In de jaren '30 van de vorige eeuw noteert J.B. van Meurs de toenmalige dispositie op een pagina van het de dispositieverzameling van M.H. van 't Kruys. (12)

1936: Concert door Feike Asma als vervanger van jan Zwart, die ziek was.

Meppeler Courant 1936-10-23

1939: Orgel valt onder Monumentenzorg

Meppeler Courant 1939-09-05

1940
De dispositie van het orgel zag er in 1940 als volgt uit:

Hoofdwerk    
Prestant 8' Front zink, rest origineel
Prestant 8' Een tweede prestant op de plaats van de Dulciaan 16'
Holpijp 8' G-B hout, rest origineel
Bourdon 16' C-c van hout en gedekt, rest open en waarschijnlijk gemaakt uit de Quintadeen 8'
Octaaf 4' Origineel
Quint 3' Origineel F.C. Schnitger
Octaaf 2' Origineel
Open fluit 4' Origineel
Ruispijp II Origineel
Mixtuur III Origineel
Trompet 8' Origineel
Rugwerk   Op de plaats van de voormalige Borstwerklade
Prestant 4' Front zink, rest origineel in rugwerkkas
Holpijp 8' Origineel
Fluit 4' Origineel
Quint 3' Origineel C-B gedekt
Woudfluit 2' Origineel
Sexquialtera II Origineel Waarschijnlijk vroeger in onderste octaaf + tertsen-koor
Flute travers 8' Alleen discant en geplaatst op de plaats van de Sifflet 1 1/2'
Celeste 8' Op de plaats van de Scherp. Spiering
Gamba 8' Op de plaats van de Octaaf 2'. Spiering
Dulciaan 8' Origineel
Pedaal    
Subbas 16' Door Spiering gemaakt. Pneumatisch. Hout
Gedekt 8' Door Spiering gemaakt. Pneumatisch. Hout

Omvang van de klavieren: C-f3 (Oorspronkelijk C-c3)
Cis en Dis uit het groot octaaf ontbraken tot Proper. (zie 1905)

1941: In de Drentse Volksalmanak van 1941 schrijft J. Lonsain een artikel "tot de geschiedenis van den bouw van een kerkorgel" over het orgel.


Provinciale Drentsche en Asser courant 30-03-1942

1948 (10)
Een niet gedateerde brief van 3 maart uit vermoedelijk 1948 van de Hervormde orgelcommissie (HOC) als antwoord op een brief vanuit Meppel van 26 februari waarin om advies wordt gevraagd. Het plan is om een bezoek af te leggen door Erné en Legęne.
Op 1 april een brief van de kerkvoogdij (dhr. Vollendam?) (11) aan Erné met de bevestiging van het bezoek van Erné aan de kerk op 7 april. De sleutels van het orgel krijgt bij de administrateur van de kerk. Dit kantoor zit vast aan de kerk. Voor de geschiedenis van het orgel wordt verwezen naar een artikel door B. Lonsain in de Drentse Volksalmanak van Drenthe uit 1941. Dit boek zal ongetwijfeld in de bibliotheek van de universiteit van Utrecht te vinden zijn. In de notule van de kerkenraad (nu in Assen) vond men werkzaamheden door Scheuer in 1826 voor f 1200,- en in 1886 door Van Dijk voor f 500,-
Overzicht uit een brief van 15 april vanuit het Drents Archief met delen van de geschiedenis van het orgel. Genoemd worden hier de werkzaamheden in de 19e eeuw. Ook worden bijlagen mee gestuurd.
Op 16 april een brief aan Erné en Legen door de kerkvoogdij met informatie en bijlagen uit het Drents Archief over de werkzaamheden in de 19e eeuw.
In een brief van 12 mei 1948 wordt door Johannes Legęne, op basis van de ontvangen informatie, de geschiedenis van het orgel beschreven. Op basis hiervan de en de huidige toestand wordt een restauratievoorstel gedaan. Volgens de brief van Legęne had de kerkvoogdij al overleg gehad met de orgelmaker Sanders. De dispositie van Hoofdwerk en Rugwerk kan weer in de oorspronkelijke staat worden hersteld, omdat het pijpwerk voor het grootste gedeelte bewaard is geblijeven. Het borstwerk kan worden gereconstrueerd op basis van de het eerste keuringsrapport van Berff. Dit zal ook moeten, omdat volgens Legęne het snijwerk van het Borstwerk bewaard is gelbleven en dus de plaats van het Borstwerk geod zichtbaar is. Ook doet hij een vorstel voor een nieuwe vrij pedaal. De lelijke gipsen beelden van het Rugwerk zouden naar een tuin kunnen verhuizen. Het snijwerk van het rugwerk kan dan worden gecopieerd van het hoofdwerk. Als de windladen ruimte bieden een Cis en Dis in het groot octaaf toevoegen. De manualen dienen hun omvang van C-c''' te behouden. Er is geen ruimte voor uitbreiding van de manuaalomvang.
In een ongedateerd rapport (5 juni? volgens offerte Mense Ruiter)wordt vooral de nadruk gelegd op de keuringsrapporten van N. Berff en Petrus Havingha. Op basis hiervan kan de oorspronkelijke dispostie van Hoofd- en Rugwerk worden hersteld. De opgave van Berff over het Borstwerk (Eecho, Octaaf, Quint, Blockfluit, Nazaat) zou veranderd kunnen worden, omdat er niets van is bewaard als volgt: gedkt 8', Roerfluit 4', Blokfluit 2', Nazard 1 1/3', Flageolet 1', Scherp IV en Regaal 8'. Ook zou kunnen worden overwogen de Cimbel III te vervangen door een Scherp II-III. Twee orgelmakers (Sanders en Ruiter) zouden offerte moeten uitbrengen op basis van dit rapport.
Op 10 oktober komt er een uitgebreider rapport, waarin de geschiedenis van het orgel en de huige toestand uitgebreid wordt beschreven en alle uit te voeren werkzaamheden staan opgesomd.
De offerte van Mense Ruiter is van 29 oktober en een begroting van f 27.000,- Een reservering van f 3.000,- voor tegenvallers is gewenst. Hij schat dat dat de klavieren kunnen worden uitgebreid tot f''' en dat er ook ruimte is voor de Cis en Dis in het groot octaaf. Hoofdwerkkas zou iets terug moeten worden geplaatst. Hij voegt een tekening van het orgel bij.
De offerte van Sanders is van 30 september. Hij begroot een prijs van f 23.500,-. Werkzaamheden kunnen begin 1949 aanvangen. Sanders had al eerder deze restauratie besproken met Dr. G.J. van Kolmschate. Een bestek willen ze in deze fase nog niet leveren.
Op 11 november bevestigt de kerkvoogdij van Meppel aan de HOC de ontvangst van de offertes van Ruiter en Sanders. Graag ontvangt men nader advies. Op 30 november bevestigt de HOC de brief van de kerkvoogdij.
Op 21 december meldt de HOC dat ze de voorstellen van Ruiter en Sanders hebben bekeken. Op grond van de inhoud van de aanbieding en de betrokkenheid bij de restauratie van historische orgels geeft de HOC de voorkeur aan Mense Ruiter. Ruiter moet dan in overleg met de HOC een volledig bestek opstellen. Daarna kan het bestek worden voorgelgd aan monumentenzorg voor het verkrijgen van een subsidie.


1949 (10)
Op 5 januari schrijft Dr. G.J. van Kolmschate namens de kerkvoogdij van Meppel. Hij vraagt waarom de HOC de voorkeur geeft aan Ruiter, terwijl Sanders aanbiedt voor een lager bedrag.
Op 7 januari een briefkaart (voorzijde achterzijde) vanuit Meppel. Men verwacht de opdracht aan Ruiter te gunnen, maar men wil volgende maand eerst nog een overleg tussen de kerkvoogdij, Ruiter en de HOC.
Op 14 januari stuurt Kolmschate een brief naar Mense Ruiter met copieën naar Erné en secretaris Besselaar van de HOC. In de brief krijgt Mense Ruiter een voorlopige opdracht voor de restauratie. Voordat de definitieve opdracht kan worden verstrekt dient er eerst een uitgewerkt bestek te worden gemaakt dat moet worden toegstuurd aan de Besselaar van de HOC, Erné en de kerkvoogdij van Meppel. Dit bestek moet worden besproken in een vergadering op 8 februari met de HOC, Erné en de kerkvoogdij. In deze vergadering kan het bestek definitief worden vastgelsteld en doorgestuurd naar Monumentenzorg. Men is blij dat de manualen kunnen worden uitgebreid met Cis en Dis en tot g'''. Ook wil de organist (toen Bé Hollander) graag een strijker op Manuaal II. Dat kan dan ook tersprake komen.
5 februari: briefkaart naar Erné met gegevens van de vergadering op 8 februari.
Op 25 februari een briefje van Kolmschate naar Erné met gegevens uit de kerkarchieven. Na 1833 is er weinig te vinden. DE werkzaamheden van Scheur en Zwier van Dijk zijn onduidelijk. Wel is er een opschrift op een prestantpijp die interessant is.
Op 6 juni briefkaart van Kolmschate naar Erné waarom er nog geen rapport ligt over het orgel. In februari zouden Erné en Ruiter het orgel bezoeken en het rapport opstellen. GRaag voortgang. De eerste contacten met de HOC dateren al van 1948.
Op 6 oktober een brief van Kolmschate vanuit Delft als antwoord op een brief van 5 oktober van Erné. Zijn eige gegevens zijn nog in Meppel. De speeltafel moet door de Proper in 1907 zijn verplaatst naar de zijkant, omdat de oudste kerkvoogden zich herinnerden dat de organist daarvoor tussen hoofd- en rugwerk zat. Kennis van 1883 kunnen zij niet hebben. Op de achterzijde van de panelen van het rugwerk? zijn nog spoorwegetiketten aanwezig van 1907. Ook zijn de rugwerkpanelen nog aanwezig. Als de verplaatsing van de speeltafel in 1883 was gebeurd, dan zouden deze vermoedelijk toen zijn verdwenen. Het borstwerk zou kunnen zijn verdwenen in 1883. V 't Kruijs vermeldt in 1885 geen borstwerk meer. Ook stelt hij nog aan de orde of er een organist in de commissie moet plaatsnemen,naar aanleding van een artikel in een tijdschrift over bouwkunde.
Op 28 oktober schrijft Mense Ruiter aan Hendrikse van de HOC dat zijn begroting van de restauratie f 27.000,- bedroeg met daarin opgenomen f 10.700,- voor het nieuwe pedaal. Hij heeft toen ook al aangeven dat de uiteindelijke kosten tussen de 27.000,- en 30.00,- zullen gaan uitkomen. Voor de subsidieaanvraag dient uitgegaan te worden van het hoogste bedrag. Dit bedrag dateert uit 1948 en gezien de inflatie zal daar nog wel f 2.000,- bij komen.
Op 2 november schrijft de HOC dat het rapport gereed is en dat men dit kan gebruiken om subsidie aan te vragen bij monumentenzorg. Het bedrag voor het nieuwe vrije pedaal is aprt gespecificeerd.
Op 15 november schrijft Kolmschate aan Erné dat bij zijn bezoek aan Meppel op 6 november het rapport er nog niet was en verzoekt vaart te maken.


1950 (10)
Op 4 januari stuurt Kolmschate aan Erné een adreswijziging van zijn verhuizing van Meppel naar Delft. Zijn beroep geeft hij aan als scheikundige.
Een restauratieplan (ongedateerd en waarschijnlijk van november 1949) wordt opgemaakt door de (HOC). Adviseurs van deze commissie waren Willem Hulsmann en Lambert Erné.
In dit plan wordt de kerkvoogdij geadviseerd het orgel te laten bestaan uit Hoofdwerk, Rugwerk en Borstwerk en uit te breiden met een zelfstandig pedaal in een kas achter het hoofdwerk. De klaviatuur komt tussen Hoofdwerk en Rugwerk.  (10)
Hoofdwerk
1. Prestant 8 voet, oud, front nieuw.
2. Roerfluit 8 voet, oud, met vervanging der houten door metalen.
3. Quintadeen 8 voet, (mogelijk is deze gedeeltelijk in de Bourdon 16 aanwezig en zal daaruit gereconstrueerd worden
4. Octaaf 4 voet, oud.
5. Fluit 4 voet, oud.
6. Spitsquint 3, oud.
7. Octaaf 2 voet, oud.
8. Ruischpijp 2 sterk, oud.
9. Mixtuur 3 sterk, oud.
10. Cymbal 3 sterk, nieuw. Gaten nog aanwezig.
11. Dulciaan 16 voet, nieuw. Op oude plaats.
12. Trompet 8 voet, oud.
Rugwerk
13. Gedekt 8, oud.
14. Prestant 4 voet., oud.
15. Fluit Doux 4 voet, oud.
16. Quint 3 voet, oud.
17. Octaaf 2 voet, oud.
18. Woudfluit 2 voet, oud.
19. Sifflet 1 1/3 voet, nieuw.
20. Sexquialter 2 sterk, oud(met aanvulling van ontbrekende pijpen)
21. Scherp 4 sterk, nieuw.
22. Dulciaan 8 voet, oud.
Borstwerk . I
23. Gedekt 8 voet, nieuw
24. Blokfluit 4 voet, nieuw.
25. Octaaf 2 voet, nieuw.
26. Ouint 1 1/3 voet, nieuw.
27. Octaaf 1 voet, nieuw
28. Scherp 4 sterk, nieuw.
29. Regaal 8 voet, nieuw.
Pedaal
30. Bourdon 16 voet, nieuw.
31. Prestant 8 voet, oud, nieuw.
32. 0ctaaf 4 voet , nieuw.
33. Nachthoorn 2 voet, nieuw.
34. Mixtuur 6 sterk, nieuw.
35. Bazuin 16 voet, nieuw.
36. Trompet 6 voet, nieuw.
37. Cornet 2 voet, nieuw
Man.koppel: II-I, III, II,
Koppel Pedaal-I,Tremulant voor Rugwerk.

Al het te handhaven pijpwerk wordt schoon gemaakt en hersteld. Teveel beschadigde bovenranden worden vernieuwd.Te hoge opsneden verlaagd. Niet te herstellen pijpen worden vervangen door pijpen van gelijke makelij.
Uitbreiding naar boven met minstens 4 tonen. Teovoeging van Cis en Dis in het groot octaaf, indien dit verantwoord mogelijk is.
Van de registers 1 en 4 wordt het frontpijpwerk vernieuwd met 75% tin. De Quintadeen wordt, indien mogelijk, gereconstrueerd uit de Bourdon 16'. Het nieuwe pijpwerk deint aan te sluiten bij het oude pijpwerk.
Intonatie dient karaktervol te zijn. Stemming gelijk aan de huidige. Na herstel pijpwerk winddruk verlagen tot de juiste druk.
Bestaande windladen uit elkaar nemen, herstellen en opnieuw verlijmen. Speelventielen opnieuw richten en van nieuwe voltlaag voorzien.
Pulpeten,, pulpeetdraden, geleidestiften en veren vervangen.
Uitbreiding windladen met minstens 4 tonen en , indien mogelijk, ook met Cis en Dis.
De nieuwe windladen dienen aan te sluiten met de oude windladen.
De tractuur wordt met de klavieren geheel nieuw gemaakt.
De bestaande balg wordt gehandhaafd. Nieuwe windkanalen. Elke windlade krijgt een eigen schokbalg. De balgkamer dient zodang geplaatst te worden dat temperatuur en vochtigheid gelijk zijn aan die in het kerkgebouw.
Het hoofdwerk wordt 20cm terug geplaatst, zodat tussen rugwerk en hoofdwerk 97cm ruimte is. Nieuwe pedaalkas achter het hoofdwerk met 60cm tussenruimte. Panelen Borstwerkuitneemnbaar tbv. de stemming.
In de begeleidende brief van Lambert Erné  worden de 4 stappen van het restauratieproces beschreven
1. Restauratie en uitbreiding van het Rugwerk. Opstelling op de oude plaats. Klaviatuur met 3 manualen in hoofdwerkkas. Opstelling en herstel van de  hoofdwerkkas in oude vorm. f 8.895,-  Eind september 1951 gereed
2. Restauratie en uitbreiding van het hoofdwerk. f 10.861
3. Inbouw nieuw Borstwerk. f 6.616 fase 2 en 3 gereed januari 1952
4. Aanbouw nieuw pedaalwerk in eigen kas. Dit pedaal van 9 stemmen zou ca. f 11.000,- gaan kosten.
Mense Ruiter verzoekt Erné aan de kerkenraad mede te delen dat hij het risicopercentage heeft laten vervallen. De klaviatuur voor het rugwerk zal waarschijnlijk oktober 1951 worden. Gereedkomen hoofdwerk maart 1952. Borstwerk is gepland in julie 1952.
Uit de aantekeningen op een kladnotitie blijkt dat bovenstaande planning te optimistisch is en dat het minimaal een maand later wordt.
Beschrijving nieuw pijpwerk voor het Hoofdwerk: Prestant 8' frontpijpen en nekele binnenpijpen, Dulcian 16', Cymbel IV-VI en pijpen c'''-f''' in andere registers. (10)


Tekeningen Mense Ruiter Orgelmakerij. 1: Hoofdwerk en Borstwerk, 2: Borstwerk en Pedaal van bovenaf, 3: deel pedaallade 4: Zijkant orgel Klik op de afbeeldingen voor een vergroting.(10)
Op 12 maart schrijft Kolmschate aan Erné dat de kerkvoogdij een brief kreeg van Dr. M.A. Vente van de Rijkscommissie van advies voor kerkorgels.  Dit naar aanleiding van het rapport van Erné.
Deze commissie wil graag de volgende aanvulende gegevens:
1. Nauwkeurige bergroting (geen geschatte) begroting van de kosten voor herstel van de oude dispositie. Het nieuwe pedaal valt daar buiten.
2. Manuren voor alle oude en nieuwe registers
3. Wat wordt de winddruk
Kan Erné deze vragen beantwoorden?
Op 21 maart vraagt de HOC aan de kerkvoogdij wat de stand van zaken is. Is het rapport al ingediend bij de betrokken rijksinstantie?
Op 29 maart maant Kolmschate Erné om snel te antwoorden.
Op 3 april informeert de HOC bij Erné of de vragen van de Rijksorgelcommissie al zijn beantwoord.
Op 4 mei informeert de HOC bij Mense Ruiter hoe het staat met de opgave van de mensuren.
Op 11 mei antwoordt Mense Ruiter dat de opgave van de mensuren eind volgende week zal komen.
Op 17 mei een brief van Mense Ruiter aan de HOC met daarin de mensuren van het bestaande pijpwerk van Hoofd- en Rugwerk. Dezelfde gegevens in handschrift van Mense Ruiter.
Op 22 mei wordt de mensuuropgave van Mense Ruiter doorgestuurd naar Erné.
Op 24 mei bezoekt G.A.J. ter LInden van de Bouw- en restauratiecommissie van de Hervormde kerk en hoort daar dat het maar niet opschiet in het restauratieproces. Hij informeert bij de HOC naar de stand van zaken.
Op 30 mei een brief van de HOC aan de kerkvoogdij dat er schot komt in de zaak nu Mense Ruiter de mensuurgegevens heeft toegestuurd.
Conceptbrief van de HOC. Hierin wordt gesteld dat de mensuren pas tijdens de restauratie van de windladen kunnen worden vastgesteld.
Op 31 mei volgt dan de definitieve brief.
Op 14 juni verzoekt Kolmschate de HOC nogmaals om de gevraagde gegevens aan de Rijkscommissie te leveren.
Op 20 juni antwoordt de HOC dat ze nu alle gegevens van Mense Ruiter binnen hebben en verder kunnen. De HOC verzoekt ook alle correspondentie voor de HOC aan het secretariaat te sturen om een vlotte verwerking te bewerkstelligen.
18 juli stuurt Mense Ruiter aanvullende gegevens voor de begroting. Hij rekent de volgende bedragen: Hoofdwerk f 9380,-, Rugwerk 6800,-, Borstwerk f 7720,- en pedaal f 11500,- Samen f 35400,-
Inbegroepen zijn: Verplaatsing hoofdwerkkas naar achteren, draaibaar maken panelen borstwerk, nieuwe kas pedaal. Nieuwe frontpjpen voor hoofdwerk zijn nogal duur: f 2300,-
Op 20 juli maant Kolmschote de HOC weer om op te schieten.
Op 24 juli antwoord van de secretaris van De HOC. Hij zal proberen de zaak te versnellen.
Op 29 juli stuurt de HOC de van Mense Ruiter verkregen gegevens door naar de kerkvoogdij. Opgemerkt wordt dat het nu vastellen van de winddruk geen zin heeft. Dit is pas zinvol na herstel van de windladen en het pijpwerk.
Ongedateerde opgave ven Mense Ruiter met de specificatie van de tongwerken van het pedaal.
In augustus? geeft de secretaris van de Bouw- en restauratiecommissie een samenvatting van de toto nu toe uitgewisselde correspondentie. Uit deze samenvatting blijkt dat al in 1943 contact was met monumentenzorg over een restauratie. Door de oorlog kon dit verder geen doorgang vinden. Uit een beschreven brief d.d. 13 maart 1950 schrijft de Rijkscommissie van Advies voor Kerkorgels (via M.A. Vente) dat geen subsidie kan worden verleend  op toevoegingen aan het orgel. Ook dienen er meer gegevens te worden aangeleverd voor het kunnen verlenen van subsidie. Ook blijkt uit deze samenvatting dat Kolmschate namens de Kerkvoogdij alle correspondentie rechtstreeks verzorgt.
Op 2 november een brief van mense Ruiter aan de kerkvoogdij van Meppel met daarin de restauraiesfases:
 1. Rugwerklade en -pijpwerk restaureren. Nieuwe speeltafel. Rugwerk speelklaar maken.
 2. Hoofdwerklade en pijpwerk restaureren en plaatsen
 3.  Borstwerk en pijpwerk maken en plaatsen
 4. Pedaallade, pijpwerk en kast maken en plaatsen
4 weken na datum deze brief beginnen met demontage rugwerk. Daarna tekeningen uitwerken en aanvang restauratie rugwerk in januari 1951. Gehele werk eind 1951 gereed.
Op 7 november een brief met een bijlage voor monumentenzorg aan dhr. Zuiderduyn in Meppel. Het is van groot belang dat eerst toestemming wordt verkregen van monumentenzorg voordat met de werkzaamheden kan worden begonnen. Het plan is de werkzaamheden per 1 januari 1951 te starten. Een lid van de rijkscommissie gaf aan dat er alvast kon worden begonnen. Graag offocieel bericht.
13 november brief van de HOC aan Mense Ruiter om een beschrijving van werkzaamheden in vijfvoud op te sturen.
Op 18 november een brief van rijkscommissie voor monumentenzorg aan de HOC. Monumentenzorg wacht nog op gegevens van de rijkscommisie van advies voor kerkorgels. Een te vroege start kan de subsidie in gevaar brengen. Gezien de beperkte middelen is toekenning van een subsidie twijfelachtig.
Op 19 november schrijft de predikant F.J. Zuiderduijn aan de HOC dat er wel degelijk een schriftelijke bevestiging is van Dr. Vente dat de restauratie kan worden gestart.
Op 22 november een brief van de HOC aan Mense Ruiter om de gevraagde gegevens te leveren.
28 november een brief van de HOC aan de Dr. Vente van de adviescommissie wanneer Monumentenzorg nu bericht krijgt van de adviescommissie.
Op dezelfde datum schrijft de HOC aan ds. Zuiderduyn dat monumentenzorg zelfstandig een beslissing neemt omtrent subsidieverlening op basis van ontvangen informatie.
Op 30 november een brief van de Rijkscommissie van advies voor Kerkorgels aan de HOC. De rijkscommissie heeft nog steeds geen gegevens over de mensuren van het nieuwe pijpwerk. Wel zou op eigen risico kunnen worden begonnen aan het restaureren van de windladen.
Op 15 december schrijft de HOC aan de rijkscommissie dat de mensuren van het pijpwerk pas goed kunnen worden vastgesteld tijdens de restauratie. Vaststelling vooraf is een theoretische exercitie.
Op dezelfde datum gaat bovenstaande informatie ook naar Monumentenzorg

1951 (10)
Op 15 januari informeert ds. Zuiderduyn bij de HOC hoe het er nu voorstaat met de informatieuitwisseling tussen orgelmaker Ruiter en de HOC.
Kladbriefje van 16 januari van onbekende herkomst omtrent de niet juiste handelswijze van Mense Ruiter.
Op 16 januari een brief van Monumentenzorg naar de kerkvoogdij van Meppel als antwoord op de brief van de kerkvoogdij aan Monumentenzorg van 27 december 1949. Men gaat akkoord met het restauratievoorstel, maar wil nog steeds een opgave van de mensuren van het pijpwerk. Ook vind men de restauratiekosten aan de hoge kant. Herstel van hoofdwerk en rugwerk zou maximal f 13.000,- mogen kosten. Subsidie voor het nieuwe pedaal en de reconstructie van het borstwerk komen niet in aanmerking voor subsidie. Toekenning van subsidie is vanwege beperkte middelen zeer twijfelachtig.
Op 20 januari schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat monumentenzorg akkoord gaat met de restauratie en dat Lambert Erné de kerk zal bezoeken voor nadere afspraken.
Op dezelfde dag stuurt de HOC aan Mense Ruiter een brief dat het rijk akkoord gaat met het restauratieplan. Graag zonder uistel de volgende gegevens aan de HOC sturen:
 -Opgave in vijfvoud van de uit te voeren werkzaamheden per stap inclusief de te gebruiken materialen.
 -Tijdsstippen dat de werkzaamheden worden uitgevoerd en de aanneemsom per stap
 - Gegevens voor onderhoud en garantie.
Welk bedrag is nodig voor al het materiaal voor het gehele werk. De kerkvoogdij kan dit dan betalen. U kunt bestellen en het in eigendom overdragen aan de kerkvoogdij. De andere werkzaamheden kunnen per stap worden afgerekend.
Op 23 januari een notitie van waarschijnlijk Erné. Pijpwerk offerte vragen bij Stinkens. 6 februari dient er een concept-contract te zijn. Hij kan dit dan doornemen in een vergadering te Meppel.
30 januari notitie van Erné dat hij een bespreking gehad heeft met Mense Ruiter over de begroting. In de bijlagen berekeningen van te gebruiken materialen tijdens de bouw. Per stap worden de bedragen aan materialen berekend.
Op 1 februari een briefkaart met een kladnotitie van Mense Ruiter aan Lambert Erné of alles nu compleet is. De prijs van de 3 etappes is nu f 2472,- hoger geworden. Dit had meer moeten zijn, maar door het terugbrengen van het risicopercentage is de stijging beperkt gebleven. Ruiter spreekt hier ook uit de Rijkscommissie zich wat minder met details zou moeten bezig houden.
Op 5 februari een brief van de Raad voor Kerk en Eeredienst van de Hervormde kerk naar Lambert Erné met als bijlage de concept-contracten.
Op 6 februari kladje van Erné: Eerst rugwerk restaureren. Materiaalaankopp en Dindsdag 19 februari overleg.
Op 13 februari een brief van de kerkvoogdij aan Mense Ruiter om 55 kg tin en 20 kg lood aan te kopen voor f 985,- Het bedrag zal door de kerkvoogdij worden betaald.
Op 20 februari schijft de kerkvoogdij aan de HOC dat het contract voor de eerste 2 fases definitief kan worden opgemaakt.
Op 9 maart vraagt de HOC aan de kerkvoogdij of het juiste is dat in het contract fase 1 en fase 2 worden opgenomen.
Op 9 april stuurt de HOC het contract in 3-voud naar de kerkvoogdij. Na het tekenen graag doorsturen naar Mense Ruiter.
Op diezelfde dag ook een brief van de HOC naar Mense Ruiter. Hierin wordt aangekondigt dat een ondertekend contract door de kerkvoogdij aan Ruiter wordt doorgestuurd en wordt gevraagd of het reeds aangelocht materiaal goed gemerkt en is verkerd. De werkzaamheden dienen zo snel mogelijk aan te vangen.
Op 9 april een brief van de HOC aan Monumentenzorg. Kan monumentenzorg het restauratierapport naar de kerkvoogdij opsturen, zodat zij subsidie kunnen aanvragen bij gemeente en provincie.
Na enkele tussenversies d.d. 13 februari en 15 februari wordt het uiteindelijke contract getekend per 1 april door de orgelbouwer, kerkvoogdij en HOC. Het stappenplan werd al op 1 februari apart ondertekend. In dit plan staan de bedragen per etappe vermeld en is ook vastgelegd dat het metaal voor de in fase 1 benodigde pijpen al door Mense Ruiter is ingekocht en door de kerkvoogdij betaald.
Op 23 mei stuurt Mense Ruiter het getekende contract naar de HOC.  Het tin en lood ligt bij Mense Ruiter en is verzekrde voor f 5.000,- In jet kantuur hangt een lijst met de namen van Roden en Meppel en het aantal bijbehorende kilo's. Alle in de werkplaats opgeslagen onderdelen zijn verzekerd voor 35.000,-. Het vervoer van onderdelen is tijdens het vervoer verzekerd bij Van Gend & Loos.
Op 24 augustus brengt de HOC advieskosten in rekening van f 926,43
5 september een briefje van de HOC aan dhr. Jacobs te Leeuwarden als antwoord op een bericht dat dhr. Jacobs iets aan de orgelkas zou moeten doen. Hiervan is de HOC niet op de hoogte.
Op 25 oktober vraagt mense Ruiter aan de HOC het contract op te sturen, zodat hij weet welke etappes zijn opgedragen en hoe het zit met de betaaltermijnen.
Briefje van Lambert Erné van onbekende datum aan de HOC dat Ruiter al 5 weken met de windlade bezig is en er een begin is gemaakt het pijpwerk. De 1e termijn kan dus worden betaald.
Op 16 november een schrijven van Mense Ruiter aan de HOC of deze de kerkvoogdij kan verzoeken het bedrag van de 1e termijn over te maken. Het nieuwe gedeelte van de windlade is zo geod als klaar en het restaureren van het pijpwerk vordert. Ook wordt bericht dat Mense Ruiter 4 weken ziek is geweest en weer voor halve dagen aan de slag is. Dit heeft voor vertraging gezorgd.
Op 22 november verzoekt de HOC aan de kerkvoogdij om de eerste termijn aan Mense Ruiter van f 9010,- uit te betalen. Ook sturen ze het contract met zegel voor opslag in het kerkarchief.

1952 (10)
Op 27 oktober doet ds. Zuiderduijn zijn beklag bij de HOC. In oktober 1951 is het rugpositief weggehaald, maar sinds die tijd heeft de kerk taal nog teken gekregen van Mense Ruiter en is de staat van het orgel langzamerhand zo slecht dat het nog nauwelijks bruikbaar is. Wanneer onderneemt de HOC actie?
Op 31 oktober stuurt de HOC de brief van ds. Zuiderduijn door naar Mense Ruiter.
Op 2 december een brief van de HOC aan ds. Zuiderduijn. De werkwijze van Mense Ruiter is inderdaad zeer traag, maar hij levert wel vakwerk zoals hij onlangs aantoonde bij de oplevering van zijn orgel in Den Haag (Maranathakerk GJP)
Op 12 december stuurt Mense Ruiter een brief naar de kerkvoogdij. Door personeelsproblemen en andere niet nader toegelichte problemen is er zeer veel vertraging ontstaan. Hij hoopt in feburari 1953 het rugwerk met een aparte klaviatuur te kunnen plaatsen. Het hoofdwerk hoopt hij eind mei te kunnen afronden. Moet de orgelkas blank gemaakt worden?


Meppeler courant van 1952-03-14 Klik op de afbeelding voor een vergroting

Vorderingen gemeld door de Hervormde Orgelcommissie

Bijlagen van de Handelingen der Generale Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk ten jare 1956


Handelingen van de Vergaderingen van de Generale Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk, ten jare 1956

1953  (10)
Op 30 november 1953 schrijft de nieuwe organist Nico Verrips aan Lambert Erné. Hij is per 1 oktober benoemd als cantor-organist in Meppel en wil graag een gesprek met Erné omtrent de gang van zaken rond de restauartie van het orgel.
Op 3 december een brief van de HOC naar de kerkvoogdij in Meppel. Meppel kan subsidie aanvragen middels een conceptbrief die de HOC nog zal toesturen. De orgelkas dient gerestaureerd te worden. De prijs van f 1250,- door Ruiter acht de HOC acceptrabel. Dit bedrag dient meegenomen te worden in de subsidieaanvraag.
Brief d.d. 3 december van de kerkvoogdij naar de HOC. Enkele kerkvoogdijleden hebben op 2 november een bezoek gebracht aan de werkplaats van mense Ruiter in Groningen. Zijn belofte om het rugwerk op 4 september te plaatsen is niet nagekomen.  De nieuwste datum is nu januari 1954. Ruiter is vanmening dat de orgelkas blank gemaakt moet worden en dat de gipsen beelden van het rugpositief verwijderd moeten worden en vervangen moeten worden door een reconstructie van de oorspronkelijke ornamenten. Hij vraagt hiervoor f 1250,- Terwijl hij op 24 april nog het bedrag van f 2500,- noemde. Blijkbaar is de f 1250,- een tegemoetkoming voor alle vertragingen.
Op 15 december een brief van Verrips aan Erné. Hij kon helaas jongstleden vrijdag niet aanwezig in Meppel vanwege lessen, maar hij vraagt aan Erné bevestiging dat het huidige orgel nauwelijks bruikbaar is.

1954 (10)
De kerkvoogdij vraagt op 7 januari aan de HOC of ze de conceptbrief voor de subsidieaanvraag kunnen ontvangen en aan Erné vraagt men of de afgesproken ontmoeting met dhr. Van Iperen al heeft plaats gevonden. Op 11 december was er een overleg met Erné.
Notitie d.d. 28 januari van Erne dat het restaureren van de kas is besproken met Ruiter en Van Iperen. Op het klankbord van de preekstoel staan ornamenten van het orgel. Deze zullen weer op het orgel worden herplaatst.
Brief d.d. 14 februari Erné aan kerkvoogdij  met een verslag van het gesprek met de rijksarchitect van Iperen over de orgelkassen. Hij gaat akkoord met het geheel schoonmaken van de rugwerkkas als proef. Ook kan de restauratie van de kas door Ruiter worden uitgevoerd.
Op 17 februari brief van de kerkvoogdij aan HOC. Is het wel verstandig de rugwerkkas in de was te zetten. Als er later geschilderd moet worden zal de verf niet goed hechten en weinig stootvast zijn.
Op 22 februari vraagt de kerkvoogdij aan de HOC wanneer de conceptbrief voor het aanvragen van subsidie wordt toegestuurd. kan er ook subsidie worden aangevraagd bij provincie en gemeente?
Notitie Erné d.d. 2 maart. Restauratie rugwerkkas is f 1250,-
Op 27 maart schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat Erné in gesprek is met de rijksarchitect om de conceptbrief voor de subsidieaanvraag  te regelen.
Op 5 april schijft de kerkvoogdij aan de HOC dat ze nog geen antwoord hebben op de vraag over het aanvragen van subsdie bij provincie en gemeente. Ook is er nog geen schriftelijke toestemming van monumentenzorg voor de restauratie van de rugwerkkas.
Op 9 april schrijft de HOC aan Erné dat hij haast moet maken maken met enekele vragen van de kerkvoogdij.
Op 4 juni schrijft Mense Ruiter aan Erné dat begin mei is afgesproken dat het rugwerk op 5 juni in Meppel zou worden opgebouwd. Hij wil een possje rust nemen en zijn mechaniekbouwer is onder doketersbehandeling vanwege de spanning. Hij wil graag rustig doorwerken. Qua planning durft hij geen nieuwe uitspraak te doen. Het zal echter niet lang meer duren voordat rugwerk wordt geplaatst. Ook het hoofdwerk zal dit jaar gereed zijn.
Op 9 juni schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat Mense Ruiter heeft toegezegd het rugwerk voor Pinksteren te plaatsen. Deze belofte is voor de zoveelste keer niet nagekomen. Kan de HOC er voor zorgen dat plaatsing in juni plaats vindt?
Op 8 juli meldt de HOC aan de kerkvoogdij dat Erné de werkplaats van Mense Ruiter heeft bezocht en het volgende heeft geconstateerd:
 - De rugwerklade is klaar
 - Het pijpwerk voor het rugwerk is nagenoeg klaar
 - Mechaniek wordt gemaakt voor de afmetingen van de nieuwe speeltafel en voorlopig klaar gemaakt voor 1 noodklavier.
De HOC verliest ook zijn geduld en heeft Mense Ruiter aangespoord nu eerst het orgel voor Meppel af te maken. Graag op 15 juli een bespreking met kerkvoogdij en organist 's ochtends om 08:30. Het intonatiewerk voor Roden ziet er zeer goed uit. De verwachtingen voor Meppel zijn dan ook prima.
Op dezelfde datum schrijft de HOC aan Ruiter dat ze hun geduld verliezen.
Op 11 augustus schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat de conceptbrief voor de aanvraag voor subsidie een een gevorderd stadium is. Erné zal in augustus weer met Ruiter overleggen omtrent opleverdatums.
Op 24 augustus schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat Ruiter het resterende deel van het orgel heeft gedemonteerd, maar het rugwerk nog steeds niet heeft geplaatst. Dit zou plaats vinden op 16 augustus, maar is wederom niet nagekomen. Telefonisch is toegzegd plaatsing van het rugwerk op 26 augustus. In de kerk staat sinds enkele weken een takelinstallatie.
Op 27 augustus schrijft Mense Ruiter aan Erné dat de kosten van het Borstwerk met 7 registers f 7143,- bedraagt en die van het pedaal 14.991,- De kosten van het rugwerk bedragen f 9010,- en die van het hoofdwerk f 10.861,- De kosten voor het schoonmaken van de kas heeft Ruiter verlaagt van f2500,- naar f 1250 als compensatie voor de te late oplevering.
Op 27 augustus meldt Ruiter aan de kerkvoogdij dat 's middags een kist met pijpen naar Meppel is verzonden. De andere delen zullen morgen volgen. Ruiter stuurt dan een paar medewerkers mee voor de montage. De kosten voor het rugwerk bedragen nu f9285,- incl. 5% loonsverhoging. Voor etappe 2 (hoofdwerk) worden de kosten nu 11.046,-
Graag de 2e termijn betalen voor het rug werk van f 2835,- en de 1e termijn voor het hoofdwerk ŕ f 2761,50. Is het mogelijk om deze bedragen aanstaande woensdag te ontvangen.Een deel van de pijpen moet nog door de pijpenmaker worden aangeleverd.
Op 31 augustus vraagt de kerkvoogdij of Mense Ruiter recht heeft op de gevraagde bedragen, gezien de teleurstellende gang van zaken tot nu toe. Aan Ruiter wordt gemeld dat deze restauratie tot nu toe zeer teleurstellend is verlopen en dat ze aan de HOC gevraagd hebben of een betaling van de termijnen kunnen worden uitgevoerd.
Op 4 september een brief van de HOC? aan Erné om het dossier Meppel mee te nemen naar de eerstvolgende vergadering.
6 september schrijft Ruiter aan de kerkvoogdij dat a.s. woensdag een begin wordt gemaakt met het verder afwerken van het rugwerk. Ruiter zelf is nog bezig in Roden.  Ruiter vraag om hem niet te forceren om noodoplossingen te bedenken. Hij maakt van het "wat het orgel was een duurzaam iets.
Op 15 september een brief van Mense Ruiter aan Lambert Erné. Hij kan niet accepteren dat de betaling aan hem door de kerkvoogdij afhankelijk wordt van een taxatie van de waarde wat van wat er nu in de kerk aanwezig is. Dat is niet rechtvaardig, omdat de hoofdwerkkas en allerlei andere delen nu niet in de kerk aanwezig zijn. In de brief een berekening van delen die wel en niet in de kerk aanwezig zijn. Hij vraagt Erné om te bemiddelen in de betaling van de oorspronkelijke bedragen. Gezien de gang van zaken wil hij het aanbod om voor het schoonmaken van de orgelkassen f 1250,- te rekenen in plaats van f 2500,- weer intrekken.
Op 25 september doet de kerkvoogdij verslag van vergaderingen op 5 en 8 september. In de laatste vergadering was ook Mense Ruiter aanwezig. De conceptbrief voor de subsidieaanvraag is nog steeds niet binnen.
Op 30 september brief van de HOC aan de kerkvoogdij. In de HOC-vergadering van 17 september is het betalingsvoorstel van Meppel aan de orde geweest en is overleg gepleegd met Mense Ruiter. De conceptboref aanvraag subsidie zullen uiterlijk 2 oktober arriveren.
Op 2 oktober schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat ze de conceptbrief subsidieaanvraag hebben verstuurd. Ook doen ze een voorstel aan de kerkvoogdij om aan Ruiter eerst f 2108,- te betalen gezien het tot nu toe uitgevorde werk. De HOC heeft Ruiter aangerdaen de commissie goed op de hoogte te houden van de vorderingen. Men kan niet eleke 2 weken de werkplaats bezoeken om de voortgang te controleren. De HOC verwacht dat het rug werk in november 1954 gereed kan zijn en het hoofdwerk met Pasen 1955.
Op 5 oktober schrijft de kerkvoogdij aan Ruiter dat men de zaak zeer onbevredigend vindt en dat men elke week f500,- wil betalen mits er verder wordt gewerkt aan het orgel. De kerkvoogdij heeft geen toestemming gegeven voor de inbouw van Cis en Dis. Men wil dit wel, maar dan moet er overeenstemming met de betrokken instanties over zijn. Op dezelfde datum een brief van de kerkvoogdij aan de HOC met als bijlage de brief naar Ruiter en het verzoek nader te berichten over de bijbouw van Cis en Dis in rugwerk en hoofdwerk.
Op 6 oktober vraagt Ruiter aan de HOC om het bedrag van f 1750,75 uit een brief van 2 oktober te specificeren.
Op 7 oktober een brief van de kerkvoogdij aan het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Op basis van het advies van de HOC wordt antwoord gegevens op een aantal vragen.
 - De mensuren kunnen pas door de orgelmaker vast worden gesteld tijdens de restauratie. De HOC houdt hier toezicht op.
 - De aanneemsom wordt als te laag ingeschat voor een verantwoorde restauratie. Tijdens de werkzaamheden werd geconstaeerd dat sommige delen vervangen moetsne worden en ook zijn de lonen gestegen.
 - De kerkvoogdij neemt de kosten van het toe te voegen pedaal voor zijn rekeneing.
 - Ook het te reconstrueren borstwerk zou voor subsidie in aanmerking moeten komen, omdat dit tot de oorspronkelijke opzet van het orgel behoorde.
Er wordt subsidie gevraagd op basis van het plan van 1 februari 1951 voor een bedrag van f 26.372,-. Dit bedrag dient verhoofd te worden met f 1200,- voor de inbouw van de Cis en Dis in rugwerk en hoofdwerk. inclusief loonrondes komt dan het totaalbedrag op f 28.451,50 De kosten van de kasrestauratie f 1250,- en het maken van het restauratieplan en houden van toezcht komen op f 2200,-, zodat de totale kosten f 31.901,50 bedragen.
Op 8 november een brief van Ruiter aan Erné. Het resterend pijpwerk voor het rugwerk is in de kerk aangekomen. Ook is de vloer klaar tussen beide orgelkassen. Kan Erné deze voortgang aan de kerkvoogdij melden, zodat ze dat deel kunnen betalen? Ook zou hij de inbouw van de Cis en Dis aan de orde kunnen stellen, zodat ook die f 600,- betaald kan worden. Organist Verrips wil op 25 november een zanguitvoering geven en wilde dan graag het orgel gebruiken. Vermoedelijk zijn er dan wel een paar stemmen klaar. Ruiter vindt het echter beter om het orgel pas te gebruiken als het klaar is.
Op 16 november een brief van de kerkvoogdij aan de HOC hoe het nu zit met de toevoging van Cis en Dis en de restauratie van de orgelkassen. Hoe willen ze graag op de hoogte zijn iemand van de HOC het orgel in Meppel bezoekt.
Op 19 november stuurt Ruiter aan Erné een aangepaste tekening voor het snijwerk van het rugwerk. Als Erné hiermee akkoord gaat kan Ruiter verder met de orgelkas.
Op 25 november schrijft Ruiter aan Erné dat hij de f 600,- voor de inbouw van Cis en Dis nog steeds niet uitbetaald krijgt, omdat de kerkvoogdij nog geen antwoord heeft gekregen op hun vragen hierover. Ze zijn op dit moment niet erg tevreden over de HOC. Kan Erné naar Meppel komen om eerst te overleggen met Ruiter? Hij moet dan de zijdeur nemen naast de toren en niet de andere ingang via de kamer van de boekhouder. Deze belt anders de kerkvoogdij en dan is er te weinig tijd om samen te overleggen. Bijgesloten is een uitgebreide berekening van het verrichte werk, betaling en in de kerk aanwezig materialen.
Op 16 december een antwoord van de HOC aan de kerkvoogdij voor inbouw van de Cis en Dis. De HOC is van mening dat dit in het contract stond beschreven. De kosten die Ruiter in rekening brengt zijn beslist niet te hoog. Graag de bedragen zo spoedig mogelijk betalen. Bij de werkzaamheden voor het Hoofdwerk dient inbouw van de Cis en Dis duidelijk te worden genoemd en gecalculeerd. Aanstaandag maandag komt iemand voor de HOC weer naar Meppel om de voortgang te bekijken.
Op 16 december brief naar Ruiter van Erné omtrent de inhoud van bovenstaande brief.
Op 21 december een brief van de HOC aan de kerkvoogdij naar aanleiding van het bezoek van Erné en Hülsmann op 20 december aan Meppel. De intonatie van het rugwerk vordert goed en zal rond de jaarwisseling gereed zijn. In de werkplaats te Groningen wasren de werkzaamheden aan de windlade ver gevorderd. Een tekening van de hoofdwerkkas zal worden doorgenomen met de rijksarchitect Van Yperen. Geadviseerd wordt om de volgende bedragen aan Ruiter te betalen: f 800,- voor de resterende pijpen van het rugwerk en f1300,- voor het rugwerk dat vergaand gereed is.
Brief van onbekende datum van vermoedelijk Erné aan de kerkvoogdij van Meppel dat ze niet op eigen initiatief Ruiter opdracht mogen geven werkzaamheden uit te voeren. Hiervoor dient de officiéle weg te worden bewandeld via de juiste rijksinstanties.

1955 (10)
Op 3 januari een opgave van Stinkens aan Mense Ruiter voor het nieuwe pijpwerk voor het hoofdwerk. Het totale bedrag is f 4426,-
Hiervoor wordt het volgende geleverd: Prestant 8', Dulciaan 16', Cimbel IV volledig en samen 80 ontbrekende pijpen voor de Holpijp 8', Quntadena 8', Octaaf 4', Open fluit 4', Quint 3', Octaaf 2', Ruispijp II en de Mixtuur III. Deze rekening zal door de kerk worden voldaan. Ook dient tegelijkertijd een oude schuld van Ruiter van f 1500,- aan Stinkens te worden betaald.
Op 14 februari geeft Ruiter aan Erné een overzicht omtrent de posten betaald en nietbetaald van fase 1 en komt tot de conclusie dat er nog f 3210,- betaald moet worden. Voor de 2e etappe is ook al f 750,- betaald. Hij verzoekt Erné om te adviseren de f 3210,- te laten betalen. Ook wil hij graag het restant van de 1e termijn van etappe 2 van f 1965,25 ontvangen.
Op 8 april 1955 schrijft de kerkvoogdij aan de HOC. De HOC heeft nog steeds geen contact gehad met monumentenzorg omtrent de aanvraag subsidie. Als dit nog langer duurt, dan is de kerkvoogdij van plan zelf stappen te ondernemen. Ook is er onduidelijkheid over de betalingen aan Ruiter. Deze heeft de werkzaamheden aan het hoofdwerk nu stil gelegd vanwege de niet gedane betalingen. Mense Ruiter heeft het rugwerk speelklaar opgeleverd medio februari.
Op 21 april schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat etappe 1 zo goed als gereed is. De Dulciaan van het rugwerk is nog niet geheel afgewerkt. De kas van het hoofdwerk is nog niet gerestaureerd en de klavieren zijn nog niet gereed.. De HOC adviseert om deze etappe tot een bedrag van f 8375,- te betalen. Voor etappe 2 wordt geadviseerd te betalen tot een bedrag van f 2750,- De stand van zaken voor het hoofdwerk is nu als volgt: cancellenraam gereed, pijpstookken en ventielen bijna gereed, slepen in gang.
Op 22 april maakt Van Mulligen een overzicht van etappe 1 en etappe 2 qua bedragen.
Op 3 mei schrijft Ruiter aan Erné dat hij voor etappe 1 f 3210,75 heeft ontvangen als laatste betaling voor het rugwerk en f 1500,- tot een totaal van f 2750,- Dit is minder dan de gevraagde f 2855,- De laatste 14 dagen is gewerkt aan het pijpwerk van het hoofdwerk. Verder is gewerkt aan het overbrengen van de pijpstokboringen op de nieuwe slepen. Ook zijn nderhanden de stemdrukknoppen voor het hoofdwerk en het wellenbord voor de pedaalkoppel.
Op 18 mei schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat er binnekort een bericht komt van monumentenzorg omtrent de subsidieverlening.
Op 7 juni een brief van het ministerie van OKW met een goedkeuring van de restauratie. Er wordt subsidie verleend op het binnen werk en de kas op basis van f 31.186,50. Gesubsidieerd wordt 20%  tot een maximum van f 6257,- Ook wordt aangeraden een subsidieverzoek in te dienen bij provincie en gemeente.
Op 27 september meldt de HOC de voortgang van de werkzaamheden bij Ruiter. Ht werk aan de windlade vordert en het pijpwerk is gedeeltelijk hersteld. Deze voorgang is genoeg voor het overmaken van f1500,- naar Ruiter. Is het mogelijk een vergadering te beleggen op 11 oktober om de restauratie door te nemen?
Op 29 september meldt de kerkvoogdij dat de datum 1 oktober geschikt is en aan Ruiter f 1500,- is overgemaakt.
Financieel overzicht etappes 1 en 2 d.d. 4 oktober
Op 5 oktober stuurt Ruiter aan Erné een overzicht van de diverse werkzaamheden en de daaraan verbonden kosten.
Diverse loonrondes geven f 3162,50
Speeltafel rugwerk f 300,-
Regulateur voor het rugwerk f 400,-
Stemdrukknoppen voor de Dulciaan f 300,-
Windlade voor rugwerk 9/10 nieuw f 1000,-
Tremulant rugwerk f 80,-
Balg kwartslag draaien f 140,-
Totaal f2140,-

 Het schoonmaken van de hoofdwerkkast heeft tot nu toe f3216,- gekost. Samen met de rugwerkkast en de herplaatsing komt dit uit op f4300,- Ruiter merkt op dat dit nog altijd goedkoper is dan de f4600 die Jacobs rekend voor het schoonmaken van de orgelkassen in Roden. Vanwege het schoonmaken van de orgelkas moeten nu de ontbrekende ornamenten in oud eiken worden gemaakt.
Ruiter vindt 9 pijpen in de torens teveel. Ze staan te diht bij elkaar. 7 pijpen is beter. Dit kost f 395,-
Op 20 oktober vraagt Ruiter aan Stinkens in Zeist een prijsopgave voor de aanvullende pijpen voor het hoofdwerk en het pijpwerk voor het pedaal en het borstwerk.
5 november een brief van Ruiter aan Erné met de prijzen voor het nieuwe borstwerk (Gedekt 8', Blokfluit 4', Octaaf 2', Nasard 1 1/3', Sifflet 1', Cymbel III en Regaal 8')  en het vrije pedaal (Prestant 16', Octaaf 8', Mixtuur, Bazuin 16', Trompet 8', Cornet 4' en Cornet 2'). Het borstwerk zal f 9685,- kosten en het vrije pedaal f 19.615,- Het pedaal wordt opgesteld in een kast achter het hoofdwerk op een 2-delige windlade, zodat het pedaal later ter weerzijden van het hoofdwerk zou kunnen worden opegsteld.
Pedaalkas in naaldhout en meubelplaat is f 2300,-. In eiken uitgevoerd f 5100,-
Kosten pedaalkoppel naar het rugwerk is f 375,- Meerkosten voor een scherp II-Iv f350,-
Op 7 november levert Ruiter de gegevens aan Erné voor het schoonmaken en herstellen van de orgelkassen. De totale kosten bedragen f 4938,53. De lonen zijn sinds het begin van de opdracht met 16% gestegen.
Op 9 november maakt Erné een opstelling van de nog te verrichten werkzaamheden op basis van de brieven van Ruiter d.d. 5 en 7 november.
Op 19 november een nieuw overzicht van alle kosten door Mense Ruiter. De Cymbel wordt duurder, omdat bij de restauratie van de lade de oorspronkelijke boringen tevoorschijn zijn gekomen. De samenstelling is IV-VI, waarvoor 114 extra pijpjes nodig zijn voor f 350,-
Op 25 november schrijft Ruiter aan de HOC en kerkvoogdij dat hij blij is met de beslissing om hem tegemoet te komen bij de restauratie van de orgelkassen voor f 3000,-. Als de nieuwe pijpen op tijd binnen zijn ziet hij kans om het orgel vlot af te werken. Hij stuurt een tijdschema mee. Dit is wat later dan verwacht, maar andere mogelijkheden ziet hij niet. Ook is dan noodzakelijk dat de betalingen volgens schema plaatsvinden. Hij zal de kerkvoogdij wekelijks op de hoogte houden van de vorderingen.

1956 (10)
Stand van zaken door Ruiter per 1 februari.
Stand van zaken financieel door Ruiter per 1 maart. Hier geeft Ruiter ook aan waar hij op 28 april mee bezig is.

Op 7 maart een factuur van f 459,- door Stinkens voor de levering 256 pijpen voor de Scherp.
Op 29 maart vraagt de kerkvoogdij aan de HOC of de rekening van Stinkens voor de Scherp correct is. Zo ja dan wordt deze rekening betaald.
Op 12 mei schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat de werkzaamheden door Ruiter nu zo ver zijn gevorderd dat een bedrag van f 2.000,- kan worden uitbetaald. Ook vraagt de HOC wat de stand van zaken is met de plannen voor de restauratie van de kerk.
Op 17 mei meldt de kerkvoogdij aan de HOC dat ze f2000,- hebben overgemaakt aan Ruiter
Op 18 september constateert de HOC dat de werkzaamheden bij Ruiter nu zo ver zijn gevorderd dat het orgel binnenkort naar de kerk zou kunnen worden getranporteerd. Is dit mogelijk in verband met de kerkrestauratie?
Op 3 oktober adviseert de HOC aan de kerkvoogdij f 1.000,- te betalen vanwege de vorderingen. Binnen enkele weken kan het orgel naar de kerk worden overgebracht.
Op 13 november bericht van de vrouw van Ruiter aan Erné dat de geplande ontmoeting met kerkvoogd Kaptein niet is doorgegaan. Er wordt een nieuwe afspraak gepland. Er is een gesprek geweest van Ruiter met de bedrijfsconsulent dhr. Smith. Deze zou ook nog contact opnemen voor een gezamenlijke bespreking.
Op 26 november vraagt de HOC aan Ruiter hoe het orgel in de werkplaats is verzekerd en op op wiens naam in verband met de kerkrestauratie in Meppel.
Op 30 november antwoordt Ruiter dat op de brandverzekeringspolis het volgende staat vermeld: "Onder het totaal verzekerd bedrag geldt in de eerste plaats tijdelijk gedekt een kerkorgel, in eigendom toebehorende aan de kerkvoogdij der Hervormde kerk te Meppel en wel ter waarde van f 40.000,-". De polis staat op naam van Mense Ruiter.
Op 17 december schrijft Ruiter aan de kerkvoogdij dat gezien de voortgang van de werkzaamheden weer een bedrag van f 1874,-kan worden betaald. Ruiter wil het geld graag bij de bank ophalen, omdat hij het bedrag aanstaande vrijdag nodig heeft. Blijkens de aantakeningen op de brief heeft hij op 20/12 f 1000,- ontvangen en op 31/1 f 874,-. Uit deze brief blijkt ook dat de kerkvoogdij aan Stinkens rechtstreek een bedrag van f 3077,- heeft betaald voor pijpwerk.
Op 31 december schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat de HOC heeft geďnformeerd omtrent de verzekering van het orgel in de werkplaats te Groningen in verband met de kerkrestauratie. De kerkvoogdij dient uit te zoeken of deze verzekering voldoende is.
In '55 en '56 hield Ruiter een soort logboek bij om zijn voortgang te kunnen laten zien.

1957 (10)
Op 11 januari vraagt Ruiter aan Erné hoe het staat het advies aan de kerkvoogdij om de f 1974,- te betalen..

Provinciale Drentsche en Asser courant 20-05-1957

Op 24 juni schrijft Ruiter aan de HOC dat ze gaan verhuizen. Hij vraagt of Erné met de kerkvoogden kan regelen dat de kosten van opslag (f 300,- verzekering en f 250,- opslagkosten) door de kerkvoogdij wordt betaald. Ook de verhuizing van het orgel van Meppel dient door de kerkvoogdij te worden betaald.
Op 16 augustus schrijft Ruiter dat ik oktober 1956 de restauratie van het orgel is gestopt vanwege de kerkrestauratie. Ruiter brengt f 525,- in rekening voor de verzekering van het orgel en f5,- per week voor de opslagkosten

1958 (10)
Op 21 mei schrijft Mr. W.F. Schokking (Jurist te Amsterdam en lid van de Raad van State, voormalig minister) aan Erné dat Dr. Doeve is gestrand bij het schrijven van een brief aan Mense Ruiter voor het Centraal Controle Bureau. Kan Erné de benodigde gegevens verstrekken uit het dossier van Meppel?
Op 19 juni vraagt de HOC aan Ruiter hoe het is gesteld met de verzekering van het orgel van Meppel voor de aanstaande verhuizing.

1959 (10)
Op 16 november een brief van de rijksadviseur voor orgel Dr. H.L. Oussoren aan de HOC. Momentaeel wordt de kerk gerestaureerd. Voordat het orgel kan worden geplaatst zullen waarschijnlijk nog enekele jaren verstrijken. Hij adviseert om het orgel in Meppel op te slaan vanwege de volgende redenen:
 - Opslagplaats op de zolder van een school of gemeentehuis is minder kwetsbaar dan een ruimte achter een orgelwerkplaats.
 - Indien de orgelmaker in financiële problemen komt kunnen er complicaties optreden.
Kan het orgel zo spoedig mogelijk naar Meppel worden overgebracht?

1960 (10)
De kerk wordt gerestaureerd, waardoor de restauratie van het orgel enorme vertraging oploopt.

Meppeler Courant 1960-09-26 Klik op de afbeelding voor een vergroting

In januari schrijft de HOC aan de kerkvoogdij hoe het staat met de geadviseerde maatregelen van Dr. Oussoren.
Op 19 februari schrijft de kerkvoogdij aan Erné dat ze er inmiddels in zijn geslaagd een ruimte in Meppel te huren voor de opslag van het orge; De ruimte is gelijkvloers en droog. Kan Erné met Ruiter de verplaatsing van het orgel naar Meppel regelen? Graag apart vervoer en geen vervoer per bode.
Op 26 maart schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat er contact is geweest tussen dhr Edskes en Ruiter over de verplaatsing van het orgel van Groningen naar Meppel. Ook wil de HOC graag een overzicht van de aan Ruiter betaalde bedragen via afschriften van nota's. Dit bericht wordt ook doorgestuurd naar Dr. Oussoren.
Op 26 maart een brief van de HOC aan Mense Ruiter. De kerkrestauratie begint te vorderen en de kerkvoogdij wil nu alle orgelonderdelen laten overbrengen naar Meppel. In het papierpakhuis van Ten Brink is hiervoor een goede locatie gevonden. Ook het gedemonteerde rugwerk wordt naar deze plaats overgebracht. De ruimte waar het nu staat wordt ook gerestaureerd. De pijpen dienen zoveel mogelijk op de windladen geplaatst te worden. De grote pijpen staand in rekken. Alle kosten komen voor rekening van de kerkvoogdij. De rijksadviseur wil alle onderdelen graag inventariseren voor een eventueel ander subsidiering.
Op 6 april schrijf Ruiter aan de HOC dat alle onderdelen op 8 april worden overgebracht naar Meppel. Ook zal hij het Rugwerk naar de locatie bij Ten Brink verplaatsen. De kerkvoogdij en De Rijksadviser worden door de HOC ook geďnformeerd.
Op 25 april meldt de kerkvoogdij dat alle orgelonderdelen in Meppel zijn opgeslagen. De kerkvoogdij zal foto-kopieën van nota's en betalingen naar de HOC sturen.

1961 (10)
Op 14 november vraagt de HOC aan de kerkvoogdij of ze data kunnen noemen voor een vergadering met Erné en Edskes.
Op 6 december doet de kerkvoogdij de HOC verslag van het gesprek dat ze hadden met Erné en Edskes. De ruimte bij Ten Brink moet per 1 januari worden ontruimd. De restauratie van de kerk is zover gevorderd dat het weer- en tochtdicht is. Ook de verwarming werkt. Ruiter dient een offerte te maken voor het transport dat plaats zou moeten vinden tussen Kerst en Nieuwjaar. Alle door de HOC gevraagde stukken zijn nog niet gevonden. Misschien heeft Dr. Kolmschate in Delft nog de stukken in zijn bezit.
Begin 1962 komen Oussoren en Erné naar Meppel om de toestand van het orgel te bekijken.
Op 8 december dankt de HOC de kerkvoogdij voor het toesturen van de gewenste stukken. Zij zullen Ruiter vragen voor een offerete om de orgelonderdelen over te brengen naar de kerk. Dit gebeurt op dezelfde dag per brief.
Op 18 december antwoord van Ruiter. Hij rekent f 850,- voor het transport. De offerte is exclusief de zware delen. Deze dienen door een door de kerkvoogdij aan te wijzen expediteur te worden vervoerd. Plandatum is 27 december.
Op 22 december geeft Ruiter nog een specificatie van de vervoerskosten op aanvraag van de kerkvoogdij.

1962 (10)
Op 19 januari stuurt de HOC de stukken, die ze van Dr. Kolmschate hebben gekregen door naar de kerkvoogdij.
Op 19 maart vraagt de kerkvoogdij aan de HOC of de rekening van Ruiter met betrekking tot het orgeltransport correct is. Ook willen ze weten waarom er niet wordt gewerkt aan de opbouw van het orgel.
Op 3 mei antwoordt de HOC dat de rekening van Ruiter betaald kan worden.
Op 4 mei schrijft de HOC aan Ruiter om een offerte te maken voor de volgende werkzaamheden:
 a. Speelklaar opstellen van het rugpositief
 b. Is het bedrag van f 2.000,- dat er nog staat voor etappe 2 Hoofdwerk genoeg om de etappe af te maken. Hoe zit het met de loonkostenstijgingen?
 c. Is het bedrag van f 1.100,- voor het plaatsen van de Dulciaan 16' voldoende?
 d. Kosten verbonden aan het opstellen van het rugwerk zodanig dat het zoveel mogelijk buiten de balustrade valt. Het hoofd werk zo plaatsen dat het nog het voor de dwarsbalk staat en het inrichten van de luiken zo dat er makkelijk kan worden gestemd.
Wanneer kan er worden gestart met de werkzaamheden?
Op 25 mei komt het antwoord van Ruiter.
a: f1450,-
b: Kostenstijging van f1.600,- ook vanwege de beschadigde kappen
c. Stijging van f 1600,-
d. Stijging van f 240,-
Door de wijzigingen op de galerij en het wegvallen van de oude magazijnbalg moet er een totaal nieuwe windvoorziening worden gemaakt. Deze zal f 2.400,- gaan kosten.
De werkzaamheden zullen tussen de 10 en 12 weken gaan kosten en kunnen aanvangen in augustus.
De balk boven het orgel moet echter eerst verwijderd worden voordat met het werk kan worden begonnen. Als de balk niet wordt verwijderd zullen de kosten nog f 1.000,- hoger uitvallen.
Op 11 mei schrijft Ruiter nog een toelichting en tekeningen waarom de balk verwijderd zou moeten worden. Er zijn veel wijzigingen nodig aan de orgelkas van het rugwerk om deze naar te kunnen plaatsen. Het intoneren en stemmen van het hoofdwerk is zo goed als onmogelijk als de balk blijft gehandhaafd. Ruiter heeft tijdesn de restauratie van de kerk al geprotesteerd tegen het aanbrengen van de balk. Deze is er nooit geweest.
Op 21 juni schrijft de HOC aan Ruiter dat de offerte uitgebreid is besproken met de kerkvoogden. Uit de bespreking komt naar voren dat er extra informatie benodigd is:
 - Loonstijgingen opbouw hoofdwerk
 - Plaatsing rugwerk buiten balustrade. Constructie hiervoor wordt elders verricht.
 - Offerte voor de nieuwe windvoorziening.
Offerte graag opleveren voor 1 juli
Op 30 juni komt Ruiter met de gewenste gegevens. De lonen zijn sinds 1956 met 60% gestegen. Hierdoor wordt de resterende post van f 2.000,- verhoofd met f 1.200,- Het herstel van de beschadigde kappen kost f 400,- Door de nieuwe blak zullen de intonatiekosten veel hoger uitvallen omdat het pijpwerk niet goed bereikbaar is. Inschatting is f 1.000,-.
Als anderen de plaats geschikt maken blijft het installeren van het rugwerk staan op f 1.450,-
Hoe de nieuwe windvoorziening ingepast moet worden is pas goed te zeggen als kas en mechanieken geďnstalleerd zijn.
Op 10 juli meldt de HOC aan de kerkvoogdij dat ze akkoord gaan met de prijzen zoals Ruiter de noemt.
Graag wil de HOC een overleg met kerkvoogdij en restauratiearchitect over de nieuw aangebrachte balk, de uitbouw van het rugwerk en de anders aan te brengen windvoorziening.
Op 2 augustus schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat de vergadering kan plaatsvinden op 23 augustus.
Op 13 september doet de HOC verslag van een overleg tussen Edskes en Ruiter. Het resultaat van deze besprekeing dat Ruiter een nieuw totaalplan maakt inclusief pedaal en borstwerk en het anders te plaatsen rugwerk. Edskes en Ruiter nemen het nieuwe plan door en daarna kan het worden besproken met kerkvoogdij en architect.
Op 22 september een offerte van Ruiter voor etappe 3 en 4 (Borstwerk en Pedaal). Het Borstwerk gaat f 15.550,- kosten en het Pedaal f 27.500,-. Ruiter rekent voor de pedaalkas een stelpost van f 5.000,-
Op 24 september komt er een offerte voor het speelklaar opstellen van hoofdwerk en Rugwerk. Deze kosten belopen f 20.450,-
Niet inbegrepen zijn de kosten van een staalconstructie voor de gewijzigde opstelling van het Rugwerk. Wel inbegrepen zijn de kosten voor het toezicht op het plaatsen deze constructie.
Op 28 september worden een tekening toegestuurd aan Monumentenzorg (dhr. Meffert), Architectenbureua Heineman en de kerkvoogdij.
Op 9 oktober schrijft Ruiter dat hij voor de bespreking op 17 oktober geen kans meer ziet een nieuwe tekening te maken voor de opstelling van het rugwerk half in de balustrade. Hij kan er wel voor zorgen dat het rugwerk grotendeels voor die tijd zo wordt opgesteld.
Op 10 april meldt Ruiter dat de tekeningen klaar zijn. maar dat ze nog vermenigvuldigt moeten worden.

1963 (10)
Op 1 februari stuurt de HOC aan Mense Ruiter een angetekende brief. De afgesproken tekeningen die Ruiter in overleg met Edskes zou maken zijn nog steeds niet binnen. De HOC geeft hem nog 3 weken de tijd.
Op 15 maart stuurt Ruiter een schema van de opbouw van het orgel. Ook stuurt hij de gevraagde tekeningen.
maart/april  1963: Rugwerk
mei/juni 1963:Hoofdwerk
juli/september: Borstwerk
oktober 1963/maart 1964: Pedaal
Uit de brief blijkt dat de kassen van hoofdwerk en rugwerk al staan opgesteld.
Op 22 maart doet de HOC verslag van een bespreking tussen Oussoren, Edskes en Ruiter. Ruiter zal voor 1 april de gewenste tekeningen en offerte maken. De werkzaamheden mogen pas beginnen als er toestemming van het rijk is voor het gehele plan.
Op dezelfde datum beschrijft de HOC naar Ruiter de gemaakte afspraken.
Op 23 maart antwoordt Ruiter dat sinds begin maart ziek was em deze week voor halve aan het werk is. Hij heeft met Edskes en Erné afgesproken de gegevens te leveren voor 10 april. Deze brief wordt ook doorgestuurd naar Oussoren en de kerkvoogdij.
Op 10 april belt Ruiter dat de tekeningen klaar zijn, maar nog vermenigvuldigd moeten worden.
De offerte dateert inderdaad van 10 april en bestaat uit 3 delen.
Pagina 1 beschrijft de installatie van hoofdwerk en rugwerk inclusief een nieuwe windvoorziening voor een bedrag van f 30.675,-. Hoofdwerk en rugwerk zijn al in de kerk aanwezig. Een staalconstructie voor het rugwerk is niet inbegrepen.
Pagina 2 beschrijft de bouw van Borstwerk (Gedekt 8', Fluit 4', Octaaf 2', Nasard 1 13', Sifflet 1', Cimbel III en Regaal 8') en Pedaal (Prestant 16'en 8'gecombineerd, Octaaf 4', Mixtuur VI, Bazuin 16', Trompet 8', en Cornet 4') voor f 17.050,- en f 32.500,- De pedaalkas kost f 4.500,-
Pagina 3 bevat een materiaalspecificatie.
Op 2 mei worden de offerte en tekeningen naar de kerkvoogdij gestuurd. Wanneer kan de HOC dit met de kerkvoogdij doornemen?
op 23 mei wordt een verslag van een vergadering van 17 mei gemaakt van de HOC met vertegenwoordigers van de kerkvoogdij en  cantor-organist Nico Verrips.
Uitgangspunten:
-Het OC-rapport
-Het al gedane werk was akkoord
-Bij gereedkomen kerkrestauratie dien het Rugwerk speelklaar te zijn.
'1. Het rugpositief dient weer in de balustrade te worden geplaatst. Dit is ook een eis van monumentenzorg. De balken kunnen volgens de architect worden verwijderd.
2.De nieuwe dispositie van het Pedaal is niet akkoord. Men wil vasthouden aan de oorspronkeleijke 8 registers in plaats van 6 registers. Ook de transmissie tussen Prestant 16' en Prestant 8' is niet wenselijk. Liever heeft men een Bourdon 16' en een Prestant 8.
3. De koppeling tussen Rugwerk en Pedaal handhaven.
4.In Hoofdwerk en Rigwerk de stalen wellenborden vervangen door wellenborden van hout. In de laatste alinea van de offerte van Ruiter komt een materiaalkeuze voor waar Ruiter geen verantwoordelijkheid voor wil nemen. Wat houdt dit en wie is verantwoordelijk
5. Wat is de situatie rond de subsidieverlening nu er een nieuw plan ligt? Op maandag 10 juni wordt er een vergadering in Meppel belegd waarbij de architect en de orgelmaker ook aanwezig zullen zijn.
Op 28 mei een brief van de HOC aan Oussoren. Men wil een gesprek 's middag met Oussoren om te regelen dat het rugwerk bij het afsluiten van de kerkrestauratie bespeelbaar is.
Op 28 mei schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat zowel Erné als Edskes aanwezig kunnen zijn bij de vergadering van 10 juni. Ook regelt de HOC de veragdering tussen kerkvoogdij en Oussoren 's middag in Den Haag.
Op 1 juni komt het voorstel van de HOC om de vergadering van 10 juni in Meppel zonder Ruiter te houden omdat hij financieel belanghebbend is.
Op 7 juni schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat nu niet meer kies om Ruiter niet uit te nodgen voor 10 juni. Wel kan een deel zonder hem besproken worden.
Op 12 juni volgt er een verslag van de vergadering van 10 juni te Meppel.
Het orgel wordt zoveel mogelijk voor de balustrade geplaatst. Het daarvoor benodigde bedrag wordt subsidiabel gemaakt.
De metalen wellenborden dienen te worden vervangen door houten wellenborden. Deze werkwijze is inmiddels achterhaald. De kosten voor vervanging zijn subsidabel.
De windladen moeten op een andere manier worden vervardigd, voldoent aan de eisen van nu.
Er bestaan geen bezwaren voor het handhaven van de koppel Rugwerk/Pedaal.
Uitbreiding van d pedaaldispositie met een 2 voets-register en een eventueel een gedekt 8' dient nader te worden bezien.
De al gemaakte kosten worden bij het toekennen van subsidie als eerste termijn gezien.
Het werk mag pas worden begonnen nadat het totale plan van rijkswege is goedgekeurd. Oussoren vraagt zich ook af of Ruiter het werk wel aan kan. Het idee om het orgel door Ruiter "in elkaar te laten zetten" en later na te denken over een "echte" restauratie wordt onaantrekkelijk gevonden.
Er dient te worden gekozen uit de volgende 2 mogelijkheden:
1. Ruiter maakt de restauraie van hoofdwerk en rugwerk af en op grond van de bereikte resultaten kan hij verder met Borstwerk en Pedaal.
2. In overleg met de rijksafvisur kiezen voor een andere orgelmaker.
Een vervolgvergadering met Ruiter wordt op 18 juni gepland.
Op 14 juni wordt de afspraak op 18 juni bevestigd.
Op 24 juni maakt architect Heinemann een verslag van de vergadering op 18 juni.
Over het orgel wordt het volgende afgesproken: Het rugwerk wordt op de oude plaats in de balustrade ingepast en steekt dan 50cm binnen de balustrade. Onder het rugwerk komt een afneembaar plafond om de windlade te kunnen bereiken. De trekbalk dient ter hoogte van de orgelkas te worden vervangen door een trekstang.
Ook de HOC maakt een verslag van deze vergadering, waarin de aanwezigen letterlijk worden geciteerd. Aanwezigen waren van de HOC Erné, Edskes en de Waard, Kerkrestauratiecommissie: Van de Honing en verder Nico Verrips en Mense Ruiter.
Hopelijk zal de restauratie van het orgel vlotter verlopen dan de restauratie van de kerk. Eerst wordt er vargaderd zonder orgelmaker Ruiter. Ruiter dient een zodanige technische omschrijving en tekening te maken dat verwarring is uitgesloten. Hij dient een bankgarantie te geven en het voorstel moet voor alle partijen acceptabel te zijn. Ruiter zal weer een totaalplan maken wat op 1 juli in Amersfoort met de HOC en Verrips zal worden doorgenomen. Op 22 juli dient alles vast te staan en kan dan ter goedkeuring aan het rijk worden aangeboden. Als de kerkrestauratie in september is afgesloten kan Ruiter op 1 oktober beginnen. Hij verwacht de volgende doorlooptijden: Hoofdwerk 6 maanden, Rugwerk 2, Borstwerk 3, pedaal 3, afwerking 2. Het orgel zou dan eind januari 1965 gereed kunnen zijn.
Op 20 juni wordt Oussoren door de HOC op de hoogte gesteld van de laatste ontwikkelingen. Hem wordt op gewezen dat "men niet van Ruiter af kon komen" en dat over de plaats van het orgel overeenstemming is bereikt. Bijgesloten worden de brieven aan de kerkvoogdij en aan Ruiter. In de brief aan de kerkvoogdij memoreert de HOC dat aan het adviestrakect kostn zijn verbonden, die nog nooit zijn betaald door de kerkvoogdij. Wel is er op 29 oktober 1962 een rekening gestuurd, maar deze is nooit voldaan. Men wil de rekening nu basren op de door het rijk geaccepteerde eerste termijn van de orgelrestauratie.
Voor Mense Ruiter worden de op 18 juni gemaakte afspraken bevestigd. Aan de kerkvoogdij wordt de plaats van het Rugwerk met de achterkant 50 cm achter de balustrade bevestigd. De onderzijde van het Rugwerk dient goed bereikbaar te blijven. De trekbalken bij het orgel worden vervangen door ijzeren trekstangen.
Op 25 juni bericht de HOC dat architect Heinemann Erné om een tekening van het Rugwerk heeft gevraagd.
Op 28 juni stuurt Heinemann een tekening naar Erné met de sparing in het balkon.
In juli een kort verslag van de HOC over een bespreking in Amersfoort met Erné, Edskes, Hülsmann en Verrips en een 2e gesprek in Groningen tussen Edskes en Erné. De tekeningen door Ruiter waren nu veel verder uitgewerkt, maar nog niet helemaal voldoende. Ook de materiaalbeschrijving was nog niet beschikbaar.
Op 20 april een uitgebreide offerte icl. een tekening van het vooraanzicht van het Borstwerk door Ruiter.
Op de eerste 2 pagina's alle werkzaamheden met bedragen voor de installatie van hoofdwerk en Rugwerk inclusief een 3 klaviers speeltafel en een windvoorziening voor het totale orgel. Dit deel van de offerte bedraagt f 39.385,-
Op blad 3 en 4 volgt een beschrijving van de te gebruiken materialen.
Blad 5 bevat de leveringsvoorwaarden met de betaaltermijnen per werk.
Op blad 6 de tekening van het borstwerk en klaviatuur.
Op de laatste pagina de geschatte opleverdatums.
Nog een apart blad voor het Borstwerk en het Pedaal. Handgeschreven zijn de mensuren toegevoegd.
Op 8 augustus schrijft de HOC aan Ruiter dat zij zij zich in grote lijnen met de omschrijving en de 5 tekeningen kunnen verenigen. Graag wil men nog wel een opgave zien van de labiumbreedte van het nieuwe pijpwerk en de mensuren van de Dulciaan 16'. Een mensurenstaat van het oude pijpwerk om te kunnen of het nieuwe pijpwerk daarmee aansluit. In de eerste helft zou er een bespreking dienen plaats te vinden om definitieve afspraken te maken. De ontvangen stukken worden doorgezonden naar de kerkvoogdij en Oussoren. Zie brief.
Op 14 augustus een interne notie door de HOC. Ds. Schaap is tevreden over de nu bereikte resultaten. Er worden datums genoemd voor besprekingen.
Op 16 augustus een briefje naar Edskes met een vraag van architect Heinemann of galerij kan worden uitgevoerd volgens de tekening van 28 juni.
Op 22 augustus een briefje naar Edskes dat het architectenbureau de tekening naar hem toestuurt om te beoordelen of de galerij volgens de tekening kan worden uitgevoerd.
Op 27 augustus wordt door de HOC naar kerkvoogdij en architectenbureau bevestigt dat de galerij volgens tekening vervaardigd kan worden.
Op 30 augustus stuurt Ruiter een opgave van de mensuren van Hoofdwerk en Rugwerk.
Op 6 september een interne HOC-notitie dat de bespreking is gepland in Meppel op 12 september om 10:00 uur. Ruiter schuift later aan. Ook dient overlg plaats te vinden over een evt. noodvoorziening tussen gereedkomen kerkrestauratie en opleveren orgel.
Op 13 september schrijft Mr. Bongers uit Meppel dat Erné hem telefoneerde dat de restauratie gestalte begint te krijgen. De leveringsvoorwaarden dienen zeer goed te worden geformuleerd. "R. is een gladde vogel".
Op 16 september schijft Ruiter aan Erné dat de leveringsvoorwaarden nu verstuurd kunnen worden. Dit heeft vertraging opgelopen door afwezigheid van de directeur van de bank.
Op 16 september stuurt Ruiter de gewijzigde leveringsvoorwaarden naar de HOC.
Interne d.d. 17 september memo HOC. De nieuwste leveringsvoorwaarden lijken oingunstiger dan de eerdere: Lunch ipv melk, materiaalprijsstijgingen, toezicht OC.
Op 19 september een brief van de kerkvoogdij aan de HOC dat ze de rekening van de HOC pas betalen als de HOC de aanvraag voor de  subsidie van het reeds uitgevoerd werk hebben  ingediend.
Op 23 september antwoordt de HOC dat de in rekening gebrachte kosten reis- en verblijfkosten zijn, die niet onder deze afspraak vallen.
Op 9 oktober schrijft de kerkvoogdij dat het contract inmiddels door Ruiter en de kerkvoogdij ondertekend. Toegeveoegd zijn enkele aanvullingen in de bijlage.
Op 11 oktober zegt de HOC aan de kerkvoogdij toe om conceptbrief te maken voor de subsidieaanvraag.

Nieuwsblad van het Noorden 11-10-1963

Op 14 oktober geeft Ruiter een schema van de toekomstige werkzaamheden.
 - Rest 1963: schoonmaken en herstel van de in de kerk aanwezig onderdelen.
 - Januari 1964: aanleg windvoorziening.
 - Februari 1964: speeltafel maken en inbouwen.
 - Maart 1964: Hoofdwerkmechaniek maken en inbouwen. Hoofdwerk voorlopig stemmen.
 - April/mei 1964: Mechaniek rugwerk aanleggen en monteren
 - Juni 1964: Pijpwerk hoofd- en rugwerk verder afwerken.
De aannemer gaat er vanuit dat het balkon op 1 november gereed is. Begin oktober heeft Ruiter in opdracht van de kerkvoogdij het orgel naar de andere kant van de galerij overgebracht zodat de aannemer de galerij kan wijzigen.
Op 17 oktober een afschrift van de brief van de kerkvoogdij dat de rekeningen van de HOC zijn betaald. Ook een afschrift van een rekening van Ruiter voor de punten 14 en 15 (gemaakte tekeningen) van de offerte.
Op 21 oktober schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat de rekening van Ruiter betaald kan worden en dat het nog niet zeker is of de declaraties van de HOC voor subsidie in aanmerking komen.
Rond deze tijd is er ook een conceptbrief voor een subsidieaanvraag gemaakt. Deze brief gaat uit van de f 39.385 uit de nieuwste offerte, maar ook de kosten van de al eerder uitgevoerde werkzaamheden van f 23.985,01 worden aan de orde gesteld. Daarnaast worden de kosten voor advies en toezicht door de HOC van f 4500,- en een post onvoorzien van f 15.000,- genoemd. Tezamen gaat men dus uit van een bedrag van f 82.870,01 Deze subsidie is nodig om de restauratie te kunnen uitvoeren samen met de subsidiebedragen van gemeente en provincie. Tevens wordt toestemming gevraagd om met de restauratie te kunnen beginnen.
Op 21 oktober schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat ze in overleg met de rijksadviseur een conceptbrief hebben gemaakt voor een subsidieaanvraag. Onduidelijk is of dit dezelfde brief is als de brief hier boven vermeld.
Op 29 oktober een HOC-afschrijft van 2 brieven van architect Heinemann voor de HOC en voor Ruiter. Heinemaan levert een tekening waarop staat aangegeven waar de balken op het balkon lopen. Aan beiden wordt aangegeven de maten op te geven van het gedeelte wat moet worden verwijderd, zodat de aannemer met de werkzaamheden kan beginnen.
Op 31 oktober schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat de subsidieaanvraag niet betrekking heeft op een nieuwe subsidieaanvraag, maar om de verhoging van een reeds op 31 mei 1960 toegekende subsidie van f 15.600,-
Op 1 november meldt de HOC aan de kerkvoogdij dat het wel degelijk om een nieuwe subsidieaanvraag gaat. Wel zou men via een tussenzin kunnen verwijzen naar de f15.600 uit 1960.
Op 4 november een antwoord van Ruiter op de brief van Heinemann over de trekbalken. Allen de 2e balk balk vanuit de toren gezien deint een stuk van 333cm te vervangen worden door een trekstang. Ook optter hij de mogelijkheid om de balken geheel te vervangen door trekstangen.

1964 (10)
Op 4 mei een HOC-afschrift van een brief van de kerkvoogdij aan Ruiter wanneer en welk deel gereed en speelklaar wordt opgeleverd.
Blijkbaar wordt de conceptbrief voor de aanvraag van de subsidie van oktober 1963 nu op 17 juni verstuurd. De door de HOC vorgestelde wijzigingen zijn verwerkt.
Op 7 juli meldt de kerkvoogdij aan de HOC dat het rugwerk speelklaar door Ruiter is opgeleverd en voor de eerste keer in de eredienst is gebruikt. Kan er nu opdracht worden gegeven voor het Borstwerk en het Pedaal?
meppel01d.jpg (22030 bytes)
Fotografen onbekend

Op 13 juli schrijft de HOC dat Erné op 17 juli naar Meppel komt om de huidge situatie te bekijken. Op grond daarvan kan er verder worden geadviseerd.
Op 27 juli wordt de stand van zaken door de HOC aan Oussoren gemeld. Het rugwerk is speelklaar opgeleverd. Dit ontheft Ruiter niet van zijn verplichtingen. De oplevertermijn van de 3-klaviers speeltafel  is ver overschreden. Voor de vertraging door ziekte zijn geen bewijsstukken geleverd. Ook had dit veel eerder gemeld meten worden. Het pijpwerk van het rugwerk is wel geplaatst, maar nog niet geďntoneerd. Bespeling van het Rugwerk geschiedt middels een noodklavier. Vastgesteld wordt dat Ruiter de volgende verplichtingen niet is nagekomen:
 - De opleveringstermijnen
 - De volgorde van afwerking
 - De verplichting bij overmacht (bv. ziekte)
Krachtens artikel 7 van de overeenkomst heeft Ruiter nog een maand de tijd op Hoofdwerk en Rugwerk op te leveren. Een opdracht voor Borstwerk en Pedaal is dan ook niet aan de orde.
Op 30 juli vraagt de kerkvoogdij aan de HOC advies omtrent een binnen gekomen rekening van Ruiter.
 1. f 2.750,- Schoonmaken en herstellen orgelonderdelen in de kerk opgeslagen
 3. f 2.550,- Aanbrengen Nolte's sleepladenconstructie in windladen Hoofdwerk en Rugwerk
 11. f 1.875,- Opstellen Rugwerk
 12. f 2.775,- Nieuwe mechaniek tussen speeltafel en windladen
 13. f 1.800,- In de was zetten van de orgelkassen
Notitie van Erné dat Ruiter de "euvele moed" had om op 27 juli een factuur te sturen.
Op 31 juli bericht de HOC aan Ruiter dat ze de kerkvoogdij hebben geadviseerd de nota niet te betalen.
Op 31 juli schrijft Ruiter aan de HOC dat het werk door de verbouwerkzaamheden van de galerij pas konden starten op 9 december inplaats van, zoals afgesproken, op 1 oktober. Er is toen op verzoek van de kerkvoogden om de rugwerkkas op te stellen met frontpijpen. Dit was net voor Kerst gereed. Door het late beginnen in Meppel kwamen werden andere werkzzmheden opgepakt, waardoor we vanaf 9 december niet alle tijd aan Meppel konden besteden. Ook was er sprake van ziekte van speeltafelmaker en de vrouw van Ruiter, die de administratie voert. De ziektegevallen bewijst Ruiter door het tonen van de betalingen van het GAK (Gemeentelijk Administratie Kantoor). Ruiter heeft tot nu toe f 25.000,- besteedt aan werkzaamheden voor het orgel. Ruiter stuurt nu aparte rekeningen per post uit de offerte zodat die onderdelen betaald kunnen worden die HOC beschouwd als gereed.
Op 18 augustus schrijft Ruiter een aanvullende brief op zijn brief van 31 juli. Hij excuseert zich voor het feit dat het wijzigen van de volgorde van werkzaamheden niet is doorgegeven. Ook speelde een rol dat de klavieren maanden later werden geleverd dan afgesproken.
De genoemde termijn van 1 maand om het werk af te maken is een onmogelijke eis. Ruiter probeert rugwerk en hoofdwerk op 1 oktober bespeelbaar te krijgen. Het lofwerk van de kassen kan pas worden begonnen als de rijksarchitect gegevens levert. Ook heeft hij nog goedkeuring nodig voor de Dulviaan 16' qua mensurering. Hij levert een tekening van de registerknoppen en wil weten hoe de naamplaatjes er moeten uitzien.
Op 28 augustus schrijft de HOC aan kerkvoogdij en Oussoren over de voortgang van de restauratie. De HOC adviseert om een voorschot f 7.500,- te betalen. De nota's zelf zijn door de HOC nog niet gecontroleerd. Het schetsje van de registerknoppen is doorgezonden naar Edskes ter beoordeling. Aan Ruiter wordt de ontvangst van zijn brieven van 31 juli en 18 augustus bevestigd. Men is het eens met Ruiter over de latere aanvang van de werkzaamheden. Dit is buiten zijn schuld. Hij had echter andere werkzaamheden aan het orgel kunnen oppakken. Ook is men niet gelukkig met de term "bespeelbaar maken" in plaats van bv. opleveren. Bij het bespeelbaar maken van het Rugwerk is Ruiter teveel zijn eigen gang gegaan, zonder dit goed te overleggen met de HOC. Ook gaat Ruiter niet in op de opmerking van de HOV omtrent de intonatie van het Rugwerk. Ruiter dient de HOC beter op de hoogte te houden van het gereedkomen van werkzaamheden uit het contract, zodat de HOC op tijd kan controleren of werkzaamheden goed zijn uitgevoerd en er gefactureerd kan worden. In de 2e helft van september is de HOC van plan een vergadering te beleggen met alle belanghebbenden.
Op 7 september wordt aan kerkvoogdij en Ruiter gemeld dat de vergadering zal plaatsvinden op 28 september in Meppel.
Op 14 september wordt het schetsje van Ruiter van de registerknoppen goedgekeurd.
Op 18 september bericht de HOC dat de volgende personen op de vergadering van 28 september aanwezig: Erné, Hülsman, De Waard (secretaris HOC), Ruiter schuift om 11:00 uur aan.
Op 30 september doet de HOC verslag van het overleg op 28 september te Meppel. Op basis van deze vergadering gaat een brief naar  Ruiter, waarin het volgende wordt afgesproken:
 - Op 2 november zijn het hoofdwerk en het rugwerk gereed voor de keuring. Die dag zullen Erné en Hülsman het orgel keuren in aanwezigheid van dhr. Edskes.
 - Er wordt een voorbehoud gemaakt voor de Dulciaan 16'. Deze dient nog te worden overlegd met Erné en Edskes en daarna op tijd besteld te worden bij Giesecke.
 - Diezelfde dag vindt er 's middags overleg plaats met de kerkvoogdij omtrent  het resultaat van de keuring.
 - De kerkvoogdij kan dan op grond van het resultaat de opdracht verstrekken tot de bouw van het Borstwerk en het Pedaal.
Op 2 oktober schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat ze in de vorige brief vergeten waren te melden dat het door Ruiter tot nu toe verrichtte werk er zeer verzorgd uit ziet.
Op 22 oktober stuurt de kerkvoogdij een nota d.d. 26/9 voor punt 10 (windvoorziening) van f 3.850,- van Ruiter door aan de HOC ter controle.
Op 26 oktober meldt de HOC aan de kerkvoogdij dat er vertraging is bij het intoneren, omdat Ruiter ziek is en niet mag reizen. Wel is hij pijpwerk aan het voorintoneren in zijn werkplaats. Al het pijpwerk staat dus nog niet op de laden. Ook is de HOC niet o de hoogte gebracht van de vertraging door de ziekte. Ruiter antwoord dat hij vanaf 29 oktober weer in Meppel zal zijn en daar dan ook zal blijven. Het zou mooi zijn als iemand van de HOC in de dagen daarna langs zou kunnen komen.
Op 30 oktober wordt door de HOC gemeld dat de keuring inderdaad op 2 november zal plaatsvinden.
Op 6 november doet de HOC verslag van de op 2 november veriichtte keuring. Het werk is technisch en artistiek zeer verantwoord met de volgende uitzonderingen:
 - Cymbel en scherp passen niet goed in het klankbeeld en dien in overleg met René en Edskes worden herzien
 - In de pijptorens zitten nu 7 pijpen vanwege de zorg van Ruiter voor de klankuitstraling. Erné en Edskes willen graag weer de oorspronkelijke 9 pijpen. Hierover wordt overleg gevoerd.
 - Boven het hoofdwerk moet nog een eikenhouten afdelling worden aangebracht.
Op grond van de keuring kunnen de volgende post uit de offerte worden voldaan: 1, 3, 11, 12, 13 met aftrek van het reeds betaalde voorschot van f 7.500,- Ook de posten 4, 8 en 9 kunnen nu worden voldaan. Open staan nu nog de posten 2, 5, 6 en 7.
Op basis van deze keuring heeft de kerkvoogdij nu aan Ruiter een voorlopige opdracht gegeven voor het Borstwerk en het pedaal. op basis van de offerte van 20 juli 1963. Deze opdracht kan pas definitief worden na de volgende aanpassingen:
 - loon- en materiaalprijswijzigingen
 - een andere leverancier zoeken dan Giesecke in verband met de te lange levertijden
 - samen met Erné een bezoek aan Stinkens brengen om goed afspraken te maken met betrekking tot levertijden en prijzen
 - na definitieve gunning bepaling van alle mensuren
 - Vormgeving naamplaatjes registers
Van belang is dat Ruiter de HOC goed op de hoogte stelt van de voortgang en mogelijke tegenslagen.
De oplevering van het Borstwerk wordt bepaald op Pasen 1965 en die van het pedaal op 1 september 1965.
Aan de kerkvoogdij wordt bevestigd dat Ruiter zijn afspraken goed is nagekomen. De opdracht voor Borstwerk en pedaal kan dus worden verleend. Geadviseerd wordt om nog geen concerten te geven, omdat het orgel nog niet gereed is. Je loopt dan risico met publicaties in de pers over deze concerten. Ook de omkering van eerst pedaal en dan borstwerk lijkt de HOC geen goed idee, omdat er dan vertragingen zouden kunnen ontstaan in de levering. Wel zouden bv. orgelvespers georganiseerd kunnen worden.
11 november mensuurtabel registers Borstwerk en Pedaal.
Op 18 november levert Ruiter aan Erné een mensuurtabel van de Dulciaan 16' van het Hoofdwerk.
Op 28 november meldt Ruiter aan de HOC dat het orgel minder ver gereed is dan afgesproken vanwege de volgende oorzaken:
 - Ziekte van de echtgenote van werknemer Smith, waardoor hij niet van huis kon
 - Ziekte van de vrouw van Ruiter, waardoor hij niet van huis kon
 - Aanvulpijpen van de Cymbel en de Scherp te laat ontvangen.
 - Bijzondere diensten in de kerk, waardoor er niet kon worden gewerkt
Ruiter verwacht volgende week weer in de kerk te kunnen werken. Aan Erné zal wordn gemeld wanneer ale werkzaamheden zijn afgewerkt.


Tabellen Scherp Rugwerk en Octaaf 2' Rugwerk
Op 22 december geeft Ruiter door aan de HOC dat hij weer is begonnen met de fijne naintonering, omdat zijn vrouw nu zover hersteld is dat hij weer van huis kan. De omstelling van de Cymbel en de Scherp is inmiddels afgerond. Erné krijgt bericht zodra alles is afgerond.

1965 (10)
Op 20 januari een brief van Ruiter aan de HOC over 9 of 7 pijpen per toren. In 1955 was hij van mening dat 9 pijpen teveel was.
Op 16 februari wordt het restauratieplan door het ministerie van OKW goedgekeurd. Er wordt een subsidie van 50% verleend op de werkzaamheden aan het Hoofdwerk en Rugwerk op basis van f 72.538. De subsidie bedraagt dus maximal f 36.269,- Voor het toevoegen van een borstwerk en een pedaal dient nog een plan te worden ingediend.
Op 26 maart brieven van de HOC naar kerkvoogdij en Ruiter voor een nieuwe bespreking op 6 april in Meppel.
Op 30 maart een brief van Ruiter over de gewijzigde prijzen voor Borstwerk en Pedaal en pedaalkas.
 oorspronkelijk nieuw
Borstwerk 18.750,- 22.350,-
Pedaal 38.540,- 46.300,-
Pedaalkas 8.000,- 9.200,-
Op dezelfde datum meldt Ruiter dat Erné en Edskes eind februari het orgel bespeeld hebben voor het controleren van de intonatie. Ruietr dacht het werk af te hebben, maar er waren nog een aantal opmerkingen:
 - De winddruk te verhogen tot 79mm. Dat is voor het hoofdwerk + 15% en voor het hoofdwerk + 10%
 - De Prestant 8' van het hoofdwerk moet worden vervangen door exemplaar met de oude onregelmatige mensuur in 40% tin. Om de kosten te drukken zou de huidge Prestant 8' kunnen worden hergebruikt in de Octaaf 8' en de Octaaf 4' van het Pedaal.
Daarna samen de werkplaats van Ruiter bezocht om het Borstwerk in aanbouw te bezien. Men was tevreden. Volgende week vaststellen van de mensuren van het borstwerk.
Omdat Ruiter al tijdens het intoneren tegenvallers had in het oude pijpwerk (kanker-gaatjes, losse kernen en naden etc.) stelt hij nu voor de extra intonatiewerkzaamheden op nacalculatiebasis te doen. Het vervangen van de Prestant kost ca. f 2.000,- Deze vrij lage prijs zou inhouden dat de huige prestant uit kostenoverwegingen niet zou hoeven te worden hergebruikt in het pedaal. Ruiter vraagt van de HOC akkord op bovenstaande werkwijze. De Dulciaan 16'is bij Stinkens in bewerking op basis van de gegevens van Edskes.
Het plan was om daar vanaf 1 maart mee aan de slag te gaan. Door ziekte van Ruiter is daar niets van terecht gekomen. Hij kan nu zijn werkzaamheden weer hervatten Wel zijn in Groningen Edskes en Ruiter de mensuren voor het Borstwerk definitief vastgesteld. Als deze pijpen binnen zijn maakt Ruiter de stevels, koppen en hangers. De borstwerk-windlade is nu zover gevorderd dat deze binnekort in Meppel kan worden ingebouwd.
Op 14 april stuurt Ruiter een bijgestelde kostenopgave aan de HOV voor het Borstwerk en het Pedaal. De bedragen blijven gelijk aan de prijzen in de tabel hierboven.
Op 21 april  wordt verslag gedaan door de HOC van de vergadering op 6 april in Meppel. Besproen werden de volgende punten: Winddrukverhoging, aantal pijpen in de fronttorens en tijdstip van oplevering.
Fronttorens: Ruiter heeft proberen aan te tonen dat 7 pijpen per toren al in een vroegtijdig stadium was afgesproken. Op grond van oude foto's kan echter worden aangetoond dat het orgel 9 pijpen per fronttoren bezat. Dit dient te worden hersteld op kosten van de orgelmaker. Ruiter gaat hiermee akkoord. Men is niet bang dat de klankuitstraling door 9 pijpen per toren bemoeilijkt zal worden.
Winddruk: De juiste winddruk is de verantwoordelijkheid van de orgelmaker. De adviseurs treden hierbij op als controlerende instantie. Deze kan pas definitief worden bepaald als het hele orgel beschikbaar is.
Oplevering: Op bais van de doorgegeven bedragen voor Borstwerk en Pedaal kan de HOC geen beslissing nemen. Ruiter dient deze bedragen te specificeren. Het al uitgevoerde werk aan het Borstwerk zag er goed uit. Er dient echter nog wel een aantal verbeteringen te worden uitgevoerd (mechanieken). Ook meldde Ruiter te laat de vertraging wegens ziekte. Hij hoopt het orgel voor Kerst te kunnen afronden, mits het pijpwerk op tijd arriveert.
Op 18 mei meldt de HOC dat de specificatie van Ruiter is ontvangen en goedbevonden op de post van f 400,- na voor een viertal proefpijpen. Deze is voor rekening van Ruiter. Aan Ruiter kan nu de definitieve opdracht worden verstrekt. Bij het ministerie van OKW wordt nu ook subsidie aangevraagd voor het Borstwerk en het Pedaal op basis van een bedrag van f 85.000,- Ook wordt toestemming gevraagd om het werk door Ruiter te laten uitvoeren.
Op 14 juni geeft de kerkvoogdij aan de HOC door dat er aan Ruiter opdracht kan worden gegeven voor het maken van het Borstwerk en het Pedaal.
Op 15 juni geeft de HOC Ruiter de opdracht.
Op 18 juni meldt Nico Verrips aan de HOC dat hij via de kerkvoogdij Ruiter opdracht heeft gegeven de doorspraak in het rugwerk en hangers in het pedaal te repareren. Hopelijk heeft dat geen geveolgen voor de planning van de verdere restauratie. Hij vraagt hoe het er voor staat met het Borstwerk.
Op 22 juni schrijft de HOC aan de kerkvoogdij of deze opdracht niet indruist tegen de gemaakte afspraken. Ze willen uitstellen tot juli.
Op 22 juni een brief van Ruiter aan de HOC. Hij bevestigt de ontvangst van de definitieve opdracht. Het technische gedeelte van het orgel is dit jaar gereed. Het klinkende gedeelte is afhankelijk van de tijdige levering van het pijpwerk door Stinkens. Omdat het nog een tijd duurt voordat het hoofdwerk geheel gereed is wil Ruiter kraag een extra termin van f9.200,- ontvangen voor het pedaal.  De intonatie van het Hoofdwerk kan pas geheel worden afgerond als het hoofdwerkfront geheel gereed is.
Via een andere brief op 22 juni meldt Ruiter aan de HOC dat hij weer ziek is. Hij heeft daarom vervroegd vakantie genomen, maar moets weer terug komen omdat het daar alleen erger werd.
Op 25 juni geeft de HOC deze vertraging door aan de kerkvoogdij.
Op 5 juli schrijft mevr. Ruiter aan de HOC dat haar man in het ziekenhuis is opgenomen voor een niersteen operatie.
Op 6 juli heeft de HOC de ziekte van Ruiter door aan de kerkvoogdij.
Op 16 juli stuurt Stinkens een rekening naar Ruiter voor het labiale pijpwerk van het borstwerk van f 2.298,-
Op 2 augustus een interne notie van Erné. De kerkvoogdij van Meppel heeft gebeld dat bij het aanzetten van de motor enekele registers gingen "praten" en er waren "pipe-geluiden". Erné heeft mevr. Ruiter gebeld, die al aardig opknapt. Deze zal zorgen dat een medewerker naar Meppel gaat om het probleem te verhelpen. Ruiter zelf is weer thuis, maar mag nog niet werken.
Op 4 augustus een brief  van mevr. Ruiter aan de HOC met de voortgang van het Borstwerk.
 - Het prijpwerk van Stinkens is gearriveerd.
 - De borstwerklade met mechaniek is in het orgel gemonteerd.
 - De Dulciaan 16' voor het hoofdwerk is nog niet binnen.
 - De pedaallade is in bewerking
 - De pedaalkas is spetember gereed en kan in de kerk worden geplaatst
 - Het pijpwerk voor het hoofdwerkfront zal half september gereed zijn.
 - Mense Ruiter kanpt op, maar mag nog niet werken.
 - Kan de factuur van Stinkens ter betaling worden doorgestuurd naar de kerkvoogdij?
Op 3 september weer een brief van mevr. Ruiter. Hij kreeg op 8 augustus een infectie. Inmiddels kanpt hij weer wat op, maar komt deze maand nog niet aan werken toe.
Er wordt deze maand overlegd omtrent de mensuren van het pijpwerk van het pedaal met Edskes. De pedaalkas kan zeer waarschijnlijk half september in de kerk worden geplaatst. Ook de pedaallade vordert goed. De Dulciaan 16' is deze week in Groningen aangekomen.
Op 10 september schrijft de kerkvoogdij aan organist Nico Verrips dat de contacten met Ruiter dienen te verlopen via de kerkvoogdij en de HOC.
Op 27 september weer een voortgangsverslag van mevr. Ruiter. Ruiter kan nog steeds net werken. Misschien lukt dit half oktober.
De nieuwe frontpijpen van het hoofdwerk zijn geplaatst. Ook de pedaalkas is geplaatst. De windlade van het Pedaal is vergaand gereed en door Edskes enkele weken terug bekeken. De lepels voor de Regaal 8' van het Borstwerk zijn in bewerking. Het labiale pijpwerk voor het borstwerk is voorgeďntoneerd. De rekening van de termijn van f 9.200,- voor de pedaalkas is meeverstuurd.
Op 28 september een interne notie van de HOC. Moeten de brieven van mevr. Ruiter en de rekeningen van Ruiter en Stinkens nu worden doorgestuurd naar de kerkvoogdij?
Op een memobriefje van 28 september een nodkreet van de secretaris van de HOC of hij nu eindelijk alle informatie van Ruiter en Stinkens kan doosturen naar de kerkvoogdij. Krijgt hij geen antwoord dan zend hij "de hele santekraam" nar de kerkvoogdij.
Op 30 september een brief van Ruiter aan de HOC wanneer de factuur van Stinkens voor het pijpwerk van het Borstwerk nu wordt betaald.
Op 26 oktober een brief van de HOC aan de kerkvoogdij met daarin de informatie uit de brieven van mevr. Ruiter of de ziekte van haar man. Erné heeft inmiddels de werkplaats in Groningen bezocht. De pedaallade vergaand gereed en kan binnen enekele naar de kerk worden overgebracht. Het labiale pijpwerk voor het pedaal is besteld. Over de tongwerken dient nog overlge plaats te vinden.
Bij zijn bezoek aan de kerk bleek het volgende:
 - Nieuw frontpijpwerk (ongeďntoneerd) voor het hoofdwerk
 - Borstwerk aangesloten op Manuaal III. Pijpwerk nog niet geďnoneerd.
 - Pedaalkas met loopplank en steunen tussen Hofdwerkkas en pedaalkas.
De termijnrekening van f 9.200,- voor de pedaalkas kan worden betaald. De rekening van Stinkens kan rechtstreeks aan Stinkens betaald worden.
Op 27 oktober meldt Ruiter dat de pedaalwindlade inclusief mechaniek, registratuur, balg naar de kerk is overgebracht. De montage is in gang. Het labial pijpwerk voor het pedaal wordt nu gemaakt bij Stinkens. De Vox Human is in bouw bij Ruiter. Ruiter kan zelf weer halve dagen werken. Als de Dulciaan 16' en de Vox Humana in het orgel zijn geplaatst graag een overleg met de HOC over de intonatie.

1966 (10)
Op 28 januari schijft Ruiter aan de HOC dat het labiale pijpwerk op 15 februari in de kerk zal arriveren. De Dulciaan 16' is inmiddels voorgeďntoneerd en zal dan ook worden gemonteerd. Ook zijn dan tongwerkproefpijpen gereed en kunnen dan worden uitgeprobeerd.
Op 1 april schrijft Ruiter aan de HOC dat het pijpwerk nog steeds niet door Stinekns is geleverd. De planning is nu 15 april. Ook bij Stinkens blijkt er achterstand te zijn zijn door ziekte bij het personeel.
Op 2 april vraagt Ruiter aan Erné of hij zijn invloed bij Stinkens wil aanwenden om levering op tijd te laten plaatsvinden.
Op 22 april een interne notitie van de secretaris van de HOC dat hij advies van Erné wil hebben over een rappel van de kerkvoogdj van Meppel.
Op 6 mei een brief van de HOC aan de kerkvoogdij als antwoord op hun vragen omtrent de voortgang de stand van zaken op basis van de brieven van Ruiter. Erné is op 7 april in de kerk geweest, maar heeft nog geen verslag gemaakt. Het labiale pijpwerk is inmiddels door Stinkens geleverd en in de kerk gearriveerd.
Op 12 mei stuurt Ruiter de factuur van f 9.329,- van Stinkens voor het pedaalpijpwerk naar de HOC ter fiattering.
Op 1 juni meldt Ruiter dat er deze week niet in Meppel wordt gewerkt, maar met 3 man in de werkplaats, omdat dat daar efficienter gewerkt kan worden. Vanaf 6 juni wordt er weer met 2 man in de kerk gewerkt, die ook in Meppel logeren. De 3e man werkt in de werkplaats aan de pedaalmixtuur.
Op 23 juni schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat Erné en Edskes op 14 juni in Meppel waren om de intonatie van het hoofdwerk door te nemen. Nu is Ruiter 14 dagen met vakantie en daarna zal hij het hoofdwerk gaan intoneren. Dit zal eind augustus gereed zijn en beoordeeld kunnen worden. Verder is hij bezig met proeven voor de tongwerken. Verwacht wordt dat het orgel eind dit jaar geheel gereed zal zijn. De nota van f 9.329,- voor het pedaalpijpwerk kan worden voldaan.
Op 21 juli schrijft het ministerie van OKW dat er een subsidie is toegekend voor de reconstructie van het Borstwerk op basis van f 23.468,- De bouw van het pedaal is niet subsidiabel, maar wordt wel toegestaan.
Op 20 september schrijft Ruiter aan Erné dat hij 10 pijpen van de zijtorens naar Stinkens heeft gestuurd voor nieuwe bovenlabia en een nieuw dikker corps. De pijpen zijn weer terug en moeten worden afgewerkt. In de werkplaats zijn de tongen van 16' en 8' van het Pedaal in de koppen gepast. Deze gaan deze week naar de kerk. Wanneer kunt U langs komen?
Op 29 september schrijft Ruiter aan de HOC dat hij wegens griep deze week niet heeft kunnen werken. Hij is echter weer hersteld.
Erné en Edskes waren vanochtend op bezoek in Meppel. Hij werd er toen op gewezen dat hij de loonstijgingen nog had moeten doorgeven. Hij doet dat in deze brief.
Op 30 september schrijft de HOC dat ze eind oktober weer een vergadering willen beleggen met HOC, Orgelmaker en kerkvoogdij.
Op 7 oktober worrdt de datum vastgelegd op 24 oktober met als deelnemers: Edskes, Erné, Hülsmann, Moll, Ruiter.
Op 27 oktober een verslag van de vergadering op 24 oktober. Er was vertraging wegens ziekte, maar de werkzaamheden lopen nu goed. Er wordt met 2 man aan de intonatie gewerkt. De prestanten van Hoofdwerk en Rugwerkzijn gereed. De Cymbel Scherp hebben te weinig grondtoon en moeten worden herzien. Nu bezig met de fluiten. Met de tongwerken worden nog proeven gedaan.
Alle benodigde technische onderdelen zijn nu in de kerk aanwezig. Hierover zijn Erné en Edskes zeer tevreden.
Er is geen kans dat het orgel met Kerst wordt opgeleverd. Hoofdwerk en Rugwerk zijn dan grotendeels gereed en misschien een klein deel van Borstwerk en Pedaal. Forceren heeft geen zin, dat veroorzaakt alleen dat dingen later weer moeten worden verbeterd.
Het labiale pijpswerk zal 1 februari 1967 gereed zijn. Er lopen nog proeven met de tongwerken, maar verwacht wordt dat een opdracht tot het maken van deze pijpen over ca. 14 dagen gegeven kan worden. Levering van de tongwerken in februari 1967. Erné zal dit nauwlettend in de gaten houden. 1 maart wordt de keuring van het hele instrument verwacht. Met Pasen is er dus een volledig orgel. Ruiter zal op 1 december, 1 januari en 1 februari een voortgangsverslag maken.
Op 30 november levert Ruiter zijn voortgangverslag:
 - Er is voortdurend met 1 ŕ 2 man aan het orgel gewerkt.
 - De Octaaf 2' en de Quint 1 1 /3' zijn klaar
 - De Scherp van het Rugwerk is herzien en beoordeeld door Erné, Edskes en Hülsmann
 - De Cymbel was nog niet helemaal goed. Daar wordt nog aan gewerkt.
 - Een gedelte van de Fluit 4  is ook geďntoneerd
 - De pedaaltongwerken zijn beoordeeld. De bekers kunnen nu besteld worden.

1967 (10)
Op 4 januari stuurt Ruiter weer een voortgangsverslag.
 - Cymbel van het Hoofdwerk is bijna klaar
 - Fluit4', Fluit 2'en Quint 3' van het Rugwerk onderhanden.
 - Gedekt 8', Fluit 4'en Quint 3' van het Hoofdwerk bijna klaar
 - Bij het Borstwerk gestart met Holpijp 8', Fluit 4' en Octaaf 2'
 - De maten van de tongwerken zijn aan de pijpenmakers doorgegeven.
 - Week niet gewerkt wegens griep
Op 12 januari meldt Ruiter dat hij weer is hersteld en aan het werk.
Op 6 februari een voortgangsverslag:
 - voornamelijk geďntoneerd aan de labialen van het Borstwerk
 - De Octaaf 4 en de Gedekt 8' van het Pedaal zijn bijna geďntoneerd
 - Volgens Edskes komt Erné binnenkort langs. Ruiter zou graag van hem horen wat hij er van vindt.
 - Vanwege zijn ziekte loopt hij iets achter
 - De bekers van de tongwerken komen volgens Stinkens midden februari
Op 10 februari een brief van de HOC naar de kerkvoogdij. Het labiaalpijpwerk van de manualen is deze week gereed gekomen. Ruiter is bezig met het pedaal. De tongwerken van het pedaal zijn over 14 dagen aanwezig. Ruiter loopt op dit moment 22 dagen achter op schema. Datgene wat gereed is, is van goed niveau.
Op 5 maart stuurt Ruiter een voortgangsverslag:
 - Van het Pedaal zijn de Prestant 16', Prestant 8'en de Gedekt 8' klaar
 - Het wordt gewerkt aan de Mixtuur van het Pedaal en de Scherp van het Borstwerk.
 - De tongwerkberkers zijn verlaat en arriveren volgens Stinkens deze week.Deze week komen de tongwerken
Op 15 maart een verslag van het bezoek dat Edskes en Hülsmann op 8 maart aan het het orgel brachten. Ruiter krijgt de labialen gereed voor de afgesproken datum. De tongwerken komen deze week, Het intoneren kost een week per register. Het orhel zal dus niet voor PInksteren gereed zijn. Niemand heeft tot nu toe goed vat op Ruiter gekregen, maar wat gereed is, is fraai.
Op 5 april stuurt Ruiter de rekening van Stinkens van f 4.000,- van 8 maart voor de 4 tongwerken (Bazuin 16', Trompet 8', Trompet 4', Cornet 2' van het pedaal door naar de HOC.
Op 6 april weer een voortgangsverslag van Ruiter:
 - De labiaalstemmen zijn praktisch klaar. Alles nog een keer nalopen en rein stemmen
 - Tongewerkbekers zijn op 10 maart aangekomen
 - Aanmaak van de hangers voor de tongwerkbekers vordert goed. Door een fout van een werknemer een paar dagen verloren. De stevels zijn op de stokken gemonteerd. Bazuin 16' en Trompet 8' worden volgende week in het orgel geplaatst
 - De andere tongwerken duren wat langer omdat een werknemer is vertrokken nadat ik hem aanwijzingen gaf hoe wat sneller te werken
 - We werken in ploegen. Werknemers overdag en ik 's nachts.
 - Deze week zelf niet kunnen werken wegens griep. Ga donderdag of vrijdag weer naar Meppel
Op 25 april een brief van de HOC aan de kerkvoogdij.  De nota van Stinkens van f 4.000,- voor de tongwerken van het pedaal kan worden betaald. Erné geeft de volgende stand van zaken:
 - De Vox Humana van het Borstwerk staat op de lade. Ruiter is begonnen met de intonatie
 - De andere tongwerken komen op 24 april naar de kerk
 - Vanwege zijn fragiele gezondheid is het niet verstandig Ruiter op te jagen. Het wordt een fraai instrument
 - De labiaalstemmen van het pedaal doen het goed
Op 25 mei schrijft Ruiter dat hij die week niet heeft kunnen werken wegens zware hoofdpijn en vermoeidheid. Wel heeft zijn personeel aan het orgel gewerkt. Hij denkt volgende week weer verder te kunnen gaan met het intoneren.
Op 3 juni meldt Ruiter dat hij nog steeds niet heeft kunnen werken.
Op 8 juni schrijft Ruiter dat hij waarschijnlijk 13 juni weer aan het werk gaat.
Op 19 juni schrijft Ruiter dat hij het werk weer gaat hervatten. Van zijn arts moet hij met de trein reizen en gewone werkdagen maken.
Op 18 augustus schrijft Ruiter dat er deze week net aan het orgel is gewerkt. Ruiter zelf moest zich met de werkplaats bemoeien en Weesjes liep vast met het vergulden van de frontpijpen. Volgende week gaat Weesjes weer verder met het vergulden van de frontpijpen en Smith met het stemmen van de labialen. Woendag hoop ik weer verder te gaan met de tongwerken. De Dulciaan 16' is gemonteerd  en de discant aan het spreken gebracht. Er zijn membranen aangebracht op de Dulciaan 8', zodat makkelijker te bewerken is. Dit geldt ook voor de Vox Humana.
Op 29 september schrijft de HOC aan Ruiter vanwege vragen over de voortgang vanuit de kerkvoogdij. Erné heeft gesproken met Ruiter en daaruit kwam dat het orgel voor Kerst gereed zou kunnen zijn.
Op 13 oktober zegt Ruiter in een brief dat de gevraagde stukken voor het Hoofd- en Rugwerk naar de HOC zijn gestuurd. De logiesnota is met f 264,90 verlaagd en op f 1819,- gekomen. Deze nota wordt tegelijkertijd ingediend met die voor het Borstwerk.
Op 11 oktober dient de Ruiter een aantal nota's met achterliggende specificaties in voor een totaalbedrag van f 22.901,45. Dit betreft de volgende punten:
omschrijving kosten
2. offerte verbetering windladen Hoofdwerk en Rugwerk f 1.823,50
7. offerte Wijzigingen hoofwerk- en rugwerkkas f 3.283,90
  Bouwkundige voorzieningen f 1.529,00
  Wijziging front f 3.755,65
  Wijziging Cymbel en Scherp f 1.208,40
5. offerte Dulciaan 16' f 2.700,00
6. offerte Intonatie Hoofdwerk f 1.800,00
  Kosten loonstijgingen f 4.982,00
  Logieskosten f 1.819,00
    ------------
  Totaal f 22.901,45

Deze nota's worden op 7 november door de HOC aan de kerkvoogdij doorgestuurd. Erné heeft de nota's gecontroleerd en in orde bevonden.
In de begeleidende brief legt Ruiter uit waarom de beloofde termijnen van Hoofdwerk (april 1964) en Rugwerk (1 juli 1964) zover overschreden zijn.
 - De eerste vertraging was het veel langer duren van de kerkrestauratie. Hierdoor kon men pas starten in januari 1964
 - Zijn goede houtbewerker is enkele maanden ziek geweest, daarna halve dagen werken en tenslotte ander werk gezocht
 - Ziekte van personeel en hemzelf

Op 13 december schrijft Ruiter dat het orgel geheel gereed is. Ruiter gaat er van uit dat ook dat Erné en Edskes zeer verheugd zullen zijn. Bijgaand rekeningen en specificaties. Borstwerk en Pedaal kunnen nu in rekening gebracht worden.
Op 22 december stuurt de HOC de rekeningen ten bedrage van f 59.117,- door naar de kerkvoogdij.
Bouw pedaal f 32.571,00
Bouw Borstwerk f 20.052,00
Loonkostenstijgingen f 1.161,75
Loonkostenstijgingen  3.351,24
Logieskosten f 1.981,00
-----------
Totaal f 59.117,00

De nota's zijn door Erné grondig gecontroleerd en akkoord bevonden. De loonkostenstijging van 1967 zijn niet in rekening gebracht. De nota's kunnen worden betaald.

1968 (10)

Op 3 januari bedankt de HOC de kerkvoogdij voor de uitnodiging voor de ingebruikname op vrijdag 5 januari. Lambert Erné zal het orgel presenteren. Ook secretaris S.C. de Waard, voorzitter J. Moll en adviseur Hülsmann zullen aanwezig zijn.
Op 22 januari bepaalt de HOC de vergoeding voor Lambert Erné voor zijn advieswerk voor de fases Borstwerk en Pedaal. Hij krijgt een vergoeding van 4% van de bouwkosten f 83.563,-van deze fase is f 3.342,52
Op 26 januari stuurt de HOC het keuringsrapport naar Ruiter. Gememoreerd de moeizame voortgang van de werkzaamheden, maar men is zeer tevreden over het uiteindelijke bereikte resultaat.
In het keuringsrapport staat dat het orgel kan worden gerekend tot de belangrijkste orgels in het noorden van Nederland. De samenwerking tussen orgelmaker en zijn werknemers en adviseurs heeft geleid tot een instrument  dat "enerzijds in zijn totaalklank, anderzijds bij gedifferentieerde regstraties, een imponerend plenum en kleurrijke mogelijkheden biedt".
Het nieuwe Pedaal sluit ook aan bij het oude werk en vergroot de mogelijkheden van het orgel aanzienlijk. Dit geldt ook voor het Borstwerk. Techniek is goed afgewerkt. Er is een goede speelaard. Goede windverzorging en de kassen zijn goed afgewerkt.
Het orgel is goedgekeurd met de gelukwensen van de commissie.
Op 8 februari dankt Ruiter voor het keuringsrapport. Hij heeft veel geleerd van de samenwerking met Erné en Edskes. De secretaris van de HOC zal blij zijn dat alle correspondentie rond dit orgel kan worden opgeborgen in het archief. De brief van Ruiter wordt doorgestuurd naar de kerkvoogdij.
Op 25 maart antwoord van de kerkvoogdij aan de HOC. Ze zijn blij dat er eindelijke een streep kan worden gezet onder de orgelrestauratie en bedanken de HOC voor de vasthoudendheid en deskindigheid waarmee de restauratie werd begeleid.
Op 29 maart antwoord van de HOC. Ze zijn blij met de inhoud van de brief van de kerkvoogdij. De dank is wederzijds.


Nieuwsblad van het Noorden 06-01-1968

Dispositie: Kamp (K), F.C. Schnitger (S), Ruiter (R)

Hoofdwerk   Rugpositief   Borstwerk   Pedaal  
Prestant (R) 8' Holpijp (K) 8' Gedekt (R) 8' Prestant (R) 16'
Holpijp (K) 8' Prestant (R) 4' Gedekte fluit (R) 4' Octaaf (R) 8'
Quintadeen (K) 8' Open fluit (K) 4' Octaaf (R) 2' Gedekt (R) 8'
Octaaf (K) 4' Fluit Quint (K) 2 2/3' Fluit Quint (R) 1 1/3' Octaaf (R) 4'
Open fluit (K) 4' Octaaf (K,R) 2' Sifflet (R) 1' Mixtuur (R) VI
Nasard (S) 2 2/3' Woudfluit (K) 2' Scherp (R) III Bazuin (R) 16'
Octaaf (K) 2' Quint (R) 1 1/3' Vox Humana (R) 8' Trompet (R) 8'
Ruispijp (K) II Sesquialter (K,R) II     Cornet (R) 4'
Mixtuur (K) III Scherp (R) IV     Trompet (R) 2'
Cimbel (R) VI Dulciaan (S) 8'        
Dulciaan (R) 16'            
Trompet (K,S) 8'            


Foto (03)

1969: Toekenning subsidie

Meppeler Courant 1969-03-07

1971: Eerste orgelconcours voor amateurs

Nieuwsblad van het Noorden 27-09-1971

1972: Grammofoonplaat opname van de 6 triosonates van JS Bach door de bekende organist Daniel Chorzempa

Meppeler Courant 1972-06-09

1973: 250-jarig bestaan van het orgel en 2e amateur-orgelconcours

Nieuwsblad van het Noorden 25-08-1973, Tubantia 21-07-1973


Nieuwsblad van het Noorden 24-09-1973


1973: Recensie van een LP-box, die Daniël Chorzempa maakte van de triosonates van Bach.

Nieuwsblad van het Noorden 15-10-1973 en Tubantia 02-11-1973 (klik op de rechter afbeelding voor een vergroting

1989: Herintonatie door Flentrop. Deze herintonatie had vnl. betrekking op de tongwerken.

1991: Ewald Kooiman neemt ook de triosonates van Bach op in Meppel

Nederlands dagblad 23-11-1991

1992: CD Drentse Orgels door Erwin Wiersinga

Leeuwarder courant 10-07-1992



Reformatorisch Dagblad, 24 september 1993, p. 25

2007: Naast het orgel werden aan de linkerkant van het orgel (vanuit de kerk gezien) door Flentrop twee nieuwe spaanbalgen geplaatst.

2014: Orgelmakerij Reil B.V. voert groot onderhoud aan het orgel uit.
Het contract met een beschrijving van de uit te voeren werkzaamheden en een aantal stelposten werd op 18 maart 2013 afgesloten. Zie blz. 01, 02, 03, 04, 05, 06, 07, 08 en 09. (07)
Korte samenvatting uitgevoerde werkzaamheden:

Daarnaast is er historisch onderzoek gedaan door Rudi van Straten (adviseur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) en de orgelbouwer zelf. (02)
Dit resulteerde o.a. in een rapport waarin de inscripties van het pijpwerk werden geanalyseerd. Zie blz. 01, 02, 03, 04, 05 en 06. (07)

Het orgel is op zaterdag 7 juni 2014 gepresenteerd met een concert door de cantor-organist van de kerk, Mannes Hofsink. (04)




Meppeler Courant 2014-05-02 en 2014-06-04

2016
: Cd door Mannes Hofsink op het label Tulip records

Opnamen:

Label

Nr.

CDLP

Jaar

Solist

Programma

PhilipsPhilips 6768177 LP 1972 Daniel Chorzempa Johann Sebastian Bach 6 triosonates
VLS VLC1091 CD 1991 Erwin Wiersinga Drentse Orgels I; Werkenan J.S. Bach,van J.S. Bach, Böhm, Walther, Walther
Stemra Merlijn AV cat.nr. 001 CD 1991 Nico Verrips Werkenanvan Kitte, Bach, Buxtehude,, Bach, Buxtehude,, Bach, Buxtehude, Reger,, Jongen, Rheinberger, Karg-Elert, Kee, Langlais en Verrips
BIEM? 113536Y LP 1970? Nico Verrips, Hervormd Jeugkoor Meppel. Marjan Doorn Werken van Bach, Buxtehude. Koorwerken van Jan Mul, Armin Knab, Albert de Klerk, Walther Henning, P.H. Erlebach, Verrips, Francesco Zagetti
Coronata COR 1313 CD 199x Ewald Kooiman J.S. Bach Orgelwerk (2) Sonate nr. 1 es dur, BWV 525, Fantasie c mol, BWV 562, sonate nr.2, c mol, BWV 526, Fantasie en fuga c mol, BWV 537,  sonate nr. 3, d mol, BWV 527, fantasie c mol, Anhang 205/Anh. II 45 en fantasie c dur, BWV 570
Tulip records   CD 2016 Mannes Hofsink  

 

Literatuur: 

Schrijver Boek of tijdschrift Omschrijving 
Jan Jongepier Het orgel 1990/07  Orgel van Meppel door herintonatie herboren
KNOV Het orgel 1965/01  Orgelbouwnieuws
Nico Verrips Het orgel in de grote kerk van Meppel  
Maarten Seybel De klankschoonheid der Drentse orgels Meppel Herv. Grote kerk
 Nivo Nederlandse orgelencyclopedie deel 2  
Victor Timmerren Ton van Ecken Ton van Eck Abraham ziennenen andere artikelennover hetover het orgel tgv. De 50ste. De 50ste verjaardaaggvan Gerardvan Gerard Verloop Voorburgg19851985 W.D. van der Kleij: Arp: Arp Schnitgerren heten het orgellin dein de NederlandssHervormdeHervormde kerk te Meppel.. blz. 53-67. 53-67
     

 

Bronvermelding:

  1. E-mail d.d. 24-06-2010 door Victor Timmer
  2. E-Mail door Roelof Kooiker d.d. 6 maart 2014 en website orgelmaker Reil
  3. www: http://reliwiki.nl/index.php?title=Meppel,_Hoofdstraat_52_-_Grote-_of_Mariakerk
  4. Mail van Mannes Hofsink d.d. 3 oktober 2014
  5. Mails van Frits Kaan en Lammy Sonbeek in mei 2015
  6. E-Mail d.d. 15 september 2015 van Henny Wullink te Zwolle
  7. Archief Reil
  8. Mail d.d. 13-02-2020 door Peeke de Vries
  9. Drents Archief - 0115 Gemeentearchief Meppel 2.2.14.3.4. St. Marie-altaar 1127 Akte van toestemming van Evert van Crale
  10. Archief Lambert Erné - Universiteit Utrecht
  11. E-Mail Marjan Doorn d.d. 22-12-2020
  12. Archief Jaap Brouwer


De organisten
Wie er organist geweest is in de Kapel in 1516 is ons niet bekend, wel weten we dat er een orgel aanwezig was en dat dit instrument elke zaterdag tijdens de vroegmis ter ere van de heilige maagd Maria werd bespeeld.

Willem Leemcuyl
Voor de bouw van het huidige orgel was een zekere Willem Leemcuyl organist in de Mariakerk in Meppel. Wij vinden zijn naam vermeld in de archieven wanneer de financiën weer kunnen worden geregeld na de oorlogshandelingen van bisschop Bernard van Galen. De schulden zijn weer betaald en dan komt ook de organist weer in aanmerking voor uitbetaling van zijn honorarium, zijnde f266,- voor 3 jaar en 3 maanden trouwe dienst.

Luicis Muijselaar
Tijdens de bouw van het 'bequaeme orghel' werd tot organist benoemd Luicas Muijselaar. Uit de correspondentie van de kerkvoogdij en de orgelmaker Kamp kunnen we opmaken dat deze organist menig goed woordje voor de orgelmaker heeft moeten doen bij kerkmeesters en volmachten van de stad Meppelt. Of Muijselaar zeer lang organist in Meppel is geweest is niet bekend.

Johannes Prins
In Zutphen staat vermeld dat deze organist Prins in Kampen was in 1798, in Meppel in 1800, in Tiel in 1802 en in Zutphen in 1805. Een zeer respectabele dienst in een zo korte tijd.

? Gritters
Als in 1812 de kerkvoogdij twee jaren organistentractement uitbetaalt aan de weduwe Gritters (over 1810 en 1811) dan kunnen we daaruit afleiden dat Prins, (slechts twee jaar in Meppel werkzaam) is opgevolgd (naar alle waarschijnlijkheid) door Gritters.

Hendrik Nijenbardering (1813-1819)
In 1813 betaalt de kerkvoogdij aan meester Nijenbardering een bedrag van f52,- omdat hij 36 weken als voorzanger en 14 weken als organist heeft gefungeerd. Deze schoolmeester-organist is in 1818 of 1819 overleden want de weduwe Nijenbardering ontvangt nog 10 maanden salaris zijnde f 50,~, in 1819.

Willem Koning (1819?-1847)
Schoolmeester-organist Hendrik Nijenbardering, ook wel Baandering genoemd, wordt opgevolgd door Willem Koning.
Koning maakt een rapport over de toestand van het orgel, gedateerd 30-7-1839 waarin de mankementen aan het orgel worden genoemd.

1847: J.H. Bekker (1847-1851)
Volgens een bericht uit "het Orgel" van 1907-januari benoemd tot organist in Meppel. Hij werd later bekend als muziekdireceur van de Harmonie in Groningen. Hij vertrok vanuit Meppel naar Gouda en ging in 1867 naar Groningen.


Drentsche courant 25-03-1851, 28-03-1851


Provinciale Drentsche en Asser courant 09-01-1896


Het Orgel 1907-januari


Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland, 1907 [volgno 1] 01-01-1907 blz. 38

Christian Friedrich Zillinger (ook genoemd: Christiaan Fredrik) ( 1851-1886)

Zillinger werd geboren op 26 maart 1826 te Doesburg. Zijn ouders waren Johan Andreas Zillinger en Hendrika de Rijk. Zijn vader was stadsmusicus te Doesburg (organist van de Grote- of Martinikerk en klokkenist of beiaardier). (06)
Zillinger wordt benoemd tot organist van de Mariakerk door kerkvoogdij en stadsbestuur. Het was in die tijd gebruikelijk dat de organist door zowel kerk als stadsbestuur werd aangesteld hetgeen, vooral voor de kerkelijke gemeente, financiële gevolgen had. Na 35 jaar dienst vraagt Zillinger ontslag aan de kerkvoogdij. In een vergadering (13 februari 1886) wordt hem dit verleend, terwijl tevens over de opvolging wordt gesproken. De president kerkvoogd zou, samen met de secretaris met de burgerlijke overheid gaan praten om opnieuw samen een organist te benoemen. Zowel kerkvoogdij als gemeente zouden elk f150,- per jaar betalen aan de organist-muziekmeester. In een volgende vergadering wordt besloten het salaris van de organist te brengen op f200,-, thans alleen voor rekening van de kerkvoogdij. De burgerlijke overheid heeft zich onttrokken aan de jarenlange traditie samen een organist te benoemen. Op 4 april 1886 zijn er verschillende sollicitaties binnengekomen waaruit een zevental wordt opgeroepen voor het afleggen van een vergelijkend examen dat gehouden zal worden op woensdag 7 april, tussen één en vijf uur.
Examinator: C. F. Zillinger.
10 April brengt Zillinger verslag uit. Er is een drietal kandidaten waaruit de kerkvoogden kunnen kiezen, t.w. P. J. Sonbeek uit Dedemsvaart, H. J. de Vries uit Bolsward, H. C. van Griethuizen uit Alphen aan den Rijn. Gekozen wordt P. J. Sonbeek. Tijdens deze vergadering wordt Zillinger bedankt voor zijn 35-jarig organistschap, hij wordt een kundig en stipt organist genoemd die als kunstenaar het orgel "toonen kon ontlokken die de eerbiedige stichting opwekte".


Provinciale Drentsche en Asser courant 15-01-1870, 07-04-1885, 11-04-1885


Bericht uit Het Orgel 1886-02


Provinciale Drentsche en Asser courant 11-02-1886, 05-04-1886, 13-04-1886



Provinciale Drentsche en Asser courant 28-04-1886


Bericht uit Het Orgel 1886-02




Pieter Johannes Sonbeek (1886-1919)
In 1886 benoemd tot organist van de Grote Kerk te Meppel. Op 24 november 1905 geeft Sonbeek een concert bij de inwijding van het door Proper gerestaureerde orgel. Als er een voorstel wordt ingediend door een der kerkvoogden het salaris van de organist te verhogen aangezien het in vergelijking met andere gemeenten veel te laag is, dan wordt er opgemerkt: "de handelingen van de organist zijn niet altijd in overeenstemming met de belangen van de gemeente en als hem hierop wordt gewezen is zijn antwoord een nieuwe ongepaste handeling". Hieruit kunnen we opmaken dat de verhouding kerkvoogdij-organist gespannen is. Toch wordt het salaris van de organist gebracht op f 300,-(i.p.v. f 200,-) en wordt hem voor elke trouwdienst een bedrag van f5,- uitbetaald, waarvan hij echter 50 cent moet afstaan aan de orgeltrapper. Tot 1919 is Sonbeek organist in Meppel. Zijn weduwe krijgt f 4,- pensioen per week, een vooruitstrevende daad voor die tijd. Er wordt een oproep geplaatst voor een nieuwe organist op een salaris van f 500,- per jaar. Een respectabel bedrag voor die tijd. Zeven sollicitanten die, evenals Sonbeek, de Vries en Griethuizen, zich aan een vergelijkend examen moeten onderwerpen.
Sonbeek werd geboren op 4 dec 1841 in Rotterdam en overleed op 2 feb 1919 in Meppel. HIj was getrouwd met Elisabeth Jacoba Meerburg, geboren 7 okt 1841, Zoetermeer en overleden 15 feb 1926, Meppel.


Foto verkregen via aanwijzingen van Frits Kaan en Lammy Sonbeek. (05)
Zeer vermoedelijk is de middelste persoon Pieter Johannes Sonbeek, De man naast hem is zijn zoon Jan Adrianus, die ook organist werd.



Bericht uit "Het Orgel" 1899-12 februari over 25-jarig jubileum Sonbeek als organist


Provinciale Drentsche en Asser courant 27-11-1907



Bericht uit "Het Orgel" 1911 mei over het 25-jarig jubileum in de Grote kerk te Meppel, Provinciale Drentsche en Asser courant 01-05-1911, 04-05-1911


Overlijdensbericht uit "Het Orgel" van september 1926


Hendrik Beunk (1920-1926)
Na een vergelijkend examen wordt H. Beunk uit Dokkum in 1920 benoemd tot organist. Al spoedig krijgt de kerkvoogdij moeilijkheden met de pas benoemde organist want deze leidt concerten op zondag, iets wat niet strookt met de opvattingen van de kerkvoogden. Als hem hierop wordt gewezen is zijn antwoord dat hij vrijzinnig is dus dat hij door zal gaan met zijn concerten geven. Er blijkt weinig aan te doen te zijn. Als Beunk in 1924 verzoekt zijn salaris van f500,- op f750,- te brengen wordt dit afgewezen. Dit is voor de organist aanleiding te solliciteren, hij vraagt per 1 september 1926 ontslag. Hij vertrekt naar Zwolle en wordt daar leraar aan de muziekschool.


"Het orgel" maart 1919, Leeuwarder courant 22-05-1919, "Het Orgel" juni 1919




"Het Orgel" april 1924


Provinciale Drentsche en Asser courant 16-04-1953

Willem Zorgman (1926-1929)
Per 1 oktober 1926 wordt benoemd Willem Zorgman uit Maassluis, weer na een vergelijkend examen, ditmaal afgenomen door Willemier uit Zwolle. Ook met Zorgman heeft de kerkvoogdij moeilijkheden want in 1928 krijgt Zorgman een brief van de kerkvoogden waarin hem wordt meegedeeld dat de leiding van de kerkdiensten bij de predikant berust en niet bij de organist. Voorts zou Zorgman onwelwillend optreden bij huwelijksdiensten. Voor een benoeming als organist in Enschede bedankt Zorgman maar al spoedig vertrekt hij uit Meppel.
Verder gegevens Willem Zorgman: (Zaandijk 5.2.1903 - Krugersdorp 7.2.1981) studeerde bij Cor Kee, Cornelis de Wolf en Alex Paepen. Hij was organist te Maassluis (1924-1926), Meppel (1926-1929), Breda (1929-1932) en tenslotte te Velp (1932-1948). In 1948 emigreerde Willem Zorgman naar Zuid-Afrika, waar hij als organist en muziekleraar werkzaam was. Vgl. Het Orgel, april 1981, pag. 144.


Vacature uit het tijdschrift "Het Orgel" van juli 1926


Tijdschrift "Het Orgel" 1929 november

Henk Pijlman(1929-1934)
In 1929 volgt Henk Pijlman Willem Zorgman op. Vrij vlug vraagt Pijlman ontslag als organist van de Grote Kerk wegens zijn benoeming aan de Gereformeerde Kerk in Meppel. Al vrij spoedig wordt in deze kerk een nieuw electro-pneumatisch orgel geplaatst van de Duitse firma Walcker.


Tijdschrift "Het Orgel" 1929 augustus                                Tijdschrift "Het Orgel" 1929 september


Tijdschrift "Het Orgel" 1929 december                        Tijdschrift "Het Orgel" 1930 juli


Provinciale Drentsche en Asser courant 20-06-1930, Provinciale Drentsche en Asser courant 08-01-1934, De Nederlander 15-02-1934

Hendrik H. Kaldenberg (1934-1949)
Kaldenberg wordt in 1934 de opvolger van Henk Pijlman. Hij is gedurende 15 jaar organist in Meppel, vertrekt in 1949 naar Zuid Afrika waar hij o.a. vertegenwoordiger wordt voor een firma in elektronische orgels.

Provinciale Drentsche en Asser courant 25-09-1937 en 15-01-1947 en Meppeler Courant 24-02-1939 en 22-08-1941


De standaard 19-08-1935, Provinciale Drentsche en Asser courant 05-11-1938, 15-01-1947


Meppeler Courant 1946-06-21

Bé Hollander (1949-1953)
Bé Hollander is de opvolger van Kaldenberg, neemt zijn leerlingenpraktijk over voor een groot bedrag en werkt, samen met de kerkvoogdij, aan de realisering van de restauratie van het orgel. In 1953 vertrekt Hollander naar Wageningen, het wachten op en moeizaam werken aan het orgel beu.

Nico Verrips (1953-1998)
Vier sollicitanten worden uitgenodigd in Meppel mee te doen aan een vergelijkend examen, t.w. Jan Lensink uit Apeldoorn, Gerard Kieviet uit Bussum, Cor de Koning uit Almelo(?) en Nico Verrips uit Vinkeveen. Het examen vindt plaats in de Gereformeerde Kerk op het Walcker orgel aangezien de toestand van het "begeerde" orgel een dergelijk examen niet toelaat. In een vergadering van september 1953 wordt Nico Verrips benoemd tot Cantor-Organist. Op 25 september 1953 speelt Nico Verrips zijn eerste dienst op het zeer slecht functionerende orgel in de Grote kerk. Het kerkkoor, meisjes- en kinderkoor komen onder zijn leiding te staan.


Meppeler Courant 1953-09-28


Het Orgel 1953-11


Provinciale Drentsche en Asser courant 06-06-1958


Interview met Nico Verrips naar aanleiding van zijn 25-jarig jubileum in 1978. Klik op de afbeeldingen voor een vegroting



Interview met Nico Verrips naar aanleiding van zijn 25-jarig jubileum in 1978. Klik op de afbeeldingen voor een vegroting


Meppeler Courant 1998-04-17 Klik op de afbeelding voor een vergroting



Meppeler Courant 1998-04-20

Klaas Stok http://www.klaasstok.nl 1998-20xx
Nico Verrips neemt in 1998 afscheid, na meer dan 40 jaar werkzaam te zijn geweest als Cantor-Organist van de Grote kerk te Meppel. Zijn opvolger is Klaas Stok.
Klaas Stok is maar korte tijd organist in Meppel, omdat hij Bert Matter opvolgt als organist van de Walburgkerk te Zutphen.
In de overgangstijd van Klaas Stok naar Mannes Hofsink is Nico Verrips weer tijdelijke organist.

Mannes Hofsink (zie www.manneshofsink.nl) 2003-2019
Dit is de huidige organist van de Grote Kerk van Meppel. Ook hij combineert de functie van cantor en organist.
Mannes Hofsink heeft per september 2019 afscheid genomen van de Protestantse Gemeente Meppel om de functie van Kerkmusicus in de Nieuwe Kerk in Groningen te aanvaarden.

Johan Smit 2020-
Per 1 januari 2020 is Johan Smit benoemd als kerkmusicus in de Protestantse Gemeente in Meppel.
Johan Smit studeert aan het Conservatorium in Groningen Docent Muziek (dat heette vroeger Schoolmuziek) en hij studeert orgel.
Eerst bij Theo Jellema en nu (14-2-2020) bij Sietze de Vries en Erwin Wiersinga. (08)