




1844: Volgens van der Aa in het Aardrijkskundig Woordenboek van Nederland was er in Havelte geen orgel.
'Deze kerk heeft geen orgel.' (17)
1852: In
de kerk wordt door Harm Jans Jonker voor f 530,- een gaanderij gebouwd over de
gehele breedte van de kerk. De maten uit het bestek kloppen echter niet met de
huidige galerij. Van de plaatsing van een orgel is niets bekend. (13)
1894: Hoofdonderwijzer G. Fransen volgt J. Hindriks op als
koster en voorzanger.

Provinciale
Drentsche en Asser courant 24-10-1894
1896: Aankoop van het orgel dat Petrus van Oeckelen maakte voor de Hervormde kerk in Assen.



Provinciale
Drentsche en Asser courant 01-06-1896, 04-06-1896, 19-06-1896
1897: Het orgel wordt door van Dam geplaatst
in de Nederlands Hervormde kerk te Havelte. Het orgel van Assen was verkocht aan
de orgelmakers van Dam, die in Assen een nieuw orgel plaatsten. Voor het orgel
van Assen was veel belangstelling; er kwamen brieven binnen uit
Helmond, Norg, Amsterdam (de orgelmaker G.F. Jurjaanz) en van H.W. Flentrop uit Zaandam,
die bijzonder veel interesse toonde.
Orgelmaker van Dam had het orgel voor f 300,-
gekocht en plaatste het voor f 1.000,- in Havelte.
Op het Bovenwerk
verdwenen de Holpijp 8' en de Flageolet 1'. De Nachthoorn 4' werd waarschijnlijk vervangen door
een Quintadeen 8'. (02)
Het orgel wordt op
18 april in gebruik genomen in een kerkdienst, die wordt geleid door ds. Offerhaus. Het orgel
wordt bespeeld door orgelmaker Van Dam uit Leeuwarden, met medewerking van mevr.
Offerhaus (zang) uit Assen. (01)


Provinciale Drentsche en Asser courant 14-04-1897, 21-04-1897


Meppeler Courant
1897-04-17 en 1897-04-21
1912: G. de Vries schoolhoofd
in Havelte overlijdt. Hij vervulde ook de functie van organist.

Provinciale
Drentsche en Asser courant 08-05-1912
1920: Het orgel wordt gedemonteerd vooraf aan de kerkrestauratie, die tot 1925 zou duren.
1925: Het orgel wordt weer terug geplaatst onder toezicht van Monumentenzorg. De
balgen verhuizen naar het kerkgewelf, vanwege de versmalling van de orgelgalerij.
Het onderhoud wordt ondergebracht bij orgelmaker
van der Molen uit Steenwijk. (Zie brief van Van der Molen uit 1936) De balgen op
de zolder werden vanaf het orgelbalkon bediend door middel van trekstangen. Bij
de restauratie van de kerk is het balkon vermoedelijk ondieper gemaakt waardoor
de balgen naar de zolder moesten verhuizen.(Brief door Mense Ruiter van 1
februari 1958)
1930: Verslag van een deel
van excursie van de Drentse prehistorische vereniging. Men wist dat het orgel
uit Assen kwam, maar niet wanneer het was gebouwd.


Provinciale Drentsche en Asser courant 15-09-1930
1931:
In het archief bevindt zich een aanbevelingsbrief
van de kerkvoogdij van Vinkeveen voor het advieswerk dat Kardinus Luijten deed in Vinkeveen.
Blijkbaar probeerde hij met deze brief betrokken te raken bij het orgel in
Havelte.
(09)
1932: Een inwoner van Ruinen
schrijft op 21 december een
aanbevelingsbrief voor de orgelmaker Andreas Doornbos. Doornbos heeft het orgel in Ruinen
in onderhoud en ook de orgels van de Martinikerk en de der Aa-kerk in Groningen. Het is een
prima vakman. (09)
1933: Orgelmaker
P. van Dam uit Leeuwarden doet op 2
januari verslag van het bezoek dat hij in Havelte heeft afgelegd. Een
volledige revisie zou circa 1.000 gulden kosten. Aangezien er weinig geld
beschikbaar is stelt hij voor om het in fases te doen. Het hoognodige eerst. Hij
stelt voor de windvoorziening als eerste aan te pakken. De kosten schat hij in op
f 100,-.
Orgelmaker Doornbos stuurt op 3 juli
een briefkaart. Hij stemt al dertig jaar het door hem gemaakte orgel in Ruinen. Het
stemmen kost f 3,- per register.
Op
20 juli dient Bernard Koch uit Apeldoorn een begroting in van f 685,- voor
twee nieuwe magazijnbalgen op de orgelgalerij. Verder zal het hele orgel worden
nagezien, geďntoneerd en gestemd. De oude balgen zijn voor de orgelmaker. Een
orgeltrapper dient beschikbaar te zijn.
Orgelmaker T. van der Molen uit
Steenwijk stuurt op 22 juli een
brief waarin hij schrijft dat hij samenwerkt met Koch uit Apeldoorn. Hij
verwijst naar de prijsopgave door Koch. Een balg in het orgel kan niet omdat dan
alles verbouwd moet worden. De nieuwe balg wordt door Koch gemaakt. De rest van
het werk zal samen worden uitgevoerd. Na het verlenen van de opdracht kost het werk
een doorlooptijd van 3-4 weken. Een onderhoudscontract kost f 20,- per jaar.
Op 8 augustus biedt van T. van der
Molen nogmaals zijn diensten aan. Het maken van de balg wordt aan Koch overgelaten
vanwege de drukke werkzaamheden.
Op 1
september beantwoordt Van der Molen een brief uit Havelte. Hij wil deze
brief persoonlijk bespreken in Havelte.
Op
4 november schrijft orgeladviseur
Luijten aan de kerkvoogdij naar aanleiding van een gesprek in Havelte. Een
magazijnbalg is voor de orgeltrapper makkelijker te bedienen en meer geruisloos.
Verder groot onderhoud aan de windladen en mechaniek. Hij schat de kosten in op
circa f 1.200,-, misschien ook lager. De orgelmaker kan proberen de twee
tongwerken weer tot klinken te brengen. Mocht dit niet lukken dan is voor twee
nieuwe tongwerken ongeveer f 350,- benodigd. Het pedaal kan zo blijven. De organist
gebruikt het waarschijnlijk toch niet. Hij vraagt of de toren van de kerk is of
van de gemeente. Ook wil hij graag weten of de vloer van de toren van hout of steen
is. (08) (09)
1934: Blijkbaar heeft de
kerkvoogdij van Havelte inlichtingen ingewonnen over dhr. Luijten. In een brief
van februari vanuit Hoogezand
wordt gesteld dat Luijten bij een opdracht in Vreewijk geen goed werk
zou hebben geleverd. Men betwijfelt dit echter.
Luijten stuurt een afschrift
van een aanbevelingsbrief uit
mei uit Varsseveld, waarin
men hem dankt voor zijn advieswerk.
Op
21 november schrijft orgelmaker Van
der Molen dat hij binnenkort weer langskomt om het bovenklavier na te
kijken. De vorige keer heeft hij er niet meer tijd aan besteed om de kerk
niet op kosten te jagen. (08) (09)
1935:
Aanbevelingsbrief van 31 oktober van ds.
Oldeman uit
Hoogezand dat Luijten deskundig is. (08) (09)
Wijdingsavond 'Opwekking tot vrede' met ds. Oort en het kerkkoor.

Provinciale
Drentsche en Asser courant 01-03-1935
1936: Op 26 maart schrijft
orgelmaker T. van der Molen uit Steenwijk dat hij de balgen op het gewelf heeft nagekeken en
provisorisch heeft gerepareerd. Eigenlijk zouden ze vervangen moeten worden. Een
tweede orgeltrapper zou enigszins helpen. Ook
kan er dan een windmotor worden geďnstalleerd. Hij schat de kosten op nog geen f
500,-. Binnenkort zou de 'lichtleiding' in de buurt van de kerk moeten komen.
Luijten stuurt weer een aanbevelingsbrief.
Ditmaal uit Valkenswaard. Idem
uit Loenen a/d Vecht. Idem uit
Sappemeer. (08) (09)
1937: Orgelmaker Andreas Doornbos
schrijft op 3 juli
over zijn bezoek aan Havelte. De balgen op het gewelf zijn in zeer slechte staat.
De windladen hebben doorspraak en veel pijpen spreken niet. Het beeldhouwwerk is slecht.
Doornbos
zegt in een vervolgbrief van
5 juli weer dat de blaasbalgen slecht zijn. De ijzeren abstracten moeten worden vervangen door bronsdraad;
de houten pijpen moeten opnieuw worden verlijmd; de lekke
windlade moet worden hersteld en het snijwerk vernieuwd. De kosten schat
Doornbos in op ongeveer f 250,-.
Op
27 juli beantwoordt Doornbos een
vraag van de kerkvoogdij over het leveren van een nieuwe blaasbalg. Als dit
doorgaat dan graag snel een beslissing, omdat in de zomer het licht bij het
orgel nog goed genoeg is om werkzaamheden uit te voeren. Doornbos maakt een
plattegrond
van het orgel met de plek voor de blaasbalg.
De kosten zijn als volgt:
- Nieuwe blaasbalg f 400,-
- Windladen nazien f
200,-
- Pijpwerk nazien f 150,-
- Schoonmaken, intoneren en
stemmen f 200,-


Klik op de afbeelding voor een vergroting
Op
24 september
vraagt de kerkvoogdij aan de Hervormde Synode een subsidie van f 2.000 om de
afgekeurde kerkverwarming te vervangen. Deze werd aangebracht bij de
kerkrestauratie van de jaren '20. Ook wordt genoemd dat het orgel na de
kerkrestauratie niet voldoende is hersteld.
Op
15 november vraagt Doornbos aan de
kerkvoogdij om het contract voor Augustinusga (als voorbeeld afgegeven?) weer
terug te sturen. Deze blijkt echter niet te zijn bewaard.
Op
25 november informeert Doornbos naar
de stand van zaken rond zijn voorstel en
nogmaals naar het contract van Augustinusga. (08) (09)
1938:
De Vereniging van Kerkvoogdijen (VvK) geeft op
4 oktober de naam van Van Maanen uit
Sneek door als orgeldeskundige.
Op
13 oktober vraagt Havelte aan de VvK wie de orgeldeskundigen zijn van de VvK.
Volgens Luijten zouden er geen orgeldeskundigen zijn gekoppeld aan de VvK.
Op
14 oktober noemt de VvK weer de naam van Van Manen, Zorgman uit Velp en Van Herwaarden uit Rotterdam. Met
Luijten heeft de VvK geen verbinding.
Op
16 oktober schrijft de VvK afdeling
Drenthe dat ze niet enthousiast zijn over Luijten, maar blijkbaar is
er nog een contractuele overeenkomst met hem.
Op
29 oktober schrijft de VvK afdeling
Drenthe dat dhr. Luijten kortgeleden in Assen was. Men vroeg hem
naar Van Manen. Dit bleek een onderwijzer in Sneek te zijn. Van een koppeling
van Van Manen met de VVK was hem niets bekend. In Assen zijn geen slechte
berichten over Luijten bekend.
Op 5
november een brief van de landelijke VvK. Ze vragen zich af waarom de
afdeling Drenthe nog steeds vasthoudt aan Luijten als orgeladviseur. Hij is wel
deskundig, maar zeer lastig in de omgang.
Op
8 november schrijft Luijten dat Van
Manen hoogstens adviseur is voor de afdeling Friesland van de VvK en dat hij uit
eigen ervaring weet dat van Maanen weinig deskundig is.
De VvK afdeling Drenthe
meldt in november dat Luijten op 29
november het orgel komt inventariseren.
Op een formulier
wordt de toestand
van het orgel beschreven. De beschrijving is zeer waarschijnlijk door Luijten opgesteld:
de mechaniek is uitgesleten; de
pedaalklaviatuur is in slechte toestand en te klein van omvang; het draadwerk is
versleten; de
windladen zijn lek; de Trompet en de Dulciaan zijn onbruikbaar en niet te repareren. Bij de
kerkrestauratie van 1925 zijn de vier schepbalgen van het orgel op het gewelf
geplaatst. De bediening is hierdoor zeer onhandig. Het orgel verdient een goede restauratie.
(08) (09)
Genoteerde dispositie:
| Hoofdmanuaal: | Bovenmanuaal: | ||
| Prestant | 16 disc. | Holfluit | 8 |
| Prestant | 8 | Viola di Gamba | 8 |
| Bourdon | 16 | Nachthoorn | 4 |
| Holpijp | 8 | Fluit | 4 |
| Salicionaal | 8' | Fluit | 2 |
| Octaaf | 4 | Dulciaan | 8 |
| Fluit | 4' | ||
| Quint | 3 | ||
| Mixtuur | 3-4 sterk | ||
| Trompet | 8 |

1940: Ongedateerde aantekeningen
en schetsjes door Mense Ruiter.
Op
2 januari schrijft Mense Ruiter aan
Mr. Arie Bouman van de NKO. Hij stuurt een bestek, dat hij van kerkvoogd Waterbolk ontving,
door aan Bouman. Het is goed mogelijk tijdelijk een harmonium in de kerk te
plaatsen.
Op 3 januari stuurt
Mense Ruiter het contract getekend terug
naar Havelte. Het andere exemplaar is naar de NKO
gestuurd. De werkzaamheden starten binnenkort. Kan de kerk tijdens de werkzaamheden
worden verwarmd?
Op 31 januari
vraagt de kerkvoogdij subsidie aan bij de synode.
Op 23 april schrijft
Mense Ruiter een herstelplan. De orgelkas blijkt in zeer slechte staat te
verkeren. Er zou voor
f 360,- een nieuwe onderkas van vuren gemaakt kunnen worden. Ook zouden de stijlen van de zijwanden naar boven
moeten worden vervangen. Dat kost 45,- extra.
Inbegrepen is ook de vernieuwing van de lagers voor de windlade van Manuaal II.
De consoles van de fronttorens worden door middel van trekstangen weer
horizontaal getrokken. Alleen het oude front blijft gehandhaafd. Het pedaal zou
iets moeten zakken, waardoor de organist een betere houding krijgt. Kosten ca. f
40,-
Uit de brief van 4 mei van Mr. Arie Bouwman van de NKO blijkt
dat het binnenwerk van het orgel al is gedemonteerd. Bouwman vindt het voorstel
voor de orgelkas
van Ruiter te ver gaan. Ook is vergeten een post voor het schilderwerk op te nemen.
Bouwman stelt voor om de stijlen aan de achterzijde te versterken. Het lager leggen
van het pedaal verdient aanbeveling.
Op
20 juni schrijft Mense Ruiter dat de
oplossing van Bouman in aangepaste vorm zou kunnen werken. Hij schat dan de
kosten in op circa f 200,- Het vernieuwen van de gehele orgelkas achter het front
blijft hij een betere optie vinden. Hij wil als de orgelkas vernieuwd wordt de orgelkas in de grondverf zetten. In
een Postscriptum schrijft hij
dat het archief van mr. Arie Bouman bij het bombardement van Rotterdam verloren
is gegaan en er misschien moeilijk met hem contact kan worden opgenomen. Het
zou de snelheid van de werkzaamheden verhogen om rechtstreeks met hem samen te
werken.
Op 2 juli schrijft Bouman
uit Amsterdam dat de werkzaamheden, die Ruiter beschrijft voor de restauratie
van de oude orgelkas, zijn goedkeuring hebben. Hij wijst ook op zijn nieuwe
adres.
Op 8 juli schrijft Bouman
aan de kerkvoogdij. Hij dankt voor het medeleven bij het verloren gaan van zijn
inboedel. De gegevens van de lopende en afgedane zaken van de NKO zijn gelukkig
bewaard gebleven.
Op 19 juli
meldt Ruiter dat hij met de orgelkas is begonnen.
Op
22 augustus meldt de kerkvoogdij aan
Monumentenzorg dat het orgel wordt gerestaureerd onder advies van de NKO. Het
bestek wordt meegestuurd.
Op 28
augustus meldt Monumentenzorg dat ze geen bezwaren hebben.
Op
13 november schrijft A.P.
Oosterhof uit Leeuwarden aan kerkvoogd Waterbolk dat hij op vrijdag 15 november
naar Havelte komt om het orgel namens de NKO te
keuren. Hij komt met de trein naar Meppel. Kan iemand hem daar afhalen omdat de
busverbinding met Havelte nogal slecht is.
Op 25 november schrijft de
NKO dat op 20 november A.P. Oosterhof uit Leeuwarden de eindkeuring op
basis van het NKO-bestek van december 1939 heeft uitgevoerd. Het werk is
door Ruiter uitstekend uitgevoerd. Veel pijpwerk is opgeschoven, omdat het te kort was. Er
zijn nieuwe pijpen bijgemaakt. Ook het herstel van de orgelkas en het
intonatiewerk is uitstekend. Aangeraden wordt de facturen te betalen en af te
zien van de boeteclausule vanwege de tijdsomstandigheden en het uitstekende
werk.
Op 20 november schrijft
Mense Ruiter aan Oosterhof in Leeuwarden dat hij bezig is geweest met de
opmerkingen uit het keuringsrapport. Er is veel tijd besteed aan de tongwerken.
Vooral de Dulciaan is veel beter geworden. De genoteerde intonatieafwijkingen
zijn ook verholpen.
Op 1 december
overhandigt Ruiter een rekening van f 405,- aan kerkvoogd Waterbolk. Waterbolk
was daar verbaasd over. Het herstel van de orgelkas zou niet tot de opdracht behoren.
Op 27 december stuurt Mense Ruiter een
brief voor het ondertekenen van het garantiebewijs. Ook ontvangt hij graag nog f
600,- omdat hij er vanuit gaat dat het orgel nu is goedgekeurd. (08)
(09)
Op 27
december schrijft Mense Ruiter aan aannemer Nimberg uit Havelte over een
ontvangen rekening voor steigerplanken die hij niet helemaal begrijpt. Ruiter
veronderstelt dat de geleende planken weer zijn teruggebracht. (12)
1941: Op 15 januari
vraagt de VvK of de kerkvoogdij tevreden is over het advieswerk van de NKO.
Op
23 januari meldt de kerkvoogdij aan de VvK
dat men tevreden is.
Van april dateert een
intern overzicht van de
gebeurtenissen in '40 en '41 rond het orgel.
In een brief van
30 april wijst Monumentenzorg op de
gaten in het dak van de kerk en vraagt of er nog subsidie nodig is voor het vervangen van de
kerkverwarming. Ook willen ze graag weten wanneer het orgel wordt gerestaureerd.
Op 5
mei antwoordt de kerkvoogdij dat het pannenprobleem zich vaker voordoet en
dat dit de komende week wordt hersteld. De verwarmingsinstallatie is vervangen.
Er is nooit antwoord gekomen op de subsidievraag. Het orgel is gerestaureerd
onder advies van de NKO. Hiervoor is geen subsidie aangevraagd, omdat de kerk
geen antwoord kreeg op een eerdere aanvraag. (08)
1942: Op
11 april stuurt Mense Ruiter een
brief met een rekening voor het onderhoud van de orgels
in Havelte en Uffelte. Zijn bankrekening is bijna leeg! Hij stelt voor om de harmoniums in Uffelte en De Weeme ook onder
het contract te laten vervallen. (08)
1943:
De 13-jarige J. Blok is benoemd als organist.
Provinciale
Drentsche en Asser courant 31-03-1943
1949:
Kunstavond door de blinde solisten Gusta van der Heijden op viool en Joop
Segtenhorst op orgel. De declamaties werden verzorgd door Joh. van der Berg.
Daarnaast werd de film 'wakende ogen' over blinde geleidehonden getoond.

Provinciale
Drentsche en Asser courant 16-04-1949
1950: Op
1 maart vraagt de kerkvoogdij aan
Ruiter om het orgel te stemmen, indien mogelijk voor Pasen.
Op
3 april stuurt de kerkvoogdij per
briefkaart een herinnering, omdat ze van Ruiter geen antwoord hebben gekregen.
Blijkbaar komt een adressering 'Den Heer Mense Ruiter, Orgelbouwer, Groningen´
goed aan op de plaats van bestemming. (14)
1952: Op 19 augustus
schrijft organist S. de Boer uit Meppel dat de C groot van het hoofdmanuaal
blijft doorspreken. Ook op het bovenmanuaal zijn er wat hangers. Kan het
probleem deze week worden verholpen? Het orgel is nu onbruikbaar. (14)
1958: Op
11 februari beschrijft Mense Ruiter
de huidige staat van het orgel en de restauratie in 1940. De Prestant 16' discant
is waarschijnlijk niet origineel. Volgens Ruiter is de kas achter het front toch
geheel vernieuwd. Van het lofwerk aan de pijpvoeten is veel verdwenen. Destijds
was er geen geld om dit te completeren. De grootste loden frontpijpen zijn
opgehangen om doorzakken te voorkomen. Er is in 1940 een nieuwe magazijnbalg
geplaatst. Helaas is er nog steeds geen windmotor. De oude spaanbalgen hebben
vroeger vermoedelijk achter het orgel staan en zijn naar het gewelf verhuisd
toen het orgelbalkon in de jaren '20 werd verkleind. (09)
1959:
De kerk wordt gerestaureerd en heringericht, waarbij de dooptuin wordt
verwijderd. (13)
Mense Ruiter plaatst een windmachine volgens een
brief van Mense Ruiter van 14 juni
1984. (09)
1960:
Ruiter stuurt een rekening van f 151,25
voor stemmen, reparatie van de Bourdonpijpen en de manuaalkoppel. (09)
1962, 1963 en 1966:
Briefkaarten voor stembeurten. (09)
1966: De stemmer van
Ruiter constateert in augustus dat
het orgel erg vuil is en dat de sleep van de Quintadeen niet goed
functioneert. Ruiter komt uit Meppel, waar hij werkt aan het orgel van de
Grote Kerk, even kijken wat er moet gebeuren.
Op
13 augustus meldt de kerkvoogdij dat
Ruiter welkom is. Een rekening van f 226,85 wordt nog niet betaald omdat er geen
specificatie is. (09)
Op
16 augustus stuurt Ruiter de
specificatie van de rekening. De kosten voor een stemming zijn f 12,50 per
stem. Voor de tweede dag is maar de helft van de reiskosten berekend, omdat 's
middags Nijeveen werd bezocht. (12)

Kerk in 1967
Negatiefnummer Pu 33349 (16)
1968: Op
3 juni stuurt A.J. van der Wedden uit Meppel een
brief naar aanleiding van een ontmoeting met kerkvoogd Naber. Hij
vertegenwoordigt Walcker in Nederland. Walcker heeft twee orgels in Meppel in
onderhoud. Hij stuurt wat informatie over Walcker mee. (09)
1970:
Op 2 maart schrijft Van der Wedden
dat
Walcker een prijsopgave wil doen voor
een restauratie.
Op 2 april
schrijft de kerkvoogdij dat een prijsopgave welkom is.
Op
25 juni schrijft van der Wedden dat
hij op 9 juni met een medewerker van Walcker het orgel heeft bezocht.
Voorgesteld wordt het volgende:
- Nieuwe pedaalklaviatuur met nieuw
wellenbord voor DM 1.500,-
- Schoonmaak en intonatie voor DM 3.800,-
Van der Wedden blijkt ook af en toe te spelen in Havelte gezien zijn opgave van
25 juni.
Op
10 juli stuurt Walcker een bestek
voor bovenstaande werkzaamheden.
Op
11 augustus vraagt de kerkvoogdij advies van de Hervormde Orgelcommissie (HOC) omtrent de offerte van Walcker.
Op
20 augustus antwoordt de HOC dat ze
alleen een advies kunnen geven als ze de situatie ter plekke hebben bekeken.
Op 26 augustus schrijft de
kerkvoogdij
naar van der Wedden dat ze advies hebben ingewonnen bij de HOC en eerst het
resultaat van het onderzoek door de HOC afwachten voordat ze in zee gaan met Walcker. Op
dezelfde datum geeft de kerkvoogdij aan
de HOC een opdracht tot het uitbrengen van een advies.
Op
24 september bericht de HOC dat
adviseur Willem Hülsmann op 28 september langskomt.
Het
rapport van de HOC dateert van 6
november. Er is geen historisch onderzoek gedaan, gezien de opmerking dat het
orgel zou stammen uit een afgebroken kerk in Assen. Het jaartal 1819 is wel
correct. De restauratie van Ruiter wordt beschreven zonder dat men daar een tijd
en orgelmaker aan koppelt. De klank van het orgel is 'niet onaantrekkelijk'.
De windlade is in slechte staat. De windmotor maakt bij het opstarten veel lawaai.
Het orgel is een restauratie ten volle waard. Veel schade is ontstaan door het
gebruik van de kerkverwarming. De verzekerde waarde wordt ingeschat op f
125.000,- De volgende werkzaamheden worden voorgesteld:
- Restauratie
van de
windladen. Aanbrengen van een verende sleepconstructie.
- Betere
omkisting van de windmachine
- Het houten pijpwerk controleren op scheuren.
Het metalen pijpwerk laten zoals het is.
Het orgel staat op de monumentenlijst en
komt voor subsidie in aanmerking. De werkbeschrijving door Walcker is
onvoldoende en bevat voornamelijk uiterlijkheden. Vervanging van het pedaal en
het wellenbord is uit den boze. Ook het 'gründlich nachintonieren' is sterk af
te raden. De kans op subsidie is zeer klein als Walcker de werkzaamheden
uitvoert. Een orgeladviseur zal een gedegen restauratierapport moeten opstellen.
Op 12 november stuurt de HOC een
rekening voor het advies.
Op 12
november dankt de kerkvoogdij de HOC voor het rapport. Met de restauratie
wordt gewacht op bericht van monumentenzorg omtrent mogelijke subsidie.
Op 12 november schrijft de
kerkvoogdij aan van der Wedden dat het rapport van de HOC binnen is en dat niet
ingegaan wordt op de offerte van Walcker.
Op
15 november reageert van der Wedden
op het niet doorgaan van de offerte van Walcker. Toen de HOC werd ingeschakeld
verwachtte hij al dat de offerte van Walcker niet zou worden geaccepteerd. Hij
verwacht dat men over 15 jaar weer terug komt bij Walcker.
Op
26 november schrijft de HOC dat de
rijksadviseur in principe heeft toegezegd dat een restauratie kan worden
gesubsidieerd. Voor die tijd dient er echter wel een restauratierapport te
liggen. De kosten van een orgeladviseur zijn ook subsidiabel. (09)
(18)
1971: Op 25 januari
verzoekt de kerkvoogdij de HOC om een orgeladviseur aan te stellen. Men heeft voorkeur voor Lambert Erné.
Op 29 januari schrijft de HOC dat
ze akkoord gaan met de keuze van Lambert Erné als adviseur.
Op
5 maart schrijft de
rijksorgeladviseur dr. Oussoren aan de HOC dat hij de Rijksdienst voor
Monumentenzorg heeft geadviseerd 50% subsidie te verlenen.
Op 9
maart bericht de HOC dat er een toezegging van het rijk is voor een subsidie
van 50%. Hierdoor kunnen ook provincie en gemeente subsidiëren.
Op
22 maart wijst een zekere Wolthuis
uit Hoogeveen de kerkvoogdij op de 'Stichting Mooy' als mogelijke subsidiebron.
Op 4 mei bericht van de HOC dat Lambert Erné op 19 maart is overleden. Er volgt nader bericht omtrent zijn
vervanging.
Op 3 juni meldt de
HOC dat Willem Retze Talsma na het overlijden van Lambert Erné als orgeladviseur voor Havelte is aangesteld.
Op 10 juni gaat de kerkvoogdij
akkoord en vraagt wanneer Talsma kan beginnen.
Op
16 juni schrijft de HOC aan de
kerkvoogdij dat dhr. Talsma op de hoogte is gesteld van zijn adviseurschap.
Talsma zal een afspraak met Havelte maken.
Op 26 juli
schrijft Talsma dat hij van plan is het orgel de volgende week te bezoeken.
Op 21 september schrijft Mense
Ruiter dat het orgel groot onderhoud nodig heeft. Ruiter schat de kosten tussen de f 10.000,- en f 15.000,-
Op 24 september schrijft de HOC
naar Mense Ruiter dat er voor Havelte een voorlopig advies is uitgebracht. Na
het overlijden van Erné is Talsma aangesteld als adviseur.
De HOC schrijft op
24 september aan de kerkvoogdij dat
het rapport van Mense Ruiter is doorgestuurd naar dhr. Talsma. De HOC dankt
Mense Ruiter voor het toezenden van de rapporten voor Aadorp en Havelte. De taak
van de overleden Lambert Erné is overgenomen door Willem Retze Talsma. In
principe is al subsidie toegezegd.
Op
19 oktober schrijft de HOC aan de
kerkvoogdij dat er geen verrekening hoeft plaats te vinden na het overlijden van
Lambert Erné. (09) (18)
1973:
Op 21 november beantwoordt de HOC een brief
van de kerkvoogdij waarin er zorgen worden uitgesproken over de voortgang van
de restauratie. De onderhoudskosten beginnen op te lopen. De HOC verzoekt
het rapport van Talsma op te sturen.
Op
23 november schrijft de HOC dat het
voorlopige rapport is opgestuurd. Bedoeld wordt echter het restauratierapport van dhr.
Talsma. (09) (18)
1974: Talsma schrijft in
mei? een brief naar de kerkvoogdij
en het ministerie
van CRM met als bijlage de offerte van
1 mei 1974 van orgelmaker Verschueren. de totale kosten begroot Talsma op
f. 69.000,- Hij verzoekt om toekenning van subsidie. Volgens de offerte zou het
orgel uit 1823 dateren. De klaviatuur is gewijzigd. Het klavierbeleg is van
kunststof en de bakstukken en lessenaar zijn niet meer origineel. De zijwanden
en de achterzijde zijn voorzien van triplex-panelen en aangetast door houtworm.
De mechaniek is goed van aanleg, maar ontregeld. De windladen zijn in uitstekende staat.
Het pijpwerk is zeer vervuild, voor een deel verlengd en van verschillende factuur.
De windvoorziening heeft lekkages en is allesbehalve geruisloos.
Voorgestelde
werkzaamheden:
- De orgelkas wordt behandeld tegen houtworm. Overige
werkzaamheden aan de orgelkas in eigen beheer door Havelte.
- De klaviatuur en
mechaniek worden afgeregeld.
- De windladen worden gereinigd en er
worden ringen aangebracht voor het soepeler lopen van de slepen.
- Stelpost
voor het geval dat de windladen bij droge omstandigheden niet goed blijken te functioneren.
-
Reparatie van de magazijnbalg. De windmotor wordt hangend opgesteld in een dubbelwandige
dempingskist.
- Het pijpwerk wordt gerepareerd. De samenstelling van de
Mixtuur wordt gereconstrueerd. De zinken schuiven van de Dulciaan kunnen
vervallen.
De kosten bedragen f 28.938,52 De vervanging van het klavierbeleg door ivoor
kost: f 4.337,24 en de
stelpost voor de windladen bedraagt f 16.728,36.
Op
8 mei schrijft de kerkvoogdij aan
de HOC dat Talsma de kerk heeft bezocht. Hij vroeg om alle informatie die er
maar te vinden was. Deze wordt gestuurd. Hopelijk wordt het orgel binnenkort
gerestaureerd.
Op
27 mei schrijft de kerkvoogdij aan de
HOC over de offerte van Verschueren. Men heeft de volgende vragen:
- Is het
niet verstandig nog een offerte aan te vragen van een orgelmaker dichter bij
huis?
- Wanneer en bij wie kan subsidie worden aangevraagd?
-
Moet bij de aanvraag ook een historisch rapport worden overlegd en wie moet dat
schrijven?
- Hoe moet de voorfinanciering worden geregeld?
Van 27
mei dateert een telefoonnotitie van
de HOC met dhr. Naber uit Havelte. Talsma heeft een begin gemaakt met het
bestuderen van de offerte van Verschueren. Moet er misschien een offerte worden
aangevraagd bij Bakker & Timmenga? Bakker & Timmenga heeft lange levertijden,
maar aangezien toch moet worden gewacht op subsidie is dit een mogelijkheid. De
kerkvoogdij denkt ook aan voorfinancieren.
Van
27 mei dateert nog een brief,
waarvan niet duidelijk is aan wie hij is gericht. In het kort wordt de
geschiedenis van het orgel beschreven.
Op
22 juni een antwoord van de HOC. In
1975 kan subsidie worden aangevraagd. Wel moet er dan een restauratierapport
aanwezig te zijn. De voorfinanciering dient zelf te worden geregeld.
De
kerkvoogdij bevestigt op 14 december
dat ze een conceptbrief voor het aanvragen van subsidie van Talsma hebben
ontvangen. Ze sturen hem door naar het ministerie. Voor gegevens over het orgel
kan Talsma informeren bij dhr. Van Werven, die een onderzoek naar het orgel
heeft gedaan. Verdere inlichtingen bij Mense Ruiter en oud-kerkvoogd Waterbolk. (09)
(18)
1975: Op 5 mei
een brief van het ministerie van CRM. Het orgel heeft monumentale waarde, maar
op dit moment zijn er geen gelden voor subsidie. In 1977 zijn er weer
mogelijkheden. (09)
1976: De HOC meldt op
4 februari dat Willem Retze Talsma
is vertrokken naar Spanje en dat Willem Hülsmann het adviseurschap overneemt. (09)
1977: Op 11 juli
vraagt de HOC de kerkvoogdij om de brief van 4 februari 1976 te beantwoorden met de overname van het werk van Talsma door Hülsmann.
Op
23 september een rekening van f
417,72 van Mense Ruiter voor een grote controle- en stembeurt door 2 personen.
Het is niet gelukt alle huilers te herstellen. (09)
1978: Op
10 augustus vraagt de HOC weer om
antwoord op de brief van 4 februari 1976.
Op
23 september schrijft de
kerkvoogdij aan de HOC dat Hülsmann als adviseur akkoord is. (09)
(18)
1979:
De HOC schrijft op 16 februari dat Hans
Erné het adviseurschap op zich zal nemen.
Op
25 juli meldt het Ministerie van
CRM dat er geen geld beschikbaar is voor subsidie.
In de
gemeentebrief van december van de
kerk van Havelte wordt
verteld dat er een orgelcommissie is samengesteld voor de restauratie van het
orgel. Een orgelfonds is al aanwezig. (09)
1980:
Een offerte van Bakker & Timmenga dateert
van
27 oktober. Uit te voeren werkzaamheden:
- De windvoorziening ongewijzigd
handhaven en nazien op winddichtheid
- Het celluloidbeleg van het klavier
vervangen door ivoor of been. De klavieromlijsting en de bakstukken facultatief
vervangen door
exemplaren in Van Oeckelen-stijl. Het pedaalklavier restaureren.
- De moderne
delen van de mechaniek facultatief vervangen of herstellen
- De windladen
uit elkaar nemen en restaureren
- Het pijpwerk herstellen. De dispositie
van het Hoofdwerk blijft gelijk. De samenstelling van de Mixtuur herstellen naar
de oude situatie. Op
het Bovenwerk de Quintadeen 8' weer wijzigen naar een Nachthoorn 4'. De frontpijpen
ontdoen van aluminiumverf en opnieuw foliën.
- De toonhoogte vaststellen
na demontage
De geschatte kosten excl. BTW bedragen f 66.500,- met stelposten voor
de
reconstructie van de klavieromlijsting, reconstructie van de oude mechanieken, meerwerk
voor de
windladen, het front foliën, herstel van de oude toonhoogte. Het totaal van de stelposten
bedraagt circa f
60.000,-.
Op 17 november schrijft
adviseur Hans Erné dat hij de offerte van Bakker & Timmenga in Havelte wil
toelichten. Het is een maximale offerte, die nodig is voor het aanvragen van
subsidie bij het ministerie.
Op 11
december stuurt de kerkvoogdij een brief naar Monumentenzorg, de provincie en de gemeente
met een subsidieaanvraag. (09)
1981:
Op 13 januari geeft het Bureau
Monumentenzorg van Drenthe (BM) een positief advies om subsidie te verlenen aan de
provincie.
Op
13 februari zegt de provincie 10%
subsidie toe als het rijk ook een toezegging doet.
De nieuw
benoemde organist B.J. Lemstra wil graag
betrokken worden bij de
restauratieplannen. Hij voegt een lijstje toe met aandachtspunten:
-
Hopelijk wordt ook de orgelkas gerestaureerd in de originele kleuren
-
Verbeteren van de verlichting in de lessenaar en het vervangen van de orgelbank.
De lessenaar is te laag en te steil. De klaviatuur ligt te laag.
-
Installeren van een schakelaar met sleutel voor het aanzetten van de windmotor
-
De toegang tot het orgel via de toren is zeer moeizaam. Zijn er mogelijkheden
voor een trap vanuit de kerk? (09)
Op
3 juni beantwoordt het ministerie
de brief van 11 december 1980. Het orgel heeft monumentale waarde, maar op dit
moment is er geen geld beschikbaar. (15)

Asser Courant 20 maart 1981 (15)
1982: Op
16 juni levert J. Kraal uit
Ruinerwold een tekst over de
orgelmaker Van Oeckelen.
Op 12
november 1984 kreeg hij een bedankbriefje voor zijn verhaal. (09)

1982: Kranten berichten over de voortgang van de
restauratieplannen.


Links: Meppeler
Courant 1982-05-05 Rechts: Onbekende krant. Dateert waarschijnlijk van voor de 1e fase van de restauratie. Klik
op de afbeelding voor een vergroting
1e fase







Foto:
Geert Jan Pottjewijd (2021) Klik op de afbeelding voor een vergroting
2001: Op 10 juli
schrijft organist Christian Stähr aan de kerkvoogdij over het orgel. Er werd
naar zijn mening gevraagd na een koorconcert met de Untertürkheimer Kantorei op
26 mei. Hij is enthousiast over de klank van het orgel. Het is prima
gerestaureerd. Hij is niet erg enthousiast over de technische aanleg door Van
Oeckelen.
2002: Op
16 juli schrijft orgelmakerij Mense
Ruiter dat tijdens het onderhoud op 30 mei is ontdekt dat de vier grootste
frontpijpen zijn gedeukt. Dit moet zijn gebeurd tijdens de kerkrestauratie. Uitdeuken is een dag werk. Er dient wel een steiger aanwezig te zijn.
Op
2 september wordt de kostenopgave
voor het herstel van de frontpijpen doorgestuurd naar het architectenbureau
Kouwen.
Op 13 november volgt het antwoord
van architectenbureau Kouwen. Het is niet bekend wie de schade heeft
veroorzaakt.
2007: Op
28 juni wordt tijdens het jaarlijkse
onderhoud schimmelvorming op de houten pijpen van het Bovenwerk geconstateerd.
Er moet meer geventileerd worden.
4e fase
2010: In februari schrijft orgeladviseur Stef Stuintra een
advies voor de uitvoering van de
vierde fase van de orgelrestauratie. Doelstelling: herstel van de windvoorziening,
de speelmechaniek van het Hoofdwerk en de kleurstelling van de orgelkas en
het orgelbalkon.
De
klachten van de organisten betreffen de zeer lawaaiige windmotor; de blaasbalg en
de windlade hebben lekkages; de speelaard van het Hoofdwerk is zeer zwaar; het pedaalklavier
rammelt; de klavierverlichting met losse lamp is slecht; de stemming laat te
wensen over en tongwerken spreken te langzaam aan.
De volgende werkzaamheden worden
voorgesteld:
- Uitvoeren van een kleuronderzoek van de orgelkas en herstel
van de oorspronkelijke kleur
-
Verbetering van de electra en de lessenaarverlichting
- Vervanging van de windmotor in een
betere dempkist
- De lekken in de balg dichten en de windkanalisatie verbeteren.
-
De windladen zijn in goede staat. Wel oxidatie en windlekkage bij de
voorslagen
- Het walsraam van het Hoofdwerk is in 1984 niet gerestaureerd,
waardoor een ongelijke speelaard ontstaat. Voor herstel dient wel de windlade
van het Hoofdwerk uitgenomen te worden.
- Herstel van de bovenranden van beschadigde
pijpen en herstel van de oorspronkelijke samenstelling van de Mixtuur
- Nalopen
intonatie
In augustus wordt
overwogen de balgenkamer in de toren te plaatsen.
2011:
Op 23 september presenteert
orgelmakerij Mense Ruiter 3 varianten. A is de meest uitgebreide en plan C bevat
alleen de meest noodzakelijke werkzaamheden.
| Hoofdwerk | Bovenwerk | Pedaal | ||
| Bourdon | 16' | Holpijp | 8' | C - a |
| Prestant | 16' disc | Holfluit | 8' | |
| Prestant | 8' | Viola da Gamba | 8' | |
| Holpijp | 8' | Nachthoorn | 4' | |
| Salicionaal | 8' | Fluit | 4' | |
| Octaaf | 4' | Fluit | 2' | |
| Fluit | 4' | Dulciaan | 8' | |
| Octaaf | 2' | |||
| Mixtuur | III-IV | |||
| Trompet | 8' |
Samenstelling van de mixtuur:
C: 2, 1 1/3, 1
c': 2, 1 1/3, 1, 2/3
c'': 2, 1 1/3, 1, 1
g'': 2, 1 1/3, 1 1/3, 1
c''': 4, 2 2/3, 2, 1 1/3

Krantenbericht uit
april 2013
Op 18 april wordt er door Mense Ruiter een noodorgel geplaatst dat tijdens de
orgelrestauratie gebruikt wordt voor het begeleiden van de gemeentezang. Het
wordt links in het koor geplaatst.

Foto Geert Jan
Pottjewijd
Op
31 mei wordt gemeld dat er met de
restauratie is gestart. De windladen van het Hoofdwerk liggen nu in de
werkplaats. Er moet meer aan de windladen gebeuren dan gedacht, omdat de
belering op het cancellenraam verkeerd om is gelijmd en er loszittende sponsels
zijn aangetroffen. De verbetering van de zitpositie van de organist is nog niet
opgenomen in de werkzaamheden. De opstelling van de balg naast het orgel is
uiterst ongelukkig. De deur naar het orgelbalkon kan maar half open. Ook is het
geluid van de balg in de kerk goed te horen. Plaatsing van de balg bovenin de
orgelkas zou technisch kunnen, maar is a-historisch. Plaatsing in de torenkamer
is een betere oplossing. De balgen hebben ooit op de gewelven boven het orgel
gestaan. Er is nog een oud windkanaal aanwezig tussen twee muren die zou kunnen
worden hergebruikt.
In juni
rondt houtsnijder Tico Top uit Kruisweg de restauratie van het snijwerk af.
In
juli wordt besproken of de
windvoorziening in de toren moet worden geplaatst of naast het orgel.
Op
24 augustus meldt houtsnijder Tico
Top dat hij de restauratie van de bakstukken van de klaviatuur en
de registerknoppen heeft afgerond.
Op
9 september wordt de gemeente Westerveld, als eigenaar van de toren, ingelicht over het
plaatsen van de windvoorziening in de toren. De klaviatuur is inmiddels gereed.
De belering van de manuaalkoppel moest wegens slijtage vervangen worden
In
september zijn de werkzaamheden zo
ver gevorderd dat er een termijn in rekening kan worden gebracht. De orgelkas is
gereed en de metalen binnenpijpen zijn eveneens gerestaureerd. Het extra werk
aan de windladen vordert en het extra werk aan de windvoorziening, zodat het in
de toren geplaatst kan worden, is nu bijna klaar. Begin oktober
kan de opbouw in de kerk beginnen.
Op
10 oktober levert de firma Laukhuf
een nieuwe Ventus windmotor.
Op 30
oktober meldt bouwbedrijf Werkman uit Stedum dat de balgkast gereed is.
In november komt de ligging
van de manuaal- en pedaalklaviatuur aan de orde. Het orgel is lastig bespeelbaar
door de plaatsing van klaviatuur en lessenaar.
Er wordt besloten de
klaviatuur met 40 mm te verlagen en de pedaal klaviatuur mee te laten zakken.
Hierdoor wordt het orgel makkelijker bespeelbaar en krijgt de bladmuziek op de
lessenaar meer ruimte in de hoogte.
Hiervoor worden de vloerbalken niet met
80 mm verlaagd maar met 120 mm.
Op
13 december wordt beslist de werkzaamheden voor het verbeteren van de
zitpositie van de organist uit te laten voeren. (12)
Herkomst pijpwerk (02)
Het
orgel geldt als het eerste instrument van Petrus van Oeckelen. Onderzoek van het
pijpwerk in 1984 gaf echter aan dat Van Oeckelen bij de bouw van dit orgel
gebruik heeft gemaakt van een grote hoeveelheid bestaand pijpwerk van de hand
van H.H. Freytag. Dit materiaal is te vinden in de volgende registers van het
HW: Bourdon 16’, Prestant 8’, Holpijp 8’, Octaaf 4’, Quint 3’, Octaaf 2’ en de
bas van de Mixtuur. Het overige pijpwerk van het HW dateert grotendeels uit 1855
en 1897 (frontpijpen).
Voor het Bovenwerk maakte Van Oeckelen in 1855 voor een deel
gebruik van overtollig materiaal van het Hoofdwerk. Dit pijpwerk bleef bewaard in de
volgende registers: Viola di Gamba 8’, Fluit 4’ en Fluit 2’. Het overige
pijpwerk dateert geheel uit 1855, met uitzondering van de Holpijp 8’. Dit
laatste register werd in 1992 gereconstrueerd met 38 van Oeckelen-pijpen uit het
Martinorgel van Groningen en is van C-H gecombineerd met de
Holfluit 8’.
Uiterst opmerkelijk is de samenstelling van de Mixtuur. De nog
bewaard gebleven originele boringen lieten bij de reconstructie van 1989 geen
andere samenstelling toe.

Meppeler Courant
17 mei 2013
2014: In
februari beschrijft Ruiter de voortgang
van de restauratie. Er is begonnen met het inbouwen van de gerestaureerde
onderdelen. Er is een takel geďnstalleerd om de windladen op hun plek te brengen.
Het orgel wordt op 24 mei in gebruik genomen met medewerking de
Cantores Sancti Martini onder leiding van Leo
van Noppen en orgeladviseur Stef Tuinstra aan het orgel. Zie de
uitnodigingsbrief en het
programmaboekje.
Op 18 juli
wordt de laatste termijn van de restauratie in rekening gebracht en is daarmee
de restauratie afgesloten.
In
september werden nog een aantal werkzaamheden uitgevoerd. De loopplanken
zijn verbeterd, de luiken zijn beveiligd en er zijn nog werkzaamheden aan de
tongwerken uitgevoerd.
Organiste
Anneke de Witt vindt de Fluit 2' en de Mixtuur wat aan de scherpe kant. De
oorzaak ligt in de verhoging van de winddruk en de iets hogere samenstelling van
de Mixtuur. Deze beslissing is in gezamenlijk overleg genomen. Na verloop van
tijd zal gewenning optreden en zal de klank vermoedelijk ook iets milder worden.
(12)
| CD/LP | Organist | Componist | |
| CD VLC1092 | Dick Sanderman | W.G. Hauff | Allegro |
| J.G.Werner | Allegro | ||
| H.P. Steenhuis | Verjaardagsmars |
Bronvermelding:

Foto Dick Sanderman (situatie 1992)


Foto
links Janco
Schout (Situatie 1992) Foto rechts Geert Jan Pottjewijd 2021 (Klik op de
afbeelding voor een vergroting


Foto: Geert Jan Pottjewijd (2017) Klik op de foto voor een vergroting