Havelte, Hervormde Kerk

Kerk



Tekening uit de Drentsche Volksalmanak van 1891


Ansichtkaarten


Geluidsopnamen Geert Jan Pottjewijd d.d. 16 september 2017
 - J.S. Bach (1685-1750): Fuga in G BWV 576 Registratie:
Hoofdwerk: Bourdon 16', Prestant 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Octaaf 2', Mixtuur III-IV
 - J.S. Bach: Invention nr 1 Registratie: Bovenwerk: Holpijp 8', Fluit4'
 - Johann Nicolaus Hanff (1663-1711): Auf meinem liebem Gott Registratie: Hoofdwerk: Holpijp 8', Fluit 4' Bovenwerk: Dulciaan 8'
 - Anoniem: Voluntary in a Registratie deel 01 Hoofdwerk: Prestant 8', Octaaf 4' Deel 02: Holpijp 8', Fluit 4' Fluit 2'
 - Jonathan Battishill (1738–1801): Air Registratie: Hoofdwerk: Holpijp 8', Salicionaal 8'


1857: Roelof Postma overlijdt. Hij was bijna 50 jaar onderwijzer, koster en voorzanger.

Provinciale Drentsche en Asser courant 24-11-1857


Links Negatiefnummer AR 51321-4 (16)  rechts: ansichtkaart

1844: Volgens van der Aa in het Aardrijkskundig Woordenboek van Nederland was er in Havelte geen orgel. 'Deze kerk heeft geen orgel.' (17)

1852: In de kerk wordt door Harm Jans Jonker voor f 530,- een gaanderij gebouwd over de gehele breedte van de kerk. De maten uit het bestek kloppen echter niet met de huidige galerij. Van de plaatsing van een orgel is niets bekend. (13)

1894: Hoofdonderwijzer G. Fransen volgt J. Hindriks op als koster en voorzanger.

Provinciale Drentsche en Asser courant 24-10-1894

1896: Aankoop van het orgel dat Petrus van Oeckelen maakte voor de Hervormde kerk in Assen.


Provinciale Drentsche en Asser courant 01-06-1896, 04-06-1896, 19-06-1896

1897: Het orgel wordt door van Dam geplaatst in de Nederlands Hervormde kerk te Havelte. Het orgel van Assen was verkocht aan de orgelmakers van Dam, die in Assen een nieuw orgel plaatsten. Voor het orgel van Assen was veel belangstelling; er kwamen brieven binnen uit Helmond, Norg, Amsterdam (de orgelmaker G.F. Jurjaanz) en van H.W. Flentrop uit Zaandam, die bijzonder veel interesse toonde. 
Orgelmaker van Dam had het orgel voor f 300,- gekocht en plaatste het voor f 1.000,- in Havelte.
Op het Bovenwerk verdwenen de Holpijp 8' en de Flageolet 1'. De Nachthoorn 4' werd waarschijnlijk vervangen door een Quintadeen 8'. (02)
Het orgel wordt op 18 april in gebruik genomen in een kerkdienst, die wordt geleid door ds. Offerhaus. Het orgel wordt bespeeld door orgelmaker Van Dam uit Leeuwarden, met medewerking van mevr. Offerhaus (zang) uit Assen. (01)


Provinciale Drentsche en Asser courant 14-04-1897, 21-04-1897


Meppeler Courant 1897-04-17 en 1897-04-21

1912: G. de Vries schoolhoofd in Havelte overlijdt. Hij vervulde ook de functie van organist.

Provinciale Drentsche en Asser courant 08-05-1912

1920: Het orgel wordt gedemonteerd vooraf aan de kerkrestauratie, die tot 1925 zou duren.

1925: Het orgel wordt weer terug geplaatst onder toezicht van Monumentenzorg. De balgen verhuizen naar het kerkgewelf, vanwege de versmalling van de orgelgalerij. Het onderhoud wordt ondergebracht bij orgelmaker van der Molen uit Steenwijk. (Zie brief van Van der Molen uit 1936) De balgen op de zolder werden vanaf het orgelbalkon bediend door middel van trekstangen. Bij de restauratie van de kerk is het balkon vermoedelijk ondieper gemaakt waardoor de balgen naar de zolder moesten verhuizen.(Brief door Mense Ruiter van 1 februari 1958)
 
1930: Verslag van een deel van excursie van de Drentse prehistorische vereniging. Men wist dat het orgel uit Assen kwam, maar niet wanneer het was gebouwd.

Provinciale Drentsche en Asser courant 15-09-1930

1931: In het archief bevindt zich een aanbevelingsbrief van de kerkvoogdij van Vinkeveen voor het advieswerk dat Kardinus Luijten deed in Vinkeveen. Blijkbaar probeerde hij met deze brief betrokken te raken bij het orgel in Havelte. (09)

1932: Een inwoner van Ruinen schrijft op 21 december een aanbevelingsbrief voor de orgelmaker Andreas Doornbos. Doornbos heeft het orgel in Ruinen in onderhoud en ook de orgels van de Martinikerk en de der Aa-kerk in Groningen. Het is een prima vakman. (09)

1933: Orgelmaker P. van Dam uit Leeuwarden doet op 2 januari verslag van het bezoek dat hij in Havelte heeft afgelegd. Een volledige revisie zou circa 1.000 gulden kosten. Aangezien er weinig geld beschikbaar is stelt hij voor om het in fases te doen. Het hoognodige eerst. Hij stelt voor de windvoorziening als eerste aan te pakken. De kosten schat hij in op f 100,-.
Orgelmaker Doornbos stuurt op 3 juli een briefkaart. Hij stemt al dertig jaar het door hem gemaakte orgel in Ruinen. Het stemmen kost f 3,- per register.
Op 20 juli dient Bernard Koch uit Apeldoorn een begroting in van f 685,- voor twee nieuwe magazijnbalgen op de orgelgalerij. Verder zal het hele orgel worden nagezien, geďntoneerd en gestemd. De oude balgen zijn voor de orgelmaker. Een orgeltrapper dient beschikbaar te zijn.
Orgelmaker T. van der Molen uit Steenwijk stuurt op 22 juli een brief waarin hij schrijft dat hij samenwerkt met Koch uit Apeldoorn. Hij verwijst naar de prijsopgave door Koch. Een balg in het orgel kan niet omdat dan alles verbouwd moet worden. De nieuwe balg wordt door Koch gemaakt. De rest van het werk zal samen worden uitgevoerd. Na het verlenen van de opdracht kost het werk een doorlooptijd van 3-4 weken. Een onderhoudscontract kost f 20,- per jaar.
Op 8 augustus biedt van T. van der Molen nogmaals zijn diensten aan. Het maken van de balg wordt aan Koch overgelaten vanwege de drukke werkzaamheden.
Op 1 september beantwoordt Van der Molen een brief uit Havelte. Hij wil deze brief persoonlijk bespreken in Havelte.
Op 4 november schrijft orgeladviseur Luijten aan de kerkvoogdij naar aanleiding van een gesprek in Havelte. Een magazijnbalg is voor de orgeltrapper makkelijker te bedienen en meer geruisloos. Verder groot onderhoud aan de windladen en mechaniek. Hij schat de kosten in op circa f 1.200,-, misschien ook lager. De orgelmaker kan proberen de twee tongwerken weer tot klinken te brengen. Mocht dit niet lukken dan is voor twee nieuwe tongwerken ongeveer f 350,- benodigd. Het pedaal kan zo blijven. De organist gebruikt het waarschijnlijk toch niet. Hij vraagt of de toren van de kerk is of van de gemeente. Ook wil hij graag weten of de vloer van de toren van hout of steen is. (08) (09)

1934: Blijkbaar heeft de kerkvoogdij van Havelte inlichtingen ingewonnen over dhr. Luijten. In een brief van februari vanuit Hoogezand wordt gesteld dat Luijten bij een opdracht in Vreewijk geen goed werk zou hebben geleverd. Men betwijfelt dit echter.
Luijten stuurt een afschrift van een aanbevelingsbrief uit mei uit Varsseveld, waarin men hem dankt voor zijn advieswerk.
Op 21 november schrijft orgelmaker Van der Molen dat hij binnenkort weer langskomt om het bovenklavier na te kijken. De vorige keer heeft hij er niet meer tijd aan besteed om de kerk niet op kosten te jagen. (08) (09)

1935: Aanbevelingsbrief van 31 oktober van ds. Oldeman uit Hoogezand dat Luijten deskundig is. (08) (09)
Wijdingsavond 'Opwekking tot vrede' met ds. Oort en het kerkkoor.


Provinciale Drentsche en Asser courant 01-03-1935

1936: Op 26 maart schrijft orgelmaker T. van der Molen uit Steenwijk dat hij de balgen op het gewelf heeft nagekeken en provisorisch heeft gerepareerd. Eigenlijk zouden ze vervangen moeten worden. Een tweede orgeltrapper zou enigszins helpen. Ook kan er dan een windmotor worden geďnstalleerd. Hij schat de kosten op nog geen f 500,-. Binnenkort zou de 'lichtleiding' in de buurt van de kerk moeten komen.
Luijten stuurt weer een aanbevelingsbrief. Ditmaal uit Valkenswaard. Idem uit Loenen a/d Vecht. Idem uit Sappemeer. (08) (09)

1937: Orgelmaker Andreas Doornbos schrijft op 3 juli over zijn bezoek aan Havelte. De balgen op het gewelf zijn in zeer slechte staat. De windladen hebben doorspraak en veel pijpen spreken niet. Het beeldhouwwerk is slecht.
Doornbos zegt in een vervolgbrief van 5 juli weer dat de blaasbalgen slecht zijn. De ijzeren abstracten moeten worden vervangen door bronsdraad; de houten pijpen moeten opnieuw worden verlijmd; de lekke windlade moet worden hersteld en het snijwerk vernieuwd. De kosten schat Doornbos in op ongeveer f 250,-.
Op 27 juli beantwoordt Doornbos een vraag van de kerkvoogdij over het leveren van een nieuwe blaasbalg. Als dit doorgaat dan graag snel een beslissing, omdat in de zomer het licht bij het orgel nog goed genoeg is om werkzaamheden uit te voeren. Doornbos maakt een plattegrond van het orgel met de plek voor de blaasbalg.
De kosten zijn als volgt:
 - Nieuwe blaasbalg f 400,-
 - Windladen nazien f 200,-
 - Pijpwerk nazien f 150,-
 - Schoonmaken, intoneren en stemmen f 200,-

Klik op de afbeelding voor een vergroting

Op 24 september vraagt de kerkvoogdij aan de Hervormde Synode een subsidie van f 2.000 om de afgekeurde kerkverwarming te vervangen. Deze werd aangebracht bij de kerkrestauratie van de jaren '20. Ook wordt genoemd dat het orgel na de kerkrestauratie niet voldoende is hersteld.
Op 15 november vraagt Doornbos aan de kerkvoogdij om het contract voor Augustinusga (als voorbeeld afgegeven?) weer terug te sturen. Deze blijkt echter niet te zijn bewaard.
Op 25 november informeert Doornbos naar de stand van zaken rond zijn voorstel en nogmaals naar het contract van Augustinusga. (08) (09)

1938: De Vereniging van Kerkvoogdijen (VvK) geeft op 4 oktober de naam van Van Maanen uit Sneek door als orgeldeskundige.
Op 13 oktober vraagt Havelte aan de VvK wie de orgeldeskundigen zijn van de VvK. Volgens Luijten zouden er geen orgeldeskundigen zijn gekoppeld aan de VvK.
Op 14 oktober noemt de VvK weer de naam van Van Manen, Zorgman uit Velp en Van Herwaarden uit Rotterdam. Met Luijten heeft de VvK geen verbinding.
Op 16 oktober schrijft de VvK afdeling Drenthe dat ze niet enthousiast zijn over Luijten, maar blijkbaar is er nog een contractuele overeenkomst met hem.
Op 29 oktober schrijft de VvK afdeling Drenthe dat dhr. Luijten kortgeleden in Assen was. Men vroeg hem naar Van Manen. Dit bleek een onderwijzer in Sneek te zijn. Van een koppeling van Van Manen met de VVK was hem niets bekend. In Assen zijn geen slechte berichten over Luijten bekend.
Op 5 november een brief van de landelijke VvK. Ze vragen zich af waarom de afdeling Drenthe nog steeds vasthoudt aan Luijten als orgeladviseur. Hij is wel deskundig, maar zeer lastig in de omgang.
Op 8 november schrijft Luijten dat Van Manen hoogstens adviseur is voor de afdeling Friesland van de VvK en dat hij uit eigen ervaring weet dat van Maanen weinig deskundig is.
De VvK afdeling Drenthe meldt in november dat Luijten op 29 november het orgel komt inventariseren.
Op een formulier wordt de toestand van het orgel beschreven. De beschrijving is zeer waarschijnlijk door Luijten opgesteld: de mechaniek is uitgesleten; de pedaalklaviatuur is in slechte toestand en te klein van omvang; het draadwerk is versleten; de windladen zijn lek; de Trompet en de Dulciaan zijn onbruikbaar en niet te repareren. Bij de kerkrestauratie van 1925 zijn de vier schepbalgen van het orgel op het gewelf geplaatst. De bediening is hierdoor zeer onhandig. Het orgel verdient een goede restauratie. (08) (09)

Genoteerde dispositie:
Hoofdmanuaal:   Bovenmanuaal:  
Prestant 16’ disc. Holfluit 8’
Prestant 8’ Viola di Gamba 8’
Bourdon 16’ Nachthoorn 4’
Holpijp 8’ Fluit 4’
Salicionaal 8' Fluit 2’
Octaaf 4’ Dulciaan 8’
Fluit 4'    
Quint 3’    
Mixtuur 3-4 sterk    
Trompet 8’    

193x: Johan van Meurs noteert de gegevens van het orgel in zijn dispositiecahier (10)

Klik op de afbeelding voor een vergroting

1939: Op 22 april biedt Luijten zich aan bij de kerkvoogdij. Een goed adviseur is van groot belang. Zie de 'mislukking' onlangs in de Hervormde Kerk van Zuidlaren. (Johan van Meurs adviseerde daar bij de verbouw van het orgel door Spiering)
In een brief van 6 mei aan de Raad voor het predikantstraktement komt toevallig ook het orgel ter sprake. Het is onbespeelbaar en de kerkvoogdij moet f 2.000,- lenen om het te kunnen laten herstellen.
Op 10 juli vraagt de kerkvoogdij aan Van Manen om een bestek te maken voor de restauratie van het orgel.
Op 12 juli schrijft Van Manen dat hij geen tijd heeft en dat het te ver af is. Hij verwijst door naar Zorgman uit Velp.
Op 11 september schrijft de kerkvoogdij naar de VvK over de reactie van Van Manen. Men denkt het lidmaatschap van de VvK maar op te zeggen als er geen deskundigheid te verkrijgen is.
Op 19 september reageert de Nederlandsche Klokken- en Orgelraad (NKO) de vraag om bijstand uit Havelte. De NKO is graag bereid te adviseren. Een advies kost f 25,- plus de reis- en verblijfkosten. Op 10 oktober zouden twee leden van de NKO langs kunnen komen, omdat ze dan onderweg zijn naar Groningen. Op 4 oktober schrijft de NKO dat 12 oktober beter uitkomt.
De NKO brengt op 18 oktober een rapport uit op basis van een bezoek van de orgeldeskundige P. Kluyver. In de beschrijving van de historie staan enkele missers. Het is niet C. van Oeckelen, maar P. van Oeckelen. De vergroting van het orgel was niet in 1840, maar in 1855. Ook werd het orgel niet uitgebreid met 3 stemmen, maar met 8 stemmen.
De toestand van het orgel wordt als volgt omschreven:
 - Het pijpwerk is in goede staat, behalve de Trompet en de Dulciaan. De Nachthoorn 4' is dubbel. Deze wijzigen naar een Quintadeen 8'. De samenstelling van de Mixtuur wijzigen, met een 1 3/5'. De dispositie verder gelijk laten.
 - De windladen zijn degelijk, maar verwaarloosd.
 - De mechaniek is uitgesleten en de pulpeten zijn verteerd.
 - De windvoorziening is zeer onvoldoende. Er zijn vier spaanbalgen op de zolder die met 4 treden worden bediend. Een regulateur bij de windladen ontbreekt. Er moet een nieuwe magazijnbalg naast het orgel komen en regulateurbalgen in het orgel. De oude spaanbalgen kunnen als curiositeit op de gewelven bewaard blijven.
 - De orgelkas bevindt zich in een bevredigende toestand.
Een restauratie wordt ingeschat tussen de f 1.000,- en f 1.200,-.
De volgende orgelmakers worden aangeraden: Bakker & Timmenga, Mense Ruiter en Steinmann-Vierdag.
Op 31 oktober machtigt de kerkvoogdij de NKO om prijsopgaves aan te vragen. Men gaat subsidie aanvragen bij de synode en stelt een orgelfonds in. Om de financiën te verbeteren zullen wanbetalers worden aangepakt.
Op 3 november schrijft Mr. Arie Bouman namens de NKO dat het orgel in Havelte dringend gerestaureerd moet worden. Het is de eersteling van Petrus van Oeckelen uit 1819.
Mense Ruiter wordt samen met twee andere orgelmakers uitgenodigd een offerte te doen voor:
- Restauratie van de windladen
- Restauratie van de mechaniek
- Installatie van een nieuwe magazijnbalg met twee schepbalgen, twee regulateurs en nieuwe windkanalen naast het orgel. De oude schepbalgen kunnen buiten gebruik worden gesteld.
- Restauratie van het pijpwerk met de volgende wijzigingen: de Nachthoorn 4' omwerken tot een Quintadeen 8', de 2' in de Mixtuur discant opschuiven tot 1 3/5'.
- Als er een windmotor wordt geďnstalleerd kan de magazijnbalg vervallen.
Mense Ruiter maakt aantekeningen en een aantal schetsjes.
Op 10 november stuurt Mense Ruiter een prijsopgave naar Mr. Arie Bouman van de NKO.
- Punten A en B: restauratie van de windladen en mechaniek f 525,-
- Punt C: Nieuwe magazijnbalg van 180x165 cm f 310,- Twee kanalen naar de hoofdladen en bovenlade met twee regulateurs f 150,-
- Punt D: Restauratie van het pijpwerk inclusief het wijzigen van de Nachthoorn 4' in een Quintadeen 8' en het wijzigen van de Mixtuur conform de specificatie f 225,- Ruiter betwijfelt of er van de tongwerken nog wat van te maken is.
 -Punt E: Installatie van een Meidinger windmachine f 210,- 'In plaats van de groote magazijnbalg wordt een regulateur met bak van 20cm en inspringende vouwen van ca. 100x130 cm uitgevoerd in Oregon, geplaatst ŕ f 120,-'
- Punt F: Uitvoering van de punten A t/m D is f 1.220,- Bij plaatsing van een windmachine zijn de kosten f 20,- hoger. Desgewenst kan ook nog een schepbalg worden geplaatst, zodat orgelpompen mogelijk blijft. Tijdsplanning: acht weken
- Punt G: Werkzaamheden worden zoveel mogelijk in de werkplaats uitgevoerd. Alleen de demontage en het opbouwen met twee man vindt plaats in Havelte. Gratis logies geeft een besparing van f 40,-
- Punt H: Hergebruik van de twee spaanbalgen geeft weinig voordeel. Desgewenst kunnen ze tegen kostprijs worden verwijderd.
Op het derde blad een uitleg over de samenstelling van de mixtuur.
Op het vierde blad een aantal opmerkingen van Ruiter:
- De zithouding aan de speeltafel is zeer ongemakkelijk. Een verbetering is mogelijk door het pedaal en de bank met 10 cm te verlagen
- Vervanging van de tongwerken voor f 250,- en f 235,-
- Het polijsten van de frontpijpen in plaats van de aluminiumverf
- Verbetering van de orgelkas en het aanbrengen van een loopplank voor het Bovenwerk
- Weer aanbrengen van het lofwerk dat nu in de orgelkas ligt.
Op 17 november beschrijft de NKO de binnengekomen offertes:
 - Bakker & Timmenga ziet er vanaf
 - Mense Ruiter offreert f 1.230,- en met installatie van een windmotor f 1.250,-
 - Steinmann-Vierdag rekent f 1.990,- en met installatie van een windmotor f 2.290,-
Geadviseerd wordt met Mense Ruiter in zee te gaan vanwege de prijs en zijn goede reputatie.
Op 1 december meldt Ruiter dat de windmotor duurder uitvalt dan eerst gedacht. Deze komt nu op f 217,-
Op 2 december schrijft de kerkvoogdij aan de NKO dat de restauratie is gegund aan Mense Ruiter. Graag wil men tijdens de restauratie gebruik maken van een interim-orgel.
Op 4 december schrijft de NKO aan Mense Ruiter dat de kerkvoogdij van Havelte heeft besloten de restauratie aan Mense Ruiter te gunnen voor een bedrag van f 1230,-
Omdat dit de eerste keer is dat de NKO en Mense Ruiter samenwerken, zou het mogelijk zijn dat Ruiter binnenkort op het kantoor komt om gezamenlijk een bestek vast te stellen?
Op 14 december schrijft de NKO naar Mense Ruiter dat de kerkvoogdij verwacht dat Ruiter een hulporgel plaatst tijdens de restauratie gedurende de maanden februari en maart van 1940.
Op 15 december stuurt de NKO het contract en het bestek van Mense Ruiter naar Havelte. De demontage kan pas eind januari 1940 beginnen vanwege leveringsproblemen met orgelonderdelen uit Duitsland. Kan de kerkvoogdij het contract ondertekenen?
 - De windladen worden uit elkaar genomen en gereviseerd. De sponsellatten worden vervangen door nieuwe van oud hout. De windlade wordt opnieuw verlijmd.
 - De mechaniek wordt gereviseerd en de winkelhaken en welarmen worden vernieuwd in messing.
 - Er wordt een nieuwe magazijnbalg van 180x165cm en 2 nieuwe regulateurs geďnstalleerd. De windkanalen worden vervangen.
 - Het pijpwerk wordt hersteld. De Nachthoorn 4' van Manuaal II wordt omgewerkt tot een Quintadeen 8'. De samenstelling van de Mixtuur wordt gewijzigd met daarin een 1 3/5'. De intonatie wordt bijgewerkt in het bestaande oude toonkarakter.
 - De orgelkas valt buiten de restauratie. (08) (09)
Op 30 december stuurt de kerkvoogdij op verzoek van de NKO drie bestekken naar Mense Ruiter. De stukken moeten worden getekend en weer geretourneerd. (12)

1940: Ongedateerde aantekeningen en schetsjes door Mense Ruiter.
Op 2 januari schrijft Mense Ruiter aan Mr. Arie Bouman van de NKO. Hij stuurt een bestek, dat hij van kerkvoogd Waterbolk ontving, door aan Bouman. Het is goed mogelijk tijdelijk een harmonium in de kerk te plaatsen.
Op 3 januari stuurt Mense Ruiter het contract getekend terug naar Havelte. Het andere exemplaar is naar de NKO gestuurd. De werkzaamheden starten binnenkort. Kan de kerk tijdens de werkzaamheden worden verwarmd?
Op 31 januari vraagt de kerkvoogdij subsidie aan bij de synode.
Op 23 april schrijft Mense Ruiter een herstelplan. De orgelkas blijkt in zeer slechte staat te verkeren. Er zou voor f 360,- een nieuwe onderkas van vuren gemaakt kunnen worden. Ook zouden de stijlen van de zijwanden naar boven moeten worden vervangen. Dat kost 45,- extra. Inbegrepen is ook de vernieuwing van de lagers voor de windlade van Manuaal II. De consoles van de fronttorens worden door middel van trekstangen weer horizontaal getrokken. Alleen het oude front blijft gehandhaafd. Het pedaal zou iets moeten zakken, waardoor de organist een betere houding krijgt. Kosten ca. f 40,-
Uit de brief van 4 mei van Mr. Arie Bouwman van de NKO blijkt dat het binnenwerk van het orgel al is gedemonteerd. Bouwman vindt het voorstel voor de orgelkas van Ruiter te ver gaan. Ook is vergeten een post voor het schilderwerk op te nemen. Bouwman stelt voor om de stijlen aan de achterzijde te versterken. Het lager leggen van het pedaal verdient aanbeveling.
Op 20 juni schrijft Mense Ruiter dat de oplossing van Bouman in aangepaste vorm zou kunnen werken. Hij schat dan de kosten in op circa f 200,- Het vernieuwen van de gehele orgelkas achter het front blijft hij een betere optie vinden. Hij wil als de orgelkas vernieuwd wordt de orgelkas in de grondverf zetten. In een Postscriptum schrijft hij dat het archief van mr. Arie Bouman bij het bombardement van Rotterdam verloren is gegaan en er misschien moeilijk met hem contact kan worden opgenomen. Het zou de snelheid van de werkzaamheden verhogen om rechtstreeks met hem samen te werken.
Op 2 juli schrijft Bouman uit Amsterdam dat de werkzaamheden, die Ruiter beschrijft voor de restauratie van de oude orgelkas, zijn goedkeuring hebben. Hij wijst ook op zijn nieuwe adres.
Op 8 juli schrijft Bouman aan de kerkvoogdij. Hij dankt voor het medeleven bij het verloren gaan van zijn inboedel. De gegevens van de lopende en afgedane zaken van de NKO zijn gelukkig bewaard gebleven.
Op 19 juli meldt Ruiter dat hij met de orgelkas is begonnen.
Op 22 augustus meldt de kerkvoogdij aan Monumentenzorg dat het orgel wordt gerestaureerd onder advies van de NKO. Het bestek wordt meegestuurd.
Op 28 augustus meldt Monumentenzorg dat ze geen bezwaren hebben.
Op 13 november schrijft A.P. Oosterhof uit Leeuwarden aan kerkvoogd Waterbolk dat hij op vrijdag 15 november naar Havelte komt om het orgel namens de NKO te keuren. Hij komt met de trein naar Meppel. Kan iemand hem daar afhalen omdat de busverbinding met Havelte nogal slecht is.
Op 25 november schrijft de NKO dat op 20 november A.P. Oosterhof uit Leeuwarden de eindkeuring op basis van het NKO-bestek van december 1939 heeft uitgevoerd. Het werk is door Ruiter uitstekend uitgevoerd. Veel pijpwerk is opgeschoven, omdat het te kort was. Er zijn nieuwe pijpen bijgemaakt. Ook het herstel van de orgelkas en het intonatiewerk is uitstekend. Aangeraden wordt de facturen te betalen en af te zien van de boeteclausule vanwege de tijdsomstandigheden en het uitstekende werk.
Op 20 november schrijft Mense Ruiter aan Oosterhof in Leeuwarden dat hij bezig is geweest met de opmerkingen uit het keuringsrapport. Er is veel tijd besteed aan de tongwerken. Vooral de Dulciaan is veel beter geworden. De genoteerde intonatieafwijkingen zijn ook verholpen.
Op 1 december overhandigt Ruiter een rekening van f 405,- aan kerkvoogd Waterbolk. Waterbolk was daar verbaasd over. Het herstel van de orgelkas zou niet tot de opdracht behoren.
Op 27 december stuurt Mense Ruiter een brief voor het ondertekenen van het garantiebewijs. Ook ontvangt hij graag nog f 600,- omdat hij er vanuit gaat dat het orgel nu is goedgekeurd. (08) (09)
Op 27 december schrijft Mense Ruiter aan aannemer Nimberg uit Havelte over een ontvangen rekening voor steigerplanken die hij niet helemaal begrijpt. Ruiter veronderstelt dat de geleende planken weer zijn teruggebracht. (12)

1941: Op 15 januari vraagt de VvK of de kerkvoogdij tevreden is over het advieswerk van de NKO.
Op 23 januari meldt de kerkvoogdij aan de VvK dat men tevreden is.
Van april dateert een intern overzicht van de gebeurtenissen in '40 en '41 rond het orgel.
In een brief van 30 april wijst Monumentenzorg op de gaten in het dak van de kerk en vraagt of er nog subsidie nodig is voor het vervangen van de kerkverwarming. Ook willen ze graag weten wanneer het orgel wordt gerestaureerd.
Op 5 mei antwoordt de kerkvoogdij dat het pannenprobleem zich vaker voordoet en dat dit de komende week wordt hersteld. De verwarmingsinstallatie is vervangen. Er is nooit antwoord gekomen op de subsidievraag. Het orgel is gerestaureerd onder advies van de NKO. Hiervoor is geen subsidie aangevraagd, omdat de kerk geen antwoord kreeg op een eerdere aanvraag. (08)

1942: Op 11 april stuurt Mense Ruiter een brief met een rekening voor het onderhoud van de orgels in Havelte en Uffelte. Zijn bankrekening is bijna leeg! Hij stelt voor om de harmoniums in Uffelte en De Weeme ook onder het contract te laten vervallen. (08)

1943: De 13-jarige J. Blok is benoemd als organist.

Provinciale Drentsche en Asser courant 31-03-1943

1949: Kunstavond door de blinde solisten Gusta van der Heijden op viool en Joop Segtenhorst op orgel. De declamaties werden verzorgd door Joh. van der Berg. Daarnaast werd de film 'wakende ogen' over blinde geleidehonden getoond.

Provinciale Drentsche en Asser courant 16-04-1949

1950: Op 1 maart vraagt de kerkvoogdij aan Ruiter om het orgel te stemmen, indien mogelijk voor Pasen.
Op 3 april stuurt de kerkvoogdij per briefkaart een herinnering, omdat ze van Ruiter geen antwoord hebben gekregen. Blijkbaar komt een adressering 'Den Heer Mense Ruiter, Orgelbouwer, Groningen´ goed aan op de plaats van bestemming. (14)

1952: Op 19 augustus schrijft organist S. de Boer uit Meppel dat de C groot van het hoofdmanuaal blijft doorspreken. Ook op het bovenmanuaal zijn er wat hangers. Kan het probleem deze week worden verholpen? Het orgel is nu onbruikbaar. (14)

1958: Op 11 februari beschrijft Mense Ruiter de huidige staat van het orgel en de restauratie in 1940. De Prestant 16' discant is waarschijnlijk niet origineel. Volgens Ruiter is de kas achter het front toch geheel vernieuwd. Van het lofwerk aan de pijpvoeten is veel verdwenen. Destijds was er geen geld om dit te completeren. De grootste loden frontpijpen zijn opgehangen om doorzakken te voorkomen. Er is in 1940 een nieuwe magazijnbalg geplaatst. Helaas is er nog steeds geen windmotor. De oude spaanbalgen hebben vroeger vermoedelijk achter het orgel staan en zijn naar het gewelf verhuisd toen het orgelbalkon in de jaren '20 werd verkleind. (09)

1959: De kerk wordt gerestaureerd en heringericht, waarbij de dooptuin wordt verwijderd. (13)
Mense Ruiter plaatst een windmachine volgens een brief van Mense Ruiter van 14 juni 1984. (09)

1960: Ruiter stuurt een rekening van f 151,25 voor stemmen, reparatie van de Bourdonpijpen en de manuaalkoppel. (09)

1962, 1963 en 1966: Briefkaarten voor stembeurten. (09)

1966: De stemmer van Ruiter constateert in augustus dat het orgel erg vuil is en dat de sleep van de Quintadeen niet goed functioneert. Ruiter komt uit Meppel, waar hij werkt aan het orgel van de Grote Kerk, even kijken wat er moet gebeuren.
Op 13 augustus meldt de kerkvoogdij dat Ruiter welkom is. Een rekening van f 226,85 wordt nog niet betaald omdat er geen specificatie is. (09)
Op 16 augustus stuurt Ruiter de specificatie van de rekening. De kosten voor een stemming zijn f 12,50 per stem. Voor de tweede dag is maar de helft van de reiskosten berekend, omdat 's middags Nijeveen werd bezocht. (12)


Kerk in 1967 Negatiefnummer Pu 33349 (16


1968: Op 3 juni stuurt A.J. van der Wedden uit Meppel een brief naar aanleiding van een ontmoeting met kerkvoogd Naber. Hij vertegenwoordigt Walcker in Nederland. Walcker heeft twee orgels in Meppel in onderhoud. Hij stuurt wat informatie over Walcker mee. (09)

1970: Op 2 maart schrijft Van der Wedden dat Walcker een prijsopgave wil doen voor een restauratie.
Op 2 april schrijft de kerkvoogdij dat een prijsopgave welkom is.
Op 25 juni schrijft van der Wedden dat hij op 9 juni met een medewerker van Walcker het orgel heeft bezocht. Voorgesteld wordt het volgende:
 - Nieuwe pedaalklaviatuur met nieuw wellenbord voor DM 1.500,-
 - Schoonmaak en intonatie voor DM 3.800,-
Van der Wedden blijkt ook af en toe te spelen in Havelte gezien zijn opgave van 25 juni.
Op 10 juli stuurt Walcker een bestek voor bovenstaande werkzaamheden.
Op 11 augustus vraagt de kerkvoogdij advies van de Hervormde Orgelcommissie (HOC) omtrent de offerte van Walcker.
Op 20 augustus antwoordt de HOC dat ze alleen een advies kunnen geven als ze de situatie ter plekke hebben bekeken.
Op 26 augustus schrijft de kerkvoogdij naar van der Wedden dat ze advies hebben ingewonnen bij de HOC en eerst het resultaat van het onderzoek door de HOC afwachten voordat ze in zee gaan met Walcker. Op dezelfde datum geeft de kerkvoogdij aan de HOC een opdracht tot het uitbrengen van een advies.
Op 24 september bericht de HOC dat adviseur Willem Hülsmann op 28 september langskomt.
Het rapport van de HOC dateert van 6 november. Er is geen historisch onderzoek gedaan, gezien de opmerking dat het orgel zou stammen uit een afgebroken kerk in Assen. Het jaartal 1819 is wel correct. De restauratie van Ruiter wordt beschreven zonder dat men daar een tijd en orgelmaker aan koppelt. De klank van het orgel is 'niet onaantrekkelijk'. De windlade is in slechte staat. De windmotor maakt bij het opstarten veel lawaai. Het orgel is een restauratie ten volle waard. Veel schade is ontstaan door het gebruik van de kerkverwarming. De verzekerde waarde wordt ingeschat op f 125.000,- De volgende werkzaamheden worden voorgesteld:
 - Restauratie van de windladen. Aanbrengen van een verende sleepconstructie.
 - Betere omkisting van de windmachine
 - Het houten pijpwerk controleren op scheuren. Het metalen pijpwerk laten zoals het is.
Het orgel staat op de monumentenlijst en komt voor subsidie in aanmerking. De werkbeschrijving door Walcker is onvoldoende en bevat voornamelijk uiterlijkheden. Vervanging van het pedaal en het wellenbord is uit den boze. Ook het 'gründlich nachintonieren' is sterk af te raden. De kans op subsidie is zeer klein als Walcker de werkzaamheden uitvoert. Een orgeladviseur zal een gedegen restauratierapport moeten opstellen. Op 12 november stuurt de HOC een rekening voor het advies.
Op 12 november dankt de kerkvoogdij de HOC voor het rapport. Met de restauratie wordt gewacht op bericht van monumentenzorg omtrent mogelijke subsidie.
Op 12 november schrijft de kerkvoogdij aan van der Wedden dat het rapport van de HOC binnen is en dat niet ingegaan wordt op de offerte van Walcker.
Op 15 november reageert van der Wedden op het niet doorgaan van de offerte van Walcker. Toen de HOC werd ingeschakeld verwachtte hij al dat de offerte van Walcker niet zou worden geaccepteerd. Hij verwacht dat men over 15 jaar weer terug komt bij Walcker.
Op 26 november schrijft de HOC dat de rijksadviseur in principe heeft toegezegd dat een restauratie kan worden gesubsidieerd. Voor die tijd dient er echter wel een restauratierapport te liggen. De kosten van een orgeladviseur zijn ook subsidiabel. (09) (18)

1971: Op 25 januari verzoekt de kerkvoogdij de HOC om een orgeladviseur aan te stellen. Men heeft voorkeur voor Lambert Erné.
Op 29 januari schrijft de HOC dat ze akkoord gaan met de keuze van Lambert Erné als adviseur.
Op 5 maart schrijft de rijksorgeladviseur dr. Oussoren aan de HOC dat hij de Rijksdienst voor Monumentenzorg heeft geadviseerd 50% subsidie te verlenen.
Op 9 maart bericht de HOC dat er een toezegging van het rijk is voor een subsidie van 50%. Hierdoor kunnen ook provincie en gemeente subsidiëren.
Op 22 maart wijst een zekere Wolthuis uit Hoogeveen de kerkvoogdij op de 'Stichting Mooy' als mogelijke subsidiebron.
Op 4 mei bericht van de HOC dat Lambert Erné op 19 maart is overleden. Er volgt nader bericht omtrent zijn vervanging.
Op 3 juni meldt de HOC dat Willem Retze Talsma na het overlijden van Lambert Erné als orgeladviseur voor Havelte is aangesteld. Op 10 juni gaat de kerkvoogdij akkoord en vraagt wanneer Talsma kan beginnen.
Op 16 juni schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat dhr. Talsma op de hoogte is gesteld van zijn adviseurschap. Talsma zal een afspraak met Havelte maken.
Op 26 juli schrijft Talsma dat hij van plan is het orgel de volgende week te bezoeken.
Op 21 september schrijft Mense Ruiter dat het orgel groot onderhoud nodig heeft. Ruiter schat de kosten tussen de f 10.000,- en f 15.000,-
Op 24 september schrijft de HOC naar Mense Ruiter dat er voor Havelte een voorlopig advies is uitgebracht. Na het overlijden van Erné is Talsma aangesteld als adviseur.
De HOC schrijft op 24 september aan de kerkvoogdij dat het rapport van Mense Ruiter is doorgestuurd naar dhr. Talsma. De HOC dankt Mense Ruiter voor het toezenden van de rapporten voor Aadorp en Havelte. De taak van de overleden Lambert Erné is overgenomen door Willem Retze Talsma. In principe is al subsidie toegezegd.
Op 19 oktober schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat er geen verrekening hoeft plaats te vinden na het overlijden van Lambert Erné. (09) (18)

1973: Op 21 november beantwoordt de HOC een brief van de kerkvoogdij waarin er zorgen worden uitgesproken over de voortgang van de restauratie. De onderhoudskosten beginnen op te lopen. De HOC verzoekt het rapport van Talsma op te sturen.
Op 23 november schrijft de HOC dat het voorlopige rapport is opgestuurd. Bedoeld wordt echter het restauratierapport van dhr. Talsma. (09) (18)

1974: Talsma schrijft in mei? een brief naar de kerkvoogdij en het ministerie van CRM met als bijlage de offerte van 1 mei 1974 van orgelmaker Verschueren. de totale kosten begroot Talsma op f. 69.000,- Hij verzoekt om toekenning van subsidie. Volgens de offerte zou het orgel uit 1823 dateren. De klaviatuur is gewijzigd. Het klavierbeleg is van kunststof en de bakstukken en lessenaar zijn niet meer origineel. De zijwanden en de achterzijde zijn voorzien van triplex-panelen en aangetast door houtworm. De mechaniek is goed van aanleg, maar ontregeld. De windladen zijn in uitstekende staat. Het pijpwerk is zeer vervuild, voor een deel verlengd en van verschillende factuur. De windvoorziening heeft lekkages en is allesbehalve geruisloos.
Voorgestelde werkzaamheden:
 - De orgelkas wordt behandeld tegen houtworm. Overige werkzaamheden aan de orgelkas in eigen beheer door Havelte.
 - De klaviatuur en mechaniek worden afgeregeld.
 - De windladen worden gereinigd en er worden ringen aangebracht voor het soepeler lopen van de slepen.
 - Stelpost voor het geval dat de windladen bij droge omstandigheden niet goed blijken te functioneren.
 - Reparatie van de magazijnbalg. De windmotor wordt hangend opgesteld in een dubbelwandige dempingskist.
 - Het pijpwerk wordt gerepareerd. De samenstelling van de Mixtuur wordt gereconstrueerd. De zinken schuiven van de Dulciaan kunnen vervallen.
De kosten bedragen f 28.938,52 De vervanging van het klavierbeleg door ivoor kost: f 4.337,24 en de stelpost voor de windladen bedraagt f 16.728,36.
Op 8 mei schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat Talsma de kerk heeft bezocht. Hij vroeg om alle informatie die er maar te vinden was. Deze wordt gestuurd. Hopelijk wordt het orgel binnenkort gerestaureerd.
Op 27 mei schrijft de kerkvoogdij aan de HOC over de offerte van Verschueren. Men heeft de volgende vragen:
 - Is het niet verstandig nog een offerte aan te vragen van een orgelmaker dichter bij huis?
 - Wanneer en bij wie kan subsidie worden aangevraagd?
 - Moet bij de aanvraag ook een historisch rapport worden overlegd en wie moet dat schrijven?
 - Hoe moet de voorfinanciering worden geregeld?
Van 27 mei dateert een telefoonnotitie van de HOC met dhr. Naber uit Havelte. Talsma heeft een begin gemaakt met het bestuderen van de offerte van Verschueren. Moet er misschien een offerte worden aangevraagd bij Bakker & Timmenga? Bakker & Timmenga heeft lange levertijden, maar aangezien toch moet worden gewacht op subsidie is dit een mogelijkheid. De kerkvoogdij denkt ook aan voorfinancieren.
Van 27 mei dateert nog een brief, waarvan niet duidelijk is aan wie hij is gericht. In het kort wordt de geschiedenis van het orgel beschreven.
Op 22 juni een antwoord van de HOC. In 1975 kan subsidie worden aangevraagd. Wel moet er dan een restauratierapport aanwezig te zijn. De voorfinanciering dient zelf te worden geregeld.
De kerkvoogdij bevestigt op 14 december dat ze een conceptbrief voor het aanvragen van subsidie van Talsma hebben ontvangen. Ze sturen hem door naar het ministerie. Voor gegevens over het orgel kan Talsma informeren bij dhr. Van Werven, die een onderzoek naar het orgel heeft gedaan. Verdere inlichtingen bij Mense Ruiter en oud-kerkvoogd Waterbolk. (09) (18)

1975: Op 5 mei een brief van het ministerie van CRM. Het orgel heeft monumentale waarde, maar op dit moment zijn er geen gelden voor subsidie. In 1977 zijn er weer mogelijkheden. (09)

1976: De HOC meldt op 4 februari dat Willem Retze Talsma is vertrokken naar Spanje en dat Willem Hülsmann het adviseurschap overneemt. (09)

1977: Op 11 juli vraagt de HOC de kerkvoogdij om de brief van 4 februari 1976 te beantwoorden met de overname van het werk van Talsma door Hülsmann.
Op 23 september een rekening van f 417,72 van Mense Ruiter voor een grote controle- en stembeurt door 2 personen. Het is niet gelukt alle huilers te herstellen. (09)

1978: Op 10 augustus vraagt de HOC weer om antwoord op de brief van 4 februari 1976.
Op 23 september schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat Hülsmann als adviseur akkoord is.  (09) (18)

1979: De HOC schrijft op 16 februari dat Hans Erné het adviseurschap op zich zal nemen.
Op 25 juli meldt het Ministerie van CRM dat er geen geld beschikbaar is voor subsidie.
In de gemeentebrief van december van de kerk van Havelte wordt verteld dat er een orgelcommissie is samengesteld voor de restauratie van het orgel. Een orgelfonds is al aanwezig. (09)

1980: Een offerte van Bakker & Timmenga dateert van 27 oktober. Uit te voeren werkzaamheden:
 - De windvoorziening ongewijzigd handhaven en nazien op winddichtheid
 - Het celluloidbeleg van het klavier vervangen door ivoor of been. De klavieromlijsting en de bakstukken facultatief vervangen door exemplaren in Van Oeckelen-stijl. Het pedaalklavier restaureren.
 - De moderne delen van de mechaniek facultatief vervangen of herstellen
 - De windladen uit elkaar nemen en restaureren
 - Het pijpwerk herstellen. De dispositie van het Hoofdwerk blijft gelijk. De samenstelling van de Mixtuur herstellen naar de oude situatie. Op het Bovenwerk de Quintadeen 8' weer wijzigen naar een Nachthoorn 4'. De frontpijpen ontdoen van aluminiumverf en opnieuw foliën.
 - De toonhoogte vaststellen na demontage
De geschatte kosten excl. BTW bedragen f 66.500,- met stelposten voor de reconstructie van de klavieromlijsting, reconstructie van de oude mechanieken, meerwerk voor de windladen, het front foliën, herstel van de oude toonhoogte. Het totaal van de stelposten bedraagt circa f 60.000,-.
Op 17 november schrijft adviseur Hans Erné dat hij de offerte van Bakker & Timmenga in Havelte wil toelichten. Het is een maximale offerte, die nodig is voor het aanvragen van subsidie bij het ministerie.
Op 11 december stuurt de kerkvoogdij een brief naar Monumentenzorg, de provincie en de gemeente met een subsidieaanvraag. (09)

1981: Op 13 januari geeft het Bureau Monumentenzorg van Drenthe (BM) een positief advies om subsidie te verlenen aan de provincie.
Op 13 februari zegt de provincie 10% subsidie toe als het rijk ook een toezegging doet.
De nieuw benoemde organist B.J. Lemstra wil graag betrokken worden bij de restauratieplannen. Hij voegt een lijstje toe met aandachtspunten:
 - Hopelijk wordt ook de orgelkas gerestaureerd in de originele kleuren
 - Verbeteren van de verlichting in de lessenaar en het vervangen van de orgelbank. De lessenaar is te laag en te steil. De klaviatuur ligt te laag.
 - Installeren van een schakelaar met sleutel voor het aanzetten van de windmotor
 - De toegang tot het orgel via de toren is zeer moeizaam. Zijn er mogelijkheden voor een trap vanuit de kerk? (09)
Op 3 juni beantwoordt het ministerie de brief van 11 december 1980. Het orgel heeft monumentale waarde, maar op dit moment is er geen geld beschikbaar. (15)


Asser Courant 20 maart 1981 (15)

1982: Op 16 juni levert J. Kraal uit Ruinerwold een tekst over de orgelmaker Van Oeckelen.
Op 12 november 1984 kreeg hij een bedankbriefje voor zijn verhaal. (09)

 De orgelkas voor de laatste schilderbeurt, waarin de kleur gewijzigd naar een wittint

1982: Kranten berichten over de voortgang van de restauratieplannen.


Links: Meppeler Courant 1982-05-05 Rechts: Onbekende krant. Dateert waarschijnlijk van voor de 1e fase van de restauratie. Klik op de afbeelding voor een vergroting

1e fase

1983: Op 4 maart schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat door het ontbreken van subsidie de restauratie nog steeds niet is begonnen. Subsidie is pas op een lange termijn te verwachten. De HOC stelt voor de restuaratie op te delen in fases. Hiertoe zal een bespreking worden belegd met adviseur Hans Erné en de gecomitteerde van de HOC Aart van Beek op 29 maart.
Op 6 mei een korte offerte van Van Vulpen voor f 19.300,- excl. BTW voor het het restaureren van de windlade van het Hoofdwerk.
Op 11 mei brengt Reil een offerte uit voor de restauratie van de windlade van het Hoofdwerk.
Op 30 mei vergadert de orgelcommissie, waar organist Lemstra nu aan is toegevoegd. Er zijn 3 offertes binnengekomen. De offerte van Van Vulpen lijkt het beste.
Op 3 oktober schrijft de orgelcommissie aan de kerkvoogdij dat voor  fase 1 van de restauratie de offerte van Van Vulpen is geaccepteerd. Het pijpwerk dient tijdelijk ergens te worden opgeslagen als de windladen in de werkplaats in Utrecht zijn. Deze tijd kan benut worden om in eigen beheer schilder- en reparatiewerk aan de orgelkas uit te voeren.
Op 1 november schrijft de kerkvoogdij aan Hans Erné dat het werk is gegund aan Van Vulpen. Ze spreken hun verwondering uit dat Erné  niet aanwezig was bij de vergadering van 20 oktober.
Op 10 november schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat men zeer ontevreden is over de inzet van Hans Erné en dat men Aart van Beek als vervanger wil. Een brief aan Hans Erné is bijgesloten. Zijn instelling wordt als 'weinig positief' gezien.
Op 22 november stuurt de kerkvoogdij een brief aan Van Vulpen dat met de restauratiewerkzaamheden kan worden begonnen.
Op 2 december een bericht van de gemeente Havelte dat de subsidie is goedgekeurd, omdat het rijk subsidie heeft toegezegd. Op 8 december stuurt de kerkvoogdij een brief naar de gemeente met gegevens voor het verder subsidietraject.
Op 8 december een brief van de kerkvoogdij naar Monumentenzorg dat de restauratie wordt opgedeeld in fases. Er is gestart met de 1e fase. Een beschrijving van de werkzaamheden is bijgesloten. Kan voor deze eerste fase subsidie worden toegekend. De restauratie wordt door de kerkvoogdij voorgefinancierd. Een sortgelijke brief gaat naar de gemeente Havelte.(09) (18)

1984: Op 8 februari zijn de werkzaamheden zover gevorderd dat de eerste en de tweede termijn kunnen worden betaald. De derde termijn wordt op 5 maart in rekening gebracht.
Op 13 april vraagt de kerkvoogdij aan de HOC waar het restauratierapport van Willem Retze Talsma is gebleven. Adviseur Aart van Beek zou dit graag in zijn bezit willen hebben.
Op 18 mei schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat de HOC nog verslag moet doen van de werkzaamheden die Van Vulpen in januari en februari heeft uitgevoerd. De werkzaamheden zijn nauwgezet volgens de offerte van 6 mei 1983 uitgevoerd. De controles zijn uitgevoerd door Aart van Beek. 'Gesteld mag worden dat de windladen van het Hoofdwerk weer in zodanige conditie verkeren, dat een probleemloos functioneren tientallen jaren verzekerd is.'
Op 23 mei stuurt de HOC een rekening voor het honorarium voor de restauratie door Van Vulpen.
Op 29 augustus antwoordt de kerkvoogdij dat ze het rapport van Talsma nog niet hebben kunnen vinden.
Op 18 mei schrijft de HOC dat werkzaamheden voor de restauratie van de hoofdwerklade conform de offerte zijn uitgevoerd. Voor de volgende fase zijn ze al bezig met historisch onderzoek.
Op 7 juni vraagt de kerkvoogdij aan Mense Ruiter wat de condities zijn om het onderhoud van het orgel bij hen voort te zetten.
Op 14 juni antwoordt Ruiter dat er geen onderhoudscontract is, maar dat het onderhoud als sinds 1949 door hen wordt verricht. In 1959 werd een nieuwe windmotor geplaatst. Voor een stembeurt worden de standaardtarieven van de Vereniging van Orgelbouwers in Nederland (VON) gebruikt.
Van 17 augustus stamt een rapport waarin Rudi van Straten en Aart van Beek het pijpwerk inventariseren. Hier de eerste twee pagina's.
Op 10 september beantwoordt de kerkvoogdij een vraag van het Provinciaal College van Toezicht voor de Hervormde kerk van Drenthe (PCvT) over de restauratie van het orgel.
Op 13 september antwoordt het PCvT dat ze graag willen weten wat de kosten waren en of er een orgeladviseur bij betrokken was. Dit is namelijk een verplichting.
Op 21 september geeft de kerkvoogdij antwoord op de vragen: De totale kosten worden geraamd op f 170.000,- De eerste fase kostte f 19.696,- en werd gefinancierd uit eigen middelen. Er wordt een subsidie van 80% verwacht. De adviseur is Aart van Beek.
Op 16 oktober geeft de PCvT goedkeuring voor de eerste fase. Een tweede fase kunnen ze nog niet goedkeuren omdat niet bekend is of met het beschikbare geld de eerste fase is gefinancierd of dat dit nog aanwezig is.
Op 6 november komt de beschikking af van het ministerie dat de subsidie voor de eerste fase is toegekend.
Op 16 november gaat de PCvT akkoord met de restauratie van het orgel in fases. (09) (18)



Meppeler Courant 1984-07-06, 1985-05-13

1985: Op 30 mei kent de provincie 10% subsidie toe. Het bedrag zal binnenkort worden overgemaakt. (15)
Op 5 juni is een overzicht gemaakt van de door Ruiter vroeger uitgevoerde werkzaamheden op basis van een gesprek op 28 mei met de heer Ruiter.
De kerk is voor 1940 gerestaureerd en bij deze restauratie is de orgelgalerij ondieper gemaakt. Voor de 3 aanwezige spaanbalgen was toen achter het orgel geen plaats meer. Zij zijn op de kerkzolder boven het orgel gelegd. De balgtreden werden van omlaag hangende staalkabels voorzien welke onderaan via een soort stijgbeugel een geleideconstruktie hadden.
In de kerk was toen nog geen elektriclteit aangelegd.
In het begin van de oorlog zijn werkzaamheden verricht door Mense Ruiter onder supervisie van Mr. A. Bouman.
De windladen zijn in de aanwezige gesponselde vorm winddicht gemaakt.
Delen van de orgelkas (zij- en achterwand) werden vernieuwd.
Op de galerij naast het orgel werd een nieuwe magazijnbalg gemaakt met 2 schepbalgen.
In de dispositie werd een nieuwe tertsmixtuur aangebracht.
Het pedaalklavier werd iets in de vloer ingelaten teneinde de afstand man - pedaal te vergroten.
De "loden" frontpijpen werden met aluminiumverf behandeld. (09) (18)


Het Orgel 1985-03

Van 11 juni dateert een handgeschreven offerte van Mense Ruiter voor herstel van de orgelkas, mechaniek, pijpwerk, windvoorziening en de windlade van het Bovenwerk.
De offerte van Van Vulpen voor dezelfde werkzaamheden dateert van 19 augustus.
De definitieve offerte van Mense Ruiter is van 21 augustus. Een samenvatting van de offerte dateert van 2 september.
Op 16 september adviseert de orgelcommissie de kerkvoogdij om de offerte van Mense Ruiter te accepteren, omdat deze offerte veel lager is dan de offerte van Van Vulpen. Wel dient er nog een gesprek te worden gevoerd met adviseur Aart van Beek, Rijksadviseur Wiersma en Holthuis van Mense Ruiter omtrent de verdere invulling. Men wil in een volgende fase niet weer van orgelmaker wisselen.
Van november dateert een historisch overzicht en een inventarisatie van de huidige situatie door Aart van Beek en Rudi van Straten. Hij vermoedt dat Van Oeckelen niet een volledig nieuw orgel bouwde, maar gebruik maakte van ouder materiaal uit het einde van de achttiende eeuw.
Op 16 november schrijft de kerkvoogdij naar Van Vulpen dat gezien de onduidelijkheid met de subsidieverlening er nog geen opdracht verstrekt kan worden. Dezelfde brief gaat naar orgelmakerij Mense Ruiter.
Op 18 november gaat er een subsidieaanvraag naar Monumentenzorg voor de vervolgfases van de restauratie op basis van de begroting van Van Vulpen. Op dezelfde datum gaat er ook een brief naar de gemeente Havelte.
Op 2 december schrijft de gemeente Havelte dat de aanvraag bij het rijk is ingediend. (09) (18)

1986: Organist Piet Wiersma schrijft op 6 januari een aanbevelingsbrief voor de orgelmaker Sicco Steendam. Een soortgelijk schrijven van organist Ab Wegenaar.
Op 29 mei komt er bericht van het ministerie dat er voorlopig geen subsidie kan worden verleend.
In een brief van 11 juni doet de gemeente Havelte de toezegging dat ze de restauratie van het orgel opnemen in de meerjarenplanning.
Op 23 juli een brief van de gemeente Havelte dat de meerjarenplanning en de prioritering op de gemeenteraadvergadering van 11 augustus aan de orde komen. Er is ruimte voor een spreektijd van 5 minuten.
Op 25 augustus doet de kerkvoogdij een beroep op de gemeente Havelte voor een subsidie.
Op 3 oktober antwoordt de gemeente Havelte dat de middelen schaars zijn en dat er nu een aanvraag ingediend dient te worden als men van plan is in 1987 daadwerkelijk te beginnen met de restauratie.
Op 12 november dient de HOC een rekening in voor gemaakte onkosten. (09) (18)

2e fase

1987: Op 29 januari een brief van Mense Ruiter dat hun offerte inmiddels anderhalf jaar oud is. Wat is de stand van zaken?
Op 4 april maakt Aart van Beek een begroting voor de totale restauratie op basis van de offerte van Mense Ruiter van 16 augustus 1985 en de aanvulling van 2 september 1985.
Op 15 juni een brief van de provincie dat subsidie wordt toegekend als het ministerie ook subsidie toekent. Op 23 juni een bevestiging door Monumentenzorg dat er subsidie is aangevraagd.
Op 18 juli een bericht van de Stichting tot Behoud van het Nederlandse Orgel (SBNO) dat een gift van f 2.500,- is toegekend. (09)
Op 11 augustus geeft het BM aan de provincie een positief advies voor een subsidie.
Op 26 augustus zegt de provincie een subsidie toe, mits het rijk ook subsidie verleent. (15)
Op 7 september komt het ministerie met de toezegging 80% subsidie te verlenen voor een bedrag van f 56.391,-
Op 25 september brengt Mense Ruiter de 1e termijn van 2e fase van de restauratie in rekening omdat op dezelfde datum het contract is getekend.
Het bestek voor fase 2 dateert ook van 25 september. (09) (18)


Meppeler Courant 1987-12-21

1988: Op 2 februari gaat er een bedankbrief naar de SBNO voor de gift van f 2.500,-
Op 9 maart wordt Aart van Beek uitgenodigd voor een bijeenkomst van de orgelcommissie. Onderwerp is een 'meer sprekend front'. Aart van Beek antwoordt dat hij niet kan en noemt een alternatieve datum.
Op 22 juni schrijft de kerkvoogdij aan Aart van Beek dat dhr. Kurvers op 31 augustus het orgel zal bezoeken voor een kleurenonderzoek. Is het nodig Mense Ruiter in te lichten? Op dezelfde datum een brief naar dhr. Kurvers dat hij welkom is. Het binnenwerk zal dan al gedemonteerd zijn, zodat alles goed bereikbaar is. Kurvers maakt een rapport met een schets in kleur van de vermoedelijke kleuren van 1855. Naar aanleiding van een vraag vanuit Havelte stuurt Monumentenzorg een tweetal foto's uit 1962.
Op 8 september herstelt Mense Ruiter een ingezakte pijp.
Op 14 december plant de orgelcommissie een vergadering voor januari 1989. Aart van Beek wordt gevraagd hoever de werkzaamheden bij Mense Ruiter zijn gevorderd. (09)

1989: Op 8 januari stuurt decorateur/restaurateur Bert Jonker een offerte voor het verven van de orgelkas op basis van het rapport van Kurvers. De kosten daarvan bedragen ruim f 20.000,-.
Op 18 januari brengt Mense Ruiter de tweede termijn in rekening wegens aanvang werkzaamheden.
Op 19 januari wordt de offerte van Bert Jonker toegelicht door Aart van Beek. Het is nu duidelijk dat dit specialistenwerk is. Getracht wordt het geld bij elkaar te krijgen om dit werk uit te voeren.
Op 18 februari doet Aart van Beek verslag van zijn werkplaatsbezoek bij Mense Ruiter. Het werk vordert goed en de tweede termijn kan worden betaald. Op een van de pijproosters werd de volgende tekst aangetroffen: 'Berend Nienburg? 17 jan? 1906 geholpen bij reparatie'.
Op 27 februari meldt de kerkvoogdij dat ze nog niets hebben kunnen vinden over 1906.
Op 30 maart brengt Mense Ruiter de derde termijn in rekening wegens gevorderde werkzaamheden.
Op 31 maart biedt de HOC aan te adviseren over de orgelvoorziening in een te bouwen verenigingsgebouw met kerkzaal en mortuarium.
Op 15 april een brief van de kerkvoogdij aan de orgelcommissie of ze hun werk willen voortzetten, ondanks dat de restauratie bijna is afgerond. Zij kunnen hun kennis inzetten voor het realiseren van een dienstgebouw.
Op 18 april vergadering van de orgelcommissie. De kerk in Dedemsvaart is bezocht om het werk van Bert Jonker te bekijken. Ook werd de werkplaats van Mense Ruiter bezocht.
Op 10 mei doet Aart van Beek verslag van zijn bezoeken aan de werkplaats van Mense Ruiter. Het werk vordert goed. Veel tijd wordt gestoken in het achterhalen van de samenstelling van de Mixtuur. Besloten is proeven te doen in de kerk.
Op 3 juni een brief naar Aart van Beek voor een nieuwe vergadering van de orgelcommissie. Er wordt op aangedrongen een subsidieaanvraag in te dienen voor de derde fase van de restauratie.
Op 30 juni wordt de 4e termijn door Mense Ruiter in rekening gebracht.
Op 30 juni schrijft Aart van Beek dat de luiken van de orgelkas tegen houtworm worden behandeld. De orgelmakers zullen een prijsopgave maken voor een tweede lessenaar voor de originele lessenaar met een grotere hellingshoek. De intonatie begint op 4 september. Ook de verlichting van de lessenaar wordt aan de orde gesteld.
Op 7 augustus beantwoordt Frans Jespers een vraag van orgelmakerij Mense Ruiter over de samenstelling van de Mixtuur. Jespers geeft een opsomming van de orgels van de vader van Van Oeckelen en orgels van de orgelmaker Antonie Derksen van Angereren. Van het werk van de vader van Van Oeckelen is helaas zeer weinig bewaard gebleven. De samenstelling is dus lastig te achterhalen.
Van 19 augustus dateert een brief van de orgelcommissie aan Aart van Beek waarin gemeld wordt dat er overnachtingen nodig zijn in september voor de intonatiewerkzaamheden.
Op 7 augustus schrijft Aart van Beek aan de orgelcommissie dat de werkzaamheden aan het orgel twee weken zijn opgeschort vanwege het plaatsen van nieuwe kerkbanken.
Van 10 oktober is een offerte van Mense Ruiter voor het aanbrengen van een tweede lessenaar in de bestaande lessenaar volgens de methode 'Witte'. De kosten bedragen f 600,-
Op 21 november stuurt Mense Ruiter de eindafrekening van de restauratie. Over de samenstelling van de Mixtuur in de discant is er nog discussie, vandaar dat deze nog niet is geplaatst. De wintermaanden zullen worden gebruikt om dit uit te zoeken in overleg met Aart van Beek en rijksorgeladviseur Wiersma.
Het orgel wordt op 24 november weer in gebruik genomen na de voltooiing van de tweede fase van de restauratie
Op 27 november meldt de orgelcommissie dat het orgel op 24 november weer in gebruik genomen is. Er wordt nog een hanger gemeld. De offerte voor het maken van een lessenaar is goedgekeurd. Gelieve hiervoor contact op te nemen met organist Lemstra.
Op 30 november schrijft de kerkvoogdij aan orgelmakerij Mense Ruiter dat ze akkoord gaan met het maken van een tweede lessenaar voor f 600,-. (09) (18)

Kerk en Muziek 1990-06

3e fase

1990: Op 24 januari schrijft Aart van Beek dat het afsluitende rapport van de 2e fase nog moet worden gemaakt. De Trompet behoeft nog enige verbetering en het eindrapport dient ook nog te worden doorgenomen met de rijksorgeladviseur.
Op 3 februari wordt een nieuwe vergadering van de orgelcommissie gepland. Aan de orde komen de derde fase van de restauratie en het schilderen van de orgelkas.
Op 28 april maakt Aart van Beek een begroting voor de derde fase voor restauratie van het Bovenwerk.
Op 22 mei stuurt orgelmakerij Mense Ruiter de mensuren voor de Mixtuur naar pijpenmakerij Steffani. De pijpen worden uitgesneden en de labia ingerist.
Mense Ruiter meldt op 29 mei dat de werkzaamheden voor de derde fase in december kunnen beginnen en zullen duren tot mei 1991.
Op 30 juni verschijnt het keuringsrapport van de HOV over de tweede fase van de restauratie. Het werk is uitgevoerd conform de werkbeschrijving van 25 september 1987.' Het werk aan de mechaniek is op zeer nauwkeurige wijze uitgevoerd. Het toucher is gegeven de aanleg van het mechaniek goed te noemen.' De intonatie van het Hoofdwerk is op twee uitzonderingen na goed gelukt. Er zijn nog verbeteringen mogelijk bij de Mixtuur en de Cornet.
Op 3 juli verschijnt het rapport van de eindkeuring van de tweede fase. Het werk is uitgevoerd conform het contract. Er zijn nog verbeteringen mogelijk met betrekking tot de Trompet en de Mixtuur. Hierover vindt al overleg plaats tussen orgelmaker en adviseur.
Op 9 juli stuurt Mense Ruiter de rekening voor het opleveren van de Mixtuur. De nieuwe lessenaar wordt na de bedrijfsvakantie opgeleverd.
Op 13 juli brengt de HOC de kosten van het honorarium in rekening. Dit is 5 % van de restauratiekosten. Gemaakte onkosten zijn al eerder in rekening gebracht via diverse nota's.
Van 25 juli dateert een brief van Monumentenzorg dat de aanvraag van subsidie is ontvangen.
Op 1 oktober stuurt Mense Ruiter het contract voor de derde fase van de restauratie van het Bovenwerk aan de kerkvoogdij.
Op 5 oktober nog een bevestiging van Monumentenzorg voor de aanvraag van subsidie.
Op 15 november wordt het contract voor de 3e fase van de restauratie getekend.
Op 21 november bericht Mense Ruiter dat er nog geen getekend contract voor fase 3 binnen is. Een andere kerk heeft inmiddels een definitieve opdracht verstrekt. Werkzaamheden in Havelte kunnen niet eerder worden afgerond dan in september 1991.
Op 28 november bericht orgelmakerij Mense Ruiter aan rijksorgeladviseur Onno Wiersma dat in het oude archief van Mense Ruiter de originele samenstelling van de Mixtuur is teruggevonden. Aart van Beek is in oktober van de vondst op de hoogte gesteld.
Op 10 december brengt Mense Ruiter de eerste termijn voor de derde fase in rekening, omdat het contract is ondertekend.
Op 21 december een bevestiging van de provincie Drenthe dat de subsidieaanvraag is ontvangen en een aankondiging dat iemand zal langskomen om te beoordelen of de aanvraag terecht is.
Op 31 december een brief van de provincie voor de uitbetaling van de subsidie voor de tweede fase. (09) (18)

1991: Op 17 januari een bevestiging van Monumentenzorg van de subsidieaanvragen van 13 en 17 december 1990.
Op 21 januari stuurt de kerkvoogdij een brief naar kleurenexpert dhr. Kurver. Graag op 27 februari overleg omtrent de kleurstelling. Dhr. Kurvers verwijst naar zijn rapport en heeft geen tijd om naar Havelte te komen.
Op 15 februari is er achterstand ontstaan door langdurige ziekte van de intonateur. De geplande restauratie van het Bovenwerk kan wel op tijd worden uitgevoerd. Voorgesteld wordt alles uit te stellen zodat alles in één keer kan worden uitgevoerd.
Op 8 en 12 maart worden subsidietoezeggingen ontvangen van Monumentenzorg op basis van f 74.800,- en f 92.110,- In een andere brief wordt de verdeling van de subsidie per jaar toegelicht.
Op 14 maart bericht van de Stichting Nationaal Restauratiefonds dat op 19 maart bedragen van f 36.000,- en f 20.391,- uitbetaald zullen worden.
Op 27 mei bericht van de provincie Drenthe dat ze 10% subsidie geven over een bedrag van f 92.110,-
Op 6 juni meldt Monumentenzorg dat het orgel is toegevoegd aan de monumentomschrijving van de kerk.
Op 18 juni meldt Mense Ruiter dat in oktober met de restauratie van het Bovenwerk kan worden begonnen.
Op 5 juli meldt Mense Ruiter de voortgang van een aantal restauraties aan de HOC. De oplevering van Havelte wordt in oktober 1991 verwacht.
Op 18 september vraagt de Evangelische Omroep of ze opnames mogen maken in Havelte voor een serie rond de orgelmaker Van Oeckelen, die in 1992 tweehonderd jaar geleden werd geboren.
Op 5 oktober antwoordt de orgelcommissie dat de aanvraag akkoord is. Graag de opnames zo laat mogelijk in 1992 vanwege de restauratie van het orgel.
Op 9 oktober meldt de orgelcommissie aan de kerkvoogdij dat de orgelcommissie ook na het gereedkomen van de restauratie betrokken wil blijven voor bijvoorbeeld het organiseren van concerten, begeleiding en onderhoud orgel. Ook dient er nog het een en ander te worden geregeld voor het herstel van de kleuren van het orgel.
Op 15 oktober meldt orgelmakerij Mense Ruiter aan adviseur Aart van Beek dat de werkzaamheden om het Bovenwerk te restaureren zullen beginnen op maandag 4 november. Wilt U aanwezig zijn bij de demontage?
De kerkvoogdij antwoordt op 10 december dat het werk van de orgelcommissie inderdaad kan worden voortgezet na het gereedkomen van de restauratie. Het verven van het orgel zal door vrijwilligers gebeuren.
Op 5 november een rekening van Mense Ruiter voor de 2e termijn van fase 3.
Op 19 november een brief van Mense Ruiter waarin alle werkzaamheden uit fase 3 nauwkeurig worden beschreven.
Op 17 december is door orgelmaker en adviseur onderzoek gedaan naar het snijwerk. Het snijwerk is hecht aan de kas gespijkerd en kan daardoor niet worden uitgenomen. Het zal ter plekke worden gerestaureerd. De harp op de middentoren is ernstig beschadigd en zal in de werkplaats worden gerestaureerd. Een deel van het snijwerk is volgens het rapport van 1985 in particulier bezit. Dit snijwerk is inmiddels weer teruggebracht. De bewaarde delen blijken op de onderlijst van de torens te hebben gestaan. Met de nog bewaarde delen is reconstructie mogelijk. Vervanging van de kaststijlen wordt niet nodig geacht. De gegroeide situatie kan zo behouden blijven. De kosten worden ingeschat op f 9.850,-
Op 18 december schrijft de Stichting Nationaal Restauratiefonds dat op de toegekende subsidie voorschotten kunnen worden aangevraagd. (09) (18)


1992: Op 7 februari brengt Mense Ruiter de derde termijn in rekening.
Op 28 februari een planning van Mense Ruiter voor de nog uit te voeren werkzaamheden:
 - Begin maart worden de gerestaureerde onderdelen geplaatst.
 - Eind maart begint de intonatie van het Bovenwerk
 - Begin april worden de frontpijpen uitgenomen en gefoliëd.
 - In de tussentijd kunnen gemeenteleden de orgelkas schilderen. Er is dan een steiger beschikbaar. Op 21 april kunnen dan de frontpijpen weer worden teruggeplaatst.
Op 4 maart vraagt Monumentenzorg of de werkzaamheden al gestart zijn vanwege de toekenning van de subsidie.
Op 26 maart schrijft Mense Ruiter aan de kerkvoogdij van de Martinikerk in Groningen dat ze 38 orgelpijpen van Cor Edskes hebben gekregen. Deze zijn afkomstig uit de door Van Oeckelen gemaakte Holpijp 8' voor het Martiniorgel in Groningen. Deze orgelpijpen zullen worden geplaatst in het Bovenwerk van het orgel te Havelte.
Op 5 april schrijft de orgelcommissie aan Aart van Beek dat men zich grote zorgen maakt over het schilderen van de orgelkas door vrijwilligers.
Op 8 april gaat een soortgelijke brief naar het moderamen van de kerk. Het schilderen dient te gebeuren door vakmensen en de gelden hiervoor zijn al beschikbaar.
Op 9 april brengt Mense Ruiter de 4e termijn in rekening, omdat de gerestaureerde onderdelen weer naar de kerk zijn vervoerd. Ook is er een rekening voor het maken van de nieuwe opzet-lessenaar.
Op 13 april schrijft de kerkvoogdij dat ze niet terugkomen op hun beslissing het schilderwerk te laten uitvoeren door vrijwilligers. Er is niet genoeg geld beschikbaar. Alleen al het restaureren van het lofwerk zou f 10.000,- moeten kosten. Aart van Beek schrijft aan de orgelcommissie dat Monumentenzorg eisen stelt aan het schilderen van een historisch orgel.
Op 14 april meldt de EO dat ze op 27 april opnames gaan maken met organist Dick Sanderman.
Op 12 mei stuurt Mense Ruiter de eindafrekening voor fase 3 van de orgelrestauratie. Nadat de orgelkas is geschilderd kunnen de frontpijpen worden teruggeplaatst. Daarna kan een laatste controle op de intonatie en een generale stembeurt plaatsvinden.
Op 23 mei schrijft de orgelcommissie aan de kerkvoogdij dat er na de restauratie van het mechanische en klinkend gedeelte van het orgel nog f 70.000,- beschikbaar is. Dit geld kan aangewend worden voor het schilderwerk. De orgelcommissie overweegt om dit probleem in de openbaarheid te brengen.
Aart van Beek schrijft op 30 mei aan de orgelcommissie over het schilderwerk aan het orgel. Aangeraden wordt om hiervoor dhr. H.H.J. Kurvers van monumentenzorg in te schakelen voor een advies. Hij zal uitzoeken wat de gevolgen zijn als het schilderwerk in eigen beheer wordt uitgevoerd.
Van 7 juli dateert een briefje met daarop genoteerd de aantekeningen die in de orgelkas gevonden zijn:
 - De timmerlieden Sietse Bakker uit Meppel en Jan van Goor geb. 9-10-1906 oud 19 jaar op 4 maart 1925.
 - De schilders: E. Kinds uit Wapserveen 1925 en H. de Vries Steenwijk.
Gezien de woonplaatsen van deze mannen zijn deze werkzaamheden vermoedelijk uitgevoerd door orgelmaker Van der Molen uit Steenwijk.
Op 30 juli stuurt de HOC een rekening voor gemaakte onkosten.
Op 3 september stuurt Mense Ruiter de rekening voor het foliën van de frontpijpen.
Van 15 oktober is een eindafrekening van de HOC voor fase 3.
Op vrijdag 20 november wordt het orgel weer in gebruik genomen met een bespeling door adviseur Aart van Beek. Zie de uitnodiging en het ingebruikname programma.
Ter gelegenheid van de voltooiing van deze fase verschijnt er een boekje over het orgel. Zie PDF.
Op zaterdag 21 november wordt de CD gepresenteerd over de orgelmaker Petrus van Oeckelen, met daarop een opname van het Havelter orgel.
Aan het einde van de restauratie maakt de orgelcommissie een overzicht van de 3 fases van de orgelrestauratie. Aan het einde wordt de wens uitgesproken dat het lofwerk wordt gerestaureerd en teruggeplaatst.
Hierna wordt er een onderhoudscontract met Mense Ruiter afgesproken. (09) (18)

1993: Op 22 oktober stelt de orgelcommissie nogmaals het lofwerk aan de orde. Dit ligt nu nog in een kist in de Nije Wheeme. Het zou gerestaureerd kunnen worden als de laatste subsidiebedragen binnen zijn. (09)


Foto: Geert Jan Pottjewijd (2021) Klik op de afbeelding voor een vergroting

2001: Op 10 juli schrijft organist Christian Stähr aan de kerkvoogdij over het orgel. Er werd naar zijn mening gevraagd na een koorconcert met de Untertürkheimer Kantorei op 26 mei. Hij is enthousiast over de klank van het orgel. Het is prima gerestaureerd. Hij is niet erg enthousiast over de technische aanleg door Van Oeckelen.

2002: Op 16 juli schrijft orgelmakerij Mense Ruiter dat tijdens het onderhoud op 30 mei is ontdekt dat de vier grootste frontpijpen zijn gedeukt. Dit moet zijn gebeurd tijdens de kerkrestauratie. Uitdeuken is een dag werk. Er dient wel een steiger aanwezig te zijn.
Op 2 september wordt de kostenopgave voor het herstel van de frontpijpen doorgestuurd naar het architectenbureau Kouwen.
Op 13 november volgt het antwoord van architectenbureau Kouwen. Het is niet bekend wie de schade heeft veroorzaakt.

2007: Op 28 juni wordt tijdens het jaarlijkse onderhoud schimmelvorming op de houten pijpen van het Bovenwerk geconstateerd. Er moet meer geventileerd worden.

4e fase

2010: In februari schrijft orgeladviseur Stef Stuintra een advies voor de uitvoering van de vierde fase van de orgelrestauratie. Doelstelling: herstel van de windvoorziening, de speelmechaniek van het Hoofdwerk en de kleurstelling van de  orgelkas en het orgelbalkon.
De klachten van de organisten betreffen de zeer lawaaiige windmotor; de blaasbalg en de windlade hebben lekkages; de speelaard van het Hoofdwerk is zeer zwaar; het pedaalklavier rammelt; de klavierverlichting met losse lamp is slecht; de stemming laat te wensen over en tongwerken spreken te langzaam aan.
De volgende werkzaamheden worden voorgesteld:
- Uitvoeren van een kleuronderzoek van de orgelkas en herstel van de oorspronkelijke kleur
- Verbetering van de electra en de lessenaarverlichting
- Vervanging van de windmotor in een betere dempkist
- De lekken in de balg dichten en de windkanalisatie verbeteren.
- De windladen zijn in goede staat. Wel oxidatie en windlekkage bij de voorslagen
- Het walsraam van het Hoofdwerk is in 1984 niet gerestaureerd, waardoor een ongelijke speelaard ontstaat. Voor herstel dient wel de windlade van het Hoofdwerk uitgenomen te worden.
- Herstel van de bovenranden van beschadigde pijpen en herstel van de oorspronkelijke samenstelling van de Mixtuur
- Nalopen intonatie
In augustus wordt overwogen de balgenkamer in de toren te plaatsen.

2011: Op 23 september presenteert orgelmakerij Mense Ruiter 3 varianten. A is de meest uitgebreide en plan C bevat alleen de meest noodzakelijke werkzaamheden.

2013-2014: De vierde fase van de restauratie wordt door Mense Ruiter uitgevoerd.
Van de restauratie wordt in het kerkblad verslag gedaan.

Dispositie:
Hoofdwerk   Bovenwerk   Pedaal
Bourdon 16' Holpijp 8' C - a
Prestant 16' disc Holfluit 8'  
Prestant 8' Viola da Gamba 8'  
Holpijp 8' Nachthoorn 4'  
Salicionaal 8' Fluit 4'  
Octaaf 4' Fluit 2'  
Fluit 4' Dulciaan 8'  
Octaaf 2'      
Mixtuur III-IV      
Trompet 8'       

Samenstelling van de mixtuur:
C: 2, 1 1/3, 1
c': 2, 1 1/3, 1, 2/3
c'': 2, 1 1/3, 1, 1
g'': 2, 1 1/3, 1 1/3, 1
c''': 4, 2 2/3, 2, 1 1/3


Krantenbericht uit april 2013

Op 18 april wordt er door Mense Ruiter een noodorgel geplaatst dat tijdens de orgelrestauratie gebruikt wordt voor het begeleiden van de gemeentezang. Het wordt links in het koor geplaatst.

Foto Geert Jan Pottjewijd

Op 31 mei wordt gemeld dat er met de restauratie is gestart. De windladen van het Hoofdwerk liggen nu in de werkplaats. Er moet meer aan de windladen gebeuren dan gedacht, omdat de belering op het cancellenraam verkeerd om is gelijmd en er loszittende sponsels zijn aangetroffen. De verbetering van de zitpositie van de organist is nog niet opgenomen in de werkzaamheden. De opstelling van de balg naast het orgel is uiterst ongelukkig. De deur naar het orgelbalkon kan maar half open. Ook is het geluid van de balg in de kerk goed te horen. Plaatsing van de balg bovenin de orgelkas zou technisch kunnen, maar is a-historisch. Plaatsing in de torenkamer is een betere oplossing. De balgen hebben ooit op de gewelven boven het orgel gestaan. Er is nog een oud windkanaal aanwezig tussen twee muren die zou kunnen worden hergebruikt.
In juni rondt houtsnijder Tico Top uit Kruisweg de restauratie van het snijwerk af.
In juli wordt besproken of de windvoorziening in de toren moet worden geplaatst of naast het orgel.
Op 24 augustus meldt houtsnijder Tico Top dat hij de restauratie van de bakstukken van de klaviatuur en de registerknoppen heeft afgerond.
Op 9 september wordt de gemeente Westerveld, als eigenaar van de toren, ingelicht over het plaatsen van de windvoorziening in de toren. De klaviatuur is inmiddels gereed. De belering van de manuaalkoppel moest wegens slijtage vervangen worden
In september zijn de werkzaamheden zo ver gevorderd dat er een termijn in rekening kan worden gebracht. De orgelkas is gereed en de metalen binnenpijpen zijn eveneens gerestaureerd. Het extra werk aan de windladen vordert en het extra werk aan de windvoorziening, zodat het in de toren geplaatst kan worden, is nu bijna klaar. Begin oktober kan de opbouw in de kerk beginnen.
Op 10 oktober levert de firma Laukhuf een nieuwe Ventus windmotor.
Op 30 oktober meldt bouwbedrijf Werkman uit Stedum dat de balgkast gereed is.
In november komt de ligging van de manuaal- en pedaalklaviatuur aan de orde. Het orgel is lastig bespeelbaar door de plaatsing van klaviatuur en lessenaar.
Er wordt besloten de klaviatuur met 40 mm te verlagen en de pedaal klaviatuur mee te laten zakken. Hierdoor wordt het orgel makkelijker bespeelbaar en krijgt de bladmuziek op de lessenaar meer ruimte in de hoogte.
Hiervoor worden de vloerbalken niet met 80 mm verlaagd maar met 120 mm.
Op 13 december wordt beslist de werkzaamheden voor het verbeteren van de zitpositie van de organist uit te laten voeren. (12)

Herkomst pijpwerk (02)
Het orgel geldt als het eerste instrument van Petrus van Oeckelen. Onderzoek van het pijpwerk in 1984 gaf echter aan dat Van Oeckelen bij de bouw van dit orgel gebruik heeft gemaakt van een grote hoeveelheid bestaand pijpwerk van de hand van H.H. Freytag. Dit materiaal is te vinden in de volgende registers van het HW: Bourdon 16’, Prestant 8’, Holpijp 8’, Octaaf 4’, Quint 3’, Octaaf 2’ en de bas van de Mixtuur. Het overige pijpwerk van het HW dateert grotendeels uit 1855 en 1897 (frontpijpen).
Voor het Bovenwerk maakte Van Oeckelen in 1855 voor een deel gebruik van overtollig materiaal van het Hoofdwerk. Dit pijpwerk bleef bewaard in de volgende registers: Viola di Gamba 8’, Fluit 4’ en Fluit 2’. Het overige pijpwerk dateert geheel uit 1855, met uitzondering van de Holpijp 8’. Dit laatste register werd in 1992 gereconstrueerd met 38 van Oeckelen-pijpen uit het Martinorgel van Groningen en is van C-H gecombineerd met de Holfluit 8’.
Uiterst opmerkelijk is de samenstelling van de Mixtuur. De nog bewaard gebleven originele boringen lieten bij de reconstructie van 1989 geen andere samenstelling toe.


Meppeler Courant 17 mei 2013

2014: In februari beschrijft Ruiter de voortgang van de restauratie. Er is begonnen met het inbouwen van de gerestaureerde onderdelen. Er is een takel geďnstalleerd om de windladen op hun plek te brengen.
Het orgel wordt op 24 mei in gebruik genomen met medewerking de Cantores Sancti Martini onder leiding van Leo van Noppen en orgeladviseur Stef Tuinstra aan het orgel. Zie de uitnodigingsbrief en het programmaboekje.
Op 18 juli wordt de laatste termijn van de restauratie in rekening gebracht en is daarmee de restauratie afgesloten.
In september werden nog een aantal werkzaamheden uitgevoerd. De loopplanken zijn verbeterd, de luiken zijn beveiligd en er zijn nog werkzaamheden aan de tongwerken uitgevoerd.
Organiste Anneke de Witt vindt de Fluit 2' en de Mixtuur wat aan de scherpe kant. De oorzaak ligt in de verhoging van de winddruk en de iets hogere samenstelling van de Mixtuur. Deze beslissing is in gezamenlijk overleg genomen. Na verloop van tijd zal gewenning optreden en zal de klank vermoedelijk ook iets milder worden. (12)

Opnamen:
CD/LP Organist Componist  
CD VLC1092  Dick Sanderman W.G. Hauff Allegro
    J.G.Werner Allegro
    H.P. Steenhuis Verjaardagsmars

Bronvermelding:

  1. Kerkelijke courant 1897 nr. 19 8 mei.
  2. Boek: Het historische orgel in Nederland 1819-1840 blz. 43-46
  3. Boek: Lex Gunnink Repertorium van de orgels gebouwd door Petrus van Oeckelen orgelmaker te Harenermolen, Doctoraalscriptie muziekwetenschap, Zwolle, 1994 12-16
  4. Tijdschrift: de Mixtuur 82 april 1996 Kroniek Zie PDF
  5. Tijdschrift: Het orgel 1985/03 Orgelbouwnieuws Zie PDF
  6. Tijdschrift: Het orgel 1995/11 Ruiter Mense recent werk Zie PDF door Peter Westerbrink
  7. www: http://reliwiki.nl/index.php?title=Havelte,_Uffelterkerkweg_1_-_Clemens (14-12-2024)
  8. Drents Archief: 0359 Nederlands Hervormde Gemeente Havelte 348 Geschiedenis van het orgel, door organist G. van Werven, met bijgaande fotokopieën van brieven betreffende de restauratie; 1974, 1853, 1854, 1936-1942.
    Vermoedelijk is de tekst in de jaren '70 van de 20e eeuw geschreven.
  9. Drents Archief: 0359 Nederlands Hervormde Gemeente Havelte 341 Stukken betreffende onderhoud en restauratie van het orgel; 1931-1943, 1958-1997
  10. Boek: Jaap Brouwer, Johan van Meurs – Een studie over een pionierend orgeladviseur, Groningen: Philip Elchers, 2017
  11. Drents Archief: 0359 Nederlands Hervormde Gemeente Havelte 349 Kort levensverhaal van Petrus van Oeckelen, de bouwer van het kerkorgel, door kerkvoogd W. Hoek; met bijgaande afbeelding van het orgel; 1993. Deze tekst is niet geschreven door kerkvoogd Hoek, maar door J. Kraal uit Ruinerwold.
  12. Archief orgelmaker Mense Ruiter
  13. Brochure: De bouwgeschiedenis van de Clemenskerk te Havelte, Hervormde kerk Havelte, 2002
  14. Mense Ruiter oude archief
  15. Drents Archief: 0913 Archief van de afdeling Monumentenzorg van de provincie Drenthe 745 Havelte, NH kerk; 1959-1987
  16. www: http://www.kerkeninbeeld.nl (13-12-2024)
  17. Boek: Abraham Jacob van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, 14 delen, Gorichem: Jacobus Noorduyn, 1837-1851. Deel letter H 235-236
  18. Utrecht, Het Utrechts Archief, 1445 Orgelcommissie, 570. Havelte, 1958-1993


Foto Dick Sanderman (situatie 1992)
 


Foto links  Janco Schout (Situatie 1992) Foto rechts Geert Jan Pottjewijd 2021 (Klik op de afbeelding voor een vergroting
 



Foto: Geert Jan Pottjewijd (2017) Klik op de foto voor een vergroting