Dalen, Hervormde kerk

In 1850 bouwt J.C. Scheuer een orgel; zijn werkplaats is tegen die tijd al geruime tijd verhuisd van Coevorden naar Zwolle. Om de bouw te financieren wordt een intekenlijst opgesteld, die binnen enkele weken het benodigde bedrag oplevert. In 1856 weet organist Baning bij de kerkvoogdij te bewerkstelligen dat Petrus van Oeckelen het instrument uitbreidt met een tweede klavier. Baning, die naast schoolmeester ook organist is, moet een kundig orgelkenner zijn geweest; hij is namelijk betrokken bij de eindkeuring en ingebruikname van de orgels in Odoorn, Emmen en Schoonebeek. In die laatste plaats bestelt men zelfs een koraalboek bij hem. In 1972 restaureert orgelmaker Reil het orgel met als advieseur Klaas Bolt. Reil voert in 2002 en 2016 groot onderhoud uit. In deze periode worden bovendien de originele kleuren van het orgel hersteld.

Informatie over de kerk


Opnamen 23 september 2016 Geert Jan Pottjewijd
 - Johann Sebastian Bach (1685-1750): Fuga in G BWV 576
 - Healey Willan (1880-1968): Christe, Redemptor omnium


1841
Schilder J.J. Zilverberg krijgt 36 gulden voor het verven van de 'beun' (galerij) van de kerk. (23)

1844
Op 29 januari geeft het College van Toezicht toestemming voor het bouwen van een galerij voor het begrote bedrag van f 600,-
Op 26 februari wordt de aanbesteding van de galerij goedgekeurd.
In een brief van 25 april van het College van Toezicht staat dat het werk voor f 550,- wordt gegund aan Lanjouw. (25)
Er zijn twee bestekken, een ongetekend en een getekend exemplaar van 25 april 1844. (21)

1848
De Kerkvoogdij krijgt bij testament van Geesje Snoeijing, weduwe van Jan Mepschen, 'eenen hoogbejaarde zeer geachte godsdienstige vrouw alhier woonachtig aan Kerkvoogden een legaat geschonken van driehonderd gulden, hetgeen volgens haar uiterste wil tot bouwing van een orgel in de Hervormde Kerk zou moeten strekken, en na haaren dood vrij van succesierechten worden uitgekeerd.' (35)

1849
Er wordt een intekenlijst gemaakt voor de bouw van een orgel. Na enige weken is het bedrag al binnen, zodat het orgel bij orgelmaker Scheuer besteld kan worden. Zie Drentsche courant (24-04-1849).
Op 4 april wordt een contract (afschrift) gesloten met Johann Christoff Scheuer.De tekst luidt als volgt:
'Bestek en Dispositie wegens het maken en daarstellen van een orgel in de kerk der Hervormde Gemeente te Dalen, aangenomen door J.C.Scheuer te Zwolle'.
'Het orgel zal bestaan uit één clavier en aangehangen pedaal bevattende de volgende registers:

Prestant 8 voet van zuiver tin (de frontpijpen.R.H.)
Prestant 16 voet discant: van metaal
Bourdon 16 voet De grootste pijpen van wagenschot, de overige van metaal
Holpijp 8 voet als boven
Octaaf 4 voet van metaal
Quint 3 voet
Flute douce 4 voet
Octaaf 2 voet
Gemshoorn 2 voet
Flageolet 1 voet
Trompet 8 voet
Afsluiting
Windlozing

Afschrift van de tekst van het contract met Scheuer.
'Bestek en Dispositie wegens het maken en daarstellen van een nieuw Orgel in de kerk der Hervormde gemeente te Dalen, aangenomen door J.C. Scheuer en Zn., Orgelmakers te Zwolle.

Art. 1
Het orgel zal bestaan uit een clavier en aanhangend pedaal, bevattende de volgende registers:
Prestant 8 voet / van zuiver tin
Prestant 16 - disc. van metaal,
Bourdon 16 - de groot° pijpen van wagenschot, de overigen van metaal,
Holpijp 8 - als boven,
Octaaf 4 - van metaal,
Quint 3 - do.
Flute douce 4 - do.
Octaaf 2 - do.
Gemshoorn 2 - do.
Flageolet 1 - do.
Trompet 8 - do.
Afsluiting
Windlossing.

Art. 2
Het metaal van het binnenstaande pijpwerk, zal bestaan uit drie delen lood en een deel tin, de prestant 8 vt, die tot frontpijpen moet dienen, zal uit zuiver tin gepolijst en met verhevene labiums worden gemaakt, al het binnenstaande pijpwerk word van metaal vervaardigd, uitgenomen de groote pijpen van Bourdon 16 vt en Holpijp 8 vt, deze zullen van wagenschot vervaardigd en vast in elkander geploegd worden; verder zal de stemming zijn orchesttoon, in de gelijkzwevende temperatuur.
Art. 3
Het clavier moet zijn van wagenschot en lopen van groot C tot en met F en alzoo vier en een half octaaf in zich bevatten, de platte toedzen zullen met ijvoor worden opgelegd, de verhevene van massief ebbenhout zijn en de zichtbare delen van het clavierraam, met ebbenhout gemonteerd worden, verder zal dit speeltuig van een aanhangend pedaal van wagenschot vervaardigd worden voorzien, hetwelk moet lopen van groot C tot en met D en alzoo zeven en twintig toedzen in zich bevatten.
Art. 4
De winkelhaken tot de claviatuur behorende zullen van koper zijn, de haken der abstracten zoo alsook de veeren en stiften der hoofdventielen, alsmede de stemkrukken der Trompet en verder al het draadwerk tot het Orgel benodigd zal van het beste koperdraad zijn.
Het welraam, welstiften registerstangen, koppelaars en wippen zullen van wagenschot, de wellen en abstracten van clavier en pedaal zullen van het beste grenenhout, de schroeven van koper de moeders van vast leder vervaardigd borden.
Art. 5
De windlade, zijnde het voornaamste deel des Orgels, zal met hare windstokken, stijlen en pijpborden, alsmede alle de windkanalen uit wagenschot worden vervaardigd, de oppervlakten der lade zal met wit leder worden bevoederd en de windkasten van behoorlijke sluitingen worden voorzien, zullende overigens al het wagenschot tot dit werk benodigd van het beste soort en volkomen droog zijn,
Art. 6
Verder word tot dit werk vereischt drie blaasbalgen lang 2 ellen 50 en breed 1 El 25, dezelve zullen van stevige klampen worden voorzien, zoodat zij bij het nedertreeden niet doorbuigen, de spanen alsmede de vangventielen van wagenschot zijn. De stellage waarop de blaasbalgen zullen vasten, van genoegzame sterkte zijn en de wind, alzoo geregeld worden dat zij sterkte heeft.
Art. 7
De Orgelkast zal volgens tekening van best greenenhout werden vervaardigd en van de nodige sluitingen werden voorzien, de bovendekken, vullingen en achterschotten zullen van vuren hout voldoende zijn, alsmede zullen de blaasbalgen van kastwerk worden voorzien en ook afgesloten kunnen worden.
Art. 8
De Orgelkast zal porceleinwit geverfd, en alle pijpstukken verguld worden, ter versiering zullen met goudbrons de consollen en het snijwerk op de zijden des Orgels gebronst en de ornamenten boven ophetzelve gewit en met goud of brons hier en daar smaakvol werden afgezet.
Art. 9
De aannemers zullen zich naar deze regelen getrouw gedragen en gehouden zijn het geheele Orgel, met alle deszelfs deelen en werkingen genoemd of niet genoemd, duurzaam en in de beste orde daartestellen, zoodat hetzelve de beste goedkeuring van deskundigen zal moeten wegdragen, blijven de aannemers voor de deugd van het werk voortdurend instaan.
Art. 10
Zoo ver de materialen per water vervoerd kunnen worden, is zulks voor van de aannemers, zullende aanbesteders voor het verdere vervoer per as tot Dalen zorg dragen.
Art. 11
Kerkvoogden verbinden zich voor de leverantie van het hier omschreven orgel te betalen eene som van tweeduizend vierhonderd en vijftig gulden, en wel in twee gelijke termijnen, het eerste bij de overkomst van het Orgel te Dalen en het tweede één jaar later.

Dalen, 4 April 1849. J.C. Scheuer & Zn.

Kerkvoogden voornoemd:
L. Kiers, president
J. Caspers, secretaris
J. Cornelis
J. van Tarel
H. van Kiers.'

Er wordt gezocht naar een schoolmeester die goed kan orgelspelen. De kerk in Dalen kan volgens krantenberichten nog aardig wat invloed uitoefenen op de benoeming van een onderwijzer.
Er wordt op 25 mei een vergelijkend examen gehouden. De onderwijzers Baning en Muntinga komen als besten naar voren.
Zie Drentsche courant (24-04-1849), (03-07-1849), (06-07-1849), Algemeen Handelsblad (26-04-1849).
Op 20 juli 1849 wordt schoolmeester Jan Hermanis Baning benoemd als koster/voorlezer/voorzanger/organist op dezelfde voorwaarden als zijn voorganger. De zitplaats van zijn voorganger Woudstra wordt toegekend aan diens weduwe. Ook krijgt zij een stuk bouwland van ongeveer 25 roeden voor de tijd van tien jaar.  (14) (26) (33) (41)

1850
De orgelonderdelen worden op 5 juni per schip aangevoerd naar Coevorden. Het verdere vervoer geschiedt 'per as'. De naam Scheuer wordt in de krantenartikel verbasterd tot 'Schuijer'. Zie Drentsche courant (07-06-1850).


(33)

Meester Baning wordt door de kerkvoogden verzocht om het bestek van zijn commentaar te voorzien en hij meldt in zijn 'Aanmerkings en bijvoegings op 't Bestek': 'De registers opgegeven in art. 1 laten niets te wensen over, maar', zo probeert hij, 'evenwel zou het nog goed zijn er nog bij te voegen T. Fluit travers S voet, en Fox Humana van Metaal 8 voet'. Hij moet straks op het orgel spelen en dan is het logisch om het orgel zo uitgebreid mogelijk te krijgen. Kennelijk vinden de kerkvoogden het zo al duur genoeg; de twee extra registers komen er niet! Baning dringt er op aan om het pijpwerk zwaar en vooral wijd te maken en 'vooral niet te digt of opeengedrongen te plaatsen. Wij bevelen hem bovenal de Bourdon 16 voet aan, opdat het orgel eenen goeden grond verkrijgt'
Met betrekking tot het klavier heeft hij de volgende wens: 'Het ijvoor, waarmee de toetsen opgelegd zijn, dient met nagels van zwart ebbenhout te worden bevestigd, uithoofde de ondervinding leert, dat de lijm bij weersverandering, of bij het bespelen met bezwete handen, maar al te dikwijls loslaat'. Hoewel het orgel voor de kerk van Dalen een grote aanwinst is, is de omvang van het orgel bescheiden met z'n elf registers en één klavier. Meester Baning besluit dan ook met de volgende aanbeveling:
'Zal het goede begin, dat met dit werk gemaakt wordt, op den duur geheel voltooid worden, dan moet de gelegenheid open blijven om een tweede clavier te plaatsen. Het werk volgens tegenwoordig bestek, kan zeer goed, zelfs uitmuntend worden, maar zal toch altijd onvolmaakt blijven, zolang een tweede clavier ontbreekt. Een en ander moet met den orgelmaker worden besproken, opdat die gelegenheid niet voor altijd voorbij is. Dit een en ander moge zijn plaats vinden en opgenomen worden in zoverre het verdient; alles in eenen eenvoudige raadgeving en mogt er eenig gebruik van worden gemaakt, dan is mijn wens vervuld.'
Met achting uwe J.Baning.'

De ingebruikname van het orgel is op 5 augustus. De predikant preekt over 2 Kronieken 5 vers 13-15. Organist J.H. Baning geeft een orgelconcert  en het plaatselijke zanggezelschap werkt mee. Zie Drentsche courant (26-07-1850), (09-08-1850), Nieuwe Rotterdamsche courant (08-08-1850) (02)
In de Drentsche courant van 13 augustus spreken de kerkvoogden van Dalen hun tevredenheid uit over het werk van Scheuer. De kwaliteit werd getoetst aan de hand van het boek van Seidel: Het orgel en deszelfs samenstel. (34)

Drentsche courant 13-08-1850

1851
Gedeputeerde Staten van Drenthe vermelden het nieuwe orgel. Zie Verslag van Gedeputeerde Staten aan de Staten der provincie Drenthe .... 1851 (01-07-1851 blz. 49).

1852
Geesje Snoeijing overlijdt en laat f 3.000,- na voor de armenzorg. Het legaat voor het orgel uit 1848 wordt hier voor f 400,- genoemd. Een ander legaat van f 100,- is  voor de aankoop van een zilveren avondmaalsbeker. (39) Zie Drentsche courant (27-02-1852).

185x:
Broekhuyzen noteert in zijn dispositieverzameling het volgende over het orgel: (42)
'D 74. Provintie Drenthe
Het orgel in de kerk der hervormde gemeente is gemaakt en voltooid in 1850
door Joh Christiaan Scheuer, orgelmaker te Zwolle. Het heeft 11 stemmen, een
handclavier, aangehangen pedaal en drie blaasbalgen, lang 8 en breed 4 vt.
Prestant 8 vt Octaaf 4 vt Gemshoorn 2 vt
Prestant D. 16 vt Quint 3 vt Flageolet 1 vt
Bourdon 16 vt Flute douce 4 vt Trompet 8 vt
Holpijp 8 vt Octaaf 2 vt  
tremblant, ventil'

1856
Organist Baning weet de kerkvoogdij er van te overtuigen dat het orgel moet worden uitgebreid met een tweede manuaal. (36)
De opdracht gaat naar orgelmaker Petrus van Oeckelen. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (18-10-1856)
Op 26 oktober stelt Van Oeckelen een contract op inclusief een supplement van 27 oktober 1857. (14) (41)
Er komt een tweede manuaal met de navolgende registers:
Prestant 4 vt van Engels gepolijst tin
Holfluit 8 vt.
Viola di Gamba 8 vt. (de vijf laagste tonen uit de holfluit)
Speelfluit 4 vt
Gemshoorn 2 vt van het bestaande klavier
Flageolet 1 vt overgeplaatst
Dulciaan 8 vt

Op de open plaatsen van het bestaande manuaal worden de registers Cornet 5 sterk en Mixtuur 3-4 sterk geplaatst.
Baning weet de kerkvoogden over te halen om in plaats van het geplande register Dulciaan een door hem ontworpen register Clarinet te plaatsen. Voor deze verandering ontvangt hij honderd gulden extra. Het tweede werk komt niet in de gereserveerde ruimte onder het orgel. Deze ruimte wordt benut om het bestaande binnenwerk lager te plaatsen en het tweede werk op het bestaande orgel te plaatsen als Bovenwerk, waardoor 'het geheel dan alzoo veel in schoonheid en uiterlijk aanzien zoude winnen'. Ook de zijvleugels worden vergroot en de labia van de frontpijpen worden met bladgoud versierd. Hiermee zijn de veranderingen nog niet afgelopen, want zoals de kerkvoogden zelf vastlegden: 'Door den heeren van Oeckelen werden kerkvoogden opmerkzaam gemaakt, om de sierlijkheid van het gehele orgel als mede de glans der pijpen en het aangebragte goud te verhoogen de gewelfde zolder der kerk, hetwelk eene blauwe kleur had, geheel door witte doen vervangen en de kast van het orgel de kleur van pallisander te geven. Kerkvoogden zulks goedvindende hebben daartoe besloten'.
Het schilderwerk wordt uitgevoerd door Glas uit Groningen.
Op zondag 4 november 1857 wordt het orgel in gebruik genomen. Ds. van Ingen preekt over Psalm 84 vers 2. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (07-11-1857).
De kerkvoogden leggen de gang van zaken uitgebreid vast in een document van 18 pagina's en als titel: 'Verzameling van offcieuze Besluiten en verrigtingen van Kerkvoogden en Notabelen der Hervormde Gemeente van Dalen. Aangelegd in den jare 1857'. (29)
Op de balk onder het orgel worden de namen van de kerkvoogden, de predikant en de organist, het bouwjaar en het jaar van uitbreiding, met goudkleurige letters aangebracht. Dit wordt uitgevoerd door de schilder J.J. Glas uit Groningen. 
Naar aanleiding van dit schilderwerk doet zich nog een conflict voor dat voor de rechtbank werd uitgevochten.


Foto door Geert Meendering (03)


1862
De predikant schenkt naar aanleiding van zijn 25-jarig jubileum aan de kerk een stel nieuwe gordijnen. 'Ook hij wilde zich niet onbetuigd laten en verraste ons, door aan d kerk een fraai stel nieuwe en kostbare gordijnen te schenken. Ofschoon ons kerkgebouw, gedurende dit jaar, wederom zeer is verfraaid en alles, zooveel mogelijk, in overeenstemming is gebragt met het groot en sierlijk orgel, wordt dit door het waarlijk kostbaar geschenk, met weinig verhoogd; den edelen gever wordt daarvoor hartelijk dank gezegd.' Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (11-10-1862).

1865

Herdenking van de slag bij Waterloo met een kinderfeest voor 200 kinderen. In de kerk worden 'eenige liederen gezongen, vol vaderlandsliefde, Koningstrouw en vrijheidsvreugde'. Het gezang wordt begeleid op het orgel. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (01-07-1865)

1866
H.L. Smit  stuurt een rekening voor hulpmateriaal bij het orgel van f 0,40 en f 0,20. (23)

1867
Een rekening van de orgeltrapper en de kerkbode voor de volgende werkzaamheden: 20, 21 en 22 mei een dag orgeltrappen f 0,70 per dag; op 27 mei een halve dag f 0,35; 10 july voor espres na wachten f 0,15; onderaan f 10,- voor een jaar orgeltrappen. (23)

1869
De orgeltrapper krijgt f 10,- per jaar. Onderhoud van het orgel aan P. van Oeckelen f 25,-. Aan Bloemen f 0,30 [assistentie balgen trappen?] (24)

1872
Van 30 september dateert een rekening van f 30,- van Van Oeckelen voor het stemmen van het orgel en het schoonmaken van de frontpijpen. (23)

1875
Onderhoudswerkzaamheden door Van Oeckelen. In dezelfde periode wordt ook de kerk gerestaureerd.
In het bestek van de kerkrestauratie staat over het orgel: 'De vier kolommen te marmeren en de bazementen der pilasters met de tusschengelegen muurvlakken der kerkwanden [...] te verven als hardsteen.' (20)
Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (18-08-1875)

1876:
Uitgaven voor orgelblaasbalgtrapper f 15,-; Onderhoud orgel f 140,-. Er is door het College van Toezicht toestemming gegeven voor deze werkzaamheden. (24)
Op 6 juli wordt besloten het onderhoudsbudget van het orgel te verhogen met f 125,- tot f 150,-. (26)
Op 2 september 1876 schrijft het College van Toezicht dat ze toestemming geven voor een lening van f 600,- om de niet begrote uitgaven voor het repareren van het orgel te bekostigen. (25)

1877:
Ds. van Ingen gaat met emeritaat. Ook het orgel wordt gememoreerd. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (01-08-1877).

1879:
Door een openstaand raam hebben vogels kans gezien binnen te komen en een nest te bouwen bij het orgel en vier jongen groot te brengen. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (09-07-1879).

1884:
Concert door de blinde organist Oord. Het meest wordt genoten van variaties op het Nederlandse volkslied. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (14-03-1884).

1894:
Baning gaat met pensioen en bedankt ookals organist. Er moet een nieuwe organist te worden gezocht. De advertentie voor een schoolhoofd van de gemeente en de advertentie oor een koster/organist van de kerkvoogdij staan onder elkaar. Er melden zich 73 sollicitanten, waarvan een kandidaat een orgeldiploma heeft. A.C. Jalink uit Haarlem wordt benoemd. Zijn naam wordt in het krantenbericht abusievelijk 'Jalving' (meer Drents) gespeld. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (18-08-1894), (04-09-1894), (07-12-1894).
Op de kerkvoogdijvergadering van 22 november komt de taakomschrijving van de organist aan de orde. Moet de nieuw benoemde organist ook een diploma voor orgel te bezitten? Na een stemming wordt bepaald dat dit niet nodig is.
Door de burgemeester van Dalen wordt gevraagd of de functies van schoolmeester en organist kunnen worden gecombineerd. Besloten wordt om na overleg hierover te beslissen.
Tot de taken behoren: klok luiden; het bekostigen van een orgeltrapper; kerkhof schoonhouden; twee maal per jaar de kerk schoonmaken; het orgel bespelen op alle zondagen en christelijke feestdagen; het verzorgen van het doopwater; voorbereiden van het avondmaal.
In een avondvergadering op dezelfde dag wordt de instructie voor de koster/organist voorgelezen.

1895
Op 12 oktober krijgt de secretaris van de kerkvoogdij een cadeau voor het waarnemen van het orgelspel na het bedanken van Baning en de komst van de nieuwe organist.

1896
Op 25 februari wordt een brief van oud-organist Baning besproken. Hij wil niet voldoen aan het verzoek van de kerkvoogdij om twee maanden traktement terug te betalen vanwege het beëindigen van zijn organistenschap.

1901
Grootboek: onderhoud door J. Beukema f 27,50 (22)

1904
Grootboek: Onderhoud van het orgel: niets (22)

1907
De kerk wordt gerestaureerd en krijgt daarbij een nieuwe achtergevel.

Ansichtkaart beschreven in 1918. Op deze foto is de oostgevel uit 1907 mooi te zien. Deze werd weer verwijderd bij de restauratie van de kerk in 1972/1973.

1908
Het orgel heeft nogal geleden van de kerkrestauratie. De kerkvoogdij besluit op 23 januari 'het zoo fraaije instrument te repareeren'. De kosten worden geschat op f 260,-. Dit bedrag zal bijeengebracht worden door 'eene vrijwillige bijdrage te vragen aan de ingezetenen van Dalen'. Achteraf blijkt de schatting aan de lage kant te zijn, want op de officiële intekenlijst wordt het bedrag gewijzigd in f 360,-.
Dominee Hefting tekent als eerste voor f 20,- en president-kerkvoogd Albert ten Hool, die daar natuurlijk niet voor wil onderdoen tekent ook voor f 20,-. Welke werkzaamheden er door wie werden uitgevoerd is niet bekend. (25)
Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (11-07-1908).

1910
Van 23 maart dateert een kwitantie van Jan Doornbos van f 18,- voor het stemmen van het orgel. (23)

1911
In de kerkvoogdijvergadering van 1 februari vraagt koster/organist Jalink om de kosterij te verkopen aan de gemeente en hem de beschikking te geven over de rente van de verkoopsom. Het pand wordt jaar tot jaar slechter. Hierna volgt een opsomming van de gebreken. Het voorstel wordt afgewezen.
Op 13 oktober komt aan de orde dat koster/organist Jalink niet genegen is om 10 are van zijn grond af te staan voor de uitbreiding van het schoolgebouw. Men besluit een rechtskundig advies in te gaan winnen. Jalink wil elektrisch licht laten aanleggen op kosten van de gemeente Dalen. Het verzoek wordt afgewezen. Het verzoek om een zoldering te maken boven de slaapkamer wordt voor kennisgeving aangenomen. (25)

1913
Op 24 mei dient koster/organist Jalink een verzoek in om een 'Koepelkamer' op het kosterij-gebouw te laten bouwen. Jalink stelt voor de verbouwing te bekostigen uit de kosterij-goederen voor f 330,-. Het meerdere betaalt hij zelf. Dit verzoek wordt toegestaan. (25)

1916
Het verzekerd bedrag voor het orgel wordt verhoogd van f 3.000,- naar f 4.000,-. (25)

1919
Er wordt f 148,13 uitgegeven aan onderhoud orgel. Het salaris van de orgelblaasbalgtrapper en kerkbode wordt samengevoegd tot f 35,-. (24)
Organist J.H. Lümer geeft samen met zangeres Jo van Huls-Cup een concert. Zie Emmer courant (17-05-1919).

1920
Het orgel krijgt een schoonmaakbeurt. De kerkvoogden zijn hier zo tevreden over, dat zij hun namen en die van dominee Bakker op de balk onder het orgel laten aanbrengen.

1921
Onderhoud orgel f 89,20-(24)

1923
Organist A.C. Jalink stopt als organist. Hij is ruim 25 jaar organist geweest. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (01-05-1923).

1924
In de kerkvoogdijvergadering van 25 januari wordt besproken of organist Jalink nog recht heeft op vier maanden traktement uit 1923. Hij is uit Dalen vertrokken voor een andere baan.

1927
De secretaris van de kerkvoogdij de heer M.J. Caspers neemt na het vertrek van Jalink belangeloos de post van organist over.
Op 22 maart wordt besloten een reserve te benoemen voor organist Caspers vanwege zijn hoge leeftijd. Besloten wordt de vrouw van Kruimink te benaderen. Uit een krantenbericht van 1937 blijkt dat zij inderdaad benoemd is. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (02-01-1926), (25-05-1927), Emmer courant (31-05-1927).
Organist Abraham Alt uit Bolsward geeft een concert met 'Der Meistersinger' van Nürnberg. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (25-11-1927).

1930
Organist f 225,- en kerkdienaar-orgeltrapper f 305,-; onderhoud orgel f 30,-. (24)

1933
Op 12 december verschijnt er in de Emmer courant  een artikel over de schoolmeesters een organisten Baning en Jalink naar aanleiding van het verloren gaan van het schoolgebouw bij een brand.

1935:
Op 21 oktober vraagt de kerkvoogdij aan Mense Ruiter of hij het orgel wil stemmen. Dit gebeurt op aanbeveling van de provinciale afdeling van de kerkvoogdij.
Mense Ruiter antwoordt op 25 oktober dat hij volgende week zal langskomen. (30)

1936
Op 17 december schrijft Ruiter dat hij volgende week komt om het orgel te stemmen. Kan er voor worden gezorgd dat de kerk dan verwarmd is? (30)

1937
De tekst op het orgel wordt vermeld in het boek van Belonje en Westra van Holthe, Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Drenthe.

1937
In de Emmer courant van 4 mei verschijnt een artikel over orgeltrapper Lanjouw en zijn vrouw Fenna Schulte naar aanleiding van hun 50-jarig huwelijk.

1939
Van vermoedelijk dit jaar dateert een notitie van de orgelgegevens van Dalen door orgelmaker Mense Ruiter. (18)



1941
Uitgaven Organist f 225,- en kerkdienaar-orgeltrapper f 305,-; orgel in de kerk begroot op f 50,- Uitgegeven f 215,37? (waarschijnlijk is het onderhoud van de kerk inbegrepen) (24)

1944
Koster en pensioen Lanjouw f 479,-; organist f 225,- (24)

1945
Mevrouw Kruimink vertrekt als organiste. De kerkvoogdij plaatst een advertentie voor een organist. In de advertentie wordt de grootte van het orgel vermeld. Benoemd wordt dhr. J.W. Veldmeijer uit Emmen. Zie Emmer courant (12-06-1945), Provinciale Drentsche en Asser courant (20-08-1945).

1946
Op 26 augustus schrijft organist Veldmeijer uit Emmen dat Mense Ruiter het orgel in april zou stemmen. Op deze manier kan het orgel het speelbaar worden gehouden totdat een grondige reparatie plaatsvindt. 'U kwam niet opdagen en ik zit met dit oude ding opgescheept! Kan er werkelijk worden gerestaureerd met een goed resultaat? Kunt U eens met een plan komen en een prijsopgave? In het bovenklavier zitten hangers en de valsheid kent geen grenzen. De koster klaagt dat hij zich 'een breuk' moet pompen.' (30)

1947
De kosten van een restauratie worden geschat op f 5.000,-. Een collecte brengt f 4.800,- op. Het orgel wordt door deskundigen gezien als 'zeer waardevol en kostbaar'. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (27-05-1947), (04-07-1947).

1948:
Onbekende werkzaamheden aan het orgel. Vermoedelijk is er toen door orgelbouwer Arie Bik uit Amsterdam een elektrische windmotor aangebracht, waardoor de orgeltrapper overbodig werd. (01) (37)
Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (13-04-1948).

1955:
Organist Veldmeijer wordt opgevolgd door Albert Roos uit Klooster bij Coevorden. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (02-06-1955), (12-08-1955).


Beeldbank Drents Archief Nr. MZ10601060818 Datering 08-03-1963



1969:
Op 4 maart bevestigt de Hervormde orgelcommissie (HOC) een telefonisch gesprek met de kerkvoogdij. 'waarbij van uw kant is medegedeeld, dat uw in 1880 gebouwde, 1887 uitgebreide -desondanks niet volledige- orgel zodanige gebreken vertoont (onder meer lekke windladen), dat herstel niet langer kan uitblijven.' De kerkvoogdij heeft al een offerte van Hendriksen en Reitsma voor f 57.000,-. Hier is men van geschrokken. De HOC zal voor f 80 een voorlopig advies uitbrengen.
Op 28 maart verschijnt het voorlopige rapport van de HOC. Het orgel is in 1850 gebouwd door Scheuer en in 1857 uitgebreid door Van Oeckelen. 'Het orgel bevindt zich in een nagenoeg onbespeelbare toestand en wel in verband met de zeer hevige door- en bijspraak, die in de windladen voorkomt. [...] Het orgel komt onzes inziens voor restauratie stellig in aanmerking, waarbij kan worden overwogen of een vrij pedaal kan worden aangebracht. Wij zullen door middel van de toezending van een kopie van dit rapport aan de Rijksadviseur voor orgels nagaan of er kans is op de toekenning van een overheidssubsidie in de kosten van restauratie van het orgel.'
Uit de offerte van Hendriksen & Reitsma blijkt dat zij van plan zijn de windvoorziening en de mechaniek te vervangen. Indien het orgel wordt erkend als monument zal verwijderen van de oude balgen niet worden toegestaan. Het genoemde bedrag is redelijk. De HOC vraagt zich ook af of deze jonge orgelfirma in staat zal zijn deze restauratie tot een goed einde te brengen. Geadviseerd wordt een adviseur te benoemen.
Op 10 april stuurt de HOC een rekening voor het voorlopige advies.
Op 5 september schrijft de HOC dat ze het werk van Henriksen & Reitsma hebben onderzocht. De HOC acht de orgelmaker in staat de restauratie uit te voeren. Het vervangen van de oude balgen wordt echter niet aangeraden. Het is nog niet zeker of het orgel wordt aangemerkt als monument. Als deze orgelmaker de restauratie gaat uitvoeren is begeleiding van een ervaren adviseur beslist noodzakelijk.
Op 30 september meldt de HOC dat er een mogelijkheid is dat de restauratie wordt gesubsidieerd. Het is dus nodig een orgeladviseur in te schakelen voor het maken van een restauratieplan.
Op 20 oktober schrijft de kerkvoogdij dat ze akkoord gaan met Klaas Bolt als orgeladviseur.
Op 24 oktober schrijft de HOC dat Bolt inmiddels is voorzien van de nodige documentatie. Hij zal contact opnemen.
Op 31 december schrijft Klaas Bolt dat hij samen met Rijksorgeladviseur Dr. Oussoren een bezoek heeft gebracht aan een nieuw en een gerestaureerd orgel door Hendriksen & Reitsma. De conclusie is dat deze orgelmakers nog niet het vereiste niveau hebben. Het heeft derhalve geen zin deze firma mee te nemen in het offertetraject. Binnenkort wordt een offerte van orgelmaker Reil verwacht. Uit de onkostennota van Klaas Bolt blijkt dat hij op 5 en 18 november in Dalen is geweest. (41)


Foto nr. E 53677-22 (1975) http://www.kerkeninbeeld.nl (28-06-2025)


Links: klaviatuur van het orgel met rondom een balustrade foto nr. PU 40560 Rechts Orgel met onder de balustrade een gordijn foto PU 40559 Foto's vermoedelijk uit 1975 de elektra uit de foto van 1963 zijn weggehald.http://www.kerkeninbeeld.nl (28-06-2025)

1970
In januari schrijft Klaas Bolt een rapport omtrent de toestand van het orgel.
Windvoorziening: de windmotor staat in een slechte dempkist.
Windladen: zij vertonen grote scheuren en hebben veel door- en bijspraak. De pulpeten zijn zwart uitgeslagen.
Pijpwerk: Het pijpwerk is bijna origineel bewaard, maar de beschadigingen dienen te worden hersteld. De lijmnaden van de houten pijpen laten los en de Trompet is gedeeltelijk onbruikbaar en moet veel mooier kunnen klinken.
Klaviatuur: Het bovenklavier is van Van Oeckelen en het onderklavier is van Scheuer. Er ontbreken zes opschriften op de registerknoppen. Het pedaalklavier is later vernieuwd.
Mechaniek: Zware speelaard
Kas: Houtworm aangetroffen
Op basis van het rapport van Klaas Bolt maakt orgelmaker Reil op 6 februari een restauratieplan.
De volgende werkzaamheden worden voorgesteld:
Windvoorziening: De drie spaanbalgen worden weer in werking gesteld en nagezien op scheuren en lekkages; nieuw leer op de kanalisatie; er komt een nieuwe dempkist voor de windmotor en hij wordt op veren gezet.
Windladen: Deze worden uit elkaar genomen en opnieuw verlijmd; de pulpeten worden vervangen; nieuw leer op de ventielen; telescoopringen om temperatuursinvloeden zoveel mogelijk uit te schakelen.
Pijpwerk: Repareren van de beschadigingen die zijn veroorzaakt door het vele stemwerk vanwege de ondichte windladen; vervangen van de niet originele pijpen van de discant van de Flageolet door nieuw pijpwerk; repareren van de losgelaten lijmnaden van de houten pijpen; vervangen van het leer van de stoppen in de houten pijpen; repareren van de Klarinet en de Trompet; vooral de Trompet moet veel beter kunnen klinken. De wijzigingen door Van Oeckelen worden integraal gehandhaafd.
Klaviatuur: De speeltafel wordt uit elkaar genomen en geheel nagezien en gereinigd; de speling in het klavier wordt verminderd door het invoeren met perkament; leer en kernlaken wordt vervangen; ontbrekende registerplaatjes worden bijgemaakt; het pedaalklavier is niet meer oorspronkelijk en wordt nieuw vervaardigd als een kopie van het pedaalklavier van het Scheuer-orgel in de Hervormde Kerk van Oldemarkt.
Mechaniek: wordt nagezien en schoongemaakt
Kas: de houtworm wordt bestreden en beschadigingen worden gerepareerd; het lofwerk wordt gerestaureerd en verwormde delen worden vervangen.
Op 11 maart schrijft Klaas Bolt dat de offerte van Reil binnenkort wordt toegestuurd. De kosten bedragen f 32.450,-. Het heeft weinig zin nog een offerte aan te vragen gezien deze zeer lage prijs. Een nieuwe offerte zal het proces alleen maar vertragen, waardoor de kosten weer hoger worden. Bolt raadt aan een principe-opdracht te verstrekken onder voorbehoud van subsidie. De restauratie zou in 1971 kunnen worden uitgevoerd.
Op 3 april schrijft de HOC dat ze het eens zijn met het voorstel van Klaas Bolt.
Op 21 april wordt de opdracht voor de restauratie aan Reil toegekend. Op 27 april wordt de opdracht door Reil bevestigd.
Op 29 april bevestigt de HOC de ontvangst van de principe opdracht aan Reil.
Op 28 oktober schrijft Klaas Bolt dat Reil de restauratie begin 1971 kan starten. Een subsidie zal niet eerder beschikbaar komen dan 1972. Bolt neemt aan dat de subsidieaanvraag al is ingediend. (14) (41)

1971
Op 16 februari schrijft de Rijksdienst voor Monumentenzorg dat zij zich kunnen verenigen met het ingediende restauratieplan van Klaas Bolt. De begroting van f 44.716,- wordt gebruikt als basis voor een subsidie van 35% en kan in 1973 beschikbaar worden gesteld.
Op 19 februari vraagt de kerkvoogdij een subsidie aan bij de provincie op basis van de toegezegde subsidie door het rijk.
Op 28 maart wordt het contract tussen kerkvoogdij en Reil getekend. (14)
Op 14 juni stuurt het Bureau Monumentenzorg van Drenthe (BM) een adviesformulier naar de provincie. Voorgesteld wordt 5% subsidie te geven.
Op 21 juni schrijft Klaas Bolt dat hij er geen bezwaar tegen heeft dat organist Hopster bij de ingebruikname als eerste het orgel zal bespelen. Het zou Bolt zelfs goed uitkomen niet te spelen vanwege het overlijden van Lambert Erné. Door zijn overlijden is er nu een overvloed aan te begeleiden opdrachten. Bolt voegt een lijst toe met instanties die uitgenodigd zouden moeten worden.
Op 2 november schrijft het BM aan de provincie dat de Hervormde Kerk van Dalen een beschermde status heeft. Ook de inventaris is hierbij betrokken. Als bouwer van het orgel wordt abusievelijk Van Oeckelen genoemd in 1857. De restauratie van het orgel krijgt vanuit het rijk een subsidie van 35%. Dit is een bevestiging voor het BM dat het orgel van te weinig belang is voor een volledige subsidie. Een subsidie van 5% is terecht.
Op zaterdagavond 13 november wordt het orgel weer in gebruik genomen en kan kerkvoogd Van Tarel, na een kort verslag van de restauratie, het orgel overdragen aan ds.W.de Jong, voorzitter van de kerkenraad.
Orgelmaker Reil geeft een toelichting op de restauratie. Aan deze ingebruikneming wordt ook meegewerkt door het Hervormd Kerkkoor onder leiding van Fokke Gnodde, terwijl de gemeentezang begeleid wordt door de pas benoemde organist, de heer G. Huizing uit Coevorden.
Op 11 december schrijft Klaas Bolt dat de restauratie tot zijn grote tevredenheid is voltooid en dat hij zijn goedkeuring geeft.
Uit de declaratie van Klaas Bolt van 12 december blijkt dat hij drie keer in de werkplaats in Heerde is geweest en zes keer in Dalen. (32) (41)

Dispositie:

Hoofdwerk C-f3 Bovenwerk C-f3 Pedaal
Prestant 16' disc. (S) Holfluit (O) 8' Aangehangen
Bourdon 16' (S) Viola da Gamba (O) 8'  
Prestant 8' (S) Preastant (O) 4'  
Holpijp 8' (S) Fluit (O) 4'  
Octaaf 4' (S) Gemshoorn (S) 2'  
Fluit 4' (S) Flageolet (S) 1'  
Quint 3' (S) Clarinet (O) 8' b/d  
Octaaf 2' (S)      
Cornet V disc. (O)      
Mixtuur III-IV (O)      
Trompet 8' (S)      

Afsluiter
3 spaanbalgen
Gedeelde koppel bas/discant
Tremulant op het gehele orgel
Windlosser

1972
Op 12 januari verschijnt het eindrapport van de HOC. 'De restauratie is met zorg en piëteit uitgevoerd.'
Op 31 januari stuurt de HOC een rekening voor honoraium en gemaakte kosten. (41)
Op de vergadering van de Provinciale Monumentencommissie van 9 maart komt de restauratie van het orgel in Dalen aan de orde. Gezien het geringe belang van het orgel geeft het rijk maar 35% subsidie. De provincie beperkt daarom de subsidie tot 5%.
Volgens een overzicht krijgen de orgels van Berghuizen, Roden, Smilde, Rolde, Westerbork, Beilen, Peize en Meppel een subsidie van 10% -15%. De rijkssubsidie varieert van 20% (Smilde, Rolde) en 35% tot 50%. De orgels van Rolde en Smilde staan niet op de monumentenlijst. Toch wordt besloten om 10% subsidie te verlenen. (31)
Van mei dateert een brief van de Provinciale Monumentencommissie van Drenthe aan Gedeputeerde Staten. De commissie is van mening dat ook Dalen recht heeft op subsidie van de provinciale overheid. Er wordt een lijst met toegekende subsidies meegestuurd. (19)
In mei vraagt de Provinciale Monumentencommissie aan de provincie of de subsidie van 5% kan worden heroverwogen omdat het orgel binnen Drenthe wel van belang is. Er wordt voorgesteld het percentage te verhogen naar 10%.
Op 15 augustus besluit de provincie de subsidie te verhogen tot 10%. (32)

1973
Op 2 januari meldt de provincie dat in de statenvergadering van 17 november besloten is de subsidie te verhogen tot 10%.
Op 14 februari stuurt de kerkvoogdij kopieën van rekeningen naar het BM. Ze hopen dat de subsidie snel wordt overgemaakt.
Op 1 mei dringt de kerkvoogdij bij de provincie aan op snelle betaling van de subsidie omdat ze de restauratie hebben voorgefinancierd.
Op 29 mei schrijft de provincie dat een subsidie van f 4.301,86 naar Dalen is overgemaakt. De subsidie door het rijk van f 15.057,- wordt begin juni overgemaakt. (32)



Foto: Geert Jan Pottjewijd

1976
In de bouwvergadering van 8 oktober van de kerkrestauratie wordt het schilderen van de orgelkas aan de orde gesteld. Uitgangspunt is bijschilderen in de bestaande kleur en het vergulden van de labia. Men weet niet wat de oorspronkelijke kleuren zijn. Twee Daler schilderbedrijven zal om een offerte worden gevraagd.
Op 12 november wordt besloten dat schilder Witvoet uit Dalen het schilderwerk zal uitvoeren. (32)

1977
Op 11 februari wordt een steiger voor het orgel geplaatst zodat de oorspronkelijke kleuren kunnen worden onderzocht.
Op 13 mei wordt in de bouwvergadering in overleg met de orgelmaker besloten de frontpijpen te verwijderen voordat er wordt geschilderd. Het opschrift op het orgel is genoteerd. Later zal worden bepaald of en hoe dit opschrift weer zal worden aangebracht.
De frontpijpen worden in mei door Reil uitgenomen. In de eerste week van augustus worden de frontpijpen weer teruggeplaatst en wordt het orgel gestemd.
Op 12 augustus wordt besloten de namen van de vroegere kerkvoogden niet meer op het orgel aan te brengen. De namen zullen op een apart bord worden geschilderd, aangevuld met de huidige kerkvoogden en de toevoeging: 'gerestaureerd in 1977'. De kas rond de speeltafel zal ook worden geschilderd.
Op 14 oktober wordt het ontwerp van het bord goedgekeurd met daarop de namen van de vroegere en de huidige kerkvoogden. (32)
Bij de tweede fase van de kerkrestauratie in 1977 krijgt de orgelkas na eerst in wit en later in palissander uitgevoerd te zijn geweest, zijn huidige rode kleur. Ook wordt er nieuw verguldsel aangebracht en krijgt het houtsnijwerk aan de zijkanten en aan de achterkant een bekleding van groene stof.

1990
Er worden plannen gemaakt voor het toevoegen van een zelfstandig Pedaal met een Subbas 16' en een Prestant 8'. Reil brengt op 5 september een offerte uit. De plannen worden echter niet gerealiseerd. (14)

Tekening van het plan. Klik op de afbeelding voor een vergroting

1991
Op 7 november vraagt de Stichting Behoud Kerkelijke Gebouwen in Groningen (SBKGG) namens de kerkvoogdij van Dalen aan de HOC om een rapport te maken voor een uitbreiding van het orgel.
Op 14 november schrijft de HOC dat een advies inhoudt dat er eerst een bezoek aan de kerk wordt gebracht, waarna een voorlopig rapport kan worden opgemaakt.
Het voorlopige rapport van de HOC door Aart van Beek dateert van 4 december. 'De directe aanleiding voor het uitbrengen van dit rapport zijn de door de heer Datema geformuleerde wensen voor wijziging en uitbreiding. De heer Datema ziet de samenstelling van de Mixtuur, die op 16' hoogte is gebaseerd, gaarne gewijzigd. Een andere wens is de toevoeging van een vrij pedaal.' De samenstelling van de Mixtuur hoort bij dit type instrument en is daar een onmisbaar onderdeel van. Wijziging is zeer te ontraden en niet toegestaan omdat het orgel een beschermd monument is. Een vrij pedaal is wel mogelijk. Reil heeft 2 mogelijkheden gegeven:
-Een Subbas 16' opgesteld in de orgelkas.
-Een Subbas 16' en een 8-voets register tegen de achterwand.
Bij de laatste variant dient de windvoorziening te worden verplaatst.
Mense Ruiter offreert een Pedaal op de balgenkast met een Subbas 16', Octaaf 8' en een Bazuin 16'.
Voor de toevoeging van een Pedaal is toestemming nodig van Monumentenzorg. Voor een 'echt' zelfstandig pedaal acht de HOC vier stemmen nodig. (41)

1992
Op 23 januari stuurt de HOC een rekening voor het voorlopig advies naar de SBKGG. (41)

1998
Op 6 november vraagt de SBKGG namens de kerkvoogdij aan de HOC om een voorlopig rapport te maken.

1999
Het rapport van de HOC verschijnt op 17 maart. Na een beschrijving van het orgel wordt de huidige toestand beschreven en de te nemen maatregelen: 'Het pijpwerk verkeert in een zeer wisselende conditie, van redelijk goed tot zorgwekkend slecht. Het pijpwerk uit 1850 heeft een wat minder zacht metaal dan dat uit 1857. Van het open pijpwerk uit beide bouwfasen zijn stemranden meer of minder beschadigd. Ook is bij diverse pijpen schade aan de corpora naast de bekken. Dit is een gevolg van (te) hard slaan met de stemhoorn. Sommige pijpen, vooral in de Mixtuur hebben een dusdanig toegeknepen rand dat het vermoeden bestaat dat er niet met daartoe geëigend gereedschap maar met de handen is gestemd. Ook zijn diverse voeten van kleinere Mixtuurpijpen krom getikt.Verontrustend is de vorming van blaasjes op de voeten van de Viola di Gamba en Holfluit van het bovenwerk. Hier speelt een combinatie van factoren een rol. De toegepaste legering is kennelijk gevoelig voor een hoge vochtigheid in combinatie met wisselende temperaturen. De vervuiling van het Hoofdwerk is niet groot, maar er is wat meer vuil in het Bovenwerk. Het vuil koekt aan door de hoge luchtvochtigheidsgraad. Het fraaie klankbeeld is in grote lijnen nog in orde, doch het heeft aan zeggingskracht ingeboet door tamelijk veel incidentele ontregelingen van de intonatie. Vooral de Mixtuur geeft niet meer de in potentie aanwezige klankvulling. Uit de berichtgeving over de restauratie van 1971 blijkt dat toen ook veel pijpwerk hersteld moest worden vanwege stembeschadigingen.
Hierbij zullen evenals nu de volgende factoren een rol gespeeld hebben:
- Onstabiele windtoevoer door lekkage (nu slechts incidenteel aan de orde).
- Relatief zacht orgelmetaal, vooral dat van Van Oeckelen.
- De moeilijke bereikbaarheid van een deel van het binnenwerk, met name het pijpwerk dat tussen het front en de Cornet staat opgesteld.
Noodzakelijke en/of wenselijke maatregelen.
Het is van belang nu maatregelen te treffen om het orgel voor onnodig snel verval te behoeden. Kas, balgen, kanalen en windladen verkeren in principe in een goede conditie. Wel lijkt het erop dat sommige sleepsysteemringen enige lekkage vertonen. Daar deze lekkage een relatie heeft tot de instabiliteit van de stemming van de bijbehorende pijpen, dienen kapotte ringen te worden vervangen. Een rigoureus alternatief is het verwijderen van alle sleepringen en het weer in de oorspronkelijke positie brengen van de pijpstokken.
Het mechaniek functioneert zonder storingen. Wel is het wenselijk het toucher van het hoofdwerk, voor zover mogelijk, te versoepelen. Op enkele details is reparatie noodzakelijk.
De behandeling van het pijpwerk valt in twee delen uiteen:
a. Het repareren van steminrichtingen, bovenranden en het opronden van pijpwerk.
b. Het behandelen van de aangetaste pijpvoeten of, indien reparatie onmogelijk is, het vervangen ervan. Dit laatste moet echter zoveel mogelijk achterwege blijven omdat het historisch materiaal betreft.
Een procedure om de mankementen te verhelpen zou kunnen bestaan uit het uitnemen van het pijpwerk en het waar nodig herstellen ervan. Tevens kunnen de sleepringen worden gecontroleerd en waar nodig vervangen. De afregeling van het mechaniek kan worden nagelopen met ook het verbeteren van het toucher als doel.'
De uit te voeren werkzaamheden gaan verder dan groot onderhoud, maar dienen beschouwd te worden als een (deel)restauratie. Er is een offerte van orgelmaker Reil van 21 oktober. Daarin mist de HOC het vervangen van de sleepringen en de aantasting van de pijpvoeten.
Op 18 mei stuurt de HOC een rekening voor het voorlopige advies. (41)

1999
Op 13 novemberverschijnt het restauratieadvies van Jan Jongepier. (14) (41)

2002/2003
Reil voert groot onderhoud uit aan het orgel onder advies van Jan Jongepier. Het contract dateert van 21 maart. (14)
Uitgevoerde werkzaamheden:
Klaviatuur: schoonmaken; speling wegnemen; de beledering van de tussenlijst vernieuwen; ca. 8 toetsplaatjes bijzoeken en vernieuwen; pedaalrammel verhelpen
Speel- en registermechaniek: schoonmaken en nalopen; geleidingen, sleepgang en trekstangen nazien/verbeteren
Kas: schoonmaken; nazien van hang- en sluitwerk; controle houtworm
Windvoorziening: controle balgen en kanalen
Pijpwerk: schoonmaken; steminrichtingen herstellen, normaliseren stemlapjes in korte pijpen verwijderen; bovenranden herstellen; beschadigde voeten herstellen; de Cornetbanken zullen een kwart slag worden gedraaid en naast elkaar in de middenas van het orgel worden geplaatst; de voeding wordt uitgevoerd in loden conducten of houten vervoerblok; blaasvorming op de pijpen herstellen na rapportage door de adviseur.
Opgang stemvloer: de opgang naar de stemvloer van het Bovenwerk wordt gemaakt door de plaatselijke timmerman in overleg met de orgelmaker

Op 12 december 2002 schrijft Jan Jongepier het eindrapport. (14)

Het orgel wordt op 26 april 2003 weer in gebruik genomen met een concert door Jan Jongepier.
Programma door Jan Jongepier:
1. Moritz Brosig (1815-1887) Fantasie 'Christ ist erstanden'
2. Max Reger (1873-1916) Jesus meine Zuversicht (op. 67 no. 20)
3. Joh. Chr. Oley: (1738-1789) Jesus meine Zuversicht
4. Johann Seb. Bach (1685-1750) Adagio uit fluitsonate in g BWV 1020
5. Alexandre Guilmant (1837-1911) Marche upon Handels 'Lift up your heads’, op. 15.

De Stichting tot Behoud van het Nederlands Orgel kent een subsidie toe van EUR 1.000,-. (15)


Foto's: Geert Meendering van voor de wijzigingen van 2016 (03) Klik op de afbeelding voor een grotere versie

2014-2016
Er wordt onderzocht of de groene kleurstelling achter de ornamenten van het orgel kan worden bijgesteld. Er wordt overlegd met Reil en de dienst Cultureel Erfgoed. (13)
De kleurstelling is inmiddels na overleg met orgelmaker Reil en de cultuurambtenaar van de gemeente Coevorden gewijzigd.
De volgende wijzigingen zijn gerealiseerd:
 -De groene beplating achter de zijvleugels is verwijderd.
 -De achterzijde is bijgekleurd in de mahoniehouten kleur, die er reeds gedeeltelijk op was aangebracht. Na verwijdering van de beplating bleek de achterzijde van het snijwerk kaal te zijn.
 -De groene kleur op de ornamenten op de torens is verwijderd en gewijzigd naar Bentheimer zandsteen wit.
 -De versieringen in bladgoud zijn ongewijzigd gebleven. (16)

2016
Groot onderhoud door Reil op basis van een rapportage van orgeladviseur Aart van Beek.
1. De leermoeren zijn vervangen door nieuwe onder de laden.
2. De leren verbindingsstroken van de aanhaakdraden van het ondermanuaal met het Pedaal zijn vervangen door gefestonneerde messing aanhaakdraden.
3. Binnenin de orgelkas is er sprake van een soort droge aanslag of schimmel; dit is voor zover bereikbaar verwijderd.
4. Er zijn enkele metalen pijpen verlengd en van het houten pijpwerk, waarvan de stoppen vastzaten (Bourdon 16 en Holpijp 8), is nieuw vilt en leer aangebracht.
5. Klaviermechanieken zijn opnieuw afgeregeld en waar nodig is pijpwerk bijgestemd.
Verder wordt een klimaatonderzoek door Cultureel Erfgoed nog overwogen. (17)


Foto Geert Meendering (2016) (16)


Foto's Geert Jan Pottjewijd

2025
Per 1 januari fuseert de kerk met de Hervormde kerk van Oosterhesselen. (40)

Organisten:
Jan Hermanis Baning
: 1850-1894
A.C. Jalink: 1894-1923
M.J. Caspers: 1923-1927
Mevr. Kruimink: 1927-1945
J.W. Veldmeijer: 1945-1955
Albert Roos : 1955-19xx
Roelof Hopster: 19xx-19xx. Zie Meppeler Courant 12-06-2013
Sinds 2006 hebben de volgende organisten diensten begeleid: Geert Meendering uit Borger, Johan Westerbeek (2006-2013) uit Stieltjeskanaal, Mw. E. Blom (2006-2014) uit Schoonebeek, Dre Kruizenga uit Beilen en Bert Otten uit Beilen. (13)

Bronvermelding:

  1. E-Mail van Jaap Brouwer d.d. 29-12-2002 18:39
  2. Victor Timmer maakte mij op 10-07-2010 attent op een bericht uit de Nieuwe Rotterdamsche courant van 8 augustus 1850
  3. E-Mail door Geert Meendering d.d. 13-03-2011
  4. Boek: De kerk van Dalen door Huib D. Minderhoud Hoofdstuk Daler kerkorgel door Roelof Hopster
  5. Brochure: Klankschoonheid der Drentse orgels door Maarten Seybel
  6. Boek: Nederlandse Orgelencyclopedie
  7. www: http://reliwiki.nl/index.php?title=Dalen,_Hoofdstraat_25_-_Hervormde_Kerk (17-02-2014)
  8. www: http://kerkeninbeeld.nl/
  9. Boek: Het Nederlandse historische orgel 1850-1858 blz. 36-39
  10. Tijdschrift: Het Orgel 1970/11 Orgelbouwnieuws
  11. Tijdschrift: Het Orgel 1972/01 Orgelbouwnieuws
  12. Tijdschrift: Het Orgel 1972/04 Orgelbouwnieuws door Jan Jongepier
  13. E-Mail d.d. 17 oktober 2014 en 3 februari 2016 door Geert Meendering
  14. Archief orgelmakerij Reil
  15. Mededelingen nr. 61 1e halfjaar 2003 van de Stichting tot Behoud van het Nederlands Orgel werd een subsidie verkregen van EUR 750,=
  16. E-Mail Geert Meendering d.d. 21 september 2016
  17. E-Mail van Geert Meendering d.d. 27 december 2016
  18. Archief Jaap Brouwer
  19. Drents Archief 0404 Nederlands Hervormde Gemeente Zuidlaren 258 Materiaal ten behoeve van een historisch onderzoek door dr. H.G. de Olde
  20. Drents Archief: 0340 Nederlands Hervormde Gemeente Dalen 79 Bestekken en voorwaarden voor onderhouds- en herstelwerkzaamheden aan kerkelijke gebouwen
  21. Drents Archief: 0340 Nederlands Hervormde Gemeente Dalen 80 Stukken betreffende de bouw van een gaanderij in de kerk 1844
  22. Drents Archief: 0340 Nederlands Hervormde Gemeente Dalen 108 Grootboek van uitgaven
  23. Drents Archief: 0340 Nederlands Hervormde Gemeente Dalen 94 Kwitanties
  24. Drents Archief: 0340 Nederlands Hervormde Gemeente Dalen 92 Rekeningen en verantwoordingen van ontvangsten en uitgaven
  25. Drents Archief: 0340 Nederlands Hervormde Gemeente Dalen 53 Ingekomen stukken en minuten van verzonden stukken 1843-1943
  26. Drents Archief: 0340 Nederlands Hervormde Gemeente Dalen 46 Notulen van de vergaderingen van kerkvoogden en notabelen 1821-1871
  27. Drents Archief: 0340 Nederlands Hervormde Gemeente Dalen 47 Notulen van de vergaderingen van kerkvoogden en notabelen 1872-1902
  28. Drents Archief: 0340 Nederlands Hervormde Gemeente Dalen 49 Notulen van de vergaderingen van kerkvoogden en notabelen 1920-1939
  29. Drents Archief: 0340 Nederlands Hervormde Gemeente Dalen 50 Register van 'officieuse besluiten en verrigtingen van kerkvoogden en notabelen'
  30. Mense Ruiter oude archief
  31. Drents Archief: 0913 Archief van de afdeling Monumentenzorg van de provincie Drenthe 3 Provinciale Commissie behoud landelijke monumenten, correspondentie en vergaderstukken; 1954-1972
  32. Drents Archief: 0913 Archief van de afdeling Monumentenzorg van de provincie Drenthe 336 Dalen, Hoofdstraat 25 (NH Kerk); 1954-1987
  33. Aantekening W.D. van der Kleij uit 1970: We doen even een flinke stap in het nabije verleden en zijn aangeland in het jaar 1970. In Zwitserland is een zendingscongres georganiseerd en uit de gehele wereld komen zendingspredikanten bijeen om ervaringen uit te wisselen. Een van de deelnemers is ds. O.D. Scheuer uit Zuid-Afrika. Hij is goed op de hoogte van zijn voorouders en weet dat zijn familie van oorsprong uit Nederland komt en dat ze hier orgelbouwers zijn geweest. Bij een tussenstop op Schiphol raadpleegt hij nieuwsgierig het telefoonboek en komt daar de naam Scheuer tegen! Hij neemt contact op en blijkt te maken te hebben met een nazaat van een broer van Johan Christoff die in het begin van de negentiende eeuw van Emlichheim naar Amsterdam vertrokken is. Aangezien deze Amsterdamse Scheuer weet, dat schrijver dezes bezig is met een onderzoek naar zijn familie, komt ds. Scheuer naar Coevorden. Het toeval wil, dat ik dan woon in het huis, waar Johan Christoff Scheuer in 1801 zijn intrek nam en waar de orgelbouwerij begonnen is. Natuurlijk staat er een bezoek aan de kerk van Dalen op het programma. De laatste keer dat een Scheuer voet in dit Godshuis heeft gezet, is meer dan honderdtien jaar geleden! Ds. Scheuer is erg onder de indruk van de schepping van zijn voorouders, hoewel het orgel dan in een slechte staat is. De familie Scheuer heeft een groot gedeelte van de tekeningen van de door hen vervaardigde orgels meegenomen toen ze in 1858 naar Zuid-Afrka emigreerden. In 1949 hielden de nazaten in een schuur een soort tentoonstelling van deze tekeningen. Men had ze allemaal aan de wand bevestigd. Helaas trok een windhoos over het land en ging de schuur letterlijk de lucht in met als dramatisch gevolg, dat bijna alle tekeningen verloren gingen. Slechts één exemplaar wist men te redden. Ds Scheuer stuurde een copie van deze tekening en ... .het bleek de oorspronkelijke tekening van het Daler orgel te zijn, in 1849 getekend door Jan Eek Scheuer! Het orgel heeft nog de oorspronkelijke kleur: 'Porcelijnwit'. De originele bouwtekeningen teruggevonden in een ander werelddeel; je houdt het haast niet voor mogelijk!
  34. Boek: Johan Julius Seidel, Het orgel en deszelfs zamenstel, vertaling door S. Meijer, Groningen F. Wilkes, 1845
  35. Informatie W.D. van der Kleij. Bron onbekend.
  36. Archief W.D. van der Kleij met brieven van organist Baning. (Deze brieven zijn nog niet gevonden.)
    Meester Baning schrijft een brief aan de kerkvoogden, die als volgt begint:

    'Mijne Heren,
    Gedachtig aan het gezegde dat de maatschappij meer lijdt van hen die niets doen dan van hen die te veel doen neemt ondergeteekende, met de noodige bescheidenheid en verschuldigde achting, de vrijheid het volgende aan het bescheiden oordeel van U, mijne Heren, te onderwerpen, in de hoop, dat ik als tolk van velen, een gunstig antwoord moge terug ontvangen.'

    Hij maakt de kerkvoogden er op attent, dat hij de tijd rijp vindt om werk te maken van het plaatsen van een tweede klavier. Hij maakt de kerkvoogdij een compliment voor het goede financiële beleid in de afgelopen jaren: 'Vooraf, Mijne Heren, ben ik zoo vrij u te betuigen, dat het mij een aangenaam gevoel verwekte, op het vernemen, dat de wonden in de beurs der Kerk, bij de plaatsing van het tegenwoordige werk geslagen, - dat deze wonden niet alleen zijn genezen, maar dat we onze Kerk heden weder in eenen financieel gezonden toestand en zeer welvarend aantreffen'. Hij stelt ze op de hoogte van de schriftelijke toezeggingen en ondersteuning: 'Niet alleen door velen die betuigen, dat het kerkgebouw, waarin zij hunnen God vereeren en dienen, waarin ze alle week 1 à 2 maal vergaderen, - al mogen anderen hieromtrent meer onverschillig zijn, - dat het gebouw hunne grootste belangstelling waardig is. Vooral met het oog op den tegenwoordigen bloei onzer gemeente.'
    Baning waarschuwt deze gelegenheid niet zondermeer voorbij te laten gaan. Het is een manier om op eenvoudige wijze aan het geld te komen en het zal de kerkvoogdij niet veel geld kosten. 'Het is maar eenmalig. Noch onze kleinkinderen, noch onze achterkleinkinderen zullen, wanneer ze bewaren, wat wij hun hebben achtergelaten, eenig verval of verandering bespeuren'.
    Baning belooft, dat hij er alles aan zal doen om voor zoveel mogelijk renteloze leningen te zorgen. Hij wil de hele gang van zaken op zich nemen onder 'oppertoezigt' van de kerkvoogdij. Het college ziet er wel wat in en geeft Baning toestemming om actie te ondernemen maar wijst hem erop, dat hij niet meer geld moet verzamelen, dan echt noodzakelijk is. Baning gaat met de lijst rond: 'Lijst van inteekening voor het vergrooten en verfraaien van het orgel in de Kerk te Dalen. Voor eene geringe som kan het orgel meer dan de helft in grootte en fraaiheid winnen en derwijl het er op gemaakt is om eenmaal zoodanig te maken zoals het behoort, is, dunkt ons, de tijd geschikt, daar de landsman zoo bijzonder gezegend wordt en uit dankbaarheid daarvoor, wel eene gave geven voor een werk, dat gemaakt is om met lof- en bidgezangen den hogen God en zijnen zoon Jezus Christus te verheerlijken'.
    Korte tijd later schrijft Baning een brief met de uitkomst van de aktie: 'Het verheugd mij, dat ik in staat ben Kerkvoogden te kunnen verzekeren, dat bij de gegoede klasse als mede en vooral bij den minderen stand, de meeste sympathie voor ons plan te hebben ondervonden. Ik heb een som van f 1 .025 beschikbaar en zoo noodig meer. Wanneer ik elk had laten teekenen, 't geen ik op aanraden van de Kerkvoogden heb nagelaten, dan had ik zeker de dubbele som van het benoodigde kunnen aanbieden. Welvaart en een door de partijen opgewekt godsdienstig gevoel mogen daarvan de reden zijn. Eenige Heeren willen, zo nodig verhogen, ja hunne ingeschrevene som verdubbelen. Het hoofd van het plaatselijk Bestuur heeft mij onbewimpeld zijne belangstelling en deelneming betuigd. Zoo zijn er meer geweest. Ik stel mij verder onder de orders der H.H.Kerkvoogden', besluit hij zijn brief
    Het resultaat? In korte tijd doen veertien personen een toezegging voor eenenveertig aandelen à f 25,- totaal dus f 1.025,-.
    Dokter Heymaat doet er aan mee, evenals P. ten Hool in Dalerveen en J. Caspers (met acht aandelen maar liefst!). Baning neemt er zelf vier. Het zijn renteloze voorschotten. Tussen 1859 en 1863 worden, door middel van loting, de aandelen weer afgelost en krijgen de deelnemers hun geld terug. Er wordt een protocol opgemaakt, hoe het allemaal moet verlopen. Alle 41 aandelen zijn keurig terugbetaald en bewaard gebleven! Meester Baning laat het nu verder over aan de kerkvoogdij. Hij dringt wel aan op een spoedige beslissing, want, hij vindt het houtwerk, dat 's zomers gemaakt wordt 10 à 20% beter dan het in de herfst of winter vervaardigde. In een bijlage van de brief geeft hij in hoofdlijnen aan, hoe de gewenste uitbreiding van het orgel zou moeten geschieden, alsmede de veranderingen aan de kast en de technische wijzigingen. Hij geeft ook aan welke nieuwe registers er zouden moeten komen. Twee registers van het huidige orgel zullen verplaatst worden naar het nieuwe klavier, de Gemshoorn 2 voet en de Flageolet 1 voet. Op de vrijgekomen plaats kan dan een Mixtuur 4 à 5 sterk geplaatst worden. De kosten raamt hij op ongeveer duizend gulden. Als laatste merkt hij op: 'Er zijn nog kleinigheden die allen behoorlijk moeten beschreven worden. Niets mag aan de eerlijkheid van de orgelmakers worden overgelaten. Wij bepalen de zaken'.
    Dat hij zuinig met het geld om wil gaan, bewijst z'n idee om de veranderingen aan het houtwerk voor rekening van de kerkvoogdij te nemen. 'Een knappe timmerman kan het onder het oog van de orgelmaker ook doen'. Van de uitvoering van dit idee is echter niets gebleken!
    Het geld voor de uitbreiding is, mede door de vasthoudendheid van meester Baning binnen en zo lezen we in de Provinciale Drentsche en Asser courant 18-10-1856:
    'Door Kerkvoogden en Notabelen dezer Hervormde Gemeente is eenpariglijk besloten, het orgel in de kerk te verfraaijien en te vergrooten. Het tegenwoordige werk, door vrijwillige bijdragen tot stand gekomen en door de heeren Scheuer en Zn. te Zwolle in 1850 gemaakt, is op breede schaal aangelegd en ziet er nog zoo frisch uit, alsof het gisteren is gemaakt. De vergrooting en verfraaijing is opgedragen aan den heer van Oeckelen van Groningen. Wij hebben alle verwachting van dien alom bekenden meester in zijn vak die elders met zooveel roem heeft gewerkt.'
  37. Rapport Klaas Bolt januari 1970
  38. Boek: Rien Buyk, Lang kerken en kapellen Orgeltocht door nederland. Amersfoort, J.C. Willemsen, 66-67
  39. Assen Drents Archief, Successiememorie, Hoogeveen 0119.08 11, archiefnummer 0119.08, Drents Archief, inventarisnummer 11, aktenummer 847 Gemeente: Hoogeveen
    Overledene: Geesje Snoeijing overleden op 09-09-1851 Diversen: Successiedatum: 05-04-1852 Successieplaats: Hoogeveen Onroerendgoed: Nee
  40. www: https://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/17713619/sigo-81-en-edith-74-zijn-al-25-jaar-kosters-in-oosterhesselen-we-gaan-ons-straks-nog-vervelen
  41. Utrecht, Het Utrechts Archief, 1445 Orgelcommissie, 325. Dalen, 1969-1999
  42. Boek: Arend Jan Gierveld, George Hendricus Broekhuyzen Sr., Orgelbeschrijvingen 1850-1862, Amsterdam: Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis, 1986.

De kerkvoogdij voor de rechtbank
Het is oktober 1861 en de deurwaarder van Dalen, Harm Schut, is bezig met een van de merkwaardigste opdrachten, die hij ooit heeft uitgevoerd. Hij is onderweg met een deurwaardersexploot naar niemand minder dan Jan Caspers, voorzitter van het College van kerkvoogden van de Hervormde kerk. Wat is er aan de hand? Het is schilder Jan Jacobs Glas, die het leven van de kerkvoogden er niet gemakkelijker op maakt. Er is een flinke ruzie over de rekening voor het schilderen van het nieuwe orgel ontstaan. De kerkvoogdij had dit schilderwerk niet aanbesteed, maar aan de orgelbouwer Van Oeckelen gevraagd, wat het schilderen van het orgel ongeveer zou gaan kosten. Van Oeckelen schatte het verfwerk op dertig à vijfendertig gulden en van dit bedrag uitgaande, gaf de kerkvoogdij schilder Glas opdracht het orgel te schilderen. Toen de schilders-werkzaamheden in november 1857 gereed waren, vroeg men de rekening. Die liet even op zich wachten en kwam pas in maart 1858. In plaats van vijfendertig gulden vermeldde de rekening een bedrag van meer dan honderdtachtig gulden! De kerkvoogdij was hevig verontwaardigd. Dat was toch niet mogelijk! Men bestudeerde de gespecificeerde nota nauwkeurig en kwam tot de conclusie, dat er zaken op de rekening voorkwamen, die veel te hoog gesteld waren. Dat er bijvoorbeeld meer verfstoffen op voorkwamen, dan gebruikt hadden kunnen worden en dat er meer werkuren (à f 0,15) waren opgegeven, dan in die tijd van het jaar gewerkt konden worden. Kortom, de kerkvoogdij vond de rekening van schilder Glas veel te hoog en was niet van plan te betalen. Ondanks de aanmaningen, die ze ontvingen. Na meer dan twee jaar vruchteloos gepoogd te hebben om z'n geld te krijgen, blijft er voor Glas niets anders over dan een advocaat in de arm te nemen en een rechtzaak tegen de kerkvoogdij aan te spannen bij het Kantongerecht te Hoogeveen. De rechter, Jhr.mr. Van Holthe tot Echten, hoort beide partijen en merkt al gauw, dat men niet goedschiks tot overeenstemming kan komen. De partijen houden hardnekkig aan hun standpunt vast. Om tot een rechtvaardig vonnis te komen, besluit hij op 15 oktober 1861 zelf naar de kerk van Dalen te gaan, om hoogstpersoonlijk poolshoogte te nemen. Hij komt niet alleen, maar roept Jacob Seijdel, Hermannus Stoter en Jacob Scholten op als getuige-deskundigen. Ze zijn alle drie huisschilder te Hoogeveen. Dit gezelschap betreedt op zaterdagmorgen 2 november om tien uur de kerk. De schilders beoordelen de werkzaamheden van hun collega Glas en delen hun bevindingen mee aan de Edelachtbare. Er wordt een proces-verbaal van opgemaakt. Op 19 november 1861 wijst de kantonrechter 'In naam des Konings' vonnis. Hij is tot de conclusie gekomen, dat de overeenkomst tussen de kerkvoogdij en schilder Glas erg onduidelijk is. Glas heeft ondermeer de banken op de orgelgalerij geverfd en de muur achter het orgel gewit. Ook heeft hij de ramen van de kerk schoongemaakt. De kerkvoogdij ontkent echter hiervoor opdracht te hebben gegeven en Glas kan niet aantonen, dat dit wel het geval is. De rechter bepaalt, dat er dan ook geen geld voor toegewezen kan worden en beslist, dat de kerkvoogdij aan Glas het bedrag van f 61,- plus de daarover verschuldigde rente moet betalen. Een heel verschil met de f 184,- die in rekening gebracht was. Elk van de partijen wordt veroordeeld tot het betalen van de helft van de kosten van de rechtzaak, zijnde f 49,-.