Berghuizen, Gereformeerde kerk
Dankzij een gift kan
er in 1884 een gebruikt orgel worden gekocht. Het orgel is oorspronkelijk door
Matthias Amoor in 1743 gebouwd voor de kerk van Raamsdonk. In 1850 wordt het
verkocht naar Aartswoud. Als in 1883 een nieuwe kerk wordt gebouwd komt het
orgel te koop. Orgelmaker Jan Proper plaatst het orgel in Berghuizen. Van 1951
tot 1952 wordt het orgel door Klaas Doornbos gerestaureerd en uitgebreid met een Rugwerk in
stijl en een zelfstandig Pedaal met een Subbas 16'. Mr. Arie Bouman functioneert
als adviseur. In de jaren '60 en '70 wordt het orgel door Flentrop na veel
discussie gerestaureerd. Dr. Maarten Albert Vente is adviseur voor het
historische gedeelte. De Orgelbouwadviescommissie van de Gereformeerde
Organisten Vereniging adviseert bij de restauratie van Rugwerk en Pedaal. De
discussie heeft vooral betrekking op het in 1951 toegevoegde gedeelte. Wil men dit
behouden of niet? Ook zijn er plannen om het orgel beganegronds te plaatsen. De
kerkelijke gemeente wil echter het gehele orgel behouden en brengt genoeg geld
bijeen om dit plan te realiseren, waardoor Flentrop het oude gedeelte kan
reconstrueren inclusief de bas-/discant-deling. Daarnaast worden het Rugwerk en
het Pedaal gerestaureerd.
Kerk
1841: Bouw van een eerste kerk voor f 1.600,-. De grond was gratis beschikbaar
gesteld door een gemeentelid en tevens ouderling, de veenbaas G.J. Withaar.
1875: Er wordt voor f 9.400,- een nieuwe kerk gebouwd.
1912: De kerk
wordt vergroot met zijvleugels.
1927: Inbouw van galerijen.
1972: Interne
verbouwing waarbij door een ruimer bankenplan het aantal zitplaatsen verminderd
wordt tot maximaal 825.
2004: De oude rechthoekige uitbouw wordt vervangen
door een modern bijgebouw.
2019: Renovatie van de kerkzaal. (05)
Opnamen 22 juli 2021 Geert Jan Pottjewijd
-
J.S. Bach (1685-1750)Fuga in G BWV 576 Registratie:
Gekoppeld plenum Hoofdwerk/Rugwerk
- Johan
Nikolaus Hanff (1665-1711): Erbarm dich mein, o Herre Gott Registratie: Hoofdwerk Holpijp 8', Rugwerk
Dulciaan 8' Tremulant
Opnamen d.d. 22 juli 2021 Harro Kraal
-
J.S. Bach (1685-1750): Toccata in d (BWV565)
Geschiedenis van het orgel voorafgaand aan de plaatsing in Berghuizen
Raamsdonk
(1743-1850)
1743
Het orgel
wordt als eenklaviersorgel gebouwd door Matthias Amoor voor
de hervormde kerk van Raamsdonk. (14)
Het jaartal 1743 kan worden afgeleid uit een van de luikjes op het achterschot:
'1743 den 25 Febr. is dit orgel gemaakt door den hr.
orgelmaker Matthias Amoor wonaftig tot groningen, geboren tot Dansig'.
'Raamsdonck' wordt door Gregoir genoemd in zijn Historique de la facture et
des facteurs d'orgue. (17) Zie Gregoir bladzijde (44) (dit zal waarschijnlijk het orgel van Amoor zijn)
en bladzijde (156) (hier
wordt waarschijnlijk het volgende instrument van Naber mee bedoeld.)
Aanvullende informatie over Matthias Amoor
1774
De dispositie is overgeleverd door Joachim Hess in zijn
'Dispositien der merkwaardigsten Kerk-Orgelen' (1774).
1785
Johannes Schot voert reparaties uit. Een Bourdon 16' discant
vervangt de Sesquialter 2 sterk discant. (22)
1793
Reparaties door Nicolaas van Hirtum.
Voor 1850
Reparaties door H. Knipscheer. (22)
1850
Het orgel wordt door de kerkvoogden van Raamsdonk te koop aangeboden (10)
Zie Opregte Haarlemsche
Courant (25-03-1850), 28-03-1850, Boekzaal
(1850).
In
hetzelfde jaar wordt aan de orgelmaker Naber de opdracht
verstrekt om een nieuw orgel te maken.
In de Bredasche Courant staat abusievelijk een levertijd van
twee maanden
in plaats van twee jaar. (10) Zie Algemeen
Handelsblad (27-03-1850), Bredasche courant
(28-03-1850).
In de dispositieverzameling van Broekhuyzen (ca. 1850-1862) wordt het orgel
als volgt omschreven:
'R 18. Raamsdonk, Provintie Noord-Braband
Het orgel in de kerk der
hervormde gemeente aldaar. Is de maker en datum der stichting onbekend. Wordt in
het jaar 1850 door H.H. kerkvoogden voor een billijke prijs verkocht aan de
hervormde gemeente te Aartswoude nabij de stad Hoorn in Noord-Holland, alwaar
het overgebragt en geplaatst is in hun kerkgebouw door Hoffmeijer en Zoon,
orgelmakers te Amsterdam. Had toen 20 stemmen [sic], een handclavier, aangehangen
pedaal en drie blaasbalgen.
| Bas | Discant |
| Prestant 8 vt | Prestant 8 vt |
| Holpijp 8 vt | Octaaf 4 vt |
| Bourdon 4 vt | Bourdon 4 vt |
| Octaaf 2 vt | Octaaf 2 vt |
| Woudfluit 2 vt | Woudfluit 2 vt |
| Quint 3 vt | Quint 3 vt |
| Gedakte Quint 3 vt | Quint 1 1/2 vt |
| Quint 1 1/2 vt | Cornet 2 st |
| Mixtuur 4 st | Mixtuur 4 st |
| Trompet 8 vt | Trompet 8 vt |
| april | Aan Kerkmeesteren wegens gemaakte kosten naar Enkhuizen en Raamsdonk betrekkelijk het inspekteren en aankoopen van een orgel ten behoeve der kerk | f. 109.60 |
| april | Aan Kerkmeesteren onkosten naar Colhom wegens het aannemen van een schipper ter overvoering van het orgel van Raamsdonk | f. 0.40 |
| 15 Mei | Aan sjouwer s geld, zoo te Raamsdonk als te Aartswoud voor het schepen en ontschepen van het orgel | f. 9.40 |
| 17 Mei | Aan Kerkvoogden te Raamsdonk de koopsom van het orgel | f. 890.— |
| 16 Aug. | voor den orgeltrapper bij het stemmen van het orgel | f. 4.25 |
| 16 sept. | Aan den heer Meiroos een honorarium voor gedane diensten voor en met de inwijding van het orgel | f. 55»— |
| 26 sept. | Aan den heer Hofmeijer arbeidsloon zoo te Raamdonk als te Aartswoud voor het uit elkander nemen en in elkander zetten van het orgel, benevens aangebragte vernieuwingen en verbeteringen | f. 422.— |
1903
Wijzigingen door J. Proper en H. van der Molen. De Trompet 8' wordt vervangen door een
Viool da Gamba 16' discant en een Bourdon 16' bas. Er wordt een Viool 8' discant geplaatst ten koste van de
Fluit 2' discant. De stemming wordt daarna uitgevoerd door H. van der Molen, maar alleen op afroep.
(04)
1907
De organist H. Kruithof wil een orgelconcert geven en daarvoor
moet J. Proper het orgel stemmen. Proper stelt daarbij voor het orgel van een nieuw
binnenwerk te voorzien en de speeltafel naar de zijkant te verplaatsen voor f 800,-.
(21)
1909
Stemming en onderhoudsbeurt door Dirk Proper voor f 40,-. (21)
1917
Stemming en onderhoud door H. Vonck, hoofd van de school en organist van de kerk.
(21)
1923
Voorstel van de firma Van Dam uit Leeuwarden om het orgel te restaureren voor f 960,-. Tevens een aanbieding om het orgel te voorzien van een geheel
nieuw (kleiner) binnenwerk voor f 4.000,-twee Een groter binnenwerk zou f 5.200,- kosten en in 2 weken klaar zijn.
(21)
1924
Instelling van een orgelfonds wegens de slechte staat
van het orgel. (19)
1927
Plaatsing
van een windmotor. (19)
1930
Wijzigingen door H. Vonck. Toevoeging van een superoctaafkoppel in de discant en 3 combinatietreden.
(04) (22)
1932
Het orgel wordt genoemd in de NCRV-gids.
De foto hieronder is een illustratie bij een
artikel door organist Jan
Zwart waarin aan de lezers wordt gevraagd of men meer weet over de herkomst
van het orgel. Er wordt vermoed dat het afkomstig is uit de katholieke kerk van
Nieuwe-Niedorp.

NCRV Omroepgids 12-03-1932 (Klik op de afbeelding voor
een vergroting)
1935
Artikel in de krant over 100 jaar Gereformeerde
kerk te Berghuizen. 'Volgens overlevering moet het (orgel) dateeren van omstreeks 1600
en gebruikt zijn door den bekenden orgelbouwer Cesar Frank'. [sic] Zie Provinciale Drentsche en Asser courant
(31-05-1935).
1938
Broeder Kraal meldt dat in
De Standaard door de firma Dekker uit Goes
een orgel wordt aangeboden. De mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen. (19)
1943
Het orgelfonds is nog maar aangegroeid tot f 1.200,-. Het
wordt tijd een orgelcommissie in te stellen met als leden de heren Lopers en
Middelveld en organist meester Vonck. (19)
1945
Twee collectes voor het orgelfonds brengen respectievelijk f 967,- en f
1.757,55 op. (19)
1947
Het schild
in de balustrade voor het orgel wordt weggehaald en opgehangen in de consistorie.
Vanwege mankementen wordt organist Henk Pijlman uit Assen aangetrokken als
adviseur.
Er worden offertes aangevraagd:
- Van Dam uit
Leeuwarden vraagt f 8.040,- met f 2.930,- voor een nieuw register.
-
Flentrop heeft pas over 2 1/2 jaar ruimte voor de werkzaamheden.
Er
wordt besloten even af te wachten. (19)
1948
Monumentenzorg vraagt of zij het orgel mag
inspecteren. Op grond van het onderzoek zou het orgel op de monumentenlijst kunnen
worden opgenomen. Er ontstaan dan ook subsidiemogelijkheden.
Op
9 oktober schrijft scriba H.
Lopers dat aan hem is gevraagd in de kerkenraadsvergadering van 11 [sic] oktober
is gevraagd met Bouman contact op te nemen. Bouman heeft enkele weken terug het
orgel bekeken in verband met Rijksmonumentenzorg. Het is zo goed als zeker dat
het orgel op de monumentenlijst komt. In verband met een komende restauratie wil
de kerkenraad zekerheid of het orgel op de monumentenlijst komt of al staat. Wat
zijn de verplichtingen bij het aanvragen van subsidie? Kan Bouman advies geven
of iemand anders aanbevelen?
Mr. Arie Bouman
wordt om advies gevraagd omdat hij deskundig is en gereformeerd. Er mogen zonder toestemming van Monumentenzorg geen wijzigingen worden
aangebracht.
Op 18 november
beantwoordt Bouman de brief van 9 oktober. Bouman heeft met zijn antwoord
gewacht vanwege een vergadering van de Rijkscommissie van Kerkorgels voor het
vaststellen van de monumentenlijst. Men is echter niet toegekomen aan de Drentse
orgels. Het uit 1743 daterende orgel van Berghuizen is tot nu toe volkomen
onbekend. Bouman is er zeker van dat het orgel op de monumentenlijst komt. Hij
vat ook de geschiedenis kort samen. De enige verplichting voor Berghuizen voor
het verkrijgen van subsidie is de goedkeuring van een restauratieplan. Bouman
treedt graag op als adviseur bij de restauratie.
Op
8 december schrijft Lopers aan
Bouman of hij wil onderzoeken wat er aan het orgel moet worden gedaan. Volgens
de eigen organist Vonck hebben de orgelmakers wegens drukke werkzaamheden
voorlopig nog geen tijd voor een restauratie. (19) (25)
1949
Op de
gemeentevergadering van 13 januari wordt gevraagd of het rijk het orgel niet kan
overnemen, zodat een nieuw orgel kan worden aangeschaft. Het orgel kan dan in
een museum worden opgesteld.
Op 10 februari brengt Bouman een
rapport uit. Het orgel wordt
geplaatst op de monumentenlijst in de tweede klasse. Het is het enige bekende
orgel van Matthias Amoor en is over het algemeen goed bewaard. Het instrument is
met zijn 12 stemmen veel te klein voor de kerk, dat plaats biedt aan 950
personen. Het is dan ook begrijpelijk dat er in 1930 een superoctaafkoppel is
toegevoegd om de draagkracht te vergroten. Eigenlijk zou een orgel met 30
stemmen nodig zijn. Het orgel verkeert ondanks zijn ouderdom in een bevredigende
staat. Het is een restauratie waard en waarschijnlijk zal het Rijk subsidie
verstrekken. De restauratie bestaat uit twee delen: restauartie van het
bestaande orgel en uitbreiding met een tweede klavier.
Daarna volgt een
beschrijving van de restauratie.
Het derde gedeelte van het plan bevat een beschrijving van het toe te voegen
tweede manuaal:
Als het orgel iets naar voren wordt geschoven is er achter
het orgel plaats van een tweede manuaal met zeven stemmen. Het bestaande
historische werk mag niet worden aangetast en het tweede werk moet dus worden
aangepast aan het historische gedeelte. De windladen worden elektrisch met het
tweede klavier verbonden zodat de mechanische historische mechanische tractuur
niet behoeft te worden aangepast. Dit schept ook mogelijkheden voor het maken
van transmissies naar het Pedaal. Op het nieuwe werk komen de volgende stemmen:
Bourdon 16'(oud), Baarpijp 8', Quintadena 8', Open Fluit 4', Nachthoorn 2',
Groot-Mixtuur VI-VIII, , Dulciaan 16'.
Het Pedaal krijgt uitsluitend
transmissie stemmen. Uit de Bourdon 16' kan een Quint 10 2/3' worden afgeleid
zodat een akoestische Bourdon 32' ontstaat. Uit de Baarpijp ontstaan een 8'en 4'
en uit de Dulciaan een 16' en een 8'.
'Op deze wijze krijgt U een instrument,
dat niet alleen één van de historisch-belangrijkste is in Drente en van de
Gereformeerde Kerken, maar dat ook voor de eredienstvoldoende mag worden genoemd
en bovendien geschikt voor het geven van gemiddelde orgelconcerten.
Op
5 april schrijft scriba Lopers dat
organist Vonck, na 40 jaar het orgel bespeeld te hebben, is overleden. Hij
onderhield ook het orgel. Heeft Bouman een adres van een orgelmaker die dit kan
overnemen? Over het restauratierapport is nog geen besluit genomen.
Bouman
antwoordt op 8 april dat hij het
overlijden met ontroering heeft vernomen. Vonck heeft ook de registratuur op een
degelijke manier verbeterd. Voor onderhoud raadt hij aan de protestantse
orgelbouwers G. van Leeuwen, Flentrop en Timmenga. Het wacht met belangstelling
de verder besluitvorming omtrent de restauratie af. (25)
1950
Op
28 januari schrijft Bouman dat hij
nog niet heeft gehoord over de restauratieplannen. Door de plaatsing op de
monumentenlijst tweede klasse is er kans op 30% subsidie. Hij vermeldt ook dat
op pagina 64 van zijn boek Orgels in Nederland een foto van het orgel is
opgenomen. Op pagina 149 wordt het beschreven.
Op
21 februari schrijft scriba Lopers
aan Bouman dat er over een restauratie pas een besluit kan worden genomen als
het zeker is dat het orgel op de monumentenlijst staat. Lopers stuurt ook een
offerte door van orgelmaker Van leeuwen. Deze begroting viel erg tegen. Kan
Bouman deze offerte beoordelen?
Aantekeningen van Bouman van 15
april. Aantekeningen zonder datum.
Op
22 mei schijft Bouman aan Lopers dat de monumentenlijst nog steeds niet is
vastgesteld. Het staat inmiddels wel vast de voordacht voor Berghuizen niet zal
worden gewijzigd. Voor het verkrijgen van subsidie is een prijsopgave nodig van
een orgelmaker. Kan de kerkenraad opdracht geven voor het vragen van
prijsopgaves door verschillende orgelmakers?
Op
12 juli schrijft J. Middelveld dat
het orgelproject is overgedragen aan de Commissie van beheer. Moet er nu bij de
drie orgelmakers (van leeuwen, Flentrop, Timmenga) uit de brief van 8 april een
offerte worden gevraagd? Komt Reil ook in aanmerking? Wanneer is er zekerheid
over de monumentenlijst? Het orgel is vorig jaar door een medeweker van Van
Leeuwen gestemd. Moeten zij dan ook de opdracht voor de restauratie krijgen?
Op 15 juli schrijft Bouman aan
Middelveld dat de zaak van het orgel wordt aangepakt. Bouman raadt offerte te
vragen bij Reil, De Koff, Leeflang en Spiering. Het uitbrengen van een offerte
kost f 30,- plus reiskosten. Op 12 september wordt de monumentenlijst voor
orgels definitief. De snelte weg is nu om mij een machtiging te verstrekken voor
het aanvragen van offertes. Rond 12 en 13 augustus is Bouman in Diever en
dwingeloo en kan langskomen voor een gesprek.au
Op
21 juli schrijft Middelveld dat ze
Bouman graag willen ontmoeten op 12 augustus. Middelveld voelt er voor om
offerte te vragen bij reil en Spiering.
Op
16 augustus schrijft Middelveld
dat de CvB op 15 augustus heeft vergaderd. met algemene stemmen is besloten aan
U opdracht te geven voor een prijsopgave door Reil en Spiering. Een derde
orgelbouwer laten we U over. Mochten orgelmakers het orgel willen bezichtigen
kan er met Middelveld een afspraak worden gemaakt. De CvB lijkt het goed het
orgel naar voren te halen. Kan hiervoor een bestek gemaakt worden?
Op
8 oktober vraagt Bouman
gespecificeerde offertes aan en sluit daarbij zijn plan in. Het orgel moet
worden gerestaureerd zonder de monumentale status aan te tasten. Graag apart
offeren voor de restauratie en de uitbreiding.
Op
16 oktober schrijft Leeflang dat
hij geen tijd heeft deze opdracht op tijd te voltooien. Hij trekt zich terug.
Op 20 oktober schrijft orgelmaker
Spiering dat ze aan het einde van de week een bezoek aan het orgel brengen. De
offerte kan dan rond 28 oktober zijn gemaakt. De offerte is echter niet bewaard.
Op 30 oktober stuurt Reil een
offerte op basis van een bezichtiging op vrijdag voor 27 oktober. De restauratie
van het historische deel calculeert Reil op f 4220,-. Reil houdt zich nauwgezet
aan het voorstel van Bouman. De uitbreiding offreert Reil voor f 14.270,-. Reil
noemt als plan C een uitbreiding van het historische orgel met Bourdon 16',
Baarpijp 8', Nachthoorn 4'en Cornet III. Geen tweede Manuaal en op het pedaal
drie transmissies. De kosten bedragen f 8.980,-.
De kosten om het orgel naar
voren te schuiven zijn f 480,-. Het uitbreiden van de orgelkas voor een tweede
klavier of uitbreiden van de huidige dispositie schat hij op f 420,-. Voor plan
C is er geen nieuwe regulateur nodig. Bij plan B wel. De kosten zijn inbegrepen
bij de prijs. Reil is bang dat de lade uit elkaar zal vallen als het orgel wordt
verschoven omdat de lijm is verteerd. Restauratie van de windlade in de
werkplaats kost f 610,-. het vervangen van de windmotor kost f 210,-.
Op
23 november stuurt Bouman de
offertes van Reil en Spiering naar de CvB. Het plan C van Reil ligt binnen de
financiële mogelijkheden. De firma levert de laatste jaren degelijk werk. De
intoneerkunst van reil is echter zeer matig. De offerte van Spiering is te hoog
om hier verder op in te aan. Bouman voelt er voor nog een derde orgelmaker te
vragen. Hij stelt voor om hiervoor K. Doornbos uit Groningen in te schakelen.
Een orgelmaker van de oude stempel. Zijn kunnen heeft hij onlangs laten zien bij
de restauratie van het orgel uit 1787 van Nieuwolda. Graag uw toestemming om
offerte te vragen bij Doornbos.
Op 29 november
schrijft Middelveld: 'Uw schrijven met opgave prijs Reil en Spiering in goede
orde ontvangen. Jl. Maandagavond is dit in de C. v. B. besproken. Wanneer U niet
de naam „Doornbos” genoemd had, waren we reeds opgeschoten. Gister heb ik uw
kantoor gebeld en dit ook gezegd.
Reil is te aanvaarden, en de organisten
doen hun best om dit 3e plan verwezenlijkt te krijgen. Kan de fa. Reil hun
aanbieding zo lang gestand doen, terwijl de heer Doornbos uit Groningen ook nog
een [offerte?] en berekening maakt. Dit duurt mij wel een [schatting?] 6 weken.
En wij wachten maar.
Op de 20 October is de heer Reil, 28 October de heer
Spiering hier geweest. Moet de heer Reil nog kennis hebben, dat hij enkele weken
op de beslissing moet wachten. Alles stijgt in prijs. Heeft de heer Doornbos ook
personeel. U weet wat voor tijd de heer Reil vraagt. 8 maanden. Gaarne ontvang
ik enig bericht van U.'
Op 1
december schrijft Klaas Doornbos dat hij graag in aanmerking wil komen om
een offerte uit te brengen. Hij verwacht de opdracht binnen 10 maanden na
gunning te kunnen uitvoeren.
Op 5
december schijft Middelveld: 'Hedenmorgen was de heer K. Doornbos uit
Groningen in het kerkgebouw, om het te restaureren orgel te bezien. Zeer grondig
heeft hij dat gedaan, en ik moet U zeggen, ’k heb een zeer goede indruk van hem
gekregen. Hij wil U een ander plan voorstellen, waardoor meer geluid naar voren
komt. Een foto van een op die manier uitgevoerde restauratie liet hij zien.
Indien U dit uw goedkeuring kan wegdragen, voelen we er wel iets voor. Het
attest door de Klokken- en Orgelraad geschreven als goedkeuring op zijn werk in
Nieuwolda hebben we gezien. Ds. Vreugdenhil was ook de gehele morgen aanwezig.
Ook kan de heer Doornbos onmiddellijk na opdracht aanvangen. Maar de prijs:
Gisteravond is Kerkeraad en Commissie van Beheer bijeen geweest om o.m. ook over
het orgel te spreken. De fa Spiering is van de baan; mocht de heer Doornbos
lager in prijs zijn dan de fa Reil, dan is goedkeuring gegeven om plan B te doen
uitvoeren. ’k Had gaarne plan C, en ook de organisten, maar de meerderheid was
er niet voor te vinden. De heer Doornbos zei, dat de restauratie in Nieuwolda ca
ƒ 8000 had gekost; die prijs mogen wij ook besteden. Volgens de heer Doornbos
zal een nieuw gedeelte naar voren geplaatst worden.
Op 7 december stuurt
Doornbos een offerte.
- De
windlade vertoont doorspraak en de sponsels liggen los. De windlade moet in de
werkplaats worden gerestaureerd.
Het pijpwerk moet worden uitgedeukt en
gedeeltelijk van nieuwe voeten worden voorzien vanwege oxidatie. De frontpijpen
krijgen nieuwe stemkrullen, de kernsteken worden verwijderd en de opsneden
verlaagd.
-Enkele wellen zijn verwormd en moeten vervangen. Het draadwerk is
vergaan. 'De register-mechaniek is dusdanig verknoeid, dat ze geheel hersteld en
waar nodig veranderd moet worden. De registertrekkers worden dichter bij het
klavier aangebracht; de knoppen vernieuwd, aangezien deze door houtworm zijn
aangetast.'
-Het pedaalklavier vervangen door een nieuw klavier.
Nieuwe
registerplaatjes in een stijl van 1750.
Doornbos protesteert tegen de
uitbreiding achter het orgel met een elektrische tractuur. Dit is in tegenstrijd
met dit historische orgel. De bestaande Bourdon 16' is te slecht om te
hergebruiken. Door het tweede manuaal onder te brengen in een diepere orgelkas
verdwijnt het akoestische voordeel van een ondiepe orgelkas.
De restauratie
van het bestaande orgel wordt door Doornbos begroot op f 4.625,-.
Een vrij
pedaal met een Subbas 16', Gedektbas 8'door opschuiving en inkorting van de oude
Bourdon16' en Nachthoorn 4'. Kosten: f 3.086,-.
Uitbreiding met een
Rugpositief in de stijl van het oude orgel met Prestant 4', Gedekt 8', Roerfluit
4', Speelfluit 2', Cornet III, Scherp III en een Trechterregaal 8'. Kosten: f
5.980,-.
De bestaande Trompet 8' zou kunnen worden vervangen door een
Dulciaan 16' voor vergroting van de draagkracht.
Op
11 december gaat Bouman in op de
offerte van Doornbos. Bouman vind het een prima offerte. Het enige probleem is
de prijs. In Berghuizen willen niet uitkomen boven een bepaalde prijs. Bouman
noemt deze prijs liever niet. De prijzen van Doornbos zijn uiterst redelijk. Kan
er een aangepast offerte gemaakt worden?
De dispositie van het Hoofdorgel
blijft zoals deze tegenwoordig is, inclusief Viola 8′ en Bourdon 16′, daar deze
stemmen voor de praktijk toch wel nodig zijn. De Quint 1 1/3′ wordt echter
aangevuld, terwijl er een hoogste koor voor de Mixtuur bijkomt (C 1/3, c 1/2, c1
2/3, c2 1). Ook komen de Violon 16′ en de Fluit 2 bas te vervallen, zodat de bas
van de Bourdon 16′ pneumatisch kan worden bediend uit deze gaten. Voorts wordt
achteraan op de lade een Trompet 8′ bijgeplaatst.
Achter het orgel komt op
een nieuwe mechanische, desnoods pneumatische lade een wijde Subbas 16′
(houtsoort door U te bepalen). En vooraan de balustrade, of beter er tegenaan en
met de onderkant gelijk aan het plafond van het balcon, komt een Rugwerk met de
volgende dispositie: Baarpijp 8′ (groot octaaf gedekt), Quintadena 8′, Prestant
4′ (in front), Nachthoorn 2′, Sesquialtera 3–4 sterk: C 2, 1 1/5, 1; gis 2 2/3,
2, 1 3/5, 1 1/3. Op die manier worden in de dispositie de Sesquialter en Fluit
2′ op een bruikbaar manior op een nevenklavier opgenomen, maar bovendien kan de
Baarpijp meer draagkracht geven, terwijl ook de Subbas de bruikbaarheid van het
orgel verhoogt. Toch blijft ieder manuaal zelfstandig. Weliswaar heeft het
Rugwerk dan geen tongwerk, maar een Regaal als U voorstelt moet toch voortdurend
worden bijgestemd. Eventueel kan er nog ruimte in de kast worden gelaten om
later nog een tongwerk bij te zetten, bij ruime cancellen op een kantsleep.
Hetzelfde geldt voor een uitgebreider pedaal.
Ik kan me voorstellen, dat U
het orgel op die manier stylistisch minder een eenheid vindt, maar aan de andere
kant is het zo liturgisch veel bruikbaarder en ook historisch echter.
Mocht U
zich met deze gedachten kunnen verenigen, dan zal ik gaarne zo spoedig mogelijk
een aanvullende offerte, b.v. 3 krijgen, event. met Uw amendementen eraan
toegevoegd.
Op 18 december
beantwoordt Doornbos een brief van Bouman van 11 december. Hi is het grotendeels
met de voorstellen van Bouman eens. Gezien het beschikbare budget is het een
verantwoorde oplossing. Een pneumatisch Bourdon 16' beschouwt Doornbos als een
noodoplossing. Doornbos zal proberen als het enigszins mogelijk is dit toch
mechanisch op te lossen. De samenstelling van de sesquialter met III-IV sterk
graag anders samenstellen met C= 1 1/3,1,2/3 c=2,1 1/3,1 c1= 2 2/3,2, 1 3/5,1
1/3. Door deze samenstelling is er meer helderheid in de bas.
De offerte
wordt nu als volgt:
Restauratie oude orgel plus toevoeging Trompet 8'voor
4.575,-.
Vrij mechanisch Pedaal met een Subbas f 1.650,-.
Nieuw
Rugpositief met de door U voorgesteld registers f 5.025,-.
Op
21 december schrijft Bouman aan de
CvB dat Doornbos op 7 dcember een offerte heeft gestuurd, die lager was dan de
offerte van reil, maar die ook nog meer werkzaamheden bevatte. Het totaalbedrag
bedroeg f 13.691,-. Dit bedrag ligt boven uw begroting. Een tegenvoorstel levert
nu op dat er een offerte ligt van f 11.250,-. Omdat er orgel nu op de
monumentenlijst is er een subsidie van 30% te verwachten op de restauratie van
het oude gedeelte. Dit levert een bedrag op van f 1.372,50. Het totale bedrag
komt dan op f 9.877,50. Mogelijk zijn er ook nog subsidies mogelijk van gemeente
en provincie. Graag wil Bouman de CvB herin bijstaan, maar dat zal het proces
vertragen. Beter is het nu de opdracht te verstrekken zodat de werkzaamheden
kunnen beginnen. Bij start werkzaamheden behoeft pas 33% van de kosten betaald
te worden. Er is al f 9.000,- beschikbaar zodat het benodigde bedrag bijna is
bereikt.(25)
1951
Op 2 januari
schrijft Middelveld dat met algemene stemmen is besloten de opdracht voor f
11.250,- aan Doornbos te gunnen. In de opgave van Doornbos ontbreekt een nieuwe
motor. Is daarover al gesproken? kan Bouman de opdracht aan Doornbos
verstrekken? Graag ontvangt de CvB een voorstel voor het aanvragen van subsidie.
Daarnaast wil men graag een bestek ontvangen.
Op 2 januari 1951 wordt het
contract gesloten voor de restauratie en
uitbreiding van het orgel met een rugpositief en een vrij pedaal voor f
11.250,-.
De complete tekst is te vinden in de bijlage
Op
3 januari schrijft Bouman aan
Doornbos dat de opdracht aan hem wordt verleend voor f 11.250,-. 'Uw offerte
voor Ruinerwold (Berghuizen) heeft een degelijke indruk gemaakt. Alvorens mij te
zetten tot he topmaken van het contract, zou ik graag uw wensen vernemen omtrent
de formulering. Hoe dacht U het rugpositief uit te voeren? En het frontontwerp?
Is in de prijs ook een nieuwe ventilator begrepen?'
Op
9 januari schrijft Doornbos aan
Bouman dat het contract kan worden opgesteld conform de richtlijnen van de NKO.
Als opleverdatum stelt hij 1 november 1951 voor.
'Het rugpositief denken wij
als volgt: het pijpwerk wordt opgesteld in torens evenals bij het hoofdwerk.
Aangezien de hoogte van het rugwerk in verhouding met het hoofdorgel maar vrij
gering wordt, willen wij voorstellen de Baarpijp van Groot C tot g klein gedekte
pijpen te geven. Verder hebben wij nog het volgende voorstel n.l. om het groot
octaaf van de Quintadeen geen eigen pijpen te geven doch dit spreekbaar te maken
in de Baarpijp. In plaats hiervan zouden wij dan een Scherp 3 - 4 sterk willen
leveren en in dit geval kan de Sesquialtera teruggebracht worden tot 2 sterk,
liefst 2 maal repeterend in de bas. De volgorde der registers op de lade wordt
dan als volgt: Praestant 4' (front), Baarpijp 8', Quintadeen 8', Sesquialtera 2
sterk, Nachthoorn 2', Scherp 3 - 4 sterk, Open plaats tongwerk. De kast wordt
geheel gehouden in de stijl van het hoofdwerk. Het front krijgt een 7 hoekige
middenfront, 2 spitse zijtorens en 4 vlakke tussenvelden, waarvan 2 loos. Over
enige dagen willen wij U wel een schets hiervan toezenden.'
De prijs van de
ventilator is niet in de prijs begrepen. Mogelijk is eenVentus, 1400 toeren
voor. f. 685.-.
Op 12 januari
schrijft Bouman aan Doornbos dat het frontontwerp met de heren Middelveld en De
Roo is besproken. het Rugwerkontwerp is akkoord. 'Alleen wilden wij om het
Davidsbeeld te kunnen plaatsen en een aardiger optische tegenbeweging te
verkrijgen met het hoofdfront, de twee zijtorens uit de grootste pijpen laten
bestaan, de middentoren uit kleinere pijpen, dus lager, en hier tussen in nog
kleinere pijpjes, alle van de Praestant 4'. Het beeld kan dan op de middentoren
komen. Wij wilden het rugwerk geheel vooraan de balustrade en zo laag mogelijk,
opdat de klank zo veel mogelijk effect heeft, en ook de aanblik van het
hoofdorgel/van uit de kerk niet wordt geschaad. De Baarpijp 8' willen wij toch
wel van c af open hebben en voor de rest gedekt. Vanwege het mensuurverschil
lijkt het beter om de Quintadeen 8' in het groot octaaf zelfstandige pijpen te
geven. Kunt U echter een goede overloop garanderen, dan voelen wij wel veel voor
Uw aanbod van de Scherp, en dan moet dit groot octaaf maar vervallen. Of zou bij
alleen uitvoeren van de Sesquialtera 2 sterk in de Discant dit groot octaaf
kunnen blijven?'
Op 12 februari
schijft Bouman aan Doornbos dat hij sinds de laatste brief niets meer heeft gehoord.
Is er al een nieuwe schets van de rugwerkkast?
Uit een brief van Bouman aan
de weduwe van Klaas Doornbos van 13
februari blijkt dat Klaas Doornbos is overleden. Bouman is geschokt door
zijn overlijden en kan zich goed voorstellen dat mevrouw Doornbos niet bezig is
met het orgel van Berghuizen . Kan mevrouw Doornbos over enige tijd beschrijven
welk werk tot nu toe is uitgevoerd? Aan de onderkant van de brief staat een
lastig leesbare notitie over Cor Edskes met zijn adresgegegevens en het feit dat
hij als 25-jarige al 10 jaar ervaring heeft met orgelbouw bij Doornbos.
Op
13 februari schrijft Bouman naar
Middelveld dat op het moment dat hij met Middelveld belde dat Doornbos toen al
was overleden. Hij de brief in die hij naar mevrouw Doornbos heeft gestuurd. het
lijkt Bouman billijk mevrouw Doornbos in de gelegenheid te stellen een oplossing
te zoeken de ontstane situatie. Als dit niet lukt kan een andere orgelmaker
worden ingeschakeld.
Op 22 februari
schijft Cor Edskes aan Bouman dat het bedrijf wordt voortgezet onder de naam
"Firma Doornbos". De firma staat er voor in dat het werk op dezelfde manier zal
worden uitgevoerd als eerder gebeurde voor het orgel van Nieuwolda. Alle
aanbiedingen blijven dus van kracht. Hij stuurt ook een paar foto's van het
orgel in Nieuwolda.
Op 23 februari
schrijft Bouman aan Middelveld: 'In aansluiting op mijn brief van 13 dezer kan
ik U thans gunstige berichten melden. 15 Februari j.l. is de bedrijfsleider van
de firma Doornbos, de heer C.H. Edskes, C.H. Petersstraat 6, Groningen (tel.
21736), op mijn bureau geweest. Twee uur lang hebben wij de zaak Ruinerwold
doorgepraat, waarbij ook uiteraard vele andere orgelbouwkundige onderwerpen ter
sprake kwamen. Het raadsel, waarom de firma Doornbos in de laatste twee jaren zo
opvallende prestaties ging leveren, is voor mij nu wel opgelost. Dit is te
danken aan de heer Edskes, een ontwikkelde jongeman van 25 jaar, die sinds tien
jaar uitgebreide studie heeft gemaakt van de orgelbouw in Nederland en in
buitenland, o.a. Skandinavië en Duitsland. Uit liefhebberij maakte hij, voor hij
in de zaak van Doornbos ging meewerken, twee kleine orgels voor particulieren.
Ook kent hij allerlei geheimen van de oude en moderne orgelbouw, die juist bij
een werk als Ruinerwold te pas komen. Onze ideeën komen volkomen overeen. Hij is
het geweest die het orgel te Nieuwolda zo heeft afgewerkt. Hij heeft mij dit
alles, daar ik aanvankelijk er niet veel voor voelde om het werk aan de firma D.
te laten, met de stukken overtuigd dat dit grotendeels zijn werk is. Ook had hij
een ontwerptekening voor het rugwerk bij zich, die wat mij betreft kan worden
goedgekeurd.
Hierbij ingesloten gaat een doorslag van zijn brief die ik heden
ontving. Temeer daar zijn prijs laag is, zou ik met vrijmoedigheid Uw Commissie
willen adviseren om de opdracht aan de firma Doornbos gestand te doen. Op enkele
onderdelen van de pijpen na, wordt alles in eigen werkplaats met behulp van drie
ervaren krachten gemaakt.'
In een
ongedateerde brief schrijft Middelveld dat Bouman aan de firma opdracht kan
gevende restauratie van het orgel uit te voeren. Waar moet het contract worden
getekend? Moet na ondertekening de 1/3 van de aanneemsom worden betaald?
Op
1 maart schrijft Bouman aan
Doornbos dat de CvB hem heeft gemachtigd om de opdracht aan Doornbos te
verstrekken. Graag ontvangt Bouman een beschrijving van de werkzaamheden,
materialen, tekeningen en mensuren op de c's.
Op
14 maart schrijft Bouman aan
Edskes dat hij de gevraagde gegevens nog steeds niet heeft ontvangen. In
Berghuizen wacht men op het contract. Bouman vertrouwt er op dat Edskes
ondertussen niet heeft stilgezeten. Hij herinnert Edskes aan zijn belofte om hem
een orgelpijp van Arp Schnitger te geven.
Op
14 maart schrijft Bouman aan
Middelveld dat hij Edskes heeft aangemaand tot spoed. Bouman verwacht dat het
verstrekken van subsidies langzaam zal verlopen. Voor 1951 is er geen geld
beschikbaar.
Onbekend is wanneer het
bestek voor restauratie en
uitbreiding is gemaakt. In potlood staat genoteerd 'Ontwerp Edskes'. Bewaard
bleef ook een ander exemplaar van dit
bestek met aantekeningen door Bouman en op de laatste pagina een schetsje
van het nieuwe Rugwerk van de voorzijde en vanaf bovenaf. Het bestek moet zijn
gemaakt voor 16 maart gezien de inhoud van deze briefkaart.
Op
16 maart schrijft Edskes per
briefkaart aan Bouman dat hij wegens drukke werkzaamheden en verblijf in het
buitenland iet eerder in de gelegenheid was een bestek te zenden. Hij hoopt de
tekening van het front volgende week af te hebben. Edskes moet volgende week in
Amsterdam zijn. kan hij daar Bouman ontmoeten. Hij neemt dan de tekening mee.
Op 20 maart schrijft Middelveld
aan Bouman dat hij de brief met bijlagen heeft ontvangen (waarschijnlijk het
bestek). Het pijpwerk van het orgel is dinsdag 13 maart naar Groningen gebracht.
Edskes wil eerst het bestaande orgel restauaren en in orde brengen zodat dat
weer kan worden bespeeld. Daarna wordt het Rugpositief gemaakt. De bedoeling is
dat de orgelaks enkele meters naar voren komt. Hiervoor moet een ijzeren staaf
tijdelijk doorgesneden worden. Deze staaf komt daarna achter het orgel. Is het
nu geen tijd om het contract te tekenen?
Op
24 maart stuurt Edskes drie
fotokopiën van het frontontwerp van het Rugpositief naar Bouman. Edskes heeft
ook geprobeerd om een meer eigentijds ontwerp te maken, maar is toch
teruggekeerd naar een historisch ontwerp. 'Ik hoop dat U mij deze hommage aan
Arp Schnitger zult vergeven.'


Klik op de afbeelding voor een vergroting
Op
27 maart schrijft Middelveld naar
aanleiding van de brief van 14 maart van Bouman wanneer de aanvraag voor
subsidie naar het Ministerie wordt gestuurd. De kerk heeft nu een orgel gehuurd
voor vijf gulden per maand met twee klavieren en pedaal. We zingen er best bij,
maar het kerkorgel gaat boven alles.
Op
5 april stuurt Bouman het contract
ter ondertekening aan de CvB.
Op 15
juni schrijft Middelveld aan Bouman dat het oude lichtblauw is geverfd. Het
nieuwe wordt gebeitst eikenhout. Past dat wel bij elkaar? Keurt Bouman het goed
dat de blauwe verf wordt verwijderd en dat de kas wordt gebeitst in dezelfde
kleur als het nieuwe Rugpositief? Het kerkgezang wordt nu begeleid met het
huisorgel van ds. Herder. De laatste weken zijn er geen berichten vanuit
Groningen
Op 20 juni schrijft
Bouman dat hij graag op de hoogte wil worden gehouden van de vorderingen. Is het
mogelijk elke maand een overzicht te maken in tweevoud zodat dit ook kan worden
doorgestuurd naar dhr. Mideelveld.
Op
20 juni schrijft Bouman aan
Middelveld dat er van hem en het Rijksbureau van Monumentenzorg geen bezwaar is
om de blauwe verf te verwijderen. De nieuwe beits mag niet te donker worden.
Edskes zal Middelveld op de hoogte houden.
Op
29 juni schrijft Edskes aan Bouman
dat hij door drukke werkzaamheden er nog niet aan toe was gekomen de voortgang
te melden. De windladen en het pijpwerk zijn al gerestaureerd. De kas van het
Rugpositief is ook al gemaakt. De windladen voor het rugpositief en het pedaal
worden nu gemaakt. Over vijf weken hopen ze te beginnen met de montage in
Berghuizen.
Op 25 juli
schrijft Bouman aan Edskes:Geachte Heer Edskes: 'Dezer dagen werd ik opgebeld
namens mevrouw Doornbos en kreeg ik ook bezoek van een afgezant van haar waarbij
mij verschillende dingen werden meegedeeld die me doen begrijpen dat ze op Uw
houding bij het werk van Ruinerwold niet geheel gerust zijn. Zelf kreeg ik de
indruk, ook enkele andere geruchten die ik vernam hiermee combinerende, dat U
overweegt om los van de firma Doornbos een eigen zaak op te zetten. Hoe dit
alles zij, het behoort tot de competentie van mevrouw Doornbos om de verhouding
met U te regelen en tot een goed einde te brengen. Ik begeef mij daar dus niet
in. Wel maak ik er nog even opmerkzaam op, dat contractueel de opdracht luidt
aan de firma Doornbos, en dat ook de verdere betalingen (de 1e termijn blijkt
reeds door U te zijn geïnd) rechtstreeks zullen geschieden aan het adres
Singelweg 58.
In allen gemoede zou ik U willen aanraden: ga niet te
individualistisch te werk, maar tracht van de firma Doornbos de grootste en
beste zaak van het Noorden te maken. Aan splinterbedrijfjes is geen behoefte en
in de toekomst zullen die het steeds moeilijker krijgen. Eendracht maakt macht.
In die geest heb ik ook met de „afgezant” gesproken. Vanzelfsprekend mag van een
eventuele controverse het geval Ruinerwold niet de dupe worden. Het werk moet
ononderbroken voortgang hebben. Aan „Ruiter-vertragingen” hebben we geen
behoefte. Ik hoop nog deze week vóór mijn vacantie uitsluitsel van Uw kant te
hebben en hoop dat alles een storm in een glas water blijkt te zijn geweest. U
succes toewensend bij Uw werk, verblijf ik'.
Op
26 juli schrijft Bouman aan
mevrouw Doornbos: 'Juist had ik na het bezoek van de heer Mateboer ingesloten
schrijven aan de heer Edskes gezonden, of deze verscheen zelf in Amsterdam. We
hebben toen meteen de zaak goed doorgesproken. Als ik het goed begrijp, komen
veel van de moeilijkheden daaruit voort, dat de heer E. door U en het personeel
nog te veel wordt gezien en behandeld als een eigenwijs broertje, dat pas komt
kijken. De heer E. heeft een niet geringe theoretische en ook vrij veel
practische kennis opgedaan over de orgelbouw, heeft op dit gebied degelijke en
vooruitstrevende ideeën en laat zich daarom niet in een hoek drukken. Dat moet
botsingen geven, die echter te overwinnen zijn, door te vergeten wat achter is
en elkaar weer met onbevangen welwillendheid en waardering tegemoet te treden.
Voor het overige herhaalde ik tegenover de heer E. wat ik ook tegen Uw afgezant
zeide, nl. dat het niet op mijn weg, maar op de Uwe lag om deze zaak tot een
oplossing te brengen in een degelijk firma-contract, dat ook voor de heer E.
aannemelijk is. Wat tenslotte Ruinerwold betreft, de opdracht is aan Uw firma na
overlijden van Uw man gecontinueerd, echter hoofdzakelijk omdat wij vertrouwen
hadden in het inzicht en de capaciteiten van de heer E. Mochten wij van U niet
de uitdrukkelijke toezegging krijgen, dat de heer E. de technische leiding van
het werk te R. houdt, dan zou dit aanleiding kunnen zijn om te overwegen,
volgens de AVON ons aan de firma D. niet verder gebonden te achten. De heer E.
verklaarde zich tegenover ons bereid, om in het verband van de Firma Doornbos
deze opdracht af te werken en daarbij niet op z’n eentje te werk te gaan. Voor
het overige moet U zien het maar onderling eens te worden. Uw antwoord zie ik
gaarne spoedig schriftelijk tegemoet, daar ik de eerste twee weken van Augustus
met vacantie ga.'
Op 31 juli
schrijft vermoedelijk dhr. Middelveld aan mevrouw Doornbos dat Bouman bij zijn
standpunt blijft dat Edskes blijft betrokken bij de werkzaamheden.
Op
20 augustus schrijft Bouman aan
Edskes dat hij naar Berghuizen wil komen op de voortgang te inspecteren. Is er
al een bevredigende oplossing voor het conflict met mevrouw Doornbos?
Op
27 augustus schrijft Bouman aan
Edskes; 'Mag ik er U opmerkzaam op maken, dat mijn brief van 20 dezer nog niet
werd beantwoord? Inmiddels bereikten mij geruchten uit Groningen die de indruk
geven dat de zaak met de firma Doornbos nog helemaal niet in orde is en dat U er
zelfs tussen uit zoudt zijn getrokken. Dit is voor mij temeer reden, U te
rappelleren.'
Op 27 augustus
schrijft Edskes aan Bouman: 'In antwoord op Uw schrijven deel ik U mede, dat de
moeilijkheden met de Wed. Doornbos nog niet tot een oplossing gekomen zijn.
Waarschijnlijk zal dit deze week nog het geval zijn. Hierover bericht ik U nog
wel.'
Op 29 Augustus schrijft
Bouman aan Edskes: 'Uw kaartschrijven van 27 dezer gaat niet in op het werk van
Ruinerwold en de vragen die ik daarover in mijn laatste brieven stelde. Deze
zaak is voor mij van primordiaal belang. Ik mag U wel verzoeken, mij omgaand
uitvoerig hiervan op de hoogte te stellen. Voor het overige wens ik U succes toe
bij het komen tot een oplossing met de Wed. Doornbos.'
Op
2 september schrijft Edskes aan
Bouman:
'Zeer Geachte Heer Bouman, In antwoord op Uw schrijven van 29
Aug. deel ik U het volgende mede. Over de juiste toestand van zaken betreffende
het orgel te Ruinerwold, kan ik U momenteel weinig mededelen. Dit vindt zijn
oorzaak in het feit dat ik de laatste vier weken niet aan de werkzaamheden heb
deelgenomen en wel om de volgende reden. Voor plm. 5 weken heb ik aan de
advocaat van de Wed. Doornbos op zijn verzoek bepaalde voorstellen gedaan ter
oplossing van het geschil. Hierin ben ik zelfs zover gegaan dat, indien een
algehele oplossing niet mogelijk bleek, ik ook accoord zou gaan met oplossing
uitsluitend met betrekking tot het orgel van Ruinerwold, hoewel dit erg in mijn
nadeel was. Bovendien heb ik genoemde raadsman medegedeeld dat ik niet eerder
zou gaan werken alvorens een zekere oplossing bereikt was. Hierop werd mij
medegedeeld dat dit waarschijnlijk binnen een week het geval zou zijn. Tot op
heden heb ik niets van genoemde voorstellen gehoord. Bij de Wed. Doornbos zijn
ze, naar ik vernam, met de werkzaamheden doorgegaan. Deze zal U dan wel
uitvoerig hieromtrent inlichten. Inmiddels verblijf ik met de meeste
hoogachting, C. H. Edskes'.
Op 10
september schrijft werknemer Mateboer van Doornbos het volgende: 'Hiermede
breng ik U op de hoogte van de vorderingen die gemaakt zijn met het orgel van
Berghuizen. De kast van het hoofdwerk staat nu op de nieuwe plaats. Evenals ook
de kast van het rugwerk geplaatst is. De gereviseerde laden met pijpwerk, pedaal
+ wellbord en nieuwe windmachine is eveneens in de kerk aanwezig. Het wellbord
van het hoofdwerk is in gereed en nagezien, en thans zijn we bezig met de
abstracten, mechaniek, wellramen voor rugwerk en de nieuwe lade voor rugwerk.
Deze onderdelen maken we klaar in de werkplaats. We hadden U vorige week in
Berghuizen verwacht, maar U kwam niet. Ik had U gaarne willen spreken over
enkele zaken betreffende dit orgel. Volgens contract komen op het rugwerk 6
stemmen + 1 lege plaats voor een tongwerk. De heer Edskes sprak altijd over 7
stemmen + 1. Zijn er na het sluiten van het contract nog veranderingen
aangebracht? Of kan ik me daar geheel aan houden? Eveneens volgens contract zou
de nieuwe lade gemaakt worden van teakhout, terwijl slepen, dammen, pijpstokken
en roosters van mahonie gemaakt zouden worden. Goed droog mahonie is echter niet
te krijgen. Vindt U het goed dat deze onderdelen van eiken gemaakt worden? De
lade zelf is van teak gemaakt. Ook nog iets over de financiële kant. De zaak is
namelijk zo, dat de gelden verstrekt voor de aanschaffing van materialen e.d.
verbruikt zijn, zover wij weten. Terwijl er nog al het een en ander betaald moet
worden en wij toch ook leven moeten; zodat we graag de tweede termijn of
voorschot willen ontvangen om aan dit orgel te kunnen doorwerken. Is het
mogelijk dat U nog deze week in Berghuizen kunt komen en we deze zaken kunnen
bespreken?'
Op 12 september
schrijft Bouman aan Middelveld dat hij op 20 september naar Berghuizen komt. is
het mogelijk om hem van de trein in Meppel te halen? Kan hij de komst van Bouman
ook aan het personeel van Doornbos in de kerk meedelen. 'Opdat we dan meteen de
moeilijkheden met de fa. Doornbos kunnen afhandelen. Ik zal dan de Heer Edskes
wel oproepen'.
Op 14 september
schrijft Bouman aan Middelveld dat hij donderdag 20 september met de trein van
09:13 aankomt. De zoon van Middelveld zal hem met de auto ophalen.
|De brief
is waarschijnlijk in grote haast getypt en bevat tal van eigenaardige typefout.
Hier volgt de letterlijke verder tekst: 'Ik kan dan de reeds in de kerk
aangevoerde delen inopmeteren en keuren, en daarna het ontworpenet de contructie
plan en varder met de orgel-bouwers, ten einde de anrezen stabiliseeren, voor
zover het orgel te Ruinerwold betreft, op te lossen. Ik eind daarom van dit
schrijven een donraling naar de acs.schenbes en een van de door Zikkees met Uw
zoon om de voorsstemmig te zijn of zich te laten vertegenwoordigen.Misschien kan
nog zoveren vnrder voor een looplang om de onderdelen ter plaatse goed te kunnen
beoordelen.' Aan Mateboer van Doornbos schrijft hij (weer veel eigenaardige
typefouten): 'Geachte Heer Mateboer, Het bovenstaande spreekt voor zichzelf. Wil
men 9 l.p.v.7 slopen aanbrengen, dan is daartegen natuurlijk geen bezwaar, maar
in het contruct word niets gewijzigd. Wanneer U prima eiken verwerkt i.p.v.het
voorgeschreven mahonie, is dat ook goed. Dat de betaling betraft,gelden de
A.V.O.N..De tweede termijn wordt dus betaalbaar, wanneer alle orgeldelen in
afgewerkte staat in de kerkzijn aangevoerd. Daar misschien is een voorschot
mogelijk overeenkomstig de waarde van het reeds aangevoerde.'
Op
24 september schrijft Middelveld
aan Bouman dat dhr. Mateboer van Doornbos hem even verzocht of Bouman akkoord
kan gaan met de betaling van een voorschot van f 2.000,- op de tweede termijn.
het bedrag is bestemd voor aankoop van materialen.
Op
1 oktober schrijft Middelveld een
wat warrige brief aan Bouman. De afgelopen vrijdag zijn hij en dhr. De Roo bij
de firma Doornbos geweest. De windlade voor het kleine orgel komt deze week
klaar. Op enkele pijpen na en de Trompet is er alles. Met 14 dagen denken ze
alles naar de
kerk te brengen. Ze kregen van de fa Verschueren juist een
brief om een rekening van f 1358, zo spoedig mogelijk te betalen. ''k Heb de fa
Verschueren geschreven, dat hun nota voldaan zal worden. We zijn er sterk op
tegen, dat nog een andere firma de handen insteekt; 'k verwacht vast, dat alles
goed
komt. Mateboer is een vertrouwd persoon. Maar die heeft nog niets voor
dit werk ontvangen, evenmin de heer Harms uit Nieuwolda. Af en toe gaan ze
orgels stemmen, om toch een weekloon te hebben. De heer Edskes heeft het
contract getekend maar hij krijgt van ons geen cent meer in de vingers!
Mevrouw Doornbos wil nog weer met Edskes verzoenen, als Edskes daar komt. Hoe
het ook zij, wij zijn door het overlijden van de heer Doornbos een stuk
achteruit. 15 november moet Mateboer klaar zijn, dan 5 weken intoneeren in de
maand December, dat het misschien vriest, dat het kraakt. Maar de kerk kan
verwarmd worden. Als het materiaal er is, schrijf ik U wel even, opdat U dan
goedkeuring kunt geven voor 2e termijn betaling. Mateboer zei, dat ze wel gereed
materiaal naar Ruinerwold konden zenden, maar dat was lastig, die pijpen moesten
in Groningen gepast? worden. 'k Meende U deze ontboezeming te laten weten.'
Op 19 oktober schrijft Bouman aan
Middelveld dat hij op zaterdag 27 oktober de windladen en het nieuwe pijpwerk
wil controleren. Op basis hiervan kan hij bepalen of de tweede termijn betaald
kan worden. Mocht het materiaal niet aanwezig gaat hij naar Groningen om daar te
inspecteren.
Op 22 oktober
schrijft mevrouw Doornbos dat de windladen en pijpen op 19 oktober naar
Berghuizen zijn verzonden. Weelinck en Mateboer zullen de opbouw verzorgen,
zodat U op 27 oktober het verrichte werk kunt inspecteren.
Op
22 oktober schrijft Middelveld aan
Bouman dat hij hoopt dat het materiaal er op 19 okober is. Hij zal Bouman van de
trein halen. Het geleende orgel van ds. herder begint dof te worden en er
blijven toetsen hangen.
Op dezelfde
dag schijft hij dat de brieven elkaar snel opvolgen. Vanmorgen was hij bij
de kerk en dhr. Mateboer was met het materiaal in de kerk. Het was vorige week
geaden en via Meppel gearriveerd. Ze zijn met drie man begonnen en vanaf 15
november kan dhr. Edskes beginnen met intoneren. Er komt dus schot in. Weduwe
Doornbos zit verlegen om geld. Kan na uw bezoek de tweede termijn worden
betaald?
Op 24 oktober schrijft
Bouman aan mevr. Doornbos dat hij zaterdag naar Berghuizen komt voor inspectie.
Als het pijpwerk nog niet op de lade staat wil Bouman dat de pijpen voor C, c,
c1, cw en c3 apart liggen zodat hij de mensuren kan nameten. Ook zou het goed
zijn dat de windlade van het Rugwerk gedeeltelijk open is. Bij goedkeruing kan
de tweede termijn worden betaald.
Op
4 december beschrijft Mateboer aan
Bouman de afwijkingen van het contract:
Pijpwerk.
1.Registerwellen, [buis
(ijzer)] i.p.v. grenen. Ruimtebesparing.
2.Pijpstokken, roosters zijn van
eiken i.p.v. mahonie.
3.Slepen van masoniet.
4.Voor de baskant van de
Fluit 2′ is de oude discant van de Bourdon 16′ gebruikt; discant nieuwe.
Hoofdwerk.
.Registerwellen als rugwerk.
6.Manuaalkoppel, schuifklavier,
deze middels een registerknop. Tot boven.
In de kantlijn noteert Bouman
nauwelijks leesbaar zijn mening over deze punten
Daarna schrijft Mateboer
over de oude Bourdon 16': 'Thans nog iets over de oude Bourdon 16′. Nadat
U verleden week vertrokken was, vroeg de Heer Edskes mij, of U er mee accoord
ging, dat de oude B16 er niet voor afgekeurd werd. Tot mijn verbazing, want ik
wist niet beter, of dat was reeds in het begin al geregeld. Want toen ik met dit
orgel begon vertelde Edskes mij dat de B16 verviel. Nu vind ik het een beetje
pijnlijk dat hierin geen overleg met U gepleegd is. Nu is deze stem inderdaad,
zoals deze nu is, onbruikbaar, en restaureren van deze erg kostbaar. De pijpen
zijn van vurenhout, gespijkerd met ijzer; verscheidene bodems zijn gebarsten,
zelfs kerns die in 2 stukken er in liggen, verder lek, slechte labiums enz.
Terwijl ook met de plaats op de lade geen rekening is gehouden.
Rugwerk. Het spijt me dat U hiervan niet gekend bent. Waarschijnlijk
een gevolg van het feit dat Edskes een 16′ op een manuaal volkomen acht. Wat
natuurlijk geen reden is om dat op eigen houtje uit te maken.
Op
21 december schrijft Bouman aan
Doornbos over de afwijkingen met het contract. Hij gaat met de wijzigingen
akkoord. Met de schuifkoppel gaat hij alleen akkoord als deze kan worden bediend
met neergedrukte toetsen. Als dit niet kan een gewone koppel. Hij gaat niet
akkoord met het vervallen van de Bourdon 16' op het Hoofdwerk. 'Een dergelijk
register is voor een zo grote Gereformeerde kerk onontbeerlijk.' Het register
moet worden gerestaureerd en voor de bas van de Nachthoorn 2' kunnen nieuwe
pijpen gemaakt worden. U bent vrij in plaats van de Bourdon 16' een Quintadeen
16' of een tweedehands Bourdon 16' te plaatsen. Een betaling van het orgel zal
alleen plaatsvinden met een Bourdon 16' op het Hoofdwerk. Een kopie van deze
brief gaat naar Edskes en Middelveld.
1952
Op 4 januari
schrijft Mateboer aan Bouman. De Bourdon 16' wordt gerestaureerd en herplaatst.
Dit veroorzaakt veel extra werk. Jammer dat niet eerder bekend was. Achter de
kast was ruimte gereserveerd voor de Subbas 16'. Nu is er ruimte nodig voor de
grootste bourdonpijpen van het Hoofdwerk. 'En dan nog iets, ik voel me zo'n
beetje als Piggelmee, die telkens naar het het visje in de zee moest om de
wensen van zijn vrouw over te brengen.Neemt U mij niet kwalijk dat ik mij zo
uitdruk. Wijlen Doornbos heeft een tijd geleden een pneumatisch lade gemaakt
voor een Bourdon 16'met 27 pijpen en nu wordt gevraagd of deze niet dien kan. De
lade is goed gemaakt, maar van vurenhout, membraanlat van eiken. Wilt U hiervoor
berichten?'
Op 8 januari
schrijft Middelveld aan Bouman: 'Zo juist ben ik naar de kerk geweest, om naar
het orgel te zien. ’k Was altijd optimist, maar ik ga bijna over tot pessimist,
wat de voortgang met de orgelbouw betreft.
Mateboer met de oude heer Welink?
waren aan het werk. Ik heb een heel gesprek met hem gevoerd. Het is en wordt zo
zachtjes aan een eigenaardige historie. Er is geen leiding meer. U hebt het
toezicht, maar de verhouding Edskes, Doornbos, Mateboer, Harms is zeer slecht.
Ik vrees dat wij daardoor de dupe worden. Edskes moet alles nog intoneren; hij
kan m.i. best vooruit dat werk doen, maar wacht wellicht tot al het pijpwerk
staat. Het is m.i. net al of ze elkaar bij on in de kerkniet willen ontmoetten.
Als het niet anders opschiet, zijn we met Pasen nog niet klaar.
Mateboer
werkt niet met animo. Hij vreest dat hij geen loon ontvangt. Het schijnt dat die
pas ontvangen f 600,- al opgeteerd is. Mateboer heeft een contract met wed.
Doornbos. Edskes heeft het bestekcontract getekend. Met wie hebben we het nu
feitelijk te maken? Volgens Mateboer zou Edskes gezegd hebben dat de
Bourdonpijpen afgekeurd waren. Nu moeten ze nieuwe maken, en nog een nieuwe
lade. Ik vrees dat Mateboer nog een keer verdwijnt, maar ik heb hem gezegd dat
hij U en ons daarvan eerst kennis moest geven. Indien er zonder animo gewerkt
word schiet het niet op. Weduwe Doornbos kan zich moeilijk verplaatsen en is
feitelijk de aanneemster? Weduwe Doornbos schrijft, dat ze nog rekeningen moet
betalen van maart, april, hetgeen Edskes heeft besteld. Edskes heeft Harms
aangespoord om de kast te maken, en nu komt Harms niet terug, want Mateboer zegt
dat hij de uitvoerder is, vanwege het contract met weduwe Doornbos.
Nogmaals,
de zaak is vrij ingewikkeld. Niet wetende dat de verhouding tussen de
orgelbouwer Mateboer en Harms de meubelmaker slecht is hebben we Harms opdracht
gegeven de orgelbank te maken.
Meneer Bouwman, er moet gesproken worden. Zo
gaat het niet. De kwestie Edskes – weduwe Doornbos staat nu misschien
betrekkelijk buiten, maar ik geloof wel dat de zaak hierdoor stagneert.
Hoe
moet in dezen de steen der wijzen gevonden worden? Wij zijn leken, maar willen
wel gaarne ons orgel klaar hebben. De Trompetpijpen zijn er, doch er moet nog
wat uit Zeist komen aleer die pijpen kunnen spreken.
Persoonlijk heb ik Harms
ƒ 100 gegeven tegen kwitantie. Ik kon niet aanzien dat hij zonder geld met de
kerstdagen naar huis ging. Volgens Mateboer zou Harms van weduwe Doornbos f
100-,- gevraagd hebben, maar weduwe Doornbos heeft Harms niets opgedragen, doch
heeft Harms zich door Edskes laten leiden.
’t Wordt zo zoetjesaan een hele
onderneming. Er is nog ƒ 3100 ter beschikking. ’k Hoop dat alles in vrede
opgelost wordt. Wij, als Drenten hebben wel lang geduld maar ook hierin kan een
einde komen. Een noodkreet to U komt nog niet maar wel de vraag, help ons in
deze moeilijkheid. We moeten met elkaar een conferentie waar geen der partijen
ontbreekt.'
Op 15 januari
schrijft Middelveld aan Bouman: 'Hedenmiddag ben ik naar het orgel wezen zien.
Twee man aan het werk: Mateboer en Welink; de heer Mateboer legt de laatste hand
aan het rugpositief, in dien zin, dat het nog wel enkele dagen arbeid kost. Hij
was bezig om er aan dingen (de naam weet ik zo niet) die opengaan als men op de
toetsen drukt. Met koperen veertjes en leertjes, dat moet alles sluiten. De
stofzuiger kwam er bij aan te pas. Het is een fijn mechaniek. Mateboer werkt met
geduld, maar vlug is fout, dat heb ik wel gezien. Bourdon is klaar, Trompet is
er en de Subbas staat klaar in Groningen.
Heeft de heer Mateboer U ook
geschreven over een lade die daar is, en gedeeltelijk van eiken en grenenhout
is? ’k Zal mevr. Doornbos ook schrijven. Zij moet als het enigszins kan met de
heer Mateboer doorwerken. ’k Heb de vorige keer geschreven dat het zo weinig
opschoot; vanmiddag heb ik op mijn horloge nagegaan hoeveel tijd er nodig was om
één van die te monteren, dat het windkanaal luchtdicht werd afgesloten. De heer
Welink was bezig met het spul dat nodig is om de toetsen te kunnen gebruiken. Er
zijn in de gemeente en ook in de kerkeraad, die ongeduldig worden, maar beter
goed dan half werk. Maar daar ziet U wel op toe. ’k Hoop dat, wanneer het
rugpositief klaar is, de heer Edskes komt te intoneren, en dat we geen klachten
meer horen. Indien het met de sterke hand moet gebeuren, is het niet zo aardig
meer. Zakelijk moet het blijven, hoor, maar naar mijn gevoel heb ik de wed.
Doornbos ook niet de schuld alleen willen geven.'
Op
16 januari schrijft Bouman aan
weduwe Doornbos dat de afwerking van het orgel in Berghuizen niet naar wens
verloopt. De samenwerking tussen het personeel is niet goed. De lonen worden
niet worden niet tijdig uitbetaald. De kerk heeft al enkele voorschotten
verstrekt. Het is nog niet te voorzien wanneer het werk wordt voltooid.
'In
mijn brief van 21 December j.l. heb ik aan Uw firma reeds medegedeeld, welke
afwijkingen van het contract en van de AVON door mij worden goedgekeurd. Voor
het overige zult U zich geheel aan de bepalingen van dit contract en niet aan
mondelinge afspraken hebben te houden. Dit betekent dat de Bourdon 16′ wordt
geleverd en op normale wijze met de windlade verbonden, terwijl volgens art. 7
de grotere pijpen van de lade mogen worden afgevoerd en op een mechanische of
pneumatische lade van eikenhout geplaatst; desnoods mag een goede tweedehandse
lade van dit hout worden gebruikt. Voor de Nachthoorn 2′ moet het pijpwerk
worden gemaakt volgens de maten van het contract, dus nieuw, terwijl voor de
Bourdon 16′ de oude pijpen na restauratie kunnen worden geplaatst.'
De
opleverdatum is inmiddels met drie weken overschreden. Uit coulance wordt deze
uitgesteld tot 8 februari. Mocht het orgel op 8 februari niet zijn opgeleverd
zal het werk worden overgedragen aan een andere orgelmaker. Kopieën van deze
brief gaan dhr. Edskes en dhr. Middelveld.
Op
18 januari schrijft Cor Edskes aan
Bouman: 'In antwoord op Uw schrijven van 16 Jan. deel ik U mede, dat
ik sinds mijn laatste bezoek aan Ruinerwold, waarbij U ook aanwezig was, niets
van de kant van de firma K. Doornbos heb vernomen. Hieruit meen ik te moeten
concluderen dat de werkzaamheden aan het orgel te Ruinerwold nog steeds niet
zover gevorderd zijn dat met het intoneren kan worden begonnen. Nadere
bijzonderheden zijn mij niet bekend. Hopende U aldus voldoende ingelicht te
hebben verblijf ik met de meeste hoogachting,'
Op
21 januari beantwoord mevrouw
Doornbos de brief van Bouman: 'U wordt bedankt voor de dreigbrief van verleden
week. U schrijft dat Edskes steeds vooraan komt bij u, maar ik heb hem driemaal
een brief gestuurd dat hij hier bij mij zou komen, maar dat wou hij niet. De
heer Mateboer kwam altijd weer thuis; hij komt niet. Toen zei ik: nu gaan jullie
werken net als mijn man het deed. Dus met Edskes heb ik afgedaan. Als hem het de
moeite niet waard is om te komen, kan ik er ook niets aan doen. Ik heb mijn
personeel en die werken vanaf juli/augustus onafgebroken aan de werkzaamheden
heden te Ruinerwold. Edskes heeft ons in die werkzaamheden heel wat
tegengewerkt, want toen hij nog meewerkte, en ik er wat van zei, dan was het:
daar kan mr. Bouwman niet over oordelen. Maar dat kan hem nog wel eens raar te
staan komen, weet u. Met Edskes afgesproken weet ik niet, maar Edskes heeft u
voorgelogen, net zo goed als mij. En wat de stemming aangaat, dat vraag ik af
aan Mateboer; dat maakt Edskes toch niets van. En ik wil u wel even zeggen dat u
niet naar een ander uit behoeft te zien: als het nodig is, komt het best in
orde. Nu hoop ik dat u niet heengaat en schrijft de heer Edskes de brief en mij
een afschrift. Ik ben niet van plan dat hij te koop loopt met mijn
werkzaamheden; daar heeft hij niets mee nodig. Nu wil ik hopen dat u ook van mij
iets aan wilt nemen, en nog liever was het mij dat u eens hier bij mij thuis
kwam. Ik wil u de rekeningen wel voorleggen. Nu hoop ik dat u niet zult zeggen:
wat een brutale brief. Ik hoop dat u nog wel geduld zult hebben, want die Edskes
doet aan die werken geen goed bij u. Dan nog iets: u schrijft over het contract.
Dat heb ik niet en ook niet getekend. Dat heeft dan een ander gedaan buiten mijn
weten. Of u dat goed is, weet ik niet; mij niet. Met beleefde groeten, Mej.
Doornbos
Middelveld schrijft op 25
januari weer aan Bouman over de voortgang: 'Volgens afspraak zou ik U
berichten omtrent de orgelbouw. Ik kan U medelen, dat sinds Dinsdag druk gewerkt
wordt. J.l. Maandag waren ze er niet, doch nu wel. Het rugpositief is spoedig
klaar. Deze week is weer materiaal gekomen. Een windlade moet nog gemaakt
worden. Ze hebben één klaar volgens hun medeling gedeeltelijk van grenenhout is
gemaakt. De heer Welink wilde gaarne dat de heer Edskes kwam intoneren; dan
konden ze verder werken. Het schijnt dat mej. Doornbos salaris aan de heer
Mateboer uitbetaald heeft. Zodoende is hij teruggekomen. Hoe het ook is, het
schiet op. Indien even mogelijk moeten deze mannen het werk klaarmaken. De heer
Mateboer werkt niet vlug, maar wel secuur. De heer Welink zei gisteren dat,
wanneer het rugpositief klaar was, het grote orgel beter opschoot. De verbinding
van het nieuwe met het oude orgel is een ingewikkeld werk. Onze gedachte is, dat
we een prachtig orgel krijgen, van binnen naar de nieuwste vinding gemaakt. De
heren mogen geen loopje met U en ons nemen; overigens zijn we huiverig voor de
sterke arm. U is nu op de hoogte.'
Het tweede deel van deze brief bevat een
naschrift voor mevrouw Doornbos: 'Van Uw schrijven van 22 Januari nam ik kennis
en ingevolge Uw verzoek zond ik geen afschrift aan de Heer Edskes. Ik neem aan
dat Uw personeel voor zorg aan het werk besteedt. De moeilijkheden betreffen
alleen het onderlinge geharrewar tussen de orgelmakers, waarmede noch de
opdrachtgever noch de adviseur iets te maken hebben. Wij zijn er niet om orde te
scheppen tussen degenen die de aannemer van het werk laat arbeiden. Er is
getracht om in der minne te schikken en meer begrip voor de moeilijkheden te
bewerken, maar daarbij moet het dan ook blijven. Wilt U een andere intoneur dan
Edskes, dan geef ik U in overweging een intoneur te lenen van de Fa.
Verschueren, die ook het pijpwerk leverde. Daarin heb ik meer vertrouwen dan de
intonatie van de Heer Mateboer, van wie ik niet zoveel goeds hoorde in de
intonatie van het orgel in de Gereformeerde Kerk te Kornhorn. Waarschijnlijk zou
de Heer Verschueren wel bereid zijn, dit werk voor een schappelijke prijs te
doen. Reeds lang geleden zond ik U een afschrift van het contract, dat ik nog
steeds in Uw bezit acht of in dat van Uw personeel. Na het overlijden van Uw man
zond ik een brief aan U persoonlijk, waarop de Heer Edskes kwam, die er in
geslaagd is om mij te overtuigen, dat Uw personeel het werk met goed gevolg zou
kunnen afleveren. Verzoekt U dus niet, dat U aan zijn pleidooi het handhaven van
de opdracht te danken hebt. Bovendien mocht de opdrachtgever aannemen, dat de
Heer gemachtigd was om het contract te tekenen namens de Fa., omdat als reactie
op onze aan U persoonlijk gerichte brieven steeds de Heer E. verscheen. Op dit
punt kunt U dus beter maar geen moeilijkheden maken. Intussen vertrouw ik, dat
deze zaak tot een goed resultaat zal leiden, waarmee alle betrokkenen toch het
meest gebaat zijn.
Op 1 februari
schrijft Bouman aan Middelveld dat hij mevrouw Doornbos heeft geschreven
en dhr. Edskes heeft verzocht te beginnen met de intonatie. Kan Middelveld
Bouman op de hoogte houden van de vorderingen?
Op
5 februari schrijft Middelveld
weer een voortgangsverslag: 'Alles hierover in goede orde ontvangen. Gaarne wil
ik U op de hoogte houden met de vordering van de bouw van het orgel. De heren
Mateboer en Welink zijn er elke dag. Vandaag was de heer Edskes er nog niet.
Volgens de beide heren zou het kleine orgel met 14 dagen à 3 weken te bespelen
zijn, indien er maar geïntoneerd wordt. Ds. Herder wil zijn orgel gaarne
terug.De heer Welink vertelde mij dat de heer Edskes a.s. zaterdag een
bespreking zou hebben met mevrouw Doornbos.[...] Hoe moet dat nu, als Edskes
niet komt? Mogen we, indien met 3 weken het rugpositief te bespelen zou zijn,
dit gebruiken voor U er is geweest? Al het materiaal is aanwezig, behalve
tongwerk voor de Trompet dat vorige week in Groningen is aangekomen, en 24
pijpen Bourdon, die niet klaar zijn. Dan moeten er nog 2 windladen komen. De
verbinding der registers van het rugpositief en het speelwerk van de toetsen is
klaar. Me dunkt, het fijne werk is klaar. Maar tijdrovend is het en geduldwerk.
Voorzover ik kan zien wordt het een fijn mechanisme. Laat de heer Mateboer niet
vlug werken, m.i. wel secuur. Maar ’t is goed zoals U schrijft, de touwtjes
strak houden. Wanneer het orgel klaar is, moeten we samen een dag naar Den Haag
om de subsidie los te krijgen. De minister kan het feit, dat hij als dienaar
heeft, nooit nuttiger besteden dan voor restauratie van een oud orgel zoals bij
ons! (Zeg ik het maar zo vlug.). Volgende week hoop ik weer te schrijven.'
Op
13 februari schijft H. Harms het
volgende: 'Origineel heb ik voor de Firma Doornbos, Singelweg 58 te Groningen,
al het houtwerk gemaakt voor de reparatie van het orgel in de Geref. Kerk te
Berghuizen, Ruinerwold, met het nieuwe rugpositief en geplaatst enz. enz. Sinds
Kerstmis j.l. werk ik daar niet meer, omdat mijn werk ongeveer klaar was. Nu is
de kwestie, dat ik al verschillende malen bij de Wed. Doornbos ben geweest om
mijn geld voor dat werk. Ze heeft mij ± 3 à 4 maanden geleden wat uitbetaald,
doch daar moest al dat dure hout ook van betaald worden, zodat ik thans nog een
bedrag van ƒ 1422,65 van haar heb te vorderen, wat hoofdzakelijk arbeidsloon is.
Wed. Doornbos wil mij niet uitbetalen. Ze heeft geen geld, zegt ze: niet eerder
dan dat het orgel klaar is. Daar kan ik onmogelijk op wachten. Ik ben ook al een
paar keer bij de commissie in Ruinerwold geweest, doch die mogen mij niet
uitbetalen zonder opdracht van U. De nood is hier hoog. Zeer hoog gestegen. Ik
weet niet of U een gezin heeft; als U die wel heeft, dan zult U ook wel weten
dat het elke week veel geld kost om te leven in deze dure tijd. Ons gezin
bestaat uit 4 personen die ook elke dag moeten leven, en dan geen geld terwijl
ik het bovenstaande bedrag te goed heb. Zou U hun medewerking in deze willen
verlenen? Wanneer U de commissie b.v. opdracht zou kunnen geven, dat die mij
uitbetalen, dan was ik gered. Ik wil ook niet graag bij de wed. Doornbos met
dwangmaatregelen beginnen. Dat is het allerlaatste wat ik zou doen! Maar als de
nood zoo hoog komt dat ik wel zou moeten, dan kan ik er ook niets aan doen. Ik
heb in geen 7 weken één cent verdiend en zodoende heb ik dat geld dan ook
dringend nodig. Wanneer U mij daarbij zou willen helpen, zou ik U ten zeerste
dankbaar zijn. Wij zijn 4 weken geleden van Nieuwolda verhuisd naar Middelbert
en ook dat heeft de nodige onkosten meegebracht. Mijn Postrekening is no.
539996. Bij voorbaat zeer hartelijk dank! Hoogachtend, Uw. dw. dn.H. Harms
Olgerweg 30A, Middelbert.
Op 14
februari komt er weer een voortgangsversag van Middelveld: 'De kerkenraad en
Commissie van Beheer onzer kerk zou gaarne op korten termijn een onderhoud met U
willen hebben over de orgelbouw. Is U op een doorreis, dan kan dit in Meppel ook
wel. Kan dat in de volgende week? Niet op een Donderdag. Het kleine orgel is
klaar, maar er komt geen intonateur. Mateboer zei gisteren dat, wanneer hij geen
loon ontving, hij niet terug kwam. Hij heeft al een ander aanbod. Het grote
orgel schiet al op, doch er moet geen staking komen. Kan U mij per omgaande
berichten?'
In de kantlijn staateen notie van Bouman: '15 februari gebeld.
bank f 98 betaald aan Harms; volgens bestek? Alles aanwezig, behalve ... houten
pijpen ... en B16. Voorlopig bezoek uitstellen'
Op
19 februari schrijft Middelveld
aan Bouman: 'Gisteravond hadden we vergadering v.d. C. v. Beheer. Daarbij zijn
ook leden van de kerkenraad. Toen ik het telefoongesprek van gisteren meedeelde,
viel dat niet in goede aarde. Ze namen hun besluit, om een samenspreking met U
te houden, uitgevoerd.
Dus, meneer, wilt U enkele data’s opgeven aan mij, of
aan Ds. Vreugdenhil,dan zullen we de broeders daarmee in kennis stellen. Eind
deze week of begin volgende? ’k Zal vandaag Mateboer meedelen wat ik met U heb
besproken. De windladen voor de Bourdon zijn niet geheel klaar, maar die kunnen
ze toch wel pasklaar maken bij ons in de kerk? Dan moet dit, met a.s. vrijdag,
het kleine orgel, voor zover het klaar is, bespeeld worden. Ds. Herder moet zijn
orgel terughebben. Dat moet dan gestemd en schoongemaakt thuis bezorgd. Volgens
de heer Edskes zijn a.s. zondag twee stemmen geheel klaar, en is het geluid
sterker dan van het huisorgel. Indien U voor zondag niet komt, wilt U me dan
even berichten? Het is voor de C. v. Beheer niet mooi dat de kerkenraad nu mee
gaat spreken, nu het zo lang duurt, maar wij als C. v. B. zijn knechten, en
gehoorzaamheid dient voor alles. De kerkenraad is vreesachtig dat ’t niet voor
elkaar komt, en ik zie het eind niet komen. Ik vind het jammer dat de heer
Mateboer eerst zegt: „dan is het klaar”, terwijl hij weet dat ’t niet zo vlug
kan. Ik hou ervan om er niet omheen te draaien. Gisteren vernam ik dat in de
kerk van Nijeveen het ook lang geduurd heeft eer het orgel geheel klaar was. Het
is een fijn werk dat niet opschiet. Mag ik spoedig iets van U horen? Nu het is
mij wel lief, maar we weten dat we op uw medewerking kunnen rekenen.'
Op
21 februari schrijft Bouman aan
Harms: 'De omstandigheden, waarin U verkeert, zijn inderdaad niet gemakkelijk.
Zeer onaangenaam zou ik zien, dat U de dupe werd van de interne moeilijkheden in
de firma Doornbos. Reeds heeft de Gereformeerde Kerk van Ruinerwold belangrijk
meer uitbetaald, dan waartoe zij verplicht is, en het leek ons noodzakelijk om
thans met verdere betalingen te stoppen, opdat niet bij stagnatie in het werk de
Geref. Kerk te Ruinerwold de dupe wordt. Ik heb overleg met de Heer Middelveld
en geadviseerd, dat aan U alleen nog het bedrag voor de orgelbank wordt
uitbetaald.
Wat het overige betreft, moet ik onder Uw aandacht brengen, dat
de Heer Edskes op naam van de fa. Doornbos de gehele eerste termijn heeft
gebeurd en er nog practisch niets voor heeft gedaan. Daar op zijn aanwijzing en
verantwoordelijkheid door U de kast enz. is gemaakt, zult U van de Heer Edskes
het U toekomende moeten zien te krijgen. Ruinerwold heeft rechtsgeldig betaald
en kan dus niet daar voor worden aangesproken. Overigens merk ik op, dat het
snijwerk, voorzover mij bekend, aan de kast nog ontbreekt. Het lijkt mij dus het
beste, dat U verder met de Heer Edskes in verbinding treedt, en het bedrag voor
de orgelbank bij de Geref. Kerk van Ruinerwold declareert. Van harte hoop ik,
dat deze orgelrestauratie nog zo mag aflopen, dat niemand er bij te kort blijkt
te zijn gedaan.'
Op 5 maart
schrijft Middelveld: 'Het is alweer enige dagen geleden dat U iets gehoord hebt.
Het is jammer dat het kleine orgel geheel gereed is, behalve het intoneren. Eén
register is klaar, en daarmee komt er mooi vol geluid. Deze week worden de twee
laden gemaakt voor Bourdon en Subbas, en zijn die klaar, worden ze geplaatst.
Zijn de laden en de Subbaspijpen er, dan is er alles. Dus van de bouw is het
einde te zien. Voor zover dat loopt het goed. Maar nu dit. Vorige week is er
kerkenraad geweest met in haar midden De Roo, Commissie van Beheer en
ondergetekende. Daar is lang over gesproken. Ds. Vreugdenhil deed mededeling van
zijn telefonisch gesprek met U. Eindconclusie is om eerst het orgel af te
bouwen, voor er nadere maatregelen genomen worden over het intoneren. Wel Edskes
aansporen, meer niet. De kerkenraad is zeer huiverig voor mogelijke dingen die
gebeuren kunnen. Het orgel van ds. Vreugdenhil is gestemd en staat nu voor
onbepaalde tijd ter beschikking. Ds. Herder heeft het orgel terug. Op dat gebied
redden we ons nog wel enige tijd. ’k Heb de heer Edskes een brief geschreven en
gevraagd zijn gemoed te bewerken, want de jongeman is er zegge één middag
geweest. Maar laat hem een sollen. Het orgel klaar, en dan praten; geen nieuwe
of andere intonateur, meen ik, dat in overleg met C. v. Beheer en mevrouw
Doornbos. Mateboer kan het orgel niet intoneren. Daar wordt niet meer over
gesproken. Het orgel der beide predikanten moet misschien door een heer Kamp uit
Zwolle, die een prachtorgel in de gereformeerde kerk van Eernewoude zal
plaatsen. Hij moet dan geholpen door de intonateur van de fa. Valckx en Van
Kouteren uit Rotterdam. Maar U hebt uw mannetjes ook wel. U is nu van op de
hoogte van de gang. Is het mogelijk dat, wanneer het orgel opgebouwd is, U het
keurt nog voor de intonatie, of moet dat per se gebeuren? Horen we nog wat van
U?'
In maart schijft Harms aan
Bouman: 'Uw geacht schrijven ontvangen, waarvoor zeer hartelijk dank. Op Uw
aanraden ben ik bij de heer Edskes geweest, doch zonder resultaat. De heer
Edskes vertelde mij, dat hij voor dat geld van het 1e termijn verschillende
onderdelen voor dat orgel heeft betaald en dat hij verder de zaak met de firma
Doornbos had afgewikkeld en er thans geheel buiten staat. Bovendien heeft hij
mij de orgelkast enz. opgedragen voor de fa. Doornbos. Nu is dat inderdaad waar,
want ook dhr. Doornbos is daar destijds nog voor in Nieuwolda geweest en heb
daar zelfs nog een verklaring voor geschreven, dat het werk voor de fa. Doornbos
was en niet voor de heer Edskes. Al met al kom ik steeds in grotere
moeilijkheden te zitten. U schrijft, dat U zeer ongaarne zou zien, dat ik de
dupe zou worden van de interne moeilijkheden in de firma Doornbos. Mijnheer
Bouman, zoals het nu is, ben ik reeds al de dupe. Ik ben zo vrij – door de nood
gedreven – nogmaals een beroep op Uw geachte medewerking te doen. Zou het niet
mogelijk zijn dat de Geref. Kerk van Ruinerwold mij b.v. de helft, ± ƒ 700,-,
zou willen uitbetalen? Dat kan alleen op voorspraak en order van U. Dan waren
wij eerst tenminste uit de brand. Het betreft hier uitsluitend het arbeidsloon.
Vandaag aan de dag kan niemand voor niets werken, want een huisgezin kost elke
week veel geld. Deze toestand drukt op mijn gezin en zeer vervelend voor mijn
zoon, die bijna voor zijn eindexamen zit van het Willem Lodewijk Gymnasium te
Groningen.
Bij voorbaat zeer hartelijk dank voor Uw medewerking.
Hoogachtend,Uw dw. dn.,K. Harms.'
Op
11 maart schrijft Bouman dat hij
geen kans ziet Harms te helpen. De enige kans is aan te kloppen bij mevrouw
Doornbos als er termijnen worden betaald.
Op
13 maart schrijft Bouman aan
Edskes dat medewerkers van Doornbos aan het orgel werken, maar dat U zich niet
laat zien. Edskes krijgt nog een kans om met de intonatie te beginnen anders
denkt Bouman erover om iemand van Verschueren te laten komen. 'Onnodig te
zeggen, dat ik een dregelijke gang van zaken zeer zou betreuren en dat dit wel
het einde zou zijn van onze relatie, want U zult moeten toegeven, dat U hier
alle kansen zijn gegeven.' De slottermijn zal aan weduwe Doornbos worden
uitbetaald.
Op 14 maart
schrijft Middelveld aan Bouman: 'Bij dezen deel ik U mede, dat alles is gekomen.
Pijpen en laden. Deze week is weer druk gewerkt. Vorige week hebben ze die laden
gemaakt. Komt U volgende week bij ons, als ’t eens kan? Niet op donderdag, dan
ben ik steeds de gehele dag bezet. U kan dan beoordelen hoeveel van de laatste
termijn uitbetaald kan worden. Misschien dat afgesproken kan worden dat, in
overleg met mevrouw Doornbos, Mateboer van ons een gedeelte loon ontvangt, omdat
Mateboer bevreesd is dat hij dan zijn loon niet krijgt. Het orgel wordt m.i.
prachtig gemaakt. De heer Edskes kan schijnbaar niet tot het besluit komen om
van Groningen naar Ruinerwold te gaan. Of zijn zenuwen hem parten spelen, weet
ik niet, maar dat het een wonderlijk man is, blijkt al meer en meer. We horen
dus spoedig van U wanneer U komt? Het einde van de intonatie is, dunkt me, in ’t
zicht. Nog wat geduld, nog wat handig manouvreren, dat het scheepje niet strandt
en we zijn klaar.'
Op 18 maart
antwoordt Verschueren na telefonisch overleg. Ze zijn beried de intonatie over
te nemen. De normale werkwijze is 2 intonateurs doen samen 2 registers per dag.
De kosten zullen rond de f 700,- bedragen.
Op
18 Maart schrijft Bouman aan
mevrouw Doornbos: 'De Kerk van Ruinerwold wenst op korte termijn een
samenspreking tussen alle bij de orgelbouw aldaar betrokkenen, om nog de laatste
werkzaamheden en de uitbetalingen, die nog openstaan, te regelen. Met de Heer
Harms schieten we niet op, en de andere leden van Uw personeel lijken mij niet
voldoende geschoold om de intonatie van een dergelijk monumentaal orgel naar
behoren te verzorgen. Daarom zou ik willen voorstellen, dat de leverancier van
de nieuwe pijpen, de firma Verschueren te Heijthuijsen voor de kostende prijs de
intonatie voor zijn rekening neemt. Ik heb hem vrijblijvend een offerte gevraagd
en hoop die ter bespreking mee te brengen. Een andere moeilijkheid is, dat Uw
personeel, alsmede de Heer Harms, aan de Kerk van Ruinerwold telkens om geld
vragen, terwijl toch alleen rechtstreeks aan U kan worden uitbetaald. Wij willen
ook hierin tot een afspraak zien te komen, en eveneens zekerheid krijgen,
wanneer het werk door Uw mensen (behalve de intonatie) kan worden opgeleverd. Ik
stel U voor, om hetzij zelf op Zaterdag 22 Maart a.s. te 13 uur in Ruinerwold te
zijn, hetzij een door U schriftelijk gemachtigde te zenden, waarmee wij tot een
definitieve afspraak ter plaatse kunnen komen. Zelf hoop ik ook aanwezig te zijn
en het laatstelijk verrichte werk in ogenschouw te nemen. Ter bespreking van de
besprekingen wilt U wel van te voren de Algemene Voorschriften Orgelbouw
Nederland, die bij Uw ondervindingen te krijgen zijn, doorlezen? Deze
voorwaarden zijn, zoals U weet, in het contract voor Ruinerwold opgenomen. Een
doorslag van dit schrijven zend ik aan de Heer Middelveld, opdat die de afspraak
ter plaatse voor elkaar kan brengen, en ook aan de Heer Eskes, opdat die weet
waaraan hij toe is. Tot a.s. Zaterdag dus. Inmiddels verblijf ik,'
Op
19 maart schrijft Middelveld aan
Bouman: '[...] De heer Harms heb ik persoonlijk, na een brief van Wed. Doornbos,
f 300 loon betaald en aan de heer Mateboer f 200. Bovendien heb ik persoonlijk
de orgelbank aan de heer Harms betaald, omdat die besteld was en eigenlijk niet
bij de orgelbouw behoort. Dit is f 90. Die f 500 gaat dus eerst van de 3e
termijn af. Bovendien blijft apart de motor à f 685. Dan is het conflict door de
H.H. Harms en Mateboer nog niet betaald. Daar moet over gesproken worden.
Aanneemsom f 11.250. Twee termijnen ontvangen, à f 3750 = f 7500, waarvan de
eerste is betaald aan de heer Edskes, de 2e aan wed. Doornbos. Over f 3750.
Hiervan is aan hem door de kerkvoogd betaald, aan Mateboer f 600. Door
ondergetekende f 500. Te goed f 3750 − 1100 = f 2650. Dus momenteel buiten mij f
500: f 3150. Wat de heer Edskes met Harms heeft, is buiten ons om. ’k Zal
Zaterdag de geheele correspondentie medenemen. U zal wel niet eerder terug
kunnen gaan dan na 7 uur. Hopende dat er meer licht in de duisternis komt, en we
het einde der orgelkwestie in ’t zicht hebben. In de Meppeler Courant staat de
geschiedenis van het kerkorgel in de Ned. Herv. Kerk (van Meppel), maar dan
hebben wij nog iets te klagen. Dat is door een derde tenslotte na jaren klaar
gemaakt.
Op 19 maart schrijft
mevrouw Doornbos aan Bouman: 'Tot mijn spijt moet ik u mede delen dat ik a.s.
Zaterdag niet te Ruinerwold kan komen, omdat het mij verboden is door Doctoren
dat ik niet mag loopen en staan. Van morgen ben ik naar het ziekenhuis geweest
in een karretje, en haalde ik later alles weer goed maar ik mocht niet loopen.
Nu wilt u Verschueren aan het intoneren hebben, waarom? Mateboer heeft die oude
pijpen van de Bourdon toch heelemaal hersteld en weer op toon gebracht die
Edskes met opzet vernield had, waarom al die tegenwerking? Ik begrijp er niets
van. Mijn man heeft nooit uw medewerking gehad, en nu is het weer zoo. waarom,
stelt u toch geen vertrouwen in ons. Van Edskes vindt ik wel dat hij niet zou
stemmen en toch geloofde u nog in hem; hij kan wel tegenwerken maar niet
vooruit, om de eenvoudige reden dat hij het niet machtig is, en de Heer Mateboer
hem dan niet wil helpen. Gelooft u maar gerust dat de Heer Mateboer zijn best
wel zal doen even goed als mijn man, maar je moet ook wat vertrouwen hebben.
Op 20 maart schrijft Edskes aan
Bouman: In antwoord op Uw schrijven moet ik U tot mijn spijt medelen, dat ik
wegens zeer drukke werkzaamheden verhinderd ben om a.s. Zaterdag naar Ruinerwold
te komen. Om het feit dat ik niet met de intonatie van het orgel te Ruinerwold
een aanvang heb gemaakt, kan ik U mededeelen dat ik momenteel door werkzaamheden
van andere aard niet in staat ben hieraan te voldoen. Doordat het orgel niet
tijdig gereed was, heb ik helaas geen gelegenheid gehad om gebruik te maken van
de termijn die ik hiervoor gereserveerd had. Mocht U nog andere inlichtingen van
mij willen hebben, dan ben ik gaarne bereid U die te verschaffen.'
Op
26 maart stuurt Bouman een
aangetekende brief naar mevrouw Doornbos.: 'In aansluiting aan mijn vorig
schrijven, waarbij ik U uitnodigde, mede namens de Gereformeerde Kerk te
Ruinerwold, tot een samenspreking om te komen tot een oplossing van de situatie
bij de orgelbouw aldaar, deel ik U, mede namens de opdrachtgever, het volgende
mede: Bij schrijven van 16 Januari j.l. werd (overeenkomstig art. 40 der AVON,
in de overeenkomst van 2 Januari 1951 opgenomen) geconstateerd, dat U als
orgelbouwer in gebreke waart met de uitvoering van Uw opdracht, en is Uw firma
nog eenmaal in de gelegenheid gesteld om 8 Februari 1952 het werk af te leveren.
Ofschoon U na deze fatale datum nog anderhalve maand respijt is gegeven, moesten
wij van Uw Heer Mateboer vernemen, dat deze, ongeacht de intonatie, nog wel
zeven weken werk zou hebben om het orgel volgens de overeenkomst op te leveren.
Daar enige weken geleden aan de opdrachtgever was gezegd, dat er nog voor zes
weken werk was aan het orgel, is het duidelijk, dat de laatste toezegging niet
tot gerustheid kan stemmen. Derhalve heeft de opdrachtgever zich met
ondergetekende beraden, de Heer Mateboer gehoord, over wat ons thans te doen
staat. Volgens art. 35 van de AVON zou, te beginnen met 9 November 1951, voor
elke dag te late oplevering 0,1% van de aanneemsom kunnen worden ingehouden. Wij
willen echter begrip tonen voor de interne moeilijkheden in Uw bedrijf, ofschoon
deze ons eigenlijk niet aangaan, en hebben voorshands besloten om deze korting
van art. 35 van de AVON niet toe te passen. Wel zijn wij daarentegen genoodzaakt
voort te gaan tot de toepassing van art. 40 van de AVON. Nu gebleken is, dat Uw
firma na verstrijken van de datum van 8 Februari j.l. onvoldoende aan haar
verplichtingen heeft voldaan, is de opdrachtgever besloten om de uitvoering
daarvan, althans voor een gedeelte, op te dragen aan anderen, op kosten van de
orgelbouwer, en in te houden op de laatste betalingstermijn. Dit betreft n.l. de
intonatie. Daar de firma Verschueren te Heijthuijsen het nieuwe pijpwerk
voornamelijk voor U gemaakt heeft en over verschillende ervaren intoneurs
beschikt, hebben wij aan deze firma prijsopgaaf gevraagd voor het geheel volgens
de overeenkomst intoneren van het orgel te Ruinerwold. Deze firma berekende de
intonatie op ongeveer f 700,—, waarvoor twee ervaren intoneurs 10 dagen à 10 uur
in Ruinerwold werkzaam moeten zijn. De reistijd is hierbij inbegrepen. Voorts
nog voor reis- en verblijfkosten een bedrag van f 120,— eenmaal. Daar het oude
pijpwerk reeds gedeeltelijk geïntoneerd is, nemen uit het oude orgel dit bedrag
wel een maximum zijn en is het mogelijk dat het bij afloop tenslotte minder
behoeft te kosten. Wij zullen dus overgaan om de intonatie aan de firma
Verschueren voor maximaal f 700,— + f 120,— op te dragen. Dit bedrag zal t.z.t.
worden afgehouden van de laatste betalingstermijn. De Heer Edskes is zo weinig
zeker van zijn tijd, dat wij er van hebben afgezien om verder met hem te
onderhandelen; dit konden wij te eer doen omdat ook Uw firma geen prijs stelt op
zijn medewerking. De Heer Mateboer is, zoals U bekend zal zijn, niet
gespecialiseerd in intoneren, zodat het niet verantwoord is hem dit werk aan een
orgel op de Monumentenlijst op te dragen. Voor het overige van het werk zouden
wij Uw firma nog een laatste kans willen geven, omdat het overgrote deel reeds
ter plaatse aanwezig is en het eind van het werk toch in zicht komt. Wij zijn
bereid om de Heer Mateboer in de gelegenheid te stellen, met een ander ervaren
vakman het overige deel (behalve de intonatie dus) van het werk in drie en een
halve week van vijf dagen van 9 uren af te maken. Wij willen Uw firma nog tot
uiterlijk 31 Maart a.s. in de gelegenheid stellen, aan de Heer Mateboer een
dergelijk vakman toe te voegen. Mocht U op die datum hierin niet zijn geslaagd,
dan stellen wij ons voor om zelfstandig daarin te voorzien en daarbij de Heer
Mateboer in te schakelen. In het laatste geval zal het arbeidsloon (gebaseerd op
het tegenwoordige tarief van f 75,— per man per week) eveneens worden ingehouden
op de laatste betalingstermijn. Mocht het werk op 19 April 1952 door de Heer
Mateboer en zijn collega nog niet zijn voltooid, dan zullen wij ook voor de
voltooiing van dit gedeelte een tot de firma Verschueren moeten wenden. Wij
zouden dit natuurlijk zeer betreuren, omdat de op het orgel aanwezige delen
vrijwel alle zijn goedgekeurd en zijn gemaakt in Uw werkplaats. In ieder geval
moet er mee gerekend worden, dat te beginnen met 19 April 1952 de intoneurs van
de firma Verschueren ononderbroken in Ruinerwold moeten kunnen doorwerken,
zonder gestoord te worden door onderbreking van de windtoevoer of door
hinderlijk gerucht van Uw personeel. De Heer Mateboer beklaagde zich er bij onze
bespreking over, dat hij nog over verscheidene weken loon te vorderen had op Uw
firma. Hij zal ook, niet te kunnen voortwerken, als hem niet werd uitbetaald.
Mochten wij in de komende weken merken, dat dit gevaar dreigt, dan behoudt de
opdrachtgever zich het recht voor om de Heer Mateboer het overeengekomen
weekloon rechtstreeks uit te betalen, in mindering op de laatste termijn van de
aanneemsom. Ook ten aanzien van vorderingen, die andere personeelsleden en
onderleveranciers nog op Uw firma mochten hebben, behoudt de opdrachtgever zich
alle rechten voor. In verband daarmee verzoek ik U, mij zo spoedig mogelijk te
doen toekomen een gespecificeerde opgave van datgene, wat Uw firma naar haar
mening in normale omstandigheden op heden nog zou hebben te vorderen. Verder
maken wij U er op opmerkzaam, dat ter plaatse niet aanwezig waren het blok voor
de trompetbekers met verschillende onderdelen van dit register, het valbord voor
de speeltafel en het snijwerk voor het harmonium. Wanneer U de AVON nog eens
rustig doorleest, zult U wel tot de conclusie komen dat opdrachtgever en
adviseur nog niet hebben gebruik gemaakt van alle rechten, die hun toekomen. Wij
hopen, dat U dit wilt beschouwen als een uiterste tegemoetkoming aan Uw firma,
geïnspireerd door de zorg, die aan vele onderdelen is besteed. Het belang van de
Gereformeerde Kerk van Ruinerwold en van alle bij de orgelbouw betrokkenen
dwingt ons echter tot een ingrijpen, dat U waarschijnlijk niet geheel aangenaam
zal zijn. Wij hopen dan ook, dat Uw firma de haar geboden kans zal aangrijpen en
ten nutte maken. Inmiddels verblijven wij, mede namens de Gereformeerde Kerk van
Ruinerwold, Hoogachtend, A. Bouman Adviseur.
Op
26 maart krijgt Verschueren van
Bouman de opdracht om het orgel te intoneren. Het orgel heeft 19 stemmen,
waarvan U acht stemmen heeft geleverd. De intonatie van de oude stemmen was
prima. Misschien kost de intonatie dan minder tijd dan gedacht. De winddruk van
het orgel is 65mm, maar kan misschien iets hoger.
Op
27 maart schrijft Verschueren dat
ze bereid de intonatie op zich te nemen. Ze sturen echter niet de beste
intonateurs omdat ze die zelf nodig hebben. Verschueren heeft pijpen aan
Doornbos geleverd maar wist niet voor welke kerk deze bestemd waren. De nieuwe
register vragen veel tijd omdat ze niet zijn voorgeïntoneerd. Kan een gedeelte
van de pijpen naar Heijthuijsen worden gestuurd zodat ze kunnen worden
voorgeïntoneerd? Verschueren heeft een Duitse intonateur die goed is in oude
instrumenten. Deze zou het werk kunnen doen. Doornbos is nog een bedrag schuldig
voor de geleverde pijpen van f 1.690,30. is er nog geld om dat te betalen?
Notitie van Bouwman naar aanleding
van contact met Middelveld: 'Mevrouw Doornbos heeft geschreven dat het werk
uitgevoerd kan worden. De bestelling bij de fa. in Limburg kan dus gedaan
worden. De penningmeester heeft gaarne van mr. Bouman bericht of f 700,- aan
voorschot betaald kan worden. Het is in Groningen niet gelukt een hulp te
vinden. Weet mr. Bouman misschien iemand die helpen kan? Men wil dit gaarne voor
Pasen regelen.'
Op 7 april
schrijft Bouman aan Doornbos dat hij geen antwoord heeft gekregen op zijn brief
van 26 maart. Door het terugsturen van het pijpwerk naar Verschueren voor de
voorintonatie kan vermoedelijk tijd worden bespaard zodat de f 700,-
waarschijnlijk niet wordt overschreden. Bouman spreekt zijn verontrusting uit
dat de rekening van f 1.690,30 van Verschueren nog niet is voldaan. Zijn er nog
meer schulden en vorderingen? Aangezien er geen hulpkracht voor Mateboer is
gevonden zou deze misschien door Verschueren geleverd kunnen worden.
Op
7 april gaat er eveneens een brief
naar Verschueren uit. Er is nog geen antwoord op de brief van 26 maart aan
Doornbos. Het plan is de intonatie door U te laten doen. Desnoods zou dit bedrag
door de opdrachtgever kunnen worden betaald. De intonatie zal nog wel even op
zich laten wachten. Is f 700,- genoeg voor de intonatie? Zojuist verneemt Bouman
dat Mateboer de laatste tijd niet meer verschijnt en wil men in Berghuizen
overschaklen naar een andere orgelmaker. Kan het orgel door Verschueren worden
voltooid?
Mateboer van Doornbos
geeft antwoord op de brief van 7 april van Bouman aan Doornbos: 'Uw
schrijven van 7 April ontvangen met het bijgaande schrijven van de fa.
Verschueren. Wanneer het tot een accoord met de fa. Verschueren komt, zal ik het
pijpwerk direct terug sturen. Ook ben ik er niet in geslaagd hier in het noorden
hulp te vinden, nu kan ik de Heer Kamphuis wel schrijven, maar als die direct
geen tijd heeft zijn we net zover, zodat het dunkt me beter is iemand van
Verschueren te vragen, die een sleeplade kan afstellen, pijpen oppassen, enz.
Het front met de conducten is zo goed als klaar dus van het hoofdwerk moeten de
slepen afgesteld worden en de pijpen opgezet. Wilt U dat met Verschueren in orde
maken. Wat de financiën betreft, kan de fa. Verschueren er op rekenen dat
wanneer er uitbetaald word, zij de eerste is die betaald word. Inderdaad is de
financiële positie op het ogenblik niet rooskleurig.
Hier volgt een
overzicht.
Aannemingssom + [handmechaniek?]
ƒ 11935,—
Ontvangen 1e en 2de termijn + voorschot
ƒ 8750,—
Nog te goed
ƒ 3185,—
Volgens onze mening voor voorbouw materialen en pijpen
ƒ 500,—
Reparatie hoofdwerk kast ([...]?)
ƒ 325,—
Totaal
ƒ 4010,—
Nog te betalen aan leveranciers e.d.;
| fa. Verschueren | ƒ 1690,50 |
| Stinkens (tongwerk) | ƒ 373,50 |
| Houthandel | ƒ 253,90 |
| fa. Harden (leer enz.) | ƒ 168,79 |
| Vracht | ƒ 114,— |
| Kostgeld tot nu toe | ƒ 800,— |
| Achterstallig loon Mateboer (dfez week mee) | ƒ 337,50 |
| Totaal: | ƒ 3738,19 |
Ik hoop dat U deze gegevens voldoende zijn en dat we spoedig bericht mogen
ontvangen inzake fa. Verschueren.
In afwachting namens de fa. Doornbos K.
Mateboer.
P.S. Correspondentie (niet betreffende Ruinerwold) voor de fa.
Doornbos gaarne te richten aan K. Mateboer, Opaalpad 15, Groningen.
P.P.S.
Deze brief ter inzage gegeven aan mevrouw Doornbos. Knecht Verschueren
afgewezen, het bericht naar Kamphuis. K.M.
Op 8 april geeft dhr H.
Boschma, penningmeester van de kerk een overzicht van de betalingen tot nu toe.
Naar aanleiding van ons telefonisch onderhoud van vorige week Vrijdag deel ik U
mede, dat Wij de volgende betalingen hebben gedaan aan de Firma Doornbos te
Groningen:
Datum
Betaling
Bedrag
1951, 13 Apr
Aan de Heer Edskes voor 1ste termijn
ƒ 3.750,—
Oct 3
Voorschot 2de termijn
ƒ 250,—
27 Nov
Restant 2de termijn
ƒ 3.500,—
Dec
Voorschot 3de termijn
ƒ 600,—
Door de Heer Middelveld betaald
ƒ 500,—
Apr 4
Voorschot 3de termijn
ƒ 450,—
Totaal betaald
ƒ 9.050,—
Op 11 april schrijft Verschueren
aan Bouman: 'Uw schrijven d.d. 4 dezer in dank ontvangen. Wij blijven er bij dat
wij het werk goed zullen uitvoeren, doch wij willen geen risico nemen. Het
bedrag van 700 gld. is te klein om b.v. de kleinste tegenslag op te vangen. Wij
zullen bij opdracht het werk op de meest voordelige manier uitvoeren. U zult wel
toegeven, dat wij niet anders kunnen doen. Dat de firma Doornbos gaat lopen,
komt ons verdacht voor, en wij zijn er niet zeker van of alles wel zover in orde
is dat de intonatie vlot afgewerkt kan worden. Dus nogmaals, in regie willen wij
het werk uitvoeren en wij zullen er geen uur langer aan besteden als moet.'
Op 18 april een wat eigenaardige
schrijven van Verschueren. het lijkt wel een voortzetting van de vorige brief
van 11 april. De datering van 18 april is handgeschreven. De tekst luidt als
volgt: 'Wat Ruinerwold betreft het volgende: Voor gisteren troffen wij in
Nijmegen dhr. C. Batenburg, organist te Groningen. Hij wist ook e.e.a. van
Ruinerwold af. Daar hij nog al contact heeft met de firma Doornbosch, stelden
wij voor dat deze firma ons om hulp zou vragen. Het werk kan dan toch onder hun
naam afgemaakt worden. Als het kerkbestuur ons verzekert, dat wij het geld
krijgen, zullen wij de firma Doornbosch gaarne van dienst zijn.'
Op
21 april schrijft Bouman aan
Verschueren: [...] 'Wat Ruinerwold betreft het volgende. Onze bedoelingen
lopen parallel. Het zou wel erg jammer zijn voor de firma Doornbos, wanneer het
orgel op Uw naam zou worden afgewerkt, terwijl 4/5 van de werkzaamheden reeds
gereed is gekomen, en ook van behoorlijke kwaliteit mag worden genoemd. De firma
zelf echter ziet geen kans tot de intonatie en zij zou ook zelf graag willen,
dat één van Uw mensen bij het afmonteren de meesterknecht, de Heer Mateboer,
behulpzaam was. Wat Uw wens van het kerkbestuur betreft, dit is gaarne bereid, U
het U toekomende rechtstreeks uit te keren, ook het nog openstaande bedrag. De
gemeente bestaat echter uit eenvoudige boerenmensen, en die zien er wel wat
tegen op om al de pijpen, die nu op de windladen zitten opgesteld en eindelijk
in de kerk zijn aangekomen, weer naar elders te verzenden. Ik heb hen trachten
gerust te stellen, maar ben toch met hen overeengekomen, U eerst te zullen
vragen wat de prijs ongeveer zal zijn, wanneer Uw intoneur alles ter plaatse
intoneert (dit hoort behalve zijn nadelen toch ook wel voordelen), en hoeveel de
prijs zal zijn, wanneer de pijpen eerst naar Uw fabriek teruggaan om vervolgens
ter plaatse te worden gemonteerd en afgewerkt. Mag ik een voorstel van U
tegemoet zien? Of wilt U eerst zelf eens naar Ruinerwold gaan, om de stand van
zaken op te nemen? De Heer Mateboer is nog steeds ter plaatse bezig en hij kan
ook blijven ingeschakeld, maar men zit nu wel te wachten op de intoneur. Juist
omdat U de pijpen geleverd hebt, leek het mij het best U aan te zoeken om de
laatste hand aan het werk te leggen.'
Op
25 spril schrijft Bouman aan
Middelveld: 'Tot mijn genoegen ben ik er in geslaagd om thans een goed vakman
van de oude stempel, die nog wel eens kleine karweitjes verricht op
orgelbouwgebied, bereid te vinden om met de Heer Mateboer samen op korte termijn
het werk te Ruinerwold af te maken. Het is de ongeveer 60(?)jarige P. F. J.
Praat uit Zaandam, vroeger meesterknecht bij de firma Flentrop, die ook wel
onder mijn leiding kleinere opdrachten heeft uitgevoerd en nauwkeurig werkt,
zonder tijd te vermorsen. Hij rekent voor een werkdag van 10 uren f. 20.— loon,
dus ongeveer hetzelfde als Mateboer, en heeft geen bezwaar om met deze saam te
werken, als men tenminste opschiet. Ik ben dan ook zo vrij geweest om hem te
verzoeken a.s. Dinsdag het werk te Ruinerwold eens te bezien en mij daarna een
offerte te doen
a. voor het met Mateboer afwerken van het geheel behalve de
intonatie, en
b. voor hetzelfde inclusief de intonatie.
De Heer Praat kan
n.l. behoorlijk intoneren en het zou van de staat van het pijpwerk afhangen of
hij de intonatie ook zou willen verzorgen. Dit ziet er dus wel gunstig uit. Ook
zou in het laatste geval het pijpwerk ter plaatse kunnen blijven en misschien de
uitgaven worden gedrukt, omdat de Heer P. allicht goedkoper werkt dan twee
vaklui uit Limburg. Wel zou de Heer P. rechtstreeks door de Kerk moeten worden
betaald, terwijl hij ook hoopt op een logiesregeling.
De Heer P. moet nog in
de eerste helft van Mei een andere intonatieopdracht vervullen, zodat in die
tijd het voor en tegen van de verschillende aanbiedingen kan worden overwogen,
terwijl de Heer Mateboer intussen natuurlijk doorwerkt.
Ter voorkoming van
misverstand zend ik een doorslag van deze brief aan de Heer Praat, waarmee hij
zich bij Ds. Vreugdenhil en de Heer Mateboer kan legitimeren, als hij a.s.
Dinsdag komt kijken. Misschien wilt U e.e.a. ook nog bespreken met deze heren?'
Onder de brief staat handgeschreven een aantal aantekeningen over de te
verwachten kosten. Buman verwacht nog f 1.045,- aan kosten.
Op
1 mei schrijft Verschueren dat ze
de brief van Bouman van 21 april nog niet hebben beantwoord, omdat ze nog niets
van de fa. Doornbos hebben gehoord.
Op
2 mei schrijft Bouman aan
Middelveld: 'De Heer Praat is bij mij geweest en wij hebben de mogelijkheden
voor Ruinerwold doorgesproken, om de meest geschikte en voordelige oplossing te
vinden. Wij kwamen tot het volgende voorstel, dat wij U hierbij voorleggen.
De Heer Praat kan beginnen nadat hij een andere opdracht voltooid heeft, en wel
op 19 Mei a.s. Het intoneren van het Hoofdwerk geheel naar de eis duurt 14
dagen, het intoneren van Rugwerk 30 dagen, indien niets is voorgeïntoneerd, en
20 dagen als het kleine pijpwerk van de Gedektfluiten en de Scherp kan worden
opgezonden naar Heythuijsen om daar te worden voorgeïntoneerd. Tenslotte duurt
het stemmen 10 dagen. De Heer Praat zou dus bij elkaar 6 weken nodig hebben, wat
U f. 720.— aan loon zou kosten, uit te keren in wekelijkse termijnen. Bij dit
alles gaan we er van uit, dat de Heer Mateboer zijn beloften nakomt en het werk
19 Mei a.s. gereed oplevert. Daarna kan hij nog wel het snijwerk voor het
frontsnijwerk en kleinere karweitjes verrichten, mits hij bij de intonatie niet
stoort en daarbij ook nog de nodige hulpdiensten aan het klavier verricht. Het
orgel zou dan tegen het eind van Juni a.s. klaar zijn. Met Pinksteren opleveren
is volkomen onmogelijk, tenzij U een grove en ongelijke klank zoudt wensen.
Omdat U dit natuurlijk niet wilt, geef ik U de raad om aan de Heren Praat en
Mateboer de tijd te gunnen om in samenwerking onberispelijk werk te leveren.
De kosten zouden dan zijn: Praat f. 720.—, Mateboer f. 225.— en Verschueren
extra ongeveer f. 100.—, samen ongeveer f. 1045.—. Op die manier zoudt U er
financieel uitspringen. De Heer Mateboer gaf mij nog op, dat de firma Doornbos
nog het volgende aan leveranciers te betalen heeft:
Verschueren f. 1090.50,
Steinmann f. 37.50, Houthandel f. 254.20, firma Harder, voor leer enz. f.
168.79, en vracht f. 114.—. Daar komt nog bij het kapitaal en eventueel loon aan
Mateboer. Het lijkt mij verstandig, wanneer de Kerk van Ruinerwold zich alleen
bekommert om de firma Verschueren en eventueel Steinmann, en de firma Doornbos
verder maar aansprakelijk laat voor de rest. Van dit schrijven zend ik een
doorslag aan de Heer Praat, terwijl ik gaarne afwacht of U zich met het
bovenstaande kunt verenigen. Het voorstel om het werk door de Heren Praat en
Mateboer te laten uitvoeren, is geheel in het prestige-belang voor de firma
Doornbos, terwijl ook de kosten aanmerkelijk geringer zullen zijn dan bij
medewerking van Verschueren. Als U met het bovenstaande instemt, zal ik de Heer
Verschueren dienovereenkomstig berichten.'
Op
5 mei schrijft Middelveld aan
Bouman: 'In antwoord op Uw brief van 2 Mei j.l. het volgende: Hedenmorgen heb ik
met de commissie orgelbouw uw brief besproken. Eenparig zijn we van gevoelen, om
het pijpwerk niet naar Heithuysen te zenden. Dan liever enkele dagen later
klaar. De heer Praat zou die kleine pijpjes wel weg willen sturen, maar het kan
hier ook. De heer Mateboer schiet goed op. Het pijpwerk is bijna geheel
geplaatst. Bourdon en Subbas moeten nog op de plaats worden gebracht. J.l.
Vrijdag was er Huwelijksbevestiging; ’t was wel mogelijk geweest met een 3 tal
registers de zang te begeleiden. Maar we wachten tot het geheel klaar is. De
klank was mooi. De heer Praat komt bij Ds. Vreugdenhil zijn intrek nemen. Dan
worden er goede dagen gemaakt, want de heer Mateboer mag graag eens praten, wat
op zichzelf niet deert, als ’t maar niet in de werkuren plaats vindt.Wanneer we
er een degelijke opzichter bij geplaatst hadden, was het wel niet voor niets
geweest. Het eind is in ’t zicht. De heer Praat moet er dus op rekenen, dat het
intoneren hier gebeurt.'
Op 9 mei
schrijft Bouman aan Verschueren: 'Nog steeds heb ik U niets laten horen over het
afwerken van het orgel van Ruinerwold. De oorzaak daarvan is deze, dat het
Kerkbestuur wat huiverig was om nu weer alle pijpen die zijn opgepast op de
windladen, uit het orgel te nemen, in te pakken en naar Heijthuijsen te
verzenden. Het zijn eenvoudige boerenmensen en die denken: Houdt wat ge hebt! Nu
de orgelmaker Praat uit Zaandam, U waarschijnlijk wel bekend, zich bereid
verklaard heeft om met de Heer Mateboer van de firma Doornbos samen het orgel af
te werken en op dat punt ook waarborgen heeft gesteld, ook voor de intonatie
(hij intoneert behoorlijk), heeft het Kerkbestuur besloten om aan hem en
Mateboer nog één kans te geven het orgel af te werken. Ik heb dus hoop, dat dit
werk eind Juni in orde zal zijn. Inmiddels dank ik U vriendelijk voor Uw
bereidwilligheid, die er mede toe heeft bijgedragen, dat de firma Doornbos uit
haar slof is geschoten. Ik zal mijn invloed aanwenden om te zorgen, dat uit de
slottermijn ook Uw nota rechtstreeks door het Kerkbestuur wordt betaald, zodat U
niet allerlei narigheden krijgt met de Wed. Doornbos. [...]'
Op
9 mei schrijft Bouman aan dhr.
Praat: 'Op mijn laatste schrijven aan de Heer Middelveld, waarvan U een
afschrift ontving, kreeg ik heden ten antwoord, dat men eenparig van mening is,
om het pijpwerk niet naar Heijthuijsen te zenden. “Dan liever enkele dagen later
klaar. De Heer Praat zou die kleine pijpjes wel weg willen sturen, maar het kan
hier ook.” Verder keurt men het goed, dat op de door mij aangewezen wijze het
werk door U met de Heer Mateboer wordt afgemaakt volgens de daarbij gestelde
voorwaarden. Misschien wilt U met een en ander rekening houden. Dit sluit niet
uit, dat op Uw uitdrukkelijk verzoek het kleine pijpwerk toch wel naar
Heijthuijsen kan worden gezonden, als U daar tenminste voor Ruinerwold voordeel
in ziet. Misschien wilt U dat ter plaatse dan wel regelen? Ik wens U geluk met
deze opdracht en hoop door U geregeld op de hoogte te worden gehouden met de
voortgang der werkzaamheden, bv. elke Zaterdagavond even een klein briefje
hoever het werk nu klaar is en wat er nog gebeuren moet.[...]'
Op
10 mei schrijft Verschueren aan
Bouman: 'Met dank Uw schrijven ontvangen. Hoewel wij gaarne het orgel in
Ruinerwold in orde gemaakt hadden, vinden wij het zo beter. Temeer daar U zich
bereid verklaart, het kerkbestuur te verzoeken ons het bedrag der pijpen over te
maken. Zouden ze genegen zijn de vordering aan ons te cederen. Of Praat het
orgel goed zal intoneren betwijfelen wij wel. Hij heeft orgel te Nieuwaal voor
Wattel geïntoneerd, 1e klas pijpen van ons. Resultaat niets bijzonders. Het
kunnen echter omstandigheden geweest zijn, te weinig tijd of iets anders.'
Op
16 mei schijft Bouman aan
Verschueren: 'Dank voor Uw brief van 10 dezer. Ik ga de verschillende
opmerkingen maar even langs. Uw opmerking over het intonatiewerk te Nieuwaal is
volkomen juist, maar vergeet U daarbij niet, dat de Heer Wattel aan de Heer
Praat maar een paar dagen heeft gegeven voor intonatie. De Heer Praat heeft nu
pas bij het intoneren van het orgel in de Gereformeerde kerk te Vleuten,
eveneens door Wattel gebouwd, waarbij ik later als adviseur betrokken werd,
bewezen dat hij goed intoneren kan. Maar hier heb ik dan ook de eis gesteld, dat
de Heer Praat rustig kon werken. Ik heb dus wel vertrouwen, dat het in
Ruinerwold in orde komt. Waarschijnlijk zal hij U nog toezenden het pijpwerk van
de Sesquialtera en van de Scherp, om die te intoneren. In ieder geval zal ik
mijn best doen om gedaan te krijgen, dat het Kerkbestuur van het restant U
rechtstreeks uitbetaalt. Men voelt er alles voor, maar moet even afwachten tot
het werk voltooid is, hetgeen wel het geval zal zijn omstreeks eind Juni a.s.
[...]'
Op 19 mei schrijft
Verschueren aan Bouman: 'Als U betreffende Ruinerwold kunt zorgen, dat wij het
geld krijgen voor de door ons geleverde pijpen zijn wij ruimschoots tevreden.'
Op 24 mei schijft Praat aan
Bouman: 'Volgens afspraak een klein bericht over Ruinerwold. De Octaaf 4′ man. I
is klaar. Nu zijn wij met het front bezig. Deze week hebben wij 19–21 Mei in
Ruinerwold gewerkt. Het pijpwerk is erg mishandeld. Volgens Mateboer hebben zij
het orgel in een dag gebouwd en de pijpen maar in elkander gestoken met het
vervoer.'
Op 30 mei schrijft
Middelveld aan Bouman: 'Thans wil ik U even meedelen, hoe het met de orgelbouw
is. We zijn tevreden, zoals het nu opschiet, maar een einddatum kunnen we nog
niet noemen. De heer Praat voldoet goed. Jammer, dat we deze hier niet een paar
maand eerder hadden. Met het oude orgel zijn ze druk aan het stemmen. Vier
registers spelen reeds goed, daar zit een mooie klank in. De heer Praat zegt dat
het intoneren van het nieuwe pijpwerk, vooral de kleine, nogal tijd vraagt.
Indien even mogelijk gaan de pijpen niet weg. Dit is het besluit v. Kerkeraad.
Jammer is dat de pijpen door de heer Edskes, ongeïntoneerd besteld zijn, maar
daar is niets aan te doen. De bedoeling was, dat de heer Edskes dit zou doen.
Volgens de heer Praat zijn door de heer Edskes reeds geïntoneerde pijpen v.
rugwerk te diep ingesneden. Wat zou het geworden zijn, indien dit jongmens aan
het werk gebleven was? Van de fa. Verschueren ontving ik heden een brief, hoe we
dachten over de betaling van het geleverde pijpwerk aan de fa. Doornbos. Een
afschrift der brief sluit ik
hierbij in. Hoe het met de betalingen komt, weet ik niet. Er is geen geld genoeg
beschikbaar volgens de aanneemster. Veel kostgeld moet betaald worden. Van
Dekker en van Koers hebben tot op heden nog niets ontvangen. Dit zal toch
betaald moeten worden. Het zou wel goed zijn, dat U nog eens hier kwam, voor het
geheel klaar is. Dan kan U het werk beoordelen. Volgende week wordt het laatste
geplaatst, nl. de Bourdon en Subbas. Wanneer U kon komen in de week van 9–14
Juni zou ons dit zeer aangenaam zijn. Kan U er geen ogenblik uitbreken? Op
doorreis naar andere plaatsen? We zouden dan een en ander kunnen bespreken. De
fa. Verschueren schrijft dat mevrouw Doornbos overal buitengelaten wordt. Dat is
niet zo. Er is wel gesproken, om het grote orgel des Zondags te bespelen, zodra
het klaar is; dit gebeurt niet, we wachten nu zo lang, tot alles klaar is, dan
heeft het ook meer zin, om er een aparte avond aan te geven en kan nooit gezegd
worden, dat er door het bespelen van onzentwegen iets onklaar zou komen. U weet
nu een en ander.
Laten we goed contact met U houden, zo wij het zien, wordt
alles netjes afgewerkt. Het wordt een mooi geheel, wie weet wat mooie klanken
spoedig gehoord worden in ons kerkgebouw. Dus tot ziens!'
De tekst van het
afschrift van de brief van 26 mei
van Verschueren luidt: 'Zoals U bekend is, leverden wij in opdracht der fa.
Doornbos het nieuwe pijpwerk voor Uw orgel. Wij hebben echter tot nu toe geen
betaling ontvangen. Meermalen verzochten wij de fa. Doornbos aan haar
verplichtingen te voldoen, echter zonder resultaat. Nu kregen we echter een
schrijven van de mevrouw Doornbos, dat zij overal buiten gehouden wordt, en in
het geheel niet weet, hoe de zaken staan. Van Mr Bouman vernamen wij dat U wel
genegen was, om alvorens U geheel afrekent ons het ons toekomende bedrag over te
maken. Als tegenprestatie zullen we U gaarne behulpzaam zijn, voor het geval U
ons nog ergens voor nodig heeft. Mogen wij van U vernemen, of U bereid zijt het
ons toekomende bedrag rechtstreeks aan ons over te maken?'
Onder het
afschrift schrijft Middelveld aan Bouman: 'Hoe hiermee handelen? Dit is een der
redenen, waarom we geen pijpwerk weg willen zenden! Mogen wij, indien er geld
daarvoor is, de fa. Verschueren voor laten gaan, bij anderen? Het is voor weduwe
Doornbos moeilijk, maar de feiten zijn niet anders. ’k Wil ook niet gaarne, dat
wanneer het orgel klaar is, er steeds een gedachte achterblijft, dat de wed.
Doornbos in financieele moeilijkheid komt, zonder dat zij daar persoonlijk
schuld aan heeft. De andere orgelmakers hebben het zo geleid. Wil U ook hiermee
Uw raad en advies geven?'
Op 14
juni schrijft Praat aan Bouman: 'De volgende registers zijn klaar:
Prestant 8, Octaaf 4, Prestant 4, Baarpijp 8 en Quintadeen 8. Evenzo de
windladen van het rugwerk. Deze zijn voorzien van nieuwe schroeven en 6 kleppen
opnieuw beleerd. Ik heb van 9 t/m 13 Juni gewerkt.'
Op
20 juni schrijft Middelveld aan
Bouman: 'Gisteravond hebben we als kleine orgelcommissie vergaderd, nl., de
beide predikanten, schrijver en notaris C. v. Beker? Daar zijn verschillende
zaken besproken, en nu wilde ik veel liever dat men dergelijk met U bespreken,
want om alles per brief weer te geven is haast niet mogelijk. Maar we zijn te
ver van elkaar af. De zaak is zo. De centen voor de aannemingssom zijn gauw op.
We hebben berekend, dat het loon, en kostgeld dat betaald moet worden, niet
toereikend meer is, of de fa. Doornbos moet een nota hebben, dat materiaal
duurder is, zodat ze meer kan ontvangen dan ƒ 11250. Hierin is de motor à ƒ 685
reeds bij inbegrepen. We komen dus voor grote moeilijkheden. De fa. Verschueren
kunnen we dus niet garanderen, dat ze die ƒ 1660 ontvangen. Wel zullen we
garanderen de kosten van het intoneren, dat nu verricht wordt. Mij is opgedragen
of U de fa. Verschueren wilt schrijven, dat betaling intoneren vaststaat, maar
dat het andere wacht op de nadere afwikkeling. De heer Praat hoopt met 3 à 4
weken klaar te zijn. Maar er moet nog een enkele man bijkomen, anders kan de
heer Praat niet doorwerken. Nu ze het orgel verder afwerken, blijkt, dat de heer
Harms te nat hout heeft gebruikt, want het krimpt. En nu is het zo, dat Edskes
de heer Harms opdracht voor dit werk heeft gegeven, en niet wed. Doornbos. Die
Edskes begrijpt niet waar ’t aan ontbreekt. De enkele pijpen, die hij
geïntoneerd heeft, zijn niet in orde. Als ’t met die man doorgegaan was, waren
we lelijk op de koffie gekomen (Drents gezegd). M.i., moet de kerkeraad wel
rekening houden met het feit, dat wed. Doornbos niet alle schuld heeft; nu haar
man is overleden. Mateboer werkt goed, maar langzaam, moet feitelijk elke dag
onder toezicht staan. Maar ’t is toch Mateboer zijn schuld alleen niet dat ’t
met de centen niet uit komt. De aannemingssom is te laag. Oude heer D. wordt wel
voor schoon gehouden; maar ik kan niet goedkeuren, dat we straks een mooi orgel
hebben, en we weten dat alles niet betaald is. De beide Ds. zeggen, we hebben
daar niets mee te maken, ’t is zakelijk, we moeten toch ook Christen blijven.
Maar ik dacht, dat het beter was, om over meerdere betalingen niet eerder te
spreken, dan wanneer het orgel klaar is, en de gemeente kan horen, wat tot stand
is gebracht. Met wijs beleid en voorzichtigheid moet dit geschieden. Wil U dus
de fa. Verschueren berichten! U is toch onze adviseur. En kan U volgende week
geen tijd vinden, hier te komen? Spreken gaat beter dan schrijven. De
moeilijkheden moeten opgelost worden. Was U alleen baas, dan werd alles betaald,
want ik zou niet gaarne andere personen het klaar laten maken, want dan zijn we
veel meer geld kwijt. Het orgel schiet nu flink op. Veel registers reeds klaar.
Help ons bij de afwikkeling.'
Op 23
juni schrijt Praat aan Bouman: 'Van 16 t/m 20 Juni heb ik weer in
Ruinerwold gewerkt. Deze week zijn klaargekomen: Holpijp 8, Fluit 4 en Quint 2⅔,
I manuaal. Vrijwel zeker krijgen wij hulp van een werkloze orgelmaker uit
Groningen en een knecht van Reil voor het pedaal.'
Op
24 juni schrijft Bouman aan
Verschueren: '[...] Inzake Ruinerwold heb ik geadviseerd om het kleinste
pijpwerk op Uw zaak te laten voorintoneren en ik kan U garanderen dat het
daarvoor verschuldigde bedrag U terstond na terugontvangst van dit pijpwerk zal
worden overgemaakt door het Kerkbestuur. Voor de rest van Uw vordering zult U
moeten wachten tot de oplevering, die naar ik vertrouw nog in Juli zal
plaatsvinden. Het werk vordert nu redelijk snel, zodat het eind in het zicht is.
Er zijn echter meerdere vorderingen, en al wil ik als adviseur al het mogelijke
doen om U te wille te zijn, er zijn nog meerdere vorderingen en het nog
openstaande bedrag is geringer dan het totaal van wat nog betaald moet worden
door de fa. Doornbos. Maar ik zal mijn best doen, en heb ook vertrouwen in het
Kerkbestuur, dat uit goedwillende mensen bestaat en waarschijnlijk wel bereid
zal zijn om bij een goed eindresultaat ook een toegift op de aanneemsom te
geven. Daar zoudt U dan weer van profiteren. [...]'
Op
24 juni schrijft ook naar
Middelveld: 'Aan Verschueren heb ik bericht. Wilt U, zodra de zending pijpjes
weer terugkomt, de nota voor deze laatste post aan hem voldoen? Voor de rest zal
hij moeten wachten tot de eindoplevering. Ik ben blij, dat het werk nu
behoorlijke voortgang heeft. In de loop van de volgende week hoop ik op een
rondreis met de auto ook Ruinerwold aan te doen. Ik kom dan uit de richting
Ommen en moet verder door naar Friesland. Over dag en tijd van aankomst hoop ik
nog nader te berichten. Wel zou ik een beroep op Uw medewerking willen doen, om
te bevorderen dat dan door mij direct zaken kunnen worden gedaan, en ook
eventueel met Uw commissie samengesproken, omdat mijn gezelschap in die
tussentijd zich moet zien te amuseren. Wilt U dus niet op een te lang verblijf
rekenen, wat ook niet nodig is, omdat het werk toch nog niet is afgewerkt.'
Op 25 juni schrijft Verschueren
aan Bouman: 'Naar aanleiding van Uw schrijven d.d. 24 dezer, betreffende
Ruinerwold, delen wij U mede, dat wij het kerkbestuur reeds 2 x schreven of zij
onze rekening garandeerde. Wij kregen hierop echter geen antwoord. Nu willen
wij, ondanks dit, nog niet zo flauw zijn, om de drie registers welke nu in ons
bezit zijn, vast te houden tot dat het overige betaald is. Wij zouden het echter
ten zeerste op prijs stellen, als U het kerkbestuur wilde verzoeken, ons op het
gevraagde te willen antwoorden. De registers staan ter verzending gereed en
worden direct afgezonden nadat wij van het kerkbestuur gunstig antwoord hebben.'
Op 26 juni volgt het antwoord van
Bouman aan Verschueren: 'In antwoord op Uw schrijven van 25 dezer kan ik U,
gemachtigd door de opdrachtgever, meedelen, dat deze bereid is om U onmiddellijk
te betalen de bijnota voor het door U laatstelijk verrichte werk, en voorts
bereid is om uit het restant van de aanneemsom zoveel mogelijk U te voldoen.
Overigens mag ik U wel verwijzen naar mijn brief van 24 dezer. Er zijn nog meer
rekeningen door de firma Doornbos te betalen, en wij moeten dus met voorzichtig
beleid trachten de Wed. Doornbos te bewegen om af te zien van haar vordering, en
zelf op eigen gelegenheid als kerk van Ruinerwold zien de diverse schuldeisers
voor dit karwei naar billijkheid te voldoen. In deze situatie zou ik U
adviseren, om het gereedstaande pijpwerk af te zenden, en Uw nota aan mij te
sturen, opdat ik die met mijn fiat naar Ruinerwold kan doorzenden. Het zijn daar
fatsoenlijke mensen, die wellicht, als het werk goed afloopt, bereid zullen zijn
om meer dan de aanneemsom te betalen. Daar zoudt U ook wel bij varen. Zoveel ik
kan, zal ik voor Uw belangen opkomen en mijn best doen dat U zoveel mogelijk van
Uw vordering, liefst het gehele bedrag, betaald krijgt.'
Op
28 juni schrijft Praat aan Bouman:
'Deze week gewerkt 23–27 Juni; daarvan hebben wij 3 dagen geïntoneerd aan de
Gamba en Octaaf 2 hoofdman. en 2 dagen reparatie. De derde orgelmaker is met de
pedaallade en Bourdon 16 lade aan het stellen, een goed vakman, en flink
doorwerken. Ik ben blij dat u a.s. week komt.'
Op
30 juni schrijft Verschueren aan
Bouman: 'Naar aanleiding van Uw schrijven d.d. 26 Juni, delen wij U mede, dat de
pijpen naar Ruinerwold verzonden zijn. Wij hopen dat de geldzaken spoedig in
orde zullen zijn. De kleine orgelbouwers werken allen te goedkoop en kunnen
daardoor hun leveranciers niet betalen. Fonteyn en Wattel staan ook nog flink in
het krijt. Het wordt te veel op de duur.'
Op
8 juli schrijft Bouman aan
Middelveld: 'Bij mijn terugkomst in Amsterdam vond ik een schrijven van de firma
L. Verschueren d.d. 30 Juni j.l., dat ingevolge mijn schrijven de pijpen naar
Ruinerwold verzonden zijn. Zij schrijven: “Wij hopen dat de geldzaken spoedig in
orde zullen zijn. De kleine orgelbouwers werken allen te goedkoop en kunnen
daardoor hun leveranciers niet betalen. Dit wordt voor ons teveel op de duur.”
Hierbij ingesloten gaan de nota’s, die U wel zo spoedig mogelijk wilt laten
voldoen? Het betreft hier bestellingen, die pas in de laatste tijd zijn gedaan.
Benieuwd ben ik, thans te vernemen of de Gereformeerde kerk van Ruinerwold de
aanneemsom tot f. 15.150.- zal willen verhogen, zoals wij in onderling overleg
hebben uitgerekend. Daaruit zouden dan voldaan kunnen worden de volledige
aanneemsom van het contract, inclusief nieuwe electrische ventilator, orgelbank
en het sprekend maken van de Gamba 8′ in het groot octaaf. Voorts het kostgeld
van f. 900.-, f. 1000.- salaris voor de drie orgelmakers gedurende nog een
maand, want onder leiding van de Heer Praat zou het werk 5 Augustus a.s. geheel
gereed kunnen zijn opgeleverd. Een bedrag van f. 767.- zou dan nog eventueel te
verdelen zijn over de andere schuldeisers. En een klein douceur voor de
orgelmakers Praat en Mateboer. U bent dan nog voor een voordelige prijs uit,
aangezien een dergelijk werk toch in deze tijd wel een f. 17.000.- à f. 18.000.-
moet kosten. Grote firma’s als b.v. Flentrop zullen zeker meer dan f. 20.000.-
vragen. Met belangstelling zie ik de berichten van U en van de Heer Praat namens
de orgelmakers tegemoet.'
Op 12
juli schrijft Praat aan Bouman.: 'Deze week 5 dagen gewerkt in
Ruinerwold. De bijspraak in het hoofdman. werd ook steeds erger: vooral in de
Prest. 8. Nu hebben wij van de Cis-lade de pijpen er af gehaald, en de dammen
dunner geschaafd; de nieuwe slegen zijn gekrompen. Dit pijpwerk staat er nu weer
op. De combinatie gr. Octaaf Gamba hebben wij gemaakt met de Holpijp 8, volgens
afspraak Bourdon 16 klein octaaf, kwamen wij in moeilijkheden. Ook zijn wij nu
bezig, de lade Subbas en Bourdon 16 geheel te overzien, alles is scheef en krom
getrokken, de pijpwerkgaten zijn niet meer rond naar ovaal getrokken , dit is
een beetje sterk uitgedrukt! Het pijpwerk van rugwerk is terug, ook hebben wij
die pijpen van de Baarpijp hersteld, deze kunnen van de wijdte niet meer op de
zelfde plaats staan, deze moeten meer uit elkander worden gezet, het zal een
hele toer worden. Ik ben er nu circa 7 weken, daarvan heb ik zeker 3 weken
besteed aan reparatie. U kunt wel begrijpen dat dit voor mij erg moeilijk werk
is geworden, op deze manier, er is bijna weinig goeds bij; en niets afgemaakt.
Als wij het nu niet geheel repareren dan komt er nooit iets er van. Van het
nieuwe werk is het versche hout de schuld ervan. Wij gaan maar met goede moed
verder. Ik wensch u een prettige Vacantie!'
Op
26 juli schrijft Praat aan Bouman:
'In Ruinerwold is het hoofdwerk geheel klaar op Mixtuur en Trompet na. Daar zijn
wij nu mee bezig, de Trompet wordt goed, hij mengt heel goed met de andere
stemmen. Het Gr. Octaaf van de Gamba comb. met Holpijp is prima.De Subbas lade
mechaniek, is ook al een heel eind klaar.Als wij het rugwerk onderzocht hebben,
wat de oorzaak van de bijspraak is, en als deze moet dun gelijmd worden, dan ga
ik eerst enige stemmingen voor mij zelf in orde maken.'
Op
12 augustus schrijft ds.
Vreugenhil aan Bouman: 'In verband met de orgelbouw alhier een enkel woord. We
hebben gisteravond vergadering gehad van de Kerkeraad. Daar is het niet zo
rustig toegegaan als anders. De broeders zijn voor de zoveelste maal, naar zij
menen, door Mateboer met een kluitje in het riet gestuurd. Naar men mij vertelt,
is in mijn afwezigheid (1e week van Juli) een vergadering met U geweest. Toen
schijnt het tenslotte hierop gekomen te zijn, dat met zes weken de zaak klaar
zou zijn. De zes weken zijn om. De Heer Praat vertelde mij, dat hij deze week
nog hier werken zal en dan komt hij niet terug voordat hij alles stemmen kan.
Hij rekent, dat Mateboer 14 dagen nodig heeft om alles klaar te maken. Dan heeft
de heer P. nog minstens 14 dagen nodig om te stemmen en te intoneren, d.w.z.,
dat we nog weken voor de boeg hebben en elke week met P. kost ons ƒ 325 en elke
week zonder hem ƒ 200. U begrijpt, dat de kerkeraad het beu raakt. Het komt nu
practisch hierop neer, dat de Kerkeraad zonder inschrijving een hoogst
onbetrouwbaar mens als Mateboer de bouw van een orgel toevertrouwt en hij mag er
net zo lang over doen als het dat heerschap belieft. Nu heb ik de Kerkeraad
genoeg voorgehouden, dat het eigen schuld is. Ik heb hun gezegd, dat U in Febr.
al naar een andere firma wilde gaan, maar de broeders wilden toen niet, omdat
zij bang waren voor procesvoering. Maar, gedane zaken nemen geen keer. We zitten
in het schuitje en moeten varen. Nu wilde de Kerkeraad graag, dat U hierheen
kwam, we willen trouwens ook bij U komen. Moeten we nu werkelijk volgende week
die Mateboer alleen laten tobben? Misschien, dat het dan zes weken duurt.
Misschien nog langer. En moet de Kerkeraad nu alles maar betalen. Tenslotte is
volgens contract toch de Weduwe Doornbos verplicht het werk af te leveren voor
de aannemingssom. Ze kan het niet doen, zegt men. Maar moeten we dat voetstoots
geloven? Moeten we geen pogingen doen om haar te overtuigen, dat ze betalen
moet. Ja, als ze niet kan..... Enfin, over deze en dergelijke zaken wilde de
Kerkeraad graag met U spreken. Waarschijnlijk lokt het U niet erg aan nog eens
over ons orgel te spreken en te handelen. Maar de Kerkeraad ziet geen enkele
mogelijkheid om zich op de gemeentevergadering te verdedigen. Het is ook te
dwaas om los te lopen. Een aannemingssom wordt vastgesteld en we komen er
duizenden boven. Een afspraak wordt gemaakt en geteekend, dat het 21 Dec. klaar
zal zijn, ja 21 Dec. 1952. Telkens worden nieuwe beloften gedaan, maar nooit
worden ze gehouden. En ik weet van de Heer Praat, dat niets practisch gebeurd is
in al die maanden, dat Mateboer hier gescharreld heeft met de Heer Welink.Wat
denkt U ervan? U komt deze week van vacantie. U kunt direct weer staan in het
leven met vraagstukken en problemen.' In de kantlijn aantekeningen door Bouman.
Op 12 Augustus schrijft Bouman aan Middelveld: ' Teruggekomen van vacantie vind
ik een tweetal briefjes van de Heer Praat, de laatste daterend van 26 Juli j.l.,
en een nota van de firma Verschueren, die ik hierbij sluit. Deze nota betreft de
grootste pijpen van de Baarpijp, waarvan ik bij mijn laatste bezoek
constateerde, dat ze met voorbijgaan van de bestekvoorschriften niet waren
aangebracht. Deze zullen dus nog een plaats in het Rugwerk moeten vinden. Gezien
de financiële situatie, waarin we ons met deze bouw bevinden, zal er wel niet
anders op zitten dan dat de Gereformeerde Kerk deze nota betaalt. Waren de
pijpen indertijd wel geleverd, dan zou de nota toch ook met dit bedrag verhoogd
zijn. Aan de orgelbouwers nu de taak om de pijpen alsnog in het Rugwerk onder te
brengen. Zeer benieuwd ben ik te horen, of het werk nu is voltooid. Me dunkt, we
zijn al enige dagen over de afgesproken datum heen en als de orgelbouwers
ononderbroken hebben doorgewerkt, kunnen zij zo langzamerhand wel klaar zijn. Ik
vrees echter, dat het nader bewerken van de windladen in verband met de werking
van het hout nog wel het nodige oponthoud zal hebben veroorzaakt. Maar het eind
zal nu toch wel in het zicht zijn, naar ik vertrouw. Misschien kunt U mij op de
hoogte brengen, welke werkzaamheden nog eventueel verricht moeten worden? En
bent U tevreden over wat tot stand kwam? Hebben beide heren met bekwame spoed
doorgewerkt? De Heer Praat schreef in een briefje, dat hij het werk nog zou
onderbreken om enkele stemmingen van het voor zijn klanten uit te voeren, een
m.i. redelijk verlangen. Tenslotte zou ik ook graag vernemen of de Kerkeraad
onze laatste afspraken heeft bekrachtigd. Persoonlijk ben ik van mening, dat we
moeten zien te trachten om het schip door de laatste branding heen te loodsen,
nu de haven in het zicht is, bedenkende dat ook met de bezettingskosten erbij
het werk toch nog minder zal kosten dan wanneer na de dood van de Heer Doornbos
een en ander was opgedragen aan een grote firma. Maar als we het tijdverlies en
alle beslommeringen en ergernis zouden gaan berekenen, werd dit bedrag wel
degelijk overschreden. In mijn adviespraktijk heb ik nog nooit een dergelijke
verdrietelijke gang van zaken meegemaakt. Gelukkig dat de kerk van Ruinerwold
weet wat het is haar ziel in lijdzaamheid te bezitten.'
Op, 14 Augustus schrijft
Middelveld aan Bouman: ´Gistermorgen uw brief in goede orde ontvangen. Voor betaling aan fa.
Verschueren wordt gezorgd. Ik zal trachten U enigszins weer te geven, hoe thans
de situatie hier is. Aan mej. De Waal Malefijt (secretaresse van Bouman?) heb ik gisteren telefonisch
meegedeeld, dat er een brief van Ds. Vreugdenhil zou komen, naar aanleiding van
een bespreking op de kerkeraad, waarvan ik tot op heden de strekking niet
begrijp. Het is zo. Volgende week komt het grote orgel klaar. Bourdon en Trompet
zijn klaar, de Subbas voor een deel. De heer Praat komt volgende week nog terug,
om alles in het grote orgel af te stemmen. De heer Praat hoopt U as. Zaterdag te
spreken. Nu moet de heer Mateboer de nieuwe pijpen in het rugpositief plaatsen.
Dat vordert nogal wat, omdat die 8 nieuwe grote pijpen dus de gaten, waarin nu
die 8 kleinere staan, wijder gemaakt moeten worden. Verder zoeken de heren nog
naar een fout in de lade van het rugpositief; volgens de heer Praat kan dat nogal
tegenvallen, wat de tijd betreft. De heer Praat kan U dat duidelijker zeggen.
Het eind is in ’t zicht. Me dunkt, we kunnen spoedig een datum bepalen, dat U
alles naziet, en het orgel aan de kerkeraad kan worden overgedragen. Dat moet ik
zeggen, ze werken zorgvuldig. We zijn dankbaar, dat de heer Praat er bij is
gekomen. De heer Mateboer is een goed vakman, maar niet zelfstandig genoeg om
alleen te werken. Nu meen ik, dat de kerkeraad toezicht wilde hebben op de heer Mateboer,
gedurende de tijd, dat de heer Praat afwezig is. Maar Mateboer kan nu toch niet
meer knoeien met de tijd. Ik heb nagegaan wat hij nog doen moet. Hij heeft mij
gisteren beloofd alles zo vlug mogelijk en goed af te werken. Er is nu een klank
in het orgel, ja, dat is prachtig. Als ik het zo hoor, dan kan het rugpositief
niet worden gemist, maar dan heb je het 2e klavier gemist. Alles met alles wordt
het een mooi geheel. Alleen de kosten vallen tegen, maar de aannemingssom was te
laag. Me dunkt, we moeten maar geen druk meer uitoefenen op de heer Mateboer,
m.i. gaat het goed. Ook de heer De Wit werkt goed. Met de windladen is bijzonder
werk geweest. M.i. zijn ze flink opgeschoten. Ik heb
geen klacht. Maar Ds. Vreugdenhil meent nog steeds, dat Mateboer lui is. ’k
Geloof dat Ds. ook een zekere tegenzin in die persoon heeft. ’k Ben bij scriba
Hospers geweest en het bleek me dat Ds. j.l. Maandag de kerkeraad niet
volledig had ingelicht, wel de aparte brief voor mevrouw enz. Echter ’k heb dit
gezegd tegen de scriba, waarom de gehele kerkeraad en bij nu het aan een
commissie uit kerkeraad + C. v. Beheer is overgelaten? Wordt die
niet meer vertrouwd, en vertrouwt Ds. Vr. zichzelf niet meer in die commissie? Maar eerst Ds. Vr. en nu Ds.
Herder met vacantie is, hebben we over
uw brief van 8 Juli jl. nog niet nader gesproken, we willen dat liever in de
volledige commissie bespreken, en dan tot de kerkeraad te gaan. Het schip zit
nog iets in de branding, maar de haven is in ’t zicht. Het heeft U, maar ook
mij, en ons allen veel geleerd. ’t Kan ons in ons verder leven van nut zijn! De
mens wikt, God beschikt.Dit hebben we kunnen leren. Maar het zal met Gods hulp gelukken. Dit
zij ook voor ons een zaak des gebeds. De kerk wordt hersteld, het dak, de vloer geschilderd, het zal
straks een ander aanzien geven. Er is voor die herstelling een commissie, door
de gemeente gekozen, vrijwillige gaven. De uitslag is nog niet geheel bekend,
maar het zal wel ƒ 16 à ƒ 17000 opbrengen. Moge dit alles dienen, tot eer des Heeren, die ons goed willende
schenkt. Met hart. groeten,J. Middelveld
P.S. Als het orgel klaar is, moeten we naar de nieuwe Minister voor
subsidie!
Wanneer het orgel overgedragen wordt, zouden we U des avonds gaarne in
ons midden hebben, voor spreken en spelen. ’k Wil U gaarne van Meppel halen en
brengen en U kan bij Ds. Vr. wel logeren. Denkt U daar eens over. Datum kan met
U afgesproken worden. ’t Zou feestelijk zijn, en voor U een voldoening.'
Op
18 augustus beantwoordt Bouman de
brieven van Middenveld en Vreugdenhil: 'Vrijwel gelijktijdig mocht ik van U
brieven ontvangen over de afwerking van het orgel in de Gereformeerde Kerk te
Berghuizen. Naar aanleiding daarvan heb ik zojuist een uitvoerig onderhoud gehad
met de Heer Praat, zodat ik weer geheel op de hoogte ben met de stand van zaken
te Uwent. Datgene wat nu volgt, is door mij met de Heer Praat besproken en deze
zag er de billijkheid van in en is ook bereid zijn medewerking hierin te
verlenen. Dat het werk langer heeft geduurd dan de overeengekomen datum van 5
Augustus 1952 is daaraan toe te schrijven, dat het restauratie- en intonatiewerk
aan de oude pijpen is tegengevallen, omdat vele zeer dun van wand bleken, zodat
allerlei extra voorzieningen moesten worden getroffen. Redelijkerwijze was dit
niet te voorzien. Een tweede reden van het oponthoud is gelegen aan het niet
voldoende uitgewerkt zijn van het hout, dat voor de nieuwe windladen en slepen
was gebruikt. Bij de vroegere leveringen kwam dit met het blote oog ook niet te
constateren. Dit laatste risico is geheel voor de orgelbouwer, die uitgewerkt
hout te leveren heeft. Eventuele schade kan op hem verhaald worden. Echter is
het in het belang van Uw kerk, dat nog tijdens de opbouw voorzieningen worden
getroffen en niet later na de aflevering. Op dit punt zullen wij dus coulant
moeten zijn, onder reserve van alle recht om de orgelbouwer voor
schadevergoeding aan te spreken. Gelukkig is het oude orgel thans geheel
gerestaureerd op een twintigtal kleine pijpjes na. Dit is tenminste een mooi en
tastbaar resultaat.
De volgende werkzaamheden moeten nog worden verricht:
De lekkage bij de voorslagen moet worden weggenomen. De toetsweerstand moet voor
alle klavieren zo licht mogelijk worden gemaakt, zonder echter hangerij te
veroorzaken, en tevens moet de aanslag worden geëgaliseerd. Het snijwerk voor
het Rugwerk moet nog worden afgewerkt en verguld, terwijl eveneens alle labiums
van de frontpijpen moeten worden verguld. De windlade van het Rugwerk moet nog
nauwkeurig op luchtdichtheid worden gecontroleerd, eventueel opnieuw verlijmd en
bijgeschuurd. De ahornhouten verbindingsstukken, waarin de schroefdraad voor de
abstracten is bevestigd, moeten zodanig worden voorzien, dat deze asjes er niet
uit kunnen lopen. Het pijpwerk c tot g voor de Schalmeij 8′ moet op de windlade
worden gezet, hetgeen met verplaatsing en verwisseling van andere pijpen gepaard
zal gaan. Het reeds voorgeïntoneerde pijpwerk van het Rugwerk moet op de
windlade worden geplaatst en verder afgeïntoneerd. Tenslotte moet het orgel
geheel worden gestemd.
De voorzetting van de brief is enigszins eigenaardig
er lijkt een gedeelte te missen.):
'voor de voldoening van welke vordering
dan ook, maar als belanghebbende zich niet geheel onbetuigd wil laten. Dit zijn
overigens zaken, die bij de eindkeuring in het najaar nog wel kunnen worden
besproken. Komt het U na het bovenstaande nog noodzakelijk voor, dat de
samenspreking tussen ons doorgaat? Het lijkt mij toe, dat er zakelijk toch niet
veel anders opzit dan wat hierboven werd beschreven. Met Ds. Vreugdenhil ben ik
het eens, dat de zaak minder verdrietelijk voor U was geweest, wanneer op mijn
voorstel indertijd was ingegaan om een firma als Verschueren het instrument
geheel te laten afwerken, maar napleiten heeft weinig zin. Ik zou willen
besluiten met de laatste alinea in mijn brief van 12 dezer aan de Heer
Middelveld. Maar ook, al zijn we er nu bijna, dit is geen reden om ten aanzien
van de Heer Mateboer de teugels niet strak te houden. Deze heeft bewezen, ze
nodig te hebben. Op dit punt zou ik van geen toegeven willen weten, zelfs al zou
hij zich daarom aan het werk willen onttrekken. Overigens zou de tijd, waarin de
Heer Praat afwezig is, kunnen worden gebruikt voor de werkzaamheden aan het dak.
Met grote belangstelling zie ik Uw antwoord tegemoet en verblijf inmiddels met
vriendelijke groeten en de meeste hoogachting,
P.S.
Wat Uw vraag t.a.v. de
ingebruikname van het orgel betreft en mijn medewerking daarbij, bericht ik U,
gaarne bereid te zijn om de avond van de dag, waarop de eindkeuring plaats
vindt, een causerie over het orgel te houden en het instrument te bespelen. Ten
aanzien van de programma-samenstelling houd ik graag voeling met Uw wensen. In
de praktijk is mij gebleken, dat bij een publiek, dat vrijwel geheel uit leken
bestaat, de grootste vraag is naar bewerkingen van geestelijke liederen, waarbij
alle gelegenheid is om de verscheidenheid in registratie van een orgel te laten
horen. Maar ook zou een enkel meer bevattelijk orgelwerk van een bekende
componist niet misstaan. Gaarne hoor ik hierover nog Uw mening. Als honorarium
voor zulk een orgelbespeling reken ik ƒ. 25,—, wanneer hiervoor geen extra reis
nodig is, anders natuurlijk meer.'
Op 22 augustus stuurt Verschueren een
overzicht van openstaande rekeningen: 'Mogen wij van U vernemen hoe de
zaken te Ruinerwold staan? De bedragen van onze laatste leveringen hebben wij
via het kerkbestuur ontvangen. Wij wachten echter nog steeds op overmaking onzer
factuurs:
| Datum | Bedrag |
| d.d. 20 Dec. ’51 | ƒ 848,50 |
| 26 Nov. ’51 | ƒ 4,42 |
| 9 Juli ’51 | ƒ 2,38 |
| 30 Jan. ’52 | ƒ 835.— |
| totaal | ƒ 1690,30 |
Dispositie:
| Hoofdwerk | ||
| Bourdon | 16' | bas uit 1903, discant uit 1785 |
| Prestant | 8' | |
| Holpijp | 8' | |
| Viola di Gamba | 8' | groot octaaf voortgezet in Holpijp rest uit 1903 |
| Octaaf | 4' | |
| Fluit | 4' | |
| Quint | 2 2/3' | |
| Octaaf | 2' | |
| Quint | 1 1/3' | ontbrekende pijpen nieuw |
| Mixtuur | IV-V | hoogste koor nieuw |
| Trompet | 8' | nieuw |
| Rugwerk | ||
| Baarpijp | 8' disc. | nieuw |
| Quintadena | 8' | voortgezet in Baarpijp 8' disc. pijpwerk van vroegere fluit 2' |
| Praestant | 4' | nieuw |
| Nachthoorn | 2' | nieuw |
| Sesquialtera | I-Il | nieuw |
| Scherp | IV | nieuw |
| lege plaats | voor Dulciaan 8' | |
| Pedaal | ||
| Subbas | 16' | (nieuw) |
Manuaalkoppel, Pedaalkoppel (beide nieuw). Manualen van C - c3, pedaal C - d'.
Winddruk 65 mm. Toonhoogte een halve toon hoger dan normaal.
Op
10 oktober schrijft Middelveld aan
Bouman.: 'Bij dezen sluit ik een brief in van de fa. Verschueren. Mag ik die van
U terugontvangen? Wilt U advies geven, wat we moeten antwoorden?Het was jl.
Vrijdagavond een prachtavond. Ook Zondag werd er goed naar het orgel geluisterd.
Mag ik van U ook enkele gegevens ontvangen over de registratie? B.v. van een
voorspel tot volle werk, al moet dan niet alle registers los. Welke combinaties
zijn mooi. De heren Koelewijn & Dekker gaan veel oefenen, daarvoor mis ik de
tijd de lijst, en 'k zou als ik vervangen moet, ook gaarne en mooi geluid laten
horen. Bij voorbaat hartelijk dank. De heer De Wit werkt deze week, met het
aanbrengen goudblad is hij klaar. Alsmede de ... voor de Trompet. Maandag komt
de heer Praat.
Op 13 Oktober
schrijft Bouman aan Middelveld: 'Dank voor Uw brief en voor de toezending van
het Kerkblaadje. Mochten er verslagen en beschrijvingen van het orgel zijn
verschenen in het Geref. Kerkblad voor Drenthe en Overijssel en in een krant,
zoudt U mij daarvan dan ook een exemplaar kunnen toezenden? Bij voorbaat
hartelijk dank. Ook zou ik het buitengewoon waarderen, wanneer ik in verband met
het aanvragen van de Rijkssubsidie en het publiceren van een artikel over de
restauratie een scherpe foto van het orgel zou kunnen krijgen in de
tegenwoordige staat, liefst in tweevoud op glanzend afdrukpapier. Wellicht kan
iemand uit de gemeente daar wel voor zorgen? Misschien kan die foto zo genomen
worden, dat de dwarsbalk voor het front het minst hinderlijk aandoet. Het is dan
wel zaak om te zorgen dat bij de opname geen storende uitsteeksels of voorwerpen
aan het orgel of op de galerij aanwezig zijn. Gezien de situatie zal Blitzlicht
wel nodig zijn. Zodra de Heer Praat klaar is, kom ik de nakeuring verrichten.
Wat de brief van Verschueren betreft, die hierbij retour gaat, adviseer ik U,
hem zonder meer de gevraagde gegevens te verstrekken en voorts te vermelden, dat
de Heer Praat nog bezig is met het wegnemen van enkele ongelijkheden in de
intonatie en dat het te voorzien is, dat einde van deze Week het orgel geheel
aanvaard zal zijn. Laat U vooral duidelijk uitkomen, dat U reeds verscheidene
duizenden guldens meer hebt betaald dan de aanneemsom bedroeg. Mag ik tenslotte
van de penningmeester een totaal-overzicht hebben van de verschillende personen
of firma’s, aan wie iets bij of in verband met de orgelrestauratie is
uitbetaald? Het gaat alleen om de totaalbedragen. Ik heb die n.l. nodig voor de
Rijkssubsidie-aanvrage, die ik U t.z.t. ter ondertekening en goedkeuring zal
doen toekomen.'
Op 18 oktober
schrijft Middelveld aan Bouman.: 'Uw brief d.d. 13 October in welstand
ontvangen. Afgelopen zond ik U een schrijven van de Penn. der Kerk. Naar ik
vernomen heb, zal mevrouw Mulder-Dekker U gegevens zenden uit het Geref.
Kerkblad, een verslag. Voor een foto hoop ik te zorgen. Zeer waarschijnlijk komt
de heer Praat, heden klaar. ’k Dacht dat hij U dit zelf zal meedelen. Dus hopen
we op elkaar spoedig bij de eindkeuring nog te ontmoeten. De Penn. heeft ook een
schrijven klaar voor de fa. Verschueren, die ik heden verzond. Het orgel voldoet
uitstekend, maar het viel me op, dat de kleine balg wat lek is. Jammer is, dat
er een vaste kast om is. Deze zou misschien uit elkaar genomen moeten worden, om
deze zodanig te maken, dat hij gemakkelijk uitneembaar is.'
Op
22 antwoordt Bouman: 'Dank voor Uw
schrijven met nadere gegevens. De foto zie ik gaarne tegemoet, om die te laten
reproduceren bij het artikel over dit orgel in het eerstvolgende nummer van
Organist en Eredienst. Van Uw plaatselijk kerkblaadje ontving ik een
tweetal exemplaren. En verder een 30-regelig berichtje uit een krant van 7
October, waarvan de naam mij onbekend is. Mocht er meer verschenen zijn, dan zal
ik daar graag een exemplaar van ontvangen. Ik denk aan het provinciaal Kerkblad
en de krant. Wat de door U vermoede lekkage in de blaasbalg betreft, is dit niet
het gewone geruis, dat blaasbalgen altijd eigen is, wanneer zij met een
electrische ventilator verbonden zijn? Immers, de ventilatorwind moet toch
ergens blijven. Juist om beschadigingen van buiten te voorkomen is de balg goed
ingepakt, maar er is natuurlijk geen bezwaar tegen om een paneel uitneembaar te
maken. Tegen het eind van deze maand hoop ik nog langs te komen om de nakeuring
te verrichten. Ik zal U van mijn komst nog tijdig op de hoogte stellen.
Op
25 oktober schrijft MIddelveld aan
Bouman: 'Even een kort bericht. Jl. Vrijdag zijn foto’s gemaakt ’t orgel, door
een goede fotograaf. De proeven worden mij toegezonden. Zodra ze klaar zijn,
ontvangt U ze. Het orgel houdt zich best. U bericht bij Uw komst?'
Op
25 oktober schrijft Praat aan
Bouman: 'Uw lijstje van Ruinerwold afgewerkt. 13 t.m. 18 October. In de meeste
gevallen ben ik er in geslaagd om het te verbeteren, vooral het zwakker maken,
in minder maten met de fluitende tonen, en met een blaastoon, vooral met
Nachthoorn 2 bes klein, die had ik wel goed, door de kern te laten zakken, maar
toen wilde hij niet meer stemmen met het volle werk van het rugwerk, door meer
de kern iets hoger, (vooral als de kast dicht is) stemt hij weer goed. De
stemming heeft veel last als de kast dicht komt. De Trompet had ik heel goed en
mooi. Woensdag avond, en Zaterdag morgen, waren er al meer pijpen bij die waren
meer aangetast. Hopende dat het verder naar uw zin is.'
Op
29 oktober schrijft Bouman aan
Verschueren: 'Het orgel van Ruinerwold is thans door mij goedgekeurd. Het is een
mooi werk geworden. De Heer Praat uit Zaandam zal het verder onderhouden. De
Kerkeraad zal zich nog beraden om aan de schuldeisers nog iets uit te keren. Zo
spoedig mogelijk hoort U nader hierover.'
Notitie met daarboven
handgeschreven 'Verschueren 30 oct. 1952' en daarna getypt: 'De affaire
Ruinerwold ziet voor ons niet goed uit. Het is toch niet juist, dat zoiets
gebeuren kan. Wij, die een paar procent winst maken, dragen het risico honderden
guldens strop te hebben.'
Op 31
oktober krijgt Bouman de foto toegestuurd van het orgel door organist
Koelewijn?. 'Geachte Heer Bouman, Ingesloten vindt U het beloofde kiekje van het
orgel der Geref. kerk te Ruinerwold-Koekange. Mocht het geschikt zijn om in een
tijdschrift te worden geplaatst, dan zou ik het zeer op prijs stellen het
desbetreffende nummer te ontvangen.'
Op
7 november schrijft Mateboer aan
Bouman: 'Wanneer U een rapport over de restauratie van het orgel te Ruinerwold
opstelt, zoudt U mij dan ook een exemplaar kunnen sturen? Of wanneer dat niet
mogelijk is, een afschrift daarvan. Ik heb zoveel aan dat orgel gedaan, dat U
begrijpt wel, dat ik ook graag het rapport zou zien. Doordat ik geen contact
meer met de Wed. Doornbos heb, zou ik dat mislopen en dat zou me erg spijten.
Mocht U nog eens een karweitje hier in het Noorden hebben, dan zou ik graag een
kans willen hebben. U kunt ervan verzekerd zijn, dat het niet zo gaat als in
Ruinerwold, dat er geld gevraagd wordt voordat er recht op is, of dat het werk
over tijd is. En dat het werk zelf, vooral niet minder zal zijn.'
Op
14 november schrijft Bouman aan
Middelveld: 'Hierbij ingesloten doe ik U toekomen het eindkeuringsrapport van
het orgel in de Gereformeerde Kerk te Berghuizen. Ik hoop dat het zo naar Uw zin
is, en heb tevens bijgevoegd het model van een subsidie-aanvrage, die Uw
Kerkeraad zou kunnen richten aan de Minister van Onderwijs, Kunsten en
Wetenschappen, Prinsessegracht, ’s-Gravenhage. Dit stuk behoeft niet op zegel
gesteld te worden en kan met de hand geschreven zijn. Nu mijn taak als adviseur
bij deze restauratie en uitbreiding is beëindigd, ben ik zo vrij om U beleefd te
verzoeken, mij via postcheque, betaalbaar gesteld aan Mr. A. Bouman,
Stadhouderskade 145 te Amsterdam, aan het bijkantoor Hemonystraat-Amsterdam, te
willen doen overmaken vijf procent van het totaal aan het orgel bestede bedrag,
met uitzondering van de kosten die besteed zijn voor het vooruitplaatsen van het
orgel en het schoonmaken van de kast. Voor Uw bemiddeling in deze bij voorbaat
hartelijk dank. De toegezegde foto’s mocht ik nog niet ontvangen; gaarne houd ik
me daarvoor aanbevolen. Het zal goed zijn om deze foto’s ook bij te voegen bij
het request om rijkssubsidie, en eveneens bij het request om provinciale
subsidie, waarin U wel gelieve te vermelden dat Rijkssubsidie is aangevraagd. U
kunt pas voor 1953 subsidie aanvragen, omdat voor de vorige jaren een dergelijke
subsidiepost niet op de begroting van Monumentenzorg was uitgetrokken. Dit is
ook de reden en het excuus, dat U pas thans Uw aanvrage indient. T.z.t. hoop ik
U een exemplaar toe te zenden van de artikelen, die ik over dit orgel in
Organist en Eredienst hoop te schrijven.'
Op 14 November verschijnt het
eindrapport van Bouman:
'Aan de
Commissie van Beheer der Gereformeerde Kerk van Ruinerwold-Koekange p/a de
Weledele Heer J. Middelveld.
Hierbij heb ik het genoegen U het eindrapport
uit te brengen over de verrichte werkzaamheden aan het orgel in de Gereformeerde
Kerk te Berghuizen.
Nadat de werkzaamheden verschillende malen door mij waren
gecontroleerd en nog niet in overeenstemming bevonden met de overeenkomst van 2
Januari 1951, kan ik thans verklaren dat dit wel het geval is. Daarbij valt
echter het een en ander op te merken.
Art. 3. Het orgel had geheel gereed
opgeleverd moeten zijn 21 December ’51. Door de U bekende omstandigheden was dit
pas 30 October 1952 het geval. Volgens art. 55 van de AVON zal hiervoor een
korting op de aanneemsom kunnen worden toegepast, hetgeen echter weinig zin zou
hebben, daar de orgelmakers reeds meer dan het hun rechtens toekomende hebben
ontvangen en op hen wel geen verhaal mogelijk zal zijn.
Art. 4. Door de U
eveneens bekende omstandigheden is de aanneemsom van f. 11.250.- opgelopen tot
f. 16.000.-, welke reeds zijn uitbetaald. Op zichzelf is de laatstgenoemde som
als een normale uitgave te beschouwen voor al het verrichte en geleverde werk.
Maar het blijft een tegenvaller, waarop aanvankelijk niet gerekend was. De Kerk
zou de firma Doornbos en de door haar gemachtigden (natuurlijk met uitzondering
van de Heer Praat) kunnen aanspreken.
Art. 6. Ik adviseer U, het onderhoud
van het orgel op te dragen aan de Heer P.A.J. Praat te Zaandam tegen het
daarvoor staande bedrag, door de beide Orgelbouwersbonden vastgesteld, van f.
72.- per jaar, waarbij de orgelbouwer de garantie op zich neemt en in het
voorjaar òf in het najaar het orgel geheel doorziet en zuivert van kleine
gebreken. De kosten van een algehele extra-stemming zouden f. 54.- per keer
bedragen, maar het lijkt mij niet nodig hiertoe over te gaan, aan de organist
zou kunnen worden geleerd de Trompet te stemmen, zodat deze dit register zelf
zuiver kan houden. Bovendien is dit register na de keuring gedemonteerd, om het
houtwerk gelegenheid te geven zodanig te “acclimatiseren”, dat het zuurgehalte
verdwijnt en dus niet meer oxyderend op het koper van lepels en tongen der
Trompet kan inwerken. Bij de eerstvolgende algehele stemming zouden deze delen
weer kosteloos door de Heer Praat kunnen worden gemonteerd.
Art. 7. De hier
genoemde werkzaamheden zijn verricht, waarbij gelegenheid is het volgende op te
merken. Boven bestek zijn nieuwe eikenhouten slepen gemaakt, waarvan het hout
nog enige werking vertoont. Het pedaalklavier is recht en vlak in plaats van hol
en met straalvormige boventoetsen gemaakt (geen bezwaar). Daar het ten dele
vernieuwde mechaniek nog moet ingespeeld raken, is de mogelijkheid van „een
hanger” niet uitgesloten, doch e.e.a. is gemakkelijk te verhelpen door de
organist, wanneer deze tenminste voorzichtig te werk gaat. Hetzelfde geldt voor
de aansluiting van de abstractdraden aan de welarmpjes van het Hoofdwerk, die
door de firma D. met gaatjes, asjes en schroefjes is geschied. Deze constructie
is nodeloos ingewikkeld en kostbaar, maar kan gehandhaafd blijven. Mocht zich
bij ruw spel een storing voordoen, dan kan deze eveneens gemakkelijk door de
organist worden verholpen. Boven bes¹ is de Viola 8′ in het groot octaaf
voortgezet in de Holpijp 8′, hetgeen de bruikbaarheid van het register heeft
bevorderd. De 14 grootste pijpen van de Bourdon 16′ zijn op pneumatische laden
ondergebracht.
Art. 8. De slepen van het Rugpositief zijn gemaakt van
mahonie. Een open plaats voor een Dulciaan 8′ is op de windladen gelaten, zodat
voor dit register later een sleep met registertrekker en pijpwerk kunnen worden
aangebracht. Naar schatting zouden de kosten hiervan ongeveer f. 1000.-
bedragen. Ook zonder deze stem is het orgel echter sterk genoeg. De trekstokken
der registers zijn van zwaar buisijzer gemaakt, wat bedrijfszekerder is dan
grenenhout. Het nieuwe pijpwerk is voortreffelijk gemaakt. Ook is de constructie
van het overige nieuwe werk behoorlijk, al heeft het niet geheel uitgewerkt zijn
van het eikenhout zich tijdens de werkzaamheden helaas hinderlijk laten gelden;
deze kwaal wordt echter met de dag minder. Voor de Quintadena 8′ is in de
discant het oude pijpwerk van de Fluit 2′ gebruikt, zodat deze antieke pijpen
niet behoefden te worden opgeruimd. Wanneer we het totaal van deze restauratie
en uitbreiding overzien, mag duidelijk worden geconstateerd, dat een fraai en
krachtig orgel is tot stand gekomen, dat ruim voldoende is opgewassen tegen zijn
taak in de Gereformeerde eredienst. De intonatie, verzorgd door de Heer P.A.J.
Praat te Zaandam, is prachtig geslaagd. Ik zou geen register weten te noemen,
dat een inzinking zou betekenen in het geheel. De antieke registers, waarvan de
klank door verschillende bewerkingen en verwaarlozing was misvormd, zijn weer
tot oude glorie teruggebracht, en de nieuwe registers voegen zich zo harmonieus
daarbij, dat geen onderscheid tussen het oude en nieuwe werk is te constateren.
Zo is de klank krachtig en duidelijk geworden, maar tevens van een voorname
volheid. De registers Mixtuur en Scherp zijn vrij sterk gehouden met het oog op
volbezette kerk, waar de klank ook onder de galerijen moet kunnen doordringen.
Zoals ik reeds in Uw Kerkblaadje van 11 October j.l. schreef, mag dit orgel van
Matthias Amoor, leerling van de beroemde Schnitger, uit 1743, worden beschouwd
als een der belangrijkste instrumenten van Drente en uit de Gereformeerde Kerken
van ons land. Het zou dan ook de moeite lonen, om alsnog voor deze geslaagde
restauratie subsidie van Rijk, Provincie en Gemeente aan te vragen, temeer waar
het in de tweede klasse van beschermde orgelmonumenten is opgenomen.
Van dit
schrijven zend ik een doorslag aan de Heer Praat en aan de Heer Mateboer, die
zich eveneens veel moeite voor het werk heeft gegeven. Moge het orgel in zijn
herstelde en uitgebreide vorm nog vele generaties van kerkgangers blijven
voldoen en het zijne bijdragen om de eredienst te doen zijn tot stichting van de
Gemeente en verheerlijking van God. U gaarne dank zeggend voor het in mij
gestelde vertrouwen en voor de prettige samenwerking, speciaal met Uw Heer
Middelveld, verblijf ik met broedergroeten en de meeste hoogachting,'
Op
18 november schrijft Mateboer aan
Bouman: 'Mijn dank voor het toezenden van het eindrapport, betreffende het orgel
van Ruinerwold. Alleen, mag ik U beleefd vragen, waarom de Heer Praat alleen
genoemd wordt, en mij niet? Dit was toch ons beider werk, en de Heer Praat heeft
U toch ingelicht, omtrent mijn aandeel in het intoneren?'
Op
21 november volgt het antwoord van
Bouman: 'In het eindkeuringsrapport voor Ruinerwold heb ik ook Uw naam genoemd,
evenals op de avond van de weder-ingebruikname. Moeilijk kan ik beoordelen, welk
Uw aandeel in de intonatie is geweest, wel weet ik dat het werk van de Heer
Praat hierin beslissend was. Uw vakkundigheid laat ik buiten discussie. De wijze
echter, waarop U de kerk te R. aan het lijntje hebt gehouden, maakte mij
huiverig om zonder meer met U opnieuw in zee te gaan. Ik kan dit alleen in
overweging nemen, wanneer U in de toekomst een nieuwe opdracht hebt uitgevoerd,
waarbij de opdrachtgever na afloop schriftelijk de verzekering kan geven, dat
het werk voor een redelijke prijs en binnen de gestelde termijn bevredigend is
uitgevoerd. Het spijt me wel, dat ik niet coulanter kan zijn, maar mijn
verantwoordelijkheid tegenover opdrachtgevers en ook mijn eigen belang dwingen
mij hiertoe.'
Op 25 november
schijft Middelveld aan Bouman: 'Eindelijk kan ik U een foto sturen. M.i. mooi
gelukt. De fotograaf kon die stang niet weg krijgen, van alle geprobeerd,
vandaar dat ’t zo lang duurde eer de foto werd verzonden. Er zijn 2 gemaakt. De
lichts gekleurde vinden we het mooist. Die spreekt het meest. Mag ik deze
cliché’s van U terug? Of wilt U er één houden voor uw archief. Ook kunnen we er
bij bestellen, en ansichten laten maken, dan kunnen de gemeentenaren en
daarbuiten er ook een kopen. ’t Is een mooi stuk werk. Nu ben ik zeer benieuwd
naar uw artikel in de Orgelkrant.'
Op
1 December bedankt Bouman voor de
foto: 'Hartelijk dank voor het toezenden van de foto’s. De minst mooie heb ik
gehouden. Ik zou U aanraden om van de foto, die hierbij teruggezonden wordt,
afdrukken te laten maken. Mag ik, wanneer die gereed gekomen zijn, er nog één
van hebben voor mijn archief en één voor reproductie in Organist en Eredienst?
Het doet mij genoegen te horen, dat het instrument zo goed voldoet. Ook het
honorarium zie ik met belangstelling tegemoet.'
Op
2 december schrijft Middelveld aan
Bouman: 'De correspondentie vanwege Kerkeraad en C v Beheer zal tussen U en mij
spoedig afgelopen zijn, daar ik met 1 Januari a.s. moet aftreden. Negen jaar ben
ik voorzitter der Commissie geweest, dus tijd genoeg gegeven. Vooral de beide
laatste jaren waren druk en vroegen veel tijd. De kennismaking met U sinds
Augustus 1950 in Zwolle voor het eerst en later meermalen, zal ik niet vergeten.
Gisteravond was er vergadering van de kerkeraad, waar de HH de Roo, Bochman en
ondergetekende ook aanwezig waren voor de a.s. begroting. Uw brief kwam ter
sprake, en ook het door U gevraagde honorarium. Nu werd mij opgedragen U te
vragen of het meerdere boven de aannemingssom, waarin veel arbeidsloon zit van
de heer Mateboer, meetelt voor berekening 5%. De meningen waren verdeeld. Is er
meer materiaal geleverd, en meer werk geweest.
Wil U me hierop even uw
antwoord geven? M.i. komt U het van het volle bedrag ƒ 16000, 5% toe, gezien de
bestede tijd, schrijf me per omgaande terug, en U ontvangt de cheque. Zijn de
foto’s goed geslaagd? Moet U meerdere hebben, moeten we voor de aanvraag
subsidie nieuwe foto’s insluiten?'
Op
9 december schrijft Bouman aan
Middelveld: 'Dank voor Uw vriendelijk schrijven van 2 dezer. De vraag over mijn
honorarium kan ik begrijpen. Laat ik U zeggen, dat het door mij gewoonlijk
berekende honorarium van 5% van het aan een orgel verwerkte bedrag, waarin dan
al mijn onkosten tevens begrepen zijn, buitengewoon laag is, en dat er wel
adviseurs zijn die tot 10% gaan. Die van de Hervormde Orgelcommissie rekenen
b.v. 8% en maken nog niet eens het bestek zelf. De extra werkzaamheden van de
Heren Mateboer en Praat hebben mij, zoals U bekend is, veel tijd en
correspondentie gekost. Ook zijn er nog enige kleine extra leveranties geschied,
door mij omschreven en gecontroleerd. Mijn 5% wordt uitgekeerd van alles wat aan
de orgelmakers gezamenlijk ter hand is gesteld in de loop der jaren. Hierbuiten
valt dus het werk van Uw timmerlieden, schilders o.d. Dank voor Uw toezegging
van overmaking per cheque. Wat de subsidie-aanvrage aan de Minister van
Onderwijs, Kunsten & Wetenschappen betreft, ben ik gaarne bereid om het door U
te verzenden stuk nog even tevoren te bekijken. Bijsluiting van een foto is
noodzakelijk. Mogelijk was er toen al deze
concept-aanvraag. Vertrouwelijk
kan ik U wel meedelen, dat op de laatste vergadering van de Rijkscommissie van
Advies voor Kerkorgels door mij het geval Ruinerwold ter sprake is gebracht, en
tevens geadviseerd om 30% subsidie voor restauratie van het oude werk te
ondersteunen. Dit werd aanvaard. Zelf zie ik nog graag een paar ansichtkaarten
van de foto, die werd teruggezonden, tegemoet.'
Op
15 december schijft Verschueren
aan Bouman: 'Van de Fa. Doornbos te Groningen ontvingen wij nog steeds geen
voldoening onzer rekeningen ad. totaal ƒ. 1693,57 voor geleverde onderdelen voor
Ruinerwold. Wij hebben reeds diverse malen geschreven aan de Wed. Doornbos en
Dhr. Edskes, doch wij ontvangen nauwelijks antwoord. Gaarne zouden wij van U
willen vernemen, wie hier verantwoordelijk is voor de betaling. Dhr. Edskes
heeft n.l. de bestelling bij ons gedaan voor de Fa. Doornbos, en zoals wij
gehoord hebben, heeft hij ook betalingen van het kerkbestuur ontvangen. Zou U
misschien contact kunnen opnemen met Dhr. Edskes en of de Wed. Doornbos en er op
willen aandringen dat onze vordering wordt voldaan.' (25)
1953:
Op 10
januari schrijft Verschueren aan Bouman: 'In vervolg op ons schrijven d.d.
15 Dec. ’52 betreffende de zaak Wed. Doornbos te Groningen, kunnen wij U mede
delen, dat wij de Heer Edskes hebben aangezegd om vóór 15 Jan. a.s. te betalen,
waarna wij de zaak in handen van onze advokaat zullen geven. Wij zijn er echter
niet zeker van, of dit iets uithaalt, want uiteindelijk hebben wij toch zaken
gedaan met de Fa. Doornbos, en dient deze ons te betalen en op haar beurt de
zaak met Dhr. Edskes te regelen. Gaarne zouden wij van U Uw mening hierover
horen.
Op 14 januari schrijft
Bouman aan Middelveld Jr.: 'Bijgaande stukken zijn zo uitstekend in orde. U kunt
ze zonder meer verzenden. Alleen moet op de brief nog een correspondentie-adres
worden vermeld. Graag zou ik van ingesloten photo ook een exemplaar ontvangen,
in briefkaart-formaat, om te worden afgedrukt bij het artikel dat ik inmiddels
inzond aan de redactie van het tijd schrift Organist en Eredienst. Kunt U mij
een en ander bezorgen, zo mogelijk in tweevoud?'
Op
16 januari schijft Middelveld aan
Bouman: 'Uw schrijven met foto ontvangen en doorgezonden naar de Minister van
Onderwijs, enz. Ingesloten zend ik 2 foto’s. Nu is het jammer, dat de fotograaf
afdrukken gemaakt heeft van de donkerste foto; ze zijn evenwel goed. Ik heb het
hem per telefoon goed gezegd, maar dit resultaat. Hoewel ik geen lid meer ben
van C v Beheer, meen ik U te moeten melden, dat enkele leveranciers voor het
orgel zich tot een Deurwaarder te Groningen hebben gewend. Deze vraagt aan wie
de termijnen zijn uitbetaald, ook de laatste. Kan die deurwaarder nog meer doen.
Bochman heeft alle kwitantie’s. Als het hoger komt, mogen we U dan om raad
vragen? Kunnen ze dwingen, die drede termijn aan die man te betalen voor zijn
cliënten? Hij vraagt het voor één uit Groningen. Mag ik van U een exemplaar
Organist? Eredienst?'
Aantekening onderaan: 'Antw. 22 Jan. ’53. AB'.
Op
21 Februari schrijft Middelveld
aan Bouman: 'Eindelijk bericht op uw brief van 23 Januari j.l. Die fotoman uit
Kampen laat maar wachten, hedenmorgen heb ik de door U gevraagde foto ontvangen,
en zend haar dadelijk door. Deze is m.i. mooier dan de andere. Het orgel houdt
zich best. De organisten hebben aan de C v Beheer gevraagd, of U goed kon
keuren, dat er wijzigingen in de orgelbank aangebracht kwamen; als je speelt zit
je zo in het oog van het publiek, en ten tweede of op het toetsenbord een
kleedje mocht? Een afsluiting gelijk op het vele orgels met een deksel. ’t Komt
wel stof tussen de toetsen. Bericht U me daar eens over. Ten slotte. Wat denkt U
van de heer E.J. Schuurman? Gister kwam hij bij mij met een rekening. Ik begrijp
het niet, ’k meende eerst, dat hij wat uitgevonden had voor ons orgel. Dat is
niet nu, maar ’t zal voor de toekomst gelden. De heer Schuurman weet veel, maar
van alles te weinig. ’t Is een beste kerel, maar zijn leven is m.i. meer ...
Wanneer ik U spreek, zou ik meer kunnen vertellen; ’k heb hem wel zien
debatteren met Dr. Schouten, meneer Smeenk en meer vooraanstaande personen, maar
helaas, Schuurman is te hoog?. Buitengewoon belezen, maar moet maar één richting
bestudeerd hebben, bv als mr in de Rechten, of iets anders. ’k Denk dat U hem
wel al hebt begrepen. Maar wil hij zich in verbinding stellen met grote
orgelbouwers, dan is daar niets op tegen; ik vrees dat ’t van alles niets wordt.
Van de fa Doornbos of Edskes heb ik niets weer gehoord. Mocht U in ’t Noorden
komen, U is hier welkom.'
Op 6 maart schrijft Bouman aan Middelveld: '6 Maart
1953
Den Weledelen Heer
J. Middelveld,
C. 119,
Ruinerwold (Dr.).-
Zeer geachte Heer Middelveld,
Hartelijk dank voor Uw schrijven van 21
Februari j.l. Het verheugt me dat het orgel zich goed houdt. Zodra het hout van
het stevelblok van de Trompet 8′ is uitgewerkt, zal de Heer Praat ook dit
register kunnen inzetten, zodat het orgel dan weer compleet is.
Ik zou U
persoonlijk ontraden om aan weerszijden van de orgelbank gordijntjes aan te
brengen. Het zijn lelijke dingen, en na enige tijd is het publiek aan de inkijk
gewend en hindert het de organist niet meer. Moet het persé, dan liefst zo
onopvallend mogelijk van kleur en vorm.
Daarentegen lijkt het me wel goed om
een eenvoudige eikenhouten afsluiting van de klavieren te maken of een
bijkleurend kleedje, hangende aan een paar haakjes.
De Heer Schuurman heeft
mij een- en andermaal zijn plannen voorgelegd. Er zit wel wat in, maar technisch
stuiten ze op zo grote kosten en stroomverbruik, dat hun waarde problematisch
wordt. Ik heb hem aangeraden zich met een grote firma als Verschueren in
verbinding te stellen.
Inmiddels verblijf ik, met vriendelijke groeten,'
Op 6 maart schijft Bouman aan
Middelveld: 'Hartelijk dank voor Uw schrijven van 21 Februari j.l. Het verheugt
me dat het orgel zich goed houdt. Zodra het hout van het stevelblok van de
Trompet 8′ is uitgewerkt, zal de Heer Praat ook dit register kunnen inzetten,
zodat het orgel dan weer compleet is. Ik zou U persoonlijk ontraden om aan
weerszijden van de orgelbank gordijntjes aan te brengen. Het zijn lelijke
dingen, en na enige tijd is het publiek aan de inkijk gewend en hindert het de
organist niet meer. Moet het persé, dan liefst zo onopvallend mogelijk van kleur
en vorm. Daarentegen lijkt het me wel goed om een eenvoudige eikenhouten
afsluiting van de klavieren te maken of een bijkleurend kleedje, hangende aan
een paar haakjes. De Heer Schuurman heeft mij een- en andermaal zijn plannen
voorgelegd. Er zit wel wat in, maar technisch stuiten ze op zo grote kosten en
stroomverbruik, dat hun waarde problematisch wordt. Ik heb hem aangeraden zich
met een grote firma als Verschueren in verbinding te stellen.
Inmiddels
verblijf ik, met vriendelijke groeten,' (25)
In het maandblad van de Gereformeerde Organisten Vereniging (GOV)
Organist en Eredienst 1953 juli/augustus verschijnt een uitgebreid
artikel van
Mr. Arie Bouman.
Bouman noemt in zijn artikel ook de dispositie van voor de restauratie: Bourdon
16' (bas 1903, discant 1785), Viool 16' (discant 1903), Prestant 8', Holpijp 8',
Viool 8' (1903), Octaaf 4', Fluit 4', Quint 2 2/3', Octaaf 2', Fluit
2' bas, Quint 1 1 /3', Mixtuur II-IV.
Manuaal C-c''', Pedaal C-c.
Op
13 juli schrijft Middelveld aan
Bouman: 'Hartelijk dank voor het gezonden tijdschrift. Daarin is opgenomen een
beschrijving van ons orgel. De orgelminnaars in Nederland kunnen nu lezen, wat
bij ons te zien en te genieten is. Zou het mogelijk zijn, dat er eens een
concert, bv op platen, werd vastgelegd, en dat voor de Radio weergegeven werd?
Een uitzending via de Radio rechtstreeks zal wel te kostbaar worden. Wil U eens
een aanwijzing geven? Het orgel houdt zich best. De heer Praat heeft het in
April gestemd. De „Trompet” is nog niet geplaatst. Zolang moeten we eigenlijk
wachten met een uitnodiging.'
Op 24
juli schrijft scriba H. Lopers aan Bouman: 'Namens de kerkeraad der Geref.
Kerk te Ruinerwold-Koekange deel ik U mede, dat de Minister goedgunstig heeft
beschikt op de aanvrage van subsidie ten behoeve v/d restauratie o/h kerkorgel,
U wel bekend. De subsidie bedraagt 30% van de gemaakte kosten aan het oude
orgel; voorts werd verzocht een gespecificeerde rekening in te dienen, van de
bedragen die aan het oude orgel ten koste zijn gelegd, daar wij met deze zaken
tamelijk zijn, heeft de kerkeraad mij opgedragen, U vriendelijk te verzoeken,
bedoelde rekening te willen opmaken, welke alsdan in tweevoud en ondertekend
moet worden ingediend. Tevens gaf de minister nog een vingerwijzing om ook bij
de gemeente Ruinerwold een aanvrage van subsidie in te dienen, waartoe de
kerkeraad heeft besloten, terwijl dit voorjaar bij Ged. Staten ook reeds een
subsidieaanvrage is gedaan, het is niet mijn bedoeling op de beslissing van deze
aanvragen vooruit te loopen, maar in verband hiermede kan het gewenscht zijn, er
thans rekening mee te houden mocht door bedoelde instantie’s, ook goedgunstig
worden beschikt zullen ook zij een berekening van kosten vragen.
Hopende dat
U ons in dezen van dienst zal willen zijn, (desnoods na de vacantie) kosten
gaarne vergoeden.'
Op 21 Augustus
schrijft Bouman aan Lopers: 'Na terugkeer van vacantie vond ik Uw schrijven van
24 Juli j.l. dat ik thans beantwoord. Wat de afrekening betreft, die aan de
Minister van O.K. en W. zou moeten worden overgelegd, beschik ik slechts over
het hierbij ingesloten schrijven van Uw Heer Boschman, dat ik na inzage graag
weer terugontvang. Het zal de Minister echter niet te doen zijn om een
uitvoerige specificatie van orgelbouwtechnische posten, en daarom adviseer ik U
b.v. het volgende aan Zijne Excellentie te schrijven:
“Excellentie,
In
antwoord op Uw missive van .... hebben wij de eer U mee te delen, dat het totaal
aan het orgel in de Gereformeerde Kerk te Ruinerwold verwerkte bedrag bedraagt ƒ
15976,46. Van dit bedrag is door Uwe Excellentie slechts ƒ 7103,70 subsidiabel
geacht, aangezien de werkzaamheden en materialen benodigd voor het
restauratiegedeelte van deze opdracht de uitgave van laatstgenoemde som
vereisten. Het Uwerzijds vastgestelde subsidiepercentage van 30% beloopt dan ook
de som van ƒ 2131,11.
Uiteraard betreft de afrekening het totaalbedrag van ƒ
15976,46; de volgende betalingsstukken zijn in ons bezit, uit het totaal waarvan
genoemd bedrag resulteert.
| Eerste termijn orgelbouwer | ƒ 3750.— |
| Tweede termijn orgelbouwer | ƒ 3750.— |
| Arbeidslonen orgelbouwers | ƒ 6477,10 |
| Kostgeld | ƒ 1397.— |
| Materialen van verschillende leveranciers | ƒ 602,31 |
| Vrachtkosten | ƒ 18,25 |
| Tezamen | ƒ 15976,46 |
1960
Het opschrift naast de klaviatuur 'Dit orgel wordt
aan de gemeente geschonken in 1884 door de echtelieden W.K. Geerts en R.K.
Reinders' wordt verwijderd en op een
koperen plaat overgebracht. (19)
1961
Op 8 augustus vraagt organist
Berend Dekker de Orgelbouwadviescommissie van de Gereformeerde Organisten
Vereniging (GOV) om advies. Het orgel heeft ernstige gebreken in de mechaniek.
Dekker voegt een beschrijving van het orgel toe van Arie Bouman uit het
tijdschrift Organist & Eredienst van juli/augustus 1953.
Op
10 augustus antwoordt de GOV dat
A.P. Oosterhof uit Leeuwarden contact zal opnemen. Oosterhof wordt door de GOV
per brief op de hoogte gesteld.
Op 4 september schrijft Oosterhof
aan Dekker dat hij op 22 augustus in Berghuizen is geweest. Het is een prachtig
instrument dat helaas nu al tekortkomingen vertoont. De mechaniek tussen de
klavieren en de windladen is slecht gebouwd en zou eigenlijk vervangen moeten
worden. De kosten worden ingeschat op f 3.000,-.
Op
16 september schrijft organist
Dekker aan de GOV dat de CvB besloten heeft de mechaniek te laten restaureren
met advisering door de GOV.
Op 19
september schrijft de GOV dat als adviseurs zullen optreden A.P. Oosterhof
en D.W.L. Milo.
Op 25 november
schrijft Milo dat er vertraging is ontstaan door drukke werkzaamheden van
hemzelf en een auto-ongeluk van Oosterhof. Kan Dekker naar Monumentenzorg
schrijven dat er een restauratie is gepland, die wordt begeleid door de GOV? Na
een goedkeuring van Monumentenzorg kan het traject worden vervolgd. (23)
1962
Op 5 januari
vraagt Dekker aan Oosterhof om de adresgegevens van Monumentenzorg te sturen.
Op 27 december
schrijft het ministerie van OKW dat men bereid is om subsidie te verlenen
voor de restauratie van het Hoofdwerk. De orgelbouwer die het werk uitvoert dient
hiervoor een plan in te leveren. (18) (23)
1963
Op 11 februari 1963 schrijft
Dekker aan Milo dat Monumentenzorg in beginsel bereid is subsidie te verlenen
voor de restauratie van het Hoofdwerk. Er dient een plan door een orgelmaker te
worden ingestuurd.
Op 4 maart
stuurt de GOV een brief naar enkele orgelmakers voor het uitbrengen van een
offerte. Restauratie van het Hoofdwerk valt onder Monumentenzorg. Het
Rugpositief valt hierbuiten. Op dezelfde datum
schrijft Oosterhof aan Milo dat ze
geen bestek hoeven te maken omdat een orgelmaker een plan bij Monumentenzorg
moet indienen. Flentrop is het meest voor de hand liggend.
Op
14 maart schrijft Flentrop dat hij
het orgel graag wil restaureren, maar pas over vier tot vijf jaar tijd heeft. Flentrop
stuurt een kopie van de brief aan
Oosterhof.
Op 24 juni schrijft
Oosterhof aan Milo dat alle orgelmakers die voor Monumentenzorg mogen werken een
zeer goed gevulde orderportefeuille hebben. Ruinerwold zal dus geduld moeten
hebben tot Flentrop tijd heeft.
Op
12 juli schrijft Milo aan organist Dekker dat alle orgelmakers die in
aanmerking komen, het zeer druk hebben. Er moet gewacht worden totdat Flentrop
tijd heeft. Subsidie is alleen mogelijk voor het Hoofdwerk. Ondertussen kan er
worden gespaard voor de restauratie van het Rugpositief.
Op
28 oktober schrijft Milo aan
Oosterhof dat organist Dekker heeft geschreven dat de CvB bereid is het orgel te
laten restaureren door Flentrop. Flentrop wil naar Berghuizen komen op 12
november voor overleg.
Op 3
december schrijft Milo aan de orgelcommissie dat de prijs van Flentrop
redelijk is. Leeflang zal niet goedkoper zijn. Een restauratie door een niet
erkende orgelmaker is niet mogelijk omdat het orgel op de monumentenlijst staat.
Ook als de kerk alle kosten zelf betaalt is de keuze van de orgelmaker niet vrij.
Op 4 december stuurt Flentrop een
offerte op grond van een bezoek aan de kerk samen met de
adviseurs Oosterhof en Milo in november. Flentrop zal proberen de levertijd tot een minimum
te beperken. Windladen, pijpwerk en windvoorziening zijn in redelijke staat en
behoeven niet te worden gerestaureerd.
De volgende werkzaamheden worden
voorgesteld:
- Opmeten en tekenen van de tractuur en de klaviatuur.
- Nieuwe
toetstractuur voor het Rugpositief en het Pedaal.
- Reviseren van het wellenbord van het
Hoofdwerk.
- Nieuwe toetstractuur voor het Hoofdwerk.
- Nieuwe klaviatuur en
koppelingen in een bij het orgel aansluitende stijl zoals al eens gedaan bij het
Hinsz-orgel in de universiteitsaula van Utrecht.
Kosten: f 11.910,-.
Levertijd maximaal drie jaar.
Op 30
december schrijft Milo aan Oosterhof dat de offerte van Flentrop is
geaccepteerd. Het wachten is nu op een beslissing uit Den Haag. Milo
schrijft aan de orgelcommissie dat
hij de goedkeuring van de offerte aan Flentrop heeft
doorgegeven.
(23)
1964
Op
6 januari schrijft Milo aan de
orgelcommissie dat de opdracht door Flentrop is aanvaard. De levertijd van 3
jaar wordt gerekend vanaf 30 december 1963.
Op
9 januari schrijft Milo aan de
orgelcommissie dat Flentrop een contract zal opmaken als er goedkeuring is voor de
restauratie door het ministerie. De kosten van de GOV worden achteraf in
rekening gebracht.
Op 31 januari
beantwoordt Flentrop vragen vanuit Berghuizen in een brief aan Milo.
Monumentenzorg vergoedt geen kosten voor een stemming. De stemkosten worden
berekend op basis van gewerkte uren en reiskosten.
Op
3 februari geeft Milo de
antwoorden van Flentrop door aan de orgelcommissie.
Op
13 juli schrijft de GOV dat
Oosterhof om gezondheidsredenen stopt met het advies. Hij wordt vervangen door
Johan M. Vetter. (23)
1965
Op
24 november vraagt Flentrop aan
Milo of er al overheidssubsidie is toegezegd. Flentrop zou in 1966 kunnen
beginnen. (23)
1967
Op 20 juni
schrijft Milo naar de orgelcommissie dat hij lang niets heeft gehoord. Het
orgel zou theoretisch al in 1966 moeten zijn opgeleverd. In januari informeerde
Flentrop wat de stand van zaken is met de restauratie van het kerkgebouw. Daar
is nog geen antwoord op gegeven. Flentrop wil graag weten wanneer er met de
restauratie kan worden gestart.
Op
19 juli schrijft Milo aan Flentrop dat hij per brief is ingelicht door de
CvB van Berghuizen dat de restauratie van het orgel is uitgesteld vanwege de
restauratie van de kerk.
Wegens de restauratie van de kerk
wordt het orgel gedemonteerd en opgeslagen. (19) (23)
In Het Orgel van 1967-01
schrijft J.F. van Os een kort artikel over het orgel.
1969
Op 30
oktober stuurt Flentrop een offerte
op basis van een overleg op 23 oktober in Berghuizen met de CvB, architect en
adviseur.
De werkzaamheden zijn
grotendeels gelijk aan de vorige offerte. Extra zijn:
- Het aanbrengen van
een verende sleepconstructie op beide windladen.
- Klankcorrecties voor de
Mixtuur en de Quint 1 1/3'.
- Wijziging aansluiting windvoorziening.
Stelposten:
- f 9.500,- voor mogelijk herstel van de windladen.
- f 2.000,-
voor extra werkzaamheden wegens het naar achteren verplaatsen van de orgelkas.
- f
6.000,- voor het terugplaatsen van de Bourdon 16' in de orgelkas of op een
aparte lade achter het orgel.
De andere werkzaamheden worden gecalculeerd op f
26.750,-.
Op 4 november
schrijft Milo aan collega-adviseur Vetter dat de architect het orgel wil
verkopen of in een nis boven de preekstoel wil plaatsen. Alleen de restauratie
van de tractuur is tot nu toe goedgekeurd. Het orgel moet worden gedemonteerd
tijdens de kerkrestauratie. In de offerte van Flentrop staat het een en ander
beschreven met stelposten. Door de verbouwing zal het orgel naar achteren
verschoven moeten worden. Er wordt een verwarming geïnstalleerd waardoor de
luchtvochtigheid zal dalen van 95% naar 50%. Dit heeft gevolgen voor de
windladen. Steketee wil dat de GOV een historisch rapport maakt. Milo verwijst
naar het artikel van Arie Bouman. (23)
1970
Op 13 januari
schrijft Flentrop een nieuwe offerte waarbij het Rugwerk vervalt. De restauratie
van het Hoofdwerk inclusief een restauratie van de windlade vergt een bedrag van
f 32.750,-. Als het orgel beneden in de kerk wordt geplaatst zijn de kosten f
34.750,- vanwege de wijzigingen aan de onderbouw. Voor het herstellen van de
originele dispositie is een stelpost opgenomen van f 5.000,-.
Op
21 februari maakt de GOV een
overzicht van de kosten. Als alleen het oorspronkelijke orgel wordt
gerestaureerd zijn de kosten f 50.260,-. De subsidie wordt geschat op 31.260,-.
Als ook de originele dispositie wordt hersteld is er extra f 6.550,- nodig. De
subsidie hiervoor bedraagt f 4.100,-. De kosten die de kerk moet dragen komen op
f 21.450,-. Als het orgel naar het podium wordt verplaatst zal dit f 4.000,-
extra kosten. (23)
Op een gegeven moment besluit de Commissie van Beheer het orgel, wegens geldgebrek, te verkopen en een
luidsprekerorgel aan te schaffen. Men vindt de Hervormde Kerk van Warnsveld
bereid om
het orgel te kopen.
Op de gemeentevergadering van 14
april wordt duidelijk dat de gemeenteleden het orgel voor de kerk willen
behouden. Een restauratie zou f 20.000,- moeten kosten.
Onder leiding
van enkele orgelliefhebbers wordt er een rondgang onder de kerkleden gehouden om
het benodigde startkapitaal voor de restauratie bij elkaar te krijgen. Het
resultaat is dat er ruim f 51.000,- wordt toegezegd. (11) (19)
1971
Op 31 maart stuurt Flentrop een
gewijzigde offerte naar de GOV. De offerte is doorgenomen met Maarten Albert
Vente op 30 maart.
Het hoofddoel is het restaureren van het Hoofdwerk in
zoveel mogelijk oorspronkelijke staat.
Dispositie: Prestant 8', Holpijp 8',
Octaaf 4', Fluit 4', Quint 3', Octaaf 2', Woudfluit 2', Quint 1 1/3', Gedekt
Quint 3' bas, Cornet II discant, Mixtuur IV-V, Trompet 8'
Het Rugwerk wordt gerepareerd en zo weinig mogelijk
gewijzigd.
Het historische pijpwerk wordt gerestaureerd met een stelpost voor
het wijzigen van de toonhoogte door het verwijderen van de opzetstukken. De
Woudfluit 2' discant is nieuw pijpwerk. De bas is van oude pijpen die nu in het
Rugwerk staan.
De Quint 3' van het Hoofdwerk komt uit de Bourdon 16' met
zeven nieuwe pijpen. De Cornet II is van nieuwe pijpen. De nieuwe pijpen van de
Mixtuur worden vervangen door beter passend pijpwerk. De Trompet 8' blijft
gehandhaafd. In het Rugwerk komt nieuw pijpwerk voor een Quintadeen 8'.
De
windladen van het Hoofdwerk worden gerestaureerd met mogelijk een verend
sleepsysteem. De toetstractuur van het Hoofdwerk wordt vernieuwd in passende
stijl. Het wellenbord is in goede staat en wordt hergebruikt. Er komt een nieuwe
klaviatuur en een nieuw pedaalklavier in stijl. (Utrecht Universiteitsaula).
Het is mogelijk een Pedaal achter het orgel toe te voegen met bijvoorbeeld een
Subbas 16' en een Fagot 16'.
Op 13
april schrijft Maarten Albert Vente dat hij een beknopt rapport heeft
gemaakt met een restauratieadvies. Inmiddels is er een offerte van Flentrop van
31 maart. Vente is het eens met deze offerte. Het is jammer dat de levertijd zo
lang is, maar dat zal bij andere vergelijkbare orgelmakers ook zo zijn. Vente
adviseert met Flentrop in zee te gaan. Hij verwacht dat 85% gesubsidieerd zal
worden. Het orgelbalkon zal in zijn oorspronkelijke vorm hersteld moeten worden.
Het orgel komt dan beter tot zijn recht. Corneille Janssen kan een advies geven
omtrent het schilderwerk aan de orgelkas. Vente werkt bij deze restauratie samen
met Joh. M. Vetter van de GOV. Vente wordt verantwoordelijk voor de restauratie
van het historische gedeelte van het orgel. Het honorarium zal worden verdeeld
op basis van de restauratiekosten van beide delen van het orgel.
Op 25 mei stuurt
Flentrop op verzoek van Maarten Albert Vente een
aanvulling op de offerte van 31
maart. De restauratie van het Rugwerk vervalt omdat dit niet wordt herplaatst.
De registertractuur van het Hoofdwerk wordt gereconstrueerd zodat alle registers
weer een bas- en diskantfunctie hebben. Onderzocht zal worden of het Rugwerk
achter de kas van het Hoofdwerk geplaatst kan worden.
Van
26 mei dateert een kladbriefje dat
gaat over uit het te voeren schilderwerk aan het orgel van f 8.000,- en het wijzigen
van de balustrade voor f 4.000,-. Onduidelijk is wie de auteur is. Voor het
schilderwerk is het goed te kijken naar het orgel in Beilen.
Van 8 juni dateert een
telefoonnotitie van het Bureau Monumentenzorg Drenthe met de Rijksdienst. Er is geen
subsidie toegezegd. In 1953 was er volgens het schrijven wel subsidie
beschikbaar.
Op 2 augustus is er weer een
nieuwe variant van een offerte
door Flentrop. Het Rugwerk is weer opgenomen in de offerte.
Op
6 augustus schrijft Flentrop dat
er in de offerte van 2 augustus een tweetal fouten staat. Vergeten is de bas- en
discantverdeling van de registertractuur en het aanbrengen van bladgoud en
tinfolie. Daarom graag blad 3 vervangen door een
nieuwe versie.
Op 6 augustus een
notitie over een wijziging van de orgelgalerij. Van dezelfde datum is een
notitie van dhr. Koetsier over een
tekening van de orgelgalerij en schilderwerk.
Op
9 augustus schrijft orgeladviseur
Vente aan de rijksadviseur voor orgel dhr. Oussoren dat de voorbereiding voor de
restauratie van het orgel nu zo ver is gevorderd dat er binnenkort een
restauratieplan kan worden verstuurd. Op verzoek van Vente heeft de kerkenraad
advies ingewonnen bij Corneille F. Janssen van het Provinciaal Museum van Assen.
Herstel van de oorspronkelijke kleuren vergt een bedrag van f 8.000,-. Dhr. van
Bruggen, rayonarchitect van de Rijksdienst heeft echter bezwaar tegen het
opnieuw schilderen. Kan Oussoren zijn invloed aanwenden zodat het
schilderwerk toch
kan plaatsvinden? Aan de kerkenraad
schrijft Vente dat er opdracht aan Flentrop kan worden gegeven en subsidie
kan worden aangevraagd bij de Rijksdienst. Aan Corneille Janssen wordt
gevraagd om een offerte te laten maken voor het schilderwerk.
Op 10 augustus
schrijft Corneille F. Janssen aan de CvB van Berghuizen dat er telefonisch opdracht
is gegeven voor het opmeten en tekenen van de bestaande orgelgalerij. Op
grond daarvan kan een nieuw ontwerp worden gemaakt en gerealiseerd. De
oorspronkelijke trapopgang wordt hersteld en het orgel weer teruggeplaatst.
Op 10 augustus vraagt de
kerkenraad bij de Rijksdienst voor Monumentenzorg subsidie voor het herstel van
het historische gedeelte van het orgel. Adviseur voor dit gedeelte is Maarten
Albert Vente. Voor herstel van de kleuren is advies ingewonnen bij Corneille F.
Janssen. Het Rugpositief zal als echowerk achter het historische orgel worden
geplaatst. Adviseur daarbij is Joh. M. Vetter. De kosten van het herstel van het
historische gedeelte worden geschat op f 91.731,- exclusief herstel van de
kleuren. Op dezelfde datum wordt ook Joh. M. Vetter
ingelicht over de opdracht aan
Flentrop.
Op 10 augustus
verleent de kerkenraad Flentrop opdracht voor de restauratie op basis van de
offerte van 2 augustus. De opdracht kan nog worden gewijzigd omdat er nog
onzekerheid is hoe om te gaan met het Rugpositief.
Op 11 augustus wordt de eerste termijn
van f 5.922,30 in rekening gebracht.
Notitie van 8 september van dhr
Koetsier van de CvB van Berghuizen. Hij wil de tekening van het orgelbalkon
doornemen met Flentrop vanwege de plaatsing van het orgel.
Op
9 september stuurt de CvB een
tweetal tekeningen van het orgelbalkon naar Flentrop.
Op
22 oktober schrijft Flentrop aan
Corneille F. Janssen dat uit een telefonisch gesprek tussen dhr. Koetsier van de CvB
en dhr. Flentrop is gebleken dat de kerkenraad aan Flentrop opdracht heeft gegeven
om het Rugpositief te herplaatsen. De voorstanders van herplaatsing van het
Rugpositief proberen het Rugpositief te behouden. Desondanks zou
de restauratie van het 1-klaviers-orgel mogelijk moeten zijn. In het schrijven
van Flentrop staan twee voorstellen voor herplaatsing van het orgel met Rugwerk.





1977
Op 19 januari
schrijft Vente aan organist Dekker dat hij verheugd is dat het
Rugwerk wordt herplaatst en er een Dulciaan in wordt opgenomen. De restauratie van de orgelkas is slecht uitgevoerd. Tal van
lijsten en schotten zijn verbogen en passen niet meer. De uitvoerder heeft te
weinig ervaring. Ook Flentrop heeft dit geconstateerd. Monumentenzorg zal
geen genoegen nemen met de uitvoering van deze werkzaamheden. Overleg tussen
Corneille F. Janssen, orgelcommissie, orgelmaker en uitvoerder is noodzakelijk.
Op 5 november stuurt adviseur Vente
een rekening voor advieskosten. Deze bedragen 5% van de kosten van f 129.090,-
voor de restauratie van het Hoofdwerk. De
rekening voor het advies voor het
Rugwerk bedraagt 5% van f 26.713,80, dat is f 1.336,60.
Uit een aparte
rekening van Vente is af te leiden
hoeveel bezoeken Vente aan de werkplaats in Wapenveld en aan de kerk in
Berghuizen heeft gebracht:
- Berghuizen: 1971 3x, 1972 1x, 1974 1x en
1977 4x
- Wapenveld: 1975 4x, 1976 2x en 1977 1x
Op
7 november schrijft Vente dat hij
nog geen adviesrekening stuurt voor de meerkosten van f 13.002,62 van Flentrop.
Hij wacht daarmee totdat Monumentenzorg deze meerkosten heeft goedgekeurd. Het
eindrapport schrijft hij nadat hij het orgel in alle rust nog eens heeft bekeken.
Van 6 december dateert een
overzicht van Flentrop met de restauratiekosten over de periode van 1971 tot
1977. De kosten van demontage, opslag
en herplaatsing waren f 7.827,60. De kosten van de restauratie tot en met 1977
waren f 189.663,87.
Op 7 december schrijft de provincie
dat er aan restauratiekosten f 119.571 is uitgegeven. Er kan f 11.960,- aan
subsidie worden uitgekeerd. Met aftrek van de eerder uitgekeerde f 4.200,- wordt
er nu f 7.760,- uitgekeerd. (18)
Samenvatting restauratie door Flentrop met als adviseur Maarten Albert Vente.
- Nieuw zelfstandig pedaal met een Subbas 16' achter de orgelkas.
-
Herstel van de oude kleuren van de orgelkas
door Henk Boverhof in rood en goud met vleeskleurige engelen en herstel
van het bladgoud.
- Nieuwe tractuur gemaakt met gebruikmaking van het
oude wellenbord van het Hoofdwerk.
- Voor het pedaalwellenbord wordt gebruikgemaakt van een oud wellenbord.
- Vernieuwing van de klaviatuur en de registratuur.
- Dulciaan 8' geplaatst op de gereserveerde plaats in het rugpositief.
- Reconstructie van de balgen.
- Herintonatie. Stemming Werckmeister III met a1 = 465 Hz.
- De registers van het
rugpositief zijn geplaatst in de rugwerkkas
- Reconstructie van de Woudfluit 2', Cornet II disc., 2 koren van
de Mixtuur en de Trompet 8'.
Op 25 oktober wordt
het orgel -in gebruik genomen met een concert door Marjan Doorn uit Meppel.
Marjan Doorn speelt: Lento en Allegro van Ruppe en de partita Jesu meine Freude
van Zachow. De eigen organisten begeleiden de samenzang en Dr. aarten Albert
Vente geeft een toelichting op de restuaratie.
Zie het
programma van de
ingebruikname: (12)
Zie Meppeler Courant (26-10-1977). De vermelding 'Eext' is niet correct. Bedoeld wordt waarschijnlijk Eexta. Dit orgel
is echter niet van Arp Schnitger maar van Amoor. (12)
Monumentenzorg, de Provincie Drenthe, de
gemeente Ruinerwold en het Prins Bernhardfonds dragen gezamenlijk ruim Hfl.
201.000,- bij aan de restauratie. De kerkelijke gemeente betaalt f 61.100,-.
Het luidsprekerorgel, dat is gebruikt tijdens
de restauratieperiode, wordt overgedaan aan de Gereformeerde Kerk van Ruinen. (19)
Dispositie:
Hoofdwerk
Rugpositief
Pedaal
Praestant
8'
Quintadeen (ged. 1977)
8'
Subbas
16'
Holpijp
8'
Baarpijp
8'
Octaaf
4'
Praestant
4'
Bourdon
4'
Nachthoorn
2'
Quint
3'
Sesquialter
I-II
Gedact Quint
2 2/3' bas
Scherp
IV
Octaaf
2'
Dulciaan (1977)
8'
Woudfluit (ged. 1977)
2'
Quint
1 1/3'
Mixtuur
IV-V
Cornet (1977)
II discant
Trompet (1977)
8'
Overige gegevens: Manualen C-c3, Pedaal C-d1; schuifkoppeling Hoofdwerk-Rugwerk, koppeling Hoofdwerk-Pedaal

Foto: Geert Jan Pottjewijd
Klik op de foto voor een vergroting.
1978
Op
23 januari schrijft de provincie
dat de restauratiekosten f 129.571 belopen. Er kan nog f 997,10 aan subsidie
worden uitgekeerd.
Op 4 maart
meldt organist Dekker aan bouwbedrijf Visscher dat de nota voorlopig niet
wordt betaald omdat de orgelkas niet goed is gerestaureerd. De kerk
wacht op de eindkeuring door Monumentenzorg.
Op
4 maart schrijft organist Dekker
aan het Bureau Monumentenzorg Drenthe dat bouwbedrijf Visscher aandringt op de betaling van
een nota van f 706,23. De luiken staan echter nog steeds bol. Kan er met
Visscher worden overlegd omtrent de oplossing van dit probleem?
Op 13 september verschijnt
het door ziekte vertraagde
eindrapport van adviseur Vente. Hij
is van mening dat Flentrop het orgel zeer goed heeft gerestaureerd. Zowel
technisch als artistiek is er zeer goed werk geleverd. Dit geldt ook voor het
pijpwerk uit 1951. Het volume van het orgel is groot maar in een volbezette kerk
is er veel absorptie van het geluid. Daar is niets aan te doen. Tegenslagen zijn
er geweest bij de restauratie van de orgelkas. Bijgesloten is een opstelling van de
kosten van de verschillende uitvoerders opgesplitst naar Hoofdwerk en Rugwerk.
Op
24 november meldt de orgelcommissie dat de restauratie nu is afgerond. De volgende
documenten worden aan
Monumentenzorg toegestuurd.
- Geldelijke verantwoording
- Eindrapport van
orgeladviseur Maarten Albert Vente
- Nota's en betalingsbewijzen.
Dezelfde
informatie wordt naar Monumentenzorg in Zeist gestuurd.
De kosten zijn
aanmerkelijk hoger uitgevallen dan begroot. Kunnen de extra kosten in de
subsidie worden meegenomen?
De rekening van Flentrop van
21 augustus geeft een totaaloverzicht van de restauratiekosten van f
160.101,80 (exclusief BTW). De
restauratie van het Hoofdwerk kost f 133.370,-. De restauratie van het Rugwerk
kost f 18.171,66 en de nieuwe Dulciaan van het Rugwerk kost f 8.560,14.
Bijgesloten is een specificatie van de kosten voor het restaureren van het
Hoofdwerk.
Bouwbedrijf Visscher uit Hoogeveen heeft de orgelkas
gerestaureerd. Zie
rekening van september 1976 van f
15.080,-.
Schildersbedrijf Boverhof uit Ruinerwold heeft de orgelkas
geschilderd. Zie rekening van f 28.541,99.
Bouwbedrijf van der Veen voert diverse werkzaamheden uit. Zie
rekeningen van 2 december 1977 en
maart 1978. (18)
1979
Op 7 februari schrijft Corneille
F. Janssen aan Gedeputeerde Staten dat de totale kosten van de restauratie f 262.153,28 beliepen. Daarvan had f 215.027,39 betrekking op de
restauratie van het Hoofdwerk. Een deel van de bouwkundige kosten is ook aan
het Hoofdwerk toe te wijzen. De basis voor subsidie zou f 227.368,89 moeten
zijn.
Op 22 maart keert de
provincie Drenthe f 12.957,10 uit op basis van de restauratiekosten van dat
moment. Indien later blijkt dat van rijkswege een ander restauratiebedrag naar
voren komt dan wordt het bedrag bijgesteld.
1980
Op 30 maart schrijft Maarten Seijbel een
artikel in de Zwolse courant
over het orgel in de serie 'Orgelmonumenten in de regio'.
Op 24 april
deelt het ministerie van CRM mee dat ze f 215.027,39 subsidiabel achten. De
subsidie wordt bepaald met 50% op f 107.514,-. De restauratie van het Rugwerk is
niet subsidiabel.
Op 23 juli
meldt de provincie Drenthe dat zij het resterende bedrag van 8.545,64 aan
subsidie hebben overgemaakt op basis van 10% van de restauratiekosten van f
215.027,39.
1985
Op
23 maart krijgt de orgelcommissie
van de provincie een formulier toegestuurd voor het aanvragen van
onderhoudssubsidie.
Op
3 december verleent de provincie
Drenthe 10% subsidie op de onderhoudskosten van f 1.138,83 door Flentrop
gefactureerd op 20 februari 1984.
Ook in de jaren daarna wordt het onderhoud gesubsidieerd. (18)
2011
Flentrop voert een grote onderhoudsbeurt uit. Het binnenwerk van het orgel
wordt schoongemaakt en waar nodig worden zaken vervangen en gerepareerd. Het orgel is 6 weken buiten gebruik geweest.
Met een speciaal concert
door de organisten Martin Zonneberg en Marjolein de Wit wordt op zaterdag 3
september het orgel weer in gebruik genomen. Initiatiefnemer is Wim Geerts,
achterkleinzoon van de gevers uit 1883. 11))
RTV Drenthe bericht op 3 augustus over de werkzaamheden. Zie
http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/54259/Opknapbeurt-voor-orgel-gereformeerde-kerk-Berghuizen
(01-08-2024)
2012
Organist Berend Dekker viert
zijn 65-jarige jubileum en Jannes Koetsier is 40 jaar organist. Zie
krantenbericht.
2015
Op 21 december bericht het Reformatorisch Dagblad op pagina 15 over
organist Berend Dekker:
'Na 70 jaar begeleiden houdt organist Dekker ermee op
BERGHUIZEN. Als
hij speelt, gaan de ogen soms dicht. De oude vingers huppelen over het ivoor, de
schoenen dansen op het voetklavier. Zeventig jaar lang bespeelt Berend Dekker
(85) tijdens de erediensten het barokorgel van de Gereformeerde Kerk in het
Drentse Berghuizen.
Als op eerste kerstdag de laatste tonen van het Ere zij
God wegebben, is een tijdperk voorbij. „Ik word binnenkort 86 en ik ben niet
meer zo bedrijfszeker. Er kan zomaar wat gebeuren.
De jaartjes gaan tellen,
de handen worden wat stram en ik onderging al twee hartoperaties. Ik wil van die
speelverplichting af. Behalve het spelen moet je ook altijd oefenen, want ik
neem het leiden van de eredienst erg serieus.'
Dekker stopt ook met het
spelen in de hervormde kerk in buurdorp Koekange, waar hij zestig jaar actief
was. „De lofzang gaande houden, dat vind ik heel belangrijk. Als ik speel, voel
ik God.
Ik verloor in mijn leven twee vrouwen. Dat is de prijs van de
ouderdom. Zonder God zou het bestaan leeg zijn. Nu is er troost en steun. Ik ben
dankbaar dat ik hier zit, dat ik spelen kan. Ik voel mij gezegend.'
Op zijn
veertiende wordt Dekker gevraagd om de gemeentezang van de gereformeerde kerk in
Ruinen te begeleiden. Anderhalf jaar later bespeelde hij het orgel in Berghuizen.
Het spelen had hij zichzelf aangeleerd. Later kreeg hij les bij Henk Pijlman in
Meppel, waar hij noten leerde lezen.
Een mensenleven achter het muzikale
ivoor zitten, dat is weinigen gegeven. Bijzonder? „Lang is het wel, hè. Even
knipperen met de ogen en het is voorbij.'
2016
Organist Berend Dekker krijgt
een koninklijke onderscheiding voor
zijn
70-jarig jubileum als organist. Zie
Dagblad van het Noorden (december 2016).
Ook RTV Drenthe besteedt aandacht aan de koninklijke onderscheiding op 11
december 2016. Zie
http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/116241/Nietsvermoedende-kerkgangers-verrast-met-koninklijke-onderscheiding
Er zijn plannen om in 2018, als het orgel 275 jaar oud
is, het wapenschild te restaureren dat in 1947 is verwijderd. (11)
2018: Het
275-jarige bestaan van het orgel wordt gevierd met het weer zichtbaar maken van
het wapenschild en een concert door de gebr. de Jong en een vocaal
ensemble. Zie voorzijde
Programmaboekje.
In De
Orgelvriend van april 2018 verschijnt een
artikel 275 jaar Amoor-orgel in Berghuizen door Gerco Schaap.
Verslag uit de
Meppeler courant van 27-02-2018:
'Berghuizen
- In de kerk van Berghuizen vond zondag ter gelegenheid van het 275-jarig
bestaan van het Amoor orgel een bijzonder concert plaats. Euwe en Sybolt de Jong
bespeelden het jubilerende Amoor orgel vierhandig met beroemde cantates van
Bach. De cantates zijn bewerkt door Sybolt de Jong voor het vierhandig orgelspel
en lieten de bezoekers alle kwaliteiten van het jubilerende Amoor orgel horen.
De gebroeders De Jong begeleidden tijdens het concert ook het ensemble
deJongdeJongPlus op twee harmoniums. Het ensemble zong folksongs en hymnes. Zij
beroerde de gevoelige muzikale snaar door samen met de concertbezoekers een
uitvoering van Abide with me te zingen.
Het
Amoor orgel kon in 1883 worden aangekocht dankzij een gift van het echtpaar W.A.
Geerts en R.K. Reinders. De weduwe van Geerts zette een eerdere lening van fl
1.000 om in een schenking met als voorwaarde dat er een orgel voor de kerk in
Berghuizen zou worden gekocht. Tijdens het drukbezochte concert waren vele
nazaten van de schenkers aanwezig. De meerderheid van hen is ook nu nog
woonachtig in de regio, met name Koekange en Ruinerwold.
Orgelschild
Voorafgaand aan de ochtenddienst is ter gelegenheid van het jubileum
van het orgel het 'orgelschild' teruggegeven aan het orgel. Het orgelschild was
bevestigd op de balustrade van het orgel, maar was tijdens de restauratie in
1951 verwijderd. Doordat er een zogenaamd rugwerk wordt geplaatst, was er geen
ruimte meer voor het orgelschild. Het orgelschild is nu volledig gerestaureerd
en weer teruggeplaatst in de kerkzaal. Ook zijn er twee panelen ontworpen,
gemaakt en geplaatst die informatie geven over de historie van het orgel.
De
organisatie kijkt terug op een zeer succesvol concert en dankt alle sponsoren en
concertbezoekers voor hun (ook financiële) bijdrage in het mogelijk maken van
het concert en het behoud van het orgel.'
Links het schild zoals het op zolder lag en rechts na het verwijderen van de
bovenste verflagen. Klik op de afbeelding voor een vergroting.
Het wapenschild na de restauratie.
Foto Lammert van der Heide. (16) Klik op de foto voor een
vergroting.
2021
Het orgelbalkon is in een andere
kleurstelling geschilderd. Het wapen hangt nu links van het orgel. Het schoon
metselwerk in de kerk is gestuct.

Foto: Lammert van der Heide. (16) Klik op de foto voor een
vergroting.
Bronvermelding:



Foto's hieronder: Geert Jan Pottjewijd. Klik op de afbeelding voor een vergroting.


Bijlagen:
Tekst van het contract van 2januari 1951 tussen het kerkbestuur en orgelmaker Klaas Doornbos.
OVEREENKOMST betreffende de restauratie en uitbreiding van het orgel in
de Gereformeerde Kerk te Ruinerwold.
Op heden, de tweede Januari 1900, een en
vijftig zijn de Commissie van Beheer der Gereformeerde Kerk te Ruinerwold, in
deze overeenkomst aangeduid met „opdrachtgever”, contractant ter ene zijde, en
Firma J. Doornbos, orgelbouwers, gevestigd te Groningen, in deze overeenkomst
aangeduid met „orgelbouwer”, contractant ter andere zijde, overeengekomen als
volgt:
Art. 1. De opdrachtgever heeft aanbesteed aan de orgelbouwer, gelijk
de orgelbouwer verklaart van de opdrachtgever te hebben aangenomen, het
restaureren, uitbreiden en geheel voltooid en speelklaar opleveren van het orgel
in de Gereformeerde Kerk te Ruinerwold-Berghuizen.
Art. 2. Genoemd orgel zal
worden gerestaureerd en uitgebreid geheel overeenkomstig onderstaande
voorschriften, terwijl in deze overeenkomst in hun geheel worden geacht te zijn
opgenomen de Algemene Voorschriften Orgelbouw Nederland (AVON), gelijk deze zijn
overeengekomen in 1950 tussen de Rijkscommissie van Advies voor Kerkorgels en de
Protestantse en R. Kath. Orgelbouwersbonden in Nederland.
Art. 3. Het
instrument zal voor de eindkeuring geheel volgens de eisen voltooid worden
opgeleverd op uiterlijk 2 december 1951 [datum met de hand ingevuld].
Art. 4.
Voor de goede uitvoering van de werkzaamheden zal de orgelbouwer ontvangen een
bedrag van ƒ 11.250,—, zegge elf duizend twee honderd en vijftig gulden, en wel
in de drie termijnen van art. 37 der AVON.
Art. 5. Als adviseur bij deze
orgelrestauratie en tevens als technisch gemachtigde van de opdrachtgever wordt
door deze hierbij aangewezen en door de orgelbouwer aanvaard Mr. A. Bouman,
Amstel 169 te Amsterdam. Deze adviseur verklaart door mede-ondertekening van
deze overeenkomst zich te onderwerpen aan de AVON.
Art. 6. In afwijking van
de AVON zullen in art. 5 hiervan de manualen lopen tot c3, en het pedaal tot d1.
In art. 13 wordt de stemming een halve toon boven normaal, terwijl in art. 20 de
garantie-termijn op tien jaar wordt gesteld, de kosten van een revisie op ƒ 72,—
en van een extra-stemming op ƒ 54,—.
Art. 7. Restauratie. Het gehele orgel
zal worden gedemonteerd, schoongemaakt, van gebreken gezuiverd, alle minder
bruikbare delen vernieuwd, en vervolgens weer gemonteerd.
De windlade wordt
verlijmd, zuiver vlak geschaafd, van nieuw leer voorzien, evenals de ventielen,
en gepolitoerd. De ventielveren, pulpeten, leidstiften en draadwerk worden
vernieuwd, de schroeven door koperen vervangen. De roosters worden beter
bevestigd. Het speel- en registermechaniek wordt geheel gereviseerd, ingevoerd
en opnieuw afgesteld. De registers zullen dichter bij de manualen worden
geplaatst en van nieuwe knoppen van coromandelhout worden voorzien. Tevens
worden nieuwe registerplaatjes aangebracht in lettertype en spelling, omstreeks
1750 gebruikelijk. Het klavier krijgt nieuwe stelmoeren.
De lekkages in
windkanalen en balg worden weggenomen. Alle houtwerk wordt tegen houtworm
geprepareerd, terwijl vervormde delen door nieuwe worden vervangen. De winddruk
zal worden teruggebracht op 65 mm. Het bestaande pedaalklavier wordt vervangen
door een nieuw van C tot d1, geheel volgens de maten van art. 5 der AVON. De
toetsen worden van teakhout, met handdelen belegstukken, de boventoetsen van
coromandelhout. Tevens wordt een pedaalkoppel naar het hoofdwerk aangebracht van
normale constructie en bediening. In de mensuren zal geen doorspraak, bijspraak,
huilen of snauwen meer mogen optreden, terwijl het orgel normaal en vrij licht
bespeelbaar zal zijn.
Uit het pijpwerk worden deuken en beschadigingen
weggenomen, terwijl verweerde voeten worden vernieuwd. De frontpijpen krijgen
nieuwe stemkrullen. Waar nodig worden opsneden verlaagd en kernsteken
verwijderd. De ontbrekende pijpen van de Quint 1 1/3′ en de Mixtuur worden weer
geplaatst in mensuren, die bij het bestaande pijpwerk aansluiten, en volgens
dezelfde constructie en materialen. De samenstelling van het Mixtuurkoor wordt:
C 1/2, c 2/3, c1 1.
De Violon 16′ discant en de Fluit 2′ bas worden
verwijderd, en een nieuwe Trompet 8′ geplaatst met mahoniehouten koppen,
geplaatst in een eiken stevelblok. De schalbekers krijgen geen stemlappen of
overlengte, de lepels worden belegd met een laagje orgelleer, terwijl de tongen
afgeronde hoekjes krijgen en op antieke wijze worden geconstrueerd. Voorzover
nodig wordt de bas van de Bourdon 16′ van de lade afgevoerd en op een
mechanische of pneumatische lade van eikenhout geplaatst.
Bij de intonatie
wordt het oude klankkarakter zoveel mogelijk aangehouden, waarbij er naar zal
worden gestreefd, aan het geluid zoveel mogelijk draagkracht en doorzichtigheid
te verlenen.
Art. 8. Uitbreiding. Het orgel wordt uitgebreid met een
rugpositief en een vrij pedaal.
De kast van het rugpositief wordt volgens
bijgaande tekening in nauwe aansluiting aan de ordonnantie van de bestaande kast
vervaardigd uit prima droog eikenhout. Het front krijgt een bovenhoekige
middentoren, twee spitse zijtorens en aan beide zijden van de middentoren twee
vlakke tussenvelden, alle met de grootste pijpen in het midden. Al het
blinderingssnijwerk, friezen, architraven en kroonlijsten worden in de stijl van
de bestaande kast uitgevoerd. De frontpijpen zullen zijn uit de Praestant 4′ en
alle sprekend zijn, op de twee onderste tussenveldjes na.
Voor het
rugpositief wordt een sleeplade vervaardigd uit eerste soort teakhout, met
mahoniehouten ventielen, slepen, pijpstokken en roosters, terwijl de veren en
stiften van phosphorbrons worden. Hierop worden geplaatst de volgende registers:
Praestant 4′ (front), Baarpijp 8′, Quintadena 8′ (groot octaaf gecombineerd met
Baarpijp), Nachthoorn 2′, Sesquialtera 1–2 sterk, Scherp 4 sterk, benevens een
open plaats voor een Dulciaan 8′, die later kan worden geplaatst.
De wellen
worden achtkantig en van grenenhout, de dokken uit pokhout, de wellempjes van
koper en eikenhout, de gaten ingevoerd. De abstracten worden van grenenhout, de
winkelhaken zullen van koper zijn en in afzonderlijke klosjes van hardhout
lopen. De trekstokken der registers worden van rechtdradig grenenhout, de
knoppen van coromandel. Voor het rugwerk wordt een nieuw manuaal aangebracht van
dezelfde afmetingen en materialen als het bestaande. De boventoetsen worden van
ebbenhout, het beleg van ivoor.
Achter het orgel komt een nieuwe sleeplade
van dezelfde materialen voor het vrij pedaal, waarop een Subbas 16′ wordt
geplaatst. Voorts wordt een manuaalkoppel van eikenhout aangebracht. De gehele
mechaniek zal zodanig zijn aangelegd en afgesteld, dat een lichte
bespeelbaarheid wordt verkregen.
De nieuwe windkanalen worden vervaardigd uit
oregonpine van voldoende wijdte.
Het nieuwe pijpwerk wordt vervaardigd van
zwaar pothaal van 25% tin en 75% lood. De kernphasen worden over het algemeen
vrij steil, terwijl ze min of meerelijke kernsteken zullen worden aangebracht.
De opsneden zullen recht zijn en de voeten onderaan geheel open. De pijpen
kleiner dan 2 voet krijgen geen stemrollen, maar worden op natuurlijke lengte
afgesneden. Open pijpen krijgen geen baarden. De houten pijpen worden van
oregonpine, met eikenhouten voeten, voorzagen kernen, stoppen en groepen; de
bovenranden met schraeven vastgezet.
Bij de intonatie zal aansluiting worden
gezocht bij het klankkarakter van het bestaande werk, in de trant van een forse
barokintonatie omstreeks 1750.
De inwendige mensuren van het nieuwe pijpwerk
worden in mm als volgt, waarbij met het oog op de bestaande toonhoogte de maten
in die omz. worden opgegeven:
Op pagina 3 volgt een tabel met de mensuren
voor het nieuwe pijpwerk voor Cis, c, c1, c2 en c3.
- Mixtuur 2′
-
Baarpijp 8′ — van Cis tot B gedekt, vanaf c open en conisch
- Quintadena 8′ —
van c1 af mag de bas van de oude Fluit 2′ worden gebruikt
- Praestant 4′
-
Nachthoorn 2′
- Sesquialtera 1–2 sterk
- Scherp 4 sterk
- Trompet 8′
- Subbas 16′
Art. 9. Mocht de aanwezige electrische ventilator blijken, van
onvoldoende capaciteit te zijn voor het vergrote orgel, dan zal overeenkomstig
art. 9 der AVON een nieuwe Ventus ventilator van 1400 toeren worden geplaatst
met verbindingstuk, windregelaar, beveiligingsschakelaar, omkasting en
inschakelaar. Alsdan zal de in art. 4 genoemde aannemingssom met ƒ 685,—, zegge
zes honderd vijf en tachtig gulden, worden verhoogd.
Aldus in tweevoud
overeengekomen te Ruinerwold/Groningen op 2 Januari 1951.
De
opdrachtgever: De orgelbouwer: De adviseur: