Berghuizen, Gereformeerde kerk

Dankzij een gift kan er in 1884 een gebruikt orgel worden gekocht. Het orgel is oorspronkelijk door Matthias Amoor in 1743 gebouwd voor de kerk van Raamsdonk. In 1850 wordt het verkocht naar Aartswoud. Als in 1883 een nieuwe kerk wordt gebouwd komt het orgel te koop. Orgelmaker Jan Proper plaatst het orgel in Berghuizen. Van 1951 tot 1952 wordt het orgel door Klaas Doornbos gerestaureerd en uitgebreid met een Rugwerk in stijl en een zelfstandig Pedaal met een Subbas 16'. Mr. Arie Bouman functioneert als adviseur. In de jaren '60 en '70 wordt het orgel door Flentrop na veel discussie gerestaureerd. Dr. Maarten Albert Vente is adviseur voor het historische gedeelte. De Orgelbouwadviescommissie van de Gereformeerde Organisten Vereniging adviseert bij de restauratie van Rugwerk en Pedaal. De discussie heeft vooral betrekking op het in 1951 toegevoegde gedeelte. Wil men dit behouden of niet? Ook zijn er plannen om het orgel beganegronds te plaatsen. De kerkelijke gemeente wil echter het gehele orgel behouden en brengt genoeg geld bijeen om dit plan te realiseren, waardoor Flentrop het oude gedeelte kan reconstrueren inclusief de bas-/discant-deling. Daarnaast worden het Rugwerk en het Pedaal gerestaureerd.

Kerk

1841: Bouw van een eerste kerk voor f 1.600,-. De grond was gratis beschikbaar gesteld door een gemeentelid en tevens ouderling, de veenbaas G.J. Withaar.
1875: Er wordt voor f  9.400,- een nieuwe kerk gebouwd.
1912: De kerk wordt vergroot met zijvleugels.
1927: Inbouw van galerijen.
1972: Interne verbouwing waarbij door een ruimer bankenplan het aantal zitplaatsen verminderd wordt tot maximaal 825.
2004: De oude rechthoekige uitbouw wordt vervangen door een modern bijgebouw.
2019: Renovatie van de kerkzaal. (05)


Opnamen 22 juli 2021 Geert Jan Pottjewijd

 - J.S. Bach (1685-1750)Fuga in G BWV 576 Registratie: Gekoppeld plenum Hoofdwerk/Rugwerk
 - Johan Nikolaus Hanff (1665-1711): Erbarm dich mein, o Herre Gott Registratie: Hoofdwerk Holpijp 8', Rugwerk Dulciaan 8' Tremulant
Opnamen d.d. 22 juli 2021 Harro Kraal
 - J.S. Bach (1685-1750): Toccata in d (BWV565)

Geschiedenis van het orgel voorafgaand aan de plaatsing in Berghuizen

Raamsdonk (1743-1850)
1743
Het orgel wordt als eenklaviersorgel gebouwd door Matthias Amoor voor de hervormde kerk van Raamsdonk. (14)
Het jaartal 1743 kan worden afgeleid uit een van de luikjes op het achterschot: '1743 den 25 Febr. is dit orgel gemaakt door den hr. orgelmaker Matthias Amoor wonaftig tot groningen, geboren tot Dansig'.
'Raamsdonck' wordt door Gregoir genoemd in zijn Historique de la facture et des facteurs d'orgue. (17) Zie Gregoir bladzijde (44) (dit zal waarschijnlijk het orgel van Amoor zijn) en bladzijde (156) (hier wordt waarschijnlijk het volgende instrument van Naber mee bedoeld.)
Aanvullende informatie over Matthias Amoor

1774
De dispositie is overgeleverd door Joachim Hess in zijn 'Dispositien der merkwaardigsten Kerk-Orgelen' (1774).

1785
Johannes Schot voert reparaties uit. Een Bourdon 16' discant vervangt de Sesquialter 2 sterk discant. (22)

1793
Reparaties door Nicolaas van Hirtum.

Voor 1850
Reparaties door H. Knipscheer. (22)

1850
Het orgel wordt door de kerkvoogden van Raamsdonk te koop aangeboden (10) Zie Opregte Haarlemsche Courant (25-03-1850), 28-03-1850, Boekzaal (1850).
In hetzelfde jaar wordt aan de orgelmaker Naber de opdracht verstrekt om een nieuw orgel te maken.
In de Bredasche Courant staat abusievelijk een levertijd van twee maanden in plaats van twee jaar. (10) Zie Algemeen Handelsblad (27-03-1850), Bredasche courant (28-03-1850).
In de dispositieverzameling van Broekhuyzen (ca. 1850-1862) wordt het orgel als volgt omschreven:
'R 18. Raamsdonk, Provintie Noord-Braband
Het orgel in de kerk der hervormde gemeente aldaar. Is de maker en datum der stichting onbekend. Wordt in het jaar 1850 door H.H. kerkvoogden voor een billijke prijs verkocht aan de hervormde gemeente te Aartswoude nabij de stad Hoorn in Noord-Holland, alwaar het overgebragt en geplaatst is in hun kerkgebouw door Hoffmeijer en Zoon, orgelmakers te Amsterdam. Had toen 20 stemmen [sic], een handclavier, aangehangen pedaal en drie blaasbalgen.
Bas Discant
Prestant 8 vt Prestant 8 vt
Holpijp 8 vt Octaaf 4 vt
Bourdon 4 vt Bourdon 4 vt
Octaaf 2 vt Octaaf 2 vt
Woudfluit 2 vt Woudfluit 2 vt
Quint 3 vt Quint 3 vt
Gedakte Quint 3 vt Quint 1 1/2 vt
Quint 1 1/2 vt Cornet 2 st
Mixtuur 4 st Mixtuur 4 st
Trompet 8 vt Trompet 8 vt
tremulant, ventil'

Aartswoud (1850-1883)

1850
Het orgel wordt voor f 890,- gekocht door de kerkvoogdij van Aartswoud. Het wordt daar door Hoffmeijer en Zoon geplaatst.

Uit de archieven van deze kerk ontvingen wij de volgende notities: (13)
'In de vergadering van Kerkmeesteren en Notablen van 1 april 1850 wordt naar aanleiding van een advertentie in de Haarlemse Courant betrekkelijk het te koop aanbieden van een kerkorgel te Raamsdonk besloten 'om genoemde kerkorgel door een deskundige te doen onderzoeken, en bij gunstige bevinding alsdan te koopen'. Deze deskundige, een zekere heer Meiroos uit Enkhuizen verklaart dat het gemelde orgel - na onderzoek - 'alleszins voldeed aan de vereischte'.
Dus treden Kerkmeesteren van Aartswoud 'in nadere overeenkomst met Kerkvoogden van Raamsdonk 'proberen nog wat af te dingen van de prijs, maar moeten constateren 'dat het hunne Kerkmeesteren niet gelukt was de koopsom te doen verminderen met uitzondering van 10 Gulden vermindering van het oxaal en alzoo meer genoemde orgel hadden aangekocht voor eene somma van achthonderd en negentig gulden.
Verder: 'dat gemelde orgel voor rekening der koopers moest worden getransporteert, schoon vragtvrij aan het vaartuig daartoe afgezonden zonde worden bezorgt'.
Uiteraard moest er ook iemand worden gevonden 'de vereischte bezittende om meer gemelde orgel uit elkander te nemen en ter plaatse in elkander te zetten'.
Daartoe wordt aangetrokken een zekere heer Volmeijer, orgelmaker te Amsterdam. (Volgens andere bronnen Hoffmeijer & Zn te Amsterdam)
Het vervoer van het orgel wordt geregeld met schipper Jan Sentes en er wordt een bedrag van 100 a 150 gulden beschikbaar gesteld voor het transport, maar wel in die zin ' dat onder gemelde somma zoude begrepen zijn alle voorziene en onvoorziene uitgaven van sluis- en leg - en kaaigelden; ook dat daaronder nog zoude begrepen zijn het kosteloos onderhoud der Commissie, bestaande uit één of twee personen welke tot de overneming etc. van meer geselde orgel zich zouden belasten'.
Voorts wordt aan deze Commissie 'een honorarium uitbetaald' van één gulden vijftig cent voor 'elke dagreize,vanaf het oogenblik der afreize tot de tijd der terugkomst'.
Deze Commissie bestaande uit 2 heren begeven zich op den 14 en Mei 1850 op reis naar Raamsdonk en zijn op den morgen van den 22 en Mei met kerkorgel weer terug in Aartswoud.
Verder zegt het verslag van deze aankomst: 'nauwelijks is de aankomst bekend of men vindt meer handen en rijtuigen als vereischt wordt om het orgel uit het vaartuig binnen de muren van het kerkgebouw over te brengen'
En ook: De dag der inwijding welke op den 15 en September plaats had, was een dag vol vreugde en genoegen '
Wat de met de aankoop gepaard gaande kosten betreft verstrekt het ' Kerke Heekenboek ' van de Hervormde Kerk van Aartswoud o.a. de volgende gegevens c..q uitgaven: 1850.'

april Aan Kerkmeesteren wegens gemaakte kosten naar Enkhuizen en Raamsdonk betrekkelijk het inspekteren en aankoopen van een orgel ten behoeve der kerk f. 109.60
april Aan Kerkmeesteren onkosten naar Colhom wegens het aannemen van een schipper ter overvoering van het orgel van Raamsdonk f. 0.40
15 Mei Aan sjouwer s geld, zoo te Raamsdonk als te Aartswoud voor het schepen en ontschepen van het orgel f. 9.40
17 Mei Aan Kerkvoogden te Raamsdonk de koopsom van het orgel f. 890.—
16 Aug. voor den orgeltrapper bij het stemmen van het orgel f. 4.25
16 sept. Aan den heer Meiroos een honorarium voor gedane diensten voor en met de inwijding van het orgel f. 55»—
26 sept. Aan den heer Hofmeijer arbeidsloon zoo te Raamdonk als te Aartswoud voor het uit elkander nemen en in elkander zetten van het orgel, benevens aangebragte vernieuwingen en verbeteringen f. 422.—

'Van de verkoop van het orgel vanwege de bouw van een nieuwe kerk in Aartswoud is voor het eerst sprake in een vergadering van 'Kerkvoogden en Notabelen' van 5 december 1883.
In de daarop volgende vergadering van 12 december 1883 'vindt men goed een advertentie te plaatsen in de Kerkelijke Courant en daarbij de verkoopsom te bepalen op f 500,-.
Op 23 januari 1884 deelt de secretaris van de vergadering van Kerkvoogden mede dat 'is ingekomen een schrijven van den kerkenraad de Chr. Geref. Gemeente te Ruinerwolde om informatie over het oude orgel'.
In de daarop volgende vergadering deelt de secretaris mede 'dat hij een missive van den heer J. Groenewegen, predikant bij de Chr. Geref. Gemeente te Ruinerwolde heeft ontvangen, waarbij deze mededeelt dat het oude orgel tegen den prijs van f. 500.— door zijn kerkenraad wordt aangenomen.
Hij verzoekt intusschen eenig uitstel van verzending om eerst de zoldering gereed te hebben'
Hieromtrent wordt vermeld in het 'Reekeningboek ' van den Rendant Kerkvoogd: 13 februari 1884 ontvangen van Ds. J. Groenewegen te Ruinerwolde de koopsom oude orgel f. 500.—
Tot zover de gegevens uit de archieven van de NH Kerk van Aartswoud.' (13) Zie ook Kroniek van de dorpen Aartswoud en Hoogwoud (1938).

Berghuizen


1872:
Omdat men er niet in slaagt om een nieuwe predikant te beroepen, wordt zelfs overwogen om de kerk en pastorie te verhuizen naar Ruinerwold.
'Ruinerwold, 17 Febr. Nadat de Christelijk Gereformeerde gemeente, wier kerk en pastorie geplaatst is in het gehucht Berghuizen, eenige malen te vergeefs beproefd heeft, om op een tractement van duizend gulden een predikant te verkrijgen, beginnen er stemmen op te gaan om de kerk en pastorie naar den Ruinerwoldschen straatweg te verplaatsen, daar op het afgelegen Berghuizen de heeren predikanten dier gezindte geen ambitie schijnen te hebben om daar hun levensdagen te slijten. Een mensch is een gezellig wezen en gezelligheid is er te Borghuizen niet.' Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (20-02-1872).

1875
Bouw van een nieuwe kerk. Er is nog geen orgel aanwezig. Voorzanger is vanaf 1876 de onderwijzer Van Wijngaarden. (19)

1883:
Tijdens de vergadering van de kerkenraad van Berghuizen op 12 november deelt de president (ds. Groenewegen) mee 'dat de Wed. W.K. Geerts hem heeft laten weten dat zij 1000 gulden, die zij aan de gemeente geleend had, aan de gemeente ten geschenke wenscht te geven met het doel om daarvoor een orgel te plaatsen in onze kerk. De vergadering heeft met eenparige stemmen besloten met dankbetuiging dat geschenk onder de gestelde voorwaarden aan te nemen'.
Een van die voorwaarden is dat de plaatsing binnen een jaar gerealiseerd moet zijn. Er moet haast worden gemaakt. De weduwe heeft laten opnemen dat het geld alleen is bestemd voor het orgel en niet voor de orgelgalerij. (02) (19)
De kerkenraad plaatst een advertentie voor een nieuw orgel. Zie De Bazuin (23-11-1883), De standaard (17-12-1883).

1884:
Een commissie vanuit Berghuizen koopt het orgel van Aartswoud. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (04-02-1884).
Schipper L. de Haan uit Medemblik neemt het vervoer aan voor f 45,-. Zijn eerste aanbod was f 60,-. De kerkenraad weet het bedrag omlaag te krijgen naar f 45,-.
De werkzaamheden in de kerk om het orgel te kunnen plaatsen, worden gegund aan de laagste inschrijver, timmerman Geert de Wit te Ruinerwold voor f 419,-. 'Dewijl smid H. van der Veen zegt dat hij geen prijsopgaaf van het ijzerwerk kan doen, is besloten hem dat zonder opgaaf te laten maken'.
Jan Proper plaatst het orgel namens orgelmaker Zwier van Dijk.
Op zondag 8 juni wordt het orgel door ds. J. Groenewegen met een preek over Psalm 89 vers 16 in gebruik genomen. Orgelmaker Jan Proper bespeelt het orgel.
Onderwijzer D. van Wijngaarden van Rees verruilt zijn functie als voorzanger voor die van organist. Hij stelt als voorwaarde dat hij dan niet meer 'aan te schrijven en voor te lezen' hoefde. H. Kijkebosch wordt aangesteld als orgeltrapper voor f 12,- per jaar.
R.P. Westert wordt benoemd tot voorlezer en voorzanger.
Zwier van Dijk stemt het orgel voor f 15,- per jaar.
Het orgel wordt aangeschaft voor de door Aartswoud gevraagde f 500,-. De installatie kost f 715,37. (19)
Zie De Bazuin (13-06-1884). (01), Het nieuws van den dag (10-06-1884).

1890
Organist Van Wijngaarden van Rees vertrekt naar Urk. De eerste advertentie voor een onderwijzer heeft geen succes. De tweede advertentie met een hoger salaris wel. Benoemd wordt A. Lameris uit Den Helder. Vermoedelijk wordt de hulponderwijzer Van der Kooi organist omdat hij ook een koor leidt.
Zie De Bazuin (26-09-1890), (17-10-1890) (19)

1903
Wijzigingen door J. Proper en H. van der Molen. De Trompet 8' wordt vervangen door een Viool da Gamba 16' discant en een Bourdon 16' bas. Er wordt een Viool 8' discant geplaatst ten koste van de Fluit 2' discant. De stemming wordt daarna uitgevoerd door H. van der Molen, maar alleen op afroep. (04)

1907
De organist H. Kruithof wil een orgelconcert geven en daarvoor moet J. Proper het orgel stemmen. Proper stelt daarbij voor het orgel van een nieuw binnenwerk te voorzien en de speeltafel naar de zijkant te verplaatsen voor f 800,-. (21)

1909
Stemming en onderhoudsbeurt door Dirk Proper voor f 40,-. (21)

1917
Stemming en onderhoud door H. Vonck, hoofd van de school en organist van de kerk. (21)

1923
Voorstel van de firma Van Dam uit Leeuwarden om het orgel te restaureren voor f 960,-. Tevens een aanbieding om het orgel te voorzien van een geheel nieuw (kleiner) binnenwerk voor f 4.000,-twee Een groter binnenwerk zou f 5.200,- kosten en in 2 weken klaar zijn. (21)

1924
Instelling van een orgelfonds wegens de slechte staat van het orgel. (19)

1927
Plaatsing van een windmotor. (19)

1930
Wijzigingen door H. Vonck. Toevoeging van een superoctaafkoppel in de discant en 3 combinatietreden. (04) (22)

1932
Het orgel wordt genoemd in de NCRV-gids.
De foto hieronder is een illustratie bij een artikel door organist Jan Zwart waarin aan de lezers wordt gevraagd of men meer weet over de herkomst van het orgel. Er wordt vermoed dat het afkomstig is uit de katholieke kerk van Nieuwe-Niedorp.

NCRV Omroepgids 12-03-1932 (Klik op de afbeelding voor een vergroting)


1935
Artikel in de krant over 100 jaar Gereformeerde kerk te Berghuizen. 'Volgens overlevering moet het (orgel) dateeren van omstreeks 1600 en gebruikt zijn door den bekenden orgelbouwer Cesar Frank'. [sic] Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (31-05-1935).

1938
Broeder Kraal meldt dat in De Standaard door de firma Dekker uit Goes een orgel wordt aangeboden. De mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen. (19)

1943
Het orgelfonds is nog maar aangegroeid tot f 1.200,-. Het wordt tijd een orgelcommissie in te stellen met als leden de heren Lopers en Middelveld en organist meester Vonck. (19)

1945
Twee collectes voor het orgelfonds brengen respectievelijk f 967,- en f 1.757,55 op. (19)

1947
Het schild in de balustrade voor het orgel wordt weggehaald en opgehangen in de consistorie.
Vanwege mankementen wordt organist Henk Pijlman uit Assen aangetrokken als adviseur.
Er worden offertes aangevraagd:
 - Van Dam uit Leeuwarden vraagt f 8.040,- met f 2.930,- voor een nieuw register.
 - Flentrop heeft pas over 2 1/2 jaar ruimte voor de werkzaamheden.
 Er wordt besloten even af te wachten. (19)

1948
Monumentenzorg vraagt of zij het orgel mag inspecteren. Op grond van het onderzoek zou het orgel op de monumentenlijst kunnen worden opgenomen. Er ontstaan dan ook subsidiemogelijkheden.
Op 9 oktober schrijft scriba H. Lopers dat aan hem is gevraagd in de kerkenraadsvergadering van 11 [sic] oktober is gevraagd met Bouman contact op te nemen. Bouman heeft enkele weken terug het orgel bekeken in verband met Rijksmonumentenzorg. Het is zo goed als zeker dat het orgel op de monumentenlijst komt. In verband met een komende restauratie wil de kerkenraad zekerheid of het orgel op de monumentenlijst komt of al staat. Wat zijn de verplichtingen bij het aanvragen van subsidie? Kan Bouman advies geven of iemand anders aanbevelen?
Mr. Arie Bouman wordt om advies gevraagd omdat hij deskundig is en gereformeerd. Er mogen zonder toestemming van Monumentenzorg geen wijzigingen worden aangebracht.
Op 18 november beantwoordt Bouman de brief van 9 oktober. Bouman heeft met zijn antwoord gewacht vanwege een vergadering van de Rijkscommissie van Kerkorgels voor het vaststellen van de monumentenlijst. Men is echter niet toegekomen aan de Drentse orgels. Het uit 1743 daterende orgel van Berghuizen is tot nu toe volkomen onbekend. Bouman is er zeker van dat het orgel op de monumentenlijst komt. Hij vat ook de geschiedenis kort samen. De enige verplichting voor Berghuizen voor het verkrijgen van subsidie is de goedkeuring van een restauratieplan. Bouman treedt graag op als adviseur bij de restauratie.
Op 8 december schrijft Lopers aan Bouman of hij wil onderzoeken wat er aan het orgel moet worden gedaan. Volgens de eigen organist Vonck hebben de orgelmakers wegens drukke werkzaamheden voorlopig nog geen tijd voor een restauratie. (19) (25)

1949
Op de gemeentevergadering van 13 januari wordt gevraagd of het rijk het orgel niet kan overnemen, zodat een nieuw orgel kan worden aangeschaft. Het orgel kan dan in een museum worden opgesteld.
Op 10 februari brengt Bouman een rapport uit. Het orgel wordt geplaatst op de monumentenlijst in de tweede klasse. Het is het enige bekende orgel van Matthias Amoor en is over het algemeen goed bewaard. Het instrument is met zijn 12 stemmen veel te klein voor de kerk, dat plaats biedt aan 950 personen. Het is dan ook begrijpelijk dat er in 1930 een superoctaafkoppel is toegevoegd om de draagkracht te vergroten. Eigenlijk zou een orgel met 30 stemmen nodig zijn. Het orgel verkeert ondanks zijn ouderdom in een bevredigende staat. Het is een restauratie waard en waarschijnlijk zal het Rijk subsidie verstrekken. De restauratie bestaat uit twee delen: restauartie van het bestaande orgel en uitbreiding met een tweede klavier.
Daarna volgt een beschrijving van de restauratie.

Het derde gedeelte van het plan bevat een beschrijving van het toe te voegen tweede manuaal:
Als het orgel iets naar voren wordt geschoven is er achter het orgel plaats van een tweede manuaal met zeven stemmen. Het bestaande historische werk mag niet worden aangetast en het tweede werk moet dus worden aangepast aan het historische gedeelte. De windladen worden elektrisch met het tweede klavier verbonden zodat de mechanische historische mechanische tractuur niet behoeft te worden aangepast. Dit schept ook mogelijkheden voor het maken van transmissies naar het Pedaal. Op het nieuwe werk komen de volgende stemmen: Bourdon 16'(oud), Baarpijp 8', Quintadena 8', Open Fluit 4', Nachthoorn 2', Groot-Mixtuur VI-VIII, , Dulciaan 16'.
Het Pedaal krijgt uitsluitend transmissie stemmen. Uit de Bourdon 16' kan een Quint 10 2/3' worden afgeleid zodat een akoestische Bourdon 32' ontstaat. Uit de Baarpijp ontstaan een 8'en 4' en uit de Dulciaan een 16' en een 8'.
'Op deze wijze krijgt U een instrument, dat niet alleen één van de historisch-belangrijkste is in Drente en van de Gereformeerde Kerken, maar dat ook voor de eredienstvoldoende mag worden genoemd en bovendien geschikt voor het geven van gemiddelde orgelconcerten.
Op 5 april schrijft scriba Lopers dat organist Vonck, na 40 jaar het orgel bespeeld te hebben, is overleden. Hij onderhield ook het orgel. Heeft Bouman een adres van een orgelmaker die dit kan overnemen? Over het restauratierapport is nog geen besluit genomen.
Bouman antwoordt op 8 april dat hij het overlijden met ontroering heeft vernomen. Vonck heeft ook de registratuur op een degelijke manier verbeterd. Voor onderhoud raadt hij aan de protestantse orgelbouwers G. van Leeuwen, Flentrop en Timmenga. Het wacht met belangstelling de verder besluitvorming omtrent de restauratie af. (25)

1950
Op 28 januari schrijft Bouman dat hij nog niet heeft gehoord over de restauratieplannen. Door de plaatsing op de monumentenlijst tweede klasse is er kans op 30% subsidie. Hij vermeldt ook dat op pagina 64 van zijn boek Orgels in Nederland een foto van het orgel is opgenomen. Op pagina 149 wordt het beschreven.
Op 21 februari schrijft scriba Lopers aan Bouman dat er over een restauratie pas een besluit kan worden genomen als het zeker is dat het orgel op de monumentenlijst staat. Lopers stuurt ook een offerte door van orgelmaker Van leeuwen. Deze begroting viel erg tegen. Kan Bouman deze offerte beoordelen?
Aantekeningen van Bouman van 15 april. Aantekeningen zonder datum.
Op 22 mei schijft Bouman aan Lopers dat de monumentenlijst nog steeds niet is vastgesteld. Het staat inmiddels wel vast de voordacht voor Berghuizen niet zal worden gewijzigd. Voor het verkrijgen van subsidie is een prijsopgave nodig van een orgelmaker. Kan de kerkenraad opdracht geven voor het vragen van prijsopgaves door verschillende orgelmakers?
Op 12 juli schrijft J. Middelveld dat het orgelproject is overgedragen aan de Commissie van beheer. Moet er nu bij de drie orgelmakers (van leeuwen, Flentrop, Timmenga) uit de brief van 8 april een offerte worden gevraagd? Komt Reil ook in aanmerking? Wanneer is er zekerheid over de monumentenlijst? Het orgel is vorig jaar door een medeweker van Van Leeuwen gestemd. Moeten zij dan ook de opdracht voor de restauratie krijgen?
Op 15 juli schrijft Bouman aan Middelveld dat de zaak van het orgel wordt aangepakt. Bouman raadt offerte te vragen bij Reil, De Koff, Leeflang en Spiering. Het uitbrengen van een offerte kost f 30,- plus reiskosten. Op 12 september wordt de monumentenlijst voor orgels definitief. De snelte weg is nu om mij een machtiging te verstrekken voor het aanvragen van offertes. Rond 12 en 13 augustus is Bouman in Diever en dwingeloo en kan langskomen voor een gesprek.au
Op 21 juli schrijft Middelveld dat ze Bouman graag willen ontmoeten op 12 augustus. Middelveld voelt er voor om offerte te vragen bij reil en Spiering.
Op 16 augustus schrijft Middelveld dat de CvB op 15 augustus heeft vergaderd. met algemene stemmen is besloten aan U opdracht te geven voor een prijsopgave door Reil en Spiering. Een derde orgelbouwer laten we U over. Mochten orgelmakers het orgel willen bezichtigen kan er met Middelveld een afspraak worden gemaakt. De CvB lijkt het goed het orgel naar voren te halen. Kan hiervoor een bestek gemaakt worden?
Op 8 oktober vraagt Bouman gespecificeerde offertes aan en sluit daarbij zijn plan in. Het orgel moet worden gerestaureerd zonder de monumentale status aan te tasten. Graag apart offeren voor de restauratie en de uitbreiding.
Op 16 oktober schrijft Leeflang dat hij geen tijd heeft deze opdracht op tijd te voltooien. Hij trekt zich terug.
Op 20 oktober schrijft orgelmaker Spiering dat ze aan het einde van de week een bezoek aan het orgel brengen. De offerte kan dan rond 28 oktober zijn gemaakt. De offerte is echter niet bewaard.
Op 30 oktober stuurt Reil een offerte op basis van een bezichtiging op vrijdag voor 27 oktober. De restauratie van het historische deel calculeert Reil op f 4220,-. Reil houdt zich nauwgezet aan het voorstel van Bouman. De uitbreiding offreert Reil voor f 14.270,-. Reil noemt als plan C een uitbreiding van het historische orgel met Bourdon 16', Baarpijp 8', Nachthoorn 4'en Cornet III. Geen tweede Manuaal en op het pedaal drie transmissies. De kosten bedragen f 8.980,-.
De kosten om het orgel naar voren te schuiven zijn f 480,-. Het uitbreiden van de orgelkas voor een tweede klavier of uitbreiden van de huidige dispositie schat hij op f 420,-. Voor plan C is er geen nieuwe regulateur nodig. Bij plan B wel. De kosten zijn inbegrepen bij de prijs. Reil is bang dat de lade uit elkaar zal vallen als het orgel wordt verschoven omdat de lijm is verteerd. Restauratie van de windlade in de werkplaats kost f 610,-. het vervangen van de windmotor kost f 210,-.
Op 23 november stuurt Bouman de offertes van Reil en Spiering naar de CvB. Het plan C van Reil ligt binnen de financiële mogelijkheden. De firma levert de laatste jaren degelijk werk. De intoneerkunst van reil is echter zeer matig. De offerte van Spiering is te hoog om hier verder op in te aan. Bouman voelt er voor nog een derde orgelmaker te vragen. Hij stelt voor om hiervoor K. Doornbos uit Groningen in te schakelen. Een orgelmaker van de oude stempel. Zijn kunnen heeft hij onlangs laten zien bij de restauratie van het orgel uit 1787 van Nieuwolda. Graag uw toestemming om offerte te vragen bij Doornbos.
Op 29 november schrijft Middelveld: 'Uw schrijven met opgave prijs Reil en Spiering in goede orde ontvangen. Jl. Maandagavond is dit in de C. v. B. besproken. Wanneer U niet de naam „Doornbos” genoemd had, waren we reeds opgeschoten. Gister heb ik uw kantoor gebeld en dit ook gezegd.
Reil is te aanvaarden, en de organisten doen hun best om dit 3e plan verwezenlijkt te krijgen. Kan de fa. Reil hun aanbieding zo lang gestand doen, terwijl de heer Doornbos uit Groningen ook nog een [offerte?] en berekening maakt. Dit duurt mij wel een [schatting?] 6 weken. En wij wachten maar.
Op de 20 October is de heer Reil, 28 October de heer Spiering hier geweest. Moet de heer Reil nog kennis hebben, dat hij enkele weken op de beslissing moet wachten. Alles stijgt in prijs. Heeft de heer Doornbos ook personeel. U weet wat voor tijd de heer Reil vraagt. 8 maanden. Gaarne ontvang ik enig bericht van U.'
Op 1 december schrijft Klaas Doornbos dat hij graag in aanmerking wil komen om een offerte uit te brengen. Hij verwacht de opdracht binnen 10 maanden na gunning te kunnen uitvoeren.
Op 5 december schijft Middelveld: 'Hedenmorgen was de heer K. Doornbos uit Groningen in het kerkgebouw, om het te restaureren orgel te bezien. Zeer grondig heeft hij dat gedaan, en ik moet U zeggen, ’k heb een zeer goede indruk van hem gekregen. Hij wil U een ander plan voorstellen, waardoor meer geluid naar voren komt. Een foto van een op die manier uitgevoerde restauratie liet hij zien. Indien U dit uw goedkeuring kan wegdragen, voelen we er wel iets voor. Het attest door de Klokken- en Orgelraad geschreven als goedkeuring op zijn werk in Nieuwolda hebben we gezien. Ds. Vreugdenhil was ook de gehele morgen aanwezig. Ook kan de heer Doornbos onmiddellijk na opdracht aanvangen. Maar de prijs: Gisteravond is Kerkeraad en Commissie van Beheer bijeen geweest om o.m. ook over het orgel te spreken. De fa Spiering is van de baan; mocht de heer Doornbos lager in prijs zijn dan de fa Reil, dan is goedkeuring gegeven om plan B te doen uitvoeren. ’k Had gaarne plan C, en ook de organisten, maar de meerderheid was er niet voor te vinden. De heer Doornbos zei, dat de restauratie in Nieuwolda ca ƒ 8000 had gekost; die prijs mogen wij ook besteden. Volgens de heer Doornbos zal een nieuw gedeelte naar voren geplaatst worden.
Op 7 december stuurt Doornbos een offerte.
- De windlade vertoont doorspraak en de sponsels liggen los. De windlade moet in de werkplaats worden gerestaureerd.
Het pijpwerk moet worden uitgedeukt en gedeeltelijk van nieuwe voeten worden voorzien vanwege oxidatie. De frontpijpen krijgen nieuwe stemkrullen, de kernsteken worden verwijderd en de opsneden verlaagd.
-Enkele wellen zijn verwormd en moeten vervangen. Het draadwerk is vergaan. 'De register-mechaniek is dusdanig verknoeid, dat ze geheel hersteld en waar nodig veranderd moet worden. De registertrekkers worden dichter bij het klavier aangebracht; de knoppen vernieuwd, aangezien deze door houtworm zijn aangetast.'
-Het pedaalklavier vervangen door een nieuw klavier.
Nieuwe registerplaatjes in een stijl van 1750.
Doornbos protesteert tegen de uitbreiding achter het orgel met een elektrische tractuur. Dit is in tegenstrijd met dit historische orgel. De bestaande Bourdon 16' is te slecht om te hergebruiken. Door het tweede manuaal onder te brengen in een diepere orgelkas verdwijnt het akoestische voordeel van een ondiepe orgelkas.
De restauratie van het bestaande orgel wordt door Doornbos begroot op f 4.625,-.
Een vrij pedaal met een Subbas 16', Gedektbas 8'door opschuiving en inkorting van de oude Bourdon16' en Nachthoorn 4'. Kosten: f 3.086,-.
Uitbreiding met een Rugpositief in de stijl van het oude orgel met Prestant 4', Gedekt 8', Roerfluit 4', Speelfluit 2', Cornet III, Scherp III en een Trechterregaal 8'. Kosten: f 5.980,-.
De bestaande Trompet 8' zou kunnen worden vervangen door een Dulciaan 16' voor vergroting van de draagkracht.
Op 11 december gaat Bouman in op de offerte van Doornbos. Bouman vind het een prima offerte. Het enige probleem is de prijs. In Berghuizen willen niet uitkomen boven een bepaalde prijs. Bouman noemt deze prijs liever niet. De prijzen van Doornbos zijn uiterst redelijk. Kan er een aangepast offerte gemaakt worden?
De dispositie van het Hoofdorgel blijft zoals deze tegenwoordig is, inclusief Viola 8′ en Bourdon 16′, daar deze stemmen voor de praktijk toch wel nodig zijn. De Quint 1 1/3′ wordt echter aangevuld, terwijl er een hoogste koor voor de Mixtuur bijkomt (C 1/3, c 1/2, c1 2/3, c2 1). Ook komen de Violon 16′ en de Fluit 2 bas te vervallen, zodat de bas van de Bourdon 16′ pneumatisch kan worden bediend uit deze gaten. Voorts wordt achteraan op de lade een Trompet 8′ bijgeplaatst.
Achter het orgel komt op een nieuwe mechanische, desnoods pneumatische lade een wijde Subbas 16′ (houtsoort door U te bepalen). En vooraan de balustrade, of beter er tegenaan en met de onderkant gelijk aan het plafond van het balcon, komt een Rugwerk met de volgende dispositie: Baarpijp 8′ (groot octaaf gedekt), Quintadena 8′, Prestant 4′ (in front), Nachthoorn 2′, Sesquialtera 3–4 sterk: C 2, 1 1/5, 1; gis 2 2/3, 2, 1 3/5, 1 1/3. Op die manier worden in de dispositie de Sesquialter en Fluit 2′ op een bruikbaar manior op een nevenklavier opgenomen, maar bovendien kan de Baarpijp meer draagkracht geven, terwijl ook de Subbas de bruikbaarheid van het orgel verhoogt. Toch blijft ieder manuaal zelfstandig. Weliswaar heeft het Rugwerk dan geen tongwerk, maar een Regaal als U voorstelt moet toch voortdurend worden bijgestemd. Eventueel kan er nog ruimte in de kast worden gelaten om later nog een tongwerk bij te zetten, bij ruime cancellen op een kantsleep. Hetzelfde geldt voor een uitgebreider pedaal.
Ik kan me voorstellen, dat U het orgel op die manier stylistisch minder een eenheid vindt, maar aan de andere kant is het zo liturgisch veel bruikbaarder en ook historisch echter.
Mocht U zich met deze gedachten kunnen verenigen, dan zal ik gaarne zo spoedig mogelijk een aanvullende offerte, b.v. 3 krijgen, event. met Uw amendementen eraan toegevoegd.
Op 18 december beantwoordt Doornbos een brief van Bouman van 11 december. Hi is het grotendeels met de voorstellen van Bouman eens. Gezien het beschikbare budget is het een verantwoorde oplossing. Een pneumatisch Bourdon 16' beschouwt Doornbos als een noodoplossing. Doornbos zal proberen als het enigszins mogelijk is dit toch mechanisch op te lossen. De samenstelling van de sesquialter met III-IV sterk graag anders samenstellen met C= 1 1/3,1,2/3 c=2,1 1/3,1 c1= 2 2/3,2, 1 3/5,1 1/3. Door deze samenstelling is er meer helderheid in de bas.
De offerte wordt nu als volgt:
Restauratie oude orgel plus toevoeging Trompet 8'voor 4.575,-.
Vrij mechanisch Pedaal met een Subbas f 1.650,-.
Nieuw Rugpositief met de door U voorgesteld registers f 5.025,-.
Op 21 december schrijft Bouman aan de CvB dat Doornbos op 7 dcember een offerte heeft gestuurd, die lager was dan de offerte van reil, maar die ook nog meer werkzaamheden bevatte. Het totaalbedrag bedroeg f 13.691,-. Dit bedrag ligt boven uw begroting. Een tegenvoorstel levert nu op dat er een offerte ligt van f 11.250,-. Omdat er orgel nu op de monumentenlijst is er een subsidie van 30% te verwachten op de restauratie van het oude gedeelte. Dit levert een bedrag op van f 1.372,50. Het totale bedrag komt dan op f 9.877,50. Mogelijk zijn er ook nog subsidies mogelijk van gemeente en provincie. Graag wil Bouman de CvB herin bijstaan, maar dat zal het proces vertragen. Beter is het nu de opdracht te verstrekken zodat de werkzaamheden kunnen beginnen. Bij start werkzaamheden behoeft pas 33% van de kosten betaald te worden. Er is al f 9.000,- beschikbaar zodat het benodigde bedrag bijna is bereikt.(25)

1951

Op 2 januari schrijft Middelveld dat met algemene stemmen is besloten de opdracht voor f 11.250,- aan Doornbos te gunnen. In de opgave van Doornbos ontbreekt een nieuwe motor. Is daarover al gesproken? kan Bouman de opdracht aan Doornbos verstrekken? Graag ontvangt de CvB een voorstel voor het aanvragen van subsidie. Daarnaast wil men graag een bestek ontvangen.
Op 2 januari 1951 wordt het contract gesloten voor de restauratie en uitbreiding van het orgel met een rugpositief en een vrij pedaal voor f 11.250,-.
De complete tekst is te vinden in de bijlage
Op 3 januari schrijft Bouman aan Doornbos dat de opdracht aan hem wordt verleend voor f 11.250,-. 'Uw offerte voor Ruinerwold (Berghuizen) heeft een degelijke indruk gemaakt. Alvorens mij te zetten tot he topmaken van het contract, zou ik graag uw wensen vernemen omtrent de formulering. Hoe dacht U het rugpositief uit te voeren? En het frontontwerp? Is in de prijs ook een nieuwe ventilator begrepen?'
Op 9 januari schrijft Doornbos aan Bouman dat het contract kan worden opgesteld conform de richtlijnen van de NKO. Als opleverdatum stelt hij 1 november 1951 voor.
'Het rugpositief denken wij als volgt: het pijpwerk wordt opgesteld in torens evenals bij het hoofdwerk. Aangezien de hoogte van het rugwerk in verhouding met het hoofdorgel maar vrij gering wordt, willen wij voorstellen de Baarpijp van Groot C tot g klein gedekte pijpen te geven. Verder hebben wij nog het volgende voorstel n.l. om het groot octaaf van de Quintadeen geen eigen pijpen te geven doch dit spreekbaar te maken in de Baarpijp. In plaats hiervan zouden wij dan een Scherp 3 - 4 sterk willen leveren en in dit geval kan de Sesquialtera teruggebracht worden tot 2 sterk, liefst 2 maal repeterend in de bas. De volgorde der registers op de lade wordt dan als volgt: Praestant 4' (front), Baarpijp 8', Quintadeen 8', Sesquialtera 2 sterk, Nachthoorn 2', Scherp 3 - 4 sterk, Open plaats tongwerk. De kast wordt geheel gehouden in de stijl van het hoofdwerk. Het front krijgt een 7 hoekige middenfront, 2 spitse zijtorens en 4 vlakke tussenvelden, waarvan 2 loos. Over enige dagen willen wij U wel een schets hiervan toezenden.'
De prijs van de ventilator is niet in de prijs begrepen. Mogelijk is eenVentus, 1400 toeren voor. f. 685.-.
Op 12 januari schrijft Bouman aan Doornbos dat het frontontwerp met de heren Middelveld en De Roo is besproken. het Rugwerkontwerp is akkoord. 'Alleen wilden wij om het Davidsbeeld te kunnen plaatsen en een aardiger optische tegenbeweging te verkrijgen met het hoofdfront, de twee zijtorens uit de grootste pijpen laten bestaan, de middentoren uit kleinere pijpen, dus lager, en hier tussen in nog kleinere pijpjes, alle van de Praestant 4'. Het beeld kan dan op de middentoren komen. Wij wilden het rugwerk geheel vooraan de balustrade en zo laag mogelijk, opdat de klank zo veel mogelijk effect heeft, en ook de aanblik van het hoofdorgel/van uit de kerk niet wordt geschaad. De Baarpijp 8' willen wij toch wel van c af open hebben en voor de rest gedekt. Vanwege het mensuurverschil lijkt het beter om de Quintadeen 8' in het groot octaaf zelfstandige pijpen te geven. Kunt U echter een goede overloop garanderen, dan voelen wij wel veel voor Uw aanbod van de Scherp, en dan moet dit groot octaaf maar vervallen. Of zou bij alleen uitvoeren van de Sesquialtera 2 sterk in de Discant dit groot octaaf kunnen blijven?'
Op 12 februari schijft Bouman aan Doornbos dat hij sinds de laatste brief niets meer heeft gehoord. Is er al een nieuwe schets van de rugwerkkast?
Uit een brief van Bouman aan de weduwe van Klaas Doornbos van 13 februari blijkt dat Klaas Doornbos is overleden. Bouman is geschokt door zijn overlijden en kan zich goed voorstellen dat mevrouw Doornbos niet bezig is met het orgel van Berghuizen . Kan mevrouw Doornbos over enige tijd beschrijven welk werk tot nu toe is uitgevoerd? Aan de onderkant van de brief staat een lastig leesbare notitie over Cor Edskes met zijn adresgegegevens en het feit dat hij als 25-jarige al 10 jaar ervaring heeft met orgelbouw bij Doornbos.
Op 13 februari schrijft Bouman naar Middelveld dat op het moment dat hij met Middelveld belde dat Doornbos toen al was overleden. Hij de brief in die hij naar mevrouw Doornbos heeft gestuurd. het lijkt Bouman billijk mevrouw Doornbos in de gelegenheid te stellen een oplossing te zoeken de ontstane situatie. Als dit niet lukt kan een andere orgelmaker worden ingeschakeld.
Op 22 februari schijft Cor Edskes aan Bouman dat het bedrijf wordt voortgezet onder de naam "Firma Doornbos". De firma staat er voor in dat het werk op dezelfde manier zal worden uitgevoerd als eerder gebeurde voor het orgel van Nieuwolda. Alle aanbiedingen blijven dus van kracht. Hij stuurt ook een paar foto's van het orgel in Nieuwolda.
Op 23 februari schrijft Bouman aan Middelveld: 'In aansluiting op mijn brief van 13 dezer kan ik U thans gunstige berichten melden. 15 Februari j.l. is de bedrijfsleider van de firma Doornbos, de heer C.H. Edskes, C.H. Petersstraat 6, Groningen (tel. 21736), op mijn bureau geweest. Twee uur lang hebben wij de zaak Ruinerwold doorgepraat, waarbij ook uiteraard vele andere orgelbouwkundige onderwerpen ter sprake kwamen. Het raadsel, waarom de firma Doornbos in de laatste twee jaren zo opvallende prestaties ging leveren, is voor mij nu wel opgelost. Dit is te danken aan de heer Edskes, een ontwikkelde jongeman van 25 jaar, die sinds tien jaar uitgebreide studie heeft gemaakt van de orgelbouw in Nederland en in buitenland, o.a. Skandinavië en Duitsland. Uit liefhebberij maakte hij, voor hij in de zaak van Doornbos ging meewerken, twee kleine orgels voor particulieren. Ook kent hij allerlei geheimen van de oude en moderne orgelbouw, die juist bij een werk als Ruinerwold te pas komen. Onze ideeën komen volkomen overeen. Hij is het geweest die het orgel te Nieuwolda zo heeft afgewerkt. Hij heeft mij dit alles, daar ik aanvankelijk er niet veel voor voelde om het werk aan de firma D. te laten, met de stukken overtuigd dat dit grotendeels zijn werk is. Ook had hij een ontwerptekening voor het rugwerk bij zich, die wat mij betreft kan worden goedgekeurd.
Hierbij ingesloten gaat een doorslag van zijn brief die ik heden ontving. Temeer daar zijn prijs laag is, zou ik met vrijmoedigheid Uw Commissie willen adviseren om de opdracht aan de firma Doornbos gestand te doen. Op enkele onderdelen van de pijpen na, wordt alles in eigen werkplaats met behulp van drie ervaren krachten gemaakt.'
In een ongedateerde brief schrijft Middelveld dat Bouman aan de firma opdracht kan gevende restauratie van het orgel uit te voeren. Waar moet het contract worden getekend? Moet na ondertekening de 1/3 van de aanneemsom worden betaald?
Op 1 maart schrijft Bouman aan Doornbos dat de CvB hem heeft gemachtigd om de opdracht aan Doornbos te verstrekken. Graag ontvangt Bouman een beschrijving van de werkzaamheden, materialen, tekeningen en mensuren op de c's.
Op 14 maart schrijft Bouman aan Edskes dat hij de gevraagde gegevens nog steeds niet heeft ontvangen. In Berghuizen wacht men op het contract. Bouman vertrouwt er op dat Edskes ondertussen niet heeft stilgezeten. Hij herinnert Edskes aan zijn belofte om hem een orgelpijp van Arp Schnitger te geven.
Op 14 maart schrijft Bouman aan Middelveld dat hij Edskes heeft aangemaand tot spoed. Bouman verwacht dat het verstrekken van subsidies langzaam zal verlopen. Voor 1951 is er geen geld beschikbaar.
Onbekend is wanneer het bestek voor restauratie en uitbreiding is gemaakt. In potlood staat genoteerd 'Ontwerp Edskes'. Bewaard bleef ook een ander exemplaar van dit bestek met aantekeningen door Bouman en op de laatste pagina een schetsje van het nieuwe Rugwerk van de voorzijde en vanaf bovenaf. Het bestek moet zijn gemaakt voor 16 maart gezien de inhoud van deze briefkaart.
Op 16 maart schrijft Edskes per briefkaart aan Bouman dat hij wegens drukke werkzaamheden en verblijf in het buitenland iet eerder in de gelegenheid was een bestek te zenden. Hij hoopt de tekening van het front volgende week af te hebben. Edskes moet volgende week in Amsterdam zijn. kan hij daar Bouman ontmoeten. Hij neemt dan de tekening mee.
Op 20 maart schrijft Middelveld aan Bouman dat hij de brief met bijlagen heeft ontvangen (waarschijnlijk het bestek). Het pijpwerk van het orgel is dinsdag 13 maart naar Groningen gebracht. Edskes wil eerst het bestaande orgel restauaren en in orde brengen zodat dat weer kan worden bespeeld. Daarna wordt het Rugpositief gemaakt. De bedoeling is dat de orgelaks enkele meters naar voren komt. Hiervoor moet een ijzeren staaf tijdelijk doorgesneden worden. Deze staaf komt daarna achter het orgel. Is het nu geen tijd om het contract te tekenen?
Op 24 maart stuurt Edskes drie fotokopiën van het frontontwerp van het Rugpositief naar Bouman. Edskes heeft ook geprobeerd om een meer eigentijds ontwerp te maken, maar is toch teruggekeerd naar een historisch ontwerp. 'Ik hoop dat U mij deze hommage aan Arp Schnitger zult vergeven.'

Klik op de afbeelding voor een vergroting

Op 27 maart schrijft Middelveld naar aanleiding van de brief van 14 maart van Bouman wanneer de aanvraag voor subsidie naar het Ministerie wordt gestuurd. De kerk heeft nu een orgel gehuurd voor vijf gulden per maand met twee klavieren en pedaal. We zingen er best bij, maar het kerkorgel gaat boven alles.
Op 5 april stuurt Bouman het contract ter ondertekening aan de CvB.
Op 15 juni schrijft Middelveld aan Bouman dat het oude lichtblauw is geverfd. Het nieuwe wordt gebeitst eikenhout. Past dat wel bij elkaar? Keurt Bouman het goed dat de blauwe verf wordt verwijderd en dat de kas wordt gebeitst in dezelfde kleur als het nieuwe Rugpositief? Het kerkgezang wordt nu begeleid met het huisorgel van ds. Herder. De laatste weken zijn er geen berichten vanuit Groningen
Op 20 juni schrijft Bouman dat hij graag op de hoogte wil worden gehouden van de vorderingen. Is het mogelijk elke maand een overzicht te maken in tweevoud zodat dit ook kan worden doorgestuurd naar dhr. Mideelveld.
Op 20 juni schrijft Bouman aan Middelveld dat er van hem en het Rijksbureau van Monumentenzorg geen bezwaar is om de blauwe verf te verwijderen. De nieuwe beits mag niet te donker worden. Edskes zal Middelveld op de hoogte houden.
Op 29 juni schrijft Edskes aan Bouman dat hij door drukke werkzaamheden er nog niet aan toe was gekomen de voortgang te melden. De windladen en het pijpwerk zijn al gerestaureerd. De kas van het Rugpositief is ook al gemaakt. De windladen voor het rugpositief en het pedaal worden nu gemaakt. Over vijf weken hopen ze te beginnen met de montage in Berghuizen.
Op 25 juli schrijft Bouman aan Edskes:Geachte Heer Edskes: 'Dezer dagen werd ik opgebeld namens mevrouw Doornbos en kreeg ik ook bezoek van een afgezant van haar waarbij mij verschillende dingen werden meegedeeld die me doen begrijpen dat ze op Uw houding bij het werk van Ruinerwold niet geheel gerust zijn. Zelf kreeg ik de indruk, ook enkele andere geruchten die ik vernam hiermee combinerende, dat U overweegt om los van de firma Doornbos een eigen zaak op te zetten. Hoe dit alles zij, het behoort tot de competentie van mevrouw Doornbos om de verhouding met U te regelen en tot een goed einde te brengen. Ik begeef mij daar dus niet in. Wel maak ik er nog even opmerkzaam op, dat contractueel de opdracht luidt aan de firma Doornbos, en dat ook de verdere betalingen (de 1e termijn blijkt reeds door U te zijn geïnd) rechtstreeks zullen geschieden aan het adres Singelweg 58.
In allen gemoede zou ik U willen aanraden: ga niet te individualistisch te werk, maar tracht van de firma Doornbos de grootste en beste zaak van het Noorden te maken. Aan splinterbedrijfjes is geen behoefte en in de toekomst zullen die het steeds moeilijker krijgen. Eendracht maakt macht. In die geest heb ik ook met de „afgezant” gesproken. Vanzelfsprekend mag van een eventuele controverse het geval Ruinerwold niet de dupe worden. Het werk moet ononderbroken voortgang hebben. Aan „Ruiter-vertragingen” hebben we geen behoefte. Ik hoop nog deze week vóór mijn vacantie uitsluitsel van Uw kant te hebben en hoop dat alles een storm in een glas water blijkt te zijn geweest. U succes toewensend bij Uw werk, verblijf ik'.
Op 26 juli schrijft Bouman aan mevrouw Doornbos: 'Juist had ik na het bezoek van de heer Mateboer ingesloten schrijven aan de heer Edskes gezonden, of deze verscheen zelf in Amsterdam. We hebben toen meteen de zaak goed doorgesproken. Als ik het goed begrijp, komen veel van de moeilijkheden daaruit voort, dat de heer E. door U en het personeel nog te veel wordt gezien en behandeld als een eigenwijs broertje, dat pas komt kijken. De heer E. heeft een niet geringe theoretische en ook vrij veel practische kennis opgedaan over de orgelbouw, heeft op dit gebied degelijke en vooruitstrevende ideeën en laat zich daarom niet in een hoek drukken. Dat moet botsingen geven, die echter te overwinnen zijn, door te vergeten wat achter is en elkaar weer met onbevangen welwillendheid en waardering tegemoet te treden. Voor het overige herhaalde ik tegenover de heer E. wat ik ook tegen Uw afgezant zeide, nl. dat het niet op mijn weg, maar op de Uwe lag om deze zaak tot een oplossing te brengen in een degelijk firma-contract, dat ook voor de heer E. aannemelijk is. Wat tenslotte Ruinerwold betreft, de opdracht is aan Uw firma na overlijden van Uw man gecontinueerd, echter hoofdzakelijk omdat wij vertrouwen hadden in het inzicht en de capaciteiten van de heer E. Mochten wij van U niet de uitdrukkelijke toezegging krijgen, dat de heer E. de technische leiding van het werk te R. houdt, dan zou dit aanleiding kunnen zijn om te overwegen, volgens de AVON ons aan de firma D. niet verder gebonden te achten. De heer E. verklaarde zich tegenover ons bereid, om in het verband van de Firma Doornbos deze opdracht af te werken en daarbij niet op z’n eentje te werk te gaan. Voor het overige moet U zien het maar onderling eens te worden. Uw antwoord zie ik gaarne spoedig schriftelijk tegemoet, daar ik de eerste twee weken van Augustus met vacantie ga.'
Op 31 juli schrijft vermoedelijk dhr. Middelveld aan mevrouw Doornbos dat Bouman bij zijn standpunt blijft dat Edskes blijft betrokken bij de werkzaamheden.
Op 20 augustus schrijft Bouman aan Edskes dat hij naar Berghuizen wil komen op de voortgang te inspecteren. Is er al een bevredigende oplossing voor het conflict met mevrouw Doornbos?
Op 27 augustus schrijft Bouman aan Edskes; 'Mag ik er U opmerkzaam op maken, dat mijn brief van 20 dezer nog niet werd beantwoord? Inmiddels bereikten mij geruchten uit Groningen die de indruk geven dat de zaak met de firma Doornbos nog helemaal niet in orde is en dat U er zelfs tussen uit zoudt zijn getrokken. Dit is voor mij temeer reden, U te rappelleren.'
Op 27 augustus schrijft Edskes aan Bouman: 'In antwoord op Uw schrijven deel ik U mede, dat de moeilijkheden met de Wed. Doornbos nog niet tot een oplossing gekomen zijn. Waarschijnlijk zal dit deze week nog het geval zijn. Hierover bericht ik U nog wel.'
Op 29 Augustus schrijft Bouman aan Edskes: 'Uw kaartschrijven van 27 dezer gaat niet in op het werk van Ruinerwold en de vragen die ik daarover in mijn laatste brieven stelde. Deze zaak is voor mij van primordiaal belang. Ik mag U wel verzoeken, mij omgaand uitvoerig hiervan op de hoogte te stellen. Voor het overige wens ik U succes toe bij het komen tot een oplossing met de Wed. Doornbos.'
Op 2 september schrijft Edskes aan Bouman:
'Zeer Geachte Heer Bouman, In antwoord op Uw schrijven van 29 Aug. deel ik U het volgende mede. Over de juiste toestand van zaken betreffende het orgel te Ruinerwold, kan ik U momenteel weinig mededelen. Dit vindt zijn oorzaak in het feit dat ik de laatste vier weken niet aan de werkzaamheden heb deelgenomen en wel om de volgende reden. Voor plm. 5 weken heb ik aan de advocaat van de Wed. Doornbos op zijn verzoek bepaalde voorstellen gedaan ter oplossing van het geschil. Hierin ben ik zelfs zover gegaan dat, indien een algehele oplossing niet mogelijk bleek, ik ook accoord zou gaan met oplossing uitsluitend met betrekking tot het orgel van Ruinerwold, hoewel dit erg in mijn nadeel was. Bovendien heb ik genoemde raadsman medegedeeld dat ik niet eerder zou gaan werken alvorens een zekere oplossing bereikt was. Hierop werd mij medegedeeld dat dit waarschijnlijk binnen een week het geval zou zijn. Tot op heden heb ik niets van genoemde voorstellen gehoord. Bij de Wed. Doornbos zijn ze, naar ik vernam, met de werkzaamheden doorgegaan. Deze zal U dan wel uitvoerig hieromtrent inlichten. Inmiddels verblijf ik met de meeste hoogachting, C. H. Edskes'.
Op 10 september schrijft werknemer Mateboer van Doornbos het volgende: 'Hiermede breng ik U op de hoogte van de vorderingen die gemaakt zijn met het orgel van Berghuizen. De kast van het hoofdwerk staat nu op de nieuwe plaats. Evenals ook de kast van het rugwerk geplaatst is. De gereviseerde laden met pijpwerk, pedaal + wellbord en nieuwe windmachine is eveneens in de kerk aanwezig. Het wellbord van het hoofdwerk is in gereed en nagezien, en thans zijn we bezig met de abstracten, mechaniek, wellramen voor rugwerk en de nieuwe lade voor rugwerk. Deze onderdelen maken we klaar in de werkplaats. We hadden U vorige week in Berghuizen verwacht, maar U kwam niet. Ik had U gaarne willen spreken over enkele zaken betreffende dit orgel. Volgens contract komen op het rugwerk 6 stemmen + 1 lege plaats voor een tongwerk. De heer Edskes sprak altijd over 7 stemmen + 1. Zijn er na het sluiten van het contract nog veranderingen aangebracht? Of kan ik me daar geheel aan houden? Eveneens volgens contract zou de nieuwe lade gemaakt worden van teakhout, terwijl slepen, dammen, pijpstokken en roosters van mahonie gemaakt zouden worden. Goed droog mahonie is echter niet te krijgen. Vindt U het goed dat deze onderdelen van eiken gemaakt worden? De lade zelf is van teak gemaakt. Ook nog iets over de financiële kant. De zaak is namelijk zo, dat de gelden verstrekt voor de aanschaffing van materialen e.d. verbruikt zijn, zover wij weten. Terwijl er nog al het een en ander betaald moet worden en wij toch ook leven moeten; zodat we graag de tweede termijn of voorschot willen ontvangen om aan dit orgel te kunnen doorwerken. Is het mogelijk dat U nog deze week in Berghuizen kunt komen en we deze zaken kunnen bespreken?'
Op 12 september schrijft Bouman aan Middelveld dat hij op 20 september naar Berghuizen komt. is het mogelijk om hem van de trein in Meppel te halen? Kan hij de komst van Bouman ook aan het personeel van Doornbos in de kerk meedelen. 'Opdat we dan meteen de moeilijkheden met de fa. Doornbos kunnen afhandelen. Ik zal dan de Heer Edskes wel oproepen'.
Op 14 september schrijft Bouman aan Middelveld dat hij donderdag 20 september met de trein van 09:13 aankomt. De zoon van Middelveld zal hem met de auto ophalen.
|De brief is waarschijnlijk in grote haast getypt en bevat tal van eigenaardige typefout. Hier volgt de letterlijke verder tekst: 'Ik kan dan de reeds in de kerk aangevoerde delen inopmeteren en keuren, en daarna het ontworpenet de contructie plan en varder met de orgel-bouwers, ten einde de anrezen stabiliseeren, voor zover het orgel te Ruinerwold betreft, op te lossen. Ik eind daarom van dit schrijven een donraling naar de acs.schenbes en een van de door Zikkees met Uw zoon om de voorsstemmig te zijn of zich te laten vertegenwoordigen.Misschien kan nog zoveren vnrder voor een looplang om de onderdelen ter plaatse goed te kunnen beoordelen.' Aan Mateboer van Doornbos schrijft hij (weer veel eigenaardige typefouten): 'Geachte Heer Mateboer, Het bovenstaande spreekt voor zichzelf. Wil men 9 l.p.v.7 slopen aanbrengen, dan is daartegen natuurlijk geen bezwaar, maar in het contruct word niets gewijzigd. Wanneer U prima eiken verwerkt i.p.v.het voorgeschreven mahonie, is dat ook goed. Dat de betaling betraft,gelden de A.V.O.N..De tweede termijn wordt dus betaalbaar, wanneer alle orgeldelen in afgewerkte staat in de kerkzijn aangevoerd. Daar misschien is een voorschot mogelijk overeenkomstig de waarde van het reeds aangevoerde.'
Op 24 september schrijft Middelveld aan Bouman dat dhr. Mateboer van Doornbos hem even verzocht of Bouman akkoord kan gaan met de betaling van een voorschot van f 2.000,- op de tweede termijn. het bedrag is bestemd voor aankoop van materialen.
Op 1 oktober schrijft Middelveld een wat warrige brief aan Bouman. De afgelopen vrijdag zijn hij en dhr. De Roo bij de firma Doornbos geweest. De windlade voor het kleine orgel komt deze week klaar. Op enkele pijpen na en de Trompet is er alles. Met 14 dagen denken ze alles naar de
kerk te brengen. Ze kregen van de fa Verschueren juist een brief om een rekening van f 1358, zo spoedig mogelijk te betalen. ''k Heb de fa Verschueren geschreven, dat hun nota voldaan zal worden. We zijn er sterk op tegen, dat nog een andere firma de handen insteekt; 'k verwacht vast, dat alles goed
komt. Mateboer is een vertrouwd persoon. Maar die heeft nog niets voor dit werk ontvangen, evenmin de heer Harms uit Nieuwolda. Af en toe gaan ze orgels stemmen, om toch een weekloon te hebben. De heer Edskes heeft het contract getekend maar hij krijgt van ons geen cent meer in de vingers!
Mevrouw Doornbos wil nog weer met Edskes verzoenen, als Edskes daar komt. Hoe het ook zij, wij zijn door het overlijden van de heer Doornbos een stuk achteruit. 15 november moet Mateboer klaar zijn, dan 5 weken intoneeren in de maand December, dat het misschien vriest, dat het kraakt. Maar de kerk kan verwarmd worden. Als het materiaal er is, schrijf ik U wel even, opdat U dan goedkeuring kunt geven voor 2e termijn betaling. Mateboer zei, dat ze wel gereed materiaal naar Ruinerwold konden zenden, maar dat was lastig, die pijpen moesten in Groningen gepast? worden. 'k Meende U deze ontboezeming te laten weten.'
Op 19 oktober schrijft Bouman aan Middelveld dat hij op zaterdag 27 oktober de windladen en het nieuwe pijpwerk wil controleren. Op basis hiervan kan hij bepalen of de tweede termijn betaald kan worden. Mocht het materiaal niet aanwezig gaat hij naar Groningen om daar te inspecteren.
Op 22 oktober schrijft mevrouw Doornbos dat de windladen en pijpen op 19 oktober naar Berghuizen zijn verzonden. Weelinck en Mateboer zullen de opbouw verzorgen, zodat U op 27 oktober het verrichte werk kunt inspecteren.
Op 22 oktober schrijft Middelveld aan Bouman dat hij hoopt dat het materiaal er op 19 okober is. Hij zal Bouman van de trein halen. Het geleende orgel van ds. herder begint dof te worden en er blijven toetsen hangen.
Op dezelfde dag schijft hij dat de brieven elkaar snel opvolgen. Vanmorgen was hij bij de kerk en dhr. Mateboer was met het materiaal in de kerk. Het was vorige week geaden en via Meppel gearriveerd. Ze zijn met drie man begonnen en vanaf 15 november kan dhr. Edskes beginnen met intoneren. Er komt dus schot in. Weduwe Doornbos zit verlegen om geld. Kan na uw bezoek de tweede termijn worden betaald?
Op 24 oktober schrijft Bouman aan mevr. Doornbos dat hij zaterdag naar Berghuizen komt voor inspectie. Als het pijpwerk nog niet op de lade staat wil Bouman dat de pijpen voor C, c, c1, cw en c3 apart liggen zodat hij de mensuren kan nameten. Ook zou het goed zijn dat de windlade van het Rugwerk gedeeltelijk open is. Bij goedkeruing kan de tweede termijn worden betaald.
Op 4 december beschrijft Mateboer aan Bouman de afwijkingen van het contract:
Pijpwerk.
1.Registerwellen, [buis (ijzer)] i.p.v. grenen. Ruimtebesparing.
2.Pijpstokken, roosters zijn van eiken i.p.v. mahonie.
3.Slepen van masoniet.
4.Voor de baskant van de Fluit 2′ is de oude discant van de Bourdon 16′ gebruikt; discant nieuwe.
Hoofdwerk.
.Registerwellen als rugwerk.
6.Manuaalkoppel, schuifklavier, deze middels een registerknop. Tot boven.
In de kantlijn noteert Bouman nauwelijks leesbaar zijn mening over deze punten
Daarna schrijft Mateboer over de oude Bourdon 16':  'Thans nog iets over de oude Bourdon 16′. Nadat U verleden week vertrokken was, vroeg de Heer Edskes mij, of U er mee accoord ging, dat de oude B16 er niet voor afgekeurd werd. Tot mijn verbazing, want ik wist niet beter, of dat was reeds in het begin al geregeld. Want toen ik met dit orgel begon vertelde Edskes mij dat de B16 verviel. Nu vind ik het een beetje pijnlijk dat hierin geen overleg met U gepleegd is. Nu is deze stem inderdaad, zoals deze nu is, onbruikbaar, en restaureren van deze erg kostbaar. De pijpen zijn van vurenhout, gespijkerd met ijzer; verscheidene bodems zijn gebarsten, zelfs kerns die in 2 stukken er in liggen, verder lek, slechte labiums enz. Terwijl ook met de plaats op de lade geen rekening is gehouden.

Rugwerk. Het spijt me dat U hiervan niet gekend bent. Waarschijnlijk een gevolg van het feit dat Edskes een 16′ op een manuaal volkomen acht. Wat natuurlijk geen reden is om dat op eigen houtje uit te maken.
Op 21 december schrijft Bouman aan Doornbos over de afwijkingen met het contract. Hij gaat met de wijzigingen akkoord. Met de schuifkoppel gaat hij alleen akkoord als deze kan worden bediend met neergedrukte toetsen. Als dit niet kan een gewone koppel. Hij gaat niet akkoord met het vervallen van de Bourdon 16' op het Hoofdwerk. 'Een dergelijk register is voor een zo grote Gereformeerde kerk onontbeerlijk.' Het register moet worden gerestaureerd en voor de bas van de Nachthoorn 2' kunnen nieuwe pijpen gemaakt worden. U bent vrij in plaats van de Bourdon 16' een Quintadeen 16' of een tweedehands Bourdon 16' te plaatsen. Een betaling van het orgel zal alleen plaatsvinden met een Bourdon 16' op het Hoofdwerk. Een kopie van deze brief gaat naar Edskes en Middelveld.

1952
Op 4 januari schrijft Mateboer aan Bouman. De Bourdon 16' wordt gerestaureerd en herplaatst. Dit veroorzaakt veel extra werk. Jammer dat niet eerder bekend was. Achter de kast was ruimte gereserveerd voor de Subbas 16'. Nu is er ruimte nodig voor de grootste bourdonpijpen van het Hoofdwerk. 'En dan nog iets, ik voel me zo'n beetje als Piggelmee, die telkens naar het het visje in de zee moest om de wensen van zijn vrouw over te brengen.Neemt U mij niet kwalijk dat ik mij zo uitdruk. Wijlen Doornbos heeft een tijd geleden een pneumatisch lade gemaakt voor een Bourdon 16'met 27 pijpen en nu wordt gevraagd of deze niet dien kan. De lade is goed gemaakt, maar van vurenhout, membraanlat van eiken. Wilt U hiervoor berichten?'
Op 8 januari schrijft Middelveld aan Bouman: 'Zo juist ben ik naar de kerk geweest, om naar het orgel te zien. ’k Was altijd optimist, maar ik ga bijna over tot pessimist, wat de voortgang met de orgelbouw betreft.
Mateboer met de oude heer Welink? waren aan het werk. Ik heb een heel gesprek met hem gevoerd. Het is en wordt zo zachtjes aan een eigenaardige historie. Er is geen leiding meer. U hebt het toezicht, maar de verhouding Edskes, Doornbos, Mateboer, Harms is zeer slecht. Ik vrees dat wij daardoor de dupe worden. Edskes moet alles nog intoneren; hij kan m.i. best vooruit dat werk doen, maar wacht wellicht tot al het pijpwerk staat. Het is m.i. net al of ze elkaar bij on in de kerkniet willen ontmoetten. Als het niet anders opschiet, zijn we met Pasen nog niet klaar.
Mateboer werkt niet met animo. Hij vreest dat hij geen loon ontvangt. Het schijnt dat die pas ontvangen f 600,- al opgeteerd is. Mateboer heeft een contract met wed. Doornbos. Edskes heeft het bestekcontract getekend. Met wie hebben we het nu feitelijk te maken? Volgens Mateboer zou Edskes gezegd hebben dat de Bourdonpijpen afgekeurd waren. Nu moeten ze nieuwe maken, en nog een nieuwe lade. Ik vrees dat Mateboer nog een keer verdwijnt, maar ik heb hem gezegd dat hij U en ons daarvan eerst kennis moest geven. Indien er zonder animo gewerkt word schiet het niet op. Weduwe Doornbos kan zich moeilijk verplaatsen en is feitelijk de aanneemster? Weduwe Doornbos schrijft, dat ze nog rekeningen moet betalen van maart, april, hetgeen Edskes heeft besteld. Edskes heeft Harms aangespoord om de kast te maken, en nu komt Harms niet terug, want Mateboer zegt dat hij de uitvoerder is, vanwege het contract met weduwe Doornbos.
Nogmaals, de zaak is vrij ingewikkeld. Niet wetende dat de verhouding tussen de orgelbouwer Mateboer en Harms de meubelmaker slecht is hebben we Harms opdracht gegeven de orgelbank te maken.
Meneer Bouwman, er moet gesproken worden. Zo gaat het niet. De kwestie Edskes – weduwe Doornbos staat nu misschien betrekkelijk buiten, maar ik geloof wel dat de zaak hierdoor stagneert.
Hoe moet in dezen de steen der wijzen gevonden worden? Wij zijn leken, maar willen wel gaarne ons orgel klaar hebben. De Trompetpijpen zijn er, doch er moet nog wat uit Zeist komen aleer die pijpen kunnen spreken.
Persoonlijk heb ik Harms ƒ 100 gegeven tegen kwitantie. Ik kon niet aanzien dat hij zonder geld met de kerstdagen naar huis ging. Volgens Mateboer zou Harms van weduwe Doornbos f 100-,- gevraagd hebben, maar weduwe Doornbos heeft Harms niets opgedragen, doch heeft Harms zich door Edskes laten leiden.
’t Wordt zo zoetjesaan een hele onderneming. Er is nog ƒ 3100 ter beschikking. ’k Hoop dat alles in vrede opgelost wordt. Wij, als Drenten hebben wel lang geduld maar ook hierin kan een einde komen. Een noodkreet to U komt nog niet maar wel de vraag, help ons in deze moeilijkheid. We moeten met elkaar een conferentie waar geen der partijen ontbreekt.'
Op 15 januari schrijft Middelveld aan Bouman: 'Hedenmiddag ben ik naar het orgel wezen zien. Twee man aan het werk: Mateboer en Welink; de heer Mateboer legt de laatste hand aan het rugpositief, in dien zin, dat het nog wel enkele dagen arbeid kost. Hij was bezig om er aan dingen (de naam weet ik zo niet) die opengaan als men op de toetsen drukt. Met koperen veertjes en leertjes, dat moet alles sluiten. De stofzuiger kwam er bij aan te pas. Het is een fijn mechaniek. Mateboer werkt met geduld, maar vlug is fout, dat heb ik wel gezien. Bourdon is klaar, Trompet is er en de Subbas staat klaar in Groningen.
Heeft de heer Mateboer U ook geschreven over een lade die daar is, en gedeeltelijk van eiken en grenenhout is? ’k Zal mevr. Doornbos ook schrijven. Zij moet als het enigszins kan met de heer Mateboer doorwerken. ’k Heb de vorige keer geschreven dat het zo weinig opschoot; vanmiddag heb ik op mijn horloge nagegaan hoeveel tijd er nodig was om één van die te monteren, dat het windkanaal luchtdicht werd afgesloten. De heer Welink was bezig met het spul dat nodig is om de toetsen te kunnen gebruiken. Er zijn in de gemeente en ook in de kerkeraad, die ongeduldig worden, maar beter goed dan half werk. Maar daar ziet U wel op toe. ’k Hoop dat, wanneer het rugpositief klaar is, de heer Edskes komt te intoneren, en dat we geen klachten meer horen. Indien het met de sterke hand moet gebeuren, is het niet zo aardig meer. Zakelijk moet het blijven, hoor, maar naar mijn gevoel heb ik de wed. Doornbos ook niet de schuld alleen willen geven.'
Op 16 januari schrijft Bouman aan weduwe Doornbos dat de afwerking van het orgel in Berghuizen niet naar wens verloopt. De samenwerking tussen het personeel is niet goed. De lonen worden niet worden niet tijdig uitbetaald. De kerk heeft al enkele voorschotten verstrekt. Het is nog niet te voorzien wanneer het werk wordt voltooid.
'In mijn brief van 21 December j.l. heb ik aan Uw firma reeds medegedeeld, welke afwijkingen van het contract en van de AVON door mij worden goedgekeurd. Voor het overige zult U zich geheel aan de bepalingen van dit contract en niet aan mondelinge afspraken hebben te houden. Dit betekent dat de Bourdon 16′ wordt geleverd en op normale wijze met de windlade verbonden, terwijl volgens art. 7 de grotere pijpen van de lade mogen worden afgevoerd en op een mechanische of pneumatische lade van eikenhout geplaatst; desnoods mag een goede tweedehandse lade van dit hout worden gebruikt. Voor de Nachthoorn 2′ moet het pijpwerk worden gemaakt volgens de maten van het contract, dus nieuw, terwijl voor de Bourdon 16′ de oude pijpen na restauratie kunnen worden geplaatst.'
De opleverdatum is inmiddels met drie weken overschreden. Uit coulance wordt deze uitgesteld tot 8 februari. Mocht het orgel op 8 februari niet zijn opgeleverd zal het werk worden overgedragen aan een andere orgelmaker. Kopieën van deze brief gaan dhr. Edskes en dhr. Middelveld.
Op 18 januari schrijft Cor Edskes aan Bouman:  'In antwoord op Uw schrijven van 16 Jan. deel ik U mede, dat ik sinds mijn laatste bezoek aan Ruinerwold, waarbij U ook aanwezig was, niets van de kant van de firma K. Doornbos heb vernomen. Hieruit meen ik te moeten concluderen dat de werkzaamheden aan het orgel te Ruinerwold nog steeds niet zover gevorderd zijn dat met het intoneren kan worden begonnen. Nadere bijzonderheden zijn mij niet bekend. Hopende U aldus voldoende ingelicht te hebben verblijf ik met de meeste hoogachting,'
Op 21 januari beantwoord mevrouw Doornbos de brief van Bouman: 'U wordt bedankt voor de dreigbrief van verleden week. U schrijft dat Edskes steeds vooraan komt bij u, maar ik heb hem driemaal een brief gestuurd dat hij hier bij mij zou komen, maar dat wou hij niet. De heer Mateboer kwam altijd weer thuis; hij komt niet. Toen zei ik: nu gaan jullie werken net als mijn man het deed. Dus met Edskes heb ik afgedaan. Als hem het de moeite niet waard is om te komen, kan ik er ook niets aan doen. Ik heb mijn personeel en die werken vanaf juli/augustus onafgebroken aan de werkzaamheden heden te Ruinerwold. Edskes heeft ons in die werkzaamheden heel wat tegengewerkt, want toen hij nog meewerkte, en ik er wat van zei, dan was het: daar kan mr. Bouwman niet over oordelen. Maar dat kan hem nog wel eens raar te staan komen, weet u. Met Edskes afgesproken weet ik niet, maar Edskes heeft u voorgelogen, net zo goed als mij. En wat de stemming aangaat, dat vraag ik af aan Mateboer; dat maakt Edskes toch niets van. En ik wil u wel even zeggen dat u niet naar een ander uit behoeft te zien: als het nodig is, komt het best in orde. Nu hoop ik dat u niet heengaat en schrijft de heer Edskes de brief en mij een afschrift. Ik ben niet van plan dat hij te koop loopt met mijn werkzaamheden; daar heeft hij niets mee nodig. Nu wil ik hopen dat u ook van mij iets aan wilt nemen, en nog liever was het mij dat u eens hier bij mij thuis kwam. Ik wil u de rekeningen wel voorleggen. Nu hoop ik dat u niet zult zeggen: wat een brutale brief. Ik hoop dat u nog wel geduld zult hebben, want die Edskes doet aan die werken geen goed bij u. Dan nog iets: u schrijft over het contract. Dat heb ik niet en ook niet getekend. Dat heeft dan een ander gedaan buiten mijn weten. Of u dat goed is, weet ik niet; mij niet. Met beleefde groeten, Mej. Doornbos
Middelveld schrijft op 25 januari weer aan Bouman over de voortgang: 'Volgens afspraak zou ik U berichten omtrent de orgelbouw. Ik kan U medelen, dat sinds Dinsdag druk gewerkt wordt. J.l. Maandag waren ze er niet, doch nu wel. Het rugpositief is spoedig klaar. Deze week is weer materiaal gekomen. Een windlade moet nog gemaakt worden. Ze hebben één klaar volgens hun medeling gedeeltelijk van grenenhout is gemaakt. De heer Welink wilde gaarne dat de heer Edskes kwam intoneren; dan konden ze verder werken. Het schijnt dat mej. Doornbos salaris aan de heer Mateboer uitbetaald heeft. Zodoende is hij teruggekomen. Hoe het ook is, het schiet op. Indien even mogelijk moeten deze mannen het werk klaarmaken. De heer Mateboer werkt niet vlug, maar wel secuur. De heer Welink zei gisteren dat, wanneer het rugpositief klaar was, het grote orgel beter opschoot. De verbinding van het nieuwe met het oude orgel is een ingewikkeld werk. Onze gedachte is, dat we een prachtig orgel krijgen, van binnen naar de nieuwste vinding gemaakt. De heren mogen geen loopje met U en ons nemen; overigens zijn we huiverig voor de sterke arm. U is nu op de hoogte.'
Het tweede deel van deze brief bevat een naschrift voor mevrouw Doornbos: 'Van Uw schrijven van 22 Januari nam ik kennis en ingevolge Uw verzoek zond ik geen afschrift aan de Heer Edskes. Ik neem aan dat Uw personeel voor zorg aan het werk besteedt. De moeilijkheden betreffen alleen het onderlinge geharrewar tussen de orgelmakers, waarmede noch de opdrachtgever noch de adviseur iets te maken hebben. Wij zijn er niet om orde te scheppen tussen degenen die de aannemer van het werk laat arbeiden. Er is getracht om in der minne te schikken en meer begrip voor de moeilijkheden te bewerken, maar daarbij moet het dan ook blijven. Wilt U een andere intoneur dan Edskes, dan geef ik U in overweging een intoneur te lenen van de Fa. Verschueren, die ook het pijpwerk leverde. Daarin heb ik meer vertrouwen dan de intonatie van de Heer Mateboer, van wie ik niet zoveel goeds hoorde in de intonatie van het orgel in de Gereformeerde Kerk te Kornhorn. Waarschijnlijk zou de Heer Verschueren wel bereid zijn, dit werk voor een schappelijke prijs te doen. Reeds lang geleden zond ik U een afschrift van het contract, dat ik nog steeds in Uw bezit acht of in dat van Uw personeel. Na het overlijden van Uw man zond ik een brief aan U persoonlijk, waarop de Heer Edskes kwam, die er in geslaagd is om mij te overtuigen, dat Uw personeel het werk met goed gevolg zou kunnen afleveren. Verzoekt U dus niet, dat U aan zijn pleidooi het handhaven van de opdracht te danken hebt. Bovendien mocht de opdrachtgever aannemen, dat de Heer gemachtigd was om het contract te tekenen namens de Fa., omdat als reactie op onze aan U persoonlijk gerichte brieven steeds de Heer E. verscheen. Op dit punt kunt U dus beter maar geen moeilijkheden maken. Intussen vertrouw ik, dat deze zaak tot een goed resultaat zal leiden, waarmee alle betrokkenen toch het meest gebaat zijn.
Op 1 februari schrijft Bouman aan Middelveld dat hij mevrouw Doornbos heeft geschreven en dhr. Edskes heeft verzocht te beginnen met de intonatie. Kan Middelveld Bouman op de hoogte houden van de vorderingen?
Op 5 februari schrijft Middelveld weer een voortgangsverslag: 'Alles hierover in goede orde ontvangen. Gaarne wil ik U op de hoogte houden met de vordering van de bouw van het orgel. De heren Mateboer en Welink zijn er elke dag. Vandaag was de heer Edskes er nog niet. Volgens de beide heren zou het kleine orgel met 14 dagen à 3 weken te bespelen zijn, indien er maar geïntoneerd wordt. Ds. Herder wil zijn orgel gaarne terug.De heer Welink vertelde mij dat de heer Edskes a.s. zaterdag een bespreking zou hebben met mevrouw Doornbos.[...] Hoe moet dat nu, als Edskes niet komt? Mogen we, indien met 3 weken het rugpositief te bespelen zou zijn, dit gebruiken voor U er is geweest? Al het materiaal is aanwezig, behalve tongwerk voor de Trompet dat vorige week in Groningen is aangekomen, en 24 pijpen Bourdon, die niet klaar zijn. Dan moeten er nog 2 windladen komen. De verbinding der registers van het rugpositief en het speelwerk van de toetsen is klaar. Me dunkt, het fijne werk is klaar. Maar tijdrovend is het en geduldwerk. Voorzover ik kan zien wordt het een fijn mechanisme. Laat de heer Mateboer niet vlug werken, m.i. wel secuur. Maar ’t is goed zoals U schrijft, de touwtjes strak houden. Wanneer het orgel klaar is, moeten we samen een dag naar Den Haag om de subsidie los te krijgen. De minister kan het feit, dat hij als dienaar heeft, nooit nuttiger besteden dan voor restauratie van een oud orgel zoals bij ons! (Zeg ik het maar zo vlug.). Volgende week hoop ik weer te schrijven.'
Op 13 februari schijft H. Harms het volgende: 'Origineel heb ik voor de Firma Doornbos, Singelweg 58 te Groningen, al het houtwerk gemaakt voor de reparatie van het orgel in de Geref. Kerk te Berghuizen, Ruinerwold, met het nieuwe rugpositief en geplaatst enz. enz. Sinds Kerstmis j.l. werk ik daar niet meer, omdat mijn werk ongeveer klaar was. Nu is de kwestie, dat ik al verschillende malen bij de Wed. Doornbos ben geweest om mijn geld voor dat werk. Ze heeft mij ± 3 à 4 maanden geleden wat uitbetaald, doch daar moest al dat dure hout ook van betaald worden, zodat ik thans nog een bedrag van ƒ 1422,65 van haar heb te vorderen, wat hoofdzakelijk arbeidsloon is. Wed. Doornbos wil mij niet uitbetalen. Ze heeft geen geld, zegt ze: niet eerder dan dat het orgel klaar is. Daar kan ik onmogelijk op wachten. Ik ben ook al een paar keer bij de commissie in Ruinerwold geweest, doch die mogen mij niet uitbetalen zonder opdracht van U. De nood is hier hoog. Zeer hoog gestegen. Ik weet niet of U een gezin heeft; als U die wel heeft, dan zult U ook wel weten dat het elke week veel geld kost om te leven in deze dure tijd. Ons gezin bestaat uit 4 personen die ook elke dag moeten leven, en dan geen geld terwijl ik het bovenstaande bedrag te goed heb. Zou U hun medewerking in deze willen verlenen? Wanneer U de commissie b.v. opdracht zou kunnen geven, dat die mij uitbetalen, dan was ik gered. Ik wil ook niet graag bij de wed. Doornbos met dwangmaatregelen beginnen. Dat is het allerlaatste wat ik zou doen! Maar als de nood zoo hoog komt dat ik wel zou moeten, dan kan ik er ook niets aan doen. Ik heb in geen 7 weken één cent verdiend en zodoende heb ik dat geld dan ook dringend nodig. Wanneer U mij daarbij zou willen helpen, zou ik U ten zeerste dankbaar zijn. Wij zijn 4 weken geleden van Nieuwolda verhuisd naar Middelbert en ook dat heeft de nodige onkosten meegebracht. Mijn Postrekening is no. 539996. Bij voorbaat zeer hartelijk dank! Hoogachtend, Uw. dw. dn.H. Harms Olgerweg 30A, Middelbert.
Op 14 februari komt er weer een voortgangsversag van Middelveld: 'De kerkenraad en Commissie van Beheer onzer kerk zou gaarne op korten termijn een onderhoud met U willen hebben over de orgelbouw. Is U op een doorreis, dan kan dit in Meppel ook wel. Kan dat in de volgende week? Niet op een Donderdag. Het kleine orgel is klaar, maar er komt geen intonateur. Mateboer zei gisteren dat, wanneer hij geen loon ontving, hij niet terug kwam. Hij heeft al een ander aanbod. Het grote orgel schiet al op, doch er moet geen staking komen. Kan U mij per omgaande berichten?'
In de kantlijn staateen notie van Bouman: '15 februari gebeld. bank f 98 betaald aan Harms; volgens bestek? Alles aanwezig, behalve ... houten pijpen ... en B16. Voorlopig bezoek uitstellen'
Op 19 februari schrijft Middelveld aan Bouman: 'Gisteravond hadden we vergadering v.d. C. v. Beheer. Daarbij zijn ook leden van de kerkenraad. Toen ik het telefoongesprek van gisteren meedeelde, viel dat niet in goede aarde. Ze namen hun besluit, om een samenspreking met U te houden, uitgevoerd.
Dus, meneer, wilt U enkele data’s opgeven aan mij, of aan Ds. Vreugdenhil,dan zullen we de broeders daarmee in kennis stellen. Eind deze week of begin volgende? ’k Zal vandaag Mateboer meedelen wat ik met U heb besproken. De windladen voor de Bourdon zijn niet geheel klaar, maar die kunnen ze toch wel pasklaar maken bij ons in de kerk? Dan moet dit, met a.s. vrijdag, het kleine orgel, voor zover het klaar is, bespeeld worden. Ds. Herder moet zijn orgel terughebben. Dat moet dan gestemd en schoongemaakt thuis bezorgd. Volgens de heer Edskes zijn a.s. zondag twee stemmen geheel klaar, en is het geluid sterker dan van het huisorgel. Indien U voor zondag niet komt, wilt U me dan even berichten? Het is voor de C. v. Beheer niet mooi dat de kerkenraad nu mee gaat spreken, nu het zo lang duurt, maar wij als C. v. B. zijn knechten, en gehoorzaamheid dient voor alles. De kerkenraad is vreesachtig dat ’t niet voor elkaar komt, en ik zie het eind niet komen. Ik vind het jammer dat de heer Mateboer eerst zegt: „dan is het klaar”, terwijl hij weet dat ’t niet zo vlug kan. Ik hou ervan om er niet omheen te draaien. Gisteren vernam ik dat in de kerk van Nijeveen het ook lang geduurd heeft eer het orgel geheel klaar was. Het is een fijn werk dat niet opschiet. Mag ik spoedig iets van U horen? Nu het is mij wel lief, maar we weten dat we op uw medewerking kunnen rekenen.'
Op 21 februari schrijft Bouman aan Harms: 'De omstandigheden, waarin U verkeert, zijn inderdaad niet gemakkelijk. Zeer onaangenaam zou ik zien, dat U de dupe werd van de interne moeilijkheden in de firma Doornbos. Reeds heeft de Gereformeerde Kerk van Ruinerwold belangrijk meer uitbetaald, dan waartoe zij verplicht is, en het leek ons noodzakelijk om thans met verdere betalingen te stoppen, opdat niet bij stagnatie in het werk de Geref. Kerk te Ruinerwold de dupe wordt. Ik heb overleg met de Heer Middelveld en geadviseerd, dat aan U alleen nog het bedrag voor de orgelbank wordt uitbetaald.
Wat het overige betreft, moet ik onder Uw aandacht brengen, dat de Heer Edskes op naam van de fa. Doornbos de gehele eerste termijn heeft gebeurd en er nog practisch niets voor heeft gedaan. Daar op zijn aanwijzing en verantwoordelijkheid door U de kast enz. is gemaakt, zult U van de Heer Edskes het U toekomende moeten zien te krijgen. Ruinerwold heeft rechtsgeldig betaald en kan dus niet daar voor worden aangesproken. Overigens merk ik op, dat het snijwerk, voorzover mij bekend, aan de kast nog ontbreekt. Het lijkt mij dus het beste, dat U verder met de Heer Edskes in verbinding treedt, en het bedrag voor de orgelbank bij de Geref. Kerk van Ruinerwold declareert. Van harte hoop ik, dat deze orgelrestauratie nog zo mag aflopen, dat niemand er bij te kort blijkt te zijn gedaan.'
Op 5 maart schrijft Middelveld: 'Het is alweer enige dagen geleden dat U iets gehoord hebt. Het is jammer dat het kleine orgel geheel gereed is, behalve het intoneren. Eén register is klaar, en daarmee komt er mooi vol geluid. Deze week worden de twee laden gemaakt voor Bourdon en Subbas, en zijn die klaar, worden ze geplaatst. Zijn de laden en de Subbaspijpen er, dan is er alles. Dus van de bouw is het einde te zien. Voor zover dat loopt het goed. Maar nu dit. Vorige week is er kerkenraad geweest met in haar midden De Roo, Commissie van Beheer en ondergetekende. Daar is lang over gesproken. Ds. Vreugdenhil deed mededeling van zijn telefonisch gesprek met U. Eindconclusie is om eerst het orgel af te bouwen, voor er nadere maatregelen genomen worden over het intoneren. Wel Edskes aansporen, meer niet. De kerkenraad is zeer huiverig voor mogelijke dingen die gebeuren kunnen. Het orgel van ds. Vreugdenhil is gestemd en staat nu voor onbepaalde tijd ter beschikking. Ds. Herder heeft het orgel terug. Op dat gebied redden we ons nog wel enige tijd. ’k Heb de heer Edskes een brief geschreven en gevraagd zijn gemoed te bewerken, want de jongeman is er zegge één middag geweest. Maar laat hem een sollen. Het orgel klaar, en dan praten; geen nieuwe of andere intonateur, meen ik, dat in overleg met C. v. Beheer en mevrouw Doornbos. Mateboer kan het orgel niet intoneren. Daar wordt niet meer over gesproken. Het orgel der beide predikanten moet misschien door een heer Kamp uit Zwolle, die een prachtorgel in de gereformeerde kerk van Eernewoude zal plaatsen. Hij moet dan geholpen door de intonateur van de fa. Valckx en Van Kouteren uit Rotterdam. Maar U hebt uw mannetjes ook wel. U is nu van op de hoogte van de gang. Is het mogelijk dat, wanneer het orgel opgebouwd is, U het keurt nog voor de intonatie, of moet dat per se gebeuren? Horen we nog wat van U?'
In maart schijft Harms aan Bouman: 'Uw geacht schrijven ontvangen, waarvoor zeer hartelijk dank. Op Uw aanraden ben ik bij de heer Edskes geweest, doch zonder resultaat. De heer Edskes vertelde mij, dat hij voor dat geld van het 1e termijn verschillende onderdelen voor dat orgel heeft betaald en dat hij verder de zaak met de firma Doornbos had afgewikkeld en er thans geheel buiten staat. Bovendien heeft hij mij de orgelkast enz. opgedragen voor de fa. Doornbos. Nu is dat inderdaad waar, want ook dhr. Doornbos is daar destijds nog voor in Nieuwolda geweest en heb daar zelfs nog een verklaring voor geschreven, dat het werk voor de fa. Doornbos was en niet voor de heer Edskes. Al met al kom ik steeds in grotere moeilijkheden te zitten. U schrijft, dat U zeer ongaarne zou zien, dat ik de dupe zou worden van de interne moeilijkheden in de firma Doornbos. Mijnheer Bouman, zoals het nu is, ben ik reeds al de dupe. Ik ben zo vrij – door de nood gedreven – nogmaals een beroep op Uw geachte medewerking te doen. Zou het niet mogelijk zijn dat de Geref. Kerk van Ruinerwold mij b.v. de helft, ± ƒ 700,-, zou willen uitbetalen? Dat kan alleen op voorspraak en order van U. Dan waren wij eerst tenminste uit de brand. Het betreft hier uitsluitend het arbeidsloon. Vandaag aan de dag kan niemand voor niets werken, want een huisgezin kost elke week veel geld. Deze toestand drukt op mijn gezin en zeer vervelend voor mijn zoon, die bijna voor zijn eindexamen zit van het Willem Lodewijk Gymnasium te Groningen.
Bij voorbaat zeer hartelijk dank voor Uw medewerking. Hoogachtend,Uw dw. dn.,K. Harms.'
Op 11 maart schrijft Bouman dat hij geen kans ziet Harms te helpen. De enige kans is aan te kloppen bij mevrouw Doornbos als er termijnen worden betaald.
Op 13 maart schrijft Bouman aan Edskes dat medewerkers van Doornbos aan het orgel werken, maar dat U zich niet laat zien. Edskes krijgt nog een kans om met de intonatie te beginnen anders denkt Bouman erover om iemand van Verschueren te laten komen. 'Onnodig te zeggen, dat ik een dregelijke gang van zaken zeer zou betreuren en dat dit wel het einde zou zijn van onze relatie, want U zult moeten toegeven, dat U hier alle kansen zijn gegeven.' De slottermijn zal aan weduwe Doornbos worden uitbetaald.
Op 14 maart schrijft Middelveld aan Bouman: 'Bij dezen deel ik U mede, dat alles is gekomen. Pijpen en laden. Deze week is weer druk gewerkt. Vorige week hebben ze die laden gemaakt. Komt U volgende week bij ons, als ’t eens kan? Niet op donderdag, dan ben ik steeds de gehele dag bezet. U kan dan beoordelen hoeveel van de laatste termijn uitbetaald kan worden. Misschien dat afgesproken kan worden dat, in overleg met mevrouw Doornbos, Mateboer van ons een gedeelte loon ontvangt, omdat Mateboer bevreesd is dat hij dan zijn loon niet krijgt. Het orgel wordt m.i. prachtig gemaakt. De heer Edskes kan schijnbaar niet tot het besluit komen om van Groningen naar Ruinerwold te gaan. Of zijn zenuwen hem parten spelen, weet ik niet, maar dat het een wonderlijk man is, blijkt al meer en meer. We horen dus spoedig van U wanneer U komt? Het einde van de intonatie is, dunkt me, in ’t zicht. Nog wat geduld, nog wat handig manouvreren, dat het scheepje niet strandt en we zijn klaar.'
Op 18 maart antwoordt Verschueren na telefonisch overleg. Ze zijn beried de intonatie over te nemen. De normale werkwijze is 2 intonateurs doen samen 2 registers per dag. De kosten zullen rond de f 700,- bedragen.
Op 18 Maart schrijft Bouman aan mevrouw Doornbos: 'De Kerk van Ruinerwold wenst op korte termijn een samenspreking tussen alle bij de orgelbouw aldaar betrokkenen, om nog de laatste werkzaamheden en de uitbetalingen, die nog openstaan, te regelen. Met de Heer Harms schieten we niet op, en de andere leden van Uw personeel lijken mij niet voldoende geschoold om de intonatie van een dergelijk monumentaal orgel naar behoren te verzorgen. Daarom zou ik willen voorstellen, dat de leverancier van de nieuwe pijpen, de firma Verschueren te Heijthuijsen voor de kostende prijs de intonatie voor zijn rekening neemt. Ik heb hem vrijblijvend een offerte gevraagd en hoop die ter bespreking mee te brengen. Een andere moeilijkheid is, dat Uw personeel, alsmede de Heer Harms, aan de Kerk van Ruinerwold telkens om geld vragen, terwijl toch alleen rechtstreeks aan U kan worden uitbetaald. Wij willen ook hierin tot een afspraak zien te komen, en eveneens zekerheid krijgen, wanneer het werk door Uw mensen (behalve de intonatie) kan worden opgeleverd. Ik stel U voor, om hetzij zelf op Zaterdag 22 Maart a.s. te 13 uur in Ruinerwold te zijn, hetzij een door U schriftelijk gemachtigde te zenden, waarmee wij tot een definitieve afspraak ter plaatse kunnen komen. Zelf hoop ik ook aanwezig te zijn en het laatstelijk verrichte werk in ogenschouw te nemen. Ter bespreking van de besprekingen wilt U wel van te voren de Algemene Voorschriften Orgelbouw Nederland, die bij Uw ondervindingen te krijgen zijn, doorlezen? Deze voorwaarden zijn, zoals U weet, in het contract voor Ruinerwold opgenomen. Een doorslag van dit schrijven zend ik aan de Heer Middelveld, opdat die de afspraak ter plaatse voor elkaar kan brengen, en ook aan de Heer Eskes, opdat die weet waaraan hij toe is. Tot a.s. Zaterdag dus. Inmiddels verblijf ik,'
Op 19 maart schrijft Middelveld aan Bouman: '[...] De heer Harms heb ik persoonlijk, na een brief van Wed. Doornbos, f 300 loon betaald en aan de heer Mateboer f 200. Bovendien heb ik persoonlijk de orgelbank aan de heer Harms betaald, omdat die besteld was en eigenlijk niet bij de orgelbouw behoort. Dit is f 90. Die f 500 gaat dus eerst van de 3e termijn af. Bovendien blijft apart de motor à f 685. Dan is het conflict door de H.H. Harms en Mateboer nog niet betaald. Daar moet over gesproken worden. Aanneemsom f 11.250. Twee termijnen ontvangen, à f 3750 = f 7500, waarvan de eerste is betaald aan de heer Edskes, de 2e aan wed. Doornbos. Over f 3750. Hiervan is aan hem door de kerkvoogd betaald, aan Mateboer f 600. Door ondergetekende f 500. Te goed f 3750 − 1100 = f 2650. Dus momenteel buiten mij f 500: f 3150. Wat de heer Edskes met Harms heeft, is buiten ons om. ’k Zal Zaterdag de geheele correspondentie medenemen. U zal wel niet eerder terug kunnen gaan dan na 7 uur. Hopende dat er meer licht in de duisternis komt, en we het einde der orgelkwestie in ’t zicht hebben. In de Meppeler Courant staat de geschiedenis van het kerkorgel in de Ned. Herv. Kerk (van Meppel), maar dan hebben wij nog iets te klagen. Dat is door een derde tenslotte na jaren klaar gemaakt.
Op 19 maart schrijft mevrouw Doornbos aan Bouman: 'Tot mijn spijt moet ik u mede delen dat ik a.s. Zaterdag niet te Ruinerwold kan komen, omdat het mij verboden is door Doctoren dat ik niet mag loopen en staan. Van morgen ben ik naar het ziekenhuis geweest in een karretje, en haalde ik later alles weer goed maar ik mocht niet loopen. Nu wilt u Verschueren aan het intoneren hebben, waarom? Mateboer heeft die oude pijpen van de Bourdon toch heelemaal hersteld en weer op toon gebracht die Edskes met opzet vernield had, waarom al die tegenwerking? Ik begrijp er niets van. Mijn man heeft nooit uw medewerking gehad, en nu is het weer zoo. waarom, stelt u toch geen vertrouwen in ons. Van Edskes vindt ik wel dat hij niet zou stemmen en toch geloofde u nog in hem; hij kan wel tegenwerken maar niet vooruit, om de eenvoudige reden dat hij het niet machtig is, en de Heer Mateboer hem dan niet wil helpen. Gelooft u maar gerust dat de Heer Mateboer zijn best wel zal doen even goed als mijn man, maar je moet ook wat vertrouwen hebben.
Op 20 maart schrijft Edskes aan Bouman: In antwoord op Uw schrijven moet ik U tot mijn spijt medelen, dat ik wegens zeer drukke werkzaamheden verhinderd ben om a.s. Zaterdag naar Ruinerwold te komen. Om het feit dat ik niet met de intonatie van het orgel te Ruinerwold een aanvang heb gemaakt, kan ik U mededeelen dat ik momenteel door werkzaamheden van andere aard niet in staat ben hieraan te voldoen. Doordat het orgel niet tijdig gereed was, heb ik helaas geen gelegenheid gehad om gebruik te maken van de termijn die ik hiervoor gereserveerd had. Mocht U nog andere inlichtingen van mij willen hebben, dan ben ik gaarne bereid U die te verschaffen.'
Op 26 maart stuurt Bouman een aangetekende brief naar mevrouw Doornbos.: 'In aansluiting aan mijn vorig schrijven, waarbij ik U uitnodigde, mede namens de Gereformeerde Kerk te Ruinerwold, tot een samenspreking om te komen tot een oplossing van de situatie bij de orgelbouw aldaar, deel ik U, mede namens de opdrachtgever, het volgende mede: Bij schrijven van 16 Januari j.l. werd (overeenkomstig art. 40 der AVON, in de overeenkomst van 2 Januari 1951 opgenomen) geconstateerd, dat U als orgelbouwer in gebreke waart met de uitvoering van Uw opdracht, en is Uw firma nog eenmaal in de gelegenheid gesteld om 8 Februari 1952 het werk af te leveren. Ofschoon U na deze fatale datum nog anderhalve maand respijt is gegeven, moesten wij van Uw Heer Mateboer vernemen, dat deze, ongeacht de intonatie, nog wel zeven weken werk zou hebben om het orgel volgens de overeenkomst op te leveren. Daar enige weken geleden aan de opdrachtgever was gezegd, dat er nog voor zes weken werk was aan het orgel, is het duidelijk, dat de laatste toezegging niet tot gerustheid kan stemmen. Derhalve heeft de opdrachtgever zich met ondergetekende beraden, de Heer Mateboer gehoord, over wat ons thans te doen staat. Volgens art. 35 van de AVON zou, te beginnen met 9 November 1951, voor elke dag te late oplevering 0,1% van de aanneemsom kunnen worden ingehouden. Wij willen echter begrip tonen voor de interne moeilijkheden in Uw bedrijf, ofschoon deze ons eigenlijk niet aangaan, en hebben voorshands besloten om deze korting van art. 35 van de AVON niet toe te passen. Wel zijn wij daarentegen genoodzaakt voort te gaan tot de toepassing van art. 40 van de AVON. Nu gebleken is, dat Uw firma na verstrijken van de datum van 8 Februari j.l. onvoldoende aan haar verplichtingen heeft voldaan, is de opdrachtgever besloten om de uitvoering daarvan, althans voor een gedeelte, op te dragen aan anderen, op kosten van de orgelbouwer, en in te houden op de laatste betalingstermijn. Dit betreft n.l. de intonatie. Daar de firma Verschueren te Heijthuijsen het nieuwe pijpwerk voornamelijk voor U gemaakt heeft en over verschillende ervaren intoneurs beschikt, hebben wij aan deze firma prijsopgaaf gevraagd voor het geheel volgens de overeenkomst intoneren van het orgel te Ruinerwold. Deze firma berekende de intonatie op ongeveer f 700,—, waarvoor twee ervaren intoneurs 10 dagen à 10 uur in Ruinerwold werkzaam moeten zijn. De reistijd is hierbij inbegrepen. Voorts nog voor reis- en verblijfkosten een bedrag van f 120,— eenmaal. Daar het oude pijpwerk reeds gedeeltelijk geïntoneerd is, nemen uit het oude orgel dit bedrag wel een maximum zijn en is het mogelijk dat het bij afloop tenslotte minder behoeft te kosten. Wij zullen dus overgaan om de intonatie aan de firma Verschueren voor maximaal f 700,— + f 120,— op te dragen. Dit bedrag zal t.z.t. worden afgehouden van de laatste betalingstermijn. De Heer Edskes is zo weinig zeker van zijn tijd, dat wij er van hebben afgezien om verder met hem te onderhandelen; dit konden wij te eer doen omdat ook Uw firma geen prijs stelt op zijn medewerking. De Heer Mateboer is, zoals U bekend zal zijn, niet gespecialiseerd in intoneren, zodat het niet verantwoord is hem dit werk aan een orgel op de Monumentenlijst op te dragen. Voor het overige van het werk zouden wij Uw firma nog een laatste kans willen geven, omdat het overgrote deel reeds ter plaatse aanwezig is en het eind van het werk toch in zicht komt. Wij zijn bereid om de Heer Mateboer in de gelegenheid te stellen, met een ander ervaren vakman het overige deel (behalve de intonatie dus) van het werk in drie en een halve week van vijf dagen van 9 uren af te maken. Wij willen Uw firma nog tot uiterlijk 31 Maart a.s. in de gelegenheid stellen, aan de Heer Mateboer een dergelijk vakman toe te voegen. Mocht U op die datum hierin niet zijn geslaagd, dan stellen wij ons voor om zelfstandig daarin te voorzien en daarbij de Heer Mateboer in te schakelen. In het laatste geval zal het arbeidsloon (gebaseerd op het tegenwoordige tarief van f 75,— per man per week) eveneens worden ingehouden op de laatste betalingstermijn. Mocht het werk op 19 April 1952 door de Heer Mateboer en zijn collega nog niet zijn voltooid, dan zullen wij ook voor de voltooiing van dit gedeelte een tot de firma Verschueren moeten wenden. Wij zouden dit natuurlijk zeer betreuren, omdat de op het orgel aanwezige delen vrijwel alle zijn goedgekeurd en zijn gemaakt in Uw werkplaats. In ieder geval moet er mee gerekend worden, dat te beginnen met 19 April 1952 de intoneurs van de firma Verschueren ononderbroken in Ruinerwold moeten kunnen doorwerken, zonder gestoord te worden door onderbreking van de windtoevoer of door hinderlijk gerucht van Uw personeel. De Heer Mateboer beklaagde zich er bij onze bespreking over, dat hij nog over verscheidene weken loon te vorderen had op Uw firma. Hij zal ook, niet te kunnen voortwerken, als hem niet werd uitbetaald. Mochten wij in de komende weken merken, dat dit gevaar dreigt, dan behoudt de opdrachtgever zich het recht voor om de Heer Mateboer het overeengekomen weekloon rechtstreeks uit te betalen, in mindering op de laatste termijn van de aanneemsom. Ook ten aanzien van vorderingen, die andere personeelsleden en onderleveranciers nog op Uw firma mochten hebben, behoudt de opdrachtgever zich alle rechten voor. In verband daarmee verzoek ik U, mij zo spoedig mogelijk te doen toekomen een gespecificeerde opgave van datgene, wat Uw firma naar haar mening in normale omstandigheden op heden nog zou hebben te vorderen. Verder maken wij U er op opmerkzaam, dat ter plaatse niet aanwezig waren het blok voor de trompetbekers met verschillende onderdelen van dit register, het valbord voor de speeltafel en het snijwerk voor het harmonium. Wanneer U de AVON nog eens rustig doorleest, zult U wel tot de conclusie komen dat opdrachtgever en adviseur nog niet hebben gebruik gemaakt van alle rechten, die hun toekomen. Wij hopen, dat U dit wilt beschouwen als een uiterste tegemoetkoming aan Uw firma, geïnspireerd door de zorg, die aan vele onderdelen is besteed. Het belang van de Gereformeerde Kerk van Ruinerwold en van alle bij de orgelbouw betrokkenen dwingt ons echter tot een ingrijpen, dat U waarschijnlijk niet geheel aangenaam zal zijn. Wij hopen dan ook, dat Uw firma de haar geboden kans zal aangrijpen en ten nutte maken. Inmiddels verblijven wij, mede namens de Gereformeerde Kerk van Ruinerwold, Hoogachtend, A. Bouman Adviseur.
Op 26 maart krijgt Verschueren van Bouman de opdracht om het orgel te intoneren. Het orgel heeft 19 stemmen, waarvan U acht stemmen heeft geleverd. De intonatie van de oude stemmen was prima. Misschien kost de intonatie dan minder tijd dan gedacht. De winddruk van het orgel is 65mm, maar kan misschien iets hoger.
Op 27 maart schrijft Verschueren dat ze bereid de intonatie op zich te nemen. Ze sturen echter niet de beste intonateurs omdat ze die zelf nodig hebben. Verschueren heeft pijpen aan Doornbos geleverd maar wist niet voor welke kerk deze bestemd waren. De nieuwe register vragen veel tijd omdat ze niet zijn voorgeïntoneerd. Kan een gedeelte van de pijpen naar Heijthuijsen worden gestuurd zodat ze kunnen worden voorgeïntoneerd? Verschueren heeft een Duitse intonateur die goed is in oude instrumenten. Deze zou het werk kunnen doen. Doornbos is nog een bedrag schuldig voor de geleverde pijpen van f 1.690,30. is er nog geld om dat te betalen?
Notitie van Bouwman naar aanleding van contact met Middelveld: 'Mevrouw Doornbos heeft geschreven dat het werk uitgevoerd kan worden. De bestelling bij de fa. in Limburg kan dus gedaan worden. De penningmeester heeft gaarne van mr. Bouman bericht of f 700,- aan voorschot betaald kan worden. Het is in Groningen niet gelukt een hulp te vinden. Weet mr. Bouman misschien iemand die helpen kan? Men wil dit gaarne voor Pasen regelen.'
Op 7 april schrijft Bouman aan Doornbos dat hij geen antwoord heeft gekregen op zijn brief van 26 maart. Door het terugsturen van het pijpwerk naar Verschueren voor de voorintonatie kan vermoedelijk tijd worden bespaard zodat de f 700,- waarschijnlijk niet wordt overschreden. Bouman spreekt zijn verontrusting uit dat de rekening van f 1.690,30 van Verschueren nog niet is voldaan. Zijn er nog meer schulden en vorderingen? Aangezien er geen hulpkracht voor Mateboer is gevonden zou deze misschien door Verschueren geleverd kunnen worden.
Op 7 april gaat er eveneens een brief naar Verschueren uit. Er is nog geen antwoord op de brief van 26 maart aan Doornbos. Het plan is de intonatie door U te laten doen. Desnoods zou dit bedrag door de opdrachtgever kunnen worden betaald. De intonatie zal nog wel even op zich laten wachten. Is f 700,- genoeg voor de intonatie? Zojuist verneemt Bouman dat Mateboer de laatste tijd niet meer verschijnt en wil men in Berghuizen overschaklen naar een andere orgelmaker. Kan het orgel door Verschueren worden voltooid?
Mateboer van Doornbos geeft antwoord op de brief van 7 april van Bouman aan Doornbos: 'Uw schrijven van 7 April ontvangen met het bijgaande schrijven van de fa. Verschueren. Wanneer het tot een accoord met de fa. Verschueren komt, zal ik het pijpwerk direct terug sturen. Ook ben ik er niet in geslaagd hier in het noorden hulp te vinden, nu kan ik de Heer Kamphuis wel schrijven, maar als die direct geen tijd heeft zijn we net zover, zodat het dunkt me beter is iemand van Verschueren te vragen, die een sleeplade kan afstellen, pijpen oppassen, enz.
Het front met de conducten is zo goed als klaar dus van het hoofdwerk moeten de slepen afgesteld worden en de pijpen opgezet. Wilt U dat met Verschueren in orde maken. Wat de financiën betreft, kan de fa. Verschueren er op rekenen dat wanneer er uitbetaald word, zij de eerste is die betaald word. Inderdaad is de financiële positie op het ogenblik niet rooskleurig.
Hier volgt een overzicht.
Aannemingssom + [handmechaniek?] ƒ 11935,—
Ontvangen 1e en 2de termijn + voorschot ƒ 8750,—
Nog te goed ƒ 3185,—
Volgens onze mening voor voorbouw materialen en pijpen ƒ 500,—
Reparatie hoofdwerk kast ([...]?) ƒ 325,—
Totaal ƒ 4010,—

Nog te betalen aan leveranciers e.d.;

fa. Verschueren ƒ 1690,50
Stinkens (tongwerk) ƒ 373,50
Houthandel ƒ 253,90
fa. Harden (leer enz.) ƒ 168,79
Vracht ƒ 114,—
Kostgeld tot nu toe ƒ 800,—
Achterstallig loon Mateboer (dfez week mee) ƒ 337,50
Totaal: ƒ 3738,19

Ik hoop dat U deze gegevens voldoende zijn en dat we spoedig bericht mogen ontvangen inzake fa. Verschueren.
In afwachting namens de fa. Doornbos K. Mateboer.
P.S. Correspondentie (niet betreffende Ruinerwold) voor de fa. Doornbos gaarne te richten aan K. Mateboer, Opaalpad 15, Groningen.
P.P.S. Deze brief ter inzage gegeven aan mevrouw Doornbos. Knecht Verschueren afgewezen, het bericht naar Kamphuis. K.M.

Op 8 april geeft dhr H. Boschma, penningmeester van de kerk een overzicht van de betalingen tot nu toe.
Naar aanleiding van ons telefonisch onderhoud van vorige week Vrijdag deel ik U mede, dat Wij de volgende betalingen hebben gedaan aan de Firma Doornbos te Groningen:
Datum Betaling Bedrag
1951, 13 Apr Aan de Heer Edskes voor 1ste termijn ƒ 3.750,—
Oct 3 Voorschot 2de termijn ƒ 250,—
27 Nov Restant 2de termijn ƒ 3.500,—
Dec Voorschot 3de termijn ƒ 600,—
Door de Heer Middelveld betaald ƒ 500,—
Apr 4 Voorschot 3de termijn ƒ 450,—
  Totaal betaald ƒ 9.050,—

Op 11 april schrijft Verschueren aan Bouman: 'Uw schrijven d.d. 4 dezer in dank ontvangen. Wij blijven er bij dat wij het werk goed zullen uitvoeren, doch wij willen geen risico nemen. Het bedrag van 700 gld. is te klein om b.v. de kleinste tegenslag op te vangen. Wij zullen bij opdracht het werk op de meest voordelige manier uitvoeren. U zult wel toegeven, dat wij niet anders kunnen doen. Dat de firma Doornbos gaat lopen, komt ons verdacht voor, en wij zijn er niet zeker van of alles wel zover in orde is dat de intonatie vlot afgewerkt kan worden. Dus nogmaals, in regie willen wij het werk uitvoeren en wij zullen er geen uur langer aan besteden als moet.'
Op 18 april een wat eigenaardige schrijven van Verschueren. het lijkt wel een voortzetting van de vorige brief van 11 april. De datering van 18 april is handgeschreven. De tekst luidt als volgt: 'Wat Ruinerwold betreft het volgende: Voor gisteren troffen wij in Nijmegen dhr. C. Batenburg, organist te Groningen. Hij wist ook e.e.a. van Ruinerwold af. Daar hij nog al contact heeft met de firma Doornbosch, stelden wij voor dat deze firma ons om hulp zou vragen. Het werk kan dan toch onder hun naam afgemaakt worden. Als het kerkbestuur ons verzekert, dat wij het geld krijgen, zullen wij de firma Doornbosch gaarne van dienst zijn.'
Op 21 april schrijft Bouman aan Verschueren:  [...] 'Wat Ruinerwold betreft het volgende. Onze bedoelingen lopen parallel. Het zou wel erg jammer zijn voor de firma Doornbos, wanneer het orgel op Uw naam zou worden afgewerkt, terwijl 4/5 van de werkzaamheden reeds gereed is gekomen, en ook van behoorlijke kwaliteit mag worden genoemd. De firma zelf echter ziet geen kans tot de intonatie en zij zou ook zelf graag willen, dat één van Uw mensen bij het afmonteren de meesterknecht, de Heer Mateboer, behulpzaam was. Wat Uw wens van het kerkbestuur betreft, dit is gaarne bereid, U het U toekomende rechtstreeks uit te keren, ook het nog openstaande bedrag. De gemeente bestaat echter uit eenvoudige boerenmensen, en die zien er wel wat tegen op om al de pijpen, die nu op de windladen zitten opgesteld en eindelijk in de kerk zijn aangekomen, weer naar elders te verzenden. Ik heb hen trachten gerust te stellen, maar ben toch met hen overeengekomen, U eerst te zullen vragen wat de prijs ongeveer zal zijn, wanneer Uw intoneur alles ter plaatse intoneert (dit hoort behalve zijn nadelen toch ook wel voordelen), en hoeveel de prijs zal zijn, wanneer de pijpen eerst naar Uw fabriek teruggaan om vervolgens ter plaatse te worden gemonteerd en afgewerkt. Mag ik een voorstel van U tegemoet zien? Of wilt U eerst zelf eens naar Ruinerwold gaan, om de stand van zaken op te nemen? De Heer Mateboer is nog steeds ter plaatse bezig en hij kan ook blijven ingeschakeld, maar men zit nu wel te wachten op de intoneur. Juist omdat U de pijpen geleverd hebt, leek het mij het best U aan te zoeken om de laatste hand aan het werk te leggen.'
Op 25 spril schrijft Bouman aan Middelveld: 'Tot mijn genoegen ben ik er in geslaagd om thans een goed vakman van de oude stempel, die nog wel eens kleine karweitjes verricht op orgelbouwgebied, bereid te vinden om met de Heer Mateboer samen op korte termijn het werk te Ruinerwold af te maken. Het is de ongeveer 60(?)jarige P. F. J. Praat uit Zaandam, vroeger meesterknecht bij de firma Flentrop, die ook wel onder mijn leiding kleinere opdrachten heeft uitgevoerd en nauwkeurig werkt, zonder tijd te vermorsen. Hij rekent voor een werkdag van 10 uren f. 20.— loon, dus ongeveer hetzelfde als Mateboer, en heeft geen bezwaar om met deze saam te werken, als men tenminste opschiet. Ik ben dan ook zo vrij geweest om hem te verzoeken a.s. Dinsdag het werk te Ruinerwold eens te bezien en mij daarna een offerte te doen
a. voor het met Mateboer afwerken van het geheel behalve de intonatie, en
b. voor hetzelfde inclusief de intonatie.
De Heer Praat kan n.l. behoorlijk intoneren en het zou van de staat van het pijpwerk afhangen of hij de intonatie ook zou willen verzorgen. Dit ziet er dus wel gunstig uit. Ook zou in het laatste geval het pijpwerk ter plaatse kunnen blijven en misschien de uitgaven worden gedrukt, omdat de Heer P. allicht goedkoper werkt dan twee vaklui uit Limburg. Wel zou de Heer P. rechtstreeks door de Kerk moeten worden betaald, terwijl hij ook hoopt op een logiesregeling.
De Heer P. moet nog in de eerste helft van Mei een andere intonatieopdracht vervullen, zodat in die tijd het voor en tegen van de verschillende aanbiedingen kan worden overwogen, terwijl de Heer Mateboer intussen natuurlijk doorwerkt.
Ter voorkoming van misverstand zend ik een doorslag van deze brief aan de Heer Praat, waarmee hij zich bij Ds. Vreugdenhil en de Heer Mateboer kan legitimeren, als hij a.s. Dinsdag komt kijken. Misschien wilt U e.e.a. ook nog bespreken met deze heren?'
Onder de brief staat handgeschreven een aantal aantekeningen over de te verwachten kosten. Buman verwacht nog f 1.045,- aan kosten.
Op 1 mei schrijft Verschueren dat ze de brief van Bouman van 21 april nog niet hebben beantwoord, omdat ze nog niets van de fa. Doornbos hebben gehoord.
Op 2 mei schrijft Bouman aan Middelveld: 'De Heer Praat is bij mij geweest en wij hebben de mogelijkheden voor Ruinerwold doorgesproken, om de meest geschikte en voordelige oplossing te vinden. Wij kwamen tot het volgende voorstel, dat wij U hierbij voorleggen.
De Heer Praat kan beginnen nadat hij een andere opdracht voltooid heeft, en wel op 19 Mei a.s. Het intoneren van het Hoofdwerk geheel naar de eis duurt 14 dagen, het intoneren van Rugwerk 30 dagen, indien niets is voorgeïntoneerd, en 20 dagen als het kleine pijpwerk van de Gedektfluiten en de Scherp kan worden opgezonden naar Heythuijsen om daar te worden voorgeïntoneerd. Tenslotte duurt het stemmen 10 dagen. De Heer Praat zou dus bij elkaar 6 weken nodig hebben, wat U f. 720.— aan loon zou kosten, uit te keren in wekelijkse termijnen. Bij dit alles gaan we er van uit, dat de Heer Mateboer zijn beloften nakomt en het werk 19 Mei a.s. gereed oplevert. Daarna kan hij nog wel het snijwerk voor het frontsnijwerk en kleinere karweitjes verrichten, mits hij bij de intonatie niet stoort en daarbij ook nog de nodige hulpdiensten aan het klavier verricht. Het orgel zou dan tegen het eind van Juni a.s. klaar zijn. Met Pinksteren opleveren is volkomen onmogelijk, tenzij U een grove en ongelijke klank zoudt wensen. Omdat U dit natuurlijk niet wilt, geef ik U de raad om aan de Heren Praat en Mateboer de tijd te gunnen om in samenwerking onberispelijk werk te leveren.
De kosten zouden dan zijn: Praat f. 720.—, Mateboer f. 225.— en Verschueren extra ongeveer f. 100.—, samen ongeveer f. 1045.—. Op die manier zoudt U er financieel uitspringen. De Heer Mateboer gaf mij nog op, dat de firma Doornbos nog het volgende aan leveranciers te betalen heeft:
Verschueren f. 1090.50, Steinmann f. 37.50, Houthandel f. 254.20, firma Harder, voor leer enz. f. 168.79, en vracht f. 114.—. Daar komt nog bij het kapitaal en eventueel loon aan Mateboer. Het lijkt mij verstandig, wanneer de Kerk van Ruinerwold zich alleen bekommert om de firma Verschueren en eventueel Steinmann, en de firma Doornbos verder maar aansprakelijk laat voor de rest. Van dit schrijven zend ik een doorslag aan de Heer Praat, terwijl ik gaarne afwacht of U zich met het bovenstaande kunt verenigen. Het voorstel om het werk door de Heren Praat en Mateboer te laten uitvoeren, is geheel in het prestige-belang voor de firma Doornbos, terwijl ook de kosten aanmerkelijk geringer zullen zijn dan bij medewerking van Verschueren. Als U met het bovenstaande instemt, zal ik de Heer Verschueren dienovereenkomstig berichten.'
Op 5 mei schrijft Middelveld aan Bouman: 'In antwoord op Uw brief van 2 Mei j.l. het volgende: Hedenmorgen heb ik met de commissie orgelbouw uw brief besproken. Eenparig zijn we van gevoelen, om het pijpwerk niet naar Heithuysen te zenden. Dan liever enkele dagen later klaar. De heer Praat zou die kleine pijpjes wel weg willen sturen, maar het kan hier ook. De heer Mateboer schiet goed op. Het pijpwerk is bijna geheel geplaatst. Bourdon en Subbas moeten nog op de plaats worden gebracht. J.l. Vrijdag was er Huwelijksbevestiging; ’t was wel mogelijk geweest met een 3 tal registers de zang te begeleiden. Maar we wachten tot het geheel klaar is. De klank was mooi. De heer Praat komt bij Ds. Vreugdenhil zijn intrek nemen. Dan worden er goede dagen gemaakt, want de heer Mateboer mag graag eens praten, wat op zichzelf niet deert, als ’t maar niet in de werkuren plaats vindt.Wanneer we er een degelijke opzichter bij geplaatst hadden, was het wel niet voor niets geweest. Het eind is in ’t zicht. De heer Praat moet er dus op rekenen, dat het intoneren hier gebeurt.'
Op 9 mei schrijft Bouman aan Verschueren: 'Nog steeds heb ik U niets laten horen over het afwerken van het orgel van Ruinerwold. De oorzaak daarvan is deze, dat het Kerkbestuur wat huiverig was om nu weer alle pijpen die zijn opgepast op de windladen, uit het orgel te nemen, in te pakken en naar Heijthuijsen te verzenden. Het zijn eenvoudige boerenmensen en die denken: Houdt wat ge hebt! Nu de orgelmaker Praat uit Zaandam, U waarschijnlijk wel bekend, zich bereid verklaard heeft om met de Heer Mateboer van de firma Doornbos samen het orgel af te werken en op dat punt ook waarborgen heeft gesteld, ook voor de intonatie (hij intoneert behoorlijk), heeft het Kerkbestuur besloten om aan hem en Mateboer nog één kans te geven het orgel af te werken. Ik heb dus hoop, dat dit werk eind Juni in orde zal zijn. Inmiddels dank ik U vriendelijk voor Uw bereidwilligheid, die er mede toe heeft bijgedragen, dat de firma Doornbos uit haar slof is geschoten. Ik zal mijn invloed aanwenden om te zorgen, dat uit de slottermijn ook Uw nota rechtstreeks door het Kerkbestuur wordt betaald, zodat U niet allerlei narigheden krijgt met de Wed. Doornbos. [...]'
Op 9 mei schrijft Bouman aan dhr. Praat: 'Op mijn laatste schrijven aan de Heer Middelveld, waarvan U een afschrift ontving, kreeg ik heden ten antwoord, dat men eenparig van mening is, om het pijpwerk niet naar Heijthuijsen te zenden. “Dan liever enkele dagen later klaar. De Heer Praat zou die kleine pijpjes wel weg willen sturen, maar het kan hier ook.” Verder keurt men het goed, dat op de door mij aangewezen wijze het werk door U met de Heer Mateboer wordt afgemaakt volgens de daarbij gestelde voorwaarden. Misschien wilt U met een en ander rekening houden. Dit sluit niet uit, dat op Uw uitdrukkelijk verzoek het kleine pijpwerk toch wel naar Heijthuijsen kan worden gezonden, als U daar tenminste voor Ruinerwold voordeel in ziet. Misschien wilt U dat ter plaatse dan wel regelen? Ik wens U geluk met deze opdracht en hoop door U geregeld op de hoogte te worden gehouden met de voortgang der werkzaamheden, bv. elke Zaterdagavond even een klein briefje hoever het werk nu klaar is en wat er nog gebeuren moet.[...]'
Op 10 mei schrijft Verschueren aan Bouman: 'Met dank Uw schrijven ontvangen. Hoewel wij gaarne het orgel in Ruinerwold in orde gemaakt hadden, vinden wij het zo beter. Temeer daar U zich bereid verklaart, het kerkbestuur te verzoeken ons het bedrag der pijpen over te maken. Zouden ze genegen zijn de vordering aan ons te cederen. Of Praat het orgel goed zal intoneren betwijfelen wij wel. Hij heeft orgel te Nieuwaal voor Wattel geïntoneerd, 1e klas pijpen van ons. Resultaat niets bijzonders. Het kunnen echter omstandigheden geweest zijn, te weinig tijd of iets anders.'
Op 16 mei schijft Bouman aan Verschueren: 'Dank voor Uw brief van 10 dezer. Ik ga de verschillende opmerkingen maar even langs. Uw opmerking over het intonatiewerk te Nieuwaal is volkomen juist, maar vergeet U daarbij niet, dat de Heer Wattel aan de Heer Praat maar een paar dagen heeft gegeven voor intonatie. De Heer Praat heeft nu pas bij het intoneren van het orgel in de Gereformeerde kerk te Vleuten, eveneens door Wattel gebouwd, waarbij ik later als adviseur betrokken werd, bewezen dat hij goed intoneren kan. Maar hier heb ik dan ook de eis gesteld, dat de Heer Praat rustig kon werken. Ik heb dus wel vertrouwen, dat het in Ruinerwold in orde komt. Waarschijnlijk zal hij U nog toezenden het pijpwerk van de Sesquialtera en van de Scherp, om die te intoneren. In ieder geval zal ik mijn best doen om gedaan te krijgen, dat het Kerkbestuur van het restant U rechtstreeks uitbetaalt. Men voelt er alles voor, maar moet even afwachten tot het werk voltooid is, hetgeen wel het geval zal zijn omstreeks eind Juni a.s. [...]'
Op 19 mei schrijft Verschueren aan Bouman: 'Als U betreffende Ruinerwold kunt zorgen, dat wij het geld krijgen voor de door ons geleverde pijpen zijn wij ruimschoots tevreden.'
Op 24 mei schijft Praat aan Bouman: 'Volgens afspraak een klein bericht over Ruinerwold. De Octaaf 4′ man. I is klaar. Nu zijn wij met het front bezig. Deze week hebben wij 19–21 Mei in Ruinerwold gewerkt. Het pijpwerk is erg mishandeld. Volgens Mateboer hebben zij het orgel in een dag gebouwd en de pijpen maar in elkander gestoken met het vervoer.'
Op 30 mei schrijft Middelveld aan Bouman: 'Thans wil ik U even meedelen, hoe het met de orgelbouw is. We zijn tevreden, zoals het nu opschiet, maar een einddatum kunnen we nog niet noemen. De heer Praat voldoet goed. Jammer, dat we deze hier niet een paar maand eerder hadden. Met het oude orgel zijn ze druk aan het stemmen. Vier registers spelen reeds goed, daar zit een mooie klank in. De heer Praat zegt dat het intoneren van het nieuwe pijpwerk, vooral de kleine, nogal tijd vraagt. Indien even mogelijk gaan de pijpen niet weg. Dit is het besluit v. Kerkeraad. Jammer is dat de pijpen door de heer Edskes, ongeïntoneerd besteld zijn, maar daar is niets aan te doen. De bedoeling was, dat de heer Edskes dit zou doen. Volgens de heer Praat zijn door de heer Edskes reeds geïntoneerde pijpen v. rugwerk te diep ingesneden. Wat zou het geworden zijn, indien dit jongmens aan het werk gebleven was? Van de fa. Verschueren ontving ik heden een brief, hoe we dachten over de betaling van het geleverde pijpwerk aan de fa. Doornbos. Een afschrift der brief sluit ik hierbij in. Hoe het met de betalingen komt, weet ik niet. Er is geen geld genoeg beschikbaar volgens de aanneemster. Veel kostgeld moet betaald worden. Van Dekker en van Koers hebben tot op heden nog niets ontvangen. Dit zal toch betaald moeten worden. Het zou wel goed zijn, dat U nog eens hier kwam, voor het geheel klaar is. Dan kan U het werk beoordelen. Volgende week wordt het laatste geplaatst, nl. de Bourdon en Subbas. Wanneer U kon komen in de week van 9–14 Juni zou ons dit zeer aangenaam zijn. Kan U er geen ogenblik uitbreken? Op doorreis naar andere plaatsen? We zouden dan een en ander kunnen bespreken. De fa. Verschueren schrijft dat mevrouw Doornbos overal buitengelaten wordt. Dat is niet zo. Er is wel gesproken, om het grote orgel des Zondags te bespelen, zodra het klaar is; dit gebeurt niet, we wachten nu zo lang, tot alles klaar is, dan heeft het ook meer zin, om er een aparte avond aan te geven en kan nooit gezegd worden, dat er door het bespelen van onzentwegen iets onklaar zou komen. U weet nu een en ander.
Laten we goed contact met U houden, zo wij het zien, wordt alles netjes afgewerkt. Het wordt een mooi geheel, wie weet wat mooie klanken spoedig gehoord worden in ons kerkgebouw. Dus tot ziens!'
De tekst van het afschrift van de brief van 26 mei van Verschueren luidt: 'Zoals U bekend is, leverden wij in opdracht der fa. Doornbos het nieuwe pijpwerk voor Uw orgel. Wij hebben echter tot nu toe geen betaling ontvangen. Meermalen verzochten wij de fa. Doornbos aan haar verplichtingen te voldoen, echter zonder resultaat. Nu kregen we echter een schrijven van de mevrouw Doornbos, dat zij overal buiten gehouden wordt, en in het geheel niet weet, hoe de zaken staan. Van Mr Bouman vernamen wij dat U wel genegen was, om alvorens U geheel afrekent ons het ons toekomende bedrag over te maken. Als tegenprestatie zullen we U gaarne behulpzaam zijn, voor het geval U ons nog ergens voor nodig heeft. Mogen wij van U vernemen, of U bereid zijt het ons toekomende bedrag rechtstreeks aan ons over te maken?'
Onder het afschrift schrijft Middelveld aan Bouman: 'Hoe hiermee handelen? Dit is een der redenen, waarom we geen pijpwerk weg willen zenden! Mogen wij, indien er geld daarvoor is, de fa. Verschueren voor laten gaan, bij anderen? Het is voor weduwe Doornbos moeilijk, maar de feiten zijn niet anders. ’k Wil ook niet gaarne, dat wanneer het orgel klaar is, er steeds een gedachte achterblijft, dat de wed. Doornbos in financieele moeilijkheid komt, zonder dat zij daar persoonlijk schuld aan heeft. De andere orgelmakers hebben het zo geleid. Wil U ook hiermee Uw raad en advies geven?'
Op 14 juni schrijft Praat aan Bouman: 'De volgende registers zijn klaar: Prestant 8, Octaaf 4, Prestant 4, Baarpijp 8 en Quintadeen 8. Evenzo de windladen van het rugwerk. Deze zijn voorzien van nieuwe schroeven en 6 kleppen opnieuw beleerd. Ik heb van 9 t/m 13 Juni gewerkt.'
Op 20 juni schrijft Middelveld aan Bouman: 'Gisteravond hebben we als kleine orgelcommissie vergaderd, nl., de beide predikanten, schrijver en notaris C. v. Beker? Daar zijn verschillende zaken besproken, en nu wilde ik veel liever dat men dergelijk met U bespreken, want om alles per brief weer te geven is haast niet mogelijk. Maar we zijn te ver van elkaar af. De zaak is zo. De centen voor de aannemingssom zijn gauw op. We hebben berekend, dat het loon, en kostgeld dat betaald moet worden, niet toereikend meer is, of de fa. Doornbos moet een nota hebben, dat materiaal duurder is, zodat ze meer kan ontvangen dan ƒ 11250. Hierin is de motor à ƒ 685 reeds bij inbegrepen. We komen dus voor grote moeilijkheden. De fa. Verschueren kunnen we dus niet garanderen, dat ze die ƒ 1660 ontvangen. Wel zullen we garanderen de kosten van het intoneren, dat nu verricht wordt. Mij is opgedragen of U de fa. Verschueren wilt schrijven, dat betaling intoneren vaststaat, maar dat het andere wacht op de nadere afwikkeling. De heer Praat hoopt met 3 à 4 weken klaar te zijn. Maar er moet nog een enkele man bijkomen, anders kan de heer Praat niet doorwerken. Nu ze het orgel verder afwerken, blijkt, dat de heer Harms te nat hout heeft gebruikt, want het krimpt. En nu is het zo, dat Edskes de heer Harms opdracht voor dit werk heeft gegeven, en niet wed. Doornbos. Die Edskes begrijpt niet waar ’t aan ontbreekt. De enkele pijpen, die hij geïntoneerd heeft, zijn niet in orde. Als ’t met die man doorgegaan was, waren we lelijk op de koffie gekomen (Drents gezegd). M.i., moet de kerkeraad wel rekening houden met het feit, dat wed. Doornbos niet alle schuld heeft; nu haar man is overleden. Mateboer werkt goed, maar langzaam, moet feitelijk elke dag onder toezicht staan. Maar ’t is toch Mateboer zijn schuld alleen niet dat ’t met de centen niet uit komt. De aannemingssom is te laag. Oude heer D. wordt wel voor schoon gehouden; maar ik kan niet goedkeuren, dat we straks een mooi orgel hebben, en we weten dat alles niet betaald is. De beide Ds. zeggen, we hebben daar niets mee te maken, ’t is zakelijk, we moeten toch ook Christen blijven. Maar ik dacht, dat het beter was, om over meerdere betalingen niet eerder te spreken, dan wanneer het orgel klaar is, en de gemeente kan horen, wat tot stand is gebracht. Met wijs beleid en voorzichtigheid moet dit geschieden. Wil U dus de fa. Verschueren berichten! U is toch onze adviseur. En kan U volgende week geen tijd vinden, hier te komen? Spreken gaat beter dan schrijven. De moeilijkheden moeten opgelost worden. Was U alleen baas, dan werd alles betaald, want ik zou niet gaarne andere personen het klaar laten maken, want dan zijn we veel meer geld kwijt. Het orgel schiet nu flink op. Veel registers reeds klaar. Help ons bij de afwikkeling.'
Op 23 juni  schrijt Praat aan Bouman: 'Van 16 t/m 20 Juni heb ik weer in Ruinerwold gewerkt. Deze week zijn klaargekomen: Holpijp 8, Fluit 4 en Quint 2⅔, I manuaal. Vrijwel zeker krijgen wij hulp van een werkloze orgelmaker uit Groningen en een knecht van Reil voor het pedaal.'
Op 24 juni schrijft Bouman aan Verschueren: '[...] Inzake Ruinerwold heb ik geadviseerd om het kleinste pijpwerk op Uw zaak te laten voorintoneren en ik kan U garanderen dat het daarvoor verschuldigde bedrag U terstond na terugontvangst van dit pijpwerk zal worden overgemaakt door het Kerkbestuur. Voor de rest van Uw vordering zult U moeten wachten tot de oplevering, die naar ik vertrouw nog in Juli zal plaatsvinden. Het werk vordert nu redelijk snel, zodat het eind in het zicht is. Er zijn echter meerdere vorderingen, en al wil ik als adviseur al het mogelijke doen om U te wille te zijn, er zijn nog meerdere vorderingen en het nog openstaande bedrag is geringer dan het totaal van wat nog betaald moet worden door de fa. Doornbos. Maar ik zal mijn best doen, en heb ook vertrouwen in het Kerkbestuur, dat uit goedwillende mensen bestaat en waarschijnlijk wel bereid zal zijn om bij een goed eindresultaat ook een toegift op de aanneemsom te geven. Daar zoudt U dan weer van profiteren. [...]'
Op 24 juni schrijft ook naar Middelveld: 'Aan Verschueren heb ik bericht. Wilt U, zodra de zending pijpjes weer terugkomt, de nota voor deze laatste post aan hem voldoen? Voor de rest zal hij moeten wachten tot de eindoplevering. Ik ben blij, dat het werk nu behoorlijke voortgang heeft. In de loop van de volgende week hoop ik op een rondreis met de auto ook Ruinerwold aan te doen. Ik kom dan uit de richting Ommen en moet verder door naar Friesland. Over dag en tijd van aankomst hoop ik nog nader te berichten. Wel zou ik een beroep op Uw medewerking willen doen, om te bevorderen dat dan door mij direct zaken kunnen worden gedaan, en ook eventueel met Uw commissie samengesproken, omdat mijn gezelschap in die tussentijd zich moet zien te amuseren. Wilt U dus niet op een te lang verblijf rekenen, wat ook niet nodig is, omdat het werk toch nog niet is afgewerkt.'
Op 25 juni schrijft Verschueren aan  Bouman: 'Naar aanleiding van Uw schrijven d.d. 24 dezer, betreffende Ruinerwold, delen wij U mede, dat wij het kerkbestuur reeds 2 x schreven of zij onze rekening garandeerde. Wij kregen hierop echter geen antwoord. Nu willen wij, ondanks dit, nog niet zo flauw zijn, om de drie registers welke nu in ons bezit zijn, vast te houden tot dat het overige betaald is. Wij zouden het echter ten zeerste op prijs stellen, als U het kerkbestuur wilde verzoeken, ons op het gevraagde te willen antwoorden. De registers staan ter verzending gereed en worden direct afgezonden nadat wij van het kerkbestuur gunstig antwoord hebben.'
Op 26 juni volgt het antwoord van Bouman aan Verschueren: 'In antwoord op Uw schrijven van 25 dezer kan ik U, gemachtigd door de opdrachtgever, meedelen, dat deze bereid is om U onmiddellijk te betalen de bijnota voor het door U laatstelijk verrichte werk, en voorts bereid is om uit het restant van de aanneemsom zoveel mogelijk U te voldoen. Overigens mag ik U wel verwijzen naar mijn brief van 24 dezer. Er zijn nog meer rekeningen door de firma Doornbos te betalen, en wij moeten dus met voorzichtig beleid trachten de Wed. Doornbos te bewegen om af te zien van haar vordering, en zelf op eigen gelegenheid als kerk van Ruinerwold zien de diverse schuldeisers voor dit karwei naar billijkheid te voldoen. In deze situatie zou ik U adviseren, om het gereedstaande pijpwerk af te zenden, en Uw nota aan mij te sturen, opdat ik die met mijn fiat naar Ruinerwold kan doorzenden. Het zijn daar fatsoenlijke mensen, die wellicht, als het werk goed afloopt, bereid zullen zijn om meer dan de aanneemsom te betalen. Daar zoudt U ook wel bij varen. Zoveel ik kan, zal ik voor Uw belangen opkomen en mijn best doen dat U zoveel mogelijk van Uw vordering, liefst het gehele bedrag, betaald krijgt.'
Op 28 juni schrijft Praat aan Bouman: 'Deze week gewerkt 23–27 Juni; daarvan hebben wij 3 dagen geïntoneerd aan de Gamba en Octaaf 2 hoofdman. en 2 dagen reparatie. De derde orgelmaker is met de pedaallade en Bourdon 16 lade aan het stellen, een goed vakman, en flink doorwerken. Ik ben blij dat u a.s. week komt.'
Op 30 juni schrijft Verschueren aan Bouman: 'Naar aanleiding van Uw schrijven d.d. 26 Juni, delen wij U mede, dat de pijpen naar Ruinerwold verzonden zijn. Wij hopen dat de geldzaken spoedig in orde zullen zijn. De kleine orgelbouwers werken allen te goedkoop en kunnen daardoor hun leveranciers niet betalen. Fonteyn en Wattel staan ook nog flink in het krijt. Het wordt te veel op de duur.'
Op 8 juli schrijft Bouman aan Middelveld: 'Bij mijn terugkomst in Amsterdam vond ik een schrijven van de firma L. Verschueren d.d. 30 Juni j.l., dat ingevolge mijn schrijven de pijpen naar Ruinerwold verzonden zijn. Zij schrijven: “Wij hopen dat de geldzaken spoedig in orde zullen zijn. De kleine orgelbouwers werken allen te goedkoop en kunnen daardoor hun leveranciers niet betalen. Dit wordt voor ons teveel op de duur.” Hierbij ingesloten gaan de nota’s, die U wel zo spoedig mogelijk wilt laten voldoen? Het betreft hier bestellingen, die pas in de laatste tijd zijn gedaan. Benieuwd ben ik, thans te vernemen of de Gereformeerde kerk van Ruinerwold de aanneemsom tot f. 15.150.- zal willen verhogen, zoals wij in onderling overleg hebben uitgerekend. Daaruit zouden dan voldaan kunnen worden de volledige aanneemsom van het contract, inclusief nieuwe electrische ventilator, orgelbank en het sprekend maken van de Gamba 8′ in het groot octaaf. Voorts het kostgeld van f. 900.-, f. 1000.- salaris voor de drie orgelmakers gedurende nog een maand, want onder leiding van de Heer Praat zou het werk 5 Augustus a.s. geheel gereed kunnen zijn opgeleverd. Een bedrag van f. 767.- zou dan nog eventueel te verdelen zijn over de andere schuldeisers. En een klein douceur voor de orgelmakers Praat en Mateboer. U bent dan nog voor een voordelige prijs uit, aangezien een dergelijk werk toch in deze tijd wel een f. 17.000.- à f. 18.000.- moet kosten. Grote firma’s als b.v. Flentrop zullen zeker meer dan f. 20.000.- vragen. Met belangstelling zie ik de berichten van U en van de Heer Praat namens de orgelmakers tegemoet.'
Op 12 juli  schrijft Praat aan Bouman.: 'Deze week 5 dagen gewerkt in Ruinerwold. De bijspraak in het hoofdman. werd ook steeds erger: vooral in de Prest. 8. Nu hebben wij van de Cis-lade de pijpen er af gehaald, en de dammen dunner geschaafd; de nieuwe slegen zijn gekrompen. Dit pijpwerk staat er nu weer op. De combinatie gr. Octaaf Gamba hebben wij gemaakt met de Holpijp 8, volgens afspraak Bourdon 16 klein octaaf, kwamen wij in moeilijkheden. Ook zijn wij nu bezig, de lade Subbas en Bourdon 16 geheel te overzien, alles is scheef en krom getrokken, de pijpwerkgaten zijn niet meer rond naar ovaal getrokken , dit is een beetje sterk uitgedrukt! Het pijpwerk van rugwerk is terug, ook hebben wij die pijpen van de Baarpijp hersteld, deze kunnen van de wijdte niet meer op de zelfde plaats staan, deze moeten meer uit elkander worden gezet, het zal een hele toer worden. Ik ben er nu circa 7 weken, daarvan heb ik zeker 3 weken besteed aan reparatie. U kunt wel begrijpen dat dit voor mij erg moeilijk werk is geworden, op deze manier, er is bijna weinig goeds bij; en niets afgemaakt. Als wij het nu niet geheel repareren dan komt er nooit iets er van. Van het nieuwe werk is het versche hout de schuld ervan. Wij gaan maar met goede moed verder. Ik wensch u een prettige Vacantie!'
Op 26 juli schrijft Praat aan Bouman: 'In Ruinerwold is het hoofdwerk geheel klaar op Mixtuur en Trompet na. Daar zijn wij nu mee bezig, de Trompet wordt goed, hij mengt heel goed met de andere stemmen. Het Gr. Octaaf van de Gamba comb. met Holpijp is prima.De Subbas lade mechaniek, is ook al een heel eind klaar.Als wij het rugwerk onderzocht hebben, wat de oorzaak van de bijspraak is, en als deze moet dun gelijmd worden, dan ga ik eerst enige stemmingen voor mij zelf in orde maken.'
Op 12 augustus schrijft ds. Vreugenhil aan Bouman: 'In verband met de orgelbouw alhier een enkel woord. We hebben gisteravond vergadering gehad van de Kerkeraad. Daar is het niet zo rustig toegegaan als anders. De broeders zijn voor de zoveelste maal, naar zij menen, door Mateboer met een kluitje in het riet gestuurd. Naar men mij vertelt, is in mijn afwezigheid (1e week van Juli) een vergadering met U geweest. Toen schijnt het tenslotte hierop gekomen te zijn, dat met zes weken de zaak klaar zou zijn. De zes weken zijn om. De Heer Praat vertelde mij, dat hij deze week nog hier werken zal en dan komt hij niet terug voordat hij alles stemmen kan. Hij rekent, dat Mateboer 14 dagen nodig heeft om alles klaar te maken. Dan heeft de heer P. nog minstens 14 dagen nodig om te stemmen en te intoneren, d.w.z., dat we nog weken voor de boeg hebben en elke week met P. kost ons ƒ 325 en elke week zonder hem ƒ 200. U begrijpt, dat de kerkeraad het beu raakt. Het komt nu practisch hierop neer, dat de Kerkeraad zonder inschrijving een hoogst onbetrouwbaar mens als Mateboer de bouw van een orgel toevertrouwt en hij mag er net zo lang over doen als het dat heerschap belieft. Nu heb ik de Kerkeraad genoeg voorgehouden, dat het eigen schuld is. Ik heb hun gezegd, dat U in Febr. al naar een andere firma wilde gaan, maar de broeders wilden toen niet, omdat zij bang waren voor procesvoering. Maar, gedane zaken nemen geen keer. We zitten in het schuitje en moeten varen. Nu wilde de Kerkeraad graag, dat U hierheen kwam, we willen trouwens ook bij U komen. Moeten we nu werkelijk volgende week die Mateboer alleen laten tobben? Misschien, dat het dan zes weken duurt. Misschien nog langer. En moet de Kerkeraad nu alles maar betalen. Tenslotte is volgens contract toch de Weduwe Doornbos verplicht het werk af te leveren voor de aannemingssom. Ze kan het niet doen, zegt men. Maar moeten we dat voetstoots geloven? Moeten we geen pogingen doen om haar te overtuigen, dat ze betalen moet. Ja, als ze niet kan..... Enfin, over deze en dergelijke zaken wilde de Kerkeraad graag met U spreken. Waarschijnlijk lokt het U niet erg aan nog eens over ons orgel te spreken en te handelen. Maar de Kerkeraad ziet geen enkele mogelijkheid om zich op de gemeentevergadering te verdedigen. Het is ook te dwaas om los te lopen. Een aannemingssom wordt vastgesteld en we komen er duizenden boven. Een afspraak wordt gemaakt en geteekend, dat het 21 Dec. klaar zal zijn, ja 21 Dec. 1952. Telkens worden nieuwe beloften gedaan, maar nooit worden ze gehouden. En ik weet van de Heer Praat, dat niets practisch gebeurd is in al die maanden, dat Mateboer hier gescharreld heeft met de Heer Welink.Wat denkt U ervan? U komt deze week van vacantie. U kunt direct weer staan in het leven met vraagstukken en problemen.' In de kantlijn aantekeningen door Bouman.
Op 12 Augustus schrijft Bouman aan Middelveld: ' Teruggekomen van vacantie vind ik een tweetal briefjes van de Heer Praat, de laatste daterend van 26 Juli j.l., en een nota van de firma Verschueren, die ik hierbij sluit. Deze nota betreft de grootste pijpen van de Baarpijp, waarvan ik bij mijn laatste bezoek constateerde, dat ze met voorbijgaan van de bestekvoorschriften niet waren aangebracht. Deze zullen dus nog een plaats in het Rugwerk moeten vinden. Gezien de financiële situatie, waarin we ons met deze bouw bevinden, zal er wel niet anders op zitten dan dat de Gereformeerde Kerk deze nota betaalt. Waren de pijpen indertijd wel geleverd, dan zou de nota toch ook met dit bedrag verhoogd zijn. Aan de orgelbouwers nu de taak om de pijpen alsnog in het Rugwerk onder te brengen. Zeer benieuwd ben ik te horen, of het werk nu is voltooid. Me dunkt, we zijn al enige dagen over de afgesproken datum heen en als de orgelbouwers ononderbroken hebben doorgewerkt, kunnen zij zo langzamerhand wel klaar zijn. Ik vrees echter, dat het nader bewerken van de windladen in verband met de werking van het hout nog wel het nodige oponthoud zal hebben veroorzaakt. Maar het eind zal nu toch wel in het zicht zijn, naar ik vertrouw. Misschien kunt U mij op de hoogte brengen, welke werkzaamheden nog eventueel verricht moeten worden? En bent U tevreden over wat tot stand kwam? Hebben beide heren met bekwame spoed doorgewerkt? De Heer Praat schreef in een briefje, dat hij het werk nog zou onderbreken om enkele stemmingen van het voor zijn klanten uit te voeren, een m.i. redelijk verlangen. Tenslotte zou ik ook graag vernemen of de Kerkeraad onze laatste afspraken heeft bekrachtigd. Persoonlijk ben ik van mening, dat we moeten zien te trachten om het schip door de laatste branding heen te loodsen, nu de haven in het zicht is, bedenkende dat ook met de bezettingskosten erbij het werk toch nog minder zal kosten dan wanneer na de dood van de Heer Doornbos een en ander was opgedragen aan een grote firma. Maar als we het tijdverlies en alle beslommeringen en ergernis zouden gaan berekenen, werd dit bedrag wel degelijk overschreden. In mijn adviespraktijk heb ik nog nooit een dergelijke verdrietelijke gang van zaken meegemaakt. Gelukkig dat de kerk van Ruinerwold weet wat het is haar ziel in lijdzaamheid te bezitten.'
Op, 14 Augustus schrijft Middelveld aan Bouman: ´Gistermorgen uw brief in goede orde ontvangen. Voor betaling aan fa. Verschueren wordt gezorgd. Ik zal trachten U enigszins weer te geven, hoe thans de situatie hier is. Aan mej. De Waal Malefijt (secretaresse van Bouman?) heb ik gisteren telefonisch meegedeeld, dat er een brief van Ds. Vreugdenhil zou komen, naar aanleiding van een bespreking op de kerkeraad, waarvan ik tot op heden de strekking niet begrijp. Het is zo. Volgende week komt het grote orgel klaar. Bourdon en Trompet zijn klaar, de Subbas voor een deel. De heer Praat komt volgende week nog terug, om alles in het grote orgel af te stemmen. De heer Praat hoopt U as. Zaterdag te spreken. Nu moet de heer Mateboer de nieuwe pijpen in het rugpositief plaatsen. Dat vordert nogal wat, omdat die 8 nieuwe grote pijpen dus de gaten, waarin nu die 8 kleinere staan, wijder gemaakt moeten worden. Verder zoeken de heren nog naar een fout in de lade van het rugpositief; volgens de heer Praat kan dat nogal tegenvallen, wat de tijd betreft. De heer Praat kan U dat duidelijker zeggen. Het eind is in ’t zicht. Me dunkt, we kunnen spoedig een datum bepalen, dat U alles naziet, en het orgel aan de kerkeraad kan worden overgedragen. Dat moet ik zeggen, ze werken zorgvuldig. We zijn dankbaar, dat de heer Praat er bij is gekomen. De heer Mateboer is een goed vakman, maar niet zelfstandig genoeg om alleen te werken. Nu meen ik, dat de kerkeraad toezicht wilde hebben op de heer Mateboer, gedurende de tijd, dat de heer Praat afwezig is. Maar Mateboer kan nu toch niet meer knoeien met de tijd. Ik heb nagegaan wat hij nog doen moet. Hij heeft mij gisteren beloofd alles zo vlug mogelijk en goed af te werken. Er is nu een klank in het orgel, ja, dat is prachtig. Als ik het zo hoor, dan kan het rugpositief niet worden gemist, maar dan heb je het 2e klavier gemist. Alles met alles wordt het een mooi geheel. Alleen de kosten vallen tegen, maar de aannemingssom was te laag. Me dunkt, we moeten maar geen druk meer uitoefenen op de heer Mateboer, m.i. gaat het goed. Ook de heer De Wit werkt goed. Met de windladen is bijzonder werk geweest. M.i. zijn ze flink opgeschoten. Ik heb geen klacht. Maar Ds. Vreugdenhil meent nog steeds, dat Mateboer lui is. ’k Geloof dat Ds. ook een zekere tegenzin in die persoon heeft. ’k Ben bij scriba Hospers geweest en het bleek me dat Ds. j.l. Maandag de kerkeraad niet volledig had ingelicht, wel de aparte brief voor mevrouw enz. Echter ’k heb dit gezegd tegen de scriba, waarom de gehele kerkeraad en bij nu het aan een commissie uit kerkeraad + C. v. Beheer is overgelaten? Wordt die niet meer vertrouwd, en vertrouwt Ds. Vr. zichzelf niet meer in die commissie? Maar eerst Ds. Vr. en nu Ds. Herder met vacantie is, hebben we over uw brief van 8 Juli jl. nog niet nader gesproken, we willen dat liever in de volledige commissie bespreken, en dan tot de kerkeraad te gaan. Het schip zit nog iets in de branding, maar de haven is in ’t zicht. Het heeft U, maar ook mij, en ons allen veel geleerd. ’t Kan ons in ons verder leven van nut zijn! De mens wikt, God beschikt.Dit hebben we kunnen leren. Maar het zal met Gods hulp gelukken. Dit zij ook voor ons een zaak des gebeds. De kerk wordt hersteld, het dak, de vloer geschilderd, het zal straks een ander aanzien geven. Er is voor die herstelling een commissie, door de gemeente gekozen, vrijwillige gaven. De uitslag is nog niet geheel bekend, maar het zal wel ƒ 16 à ƒ 17000 opbrengen. Moge dit alles dienen, tot eer des Heeren, die ons goed willende schenkt. Met hart. groeten,J. Middelveld
P.S. Als het orgel klaar is, moeten we naar de nieuwe Minister voor subsidie!
Wanneer het orgel overgedragen wordt, zouden we U des avonds gaarne in ons midden hebben, voor spreken en spelen. ’k Wil U gaarne van Meppel halen en brengen en U kan bij Ds. Vr. wel logeren. Denkt U daar eens over. Datum kan met U afgesproken worden. ’t Zou feestelijk zijn, en voor U een voldoening.'
Op 18 augustus beantwoordt Bouman de brieven van Middenveld en Vreugdenhil: 'Vrijwel gelijktijdig mocht ik van U brieven ontvangen over de afwerking van het orgel in de Gereformeerde Kerk te Berghuizen. Naar aanleiding daarvan heb ik zojuist een uitvoerig onderhoud gehad met de Heer Praat, zodat ik weer geheel op de hoogte ben met de stand van zaken te Uwent. Datgene wat nu volgt, is door mij met de Heer Praat besproken en deze zag er de billijkheid van in en is ook bereid zijn medewerking hierin te verlenen. Dat het werk langer heeft geduurd dan de overeengekomen datum van 5 Augustus 1952 is daaraan toe te schrijven, dat het restauratie- en intonatiewerk aan de oude pijpen is tegengevallen, omdat vele zeer dun van wand bleken, zodat allerlei extra voorzieningen moesten worden getroffen. Redelijkerwijze was dit niet te voorzien. Een tweede reden van het oponthoud is gelegen aan het niet voldoende uitgewerkt zijn van het hout, dat voor de nieuwe windladen en slepen was gebruikt. Bij de vroegere leveringen kwam dit met het blote oog ook niet te constateren. Dit laatste risico is geheel voor de orgelbouwer, die uitgewerkt hout te leveren heeft. Eventuele schade kan op hem verhaald worden. Echter is het in het belang van Uw kerk, dat nog tijdens de opbouw voorzieningen worden getroffen en niet later na de aflevering. Op dit punt zullen wij dus coulant moeten zijn, onder reserve van alle recht om de orgelbouwer voor schadevergoeding aan te spreken. Gelukkig is het oude orgel thans geheel gerestaureerd op een twintigtal kleine pijpjes na. Dit is tenminste een mooi en tastbaar resultaat.
De volgende werkzaamheden moeten nog worden verricht:
De lekkage bij de voorslagen moet worden weggenomen. De toetsweerstand moet voor alle klavieren zo licht mogelijk worden gemaakt, zonder echter hangerij te veroorzaken, en tevens moet de aanslag worden geëgaliseerd. Het snijwerk voor het Rugwerk moet nog worden afgewerkt en verguld, terwijl eveneens alle labiums van de frontpijpen moeten worden verguld. De windlade van het Rugwerk moet nog nauwkeurig op luchtdichtheid worden gecontroleerd, eventueel opnieuw verlijmd en bijgeschuurd. De ahornhouten verbindingsstukken, waarin de schroefdraad voor de abstracten is bevestigd, moeten zodanig worden voorzien, dat deze asjes er niet uit kunnen lopen. Het pijpwerk c tot g voor de Schalmeij 8′ moet op de windlade worden gezet, hetgeen met verplaatsing en verwisseling van andere pijpen gepaard zal gaan. Het reeds voorgeïntoneerde pijpwerk van het Rugwerk moet op de windlade worden geplaatst en verder afgeïntoneerd. Tenslotte moet het orgel geheel worden gestemd.
De voorzetting van de brief is enigszins eigenaardig er lijkt een gedeelte te missen.):
'voor de voldoening van welke vordering dan ook, maar als belanghebbende zich niet geheel onbetuigd wil laten. Dit zijn overigens zaken, die bij de eindkeuring in het najaar nog wel kunnen worden besproken. Komt het U na het bovenstaande nog noodzakelijk voor, dat de samenspreking tussen ons doorgaat? Het lijkt mij toe, dat er zakelijk toch niet veel anders opzit dan wat hierboven werd beschreven. Met Ds. Vreugdenhil ben ik het eens, dat de zaak minder verdrietelijk voor U was geweest, wanneer op mijn voorstel indertijd was ingegaan om een firma als Verschueren het instrument geheel te laten afwerken, maar napleiten heeft weinig zin. Ik zou willen besluiten met de laatste alinea in mijn brief van 12 dezer aan de Heer Middelveld. Maar ook, al zijn we er nu bijna, dit is geen reden om ten aanzien van de Heer Mateboer de teugels niet strak te houden. Deze heeft bewezen, ze nodig te hebben. Op dit punt zou ik van geen toegeven willen weten, zelfs al zou hij zich daarom aan het werk willen onttrekken. Overigens zou de tijd, waarin de Heer Praat afwezig is, kunnen worden gebruikt voor de werkzaamheden aan het dak. Met grote belangstelling zie ik Uw antwoord tegemoet en verblijf inmiddels met vriendelijke groeten en de meeste hoogachting,
P.S.
Wat Uw vraag t.a.v. de ingebruikname van het orgel betreft en mijn medewerking daarbij, bericht ik U, gaarne bereid te zijn om de avond van de dag, waarop de eindkeuring plaats vindt, een causerie over het orgel te houden en het instrument te bespelen. Ten aanzien van de programma-samenstelling houd ik graag voeling met Uw wensen. In de praktijk is mij gebleken, dat bij een publiek, dat vrijwel geheel uit leken bestaat, de grootste vraag is naar bewerkingen van geestelijke liederen, waarbij alle gelegenheid is om de verscheidenheid in registratie van een orgel te laten horen. Maar ook zou een enkel meer bevattelijk orgelwerk van een bekende componist niet misstaan. Gaarne hoor ik hierover nog Uw mening. Als honorarium voor zulk een orgelbespeling reken ik ƒ. 25,—, wanneer hiervoor geen extra reis nodig is, anders natuurlijk meer.'
Op 22 augustus stuurt Verschueren een overzicht van openstaande rekeningen: '
Mogen wij van U vernemen hoe de zaken te Ruinerwold staan? De bedragen van onze laatste leveringen hebben wij via het kerkbestuur ontvangen. Wij wachten echter nog steeds op overmaking onzer factuurs:
Datum Bedrag
d.d. 20 Dec. ’51 ƒ 848,50
26 Nov. ’51 ƒ 4,42
9 Juli ’51 ƒ 2,38
30 Jan. ’52 ƒ 835.—
totaal ƒ 1690,30
Wij zouden het ten zeerste op prijs stellen van U te vernemen, hoever de werkzaamheden zijn, zodat wij op betaling kunnen aandringen.
Op 26 augustus volgt het antwoord van Bouman. Hij verwijdt naar eerdere correspondentie probeert zijn best te doen dat Verschueren nog iets van de vorderingen krijgt betaald.
Op 27 augustus schrijft Praat aan Bouman: ' Vrijdag 22 Aug. j.l. gereed gekomen in Ruinerwold met het hoofdman. Alles goed, de hoogten van Trompet zijn zwak. Ook Subbas 16 op het vrije pedaal. Nu nog het rugwerk. Daar zijn Mateboer en de Wit aan bezig, zoo noodig zal de lade doorgegoten worden. Als zij daar mee klaar zijn ga ik er weer heen. Ook zullen zij alles afregelen, vooral de mechaniek enz. en lekkage en snijwerk.'
Op 30 augustus schrijft Harms, die orgelkas van het rugpositief heeft gemaakt: 'Mag ik zoo vrij zijn, om nog opnieuw een beroep te doen op Uw hulp, wat betreft het uitbetalen van mijn loon voor het orgel in de Gerf. Kerk te Ruinerwold. Ik heb nog steeds geen geld ontvangen van Mevr. Doornbos. De vorige week is mijn vrouw er nog weer geweest, doch geen geld. Mevr. Doornbos vertelde, dat Mateboer wel geregeld zijn loon ontving. In Uw laatste schrijven welke ik van U heb ontvangen van 11 Maart j.l. schreef U, dat het gedeelte wat nog uitbetaald zou moeten worden, niet eerder zou worden betaald als het orgel klaar is. Ik weet, dat ik mijn plicht gedaan heb in Ruinerwold en de arbeider is zijn loon waardig. Dat er aan een dergelijk persoon als Mateboer (informeer U maar eens naar zijn doen en laten) wel loon wordt uitbetaald en niet aan mij, vind ik al te bar. Ik heb ook een gezin en er geld voor moeten lenen voor mijn schulden welke voortvloeiden voor de stagnatie van dat werk. Als mens en als mede Christen doe ik mede namens mijn gezin een zeer dringend beroep op Uw medewerking waarvoor bij voorbaat zeer hartelijk dank!'
Op 3 september schrijft Middelveld aan Bouman: 'Het is reeds enige weken geleden, dat U bij ons was. Ik zal U thans mededelen hoever het is. Het grote orgel is geheel klaar. Fijne muziek. Het rugpositief ligt uit elkaar. Ze kunnen niet vinden wat de oorzaak is, dat er enige bijspraak is. Onder andere? kleppen zijn van nieuwe rode bekleding en schapeleer voorzien, de zijden ernaast waar deze kleppen zitten, zijn opnieuw glad geschraapt en fijn is het nog niet. September komt de heer Praat terug voor het afstemmen van het rugpositief, dus nog enkele weken en het is klaar. Voor enkele dagen na het ontvangen van uw brief, hebben we een bespreking met de heer Mateboer gehad. Hij heeft toegezegd, dat het orgel 13 Sept. klaar is, wat het mechaniek betreft. We komen ongeregeld controleren en er wordt flink gewerkt. Er is over gesproken, om de heer Mateboer spoedig gedaan te geven, en dat de heer de Wit het snijwerk afwerkt, maar dat lijkt mij persoonlijk niet netjes voor de heer Mateboer. Hij mag dan wel langzaam geweest zijn, het werk is goed. Is de heer Praat straks klaar, dan kunnen we ook een datum afspreken voor overdracht aan de kerkeraad. De gemeente verlangt naar andere muziek, want geregeld zakken de zingers bij het Psalmzingen. De indeling van die avond moet nog uitgekiend worden. U hebt zulks wel meegemaakt? Hebt U niet een schema? Ter afwisseling ook een zangstukje van de zangvereniging. We hebben 2 goede zangers. Over de afwikkeling der zaak moeten we een aparte bespreking hebben. Om de aannemingssom te verhogen voelt de commissie niet voor. Het werk is betaald, vooral arbeidsloon. Doch zoals ik reeds schreef, daar moeten we nader over spreken. ’t Wordt een prachtig orgel, wat uiterlijk en het mechaniek betreft. Zal in de toekomst hoorder en kijkers trekken. U hoort nader van ons.
Op 4 september beantwoordt Bouman de brief van Harms: 'Uit onze vorige correspondentie zal U reeds bekend zijn, dat de situatie in verband met het orgel te Ruinerwold niet rooskleurig is, ook niet in financieel opzicht. Kort daarna is de leiding van het werk aan de Wed. Doornbos ontnomen en werd deze opgedragen aan de Heer P. F. J. Praat van Zaandam, die nu tegen een bescheiden weekloon met medewerking van de Heren Mateboer en de Wit het orgel afbouwt. Het Hoofdwerk en Pedaal zijn reeds geheel gereed, terwijl in deze maand ook het Rugwerk klaar zal komen, tenzij zich onverwachte tegenslagen voordoen. Het eind is dus in het zicht. Gebleken is, dat het houtwerk speciaal van de windladen onvoldoende uitgewerkt was, zodat het demonteren en opnieuw vlak maken veel extra tijd in beslag nam. Dat dit alles voor de Gereformeerde kerk te Ruinerwold een niet onbelangrijke schade heeft bezorgd, is duidelijk. Het bedrag van de aanneemsom bleek reeds enige maanden geleden vrijwel opgesoupeerd te zijn en nu betaalt het Kerkbestuur nog extra uit, omdat alleen op die voorwaarde het personeel tot doorwerken was te bewegen. Over de persoonlijke kwaliteiten van de Heer Mateboer laat ik mij liever niet uit. Wel heb ik de overtuiging, dat hij, voordat de Heer Praat bij het werk betrokken werd, zeer traag en weinig doelmatig heeft gewerkt. Echter is de Heer Praat van mening, dat hij onder zijn leiding en toezicht behoorlijk werk presteert, reden waarom hij door P. is overgenomen. Pas na algehele voltooiing volgens het contract van dit werk wil het kerkbestuur nog overwegen, in hoeverre er aanleiding bestaat om nog iets van de openstaande vorderingen te voldoen. U bent echter niet de enige, die iets van de firma Doornbos te vorderen heeft; ook de firma’s Verschueren, Stinkens e.a. verrichtten leveranties, maar kregen die nog niet betaald. In ieder geval kan ik U wel zeggen, dat het kerkbestuur zich terecht op het standpunt stelt, dat het aan de onderleveranciers geen cent verschuldigd is, maar dat deze hun geld kunnen vorderen van degenen, die hen bij het werk betrokken hebben en opdracht gaven.
Naar ik meen heeft de Heer Edskes U aangezocht. Deze Heer kreeg de eerste termijn van de aanneemsom uitbetaald en schijnt die voor eigen nut te hebben aangewend. Hoe het zij, het lijkt mij van belang dat U alvast de Heer E. aanspreekt, desnoods in rechten. Ik vraag mij af of er van de Wed. Doornbos veel te halen is. Daar de mogelijkheid ook niet uitgesloten is, dat het kerkbestuur zowel de Heer E. als de Wed. D. aanspreekt voor de door de kerk geleden schade, is het misschien Uw belang wanneer U er spoedig werk van maakt. Hoezeer het mij persoonlijk ook spijt, ik kan niet meer voor U doen dan U het bovenstaande in overweging te geven, en te wensen dat U nog iets van Uw geld ziet. Het zou te betreuren zijn, wanneer U de dupe werd van de omstandigheid, dat de taakverdeling bij de firma Doornbos niet goed geregeld was.'
Op 9 september schrift Middelveld aan Bouman: 'Met het orgel schiet het goed op. Vandaag zijn de 8 nieuwe pijpen alle geplaatst. Alle windladen goed afgesloten, dat is dus in orde. As. maandag, 15 Sept., komt de heer Praat, en zolang deze werkt, kan de heer Mateboer ook blijven. De kerkeraad heeft jl. Maandag besloten, om de heer Mateboer zijn congé te geven. ’k Vind het persoonlijk niet mooi, maar er is hier in de gemeente zo’n tegenzin in die man, dat hij zo gauw mogelijk moet verdwijnen. Vooral dat geloop naar die woonkeet? met hun kletspraatjes en de tijd die hij daar doorbrengt. Mateboer zal zijn uren wel maken, maar dat is niet te controleren. Kan de heer M. zo weggezonden worden, zonder tijd van opzegging? Juridisch? Heeft de kerkeraad een verplichting tegenover de heer M.? ’k Zou bang zijn voor eventuele moeilijkheden. We gaven Mateboer ook 14 dagen of minder voor het afwerken en niet meer. De heer de Wit kan het snijwerk ook wel maken. Komt U het orgel keuren op de dag van overdracht aan de kerkeraad? Dan is besloten, op de jl. gehouden kerkeraadsvergadering, dat geen extra vergoeding gegeven kan worden, wanneer U op die inwijdingsdag zou spelen. De kosten komen ver boven de begroting. En dan die lange duur. Het geduld wordt minder. Maar hoe het ook zij, welke ... tonen gehoord worden, dat weet ik wel, en ik hoop dat alle leden der gemeente dat straks zullen zeggen. De muziek is fijn. Jl. Zondag is het orgel in de Ger. kerk te Hoogeveen ingewijd. Gebouwd door de heer Reil. Volgens deskundigen niet een mooi liefelijk geluid. Nog wat.
Hierbij geef ik U copie van een hedenmorgen ontvangen brief van de fa. Verschueren: 9/9 ’52. „Daar wij vermoeden, dat het orgel thans gereed is en U er van op de hoogte is, dat het door ons geleverd materiaal niet betaald is, zouden wij het ten zeerste op prijs stellen, als U ons deze bedragen betaalde. Aan de voet v/h schrijven vindt U de specificatie. Wij zouden het zeerste op prijs stellen van U te vernemen, of wij op overmaking door U kunnen rekenen. Zo U ons niet kunt of wenst te betalen, zo zouden wij dat eveneens gaarne vernemen, zodat wij dan betreffende de opdrachtgever onze maatregelen kunnen nemen.
Wat moeten we hiervan denken? Zal ik hun antwoorden dat we U met dit schrijven in kennis gesteld hebben? Soms denk ik, de fa. Verschueren kan de pijpen wel weer terughalen, want bij Mevr. Doornbos is niets te halen. We zijn er nog niet. De moeilijkheden zijn alle nog niet opgelost. U ontvangt nader bericht wanneer het orgel klaar is.'
Op 12 september schrijft Bouman aan Middelveld: 'Wat Uw vragen betreft adviseer ik U het volgende. Waarschijnlijk zal het ontslag van de Heer Mateboer niet behoeven te volgen, wanneer deze tenminste in de tweede helft van deze maand met de Heer Praat samen het orgel geheel afwerkt, hetgeen naar mijn mening wel mogelijk is. Het is wel goed met het oog op de opzeggingstermijn, hem dit begin volgende week mee te delen. Hij weet dan waaraan hij toe is. Overigens bent U ingevolge art.40 der AVON (in het contract opgenomen) vrij om het werk aan anderen op te dragen, en U hebt dit indertijd aan de Heer M. gedaan in weekloon, zodat een week opzegging voldoende is. Volgens art.29 van de AVON staat U ook vrij tegenover de onderleverancier Verschueren. Dit artikel luidt n.l.: “De door de orgelbouwer geleverde en voor het werk bestemde materialen en onderdelen, aangevoerd op of bij het werk, worden, zodra zij zijn goedgekeurd, eigendom van de opdrachtgever, onder voorbehoud van de nakoming van zijn verplichtingen ex art.37 (dit gaat over de betalingen, A.B.), zonder dat deze uit enigen hoofde voor betalingen aan de leveranciers hiervan aansprakelijk is.” Het lijkt mij het veiligst, wanneer U de Heer V. antwoordt, zijn brief ontvangen te hebben en er rekening mee te zullen houden, zonder echter enige vaste toezegging te kunnen doen, aangezien U reeds door wanprestatie van de firma Doornbos voor grote extra uitgaven zijt komen te staan. Wel kunt U zeggen, dat U voornemens bent om na voltooiing en goedkeuring van het gehele werk aan de Kerkeraad een voorstel te doen, om een zekere tegemoetkoming te geven aan de onderleveranciers, maar dat U uiteraard niet kunt beoordelen, of en in hoeverre de Kerkeraad op dit voorstel zal ingaan.
Wel zoudt U hem alvast in overweging kunnen geven om de persoon in rechten aan te spreken, die deze opdracht gegeven heeft, d.i. de Heer Edskes; wellicht is op hem wel wat te verhalen, en hij heeft tenslotte de eerste termijn gebeurd, zonder dat duidelijk is wat hij daar nu allemaal van betaald heeft.
Voorzover het zich laat aanzien, zou het orgel begin October - eind September gereed komen. Mocht dit het geval zijn, dan zou ik het erg op prijs stellen, als de eindkeuring kon plaats vinden op Vrijdagmiddag 3 October a.s., waarop dan ’s avonds de weder-ingebruikneming zou kunnen volgen. Gezien de extra kosten, waarvoor de Kerk van Ruinerwold reeds is komen te staan, wil ik hier geen extra vergoeding voor berekenen. Maar dan vertrouw ik aan de andere kant, dat genoegen zal worden genomen met van mijn kant een causerie over het instrument, eventueel te illustreren aan het orgel, en voorts het improviseren van bewerkingen van geestelijke liederen of psalmmelodieën, die eventueel van te voren kunnen worden opgegeven. U vervalt dan ook niet in de kosten van het drukken van programma’s en kunt volstaan met een artikeltje in Uw Kerkblad. Voor het technische gedeelte wil ik daar de tekst wel van verstrekken. De ervaring heeft mij geleerd, dat in plattelandsgemeenten koraalbewerkingen toch het meest worden gewaardeerd, terwijl bij concertnummers voorafgaande studie en hulp bij het registreren wordt vereist en deze aan de meeste hoorders toch min of meer ontgaan. Dan zou ik die avond na afloop wel graag nog doorreizen naar Stadskanaal, waar ik kan logeren, en indien dit niet meer mogelijk is, dan overnachten in Ruinerwold om de volgende dag naar Stadskanaal door te reizen. Misschien wilt U een en ander eens bespreken met de orgelbouwers en de Kerkeraad en mij dan nader berichten?
Intussen hoop ik van harte, dat de windladen zich nu goed zullen houden, zodat er geen door- of bijspraak is en dat ook in het mechaniek geen hangerij meer voorkomt. Ik heb daar al met de Heer Praat over gesproken, maar het is wellicht goed, wanneer U dit nog de orgelbouwers onder het oog brengt.'
Op 15 september schrijft Middelveld aan Bouman: 'We mochten Uw schrijven in goeden welstand ontvangen. Het komt goed gelegen, dat U Vrijdag 3 October komt. U schrijft maar, hoe laat U in Meppel komt, en U wordt naar Berghuizen gebracht. Des avonds zal de overdracht plaats vinden. Om half 8 opening. Ds Vreugdenhil heeft de leiding, ondergetekende zal het zeggen, namens de Commissie. U geeft een overzicht van het orgel, U speelt, en we hadden gedacht, dat de H.H. Kooijman en Dekker, (de organisten) ieder ook een stuk laten horen. Al met al moet die samenkomst om half 10 uur beëindigd zijn. Wel houdt de kerkeraad zeer gaarne, dat U ’s avonds blijft. Bij Ds Vreugdenhil hebt U een goed tehuis. We kunnen dan in alle kalmte hier en daar over spreken. ’k Geloof dat velen in de gemeente niet gedacht hadden, dat het nu zo vlug gaat. De laatste tijd heb ’k tegen niemand een vermoedelijke datum gezegd. Ik hoop, dat op 3 October het publiek het orgel waardeert, want voor muziek word niet alles gevoeld. Maar, ze zijn ook niets gewend. Maar een één geslacht hoorde het spel van wijlen meester Vonck , dat niet al te opgewekt was, bovendien was er ’t het oude orgel ook niet naar.
D.V. hopen we U dus 3 October te ontmoeten. U krijgt een opgave van de te spelen liederen. De windladen zijn nu goed dicht. Ik kan niet anders zeggen, dan dat de H.H. Mateboer en de Wit goed hun best hebben gedaan, heden komt de heer Praat afstemmen. Er zit al een geweldig geluid in het orgel. Misschien is het mogelijk, dat U mij goede combinaties opgeeft, opdat ik als plaatsvervangend organist ook gaarne een mooi geluid laat horen. We hopen nu spoedig te kunnen zeggen: Eind goed, al goed. Ik hoop dat de bevestiging dezer, mag medewerken tot meerdere bloei van het zingen, dat God in alles de ere ontvange.'
Op 20 september schijft Praat aan Bouman: 'De week 15–19 Sept weer in Ruinerwold gewerkt. Prest 4 en Quintadeen 8 volgens afspraak uitgezocht. Nu zijn deze registers geïntoneerd en ook de Baarpijp 8. Nu moet ik nog de Sexquialter, en Scherp stemmen ook de Woudfluit. Dus deze week kom ik daar klaar. Mateboer en de Wit moeten de mechaniek en snijwerk nog klaar maken. Donderdag 2 en Vrijdag 3 Oct ben ik weer in Ruinerwold. Met vr. groeten en tot 3 october Hoogachtend P. Praat'
Op 22 september schrijft Bouman aan Middelveld: 'Dank voor Uw schrijven van 15 dezer. Het doet mij genoegen te horen, dat het werk goede voortgang heeft gehad. Laten we hopen, dat windladen en mechaniek nu helemaal in orde zijn en geen nieuwe narigheid opleveren. Bij keuring zal ik hier mijn bijzondere aandacht aan geven. Ook ik heb er op gerekend, dat Vrijdagmiddag 3 October a.s. de eindkeuring plaats vindt en ’s avonds de weder-ingebruikneming. Ik kom die morgen uit richting Leeuwarden in Meppel aan te 2 uur 29, en hoop U dan daar aan het station te treffen. Dan heb ik ruimschoots de tijd voor de eindkeuring en blijft er ook nog even gelegenheid voor de orgelbouwers om b.v. tussen 5 en 7 uur nog enkele eventueel te constateren gebreken te verhelpen. Met orgelspel door de Heren Koelerijn en Dekker ga ik gaarne accoord. Zelf zou ik, aansluitend bij het muzikale begrip van de hoorders, een improvisatie of fantasie kunnen geven over de volgende geestelijke liederen:
Een vaste burcht is onze God.
Van U zijn alle dingen.
Wie maar den goeden God laat zorgen.
Jezus, Uw verzoenend sterven.
Alle roem is uitgesloten.
Dankt, dankt nu allen God.
Zes nummers dus, die U, liefst in bovengenoemde volgorde, een plaats kunt geven in het programma, en die ik naar dat er tijd voor blijkt te zijn minder of meer uitvoerig kan uitwerken. Misschien is het mogelijk, dat een van de organisten bij mijn toespraak met een paar accoorden de verschillende registers die ik noemen zal laat horen, zodat de gemeente een duidelijker indruk krijgt van het instrument en zijn mogelijkheden. Zelf zou ik dit ook kunnen doen, maar dan zou ik moeten spreken, staande naast het Rugpositief. Als de kerk niet geheel gevuld is, zouden de plaatsen onder het orgel onbezet kunnen worden gelaten, temeer omdat men het instrument daar heel slecht beoordelen kan. Ook ben ik bereid het gezang te begeleiden. Graag zal ik bij Ds. Vreugdenhil logeren en ook beschikbaar zijn voor een eventuele vergadering, die wat mij betreft wel om 5 uur zou kunnen plaats vinden, maar evengoed na de weder-ingebruikname. Ik hoor nog wel hoe U een en ander regelt, en zal ook gaarne een paar exemplaren ontvangen van het programma of de kerkbode, waarin over een en ander wordt geschreven. Als U nog een technische beschrijving van het instrument wilt ontvangen, hoor ik dat graag spoedig; ik zal dan zorgen dat U omgaand een stukje in Uw bezit krijgt. De volgende Zaterdagmorgen ga ik waarschijnlijk met de trein van 10 uur [handgeschreven: 9.52] naar richting Assen. Wil de Heer Praat mij bij Uw antwoord tegelijk een technisch overzicht geven van wat nog gedaan moet worden?'
Op 26 september schrijft Middelveld aan Bouman: 'Uw schrijven van 22 Sept in goeden welstand ontvangen. D.V. hoop ik U vrijdag 3 Oct om half 3 van Meppel te halen. De zaak is voor elkaar. Vandaag, Vrijdag, wordt de laatste hand aan het stemmen gelegd. De heer Praat is dan klaar. ’k Heb gisteravond met hem gesproken en namens hem kan ’k U meedelen, dat volgende week de heer Mateboer het mechaniek nog na ziet. Het lofwerk is klaar, wordt vandaag aangebracht. David krijgt de harp te bespelen en we kunnen beschikken over een instrument, viool, fluit en bazuinen. Dit is feitelijk de eerste brief aan U gericht, waarin geen „mineur” in behoeft te staan. ’k Zal U een kerkblaadje sturen. Orde zal zijn: 1. Ds Vreugdenhil opening. C. van Beheer aanbieden 3. aanvaarding kerkeraad waarna U verzocht wordt Ps. 150: 2 + 3 het eerst op het orgel te spelen. U houdt Uw dissertatie? met fantasie over de ... meegedeelde in uw volgorde. Tijdsduur nader bepalen. Na org. Dekker en de predikanten, is er voor U nog tijd voor een fantasie Dit in ’t kort. U logeert bij Ds Vreugdenhil.
Wat uw uitleg registers betreft weet U zelf wel, of voldoende aandacht is, om het langer of korter te maken. Vertelt U ook iets, van de lotgevallen van het orgel? Een technische beschrijving zou mooi zijn, indien dat in het kerkblaadje wordt opgenomen. Het orgel is prachtig, de muziek zeer goed. Een fout kan dunkt me niet zijn, want de heren hebben hun best gedaan. Jammer dat de heer Mateboer, hoewel een kundig vakman, de schuld hier krijgt is, hoewel U weet dat er ook lasterpraatjes zijn. In een omgeving als „de Berg” wordt elke dag nauw toegezien, wat er gedaan wordt. In de stad let het publiek daar zo niet op uitgekeken is, bij het aanbieden geen aparte namen te noemen van orgelbouwers. Uw declaratie maakt U klaar, of U geeft die aan broeder Boschman. We hopen, dat we onder den zegen des Heren een goede avond mogen hebben, die bij velen een andere indruk geeft, wat muziek en zang betekent in het zieleleven van een mens. Zaterdagmorgen breng ik U terug naar Meppel.'
Op 30 september schijft Middelveld aan Bouman!: 'Na mijn laatste brief kan ’k U weinig meer vertellen. Programma’s zijn niet gedrukt, in het kerkblaadje een korte mededeling. Het programma blijft, gelijk ’k U gemeld heb.
1. Opening.
2. Overzicht.
3. Aanvaarding… U Psalm 150.
4. Kooijman.
5. Mr Bouman.
6. Dekker.
7. Predikanten.
8. Sluiting / Mr Bouman. [lezing onzeker]
[Bij punten 1–5 staat een accolade met: „½ à ¾ uur”, lezing onzeker.]
Heden, Dinsdagmorgen in de kerk geweest. Alle lofwerk is aangebracht. De heer Mateboer is bezig, het mechanisme na te zien. Dus, Vrijdag geheel gereed. Alleen zal U om 4 uur een aanvang, dat ’s keuren, kunnen nemen, omdat er een huwelijk ingezegend wordt, die is op 3 uur, en dat laat in de kerk gebeurt en niet in het lokaal. Vooraf kunnen we dan thee drinken en wat praten. Tot ziens. Vrijdagmiddag.'

Het orgel wordt op 3 oktober in gebruik genomen. Zie Meppeler Courant (17-09-1952),  (10-10-1952). De naam van Matthias Amoor wordt verbasterd tot 'Thomas Moore'. Ook het bouwjaar in dit bericht is niet correct. Onbekende courant in archief Bouman (07-10-1952). Dezelfde fouten als in de Meppeler Courant. Pas laat bericht de Nieuwe provinciale Groninger courant op 12-12-1953 over de restauratie. Vermoedelijk naar aanleiding van de stemming in de gemeenteraad van Ruinerwold. In Organist en Eredienst van 1953 juli/augustus verschijnt een uitgebreid artikel van Mr. Arie Bouman.
In het wekelijkse kerkblad verschijnt in nr. 41 van 11 oktober 1952 een artikel over het orgel. (25) 


Reliwiki (05)

Dispositie:

Hoofdwerk    
Bourdon 16' bas uit 1903, discant uit 1785
Prestant 8'  
Holpijp 8'  
Viola di Gamba 8' groot octaaf voortgezet in Holpijp rest uit 1903
Octaaf 4'  
Fluit 4'  
Quint 2 2/3'  
Octaaf 2'  
Quint 1 1/3' ontbrekende pijpen nieuw
Mixtuur IV-V hoogste koor nieuw
Trompet 8' nieuw
Rugwerk    
Baarpijp 8' disc. nieuw
Quintadena 8' voortgezet in Baarpijp 8' disc. pijpwerk van vroegere fluit 2'
Praestant 4' nieuw
Nachthoorn 2' nieuw
Sesquialtera I-Il nieuw
Scherp IV nieuw
lege plaats   voor Dulciaan 8'
Pedaal    
Subbas 16' (nieuw)

Manuaalkoppel, Pedaalkoppel (beide nieuw). Manualen van C - c3, pedaal C - d'. Winddruk 65 mm. Toonhoogte een halve toon hoger dan normaal.

Op 10 oktober schrijft Middelveld aan Bouman.: 'Bij dezen sluit ik een brief in van de fa. Verschueren. Mag ik die van U terugontvangen? Wilt U advies geven, wat we moeten antwoorden?Het was jl. Vrijdagavond een prachtavond. Ook Zondag werd er goed naar het orgel geluisterd. Mag ik van U ook enkele gegevens ontvangen over de registratie? B.v. van een voorspel tot volle werk, al moet dan niet alle registers los. Welke combinaties zijn mooi. De heren Koelewijn & Dekker gaan veel oefenen, daarvoor mis ik de tijd de lijst, en 'k zou als ik vervangen moet, ook gaarne en mooi geluid laten horen. Bij voorbaat hartelijk dank. De heer De Wit werkt deze week, met het aanbrengen goudblad is hij klaar. Alsmede de ... voor de Trompet. Maandag komt de heer Praat.
Op 13 Oktober schrijft Bouman aan Middelveld: 'Dank voor Uw brief en voor de toezending van het Kerkblaadje. Mochten er verslagen en beschrijvingen van het orgel zijn verschenen in het Geref. Kerkblad voor Drenthe en Overijssel en in een krant, zoudt U mij daarvan dan ook een exemplaar kunnen toezenden? Bij voorbaat hartelijk dank. Ook zou ik het buitengewoon waarderen, wanneer ik in verband met het aanvragen van de Rijkssubsidie en het publiceren van een artikel over de restauratie een scherpe foto van het orgel zou kunnen krijgen in de tegenwoordige staat, liefst in tweevoud op glanzend afdrukpapier. Wellicht kan iemand uit de gemeente daar wel voor zorgen? Misschien kan die foto zo genomen worden, dat de dwarsbalk voor het front het minst hinderlijk aandoet. Het is dan wel zaak om te zorgen dat bij de opname geen storende uitsteeksels of voorwerpen aan het orgel of op de galerij aanwezig zijn. Gezien de situatie zal Blitzlicht wel nodig zijn. Zodra de Heer Praat klaar is, kom ik de nakeuring verrichten. Wat de brief van Verschueren betreft, die hierbij retour gaat, adviseer ik U, hem zonder meer de gevraagde gegevens te verstrekken en voorts te vermelden, dat de Heer Praat nog bezig is met het wegnemen van enkele ongelijkheden in de intonatie en dat het te voorzien is, dat einde van deze Week het orgel geheel aanvaard zal zijn. Laat U vooral duidelijk uitkomen, dat U reeds verscheidene duizenden guldens meer hebt betaald dan de aanneemsom bedroeg. Mag ik tenslotte van de penningmeester een totaal-overzicht hebben van de verschillende personen of firma’s, aan wie iets bij of in verband met de orgelrestauratie is uitbetaald? Het gaat alleen om de totaalbedragen. Ik heb die n.l. nodig voor de Rijkssubsidie-aanvrage, die ik U t.z.t. ter ondertekening en goedkeuring zal doen toekomen.'
Op 18 oktober schrijft Middelveld aan Bouman.: 'Uw brief d.d. 13 October in welstand ontvangen. Afgelopen zond ik U een schrijven van de Penn. der Kerk. Naar ik vernomen heb, zal mevrouw Mulder-Dekker U gegevens zenden uit het Geref. Kerkblad, een verslag. Voor een foto hoop ik te zorgen. Zeer waarschijnlijk komt de heer Praat, heden klaar. ’k Dacht dat hij U dit zelf zal meedelen. Dus hopen we op elkaar spoedig bij de eindkeuring nog te ontmoeten. De Penn. heeft ook een schrijven klaar voor de fa. Verschueren, die ik heden verzond. Het orgel voldoet uitstekend, maar het viel me op, dat de kleine balg wat lek is. Jammer is, dat er een vaste kast om is. Deze zou misschien uit elkaar genomen moeten worden, om deze zodanig te maken, dat hij gemakkelijk uitneembaar is.'
Op 22 antwoordt Bouman: 'Dank voor Uw schrijven met nadere gegevens. De foto zie ik gaarne tegemoet, om die te laten reproduceren bij het artikel over dit orgel in het eerstvolgende nummer van Organist en Eredienst. Van Uw plaatselijk kerkblaadje ontving ik een tweetal exemplaren. En verder een 30-regelig berichtje uit een krant van 7 October, waarvan de naam mij onbekend is. Mocht er meer verschenen zijn, dan zal ik daar graag een exemplaar van ontvangen. Ik denk aan het provinciaal Kerkblad en de krant. Wat de door U vermoede lekkage in de blaasbalg betreft, is dit niet het gewone geruis, dat blaasbalgen altijd eigen is, wanneer zij met een electrische ventilator verbonden zijn? Immers, de ventilatorwind moet toch ergens blijven. Juist om beschadigingen van buiten te voorkomen is de balg goed ingepakt, maar er is natuurlijk geen bezwaar tegen om een paneel uitneembaar te maken. Tegen het eind van deze maand hoop ik nog langs te komen om de nakeuring te verrichten. Ik zal U van mijn komst nog tijdig op de hoogte stellen.
Op 25 oktober schrijft MIddelveld aan Bouman: 'Even een kort bericht. Jl. Vrijdag zijn foto’s gemaakt ’t orgel, door een goede fotograaf. De proeven worden mij toegezonden. Zodra ze klaar zijn, ontvangt U ze. Het orgel houdt zich best. U bericht bij Uw komst?'
Op 25 oktober schrijft Praat aan Bouman: 'Uw lijstje van Ruinerwold afgewerkt. 13 t.m. 18 October. In de meeste gevallen ben ik er in geslaagd om het te verbeteren, vooral het zwakker maken, in minder maten met de fluitende tonen, en met een blaastoon, vooral met Nachthoorn 2 bes klein, die had ik wel goed, door de kern te laten zakken, maar toen wilde hij niet meer stemmen met het volle werk van het rugwerk, door meer de kern iets hoger, (vooral als de kast dicht is) stemt hij weer goed. De stemming heeft veel last als de kast dicht komt. De Trompet had ik heel goed en mooi. Woensdag avond, en Zaterdag morgen, waren er al meer pijpen bij die waren meer aangetast. Hopende dat het verder naar uw zin is.'
Op 29 oktober schrijft Bouman aan Verschueren: 'Het orgel van Ruinerwold is thans door mij goedgekeurd. Het is een mooi werk geworden. De Heer Praat uit Zaandam zal het verder onderhouden. De Kerkeraad zal zich nog beraden om aan de schuldeisers nog iets uit te keren. Zo spoedig mogelijk hoort U nader hierover.'
Notitie met daarboven handgeschreven 'Verschueren 30 oct. 1952' en daarna getypt: 'De affaire Ruinerwold ziet voor ons niet goed uit. Het is toch niet juist, dat zoiets gebeuren kan. Wij, die een paar procent winst maken, dragen het risico honderden guldens strop te hebben.'
Op 31 oktober krijgt Bouman de foto toegestuurd van het orgel door organist Koelewijn?. 'Geachte Heer Bouman, Ingesloten vindt U het beloofde kiekje van het orgel der Geref. kerk te Ruinerwold-Koekange. Mocht het geschikt zijn om in een tijdschrift te worden geplaatst, dan zou ik het zeer op prijs stellen het desbetreffende nummer te ontvangen.'
Op 7 november schrijft Mateboer aan Bouman: 'Wanneer U een rapport over de restauratie van het orgel te Ruinerwold opstelt, zoudt U mij dan ook een exemplaar kunnen sturen? Of wanneer dat niet mogelijk is, een afschrift daarvan. Ik heb zoveel aan dat orgel gedaan, dat U begrijpt wel, dat ik ook graag het rapport zou zien. Doordat ik geen contact meer met de Wed. Doornbos heb, zou ik dat mislopen en dat zou me erg spijten. Mocht U nog eens een karweitje hier in het Noorden hebben, dan zou ik graag een kans willen hebben. U kunt ervan verzekerd zijn, dat het niet zo gaat als in Ruinerwold, dat er geld gevraagd wordt voordat er recht op is, of dat het werk over tijd is. En dat het werk zelf, vooral niet minder zal zijn.'
Op 14 november schrijft Bouman aan Middelveld: 'Hierbij ingesloten doe ik U toekomen het eindkeuringsrapport van het orgel in de Gereformeerde Kerk te Berghuizen. Ik hoop dat het zo naar Uw zin is, en heb tevens bijgevoegd het model van een subsidie-aanvrage, die Uw Kerkeraad zou kunnen richten aan de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, Prinsessegracht, ’s-Gravenhage. Dit stuk behoeft niet op zegel gesteld te worden en kan met de hand geschreven zijn. Nu mijn taak als adviseur bij deze restauratie en uitbreiding is beëindigd, ben ik zo vrij om U beleefd te verzoeken, mij via postcheque, betaalbaar gesteld aan Mr. A. Bouman, Stadhouderskade 145 te Amsterdam, aan het bijkantoor Hemonystraat-Amsterdam, te willen doen overmaken vijf procent van het totaal aan het orgel bestede bedrag, met uitzondering van de kosten die besteed zijn voor het vooruitplaatsen van het orgel en het schoonmaken van de kast. Voor Uw bemiddeling in deze bij voorbaat hartelijk dank. De toegezegde foto’s mocht ik nog niet ontvangen; gaarne houd ik me daarvoor aanbevolen. Het zal goed zijn om deze foto’s ook bij te voegen bij het request om rijkssubsidie, en eveneens bij het request om provinciale subsidie, waarin U wel gelieve te vermelden dat Rijkssubsidie is aangevraagd. U kunt pas voor 1953 subsidie aanvragen, omdat voor de vorige jaren een dergelijke subsidiepost niet op de begroting van Monumentenzorg was uitgetrokken. Dit is ook de reden en het excuus, dat U pas thans Uw aanvrage indient. T.z.t. hoop ik U een exemplaar toe te zenden van de artikelen, die ik over dit orgel in Organist en Eredienst hoop te schrijven.'
Op 14 November verschijnt het eindrapport van Bouman:
'Aan de Commissie van Beheer der Gereformeerde Kerk van Ruinerwold-Koekange p/a de Weledele Heer J. Middelveld.
Hierbij heb ik het genoegen U het eindrapport uit te brengen over de verrichte werkzaamheden aan het orgel in de Gereformeerde Kerk te Berghuizen.
Nadat de werkzaamheden verschillende malen door mij waren gecontroleerd en nog niet in overeenstemming bevonden met de overeenkomst van 2 Januari 1951, kan ik thans verklaren dat dit wel het geval is. Daarbij valt echter het een en ander op te merken.
Art. 3. Het orgel had geheel gereed opgeleverd moeten zijn 21 December ’51. Door de U bekende omstandigheden was dit pas 30 October 1952 het geval. Volgens art. 55 van de AVON zal hiervoor een korting op de aanneemsom kunnen worden toegepast, hetgeen echter weinig zin zou hebben, daar de orgelmakers reeds meer dan het hun rechtens toekomende hebben ontvangen en op hen wel geen verhaal mogelijk zal zijn.
Art. 4. Door de U eveneens bekende omstandigheden is de aanneemsom van f. 11.250.- opgelopen tot f. 16.000.-, welke reeds zijn uitbetaald. Op zichzelf is de laatstgenoemde som als een normale uitgave te beschouwen voor al het verrichte en geleverde werk. Maar het blijft een tegenvaller, waarop aanvankelijk niet gerekend was. De Kerk zou de firma Doornbos en de door haar gemachtigden (natuurlijk met uitzondering van de Heer Praat) kunnen aanspreken.
Art. 6. Ik adviseer U, het onderhoud van het orgel op te dragen aan de Heer P.A.J. Praat te Zaandam tegen het daarvoor staande bedrag, door de beide Orgelbouwersbonden vastgesteld, van f. 72.- per jaar, waarbij de orgelbouwer de garantie op zich neemt en in het voorjaar òf in het najaar het orgel geheel doorziet en zuivert van kleine gebreken. De kosten van een algehele extra-stemming zouden f. 54.- per keer bedragen, maar het lijkt mij niet nodig hiertoe over te gaan, aan de organist zou kunnen worden geleerd de Trompet te stemmen, zodat deze dit register zelf zuiver kan houden. Bovendien is dit register na de keuring gedemonteerd, om het houtwerk gelegenheid te geven zodanig te “acclimatiseren”, dat het zuurgehalte verdwijnt en dus niet meer oxyderend op het koper van lepels en tongen der Trompet kan inwerken. Bij de eerstvolgende algehele stemming zouden deze delen weer kosteloos door de Heer Praat kunnen worden gemonteerd.
Art. 7. De hier genoemde werkzaamheden zijn verricht, waarbij gelegenheid is het volgende op te merken. Boven bestek zijn nieuwe eikenhouten slepen gemaakt, waarvan het hout nog enige werking vertoont. Het pedaalklavier is recht en vlak in plaats van hol en met straalvormige boventoetsen gemaakt (geen bezwaar). Daar het ten dele vernieuwde mechaniek nog moet ingespeeld raken, is de mogelijkheid van „een hanger” niet uitgesloten, doch e.e.a. is gemakkelijk te verhelpen door de organist, wanneer deze tenminste voorzichtig te werk gaat. Hetzelfde geldt voor de aansluiting van de abstractdraden aan de welarmpjes van het Hoofdwerk, die door de firma D. met gaatjes, asjes en schroefjes is geschied. Deze constructie is nodeloos ingewikkeld en kostbaar, maar kan gehandhaafd blijven. Mocht zich bij ruw spel een storing voordoen, dan kan deze eveneens gemakkelijk door de organist worden verholpen. Boven bes¹ is de Viola 8′ in het groot octaaf voortgezet in de Holpijp 8′, hetgeen de bruikbaarheid van het register heeft bevorderd. De 14 grootste pijpen van de Bourdon 16′ zijn op pneumatische laden ondergebracht.
Art. 8. De slepen van het Rugpositief zijn gemaakt van mahonie. Een open plaats voor een Dulciaan 8′ is op de windladen gelaten, zodat voor dit register later een sleep met registertrekker en pijpwerk kunnen worden aangebracht. Naar schatting zouden de kosten hiervan ongeveer f. 1000.- bedragen. Ook zonder deze stem is het orgel echter sterk genoeg. De trekstokken der registers zijn van zwaar buisijzer gemaakt, wat bedrijfszekerder is dan grenenhout. Het nieuwe pijpwerk is voortreffelijk gemaakt. Ook is de constructie van het overige nieuwe werk behoorlijk, al heeft het niet geheel uitgewerkt zijn van het eikenhout zich tijdens de werkzaamheden helaas hinderlijk laten gelden; deze kwaal wordt echter met de dag minder. Voor de Quintadena 8′ is in de discant het oude pijpwerk van de Fluit 2′ gebruikt, zodat deze antieke pijpen niet behoefden te worden opgeruimd. Wanneer we het totaal van deze restauratie en uitbreiding overzien, mag duidelijk worden geconstateerd, dat een fraai en krachtig orgel is tot stand gekomen, dat ruim voldoende is opgewassen tegen zijn taak in de Gereformeerde eredienst. De intonatie, verzorgd door de Heer P.A.J. Praat te Zaandam, is prachtig geslaagd. Ik zou geen register weten te noemen, dat een inzinking zou betekenen in het geheel. De antieke registers, waarvan de klank door verschillende bewerkingen en verwaarlozing was misvormd, zijn weer tot oude glorie teruggebracht, en de nieuwe registers voegen zich zo harmonieus daarbij, dat geen onderscheid tussen het oude en nieuwe werk is te constateren. Zo is de klank krachtig en duidelijk geworden, maar tevens van een voorname volheid. De registers Mixtuur en Scherp zijn vrij sterk gehouden met het oog op volbezette kerk, waar de klank ook onder de galerijen moet kunnen doordringen. Zoals ik reeds in Uw Kerkblaadje van 11 October j.l. schreef, mag dit orgel van Matthias Amoor, leerling van de beroemde Schnitger, uit 1743, worden beschouwd als een der belangrijkste instrumenten van Drente en uit de Gereformeerde Kerken van ons land. Het zou dan ook de moeite lonen, om alsnog voor deze geslaagde restauratie subsidie van Rijk, Provincie en Gemeente aan te vragen, temeer waar het in de tweede klasse van beschermde orgelmonumenten is opgenomen.
Van dit schrijven zend ik een doorslag aan de Heer Praat en aan de Heer Mateboer, die zich eveneens veel moeite voor het werk heeft gegeven. Moge het orgel in zijn herstelde en uitgebreide vorm nog vele generaties van kerkgangers blijven voldoen en het zijne bijdragen om de eredienst te doen zijn tot stichting van de Gemeente en verheerlijking van God. U gaarne dank zeggend voor het in mij gestelde vertrouwen en voor de prettige samenwerking, speciaal met Uw Heer Middelveld, verblijf ik met broedergroeten en de meeste hoogachting,'
Op 18 november schrijft Mateboer aan Bouman: 'Mijn dank voor het toezenden van het eindrapport, betreffende het orgel van Ruinerwold. Alleen, mag ik U beleefd vragen, waarom de Heer Praat alleen genoemd wordt, en mij niet? Dit was toch ons beider werk, en de Heer Praat heeft U toch ingelicht, omtrent mijn aandeel in het intoneren?'
Op 21 november volgt het antwoord van Bouman: 'In het eindkeuringsrapport voor Ruinerwold heb ik ook Uw naam genoemd, evenals op de avond van de weder-ingebruikname. Moeilijk kan ik beoordelen, welk Uw aandeel in de intonatie is geweest, wel weet ik dat het werk van de Heer Praat hierin beslissend was. Uw vakkundigheid laat ik buiten discussie. De wijze echter, waarop U de kerk te R. aan het lijntje hebt gehouden, maakte mij huiverig om zonder meer met U opnieuw in zee te gaan. Ik kan dit alleen in overweging nemen, wanneer U in de toekomst een nieuwe opdracht hebt uitgevoerd, waarbij de opdrachtgever na afloop schriftelijk de verzekering kan geven, dat het werk voor een redelijke prijs en binnen de gestelde termijn bevredigend is uitgevoerd. Het spijt me wel, dat ik niet coulanter kan zijn, maar mijn verantwoordelijkheid tegenover opdrachtgevers en ook mijn eigen belang dwingen mij hiertoe.'
Op 25 november schijft Middelveld aan Bouman: 'Eindelijk kan ik U een foto sturen. M.i. mooi gelukt. De fotograaf kon die stang niet weg krijgen, van alle geprobeerd, vandaar dat ’t zo lang duurde eer de foto werd verzonden. Er zijn 2 gemaakt. De lichts gekleurde vinden we het mooist. Die spreekt het meest. Mag ik deze cliché’s van U terug? Of wilt U er één houden voor uw archief. Ook kunnen we er bij bestellen, en ansichten laten maken, dan kunnen de gemeentenaren en daarbuiten er ook een kopen. ’t Is een mooi stuk werk. Nu ben ik zeer benieuwd naar uw artikel in de Orgelkrant.'
Op 1 December bedankt Bouman voor de foto: 'Hartelijk dank voor het toezenden van de foto’s. De minst mooie heb ik gehouden. Ik zou U aanraden om van de foto, die hierbij teruggezonden wordt, afdrukken te laten maken. Mag ik, wanneer die gereed gekomen zijn, er nog één van hebben voor mijn archief en één voor reproductie in Organist en Eredienst? Het doet mij genoegen te horen, dat het instrument zo goed voldoet. Ook het honorarium zie ik met belangstelling tegemoet.'
Op 2 december schrijft Middelveld aan Bouman: 'De correspondentie vanwege Kerkeraad en C v Beheer zal tussen U en mij spoedig afgelopen zijn, daar ik met 1 Januari a.s. moet aftreden. Negen jaar ben ik voorzitter der Commissie geweest, dus tijd genoeg gegeven. Vooral de beide laatste jaren waren druk en vroegen veel tijd. De kennismaking met U sinds Augustus 1950 in Zwolle voor het eerst en later meermalen, zal ik niet vergeten. Gisteravond was er vergadering van de kerkeraad, waar de HH de Roo, Bochman en ondergetekende ook aanwezig waren voor de a.s. begroting. Uw brief kwam ter sprake, en ook het door U gevraagde honorarium. Nu werd mij opgedragen U te vragen of het meerdere boven de aannemingssom, waarin veel arbeidsloon zit van de heer Mateboer, meetelt voor berekening 5%. De meningen waren verdeeld. Is er meer materiaal geleverd, en meer werk geweest.
Wil U me hierop even uw antwoord geven? M.i. komt U het van het volle bedrag ƒ 16000, 5% toe, gezien de bestede tijd, schrijf me per omgaande terug, en U ontvangt de cheque. Zijn de foto’s goed geslaagd? Moet U meerdere hebben, moeten we voor de aanvraag subsidie nieuwe foto’s insluiten?'
Op 9 december schrijft Bouman aan Middelveld: 'Dank voor Uw vriendelijk schrijven van 2 dezer. De vraag over mijn honorarium kan ik begrijpen. Laat ik U zeggen, dat het door mij gewoonlijk berekende honorarium van 5% van het aan een orgel verwerkte bedrag, waarin dan al mijn onkosten tevens begrepen zijn, buitengewoon laag is, en dat er wel adviseurs zijn die tot 10% gaan. Die van de Hervormde Orgelcommissie rekenen b.v. 8% en maken nog niet eens het bestek zelf. De extra werkzaamheden van de Heren Mateboer en Praat hebben mij, zoals U bekend is, veel tijd en correspondentie gekost. Ook zijn er nog enige kleine extra leveranties geschied, door mij omschreven en gecontroleerd. Mijn 5% wordt uitgekeerd van alles wat aan de orgelmakers gezamenlijk ter hand is gesteld in de loop der jaren. Hierbuiten valt dus het werk van Uw timmerlieden, schilders o.d. Dank voor Uw toezegging van overmaking per cheque. Wat de subsidie-aanvrage aan de Minister van Onderwijs, Kunsten & Wetenschappen betreft, ben ik gaarne bereid om het door U te verzenden stuk nog even tevoren te bekijken. Bijsluiting van een foto is noodzakelijk. Mogelijk was er toen al deze concept-aanvraag. Vertrouwelijk kan ik U wel meedelen, dat op de laatste vergadering van de Rijkscommissie van Advies voor Kerkorgels door mij het geval Ruinerwold ter sprake is gebracht, en tevens geadviseerd om 30% subsidie voor restauratie van het oude werk te ondersteunen. Dit werd aanvaard. Zelf zie ik nog graag een paar ansichtkaarten van de foto, die werd teruggezonden, tegemoet.'
Op 15 december schijft Verschueren aan Bouman: 'Van de Fa. Doornbos te Groningen ontvingen wij nog steeds geen voldoening onzer rekeningen ad. totaal ƒ. 1693,57 voor geleverde onderdelen voor Ruinerwold. Wij hebben reeds diverse malen geschreven aan de Wed. Doornbos en Dhr. Edskes, doch wij ontvangen nauwelijks antwoord. Gaarne zouden wij van U willen vernemen, wie hier verantwoordelijk is voor de betaling. Dhr. Edskes heeft n.l. de bestelling bij ons gedaan voor de Fa. Doornbos, en zoals wij gehoord hebben, heeft hij ook betalingen van het kerkbestuur ontvangen. Zou U misschien contact kunnen opnemen met Dhr. Edskes en of de Wed. Doornbos en er op willen aandringen dat onze vordering wordt voldaan.' (25) 


1953:
Op 10 januari schrijft Verschueren aan Bouman: 'In vervolg op ons schrijven d.d. 15 Dec. ’52 betreffende de zaak Wed. Doornbos te Groningen, kunnen wij U mede delen, dat wij de Heer Edskes hebben aangezegd om vóór 15 Jan. a.s. te betalen, waarna wij de zaak in handen van onze advokaat zullen geven. Wij zijn er echter niet zeker van, of dit iets uithaalt, want uiteindelijk hebben wij toch zaken gedaan met de Fa. Doornbos, en dient deze ons te betalen en op haar beurt de zaak met Dhr. Edskes te regelen. Gaarne zouden wij van U Uw mening hierover horen.
Op 14 januari schrijft Bouman aan Middelveld Jr.: 'Bijgaande stukken zijn zo uitstekend in orde. U kunt ze zonder meer verzenden. Alleen moet op de brief nog een correspondentie-adres worden vermeld. Graag zou ik van ingesloten photo ook een exemplaar ontvangen, in briefkaart-formaat, om te worden afgedrukt bij het artikel dat ik inmiddels inzond aan de redactie van het tijd schrift Organist en Eredienst. Kunt U mij een en ander bezorgen, zo mogelijk in tweevoud?'
Op 16 januari schijft Middelveld aan Bouman: 'Uw schrijven met foto ontvangen en doorgezonden naar de Minister van Onderwijs, enz. Ingesloten zend ik 2 foto’s. Nu is het jammer, dat de fotograaf afdrukken gemaakt heeft van de donkerste foto; ze zijn evenwel goed. Ik heb het hem per telefoon goed gezegd, maar dit resultaat. Hoewel ik geen lid meer ben van C v Beheer, meen ik U te moeten melden, dat enkele leveranciers voor het orgel zich tot een Deurwaarder te Groningen hebben gewend. Deze vraagt aan wie de termijnen zijn uitbetaald, ook de laatste. Kan die deurwaarder nog meer doen. Bochman heeft alle kwitantie’s. Als het hoger komt, mogen we U dan om raad vragen? Kunnen ze dwingen, die drede termijn aan die man te betalen voor zijn cliënten? Hij vraagt het voor één uit Groningen. Mag ik van U een exemplaar Organist? Eredienst?'
Aantekening onderaan: 'Antw. 22 Jan. ’53. AB'.
Op 21 Februari schrijft Middelveld aan Bouman: 'Eindelijk bericht op uw brief van 23 Januari j.l. Die fotoman uit Kampen laat maar wachten, hedenmorgen heb ik de door U gevraagde foto ontvangen, en zend haar dadelijk door. Deze is m.i. mooier dan de andere. Het orgel houdt zich best. De organisten hebben aan de C v Beheer gevraagd, of U goed kon keuren, dat er wijzigingen in de orgelbank aangebracht kwamen; als je speelt zit je zo in het oog van het publiek, en ten tweede of op het toetsenbord een kleedje mocht? Een afsluiting gelijk op het vele orgels met een deksel. ’t Komt wel stof tussen de toetsen. Bericht U me daar eens over. Ten slotte. Wat denkt U van de heer E.J. Schuurman? Gister kwam hij bij mij met een rekening. Ik begrijp het niet, ’k meende eerst, dat hij wat uitgevonden had voor ons orgel. Dat is niet nu, maar ’t zal voor de toekomst gelden. De heer Schuurman weet veel, maar van alles te weinig. ’t Is een beste kerel, maar zijn leven is m.i. meer ... Wanneer ik U spreek, zou ik meer kunnen vertellen; ’k heb hem wel zien debatteren met Dr. Schouten, meneer Smeenk en meer vooraanstaande personen, maar helaas, Schuurman is te hoog?. Buitengewoon belezen, maar moet maar één richting bestudeerd hebben, bv als mr in de Rechten, of iets anders. ’k Denk dat U hem wel al hebt begrepen. Maar wil hij zich in verbinding stellen met grote orgelbouwers, dan is daar niets op tegen; ik vrees dat ’t van alles niets wordt. Van de fa Doornbos of Edskes heb ik niets weer gehoord. Mocht U in ’t Noorden komen, U is hier welkom.'
Op 6 maart schrijft Bouman aan Middelveld: '6 Maart 1953
Den Weledelen Heer
J. Middelveld,
C. 119,
Ruinerwold (Dr.).-
Zeer geachte Heer Middelveld,
Hartelijk dank voor Uw schrijven van 21 Februari j.l. Het verheugt me dat het orgel zich goed houdt. Zodra het hout van het stevelblok van de Trompet 8′ is uitgewerkt, zal de Heer Praat ook dit register kunnen inzetten, zodat het orgel dan weer compleet is.
Ik zou U persoonlijk ontraden om aan weerszijden van de orgelbank gordijntjes aan te brengen. Het zijn lelijke dingen, en na enige tijd is het publiek aan de inkijk gewend en hindert het de organist niet meer. Moet het persé, dan liefst zo onopvallend mogelijk van kleur en vorm.
Daarentegen lijkt het me wel goed om een eenvoudige eikenhouten afsluiting van de klavieren te maken of een bijkleurend kleedje, hangende aan een paar haakjes.
De Heer Schuurman heeft mij een- en andermaal zijn plannen voorgelegd. Er zit wel wat in, maar technisch stuiten ze op zo grote kosten en stroomverbruik, dat hun waarde problematisch wordt. Ik heb hem aangeraden zich met een grote firma als Verschueren in verbinding te stellen.
Inmiddels verblijf ik, met vriendelijke groeten,'
Op 6 maart schijft Bouman aan Middelveld: 'Hartelijk dank voor Uw schrijven van 21 Februari j.l. Het verheugt me dat het orgel zich goed houdt. Zodra het hout van het stevelblok van de Trompet 8′ is uitgewerkt, zal de Heer Praat ook dit register kunnen inzetten, zodat het orgel dan weer compleet is. Ik zou U persoonlijk ontraden om aan weerszijden van de orgelbank gordijntjes aan te brengen. Het zijn lelijke dingen, en na enige tijd is het publiek aan de inkijk gewend en hindert het de organist niet meer. Moet het persé, dan liefst zo onopvallend mogelijk van kleur en vorm. Daarentegen lijkt het me wel goed om een eenvoudige eikenhouten afsluiting van de klavieren te maken of een bijkleurend kleedje, hangende aan een paar haakjes. De Heer Schuurman heeft mij een- en andermaal zijn plannen voorgelegd. Er zit wel wat in, maar technisch stuiten ze op zo grote kosten en stroomverbruik, dat hun waarde problematisch wordt. Ik heb hem aangeraden zich met een grote firma als Verschueren in verbinding te stellen.
Inmiddels verblijf ik, met vriendelijke groeten,' (25) 
In het maandblad van de Gereformeerde Organisten Vereniging (GOV) Organist en Eredienst 1953 juli/augustus verschijnt een uitgebreid artikel van Mr. Arie Bouman.
Bouman noemt in zijn artikel ook de dispositie van voor de restauratie: Bourdon 16' (bas 1903, discant 1785), Viool 16' (discant 1903), Prestant 8', Holpijp 8', Viool 8' (1903), Octaaf 4', Fluit 4', Quint 2 2/3', Octaaf 2', Fluit 2' bas, Quint 1 1 /3', Mixtuur II-IV.
Manuaal C-c''', Pedaal C-c.
Op 13 juli schrijft Middelveld aan Bouman: 'Hartelijk dank voor het gezonden tijdschrift. Daarin is opgenomen een beschrijving van ons orgel. De orgelminnaars in Nederland kunnen nu lezen, wat bij ons te zien en te genieten is. Zou het mogelijk zijn, dat er eens een concert, bv op platen, werd vastgelegd, en dat voor de Radio weergegeven werd? Een uitzending via de Radio rechtstreeks zal wel te kostbaar worden. Wil U eens een aanwijzing geven? Het orgel houdt zich best. De heer Praat heeft het in April gestemd. De „Trompet” is nog niet geplaatst. Zolang moeten we eigenlijk wachten met een uitnodiging.'
Op 24 juli schrijft scriba H. Lopers aan Bouman: 'Namens de kerkeraad der Geref. Kerk te Ruinerwold-Koekange deel ik U mede, dat de Minister goedgunstig heeft beschikt op de aanvrage van subsidie ten behoeve v/d restauratie o/h kerkorgel, U wel bekend. De subsidie bedraagt 30% van de gemaakte kosten aan het oude orgel; voorts werd verzocht een gespecificeerde rekening in te dienen, van de bedragen die aan het oude orgel ten koste zijn gelegd, daar wij met deze zaken tamelijk zijn, heeft de kerkeraad mij opgedragen, U vriendelijk te verzoeken, bedoelde rekening te willen opmaken, welke alsdan in tweevoud en ondertekend moet worden ingediend. Tevens gaf de minister nog een vingerwijzing om ook bij de gemeente Ruinerwold een aanvrage van subsidie in te dienen, waartoe de kerkeraad heeft besloten, terwijl dit voorjaar bij Ged. Staten ook reeds een subsidieaanvrage is gedaan, het is niet mijn bedoeling op de beslissing van deze aanvragen vooruit te loopen, maar in verband hiermede kan het gewenscht zijn, er thans rekening mee te houden mocht door bedoelde instantie’s, ook goedgunstig worden beschikt zullen ook zij een berekening van kosten vragen.
Hopende dat U ons in dezen van dienst zal willen zijn, (desnoods na de vacantie) kosten gaarne vergoeden.'
Op 21 Augustus schrijft Bouman aan Lopers: 'Na terugkeer van vacantie vond ik Uw schrijven van 24 Juli j.l. dat ik thans beantwoord. Wat de afrekening betreft, die aan de Minister van O.K. en W. zou moeten worden overgelegd, beschik ik slechts over het hierbij ingesloten schrijven van Uw Heer Boschman, dat ik na inzage graag weer terugontvang. Het zal de Minister echter niet te doen zijn om een uitvoerige specificatie van orgelbouwtechnische posten, en daarom adviseer ik U b.v. het volgende aan Zijne Excellentie te schrijven:
“Excellentie,
In antwoord op Uw missive van .... hebben wij de eer U mee te delen, dat het totaal aan het orgel in de Gereformeerde Kerk te Ruinerwold verwerkte bedrag bedraagt ƒ 15976,46. Van dit bedrag is door Uwe Excellentie slechts ƒ 7103,70 subsidiabel geacht, aangezien de werkzaamheden en materialen benodigd voor het restauratiegedeelte van deze opdracht de uitgave van laatstgenoemde som vereisten. Het Uwerzijds vastgestelde subsidiepercentage van 30% beloopt dan ook de som van ƒ 2131,11.
Uiteraard betreft de afrekening het totaalbedrag van ƒ 15976,46; de volgende betalingsstukken zijn in ons bezit, uit het totaal waarvan genoemd bedrag resulteert.
Eerste termijn orgelbouwer ƒ 3750.—
Tweede termijn orgelbouwer ƒ 3750.—
Arbeidslonen orgelbouwers ƒ 6477,10
Kostgeld ƒ 1397.—
Materialen van verschillende leveranciers ƒ 602,31
Vrachtkosten ƒ 18,25
Tezamen ƒ 15976,46

De betalingsstukken zullen wij desgewenst gaarne ter inzage toezenden. Mocht Uwe Excellentie nog nadere gegevens wensen, dan zullen wij die gaarne verschaffen. Inmiddels verblijven wij, met verschuldigde hoogachting,”
Misschien is het goed dat U met de Heer Boschman een en ander nog eens nagaat, want het lijkt me niet onmogelijk dat er posten vergeten zijn. Het zal echter voldoende zijn wanneer U slechts verzamelposten geeft, waarvan betalingsbewijzen aanwezig zijn.'
Op 16 oktober maakr penningmeester Boschman een opstelling van de betalingen.


1960
Het opschrift naast de klaviatuur 'Dit orgel wordt aan de gemeente geschonken in 1884 door de echtelieden W.K. Geerts en R.K. Reinders' wordt verwijderd en op een koperen plaat overgebracht. (19)

1961
Op 8 augustus vraagt organist Berend Dekker de Orgelbouwadviescommissie van de Gereformeerde Organisten Vereniging (GOV) om advies. Het orgel heeft ernstige gebreken in de mechaniek. Dekker voegt een beschrijving van het orgel toe van Arie Bouman uit het tijdschrift Organist & Eredienst van juli/augustus 1953.
Op 10 augustus antwoordt de GOV dat A.P. Oosterhof uit Leeuwarden contact zal opnemen. Oosterhof wordt door de GOV per brief op de hoogte gesteld.
Op 4 september schrijft Oosterhof aan Dekker dat hij op 22 augustus in Berghuizen is geweest. Het is een prachtig instrument dat helaas nu al tekortkomingen vertoont. De mechaniek tussen de klavieren en de windladen is slecht gebouwd en zou eigenlijk vervangen moeten worden. De kosten worden ingeschat op f 3.000,-.
Op 16 september schrijft organist Dekker aan de GOV dat de CvB besloten heeft de mechaniek te laten restaureren met advisering door de GOV.
Op 19 september schrijft de GOV dat als adviseurs zullen optreden A.P. Oosterhof en D.W.L. Milo.
Op 25 november schrijft Milo dat er vertraging is ontstaan door drukke werkzaamheden van hemzelf en een auto-ongeluk van Oosterhof. Kan Dekker naar Monumentenzorg schrijven dat er een restauratie is gepland, die wordt begeleid door de GOV? Na een goedkeuring van Monumentenzorg kan het traject worden vervolgd. (23)

1962
Op 5 januari vraagt Dekker aan Oosterhof om de adresgegevens van Monumentenzorg te sturen.
Op 27 december schrijft het ministerie van OKW dat men bereid is om subsidie te verlenen voor de restauratie van het Hoofdwerk. De orgelbouwer die het werk uitvoert dient hiervoor een plan in te leveren. (18) (23)

1963
Op 11 februari 1963 schrijft Dekker aan Milo dat Monumentenzorg in beginsel bereid is subsidie te verlenen voor de restauratie van het Hoofdwerk. Er dient een plan door een orgelmaker te worden ingestuurd.
Op 4 maart stuurt de GOV een brief naar enkele orgelmakers voor het uitbrengen van een offerte. Restauratie van het Hoofdwerk valt onder Monumentenzorg. Het Rugpositief valt hierbuiten. Op dezelfde datum schrijft Oosterhof aan Milo dat ze geen bestek hoeven te maken omdat een orgelmaker een plan bij Monumentenzorg moet indienen. Flentrop is het meest voor de hand liggend.
Op 14 maart schrijft Flentrop dat hij het orgel graag wil restaureren, maar pas over vier tot vijf jaar tijd heeft. Flentrop stuurt een kopie van de brief aan Oosterhof.
Op 24 juni schrijft Oosterhof aan Milo dat alle orgelmakers die voor Monumentenzorg mogen werken een zeer goed gevulde orderportefeuille hebben. Ruinerwold zal dus geduld moeten hebben tot Flentrop tijd heeft.
Op 12 juli schrijft Milo aan organist Dekker dat alle orgelmakers die in aanmerking komen, het zeer druk hebben. Er moet gewacht worden totdat Flentrop tijd heeft. Subsidie is alleen mogelijk voor het Hoofdwerk. Ondertussen kan er worden gespaard voor de restauratie van het Rugpositief.
Op 28 oktober schrijft Milo aan Oosterhof dat organist Dekker heeft geschreven dat de CvB bereid is het orgel te laten restaureren door Flentrop. Flentrop wil naar Berghuizen komen op 12 november voor overleg.
Op 3 december schrijft Milo aan de orgelcommissie dat de prijs van Flentrop redelijk is. Leeflang zal niet goedkoper zijn. Een restauratie door een niet erkende orgelmaker is niet mogelijk omdat het orgel op de monumentenlijst staat. Ook als de kerk alle kosten zelf betaalt is de keuze van de orgelmaker niet vrij. 
Op 4 december stuurt Flentrop een offerte op grond van een bezoek aan de kerk samen met de adviseurs Oosterhof en Milo in november. Flentrop zal proberen de levertijd tot een minimum te beperken. Windladen, pijpwerk en windvoorziening zijn in redelijke staat en behoeven niet te worden gerestaureerd.
De volgende werkzaamheden worden voorgesteld:
- Opmeten en tekenen van de tractuur en de klaviatuur.
- Nieuwe toetstractuur voor het Rugpositief en het Pedaal.
- Reviseren van het wellenbord van het Hoofdwerk.
- Nieuwe toetstractuur voor het Hoofdwerk.
- Nieuwe klaviatuur en koppelingen in een bij het orgel aansluitende stijl zoals al eens gedaan bij het Hinsz-orgel in de universiteitsaula van Utrecht.
Kosten: f 11.910,-.
Levertijd maximaal drie jaar.
Op 30 december schrijft Milo aan Oosterhof dat de offerte van Flentrop is geaccepteerd. Het wachten is nu op een beslissing uit Den Haag. Milo schrijft aan de orgelcommissie dat hij de goedkeuring van de offerte aan Flentrop heeft doorgegeven. (23)

1964
Op 6 januari schrijft Milo aan de orgelcommissie dat de opdracht door Flentrop is aanvaard. De levertijd van 3 jaar wordt gerekend vanaf 30 december 1963.
Op 9 januari schrijft Milo aan de orgelcommissie dat Flentrop een contract zal opmaken als er goedkeuring is voor de restauratie door het ministerie. De kosten van de GOV worden achteraf in rekening gebracht.
Op 31 januari beantwoordt Flentrop vragen vanuit Berghuizen in een brief aan Milo. Monumentenzorg vergoedt geen kosten voor een stemming. De stemkosten worden berekend op basis van gewerkte uren en reiskosten.
Op 3 februari geeft Milo de antwoorden van Flentrop door aan de orgelcommissie.
Op 13 juli schrijft de GOV dat Oosterhof om gezondheidsredenen stopt met het advies. Hij wordt vervangen door Johan M. Vetter. (23)

1965
Op 24 november vraagt Flentrop aan Milo of er al overheidssubsidie is toegezegd. Flentrop zou in 1966 kunnen beginnen. (23)

1967
Op 20 juni schrijft Milo naar de orgelcommissie dat hij lang niets heeft gehoord. Het orgel zou theoretisch al in 1966 moeten zijn opgeleverd. In januari informeerde Flentrop wat de stand van zaken is met de restauratie van het kerkgebouw. Daar is nog geen antwoord op gegeven. Flentrop wil graag weten wanneer er met de restauratie kan worden gestart.
Op 19 juli schrijft Milo aan Flentrop dat hij per brief is ingelicht door de CvB van Berghuizen dat de restauratie van het orgel is uitgesteld vanwege de restauratie van de kerk.
Wegens de restauratie van de kerk wordt het orgel gedemonteerd en opgeslagen. (19) (23)
In Het Orgel van 1967-01 schrijft J.F. van Os een kort artikel over het orgel.

1969
Op 30 oktober stuurt Flentrop een offerte op basis van een overleg op 23 oktober in Berghuizen met de CvB, architect en adviseur.
De werkzaamheden zijn grotendeels gelijk aan de vorige offerte. Extra zijn:
- Het aanbrengen van een verende sleepconstructie op beide windladen.
- Klankcorrecties voor de Mixtuur en de Quint 1 1/3'.
- Wijziging aansluiting windvoorziening.
Stelposten:
- f 9.500,- voor mogelijk herstel van de windladen.
- f 2.000,- voor extra werkzaamheden wegens het naar achteren verplaatsen van de orgelkas.
- f 6.000,- voor het terugplaatsen van de Bourdon 16' in de orgelkas of op een aparte lade achter het orgel.
De andere werkzaamheden worden gecalculeerd op f 26.750,-.
Op 4 november schrijft Milo aan collega-adviseur Vetter dat de architect het orgel wil verkopen of in een nis boven de preekstoel wil plaatsen. Alleen de restauratie van de tractuur is tot nu toe goedgekeurd. Het orgel moet worden gedemonteerd tijdens de kerkrestauratie. In de offerte van Flentrop staat het een en ander beschreven met stelposten. Door de verbouwing zal het orgel naar achteren verschoven moeten worden. Er wordt een verwarming geïnstalleerd waardoor de luchtvochtigheid zal dalen van 95% naar 50%. Dit heeft gevolgen voor de windladen. Steketee wil dat de GOV een historisch rapport maakt. Milo verwijst naar het artikel van Arie Bouman. (23)

1970
Op 13 januari schrijft Flentrop een nieuwe offerte waarbij het Rugwerk vervalt. De restauratie van het Hoofdwerk inclusief een restauratie van de windlade vergt een bedrag van f 32.750,-. Als het orgel beneden in de kerk wordt geplaatst zijn de kosten f 34.750,- vanwege de wijzigingen aan de onderbouw. Voor het herstellen van de originele dispositie is een stelpost opgenomen van f 5.000,-.
Op 21 februari maakt de GOV een overzicht van de kosten. Als alleen het oorspronkelijke orgel wordt gerestaureerd zijn de kosten f 50.260,-. De subsidie wordt geschat op 31.260,-. Als ook de originele dispositie wordt hersteld is er extra f 6.550,- nodig. De subsidie hiervoor bedraagt f 4.100,-. De kosten die de kerk moet dragen komen op f 21.450,-. Als het orgel naar het podium wordt verplaatst zal dit f 4.000,- extra kosten. (23)
Op een gegeven moment besluit de Commissie van Beheer het orgel, wegens geldgebrek, te verkopen en een luidsprekerorgel aan te schaffen. Men vindt de Hervormde Kerk van Warnsveld bereid om het orgel te kopen.
Op de gemeentevergadering van 14 april wordt duidelijk dat de gemeenteleden het orgel voor de kerk willen behouden. Een restauratie zou f 20.000,- moeten kosten.
Onder leiding van enkele orgelliefhebbers wordt er een rondgang onder de kerkleden gehouden om het benodigde startkapitaal voor de restauratie bij elkaar te krijgen. Het resultaat is dat er ruim f 51.000,- wordt toegezegd. (11) (19)

1971
Op 31 maart stuurt Flentrop een gewijzigde offerte naar de GOV. De offerte is doorgenomen met Maarten Albert Vente op 30 maart.
Het hoofddoel is het restaureren van het Hoofdwerk in zoveel mogelijk oorspronkelijke staat.
Dispositie: Prestant 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Fluit 4', Quint 3', Octaaf 2', Woudfluit 2', Quint 1 1/3', Gedekt Quint 3' bas, Cornet II discant, Mixtuur IV-V, Trompet 8'
Het Rugwerk wordt gerepareerd en zo weinig mogelijk gewijzigd.
Het historische pijpwerk wordt gerestaureerd met een stelpost voor het wijzigen van de toonhoogte door het verwijderen van de opzetstukken. De Woudfluit 2' discant is nieuw pijpwerk. De bas is van oude pijpen die nu in het Rugwerk staan.
De Quint 3' van het Hoofdwerk komt uit de Bourdon 16' met zeven nieuwe pijpen. De Cornet II is van nieuwe pijpen. De nieuwe pijpen van de Mixtuur worden vervangen door beter passend pijpwerk. De Trompet 8' blijft gehandhaafd. In het Rugwerk komt nieuw pijpwerk voor een Quintadeen 8'.
De windladen van het Hoofdwerk worden gerestaureerd met mogelijk een verend sleepsysteem. De toetstractuur van het Hoofdwerk wordt vernieuwd in passende stijl. Het wellenbord is in goede staat en wordt hergebruikt. Er komt een nieuwe klaviatuur en een nieuw pedaalklavier in stijl. (Utrecht Universiteitsaula).
Het is mogelijk een Pedaal achter het orgel toe te voegen met bijvoorbeeld een Subbas 16' en een Fagot 16'.
Op 13 april schrijft Maarten Albert Vente dat hij een beknopt rapport heeft gemaakt met een restauratieadvies. Inmiddels is er een offerte van Flentrop van 31 maart. Vente is het eens met deze offerte. Het is jammer dat de levertijd zo lang is, maar dat zal bij andere vergelijkbare orgelmakers ook zo zijn. Vente adviseert met Flentrop in zee te gaan. Hij verwacht dat 85% gesubsidieerd zal worden. Het orgelbalkon zal in zijn oorspronkelijke vorm hersteld moeten worden. Het orgel komt dan beter tot zijn recht. Corneille Janssen kan een advies geven omtrent het schilderwerk aan de orgelkas. Vente werkt bij deze restauratie samen met Joh. M. Vetter van de GOV. Vente wordt verantwoordelijk voor de restauratie van het historische gedeelte van het orgel. Het honorarium zal worden verdeeld op basis van de restauratiekosten van beide delen van het orgel.
Op 25 mei stuurt Flentrop op verzoek van Maarten Albert Vente een aanvulling op de offerte van 31 maart. De restauratie van het Rugwerk vervalt omdat dit niet wordt herplaatst. De registertractuur van het Hoofdwerk wordt gereconstrueerd zodat alle registers weer een bas- en diskantfunctie hebben. Onderzocht zal worden of het Rugwerk achter de kas van het Hoofdwerk geplaatst kan worden.
Van 26 mei dateert een kladbriefje dat gaat over uit het te voeren schilderwerk aan het orgel van f 8.000,- en het wijzigen van de balustrade voor f 4.000,-. Onduidelijk is wie de auteur is. Voor het schilderwerk is het goed te kijken naar het orgel in Beilen.
Van 8 juni dateert een telefoonnotitie van het Bureau Monumentenzorg Drenthe met de Rijksdienst. Er is geen subsidie toegezegd. In 1953 was er volgens het schrijven wel subsidie beschikbaar.
Op 2 augustus is er weer een nieuwe variant van een offerte door Flentrop. Het Rugwerk is weer opgenomen in de offerte.
Op 6 augustus schrijft Flentrop dat er in de offerte van 2 augustus een tweetal fouten staat. Vergeten is de bas- en discantverdeling van de registertractuur en het aanbrengen van bladgoud en tinfolie. Daarom graag blad 3 vervangen door een nieuwe versie.
Op 6 augustus een notitie over een wijziging van de orgelgalerij. Van dezelfde datum is een notitie van dhr. Koetsier over een tekening van de orgelgalerij en schilderwerk.
Op 9 augustus schrijft orgeladviseur Vente aan de rijksadviseur voor orgel dhr. Oussoren dat de voorbereiding voor de restauratie van het orgel nu zo ver is gevorderd dat er binnenkort een restauratieplan kan worden verstuurd. Op verzoek van Vente heeft de kerkenraad advies ingewonnen bij Corneille F. Janssen van het Provinciaal Museum van Assen. Herstel van de oorspronkelijke kleuren vergt een bedrag van f 8.000,-. Dhr. van Bruggen, rayonarchitect van de Rijksdienst heeft echter bezwaar tegen het opnieuw schilderen. Kan Oussoren zijn invloed aanwenden zodat het schilderwerk toch kan plaatsvinden? Aan de kerkenraad schrijft Vente dat er opdracht aan Flentrop kan worden gegeven en subsidie kan worden aangevraagd bij de Rijksdienst. Aan Corneille Janssen wordt gevraagd om een offerte te laten maken voor het schilderwerk.
Op 10 augustus schrijft Corneille F. Janssen aan de CvB van Berghuizen dat er telefonisch opdracht is gegeven voor het opmeten en tekenen van de bestaande orgelgalerij. Op grond daarvan kan een nieuw ontwerp worden gemaakt en gerealiseerd. De oorspronkelijke trapopgang wordt hersteld en het orgel weer teruggeplaatst.
Op 10 augustus vraagt de kerkenraad bij de Rijksdienst voor Monumentenzorg subsidie voor het herstel van het historische gedeelte van het orgel. Adviseur voor dit gedeelte is Maarten Albert Vente. Voor herstel van de kleuren is advies ingewonnen bij Corneille F. Janssen. Het Rugpositief zal als echowerk achter het historische orgel worden geplaatst. Adviseur daarbij is Joh. M. Vetter. De kosten van het herstel van het historische gedeelte worden geschat op f 91.731,- exclusief herstel van de kleuren. Op dezelfde datum wordt ook Joh. M. Vetter ingelicht over de opdracht aan Flentrop.
Op 10 augustus verleent de kerkenraad Flentrop opdracht voor de restauratie op basis van de offerte van 2 augustus. De opdracht kan nog worden gewijzigd omdat er nog onzekerheid is hoe om te gaan met het Rugpositief.
Op 11 augustus wordt de eerste termijn van f 5.922,30 in rekening gebracht.
Notitie van 8 september van dhr Koetsier van de CvB van Berghuizen. Hij wil de tekening van het orgelbalkon doornemen met Flentrop vanwege de plaatsing van het orgel.
Op 9 september stuurt de CvB een tweetal tekeningen van het orgelbalkon naar Flentrop.
Op 22 oktober schrijft Flentrop aan Corneille F. Janssen dat uit een telefonisch gesprek tussen dhr. Koetsier van de CvB en dhr. Flentrop is gebleken dat de kerkenraad aan Flentrop opdracht heeft gegeven om het Rugpositief te herplaatsen. De voorstanders van herplaatsing van het Rugpositief proberen het Rugpositief te behouden. Desondanks zou de restauratie van het 1-klaviers-orgel mogelijk moeten zijn. In het schrijven van Flentrop staan twee voorstellen voor herplaatsing van het orgel met Rugwerk.

'Bij handhaving van de staande balken lijkt mij dit ten aanzien van het Hoofdwerk een fraaiere oplossing. Het verder naar voren steken van het Rugwerk is m.i. nogal problematisch.' (18) (23)


Tekeningen door Flentrop voor herplaatsing van het orgel op het gewijzigde balkon (1971) Klik op de afbeeldingen voor een vergroting (18)



Ongedateerde tekening van het orgelbalkon. (18)

Op 18 november stuurt Flentrop een aantal tekeningen naar Joh. M. Vetter.

Klik op de afbeelding voor een vergroting



1972
Op 16 mei schrijft het ministerie van CRM aan de kerkenraad van Berghuizen dat het Hoofdwerk van het orgel monumentale waarde heeft. Behoud van het orgel is belangrijk. Op dit moment is er vanwege beperkte middelen geen subsidie mogelijk. Pas vanaf 1975 zijn er mogelijkheden. Voor de restauratie is er te allen tijde toestemming vooraf nodig. (18)
Op 1 september schrijft Flentrop dat het geruime tijd geleden is dat er contact is geweest. Graag weer overleg.
Op 8 december stuurt Flentrop een rekening van f 716,40 voor een jaar opslag van het orgel in Wapenveld.  (18)  (23)

1973
In november wordt de orgelkas na de afgeronde kerkrestauratie door Flentrop teruggeplaatst. Deze is in de periode tussen 1971 en 1973 opgeslagen in de werkplaats van Flentrop in Wapenveld. Zie rekening van Flentrop van 31 december. (18) (23)

1974
Op 25 september komt Flentrop met een bestek voor een restauratie die past binnen het beschikbare budget. Het Hoofdwerk wordt in zijn oorspronkelijke staat hersteld met de mogelijkheid het Rugwerk weer aan te sluiten.
Pijpwerk: de Woudfluit 2' wordt samengesteld uit de Woudfluit 2' van het Rugwerk samen met een nieuwe discant, de Quint 3' komt uit de bestaande Bourdon 16', aangevuld met 7 nieuwe pijpen, nieuwe Cornet II, vervanging van niet originele mixtuurpijpen, de Trompet 8' wordt geoptimaliseerd.
Windlade: wordt gerestaureerd volgens de richtlijnen van Monumentenzorg. Er wordt rekening gehouden met het aanbrengen van een verend sleepsysteem.
Toetstractuur: wordt geheel in stijl vernieuwd. Het walsbord wordt hergebruikt.
Klaviatuur: manuaal en pedaal worden in stijl nieuw gemaakt.
Registertractuur: herstel van de oorspronkelijke aanleg in bas en discant.
Windvoorziening: handhaving van de magazijnbalg en windmotor. Er komt een mechanische tremulant in het windkanaal van het Hoofdwerk.
Orgelkas: deze werkzaamheden zijn niet inbegrepen. De orgelkas van het Hoofdwerk moet naar voren worden geschoven en in de balkonvloer moet een opening komen voor de rugwerktractuur.
De kosten worden geschat op f 67.500,- excl. BTW. (18)

1975
Op 20 mei schrijft de kerkenraad aan Gedeputeerde Staten van Drenthe dat ze van plan zijn het orgel te laten restaureren. Het Hoofdwerk wordt eerst gerestaureerd en het Rugwerk wordt later herplaatst, omdat hiervoor de gelden nog ontbreken. De oorspronkelijke kleuren van de orgelkas zullen worden hersteld. De restauratiewerkzaamheden beginnen in het najaar van 1975 en worden uitgevoerd door orgelmaker Flentrop. De oorspronkelijke begroting van f 67.500,- zal vanwege de kostenstijging circa 15% hoger uitvallen. Niet in dit bedrag begrepen zijn het herstel en schilderen van de orgelkas, herstel van de oude toonhoogte en de vervanging van de Trompet 8'. Deze werkzaamheden worden geraamd op f 30.000,-. Het toevoegen van een zelfstandig Pedaal wordt geraamd op f 16.000,-. De kerkenraad verzoekt om toekenning van subsidie.
Op 21 mei schrijft het ministerie van CRM dat ze het restauratieplan goedkeuren met de opmerking dat het plan nog gedetailleerder moet worden uitgewerkt in overleg met de rijksadviseur voor orgels. Uitvoering door Flentrop met als adviseur Maarten Albert Vente. De subsidiabele kosten worden vastgesteld op f 129.571,-.
Op 4 juli schrijft Corneille F. Janssen van Monumentenzorg Drenthe aan de kerkenraad dat hij graag een begroting wil hebben van de kosten van de volledige restauratie. Hij heeft dit nodig om advies te kunnen geven voor subsidieverlening door Gedeputeerde Staten.
Op 21 juli schrijft B. Dekker van de orgelcommissie aan Flentrop dat besloten is ook het Rugwerk te laten restaureren volgens de offerte van Flentrop voor f 17.800,-. Het zou mooi zijn als Hoofdwerk en Rugwerk gelijktijdig kunnen worden opgeleverd.
Op 5 september beantwoordt de orgelcommissie een brief van Corneille F. Janssen. CRM subsidieert op basis van f 129.571,- Een specificatie is niet voorhanden.
Op 12 september schrijft Corneille F. Janssen naar Gedeputeerde Staten. Hij stelt dat het orgel een van de weinige orgels is, die van Amoor zijn overgebleven. Het is curieus dat een orgel van een noordelijke bouwer vanuit het zuiden weer terug is in het noorden. Het orgel had oorspronkelijk één manuaal met een deling tussen bas en discant. 'In 1951 is het op hoogst bedenkelijke wijze gerestaureerd', waarbij een Rugpositief in een armoedige kast is toegevoegd. De splitsing van de registers is toen opgeheven; voor het Rugpositief is een tweede manuaal toegevoegd. Ten slotte is de kast slordig afgeloogd.'
Het restauratieplan omvat:
- Het verwijderen van het Rugpositief.
- Herstel van het oude werk in de oorspronkelijke toestand.
- Herstel van het schilder- en verguldwerk.
Het toevoegen van een zelfstandig pedaal valt buiten de subsidie. De restauratiekosten van f 129.571,- geven geen aanleiding tot opmerkingen. Hij adviseert positief.
Op 25 november schrijft de provincie dat er een subsidie van 10% wordt verleend op basis van f 129.571,-.
Op 16 december stuurt de orgelcommissie een briefkaart aan Corneille F. Janssen dat er een begin is gemaakt met de restauratie van het orgel. (18)
Zie Drentse Courant (24-10-1975) (15)

1976
Op 16 maart schrijft de orgelcommissie aan bouwbedrijf Visscher dat ze akkoord gaan met de uit te voeren werkzaamheden aan de orgelkas. Er dient gewerkt te worden volgens de richtlijnen van Corneille F. Janssen. De kosten worden geschat op f 10.000,-.
Op 30 maart wordt er door de provincie f 4.200,- overgemaakt op grond van de uitgaven tot nu toe. (18)
Zie Meppeler Courant (1976-02-06), Nieuwsblad van het Noorden (1976-02-07). (15)

1977
Op 19 januari schrijft Vente aan organist Dekker dat hij verheugd is dat het Rugwerk wordt herplaatst en er een Dulciaan in wordt opgenomen. De restauratie van de orgelkas is slecht uitgevoerd. Tal van lijsten en schotten zijn verbogen en passen niet meer. De uitvoerder heeft te weinig ervaring. Ook Flentrop heeft dit geconstateerd. Monumentenzorg zal geen genoegen nemen met de uitvoering van deze werkzaamheden. Overleg tussen Corneille F. Janssen, orgelcommissie, orgelmaker en uitvoerder is noodzakelijk.
Op 5 november stuurt adviseur Vente een rekening voor advieskosten. Deze bedragen 5% van de kosten van f 129.090,- voor de restauratie van het Hoofdwerk. De rekening voor het advies voor het Rugwerk bedraagt 5% van f 26.713,80, dat is f 1.336,60.
Uit een aparte rekening van Vente is af te leiden hoeveel bezoeken Vente aan de werkplaats in Wapenveld en aan de kerk in Berghuizen heeft gebracht:
 - Berghuizen: 1971 3x, 1972 1x, 1974 1x en 1977 4x
 - Wapenveld: 1975 4x, 1976 2x en 1977 1x
Op 7 november schrijft Vente dat hij nog geen adviesrekening stuurt voor de meerkosten van f 13.002,62 van Flentrop. Hij wacht daarmee totdat Monumentenzorg deze meerkosten heeft goedgekeurd. Het eindrapport schrijft hij nadat hij het orgel in alle rust nog eens heeft bekeken.
Van 6 december dateert een overzicht van Flentrop met de restauratiekosten over de periode van 1971 tot 1977. De kosten van demontage, opslag en herplaatsing waren f 7.827,60. De kosten van de restauratie tot en met 1977 waren f 189.663,87.
Op 7 december schrijft de provincie dat er aan restauratiekosten f 119.571 is uitgegeven. Er kan f 11.960,- aan subsidie worden uitgekeerd. Met aftrek van de eerder uitgekeerde f 4.200,- wordt er nu f 7.760,- uitgekeerd. (18)

Samenvatting restauratie door Flentrop met als adviseur Maarten Albert Vente.
 - Nieuw zelfstandig pedaal met een Subbas 16' achter de orgelkas.
 - Herstel van de oude kleuren van de orgelkas door Henk Boverhof in rood en goud met vleeskleurige engelen en herstel van het bladgoud.
 - Nieuwe tractuur gemaakt met gebruikmaking van het oude wellenbord van het Hoofdwerk.
 - Voor het pedaalwellenbord wordt gebruikgemaakt van een oud wellenbord.
 - Vernieuwing van de klaviatuur en de registratuur.
 - Dulciaan 8' geplaatst op de gereserveerde plaats in het rugpositief.
 - Reconstructie van de balgen.
 - Herintonatie. Stemming Werckmeister III met a1 = 465 Hz.
 - De registers van het rugpositief zijn geplaatst in de rugwerkkas
 - Reconstructie van de Woudfluit 2', Cornet II disc., 2 koren van de Mixtuur en de Trompet 8'.

Op 25 oktober wordt het orgel -in gebruik genomen met een concert door Marjan Doorn uit Meppel.
Marjan Doorn speelt: Lento en Allegro van Ruppe en de partita Jesu meine Freude van Zachow. De eigen organisten begeleiden de samenzang en Dr. aarten Albert Vente geeft een toelichting op de restuaratie.
Zie het programma van de ingebruikname: (12)
Zie Meppeler Courant (26-10-1977). De vermelding 'Eext' is niet correct. Bedoeld wordt waarschijnlijk Eexta. Dit orgel is echter niet van Arp Schnitger maar van Amoor. (12)

Monumentenzorg, de Provincie Drenthe, de gemeente Ruinerwold en het Prins Bernhardfonds dragen gezamenlijk ruim Hfl. 201.000,- bij aan de restauratie. De kerkelijke gemeente betaalt f 61.100,-.
Het luidsprekerorgel, dat is gebruikt tijdens de restauratieperiode, wordt overgedaan aan de Gereformeerde Kerk van Ruinen. (19)

Dispositie:
Hoofdwerk   Rugpositief   Pedaal  
Praestant 8' Quintadeen (ged. 1977) 8' Subbas 16'
Holpijp 8' Baarpijp 8'    
Octaaf 4' Praestant 4'    
Bourdon 4' Nachthoorn 2'    
Quint 3' Sesquialter I-II    
Gedact Quint 2 2/3' bas Scherp IV    
Octaaf 2' Dulciaan (1977) 8'    
Woudfluit (ged. 1977) 2'        
Quint 1 1/3'        
Mixtuur IV-V        
Cornet (1977) II discant        
Trompet (1977) 8'        

Overige gegevens: Manualen C-c3, Pedaal C-d1; schuifkoppeling Hoofdwerk-Rugwerk, koppeling Hoofdwerk-Pedaal



Foto: Geert Jan Pottjewijd Klik op de foto voor een vergroting.

1978
Op 23 januari schrijft de provincie dat de restauratiekosten f 129.571 belopen. Er kan nog f 997,10 aan subsidie worden uitgekeerd.
Op 4 maart meldt organist Dekker aan bouwbedrijf Visscher dat de nota voorlopig niet wordt betaald omdat de orgelkas niet goed is gerestaureerd. De kerk wacht op de eindkeuring door Monumentenzorg.
Op 4 maart schrijft organist Dekker aan het Bureau Monumentenzorg Drenthe dat bouwbedrijf Visscher aandringt op de betaling van een nota van f 706,23. De luiken staan echter nog steeds bol. Kan er met Visscher worden overlegd omtrent de oplossing van dit probleem?
Op 13 september verschijnt het door ziekte vertraagde eindrapport van adviseur Vente. Hij is van mening dat Flentrop het orgel zeer goed heeft gerestaureerd. Zowel technisch als artistiek is er zeer goed werk geleverd. Dit geldt ook voor het pijpwerk uit 1951. Het volume van het orgel is groot maar in een volbezette kerk is er veel absorptie van het geluid. Daar is niets aan te doen. Tegenslagen zijn er geweest bij de restauratie van de orgelkas. Bijgesloten is een opstelling van de kosten van de verschillende uitvoerders opgesplitst naar Hoofdwerk en Rugwerk.
Op 24 november meldt de orgelcommissie dat de restauratie nu is afgerond. De volgende documenten worden aan Monumentenzorg toegestuurd.
- Geldelijke verantwoording
- Eindrapport van orgeladviseur Maarten Albert Vente
- Nota's en betalingsbewijzen.
Dezelfde informatie wordt naar Monumentenzorg in Zeist gestuurd.
De kosten zijn aanmerkelijk hoger uitgevallen dan begroot. Kunnen de extra kosten in de subsidie worden meegenomen?
De rekening van Flentrop van 21 augustus geeft een totaaloverzicht van de restauratiekosten van f 160.101,80 (exclusief BTW). De restauratie van het Hoofdwerk kost f 133.370,-. De restauratie van het Rugwerk kost f 18.171,66 en de nieuwe Dulciaan van het Rugwerk kost f 8.560,14. Bijgesloten is een specificatie van de kosten voor het restaureren van het Hoofdwerk.
Bouwbedrijf Visscher uit Hoogeveen heeft de orgelkas gerestaureerd. Zie rekening van september 1976 van f 15.080,-.
Schildersbedrijf Boverhof uit Ruinerwold heeft de orgelkas geschilderd. Zie rekening van f 28.541,99.
Bouwbedrijf van der Veen voert diverse werkzaamheden uit. Zie rekeningen van 2 december 1977 en maart 1978. (18)

1979
Op 7 februari schrijft Corneille F. Janssen aan Gedeputeerde Staten dat de totale kosten van de restauratie f 262.153,28 beliepen. Daarvan had f 215.027,39 betrekking op de restauratie van het Hoofdwerk. Een deel van de bouwkundige kosten is ook aan het Hoofdwerk toe te wijzen. De basis voor subsidie zou f 227.368,89 moeten zijn.
Op 22 maart keert de provincie Drenthe f 12.957,10 uit op basis van de restauratiekosten van dat moment. Indien later blijkt dat van rijkswege een ander restauratiebedrag naar voren komt dan wordt het bedrag bijgesteld.

1980
Op 30 maart schrijft Maarten Seijbel een artikel in de Zwolse courant over het orgel in de serie 'Orgelmonumenten in de regio'.
Op 24 april deelt het ministerie van CRM mee dat ze f 215.027,39 subsidiabel achten. De subsidie wordt bepaald met 50% op f 107.514,-. De restauratie van het Rugwerk is niet subsidiabel.
Op 23 juli meldt de provincie Drenthe dat zij het resterende bedrag van 8.545,64 aan subsidie hebben overgemaakt op basis van 10% van de restauratiekosten van f 215.027,39.

1985
Op 23 maart krijgt de orgelcommissie van de provincie een formulier toegestuurd voor het aanvragen van onderhoudssubsidie.
Op 3 december verleent de provincie Drenthe 10% subsidie op de onderhoudskosten van f 1.138,83 door Flentrop gefactureerd op 20 februari 1984.
Ook in de jaren daarna wordt het onderhoud gesubsidieerd. (18)

1993
Berend Dekker, organist van de kerk, schrijft in het kerkblad Rondom het Woord een aantal artikelen over de geschiedenis van het orgel.
Feestelijke dienst 250 jaar orgel
In overleg tussen kerkenraad en Liturgiecommissie is er voor gekozen in deze avonddienst het orgel centraal te stellen. Het zal in deze dienst in ruime mate te horen zijn. De opzet is ongeveer dezelfde als bij eerdere bijzondere gelegenheden rond het orgel: in deze dienst spelen eigen organisten in afwisseling met een gastorganist. Als gastorganist is uitgenodigd Nico Visscher die ooit zelf ook organist was in Berghuizen. Voor de dienst, na de dienst maar met name in het middendeel zal hij orgelmuziek laten horen uit de tijd waaruit het orgel stamt.

1995

Berend Dekker viert dat hij 50 jaar organist is. Zie Organist & Eredienst (april 1995).

2011
Flentrop voert een grote onderhoudsbeurt uit. Het binnenwerk van het orgel wordt schoongemaakt en waar nodig worden zaken vervangen en gerepareerd. Het orgel is 6 weken buiten gebruik geweest.
Met een speciaal concert door de organisten Martin Zonneberg en Marjolein de Wit wordt op zaterdag 3 september het orgel weer in gebruik genomen. Initiatiefnemer is Wim Geerts, achterkleinzoon van de gevers uit 1883. 11))
RTV Drenthe bericht op 3 augustus over de werkzaamheden. Zie http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/54259/Opknapbeurt-voor-orgel-gereformeerde-kerk-Berghuizen (01-08-2024)

2012
Organist Berend Dekker viert zijn 65-jarige jubileum en Jannes Koetsier is 40 jaar organist. Zie krantenbericht.


2015

Op 21 december bericht het Reformatorisch Dagblad op pagina 15 over organist Berend Dekker:
'Na 70 jaar begeleiden houdt organist Dekker ermee op
BERGHUIZEN. Als hij speelt, gaan de ogen soms dicht. De oude vingers huppelen over het ivoor, de schoenen dansen op het voetklavier. Zeventig jaar lang bespeelt Berend Dekker (85) tijdens de erediensten het barokorgel van de Gereformeerde Kerk in het Drentse Berghuizen.
Als op eerste kerstdag de laatste tonen van het Ere zij God wegebben, is een tijdperk voorbij. „Ik word binnenkort 86 en ik ben niet meer zo bedrijfszeker. Er kan zomaar wat gebeuren.
De jaartjes gaan tellen, de handen worden wat stram en ik onderging al twee hartoperaties. Ik wil van die speelverplichting af. Behalve het spelen moet je ook altijd oefenen, want ik neem het leiden van de eredienst erg serieus.'
Dekker stopt ook met het spelen in de hervormde kerk in buurdorp Koekange, waar hij zestig jaar actief was. „De lofzang gaande houden, dat vind ik heel belangrijk. Als ik speel, voel ik God.
Ik verloor in mijn leven twee vrouwen. Dat is de prijs van de ouderdom. Zonder God zou het bestaan leeg zijn. Nu is er troost en steun. Ik ben dankbaar dat ik hier zit, dat ik spelen kan. Ik voel mij gezegend.'
Op zijn veertiende wordt Dekker gevraagd om de gemeentezang van de gereformeerde kerk in Ruinen te begeleiden. Anderhalf jaar later bespeelde hij het orgel in Berghuizen.
Het spelen had hij zichzelf aangeleerd. Later kreeg hij les bij Henk Pijlman in Meppel, waar hij noten leerde lezen.
Een mensenleven achter het muzikale ivoor zitten, dat is weinigen gegeven. Bijzonder? „Lang is het wel, hè. Even knipperen met de ogen en het is voorbij.'

2016
Organist Berend Dekker krijgt een koninklijke onderscheiding voor zijn 70-jarig jubileum als organist. Zie
Dagblad van het Noorden (december 2016).
Ook RTV Drenthe besteedt aandacht aan de koninklijke onderscheiding op 11 december 2016. Zie http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/116241/Nietsvermoedende-kerkgangers-verrast-met-koninklijke-onderscheiding
Er zijn plannen om in 2018, als het orgel 275 jaar oud is, het wapenschild te restaureren dat in 1947 is verwijderd. (11
)

2018:
Het 275-jarige bestaan van het orgel wordt gevierd met het weer zichtbaar maken van het wapenschild en een concert door de gebr. de Jong en een vocaal ensemble. Zie voorzijde Programmaboekje.
In De Orgelvriend van april 2018 verschijnt een artikel 275 jaar Amoor-orgel in Berghuizen door Gerco Schaap.
Verslag uit de Meppeler courant van 27-02-2018:  'Berghuizen - In de kerk van Berghuizen vond zondag ter gelegenheid van het 275-jarig bestaan van het Amoor orgel een bijzonder concert plaats. Euwe en Sybolt de Jong bespeelden het jubilerende Amoor orgel vierhandig met beroemde cantates van Bach. De cantates zijn bewerkt door Sybolt de Jong voor het vierhandig orgelspel en lieten de bezoekers alle kwaliteiten van het jubilerende Amoor orgel horen. De gebroeders De Jong begeleidden tijdens het concert ook het ensemble deJongdeJongPlus op twee harmoniums. Het ensemble zong folksongs en hymnes. Zij beroerde de gevoelige muzikale snaar door samen met de concertbezoekers een uitvoering van Abide with me te zingen.
Het Amoor orgel kon in 1883 worden aangekocht dankzij een gift van het echtpaar W.A. Geerts en R.K. Reinders. De weduwe van Geerts zette een eerdere lening van fl 1.000 om in een schenking met als voorwaarde dat er een orgel voor de kerk in Berghuizen zou worden gekocht. Tijdens het drukbezochte concert waren vele nazaten van de schenkers aanwezig. De meerderheid van hen is ook nu nog woonachtig in de regio, met name Koekange en Ruinerwold.
Orgelschild
Voorafgaand aan de ochtenddienst is ter gelegenheid van het jubileum van het orgel het 'orgelschild' teruggegeven aan het orgel. Het orgelschild was bevestigd op de balustrade van het orgel, maar was tijdens de restauratie in 1951 verwijderd. Doordat er een zogenaamd rugwerk wordt geplaatst, was er geen ruimte meer voor het orgelschild. Het orgelschild is nu volledig gerestaureerd en weer teruggeplaatst in de kerkzaal. Ook zijn er twee panelen ontworpen, gemaakt en geplaatst die informatie geven over de historie van het orgel.
De organisatie kijkt terug op een zeer succesvol concert en dankt alle sponsoren en concertbezoekers voor hun (ook financiële) bijdrage in het mogelijk maken van het concert en het behoud van het orgel.'


Links het schild zoals het op zolder lag en rechts na het verwijderen van de bovenste verflagen. Klik op de afbeelding voor een vergroting.




Het wapenschild na de restauratie. Foto Lammert van der Heide. (16) Klik op de foto voor een vergroting.

2021
Het orgelbalkon is in een andere kleurstelling geschilderd. Het wapen hangt nu links van het orgel. Het schoon metselwerk in de kerk is gestuct.

Foto: Lammert van der Heide. (16) Klik op de foto voor een vergroting.

Bronvermelding:

  1. E-mail van Peter Dillingh 12-08-2004.
  2. E-mail van Victor Timmer 09-06-2006.
  3. Dagblad van het Noorden medio maart 2011.
  4. Boek: Het historische orgel in Nederland 1726-1769 blz. 157-159.
  5. Reliwiki: http://reliwiki.nl/index.php?title=Berghuizen,_Berghuizen_20_-_Gereformeerde_Kerk (27-08-2026).
  6. Groninger Orgelagenda 2011 Provincie Drenthe.
  7. Groninger Orgelagenda 2012 Orgelrestauraties in 2010 en 2011.
  8. Het Orgel 1967/01 Bij de foto's.
  9. Het Orgel 1971/11 Orgelbouwnieuws.
  10. E-mail 19-12-2016 van Victor Timmer, die mij attent maakte op de advertentie in de kranten van 1850.
  11. Folder van het orgel.
  12. E-mail Marjan Doorn 28-12-2016.
  13. Artikel van Berend Dekker, organist van de kerk, uit oktober 1993.
  14. E-mail Victor Timmer 11-12-2017.
  15. Archief Jaap Brouwer.
  16. E-mail Lammert van der Heide 17-03-2021.
  17. Boek: Édouard G.J. Gregoir, Historique de la facture et des facteurs d'orgue, Imprimerie l. Deal Montagne, 1865.
  18. Drents Archief: 0913 Archief van de afdeling Monumentenzorg van de provincie Drenthe 228 Berghuizen, Ger. kerk; 1963-1987.
  19. Boek: Joop Moes, Opgaan naar de berg(en) 170 jaar kerkelijk leven in Berghuizen, Gereformeerde Kerk Ruinerwold-Koekange, 2005, 99-100.
  20. Boek: Joachim Hess, Dispositien der merkwaardigsten Kerk-Orgelen (1774).
  21. Archief van der Kleij.
  22. Mr. A. Bouman, Een orgel in de Schnitger-trant in de gereformeerde kerk te Ruinerwold, Het Orgel 1953 juli/augustus 1184-1186.
  23. VU-Archief: : 669 Gereformeerde Organisten Vereniging (GOV) - Orgelbouwadviescommissie 1-780 Doos 59 558. Ruinerwold-Koekange, Gereformeerde Kerk, 1953, 1961-1965, 1967, 1969-1972.
  24. Boek: Jan Jongepier, 75 jaar Flentrop orgelbouw, Zaandam: Flentrop orgelbouw, 1978 blz. 63.
  25. Utrecht, Universiteitsbibliotheek bijzondere collecties mr. Arie Bouman, Archiefmap Ruinerwold-Koekange Geref. Kerk, B164




Foto van de kerk voor de vergroting uit 1921. Facebook Oud Drenthe in Woord en Beeld (17-11-2023)



Links: ansichtkaart, rechts: foto Reliwiki (05)
 

Foto's hieronder: Geert Jan Pottjewijd. Klik op de afbeelding voor een vergroting.





Bijlagen:

Tekst van het contract van 2januari 1951 tussen het kerkbestuur en orgelmaker Klaas Doornbos.


OVEREENKOMST betreffende de restauratie en uitbreiding van het orgel in de Gereformeerde Kerk te Ruinerwold.
Op heden, de tweede Januari 1900, een en vijftig zijn de Commissie van Beheer der Gereformeerde Kerk te Ruinerwold, in deze overeenkomst aangeduid met „opdrachtgever”, contractant ter ene zijde, en Firma J. Doornbos, orgelbouwers, gevestigd te Groningen, in deze overeenkomst aangeduid met „orgelbouwer”, contractant ter andere zijde, overeengekomen als volgt:
Art. 1. De opdrachtgever heeft aanbesteed aan de orgelbouwer, gelijk de orgelbouwer verklaart van de opdrachtgever te hebben aangenomen, het restaureren, uitbreiden en geheel voltooid en speelklaar opleveren van het orgel in de Gereformeerde Kerk te Ruinerwold-Berghuizen.
Art. 2. Genoemd orgel zal worden gerestaureerd en uitgebreid geheel overeenkomstig onderstaande voorschriften, terwijl in deze overeenkomst in hun geheel worden geacht te zijn opgenomen de Algemene Voorschriften Orgelbouw Nederland (AVON), gelijk deze zijn overeengekomen in 1950 tussen de Rijkscommissie van Advies voor Kerkorgels en de Protestantse en R. Kath. Orgelbouwersbonden in Nederland.
Art. 3. Het instrument zal voor de eindkeuring geheel volgens de eisen voltooid worden opgeleverd op uiterlijk 2 december 1951 [datum met de hand ingevuld].
Art. 4. Voor de goede uitvoering van de werkzaamheden zal de orgelbouwer ontvangen een bedrag van ƒ 11.250,—, zegge elf duizend twee honderd en vijftig gulden, en wel in de drie termijnen van art. 37 der AVON.
Art. 5. Als adviseur bij deze orgelrestauratie en tevens als technisch gemachtigde van de opdrachtgever wordt door deze hierbij aangewezen en door de orgelbouwer aanvaard Mr. A. Bouman, Amstel 169 te Amsterdam. Deze adviseur verklaart door mede-ondertekening van deze overeenkomst zich te onderwerpen aan de AVON.
Art. 6. In afwijking van de AVON zullen in art. 5 hiervan de manualen lopen tot c3, en het pedaal tot d1. In art. 13 wordt de stemming een halve toon boven normaal, terwijl in art. 20 de garantie-termijn op tien jaar wordt gesteld, de kosten van een revisie op ƒ 72,— en van een extra-stemming op ƒ 54,—.
Art. 7. Restauratie. Het gehele orgel zal worden gedemonteerd, schoongemaakt, van gebreken gezuiverd, alle minder bruikbare delen vernieuwd, en vervolgens weer gemonteerd.
De windlade wordt verlijmd, zuiver vlak geschaafd, van nieuw leer voorzien, evenals de ventielen, en gepolitoerd. De ventielveren, pulpeten, leidstiften en draadwerk worden vernieuwd, de schroeven door koperen vervangen. De roosters worden beter bevestigd. Het speel- en registermechaniek wordt geheel gereviseerd, ingevoerd en opnieuw afgesteld. De registers zullen dichter bij de manualen worden geplaatst en van nieuwe knoppen van coromandelhout worden voorzien. Tevens worden nieuwe registerplaatjes aangebracht in lettertype en spelling, omstreeks 1750 gebruikelijk. Het klavier krijgt nieuwe stelmoeren.
De lekkages in windkanalen en balg worden weggenomen. Alle houtwerk wordt tegen houtworm geprepareerd, terwijl vervormde delen door nieuwe worden vervangen. De winddruk zal worden teruggebracht op 65 mm. Het bestaande pedaalklavier wordt vervangen door een nieuw van C tot d1, geheel volgens de maten van art. 5 der AVON. De toetsen worden van teakhout, met handdelen belegstukken, de boventoetsen van coromandelhout. Tevens wordt een pedaalkoppel naar het hoofdwerk aangebracht van normale constructie en bediening. In de mensuren zal geen doorspraak, bijspraak, huilen of snauwen meer mogen optreden, terwijl het orgel normaal en vrij licht bespeelbaar zal zijn.
Uit het pijpwerk worden deuken en beschadigingen weggenomen, terwijl verweerde voeten worden vernieuwd. De frontpijpen krijgen nieuwe stemkrullen. Waar nodig worden opsneden verlaagd en kernsteken verwijderd. De ontbrekende pijpen van de Quint 1 1/3′ en de Mixtuur worden weer geplaatst in mensuren, die bij het bestaande pijpwerk aansluiten, en volgens dezelfde constructie en materialen. De samenstelling van het Mixtuurkoor wordt: C 1/2, c 2/3, c1 1.
De Violon 16′ discant en de Fluit 2′ bas worden verwijderd, en een nieuwe Trompet 8′ geplaatst met mahoniehouten koppen, geplaatst in een eiken stevelblok. De schalbekers krijgen geen stemlappen of overlengte, de lepels worden belegd met een laagje orgelleer, terwijl de tongen afgeronde hoekjes krijgen en op antieke wijze worden geconstrueerd. Voorzover nodig wordt de bas van de Bourdon 16′ van de lade afgevoerd en op een mechanische of pneumatische lade van eikenhout geplaatst.
Bij de intonatie wordt het oude klankkarakter zoveel mogelijk aangehouden, waarbij er naar zal worden gestreefd, aan het geluid zoveel mogelijk draagkracht en doorzichtigheid te verlenen.
Art. 8. Uitbreiding. Het orgel wordt uitgebreid met een rugpositief en een vrij pedaal.
De kast van het rugpositief wordt volgens bijgaande tekening in nauwe aansluiting aan de ordonnantie van de bestaande kast vervaardigd uit prima droog eikenhout. Het front krijgt een bovenhoekige middentoren, twee spitse zijtorens en aan beide zijden van de middentoren twee vlakke tussenvelden, alle met de grootste pijpen in het midden. Al het blinderingssnijwerk, friezen, architraven en kroonlijsten worden in de stijl van de bestaande kast uitgevoerd. De frontpijpen zullen zijn uit de Praestant 4′ en alle sprekend zijn, op de twee onderste tussenveldjes na.
Voor het rugpositief wordt een sleeplade vervaardigd uit eerste soort teakhout, met mahoniehouten ventielen, slepen, pijpstokken en roosters, terwijl de veren en stiften van phosphorbrons worden. Hierop worden geplaatst de volgende registers: Praestant 4′ (front), Baarpijp 8′, Quintadena 8′ (groot octaaf gecombineerd met Baarpijp), Nachthoorn 2′, Sesquialtera 1–2 sterk, Scherp 4 sterk, benevens een open plaats voor een Dulciaan 8′, die later kan worden geplaatst.
De wellen worden achtkantig en van grenenhout, de dokken uit pokhout, de wellempjes van koper en eikenhout, de gaten ingevoerd. De abstracten worden van grenenhout, de winkelhaken zullen van koper zijn en in afzonderlijke klosjes van hardhout lopen. De trekstokken der registers worden van rechtdradig grenenhout, de knoppen van coromandel. Voor het rugwerk wordt een nieuw manuaal aangebracht van dezelfde afmetingen en materialen als het bestaande. De boventoetsen worden van ebbenhout, het beleg van ivoor.
Achter het orgel komt een nieuwe sleeplade van dezelfde materialen voor het vrij pedaal, waarop een Subbas 16′ wordt geplaatst. Voorts wordt een manuaalkoppel van eikenhout aangebracht. De gehele mechaniek zal zodanig zijn aangelegd en afgesteld, dat een lichte bespeelbaarheid wordt verkregen.
De nieuwe windkanalen worden vervaardigd uit oregonpine van voldoende wijdte.
Het nieuwe pijpwerk wordt vervaardigd van zwaar pothaal van 25% tin en 75% lood. De kernphasen worden over het algemeen vrij steil, terwijl ze min of meerelijke kernsteken zullen worden aangebracht. De opsneden zullen recht zijn en de voeten onderaan geheel open. De pijpen kleiner dan 2 voet krijgen geen stemrollen, maar worden op natuurlijke lengte afgesneden. Open pijpen krijgen geen baarden. De houten pijpen worden van oregonpine, met eikenhouten voeten, voorzagen kernen, stoppen en groepen; de bovenranden met schraeven vastgezet.
Bij de intonatie zal aansluiting worden gezocht bij het klankkarakter van het bestaande werk, in de trant van een forse barokintonatie omstreeks 1750.
De inwendige mensuren van het nieuwe pijpwerk worden in mm als volgt, waarbij met het oog op de bestaande toonhoogte de maten in die omz. worden opgegeven:
Op pagina 3 volgt een tabel met de mensuren voor het nieuwe pijpwerk voor Cis, c, c1, c2 en c3.
- Mixtuur 2′
- Baarpijp 8′ — van Cis tot B gedekt, vanaf c open en conisch
- Quintadena 8′ — van c1 af mag de bas van de oude Fluit 2′ worden gebruikt
- Praestant 4′
- Nachthoorn 2′
- Sesquialtera 1–2 sterk
- Scherp 4 sterk
- Trompet 8′
- Subbas 16′
Art. 9. Mocht de aanwezige electrische ventilator blijken, van onvoldoende capaciteit te zijn voor het vergrote orgel, dan zal overeenkomstig art. 9 der AVON een nieuwe Ventus ventilator van 1400 toeren worden geplaatst met verbindingstuk, windregelaar, beveiligingsschakelaar, omkasting en inschakelaar. Alsdan zal de in art. 4 genoemde aannemingssom met ƒ 685,—, zegge zes honderd vijf en tachtig gulden, worden verhoogd.
Aldus in tweevoud overeengekomen te Ruinerwold/Groningen op 2 Januari 1951.
De opdrachtgever:             De orgelbouwer:             De adviseur: