Beilen Hervormde kerk (Stefanuskerk)

Informatie over de kerk


Ansichtkaart

Geluidsopnamen Geert Jan Pottjewijd d.d. 30 maart 2022 (na de restauratie)
 - J.S. Bach (1685-1750): Fuga in G BWV 576 Registratie: Bourdon 16', Prestant 8', Octaaf 4', Quint 3', Octaaf 2', Mixtuur
 - Enrico Pasini (1935-): Cantabile nr. 1 Registratie: diverse 8-voets registers
 - Enrico Pasini (1935-): Cantabile nr. 6
 - Willem van Twillert (1952-) Discant-zetting Psalm 89



Geluidsopnamen Geert Jan Pottjewijd d.d. 14 april 2017
(voor de restauratie)
 - J.S. Bach (1685-1750): Fuga in G BWV 576 Registratie: Bourdon 16', Prestant 8', Octaaf 4', Quikt 3', Octaaf 2', Migtuur
 - Max Reger (1873-1916) Ach bleib mit deiner Gnade opus 135a Registratie: Holpijp 8', Viola da Gamba 8'
 - Hendrik Pieter Steenhuis (1850-1934) Verjaarsmarsch Registratie: Bourdon 16', Prestant 16' discant, Prestant 8', Octaaf 4', Quikt 3', Octaaf 2', Migtuur, Trompet 8' Trio: Prestant 8',  Viola da Gamba 8',  Holpijp 8'
 - Willem van Twillert (1951) Bovenstemzetting van Psalm 89 Registratie: Registratie: Bourdon 16', Prestant 16' discant, Prestant 8', Octaaf 4', Quikt 3', Octaaf 2', Migtuur, Trompet 8'
 - Franz Anton Maichelbeck (1702-1750) Gavotte Registratie: Nachthoorn 4'

Discografie



Foto vanuit http://www.kerkeninbeeld.nl


Foto Drents Archief

1829:  J.W. Timpe plaatste op een onbekend tijdstip tussen 1815 en 1829 een orgel in de Broederkerk van Groningen. Deze kerk werd in 1815 toegewezen aan de Rooms-Katholieke kerk. Timpe heeft de kerk waarschijnlijk tijdelijk gebruikt als opslagruimte/werkplaats totdat de kerk in 1833 weer in gebruik werd genomen. Het orgel stond toen waarschijnlijk al in de kerk opgesteld. (15)
Dit blijkt ook uit een lening van ƒ 800,-die J.W. Timpe op 6 april 1825 afsloot. Als onderpand fungeerde "een Kerkorgel thans staande in de Broederkerk te Groningen, hebbende negen registers, twee afsluitingen, eene koppeling, te zamen twaalf trekkers".
Dit orgel werd op 16 juni 1840 te koop aangeboden in de Provinciale Groninger Courant. Het werd verkocht aan de Hervormde kerk te Beilen.
Informatie over de ingebruikname in Beilen is te vinden in de Boekzaal: "Het orgel in de fraaie Ned.Herv.Kerk (zij brandde in het 1607 op 1608 tot op de muren af) is ingewijd den 22 November 1840. De kosten ruim ƒ 2000,- werden grootendeels gevonden bij vrijwillige inteekening in de gemeente en het tekort door een tweede collecte. Dit orgel heeft ongeveer elf jaar dienst gedaan in de aan de R.K. Gemeente afgestane Academie of Broederkerk te Groningen (1830). Het werd door de heer B.Kerckhoff van Groningen in October 1840 uit deze kerk afgebroken en alhier geplaatst. De predicatie werd gehouden door ds.L.L.van Loenen met eene leerrede over Ps.150". (16)
Van Oeckelen bouwde in 1840 een nieuw orgel voor de Broederkerk te Groningen. (10)
In de notulen van de kerkvoogdij uit 1840 is geen informatie over de aanschaf van het orgel te vinden. In deze tijd notuleerde men alleen de stemmingen voor de benoeming van notabelen en kerkvoogden.


Groninger courant 16-06-1840


Boekzaal der Geleerde Wereld 1841 april

In het boek "Wereldberoemde klanken - Het Schnitgerorgel in de Der Aa-kerk te Groningen en zijn voorgangers" ISBN 978.90.5730.775.1 (uitgegeven in 2011) is op blz. 83 een beschrijving door Peter van Dijk te vinden van het orgel zoals dat in Groningen heeft gestaan.
Zie hiervoor bijgaande PDF.
Via een advertentie in de Groninger Courant van 16 juni 1840, bood de weduwe Timpe het orgel te koop aan. In de tekst staat 'hebbende negen registers, twee afsluitingen, eene koppeling, te zamen twaalf trekkers.' De dispositie staat er echter niet in.
maar de tekst 'twee afsluitingen, eene koppeling" geeft aan dat het om een orgel met 2 manualen moet gaan.
Op basis van een analyse van Timpe's disposities, waarin bij kleine tweeklaviers orgels de disposities van beide manualen 'complementair' zijn, gerelateerd aan de afmetingen van de orgelkast, reconstrueert Peter van Dijk de volgende mogelijke dispositie:
Hoofdwerk (C-f'")
Bourdon 16 voet
Prestant 8 voet
Octaaf 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Mixtuur
Bovenwerk (C-f")
Holpijp 8 voet
Fluit travers 8 voet
Fluit d'Amour 4 voet
Pedaal (C-c')
Aangehangen
Manuaalkoppeling, twee afsluitingen

1840: Op 4 september en 1 november staat in de indices van het Provinciaal College van Toezicht Hervormde Gemeenten: 4 september 'Aankoop en plaatsing van een orgel in de kerk.................... Aan de Kerkvoogden de ... machtiging verleend, met last om voor 1 november te berigten om omtrent de benodigde fondsen ... 20 november No 2'. 1 november: '

1841: Bericht omtrent het aanschaffen van het orgel in Drenthe.

Drentsche courant 20-07-1841


Provinciale Drentsche en Asser courant 06-09-1859


1862/1863: Op  14 juli besluit de kerkvoogdij voor f 2960,- een nieuw orgel te laten bouwen door Petrus van Oeckelen. (#n18)

Klik op de afbeelding voor een vergroting

Op 21 juli werd de aanschaf van het orgel door de notabelen goedgekeurd.

Klik op de afbeelding voor een vergroting

Op 26 december overleggen notabelen en kerkvoogden over de financiering van het orgel. Voor 1862 wordt een post van f 300 gereserveerd. Voor 1864 f 260.
Het restant van f 2.400,- dient als kapitaal te worden aangetrokken. f 1.600,- dient in mei 1863 beschikbaar te komen en f 800,- in mei 1864.
De rente zal 4% per jaar bedragen. Afgelost wordt er vanaf mei 1865 in termijnen van f 200,- De kerkvoogden zullen toestemming regelen met de Commissie van Toezicht in Drenthe.


Foto: Geert Jan Pottjewijd

1863: Orgelingebruikname volgens de Provinciale Drentsche en Asser courant 24-09-1863 en een commentaar op 29-09-1863



1864: Op 19 april wordt een schrijven behandeld van koster/organist A.H. Dikboom. Hij wil graag teruggaaf van de betaalde grondbelasting voor zijn huis.
Er wordt besloten dit verzoek niet te honoreren.


Provinciale Drentsche en Asser courant 26-07-1864

Op 22 juli maakt de kerkvoogdij een nieuwe instructie met 7 artikelen voor de koster/organist. 6 van de 7 artikelen hebben betrekking op de kosterstaak. In artikel 4 worden de taken beschreven van de organist: voorlezen, voorzingen en het orgel te bespelen.
In dezelfde vergadering wordt ook de nieuwe organist hoofdonderwijzer Izaak Mulder per 15 augustus benoemd.


1871: Gedeelte uit een reisverlag "Van Assen naar Coevorden - fragment uit een onuitgegevenreisje door Drenthe" Deel II.


Provinciale Drentsche en Asser courant 26-04-1871


Provinciale Drentsche en Asser courant 17-04-1872

1873: In de kerkvoogdijvergadering van 21 februari wordt een uitgave van f 30,45 genoemd voor het orgel.

1875: Orgel opnieuw geschilderd in zwart en goud.

Provinciale Drentsche en Asser courant 18-06-1875


Provinciale Drentsche en Asser courant 27-06-1882

1901: Er wordt geklaagd over het slechte onderhoud van kerk en orgel in Beilen

Handelingen der 86ste Gewone Vergadering van de Algemeene Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk, ten Jare 1901

In de kerkvoogdijvergadering van 25 apri 1906 wordt een brief behandeld van het classicaal bestuur omtrent de verzekering. besloten wordt de kerk te verzekeren voor f 16.000,- en het orgel voor f 1500,-


Provinciale Drentsche en Asser courant 10-02-1910
Afwijzing van de inhoud van een advertentie voor een nieuw schoolhoofd met verwijzing naar mogelijk organistenschap?


Provinciale Drentsche en Asser courant 27-12-1915, 31-01-1916

1916: In een gezamenlijke vergadering van kerkvoogdij, kerkenraad en schoolvereniging op 14 december wordt gesproken over hoe te handelen met de bewoning door koster/organist Westrup van de kosterij. (18)

1917: Er ontstaat een discussie omtrent de combinatie koster/organist en het vrij wonen van de koster/organist naar aanleiding van het overlijden van de vorige functionaris I. Mulder en de benoeming van een nieuwe onderwijzer. Naar veel discussie omtrent woning, scheiding van de functies wordt een nieuw reglement gemaakt. (18)

1921: Op de kerkvoogdijvergadering van 5 augustus wordt besloten een aantal herstellingen aan de kerk uit te voeren.
Aan de orde komen verfwerk, electrisch licht. Het orgel zal door Van Oeckelen worden schoongemaakt en gestemd voor f 200,- (18)



Provinciale Drentsche en Asser courant 10-11-1921


Afbeelding Stichting Orgelcentrum nr. 1348 (12)                                    Rechts ansichtkaart van voor de verbouwing uit de jaren '30 van de vorige eeuw (12)

1922: Organist is Jac Westrup


Tijdschrift "Het Orgel" februari 1923

1923: In de kerkvoogdijvergadering van 23 juli wordt besloten de verzekerde waarde van het orgel te vehogen van f 2.500,- tot f 4.000,- (18)


Provinciale Drentsche en Asser courant 19-01-1925, 20-02-1925

1932: In de kerkvoogdijvergadering van 12 februari komt de penibele financiële situatie aan de orde. Men probeert overal kosten te besparen. OOk de organist ontkomt er niet aan. Zijn salaris wrdt verlaagd tot f 50,- per jaar naast het vrij wonen. (18)

1934: op de kerkvoogdijvergadering van 4 oktober komt aan de orde dat organist Westrup voorlopig niet kan spelen. Belsoten wordt een advertentie te plaatsen voor een tijdelijke vervanger. (18)


Provinciale Drentsche en Asser courant 10-10-1934

1936: Op 17 februari schrijft orgeladviseur K.M. Luijten op verzoek van de kerkvoogdij een rapport over de toestand van het orgel.
In de inleiding waarschuwt hij dat er bij de restauratie van de kerk goed moet worden gekeken naar een goed verwarmingssysteem, zodat het orgel niet kapot wordt gestookt. Allen het orgel restaureren zal een bedrag vergen van f 2.390,- Uitbreiding met een vrij pedaal met Subbas 16', Octaaf 8',  Gedekt 8' en een 2e manuaal met 6 registers zal dit bedrag stijgen tot f 6.045,-
Hij stelt ook voor om de Trompet 8' te vervangen en een nieuw pedaalklavier aan te brengen. Het 2e klavier zou in een zwelkast geplaatst moeten worden.
Men gaat niet met dhr. Luijten in zee gezien een bewaard kranknipsel. (19)

Links het bewaarde krantenknipsel Rechts: Soortgelijk bericht uit De standaard 08-06-1936




Provinciale Drentsche en Asser courant 27-04-1937  & Provinciale Drentsche en Asser courant 29-04-1937

1937-1939: Restauratie van de kerk


Het Noorden in woord en beeld, jrg 11, 1935-1936, no 31, 18-10-1935


Foto: Oud Drenthe in Woord en Beeld Sam Dice Memories



Dagblad van het Noorden 24 maart 1939


Provinciale Drentsche en Asser courant 24-03-1939


1937: Bemoeienis organist en orgeladviseur Johan van Meurs met het orgel (09)
De contacten tussen Van Meurs en Beilen werden gelegd door kerkvoogd L. Nijboer, die hem op 13 juli 1937 schreef: ‘In verband met eventueele verandering van het Kerkorgel, verzoek ik U beleefd, deze dagen even in Beilen te willen komen’.

Pagina uit de dispositieverzameling van van Meurs. Klik op de afbeelding voor een vergroting

Van Meurs heeft in zijn archief een aantal ongedateerde plannen voor het orgel van Beilen gemaakt. Deze plannen werden niet gerealiseerd.

Alternatief 01:
Demonteren, laden dichter bij elkaar opstellen
Kast verkleinen
Nieuwe frontpijpen
Prestant 16' vervangen door Voix Celeste
Nieuwe Trompet 8'
Andere Mixtuursamenstelling

Alternatief 02:
Prestant 8' front nieuw, binnen oud
Holpijp 8' oud
Octaaf 4' oud
Nachthoorn 4' oud
Bourdon 16' oud
Celeste 8' nieuw (44 pijpen)
Octaaf 2' oud
Nasard 2 2/3' (is de zachter geworden Quint)
Mixtuur 4-5 (anders samengesteld)
Trompet 8'
(pedaal) Subbas 16' nieuw

Alternatief 03:
Prestant 8' front nieuw, rest oud
Holpijp 8' B/D oud
Octaaf 4' B/D oud
Nachthoorn 4' Bas oud Nasard 2 2/3' Disc oud
Viola di Gamba 8' oud
Voix Celeste 8' nieuw
Octaaf 2' oud
Mixtuur 4-5 nieuwe samenstelling
Trompet 8' B/D nieuw
(pedaal) Subbas 16' nieuw

Alternatief 04:
1e klavier
Prestant 8' front nieuw, rest oud
Holpijp 8' oud
Octaaf 4' oud
Octaaf 2' oud
Mixtuur 4-5 nieuwe samenstelling
Trompet 8' nieuw
2e klavier
Prestant 4' (uit 16', rest aangevuld)
Bourdon 8' (uit 16', rest aangevuld)
Voix Celeste 8' 44p nieuw
Viola di Gamba 8' oud
Nachthoorn 4' oud
Nasard 2 2/3'
Pedaal
Subbas 16' nieuw
Tremulant

Getuige de vele speelhulpen zou de registertractuur niet meer mechanisch zijn.62

Later stelde Van Meurs een ongedateerd plan in drie fasen op.63
I, schoonmaak, technisch herstel, klavier 6-8 cm hoger aanbrengen, aanspraak Prestant 16' en 8' verbeteren en aanbrengen Tremulant.
II, de Bourdon 16' C-c plaatsen op 2 kleine pneumatische laden. Bas/discantdeling aanbrengen op C-c/cis-g’’’.
III, Prestant 16' vervangen door Voix Celeste 8' af c, 65% tin.

62 Mogelijk heeft Van Meurs in dit laatste ontwerp creatief gebruik willen maken van het feit dat dit orgel twee ventielenkasten heeft.
63 GrA, toegang 1618, inv. nr. 12.

1938: Op 12 december 1938 schreef kerkvoogd Nijboer aan van Meurs: ‘Daar door Monumentenzorg is besloten het orgel niet te verbouwen, verzoek ik u deze week ten onzen te komen om na te zien wat er moet gebeuren aan het orgel in onze Herv. Kerk’. (09)
Van 15 januari dateert een begroting waar ook de geschatte kosten voor het orgel staan vermeld. In deze begroting wordt er nog vanuit gegaan dat de orgelgalerij moet worden vernieuwd.
Orgelgalerij  
3M3 eikenhout 660,-
1.25 M3 vurenhout 75,-
werkloon 600,-
diversen 165,-
   
ombouwen orgel 1.500,-

Op 10 februari doet de kerkvoogdij een beroep op de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen voor een aanvullende subsidie, omdat de kosten hoger uitvallen dan gedacht. De orgelgalerij en het orgel blijken in een slechtere toestand dan gedacht.
Op 27 oktober antwoordt architect Boelens op een besluit d.d. 17 oktober van de kerkvoogdij om opzichtter Van der Vaart te ontslaan. Hij vindt dit onverstandig om dat voor een goede uitvoering van de werkzaamheden toezicht ndig is. In de brief komt ook het rgelbalkon aan de orde. De architect vindt dat het orgelbalkon gerestaureerd moet worden i plaats van vervangen. Ook dient het orgel te worden gerestaureerd.
In een werkbeschrijving is te vinden welke werkzaamheden aan het orgelbalkon zouden moeten worden uitgevoerd.(17)

Tekening van december 1937 van een niet gerealiseerd orgelbalkon Klik op de afbeelding voor een vergroting (17)

Op 29 december 1938 raadde Van Meurs de kerkvoogdij aan om offertes aan te vragen bij Flentrop, De Koff, Van Leeuwen, Spanjaard-Amsterdam, Spiering en Valckx & van Kouteren.
Kennelijk heeft hij over Beilen ook contact gehad met Bergmeijer, die op dat moment in Scheemda aan het werk was. Bergmeijer schreef Van Meurs op 3 februari 1939 het volgende: "Van het door U opgemaakte plan zal wel niets komen. Verleden week is er een orgelmaker uit Assen geweest. Nu is het mij niet bekend dat daar een gelmaker woont. Zij hadden van die orgelmaker gunstige informatie. Ook had deze gezegd, dat het iet zooveel behoefde te kosten".
Op 15 februari 1939 schreef Bergmeijer: "Ik heb u reeds geschreven in Beilen te zijn geweest en hoe daar de ontvangst was. Aan de hand van het door U opgemaakte plan, drie-deelig, heb ik de volgende prijzen opgegeven. Punt I ƒ 495, Punt II ƒ 110, en Punt III ƒ 80, Tezamen ƒ 685,-De drie punten gelijkelijk gedaan: ƒ 635,= Wanneer dit bedrag hun te hoog was, heb ik voorgesteld, een eenvoudige schoonmaak, vrij gevolgd naar punt I ƒ 365,= (Hiervan 10% voor U). Zoo spoedig ik uit Beilen bericht heb, zal ik u dit laten weten".
Uiteindelijk werd het orgel slechts ‘een weinig gerestaureerd’ door Emil Neuhauser uit Assen. Volgens een krantenbericht werd het orgel ‘grondig schoongemaakt en gestemd, terwijl het front in een bijpassende kleur is geschilderd’. In dit bericht wordt wel de adviseur, doch niet de orgelmaker genoemd.

1939: Op 11 februari een schrijven van orgelmaker Spanjaard met een inschatting van de te maken kosten voor de restauratie van het orgel. Deze bedragen f 450,- Eerder is er al een tekening gemaakt en is het orgel enkele kerken bezocht. Deze kosten bedragen f 50,- Een simpele reparatie zal f 300,- kosten. Hij excuseert zich voor het laten antwoord. Door een ongeval ligt Spanjaard in het ziekenhuis.
Op 23 maart 1939 word het orgel bij de ingebruikname door Van Meurs bespeeld.
Op 13 juni een briefkaart van Van Meurs waarin hij vraag de nota van april voor verrichte werkzaamheden en de inspeling van f 40,-  te voldoen. Hij raadt aan de slechte Trompet  op termijn te vervangen door een nieuwe TRompet of een zacht regeister zoals bv. een Voix Celeste. (19)

In de financiële verslagen van de kerkrestauratie zijn de volgende posten voor het orgel te vinden:
27-02-1939 de Jonge lampen orgel f   25,00
16-05-1939 de Jonge restant nota lampen orgel enz. f   53,57
12-06-1939 aan Neuhausen op rek. 31 (rest voorgeschoten) totaal f 399,46 f 275,00
04-07-1939 aan Neuhausen rest f 500,00
12-07-1939 aan v. Meurs Nota inzake orgel f   40,00
29-07-1939 aan Spanjaard A'dam kerk en concert orgel f  50,00-
Men verwachtte eerst dat het orgelbalkon grondig herstel behoefde. Dit bleek mee te vallen.
In een overzicht van meer- en minderwerk worden 3 balken genoemd voor een bedrag van f 9,-
Voor de orgelgalerij was oorspronkelijk een bedrag begroot van f 500,-
In een overzicht zijn de kosten voor het orgel gespecificeerd. Deze komen grotendeels overeen met bovenstaande bedragen. De f 500,- aan Neuhauser worden niet genoemd.


Foto Drents Archief


1939: Bovenstaande restauratie wordt bevestigd door onderstaand bericht uit een synodeverslag van 1939. In 1937 werd al een subsidie van Hfl 1350,= toegezegd. Dit maal werd de aanvraag afgewezen.

Bijlagen van de Handelingen der Algemeene Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk, ten Jare 1939

1949: Op 11 juni een brief van Flentrop naar aanleiding van een bespreking met de stemmer van Flentrop.
-De kosten van een nieuwe windmotor in een geluiddempende kist en aanleg van windkanalen met een automatisch werkende afsluiter bedragen f 800,-
-Uitbreiding met een 2e klavier is technisch gezien zeer lastig. beter is verkoop en aanschaf van een 2-klaviers orgel
-Een nieuw 2-klaviers orgel van 15 stemmen kost circa f 25.000,-
-Voor een prijsopgave is een tekening van de kerk benodigd en een opgave van het aantal zitplaatsen.
-Mocht er worden besloten geen nieuw orgel aan te schaffen dan wordt aangeraden de Trompet te vervangen door een nieuwe. De kosten zijn f 1.250,-
Op 21 oktober vraagt predikant Koelman advies van de bouw- en restauratiecommissie van de Hervormde kerk. Hij schrijft niet rechtstreeks aan de Orgelcommissie van de Hervormde kerk (OHK) omdat de plannen nog in een beginstadium verkeren en mogelijk wordt het orgelfront aangepast, waarin monumentenzorg gekend moet worden.
Hij vraagt of monumentenzorg inderdaad moet worden ingeschakeld en wat de mogelijkheden voor het krijgen van subsidie zijn.
Op 10 november schrijft M.A. Vente een antwoord op een brief van ds. Koelman. Uit de brief blijkt dat zij elkaar kennen. Vente heeft gehoord dat er plannen zijn om het orgel in Beilen te restaureren. Hij waarschuwt dat de OHK de orgels van voor 1750 beschouwt als de enig ware orgels. Alles wat daarna komt wordt door de OHK als degeneratie beschouwd. Het orgel in Beilen moet worden gerestaureerd volgens de uitgangspunten van de 19de eeuw en niet van de 18de eeuw. Hij wil graag optreden als adviseur voor Beilen. (11, 19)

1950: Op 15 maart stuurt de OHK een brief naar de kerkvoogdij met een uitleg over hun werkwijze.


Nieuwsblad voor Beilen Vrijdag 4 augustus 1950 Concert tbv. restauratiefonds

Op 19 juni schrijft de orgelcommissie van Beilen dat ze weer actief zijn nu er een 2de predikant in Beilen is benoemd. De commissie heeft de volgende vragen:
-Kan de restauartie buiten monumentenzorg om worden geregeld, omdat het orgel maar 80-90 jaar oud is en geen monumentale waarde heeft?
-Is de keuze voor adviseur vrij? Gedacht wordt aan M.A. Vente?
-Met welke instanties moetr contact worden opgenomen?
Op 26 juni antwoord van de Bouw- en restauratiecommissie van de Hervormde kerk:
-Als het orgel niet op de monumentenlijst behoeft monumentenzorg niet te worden ingeschakeld.
-Men is vrij in de keuze van de adviseur Er dienen echter wel gegronde redenen zijn om daar van af te wijken. De OHK heeft meerdere adviseurs.
-Er zijn geen andere instanties.
Ongedateerde brief van ds. Koelman aan M.A. Vente. De orgelkwestie is weer in beweging. De nieuwe predikant ds. Van Es is  een groot orgelliefhebber en speelt ook uitstekend orgel. Er is nog geen beslissing over een orgeladviseur. Komt Vente mee?
Op 28 juli meldt ds. Koelman aan M.A. Vente dat de Rijksorgelcommissie op 12 augustus het orgel zal bezoeken.
Op dezelfde datum vraagt de orgelcommissie uit Beilen raad aan Dr. Oussoren. Men heeft moeite met het kiezen van een adviseur.Kan een gesprek in Wassenaar worden gepland?
Op 3 augustus schrijft Flentrop dat hij van mening is dat het orgel is gebouwd door Van Oeckelenin de 2de helft van de vorige eeuw. De grote ruimte in de kas duidt er niet op dat het orgekl groter is geweest. Het heeft meer een architectonisch betekenis.
Op 5 augustus een brief van een onbekende persoon uit Breda. Hij is zeer geďnteresseerd in de bevindingen van de rijksorgelcommissie.
Op 18 augustus weer een brief uit Breda. Nu gericht aan ds. Van Es. Zij blijken elkaar goed te kennen. Schrijver maakt zich bezorgd over de restauratie van het orgel.
Op 16 oktober vraagt de kerk de OHK om advies voor een mogelijke restauratie. De OHK antwoordt op 20 oktober. Deze verklaart zich daartoe bereid. Dr. H.L. Oussoren en D. Hendrikse zullen eerst het orgel bezoeken. De kerk wordt verzocht zoveel mogelijk gegevens over het orgel te verzamelen. Vermoedlijk bevat deze notitie de gevraagde informatie. Helaas wordt de bron niet vermeld. Deze informatie is voor het grootste deel correct. De bouwer van het orgel te Groningen was echter niet Van Oeckelen, maar Timpe. Ook de vermelding Der-AA-kerk is niet correct.
Van 24 oktober dateert een brief van de orgelcommissie van Beilen aan de OHK. In de brief staat dat het orgel rond 1820 is gebouwd door Van Oeckelen voor Groningen. Het werd in 1840 overgeplaatst naar Beilen. Onderhoud door Flentrop.
De commissie vraagt of restauratie van het orgel de moeite waard is en of een uitbreiding met een 2de manuaal en een vrij pedaal mogelijk is. Is het noodzakelijk het oude orgel te verkopen en een nieuw aan te schaffen?
Op 26 oktober schrijft Dr. Oussoren aan ds. Koelman van Beilen dat hij en Dolf Hendrikse het orgel op 2 november willen bezoeken. Op 31 oktober meldt Oussoren dat ze pas 's avonds komen en of er logies geregeld kan worden.
Op 13 november schrijft Oussoren een verslag van zijn onderzoek in Groningen naar het orgel van Beilen. Het was helaas niet mogelijk het archief te raadplegen. Op basis van veronderstellingen komt hij tot de volgende theorie: het orgel komt inderdaad uit de Broederkerk te Groningen en is bij de afbraak van de Broederkerk in 1890 verplaatst naar Beilen. Boven de orgelkas was vermoedelijk een rozet aanwezig (zie tekening). Is het mogelijk verder archief-onderzoek te doen? (11, 19)

Op 14 november schrijft ds. J.W. Koelman van de orgelcommissie Beilen aan de gemeente-archivaris van Groningen dat de voorzitter van de orgelcommissie in Beilen ds. A. van Es aanstaande donderdag het archief wil bezoeken in verband met de restauratie van het orgel. In het archief van Assen had men al wat gegevens gevonden en daar raadde met aan ook het archief in Groningen te bezoeken. Uit de brief blijkt dat men al veel gegevens over het orgel had verzameld.
Van 14 november dateert een brief van de rijksarchivaris van Drenthe. Hij heeft in de "Rekening en verantwoording der ontvangsten en utgaaf Hervormde Gemeente Beilen" een post gevonden bij de buitengewone inkomsten "Ontvangst van het orgel" van f 1.550 en bij de uitgave een post "Gehele uitgaaf voor het orgel" van f 1.523,-  Op 16 november meldt de rijksarchivaris van Drenthe dat hij een advertentie heeft gevonden in de Groninger krant van 16 juni 1840, waari het orgel te koop wordt aangeboden. 
Op 27 november komt er een brief van het archief in Groningen met de volgende informatie:
 - In 1836 was er een orgel in de Broerkerk volgens een inventarisbeschrijving
 - In 1830 wordt gemeld dat altaar en orgel nog niet kunnen worden besteld omdat alle inschrijvingsbiljetten nog niet terug zijn.
 - Kerkvergadering 13 augustus 1841: Het nieuwe orgel wordt ingewijd op 9 september
 - 8 december 1841 worden beide orgels van de voormalige gemeenten Der Aa en Guldestraat voor f 130,- verkocht aan muzikant Kerkhoff
Op 2 december 1841 een nieuwe brief van het archief in Groningen. De archivaris vindt het eigenaardig dat het orgel van de Broerkerk niet wordt genoemd en de beide andere orgels wel. Hij beloofd zich te melden als hij nog iets vindt. (11, 19)

1951: Van 8 januari dateert het rapport van de OHK op basis van een bezoek op 2/3 november 1950. De OHK vindt het een typisch romantisch 19e eeuw orgel en ongeschikt voor de huidige tijd. De klank is niet helder genoeg. Het heeft teveel grondstemmen met te weinig boventonen. De orgelkas voor voor het kleine aantal registers veel te groot, waardoor de klank niet wordt gebundeld. Restauratie heeft alleen zin als het orgel radicaal wordt gewijzigd qua windladen, pijpwerk en dispositie. Het zal echter een orgel blijven uit de vervaltijd van de orgelbouw en kosten wegen niet op tegen het uiteindelijke resultaat. Men adviseert nieuwbouw.
Een nieuw orgel zal veel minder plek innemen dan het oude orgel, waardoor er op het orgelbalkon zitplaatsen vrij komen. Aanscha van een nieuw orgel is kostbaar, maar door het reserveren van registers kan men de kosten over een grote periode verdelen.
De OHK is graag bereid het advies nader mondeling toe te lichten.
Men constateert aan het orgel de volgende gebreken:
 - De windmotor is ongeschikt en staat in de torenruimte opgesteld, waar koude lucht naar het orgel wordt getansporteerd wat slecht is voor de windladen. Ook maakt de motor te veel lawaai.
 - De windkanalen zijn te nauw, waardoor bij vol spel het geluid weg zakt.
 - De windlade heeft een open kwast in het hout, waardoor er wind wordt verloren.
 - Blaasbalgen zijn op paar punten lek.
Men stelt voor het orgel aan een katholieke kerk te verkopen, waar het beter zou passen. (11, 19)

Tekening uit 1951? Klik op de afbeelding voor een vergroting

1953: Op 2 juni schrijft Flentrop aan de kerkvoogdij dat aan de stemmer verzocht is een rapport over het orgel te schrijven. Dat zou geld gaan kosten vandaar dat Flentrop in de brief een voorlopig rapport geeft op basis van de aanwezige kennis.
Het orgel is niet van buitengewone artistieke waarde maar verdient wel gerestaureerd te worden. Een restauratie zal circa f 5.000,- gaan kosten. Levertijd ongeveer 2,5 jaar.
Op 1 oktober stuurt de OHK een nota van f 125,- voor advieswerk. (11, 19)

1954: Op 6 mei vraagt de OHK of de nota van 1 oktober 1953 van f 125,- betaald moet worden.
Op 8 november wordt het verzoek herhaald en uitgeld dat het betrekking heeft op het rapport dat Oussren en hendriksen op 8 januari 1951 schreven. (11, 19)

1955: De OHK constateert op 24 mei dat de rekening van 1 oktober 1953 nog steeds niet is betaald en verwijst naar eerdere aanmaningen. (11, 19)

1956: Op 29 juni vraagt de Vereniging van Kerkvoogdijen om de f 125,- aan de OHK te betalen.
Op 9 september vraagt de organist van de kerk of er een nieuw pedaalklavier geplaatst kan worden. De toetsen zijn te kort en te breed en de ligging ten opzichte van het klavier is ook niet correct.
Op 13 november meldt de Vereniging van Kerkvoogdijen  dat ze de OHK op de hoogte hebben gesteld van de bezwaren of de nota van 1 oktober 1953.
Op 21 november beantwoordt Flentrop en brief uit Beilen van 17 november. De prijs voor een nieuwe windmotor bedraagt nog steeds f 875,- Het pedaalklavier ligt inderdaad niet correct. het vervangen daarvan is een dure zaak, omdat de mechaniek daarop aangepast moet worden. Bij een volgend bezoek zal een calculatie worden gemaakt. (11, 19)

1957: Blijkbaar heeft de kerkvoogdij van Beilen geprotesteerd (brief nooit aangekomen) tegen de hoogte van de f 125,- en om vermindering gevraagd. Men beroept zich op de slechte financiële positie van de kerk.
De OHK beantwoordt deze vraag op 17 januari en vraagt om een nieuwe brief waarin men uitlegt waarom men het bedrag niet kan betalen. Ook wordt gevraagd naar de stand van zaken rond het orgel.
Op 22 januari schrijft de vereniging van kerkvoogdijen dat de kerkvoogdij van Beilen direct contact moet opnemen met de OHK.
Op 13 februari dankt Flentrop voor de opdracht om voor f 875,- een nieuwe windmotor te plaatsen. Logieskosten van de monteurs zin inbegrepen. Is de spanning inderdaad 3 phasen 220/380 volt wisselstroom?
Op 26 februari stuurt de OHK een uitleg omtrent hun werkwijze.
Op 27 februari schrijft de OHK dat men een kanttekening heeft gemaakt van het feit dat de rekening van f 125,- zo laat werd ingediend. Ook blijkt uit het schrijven van de kerk dat men het financieel zeer moeilijk heeft.
Het bedrag wordt verlaagd naar f 45,- en er wordt een nieuw bezoek gepland om kennis te maken met de organist. Ook wordt dan bekeken  de geplande plaatsing van een nieuwe windmotor correct is. 
Op 2 maart 1957 bedankt ds. van Es voor de bemiddeling en verzoekt de OHK contact op te nemen met dhr. Bootsma. Hij vertrekt naar Hengelo. Uit de brief blijkt dat er een orgelmotor is besteld bij Flentrop.
Op 5 mei vraagt de OHK aan de kerkvoogdij voor welk bedrag het orgel is verzekerd. Later is op de brief genoteerd dat de kerk is verzekerd voor f 563.000,- Het orgel is niet apart vermeld. 'Het orgel is hier overigens ook van weinig waarde en heeft zeker geen historische waarde'.
Op 20 juni schrijftde kerkvoogdij wanneer er nu iemand langs komt. De orgelmotor is bij Flentrop besteld maar nog niet gekomen. Het zou goed zijn men voor de installatie van de windmotor in Beilen zou zijn.
Op 4 juli schrijft Flentrop dat het mogelijk is een nieuw pedaalklavier van C-d1 te installeren voor f 745,- Hiervoor moet echter wel de tractuur van het manuaal worden gewijzigd.
Van dezelfde datum een 2de brief van Flentrop over de windvoorziening. De nieuwe windmotor heeft capaciteit voor 19 registers, maar door de vele lekkages blijkt de capaciteit onvoldoende. Er zijn 2 mogelijkheden: gratis een nieuwe windmotor installeren of het orgel laten reviseren volgens de opgave van 20 oktober 1955.
Op 9 juli schijft de OHK dat het verzekeringsbedrag van f 20.000,- voor het orgel te laag is. Dit moet minsten f 40.000,- zijn.
1 augustus een brief van de kerkvoogdij aan de OHK t.a.v. Lambert Erné. Ze sturen de offerte van Flentrop voor het plaatsen van de windmotor. De windmotor is inmiddels geplaatst, maar Flentrop vindt de plaatsing niet helemaal geslaagd. Door lekkage van de windladen is de capaciteit toch nog niet voldoende.
Op 16 september schrijft Flentrop dat de kosten voor het aansluiten van de windmotor op het stroomnet buiten de offerte valt. De rekning van Eleveld wordt dan ook terug gestuurd.
Op 14 oktober schrijft Flentrop dat ze niet op de hoogte waren van de controle op de installatie van de wind motor door de OHK. Dit duurt vaak nogal lang, waardoor betaling van de factuur ook lang gaat duren.
Op 15 oktober blijkt de rekening van Flentrop nog steeds niet te zijn betaald omdat er nog geen advies ligt van de OHK. Erné en Hülsmann hebben zich er mee bezig gehouden.
Op 30 december bericht de OHK dat 2 medewerkers een bezoek hebben gebarcht aan het orgel, maar dat er nog een 2e bezoek nodig is voor proeven met de windvoorziening. (11, 19)

1958: Op 8 januari maant Flentrop de kerkvoogdij om de rekening van f 875,-  voor de installatie van de windmotor te betalen.
De kerkvoogdij wil dat de medewerkers binnen 2 weken (brief 29 januari) naar de windvoorziening komen kijken voor hun oordeel. Flentrop dreigt nu met een incassoprocedure.
Op 3 februari belooft de OHK dat Lambert Erné en Cor Edskes zeer binnenkort zullen komen.
Op 14 februari schrijft Flentrop dat de rekening voor de windmotor nu toch betaald moet wordenvetilator. De oorzaak was lekkage in de windladen. Van het aanbod gratis een groetere windmotor te plaatsen is geen gebruik gemaakt.
Op 14 maart schrijft Flentrop dat de rekening van de in juni geplaatste windmotor nog steeds niet is betaald. Omruilen tegn een krachtiger motor kan niet meer gratis, omdat de motor inmiddels te lang gebruikt is. Oorzaak van de problemen is de lekkende windlade en niet de motor. De kerkvoogdij wacht nog steeds op het schriftelijke rapport van Erné en Edskes.
Op 22 maart bericht de kerkvoogdij aan Flentrop dat de OHk de windvoorziening heeft geďnspecteerd. Er is nog geen rapport ontvangen.
Van dezelfde datum een brief van de kerkvoogdij aan de OHK dat de windvoorziening op 13 februari is geďnspecteerd door Erné en Edskes.
Op 17 september komt dan eindelijk de brief van de OHK. Edskes en Erné hebben het orgel op 13 februari onderzocht. De windmotor is inderdaad ontoereikend voor het orgel in deze toestand. De OHK wil een machtiging om het een en ander met de fa. Flentrop te regelen. Deze machtiging is echter nog steeds niet ontvangen. De kerkvoogdij stuurt op 22 september een machtiging naar de OHK.
Flentrop meldt op 1 oktober dat de rekening na 15 maanden nog steeds niet is betaald en dat ze niets van de OHK hebben gehoord. Ze verzoeken weer om betaling van de rekening. Ook gaat er een brief van Flentrop naar de OHK. Het antwoord van de OHK aan Flentrop komt op 29 oktober. Men verzoekt Flentrop een compromis te sluiten met de kerk voor het omruilen van de windmotor ondanks het feit dat hij niet meer nieuw is.
In november schrijft Flentrop dat ze de motor willen omruilen indien de kerkvoogdij van Beilen een vergoeding geeft van f 7,50 per gebruikte maand. Een nieuwe ventilator kan in 1 ŕ 2 maanden worden geplaatst.
Op 10 december adviseert de OHK de kerkvoogdij van Beilen om met het voorstel van Flentrop akkoord te gaan. (11, 19)

1959: Op 13 januari verzoekt Flentrop de kerkvoogdij de rekening te betalen, vermeerdert met f 7,50 voor elke maand dat de motor is gebruikt. Daarna kan de motor worden vervangen.
Op 21 maart gaat de kerkvoogdij akkoord en belooft de rekening zo spoedig mogelijk te betalen.
Op 27 april schrijft Flentrop naar de OHK dat Beilen de rekening heeft voldaan.
Op 29 april  bericht van de OHK aan Flentrop dat de kerkvoogdij wil dat Flentrop de orgelmotor omruilt. De f 7,50 per maand zal betaald worden t/m de maand april.
Op 6 oktober een brief van de OHK aan Flentrop dat de orgelmotor nog steeds niet is geplaatst.
Op 15 oktober meldt Flentrop aan de OHK dat de nieuwe windmotor is geplaatst. (11, 19)

1960: Brief d.d. 24 mei van de OHK. Medewerkers van de OHK zijn in Beilen geweest en hebben geconstateerd dat de windmotor is geďnstalleerd. Door de droge zomer hebben de windladen erg geleden en zijn de lekkages toegenomen, waardoor de windmotor nog steeds onvoldoende capaciteit heeft. Het is verstandig zo weinig mogelijk te stemmen, omdat het pijpwerk schade zal oplopen doordat er te weinig wind is.
In juni een schrijven van de OHK en de bouw- en restauratiecommisie van de Hervomde kerk dat vooraf aan werkzaamheden aan orgel of kerk contact moet worden opgenomen met een beide organisaties.
In juli schrijft de OHK dat men heeft vernomen dat er plannen zijn voor een nieuwe kerk. Vermoedelijk is men in de war met de plannen van de gereformeerde kerk in Beilen. (11, 19)

1963: Brief d.d. 6 december van Monumentenzorg dat het orgel op de Voorlopige lijst de nederlandse Monumenten staat van geschiedenis en kunst. Dit als antwoord op een brief van de kerkvoogdij van 29 oktober. Werkzaamheden aan het orgel mogen alleen worden uitgevoerd na toestemming van monumentenzorg. (11, 19)

1964:  In januari stuurt Flentrop naar zijn klanten een brief naar zijn klanten met raadgevingen omtrent de verwarming van de kerk vanwege de strenge winter
Brief d.d. 23 april van de kerkvoogdij aan monumentenzorg. Het orgel vertoont een aantal mankementen en zou gerestaureerd moeten worden. Kan monumentenzorg het orgel inspecteren en wat zijn de mogelijkheden van subsidie?
Op 1 juni vraagt de OHk aan Dr. Oussoren naar aanleiding van een vraag van oud-kerkvoogd Bootsma uit Beilen of een restauratie van het orgel in Beilen subsidiabel is.
Op 25 juli een herinneringsbrief aan monumentenzorg omdat er nog geen antwoord is ontvangen.
Op 26 september antwoordt Dr. Oussoren dat het orgel geen monumentale waarden heeft en dus niet subsidiabel is.
Op 2 oktober een schrijven van de OHK met een uitleg over hun werkwijze en een brief van de OHK met een bijlage van het Ministerie van OKW dat subsidie helaas niet mogelijk is.
Op 4 november vraagt de afdeling monumenten van het provinciaal museum van Assen aan de kerkvoogdij gegevens over het orgel. Ze hebben vernomen dat het rijk de subsidieaanvraag heeft afgewezen.
Op 26 november vraagt de kerkvoogdij aan de OHK om een onderzoek van het orgel ondanks het ontbreken van een subsidie.
Op 28 november een subsidieaanvraag van de kerkvoogdij bij de afdeling monumenten van het provinciaal museum van Assen.
Op 2 december adviseert de afdeling monumenten van het provinciaal museum van Assen om een rapport te laten maken. Bijvoorbeeld door dhr. Edskes.
Op 3 december antwoordt de OHK dat op 8 december Willem Hülsmann langs komt om het orgel te onderzoeken. (11, 19)

1965: Men zet de restauratie van het orgel toch door, want op 12 januari is er een voorlopig advies vanuit de OHK over het orgel. De dispositie wordt vermeld met als opmerking dat de registers Quint (Quikt) en Mixtuur (Mictuur) foutieve registerplaatjes hebben. Er is een trede voor het uitschakelen van de Bourdon 16', Octaaf 4', Quint 3', Octaaf 2', Mixtuur en Trompet. Het orgel verkeerd, vooral voor de windladen in een slechte toestand. Er is veel lekkage en toets- en registermachaniek rammelen door slijtage. De klavierbak lijkt niet origineel te zijn, wat ook geldt voor het wellenbord van het pedaal. Het pijpwerk is in goede staat met wat stembeschadigingen. Het snijwerk aan de zijkant van het orgel is hersteld met triplexhout wat al weer sterk verwormd is. Orgelkas is in goede staat, maar van overdreven afmetingen. De kosten van herstel worden ingeschat op f 35.000,- ŕ 40.000,-. Er wordt gedacht aan Flentrop, omdat deze orgelmaker het orgel al in onderhoud heeft. Het laten uitvoeren door een kleine orgelmaker zou goedkoper kunnen zijn. bv. Fama en Raadgever in Utrecht. Het beste is bij beiden een offerte te vragen. Klaas Bolt of Lambert Erné zouden kunnen optreden als orgeladviseur. Erné beschikt echter over de meeste ervaring.
Op 23 mei stuurt de kerkvoogdij het rapport door aan de afdeling monumenten van het provinciaal museum van Assen. Ook wordt weer geďnformeerd naar subsidie.
Op 26 mei verzoekt de kerkvoogdij Lambert Erné naar Beilen te komen voor overleg.
Op 28 april vraagt de kerkvoogdij aan orgelmaker Ottens uit Roden om een kostenopgave te doen voor een restauratie op basis van het rapport van 12 januari. De directeur van het provinciaal Museum in Assen dhr. G.C. Helbers noemde Ottens als mogelijke restaurateur.
Op 1 mei gaat er een brief van de kerkvoogdij naar potentiële deelnemers voor een commissie die moet zorgen voor het aantrekken van gelden voor de restauratie van het orgel.
Ottes antwoord op 5 mei dat hij graag op 14 mei langs wil komen om het orgel te inspecteren.
Op 15 mei komt Ottes met een offerte van f 17.159,80. Hiervoor worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd:
-vernieuwing van klavier, pedaal, bank en lessenaar
-vernieuwing van de gehele mechaniek
-restauratie windladen: nieuwe sponsels, pukpeten en slepen voorzien van vereende sleepconstructie
-registermechaniek invoeren
-algehele reiniging
-restauratie pijpwerk: stemranden repareren, kernsteken verwijderen,expressions verwijderen, etc.
-conducten repareren
-bevestigingssteuen Trompet 8' vernieuwen
-restauratie snijwerk
-herintonatie
Op 26 mei stuurt de kerkvoogdij een brief naar Lambert Erné voor een overleg omtrent de restauratie van het orgel.
Op 7 juni antwoordt Erné dat hij pas na 15 juli kan komen, vanwege verblijf in het buitenland. Kerkvoogdij stelt voor deze bijeenkomst te houden op 16 of 19 juli.
Op 16 juni schrijft de kerkvoogdij aan Erné dat hij welkom is op 16 juli of 19 juli
Op 3 juli vraagt de kerkvoogdij aan de Generale financiële raad der Nederlands Hervormde kerk of zij subsidie kunnen geven. De aanvraag van een rijkssubsidie is afgewezen. De geschatte restauratiekosten bedragen f 35.000,- tot f 40.000,-(17)
Op 9 juli een schrijven van de Generale financiële raad der Nederlands Hervormde kerk als antwoord van een brief van de kerkvoogdij d.d. 3 juli. Subsidies kunnen pas worden verleend na een onderzoek van de financiële draagkracht van de gemeente. (17)
Op 23 augustus doet Lambert Erné  verslagvan het gesprek dat hij had met de secretaris dhr. Brouwer en de predikant. Hij stelt voor een restauratierapport te laten maken op basis waarvan een offerte door een orgelmaker kan worden gemaakt. Ook zou een offerte kunnen worden aangevraagd voor een kleiner maar nieuw orgel om te onderzoeken of dat goedkoper is. De offerte voor een nieuw orgel zou kumnnen worden gevraagd  bij Flentrop, Fama en Raadgever, Vierdag. Ook dient bij Monumentenzorg te worden geďnformeerd of toestemming nodig is voor een restauratie. Is dit het geval, dan kan ook subsidie worden aangevraagd. Ook kan een subsidie worden aangevraagd bij gemeente en provincie. Een evt. nieuw orgel zou kunnen worden opgesteld in de huidige orgelkas. Erné vraag een machtiging van de kerkvoogdij om het advieswerk te kunnen starten. Deze machtiging volgt op 27 augustus.
Op 1 oktober gaat er een brief naar de gemeenteleden om te vragen voor bijdragen voor de restauartie. Er moet in totaal f 50.000,- bijeen worden gebracht. Eerst dient een startkapitaal te worden beriekt om met de restauratie te kunnen beginnen. Er zijn al bijdragen van f 100,- en f 500,- otegezegd. Zelf een veulen werd aangeboden.
Op 30 oktober een brief van de kerkvoogdij aan Erné met bijlage van brieven met betrekking tot subsidei van 6 december 1963 aan de Rijksdienst van Monumentenzorg en een brief aan aan het ministerie van OKW d.d. 4 november 1964.
In december een brief van monumentenzorg dat kerk en vaste invenaties onder de monumentenwet vallen. Van het torenuurwerk wordt gezegd dat dit niet onder de monumentenwet valt. Bij het orgels weet men het nog niet.  (11, 19)

1966: Op 25 juni vraagt de kerkvoogdij aan Erné om wat meer haast te maken met zijn werkzaamheden. De bespeelbaarheid van het orgel neemt steeds verder af.
Op 29 juni antwoord van Erné op de informatie die hij kreeg uit Beilen. Graag wil hij de bronnen weten van het historische overzicht van het orgel. Deze bronnen zijn van groot belang bij het verlenen van subsidie.
Op 6 juli krijgt Erné de brieven toegestuurd uit de jaren '50 toen historisch onderzoek is gedaan door de OHK van toen.
Op 19 juli schrijft Erné dat hij op 21 juli de kerk wil bezoeken om het orgel te inspecteren. (11, 19)




Nieuwsblad voor Beilen vrijdag 9 september 1966 - Dit bericht suggereert dat er een nieuw orgel moest komen.

Op 30 september schrijft de oud-predikant A. Van Es een brief voor het kerkblad 'Hervormd Beilen'. Hij is al bijna 10 jaar weg uit Beilen, maar volgt de ontwikkelingen rond het orgel via het kerkblad. Hij wenst de gemeente veel succes bij de acties en maakt f 10,- over.

Nieuwsblad voor Beilen 14 oktober 1966, 28 oktober 1966, 4 november 1966. Berichtgeving over allerlei akties om geld in te zamelen voor het orgel.


Op 1 november vraagt Erné aan Flentrop en Mense Ruiter om een prijsopgave voor de restauratie van het orgel of de nieuwbouw van een 1-klaviersorgel. In de brief vermeld dat het orgel is gebouwd door Van Oeckelen in 1820. Het orgel zou vroeger kamertoon gehad hebben. Pijpwerk is afgesneden en van expressions voorzien. Bij de restauratie moet een aparte post worden opgenomen voor het verlengen van het pijpwerk voor herstel kamertoon. De windladen hebben door- en bijspraak.
Het 2e gedeelte beschrijft het nieuw te bouwen orgel in de bestaande orgelkas. Overwogen wordt een nieuw klavier en pedaal voor een betere speelmechaniek. Voorgesteld wordt de volgende dispositie:
Prestant 8'
Roerfluit 8'
Octaaf 4'
Spitsfluit 4'
Octaaf 2'
Mixtuur IV-VI bas/discant
Bourdon 16' bas/discant met transmissie voor het pedaal voor C-f'
Er dient een pedaalkoppeling te worden aangebracht. De windmotor kan worden hergebruikt en is van recente datum (11, 19)

Op 5 november stuurt Erné onderstaande informatie naar de kerkvoogdij

  1. Offerte van Flentrop d.d. 3 november. De restauratie wordt ingschat op f 17.900,- met een post onvoorzien van f 3.000,- Het verlengen van het pijpwerk wordt ingeschat op f. 5.000,-
    De bouw van een nieuw orgel in de bestaande orgelkas zal een inwendige orgelkas moeten hebben, omdat de bestaande orgelkas veel te groot is voor de gevraagde dispositie. Dit nieuwe orgel kan men leveren voor f 39.700,-
  2. Offerte van Mense Ruiter d.d. 4 november. Zij schatten de restauratie op f 30.250,- met de volgende stelposten:
     - Ingrijpender herstel balgen f 2.500,-
     - Herstel pijpvoeten wegens tinperst f 2.000,-
     - Wijziging toonhoogte f 2.500,-
    Een nieuw orgel in de bestaande kas kunnen zij leveren voor f 34.000,-
  3. Beschrijving orgel en orgelgeschiedenis. De geschiedenis bevalt tal van zaken, die later niet correct bleken te zijn. De bouwer van het orgel dat oorspronkelijk in Beilen werd geplaatst was zo goed als zeker Timpe. De genoemde brand vond plaats in 1820 toen het orgel nog niet in Beilen stond. Verder wordt nauwkeurig beschreven welke gebreken het orgel op dat moment heeft.
    Gebreken:
     -Windladen: door- en bijspraak
     -Mechanieken: Slijtage draaipunten toets- en registermechaniek. Vernieuwde fabrieksmatige winkelhakenbalk
     -Pijpwerk: Sommige versuikerde pijpvoeten. Stembeschadigingen
     -Windvoorziening: in tamelijk goede staat
     -orgelkas: tamelijk goede staat
     -klavier: uitgesleten
  4. Blijkbaar op verzoek van de kerkvoogdij van Beilen heeft Erné in november een bezoek gebracht aan de jonge orgelmaker Ottes te Roden. Een verslag daarvan stuurt hij naar Beilen. Hij constateert dat het niveau op dat moment dusdanig is dat hij deze orgelmaker niet kan aanbevelen.
  5. Conceptbrief voor een subsidieaanvraag
  6. Advies  offertes. Het prijsverschil tussen Flentrop en Mense Ruiter is f 5.000,- in het voordeel van Flentrop. Ondank de 2x zo lange levertijd adviseert hij toch Flentrop. Hij vraagt de Kerkvoogdij om een machting om met Flentrop in zee te gaan. Nieuwbouw wordt afgeraden omdat het historisch onjuist is (11, 19)

Op 3 november maakt de orgelcommissie een overzicht van de stand van zaken omtrent de geldinzamelacties. Ruim f 20.000,- is nu bijeengebracht via het verkopen van oliebollen,een verloting, giften via lijsten en een bazar.
Op 10 november dankt de kerkvoogdij oud-predikant A. van Es voor zijn meeleven met de restauratie. Er is nu 9nmiddels een startkapitaal van f 31.000,- bij elkaar gebracht.
Op 25 november gaat de Orgelcommissie  akkoord met het voorstel om het orgel te laten restaureren door Flentrop. (11, 19)

Briefje kerkvoogdij Beilen naar Lambert Erné op 28 november 1966

Op 14 december vraagt de kerkvoogdij Lambert Erné om toezending van enige beloofde stukken, zodat ze in hun vergadering 20 december een definitief besluit kunnen nemen over de restauratie. (11, 19)

1967: In februari stuurt Erné de papieren voor een subsidieaanvraag. Hij raadt de kerkvoogdij aan een extra post op te nemen voor schilderwerk en vergulding van f 5.000,- De kerkvoogdij is namelijk niet tevreden over de huidige kleur. De rayon-rijksarchitect dient hier echter wel mee in te stemmen. Erné brengt ook zijn kosten van f 600,- in rekening. Gezien de tijdsinvestering zou dit eigenlijk hoger moeten zijn, maar hij handhaaft het bedrag.
Op 24 februari verstuurt de kerkvoogdij de subsidieaanvraag naar het Ministerie van CRM. Men denkt f 42.000,- nodig te hebben voor de restauratie. Dezelfde brief gaat naar de provincie.
Op 25 februari wordt Erné door de kerkvoogdij officieel aangesteld als orgeladviseur. In de brief het verzoek of de levertijd terug gebracht zou kunnen worden van 4 jaar naar 2 jaar.
Op 25 februari schrijft de kerkvoogdij aan de afdeling monumenten van het provinciaal museum van Drenthe dat orgelmaker Ottes niet in aanmerking komt voor de restauratie. Dhr. Erné heeft over hem een negatief advies uitgebracht.
Op 1 maart geeft Erné  opdracht voor de restauratie aan Flentrop. Hij maakt daarbij een voorbehoud voor de subsidieverlening.
Op 10 maart wordt de opdracht door Flentrop bevestigd. De orgelmaker kan nog geen definitieve toezegging doen omtrent de levertijd, maar hoopt de werkzaamheden in de 2e helft van 1969 uit te kunnen voeren.
Op 14 maart stuurt de directeur van het provinciaal museum een briefkaart naar de kerkvoogdij. Erné zou geen orgeladviseur meer zijn voor de Hervomde kerk en heeft geen overleg gepleegd met orgelmaker Ottes over het orgel in Beilen.
Op 23 maart antwoordt de kerkvoogdij aan het provinciaal museum. Erné is orgeladviseur bij de OHK. Dhr. Erné heeft een rapport uitgebracht over dhr Ottes en toen uiteraard niet gesproken over het orgel in Beilen. De OHK wordt op de hoogte gesteld van deze brief.
Op 29 maart schrijft de OHK aan de directeur van het Provinciaal museum dhr. Helbers dat Erné orgeladviseur is voor de OHK.
Op 10 mei schrijft de OHK dat de 2% die de OHK in rekening brengt voor advieswerk onder de subsidieverlening valt. (11, 19)

1968: Op 12 januari wordt door het rijk een subsidie toegekend van 20% tot een maximum van f 8.440,- Het bedrag wordt in 1970 uitgekeerd.
Op 6 februari een biref van het provinciebestuur van Drenthe. Ze stellen 15% subsidie in het vooruitzicht. Provinciale Staten van Drenthe zal hierover in mei beslissen.
Op 13 februari geeft de OHK aan de kerkvoogdijen de nieuwe regels door met betrekking tot de te verlenen subsidies.
Op 15 februari wordt een brief naar de gemeente Beilen verstuurd voor een subsidie. Daarin wordt genoemd dat er al een toezegging van het rijk is voor 20%.
Op 17 februari stuurt de kerkvoogdij een brief naar het college van toezicht voor de Hervormde kerk in Drenthe waarin de stand van zaken rond de restaurtie wordt toegelicht.
De toezeggingsbrief van het rijk voor 20% wordt doorgestuurd naar Lambert Erné. Ook wordt gemeld dat er een brief naar de gemeente onderweg is. Men informeert wanneer Flentrop met het werk gaat beginnen.
Erné antwoordt op 21 februari dat hij verheugd is over de toezegging. Flentrop wil graag een defintieve opdracht zodat zij het werk in 1969 kunnen uitvoeren.
Na telefonisch contact met de kerkvoogdij meldt de orgelmaker W. Eppinga uit Britswerd op 20 februari dat hij graag bereid is het orgel te restaureren omdat het op dit moment onbruikbaar is. De restauratie kan binnen 2 weken beginnen en zal 3-4 maanden duren. Tussentijds zal gratis een electrisch orgel worden opgesteld. Eppinga biedt aan het orgel voor f 15.100,- te restaureren. Voor zijn offerte hanteert Eppinga een getypt formulier met geschreven aantekningen. Onderaan noteert hij het volgende: Een prachtig instrument, doch deerlijk verwaarloosd. Doch krankzinnig om hier f 40.000 voor te betalen. Voor dat geld kan ik en anderen er een compleet nieuw instrument leveren van ą gelijke grootte'. Eppinga krijgt op 23 maart een brief van de kerkvoogdij dat ze niet op zijn voorstel ingaan.
Op 7 maart geeft de kerkvoogdij de definitieve machtiging aan Erné voor de opdracht aan Flentrop. Het orgel wordt steeds slechter bespeelbaar. Is er misschien noodoplossing mogelijk zonder al te veel kosten? Op 12 maart bedankt Erné voor de definitieve opdracht, maar ziet geen mogelijkheden om het aangemelde probleem via een noodoplossing te laten verhelpen. Ook op 12 maart verleend Erné aan Flentrop de definitieve opdracht.
Op 14 maart verleent het provinciaal college van toezicht voor de Hervormde kerk van Drenthe toestemming voor de restauratie.
Op 21 maart accepteert Flentrop de opdracht en brengt eerste termijn in rekening. Op 23 apil dankt Flentrop voor de betaling van de 1e termijn.
Op 22 maart stuurt de kerkvoogdij een subsidieaanvraag naar de gemeente Beilen.
Op 23 maart gaat er een brief naar Monumentenzorg met daarbij een getekende verklaring van de kerkvoogden dat ze akkoord gaan met de voorwaarden van de subsidieverlening.
Op 6 mei meldt de kerkvoogdij dat de provincie 15% heeft toegezegd en de gemeente 20%. Men vraagt naar het adres van het Prins Bernard Fonds om ook daar een subsidie aan te vragen.
Dit wordt besloten door de provincie in de vergadering van Vergadering op 17 april 1968 (14)
Op 25 juni komt de brief van het provinciebestuur van Drenthe dat tot een subsidie van 15% is besloten.
Op 23 september meldt Flentrop aan Erné dat ze op maandag 30 september het orgel willen demonteren en overbengen naar de werkplaats. Flentrop plant ook een bespreking tussen Erné, Flentrop en de Rijksorgeladviseur om de restauratie verder te detailleren.
Op 3 oktober volgt een specificatie van Flentrop aan Erné van alle uit te voeren werkzaamheden. In dit document worden de restauratie werkzaamheden zeer uitvoerig beschreven. Aan het orgel wordt weinig gewijzigd. Het meeste dient te gebeuren aan de windladen, die zijn doorgebogen, waardoor ze volledig gedemonteerd moeten worden en gevlakt. Ook wordt een hechthouten dekplaat aangebracht. De onderslepen worden dunner gemaakt, waardoor een masonite bovensleep kan worden opgemonteerd en de sleepconstructie van Flentrop kan worden toegepast. Stokken en roosters blijven ongewijzigd. Volgens Flentrop is de toonhoogte niet gewijzigd. Dit is te zien aan de expressions die zeer consciëntieus zijn aangebracht en regelmatig zijn aangebracht. Ook zijn de gedekte pijpen voorzien van krantenpapier uit 1863. Dit is de sterkste aanwijzing dat de toonhoogte niet is veranderd.
Op 4 oktober een telefoonnotitie van de kerkvoogdij met Steketee van Flentrop.
-Flentrop vervangt verwormde delen van de orgelkas
-Schilderwerk valt buiten de offerte
-Electrische schakeling en windmotor komen tegen de achtermuur
-De offerte is exclusief verblijfkosten. Reiskosten zijn inbegrepen.
Op 10 oktober schrijft J.A. Steketee van Flentrop Dat voor het montagewerk in Beilen alleen reiskosten in rekening worden gebracht, omdat de werkzaamheden worden verricht vanuit de werkplaats in Zwolle. De intonatie zal gebeuren door werknemers uit Zaandam, waarvoor logies in Beilen geregeld moet worden.
Op 12 oktober stuurt de kerkvoogdij de gele kwartaalopgaven van het ministerie van CRM naar Erné. Ook wordt de toezegging vermeld van de subsidies door gemeente en provincie.
Op 14 oktober stuurt de gemeente Beilen een brief dat de subsidie van 20% is toegekend.
Op 29 oktober een rekening van Elektrohuis Knol uit Beilen voor aanbrengen elektra bij het orgel van f 211,91
Op 2 november komt er een rekening van de OHK van f 89,50 voor een deel van de kosten van het advieswerk.
Op 26 november een rekening van Flentrop voor het maken van de onderstukken voor de frontpijpen (f 1.350,-) en het aanbrengen van bladgoud voor de labia van de frontpijpen (f 1.160,-)
Op 30 november bedankt de kerkvoogdij voor het toekennen van de subsidie en vraagt of een voorschot op de subsidie omdat er al rekeningen zijn betaald.
In november een rekening voor f 9,21 van bouwbedrijf H.E. Stevens uit Beilen voor het leveren van hout.
Op 23 december ontvangt Erné een brief van Corneille Jansen, directeur van het Drents museum en Monumentenzorg Drenthe, omtrent het schilderwerk aan het orgel. Hij verzoekt de kerkvoogdij contact op te nemen met Corneille Jansen omtrent de uitvoering van het schilderwerk.
Eind december 2 rekeningen aan de kerkvoogdij voor het verblijf van 2 orgelmakers voor 3 dagen in Beilen en 132 koppen koffie.
Erné stuurt op 24 december een rekening van f 589,10 voor zijn advieswerk op basis van de offerte van Flentrop. Hij stelt ook vast dat het eindbedrag van de door monumentenzorg goedgekeurde begroting niet zal worden overschreden.
Het schilderwerk van het orgel wordt in december gegund aan Manak en Zoon uit Assen voor het bedrag van f 4.180,- Het werk dient in overleg met de directie van ht Drents museum te worden uitgevoerd.
Op 30 december een rekening van Flentrop voor de tot dan toe uitgevoerde werkzaamheden van f 21.771,62 Ook wordt gespecificeerd welke kosten nog in 1969 zijn te verwachten.
Op 30 december schrijft de kerkvoogdij aan Flentrop dat ze akkoord gaan met heen en weer reizen tussen Zwolle en Beilen voor de monteurs. De schilder Manek en Zoon begint op 2 januaro met het schilderwerk.
Op 31 december een overzicht van de kerkvoogdij voor Erné van alle tot nu toe betaalde kosten voor de restauratie excl. de laatste rekening van Flentrop. (11, 19)

1969: Brief 6/1 van Erné aan Flentrop, waarin hij vraagt om een overzicht van de tot nu in rekening gebrachte kosten. Het bladgoud op de labia kan nu ook worden aangebracht omdat het schilderwerk is afgerond.
Op 16 januari ontdekt Flentrop dat op de rekening van 30 december 1968 de eerste termijn van f 5.970,-, die al betaald is, niet in mindering is gebracht. De rekening wordt daarom aangepast.
Op 8 maart stuurt de kerkvoogdij aan het Bedrijfschap Schildersbedrijf formulieren voor het verkijgen van een subsidie.
De kerkvoogdij stuurt op 19 maart een uitnodiging aan de OHK voor de ingebruikname van het orgel op 2 april 19:30 uur met een korte zangdienst. Na de dienst een kopje koffie in het Wilhelminagebouw en gelegenheid voor een toespraak.
Op 18 maart meldt de kerkvoogdij aan het provinciebestuur dat de restauratie bijna is voltooid. is het mogelijk een voorschot op de subsidie te ontvangen?
Op 21 maart dankt de OHK voor de uitnodiging maar zien geen kans het bij te wonen.
In maart rekeningen voor geleverde koffie voor de orgelmakers (f 58,20), kostgeld stemmers Bos en De Ruiter (f 286,-) en nog een keer 108xkoffie (32,40).
In maart een rekening van Elektrohuis H. Knol voor elektra bij het orgel van f 139,29 Schildersbedrijf Manak & Zoon factureert het schilderswerk. Het aanbrengen van houtimitatie en vergulde wordt gespecificeerd.
In maart krijgen de leden van de orgelcommissie een uitnodiging om aanwezig te zijn bij de ingebruikname op 2 april om 07:50 nm met een korte zangdienst. Betrokken instanties en Lambert Erné  worden ook uitgenodigd. Zie ook de lijst met uitgenodigden.
Het orgel werd op 2 april in gebruik genomen met een zangdienst, waarbij Lambert Erné het orgel bespeelde en tussen de gezangen literatuur speelde. Zie orde van dienst van de ingebruikname.
Op 10 april volgt de eindafrekening door Flentrop van f 5.287,09 Op de bijbehorende brief een discussie tussen Erné en Flentrop welke informatie nu wel en niet op een orgelfotokaart zou moeten staan. Ui de rekening blijkt ook dat er een nieuwe windmotor is geplaatst.
Op 21 mei meldt Flentrop dat de rekening van eind december 1968 is betaald, maar dat de eindafrekening nog open staat.
Op 26 mei een brief van Erné aan de kerkvoogdij met een overzicht van de stand van zaken rond de informatie voor het ministerie van CRM en de basis voor zijn eigen honorarium.
Het eindrapport van Erné en zijn eindafrekening (f 1.177,87) dateren ook van 26 mei. Hij is zeer tevreden met het eindresultaat en noemt speciaal het herstel van de oude windvoorziening, die nu ook weer getreden kan worden. Hij ziet deze windvoorziening als een overgang tussen de spaanbalgen en de magazijnbalgen.
Op 30 mei bericht de OHK dat het rapport van Erné ontvangen is en dat dhr. W. Hülsmann graag op 3 juni langs wil komen voor het eindrapport van de OHK.
Op 17 juni het eindrapport door W. Hülsmann van de OHK. Hij is zeer tevreden over het eindresultaat en schat de verzekeringswaarde van het orgel nu op f 80.000,- Enkele kleine mankementen worden aan Flentrop gemeld.
Op 10 juli stuurt de kerkvoogdij een brief aan assuradeur Kuik dat de verzekeringswaarde van het orgel moet worden verhoogd tot f 80.000,-
Op 11 juli stuurt de kerkvoogdij een overzicht van de gamaakte kosten naar Erné. Gevraagd wordt of de kosten van de receptie bij de ingebruikname ook voor subsidie in aanmerking komen.
Eind augustus schrijft de kerkvoogdij aan Erné dat ze nu de laatste rekening van f 121,70 van de HK binnen hebben. (11, 19)


Foto: Geert Jan Pottjewijd Klik op de afbeelding voor een vergroting


Foto: Geert Jan Pottjewijd Klik op de afbeelding voor een vergroting

1970: Op 10 januari schrijft Erné dat de eindafrekening van de OHK niet overeen komt met de informatie die hij heeft ontvangen van de kerk, waardoor hij nog niet alles voor rijksdienst voor monumentenzorg kan invullen. De kerkvoogdij dient contact op te nemen met de dienst voor de ontbrekende informatie.
Op 16 januari meldt de OHK dat er inderdaad een fout gemaakt en stuurt de correcte gegevens.
Op 5 februari maakt de secretaris van de kerkvoogdij voor Erné een overzicht van de nota's die betrekking hebben op de orgelrestauratie. Alle nota's zijn nu betaald. De provincie heeft al een voorschot betaald van f 5.000,- en de gemeente Beilen van f 7.000,- (11, 19)

1971: Op 16 november stuurt de OHK informatie omtrent de eindafrekening. De kosten van de recptie na de ingebruikname komen niet voor subsidiering in aanmerking.
Op 29 november stuurt de kerkvoogdij de geldelijke verantwoording naar het Ministerie van CRM, het Provinciaal Bestuur en de gemeente Beilen. De inzending werd vertraagd door het overlijden van de orgeladviseur Erne.
Op 22 december schrijft de gemeente Beilen dat f 12,84 zal worden overgemaakt, zijnde het restant van het te subsidieren bedrag na het betalen van het voorschot van f 7.000,- (19)

1972: Op 2 juni volgt de eindafrekening van het ministerie van CRM. De kosten van het historisch onderzoek van f 600,-  zijn niet subsidiabel. Het voorschot van f 7.038,- is daardoor te hoog. Graag een bedrag van f 145,- terug storten.
Op 14 augustus de eindafreking met de provincie Drenthe. Hier resteert nog een uitbetaling van f 169,63 (19)

2010: Stef Tuinstra maakt in mei een restauratieplan. Dit plan wordt niet uitgevoerd.

2011: Groot onderhoud door Kaat & Tijhuis te Kampen met de meest noodzakelijke werkzaamheden. Er werd ook een restauratieplan gemaakt dat echter niet is uitgevoerd

2012: Wim Boer ontdekt op de achterkant van het knieschot van de klaviatuur een met potlood getekende plattegrond van de binnenstad van Groningen.
Het is lastig te achterhalen van wanneer deze plattegrond dateert en wie hem heeft getekend. Het moet na 1887 zijn omdat het Academisch Ziekenhuis aan de Oostersingel er al op staat.

Beschrijving: De geschiedenis van het orgel te Beilen is door ontbrekende archiefstukken moeilijk te doorgronden. Al het pijpwerk stamt zeer waarschijnlijk uit 1862, toen het orgel door van Oeckelen werd omgebouwd en werd uitgebreid met twee pijpvelden ter rechter- en linkerzijde van de orgelkas. Wanneer deze uitbreiding precies is uitgevoerd is niet zeker. Dit kan zowel in 1840 als in 1862 zijn gedaan. De uitbreiding is binnenin de orgelkas nog goed te zien door naar beneden uitstekende houtdelen van de oorspronkelijke kas. In Harlingen breidde Van Oeckelen een van Gruisen orgel op een soortgelijke manier uit. Ook zijn er berichten die er op wijzen dat het orgel ooit een vrij pedaal zou hebben bezeten, maar dit kan nergens worden aangetoond.

Dispositie:

Manuaal Al het pijpwerk stamt zeer waarschijnlijk uit 1862
Prestant 8'  
Prestant 16' discant Vanaf e
Bourdon 16'  
Viola da Gamba 8'  
Holpijp 8'  
Octaaf 4'  
Nachthoorn 4'  
Quint 2 2/3'  
Octaaf 2'  
Mixtuur III-IV-V b/d Samenstelling:
C: 2, 1 1/3, 1
f: 4, 2 2/3, 2, 1 1/3
f': 8, 5 1/3, 4 2 2/3, 2
Trompet 8' b/d Metalen stevels en koppen

Pedaal

 
C - d'  
Trede voor Forte and Piano De quint, octaaf 4' en 2', mixtuur en trompet kunnen door middel van deze trede in 1 keer worden uitgeschakeld. De trede moet daarbij constant ingedrukt worden gehouden

2013: Begin oktober ontving de kerk een bericht van het Notariaat Midden-Drenthe dat in een testament van een gemeentelid een schenking was opgenomen voor de Protestantse Gemeente Beilen-Hijken-Hooghalen ter grootte van ca. € 290.000,-.
In het testament is een bepaling opgenomen dat de schenking uitsluitend besteed mag worden aan het orgelfonds. Het College van Kerkrentmeesters heeft deze schenking in grote dank aanvaard. (kerkblad herv. kerk nov 2013)

Deelrestauratie door orgelmaker Henk Heideveld.
De houten pijpen van de Bourdon 16 zijn gerestaureerd. Ze waren verwormd en de lijmnaden lieten los.
Nieuwe pakking en afdichting. Loopplanken aangebracht en winkelbalk gefixeerd.
De windlekkage verholpen via een tijdelijke oplossing. Het leer is zeer slecht en zou eigenlijk vervangen moeten worden. (07)

Foto: Henk Heideveld (07)

2013: De PKN Beilen erft een bedrag van bijna EUR 300.000,= met als oormerk de orgels van de Stefanuskerk en de Pauluskerk.
Zie: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/70587/Erfenis-van-3-ton-voor-kerkorgels-Beilen

2015: Restauratie van het pedaalklavier door orgelmakerij Heideveld.
Het eiken pedaalklavier is sterk versleten. De toetsen worden uitgestukt en opgevuld met oud eiken. Het raamwerk is ooit met de vloer mee geverfd in een bruine kleur (vloer is nu grijs).
De verf wordt verwijderd met afbijtmiddel en daarna in de bijenwas te gezet. (originele toestand)
Het pedaal ligt nu verzonken in de vloer. Jammer genoeg kan dit niet eenvoudig ongedaan worden gemaakt. (Verder onderzoek zou wenselijk zijn)
in het raamwerk van het pedaal worden nieuwe leren bevoeringen aangebracht.
De toetsveren worden gecontroleerd en op juiste spanning gebracht. Daarna wordt het Pedaal opnieuw ingeregeld. (08)

Toestand 2014 voor restauratie

Bij de restauratie kwam er ook een groen-/blauwachtige onderste kleurlaag tevoorschijn.


2017: Volledige restauratie van het orgel gestart in september 2017 door orgelmaker Henk Heideveld, bijgestaan door een groep vrijwilligers.
De voortgang van de restauartie is te volgen op fabook: https://www.facebook.com/restauratieorgelbeilen/
Tijdens de restauratie werden kogelgaten ontdekt in de balg van het orgel.
Zie onderstaand artikel uit het Nederlands Dagblad d.d. 13 oktober 2017


Ook RTVDrenthe besteedde aandacht aan de vondst. Zie http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/126786/Kogelgaten-gevonden-in-kerkorgel-Beilen

De bovenkant van de orgelkas is afgedekt met zink om het orgel te beschermen tegen lekkage. In het zink hebben enekle personen in 1939 hun naam achtergelaten.
Zie onderstaande afbeeldingen. Klik op de afbeelding om te vergroten. Foto's Henk Heideveld.





2021: De werkzaamheden om de kerk geschikt te maken als concertlocatie zijn nu zo ver gevorderd dat orgelmaker Henk Heideveld weer verder kan met de plaatsing van het orgel. Het orgel lag opgeslagen in de consistorie van de kerk.
Helaas is er waterschade ontstaan door het foutief plaatsen van een watermeter door de WMD. Deze waterschade is inmiddels hersteld. Adviseur is Dirk Bakker uit Piershil.
Bij de herplaatsing van de harp op het orgel werd een inschrift ontdekt: "W. Lok 1939". Blijkbaar heeft deze W. Lok Neuhauser geassisteerd bij de werkzaamheden aan het orgel in 1939.


Foto's: Henk Heideveld (13)

Opnamen:

CD VLC1091 Henk Gijzen Jesu meine Freude
Nachspiel fürs volle Werk
Johann Christian Rinck
Michael Gotthardt Fischer

Bronvermelding:
  1. Wikipedia: http://reliwiki.nl/index.php/Beilen,_Prins_Bernhardstraat_12_-_Stefanuskerk
  2. Boek: Het historische orgel in Nederland 1819-1840 blz 223-225
  3. Het Orgel 1967/09 Orgelbouwnieuws
  4. Het Orgel 1969/03 Orgelbouwnieuws
  5. Het Orgel 1969/04 Orgelbouwnieuws
  6. Het Orgel 1969/06 Bij de foto's
  7. E-Mail Henk Heideveld d.d. 19-02-2014
  8. E-Mail van Wim Boer d.d. 4 februari 2015
  9. Boek: Jaap Brouwer - Johan van Meurs Een studie over een pionierend orgeladviseur, Philip Elchers Groningen, 2017
  10. Boek: Lex Gunnik - Repertorium van de orgels gebouwd door Petrus van Oeckelen, orgelmaker te Harendermolen (1990) Blz 154-155
  11. Archief Lambert Erné - Universiteit Utrecht
  12. Archief Jaap Brouwer
  13. E-Mail Henk Heideveld d.d. 24-03-2021
  14. Notulen en bijlagen van de provinciale Staten van Drenthe - Vergadering op 17 april 1968
  15. Victor Timmer: Rooms-katholiek orgelbezit in Groningen en Drenthe in het midden van de 19de eew (II) Hetorgel 2002-02
  16. Manuscript Van der Kleij
  17. Drents Archief: 0314-160 Kerkvoogdij Stukken betreffende de restauraties van de kerk te Beilen 1910-1968
  18. Drents Archief: 0314-94 Notulen van het college van kerkvoogden 1821-1934
  19. Drents Archief: 0314-178 Stukken betreffende de restauratie van het orgel in de kerk te Beilen; 1936-1973
  20. Drents Archief: 0446 Provinciaal College van Toezicht Hervormde Gemeenten 125 Indices op de verbalen; 1821-1863
  21. Boek: Willem Jan Cevaal, Johannes Wilhelmus Timpe (1770-1837) Orgelmaker in Groningen, Utrecht, 1997 blz. 60-53
Onderstaande foto's: Geert Jan Pottjewijd

Schrijver Boek of tijdschrift Omschrijving Lex Gunnink Repertorium van de orgels gebouwd door Petrus van Oeckelen  Blz. 154 t/m 158 W.D. van der Kleij Brief aan G.J. Pottjewijd d.d 18 oktober 1990   KNOV Het orgel 1969/03 Orgelbouwnieuws KNOV Het orgel 1969/04 Orgelbouwnieuws KNOV Het orgel 1969/06 Bij de foto's Lambert Erné Restauratierapport uit 1966  

beilenhk02.jpg (25700 bytes)beilenhk03.jpg (25518 bytes)


 

Restauratie-rapport door Lambert Erné in november 1966

Historisch overzicht van de geschiedenis van het orgel
In de Hervormde kerk van B E I L E N

Alhoewel het orgel van bovengenoemde kerk niet van hoge ouderdom
Is, kon, ondanks veelvuldig speuren het bouwcontract tot op heden
nog niet worden gevonden. Het instrument is namelijk niet voor de
Hervormde Kerk te Beilen gebouwd, doch afkomstig uit een ander gebouw,
alhoewel de vormgeving van de brede orgelkas merkwaardigerwijze als
het ware voor de kerk is geschapen.
Volgens het boekwerk "De Ned. Hervormde Kerk in haar in- en uitwen-
dige staat" van Ds. Van Oosterzee op blz. 249, zou het instrument
afkomstig zijn uit de Broederenkerk te Groningen en in het jaar
1840 in Beilen zijn geplaatst.
Dat met het onderhavige instrument niet een voordien in deze kerk
geplaatst orgel aangeduid zou kunnen zijn, bewijst het in 1840 verschenen
Deel II van "van der Aa's Aardrijkskundig Boek de Nederlanden" op
bladzijde 251, aanvangende op blz. 250 met Beilen (onderaan) "De
Hervormde Kerk te Beilen is een ruim gebouw, van hetwelk men de
tijd der stichting niet met zekerheid weet op te geven, maar het
zeker een der oudste van de provincie Drenthe. Men heeft daar
geen orgel" enz. enz.
Aansluitend op het vorenstaande kan het bericht gezien worden,
Dat M.H. van't Kruijs in 1885 publiceerde op pag. 151 van zijn dis-
positievezameling, waarin vermeldt wordt, dat P. van Oeckelen in
1840 in de R.K. Broederkerk van Groningen een tweeklaviers or-
gel met vrij pedaal van 26 stemmen bouwde.
De datum, voorkomende op de destijds samengestelde Voorlopige Lijst
der Nederlandse Monumenten van geschiedenis en kunst, te weten
1840, is dan ook niet juist. In eerste aanleg dateert het orgel
van vroeger datum.
Een verdwenen opschrift op het orgel luidde: "Dit orgel is door
de heer B. Kerkhoff van Groningen in Oct. 1840 uit de Broerkerk
aldaar afgebroken en hier geplaatst." Kerkhoff was echter niet
de maker van dit orgel, doch verkocht de vrijkomende orgels voor
de R.K. kerk, die na 1820 de beschikking over de
Broerkerk kregen en de z.g. schuilkerken sloten.
De inwijding van dit orgel in Beilen vond plaats op 22 November
1840. Het instrument telde 9 stemmen en een vrij pedaal. Het is
hersteld in 1862 en bezit thans 11 stemmen met een aangehangen
pedaal. Als maker laat zich met vrij grote zekerheid van Oeckelen
noemen. De door de Hervormde Gemeente betaalde som be-
draagt volgens opgave f1523.-. (dienst 1843, overlegd aan College
van Toezicht.) Volgens andere geschiedschrijvers ruim f2000.-.
Aangezien een brand vele archiefstukken in het verleden heeft
verteerd is niet meer nauwkeurig na te gaan, welke werkzaamheden
in of omstreeks 1862 werden uitgevoerd.
Niet kan worden aangenomen, dat het instrument na 20 jaren gebruik
geheel is vernieuwd in bedoelde periode. Er is trouwens sprake
van restauratie en uitbreiding in die periode.
Desondanks vertoont het orgel een totaliteit van een éénklaviers- orgel

uit het midden van de vorige eeuw, van de makelij van van Oeckelen.
Alhoewel de huidige toonhoogte normaal kan worden genoemd zijn ge-
dekte pijpen afgesneden en de stemkrullen van de sprekende frontpijpen

lager gedraaid, waarbij deze tegen de hangers en stiften op
meerdere plaatsen gewrongen zijn.
Expressions zijn in de grotere pijpen gesneden en waarschijnlijk
kleinere pijpen afgesneden.
De windladen zijn verdeeld in C en Cis lade, terwijl onder de C lade
een magazijnbalg ligt, die oorspronkelijk zijn wind toegevoerd kreeg
Via het trappen van twee schepbalgen, welke nog onder de Cis lade
liggen en waarvan de trappers zijn afgezaagd. Voor enige jaren is
Een ventilator aan de magazijnbalg aangesloten, die thans deze balg
van wind voorziet.
De dispositie van het onderhavige orgel is als volgt:

Prestant 8 voet
Prestant 16 voet van klein e
Bourdon 16 voet
Holpijp 8 voet
Fluit 4 voet
Octaaf 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Mixtuur 3-4-5 sterk; bas en diskant
Trompet 8 voet bas en diskant
Viola da Gamba 8 voet

De manuaalomvang is van C groot octaaf t.e.m. g 3 gestreept oc-
taaf. De omvang van het aangehangen pedaal is van C groot t.e.m.
d 1 gestreept octaaf.

De opeenvolging op de windlade is een normale gang van za-
ken afwijkende. De lade heeft namelijk twee kleppenkasten, terwijl
de grote en zachte labiaalstemmen voor op de lade staan en de an-
dere op de achterste helft.
De windtoevoer tot de z.g. sterke stemmen kan door middel van
een klep in het toevoerkanaal naar de achterste helft afgesloten
worden. Ter bediening van deze klep is een trede aangebracht.
De opeenvolging is dan aldus:

Prestant 8 voet
Prestant 8 v16 voet vanaf klein e
Viola di Gamba 8 voet
Holpijp 8 voet
Fluit 4 voet
Bourdon 16 voet

Op tweede helft:

Octaaf 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Mixtuur 3-4-5 sterk
Trompet 8 voet

Het geheel is zeer ruim opgesteld in de orgelkas.
De huidige toestand van het orgel vertoont de volgende gebreken:

Windladen: Vrij sterke door- en bijspraak
Mechanieken: Rammelen in de draaipunten, zowel van toets- als van registertractuur. Een winkelhaakregel boven het klavier is vernieuwd en fabriekmatige winkels zijn aangebracht. Van vrij recente datum. Tractuur loopt scheef door onjuiste indeling van de draaipunten.
Windvoorziening: Als voren reeds omschreven. Herstel aansluiting balgen mogelijk voor eventuele storing van toevoer stroom op motor. Tamelijk goede staat wel lekkage aanwezig.
Pijpwerk: Deels door versuikering aangetaste pijpvoeten. Welke in vroeger perioden in lak zijn gedompeld. Hier en daar gescheurde en geknepen pijpranden, tengevolge van stemmen met lekke windladen. Toonhoogten en expressions als boven omschreven. Tongwerk trompet 8 voet heeft vee beschadigingen opgelopen in bekers en bij stemkrukken. Dit tongwerk spreekt slecht aan en is thans niet bruikbaar. In het algemeen voor de bouwperiode weinig kernsteken.
Orgelkas en houtwerk: Hang en sluitwerk van luiken in tamelijk goede staat. Houtworm aanwezig in meerdere houten delen en snijwerk ter weerszijden van de orgelkas.
Klavier: Enige stukjes toetsbeleg zijn verdwenen, het middengedeelte van het klavier is uitgesleten.
Restauratieplan:
Windladen: Geheel uit elkaar nemen, schoonmaken , richten en ev. Bijschaven. Opnieuw verlijmen en slepen voorzien van z.g. moderne sleepconstructie, ter voorkoming van door- en bijspraak. Ventielen ev. Opnieuw beleren, pulpeten vervangen, ev. door schijven.
Mechanieken: Uit elkaar nemen. De oorspronkelijke delen schoonmaken, roestwerend behandelen wat de metalen delen betreft, draaipunten opzuiveren, rammelvrij maken en namaakregel boven klavier vervangen door bij het werk passende nieuwe met idem winkelhaken. Eventueel onbetrouwbaar geworden draadwerk vernieuwen.
Pijpwerk: Schoonmaken, opronden en solderen waar noodzakelijk is. Indien na overleg met Rijksadviseur na demontage en verder onderzoek besloten wordt, voorzover dit noodzakelijk mocht blijken een lagere stemming door verlenging van pijpen te herkrijgen, expressions dicht solderen, kleinere pijpen verlengen en stemkrullen hoger stellen. Het tongwerk geheel herstellen. Het geheel bezien op te vervangen voeteinden i.v.m. versuikering daarvan.
Windvoorziening: Balgen herstellen een aansluiting van schepbalgen op magazijnbalg geheel bruikbaar maken. Trapinstallatie: verlengen van treden, die nu afgezaagd zijn. Motor vrijstaand van de kas achter het orgel met houten kanaal plaatsen.
Orgelkas: Het geheel schoonmaken, hang- en sluitwerk verbeteren en uitgezaagd stuk in onderluik achterzijde aanvullen, noodzakelijk geworden door het verplaatsen van de windmachine. Door houtworm aangetaste onderdelen impregneren daartegen en die delen die een dragende of steunende functie hebben en door houtworm teveel zijn aangetast vervangen.
Conducten: Gedeukte conducten uitdeuken en opnieuw aansluiten.
Klavieren: Klavier van het "werk" uitbleken, uitgesleten delen vervangen (wit ivoor) verdwenen stukjes aanvullen en op dezelfde wijze nagelen als in aanleg is geweest. Bakstukken en muziekbak nazien, ev, opnieuw verlijmen, onhoudbare delen van gelijke makelij vervangen.

Utrecht, 5 november 1966. Adviseur Lambert Erné


Foto (01) Situatie voor de restauratie van 2017-2022


 
Foto: André van Dijk. 06-02-2010 (01)