Assen, Jozefkerk

Informatie over de kerk

Informatie over de orgelconcerten in deze kerk.


Foto oude Hervormde kerk in 1936 (facebook Oud Drenthe in Woord en Beeld) 28-12-2021


Jozefkerk Links: ansichtkaart beschreven in 1933 rechts ansichtkaart na 1940

Discografie

Vóór de hervorming
Uit een proveniersbrief uit 1558 blijkt, dat een zekere Claes Wetsinghe voor tien Emder guldens ‘ene stede ende proevene in onse Cloester’ krijgt, onder voorwaarde, dat hij ‘op dat orgel sal spoelen syn leventlanck’. Deze organist wordt in genoemde brief gewezen op zijn rechten en plichten en moet beloven ‘weder vredelick toe wesen mijt de broeders’. In de kerk was blijkbaar een (draagbaar?) orgel aanwezig .

Fragment: ‘ Wy Anna Ffroma abdisse Else Koenders pryorinne Suaene Baeken keldersche myt den ghemen senioren des cloesters thoe Assen bekennen ende betueghen myt desen openen bezegelden breve voer ons ende onse naekoemelyn- ghe dat wy eendrachtlijke myt goeden wylle unde consent hebben ghegeven ter ere Goedes Claes van Wetsinghe orgaenist ene stede unde proevene in onse cloester op soe daene vorwerden dat Claes voerscreven op dat orgel sal spoelen syn leventlanck soe langhe als hee can ende vermach ende wanneer dat convent belevet ende hee sal ock des conventes proffyt doen waer he can en mach des wyl wy Claes voerscreven weder besorghen syn levent- lanck in kost ende cleren ende waerynghe in syn cranckheit ghelyken de ander proveners hee sal eten mit de broeders ende als he cranck wort sal men hem waeringhe doen in dat broederseeckhuus ghelyk en ander proveners ende ick Claes voerscreven loeve weder vredelick toe wesen mijt de broeders ende mit alle menschen geen derleijge dinck toe berichten daer mij neet an enlecht. Hyr om heft Claes voerscreven den convente voerscreven ghegeven tyn emder gulden ende loevet den convente trouwe toe wesen in allens waer he can ende sal ock goet willich wesen mijt luden oft wat hee doen can. Ick Claes voerscreven love een eerlick leven toe leyden bij verlees myner proeven ende oft ick anders dede dan behoerlick were, soe sal ick wesen onder de vrouwen ende suppriors correccien ende ghehoersamheit ghelijck de ander proveners ende oft ick my ontgenghe in enighen saeken de des conventes ere an muchten gaen ofte mij wolde vanden convent wolde gheven soe sal dese bewissinghe toe nete wezen ende ick sal ock gheen anspraeke hebben an dese tyn emder gulden noch op ghen loen want mij gheen loen gheloevet ys. Ende al myn goet wes ick hebbe ende noch cryghen mach oft wes my ansterven mach reppelick ende onreppelick daer sollen myn vrendennde arffghenaemen gheen anspraeke an hebben myt nije vonden ende ander listicheit want ick de voerscreven goederen den convente ghegeven ende ghegunt hebbe. In oerkunde der waerheit ende meerder bevesten hebben wy Anna Ffroma abdisse voerscreven onse amts zegel beneden an desen breeff ghehangen. Ghegeven inden jaere ons heren dusent vijffhundert ende achtenvyfftich des sondaeghes voer Assencionis domini. ‘. (05)

Klik op de afbeelding voor een vergroting

Na de hervorming
In 1731 waren er plannen om een orgel aan te schaffen. Uit een resolutie van het Landschap blijkt dat een organist aangesteld zou worden met een salaris van 100 Caroli gulden. De naam van de organist was ook al bekend: Anthonius Herborn. (06)
In het archief van de Nederlandse Hervormde kerk te Assen is echter niets te vinden dat er op wijst dat er een orgel werd geplaatst of van de benoeming van een organist.

'1731 De Heeren Stadhouder Drossaard en Gedeputeerden Staten van Landschap Drenthe
Alzo wij uit goede consideratiën hebben nodig gevonden, om in de Kerke tot Assen een orgel te doen stellen en ten dien einde reeds de nodige ordre beraamt, weshalven een bekwaam persoon tot het waarnemen van den dienst op het zelve, wanneer daartoe in volle gereetheit zal zijn gerequireert wordende, de persoon van Anthonius Herborn op een jaarlijks Tractement van Een Hondert Caroli guldens, ordonneerende een jegelijk, denzelven daarvoor te erkennen. Gegeven onder des Landschaps Cachette, gewone paraphure, en signature van onzen secretaris, binnen Assen den 20 April 1731. [w. g. ] C. B. G. Schwartz vt. Ter ordonn. [get. ]Nijsingh".

Het aan te schaffen orgel wordt genoemd in het boek van Thomas Annes Romein "De hervormde predikanten van Drenthe sedert de Hervorming tot in 1861" uit 1861.

Bladzijde 2

Ook in een serie van 3 krantenartikelen (01, 02 en 03) uit november 1922 in de Provinciale Drentsche en Asser courant 18-11-1922 wordt het plan ook gemeld.

1792: Op 10 maart bedankt Jan Sickens de kerkvoogdij voor zijn benoeming als voorzanger en schoolhouder. (82)

Hoewel Assen nog steeds een kleine plaats was met amper 700 inwoners werd het in 1809 door koning Lodewijk Napoleon Assen tot stad verheven.

1817: De kloosterkerk krijgt een driehoekige koorsluiting. (07)
In dat zelfde jaar werden er plannen gemaakt om de kerk van een orgel te voorzien. De predikant ds. G. Benthem Reddingius beijverde zich om inlichtingen in te winnen en er werd een orgelcommissie benoemd.
Op 27 augustus schrijft predikant Benthem Reddingius aan orgelmaker Lohman over of een groot huisorgel in Den Haag geschikt zou zijn voor de kerk in Assen. Hij noemt daarbij de afmetingen van de kerk: 30 voet breed, 28 voet hoogte en 100 voet lengte. Mocht het orgel van Den Haag niet geschikt zijn is dan het orgel van Kantens misschien een alternatief? Als dat al verkocht weet Lohman dan andere orgels die voor een kleine prijs zijn aan te kopen? (87)
Transcriptie van der Kleij: 'Assen den 27 Augustus 1817. Mijn Heer. Ten antwoord op den uwen dient, dat men inderdaad een orgel wenscht en de Commissie wel benoemd is daaromtrent voorlopige schikkingen te maken niet ongezind is, om in het vervolg als het er toe komt van uw werk gebruik te maken. In tusschen wil men om de kosten een oud orgel zien te krijgen en men heeft daartoe een groot huisorgel in het oog hetwelk in den Haag staat, waaromtrent men evenwel twijfelt of het hier wel sterk genoeg is. Hierom verzoek ik UwE. om mij morgen met de vragtwagen te antwoorden op de volgende vragen. 1. Is het orgel, waarvan de beschrijving hiernevens gaat voldoende in een kerk van 90 voet breedte, 28 voet hoogte onder een zolder en 100 voet lengte Rijnl. maat? 2. Zoo ja, zou er dan ook onderscheid in zijn of het aan het einde der kerk geplaatst werd of in het midden in een Nis een weinig voor de muur uitkomende? 3. Zo neen, zou dan het orgel te Kantens ook verkrijgbaar zijn en indien UE zeker weet van ja, voor welke prijs zou dit dan te krijgen wezen en welke registers heeft dat? 4. In dien dat niet mag verkocht worden weet UWE dan ook een ander voldoende orgel voor ons, dat voor een prijsje kan gekregen en met weinig kosten geplaatst kan worden? Om redenen verzoek ik instantelijk morgen antwoord op deze vragen, terwijl ik mij met achting noeme MijnHeer UWE dw. dr. [w. g. } G. Benthem Reddingius'

Op 31 augustus schrijft Benthem Reddingius aan Lohman over een orgel uit Amsterdam dat te koop staat. (87)
Transcriptie Van der Kleij:  "Assen den 31 Augustus 1817. In antwoord op uwe laatsten dient, dat wij UE vriendelijk bedanken voor uwe gegevene informatie dat het orgel te Amsterdam ons zwak in de kerk voorkomt, terwijl mij daarenboven ook nog de aanmerking hebben, dat het niet geblijkt of de clavieren gekoppeld kunnen worden, en of er een Pedaal aanhangt, dat wij evenwel UE adviseren om door uwen vriend te Amsterdam te vernemen of dat orgel ook te koop is en zoo ja of het behoorlijk onderhouden is en nu ook voor een mindere prijs zou kunnen gekocht worden met verzoek tevens, om, zoo hetzelve reeds weg mogt zijn eene soodanige annonce in de Amsterdamse Courant te laten plaatsen, als UE profijt, van het een en ander verwagten wij zoo dra mogelijk berigt terwijl wij het verschoten daarop voor U loopende gaarne zullen voldoen. Waarmede ik mij noeme MijnHeer UWEDw. Dienaar [w. g. ]G. Benthem Reddingius'
Toen bleek dat dit orgel niet geschikt zou zijn voor de ruimte in de kloosterkerk van 100 bij 90 bij 28 voet, verzocht Reddingius hem te berichten of het orgel dat te Amsterdam gesignaleerd was geschikt zou zijn of anders of het orgel te Kantens te verkrijgen was en voor welke prijs of weet u een andere occasion voor ons? (08) .
Op 12 november echter stuurde Reddingius bericht aan Lohman dat men om de kosten afzag van zijn hulp en tekeningen en bestekken werden geretourneerd. (87) (09).
Transcriptie Van der Kleij: Assen den 12 November 1817. Mijn Heer. De Commissie benoemd om zoo mogelijk een plan te maken ter verkrijging van een orgel heeft mij geauthoriseert om UWE nevensgaande teekeningen en bestekken terug te zenden met het berigt, dat er zich voor haar zoo veele zwarigheden opdoen, welke haar verhinderen om UWE plan te accepteeren vooral om der kosten wille, dat zij daar van geheel afziet, UWEd. bedankende voor deszelfs genomen moeite. Ik ben met achting UWE dw . dr. [w. g. ]G. Benthem Reddingius.

Ongedateerd briefje van de Commissie van het Orgelplan uit Assen met daarop bedragen die betrekking hebben op werkzaamheden (bestek, tekeningen, briefport) in 1817 van Lohman voor de planning van een nieuw orgel voor een totaal bedrag van f 33,- (87)
Trannscriptie van der Kleij: 'De commissie Orgelplan vergoed Lohman voor zijn inspanningen om te adviseren voor een nieuw orgel:
'De Commissie van het Orgel Plan te Assen debet aan N:A:Lohman en zoonen te Groningen alles van den 27 Augustus tot den 12 November 1817.
Voor informatie en briefport f 3. -. -
voor dito op Amsterdam 3. -. -
voor Courantgeld te Amsterdam 2. -. -
voor het gebruik van Tekens en Bestekken f 25. -. -.
f 33. -. -.'

In het archief van de familie Oosting (Jan Haak Oosting zat in de orgelcommissie) is brief te vinden van een Hr. Grosman dat zijn moeder niet wenst bij te dragen
'Aan den Heeren benoemd tot den Commissie tot Zegeling van het daarstellen van een orgel in de Kerk te Assen
Geinformeerd zijnde dat men ... zouden zijn, om Zich aan U mijne Heeren, te declareren wegens het al of niet contribueren tot het aanstellen van een gedugt orgel neem ik de vrijheid te verklaren.
Zoo namens mijnen Moeder den weduwe H.A. Goosman als voor den ondergetekende zelve in de daartoe benodigde contributie niet te treden met verzoek van deze last te mogen blijven verschoond
heb ik de eer met gevoelens van ware richting te Zijn.
Mijne Heeren
Uw dienaar
J.G. Grosman'
Van 12 december dateert nog een brief van iemand die ook niet wilde bijdragen aan het orgel.
Van Jan Haak Oosting bleef ook een ongedateerd briefje bewaard met een uiterst slecht handschift en de nauwelijks te lezen.
De eerste zin begint als volgt: 'Om niet tot een orgel te stellen? hebben zich bij mij gemeld:'
Vermoedelijk betreft het dus een opsomming van de personen die niet meededen aan de financiering van het orgel. Ook de naam Grosman is vaag te herkennen. Gezien de soort brieven die bij hem binnen kwam beheerde hij misschien de kas. (94)
Jan Haak Oosting schreef ook een gedicht ter gelegenheid van de inwijding van het orgel in de kerk aan de Brink te Assen; z.j. (1817) (95)




Cornelis van Noorde (1731-1795) (1756)

1818: Op 6 december gaf koning Willem I toestemming tot het plaatsen van een orgel in de Hervormde kerk te Assen. Men mocht daartoe een inschrijving houden onder de gemeenteleden voor de benodigde gelden. Dat men aan de koning toestemming moest vragen had te maken met de oude erfenis van het convent (later Domeinen genoemd). In 1601 was besloten dat de opbrengsten van de kloostergoederen ten dele gebruikt zouden worden "ad pios usus", dat wil zeggen voor "vroom" gebruik. Als het in dat verband om personen ging werden daartoe gerekend predikanten, kosters, schoolmeesters en organisten. Na de Franse tijd kwam deze erfenis aan de staat. Nu werd in dergelijke gevallen beslist door de koning, c. q. de staatsraad, via de gouverneur en de burgemeester. Vandaar dat in het archief van de gemeente Assen stukken voorkomen betreffende het orgel dat van 1818 tot 1819 werd geplaatst  (82) (10) .
In de notulen van B&W komt onder nr. 322 het orgel ter sprake. (93)

Intussen blijkt men echter langs een andere weg tot het plaatsen van een orgel te kunnen komen. De toen nog als orgelmaker onbekende klokkenist te Groningen Petrus van Oeckelen bleek in 1818 een orgel te kunnen leveren dat aan de eisen van de Hervormden te Assen voldeed. Het is een wonderlijke geschiedenis dat men nu de voorkeur geeft aan de nog onbekende Petrus van Oeckelen en voorbij gaat aan de toen gerenommeerde orgelmakers N. A. Lohman en Zonen. Het moge dan ook duidelijk zijn dat Van Oeckelen niet degene is geweest die het orgel vervaardigde. Het meest waarschijnlijk is dat J. W. Timpe, die toen eveneens het orgelmakersvak beoefende te Groningen een orgel beschikbaar had of delen er van en dat Van Oeckelen, die wellicht al eerder bij Timpe in dienst was, het orgel samenstelde en er een register aan toevoegde zodat voor het oog van de wereld in de Hervormde kerk te Assen het opus 1 van P. van Oeckelen ten doop kon worden gehouden. In het tijdschrift Amphion werd de loftrompet op het werk van Van Oeckelen aangeheven zowel door ds. G. Benthem Reddingius, die op 7 mei 1819 de inwijdingspreek over Psalm 34 vers 4 hield, als door zijn Groningse vrienden W. G. Hauff, organist van de Martinikerk en de hoogleraar A. J. Duymaer van Twist. In dit artikel werd hij ten slotte als orgelmaker aangeprezen. Het is sneu voor Van Oeckelen dat pas in 1840, nota bene 21 jaar later, hij als orgelmaker in trek komt (11) .

Het orgel kreeg de volgende dispositie:

1. Prestant 8’
1. Bourdon 16’
3. Holpijp 8’
4. Viola di Gamba 8’
5. Quint 6’
6. Octaaf 4’
7. Roerfluit 4’
8. Superoctaaf 2’
9. Flageolet 1’
10. Mixtuur 3-4 sterk
11. Trompet 8’

Aangehangen pedaal; ventiel; drie blaasbalgen. De eerste jaren werd er geen onderhoud gedaan, waarover geklaagd werd door N. W. Schroeder-Steinmetz namens de orgelcommissie. Uit de gegevens in het gemeente-archief blijkt echter dat Van Oeckelen zich verplicht had "gedurende 5 jaren de gebreken te zijner laste te nemen" (12) . De oude kloosterkerk bleek echter niet zo geschikt te zijn om een zo kostbaar instrument als een orgel te herbergen.
Van 6 december 1818 dateert een overzicht van

1819: Bericht over de ingebruikneming van het instrument uit de "Overijsselsche Courant" van  21-05-1819 (56)




Boekzaal der Geleerde Wereld 1819

In besluit no. 9 in 1819 van B&W van Assen wordt het volgende besloten:
'1 het toestaan van het plaatsen van een orgel in de kerk alhier
 2 Afwijzing om het zelve bij de Domeinen over te nemen
 3 Bewilliging in het verzoek omtrent de Subsidie van f 500,- uit Rijkskas aan een taal- en muziemeester'
In besluit No. 19 wordt er meer geregeld over het aannemen van een taal- en muziekmeester, waarbij er verwezen wordt naar besluit No. 9. (96)
Van 19 januari dateert een zeer uitgebreide beschrijving door de schoolopziener van district I voor de functie van taalmeester in 35 punten.
Op 20 februari wordt een conceptinstructie besproken voor de taalmeester.
Op 21 maart wordt nog f 150,- opgevoerd bij de post onvoorzien voor een taal- en muziekmeester. (97)


Advertentie voor een Taal- en muziekmeester uit de Opregte Haerlemsche Courant van 30 maart 1819" (58)

Op 17 mei schrijft de schoolopziener Reddingius (Hij is ook predikant van de kerk van Assen) dat uit de reacties op de advertentie blijkt dat de combinatie van taalmeester en muziekmeester geen kandidaten oplevert die voor beide functies geschikt zijn. Door de combinatie reageren geschikte kandidaten niet omdat ze een van beide disciplines niet of onvoldonde beheersen. Reddingius wil graag overleg.
Er werd lijst gemaakt van de personen die op de advertentie hebben gereageerd.
De volgende namen stonden op de lijst: De Wilde uit Nijmegen, Ter Wechsel uit Steenwijk, Lofverd uit Groningen, Incrott uit Veendam, Fredericks uit Heerde, Dolsma uit Nieuwveen, Röpcke uit Zwolle, Broedelet uit Utrecht en onderaan Jacob Koning (voorgedragen door ...) (98)
Op 2 augustus doet Reddingius verslag van de examinatie van drie uitgekozen sollicitanten:
- Jozef Maria Inkrott taalmeester te Veendam
- Petrus Lofvers? onderwijzer bij een instituur in Groningen
- Frederik Pulip Röpcke bijzonder onderwijzer der eerste klasseuit Zwolle
Er werd geëxamineerd in Frans, hoogduits, geschiedenis en aardrijkskunde. Niemand kon volledig aan de vereisten voldoen.
Daarna volgende een examinatie in de muziek. Ook hier voldeet geen van de sollicitanten.
Reddingius adviseert om beide te taken te splitsen en apart sollicitanten op te roepen.
Op 13 augustus schrijft Reddingius dat de Gouverneur akkoord gaat met zijn voorstel om de functies van taalmeester en muziekmeester te splitsen.
Op 20 december werd Hendrik Johannes Nassau benoemd tot taalmeester van Assen. (99)

Amphion 2e jaargang 1819 blz 120-122

1820: Volgens bericht No. 314 functioneerde J. van Delden als organist. Hij klaagt dat hij nog geen betaling heeft ontvangen. B&W antwoordt dat ze zich niet kunnen herinneren dat ze hem benoemd hebben en derhalve ook niet kunnen overgaan tot een betaling.

1821

Nieuwe advertentie in de Opregte Haarlemsche Courant van 14 augustus 1821. Er wordt nu alleen naar een organist/muziekmeester gevraagd (63)

In 1821 kwam er een aparte nieuwe sollicitatieronde voor de post van muziekmeester en organist. Dat leverde een aantal kandidaten op, die werden geëxamineerd. Daarvan was J. Walles de beste; daarna dienden zich nog weer andere kandidaten aan en hield men de beslissing open tot in januari de laatste kandidaat was geëxamineerd (G.W. Derx uit Nijmegen !). Niettemin koos men nog steeds Walles als de beste. Die werd benoemd, maar trok dat in toen de Doopsgezinden in Groningen zijn salaris verdubbelden tot dezelfde hoogte als wat hij in Assen zou krijgen (en dan kwamen de eventuele verdiensten als muziekmeester daar nog bij). Logisch, dat hij in Groningen bleef. Uiteindelijk werd daarna Meijboom benoemd, die bij de voorgaande rondes nog helemaal niet in beeld was. (73)
Ongedateerde brief van organist Meijboom met de volgende tekst: 'Aan het college der Heeren Kerkvoogden der hervomde Gemeente te Assen!
Ik ben in de noodzakelijkheid aan de resp. Heeren te berigten, dat niet alleen het orgel ontstemd is, maar dat er behalve, eene toets geheel lam en onbruikbaar is; twee pijpen van de trompet niet spreken en een andere omgebogen is, zoo dat in een ande voorzien moet worden,op dat het orgel weer geheel bruikbaar worde.
Hiermede aan mijn pligt voldaan hebbende, heb ik de eer met alle hoogachting te zijn
der resp Heeren Kerkvoogden!
Uw Dienaar
C Meijboom'  (81)
Op 23 april een brief met afspraken tussen stadsbestuur en kerkvoogdij omtrent de benoeming van een muziekmeester/organist.
Op 1 juni een brief rond de lastige combinatie taalmeester/muziekmeester.

Op 20 juni verwijst de Asser predikant Benthem Reddingius Lohman met zijn klacht door naar de orgelcommisie.
Transcriptie Van der Kleij: Assen den 20 Juny 1821. Mijn Heer! Ik heb lang in beraad gestaan of ik uwen laatsten niet weder onbeantwoord zou laten, daar ik toch niets antwoorden kan, dan ik reeds gedaan heb, dat ik met de geheele zaak niets te doen heb, en ook niets aan doen kan, om u het geld te bezorgen en dat gij u aan de Commissie tot het orgel moet adresseren, welke u dan wel betalen zal het gene u toekomt, maar welke zegt er niets aan te willen doen, zoo lang gij mij en niet haar aanspreekt. Maar daar al dat schrijven ende dreigen mij begint te verveelen, en het mij voorkomt, dat gij wel lust hebt, om in de kosten te vervallen, in op het geregtelijk aanspreken van een verkeerden Persoon loopen, dient tot antwoord, dat ik u invitere om hoe eer hoe liever uwe herhalde bedreiging te vervullen, Uwe vroegere brieven, vooral die van den 29 Augustus 1817 welke voor mij voldoende is zijn wel bewaard. Uw Dienaar
[w. g. ] G. Benthem Reddingius.

Op 6 augustus nodigt de burgermeester van Assen kerkvoogdij en notabelen uit voor een overleg op het gemeentehuis omtrent een muziekmeester. (87)

1822: Op 5 april schrijft organist Meijboom dat het dak boven het orgel lekt en dat er waterschade in het orgel is, waardoor het onbruikbaar wordt.
Van 16 september dateert een brief met een tekst rond de overdracht van het orgel.
Op 1 oktober schrijft de burgermeester van Assen dat Meyboom zijn post als muziekmeester en organist heeft aanvaard.
In de notulen van de kerkvoogdij wordt de prijs (f 3000,00) van het orgel genoemd: (87)

Op 8 oktober schrijft de burgemeester van Assen aan de kerkenraad dat C. Meijboom is benoemd als muziekmeester en organist. (82)
Op 26 november schrijft organist Meyboom in het Duits dat het slot van de toegangsdeur naar het orgel niet goed is. Kan het worden gerepareerd? (87)

1823: Op 6 maart schrijft organist Meyboom dat hij zijn brieven voortaan in het Nederlands zal schrijven.
Van dezelfde dag dateert een brief van Meyboom waarin hij meldt dat lekkage op het dak weer veroorzaakt dat het orgel niet goed meer functioneert. De sleep van de Bourdon is door vochtigheid uitgezet en vastgelopen. Ook spraken enkele pijpen zonder dat de toetsen ingedrukt ware. Ook in de windlade is water gekomen.
Op 6 april wordt in een kerkvoogdijvergadering besloten dat orgelmaker Martin het orgel dient te herstellen.
Op 5 juni schrijft N.A Lohman dat hij in 1817 een bestek en tekeningen voor een nieuw orgel voor Assen heeft gemaakt. De opdracht is echter naar een ander gegaan. Hij vraagt nu om een vergoeding van de gemaakte kosten.
Transcriptie Van der Kleij:
'Aan de WelEdele Heeren Kerkvoogden der hervormde Gemmente te Assen. Groningen den 5 Juny 1823.
WelEdele Heeren!Ik ondergetekende N:A:Lohman Firma N:A:Lohman en zonen. Orgelmaker te Groningen.
Neemt door dezen de vrijheid mij tot UWEd. Heeren te wenden ten einde inlichting te mogen erlangen omtrent volgende onderwerp. In den jare 1817 in Assen het plan zijnde om in de kerk der boven gnoemde Gemeente een orgel te willen hebben, heeft de ondergetekende zich verpligt geacht deszelfs diensten tot het vervaardigen en plaatsen van zoodanig werk aan te bieden, tot welk einde ik mij ten tijde voornoemd bij de WelEerwaarde Heer Prediknt G:Benthem Reddingius geaddresseerd hebbe. Van wien ik vervolgens schriftelijk order hebbe ontvangen tot het doen van informatiën, moeitens, en onkostings ter bekoming van een oud Orgel, waarvan bij mij alle de bewijzen voorhanden zijnde, wijders deze plannen niet doorgegaan zijnde hebbe ik Bestek en Tekening opgemaakt, en in Persoon dezelve mede na Assen genomen, en er mij mede bij de WelEerwaarde Heer Reddingius vervoegd, welke daarop benevens eenige andere Heeren met mij over deze zaak gebesongerd hebben en mij verzogt om genoemde Bestekken en Tekenign te mogen houden ten eide verdere besluiten te nemen, na dat men dan gebruik van deze mijne werkzaamheden had gemaakt en het werk aan een ander is uitbesteed, heeft de WelEerwaarde Heer mij mijne Bestekken en tekening verzeld met een brief dat men deze plannen uit hoofde der kostings niet konde accepteeren door den Heer Reiger alhier weder bezorgd. Regt meenende te hebben om behoorlijk voor mijne moeite betaald te worden, hebbe ik eene zeer billijke Rekening opgemaakt en die aan de WelEerwaarde Heer bezorgt en die vervolgens gedurig herhaald, doch hierop nimmer een voor mij voldoend antwoord hebbende ontvangen dewijl ik immer op eene Commissie wierd verwezen, en daar ik geene andere brieven dan van zijn WelEerwaarde had en uit wiens eerste brieven niet gebleek als zijnde niet in de Commissie of niet geauthoriseerd te zijn, veronderstelde ik dat zijn WelEerwaarde deze zaak beter dan ik konde in orde maken en ben mij daarom hierin altijd gelijk gebleven en de WelEerwaarde Heer gedurig om mijne Penningen aangemaand, eventwel tot nu toe geene betaaling hebbend ontvangen, hebbe ik iemand mijnentwege geauthoriseerd om zoo mogelijk deze zaak in der minne uit den weg te maken en te dien einde na Assen gezonden welke zich in Persoon bij de WelEerwaarde Heer vervoegd en op zijn verzoek ook bij die Heeren welke ten tijde van het inleveren van mijne Betstekken en Tekening bij de weleerwaarde Heer vergaderd waren is gegaan. Nu dan verstaan hebbende, dat het orgel met alles deszelfs op een en dépendenten aan de Heeren Kerkvoogden was overgedragen en het nodig was zich hieraan te addresseren zoo neme ik de vrijheid vriendelijk aan UWEd Heeren Kerkvoogden te verzoeken mij spoedig te willen antwoorden, of UWEd Heeren mij gelegentheid kunnen bezorgen ter bekoming van mijn geld, of een addres aan te wijzen van wien ik hetzelve moet ontvangen, dewijl ik zeer gaarne een einde aan deze onaagenaamheden werde zien. Zende UWEd. Heeren hiernevens Copie der Rekening aan den WelEerwaarde heer Reddingius gezonden. In afwagting van spoedig gunstig berigt hebbe ik de Eer met alle hoogagting te noemen UWEd Heeren Dienstv. Dr. N:A:Lohman enz.'

Van dezelfde datum dateert een brief van H.B. Lohman rond dit onderwerp.
Transcriptie Van der Kleij: 'Aan den WelEdele Heer Den Heer van Oosting te Assen. Groningen den 5 Juny 1823.
WelEdele heer. Heden een brief aan de Heeren Kerkvoogden onder addres van den WelEerwaarde Heer Predikant G. Benthem Reddingius afzendend neme ik de vrijheid UWEd. bij de Haal en lin van mijn Buurman Huurdman, eenige der voornaamste Copiën van vroeger door de WelEerwaarden Heer aan ons afgezondene brieven hier bij in te sluiten, vriendelijk sollisterende om deze zoo het in UWEd Heeren vergadering vereischt mogt worden over te willen leggen:Geene betere gelegentheid wetende dan om dezelven bij deze gelegentheid aan UWEd te addresseeren hope ik dat UWEd mij de vrijheid niet ten kwade zult duiden. Waarmede ik met de meeste hoogachting mij noeme UWEdv Dr. H. B. Lohman. (per order).'

Op 30 september verwijst orgelmaker Lohman naar een aantal brieven geschreven in juni en juli met betrekking tot het orgel voor Assen. Er is echter nooit een antwoord gekomen.
Transcriptie Van der Kleij: 'Groningen, den 30 September 1823. WelEdele Heer! In de maand Junyj:l:aan UWEdele een brief met eenige Copiën van brieven ingesloten hebbnde afgezonden, alsmede een brief(volgens UWEd welmeenende Raadgeving)aan de Heeren Kerkvoogden van Assen onder addres aan den WelEerwaarde Heer G. Benthem Reddingius inhoudende eene opgave van de grond onzer Pretentie wegens gedaane infor-ma-tiën, moeitens, onkostings, enz. ter bekoming van een Orgel voor de Hervormde Kerk te Assen, met vermelding van de hierop betrekkelijk plaats gehad hebbende omstandigheden, verzoekende daarom de Heeren Kerkvoogden voornoemd zoo indien HunEd: alle die zaken hadden overegenomen ons te willen berigten waar en hoedanig wij ons geld konden bekomen. In het vertrouwen dat de WelEerwaarde Heer Predikant deze brief wel aan Heeren Kerkvoogden voorgelegd zoude hebben, is er tot dus verreegter nog geen berigt opgekomen. Zoo nemen wij dan bij dezen gelegentheid de vrijheid UWEd:lastig te vallen om ons met brenger dezes berigt te willen doen toekomen hoedanig het die aangelegentheid gesteld is. Zeer gaarne zagen wij de billijke beloning onzer arbeid nu ook spoedig volgen, zijnde van UWEdele goedgezindheid om deze zaak mede helpen uit den weg te ruimen overtuigd. Wanneer men nu dan genegen zijnde om dadelijk te willen Rekenen zoo kan men zulks met brenger dezes (zijnde H:Lohman)woonachtig te Assen in order maken. Waarna wij in het vertrouwen van Gunstig Rapport ons met de meeste Hoogachting noemen WELedele Heer UWEdv:dienaar N:A:Lohman en Zoonen. (gericht aan de heer Oosting te Assen).'

Transcriptie Van der Kleij:
Fiat restitutie uit de post van onvoorziene uitgaven dienstjaar 1824 met acht guldens. Assen d. 20 Juni 1825. De kerkvoogd. J. Collard. Assen den 9 december 1823.
no 3. Voldaan G. Vos. Na gehouden overweging uwer missive van den 5 juni jl. van de kopijen welke Ued. aan den Heer Oosting hebt ter hand gesteld, en van de informatien welke wij hebben bekomen, is het ons toegeschenen dat Ued. in de jare 1817 getracht heeft om in het voorgenomen daarstellen van een orgel in de kerk te Assen gebruikt te worden, en toen obligeante dienstaanbiedingen hebt gedaan plans ingezonden, wij, en dat die gene welke dat werk op het oog hadden wel gebruik hebben gemaakt van uwe Offertes om zoo veel aanbetreft het nemen van informatien te Amsterdam, doch slechts onder aanbod van uw uitschotten te willen restitueren terwijl zij Ued. vervolgens de vrijwillig ingeleverde plans hebben teruggezonden. Het daar gestelde Orgel is vervolgens aan de Gemeente geschonken zonder eenig bezwaar van schulden;ook zijn wij de Heeren welke het orgel hebben daargestel niet opgevolgd dienvolgens zijn wij uit genen hoofde aansprakelijkwegens uwe vordering. Niettemin schijnt uwe pretentie ten aanzien van de informatien en uitschotten ter somme van acht gulden billijk te zijn en wanneer Ued. zich daartoe wil bepalen, waarop wij het antwoord van Ued. vragtvrij zullen verwachten, zijn wij genegen om het Provintiaal kollegie van Toezicht authorisatie te vragen om UE. de gezegde acht guldens, uit de inkomende fondsen in het jaar 1824, te voldoen. Het kollegie van Kerkvoogden der Hervormden te Assen. G. Vos. President.
Aan de Heer N. A. Lohman en Zonnen te Groningen. De acht guldens, in deze brief vermeld, bij mij door mijn broeder ontvangen van Mr. G. Vos Assen 16 Junij 1825. N: Lohman.

 

1822-1826: Op 4 augustus wordt in de kerkvoogdijvergadering een brief van 13 juli behandeld van de orgelmaker Van Dam uit Leeuwarden. Hij verzoekt of hij het jaarlijkse onderhoud kan doen. Marten Martin is overleden. Besloten wordt op dit voorstel in te gaan. In de brief naar Van Dam, die letterlijk in de notulen is opgenomen, wordt bevestigd dat Marten Martin een knecht was van Van Dam. (88)
Onderhoud door Matthias Martin. Deze orgelmaker was eerst in dienst bij de Weduwe Freytag en later bij de firma L. van Dam te Leeuwarden (13) .

1830: Op 29 december schrijft organist Meyboom dat het altijd openstaande torenluik zeer nadelig op de metalen en dus stemming van het orgel. Het luik dient na gebruik te worden gesloten. Klokkenmaker Hoving is echter niet gevoelig voor zijn verzoeken. (87)

1831: De brief van Meyboom komt aan de orde in de kerkvoogdijvergadering van 24 januari. In diezelfde vergadering wordt ook een probleem behandel uit 1826 met betrekking tot de uitbetaling aan een orgeltrapper.
In de vergadering van 19 december wordt besloten een brief te schrijven naar Burgemeester en Wethouders van Assen met het verzoek Hoving te manen alijd het luik te sluiten. (88)

1835: In de kerkvoogdijvergadering van 15 juni wordt gediscussieerd over een nota van orgelmaker Lohman van f 12,81. In veel omhaal van woorden gaat het erom ten last van welk jaar deze post geboekt moet worden. (88)

1836: Op 24 oktober 1836 voldoet Lohman aan een verzoek vanuit de kerkvoogdij van Assen om een offerte te maken om het orgel met een tweede klavier uit te breiden.
'ten 1ste een werk met 2 klavieren te makenen hetzelfde met 7 stemmen te vermeerderen'
'ten 2de van het zeer gebrekkige werk tevens een zeer goed manuaal te maken en wel zoodanig hetzelve in verband met het nieuw aan te leggen 2de klavier of bovenwerk een deugdzaam geheel geve'.
'ten 3de het front beter te vullen en alzoo het aanzienaanmerkelijk te verbeteren'.
De volgende dispositie voor het bovenwerk luidt als volgt: Prestant 4 vt, Roerfluit 8 vt gehalveerd, Open fluit 4 vt, Gedekt fluit 4 vt, Woudfluit 2 vt, Octaaf 2 vt, Dulciaan 8 vt gehalveerd (een zeer aangenaam tongwerk)
Pijpwerk gemaakt van 2/3 lood en 1/3 tin. Ook stelt hij een nieuwe Viola da Gamba voor het eerste manuaal voor.
Hij komt tot de volgende kosten opstelling:
- 2de klavier: f 1275,-
- inwendige verbouwing wegens plaatsen van het bovenwerk: f 220,-
- Verbeteren van het huidige werk: f 425,-
- Nieuwe frontpijpen: f 320,- (86)

1840: Op 4 april komt in de kerkvoogdijvergadering een brief van Meyboom aan de orde. Het orgel is de laatste 17 jaar niet schoon gemaakt en het stof beïnvloedt de klank van de niet gedekte pijpen. Lohman komy binnenkort voo een stemming en kan dat werk dan meteen uitvoeren. (89)



1841: Op 8 juni stelt Meyboom in de een brief aan de kerkvoogdij de schoonmaak van het orgel weer aan de orde. Sommige pijpen spreken door het stof niet goed. Door de toets hard in te drukken probeert hij dit op te lossen, wat weer slechts is voor de mechaniek. Door de droogte zijn de blaasbalgen ook niet meer geheel dicht. De orgeltrapper heeft moeite om genoeg wind in het orgel te krijgen. Op 12 juni wordt deze brief behandeld in de kerkvoogdijvergadering. Men besluit Meyboom de toestand van het orgel te laten onderzoeken. (89)

1842: Op 28 december stelt de predikant Benthem Reddingius het probleem aan de orde dat aftredende ouderlingen en diakenen geen plaats in de kerk kunnen vinden omdat alle plaatsen al bezet zijn. Is het een mogelijkheid een apart bankje met vier plaatsen hiervoor de plaatsen waar zij twee jaar van gebruik kunnen maken om in de tussentijd een plaats in d kerk te huren? Een andere mogelijkheid is de bank voor de voorlezer hiervoor te gebruiken en de voorlezer zijn taak te laten verrichten vanaf ht orgelbalkon. Dit zou goed kunnnen als de voorlezer ook organist is. (89)

1844: Op 15 november vraagt Meyboom per brief om verhoging van zijn salaris van f 150,- per jaar.
Op 27 november schrijft Meyboom weer een zeer uitgebreide brief over de salariskwestie. (89)

1846: In januari komt aan de orde het vinden van een nieuwe 'orgelblaasbagtrapper'. Er is een lijstje gemaakt met potentiéle kandidaten, hun beroep en opmerkingen omtrent hun levensomstandigheden en eventuele lichamelijke gebreken. Benoemd werd Albert Strating van wie gemeld wordt: 'Arbeider - aangegeven als zeer behoeftig'. Kandidaat Jan Bakker laat een aanbevelingsbrief schrijven, die hij zelf ondertekent. Meyboom schrijft onderaan de brief een aanbeveling, omdat Jan Bakker de vorige orgeltrapper regelmatig verving. Ook voor Derk
Ook voor Derk Molenhuizen is er een aanbevelingsbrief geschreven.
Op 16 juli verzoekt Meyboom of er kan worden voorkomen dat mensen naar het orgelbalkon gaan, die daar geen vaste plaats hebben. (89)

1826 tot 1847: Onderhoud door de gebroeders Freytag (14) . In al deze jaren kwam de naam P. van Oeckelen voor onderhoud niet voor. Ook niet in de jaren van 1830-1847. Wonderlijk genoeg blijkt het nu toch de firma Lohman te zijn die het onderhoud uitvoerde. Eerst onder de naam N. A. Lohman en Zonen dan onder de naam Gebr. Lohman (D. H. en G. W. Lohman).

In de jaren 1839-1842 zijn er stukken waaruit blijkt dat de orgelmaker G. W. Lohman correspondeerde en uiteindelijk een reparatie uitvoerde voor f. 200, -- (15) .
Al in 1840 werden er plannen gemaakt om te komen tot het bouwen van een nieuwe kerk voor de Hervormde gemeente die in deze tijd ook zeer gegroeid was. De bevolking was toegenomen tot 4216 personen en de kerkelijke gemeente was gegroeid tot ruim 1000 lidmaten (16) . De koning moest in de plannen gekend worden en hierbij werd ook aandacht geschonken aan het herstel van het orgel. Hier zou een bedrag van f. 2000, - mee gemoeid zijn.


Drents Archief Assen Ca. 1848 Een tekening van de abdijkerk aan de Brink te Assen, vermoedelijk net voor de renovatie. (80)

1847-1848: Men begint met de bouw van een nieuwe kerk, terwijl men voor het herstel van het orgel zich liet adviseren door G. W. Lohman te Groningen. Deze hield zich hier inderdaad uitvoerig mee bezig zoals uit de stukken blijkt.
De geschiedenis herhaalde zich echter. Lohman kon na vele inlichtingen en voorstellen gedaan te hebben inpakken en men wende zich weer tot de firma P. van Oeckelen die nu echter ook een zekere faam had verkregen. Van Oeckelen verplaatste het orgel, maakte het schoon en intoneerde en verbeterde het voor f. 350, --.

1847: Op 17 augustus komt de plaatsing van het orgel in de nieuwe kerk aan de orde. besloten dat de architect en Van Oeckelen moeten overleggen omtrent de plaatsing.
Op 23 augustus blijkt dat het overleg tussen Van Oeckelen en de architect opleverde dat er enige aanpassingen aan de nieuwe kerk dienen te worden verricht om het orgel goed te kunnen plaatsen. Het orgelbalkon dient op een andere manier te worden ondersteund dan de ontworpen pilaren.
Van 27 augustus 1847 dateert een 'Staat van Verrekening'. Daarop staat een stelpost van f 600,-  voor het verplaatsen van het orgel.
In de kerkvoogdijvergadering van 8 oktober wordt een brief geschreven waarin Van Oeckelen wordt verzocht zo spoedig mogelijk met een kostenopgave te komen voor de verplaatsing van het orgel. In
Op 10 oktober 1847 schrijft Van Oeckelen dat het verplaatsen van het orgel, schoonmaak, een kleine reparatie en intonatie 'op zijn zuinigst' een bedrag zal vergen van f 280,-. In de volgende vergadering van 15 oktober is het bedrag bekend en wordt besloten dit te behandelen in een vergadering met de notabelen.
Ook kwam een andere gegadigde zich melden: C. F. A. Naber, orgelmaker te Deventer bood via een brief van 6 november 1847 aan om het orgel te verplaatsen te vernieuwen of eventueel nieuw te bouwen (17) .


Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 4, 1847, no 12, 15-06-1847


Onderstaand een bankenplan van de nieuwe kerk. Helaas is het orgel niet ingetekend.

Klik op de afbeelding voor een vergroting


Van eind 1847 dateert ook een zeer uitgebreid voorstel van Lohman voor een nieuw orgel of de verbetering en vergroting van het orgel. (91)

Transcriptie Van der Kleij: 'Leiden den 3 rt 1847. Den WelEdelenGestr. Heer. Mr. Nassau te Assen.
WelEdele Gestr. Heer!

Bij mijn belofte op den 29ste October pf. van meening zijnde voor den aanvang van dit jaar aan UwEdwelgstr. te doen geworden eene voorlopige calculatieve begrooting van kosten die zullen worden vereischt tot verbouwing en vergrooting van het in de Hervormde Kerk te Assen bestaande orgel, zoodanig als noodig zal zijn om hetzelve voor de nieuw te bouwen kerk doelmatig in te rigten en aldaar te plaatsen, stuite ik aan dien arbeid willende beginnen bij overziening van de door Uwel
Edgestr. aan mij opgegeven eventuele plaatsruimte en bij vergelijking daarvan met het uitwendige van het meergemelde orgel, op de ontworpene te bekrompen plaatsruimte. Dezelfde oorzaak belemmerde mij in de opmaking van eene begrooting voor een geheel nieuw voor de nieuwe kerk en talrijkheid der gemeente toereikend werk. Aangezien ik bevond dat de inwendige zamenstelling en uitgebreidheid van een zoodanig Orgel eenen meerderen uitwendigen omvang zal vereischen dan die waartoe de opgegevene plaatsruimte gelegenheid aanbied.
Van plan zijnde in den loop van January van hier huiswaarts te keren, besloot ik na het in de geest gemaakt ontwerp van meergenoemde vergrooting en van een geheel nieuw voor de nieuwe kerk doelmatig in- en uitwendig ingerigt orgel van den verderen arbeid af te zien tot dat ik op mijn reis naar huis Assen aandoende UwEdgestr. persoonlijk mijne gevonden bezwaren zoude kunnen doen verstaan en in overweging geven of voor den aanvang van den bouw der kerk(waarvan zoo ik mij voorstelde voor den winter toch slechts den aanleg van de fundamenten kan zijn gemaakt), ook zoude gezorgd kunnen worden dat het geene wat bij den eersten arbeid betrekkelijk de orgel plaatsruimte zal moeten geobserveerd worden, ook voor de wenschelijke wijzingen vatbaar zal kunnen zijn en ter harte worden genomen. Daar echter bijkomende bezigheden mijn verblijf hier hebben verlengd en waarschijnlijk tot in April noodzakelijk zullen maken, zoo vermeene ik Uw Edgestr. mijne bedenkingen niet langer te mogen onthouden daar het saisoen en mogelijke geschiktheid des jaars den spoedigen aanvang der kerkbouw te Assen waarschijnlijk maakt en ik vermeen nu daarom UwEdgestr. het volgende te moeten berigten.
Als ten eersten. Dat het in de oude kerk bestaande orgel beslaat eene breedte van plm4. 10 El. Eene diepte binnen de lambriseering van 3. 87 El. Waarvan de orgelkast 1. 78, de ruimte tusschen de orgelkast en Blaasbalgenkast 0. 65 en de diepte der Blaasbalgenkast 1. 44 samen 3. 87 El. Hebbende de orgelkast uit het oxaal eene hoogte van 4. 57 El.
Ten tweeden. Dat de eventueele plaatsruimte is. Eene breedte van 6. 50 El, eene diepte van 2. 90 og 3. 00 El. Eende hoogte van 4. 20 El, de hoogte in het gezicht 3. 80 El, welke laatste vermoedelijk diegeene is waarover men, athans wat het zichtbare gedeelte van het orgel zal moeten worden, kan beschikken.
Ten derden. Dat voor het uiterlijke van een welgeordend nieuw orgel, zal voor de nieuwe kerk zich niet te nietig vertoonen en voor de inwendige zamenstelling op niet te bekrompene en voor het werk schadelijke wijze aangelegd zijn benodigd is: minstens eene breedte van 3. 70 El, minstens eene diepte van 3. 40 El, tenzij de blaasbalgen niet agter het orgel behoeven te leggen en de plaatselijke aangelegenheid daarvoor eene andere ruimte aanbied. Of dat de orgelkast voor het grootste gedeelte voor de balustrade, en dus verre in de kerk mag uitkomen. Minstens eene hoogte van 4. 40 El, terwijl dan nog op het hoogste punt geen ornament van eenige beteekenis zal kunnen worden geplaatst indien daarboven niet nog 3/4 El meerdere hoogte komt.

Uit bovenstaande opgaven en vergelijkingen zal Uw Edgestr. zien. 1sten. dat de nieuwe plaatsruimte althans wat de hoogte betreft ontoereikend is. 2den dat zulks evenzeer met de diepte het geval is, tenzij de blaasbalgen ergens anders dan agter het orgel kunnen gelegd worden of dat het orgel genoegzaam voor de balustrade mag uitspringen, in welk laatste geval echter de bespeeling aan de agterkant zal moeten plaats hebben, dat bij een nieuw orgel daartoe ingerigt evengoed als aan eene der zijden kan geschieden, doch bij de vergrooting en verbouwing van het bestaande orgel eene hoogstmoeijelijken en meerdere kostbare verandering, dan reeds in ieder geval van elke andere toereikende vergrooting het geval moet worden, zal veroorzaken.
Of nu de ontbrekende hoogte door verhooging van het bestemde orgelvlak zonder groote moeilijkheden en afwijkingen van ander min te verbrekenne verhoudingen kan gevonden, dan of het oxaal gevoeglijk lager kan geplaatst worden, kan ik - als niet het plan der nieuwe kerk gezien hebbende - niet beoordeelen, zoo min als ik weet in hoeverre de overige inrigting verdieping van het oxaal kan gedoogen zonder den welstand te verliezen, doch verandering of schikkingen op de eene of andere wijze rekene ik onvermijdelijk, zal men niet bij den bouw van een nieuw orgel of bij de verandering van het aanwezige overgroote bezwaren vinden, dewelke zijn te veel ineen gedrongenheid van het werk, hoogstschadelijke bewerking van het inwendige en te veele gedruktheid van het uiterlijke waardoor alle gemis aan rijzigheid ontstaat, en de hoogte te zeer enge, heel wanstaltelijk in tegenspraak met de breedte zal komen als volgens bovenstaande opgave als de minst benodigde is.
Door deze mededeelingen UwEdgestr. en mede kerkbestuurleden wenschende in de gelegenheid te stellen om zoo mogelijk nog tijdig in de behoefte aan meerdere plaatsruimte te voorzien, zoude ik hiermede nu vooreerst het nodige hebben verrigt en met het opmaken van de begrootingen kunnen wachten tot dat bepaaldelijk de ruimte voor het orgel en toebehooren is vastgesteld, omdat bijzondere wijzigingen, die uithoofde van beperkte ruimte bij den bouw van een nieuw orgel of bij de verandering van het aanwezige zouden kunnen moeten plaats hebben, nog al de kosten van het eene of andere zouden kunnen doen verschillen, doch ik wil ingeval dat er geene te groote bezwaren zullen blijven bestaan deze toch met eenige prijsopgaven en wat daar voorlopig bij behoord, doen vergezellen zoo als UwEdgestr. hier ingelooten vinden zult. En hiermede heb ik de Eer hoogachtend te zijn UEwelEdele gestrenge Dw. Dienaar [w. g. G. W. Lohman].

Een geheel nieuw orgel van twee handklavieren met een aangehangen pedaal van C to d’, geschikt voor de nieuwe kerk zal, voorzien van de navolgende registers, waarvan die voor het manuaal wijd zijn gemensureerd en voor bijzondere krachtige aanspraak vatbaar zullen moeten wezen, toereikend zijn.

Als op het onderklavier

1. Praestant 8 voet van gepolijst tin.
2. Bourdon 16 voet de bas van hout de overige van specie.
3. Wijd Gedackt 8 voet het groot octaaf van hout de overigen van specie.
4. Salcional 8 voet van specie, sprekende de bas uit de Gedackt 8 voet.
5. Octaaf 4 voet van specie.
6. Gedekte fluit 4 voet van specie.
7. Quint 3 voet van specie.
8. Octaaf 2 voet van specie.
9. Mixtuur uit 2 voet van specie.
10. Trompet 8 voet van specie.

Bovenklavier.

1. Praestant 4 voet van specie.
2. Holpijp 8 voet gehalveerd het groot octaaf van hout de overigemn van specie.
3. Viool di gamba 8 voet van af klein c uit eene menging van half tin en half lood, sprekende het groot octaaf uit de holpijp.
4. Openfluit 4 voet van specie.
5. Roerfluit 4 voet van specie.
6. Gemshoorn 2 voet van specie.
7. Dulciaan 8 voet van specie, gehalveerd.

De manuaal- en bovenwerks windladen, klavieren, en overige mechanische deelen, windkanalen en alles wat tot het orgel benodigd is zal van de beste materialen en deugdzame bewerking geleverd worden. Bij dit werk zullen drie beste Blaasbalgen van ruimen omvang en inhoud geleverd worden, dewelke meer dan toereikende zullen zijn om het orgel van de benodigde wind te voorzien en wegens deszelfs ruimen inhoud en langzame afloop gelijkmatiger wind leveren dan de kleine blaasbalgen bij het aanwezige kunnen doen. De orgelkast zal geheel nieuw sterk en net bewerkt in smaakvollen vorm vervaardigd worden en van fraai gesneden ornamentwerk voorzien zijn. De manier van bewerking en bijzondere bepalingen der leveringen later bij een volledig bestek te beschrijven. Voltooid in 12 maanden na de aanneming voor eene somma van vijfenveertig honderd Gulden. Indien men nu aan het hierboven omschrevene orgel van twee handklavieren, een vrij pedaal wilde toevoegen hetwelk veel meerdere waarde aan een kerkorgel, geeft en aan hetzelve den meesten grond en mannelijk verschaft, dan zal een vrij pedaal van de navolgende dispositie aanneemlijk zijn.

1. Prestant 8 voet
2. Subbas 16 voet
3. Bourdon 8 voet
4. Octaaf 4 voet
5. Trompet 8 voet
6. Clairon 4 voet

Windladen, mechanica enz. als voren.
Dit pedaal zal agter het orgel geplaatst moeten worden en besloten in een afzonderelijke kast met een ruimte tusschen dezelve en de eigentlijke orgelkast zoodat, in dat geval de blaasbalgen niet agter het orgel leggen kunnen maar daarvoor eene andere geschikte plaats moet kunnen gevonden worden. Dit pedaal zal deszelfs wind mede ontvangen uit de drie bovengenoemde blaasbalgen, die echter nog met één zullen vermeerderd worden, zoodat er voor het geheel vier blaasblgen zullen zijn. Het bovengneoemde orgel van 17 stemmen met het vrij pedaal van zes stemmen zal voltooid kunnen worden in achttien maanden na de aanneming en plm. achtenvijftig honderd Gulden moeten kosten.

Opgaven tot kosten enz. , die zullen worden vereischt tot het veranderen, verbeteren en vergrooten van het aanwezige orgel tot een orgel met twee klavieren in order te plaatsen in de nieuwe kerk te Assen. Manier van bewerking en bepalingen der leveringen later bij een volledig bestek te omschrijven. Voorlopig zij hier echter opgegeven

dat Het voorwerk der kast geheel zal vernieuwd worden in andere vorm en verdeeling, zoo meede dat het zijd- en agterwerk derzelve in verband met de inwendige verandering zal worden verwerkt en ingerigt.
dat voor de Praestant 8 voet een geheel nieuw pijpenfront van nieuw bloktin sierlijk gepolijst, zal geleverd worden.
dat de aanwezige dispositie van stemmen(met eenige verandering hieronder te noemen), zal blijven bestaan en het manuaal of onderklavier zal uitmaken.
dat de pijpen van die stemmen verbeterd en in andere mezuuren zullen gebragt en veele slechten derhalve zullen vernieuwd worden.
dat de Viool de Gamba als onbruik- en onverbeterbare stem zal vervallen en in deszelfs plaats een nieuwe Saliconaal 8 voet geheel van fijne specie zal geleverd worden.
dat de Quint 6 voet als geheel ondoelmatig stem zal omgewerkt worden tot een Open Quint 3 voet.
dat de Roerfluit 4 voet die geheel niet het geluid van die stem aangeeft zal verwerkt worden tot een Gedekt Fluit 4 voet.
dat de Flageolet 1 voet die geheel niet aan de benaming voldoet en daar en boven eene zeer ongeschikte stem voor het manuaal is zal weggenomen en zoo plaatsruimte op de windlade het veroorloofd een Gemshoorn of eene andere doelmatige stem daarvoor zal geleverd worden.
dat de windlade die vol hoofdgebreken is, verbeterd en in andere verdeelingen in verband met de nieuwe inrigting van het orgel zal omgewerkt worden.
dat het aanwezige klavier niet kan blijven bestaan maar moet worden vervangen door een nieuw, dat in verband met het daarbij gemaakt wordende tweede of bovenklavier en het voor die beide klavieren benodigde verbindings- of koppelwerk moet worden daargesteld.
dat ook van de overige mechanieke deelen als abstracten, welatuur en registratuur niet kan blijven bestaan, maar dat, dat alles geheel nieuw en naar de behoefte van de veranderde en verplaatste manuaal windlade en in simetrische verhoudingen moet worden daargesteld.
dat de drie blaasbalgen die alreede voor het bestaande werk te klein zijn ingerigt, niet toereikende zijn voor het toekomstige vergrootte werk en uit dien hoofde nog eene vierde blaasbalg daar zal worden bijgemaakt, terwijl de gebreken die aan de aanwezigen bestaan, zullen worden weggenomen en dezelve voor zoo veel den kleinen vrom en inhoud mogelijkheid aan de hand geeft, door versterking van de bovenbladen, verbeterde windschepping en uitval en wat meer nodig zal zijn tot goede blaasbalgen zullen gemaakt worden, de calcatuur claves verlengd en de assen derzelve in beter sluitende potjes zullen gelegd worden.
dat de blaasbalgenkast met derzelver toebehoren zullen worden vernieuwd overeenkomstig de behoefte van het veranderde manuaal en het geheele werk.
dat bij het bovengenoemde verbeterde en veranderde werk waardoor het tot het manuaal of onderklavier is ingerigt zal geleverd en in dezelfde orgelkast geplaatst worden eene geheel nieuwe windlade voor het bovenwerk of tweede klavier van de beste materialen en deugdzame bewerking.
dat voor die windlade geleverd en op dezelve zullen geplaatst worden de navolgende nieuwe stemmen als.

1. Praestant 4 voet van specie, tezamengesteld uit 1/3 tin en 2/3 lood.
2. Zachte Holpijp of Gedackt 8 voet gehalveerd het groot octaaf van hout, de overigen van specie.
3. Fluittravers 8 voet diskant van mahoniehout met palmhouten monddekstukken.
4. Openfluit 4 voet van specie.
5. Roerfluit 4 voet van specie.
6. Woudfluit 2 voet van specie.
7. Dulciaan 8 voet, gehalveerd.

dat de verdere tot dit bovenwerk benodigde zoo mechanieke als windvoerende en overige deelen van de deugdzaamste materialen en bewerking onberispelijk zullen geleverd en dit werk met het manuaal of onderklavier tot een goed geheel zal te zamen gesteld worden.
dat na de zamenstelling van het binnenwerk, het veranderde, verbeterde en nieuwe pijpwerk van het manuaal en dat van het bovenwerk overeenkomstig de benaming der stemmen krachtig en tevens aangenaam luidende geïntoneerd en in zuivere stemming zal gebragt worden.
dat de bovengemelde werkzaamheden zullen ten einde gebragt en het orgel speelvaardig zal kunnen geleverd worden, tien maanden na de aanneming van dezelve. En eindelijk dat de kosten daarvan zullen belopen plm. Drie en dertig honderd Gulden.'

Hierna volgen nog nog voorstellen voor een nieuw orgel met twee klavieren met aangehangen pedaal en een orgel met twee klavieren en een vrij pedaal.

 

Op 4 februari 1848 wordt het orgel na de overplaatsing gekeurd en worden de volgende gebreken geconstateerd: (91)
Transcriptie Van der Kleij: 'In het orgel bestaan de navolgende gebreken:
1e. De Viool de Gamba is onbruikbaar zonder beterbaar tenzij men ze verandere in een Salcionel.
2e. De Quint 6 voet is geheel ondoelmatig tenzij ze omgewerkt wordt in een Open Quint 3 voet.
3e. De Roerfluit 4 voet geeft geheel niet het geluid van die stem en kon verwerkt worden tot een Gedekt Fluit van 4 voet.
4e. De Flageolet 1 voet voldoet geheel niet aan de benaming en is eene ongeschikte stem voor het manuaal, beter ware een Gemshoorn of andere doelmatige stem.
5e. De windlade is vol gebreken:de verdeelingen zijn niet mathematisch of symmetrisch.
6e. De drie blaasbalgen zijn voor ‘t bestaande werk te klein: de bovenbladen moeten worden versterkt en verbeterd, de windschep- en uitval moet worden verbeterd, calcatuur claves zijn te kort, de potjes van de assen versleten en niet meer sluitende, de blaasbalgen dienen meer inhoud te hebben en van ruimer omvang te zijn en ook langzamer afloop hebben, dan zullen ze gelijkmatiger wind leveren.
Ik stel voor den heer van Oeckelen, als verplicht de gebreken te herstellen, hierop te doen berigten of in eene kerkvoogdenvergadering van ieder punt verslag te doen geven ten einde daarna hierover te kunnen besluiten. Assen 4 februari 1848. [w. g. ] L. Oldenhuis-Gratama'

Ook is er een rapport uit februari met daarin de gebreken aan het front van het orgel, ondertekend door L. Oldenhuis-Gratama. (91)
Transcriptie Van der Kleij:
'In ‘t front van de orgelkast bestaan de navolgende afwijkingen aan goede smaak en elegantie opmerkbaar voor iederen oplettenden besschouwer.
1e. Tusschen de eikenhouten kroonlijsten van de drie torens en de zich verbeeldende witte en ver-gulde zijden draperiën zijn witte vierkante verlengstukken of verlegblokjes aangebragt, waarschijn-lijk om het front en de torens hooger te maken dan de pijpen lang zijn, en om een vergis in berekening van de vooraf gereed gemaakte draperiën te verbergen:- dit hoort niet de ruimte moet aangevuld worden of door de kroonlijst of door de draperie- in het eerste geval moet het bruin gekleurd zijn: in het tweede geval verguld en gedeeltelijk wit: - Het blijkt reeds daaruit, dat het thans bestaande verkeerd is, omdat eene draperie, zoo als het thans verbeelden zal, nooit in het vierkante kan hangen.
2e. Het ornament op de middenste toren is op zich zelf zonder smaak en zonder beteekenis: waar beduiden de ter wederzijden van onder uitstekende figuren? De meeste hebben het mij niet kunnen oplossen: waarschijnlijk zal het eene bundel vaandels zijn, maar dan is het zeer ongelukkig gekozen:de fluiten en trompetten en trophee gebonden of vereend - zooals het schijnt dat de bedoeling is - zijn veel te klein: deze kleinhied valt vooral in het oog, wanneer men ze vergelijkt - als ook dat geheele ornament - met de beide vazen staande op de beide andere torens, daarnaar gerekend zou het ornament - op de middenste toren teminste eens zoo groot moeten zijn. Er bestaat ook geen sprekend verband tusschen de ornamenten op de drie torens.
3e. Daar de draperiën en de ornamenten ter wderzijden met goud zijn afgezet, staat het arm, dat geen der drie ornamenten op de torens met goud zijn versierd.
4e. Het dekkleed, waarschijnlijk ter wering van lekkerij over het gansche orgel gespreid moet uit het gezigt gebragt worden. - of er moet zoodanig kleed over ieder toren afzonderlijk liggen want de overstekende kleeden nemen de illusie weg.
Ik stel voor deze bedenkingen aan de Heer van Oeckelen mede te deelen. [w. g. ]. L. Oldenhuis-Gratama'

In maart komt het orgel bij de kerkvoogdij weer aan de orde. 'Is na overleg besloten aan den orgelmaker van Oekelen kennis te geven , dat kerkvoogden zijn voorstel om het windkanaal tusschen de blaasbalgenkast en het orgel onder de vloer van het orgelbalkon te leggen goedkeuren en aannemen.' Andere werkzaamheden aan het orgelbalkon worden uitgevoerd door een aannemer.
Op 15 april beslist de kerkvoogdij dat de keuring van het orgel zal worden verricht door Meyboom.
Op 25 april wordt geschreven: 'Mede berichten zij, dat zij door organist Meyboom het orgel hadden laten keuren en opnemen , welke hun door daarvan van een certificaat had uitgereikt (zou hetzelve bij de notule No 48) waarop zij aan den orgelmaker van Oecklen zijne aannemsom ad f 350,- hadden voldaan op mandaat volgens contract van januari 1848 De vergadering keurt deze handeling goed.'

(18) .

Op 17 april keurt Meyboom het orgel goed (91) (19)
Transcriptie: 'Aan het college der Heeren Kerkvoogden der Hervormde gemeente te Assen
De ondergetekende, organist bij de hervormde gemeente te Assen, verklaart door deze, dat het Orgel, door den heer van Oekelen van de oude in de nieuwe kerk overbragt,
niet alleen in alle opzigten goed, maar door verwisseling van twee stemmen beter en veel welluidender gewordn is. Het naar waarheid getuigende heb ik de eer met achting te zijn
der Heeren Kerkvoogden
Uw Dienaar
Assen den 17 april 1848 C. Meijboom'

Op 30 april 1848 wordt de nieuwe kerk ingewijd.

Drentsche courant 02-05-1848

Op 4 mei beschrijft Meyboom de beveiliging van het orgel. (91)
Transcripitie:
'Aan het college der Heeren Kerkvoogden der Hervomde gemeente te Assen.Ten behoeve van de beveiliging van het orgel is noodig:
1) één sleutel van de deur van de ondergetekende plaats
2) één sleutel voor het slot aan de klep van de orgelkast ter beveiliging van het pijpwerk
3)één kleine trap om bovenvermelde kleppen aan de wervels te bevestigen, wanneer het tongwerk gestemd moet worden
Assen 4 mei 48 C. Meyboom Organist'

1849: In het boek uit 1849 over de kerk door A.H. Pareau komt het orgel summier aan bod. Over de overplaatsing naar de nieuwe kerk wordt gezegd: "De ruimte voor het orgel is gewonnen door een uitspringend gebouw aan den breeden voorgevel".
Verder: Blz. 15: 'Het thans reeds naar de nieuwe kerk overgebragte Orgel , het is , dank zij der belangstelling in onze open bare eeredienst ! door de milde bijdragen der Gemeente tot een Gode gevallig en de Gemeente stichtend voertuig geworden voor onderlinge verheffing der harten tot God en Christus.'
blz. 243: 'Toen de Gedachtenisrede gehouden werd , was reeds het Kerkorgel en waren almede eenige banken weggeruimd en naar het nieuwe kerkgebouw overgebragt.'  (80)

1853: Op 4 januari verklaart organist Meijboom dat Van Oeckelen het orgel "weer in stand" heeft gebracht.
De kerkvoogdij besluit 48 aandelen uit te geven van f 25,- om de uitbreiding van het orgel met een tweede manuaal te financieren. Hier werd een aparte uitnodigingsbrief voor geschreven. Aan het einde van de brief zijn de handtekeningen van de intekenaren te vinden.
In een brief van 22 augustus betoogt een kerkvoogd dat het orgel zou moeten worden uitgebreid met een tweede klavier als rugpositief. Van Oeckelen schat de kosten tussen de f 800,- en f 900,-. Het zou in twee termijnen in 1854 en 1855 betaald kunnen worden. De kerkvoogd ziet in de financiering verder geen problemen. Uit nog bestaande kerkfondsen en een collecte kan het eenvoudig betaald worden.
Op 27 september beantwoordt Van Oeckelen een brief van de kerkvoogdij voor uitbreiding van het orgel. Hij stelt het volgende voor:
Toevoegen van een tweede klavier met een vierde blaasbalg voor f 1020,-. Als de Dulciaan niet wordt geplaatst, dan wordt het bedrag f 870,-
Op de achterzijde volgt in 6 artikelen de specificatie:
Art. 1: Toevoeging van een tweede klavier met een gehalveerde trekkoppeling
Art. 2: Nieuwe windlade met Holfluit 8, Nachthoorn 4, Fluit 4, Viola da Gamba 8 vanaf F, Fluit 2, Dulciaan 8
Art. 3: Bijplaatsing nieuwe blaasbalg bij de drie aanwezige balgen in grootte en inhoud gelijk
Art. 4: Voor de Viola da Gamba in het hoofdmanuaal te plaatsen een Prestant 16 discant
Art. 5: Het aanwezige walsraam met mechaniek geheel vernieuwen voor een betere speelaard
Art. 6: De frontpijpen nieuw polijsten

Op 28 oktober schrijft organist Meijboom aan de kerkvoogdij dat de uitbreiding van het orgel wenselijk is. De Prestant 16 draagt bij tot de volheid van toon en ook de Dulciaan is niet te verwerpen.
Het toevoegen van een vrij pedaal zou ook niet kwaad zijn, maar misschien wordt dit te duur. Het is van oeckelen wel toevertrouwd de werkzaamheden uit te voeren.
Daarna noemt hij de huidige dispostie: Praestant 8, Bourdon 16, Viola da Gamba 8, Holpijp 8, Nachthoorn 4, Octaaf 4, Fluit 4, Sup. Octaaf 2, Flageolet 1, Mixtuur 3 en 4 sterk, Trompet 8.
Op 11 november beantwoordt Van Oeckelen de brief van de kerkvoogdij dat hij de uitbreiding van het orgel graag wil uitvoeren. De opleverdatum hangt af van de datum van de opdracht. Deze winter kan Van Oeckelen nog veel voorwerk doen. Hij komt graag naar Assen om het een en ander te bespreken. Hij raadt aan de frontpijpen te vervangen door tinnen exemplaren, wat niet meer hoeft te kosten dan f 300,-
Op 24 november schrijft Van oeckelen dat de nu aanwezige Viola da Gamba kan worden vervangen door een Prestant 16 discant. De flageolet 1 vervangen door een Salicionaal 8. Het groot octaaf van de Salicionaal kan worden gehaald uit de huidige Viola da Gamba. De bas van de Trompet 8 vernieuwen om een betere mensuur en tongen en lepels te verkrijgen. Deze werkzaamheden begroot hij op f 250,-.
Op 8 december beantwoordt van Oeckelen een brief van de kerkvoogdij. Hij zal een bestek toesturen. Is het mogelijk dat hij een copie krijgt van de voorstellen die hij al voor Assen heeft geschreven. Van Oeckelen heeft namelijk geen copie bewaard. Op basis daarvan kan hij dan zijn bestek schrijven.
Direct daarna schrijft de kerkvoogdij in een brief de teksten van Van Oeckelen over.
Op 15 december schrijft organist Meijboom dat hij het bestek heeft ingezien en dat hem dat goed voor komt. Hij vertrouwt dat Van Oeckelen deze vergroting goed zal uitvoeren.
Van Oeckelen maakt een bestek op voor de uitbreiding van het orgel, gedateerd 16 december 1853. De begeleidende brief dateert van 13 december. (81) Voor een transcriptie zie bijlage 8.
Op 25 december wordt het aandelenplan voor de lening van f 1.200,- in de kerk gepresenteerd.


Provinciale Drentsche en Asser courant 26-11-1853, 30-11-1853, 07-12-1853 en 28-12-1853



Veendammer courant 10-12-1853, Nieuwe Drentsche courant 07-12-1853, Nieuwe Drentsche courant 31-12-1853


Nieuwe Drentsche courant 26-11-1853, 31-12-1853,

1854: Adviseur was Mr. S. W. Trip uit Groningen, die vaker optrad als adviseur voor orgels van Van Oeckelen. De werkzaamheden vlotten echter niet zo daar Van Oeckelen in die tijd ook bezig was met een grote restauratie van het orgel in de Martinikerk te Groningen. Uiteraard kwam Assen qua prioriteit op de tweede plaats (20) .
Op 28 januari schrijven Gedeputeerde Staten dat er via een resolutie op 24 januari is besloten dat de renteloze lening van f 1200,- voor financiering van het orgel wordt toegestaan. Per jaar dienen 4 aandelen worden afgelost in een periode van 12 jaar.
Op 26 september 1854 benatwoordt Van Oeckelen een brief van de kerkvoogdij van 20 september omtrent de te trage voortgang van de werkzaamheden. Hij is druk bezig met het orgel van de Martinikerk in Groningen. Hij denkt dat het orgel voor Assen dit jaar gereed kan komen.
Op 20 oktober wordt de realisatie van het plan voor de lening van f 1200,- gemeld.
In december beantwoordt Van Oeckelen een brief waarom het orgel niet op 1 november gereed was. Hij geeft als excuus dat hij veel werk had aan de restauratie van het orgel in de Martinikerk te Groningen.
Hij verwacht over twee weken alle orgelonderdelen gereed te hebben en te kunnen beginnen met de installatie in Assen. Hij zal dit werk zo uitvoeren dat het orgel bespeelbaar blijft voor de eredienst.
De frontpijpen worden tijdelijk naar Groninge verveoerd om opgeknapt te worden. Hierdoor zal het orgel wat zwakker worden. (81)

1855: Op 24 juni wordt het orgel gekeurd door de Groningse organist en publicist S. Meijer. In zijn rapport is hij positief, maar wijst wel op doorspraak in de oude windlade en op het bovenklavier missen twee registers die later in het contract zijn toegevoegd. (81)

Klik op de afbeelding voor een vergroting
Transcriptie: 'Na gedaan onderzoek verklaart de ondergetekende, dat het orgel in de herv. kerk te Assen, thans met een tweede klavier vergroot, geheel goed door de heeren P. van Oeckelen en Zonen is afgewerkt. Dat er echter in de oude windlade (van het onderklavier) een weinig doospraak heerscht, en het nieuwe werk (het bovenklav. ) wel naar het oorspronkelijk bestek, doch niet naar de later daarin gemaakte veranderingen is ingerigt. Dat daar entegen ook weer meer is gedaan, dan vereischt is geworden, als de vernieuwing der geheele Trompet in plaats van slechts den bas. De vernieuwing des claviatuurs van het oude werk waarvan ook niet was gesproken enz. Asen den 24 Juny 1855. [w. g. ] S. Meijer.'

Bij de herkeuring op 11 juli was alles in orde, hoewel hij enigszins dubbelzinnig schrijft: "dat het werk evengoed is ingericht, alsof de beide ontbrekende registers op de nieuwe windlade zelve waren aangebracht".  (81)
Hieruit bleek dat Van Oeckelen deze registers over het hoofd te hebben gezien en ze alsnog op een hulplaadje erbij had gezet (21)
.
Klik op de afbeelding voor een vergroting
Transcriptie: 'De ondergeteekende S. Meijer, organist in de Nieuwe Kerk te Groningen verklaart op heden opniuw het orgel te hebben nagegaan en onderzocht en te hebben bevonden, dat de beide ontbrekende nieuwe registers in orde zijn aangebragt, dat de in de oude windlade geheerscht hebbende doorspraak geheel is weggenomen en dat er als nu door hem verklaard wordt dat het geheele bestek naar genoegen is afgewerkt. Ook verklaart hij nog dat het werk evengoed is ingerigt, als of de beide ontbrekende registers op de nieuwe windlade zelve waren aangebragt. Assen den 1 July 1855. [w. g. ] S. Meijer.'

Dispositie na de vergroting:

Hoofdmanuaal:   Bovenmanuaal:  
Prestant 16’ disc. Holpijp 8’
Prestant 8’ Holfluit 8’
Bourdon 16’ Viola di Gamba 8’
Holpijp 8’ Nachthoorn 4’
Salicionaal 8' Gedekte Fluit 4’
Octaaf 4’ Fluit 2’
Gedekte Quint 3’ Flageolet 1’
Mixtuur 3-4 sterk Dulciaan 8’
Trompet 8’    

Manualen C - f (3) ; aangehangen pedaal C - a; gehalveerde trekkoppeling manualen; afsluitingen; ventiel; vier blaasbalgen. Op het Hoofdmanuaal komt de prestant 16’ discant in plaats van de Viola di Gamba 8’; het groot octaaf van de Salicionaal 8’ uit houten pijpen van de Viola di Gamba 8’; Trompet 8’ geheel nieuw; Holfluit 8’ twee octaven gedekt, de rest open, wijde mensuur, groot octaaf van wagenschot; Viola di Gamba 8’ op het Bovenmanuaal vanaf groot F, de vijf laagste tonen spreken in de Holpijp 8’; De Dulciaan 8’ is gehalveerd. Ten aanzien van de dispositie van 1819 blijkt nu dat de Quint 6’ vervangen werd door een Fluit 4’; volgens contract van 1853 werd dit register weer vervangen door een Gedekte Quint 3’ (22) .

1855:
Bericht dat het orgel binnenkort weer in gebruik wordt genomen

Provinciale Drentsche en Asser courant 20-06-1855


Groninger Courant 29-06-1855

1855/1856: Berichten dat het orgel weer in de eredienst wordt gebruikt

Provinciale Drentsche en Asser courant 07-05-1856, 11-05-1856, 27-06-1855  en 02-07-1856

1855-1884: Onderhoud door Van Oeckelen (23) .
Vervolgens werd dit werk gedaan door C. W. Snelleman, een orgelhandelaar uit Groningen (24) .

1858
: Ingezonden brief naar aanleiding van een vacature in Assen voor een organist

Provinciale Drentsche en Asser courant 07-08-1858

1858: In dit jaar verscheen een instructie voor de verhuur van de zitplaatsen in de kerk. Ook de organist wordt hier genoemd op bladzijde 4. Deze instructie werd aangetroffen in het kerkvoogdijarchief van de Hervormde kerk in Smilde. Blijkbaar werd hij daar gebruikt als voorbeeld.



Provinciale Drentsche en Asser courant 29-09-1859

1865: Plannen voor verbetering van het orgel

 Provinciale Drentsche en Asser courant 30-03-1865

1870: Op 21 november verzoekt voorlezer en voorzanger Harm Drewes om verhoging van zijn traktement. (#n83)

1885: M.H. van 't Kruys tekent de dispositie op in zijn boek Verzameling van Disposities der verschillende orgels in Nederland.
De aantekeningen zijn van Johan van Meurs (1903-1986)


1887: In december die orgelmaker C.W. Snelleman een nota in van f 20,55 voor stemmen, een paar kleine reparaties aan het pijpwerk en het reguleren van het klavier. (81)



Provinciale Drentsche en Asser courant 25-05-1894, 25-06-1894, 08-05-1899

1894: Plannen om een nieuw orgel aan te schaffen.
Op 24 juli meldt orgelmaker Snelleman dat het geen zin heeft het front te verven als er toch een nieuw orgel komt. Het vervangen van de Trompet 8 is ook niet nodig herstel van de pijpen is goed mogelijk.
Op 27 juli beantwoordt  organist H.P Steenhuis (Martinkerk in Groningen) een brief van de kerkvoogdij van Assen. Hij heeft gesproken met Van Oeckelen die bevestigde dat het orgel door een reparatie wel beter kon worden, maar nimmer mooi kon worden.
Uw mening dat voor 3 à 4 duizend gulden een orgel kan worden aangeschaft dat krachtig genoeg is voor de kerk in Assen, is juist.  Als ged voorbeeld noemt hij het Van Oeckelen-orgel in Sappermeer waar hij organist was. Dit orgel heeft nog geen f 4.000,- gekost. Het enige wat hij zich daar wenste was een vrij pedaal.
In het gesprek dat hij had met Van Oeckelen kwam naar voren dat Van Oeckelen dat hij een orgel als te Sappemeer voor een dergelijke prijs zou kunnen leveren inclusief vrij pedaal als hij het oude orgel daarvoor in ruil terug kreeg.
Hij beveelt verder nog de volgende orgelmakers aan:
- Timmenga & Bakker te Leeuwraden
- Van Dam & Zonen te Leeuwraden
- Batz & Co te Utrecht
- Maarschalkerweerd te Utrecht
- Adema in Amsterdam
Hij is er echter van overtuigd dat niemand goedkoper kan leveren dan Van Oeckelen. Ook kan Steenhuis een paar tekeningen leveren, maar het is de vraag of die bruikbaar zijn in Assen. Beter is het dit aan de orgelmaker te vragen.
Graag is hij beried meer inlichtingen te verstrekken.
Op 28 juli 1894 schrijft Van Dam dat zijn zoon in Gieten aanstaande zondag het door Van Dam geleverde orgel voor het eerst zal bespelen. Hij reist maandag over Assen terug om daar te overleggen.
Op 5 september meldt Van Dam dat hij de beloofde tekeningen nog even vast wil houden. Hij zal ze na een dag vijf versturen.
Op 17 september vraagt Van Dam of hij de tekeningen moet sturen of dat hij ze meeneemt naar Assen om ze te bespreken.
Op 25 september stuurt Van Dam een tekening van het orgelfront. De keuze van het front speelt een rol bij de prijs. De prijs voor het huidige ontwerp is f 4.000,- Mocht besloten worden een vrij pedaal toe te voegen, dan wordt de prijs verhoogd met f 1.200,- De tekening kunnen altijd nog enigszns worden gewijzigd. (81)


Nieuwsblad van het Noorden 26-10-1894, Provinciale Drentsche en Asser courant 24-10-1894

Op 26 november stuurt Van Dam het bestek in duplo naar Assen. Graag zou hij. nadat het bestek is gecontroleerd een getekend exemplaar terug ontvangen.
Op 29 november schrijft Van Dam dat hij gewijzigde bestekken heeft verstuurd. De gemaakte fout is hersteld. Aan art. 20 wordt toegevoegd dat geconsteerde gebreken bij de keuring zo spoedig mogelijk hersteld moeten worden. Ook de tekst van art. 21 wordt gewijzigd. (81)


1895: Het contract heeft als datum 25 januari 1895. De oude datum van 19 november is doorgehaald. De aanneemsom bedraagt f 5.500,-. (81)
Voor de tekst van het contract zie bijlage 10.

De eerste twee pagina's van het contract (Klik op de afbeelding voor een vergroting)

Op 1 februari stuurt Van Dam een aantal afgesproken wijzigingen met aan de achterzijde van het briefje een dispositie naar Assen.
'Bovenklavier 8 stemmen
Holpijp 8 vt Windlosser
AfsluitingKoppeling discant
Koppeling bas Holfluit 9 vr
Viola di Gamba 8 vt Nacht-
hoorn 4 vt Fluit 4 vt
Fluit 2 vt Dulciaan 8 vt discant
Dulciaan Bas Flageolet 1 vt

Onderklavier 11 stemmen
met aangehangen pedaal C-a
Prestant 8 vt Bourdon 16 vt
Salicionaal 8 vt Holpijp 8 vt
Quint 3 vt Octaaf 4 vt Fluit 4 vt
Octaaf 2 vt Prestant 16 voet
discant
Mixtuur 3 à 4 serk
Trompet 8 vt afsluiting
Wordt opzij bespeeld
Blaasbalgen liggen achter het orgel' (81)

Op 1 november 1895 schrijft Van Dam dat na het opmeten van het orgelbalkon blijkt dat het balkon met een meter verdiept zou moeten worden. Hij wil graag overleg met de architect. Met het maken van de orgelkas zijn ze daarom nog niet begonnen. Voor het geluid biedt dit ook voordelen. Voor het oude orgel willen ze niet meer dan f 300,- betalen.
Op 15 december schrijft Van Dam dat hij duidelijkheid wil van de kerkvoogden om het orgelbalkon met 1 meter te verdiepen, zodat het vrije pedaal goed te plaatsen is. Ook is er den meer hoogte voor het front beschikbaar.
Notitiebriefje ingediend door organist Obbes met een dispositie voor een twee-klavier orgel met vrij pedaal. Prijs voor het orgel f 4.300,- en het vrij pedaal f 1.200,- het oude orgel zou voor f 150,- in betaling gegeven kunnen worden. (81)

1896: Notitiebriefje met de dispositie van het oude orgel en een inventarisatie wat er aan mankeert mogelijk aan veranderd kan worden:
1/ Klavieren nieuw constructie zoo, dat het spelen niet zo veel kracht eischt
2/Scherpe registers eruit. bv. mixtuur, quint wn of 3 voet en trompet vernieuwen
3/ (doorgestreept) gordijn tussen den organist en het schip van de kerk
3/Afsluiting van sommige registers met een kniestuk
4/gordijn voor den zetel van den organist
Op 3 februari vraagt orgelmaker Jurjaanz uit Amsterdam in lichtingn omtrent het te koop staande oude orgel.
Op 26 februari schrijft H.W. Flentrop uit Koog a/d Zaan. Hij beklaagt zich dat hij niet opde hoogte werd gebracht dat er nog een koper voor het orgel was. Was hij de eerstekoper die zich meldde? Hij had eindelijk de kerkrentmeesters overtuigd en nu gaat het misschien niet door. Hij was plan te komen maar kreeg te horen dat hij eerst moets wachten op de andere koper.
is er nog een mogelijkheid mee te doen?
Op 5 maart vraagt L. van Dam of het oude orgel als is verkocht en weggenomen is. Als de orgelzolder leeg s kunnen met de architect overleggen omtrent de plaatsing van het nieuwe orgel.
Op 5 maart meldt de kerkvoogdij van Norg dat ze afzien van de aankoop van het oude orgel.
Op 10 maart meldt orgelmaker H.W. Flentrop per telegram dat hij volgende week naar Assen komt. Op 11 maart meldt Flentrop dat hij geen tijd heeft om naar Assen te komen. Er zal een brief volgen. Flentrop wil a.s. zondag komen. Kan het orgel zolang worden gereserveerd?
Op 15 maart schrijft Flentrop dat de kerkvoogdij van zijn kalnt eerst met de notabelen willen onderhandelen alvorens ze een besluit nemen omtrent aankoop.
Op 10 april meldt de kerkvoogdij? van Helmond? dat ze afzien van de koop van het orgel.
Op 5 juli schrijft Van Dam dat het orgel op 4 juli is ingescheept en waarschijnlijk aanstaande dinsdag in Assen zal arriveren. Woensdagochtend vertrekt Van Dam naar Assen en verwacht de orgelkas voor zondag te hebben opgesteld. De orgelzolder moet leeg zijn en goed schoon gemaakt. Graag wil hij f 1.000,- of f 1.500,- ontvangen voor de voortgeschreden werkzaamheden.
Op 10 juli schrijft Van 't Kruijs dat hij graag bereid is het orgel te keuren. Graag bericht wanneer dat kan gebeuren. Als de keuring 1 dag duurt rekent hij f 50,-  bij 2 dagen wordt het f 60,-
Op 15 juli vraagt Van 't Kruijs wanneer hij kan komen om het orgel te keuren.
Op 26 september schrijft Van 't Kruijs dat hij donderdagavond 8 oktober naar Assen komt om op 9 oktober in de ochtend het orgel te onderzoeken. Hij wil diezelfde avond een orgelbespeling ter inwijding van het orgel geven. Als de kerkenraad daarmee instemt zal hij tijdig het programma toesturen.
Op 4 oktober schrijft Van 't Kruijs dat de term 'orgelbespeling' misschien beter is dan 'orgelconcert'? Hij hoopt aanstaande zaterdag om half een te arriveren in gezelschap van zijn vrouw en pleegdochter. Hij bespreekt zelf een hotelkamer. Kan er worden overlegd met de predikant die de dienst leidt?
Van 10 oktober dateert het keuringsrapport van M.H. van 't Kruijs. Het orgel is geheel volgens het contract gebouwd en is in al zijn onderdelen zeer solide.
Ook het artistieke gedeelte - vooral ook de intonatie - verdient alle lof.
Als een leemte ziet hij het ontbreken van een Trombine 8' op het pedaal. Volgens de orgelmaker is er ruimte om dit register toe te voegen en is hij beried de mechaniek daarvoor gratis aan te leggen.
Op 27 oktober vraag stafmuziekmeester H.C.J. Jaeger of zijn zoon dagelijsk een half uur op het orgel mag oefenen. Hij heeft les van organist Obvbes. Bijgesloten is een briefje van Obbes dat hij inderdaad les krijgt.
E. van Dam-Peters schrijft op 4 november dat een antwoord op een schrijven deze week niet mogelijk is omdat beide heren deze week afwezig zijn.
Op 19 november schrijft van Dam per briefkaart dat de trombone 8 van het pedaal reeds onderhanden is zo spoedig mogelijk zal worden geplaatst. Hopelijk in januari 1897, maar zeker is dat nog niet.
Op 10 december schrijft Van Dam dat het kleine mankement voor aanstaande zondag zal worden hersteld. Waarschijnlijk kan organist Obbes het ook zelf oplossen.
  (81)

1894-1896: In 1894 gaan er stemmen op om het orgel te vervangen door een nieuw instrument. De toenmalige organist J. F. N. Obbes werd adviseur. Eerst is er toch nog weer contact met de orgelmakers Van Oeckelen welke firma nu onder leiding stond van de zonen Cornelis en Anthonius. Dit contact liep via de Groningse Martini-organist H. Steenhuis. Van Oeckelen achtte het orgel niet meer geschikt voor restauratie. Uiteindelijk gaf men aan de firma L. van Dam en Zn. orgelmakers te Leeuwarden de opdracht een nieuw orgel te vervaardigen (25) . Op 10 oktober 1896 werd het nieuwe orgel gekeurd door M. H. van ‘t Kruijs organist van de Grote of St-Laurenskerk te Rotterdam. De dag daarop volgt de inwijdingsdienst waarin ds. Knappert voorgaat. Op 18 oktober geeft M. H. van ‘t Kruijs onder grote belangstelling een orgelconcert (26) .

De dispositie van het nieuwe orgel is als volgt:

Hoofdmanuaal   Tweede Manuaal in zwelkast?   Pedaal:  
Prestant 8’ Prestant 8’ Subbas 16’
Bourdon 16’ Viola di Gamba 8’ Octaaf 8’
Violon 16’ disc. Voix Celeste 8’ Gemshoorn 8’
Roerfluit 8’ Holpijp 8’ Octaaf 4’
Fluit Travers 8’ Speelfluit 4’ Bazuin 16’
Octaaf 4’ Flute Harmonique 4’ Trompet 8’
Nachthoorn 4’ Woudfluit 2’    
Quint 3’ Klarinet 8’    
Octaaf 2’        
Mixtuur 3-4 sterk        
Trompet 8’        

Manualen C - g (3) ; pedaal C - d (1) ; klavierkoppeling; pedaalkoppeling; crescendotrede bovenwerk; drie afsluitingen; ventiel; Muette. Bij de keuring werd als bezwaar genoemd dat op het pedaal geen Trombone of Trompet 8’ voorkwam. Hierin werd korte tijd later in 1897 nog voorzien (27) . Het oude orgel werd door Van Dam overgenomen voor f. 300, -- en na restauratie geplaatst in de Nederlandse Hervormde kerk te Havelte (28) .
Zie hier onder de advertentie, waarin het orgel te koop wordt aangeboden.

 Het nieuws van den dag : kleine courant 29-01-1896, Provinciale Drentsche en Asser courant 28-01-1896, Provinciale Drentsche en Asser courant 21-04-1896


Provinciale Drentsche en Asser courant 19-06-1896, 05-10-1896


Provinciale Drentsche en Asser courant 08-10-1896, 09-10-1896


Provinciale Drentsche en Asser courant 12-10-1896, 13-10-1896
Schrijver van deze ingezonden brief is de organist van de kerk Obbes, die gelegenheid benut om de gemeente te wijzen op het goed zingen van een psalm.


Nieuwsblad van het Noorden 14-10-1896



Leeuwarder Courant van  19 oktober 1896 (2 berichten!) (59)


Het orgel 1896/09 november


Bijlagen van de Handelingen der Algemeene Synode van de Nederlandsche Hervormde Kerk, ten Jare 1897

1898: op 24 januari dient Van Dam een nota in van f 30,- voor een stemming op 4,5 en 6 januari 1897.

1900: Op 25 december schrijft een kerkbezoeker dat hij zich heeft geërgerd aan het kerkgezang. Hij wil niet beweren dat het 'rythmisch zingen' niet beter is dan de vroegere zangwijze, maar het grootste deel van de gemeenteleden kan het niet en velen houden zich stil.
Met moet zich inspannen om het snelle orgelspel te volgen. Het gaat beter als men een niet-ritmische gezang zingt. Kan het ritmisch zingen niet weer worden afgeschaft? (84)

1904: Beschrijving orgelspel na de preek.

Het Orgel 1904 september

1909: In maart melden zich twee sollicitanten om de overleden orgeltrapper Geert Strating op te volgen. De kerkvoogdij vraagt aan de kerkenraad of er redenen zijn waarom ze me misschien niet geschikt zijn. (84)

1910: Door blikseminslag in het torentje ontstond brand, waarbij het orgel nogal wat schade opliep. De firma Van Dam herstelde de schade. (29) De nota van Van Dam beschrijft de werkzaamheden als volgt: "Wegens de verschillende werkzaamheden aan het Orgel der Groote Kerk te Assen, in verband met en tengevolge van den torenbrand in Juni en November 1910. Inbegrepen reis-, transport- en logieskosten. De som van 717,90
Terwijl ondergetekende zich verbindt voor 10 jaren het risico te dragen der gevolgen van den brand en de eerst volgende zomerstemming ditmaal te verrichten voor het bedrag van f 15,- in plaats der jaarlijkse kosten à f 30,-
.........
P. van Dam
Firma L. van Dam
Uit Het (62)





Provinciale Drentsche en Asser courant 14-06-1910, 15-06-1910


Bericht van de organist van de kerk Z. Tadema in "Het Orgel" 1910 juli


Bericht uit "Het Orgel" 1910 oktober door Jan Godefroy uit Steenwijk

1911: Bericht uit Het Orgel van oktober 1911 van A. Lambrechts. Zij hoopt dat na het herstel van het orgel bekende organisten er willen concerteren. Na het vertrek van A. Tadema is dhr. Bicknese (kapelmeester van de stafmuziek) als nieuwe organist benoemd.

1922: Gemeenteavond op 29 november 1922 met als doel verbetering van de gemeentezang

Provinciale Drentsche en Asser courant 25-11-1922, 29-11-1922, 30-11-1922

1927: Tot 1927 bleef het orgel bij deze firma in onderhoud. Toen in 1927 Pieter van Dam, de laatste firmant van dit orgelhuis, kwam te overlijden werd het onderhoud overgenomen door de opvolgers J. Vaas en T. Bron.

1934: Door Vaas en Bron werd een standaard-reparatie uitgevoerd voor f. 768, --. In de tien weken dat deze reparatie duurde behielp men zich met een harmonium. Op 28 september 1934 werd het orgel weer in gebruik genomen (30) . Daarna zal het orgel weinig onderhoud meer gehad hebben.



Provinciale Drentsche en Asser courant 26-09-1934


Provinciale Drentsche en Asser courant 24-09-1934, 26-09-1934


Provinciale Drentsche en Asser courant 29-09-1934


Notitie door Johan van Meurs na de restauratie van 1934 (79)



Ansichtkaart na de kerkrestauratie in de jaren '30 van de 20e eeuw




1948: Reparatie door Vaas en Bron aan de windladen (64)

1951: In een rapport d.d. 5 oktober van de Orgelcommissie der Nederlandse Hervormde kerk bleek dat het orgel nodig aan restauratie toe was.
 - Windladen: Beide laden hebben door- en bijspraak. Door het boren van gaten heeft men geprobeerd dit te verdoezelen.
 - Pijpwerk: Door onoordeelkundig stemmen veel schade. Van de Fluit Travers zijn de hoogste pijpen afgesneden. Op het tweede klavier is de dispositie gewijzigd.
 - Mechaniek: Rammelt en heeft veel speling
 - Balg: Van de balg is een blad gescheurd. Windmotor staat in een aparte te koude kamer. Ook is er spint geconstateerd.
Het orgel wordt slecht onderhouden. Geadviseerd wordt het orgel over 4-5 jaar te laten restaureren. In de tussentijd kunt u geld reserveren voor de restauratie. De kosten zullen tussen de f 8500,- en f 9500,- liggen. Als temmer wordt Flentrop geadviseerd.  (92) (31)

1953: Op 1 oktober informeert de HOC wat de stand van zaken rond het orgel is. De HOC verwijst naar hun rapport van 5 oktober 1951.
Op 18 december informeert de HOC nogmaals wat de stand van zaken rond het orgel is. De HOC verwijst naar hun rapport van 5 oktober 1951. (92)

1954
: Op 16 februari informeert de HOC weer wat de stand van zaken rond het orgel is. De HOC verwijst naar hun rapport van 5 oktober 1951. (92)

1955 Op 8 februari schrijft de kerkvoogdij dat de kosten van herstel van het orgel zouden zwaar drukken op de weinig rooskleurige financiën van de kerk. In overleg met de nieuwe organist L.B.J. Lensink wordt het orgel schoongemaakt door de fa. Koch. Ook de in het rapport genoemde mankementen worden hersteld. De fa. Koch heeft ook het jaarlijks onderhoud. (92)

19xx: Zwelkast Bovenwerk verwijderd

1953-1955: Vanaf 1953 met de komst van de nieuwe organist de heer L. B. J. Lensink brak een vreemde om niet te zeggen desastreuze episode voor het orgel aan. Vooreerst werd de firma Vaas en Bron als de hoofdschuldige voor de verwaarlozing van het orgel aangewezen. Verder werd gesteld dat de firma’s die voor de restauratie in aanmerking zouden kunnen komen zoals de firma Gebr. Van Vulpen te Utrecht en de firma D. A. Flentrop te Zaandam te duur zouden zijn.
De heer Lensink beval de firma Koch te Apeldoorn aan die wel de helft goedkoper zou zijn. Nadat in 1954 de firma Vaas en Bron nog werd geraadpleegd en zich verdedigde tegen de beschuldigingen die door de organist werden geuit, bleek de invloed van de organist zo groot te zijn dat de restauratie werd gegund aan de firma Koch te Apeldoorn. Hiermede verdween de firma Vaas en Bron van het toneel. Het voorstel van organist Lensink om typische Van Dam-registers te vervangen door meer in barokstijl gedachte stemmen was gezien het oorspronkelijk Van Dam-concept onartistiek. Tijdens de nu volgende restauratie beweerde de organist dat het orgel in het verleden meermalen gewijzigd was. Bij de bouw in 1819 (sic) had op de plaats van de grote houten pijpen een kleiner register gestaan en wel een Sesquialter met metalen pijpwerk. Lensink stelde voor om dat register alsnog te plaatsen en weer ging de kerkvoogdij op dit voorstel in. Op 14 april 1955 werd het veranderde en gereviseerde orgel weer in gebruik genomen. Ook werd in dit jaar nog een verandering van de Mixtuur goedgekeurd en de firma Koch voerde deze wijziging uit (32) . De dispositie van het orgel was er nu inmiddels als volgt gaan uitzien:

Hoofdmanuaal:   Bovenmanuaal:   Pedaal:  
Prestant 8’ Roerfluit 8’ Subbas 16’
Bourdon 16’ Gamba 8’ * Octaaf 8’
Holpijp 8’ Quintadeen 4’ Gemshoorn 8’
Octaaf 4’ Prestant 4’ Octaaf 4’
Nachthoorn 4’ Woudfluit 2’ Mixtuur 4 st. *
Quint 2 2/3’ Nasard 1 1/3’ Bazuin 16’
Octaaf 2’ Scherp 3 st. Trompet 8’
Sesquialter 2 st. Dulciaan 8’    
Mixtuur 2 st. tremolo      
Cimbel 3 st. *        
Trompet 8’        
Musette 4’ *        

* Deze registers aangegeven door loze knoppen werden nooit geplaatst.

Manualen C - g (3) ; pedaal C - f (1) ; drie afsluitingen; windlozer; koppeling Ped. - Man. I (provisorisch); twee andere koppelingen nog niet aangebracht.
De volgende wijziging werden aangebracht:
Manuaal I: Violon 16’ en de Fluit travers 8’ verdwenen; de Mixtuur 3-4 sterk werd veranderd in een Mixtuur 1 1/3 voet 2 sterk; Octaaf 2' vernieuwd, nieuwe Sesquialter 2 sterk; Cimbel 3 sterk gepland; Roerfluit 8’ naar Manuaal II;
Manuaal II: Flute Harmonique 4’, Voix Celeste 8’ en de Holpijp 8’ verdwenen; de Klarinet 8’ werd een Dulciaan 8’; toegevoegd werden een Quintadeen 4’ en een Scherp 3 sterk vanaf c klein, plus Roerfluit 8' van Manuaal I
Pedaal: nieuw pedaalklavier van C - f (1) ;
Wijzigingen aan de orgelkas (33) .

De grootste wens van de organist was om het orgel in samenwerking met de firma Koch nog eens om te bouwen in een werk van drie klavieren en vrij pedaal. Door een bijzondere omstandigheid leek deze wens in vervulling te gaan. Iemand die onbekend wenste te blijven had toegezegd een schenking van f. 31. 000, -- te willen doen ten bate van dit plan. De organist trad hierbij als tussenpersoon op. Toen echter alles in kannen kruiken leek te zijn kwam diegene die de gift had toegezegd plotseling te overlijden. Het blijkt dan Mej. H. C. M. Wiersma te Assen te zijn. Een testamentaire beschikking met betrekking tot de toegezegde gift was echter niet gemaakt en de erfgenamen dachten er niet aan om de schenking alsnog te effectueren. Alle pogingen die in het werk gesteld werden om de gift toch nog binnen te halen faalden, zodat het ambitieuze plan niet door kon gaan (34) .


Provinciale Drentsche en Asser courant 30-09-1954

1955: Informatie vanuit de Hervomde Orgelcommisie omtrent verzekerinsgwaarde orgel

Bijlagen van de Handelingen der Generale Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk ten jare 1956


Provinciale Drentsche en Asser courant 29-03-1955


Provinciale Drentsche en Asser courant 09-04-1955.
GJP: De eerste 2 zinnen van de alinea 1 en alinea 2 zijn verwisseld. Jan Lensink maakt veel fouten in zijn verhaal en weet zelf niet eens te melden dat er in 1897 een volledig nieuw orgel werd gebouwd en het oude orgel naar Havelte werd verkocht.
Hij beschrijft dat de restauratie tot doel had het orgel terug te brengen in zijn oorspronkelijke staat. Het tegendeel gebeurde echter.


Provinciale Drentsche en Asser courant 15-04-1955,




Provinciale Drentsche en Asser courant 14-07-1955 (GJP: Jan Lensink had blijkbaar een uitstekend relatie met de orgelmaker Koch)


ca. 1960: Koppelingen HW/BW en Pedaal/HW werden verwijderd vanwege voortdurende storingen. (64)

1963: In het archief van de HOC is een afschrift bewaard van een advies van april door orgelmaker Koch.
Het orgel heeft erg geleden door de uitzonderlijk strenge winter en dient daarom te worden gerestaureerd.
De laden zouden in een 'tropenuitvoering' gemaakt moeten worden.
De opstelling van het binnenwerk is nooit goed geweest en kan zonder al te veel kosten worden verbeterd.
De huidge mechaniek dient te worden vervangen door een nieuwe en zal dan geheel geruisloos zijn.
De kosten worden geschat op f 23.850,-
Huidige toestand:
- Windladen zijn windziek en tooncancellen zijn gescheurd. Ventielen sluiten onvoldoende af.
- Windkanalen zijn gescheurd. Ze zijn ook te nauw, waardoor het orgel te weinig windtoevoer heeft.
- De magazijnbalg heeft veel lekkage. Het leer is bros en dient te worden vervangen
- De slechte mechaniek zal bij demontage voor een groot gedeelte stuk gaan. De wellen en wellenborden zijn krom getrokken.
Voorstel restauratie
- Demontage van het orgel
- Windladen opnieuw vlakken en slepen vervangen door Pertinax slepen. Pijpstokken voorzien van telescopen.
- Ventielen vlakken en opnieuw bevilten
- Windkanalen vervangen door wijdere kanalen
- Magazijnbalg opnieuw bekleden en dekplaten met ventielen vernieuwen.
- Bestaande mechaniek vervangen door een nieuwe mechaniek.
- Opstelling binnewerk verbeteren (92)

Op 26 april vraagt de kerkvoogdij aan de Hervormde Orgelcomissie (HOC) advies over het orgel dat in een slechte toestand is. De HOC beloofde een bezoek voor de tweede helft van juni. In juli was er een gesprek met dhr. Erné. Daarna niets meer gehoord.
Op 4 mei schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat het orgel volgens de organist in een slechte toestand is. De orgelmaker heeft inmiddels advies uitgebracht. Graag wil men advies van de HOC.
Op 9 mei komt er antwoord van de HOC. Ondanks allerlei overleggen omtrent de werkwijze van de HOC wordt geprobeerd een medewerker ter plaatse een onderzoek in te stellen. Jaren geleden is er al contact geweest met dhr. Erné. Het ligt voor de hand dat Erné opnieuw komt.
Op 21 mei antwoordt de kerkvoogdij dat ze akkoord gaan met het bezoek van dhr. Erné.
Op 24 mei antwoordt de HOC dat Erné zal langskomen in de tweede helft van juni.
Op 2 juli schrijft de HOC dat het niet gelukt is het bezoek van Erné op tijd te laten plaatsvinden. Hij zal nu komen op 8 juli.
Op 1 november schrijft de HOC dat het bezoek van Erné in juli heeft plaats gevonden. Toen kwam ook de bouw van een nieuwe kerk ter sprake. De Hoc zou een bouwtekening ontvangen, maar die is nog niet aangekomen.Zou die kunnen worden toegezonden? Deze kan dan meteen weer worden besproken bij een volgend bezoek van dhr. Erné
Op 23 november schrijft de kerkvoogdij dat ze geen bemoeienis hebben met de andere bouwplannen. Graag snel een afspraak voor het orgel in de Grote Kerk.
Kladnoties van Lambert Erné? (92)

1964: Op 16 januari schrijft de HOC dat Erné een afspraak zal maken om een advies uit te brengen.
Op 6 maart schrijft de HOC dat Erné op maandag 9 maart naar Assen komt om het orgel te bezoeken.
Van 6 april dateert het rapport van Lambert Erné.
Het is Erné niet bekend dat het een orgel van Van Dam uit 1896 betreft. Hij beschrijft in grote lijnen de geschiedenis van het oorspronkelijke Van oeckelen-orgel en veronderstelt dat het is omgebouwd tot de huidige toestand. Hij doet deze aannames omdat de archieven niet zijn geraadpleegd. Dit zou later wel moeten gebeuren.
Het orgel is nu geen eenheid. Het  staat ongunstig opgesteld in de dwarsrichting van de kerk. Dit is echter wel de oorspronkelijke plaats. Door de ombouw van de kerk in de jaren '30 met een veel lager plafond is de akoestiek nadelig beïnvloed.
Het orgel heeft zeer te leiden van de warme luchtverwarming door de plaats direct onder het plafond.
Gebreken:
- Windladen: Veel door- en bijspraak door invloed van de verwarming
- Registratiemechanieken: Teveel speling door slijtage en naar huidig inzicht te grof gemaakt.
- Toetsmechanieken: Ook teveel speling. De klavieren zijn vernieuwd bij de laatste herstelwerkzaamheden. Dit heeft echter niet geholpen. Beter is een zwende tractuur zoals Marcussen dat gebruikt. (Nicolai-orgel Utrecht)
- Windvoorziening: De windmotor staat in een slecht geconstrueerde dempkist in een koude ruimte. Windkanalen sluiten niet goed af en er is 'onbeschrijfelijk blazen' te horen. Het windverlies is misschien de oorzaak dat de koppeling tussen hoofdwerk en bovenwerk is verijderd.
- Pijpwerk: Door de slechte windvoorzining werd het stemmen zeer moeilijk en werd daarbij het pijpwerk beschadigd. Door de overlengte van pijpen wordt de klank nadelig beïnvloed. De tongwerken spreken traag aan. De dispositie is bij het laatste herstel op een niet artistieke wijze gewijizigd. Deze wijziging had beter niet kunnen worden uitgevoerd.
- Orgelkas: Door de vele wijzigingen is d orgelkas niet meer 'saambindend en klankrichtend. De oorspronkelijke achterwand is verwijderd door de plaatsing van het pedaal achter de oorspronkelijke orgelkas. OOk het dak is verwijderd om de invloed van de verwarming te beperken. Hij veronderstelt ook dat de orgelkas is verhoogd.
Beoordeling en toestand van de onlangs nieuw aangebrachte delen
De gegevens van de wijziging zijn express niet opgevraagd om het geheel objectief te kunnen beoordelen.
- Mechaniek: De nieuwe klavieren en het pedaal dragen een "dilettantisch karakter". De pedaalkoppel is volgens de organist 'provisorisch" en functioneert slecht. De orgelmaker "heeft geen enkele vakkundige ervaring op het gebied van mechanische orgels". Het resultaat is ronduit slecht.
- Pijpwerk: De nieuwe registers zijn in naam een "uiting van de na 1930 steeds meer opkomende neiging een orgel met meer klankmogelijkheden te geven", maar het fabriekspijpwerk is van slechte kwaliteit en de wijze van plaatsing is ondermaats.Ook de gebruikte materialen hebben geen kwaliteit.
"Hier is iemand aan het werk geweest die voor een waarschijnlijk laag bedrag de pretentie heeft gehad het orgel te kunnen verbeteren'. Onderhoude van het orgel heeft geen zin. Elke stemming zou nieuwe beschadigingen geven.
Het front behoeft niet te worden gewijzigd. Herstel van het orgel zal aanzienlijke bedragen vorderen. Ook de verwarming zal meegenomen moeten worden. Graag willen het rapport met U bespreken. (92)

Op 21 april geeft de kerkvoogdij enkele data aan de HOC door voor een toekomstige bespreking van het rapport.
Op 8 mei antwoordt de kerkvoogdij aan de HOC dat de bespreking op 29 mei kan plaatsvinden.
Op 5 juli beantwoordt de fa. Koch een brief van de kerkvoogdij van Assen.
De mechanische orgel worden gemaakt in een filiaal te Wuppertal waar men men met de nieuwste vindingen werkt. In Nederland loopt men wel 10 tot 15 jaar achter.
Koch moet nog een tiental elektro-pneumatische orgels bouwen. Deze worden in Apeldoorn gemaakt.
Men ondervindt grote tegenwerking van de "Synodale Orgelcommissie" en hebben daardoor geen mechanische orgels in Nederland kunnen bouwen.
In de gereformeerde kerk "De Ark" in Groningen hebben we een positief gebouwd waar veel belangstelling voor is. Dit orgel werd al bespeeld door Albert de Klerk en Charles de Wolff.
In de gereformeerde kerk van he;lpman wordt een nieuw electro-mechanisch orgel met twee klavieren en vrij pedaal gebouwd.
De nieuwste mechanische orgels werden gebouwd in Duitsland.
"Uw organist is deskundig en wij menen te mogen zeggen dat hij ons werk kent en ook beoordelen kan of is hij met ons werk niet meer tevreden?"
Enkele getuigschriften zijn toegevoegd.
Een afschrift van de brief van Koch wordt op 4 augustus doorgestuurd naar Lambert Erné.
Op 25 augustus volgt het commentaar van Erné op de brief van Koch. Erné zou graag de genoemde getuigschriften willen ontvangen.
Erné is geïnteresseerd in de werkzaamheden van Koch in Duitsland. Het is niet uitgesloten dat het werk van de firma de laatste tijd vooruitgang heeft geboekt.
Misschien moet de kerkvoogdij kennis nemen van het werk van de orgelmakers Bekkerk & Timmenga, Flentrop, Leeflang en Van Vulpen.
Misschien dienen enkele instrumenten van Kocht in Nederland en Duitsland te worden bezocht.
Hij zal later met organist "Lensing" overleg plegen otrent de verdere gang van zaken.
Op 29 september stuurt Koch een lijst van nieuwe kerkorgels naar de kerkvoogdij. Ook sturen ze nieuwe afschriften van referentie o.a. van Piet van Egmond. Deze worden op 16 oktober doorgestuurd naar Lambert Erné. Verder gaan ze accoord met de plannen van Erné en zien graag een reisvoorstel en de kosten daarvan.
Op 8 december vraagt de kerkvoogdij aan Erné of hij de getuigschriften van Koch kan retourneren. Verder hebben ze nog niets gehoord over een reisplan. (92)

1966: Van 25 januari dateert een rekening van Erné voor zijn advieswerkzaamheden voor Assen. Honorarium f 475,- en kosten voor reizen, porto, verblijf etc f 264,12
 (92)

1965: Op 1 februari schrijft Erné aan de kerkvoogdij dat de referentie van Kocht allemaal stammen uit het midden van de jaren '50 en dus verouderd zijn.
De referenties van de nieuwere Duitse orgels zijn er nog niet beschikbaar. Er is dus geen inzicht in de huidge kwaliteit van de door Koch gebouwde orgels.
Erné zu graag een bezoek willen brengen aan de werkplaats in Wuppertal. Erné doet een voorstel om een aantal door Nederlandse orgelmakers gebouwde orgels te bezoeken en mogelijk ook de werkplaatsen.
Een dag reizen begroot hij op f 200,- tot f 250,-. Ook een reis naar Duitsland zou dit bedrag vergen.
Op 23 december schrijft de bouw- en restauratiecommissie van de hervomde kerk aan de kerkvoogdij
dat zowel de kerk als het orgel op de monumentenlijst staan. Er is dus een mogelijkheid voor subsidie aanwezig.
Een aanvraag voor subsidie kan het beste worden ingediend in overleg met de HOC. (92)

1968: Op 3 mei schrijft de HOC aan de kerkvoogdij over het gesprek van 29 april met dhrn Rol, Klaver en Van Sloten. De nieuw benoemde organist was ook aanwezig. Van de HOC waren aanwezig dhrn Hülsmann en secretaris S.C. de Waard.
Besproken werd het rapport van Lambert Erné van 6 april 1964 en de offerte van Koch van 3 november 1967.
In de offerte van Koch van f 78.650,- wordt het aanzien van het orgel totaal gewijzigd. Het rapport Erné geeft aan dat het front niet onaantrekkelijk is, maar dat het binnenwerk zeer heterogeen is.
De geschiedenis van het orgel is nog niet onderzocht. De huidige organit meent dat het afkomtig is uit de oude kloosterkerk en door Van Oeckelen is overgebracht naar de nieuwe kerk. Het zou enig pijpwerk van Van Dam bevatten.
De restauratie door Koch uit 1953 werd niet bijznder vakkundig uitgevoerd. De gevolgen van de heteluchtverwarming en de strenge winter van 1963/1964 brachten ook weel schade toe.
Er waren klachten van de organist over de laatste stemming door Koch. De HOC raadt verder gaan met Koch sterk af. Het plan lensink is met het huidge plafond niet te realiseren. Ook is het esthetisch niet verantwoord.
Het volgende wordt afgesproken:
- Erné en Hülsmann zullen het orgel nog eens grondig onderzoeken en op grond daarvan plannen maken. Met zijn 27 registers is het groot genoeg
- Mense Ruiter zou de restauratie kunnen uitvoeren. Dit zal besproken worden bij een vervolgoverleg.
- In overleg met de gekozen orgelmaker zal een restauratieplan worden opgesteld.
Op 21 juni schrijft de kerkvoogdij naar de HOC dat ze akkoord gaan met de procedure zoals in de brief 3 mei is omschreven.
Op 25 juni schrijft de HOC naar de kerkvoogdij dat ze blij zijn met deze beslissing. Het geplande onderzoek zal na de vakanties plaatsvinden. (92)

1969: Op 17 april schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat sterk wordt ontraden om het ten geschenke gegeven orgel van Licht en Kracht te plaatsen op het orgelbalkon.
het orgel van Licht en Kracht is het waard om er grote bedragen aan uit te geven. Het kan op de huige plaats blijven staan.
Omdat er geen geld is voor een nieuw orgel wordt aangeraden aan het huidge orgel alleen het noodzakelijke onderhoud uit te voeren en te kijken hoe lang het nog mee gaat.
Beide orgels zijn onzekere factoren. Het is dus verstandig met een orgelfonds te starten om later een nieuw orgel achter de het huidge front te kunnen plaatsen.
Op 13 juni dient de HOC een rekening in van f 166,03 aan de kerkvoogdij voor gemaakte kosten (92)

1963-1967: (Van der Kleij) De organist klaagt over de slechte toestand waarin het orgel zich bevond. Een kostenberaming voor herstel kwam echter op f. 10. 000, -- uit. In 1964 gaf de Orgelcommissie der Nederlandse Hervormde kerk desgevraagd in een rapport haar mening over de toestand waarin het orgel zich bevond. Ook hierin ging men echter nog steeds uit van verkeerde historische veronderstellingen (35) . De orgelhandel Van Slooten te Assen kwam in 1966 met het voorstel om het orgel uit de St. -Jacobskerk te Vlissingen, gemaakt door P. van Dam in 1901, dat vervangen zal worden, naar Assen over te brengen en te plaatsen in de hervormde kerk ter vervanging van het oude orgel. Dit plan ging echter niet door (36) . Het zogenaamde "plan Lensink" komt in 1967 weer op de proppen. Laten we het orgel uitbreiden met een Rugwerk. De firma Koch heeft al een offerte klaar voor f. 90. 000, --. Ook dit plan gaat niet door wegens de hoge kosten. De organist L. B. J. Lensink vertrok teleurgesteld uit Assen en werd organist te Eibergen (37) . Op de begane grond van de kerk werd het orgel uit de kerkzaal van de inrichting "Licht en Kracht" opgesteld. Dit orgel was als hulporgel neergezet, daar het hoofdorgel te veel mankementen vertoonde. Het kon echter nooit het oorspronkelijke Van Dam-orgel vervangen. Een aantal adviseurs kwam nog eens een oordeel geven over het Van Dam-orgel, welke beoordeling niet gunstig was. (38).

Het interim-orgel op de begane grond
Het "Noodorgel". Dit instrument staat nu in de hervormde te Grolloo.


Foto Drents Archief


Drents Archief Assen Foto uit ca. 1970
Tekst opschrift boven de speeltafel: "De plaats van de organist van het orgel in de Nederlands hervormde kerk aan de Kerkbrink te Rolde. Het opschrift boven de registers luidt: De Herv. Gemeente van Rolde ontving dit orgel van één harer voormalige leeraars den Weleerb. Z. Gel. Heer C. Brouwer, thans rustend leeraar te Assen, als blijk van Blijvende liefde en voortdurende belangstelling in hare godsdienstige belangen, terwijl het, door vrijwillige bijdragen der gemeente, vergroot en verfraaid, op den 28 nov. 1847 plechtig werd ingewijd."

1981-1982: In 1981 werden plannen gemaakt om het orgel te restaureren. Men begon met een nauwkeurige inventarisatie van het bestaande orgel. Het bleek dat er 8 registers verdwenen waren, twee registers waren 1 octaaf vergeschoven en 3 registers waren verplaatst. In 1982 vond de restauratie plaats. De orgelmaker Mense Ruiter BV te Zuidwolde Gr. nam het werk op zich. Gestreefd werd naar de reconstructie van het oorspronkelijke Van Dam-orgel uit 1896. Hiertoe waren een aantal forse ingrepen nodig om de veranderingen uit de jaren 1954 -1955 te niet te doen. Als adviseur werd aangetrokken de Van Dam-kenner Jan Jongepier, organist van de Grote kerk te Leeuwarden. Gebruik werd gemaakt van pijpwerk uit het Van Dam-orgel uit 1901 dat in de Oosterkerk te Leiden stond en helaas werd gesloopt. Ook werd de Voix Celeste uit het Van Dam-orgel in de Lutherse kerk te Purmerend die daar werd verwijderd in het orgel te Assen opgenomen. Op 26 november 1982 werd het gerestaureerde orgel weer in gebruik genomen met een orgelconcert door Jan Jongepier. Op enkele verschillen na (de Dulciaan 8’ van Koch moet nog worden vervangen door een Klarinet 8’), werd de oorspronkelijk dispositie weer gereconstrueerd.

Dispositie na de restauratie:

Hoofdwerk:   Bovenwerk:   Pedaal:  
Bourdon 16’ Prestant 8’ Subbas 16’
Violon 16’ disc. Holpijp 8’ Octaaf 8’
Prestant 8’ Quintadeen 8’ Gemshoorn 8’
Roerfluit 8’ Viola di Gamba 8’ Octaaf 4’
Fluit Travers 8’ Voix Celeste 8 Bazuin 16’
Octaaf 4’ Salicet 4'* Trompet 8’
Nachthoorn 4’ Roerfluit 4’    
Quint 3’ Woudfluit 2’    
Octaaf 2’ Dulciaan 8’    
Mixtuur 2-3 st. * Tremulant      
Trompet 8’        

* De Mixtuur was in 1896 3-4 sterk en in plaats van de Salicet 4’ stond er een Flute Harmonique 4’; de Quintadeen 8’ is niet origineel en in plaats van de Speelfluit 4’ staat er nu een Roerfluit 4’; in het bestek van 1896 werd niet gesproken over een tremulant; Klavieren C - g (3) ; Pedaal C - d (1) ; Manuaalkoppel; Pedaalkoppel (39) .


Bericht uit Kerk en Muziek van 1983-04


Het Orgel 1983-01

In 1982 wordt het boekje "Een Heilig Huis" uitgebracht tgv de ingebruikneming van de gerestaureerde Jozefkerk+orgel in juni 1982.
Er zijn enkele pagina's aan het orgel gewijd, geschreven door Jan Jongepier. (76)


Reformatorisch Dagblad 8 januari 1983: Assen bezit weer zorgvuldig gerestaureerd Van Dam-orgel
Jan Jongepier: „Verrassende restauratie"
Enige weken geleden bespraken wij het in de Ned. Herv. Kerk van Daarle eplaatste Van Dam-orgel. In diezelfde week dat het orgel van Daarle in gebruik werd genomen waren wij in de gelegenheid de ingebruikneming bij te wonen van het gerestaureerde Van Dam-orgel in de Ned. Herv. Jozefkerk te Assen. Deze kerk was na een drastische restauratie al eerder in gebruik genomen en vrijdag 26 november jl. was het zover dat ook het orgel weer in de eredienst zou kunnen gaan functioneren.
Evenals in Daarle, was ook hier de kenner van de Van Damorgels. Jan Jongepier, adviseur.Voor deze avond, waarop Jongepier het fraaie instrument in een uitgebreid programma demonstreerde, bestond een goede belangstelling. In zijn toespraak kwam tot uitdrukking dat de restauratie ook voor hem een verrassende bezigheid was geweest. „Na de vakkundige restauratie door Mense Ruiter Orgelbouw te Zuidwolde (Groningen), is dit orgel weer een stijleenheid geworden", aldus Jongepier. Ter gelegenheid van de restauratie van kerk en orgel verscheen een keurig uitgegeven brochure waarin ook een artikel werd opgenomen van de hand van Jongepier over het orgel van de Herv. Jozefkerk te Assen, waaruit we de diverse historische gegevens over dit orgel hebben mogen putten.
Niet oud
Het orgel van deze kerk is nog net echt historisch te noemen. Gebouwd door de orgelmakers Van Dam uit Leeuwarden, werd het nieuwe orgel op 10 oktober 1896 gekeurd door M. H. van ''t Kruys, organist van de Grote of St.-Laurenskerk te Rotterdam. Het bestond toen uit Hoofdwerk (11 stemmen), Bovenwerk (8 stemmen) en Pedaal (6 stemmen). In 1897 werd nog een Trompet 8'' aan het pedaal toegevoegd.
Bij de bouw van dit nieuwe orgel moesten de orgelmakers Van Dam, door de omstandigheden daartoe gedwongen, enigszins afwijken van de vaste gebruiken. Zo bevatte de dispositie registers die voorheen door deze orgelmakers nooit werden gemaakt, terwijl daarentegen een Cornet, die altijd voorkwam op het Hoofdwerk, ontbrak. Doordat de ruimte waarin het orgel moest worden geplaatst niet hoog genoeg was voor het bouwen van het gebruikelijke tweeledige front (Hoofdwerk en Onderfront) maakten de orgelmakers voor de Jozefkerk een enkelvoudig front en werd het pedaalpijpwerk achter in de orgelkast geplaatst.
Het spreekt haast vanzelf dat ook dit orgel in de loop der jaren enkele keren moest worden hersteld c.q. gerestaureerd. Zo werd het in 1910 door de Fa. Van Dam hersteld nadat er in de kerk een blikseminslag had plaatsgevonden waarbij ook het orgel was beschadigd. Voorts werd in 1934 door de Fa. Vaas en Bron uit Leeuwarden (voormalige werknemer van de Fa. Van Dam, die inmiddels was opgeheven), een restauratie uitgevoerd. Hierbij bleef het orgel grotendeels onaangetast. Dat kan niet gezegd worden van de in de jaren 19541955 door de Fa. Koch uit Apeldoorn uitgevoerde werkzaamheden. Haar werkzaamheden groeiden uit tot een forse modernisering van het orgel, waarbij helaas enkele originele registers het veld moesten ruimen voor registers in een neo-barok idioom. In 1956 werd een en ander nog eens „dunnetjes" overgedaan.
Klachten
In de jaren zeventig waren er zoveel klachten dat men er toe overging een restauratieplan op te stellen, dat in 1981 definitief gestalte kreeg. Aanvankelijk was het de bedoeling het orgel in technisch opzicht geheel te herstellen en tevens de onbetrouwbare claviatuur die in 1956 was aangebracht, te vernieuwen. Er deed zich echter een verrassende mogelijkheid voor.
Enkele jaren geleden was in de Oosterkerk in Leiden het Van Dam-orgel uit 1901 afgebroken. Dit orgel bewees nu goede diensten want behalve diverse orgelcommissies die onderdelen van dit orgel kochten, konden diverse labiaalpijpen van dit Leidse orgel thans opnieuw gebruikt worden in Assen. Zodoende kon men de sterk veranderde dispositie weer herstellen met daartoe geëigend pijpwerk. Twee registers uit het Leidse orgel, die in particuliere handen terecht waren gekomen, konden eveneens worden aangekocht. Weliswaar kon men hiermee niet exact de originele dispositie herstellen, maar wel kon deze zoveel mogelijk in de geest van 1896 worden teruggebracht.
Celeste
Tijdens de herstelwerkzaamheden bleek dat de Voix Celeste op het Bovenklavier in de discant dubbelkorig was geweest. Jan Jongepier wist het gelijknamige register aan te kopen van de Evang. Lutherse Kerk van Purmerend waar dit register enkele jaren geleden overbodig was geworden. Daar het oorspronkelijk de bedoeling was om de Quintadeen 8'' uit het Leidse orgel te plaatsen op de plaats waar voorheen de Voix Celeste had gestaan, werd thans besloten deze aan de dispositie toe te voegen.
Het uit 1892 daterende Van Dam-orgel in de Evang. Lutherse Kerk van Purmerend stond model voor de reconstructie van claviatuur en verdere onderdelen. In het kader van de kerkrestauratie werd tevens de orgelkas geschilderd.
In één woord samengevat mogen we spreken van een geslaagde restauratie. Assen heeft een schitterend orgel teruggekregen en gevoegd bij de, in deze Drentse hoofdstad nieuw gebouwde orgels, wordt het langzamerhand een plaats waar de orgelliefhebbers volledig aan hun trekken kunnen komen. Er heeft zich in Assen dan ook een comité gevormd dat wil trachten hier jaarlijkse concertseries te organiseren.
Er moet nog wel even gezegd wórden dat het onder het orgel aangebrachte tochtportaal, bestaande uit een houten raamwerk met glas, in schrille tegenstelling staat tot dit fraaie instrument. Hier had men toch echt iets anders voor moeten bedenken.
Dispositie
Hoofdwerk: Bourdon 16'', Violon 16'' discant, Prestant 8'', Roerfluit 8'', Fluit travers 8'', Octaaf 4'', Nachthoorn 4'', Quint 3'', Octaaf 2'', Mixtuur 2-3 sterk. Trompet 8''.
Bovenwerk: Prestant 8'', Holpijp 8'', Quintadeen 8'', Viola da Gamba 8'', Viox Celeste 8'', Salicet 4'', Roerfluit 4'', Woudfluit 2'', Dulciaan 8''.
Pedaal: Subbas 16'', Octaaf 8'', Gemshoorn 8'', Octaaf 4'', Bazuin 16'', Trompet 8''. Voorts de gebruikelijke koppels en een tremulant.

 

 

 


1993:

In 1993 protesteerde A.J. Opten tegen het vervangen van de Dulciaan door een Klarinet. Nieuwsblad van het Noorden d.d. 28 juli 1993

1994: De Koch-Dulciaan wordt vervangen door een originele doorslaande Klarinet van Van Dam. (55)


Foto Reliwiki (62)

1996: het orgel "viert" zijn 100e verjaardag.


Drentse Courant, Oktober 1996


Foto: 2011 Henk Heideveld (57)
Klik op de afbeelding om een grotere versie te bekijken

2016: Vanaf januari 2016 onderaat het orgel een deelrestauratie door Mense Ruiter. Zie onderstaande artikelen.
Op zaterdag werd tijdelijk afscheid genomen van het orgel.
Programma "Afscheid van het van Damorgel"
1. Dolf Tamminga. dir. Mense Ruiter orgelbouw Toelichting op de restauratie.
2. Stef Tuinstra , orgeladviseur Klankdemonstratie.
3. Appie Veenstra, restauratieschilder Toelichting op het schilderwerk.
4. Johan Gerkes, organist Jozefkerk Orgelconcert.

5. Gelegenheid om boven het orgel te bezichtigen.

Via een vouwblad wordt voor de bekostinging geworven.




Klik op de afbeelding voor een vergroting


Links: Gezinsblad 16-12-2015                                       Midden: Dagblad van het Noorden 26-11-2015 (74)                        rechts: Dagblad van het Noorden januari 2016


Drenthe Journaal 14 januai 2016


Drenthe journaal 25 februari 2016 (75)



Dagblad van het Noorden 21 november 2016 Klik op de afbeelding voor een vergroting


Het orgel werd op 25 november 2016 weer in gebruik genomen met een bespeling door de organist van de kerk Johan Gerkes.
Orgeladviseur Stef Tuinstra gaf een klankdemonstratie.

Gezinsblad 30-11-2016 Klik op de afbeelding voor een vergroting (77)

Reportages door RTV Drenthe:
 - 11 januari 2016: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/104294/David-Bowie-als-laatste-klanken-van-het-orgel-in-Jozefkerk-Assen
 - 22 februari 2016: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/105966/Orgelrestaurateurs-doen-bijzondere-ontdekking-in-de-Jozefkerk-in-Assen
 - 7 november 2016: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/114935/Binnenkort-weer-orgelklanken-te-horen-in-Asser-Jozefkerk
 - 25 november 2016: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/115652/Het-is-een-cadeautje-om-op-dit-orgel-te-mogen-spelen


Gezinsblad 28 juni 2017 p31 (78)

Artikel door Dirk Molenaar in de Orgelvriend 2017 nr. 09

Organisten

1558. Claes Wetsinghe. Hij was als provenier opgenomen in het klooster Mariënkamp te Assen. Hij bleek tevens als organist te kunnen optreden (40) .

1731. Anthonie Herborn. Van hem is niets anders bekend dan dat hij volgens de Landschapsresolutie van 20 april 1731 op de nominatie stond om als organist van de Nederlandse Hervormde gemeente te Assen benoemd te worden (41).

1822 Jurjen Walles. Deze organist werd in 1822 benoemd. Hij was sinds 1817 organist van de Doopsgezinde kerk te Groningen. Toen hem aldaar een salarisverhoging werd aangeboden bleef hij daar organist. Walles werd dus geen organist in Assen. (42 en 61) .

1822-1858. Claas Meyboom. Hij was een zoon van Coord Meyboom geboren 1745 in Wefelsfleth (Holstein), koopvaardijkapitein. Op zijn huis stond in ijzeren letters de naam "Maybohm". Hij huwde Amsterdam 1781 met Johanna Meyer, dochter van een scheepsdokter. Zij kregen 7 kinderen waarvan er 6 jong overleden. Claas, de oudste, geboren in 1783 te Emden, bleef in leven. Hij woonde te Emden en huwde ten eerste met Louise Susette Petronella van Sprengen uit Haren, zij overleed in 1814, 31 jaar oud. Hun dochter Johanna Maria huwde Michiel Jacob Noordewier uit Baflo. Hij werd later rector aan het gymnasium te Winschoten en in 1851 te Assen. Claas Meyboom huwde voor de tweede maal met Maria Elisabeth Strausz, dochter van een koopman te Emden. Hun zoon Louis Susan Pedro, geboren 2 april 1817, werd predikant, laatst te Amsterdam. Bij de geboorte van Louis noemde Claas Meyboom zich portretschilder. Hij had door de tiërcering een groot deel van zijn vermogen verloren en moest omzien naar werk. Zo vestigde hij zich te Assen en werd in 1822 benoemd in de betrekking van organist. Al in 1818 bestonden er plannen om een organist te benoemen. Men wilde deze betrekking echter combineren met de betrekking van muziek- teken- en taalmeester. Hiervoor zou hij f. 500, -- ontvangen en als organist f. 200, --. Dat hij nu niet direct zo tevreden was over zijn baan en de betaling ervan blijkt uit: "ondanks alle gouden bergen, die beloofd werden: verhoging van tractament, veel muziek- en tekenlessen, is daar niets van gekomen", dat was in 1844. We komen Meyboom regelmatig tegenin verband met orgelkwesties. Hij overleed in 1858 (43) .


Drentsche courant 11-11-1851, Ingezonden brief n.a.v. voor de vacature voor een nieuwe organist Provinciale Drentsche en Asser courant 07-08-1858


Provinciale Drentsche en Asser courant 09-09-1858

Op 21 mei 1858 schrijven de kerkvoogden aan de kerkenraad dat organist Meijboom is overleden. De kerkvoogdij wil voor hetzelfde honorarium van f 200,- per jaar graag een nieuwe organist benoemen. Voorlipig is er vervanging gevonden.
Op 31 juli schrijven de kerkvoogden aan de kerkenraad dat zes personen hebben gereageerd op de advertentie voor een nieuwe organist. S. Meijer uit Groningen en A. van Roskam uit Amersfoort lijken ongeschikt, gezien hun gedrag. De overige vier sollicitanten dienen een vergelijkend examen af te leggen met als deskundige de organist Worp uit Groningen. Kan de kerkenraad hiermee instemmen?
Onduidelijk kladje van de kerkenraad over de procedure van het vergelijkend examen en de reiskosten van de deelnemers.
Op 10 augustus gaat een brief naar de sollicitanten waarin wordt gemeld dat het vergelijkend examen zal plaatsvinden op 8 september. Enige sollicitanten hebben gevraagd of er in Assen gelegenheid is om muziekles te geven. Deze vraag kan niet worden beantwoord. Sollicitanten dienen dit zelf uit te zoeken. Nodig is een bewijs van goed gedrag. Reis- en verblijfkosten worden niet vergoed.
Op 4 september schrijft de kerkvoogdij dat de volgende organisten meedoen aan het vergelijkend examen: J.H. Obbes en L. Schenkel uit Assen, N. Hacken uit Appingedam, B. de Vries uit Goor, A. van den Oyen?, J. Welmers? te Groningen.
Twee sollicitantenJ. de Vries en J.A. Heenen? hebben afgezegd. Het examen begint op woensdag 8 september om 10 uur en wordt afgenomen door de heer J. Worp uit Groningen.
Van 28 oktober dateert een zo goed als onleesbare brief van de kerkvoogdij aan de kerkenraad. Vermoedelijk gaat het over de beloning van de organist gezien de genoemde bedragen van f 200,- en f 150,- (83)

1858-1898. Joan Francois Nicolaas Obbes. Deze organist was voor zijn benoeming al muziekmeester te Assen. Op 25 mei 1858 verzocht hij benoemd te worden als organist bij de Nederlandse Hervormde gemeente Assen. Op 13 september 1858 waren er negen sollicitanten en Obbes werd die dag benoemd voor één jaar. Het salaris was f. 200, -- per jaar.
In september 1859 wordt de éénjarige aanstelling van 8 september 1858 met een jaar verlengd. De officiele brief dateert van 6 oktober 1859.
In oktober 1860 volgt zijn definitieve aanstelling voor een salaris van f 200,- per jaar. (83)
Het werden tenslotte veertig dienstjaren. J. F. N. Obbes werd geboren te Arnhem in 1825. Op 13 november 1868 huwde hij met Wernera Willemina van der Vegt. Het echtpaar kreeg vier kinderen, waarvan er één jong overleed. Zijn oudste zoon Joan Francois Obbes werd een bekend tekenaar en schilder te Den Haag (44) . Ook te Coevorden, Meppel en Marum komen familieleden voor meestal binnen het onderwijs werkzaam (45) . J. F. N. Obbes bewoog zich in het muziekleven te Assen als koorleider en als muziekleraar. Verder componeerde hij voor piano en orgel. In 1896, tijdens zijn organistschap werd het nieuwe orgel gebouwd. Hiervan profiteerde hij echter niet lang, daar hij 18 december 1898 op 73-jarige leeftijd overleed (46. ) .


Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 12, 1855, no 8, 15-04-1855


Obbes wordt ook genoemd in een artikel over een bijeenkomst van onderwijzers te Assen. Provinciale Drentsche en Asser courant 18-09-1862


Provinciale Drentsche en Asser courant 06-09-1886, 27-10-1890


Het Orgel november 1890



Hij stelde in 1894 een vraag in het Tijdschrift "Het Orgel" 1894/04 omtrent het tempo van de gemeentezang.


Provinciale Drentsche en Asser courant 20-12-1898, 22-12-1898, "Het Orgel"  van 1899-11 januari


Advertentie voor een nieuwe organist in Het orgel 1899-02 april, Provinciale Drentsche en Asser courant 03-04-1899, 27-04-1899, 15-05-1899


Provinciale Drentsche en Asser courant 16-05-1899, 21-06-1899, 22-06-1899

1899-1901 J. Schallenberg


Provinciale Drentsche en Asser courant 06-02-1900, Provinciale Drentsche en Asser courant 28-01-1901, 12-04-1901

Op 25 januari 1901 schrijft de kerkvoogdij aan de kerkenraad dat dhr. Schallenberg per 1 april is benoemd als organist in Harderwijk. Voorgesteld wordt om de bespeling van het orgel toe te wijzen aan dhr. Tadema todat er een definitieve keuze is gemaakt.

1901-1911. Z. Tadema. Bij zijn benoeming bedroeg het salaris f. 350, --. Hij schreef nog al eens een artikel in Het Orgel. Onder andere over de in Assen heersende gebruiken tijdens de kerkdienst. Ook schreef hij over de ingebruikname van het orgel in de Gereformeerde kerk te Hoogeveen. En hij vermeldt de brand in het torentje van de Hervormde kerk te Assen in 1910. Hij vertrok in 1911 naar Nederlands Oost Indië (47) .
Op 2 december schijft de kerkvoogdij aan de kerkenraad dat Tadema per 1 april 1911 eervol ontslag heeft aangevraagd vanwege zijn vertrek uit Assen. Kan de kerkenraad dit verlenen?


Het Orgel 1906 januari

Provinciale Drentsche en Asser courant 10-04-1901, 20-07-1901, "Het Orgel" 1910 december


Provinciale Drentsche en Asser courant 25-03-1911

1911-1922. F. H. E. Bicknese. Deze organist werd 1 april 1911 benoemd. Hij was al sinds 1895 kapelmeester der Stafmuziek te Assen. Dit korps werd later de bekende Jan Willem Frisokapel. Bicknese maakte het korps te Assen tot één der beste van Nederland. In 1905 won hij een eerste prijs op het militair muziekconcours te Tilburg in de afdeling marsmuziek (48) . Bicknese werd op 13 oktober 1862 geboren te Rotterdam. Hij ging al jong in de muziek en werd pianist en dirigent. Tevens werd hij bekend als componist en arrangeur voor fanfare- en harmoniekorpsen (49) . Per 1 april 1922 bedankte hij als organist en hem werd eervol ontslag verleend. Later vestigde hij zich te Den Haag. Hier kreeg hij nog bekendheid als landschapschilder (50) .


Provinciale Drentsche en Asser courant 10-03-1911, 12-05-1920, 16-03-1922, 17-03-1922

1922-1946. L. van Aalst. Hij was voordien al assistent organist sinds 1918. Hij was woonachtig in Groningen en liet zich veel door zijn broer vervangen. In 1946 bedankte hij als organist (51) .

Provinciale Drentsche en Asser courant 11-04-1927 en enekele malen daarna


Provinciale Drentsche en Asser courant 12-11-1938


Provinciale Drentsche en Asser courant 04-02-1946, 14-02-1956

1946-1953. J. H. van Aalst. Broer van de vorige. Hij werd benoemd uit vijf sollicitanten, vooral op grond van zijn trouwe waarneming. In 1953 bedankt hij als organist (52) .


Provinciale Drentsche en Asser courant 11-04-1953

1953-1967. L. B. J. Lensink. Hij was eerst organist te Apeldoorn waar hij ongetwijfeld kennis maakte met de firma Koch, orgelmakers aldaar, die hij voor zijn plannen met het orgel te Assen wist in te zetten. Hij ontwierp het zogenaamde "Plan Lensink", hetgeen een rigoureuze verandering van het oorspronkelijke Van Dam-orgel betekende. Toen van zijn ambitieuze plan niets terecht kwam vertrok hij teleurgesteld als organist naar Eibergen (53) .


Provinciale Drentsche en Asser courant 09-11-1953, 26-02-1954, 03-08-1954


Provinciale Drentsche en Asser courant 01-10-1958

1968- 198x K. A. Munniks. Deze in 1968 benoemde organist woonde te Groningen (54) .

Advertentie uit Het orgel oktober 1967

198x- heden Johan Gerkes

Bronvermelding:

1. Zie beschrijving kerk.
2. Zie beschrijving kerk.
3. Zie beschrijving kerk.
4. Zie beschrijving kerk.
5. Cartago ass146 - Arch. Abdij Assen, inv.nr. 20, reg. 146
6. Drents Archief 0001 Oude Staten archieven, 1344-1815 2.1.1.1.1. Resolutiën en brieven afkomstig van Ridderschap en Eigenerfden en Drost en Gedeputeerden 14.21 1722-1738; 1722 aug 28 - 1738 jun 2 (scan 286)
7. Zie Pareau. a. w. en Romein. a. w. Zie ook Kymmell/Zijlstra. Na een eeuw(1807-1907)1907. De kerk werd 12-10-1817 in gebruik genomen. Boekzaal II (1817)690.
8. Zie 87
9. RAD. AHKA. Brief ged. 12-11-1817; 20-6-1821; 5-6-1823; 30-3-1823; 16-6-1825. Bijlage 3. (C t/m I).
10. GAA. Doos A. 29 Notulen Burg. 1818 no 322, verg. 7-71818; dem doos A. 31, bijlagen no 322, 7-7-1818; idem doos A. 33. Not. Burg. no 9. verg. 9-1-1819. Besluit Z. M. 6-12-1818 tot toestemming plaatsing v/e orgel in de Ned. Herv. kerk te Assen.
11. GAG. Reg. Burg. stand. In 1817 woonachtig te Groningen: N. A. Lohman, orgelmaker C. 157, Zwanestr. ; P. van Oeckelen, muziek- en instrumentmaker, F. 25, Gelkingestr. ; J. W. Timpe, orgelmaker, L. 116, aan ‘t Cingel. Van Oeckelen was in 1818 klokkenist te Groningen, hij werd 1810 als zodanig benoemd. Daar hij in 1792 geboren was, bleek hij toen 18 jaar te zijn. Dat hij bij Freytag in de leer geweest zou zijn is haast niet mogelijk daar H. H. Freytag in 1811 overleed en zijn zoons nog te jong waren, zodat de wed. Freytag met behulp van knechts het bedrijf moest voortzetten. In 1818 was hij 26 jaar en nog vrijgezel. Hij huwde pas in 1825. GAG. Reg. Burg. Stand. Trouw . 30-6-1825. Volgens een aanbevelingsbrief van de zonen Van Oeckelen na de dood van hun vader uitgegeven en gedateerd 1878 vermelden zij dat hun vader ongeveer 50 jaar het vak van orgelmaken uitoefende. Dit betekent dat hij pas ong. 1829 als orgelmaker werkzaam was . Daar J. W. Timpe eveneens katholiek was ligt het voor de hand dat Van Oeckelen met hem samenwerkte. Dit was niet een meester-knecht verhouding zoals wel blijkt uit de bouw van het orgel in de Nieuwe- of Noorderkerk kerk te Groningen. Zie Westra. Timpe-orgel. SGO. no 10. (1986).
12. De dispositie is te vinden In Amphion, tijdschrift voor vrienden en beoefenaars der Toonkunst, 2e jg . Gron. bij W. v. Boekeren(1819)120-122. Ook bij Broekhuijzen. Orgelbeschr. I. (1986) ed. Gierveld. In de Boekzaal. I. (1819)613 werd geen dispositie opgegeven.
13. RAD. AHKA. Inv. 261. Bijlagen Rek. Kerkv. 1823. Werkzaamheden aan het orgel in de maand april 1823 f. 16, --, get. Matthias Martin, orgelmaker Groningen 1-5-1823. Verder voor L. v. Dam idem. Inv. 262, ontv. en uitg. 1826 en 1827. Gewone jaarlijks onderhoud door orgelmaker L. v. Dam, Leeuwarden.
14. RAD. AHKA. Inv. nr. 263. 1827. Rep. orgel f. 35, --;rep. pijpen f. 15, --;blaasbalgtrapper f. 5, 40; totaal f. 55, 40.
15. RAD. AHKA. Inv. 264. Kwitanties 1830-1835 getekend door N. A. Lohman. 1834 get. D. H. Lohman f. 12, 81. Van 1836-1847 kwit. get. door G. W. Lohman.
16. RAD. AHKA. INV. 267. Brieven Lohman, ged. Leiden 3-3-1847; Van Oeckelen, ged. Groningen 8-10-1847 en 12-10-1847. Bijlage 4.
17. RAD. AHKA. Inv. 267. Brieven. Naber, Deventer 6-11-1847 en verpl. orgel door v. Oeckelen 1848. Bijlage 5.
18. RAD. AHKA. Inv. S. 68. Bijlage Not. kerkv. 19-1-1848. Inv. 268. Kwitantie. Uitbet. aan P. v. Oeckelen f. 350, -- 21-4-1848. Hierna schreef L. Oldenhuis-Gratama een tweetal bezwaarschriften, die handelen over de klank van de stemmen, de blaasbalgen en de ornamenten. Geheel in overeenstemming met hetgeen G. W. Lohman 8-2-1848 voorstelde. Gratama lijkt dus liever met Lohman te doen te hebben dan met Van Oeckelen. idem. Bijl. Not. Kerkv. no 5 en no 6. 8-2-1848. Bijlage 6.
19. Pareau. Zie 80
20. RAD. AHKA. Inv. 270. Bestek Van Oeckelen 16-12-1853. Dit bestek, evenals trouwens dat van 1896, heeft lang verscholen gelegen in het archief van de Ned. Herv. gemeente. Men was daar niet altijd even zorgvuldig mee omgegaan, zodat het in 1970 bij een bezoek aan het kerkelijk bureau Kerkplein 1 te Assen het archief op de zolder gevonden werd en hieruit een aantal stukken te voorschijn kwamen waarnaar lang was gezocht. Bijlage 7 en 8. In de literatuur wordt deze ingreep nergens genoend Zie Oosterzee. Ned. Herv. Kerk (1865) 249; Romein. Predikanten (1861) 2; Gregoir. Historique (1865) 191. Broekhuyzen Orgelbeschr. (1986) Ed. Gierveld; Van ‘t Kruijs. Verz. disp. (1885) 90. Bijlage 5. In 1819 werd het orgel niet voltooid, daar de gemeente niet meer geld kon opbrengen. Er werd toen ruimte open gelaten voor uitbreiding.
21. De keurmeester Siwert Meijer was organist van de Nieuwe- of Noorderkerk te Groningen beroep gaf hij op: ondermuziekmeester. Tijdens de keuring van het orgel te Assen was hij bezig met de publikatie van de geschriften van Arp Schnitger in Caecilia (1853) 111-112; (1854) 59-61. Zie voor hem Edskes. Nagelaten geschriften(1968)23-24.
22. RAD. AHKA. Missieve boek kerkvoogdij (1847-1863) . Brieven:5-1-1854; 18-3-1854; 26-9-1854; 7-10-1854; 10-12-1854. Prov. Coll. v. Toez. op Adm. der N. H. Gem. Verbalen: 28-1-1854 en 20-10-1854. Goedkeuring geldlening f. 1200, --.
23. RAD. AHKA. I nv. 272-275. Kwitanties over die jaren. Brief Steenhuis 1894. Bijlage 9.
24. De firma Snelleman had een piano- en orgelhandel gevestigd aan de A-kerkhof te Groningen. Zie adresboek Groningen van die jaren. Onverklaarbaar is waarom de firma Van Oeckelen niet meer het onderhoud had in die tijd. Snelleman was geen echte orgelmaker en de stemmer zal ook geen vakman geweest zijn. Het orgel heeft daar onder geleden. Zo slecht was de kwaliteit niet als men ziet dat het nu nog te Havelte na 100 jaar dienst doet.
25. RAD. AHKA. Inv. nr. 276 en 277. Van Dam was in 1894 bezig met een nieuw orgel te plaatsen in de Ned. Herv. kerk te Gieten, dat zondag 29 juli 1894 door zijn zoon (nl. Pieter van Dam) zou worden bespeeld. 30-7-1894 komt hij dan naar Assen om over de levering aldaar te spreken. Brieven 5-9-1894; 17-9-1894; 26-11-1894; 29-11-1894; 1-2-1895; 1-11-1895; 17-12-1895; 5-3-1896 en 5-7-1896. De kosten zullen f. 4000, - bedragen, met vrij pedaal f. 1200, - extra. Ook dit bestek lag op de zolder van het kerkelijk bureau tussen het ongeordende archief van de Ned. Herv. gemeente te Assen. De toenmalige administrateur was zeer verbaasd dat het bestek in zo goede staat voor de dag kwam daar er al tientallen jaren naar gezocht was. Bijlage 10.
26. RAD. AHKA. Inv. nr. 278. Notulen kerkeraad (1891-1915). Ds. L. Knappert preekte over "Kunst en Protestansche Eeredienst", naar aanleiding van Ps. 150: 1a, 3a, 4b en 6 en Philip. 4:8. Idem Inv. Nr . 277. Brieven 10-9-1896; 4-11-1896; 10-12-1896. Van ‘t Kruijs ontving voor de keuring f. 100, --. Van 1953 tot 1967 wist men de bouwer van het orgel niet te vinden. Dat hierover geen twijfel behoefde te bestaan blijkt uit: 1e het Van Dam-front en versieringen; 2e Het Orgel(1896) 109: Te Assen in de Ned. Herv. kerk een nieuw orgel ingewijd; 3e Kerk. Courant (1896) no 43, 24 Oct. Assen 11 Oct. Inw. nw. orgel door de fa. Van Dam Lwd. enz. 4e. Voorl. Lijst (1909) 18. Havelte H. K. Orgel (XVIIIc) afkomstig uit de kerk te Assen. Hier blijkt het orgel, als meubel gezien, gedateerd dient te worden uit het derde kwart (c) van de 18e eeuw.
27. RAD. AHKA. Inv. nr. 277. Brieven 4-11-1896;19-11-1896 en 10-12-1896. Van Dam kan niet beloven de gevraagde Trombone al in 1897 klaar te hebben. In 1897 kwam er een Trompet 8’ bij op het Bovenwerk.
28. Er komen verschillende gegadigden voor het orgel uit Assen opdagen;
1896. Brief 3-2-1896 G. F. Jurjaansz, Amsterdam. Brief 26-2-1896 H. W. Flentrop, Koog a/d Zaan Brief 5-3-1896 Ds. R. Beunk, Norg. Brief. 10-4-1896 Uit Helmond. Geen van hen zijn koper geworden. Van Dam herplaatst het in de Ned. Herv. kerk te Havelte. Kerk. Courant (1897) no 19. 8-5-1897. Orgel in gebruik genomen 18-4-1897. Zie verder onder Havelte Ned. Herv. kerk.
29. RAD. AHKA. Inv. nr. 278. De schade was aanzienlijk: pedaal en blaasbalgen zwaar beschadigd; windlade, cancellen en alle leerwerk losgeweekt; slepen doornat enz. Na droging nog meer schade. Verschillende delen opgestuurd naar Lwd. Orgel nov. 1910 weer speelklaar. Kosten herstel f. 717, 90. Kwit. get. P. v. Dam 19-1-1911. 10 jaar garantie. Orgelstemmen kost f. 30, -- per jaar. Het Orgel (1909-1910) 85. Op 13 juni 1909 sloeg de bliksem in het torentje.
30. De organist Van Aalst noemde een aantal orgelfirma’s die het werk zouden kunnen doen: Van Leeuwen, Leiderdorp; Flentrop Zaandam; Valckx en Van Kouteren Rotterdam; De Koff Utrecht RAD. AHKA. Brieven 26-3-1934; 16-4-1934 en 26-4-1934. De totale kosten waren f. 768, --. Liefst 25 jaar garantie! RAD. AHKA. Notulenboek (1933-1947) 17-8-1934. Prov. Dr. en Asser Cour. zaterdag 29-9-1934 1e blad 2e pag.
31.Zie 92
32. RAD. AHKA. Brief 1-12-1953. De suggestie van organist Lensink dat de firma Koch de helft goedkoper is dan de firma Flentrop geeft aan dat de organist op de verkeerde weg is. Koch bood aan het werk voor f. 6. 000, -- te willen doen tegen Flentrop voor f. 12. 500, --. Er ging een schrijven met klacht naar de firma Vaas en Bron, 9-2-1954. Deze firma verweerde zich in brief 11-2-1954 door te stellen dat ook anderen bij het orgel geweest zijn, oa. de plaatselijke orgelhandel, waarschijnlijk Van Slooten te Assen. Zij deden nog een voorstel voor reparatie 27-3-1954. Er werd echter voor Koch gekozen, die voor f. 1400, -- een reparatie ging uitvoeren, brief 11-10-1954. Tijdens de nu volgende reparatie werden nog meer wijzigingen aangebracht zodat het bedrag opliep tot f. 2715, --.
33. RAD. AHKA. Begroting Koch mei 1954. Er werd wel een zeer vrij gebruik gemaakt van het gestelde: "Het aanbrengen van een nieuw eikenhouten klavier en enkele registers opnieuw groeperen, zonder nieuwe pijpen te maken".
34. RAD. AHKA. Brieven 16-12-1955; 23-1-1956. Notulen kerkv. 10-4-1956; 13-4-1956; 1-6-1956; 28-6-1956. De firma Koch wilde de plannen wel realiseren. Zie tekening front van Lensink. Mej. H. C. M. Wiersma overleed 26-4-1956.
35. RAD. AHKA. Brief 25-3-1963. De gebreken van het orgel werden toegeschreven aan de koude winter van 1963 en de verkeerde opstelling van de hete-lucht verwarming. Rapport Orgelcommissie Ned. Herv. kerk 6-4-1964. Behalve atmosferische invloeden geeft het rapport aan hoe dilettantistisch er te werk werd gegaan bij de jongste revisie. Vreemd is het dat nog steeds van verkeerde historische feiten werd uitgegaan, het orgel zou gedeeltelijk dateren uit 1819!
36. RAD. AHKA. Brief Van Slooten 3-11-1967. Het orgel te Vlissingen werd in 1913 door Van Dam nieuw gebouwd als opus 380. Twee klavieren, vrij pedaal en 37 registers. Het Orgel (1914-1915) 44 en 64-65.
37. RAD. AHKA. Brief 3-11-1967. Het zg. "Plan Lensink" komt nog eens op de proppen. Het idee om het orgel uit te breiden met een Rugwerk. De gehele ombouw werd door Koch begroot op f. 90. 000, --. Ook nu ging het plan niet door vnl. door de hoge kosten.
38. Zie voor het Van Leeuwen-orgel uit de inrichting "Licht en kracht" aldaar.
39. Het Orgel(1983). Brochure juni 1982. Bijlage 11.
40. RAD. AHKA. Inv. nr 20 Joosting (1906).
41. Zie noot 6.
42. Caecilia (1855) 119; Gron. Volksalm. (1846)135.
43. GAA. Not. Burg. 1-10-1822. Volgens rek. (Inv. nr. 328)ontvangt Meyboom over 1822(vanaf 1 mei)f. 37, 50 en over 1823 (9 dec. ) f. 150, --. Zie over C. Meyboom. Buning. Dr. Hajo Uden Meybooms Asser pastoraat. In Nw. Dr. Volksalm. (1964) 58-85. RAD. AHKA. Brieven: 26-11-1823 (in de Duitse taal!) ;6-3-1823 (in ‘t Nederlands!); 6-3-1823; 5-4-1823; 6-4-1823; 15-7-1827; 29-12-1830; 3-4-1840; 8-6-1841 (steeds over reparaties van ‘t orgel) ;15-11-1844; 1-1-1845 (salarisverhoging f. 50, --); 1-1-1845; 15-4-1848; 25-4-1848 (verplaatsing van het orgel); 8-5-1848; 4-6-1853; 15-12-1853. Akte BS. Overl. 17-5-1858. RAD. AHKA. Not. Kerkv. (1765-1859) 13-9-1858.
44. Zie over Obbes en zoon: Scheen Lexicon (1969) RAD. Akten BS. Assen, Coevorden, Meppel. Poortman (Meppel) in Nw. Dr. Volksalm. (1968) 4-24 en idem (1912) 76-99. In 1860 werd Obbes muziekdir. liedertafel Orpheus (zie Jaarb. Swelingh (1860) 29 en 131. Obbes was ook leraar a/d Rijksnormaalschool te Assen voor muziek. In 1866 pl. kabinetorgel in deze school door N. A. G. Lohman , orgelmaker te Assen. Prov. Gron. Cour. 17-2-1866.
45. Composities: Caecilia (1855)76. Valse briljante pour le piano; Caecilia(1861) 124. Mazurka Elégance pour piano forte; Het Orgel (1890-1891) no 7 en 8 . Praeludium en Fuga(zie afdruk bij de III. ).
46. RAD. REg. BS. 18-12-1898. Het Orgel(1898-1899)161.
47. Het Orgel(1899-1900) 38. Adv. oproep org. N. H. gem. Assen. salaris f 350. Het Orgel(1904-1905) no 11/4 en no 12/4. Het Orgel(1908-1909) 48; Het Orgel(1909-1910)48. Het Orgel(1910-1911)2 en 23. Het Orgel (1911-1912)2.
48. RAD. AHKA. Not. kerkenraad 24-2-1911 en 23-3-1922.
49. De Muziekbode no 37(19 )290. Van Yperen. Ned. Mil. Muziek(1966)60, 97, 129 en 134.
50. Letzer. Muz. ned. (1913)16. Zijn kleindochter Marjorie Bicknese huwde met Max van der Kleij, zoon van een der schrijvers.
51. RAD. AHKA. Not. Kerkeraad (1915-1932) 23-3-1922 en 25-4-1922. Uit de Not. kerkv. Emmen 23-6-1919 bij sollicitatie naar de organistenpost aldaar geeft hij op hulporganist te zijn bij de N. H. gem. te Assen. Verder Not. kerkenraad 26-3-1943 en 22-3-1946.
52. RAD. AHKA. Not. kerkeraad 6-4-1946. De medesollicitant dr . Fr. Schmidt Marlissa blijkt meer muzikale kwaliteiten te hebben.
53. RAD. AHKA. Brieven:1-12-1953;11-10-1954;2-2-1955;8-2-1955;15-2-1955;20-5-1955;23-5-1955;25-5-1955;16-12-195;23-1-1956;25-3-1963;9-5-1963;6-4-1964;25-8-1964;3-11-1967;15-10-1967.
54. Benoemd 1-2-1968. Adv. Het Orgel(1967)250.
55. Het Orgel, mei 1995, blz 180. Jaap Brouwer maakte mij attent op dit gegeven.
56. E-Mail van Victor Timmer d.d. 2 juli 2010
57. E-Mail van Henk Heideveld d.d. 24-02-2011
58. E-mail van Victor Timmer d.d. 19-september-2012
59. E-mail van Victor Timmer d.d. 4 februari 2013
60 E-Mail van Victor Timmer d.d. 7 februari 2013
61. E_mail van Victor Timmer d.d. 6 december 2013
62. Reliwiki: http://reliwiki.nl/index.php/Assen,_Kerkplein_1_-_Jozefkerk
63. E-Mail van Victor Timmer d.d. 10 februari 2014
64. Boek: NIvO, Het Historische Orgel in Nederland deel 14 blz. 98-101
65. Tijdschrift: de Mixtuur 44 december 1983 Kroniek De Mixtuur orgel
66. Tijdschrift: de Mixtuur 57 juni 1987 Enige orgelberichten (1784-1848) door F.W. Huisman
67. Tijdschrift: Groninger Orgelagenda 2012 Orgelrestauaties in 2014 en later Groninger orgelagenda
68. Tijdschrift: Het Orgel 1953/11 L.B.J. Lensink wordt organist van de hervormde kerk te Assen
69. Tijdschrift: Het Orgel 1983/01 Orgelbouwnieuws
70. Tijdschrift: Het Orgel 1995/05 Orgelbouwnieuws door Aart Bergwerff
71. Tijdschrift: Organist en eredienst 1983/04 Het orgel in de Jozefkerk in Assen door Jozef Houwman
72. Boek: NIvO, Het Historische Orgel in Nederland deel 5 blz. 43-46
73: E-Mail d.d. 22 februari 2014 van Victor Timmer
74: E-Mail d.d. 18 december 2015 door Frits Kaan
75: E-Mail door Frits Kaan d.d. 10 maart 2016
76: E-Mail door Melle Buruma d.d 12 oktober 2016
77: E-Mail door Frits Kaan d.d. 18 december 2016
78: E-Mail van Frits Kaan op 28 juni 2017
79: Boek: Jaap Brouwer, Johan van Meurs – Een studie over een pionierend orgeladviseur
80: Boek: A.H. Pareau, De oude kerk te Assen eene voormalige klooster kerk beschouwd in betrekking tot de plaatselijke gemeente en de hervorming in Drenthe, J.O. van Houten Assen, 1849 blz. 15, 243, 244
81: Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 319 Stukken betreffende vergroting, vernieuwing en restauratie van het orgel; 1853-1911
82: Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 7 Ingekomen stukken en minuten van verzonden stukken 1769-1850
83: Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 8 Ingekomen stukken en minuten van verzonden stukken 1851-1885
84: Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 9 Ingekomen stukken en minuten van verzonden stukken 1886-1909
85: Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 1 Notulen van de kerkenraad 1765-1859

86: Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 263 Notulen van de vergaderingen van kerkvoogden en van die van kerkvoogden en notabelen, met bijlagen bijlagen 1826 - 1836
87: Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 261 Notulen van de vergaderingen van kerkvoogden en van die van kerkvoogden en notabelen, met bijlagen bijlagen 1821 - 1826 april
88: Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 262 Notulen van de vergaderingen van kerkvoogden en van die van kerkvoogden en notabelen, met bijlagen notulen 1826 juni - 1836
89: Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 265 Notulen van de vergaderingen van kerkvoogden en van die van kerkvoogden en notabelen, met bijlagen notulen 1840-1846
90: Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 266 Notulen van de vergaderingen van kerkvoogden en van die van kerkvoogden en notabelen, met bijlagen notulen 1847-1848
91: Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 268 Notulen van de vergaderingen van kerkvoogden en van die van kerkvoogden en notabelen, met bijlagen notulen 1847-1874
92: Archief Lambert Erné
93: Drents Archief: 0921 Oud-Archief van de gemeente Assen 141 Registers van notulen van vergaderingen van het college van burgemeester en wethouders 1818 met index
94: Drents Archief: 0361 Familie Oosting en aanverwante geslachten 147 Stukken ingekomen bij en opgemaakt door Jan Haak Oosting als lid van de commissie tot het plaatsen van een orgel in de kerk aan de Brink te Assen; 1817
95: Drents Archief: 0361 Familie Oosting en aanverwante geslachten 148 Gedicht van de hand van Jan Haak Oosting ter gelegenheid van de inwijding van het orgel in de kerk aan de Brink te Assen; z.j. (1817)
96: Drents Archief: 0921 Oud-Archief van de gemeente Assen 144 Registers van notulen van vergaderingen van het college van burgemeester en wethouders 1819, met index en agenda
97: Drents Archief: 0921 Oud-Archief van de gemeente Assen 145 Registers van notulen van vergaderingen van het college van burgemeester en wethouders januari - maart 1819, alleen bijlagen
98: Drents Archief: 0921 Oud-Archief van de gemeente Assen 146 Registers van notulen van vergaderingen van het college van burgemeester en wethouders april - juni 1819, alleen bijlagen
99: Drents Archief: 0921 Oud-Archief van de gemeente Assen 147 Registers van notulen van vergaderingen van het college van burgemeester en wethouders juli - september 1819, alleen bijlagen
100: Drents Archief: 0921 Oud-Archief van de gemeente Assen 147 Registers van notulen van vergaderingen van het college van burgemeester en wethouders 1820, met index






Bijlagen.

Bijlage 1. Opgenomen in hoofdtekst

Bijlage 2. Opgenomen in hoofdtekst

Bijlage 3.

A. RAD. AHKA. lagen Notulen kerkvoogdij. Port. 57. Brief gericht aan N. A. Lohman te Groningen.

B. idem.

C. idem.

D. idem.

E. E. idem.

F. idem.

G. idem

H. idem.

I. idem.

 

Bijlage 4.

De Edele Her J. H. Smit, president kerkvoogd bij de Hervormde te Assen.

WelEdele Heer!

Ten gevolge uwedele verzoek in dato den 18 April deses jaars de staat de orgels in de hervormde kerk te Assen onderzocht hebbende, heb ik de Eer hier onder te laten volgen eene opgave der noodzakelijkst te herstellen gebreken met bijvoeging der werkzaamheden die tot herstel dier defecten zullen moeten worden verrigt.

Ten 1sten. Is het orgel zoodanig van stof voorzien dat de aanspraak van het pijpwerk daardoor zeer belemmerd wordt, dewijl de stof zich in de ondereinden der pijpvoeten en benedenlabiums heeft vastgezet. Men zal om zulks te herstellen al het pijpwerk van de windlade en uit het orgel nemen, dezelve in- en uitwendig van de stof zuiveren en de windlade en alle overige deelen des orgels zoo mede de orgelkast van alle stof ontdoen.

2den. De grootste metalen binnenstaande labiaalpijpen zijn gedeeltelijk verzakt vooral die van de Bourdon 16 voet. Waarom men die pijpen na de schoonmaking weder in rechte positie zal brengen, en waar zulks ten dien einde nodig is de voeten van de Corpora’s afnemen en na de nodige reparatie weder aansoudeeren, en tevens alle de aan de beneden einden te zwakke pijpen op eene doelmaige wijze versterken, de ingedeukte en beschadigde pijpen zullen op vormen worden opgerond, en de inscheuringen van sommige pijpen aan de boveneinden worden gesoudeerd en daarna de grootste derzelve van boven met stemkleppen worden voorzien opdat dezelve op den duur van boven onbeschadigd blijven. Mede zal men ten einde toekomstige verzakking of doorbuiging te voorkomen bij de groten der metalen Bourdon pijpen aanhenglatten aanbrengen, waaraan die pijpen door middel van ooren om pennen sluitende bevestigd worden.

3den. Veele der in het front staande pijpen zijn aan de beneden einden ook doorgezakt waardoor de corpora’s van boven ook zijn omgebogen. Hetwelk ook zal worden hersteld door teregtzetting en afneming der voeten met aanzetting van dikkere beneden einden waar zulks nodig is, terwijl verder langs de agterzijde van die voeten, staven van stevig Pijpenmetaal zullen wordn gesoudeerd. De lange conducten tot deze frontpijpen behorende, uit gebrek aan steunsels doorhangende en loslaten-de, zullen bij hunne lekkaadjen weder worden aangelijmd en door aan te brengen scheeringen of steunsels voor doorzakkken worden behoed.

4den. Ook de grote Trompet corpora’s zijn zakkende en van onderen ingeknepen. Deze zullen van nieuwe steviger beneden einden uit goed pijpmetaal vervaardigd worden voorzien.

5den. Twee der blaasbalgen zijn in 1838 aan de agtereinden in nieuw lederwerk gezet, de derde heeft daaraan ook behoefte. En zal alzoo van nieuwe lederen sluitstukken, hoeken en harten worden voorzien, terwijl de overige lekkaadjen aan alle blaasbalgen enz. ook zullen worden digt gemaakt. Na de behandeling aan de onderscheidene deelen van al het bovenvermelde en de herziening van eenige hier niet genoemde kleine gebreken zal het pijpwerk wederom in het orgel worden geplaatst en ieder stem na zijne vatbaarheid worden geintoneerd en vervolgens het geheele orgel in goede stemming worden gebragt.

De kosten van bovenstaande werkzaamheden met de bijlevering der daartoe benodigde materialen en in inbegrip van kostgelden, reiskosten en transportkosten van goederen zullen bedragen eene som van Tweehonderd en vijftien Gulden, Ned. Courant. Terwijl tot eenge adsistentie en windgeving door het kerkbestuur wordt geleverd een handlanger of blaasbalgtrapper. Niet twijfelende of dit een en ander zal voldoende zijn om aan UwEdele verlangen te beantwoorden, heb ik de eer na aanbeveling te zijn Uw Ed. Dw. Dienaar G. W. Lohman. Groningen den 6den Mey 1840.

 

Bijlage 5.

RAD. AHKA. Inv. S. 68. Bijlage Notulen Kerkvoogdij J7. 20-1-1848.

Ingevolge de voorlopige bepaling tussen den voorzittenden kerkvoogd en den tweeden ondergetee-kenden is overeen gekomen dat de tweede ondergeteekende aanneemt het orgel uit de tegenwoordige in de nieuwe kerk der Hervormden te Assen over te plaatsen, behoorlijk schoongemaakt, en zoo veel noodig, hersteld en vernieuwd en’t orgel, in gangbaren staat op te leveren half Maart aanstaande;dat hij er tevens de noodige ornamenten enz. zal bijvoegen, die ‘t in harmonie brengen met zijne nieuwe standplaats en tegelijk aanbrengen, ’t schilderen, vernissen, vergulden, verzilveren en verfoeliën, enz
’t geen naar den eisch van ‘t werk gevorderd wordt, an ‘t geheel uiterlijk, als nieuw en sierlijkte doen voorkomen. Dat voor dit alles te zamen door d’ eerst ondergeteekende, kerkvoogden der hervorm-den te Assen aan den tweeden ondergeteekenden, den Heer P. van Oeckelen, te Groningen, zal worden betaald een som van drie honderd vijftig gulden, zonder meer ‘t zij voor overbou of iets anders van welken aard ook. Dat die som ineens zal worden voldaan, onmiddelijk na den afloop van ‘t wer, de opneming en goedkeuring. Assen den 19 January 1848. Kerkvoogden der Hervormde Gemeente te Assen. [w. g. ] L. Oldenhuis Gratama, P. van Oeckelen, orgelmaker.

Nassau.

&nb 

Bijlage 6.

 

 

 

Bijlage 7.

RAD. AHKA. Bijlagen Not. Kerkvoogdij. Nr. 46a. 1853.

Groningen 27 September 1853.

Wel Edele Achtbare heer!

In antwoord op UWEd Achtbr laatste van den 23 dezer, heb ik de eer UWEd. Achtbr. te berigten, dat ik heb berekend, wat een tweede Klavier met bijvoeging van een vierde blaasbalg voor het Orgel in de Groote Hervormde Kerk te Assen zoude moeten kosten en bevonden, dat deze vernieuwing ingevolge bijgaande nota, met het leveren van alles wat daartoe wordt vereischt, zoude komen duizend en twintig Gulden, echter indien de Dulciaan 8 voet niet wordt geplaatst alsdan op achthonderd en zeventig Gulden. In deze nota zal UWEd. Achtbr. in het kort de voornaamste punten zien aangestipt, van welke deelen, wanneer zulks mogt worden verlangd ik een breedere en omslagtigen omschrijving zal opmaken en van UWEd. Achtbr. doen toekomen. Hiermede hoop ik UWEd. Achtbr. verlangen te hebben voldaan, terwijl ik met een waar gevoel van hoogachting de eer heb te zijn UWEd. Achtbr. DW. Dienaar,

[w. g. P. van Oeckelen].

Nota van eene vernieuwing of vergrooting van het Kerkorgel in de Groote Hervormde Kerk te Assen.

Art. 1. Bij het thans aanwezige Orgel zal worden bijgevoegd een tweede Klavier of boven-manuaal hetwelk door een gehalveerde trekkoppeling met het onder-manuaal kan worden verbonden.

Art. 2. Een nieuwe windlade, waarop komen te staan de navolgende stemmen:

1. Holfluit 8 voet twee octaven gedekt.
2. Nachthoorn4 voet  
3. Fluit 4 voet  
4. Fiola di Gamba 8 voet vanaf groot F, de vijf laagste toonen te ontleenen uit de Holfluit.
5. Fluit 2 voet  
6. Dulciaan 8 voet  

Art. 3. Een nieuwe blaasbalg bij de drie aanwezigen bij te plaatsen, in grootte en inhoud aan dezen

gelijk, verders kanalen, afsluiting enz.

Art. 4. Voor de Viola di Gamba in het hoofd-manuaal te plaatsen Prestant 16 voet, Discant.

Art. 5 . De aanwezige welraam met de mechanica geheel te vernieuwen, ten einde de speelaard te verbeteren.

art. 6. De frontpijpen van nieuws afslijpen of polijsten.

Idem. no 46d. Weledelgestrenge Heer!

Volgens afspraak heb ik de eer UWelEdelGestrenge nog op te geven verbeteringen welke er noodwendig, wanneer de vergrooting van het Kerkorgel mogt tot stand komen, aan de dispositie van het aanwezige te bewerkstelligen en wel voor de Viola di Gamba welke moet vervallen te plaatsen Prestant 16 voet, Discant. En voor de Flageolet 1 voet, een Salicionaal 8 voet waarvan het Groot octaaf kan gevonden worden uit de aanwezige Viola di Gamba, en eindelijk de gehele Bas van de aanwezige Trompet te vernieuwen naar een beter stelsel van tongen, l epels en Mensuur. Deze verbeteringen en vernieuwing worden door mij begroot op een som van f. 250, --. Met een waar gevoel van hoogachting ben ik WelEdelGestrenge Heer UWEDelGest. Dienaar van Oeckelen. Assen den 24 November

1853

 

Bijlage 8.

RAD. AHKA. Bijlagen Not. Kerkvoogdij 1853. No 46.

Bestek en Conditien weegens eene vergrooting, Vernieuwing en Verandering aan het Orgel in de Hervormde Kerk te Assen.
Bestek en Conditien waarnaar het Collegie van Heeren Kerkvoogden der Hervormde Gemeente te Assen, voornemens is , uit te besteden het vervaardigen en plaatsen van een geheel nieuw tweede Manuaal bij het thans aanwezige Orgel in de Kerk van gemelde Gemeente. - En tevens eene gedeeltelijke vernieuwing en verandering in de Dispositie van het bestaande Orgel.

Art. 1. Windlade en derzelver Maaksel.
Tot dit bij te voegene boven-Manuaal zal eene Sleepwindlade, verdeeld in 54 Cansellen of windkamers van Groot C tot en met drie gestreepte f, in grootte, oppervlakte en inhoud geëvenredigd aan de grootte en hoeveelheid van de stemmen, welke er op zullen komen te staan, vervaardigd worden. Deze windlade, welke in twee deelen vervaardigd en door koppelstokken aan elkanderen verbonden wordt, zal met deszelfs pijpstokken, roosters of pijpstoelen, sleepen, ventielen enz. van best droog wagenschot worden gemaakt, aan den onderkant van de windlade en de windkast, waar de ventielen tegen aan drukken, zal met best mediaan papier worden bekleed, terwijl de ventielen met zachte strooken leder belederd en van achteren los in hunne stiften moeten worden gelegd, om ten allen tijde naar verkiezing dezelve er te kunnen uitnemen, en zullende de pijpstokken met stevige koperen schroeven op de windlade worden bevestigd.

Art. 2. Over het Pijpwerk.
Op de hiervoren omschreven windlade zullen worden geplaatst:

1. Holfluit 8 voet twee octaven gedekt, de volgende opene, wijd van mensuur, groot octaaf wagenschot.
2. Nachthoorn 4 voet  
3. Fluit 4 voet  
4. Viola di Gamba 8 voet vanaf Groot F, de vijf laagste toonen te ontleenen uit de Holfluit
5. Fluit 2 voet  
6. Dulciaan 8 voet gehalveerd

Art. 3.
In de dispositie van het aanwezige Orgel zullen worden veranderd en vernieuwd de volgende stemmen:
1. Voor de Viola di Gamba 8 voet, te plaatsen Prestant 16 voet discant.
2. Voor Flageolet 1 voet een Salicionaal 8 voet, waarvan het Groot octaaf kan worden gevonden uit de aanwezige houten pijpen van de Viol di Gamba.
3. Een geheel nieuwe Trompet in de bas naar een beter mensuur van lepels, stevels en corpora’s, de discant zoo veel mogelijk naar die van de bas te intoneren.
De spetie tot de pijpen op beide windladen, welke in gemelde dispositie niet van hout zijn opgegeven, zullen uit een mengsel van één derde tin en twee derde lood bestaan. De houten pijpen zullen geploegd en met houten nagels in elkander worden gemaakt en van binnen met roodbolis en lijm worden uitgevoerd, in de voorslagen met leder en koperen schroeven worden vastgelegd om ten allen tijde de intonatie te kunnen regelen. Al het bestaande pijpwerk zal zoo geregeld en ruim op de windlade worden geplaatst, dat geene den anderen in de uitspraak hinderlijk zij en men op eene gemakkelijke wijze bij iedere pijp kan komen, om te stemmen, terwijl de grootste opene labiaalpijpen van stemlappen zullen worden voorzien, welke boven in ieder dier pijpen zal moeten worden gesoldeerd. De mondstukken en tongen van de Trompet 8 voet en van Dulciaan 8 voet, zullen van best geslagen geel koper zijn; de grootste mondstukken dezer beide stemmen zullen met tinnen platen, met leder bevoederd, worden belegd; terwijl de stemkrukken ter bekwamer dikte van geel koperdraad zal genoemen worden.

Art. 4. Blaasbalgen.
De blaasbalg, welke er hoofde van een tweede Orgel of Clavier, moet worden bijgemaakt, ten einde genoegzame voorrad van wind te erlangen, zal van gelijke grootte en inhoud worden gemaakt als de thans aanwezigen, van best droog wagenschot; de fundament- en bovenbalk, zal mede van eikenhout moeten zijn ter hoogte van elf duim, de laatste bij wijze van een raam suffisant op het bovenblad worden bevestigd met lijm en houten nagels. De valten of vouwen zullen uit eene breedte van 13 streeps wagenschot worden genomen van binnen zoo wel als de bladen der balgen met lijm en roodbolis worden uitgevoerd. De onder- en bovenvalten worden van binnen zoo wel als van buiten en op de bladen, met wit leder verbonden, waarna dezelve vervolgens weder met leder worden voorzien, terwijl de broeken of zwikkels van daartoe geschikt leder genoemen zullen worden. Deze balg zal omkleed worden met randen van 13 streeps wagenschot, welke met houten nagels zullen worden bevestigd, ten einde muizen enz. van dezelve af te sluiten. De vang-ventielen zullen op ramen gelegd en met koperen schroeven onder tegen de balg worden bevestigd, om derzelve naar verkiezing er onder weg te kunnen nemen.

Art. 5.
Het ribbenhout benoodigd voor de vergrooting der blaasbalgenkast, alsmede de omkleeding derzelve, kan van best vuren hout genoemen worden, met uitzondering van de treeder en ligter, welke eerste van eene bekwame dikte van greenen en de laatste van taai eiken hout moet worden vervaardigd.

Art. 6. Van de Windkanalen.
De windkanalen tot dit bovenmanuaal en de afsluiting van hetzelve zullen van best droog wagenschot genomen worden, van binnen met roodbolis en lijm uitgevoerd en met houten nagels en lijm tezamen worden gevoegd, zullende dit Kanaal onmiddelijk worden geleid uit het reeds bestaande Hoofdkanaal naar de Boven manuaals lade.

Art. 7. Van de Clavieren.
Het handclavier voor het nieuwe bovenmanuaal zal verdeeld zijn in 54 claven of toetsen, loopende van Groot C tot en met f (3) en worden vervaardigd van droog regtdradig wagenschot de platte of benedentoetsen met best wit ijvoor belegd en de verhevene of boventoetsen van masief ebben hout worden gemaakt, onder deze rei Clavieren zullen zachte kussens worden aangebragt, de toetsen zonder te knellen, zullen sluiten tusschen hunne stiften, de gaten, waardoor de drukkers gaan juist van wijdte zijn om zoo veel mogelijk eene gemeakkelijke bespeeling te bevorderen. Het Clavierraam zal van wagenschot worden vervaardigd en voor zoo verre hetzelve in het gezigt komt, met de voorzetplank van sierlijk mahoniehout worden voorzien. Om de beide hand Clavieren te gelijk te kunnen gebruiken, zal eene trek-koppeling worden aangebragt en wel zoo ingerigt, dat dezelve onder het bespeelen zonder eenige hinder kan aan- of afgezet worden, zullende deze koppeling in de Bas en Discant gescheiden en bij gevolg gehalveerd zijn.

Art. 8. Van de Mechanica in het algemeen.
Het tegenwoordige welraam zaal door een geheel nieuwe en meer doelmatige worden vervangen, verder zullen de tot het mechanieke werk vereischte wordende welraam, welborden met hunne dokken en armen, even als het Registratuur, Welatuur, Koppelstokken, claviatuur, Winkelhaakstukken met hunne lijsten, enz. en al het houtwerk, hetwelk tot de Mechanica behoort van best droog wagenschot vervaardigd worden, met uitzondering van alle abstracten en drukkers, welke van taai regtdradig Riga’s greenen hout zullen worden gemaakt. Alle de armen, winkelhaken, wippen, enz. tot het registratuur benoodigd, zullen van taai ijzer worden gesmeed en met menie ter wering van roest worden aangestreken. Al het draadwerk, hetwelk tot de mechanica als ook tot al dat gene, hetwelk voor het overige Orgelwerk moet gebruikt worden, zal van best geel koperdraad worden genomen.

Art. 9. Van de Registers.
De Registerknoppen van het nieuwe Bovenmanuaal, als ook die van het aanwezige Hoofdmanuaal, zullen van zwart ebben-hout naar een sierlijk model worden gedraaid en in eene behoorlijke orde boven en bezijden het Clavier worden verdeeld, terwijl de benaming van ieder met nette verguldene letters op daartoe gepaste plaatjes boven dezelve gesteld zullen worden.

Art. 10.
De Frontpijpen of Gezigtspijpen, zullen er uit genomen en van nieuws worden geslepen of gepolijst en de labiums deszelve worden verguld.

Art. 11.
Alle materialen welke verder tot het binnenwerk van het bovengenoemde Orgel benoodigd zijn en te veel om te specificeeren, zullen door den Aannemer ter goeder touw, ten genoegen der Heeren Uitbesteders geleverd en de bewerking daarvan op de naauwkeurigste wijze verrigt worden.

Art. 12.
Na alle pijpen op hunne windladen regtstandig en sluitend in hunne stoelen te hebben gezet, en na de grootste, welke niet geschikt op zich zelve kunnen staan, met aangesoldeerde oogen aan latten of regels met koperen pennen te hebben vastgehangen, zal men tot de intonatie derzelve kunnen overgaan. Na iedere stem dan naar zijn aard te hebben geintoneerd en alle van eene vlugge en grondige aanspraak te hebben voorzien, zal het gheele pijpwerk in Orchesttoon in de gelijkzwevende temperatuur in eene goede harmonie worden gestemd. Na het Orgel volgens het hierboven beschreven bestek te hebben voltooid, kan hetzelve ter examinatie aan deskundigen door de WelEdele Achtbare Heeren Kerkvoogden, daartoe te benoemen, worden aangeboden.

Art. 13.
De Aannemer zal zijne bedongene gelden ontvangen in twee gedeelten, te weten: Het eerste gedeelte, als de windlade, blaasbalg, clavier en kanalen op hunne plaats zijn gelegd en al het geen wat tot de Mechanica behoort in gereedheid zal zijn. Het tweede of laatste gedeelte, als het geheele Orgel is afgewerkt en door onpartijdigen deskundige Orgelkenners zal zijn goedgekeurd.

Art. 14.
Voor rekening van den Aannemer blijven alle kosten van transport, verblijf- en kostgelden, welke er gedurende het opzetten en afwerken van dit Orgel zal worden vereischt, terwijl Heeren Uitbesteeders zich verpligten met het aanwijzen en gebruikbaar stellen van een geschikt locaal tot berg- en werkplaats voor den Aannemer.

Art. 15.
De Aannemer zal moeten zorgen, dat het Orgel binnen den tijd van één jaar na den dag der aanbesteding, of in den loop van het jaar 1800 vier en vijftig geheel zal zijn afgewerkt.

Aanvulling 1.
Kerkvoogden de Hervormden te Assen, uitbesteeders ter eenre en Petrus van Oeckelen, de orgelmaker te Groningen, aannemer ter andere zijde bekennen en verklaren op het vorenstaande bestek en de vorenstaande conditien het werk daarin omschrven respectievelijkte hebben uitbesteed en aangnomen voor een somma van Twaalf honderd gulden (f. 1200, -) wordende hier tot aanvulling van het bestek aangeteekend:
1e dat alle materialen zonder uitzondering door den aannemer moeten worden geleverd, strekkende dit tot opheldering van art. 11. en
2e dat alles gereed zal zijn vóór den eersten Novbr 1854 en dat het orgel niet langer dan zes weken zal stilstaan. Gedaan te Assen heden den 16 December 1800 drie en vijftig.

De aannmer [w. g. ]P. van Oeckelen Kerkvoogden po [w. g. ]G. Sluis van hunnentwege W. Alingh

Aanvulling 2.
Kerkvoogden der Hervormden te Assen uitbesteeders ter eenre en Petrus van Oeckelen, orgelmaker te Groningen, aannemer, ter andere zijde bekennen en verklaren op het vorensdtaande bestek en conditien navolgende wijziging te hebben gemaakt:
1e de fluit 4 voet zich bevindende in het aanwezige orgel moet worden veranderd in eene gedekte quint 3 voet.
2e de dispositie van de registers op de nieuwe windlade zal zijn als volgt

1e Holpijp 8 voet  
2e Hol(pijp)* 8 voet te beginnen met klein G.
3e Viola di Gamba 8 voet te beginnen met Groot F, de onderste toonen sprekende uit de Holpijp.
4e Nachthoorn 4 voet  
5e Gedekte fluit 4 voet  
6e Fluit 2 voet  
7e Flageolet 1 voet deze van de thans aanwezige windlade op de nieuwe over te plaatsen.
8e Dulciaan 8 voet  

* De doorhaling van het woord pijp en inde plaatsstelling van fluit goedgekeurd. G. S. /W. A. /P. v. O.

Gedaan te Assen heden den 1800 Viert vijftig

De aannemer [w. g. ] P. van Oeckelen Kerkvoogden po [w. g. ] G. Sluis van Hunnentwegen W. Alingh.

Aanvulling 3.
Kerkvoogden de hervormden te Assen, uitbesteeders ter eenre en Petrus van oeckelen te Groningen, aannemer ter andere zijde bekennen en verklaren het termijn van oplevering te hebben verlengd tot den eerste february 1800 Vijf en vijftig, zullende de aannemer waartoe hij zich door onderteekening dezes verpligt, zich voor iedere week na werkens na 1 february 1855 zich op de aannemingssom laten korten eene somma van (vijf en twintig) * gulden. Assen den 15 December 1854.
* De doorhaling van vijfentwintig en inde plaatssteling van tien goedgekeurd. G. S. /W. A. /P. v. O.

De aannemer [w. g. ] P. v. Oeckelen Kerkvoogden po [w. g. ] G. Sluis van Hunnentwegen W. Alingh.

Bijlage 9.

RAD. AHKA. Bijlagen Not. Kerkvoogdij. 1894.

Groningen 27 juli 1894.

WelEdele Heer!

Doordat ik een paar dagen uit de stad was, kon ik niet eerder antwoorden op Uwe letteren van 22 dezer. Ik heb van Oeckelen gesproken, die mij verklaarde, dat door eene reparatie aan het orgel in de Herv. Kerk te Assen dit orgel wel beter, doch nimmer mooi zou kunnen worden. Uwe meening, dat men voor 3 à 4 duizend gulden wel een orgel kan krijgen, groot en krachtig genoeg voor Uwe kerk, is juist. Van 1875 tot ‘91 was ik organist in de Herv. kerk te Sappemeer op een orgel, door van Oeckelen gemaakt, dat de volgende dispositie had: Twee klavieren. Aangehangen pedaal.

Hoofdmanuaal.   Bovenmanuaal.  
1. Prestant 8 voet 1. Prestant 8 voet
2. Bourdon 16 " 2. Violoncello 16 " disc
3. Violon 16 " disc. 3. Viola di Gamba 8 "
4. Roerfluit 8 " 4. Holpijp 8 "
5. Octaaf 4 " 5. Speelfluit 4 "
6. Quint 3 " 6. Woudfluit 2 "
7. Octaaf 2 " 7. Clarinet 8 "
8. Mixtuur 3-5 sterk    
9. Trompet 8 voet    

Stomme registers: Afsluitingen, koppeling, windlosser.

Ik heb altijd met het meeste genoegen dit orgel bespeeld en nooit een beter orgel gewenscht. ’t Heeft nog geen f. 4000, -- gekost en is zeer zeker krachtig genoeg voor Uwe kerk. Voor Sappemeer was het zelfs wat al te krachtig. ‘t Eenige waar ik nog naar wenschte was een vrij pedaal en ik zou dat ook wel gekregen hebben, wanneer er ruimte geweest ware om het te plaatsen. Nu heeft van O. mij gezegd, dat hij U een dergelijk orgel wilde leveren voor den prijs te Sappemeer betaald en dat hij daarbij een vrij pedaal zou kunnen leveren in ruil voor het oude orgel. Uwen broeder heb ik gesproken en hem de dispositie gegeven van het orgel in de Remonstrantsche kerk. Dit is duurder dan de door U aangegeven som, maar behalve het vrij pedaal, vind ik het niet mooier dan dat te Sappemeer. Buiten van Oeckelen kan ik U nog de namen van de volgende orgelmakers geven: Timmenga en Bakker, Leeuwarden, Bätz en Co, Utrecht. Maarschalkerweerd, Utrecht, van Dam en Zonen, Leeuwarden, Adema, Amsterdam. Nu kan men zich wel tot die heeren wenden, maar ik ben overtuigd, dat niemand beter en goedkoper werk zal leveren, dan van Oeckelen te Harenermolen. Een paar teekeningen van orgelfronten zou ik U wel kunnen leveren, maar ‘t zou de vraag zijn of die voor Uwe kerk te gebruiken waren. Buitendien is het gewoonte, dat de orgelmaker eenige teekeningen van orgelfronten voorlegt, waaruit hij dan eene keuze laat doen. Meenende, hiermede aan Uw \verzoek voldaan te hebben,

ben ik, hoogachtend Uw diesntw. dien. [w. g. ] H. P. Steenhuis, die gaarne bereid is, zoo gewenscht, meerdere inlichtingen te verstrekken.

Onderaan geschreven: Den WelEd. Heer J. Doornbos, Assen. bovenaan de volgende blz. : Kan bovenmanuaal niet in crescendokast en Voix Celeste 8 v. en Flute Harmonique 4 v. bijgevoegd worden? De nummers voor de dispositieregisters zijn met potlood bijgeschreven; achter Violoncello (dsic) 16 voet een vraagteken.

 

Bijlage 10.

RAD. AHKA. Bijlagen Not. Kerkvoogdij.

Bestek en Conditiën voor de vervaardiging van een nieuw Orgel met twee Klavieren en vrij Pedaal in de Nederduitsche Hervormde Kerk te Assen.

Bestek en Conditiën voor de vervaardiging van een nieuw Orgel, in de hervormde Kerk te Assen, in de Hervormde Kerk te Assen, naar hetwelk genoemd werk zal worden gemaakt en geleverd door L. van Dam en Zonen Orgelfabriekanten te Leeuwrden.

Het Orgel zal uit de volgende Hoofddeelen bestaan.

1. Een Hoofdmanuaal of Onderklavier, 56 toetsen, C - g’’’.

2. Een Tweede Manuaal of Bovenklavier, " " "

3. Een vrij Pedaal of Voetklavier, 27 toetsen, van C - d’.

4. Een drieledig Windtoestel naar nieuwe constructie.

5. De volgende Dispositie van Stemmen en Werktuigelijke Registers.

Stemmen voor het Hoofdmanuaal.

1. Prestant 8 voet van Engelsch tin, gepolijst in het front.
2. Bourdon 16 " metaal, de 18 grootste pijpen hout.
3. Violon 8"  
4. Roerfluit 8"  
5. Fluit travers 8"  
6. Octaaf 4"  
7. Nachthoorn 4"  
8. Quint 3"  
9. Octaaf 2"  
10. Mixtuur uit 4" 3 à 4 sterk  
11. Trompet 8" opslaand Tongwerk.

Stemmen voor het Tweede Manuaal.

1. Prestant 8 voet metaal, van groot C af.
2. Viola di Gamba 8 " Engelsch tin
3. Voix Celeste 8 " metaal
4. Holpijp 8 " de grootste 8 pijpen van hout.
5. Speelfluit 4 "  
6. Fluit harmonique 4 "  
7. Woudfluit 2 "  
8. Klarinet 8 " doorslaand Tongwerk.

Stemmen voor het Pedaal.

1. Subbas 16 voet van hout
2. Octaaf 8 " metaal
3. Gemshoorn 8 "  
4. Octaaf 4 "  
5. Bazuin 16 " opslaand Tongwerk.

Werktuigelijke Registers.

1. Afsluiting voor het Hoofdmanuaal.

2. Afsluiting voor het tweede Manuaal.

3. Afsluiting voor het pedaal.

4. Klavierkoppeling.

5. Pedaalkoppeling.

6. Crescendo voor het bovenwerk.

7. Ventiel of Windlosser.

Beschrijving van de Materialen, Bewerking en Inrichting van het orgel, in de volgende artikelen vervat.

Artikel 1. De Orgelkast.

De kast van het Orgel, overeenkomstig de teekening gerekend van den bovenkant van het oxaal of den Orgelzolder, zal van fijn Dram’s vurenhout en het lijstwerk derzelve van spintvrij Riga’s greenenhout worden gemaakt. De stijlen en het regelwerk, van genoegzame dikte, zullen, met pen en gat in elkaar gewerkt, met houten nagels worden opgesloten. De deuren en luiken, met losse paneelen vergaard en van goede sluitingen voorzien, zullen zóódanig geregeld en verdeeld zijn, als tot onverhinderden toegang tot het binnenwerk noodzakelijk is. De ronde bekleeding der kappen en al het lijstwerk der kast zal zuiver geschaafd en gekarnist, met lijm worden samengesteld.

Artikel 2. Ornamentwerk.

Het ornament- of snijwerk, op de teekening afgebeeld, zal van fijn Riga’s greenenhout, zonder spint of kwasten, zuiver en diep worden gesneden. Aan de onderscheidene partijen zal het hout in dikte evenredig zijn, om smaakvol en fraai te kunnen worden bewerkt.

Artikel 3. De Windladen.

De windladen, met derzelver cancellen, slepen, dammen, pijproosters en ventielen, moeten van 1ste kwaliteit zuiver uitgewerkt eiken-wagenschot en de pijp- of windstokken van mahoniehout worden gemaakt. Zij zullen zóódanig accuraat berekend en verdeeld zijn, dat iedere pijp, zoowel als alle registers tezamen, eenégalen vasten wind ontvangt, hetwelk tot goede vrije uitspraak en gemakkelijke stmming wordt vereischt. Genoemde windladen als hoofdbestanddeelen van het Orgel, zullen met de meeste nauwkeurigheid bewerkt, in 56 cancellen verdeeld zijn. De speelventielen, dubbel belederd, zullen los in hare pennen werken, om uitgenomen te kunnen worden. De pijp- of windstokken zullen, zuiver geboord, afzonderlijk met koperen schroeven worden bevestigd. De ventielveeren, pulpeten, geleipennen, enz. zullen van getrokken koperdraad zijn.

Artikel 4. De Blaasbalgen.

De drie blaasbalgen zulen berstaan uit een horizontaal - opgaande - of magazijnbalg, en twee schepbalgen of aanvoerders, die door eene balans gemakkelijk in werking zullen worden gebracht. DE blaasbalgen zullen overvloedig groot van inhoud, berkend zijn om naar den eisch van het werk een vasten en genoegzame wind te kunnen leveren. De bladen derzelve, met paneelen in ramen vergaard, en door houten nagels opgesloten, zullen van 1 en 3/4 duims Dram’s vurenhout gemaakt, met vaste veeren in elkaar worden geploegd en gelijmd, zullen de vouwbladen van 1/2 duims eiken-wagenschot, uit ééne houtbreedte worden genomen. De zuig- en uitvalventielen, van vereischte grootte, met koperen schroeven bevestigd, moeten gemakkelijk ontbonden kunnen worden. De geheele in- en uitwendige beleerring der blaasbalgen zal met wit schapenleder en Engelsch lijm geschieden en iedere balg inwendig met eene sterke lijmverf worden aangestreken.

Artikel 5. De Kanalen.

De kanalen of windbuizen, van eiken-wagenschot in elkaar geploegd en gelijmd, moeten van de blaasbalgen tot aan de windladen een ruimen inhoud hebben. In elke kanaalleiding naar de onderscheidene windladen zal eene ventiel of klep tot afsluiting van den wind worden aangebracht, die onder de bespeling kan worden geopend en afgesloten, zullende de ventielen, en de luikjes voor dezelve, met koperen schroeven aan de kanalen worden verbonden.

Artikel 6. De Handklavieren.

De handklavieren en derzelver ramen gemaakt van zacht en rechtdradig eiken-wagenschot, zullen 56 toetsen accuraat verdeeld, strekking hebvben van groot C tot ne met g’’’. De platte toetsen zullen met dikke ivoren platen worden belegd, en de verhevene- of semitoetsen van massief ebbenhout zijn. De lijsten en blokken, tot omkleeding der klavierramen en het insluiting der toetsen dienende, zullen mede van zwart ebbenhout worden gemaakt, en de bewerking van het geheel net en zuiver zijn. De geleipennen der toetsen, en all het overige draadwerk der klaviatuur, zal koperdraad wezen. Door eentrekkoppeling, die tijdens de bespeling gemakkelijk kan worden af- en aangezet, zullen de beide handklavieren zich laten verbinden.

Artikel 7. Het Pedaal of Voetklavier.

Het voetklavier, in 24 toetsen verdeeld, strekking hebbende van groot C tot en met d’, zal van sterk eiken-wagenschot gemaakt zijn. De toetsen, door eene koppeling aan het hoofdmanuaal te verbinden, zullen evenwel eigene veeren hebben, en van goede bevoeringe worden voorzien. De schroeven en stiften van het pedaal moeten van koper zijn. (De pedaaltoetsen moeten van koperen laven of bekleedsel worden voorzien). * De bijvoeging der laatste zin goedgekeurd. N. M. -H. v. L. -L. van Dam Czn.

Artikel 8. De Abstractuur.

De welborden en ramen der abstractuur zullen van best, uitgewerkt eiken-wagenschot, de wellen en abstracten van fijn, rechtdradig Riga’s greenenhout zijn. De wellen, achtkantif, en zuiver recht geschaafd, zullen koperen assen hebben, die sluitend moeten werken in bevoerde koppen van eene vaste houtsoort. De abstracten, zuiver en égaal bewerkt, en op gepaste afstanden van roosters voorzien, zullen met koperdraad worden verbonden. De geheele verdeeling en inrichting dezer constructie zal, volgens mechanische berekening, de doelmatigste werking en de minste wrijving hebben, mede tot de vereischte gemakkelijke bespeeling van het Orgel noodzakelijk.

 

Artikel 9. Het Regeerwerk.

De registertrekkers, voorzien van zuiver gedraaide knoppen met porceleinen naamplaten, zullen zoo kort mogelijk zijn, wèl verdeeld, en in volgorde gerangschikt, bij de klavieren moeten plaats vinden. De wippen en het trekkerwerk, met koperen boutjes aan elkaar verbonden, zullen van vast eiken-wagenschot;en de wellen, achtkantig geschaafd, van spintvrij Riga’s greenenhout worden gemaakt. De inrichting en werking der registers zal doelmatig en gemakkelik zijn, en het daartoe benodigde ijzerwerk van best Zweeds ijzer moeten wezen.

Artikel 10. Het houten Pijpwerk.

Het houten pijpwerk, in de Dispositie vermeld, zal van 3/4 en 1/2 duims eiken-wagenschot worden gemaakt. De pijpen zullen uit eene houtlengte en breddte, zonder aanstukking, in elkender geploegd en gelijmd, en in wendig aangeverfd zijn. De dempers, met dubbel leder bevoerd, en de mond- of dekstukken met koperen nagels bevestigd, zullen volkomen luchtdicht sluiten.

Artikel 11. Het metalen Pijpwerk.

De prstant- of frontpijpen zullen van zuiver Engelsch tin worden gemaakt, met nietméér dan 1/10 lood vermengd ter voorkoming der kristallisatie. Zij zullen in de hoofdtorens uitgedrevene labia hebben, en zuiver worden gepolijst. Het metaal der binnenstaande pijpen zal bestaan uit 2/3 Spaansch lood en 1/3 Engelsch tin. Al het pijpwerk zal uit stevige bladen worden bewerkt en gerond, net en sterk gesoldeerd zijn. De onderscheidenen Stemmen zullen, ieder naar hare toonsoort, de juiste mesure, vorm en constructie hebben. Elke stem zal, naar behoefte der intonatie van zijbaarden worden voorzien. De opene stemmen zullen tot 1 voet vaste stemslissen hebben, tot duurzame en soliede stemming noodzakelijk. Het gewicht der pijpen op toonslangte, per kilo berekend, zal zijn als volgt:

voor opene- of prestantpijpen, wijde mesuur:

Kilo . Kilo.
C 8 voet 9 1/2 c 4 voet 2 3/4
D " " 8 d " " 2
E " " 6 3/4 e " " 1 2/3
F (#) " " 5 1/4 f (#) " " 1 1/2
G (#) " " 4 1/2 g (#) " " 1 1/4
B " " 3 2/3 b " " 1

Voor gedekte- of Fluitstemmen:

Kilo. Kilo. Kilo.
C 8 voet 5 1/2 c 4 voet 1 1/2 c 2 voet 1/2
D " " 4 3/4 d " " 1 1/3 d " " 3/8
E " " 3 1/2 e " " 1 1/4 e " " 2/5
F (#) " " 3 f (#) " " 1 f (#) " " 2/7
G (#) " " 2 1/2 g (#) " " 4/5 g (#) " " 1/4 ( )
B " " 1 1/4 b " " 3/4 b " " 1/5

Voor Tongwerken; Trompet, wijde mesuur:

Kilo. Kilo. Kilo.
C 8 voet 4 1/2 c 4 voet 1 1/3 c 2 voet 1/3
D " " 3 3/4 d " " 1 d " " 2/7
E " " 3 e " " 3/4 e " " 1/4
F (#) " " 2 1/2 f (#) " " 3/5 f (#) " " 2/9
G (#) " " 2 g (#) " " 1/2 g (#) " " 1/5
B " " 1 3/4 b " " 2/5 b " " 1/10

De tusschenliggende toonen en kleinere pijpen naar het aangegeven gewicht te berekenen; terwijl voor de engere mesuren het gewicht evenredig wordt verminderd.

Artikel 12. Conductors of Windleiders.

DE conductors of windleiders, die tot het afgeleide pijpwerk worden vereischt, zullen vloeiend gebogen en sterk gesoldeerd, van geplet Spaansch lood gemaakt zijn, en de vereischte wijdte hebbn, tot vlugge en krachtige aanspraak der groote pijpen noodzakelijk.

Artikel 13. Intonatie der Labiaalstemmen.

De stemmen die tot het hoofdmanuaal behooren, moeten rond en krachtvol worden geïntoneerd, terwijl die van het tweede Manuaal of bovenklavier ieder naar haar karakter, matig sterk of zacht, maar vooral eene teedere en snijdende intonatie zullen hebben. Elke stem op zichzelve zal, zoowel als het gheele werk tezamen, pikant moeten aanspreken.

Artikel 14. Constructie en Intonatie der Tongwerken.

De Tongwerken zullen, wat hunne constructie betreft, doorslaande en opslaande tongen hebben, en de hozen en koppen van mahoniehout worden gemaakt. De mondstukken, van geslagen geel koper, zullen in de bas bevoerd, en de tongen der beide basoctaven met koperen schroeven worden bevestigd. Tot de overige deelen der constructie, als: tongen, platen, stemkrukken, schroeven, enz. , zal geplet en getrokken koper worden gebezigd. De tongwerken, in derzelve karakter geïntoneerd zullen eene zuivere en vaardige aanspraak hebben.

Artikel 15. Toonshoogte en Stemming.

De toonshoogte van het Orgel zal die van het ordinair orchest zijn, en de stemming van het geheele werk naar een gelijkzwevende temperatuur zuiver worden volbracht.

Artikel 16. Materialen en Bewerking.

Tot de vervaardiging en samenstelling van het Orgel, in voorschrevene artikelen vervat, zullen al de materialen van de beste en duurzaamste kwaliteit worden geleverd, en de bewerking van alle hoofd- en onderdeelen net en zuiver zijn, terwijl bij de inrichting van het werk voor genoegzaam ruimen aanleg zal worden gezorgd, om gereeden toegang tot de onderscheiden binnendeelen te hebbn.

Artikel 17. Levering van het Werk.

Tot de vervaardiging en daarstelling van het Orgel is gerekend te behooren:hetzelve naar voorschrevene artikelen in alle deelen deugdelijk en fraai, volgens de teekening bewerkt, speelvaardig in de kerk ter plaatse te leveren; terwijl voor rekening van het kerkbestuur blijft: verbouwing van of verandering aan het kerkgebouw, het oxaal of den Orgelzolder, benevens het schilder- of verfwerk.

Artikel 18. Tijd tot de Vervaardiging.

Achttien maanden na de overeenkomst en sluiting van het contract, zal het Orgel speelvaardig in de kerk zijn afgewerkt, tenzij de aannemers door buitengewone omstandigheden wettig mochten worden verhinderd in de tijdige voltooiing van het werk.

Artikel 19. Repondeeren van het Werk.

Gedurende twintig achtereenvolgende jaren na de voltooiing, zullen de aannemers voor de deugdelijkheid van het werk aansprakelijk blijven, en défcten die ui thet werk zelf ontstaan, kosteloos moeten herstellen. Hiervan is uitgezonderd schade, door buitengewone oorzaken ontstaan, als door verzakking, lekkage van het kerkgebouw, de invloed van groote vochtigheid, etc;als ook de jaarlijksche stemming, die voor rekening van het Kerkbestuur door de aannemers zal geschieden. (waarvoor aan de aannemers jaarlijks een bedrag van dertig gudens zal worden uitbetaald) *

* deze bijvoeging goedgekeurd H. v. L. L. van Dam en Zonen.

Artikel 20. Examinatie van het Werk.

Na de voltooiing zal het werk door een deskundige, van wege H. H. Kerkvoogden, nauwkeurig worden beproefd, en onderzocht of hetzelve zoowel in zijn geheelen omvang als in de verschillende onderdeelen, aan den inhoud van dit bestek en deze conditiën beantwoordt, en zal deze deskundige daarvan schriftelijk bewijs aan beide partijen afgeven. (Aan den uitspraak van dezen deskundige onderwerpen zich beide partijen, zonder eenige reserve). De bijvoeging goedgekerud. H. v. L. N. M. L. vasn Dam en Zn.

Aannemingssom en termijn van betaling.

De ondergeteekenden verklaren de levering en plaatsing van het nieuwe Orgel in de Hervormde kerk te Assen, naar den inhoud van dit bestek op zich te nemen, en te zullen uitvoeren, voor de som van Vijfduizend en vijfhonderd gulden, zegge f 5500; welke som den aannemers zal worden betaald in de volgende termijnen: terstond bij de voltooiing (en oplevering) H. v. l. N. M. L. v. D. en Zn. van het werkdrieduizend gulden, zegge f 3000;en het resteerende, zijnde Tweeduizend en Vijhoinderd gulden, zes maanden na den dag der oplevering. [w. g. ] L. van Dam en Zonen.

Naar de in dit Bestek voorschrevene conditiën, is de vervaardiging van het Orgel in de vergadering met H. H. Kerkvoogden gehouden te Assen, den(de doorhaling der woorden 19den November 1894 en daarvoor te lezen 25 Januari 1895, goedgekeurd H. v. L. N. M. L. van Dam en Zonen), opgedragen aan de firma L. van Dam en Zonen, orgelfabrikanten te Leeuwarden. (na daartoe in eene gecombineerde vergadering van Kerkvoogden en Notabelen der voornoemde Gemeente te zijn gemachtigd.

Kerkvoogden de Hervormde Gemeente te Assen. [w. g. ] H. van leer, voorzitter;N. Moll, secretaris.

 

Bijlage 11.

Dispositie van het orgel in de Nederlandse Hervormde Jozefkerk te Assen na de restauratie door Mense Ruiter Orgelbouw te Zuidwolde (Gr. ).

Hoofdwerk.

Bourdon 16 vt. origineel.
Violon 16 vt. Disc 12 frontpijpen origineel, 20 pijpen uit Leiden.
Prestant 8 vt. origineel.
Roerfluit 8 vt. origineel, weer teruggeplaatst.
Fluit Travers 8 vt. grotendeels origineel, één octaaf teruggeschoven.
Octaaf 4 vt. origineel.
Nachthoorn 4 vt. Fluit Travers 4 vt. uit Leiden.
Quint 3 vt. origineel.
Octaaf 2 vt. origineel, weer teruggeplaatst.
Mixtuur 2-3 st. uit Leiden.
Trompet 8 vt. origineel.

Bovenwerk.

Prestant 8 vt. origineel, weer één octaaf teruggeschoven.
Holpijp 8 vt. origineel, weer herplaatst.
Quintadeen 8 vt. uit Leiden.
Viola di Gamba 8 vt. origineel.
Voix Celeste 8 vt. discant uit Purmerend, klein octaaf nieuw.
Salicet 4 vt. nieuw.
Roerfluit 4 vt. uit Leiden.
Woudfluit 2 vt. nieuw.
Dulciaan 8 vt. Koch 1956, vervanging van dit register in de toekomst.

Pedaal.

Subbas 16 vt. origineel.
Octaaf 8 vt. origineel.
Gemshoorn 8 vt. origineel.
Octaaf 4 vt. origineel.
Bazuin 16 vt. origineel.
Trompet 8 vt. origineel.

Manuaalkoppel; Pedaalkoppel; tremulant; Klavieren C - g (3) ; Pedaal C - d (1) .

Bijlage 12: Inventarisatie archief Lambert Erné mbt. Assen Jozefkerk

Opnamen:

CD Erwin Wiersinga Sonate nr. 1 Felix Mendelsohn Bartholdy
     

assen01b.jpg (29388 bytes)assen01c.jpg (17198 bytes)