Assen, Jozefkerk
Het in 1260 in Coevorden gestichte vrouwenklooster Maria in Campis heeft in
de middeleeuwen een orgel gehad, zoals uit de proveniersbrief van 1558 blijkt.
Na de Reformatie zijn er geen berichten meer over een orgel. In 1731 wordt
Anthonius Herborn benoemd als organist, maar tot de bouw van een orgel komt het
niet. Vanaf 1817 probeert men eerst een tweedehands orgel aan te schaffen. Als
dat niet slaagt geeft men in 1819 aan Petrus van Oeckelen de opdracht een nieuw
orgel te bouwen, zijn opus 1. Eigenaardigerwijze duurt het dan twintig jaar
voordat Van Oeckelen weer een orgel bouwt (Strijen, Groningen en Smilde). In
1848 wordt een nieuwe kerk gebouwd en Van Oeckelen brengt het orgel over naar de
nieuwe kerk. In 1855 vergroot Van Oeckelen het orgel met een tweede manuaal. In
1896 bouwt Van Dam uit Leeuwarden een nieuw orgel met twee klavieren en een
zelfstandig Pedaal. Het Van Oeckelen wordt verkocht aan de Hervormde Kerk van
Havelte, waar het nu nog aanwezig is. Als in 1953 Jan Lensink aantreedt als
nieuwe organist stelt hij alles in het werk om het orgel om te bouwen in
neobarokke zin. Hij schakelt daarvoor de orgelmaker Koch in die hij in zijn
vorige woonplaats Apeldoorn heeft leren kennen. De plannen worden als een grote
gift wordt toegezegd haast megalomaan. Het orgel moet worden omgebouwd tot een
drieklaviers instrument met aan weerszijden grote pedaaltorens. Als de gulle
geefster vroegtijdig overlijdt stoppen de erfgenamen verdere giften. Door Kochs
ingrijpen wordt een groot aantal registers vervangen door nieuwe registers. Door
het mislukken van zijn project vertrekt Jan Lensink teleurgesteld naar Eibergen.
Tot 1980 denkt men (zie rapport Lambert Erné uit 1964) dat het orgel nog uit
1819 stamt en wordt de nieuwbouw door Van Dam over het hoofd gezien. Pas
historisch onderzoek door W.D. van der Kleij geeft de juiste histoische contect. Het orgel wordt in de jaren tachtig en negentig weer gereconstrueerd naar de
oorspronkelijke situatie met gebruikmaking van veel Van Dam pijpwerk uit de
bouwperiode.
Informatie over de kerk
Het aantal
concerten waarbij het orgel is gebruikt, is dermate groot dat de informatie niet
in de lopende tekst is opgenomen. Deze informatie
is te vinden in een aparte orgelconcertpagina.
Vóór de hervorming
1558
Uit een proveniersbrief van 1558 blijkt, dat een zekere Claes Wetsinghe voor
tien Emder guldens ‘ene stede ende proevene in onse Cloester’ krijgt, onder
voorwaarde, dat hij ‘op dat orgel sal spoelen syn leventlanck’.blijkt, dat een zekere Claes Wetsinghe voor
tien Emder guldens ‘ene stede ende proevene in onse Cloester’ krijgt, onder
voorwaarde, dat hij ‘op dat orgel sal spoelen syn leventlanck’.
Deze organist
wordt in genoemde brief gewezen op zijn rechten en plichten en moet beloven ‘weder
vredelick toe wesen mijt de broeders’. In de kerk was blijkbaar een (draagbaar?)
orgel aanwezig.
Fragment: ‘ Wy Anna Ffroma abdisse Else Koenders
pryorinne Suaene Baeken keldersche myt den ghemen senioren des cloesters thoe
Assen bekennen ende betueghen myt desen openen bezegelden breve voer ons ende
onse naekoemelyn- ghe dat wy eendrachtlijke myt goeden wylle unde consent hebben
ghegeven ter ere Goedes Claes van Wetsinghe orgaenist ene stede unde proevene in
onse cloester op soe daene vorwerden dat Claes voerscreven op dat
orgel sal
spoelen syn leventlanck soe langhe als hee can ende vermach ende wanneer dat
convent belevet ende hee sal ock des conventes proffyt doen waer he can en mach
des wyl wy Claes voerscreven weder besorghen syn levent- lanck in kost ende
cleren ende waerynghe in syn cranckheit ghelyken de ander proveners hee sal eten
mit de broeders ende als he cranck wort sal men hem waeringhe doen in dat
broederseeckhuus ghelyk en ander proveners ende ick Claes voerscreven loeve
weder vredelick toe wesen mijt de broeders ende mit alle menschen geen derleijge
dinck toe berichten daer mij neet an enlecht. Hyr om heft Claes voerscreven den
convente voerscreven ghegeven tyn emder gulden ende loevet den convente trouwe
toe wesen in allens waer he can ende sal ock goet willich wesen mijt luden oft
wat hee doen can. Ick Claes voerscreven love een eerlick leven toe leyden bij
verlees myner proeven ende oft ick anders dede dan behoerlick were, soe sal ick
wesen onder de vrouwen ende suppriors correccien ende ghehoersamheit ghelijck de
ander proveners ende oft ick my ontgenghe in enighen saeken de des conventes ere
an muchten gaen ofte mij wolde vanden convent wolde gheven soe sal dese
bewissinghe toe nete wezen ende ick sal ock gheen anspraeke hebben an dese tyn
emder gulden noch op ghen loen want mij gheen loen gheloevet ys. Ende al myn
goet wes ick hebbe ende noch cryghen mach oft wes my ansterven mach reppelick
ende onreppelick daer sollen myn vrendennde arffghenaemen gheen anspraeke an
hebben myt nije vonden ende ander listicheit want ick de voerscreven goederen
den convente ghegeven ende ghegunt hebbe. In oerkunde der waerheit ende meerder
bevesten hebben wy Anna Ffroma abdisse voerscreven onse amts zegel beneden an
desen breeff ghehangen. Ghegeven inden jaere ons heren dusent vijffhundert ende
achtenvyfftich des sondaeghes voer Assencionis domini. ‘. (01)

Drents Archief
Oorkondes 155 ass146 Klik op de
afbeelding voor een vergroting
Na de hervorming
1731
Er zijer plannen om een orgel aan te schaffen. Uit een resolutie van het Landschap blijkt dat een organist aangesteld zou worden
met een salaris
van 100 Caroli gulden. De naam van de organist was ook al bekend: Anthonius Herborn.
(er plannen om een orgel aan te schaffen. Uit een resolutie van het Landschap blijkt dat een organist aangesteld zou worden
met een salaris
van 100 Caroli gulden. De naam van de organist was ook al bekend: Anthonius Herborn.
(02)
In het archief van de Nederlandse
Hervormde kerk te Assen is echter niets te vinden dat erop wijst dat er een orgel
werd geplaatst of van de benoeming van een organist.

'1731 De Heeren Stadhouder Drossaard en Gedeputeerden Staten van Landschap
Drenthe
Alzo wij uit goede consideratiën hebben nodig gevonden, om in de Kerke tot Assen
een orgel te doen stellen en ten dien einde reeds de nodige ordre beraamt, weshalven een
bekwaam persoon tot het waarnemen van den dienst op het zelve, wanneer daartoe in volle
gereetheit zal zijn gerequireert wordende, de persoon van Anthonius Herborn op een
jaarlijks Tractement van Een Hondert Caroli guldens, ordonneerende een jegelijk, denzelven
daarvoor te erkennen. Gegeven onder des Landschaps Cachette, gewone paraphure, en
signature van onzen secretaris, binnen Assen den 20 April 1731. [w. g. ] C. B. G. Schwartz
vt. Ter ordonn. [get. ]Nijsingh'.
Het aan te schaffen orgel wordt genoemd op
pagina 2 in het boek van Thomas Annes
Romein 'De hervormde predikanten van Drenthe sedert de Hervorming tot in
1861' uit 1861.
'De Stadhouder, Drost en Gedeputeerde Staten bepaalden
den 20 April 1731, dat er een orgel in de kerk zou worden gemaakt, en benoemden
tot organist Anthonius Herborn op eene jaarwedde van f 100, om het te bedienen,
wanneer het gereed zou zijn. Aan dit besluit schijnt geen gevolg gegeven te
zijn, daar men hier eerst een orgel aantreft in 1819, hetwelk toen uit
vrijwillige bijdragen van de gemeente( à f 2430) is vervaardigd door P. van
Oeckelen te Groningen en door den predikant Reddingius ingewijd den 7 Mei 1819
met Ps. XXXIV: 4; hetzelve is in de tegenwoordige kerk overgebragt.'
Ook in een serie van 3 krantenartikelen (01,
02 en
03) uit november 1922 in de Provinciale Drentsche en Asser courant wordt het plan
gemeld.
1792
Op
10 maart bedankt Jan Sickens de
kerkvoogdij voor zijn benoeming als voorzanger en schoolhouder. (31)
1809
Hoewel Assen nog steeds een kleine plaats is met amper 700 inwoners
wordt
het door koning Lodewijk Napoleon tot stad verheven.
1817
De kloosterkerk krijgt in een verbouwing een driehoekige koorsluiting. (03)
In hetzelfde jaar worden plannen gemaakt om de kerk van een orgel te voorzien. De
predikant G. Benthem Reddingius beijvert zich om inlichtingen in te winnen en er
wordt
een orgelcommissie benoemd.
Op 27
augustus schrijft predikant Benthem Reddingius aan orgelmaker Lohman of een groot huisorgel
in Den Haag geschikt zou zijn voor de kerk in Assen. Hij noemt daarbij de
afmetingen van de kerk: 30 voet breed, 28 voet hoogte en 100 voet lengte. Mocht
het orgel van Den Haag niet geschikt zijn is dan het orgel van Kantens misschien
een alternatief? Als dat al verkocht is weet Lohman dan andere orgels die voor een
kleine prijs zijn aan te kopen? (36)
Transcriptie van der Kleij: 'Assen den 27 Augustus 1817. Mijn Heer. Ten antwoord op den uwen dient, dat men
inderdaad een orgel wenscht en de Commissie wel benoemd is daaromtrent voorlopige
schikkingen te maken niet ongezind is, om in het vervolg als het er toe komt van uw werk
gebruik te maken. In tusschen wil men om de kosten een oud orgel zien te krijgen en men
heeft daartoe een groot huisorgel in het oog hetwelk in den Haag staat, waaromtrent men
evenwel twijfelt of het hier wel sterk genoeg is. Hierom verzoek ik UwE. om mij morgen met
de vragtwagen te antwoorden op de volgende vragen. 1. Is het orgel, waarvan de
beschrijving hiernevens gaat voldoende in een kerk van 90 voet breedte, 28 voet hoogte
onder een zolder en 100 voet lengte Rijnl. maat? 2. Zoo ja, zou er dan ook onderscheid in
zijn of het aan het einde der kerk geplaatst werd of in het midden in een Nis een weinig
voor de muur uitkomende? 3. Zo neen, zou dan het orgel te Kantens ook verkrijgbaar zijn en
indien UE zeker weet van ja, voor welke prijs zou dit dan te krijgen wezen en welke
registers heeft dat? 4. In dien dat niet mag verkocht worden weet UWE dan ook een ander
voldoende orgel voor ons, dat voor een prijsje kan gekregen en met weinig kosten geplaatst
kan worden? Om redenen verzoek ik instantelijk morgen antwoord op deze vragen, terwijl ik
mij met achting noeme MijnHeer UWE dw. dr. [w. g. } G. Benthem Reddingius'
Op 31 augustus schrijft
Benthem Reddingius aan Lohman over een orgel uit Amsterdam dat te koop staat. (36)
Transcriptie Van der Kleij: 'Assen den 31 Augustus 1817. In antwoord op uwe laatsten dient, dat wij UE vriendelijk
bedanken voor uwe gegevene informatie dat het orgel te Amsterdam ons zwak in de kerk
voorkomt, terwijl mij daarenboven ook nog de aanmerking hebben, dat het niet geblijkt of
de clavieren gekoppeld kunnen worden, en of er een Pedaal aanhangt, dat wij evenwel UE
adviseren om door uwen vriend te Amsterdam te vernemen of dat orgel ook te koop is en zoo
ja of het behoorlijk onderhouden is en nu ook voor een mindere prijs zou kunnen gekocht
worden met verzoek tevens, om, zoo hetzelve reeds weg mogt zijn eene soodanige annonce in
de Amsterdamse Courant te laten plaatsen, als UE profijt, van het een en ander verwagten
wij zoo dra mogelijk berigt terwijl wij het verschoten daarop voor U loopende gaarne
zullen voldoen. Waarmede ik mij noeme MijnHeer UWEDw. Dienaar [w. g. ]G. Benthem
Reddingius.'
Op 12 november stuurt Reddingius bericht aan Lohman dat men om de kosten
afziet van
zijn hulp en de tekeningen en bestekken worden geretourneerd. (36)
Transcriptie Van der Kleij: Assen den 12 November 1817. Mijn Heer. De Commissie benoemd om zoo mogelijk een plan te
maken ter verkrijging van een orgel heeft mij geauthoriseert om UWE nevensgaande
teekeningen en bestekken terug te zenden met het berigt, dat er zich voor haar zoo veele
zwarigheden opdoen, welke haar verhinderen om UWE plan te accepteeren vooral om der kosten
wille, dat zij daar van geheel afziet, UWEd. bedankende voor deszelfs genomen moeite. Ik
ben met achting UWE dw . dr. [w. g. ]G. Benthem Reddingius.
Er is een ongedateerd briefje van de
Commissie van het Orgelplan uit Assen met daarop de bedragen die betrekking hebben
op werkzaamheden (bestek, tekeningen, briefport) in 1817 van Lohman voor de
planning van een nieuw orgel voor een totaal bedrag van f 33,-. (36)
Transcriptie van der Kleij: 'De commissie Orgelplan vergoed Lohman voor zijn
inspanningen om te adviseren voor een nieuw orgel:
'De Commissie van het Orgel Plan te Assen debet aan N:A:Lohman en zoonen te Groningen
alles van den 27 Augustus tot den 12 November 1817.
| Voor informatie en briefport | f 3. -. - |
| voor dito op Amsterdam | 3. -. - |
| voor Courantgeld te Amsterdam | 2. -. - |
| voor het gebruik van Tekens en Bestekken | f 25. -. -. |
| f 33. -. -.' |
1818
Op 6 december geeft koning Willem I
toestemming voor de plaatsing van
een orgel. Men mag daartoe een inschrijving houden onder
de gemeenteleden voor de benodigde gelden. Dat er toestemming van de koning toestemming
nodig is heeft te maken met een oude erfenis van het convent (later Domeinen genoemd). In 1601
is
besloten dat de opbrengsten van de kloostergoederen ten dele gebruikt kunnen worden
'ad pios usus', dat wil zeggen voor 'vroom' gebruik. Als het in dat
verband om personen gaat worden daartoe gerekend predikanten, kosters, schoolmeesters en
organisten. Na de Franse tijd komt deze erfenis aan de staat. Nu wordt in dergelijke
gevallen beslist door de koning, c. q. de staatsraad, via de gouverneur en de
burgemeester. Vandaar dat in het archief van de gemeente Assen stukken voorkomen
betreffende het orgel. (31)
In de notulen van B&W komt onder
nr. 322 het orgel ter sprake. (42)
1819
In het besluit no. 9 van
B&W van Assen wordt het volgende besloten:
'1 het toestaan van het plaatsen
van een orgel in de kerk alhier
2 Afwijzing om het zelve bij de
Domeinen over te nemen
3 Bewilliging in het verzoek omtrent de Subsidie
van f 500,- uit Rijkskas aan een taal- en muziekmeester'
In
besluit No. 19 wordt er meer
geregeld over het aannemen van een taal- en muziekmeester, waarbij er verwezen
wordt naar besluit No. 9. (45)
Van
19 januari dateert een zeer
uitgebreide beschrijving door de schoolopziener van district I voor de functie
van taalmeester in 35 punten.
Op 20
februari wordt een conceptinstructie besproken voor de taalmeester.
Op
21 maart wordt nog f 150,-
opgevoerd bij de post onvoorzien voor een taal- en muziekmeester. (46)
Advertentie voor een Taal- en muziekmeester

Opregte
Haerlemsche Courant van 30 maart 1819'
Petrus van Oeckelen
levert het orgel. Het is niet duidelijk wanneer de bouw is gestart. Gezien de
besluitvorming kan dit niet eerder dan in januari zijn geweest. Van Oeckelen maakt gebruik van pijpwerk van de orgelmaker H.G.
Freytag. (59)
Opmerkelijk is dat Van Oeckelen in de
daaropvolgende jaren geen orgels bouwt. De orgels in Strijen en Smilde worden pas
twintig jaar later gebouwd.
In het tijdschrift Amphion wordt de
ingebruikname uitgebreid beschreven. Zie Amphion
2e jaargang 1819 120-122 (25)
Ds. G. Benthem
Reddingius preekt tijdens de ingebruikname op 7 mei 1819 over Psalm 34 vers 4.
Wilhelm Gottlieb Hauff (1793-1858), organist van de Martinikerk in Groningen,
bespeelt het orgel.
Hauff en de hoogleraar Romeins Recht Albertus Jacobus Duymaer van Twist
(1775-1820) uit Groningen keuren het orgel en prijzen het werk van Van Oeckelen.
De ingebruikname staat ook beschreven in de Overijsselsche
Courant (21-05-1819) en de
Boekzaal der Geleerde Wereld 1819 blz.
613-614.
Bij de ingebruikname
van het orgel was er nog geen organist benoemd.
Het orgel krijgt de volgende dispositie: (Zie Amphion)
| Prestant | 8 |
| Bourdon | 16 |
| Holpijp | 8 |
| Viola di Gamba | 8 |
| Quint | 6 |
| Octaaf | 4 |
| Roerfluit | 4 |
| Superoctaaf | 2 |
| Flageolet | 1 |
| Mixtuur | 3-4 sterk |
| Trompet | 8 |
Aangehangen pedaal; ventiel; drie blaasbalgen.
Op 17 mei schrijft schoolopziener Reddingius (Hij is ook predikant van de kerk van Assen) dat uit
de reacties op de advertentie
blijkt dat de combinatie van taalmeester en muziekmeester geen kandidaten
oplevert die voor beide functies geschikt zijn. Door de combinatie reageren
geschikte kandidaten niet omdat ze een van beide disciplines niet of onvoldoende
beheersen. Reddingius wil graag overleg.
Er wordt
lijst gemaakt van de personen die
op de advertentie hebben gereageerd.
De volgende namen staan op de lijst:
De Wilde uit Nijmegen, Ter Wechsel uit Steenwijk, Lofverd uit Groningen, Incrott
uit Veendam, Fredericks uit Heerde, Dolsma uit Nieuwveen, Röpcke uit Zwolle,
Broedelet uit Utrecht en onderaan Jacob Koning (voorgedragen door ...) (47)
Op 2
augustus doet Reddingius verslag
van de examinatie van drie uitgekozen sollicitanten:
- Jozef Maria Inkrott
taalmeester te Veendam
- Petrus Lofvers? onderwijzer bij een instituut in
Groningen
- Frederik Pulip Röpcke bijzonder onderwijzer der eerste klasseuit
Zwolle
Er wordt geëxamineerd in Frans, hoogduits, geschiedenis en
aardrijkskunde. Niemand kan volledig aan de vereisten voldoen. Daarna
volgt een examinatie in de muziek. Ook hier voldoet geen van de sollicitanten.
Reddingius adviseert om de functie te splitsen en apart sollicitanten op te
roepen voor muziekmesster en taalmeester.
Op 13 augustus schrijft
Reddingius dat de Gouverneur akkoord gaat met zijn voorstel om de functies van
taalmeester en muziekmeester te splitsen.
Op
20 december wordt Hendrik Johannes
Nassau benoemd tot taalmeester van Assen. (48)
1820: Volgens
bericht No. 314 functioneert J.
van Delden tijdelijk als organist. Hij klaagt dat hij nog geen betaling heeft ontvangen.
B&W antwoordt dat ze zich niet kunnen herinneren dat ze hem benoemd hebben en
derhalve ook niet kunnen overgaan tot een betaling.
1821:
Er wordt een nieuwe
advertentie voor een organist en stadsmuziekmeester in de Opregte Haarlemsche Courant
geplaatst.

Opregte Haarlemsche Courant 14 augustus 1821.
Dit levert een
aantal kandidaten op, die geëxamineerd worden. Jurjen Walles (1794-1854) uit
Groningen is de beste kandidaat;
daarna dienen zich nog weer andere kandidaten aan en men houdt de beslissing
open tot in januari de laatste kandidaat is geëxamineerd (G.W. Derx uit
Nijmegen). Niettemin kiest men nog steeds voor Walles als de beste. Hij wordt benoemd,
maar trekt zich terug als de Doopsgezinden in Groningen zijn salaris
verdubbelen. (63) Uiteindelijk wordt daarna Claas Meyboom (08-05-1783 te Emden
-15-05-1858 te Assen) (50) benoemd. Hij was bij de
voorgaande sollicitatierondes nog niet in beeld.Op
23 april een brief met afspraken
tussen stadsbestuur en kerkvoogdij omtrent de benoeming van een
muziekmeester/organist.
Op 1 juni
een brief rond de lastige combinatie taalmeester/muziekmeester.
Op
20 juni verwijst de Asser
predikant Benthem Reddingius Lohman met zijn klachten over het niet betalen van
door hem gemaakte kosten door naar de orgelcommissie.
Transcriptie Van der Kleij: Assen den 20 Juny 1821. Mijn Heer! Ik heb lang in beraad gestaan of ik uwen laatsten
niet weder onbeantwoord zou laten, daar ik toch niets antwoorden kan, dan ik reeds gedaan
heb, dat ik met de geheele zaak niets te doen heb, en ook niets aan doen kan, om u het
geld te bezorgen en dat gij u aan de Commissie tot het orgel moet adresseren, welke u dan
wel betalen zal het gene u toekomt, maar welke zegt er niets aan te willen doen, zoo lang
gij mij en niet haar aanspreekt. Maar daar al dat schrijven ende dreigen mij begint te
verveelen, en het mij voorkomt, dat gij wel lust hebt, om in de kosten te vervallen, in op
het geregtelijk aanspreken van een verkeerden Persoon loopen, dient tot antwoord, dat ik u
invitere om hoe eer hoe liever uwe herhaalde bedreiging te vervullen, Uwe vroegere brieven,
vooral die van den 29 Augustus 1817 welke voor mij voldoende is zijn wel bewaard. Uw
Dienaar
[w. g. ] G. Benthem Reddingius.
Op
6 augustus nodigt de burgemeester
van Assen kerkvoogdij en notabelen uit voor een overleg op het gemeentehuis
omtrent een muziekmeester. (36)

In het archief van Huize Overcingel bevind zich een een losse map een niet
gedocumenteerd en ongedateerde tekening. Is het een tekening om een keuze te
maken?.
Het is niet te bepalen of er betrekking is met het Asser-orgel. Op de tekening
staat het volgende bijschrift: 'De geheele lengte van de zijstukken moet zijn 2
ellen 93 ??'(52)
Er is een ongedateerde brief van organist
Meyboom met de volgende tekst: 'Aan het college der Heeren Kerkvoogden der
Hervormde Gemeente te Assen!
Ik ben in de noodzakelijkheid aan de resp. Heeren
te berigten, dat niet alleen het orgel ontstemd is, maar dat er behalve, eene
toets geheel lam en onbruikbaar is; twee pijpen van de trompet niet spreken en
een andere omgebogen is, zoo dat in een ande voorzien moet worden, opdat het
orgel weer geheel bruikbaar worde.
Hiermede aan mijn pligt voldaan hebbende,
heb ik de eer met alle hoogachting te zijn
der resp Heeren Kerkvoogden!
Uw
Dienaar
C Meyboom' (30)
1822
Op 5 april
schrijft organist Meyboom dat het dak boven het orgel lekt en dat er
waterschade in het orgel is, waardoor het onbruikbaar wordt.
Van 16
september dateert een brief met een tekst rond de overdracht van het orgel.
Op 1 oktober schrijft de
burgermeester van Assen dat Meyboom zijn post als muziekmeester en organist
heeft aanvaard.
In de notulen van de kerkvoogdij wordt een prijs van f 3000,-
voor het orgel genoemd. (36)
Op
8 oktober schrijft de burgemeester
van Assen aan de kerkenraad dat C. Meyboom is benoemd als muziekmeester en
organist. (31)
Op
26 november schrijft organist Meyboom in het Duits dat het slot van de
toegangsdeur naar het orgel niet goed is. Kan het worden gerepareerd? (36)
1823
Op 6 maart
schrijft organist Meyboom dat hij zijn brieven voortaan in het Nederlands zal
schrijven.
Van dezelfde dag
dateert een brief van Meyboom waarin hij meldt dat lekkage op het dak veroorzaakt dat het orgel niet goed meer functioneert. De sleep van de
Bourdon is door vochtigheid uitgezet en vastgelopen. Ook spreken enkele pijpen zonder
dat de toetsen ingedrukt zijn. In de windlade is water terecht gekomen.
Op
6 april wordt in een
kerkvoogdijvergadering besloten dat orgelmaker Martin het orgel dient te
herstellen.
Op 5
juni schrijft N.A Lohman dat hij in 1817 een bestek en tekeningen voor een
nieuw orgel voor Assen heeft gemaakt. De opdracht is echter naar een ander
gegaan. Hij vraagt nu om een vergoeding van de gemaakte kosten.
Transcriptie
Van der Kleij:
'Aan de WelEdele Heeren Kerkvoogden der hervormde Gemeente te Assen. Groningen den 5
Juny 1823.
WelEdele Heeren!
Ik ondergetekende N:A:Lohman Firma N:A:Lohman en zonen. Orgelmaker te
Groningen.
Neemt door dezen de vrijheid mij tot UWEd. Heeren te wenden ten einde inlichting te
mogen erlangen omtrent volgende onderwerp. In den jare 1817 in Assen het plan zijnde om in
de kerk der boven genoemde Gemeente een orgel te willen hebben, heeft de ondergetekende
zich verpligt geacht deszelfs diensten tot het vervaardigen en plaatsen van zoodanig werk
aan te bieden, tot welk einde ik mij ten tijde voornoemd bij de WelEerwaarde Heer Predikant
G:Benthem Reddingius geaddresseerd hebbe. Van wien ik vervolgens schriftelijk order hebbe
ontvangen tot het doen van informatiën, moeitens, en onkostings ter bekoming van een oud
Orgel, waarvan bij mij alle de bewijzen voorhanden zijnde, wijders deze plannen niet
doorgegaan zijnde hebbe ik Bestek en Tekening opgemaakt, en in Persoon dezelve mede na
Assen genomen, en er mij mede bij de WelEerwaarde Heer Reddingius vervoegd, welke daarop
benevens eenige andere Heeren met mij over deze zaak gebesongerd hebben en mij verzogt om
genoemde Bestekken en Tekening te mogen houden ten einde verdere besluiten te nemen, na dat
men dan gebruik van deze mijne werkzaamheden had gemaakt en het werk aan een ander is
uitbesteed, heeft de WelEerwaarde Heer mij mijne Bestekken en tekening verzeld met een
brief dat men deze plannen uit hoofde der kostings niet konde accepteeren door den Heer
Reiger alhier weder bezorgd. Regt meenende te hebben om behoorlijk voor mijne moeite
betaald te worden, hebbe ik eene zeer billijke Rekening opgemaakt en die aan de
WelEerwaarde Heer bezorgt en die vervolgens gedurig herhaald, doch hierop nimmer een voor
mij voldoend antwoord hebbende ontvangen dewijl ik immer op eene Commissie wierd verwezen,
en daar ik geene andere brieven dan van zijn WelEerwaarde had en uit wiens eerste brieven
niet gebleek als zijnde niet in de Commissie of niet geauthoriseerd te zijn,
veronderstelde ik dat zijn WelEerwaarde deze zaak beter dan ik konde in orde maken en ben
mij daarom hierin altijd gelijk gebleven en de WelEerwaarde Heer gedurig om mijne
Penningen aangemaand, eventwel tot nu toe geene betaaling hebbend ontvangen, hebbe ik
iemand mijnentwege geauthoriseerd om zoo mogelijk deze zaak in der minne uit den weg te
maken en te dien einde na Assen gezonden welke zich in Persoon bij de WelEerwaarde Heer
vervoegd en op zijn verzoek ook bij die Heeren welke ten tijde van het inleveren van mijne
Bestekken en Tekening bij de weleerwaarde Heer vergaderd waren is gegaan. Nu dan verstaan
hebbende, dat het orgel met alles deszelfs op een en dépendenten aan de Heeren
Kerkvoogden was overgedragen en het nodig was zich hieraan te addresseren zoo neme ik de
vrijheid vriendelijk aan UWEd Heeren Kerkvoogden te verzoeken mij spoedig te willen
antwoorden, of UWEd Heeren mij gelegentheid kunnen bezorgen ter bekoming van mijn geld, of
een addres aan te wijzen van wien ik hetzelve moet ontvangen, dewijl ik zeer gaarne een
einde aan deze onaagenaamheden werde zien. Zende UWEd. Heeren hiernevens kopie der
Rekening aan den WelEerwaarde heer Reddingius gezonden. In afwagting van spoedig gunstig
berigt hebbe ik de Eer met alle hoogagting te noemen UWEd Heeren Dienstv. Dr. N:A:Lohman
enz.'
Van
dezelfde datum dateert een brief
van H.B. Lohman rond dit onderwerp.
Transcriptie Van der Kleij: 'Aan den WelEdele Heer Den Heer van Oosting te Assen. Groningen den 5 Juny 1823.
WelEdele heer. Heden een brief aan de Heeren Kerkvoogden onder addres van den
WelEerwaarde Heer Predikant G. Benthem Reddingius afzendend neme ik de vrijheid UWEd. bij
de Haal en lin van mijn Buurman Huurdman, eenige der voornaamste Copiën van vroeger door
de WelEerwaarden Heer aan ons afgezondene brieven hier bij in te sluiten, vriendelijk
sollisterende om deze zoo het in UWEd Heeren vergadering vereischt mogt worden over te
willen leggen:Geene betere gelegentheid wetende dan om dezelven bij deze gelegentheid aan
UWEd te addresseeren hope ik dat UWEd mij de vrijheid niet ten kwade zult duiden. Waarmede
ik met de meeste hoogachting mij noeme UWEdv Dr. H. B. Lohman. (per order).'
Op
30 september verwijst orgelmaker Lohman
naar een aantal brieven geschreven in juni en juli met betrekking tot het orgel
voor Assen. Er is echter nooit een antwoord gekomen.
Transcriptie Van der
Kleij: 'Groningen, den 30 September 1823. WelEdele Heer! In de maand Junyj:l:aan UWEdele een
brief met eenige Copiën van brieven ingesloten hebbende afgezonden, alsmede een
brief(volgens UWEd welmeenende Raadgeving)aan de Heeren Kerkvoogden van Assen onder addres
aan den WelEerwaarde Heer G. Benthem Reddingius inhoudende eene opgave van de grond onzer
Pretentie wegens gedaane infor-ma-tiën, moeitens, onkostings, enz. ter bekoming van een
Orgel voor de Hervormde Kerk te Assen, met vermelding van de hierop betrekkelijk plaats
gehad hebbende omstandigheden, verzoekende daarom de Heeren Kerkvoogden voornoemd zoo
indien HunEd: alle die zaken hadden overegenomen ons te willen berigten waar en hoedanig
wij ons geld konden bekomen. In het vertrouwen dat de WelEerwaarde Heer Predikant deze
brief wel aan Heeren Kerkvoogden voorgelegd zoude hebben, is er tot dus verreegter nog
geen berigt opgekomen. Zoo nemen wij dan bij dezen gelegentheid de vrijheid UWEd:lastig te
vallen om ons met brenger dezes berigt te willen doen toekomen hoedanig het die
aangelegentheid gesteld is. Zeer gaarne zagen wij de billijke beloning onzer arbeid nu ook
spoedig volgen, zijnde van UWEdele goedgezindheid om deze zaak mede helpen uit den weg te
ruimen overtuigd. Wanneer men nu dan genegen zijnde om dadelijk te willen Rekenen zoo kan
men zulks met brenger dezes (zijnde H:Lohman)woonachtig te Assen in order maken. Waarna
wij in het vertrouwen van Gunstig Rapport ons met de meeste Hoogachting noemen WELedele
Heer UWEdv:dienaar N:A:Lohman en Zoonen. (gericht aan de heer Oosting te Assen).'
Transcriptie Van der Kleij:
Fiat restitutie uit de post van onvoorziene uitgaven dienstjaar 1824 met acht guldens.
Assen d. 20 Juni 1825. De kerkvoogd. J. Collard. Assen den 9 december 1823.
no 3. Voldaan G. Vos. Na gehouden overweging uwer missive van den 5 juni jl. van de
kopijen welke Ued. aan den Heer Oosting hebt ter hand gesteld, en van de informatien welke
wij hebben bekomen, is het ons toegeschenen dat Ued. in de jare 1817 getracht heeft om in
het voorgenomen daarstellen van een orgel in de kerk te Assen gebruikt te worden, en toen
obligeante dienstaanbiedingen hebt gedaan plans ingezonden, wij, en dat die gene welke dat
werk op het oog hadden wel gebruik hebben gemaakt van uwe Offertes om zoo veel aanbetreft
het nemen van informatien te Amsterdam, doch slechts onder aanbod van uw uitschotten te
willen restitueren terwijl zij Ued. vervolgens de vrijwillig ingeleverde plans hebben
teruggezonden. Het daar gestelde Orgel is vervolgens aan de Gemeente geschonken zonder
eenig bezwaar van schulden; ook zijn wij de Heeren welke het orgel hebben daargestel niet
opgevolgd dienvolgens zijn wij uit genen hoofde aansprakelijk wegens uwe vordering.
Niettemin schijnt uwe pretentie ten aanzien van de informatien en uitschotten ter somme
van acht gulden billijk te zijn en wanneer Ued. zich daartoe wil bepalen, waarop wij het
antwoord van Ued. vragtvrij zullen verwachten, zijn wij genegen om het Provintiaal
kollegie van Toezicht authorisatie te vragen om UE. de gezegde acht guldens, uit de
inkomende fondsen in het jaar 1824, te voldoen. Het kollegie van Kerkvoogden der
Hervormden te Assen. G. Vos. President.
Aan de Heer N. A. Lohman en Zonnen te Groningen. De acht guldens, in deze brief
vermeld, bij mij door mijn broeder ontvangen van Mr. G. Vos Assen 16 Junij 1825. N:
Lohman.
1826
Op 4
augustus wordt in de kerkvoogdijvergadering een brief van 13 juli behandeld
van de orgelmaker Van Dam uit Leeuwarden. Hij verzoekt of hij het jaarlijkse
onderhoud kan doen. Marten Martin is overleden. Besloten wordt op dit voorstel
in te gaan. In de brief naar Van Dam, die letterlijk in de notulen is opgenomen,
wordt bevestigd dat Marten Martin een knecht was van Van Dam. (37)
1830
Op
29 december schrijft organist
Meyboom dat het altijd openstaande torenluik een zeer nadelig effect heeft op de metalen en dus
ook op de stemming van het orgel. Het luik dient na gebruik te worden gesloten.
Klokkenmaker Hoving is echter niet gevoelig voor zijn verzoeken. (36)
1831
De brief van Meyboom komt aan de orde in de
kerkvoogdijvergadering van 24 januari.
In diezelfde vergadering wordt ook een probleem behandeld uit 1826 met betrekking
tot de uitbetaling aan een orgeltrapper.
In de vergadering van
19 december wordt besloten een
brief te schrijven naar Burgemeester en Wethouders van Assen met het verzoek
Hoving te manen altijd het luik te sluiten. (37)
1835
In de kerkvoogdijvergadering van
15 juni wordt gediscussieerd over
een nota van orgelmaker Lohman van f 12,81. In veel omhaal van woorden gaat het
erom ten laste van welk jaar deze post geboekt moet worden. (37)
1836
Op
24 oktober voldoet Lohman aan een verzoek vanuit de kerkvoogdij van
Assen om een offerte te maken om het orgel met een tweede klavier uit te breiden.
'ten 1ste een werk met 2 klavieren te maken en hetzelfde met 7 stemmen te
vermeerderen'.
'ten 2de van het zeer gebrekkige werk tevens een zeer goed
manuaal te maken en wel zoodanig hetzelve in verband met het nieuw aan te leggen
2de klavier of bovenwerk een deugdzaam geheel geve'.
'ten 3de het front beter
te vullen en alzoo het aanzien aanmerkelijk te verbeteren'.
De dispositie voor het
nieuwe bovenwerk luidt als volgt: Prestant 4 vt, Roerfluit 8 vt
gehalveerd, Open fluit 4 vt, Gedekt fluit 4 vt, Woudfluit 2 vt, Octaaf 2 vt,
Dulciaan 8 vt gehalveerd (een zeer aangenaam tongwerk)
Pijpwerk gemaakt van
2/3 lood en 1/3 tin. Ook stelt hij een nieuwe Viola da Gamba voor het eerste
manuaal voor.
Hij komt tot de volgende kostenraming:
- 2de klavier: f
1275,-
- inwendige verbouwing wegens plaatsen van het bovenwerk: f 220,-
-
Verbeteren van het huidige werk: f 425,-
- Nieuwe frontpijpen: f 320,- (35)
1840
Op 4 april
komt in de kerkvoogdijvergadering een
brief van Meyboom aan de orde. Het orgel is de laatste 17 jaar niet schoon
gemaakt en het stof beïnvloedt de klank van de niet gedekte pijpen. Lohman komt
binnenkort voor een stemming en kan dat werk dan meteen uitvoeren. (38)
1841
Op
8 juni stelt Meyboom in een
brief aan de kerkvoogdij de schoonmaak van het orgel weer aan de orde. Sommige
pijpen spreken door het stof niet goed. Door de toets hard in te drukken
probeert hij dit op te lossen, wat weer nadelig is voor de mechaniek. Door de
droogte zijn de blaasbalgen ook niet meer geheel dicht. De orgeltrapper heeft
moeite om genoeg wind in het orgel te krijgen.
Op
12 juni wordt deze brief behandeld
in de kerkvoogdijvergadering. Men besluit Meyboom de toestand van het orgel te
laten onderzoeken. (38)
1842
Op
28 december stelt predikant
Benthem Reddingius het probleem aan de orde dat aftredende ouderlingen en
diakenen geen plaats in de kerk kunnen vinden omdat alle plaatsen al bezet zijn.
Is het mogelijk hiervoor een apart bankje met vier plaatsen te reserveren,
waarvan zij twee jaar gebruik kunnen maken om in de tussentijd een plaats in de kerk te huren? Een andere mogelijkheid is de bank
van de voorlezer hiervoor te
gebruiken en de voorlezer zijn taak te laten verrichten vanaf het orgelbalkon.
Dit zou goed kunnen als de voorlezer ook organist is. (38)
1844
Op 15
november vraagt Meyboom per brief om verhoging van zijn salaris van f 150,-
per jaar.
Op 27 november
schrijft Meyboom weer een zeer uitvoerige brief over de salariskwestie.
(38)
1846
In
januari komt het
vinden van een nieuwe 'orgelblaasbalgtrapper' aan de orde. Er is een lijstje gemaakt met
potentiële kandidaten, hun beroep en opmerkingen omtrent hun
levensomstandigheden en eventuele lichamelijke gebreken. Benoemd wordt Albert
Strating van wie gemeld wordt: 'Arbeider - aangegeven als zeer behoeftig'.
Kandidaat Jan Bakker laat een
aanbevelingsbrief schrijven, die hij zelf ondertekent. Meyboom schrijft
onderaan de brief een aanbeveling, omdat Jan Bakker de vorige orgeltrapper
regelmatig heeft vervangen. Ook voor Derk Molenhuizen is er een
aanbevelingsbrief geschreven.
Op 16 juli verzoekt Meyboom of
voorkomen kan worden dat personen zonder vaste plaats het orgelbalkon bezoeken. (38)

Een tekening van de
abdijkerk aan de Brink te Assen van voor 1849. (29)
Vanaf 1840 worden er plannen gemaakt om een nieuwe kerk te bouwen. De bevolking
is toegenomen tot ruim 4.000 inwoners en de kerkelijke gemeente is gegroeid
tot ruim 1000 lidmaten. (05)
De koning moet in de plannen gekend
worden en hierbij wordt ook aandacht geschonken aan het herstel van het orgel. Hier zou een
bedrag van f. 2000, - mee gemoeid zijn.
1847
Op 17 augustus komt de plaatsing
van het orgel in de nieuwe kerk aan de orde. Besloten wordt dat de architect en Van Oeckelen moeten overleggen omtrent de plaatsing.
Op
23 augustus blijkt dat het overleg
tussen Van Oeckelen en de architect oplevert dat er enige aanpassingen aan de
nieuwe kerk moeten worden gedaan om het orgel goed te kunnen plaatsen. Het
orgelbalkon moet op een andere manier worden ondersteund dan de ontworpen
pilaren.
Van 27 augustus dateert een 'Staat
van Verrekening'. Daarop staat een stelpost van f 600,- voor het verplaatsen van het orgel.
In de kerkvoogdijvergadering van
8 oktober wordt een brief
opgesteld waarin Van Oeckelen wordt verzocht zo spoedig mogelijk met een
kostenopgave te komen voor de verplaatsing van het orgel.
Op
10 oktober schrijft Van
Oeckelen dat het verplaatsen van het orgel, schoonmaak, een kleine reparatie en
intonatie 'op zijn zuinigst' een bedrag zal vergen van f 280,-. In de volgende
vergadering van 15 oktober wordt besloten dit te
behandelen in een gezamenlijke vergadering met de notabelen.
C. F. A. Naber, orgelmaker te Deventer
meldt zich ook aan en biedt via
een brief van 6 november aan om het
orgel te verplaatsen en te vernieuwen of eventueel nieuw te bouwen. (05)
In het tijdschrift Caecilia algemeen
muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 4, 1847, no 12, 15-06-1847 wordt
verwezen naar het artikel in 1819
over het orgel.

Bankenplan van de nieuwe kerk.
Helaas is het orgel niet ingetekend.
Klik op de afbeelding voor een vergroting
Van eind 1847 dateert ook een zeer uitgebreid voorstel van Lohman voor een nieuw orgel of de verbetering en vergroting van het orgel. (40)
Transcriptie Van der Kleij: 'Leiden den 3 rt 1847. Den WelEdelenGestr. Heer. Mr. Nassau te Assen.
WelEdele Gestr. Heer!
Bij mijn belofte op den 29ste October pf. van meening zijnde voor den aanvang van dit
jaar aan UwEdwelgstr. te doen geworden eene voorlopige calculatieve begrooting van kosten
die zullen worden vereischt tot verbouwing en vergrooting van het in de Hervormde Kerk te
Assen bestaande orgel, zoodanig als noodig zal zijn om hetzelve voor de nieuw te bouwen
kerk doelmatig in te rigten en aldaar te plaatsen, stuite ik aan dien arbeid willende
beginnen bij overziening van de door Uwel Edgestr. aan mij opgegeven eventuele plaatsruimte en bij vergelijking daarvan met het
uitwendige van het meergemelde orgel, op de ontworpene te bekrompen plaatsruimte. Dezelfde
oorzaak belemmerde mij in de opmaking van eene begrooting voor een geheel nieuw voor de
nieuwe kerk en talrijkheid der gemeente toereikend werk. Aangezien ik bevond dat de
inwendige zamenstelling en uitgebreidheid van een zoodanig Orgel eenen meerderen
uitwendigen omvang zal vereischen dan die waartoe de opgegevene plaatsruimte gelegenheid
aanbied.
Van plan zijnde in den loop van January van hier huiswaarts te keren, besloot ik na het
in de geest gemaakt ontwerp van meergenoemde vergrooting en van een geheel nieuw voor de
nieuwe kerk doelmatig in- en uitwendig ingerigt orgel van den verderen arbeid af te zien tot dat ik op mijn
reis naar huis Assen aandoende UwEdgestr. persoonlijk mijne gevonden bezwaren zoude kunnen
doen verstaan en in overweging geven of voor den aanvang van den bouw der kerk(waarvan zoo
ik mij voorstelde voor den winter toch slechts den aanleg van de fundamenten kan zijn
gemaakt), ook zoude gezorgd kunnen worden dat het geene wat bij den eersten arbeid
betrekkelijk de orgel plaatsruimte zal moeten geobserveerd worden, ook voor de
wenschelijke wijzingen vatbaar zal kunnen zijn en ter harte worden genomen. Daar echter
bijkomende bezigheden mijn verblijf hier hebben verlengd en waarschijnlijk tot in April
noodzakelijk zullen maken, zoo vermeene ik Uw Edgestr. mijne bedenkingen niet langer te
mogen onthouden daar het saisoen en mogelijke geschiktheid des jaars den spoedigen aanvang
der kerkbouw te Assen waarschijnlijk maakt en ik vermeen nu daarom UwEdgestr. het volgende
te moeten berigten.
Als ten eersten. Dat het in de oude kerk bestaande orgel beslaat eene breedte van plm4.
10 El. Eene diepte binnen de lambriseering van 3. 87 El. Waarvan de orgelkast 1. 78, de
ruimte tusschen de orgelkast en Blaasbalgenkast 0. 65 en de diepte der Blaasbalgenkast 1.
44 samen 3. 87 El. Hebbende de orgelkast uit het oxaal eene hoogte van 4. 57 El.
Ten tweeden. Dat de eventueele plaatsruimte is. Eene breedte van 6. 50 El, eene diepte
van 2. 90 og 3. 00 El. Eende hoogte van 4. 20 El, de hoogte in het gezicht 3. 80 El, welke
laatste vermoedelijk diegeene is waarover men, althans wat het zichtbare gedeelte van het
orgel zal moeten worden, kan beschikken.
Ten derden. Dat voor het uiterlijke van een welgeordend nieuw orgel, zal voor de nieuwe
kerk zich niet te nietig vertoonen en voor de inwendige zamenstelling op niet te
bekrompene en voor het werk schadelijke wijze aangelegd zijn benodigd is: minstens eene
breedte van 3. 70 El, minstens eene diepte van 3. 40 El, tenzij de blaasbalgen niet agter
het orgel behoeven te leggen en de plaatselijke aangelegenheid daarvoor eene andere ruimte
aanbied. Of dat de orgelkast voor het grootste gedeelte voor de balustrade, en dus verre
in de kerk mag uitkomen. Minstens eene hoogte van 4. 40 El, terwijl dan nog op het hoogste
punt geen ornament van eenige beteekenis zal kunnen worden geplaatst indien daarboven niet
nog 3/4 El meerdere hoogte komt.
Uit bovenstaande opgaven en vergelijkingen zal Uw Edgestr. zien. 1sten. dat de nieuwe
plaatsruimte althans wat de hoogte betreft ontoereikend is. 2den dat zulks evenzeer met de
diepte het geval is, tenzij de blaasbalgen ergens anders dan agter het orgel kunnen gelegd
worden of dat het orgel genoegzaam voor de balustrade mag uitspringen, in welk laatste
geval echter de bespeeling aan de agterkant zal moeten plaats hebben, dat bij een nieuw
orgel daartoe ingerigt evengoed als aan eene der zijden kan geschieden, doch bij de
vergrooting en verbouwing van het bestaande orgel eene hoogstmoeijelijken en meerdere
kostbare verandering, dan reeds in ieder geval van elke andere toereikende vergrooting het
geval moet worden, zal veroorzaken.
Of nu de ontbrekende hoogte door verhooging van het bestemde orgelvlak zonder groote
moeilijkheden en afwijkingen van ander min te verbrekenne verhoudingen kan gevonden, dan
of het oxaal gevoeglijk lager kan geplaatst worden, kan ik - als niet het plan der nieuwe
kerk gezien hebbende - niet beoordeelen, zoo min als ik weet in hoeverre de overige
inrigting verdieping van het oxaal kan gedoogen zonder den welstand te verliezen, doch
verandering of schikkingen op de eene of andere wijze rekene ik onvermijdelijk, zal men
niet bij den bouw van een nieuw orgel of bij de verandering van het aanwezige overgroote
bezwaren vinden, dewelke zijn te veel ineen gedrongenheid van het werk, hoogstschadelijke
bewerking van het inwendige en te veele gedruktheid van het uiterlijke waardoor alle gemis
aan rijzigheid ontstaat, en de hoogte te zeer enge, heel wanstaltelijk in tegenspraak met
de breedte zal komen als volgens bovenstaande opgave als de minst benodigde is.
Door deze mededeelingen UwEdgestr. en mede kerkbestuurleden wenschende in de
gelegenheid te stellen om zoo mogelijk nog tijdig in de behoefte aan meerdere plaatsruimte
te voorzien, zoude ik hiermede nu vooreerst het nodige hebben verrigt en met het opmaken
van de begrootingen kunnen wachten tot dat bepaaldelijk de ruimte voor het orgel en
toebehooren is vastgesteld, omdat bijzondere wijzigingen, die uithoofde van beperkte
ruimte bij den bouw van een nieuw orgel of bij de verandering van het aanwezige zouden
kunnen moeten plaats hebben, nog al de kosten van het eene of andere zouden kunnen doen
verschillen, doch ik wil ingeval dat er geene te groote bezwaren zullen blijven bestaan
deze toch met eenige prijsopgaven en wat daar voorlopig bij behoord, doen vergezellen zoo
als UwEdgestr. hier ingelooten vinden zult. En hiermede heb ik de Eer hoogachtend te zijn
UEwelEdele gestrenge Dw. Dienaar [w. g. G. W. Lohman].
Een geheel nieuw orgel van twee handklavieren met een aangehangen pedaal van C to d, geschikt voor de nieuwe kerk zal, voorzien van de navolgende registers, waarvan die voor het manuaal wijd zijn gemensureerd en voor bijzondere krachtige aanspraak vatbaar zullen moeten wezen, toereikend zijn.
Als op het onderklavier
| 1. Praestant 8 voet | van gepolijst tin. |
| 2. Bourdon 16 voet | de bas van hout de overige van specie. |
| 3. Wijd Gedackt 8 voet | het groot octaaf van hout de overigen van specie. |
| 4. Salcional 8 voet | van specie, sprekende de bas uit de Gedackt 8 voet. |
| 5. Octaaf 4 voet | van specie. |
| 6. Gedekte fluit 4 voet | van specie. |
| 7. Quint 3 voet | van specie. |
| 8. Octaaf 2 voet | van specie. |
| 9. Mixtuur uit 2 voet | van specie. |
| 10. Trompet 8 voet | van specie. |
Bovenklavier.
| 1. Praestant 4 voet | van specie. |
| 2. Holpijp 8 voet gehalveerd | het groot octaaf van hout de overigemn van specie. |
| 3. Viool di gamba 8 voet | van af klein c uit eene menging van half tin en half lood, sprekende het groot octaaf uit de holpijp. |
| 4. Openfluit 4 voet | van specie. |
| 5. Roerfluit 4 voet | van specie. |
| 6. Gemshoorn 2 voet | van specie. |
| 7. Dulciaan 8 voet | van specie, gehalveerd. |
De manuaal- en bovenwerks windladen, klavieren, en overige mechanische deelen, windkanalen en alles wat tot het orgel benodigd is zal van de beste materialen en deugdzame bewerking geleverd worden. Bij dit werk zullen drie beste Blaasbalgen van ruimen omvang en inhoud geleverd worden, dewelke meer dan toereikende zullen zijn om het orgel van de benodigde wind te voorzien en wegens deszelfs ruimen inhoud en langzame afloop gelijkmatiger wind leveren dan de kleine blaasbalgen bij het aanwezige kunnen doen. De orgelkast zal geheel nieuw sterk en net bewerkt in smaakvollen vorm vervaardigd worden en van fraai gesneden ornamentwerk voorzien zijn. De manier van bewerking en bijzondere bepalingen der leveringen later bij een volledig bestek te beschrijven. Voltooid in 12 maanden na de aanneming voor eene somma van vijfenveertig honderd Gulden. Indien men nu aan het hierboven omschrevene orgel van twee handklavieren, een vrij pedaal wilde toevoegen hetwelk veel meerdere waarde aan een kerkorgel, geeft en aan hetzelve den meesten grond en mannelijk verschaft, dan zal een vrij pedaal van de navolgende dispositie aanneemlijk zijn.
| 1. Prestant | 8 voet |
| 2. Subbas | 16 voet |
| 3. Bourdon | 8 voet |
| 4. Octaaf | 4 voet |
| 5. Trompet | 8 voet |
| 6. Clairon | 4 voet |
Windladen, mechanica enz. als voren.
Dit pedaal zal agter het orgel geplaatst moeten worden en besloten in een
afzonderelijke kast met een ruimte tusschen dezelve en de eigentlijke orgelkast zoodat, in
dat geval de blaasbalgen niet agter het orgel leggen kunnen maar daarvoor eene andere
geschikte plaats moet kunnen gevonden worden. Dit pedaal zal deszelfs wind mede ontvangen
uit de drie bovengenoemde blaasbalgen, die echter nog met één zullen vermeerderd worden,
zoodat er voor het geheel vier blaasblgen zullen zijn. Het bovengenoemde orgel van 17 stemmen met het vrij pedaal van zes stemmen zal voltooid kunnen worden in achttien maanden
na de aanneming en plm. achtenvijftig honderd Gulden moeten kosten.
Opgaven tot kosten enz., die zullen worden vereischt tot het veranderen, verbeteren en vergrooten van het aanwezige orgel tot een orgel met twee klavieren in order te plaatsen in de nieuwe kerk te Assen. Manier van bewerking en bepalingen der leveringen later bij een volledig bestek te omschrijven. Voorlopig zij hier echter opgegeven
dat Het voorwerk der kast geheel zal vernieuwd worden in andere vorm en verdeeling, zoo
meede dat het zijd- en agterwerk derzelve in verband met de inwendige verandering zal
worden verwerkt en ingerigt.
dat voor de Praestant 8 voet een geheel nieuw pijpenfront van nieuw bloktin sierlijk
gepolijst, zal geleverd worden.
dat de aanwezige dispositie van stemmen(met eenige verandering hieronder te noemen),
zal blijven bestaan en het manuaal of onderklavier zal uitmaken.
dat de pijpen van die stemmen verbeterd en in andere mezuuren zullen gebragt en veele
slechten derhalve zullen vernieuwd worden.
dat de Viool de Gamba als onbruik- en onverbeterbare stem zal vervallen en in deszelfs
plaats een nieuwe Saliconaal 8 voet geheel van fijne specie zal geleverd worden.
dat de Quint 6 voet als geheel ondoelmatig stem zal omgewerkt worden tot een Open Quint
3 voet.
dat de Roerfluit 4 voet die geheel niet het geluid van die stem aangeeft zal verwerkt
worden tot een Gedekt Fluit 4 voet.
dat de Flageolet 1 voet die geheel niet aan de benaming voldoet en daar en boven eene
zeer ongeschikte stem voor het manuaal is zal weggenomen en zoo plaatsruimte op de
windlade het veroorloofd een Gemshoorn of eene andere doelmatige stem daarvoor zal
geleverd worden.
dat de windlade die vol hoofdgebreken is, verbeterd en in andere verdeelingen in
verband met de nieuwe inrigting van het orgel zal omgewerkt worden.
dat het aanwezige klavier niet kan blijven bestaan maar moet worden vervangen door een
nieuw, dat in verband met het daarbij gemaakt wordende tweede of bovenklavier en het voor
die beide klavieren benodigde verbindings- of koppelwerk moet worden daargesteld.
dat ook van de overige mechanieke deelen als abstracten, welatuur en registratuur niet
kan blijven bestaan, maar dat, dat alles geheel nieuw en naar de behoefte van de
veranderde en verplaatste manuaal windlade en in simetrische verhoudingen moet worden
daargesteld.
dat de drie blaasbalgen die alreede voor het bestaande werk te klein zijn ingerigt,
niet toereikende zijn voor het toekomstige vergrootte werk en uit dien hoofde nog eene
vierde blaasbalg daar zal worden bijgemaakt, terwijl de gebreken die aan de aanwezigen
bestaan, zullen worden weggenomen en dezelve voor zoo veel den kleinen vorm en inhoud
mogelijkheid aan de hand geeft, door versterking van de bovenbladen, verbeterde
windschepping en uitval en wat meer nodig zal zijn tot goede blaasbalgen zullen gemaakt
worden, de calcatuur claves verlengd en de assen derzelve in beter sluitende potjes zullen
gelegd worden.
dat de blaasbalgenkast met derzelver toebehoren zullen worden vernieuwd overeenkomstig
de behoefte van het veranderde manuaal en het geheele werk.
dat bij het bovengenoemde verbeterde en veranderde werk waardoor het tot het manuaal of
onderklavier is ingerigt zal geleverd en in dezelfde orgelkast geplaatst worden eene
geheel nieuwe windlade voor het bovenwerk of tweede klavier van de beste materialen en
deugdzame bewerking.
dat voor die windlade geleverd en op dezelve zullen geplaatst worden de navolgende
nieuwe stemmen als.
| 1. Praestant | 4 voet van specie, tezamengesteld uit 1/3 tin en 2/3 lood. |
| 2. Zachte Holpijp of Gedackt 8 voet gehalveerd | het groot octaaf van hout, de overigen van specie. |
| 3. Fluittravers 8 voet diskant | van mahoniehout met palmhouten monddekstukken. |
| 4. Openfluit | 4 voet van specie. |
| 5. Roerfluit | 4 voet van specie. |
| 6. Woudfluit | 2 voet van specie. |
| 7. Dulciaan | 8 voet, gehalveerd. |
dat de verdere tot dit bovenwerk benodigde zoo mechanieke als windvoerende en overige
deelen van de deugdzaamste materialen en bewerking onberispelijk zullen geleverd en dit
werk met het manuaal of onderklavier tot een goed geheel zal te zamen gesteld worden.
dat na de zamenstelling van het binnenwerk, het veranderde, verbeterde en nieuwe
pijpwerk van het manuaal en dat van het bovenwerk overeenkomstig de benaming der stemmen
krachtig en tevens aangenaam luidende geïntoneerd en in zuivere stemming zal gebragt
worden.
dat de bovengemelde werkzaamheden zullen ten einde gebragt en het orgel speelvaardig
zal kunnen geleverd worden, tien maanden na de aanneming van dezelve. En eindelijk dat de
kosten daarvan zullen belopen plm. Drie en dertig honderd Gulden.'
Hierna
volgen nog voorstellen voor een nieuw orgel met twee klavieren met
aangehangen pedaal en een orgel met twee klavieren en een vrij pedaal.
1848
Op 4 februari wordt het
orgel door Petrus van Oeckelen overgeplaatst en op 4 februari gekeurd. De volgende gebreken
worden geconstateerd:
(40)
Transcriptie Van der Kleij: 'In het orgel bestaan de navolgende gebreken:
1e. De Viool de Gamba is onbruikbaar zonder beterbaar tenzij men ze verandere in een
Salcionel.
2e. De Quint 6 voet is geheel ondoelmatig tenzij ze omgewerkt wordt in een Open Quint 3
voet.
3e. De Roerfluit 4 voet geeft geheel niet het geluid van die stem en kon verwerkt worden
tot een Gedekt Fluit van 4 voet.
4e. De Flageolet 1 voet voldoet geheel niet aan de benaming en is eene ongeschikte stem
voor het manuaal, beter ware een Gemshoorn of andere doelmatige stem.
5e. De windlade is vol gebreken: de verdeelingen zijn niet mathematisch of symmetrisch.
6e. De drie blaasbalgen zijn voor t bestaande werk te klein: de bovenbladen moeten
worden versterkt en verbeterd, de windschep- en uitval moet worden verbeterd, calcatuur
claves zijn te kort, de potjes van de assen versleten en niet meer sluitende, de
blaasbalgen dienen meer inhoud te hebben en van ruimer omvang te zijn en ook langzamer
afloop hebben, dan zullen ze gelijkmatiger wind leveren.
Ik stel voor den heer van Oeckelen, als verplicht de gebreken te herstellen, hierop te
doen berigten of in eene kerkvoogdenvergadering van ieder punt verslag te doen geven ten
einde daarna hierover te kunnen besluiten. Assen 4 februari 1848. [w. g. ] L.
Oldenhuis-Gratama'
Daarnaast is er een
rapport uit februari met de
gebreken aan het front van het orgel, ondertekend door L. Oldenhuis-Gratama. (40)
Transcriptie Van der Kleij:
'In t front van de orgelkast bestaan de navolgende afwijkingen aan goede smaak en
elegantie opmerkbaar voor iederen oplettenden besschouwer.
1e. Tusschen de eikenhouten kroonlijsten van de drie torens en de zich verbeeldende
witte en ver-gulde zijden draperiën zijn witte vierkante verlengstukken of verlegblokjes
aangebragt, waarschijn-lijk om het front en de torens hooger te maken dan de pijpen lang
zijn, en om een vergis in berekening van de vooraf gereed gemaakte draperiën te
verbergen:- dit hoort niet de ruimte moet aangevuld worden of door de kroonlijst of door
de draperie- in het eerste geval moet het bruin gekleurd zijn: in het tweede geval verguld
en gedeeltelijk wit: - Het blijkt reeds daaruit, dat het thans bestaande verkeerd is,
omdat eene draperie, zoo als het thans verbeelden zal, nooit in het vierkante kan hangen.
2e. Het ornament op de middenste toren is op zich zelf zonder smaak en zonder
beteekenis: waar beduiden de ter wederzijden van onder uitstekende figuren? De meeste
hebben het mij niet kunnen oplossen: waarschijnlijk zal het eene bundel vaandels zijn,
maar dan is het zeer ongelukkig gekozen:de fluiten en trompetten en trophee gebonden of
vereend - zooals het schijnt dat de bedoeling is - zijn veel te klein: deze kleinhied valt
vooral in het oog, wanneer men ze vergelijkt - als ook dat geheele ornament - met de beide
vazen staande op de beide andere torens, daarnaar gerekend zou het ornament - op de
middenste toren teminste eens zoo groot moeten zijn. Er bestaat ook geen sprekend verband
tusschen de ornamenten op de drie torens.
3e. Daar de draperiën en de ornamenten ter wederzijden met goud zijn afgezet, staat het
arm, dat geen der drie ornamenten op de torens met goud zijn versierd.
4e. Het dekkleed, waarschijnlijk ter wering van lekkerij over het gansche orgel
gespreid moet uit het gezigt gebragt worden. - of er moet zoodanig kleed over ieder toren
afzonderlijk liggen want de overstekende kleeden nemen de illusie weg.
Ik stel voor deze bedenkingen aan de Heer van Oeckelen mede te deelen. [w. g. ]. L.
Oldenhuis-Gratama'
In maart
komt het orgel bij de kerkvoogdij weer aan de orde. 'Is na overleg besloten aan
den orgelmaker van Oekelen kennis te geven, dat kerkvoogden zijn voorstel om
het windkanaal tusschen de blaasbalgenkast en het orgel onder de vloer van het
orgelbalkon te leggen goedkeuren en aannemen.' Andere werkzaamheden aan het
orgelbalkon worden uitgevoerd door een aannemer.
Op
15 april beslist de kerkvoogdij
dat organist Meyboom een keuring zal uitvoeren. (05)
Op 17 april keurt Meyboom het
orgel goed (40) (03)
Transcriptie: 'Aan
het college der Heeren Kerkvoogden der Hervormde gemeente te Assen
De
ondergetekende, organist bij de hervormde gemeente te Assen, verklaart door deze,
dat het Orgel, door den heer van Oekelen van de oude in de nieuwe kerk overbragt,
niet alleen in alle opzigten goed, maar door verwisseling van twee stemmen beter
en veel welluidender geworden is. Het naar waarheid getuigende heb ik de eer met
achting te zijn
der Heeren Kerkvoogden
Uw Dienaar
Assen den 17 april
1848 C. Meyboom'
Op
25 april wordt geschreven: 'Mede
berichten zij, dat zij door organist Meyboom het orgel hadden laten keuren en
opnemen, welke hun door daarvan van een certificaat had uitgereikt (zou
hetzelve bij de notule No 48) waarop zij aan den orgelmaker van Oecklen zijne
aannemsom ad f 350,- hadden voldaan op mandaat volgens contract van januari 1848
De vergadering keurt deze handeling goed.' (05)
Op 30 april wordt de nieuwe kerk door ds. Zubli ingewijd. 'De zitplaatsen zijn
amphitheatersgewijze om de preekstoel aangebragt; afzonderlijke zitplaatsen of
gestoleten voor burgelijke collegiën en overheden zijn er niet.' Zie Drentsche courant,
(02-05-1848).
Op 4 mei beschrijft Meyboom
hoe hij de beveiliging
van het orgel wil gaan regelen. (40)
Transcriptie:
'Aan het college
der Heeren Kerkvoogden der Hervormde gemeente te Assen. Ten behoeve van de
beveiliging van het orgel is noodig:
1) één sleutel van de deur van de
ondergetekende plaats
2) één sleutel voor het slot aan de klep van de
orgelkast ter beveiliging van het pijpwerk
3) één kleine trap om bovenvermelde
kleppen aan de wervels te bevestigen, wanneer het tongwerk gestemd moet worden
Assen 4 mei 48 C. Meyboom Organist'
1849
In
het boek uit 1849 over de kerk door A.H. Pareau komt het orgel summier aan bod.
Over de overplaatsing naar de nieuwe kerk wordt gezegd: 'De ruimte voor het orgel is gewonnen door een uitspringend gebouw aan den breeden
voorgevel'.
Verder: Blz. 15: 'Het thans reeds naar de nieuwe kerk
overgebragte Orgel, het is, dank zij der belangstelling in onze open bare
eeredienst ! door de milde bijdragen der Gemeente tot een Gode gevallig en de
Gemeente stichtend voertuig geworden voor onderlinge verheffing der harten tot
God en Christus.'
blz. 243: 'Toen de Gedachtenisrede gehouden werd, was
reeds het Kerkorgel en waren almede eenige banken weggeruimd en naar het nieuwe
kerkgebouw overgebragt.' (29) (De 'gedachtenisrede wordt
gehouden in het oude kerkgebouw)
Bij de
herkeuring op 11 juli is alles in orde, hoewel hij enigszins dubbelzinnig
schrijft: 'dat het werk evengoed is ingericht, alsof de beide ontbrekende registers
op de nieuwe windlade zelve waren aangebracht'. (30)
Hieruit blijkt dat Van Oeckelen deze registers over het hoofd
heeft gezien en hij ze er alsnog op een
hulplaadje erbij heeft gezet (07)
Transcriptie: 'De ondergeteekende S. Meijer, organist in de Nieuwe Kerk te Groningen verklaart op
heden opnieuw het orgel te hebben nagegaan en onderzocht en te hebben bevonden, dat de beide
ontbrekende nieuwe registers in orde zijn aangebragt, dat de in de oude windlade
geheerscht hebbende doorspraak geheel is weggenomen en dat er als nu door hem verklaard
wordt dat het geheele bestek naar genoegen is afgewerkt. Ook verklaart hij nog dat het
werk evengoed is ingerigt, als of de beide ontbrekende registers op de nieuwe windlade
zelve waren aangebragt. Assen den 1 July 1855. [w. g. ] S. Meijer.'
Dispositie na de vergroting
| Hoofdmanuaal: | Bovenmanuaal: | ||
| Prestant | 16 disc. | Holpijp | 8 |
| Prestant | 8 | Holfluit | 8 |
| Bourdon | 16 | Viola di Gamba | 8 |
| Holpijp | 8 | Nachthoorn | 4 |
| Salicionaal | 8' | Gedekte Fluit | 4 |
| Octaaf | 4 | Fluit | 2 |
| Gedekte Quint | 3 | Flageolet | 1 |
| Mixtuur | 3-4 sterk | Dulciaan | 8 |
| Trompet | 8 |
Manualen C - f3 ; aangehangen pedaal C - a; gehalveerde trekkoppeling manualen;
afsluitingen; ventiel; vier blaasbalgen. Op het Hoofdmanuaal komt de Prestant 16
discant in plaats van de Viola di Gamba 8; het groot octaaf van de Salicionaal
8 komt uit houten pijpen van de Viola di Gamba 8; de Trompet 8
is geheel nieuw;
Holfluit 8 twee octaven gedekt, de rest open, wijde mensuur, groot octaaf van
wagenschot; Viola di Gamba 8 op het Bovenmanuaal vanaf groot F, de vijf laagste
tonen spreken in de Holpijp 8; De Dulciaan 8 is gehalveerd. Ten aanzien van de
dispositie van 1819 blijkt nu dat de Quint 6 vervangen werd door een Fluit 4;
volgens contract van 1853 werd dit register weer vervangen door een Gedekte Quint 3
(08) .
1855
Het orgel wordt op
zondag 23 juni weer ingebruik genomen. De dienst wordt geleid door ds. Zubli.
Organist is adviseur Siwert Meijer. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (20-06-1855)
en Groninger Courant
(29-06-1855)
De ingebruikname wordt ook genoemd in het
Verslag van Gedeputeerde Staten aan de Staten der provincie Drenthe (01-07-1856)
1856
Op de tweede Pinksterdag geeft Siwert Meijer het eerste
concert op het vergrote orgel. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant
(07-05-1856(, (11-05-1856).
1855-1884
Onderhoud door Van Oeckelen (09)
.
Hierna werd het onderhoud uitgevoerd door C. W. Snelleman, een orgelhandelaar uit Groningen (10) .
1858
Ingezonden
brief naar aanleiding van een vacature voor een organist in Assen. Zie
Provinciale Drentsche en Asser courant (07-08-1858).
'INGEZONDEN STUKKEN
IETS over het Orgelspel in Nederland in 't alge meen en
dat der vacante Organist-betrekking te Assen in 't bijzonder.
Nederland, en
met name Amsterdam; genoot eens de reputatie, den zetel te zijn van het ware
orge!spel. Immers toen Pieter Swelinck nog leefde, kwam men heinde en verre uit
alle oorden van Europa, om zich — gelijk men net noemde — tot organist te laten
vormen. — Van daar dat Pieter Swelinck <Organisten-maecker> werd genoemd.
Waarlijk, men mag aannemen, dat de grootste orgelspeler en componist. Joh. Seb
Bach, die nimmer geëvenaard is, en misschien nimmer zal worden overtroffen, ook
door de Hollandsche school is gevormd: want zijn leermeester was een scholier
van Pieter Swelinck. Na den dood van onzen eenigen landgenoot is de muziek in
Nederland echter in de schaduw getreden; terwijl onze naburen, de Duitschers, er
voor 't orgel geheel hun voordeel mede hebben gedaan. Maar hoewel dit eene
treurige waarheid is, even verblijdend is het, dat vele organisten of
kweekelingen hier te lande zich thans op hunne beurt weder willen wijden aan de
Duitsche school. En teregt, want na Pieter Swelinck ontdekte de kenner allerlei
tegenstrijdigheden. Walgelijke krullen en trillers missierden het koraal:
getuige hiervoor het Psalmboek van Hurlebusch en andere organisten. En hoewel
Lustig, te Groningen, wiens geschriften ook nu nog door de vrienden van 't ware
orgelspel in ere worden gehouden, de dolle massa trachtte tegen te houden, werd
noch hij, noch zijn aanhangers geloofd; hoewel buitenlanders hem hoogschatten.
De smaak voor 't echte koraalspel is echter in de laatste jaren te Groningen, en
zoo wij hopen ook in de provincie Drenthe weder ten goede gekeerd : en hiertoe
heeft de heer S. Meijer van Groningen veel bijgedragen. Want nadat hij
vruchteloos zeer lang gepoogd had gewaar te worden wat hij wilde weten, ontving
hij schriftelijke lessen van Prof. Lobé te Leipzig. In 't eerst wilde men zijn manier en zijne methode
volstrekt niet begrijpen , maar toen de voor de kunst te vroeg overleden
Cammenga te Groningen kwam, die hem hoogschatte en hem begreep, toen eerst
geloofde men, dit zijne uitgegeven werken buitengemeen veel waarde hadden. Nu
Cammenga overleden is en door een degelijke opvolger is vervangen kan de
gemeente van Groningen zich weer voortdurend verheugen in 't klassiek orgelspel.
Moge Assen, bij 't vervullen der organisten-vacature, hieraan een voorbeeld
nemen en een degelijk en goed onderlegd organist kiezen.
Er wordt een instructie
voor de verhuur van de zitplaatsen in de kerk gemaakt. De organist wordt vermeld op bladzijde
vier: 'III. De plaats bij het orgel, bestemd voor den organist.' De instructie
is aangetroffen in het
kerkvoogdijarchief van de Hervormde kerk in Smilde. Misschien is hij daar
gebruikt als voorbeeld.
1859
H. Drewes wordt voor een
halfjaar aangesteld als voorzanger. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (29-09-1859).
1865
Er worden plannen gemaakt voor voor de verbetering van kerk en orgel. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (30-03-1865).
'Men spreekt er van, dat de Hervomde kerk in beteren toestand wordt gebracht.
Zij is te laag van zoldering en heeft ook groote behoefte aan een beter orgel.
De Hervormde gemeente, die prijs stelt op openbare godsdienstoefening, moet
erkennen data hare kerk niet is, wat zij te Meppel kon wezen.'
1870
Op
21 november verzoekt voorlezer en
voorzanger Harm Drewes om verhoging van zijn traktement. Zijn benoeming voor een
half jaar is, gezien dit bericht, verlengd.(32)
1885
M.H. van 't Kruys
vermeldt de dispositie
in zijn boek Verzameling van Disposities der verschillende orgels in
Nederland.
De aantekeningen zijn van de Groningse organist Johan van Meurs (1903-1986).

1887
In december stuurt orgelmaker C.W. Snelleman een
nota van f 20,55 voor het stemmen,
enkele kleine reparaties aan het pijpwerk en het reguleren van het klavier. (30)
1894
Er worden plannen gemaakt om een nieuw orgel aan te schaffen.
Op
24 juli meldt orgelmaker Snelleman
dat het geen zin heeft het front te verven als er toch een nieuw orgel wordt
geplaatst. Het
vervangen van de Trompet 8 is ook niet nodig. Herstel van de pijpen is goed
mogelijk.
Op 27 juli
beantwoordt organist H.P Steenhuis (Martinikerk in Groningen) een brief van de
kerkvoogdij van Assen. 'Ik heb van Oeckelen gesproken, die mijn verklaarde,dat
door een reparatie aan het orgel in de herv. kerk te Assen dit orgel wel beter,
doch nimmer mooi zou kunnen worden. Uw mening, dat voor drie à vier duizend
gulden wel een orgel kan krijgen, groot en krachtig voor Uw kerk, is juist.'.
Als
goed voorbeeld noemt hij het Van Oeckelen-orgel in Sappemeer waar van 1875-1891 organist
was. Dit orgel heeft nog geen f 4.000,- gekost. Het enige wat hij zich daar
wenste was een vrij pedaal.'
In het gesprek dat hij heeft met Van Oeckelen
komt naar voren dat Van Oeckelen een orgel als te Sappemeer voor een
dergelijke prijs zou kunnen leveren inclusief vrij pedaal als hij het oude orgel
daarvoor in ruil terug krijgt.
Hij beveelt verder nog de volgende orgelmakers
aan:
- Timmenga & Bakker te Leeuwarden
- Van Dam & Zonen te Leeuwraden
- Batz & Co te Utrecht
- Maarschalkerweerd te Utrecht
- Adema in Amsterdam
Hij is er echter van overtuigd dat niemand goedkoper kan leveren dan Van
Oeckelen. Ook kan Steenhuis een paar tekeningen leveren, maar het is de vraag of
die bruikbaar zijn in Assen. Beter is het dit aan de orgelmaker te vragen.
Graag is hij bereid meer inlichtingen te verstrekken.
Op
28 juli schrijft Van Dam dat
zijn zoon aanstaande zondag in Gieten is om het door hen geleverde orgel voor het eerst te bespelen. Hij reist
maandag over Assen terug om daar te overleggen.
Op
5 september meldt Van Dam dat het
betrokken kerkbestuur de beloofde tekeningen nog even wil behouden. Hij kan ze na een dag
of vijf
leveren.
Op 17 september
vraagt Van Dam of hij de tekeningen moet sturen of dat hij ze meeneemt naar
Assen om ze te bespreken.
Op 25
september stuurt Van Dam een tekening van het orgelfront. De keuze van het
front speelt een rol bij de prijs. De prijs voor het huidige ontwerp is f
4.000,- Mocht besloten worden een vrij pedaal toe te voegen, dan wordt de prijs
verhoogd met f 1.200,- De tekening kan altijd nog enigszins worden gewijzigd. (30)
In het Nieuwsblad van het Noorden (26-10-1894)
en de Provinciale Drentsche en Asser courant (24-10-1894)
wordt bericht over de orgellplannen.
Op
26 november stuurt Van Dam het
bestek in duplo naar Assen. Graag zou hij, nadat het bestek is gecontroleerd, een
getekend exemplaar terugontvangen.
Op
29 november schrijft Van Dam dat
hij de gewijzigde bestekken heeft verstuurd. De gemaakte fout is hersteld. Aan artikel
20 wordt toegevoegd dat geconstateerde gebreken bij de keuring zo spoedig mogelijk
hersteld zullen worden. Ook de tekst van artikel 21 wordt gewijzigd. (30)
De kerkenraad plaatst een advertentie voor een voorzanger wegens het
overlijden van voorzanger H. Drewes. Benoemd wordt H. Russcher. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant,
(25-05-1894), (25-06-1894).
1895
Het
contract heeft als datum 25
januari 1895. De oude datum van 19 november is doorgehaald. De aanneemsom bedraagt f
5.500,-. (30)
Voor de tekst van het contract zie bijlage 6.


De eerste twee pagina's van het contract (Klik op de afbeelding voor een
vergroting)
Op 1 februari
stuurt Van Dam een brief waar wordt gesproken over een aantal afgesproken wijzigingen.
Deze wijzigingen worden echter niet beschreven. Op de achterzijde van de
brief een dispositie.
'Bovenklavier 8 stemmen
Holpijp 8 vt
Windlosser
Afsluiting Koppeling discant
Koppeling bas Holfluit 9 vr
Viola di Gamba 8 vt Nacht-
hoorn 4 vt Fluit 4 vt
Fluit 2 vt Dulciaan 8 vt
discant
Dulciaan Bas Flageolet 1 vt
Onderklavier 11 stemmen
met
aangehangen pedaal C-a
Prestant 8 vt Bourdon 16 vt
Salicionaal 8 vt
Holpijp 8 vt
Quint 3 vt Octaaf 4 vt Fluit 4 vt
Octaaf 2 vt Prestant 16
voet
discant
Mixtuur 3 à 4 serk
Trompet 8 vt afsluiting
Wordt opzij
bespeeld
Blaasbalgen liggen achter het orgel' (30)
Op 1 november schrijft Van
Dam dat na het opmeten van het orgelbalkon blijkt dat het balkon met een meter
verdiept zou moeten worden. Hij wil graag overleg met de architect. Met het
maken van de orgelkas zijn ze daarom nog niet begonnen. Voor het geluid biedt
dit ook voordelen. Voor het oude orgel willen ze niet meer dan f 300,- betalen.
Op
15 december schrijft Van Dam dat
hij duidelijkheid wil van de kerkvoogden omtrent de verdieping van het orgelbalkon met 1 meter
voor de plaatsing van het vrije Pedaal. Ook is er dan meer hoogte
voor het front beschikbaar.
Organist Obbes maakt een
notitie voor een dispositie voor een
twee-klaviers orgel met vrij pedaal. De prijs voor het orgel is f 4.300,- en die
voor het vrij
Pedaal is f 1.200,-. Het oude orgel zou voor f 150,- in betaling gegeven kunnen
worden. (30)
1896
Notitiebriefje met de dispositie
van het oude orgel en een inventarisatie wat er aan mankeert en mogelijk
veranderd kan worden:
1/ Klavieren nieuw constructie zoo, dat het spelen niet
zo veel kracht eischt
2/Scherpe registers eruit. bv. mixtuur, quint wn of 3
voet en trompet vernieuwen
3/ (doorgestreept) gordijn tussen den organist en
het schip van de kerk
3/Afsluiting van sommige registers met een kniestuk
4/gordijn voor den zetel van den organist
Het Van Oeckelen-orgel wordt te
koop aangeboden. In de eerste twee advertenties wordt nog geen prijs genoemd. In
april wordt wel een prijs genoemd. men moet het orgel kwijt omdat het nieuwe
orgel binnenkort wordt geplaatst.
Het orgel wordt in mei voor f 300,-
verkocht aan Van Dam, die het weer doorverkoopt aan de
Hervomde Kerk van Havelte. Van Dam
plaatst het daar in juni. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (19-06-1896).


Het nieuws van den dag : kleine
courant, 29-01-1896,
Provinciale Drentsche en Asser courant, 28-01-1896, Provinciale Drentsche en
Asser courant, 21-04-1896
Op
3 februari vraagt orgelmaker
Jurjaanz uit Amsterdam inlichtingen omtrent het te koop staande oude orgel.
Op 26 februari schrijft H.W.
Flentrop uit Koog a/d Zaan. Hij beklaagt zich dat hij niet op de hoogte is
gebracht dat er nog een koper voor het orgel is. Was hij de eerste koper die
zich meldde? Hij had eindelijk de kerkrentmeesters overtuigd en nu gaat het
misschien niet door. Hij is plan te komen maar krijgt nu te horen dat hij eerst
moest wachten op de andere koper. Is er nog een mogelijkheid om deel te
nemen?
Op
5 maart vraagt L. van Dam of het
oude orgel als is verkocht en weggenomen is. Als de orgelzolder leeg is kan er
met de architect worden overlegd omtrent de plaatsing van het orgel.
Op
5 maart meldt de kerkvoogdij van
Norg dat ze afzien van de aankoop van
het oude orgel.
Op 10 maart
meldt orgelmaker H.W. Flentrop per telegram dat hij volgende
week naar Assen komt.
Op 11 maart
meldt Flentrop dat hij geen tijd heeft om naar Assen te komen.
Er zal een
brief volgen. Flentrop wil a.s.
zondag komen. Kan het orgel zolang worden gereserveerd?
Op
15 maart schrijft Flentrop dat de
kerkvoogdij van zijn klant eerst met de notabelen wil onderhandelen alvorens
ze een besluit nemen omtrent aankoop.
Op 10 april meldt de
kerkvoogdij? van Helmond? dat ze afzien van de koop van het orgel.
Op
5 juli schrijft Van Dam dat het
orgel op 4 juli is ingescheept en waarschijnlijk aanstaande dinsdag in Assen zal
arriveren. Woensdagochtend vertrekt Van Dam naar Assen en verwacht de orgelkas
voor zondag te hebben opgesteld. De orgelzolder moet leeg zijn en goed schoon
gemaakt. Graag wil hij f 1.000,- of f 1.500,- ontvangen voor de voortgeschreden
werkzaamheden.
Op 10 juli
schrijft Van 't Kruijs dat hij graag bereid is het orgel te keuren. Graag
bericht wanneer dat kan gebeuren. Als de keuring 1 dag duurt rekent hij f 50,- bij 2 dagen wordt het f 60,-.
Op 15
juli vraagt Van 't Kruijs wanneer hij kan komen om het orgel te keuren.
Op 26 september schrijft Van 't
Kruijs dat hij donderdagavond 8 oktober naar Assen komt om op 9 oktober in de
ochtend het orgel te onderzoeken. Hij wil diezelfde avond een orgelbespeling ter
inwijding van het orgel geven. Als de kerkenraad daarmee instemt zal hij tijdig
het programma toesturen.
Op 4
oktober schrijft Van 't Kruijs dat de term 'orgelbespeling' misschien beter
is dan 'orgelconcert'? Hij hoopt aanstaande zaterdag om half een te arriveren in
gezelschap van zijn vrouw en pleegdochter. Hij bespreekt zelf een hotelkamer.
Kan er worden overlegd met de predikant die de dienst leidt?
Op 10 oktober wordt het orgel gekeurd door M. H. van ‘t Kruijs. Op 11 oktober
is 's ochtends een inwijdingsdienst waarin ds. Knappert voorgaat en M. H. van ‘t
Kruijs het orgel bespeelt. 's Middags geeft M.H. van 't Kruijs een orgelconcert.
Het
keuringsrapporttvan M.H. van 't
Kruijss dateert van 10 oktobe. Het orgel is geheel volgens het contract gebouwd en is in al zijn
onderdelen zeer solide..Ook het artistieke gedeelte - vooral ook de
intonatie - verdient alle lof..Als een leemte ziet hij het ontbreken van een
Trombone 8' op hett edaal. Volgens de orgelmaker is er ruimte om dit register
toe te voegen en is hij bereid de mechaniek daarvoor gratis aan te leggen.edaal. Volgens de orgelmaker is er ruimte om dit register
toe te voegen en is hij bereid de mechaniek daarvoor gratis aan te leggen.
In
de krant staat over de keuring het volgende te lezen: 'Naar wij vernemen was de
heer M.H. van 't Kruijs bij het onderzoek van het nieuwe orgel in het ned. Herv.
kerkgebouw heden daarover bijzonder te vreden; het werk was naar zijn oordeel
uitnemend opgeleverd.' Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (10-10-1896).
Op 18 oktober geeft M. H. van ‘t Kruijs onder grote belangstelling een
orgelconcert.
In kranten en tijdschriften wordt uitgebreid verslag gedaan
van het nieuwe orgel. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (05-10-1896),
(08-10-1896), (09-10-1896),
(13-10-1896), Nieuwsblad van
het Noorden (14-10-1896), Leeuwarder courant, van 19-10-1896
(01) (02),
Het Orgel 1896/09 november,
Bijlagen van de Handelingen der Algemeene Synode van de Nederlandsche Hervormde
Kerk, ten Jare 1897.
De organist van de kerk Obbes benut de gelegenheid om
de gemeente vn een ingezonden stuk te wijzen op het goed zingen van een psalm.
Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (09-10-1896).
'Voorts moge, bij het zingen der gewone psalmen en gezangen, ieder er aan denken
om met het orgel mee te gaan en geen halve maat achteraan te komen, zoals hier
tot dusverre maar al te dikwijls wordt gehoord. het slepende gezang moge dan
voor goed tot het verleden behooren.'
Op
27 oktoberrvraagt stafmuziekmeester
H.C.J. Jaeger of zijn zoon dagelijks een half uur op het orgel mag oefenen. Hij
heeft les van organist Obbes. Bijgesloten is een briefje van Obbes dat hij
inderdaad les krijgt. ((300)
Op 3 november wordt in het
College van Toezicht (verbaal 25/5) een aanvraag van de Hervormde kerk van Assen
behandeld voor een geldlening van f 6.000,- voor de aanschaf van een orgel. De
rente bedraagt 3 1/2% . De afbetaling start in 1897. Elk jaar wordt er minimaal
f 250,- afgelost. Het college geeft goedkeuring. ((599)
E. van Dam-Peters schrijft opp
4 novemberrdat een antwoord op een
schrijven deze week niet mogelijk is omdat beide heren deze week afwezig zijn..
Opp 19 novemberrschrijft van Dam
per briefkaart dat dee rombone 88'van hett edaal reeds onderhanden iss enzo spoedig
mogelijk zal worden geplaatst. Hopelijk in januari 1897, maar zeker is dat nog
niet..
Opp 10 decemberrschrijft
Van Dam dat het kleine mankement voor aanstaande zondag zal worden hersteld.
Waarschijnlijk kan organist Obbes het ook zelf oplossen. ((300)
Dispositie
| Manuaal I | Manuaal II | Pedaal: | |||
| Prestant | 8 | Prestant | 8 | Subbas | 16 |
| Bourdon | 16 | Viola di Gamba | 8 | Octaaf | 8 |
| Violon | 16 disc. | Voix Celeste | 8 | Gemshoorn | 8 |
| Roerfluit | 8 | Holpijp | 8 | Octaaf | 4 |
| Fluit Travers | 8 | Speelfluit | 4 | Bazuin | 16 |
| Octaaf | 4 | Flute Harmonique | 4 | Trombone | 8 |
| Nachthoorn | 4 | Woudfluit | 2 | ||
| Quint | 3 | Klarinet | 8 | ||
| Octaaf | 2 | ||||
| Mixtuur | 3-4 sterk | ||||
| Trompet | 8 |
Manualen C - g (3) ; Pedaal C - d (1) ; klavierkoppeling; pedaalkoppeling;
crescendotrede Bovenwerk; drie afsluitingen; ventiel; Muette.
1898
Op 24 januari dient orgelmaker Van Dam
een nota in van f 30,- voor een
stemming van 4-6 januari 1897.
1900
Op
25 december schrijft een
kerkbezoeker dat hij zich heeft geërgerd aan het kerkgezang. Hij wil niet
beweren dat het 'rythmisch zingen' niet beter is dan de vroegere zangwijze, maar
het grootste deel van de gemeenteleden kan het niet en velen houden zich stil.
Men moet zich inspannen om het snelle orgelspel te volgen. Het gaat beter als
men een niet-ritmische gezang zingt. Kan het ritmisch zingen niet weer worden
afgeschaft? (33)
1904
In Het Orgel
1904 van september een beschrijving
van het orgelspel na de preek.
'Assen. Hier ter stede heerscht een
eigenaardig gebruik. In de Hervormde kerk n. m. wordt door den organist, tijdens
den dienst, na het eerste amen een of ander orgelnummer gespeeld, dat In
overeenstemming is met de toespraak van den predikan. Bij feestdagen treedt ook
wel een solist op, zoo ook op Koninginnedag. In alle kerken werd die herdacht.
In de Ned. Herv. kerk werd de dienst geopend met orgelspel. De organist, de heer
TADEMA, voerde een fantasie over de volksliederen uit. Mooi klonk de orgelmuziek
door de kerk en het spel was Inderdaad uitstekend. Nadat nog gezamenlijk Gez.
178: 1 was gezongen, hield Ds. Visser eene toepasselijke rede. Daarna werd door
mevr. R. de W. een zangnummer gegeven. Met een mooie altstem werd het lied “Je
Maintlendrai" voorgedragen. Mooi, gedragen klonken de bezielende woorden door de
gewelven en de zangeres mag zeker op de dankbaarheid der hoorders aanspraak
maken. Zoowel de bevattelijke woorden als de melodleuse muziek (van Kor. Kuiler)
eigenen zich uitstekend voor een volkslied. De orgelbegeleiding, In handen van
den heer TADEMA, werd artistiek uitgevoerd. Toen de laatste klanken van dit lied
weggestorven waren, werd het oude “Wilhelmus" ingezet en door de gemeente
staande gezongen. Als een zegenbede, waarin ieder uitte wat hij gevoelde, klonk
het plechtige Mijn schildt en mijn betrouwen Zijt gij, o Godt mijn Heer in de
ruimte.'
1909
In maart melden zich twee
sollicitanten om de overleden orgeltrapper Geert Strating op te volgen. De
kerkvoogdij vraagt aan de
kerkenraad of er redenen zijn waarom de sollicitanten misschien niet geschikt
zijn voor deze functie. (33)
1910
Door blikseminslag in het torentje ontstaat brand, waarbij het
orgel nogal wat schade oploopt. De firma Van Dam herstelt de schade. (14)
De nota van
Van Dam beschrijft de werkzaamheden als volgt: 'Wegens de verschillende
werkzaamheden aan het Orgel der Groote Kerk te Assen, in verband met en
tengevolge van den torenbrand in Juni en November 1910. Inbegrepen reis-,
transport- en logieskosten. De som van f 717,90.
Terwijl ondergetekende zich
verbindt voor 10 jaren het risico te dragen der gevolgen van den brand en de
eerst volgende zomerstemming ditmaal te verrichten voor het bedrag van f 15,- in
plaats der jaarlijkse kosten à f 30,-.
.........
P. van Dam
Firma L. van
Dam
Kranten berichten over de brand. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (14-06-1910),
(15-06-1910)
In Het Orgel
(1910 juli) schrijft de organist van
de kerk Z. Tadema over de brand. Later, eveneens in Het Orgel (1910
oktober) een bericht door organist Jan Godefroy uit Steenwijk
1911
In het Het Orgel (oktober 1911)
schijft A. Lambrechts dat ze hoopt dat na het herstel van het orgel bekende
organisten er willen concerteren. Na het vertrek van A. Tadema wordt Friedrich Bicknese
(1862-1937),
kapelmeester van de stafmuziek, als nieuwe organist benoemd.
1922
Op 29 november vindt een gemeenteavond plaats met als doel
de verbetering van de gemeentezang. Zie
Provinciale Drentsche en Asser courant, (25-11-1922),
(29-11-1922), (30-11-1922).
1927
Tot dit jaar blijft het orgel bij de firma Van Dam in onderhoud.
Als in 1927 Pieter van Dam, de laatste firmant van dit orgelhuis, overlijdt
wordt het
onderhoud overgenomen door de opvolgers J. Vaas en T. Bron.
1934
Door Vaas en Bron uit Leeuwarden wordt, na klachten van de
organist, een reparatie uitgevoerd voor f 768,-. (53)
Op 28 september 1934
wordt het orgel weer in gebruik genomen met een bespeling door de eigen organist
L. van Aalst en het Vrijzinnig hervomd Kerkkoor. Verder werken mee M.
Moed-Oppenhuis (sopraan) en de heer Van Weijdom-Claterbos (cello). (15)
De kranten berichten over het concert en de restauratie. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (24-09-1934), 26-09-1934
(advertentie) en
bericht en (29-09-1934).
In hetzelfde jaar noteert organist Johan
van Meurs, organsit van de Der-Aakerk in groningen de dispositie. (28)


Ansichtkaart
na de kerkrestauratie in de jaren '30 van de 20e eeuw
1948
Reparatie door Vaas en Bron van de windladen. (24)
1951
Op 5 oktober verschijnt een rapport van de
Hervormde Orgelcommissie (HOC). 'De toestand van dit orgel geeft ons aanleiding
de volgende opmerkingen te maken.'
- Windladen: Beide laden hebben door- en
bijspraak. Door het boren van gaten heeft men geprobeerd dit te verdoezelen.
- Pijpwerk: Door onoordeelkundig stemmen is er veel schade. Van de Fluit Travers zijn
de hoogste pijpen afgesneden. Er zijn veel slecht uitgevoerde noodreparaties. Op het
tweede klavier is de dispositie gewijzigd.
- Mechaniek: Rammelt en heeft
veel speling
- Balg: Van de balg is een blad gescheurd. Windmotor staat in
een aparte ruimte waar te koude lucht wordt aangezogen. Ook is er spint
geconstateerd.
'Het hiervoor vermelde wijst duidelijk op de onkunde en het gebrek aan liefde voor het vak van de orgelmaker, die het orgel in onderhoud
heeft.' Restauratie is noodzakelijk, maar niet urgent. Herstel zou kunnen
plaatsvinden over vier of vijf jaar. In de tussentijd kan geld op de begroting worden
gereserveerd. Voor het onderhoud wordt Flentrop aanbevolen. De kosten zullen
tussen de f 8.500,- en f 9.500,- liggen. (41) (61)
1952
Op 30 juli
schrijft de HOC dat de kerkvoogdij van Assen een bezoek heeft gebracht aan
Emmeloord om daar een orgel te bezichtigen voor plaatsing in een nieuw te bouwen
kerk. De HOC wijst op de mogelijkheid tot advies. (61)
1953
Op 30 juni
informeert de HOC naar de plannen voor de aankoop van een orgel voor de
nieuw te bouwen kerk.
Op 8 juli
antwoordt de kerkvoogdij dat er geen plannen bestaan voor de bouw van een nieuwe
kerk.
Op 1 oktober
informeert de HOC wat de stand van zaken is rond het orgel. De HOC verwijst
naar hun rapport van 5 oktober 1951.
Op
4 november schrijft de kerkvoogdij
aan de HOC dat het rapport uit 1951 is zoekgeraakt. Kan een afschrift worden
gestuurd?
Op 18
december schrijft de HOC dat het rapport is toegestuurd. Wat is de stand van
zaken? (41) (61)
Organist Lensink maakt via een brief kenbaar dat hij de dispositie van het orgel
gewijzigd wenst te zien:
Op het Hoofdwerk de Fluit Travers vervangen door een
Sesquialter en de Violon 16' door een Scherp en graag een Musette 4' toevoegen.
Op het Bovenwerk de Flûte Harmonique vervangen door een Quintadena 4' en de
Klarinet door een Trechterregaal. Ook een een Cimbel toevoegen.
Op het Pedaal
een Cinck 4' of 2' en een Mixtuur toevoegen.
Verder wil hij graag een
zwelkast voor het Bovenwerk. (53)
1954
Op 16
februari informeert de HOC weer wat de stand van zaken
is. De HOC verwijst naar het rapport van 5 oktober 1951. (41)
Besloten wordt een offerte aan te vragen bij orgelmaker Koch uit Apeldoorn omdat men Vaas en
Bron niet bekwaam vindt. Werkzaamheden voor f 1500,-: Schoonmaken van het orgel,
nieuw pedaalklavier, hergroeperen van pijpwerk. (53)
Op
30 september wordt in de
Provinciale Drentsche en Asser courant gemeld dat de restauratie goed
opsciet.
1955
Op 8 februari schrijft de kerkvoogdij dat de kosten
voor het herstel van het orgel zwaar zouden drukken op de weinig rooskleurige
financiën van de kerk. In overleg met de nieuwe organist L.B.J. Lensink wordt
het orgel schoongemaakt door de fa. Koch. Ook de in het rapport genoemde
mankementen worden hersteld. De fa. Koch krijgt ook het jaarlijks onderhoud. (41)
(61)
Organist Lensink schrijft dat het orgel in 1819 oorspronkelijk een Sesquialter
gehad zou hebben. Op 8 februari krijgt Koch de opdracht de Sesquialter te
plaatsen. Tevens wordt de Klarinet vervangen door een Kromhoorn. Enkele maanden
later wordt de samenstelling van de Mixtuur hoger gemaakt voor een bedrag van f 115,-. (53)
Organist Lensink heeft een goede relatie met de orgelmaker Koch. In juli speelt
hij bij de ingebruikname van een orgel van Koch in Valkenburg. (60)
Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (14-07-1955).
Op 20 augustus vraagt ds. Verstoep
aan de HOC of er informatie is over de restauratiekosten van het orgel.
Op
26 oktober schrijft de HOC over
een briefkaart van de kerkvoogdij van 29 september waarin stond dat ze contact
hadden gehad met de verzekering over het orgel. Op welk bedrag werd het orgel
getaxeerd? (61)
1956
Een onbekende persoon doneert een bedrag van f
31.000,- met als voorwaarde dat het geld wordt besteed aan het orgel. Er worden
ingrijpende plannen gemaakt om het orgel te wijzigen in een driemanuaals
instrument door het toevoegen van een Rugpositief. Het Pedaal zou aan weerszijden
worden opgesteld. Het Van Dam-front zou worden verzaagd en hergebruikt in het
nieuwe concept. In april maakt Koch een offerte voor een orgel met 43 registers. Een prijs wordt echter niet genoemd. In april
begint Koch met de werkzaamheden
en verzoekt de eerste termijn te betalen. In juli blijkt dat de schenking
niet doorgaat en de werkzaamheden worden gestopt. Koch krijgt een bedrag als
schadeloosstelling.Het blijkt dat de toezegging van het
bedrag kwam van Mej.
H. C. M. Wiersma te Assen. Een testamentaire beschikking met betrekking tot de
toegezegde gift is echter niet gemaakt en de erfgenamen dachten er niet aan om de
schenking alsnog uit te voeren. Alle pogingen om de gift alsnog te verkrijgen
faalden. (18)
Er is geen documentatie welke werkzaamheden in deze
periode hebben plaats gevonden. Uit een analyse de situatie in 1956 blijkt
dat er zes nieuwe registers zijn gekomen. De klaviatuur en de koppelingen zijn
vervangen. De weggenomen registers waren misschien bedoeld voor het niet
gerealiseerde derde klavier en zijn verdwenen na het stilleggen van de
werkzaamheden. (53)
Op 29 maart wordt gemeld dat het orgel
bijna klaar is. De ingebruikname staat gepland voor 14 april. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (29-03-1955)
In de Provinciale Drentsche en Asser courant van
9 april beschrijft Jan Lensink de
geschiedenis en de restauratie van het orgel. Jan Lensink maakt veel
fouten in zijn verhaal en weet zelf niet eens te melden dat er in 1897 een
volledig nieuw orgel is gebouwd en het oude orgel naar Havelte werd verkocht.
Hij
beschrijft dat de restauratie tot doel had het orgel terug te brengen in zijn
oorspronkelijke staat. Het tegendeel gebeurde echter.
Het orgel wordt in een speciale dienst op donderdagavond 14 april in gebruik genomen. Ds. F.H. van Aalst houdt een toespraak. 'Hij wenst de organist geluk met het in oude luister herstelde instrument.' Alle register worden door Lensink gedomonstreerd met tekst en uit leg door ds. Van Aalst. Daarna worden werken gespeeld van Bach, Plattim Purcell en Debussy. Er is medewerking van de fluitist Hans de groot.Zie Provinciale Drentsche en Asser courant, 15-04-1955,
Er wordt gecorrespondeerd een instantie van de hervomde Kerk over de verzekeringswaarde
van het orgel. Zie Bijlagen van de
Handelingen der Generale Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk ten jare
1956
Dispositie
| Hoofdmanuaal: | Bovenmanuaal: | Pedaal: | |||
| Prestant | 8 | Roerfluit | 8 | Subbas | 16 |
| Bourdon | 16 | Gamba | 8 * | Octaaf | 8 |
| Holpijp | 8 | Quintadeen | 4 | Gemshoorn | 8 |
| Octaaf | 4 | Prestant | 4 | Octaaf | 4 |
| Nachthoorn | 4 | Woudfluit | 2 | Mixtuur | 4 st. * |
| Quint | 2 2/3 | Nasard | 1 1/3 | Bazuin | 16 |
| Octaaf | 2 | Scherp | 3 st. | Trompet | 8 |
| Sesquialter | 2 st. | Dulciaan | 8 | ||
| Mixtuur | 2 st. | Tremolo | |||
| Cimbel | 3 st. * | ||||
| Trompet | 8 | ||||
| Musette | 4 * |
* Deze registers aangegeven door loze knoppen werden nooit geplaatst.
Manualen C - g (3) ; pedaal C - f (1) ; drie afsluitingen; windlozer; koppeling Ped. -
Man. I (provisorisch); twee andere koppelingen nog niet aangebracht.
De volgende
wijzigingen werden in de periode 1954-1956 aangebracht:
Manuaal I: Violon 16’ en de Fluit travers 8’
verdwenen; de Mixtuur 3-4 sterk werd veranderd in een
Mixtuur 1 1/3 voet 2 sterk; Octaaf 2' vernieuwd, nieuwe Sesquialter 2 sterk; Cimbel 3 sterk
en Musette 4'
gepland; Roerfluit 8’ naar Manuaal II;
Manuaal II: Flute
Harmonique 4, Voix Celeste 8 en de Holpijp 8 verdwenen; de
Klarinet 8’ werd een Dulciaan 8’; toegevoegd werden een Quintadeen 4’ en een
Scherp 3 sterk vanaf c klein, plus Roerfluit 8' van Manuaal I
Pedaal: nieuw pedaalklavier van C - f (1) ;
Wijzigingen aan de orgelkas (17) .
ca. 1960
De koppelingen Hoofdwerk-Bovenwerk en
Pedaal-Hoofdwerk worden verwijderd vanwege voortdurende storingen. (24)
1963
In April schrijft orgelmaker Koch een
rapport over het orgel:
- Het orgel heeft erg geleden door de
uitzonderlijk strenge winter en dient daarom te worden gerestaureerd.
- De
laden zouden in een zogenoemde 'tropenuitvoering' gemaakt moeten worden.
- De opstelling
van het binnenwerk is nooit goed geweest en kan zonder al te veel kosten worden
verbeterd.
- De huidige mechaniek dient te worden vervangen door een nieuwe en
zal dan geheel geruisloos zijn.
De kosten worden geschat op f 23.850,-
Huidige toestand:
- De windladen zijn windziek en tooncancellen zijn gescheurd.
Ventielen sluiten onvoldoende af.
- De windkanalen zijn gescheurd. Ze zijn ook
te nauw waardoor het orgel te weinig windtoevoer heeft.
- De magazijnbalg
heeft veel lekkage. Het leer is bros en dient te worden vervangen
- De
slechte mechaniek zal bij demontage voor een groot gedeelte stuk gaan. De wellen
en de wellenborden zijn kromgetrokken.
Voorstel voor een restauratie
- Demontage van
het orgel
- De windladen opnieuw vlakken en de slepen vervangen door Pertinax
slepen. De pijpstokken voorzien van telescopen.
- De ventielen vlakken en opnieuw
bevilten
- De windkanalen vervangen door wijdere kanalen
- De magazijnbalg
opnieuw bekleden en de dekplaten met ventielen vernieuwen.
- De bestaande mechaniek
vervangen door een nieuwe mechaniek.
- De opstelling van het binnenwerk verbeteren (41)
(61)
Op 26 april
vraagt de kerkvoogdij aan de Hervormde Orgelcommissie (HOC) advies over de
slechte toestand van het orgel. De HOC belooft een bezoek voor de
tweede helft van juni. In juli is er een gesprek met dhr. Erné, maar daarna is
er niets
meer gehoord.
Op 4 mei schrijft
de kerkvoogdij aan de HOC dat het orgel volgens de organist in een slechte
staat is. Orgelmaker Koch heeft inmiddels advies uitgebracht. Graag wil men
advies van de HOC.
Op 9 mei antwoordt de HOC. Op
dit moment is de HOV zeer druk met de eigen werkwijze. Toch wordt geprobeerd een medewerker ter plaatse een onderzoek in te
laten stellen. Jaren geleden is er al contact geweest met dhr. Erné. Het ligt voor de
hand dat Erné opnieuw komt.
Op 21
mei antwoordt de kerkvoogdij dat ze akkoord gaan met een bezoek van dhr.
Erné.
Op 24 mei antwoordt de
HOC dat Erné langskomt in de tweede helft van juni.
Op
2 juli schrijft de HOC dat het
niet gelukt is het bezoek van Erné op tijd te laten plaatsvinden. Hij zal nu
komen op 8 juli.
Op 1 november
schrijft de HOC dat het bezoek van Erné in juli heeft plaats gevonden. Toen kwam
ook de bouw van een nieuwe kerk ter sprake. De HOC zou een bouwtekening
ontvangen, maar die is nog niet aangekomen. Zou die kunnen worden toegezonden?
Deze kan dan meteen weer worden besproken bij een volgend bezoek van dhr. Erné
Op 23 november schrijft de
kerkvoogdij dat ze geen bemoeienis hebben met de andere bouwplannen. Graag snel
een afspraak voor het orgel in de Grote Kerk.
Kladnoties van
Lambert Erné? (41) (61)
1964
Op 13 januari schrijft de
kerkvoogdij aan de HOC dat er
sinds het laatste gesprek met dhr. Erné er niets meer is gebeurd. Het proces
verloopt nogal traag. Het orgel wordt steeds slechter bespeelbaar.
Op
16 januari schrijft de HOC dat
Erné een afspraak zal maken om een advies uit te brengen.
Op 21 februari
stuurt de HOC een rekening voor
gemaakte onkosten.
Op
6 maart schrijft de HOC dat Erné
op maandag 9 maart naar Assen komt om het orgel te bezoeken.
Het rapport van
Lambert Erné dateert van
6 april.
Erné doet geen
historisch onderzoek en weet daardoor niet dat het een orgel van Van Dam uit 1896
betreft. Hij beschrijft in grote lijnen de geschiedenis van het oorspronkelijke
Van Oeckelen-orgel en veronderstelt dat het is omgebouwd tot de huidige toestand.
Wel schrijft hij dat de archieven geraadpleegd zouden moeten worden.
Het orgel is nu geen eenheid. Het staat ongunstig
opgesteld in de dwarsrichting van de kerk. Dit is echter wel de oorspronkelijke
plaats. Door de verbouw van de kerk in de jaren '30 met een veel lager plafond is
de akoestiek nadelig beïnvloed.
Het orgel heeft zeer te leiden van de heteluchtverwarming
met haar plaats direct onder het plafond.
Gebreken:
-
Windladen: Veel door- en bijspraak door invloed van de verwarming
-
Registratiemechanieken: Teveel speling door slijtage en naar huidig inzicht te
grof gemaakt.
- Toetsmechanieken: Ook teveel speling. De klavieren zijn
vernieuwd bij de laatste herstelwerkzaamheden. Dit heeft echter niet geholpen.
Beter is een zwevende tractuur zoals Marcussen dat gebruikt. (Nicolai-orgel
Utrecht)
- Windvoorziening: De windmotor staat in een slecht geconstrueerde
dempkist in een koude ruimte. Windkanalen sluiten niet goed af en er is 'onbeschrijfelijk
blazen' te horen. Het windverlies is misschien de oorzaak dat de koppeling
tussen hoofdwerk en bovenwerk is verwijderd.
- Pijpwerk: Door de slechte
windvoorziening is het stemmen zeer moeilijk en wordt daarbij het pijpwerk
beschadigd. Door de overlengte van pijpen wordt de klank nadelig beïnvloed. De
tongwerken spreken traag aan. De dispositie is bij het laatste herstel op een
niet artistieke wijze gewijzigd. Deze wijziging had beter niet kunnen worden
uitgevoerd.
- Orgelkas: Door de vele wijzigingen is de orgelkas niet meer 'saambindend
en klankrichtend'. De oorspronkelijke achterwand is verwijderd door de plaatsing
van het Pedaal achter de oorspronkelijke orgelkas. Ook het dak is verwijderd om
de invloed van de verwarming te beperken. Hij veronderstelt dat de orgelkas
is verhoogd.
De gegevens van de laatste wijzigingen zijn expres niet opgevraagd om het geheel
objectief te kunnen beoordelen.
- Mechaniek: De nieuwe klavieren en het
pedaal dragen een 'dilettantisch karakter'. De pedaalkoppel is volgens de
organist 'provisorisch' en functioneert slecht. De orgelmaker 'heeft geen enkele
vakkundige ervaring op het gebied van mechanische orgels'. Het resultaat is
ronduit slecht.
- Pijpwerk: De nieuwe registers zijn in naam een 'uiting van
de na 1930 steeds meer opkomende neiging een orgel met meer klankmogelijkheden
te geven', maar het fabriekspijpwerk is van slechte kwaliteit en de wijze van
plaatsing is ondermaats. Ook de gebruikte materialen hebben geen kwaliteit.
'Hier
is iemand aan het werk geweest die voor een waarschijnlijk laag bedrag de
pretentie heeft gehad het orgel te kunnen verbeteren'. Onderhouden van het orgel
heeft geen zin. Elke stemming zou nieuwe beschadigingen geven.
Het front
behoeft niet te worden gewijzigd. Herstel van het orgel zal aanzienlijke
bedragen vergen. Ook de verwarming zal meegenomen moeten worden. Graag willen
het rapport met u bespreken. (41)
Op
21 april geeft de kerkvoogdij
enkele bespreekdata aan de HOC door voor een toekomstige overleg over het rapport.
Op 8 mei antwoordt de kerkvoogdij
de HOC dat de bespreking op 29 mei kan plaatsvinden.
Op
5 juli beantwoordt de firma. Koch een
brief van de kerkvoogdij van Assen.
Mechanische orgels worden gemaakt in
een filiaal te Wuppertal waar men men met de nieuwste vindingen werkt. In
Nederland loopt de orgelbouw wel tien tot vijftien jaar achter.
Koch heeft
nog opdrachten voor een tiental
elektro-pneumatische orgels. Deze worden in Apeldoorn gemaakt.
Koch
ondervindt grote tegenwerking van de 'Synodale Orgelcommissie' en kunnen
daardoor geen mechanische orgels in Nederland bouwen.
In de
Gereformeerde Kerk 'De Ark' in Groningen heeft Koch een positief gebouwd waar
veel belangstelling voor is. Dit orgel is al bespeeld door Albert de Klerk en
Charles de Wolff.
De bouw van een nieuw
electro-mechanisch orgel met twee klavieren en een zelfstandig pedaal in de
Gereformeerde Kerk van Helpman is onderhanden.
'Uw organist is
deskundig en wij menen te mogen zeggen dat hij ons werk kent en ook beoordelen
kan of is hij met ons werk niet meer tevreden?'
Koch voegt een aantal getuigschriften
toe.
Een afschrift van de brief van Koch wordt op
4 augustus doorgestuurd naar
Lambert Erné.
Op 25 augustus
volgt het commentaar van Erné op de brief van Koch. Erné zou graag de genoemde
getuigschriften willen ontvangen.
Erné is geïnteresseerd in de werkzaamheden
van Koch in Duitsland. Misschien moeten enkele instrumenten van Koch in Nederland en
Duitsland te worden bezocht.
Het is niet uitgesloten dat het werk van de firma de
laatste tijd vooruitgang heeft geboekt.
Misschien moet de kerkvoogdij kennis
nemen van het werk van de orgelmakers Bakker & Timmenga, Flentrop, Leeflang en
Van Vulpen.
Hij zal later met organist 'Lensing' overleg
plegen omtrent de verdere gang van zaken.
Op 7 september stuurt de HOC een
rekening voor gemaakte onkosten.
Op
29 september stuurt Koch een lijst
van nieuwe kerkorgels naar de kerkvoogdij. Daarnaast sturen ze nieuwe afschriften van
referenties van onder andere Piet van Egmond. Deze stuurt de kerkvoogdij op
16 oktober door naar
Lambert Erné. Verder gaan ze akkoord met de plannen van Erné en zien graag een
reisvoorstel en de kosten daarvan.
Op
8 december vraagt de kerkvoogdij
aan Erné of hij de getuigschriften van Koch kan retourneren. Verder hebben ze
nog niets gehoord over een reisplan. (41) (61)
1965
Op 1
februari schrijft Erné aan de kerkvoogdij dat de referenties van Koch
allemaal stammen uit het midden van de jaren '50 en dus verouderd zijn.
De
referenties van de nieuwere Duitse orgels zijn nog niet beschikbaar. Er is
dus geen inzicht in de huidige kwaliteit van de door Koch gebouwde orgels.
Erné zou graag een bezoek willen brengen aan de werkplaats in Wuppertal. Erné
doet een voorstel om een aantal door Nederlandse orgelmakers gebouwde orgels te
bezoeken en mogelijk ook de werkplaatsen.
Een dag reizen begrootte hij op f
200,- tot f 250,-. Ook een reis naar Duitsland vergt een soortgelijk bedrag.
Op
23 december schrijft de bouw- en
restauratiecommissie van de Hervormde Kerk aan de kerkvoogdij dat zowel de
kerk als het orgel op de monumentenlijst staan. Er is dus een mogelijkheid voor
subsidie aanwezig.
Een aanvraag voor subsidie kan het beste worden ingediend
in overleg met de HOC. (41)
1966
Van 25 januari dateert een
rekening van Erné voor zijn advieswerkzaamheden voor Assen. Het honorarium is f 475,-
en de kosten voor reizen, porto en verblijf zijn f 264,12. (41)
1967
De kapel van Licht en Kracht wordt
gesloten vanwege de bouw van een nieuwe kerk op
het terrein. Het orgel uit de kapel wordt geschonken aan de kerkvoogdij van de Hervormde gemeente van Assen en gelijkvloers opgesteld in de
Jozefkerk door de firma B. Koch uit Apeldoorn (62).
Op 15 september vraagt de
kerkvoogdij aan orgelmaker Koch een prijsopgave te doen voor de restauratie van
het Van Dam-orgel:
'Wij verzoeken u ons
betreffende de restauratie c.q. uitbreiding van het orgel in de Jozefkerk
vrijblijvende afzonderlijke prijsopgave te verstrekken van de hierna nader
omschreven plannen. Voorts zouden wij gaarne vernemen welke garanties kunnen
worden gegeven.
Plan I.
Restauratie van het orgel als twee klaviers
instrument met gebruikmaking van al het aanwezige pijpwerk en inachtname van de
volgende wijzigingen:
De huidige orgelkast te verbouwen tot een uitsluitend
met hoofdwerk bevattende kast, door het uitnemen van de middentoren met zes
aangrenzende zijvelden, te weten de twee onderste en de vier bovenste. Het
vrijgekomen bovenwerk in een nieuw te bouwen kast als zwelwerk vrij achter het
gewijzigde hoofdwerk te plaatsen. De zich nu nog achter het orgel bevindende
pedaal-windlade zo mogelijk te delen en in twee nieuw te bouwen pedaalkasten, in
stijl aansluitend bij het aanwezige front, naast het hoofdwerk te plaatsen. De
vernieuwde drie-klaviers speeltafel middenvoor onder het nieuw gesitueerde
hoofdwerk te bouwen.
Plan II.
Zie plan I, echter met de volgende
uitbreiding, een drie-klaviers speeltafel met de volgende indeling: klav. I als
rugwerk; klav. II als hoofdwerk, klav. III als zwelwerk. De pedaaltorens zo
inrichten, dat zij in plaats van zes, acht registers kan bevatten. Een
rugwerk-kast, in stijl overeenkomend met het aanwezige front, met daarin een
windlade waarop plaats voor zeven registers in voorbereiding.
Plan III.
Zie plan I en II, echter nu met een volledig bezette rugwerk-lade.
Uw offerte
zien wij met belangstelling tegemoet.
Hoogachtend,
Voor de Kerkvoogdij,
D. Meijering, adm.'
Op 3 november stuurt orgelmaker Koch een
prijsopgave voor de drie plannen.
Plan I kost f 78.650,-. Plan II heeft een meerprijs van f 8.550,-. Plan III
heeft een meerprijs van f 9.250,-. 'Op het gerestaureerde orgel geven wij
gedurende 15 jaar garantie voor eventuele fouten of gebreken, met uitzondering
van die fouten of gebreken, welke door omstandigheden buiten ons toedoen
veroorzaakt mogen worden, MITS gedurende deze periode het stemmen en onderhoud
door ons wordt verricht.'
Op 29
november schrijft de kerkvoogdij aan Willem Hülsmann dat 'Het orgel in de
Jozefkerk, daterende uit de vorige eeuw en ingrijpend omgebouwd in deze eeuw,
vertoont een aantal gebreken, welke mogelijk geheel of gedeeltelijk zijn
veroorzaakt door het hetelucht verwarmingssysteem. In verband hiermede werd door
ons aan de fa. Koch te Apeldoorn verzocht om een offerte betreffende het herstel
van deze gebreken. Nu toch tot restauratie van dit orgel moet worden overgegaan,
werd later eveneens in overweging genomen tot een gehele verbouwing c.q.
uitbreiding van het orgel over te gaan. Eveneens aan de fa. Koch te Apeldoorn
werd na overleg met onze toenmalige organist. dhr. Lensink, enige nieuwe plannen
voorgelegd met het verzoek om een vrijblijvende offerte. Deze offerte hebben wij
inmiddels ontvangen. Gezien de hoge kosten welke met de realisering van deze
plannen gemoeid zijn, komt het ons gewenst voor, eerst uw advies in te winnen.
Wellicht is het mogelijk door een minder ingrijpende verbouwing deze kosten te
drukken. Gaarne zouden wij van u vernemen of u in principe bereid bent in een
vergadering van het college van kerkvoogden mondeling advies, inzake deze
restauratie te geven. Zodra wij van u vernemen dat u hiertoe bereid bent, zullen
wij u, ter nadere informatie, de betreffende stukken toezenden.'
Op
5 december beantwoordt de HOC
de brieven van 29 november en 1 december. Een vergadering met de architecten over
een orgel in de nieuwe kerk kan het beste in Assen worden georganiseerd. Waarom
uw brief van 29 november over de Jozefkerk rechtstreeks aan dhr. Hülsmann was
gericht is ons niet duidelijk. Volgens ons dossier was er al contact met Erné.
Graag uw brieven richten aan het secretariaat. (61)

Het
'Noodorgel' uit de gesloten kapel van Licht en Kracht in de Jozefkerk opgesteld. Dit instrument staat
sind 1983 in de Hervormde
Kerk van
Grolloo. Beeldbank Drents Archief foto nr. DA999004020 Klik op de afbeelding
voor een vergroting.
1968
Op 18 februari vraagt de
kerkvoogdij aan de HOC of er advies door dhr. Hülsmann kan worden gegeven over
de geplande restauratie.
Op 19
april schrijft de HOC dat het gesprek tussen Leeflang en Hülsmann over de
intonatie van het orgel in 'Het Anker' kan plaatsvinden op 29 april. Aansluitend
kan daarna worden overlegd over het orgel in de Jozefkerk.
Op
3 mei schrijft de HOC aan de
kerkvoogdij over het gesprek van 29 april met de heren Rol, Klaver en Van Sloten. De
nieuw benoemde organist was ook aanwezig. Van de HOC waren aanwezig de heren
Hülsmann en secretaris S.C. de Waard.
Besproken is het rapport van Lambert
Erné van 6 april 1964 en de offerte van Koch van 3 november 1967.
In de
offerte van Koch van f 78.650,- wordt het aanzien van het orgel totaal gewijzigd.
Het rapport van Erné geeft aan dat het front niet onaantrekkelijk is, maar dat het
binnenwerk zeer heterogeen is.
De geschiedenis van het orgel is nog niet
onderzocht. De huidige organist meent dat het afkomstig is uit de oude
kloosterkerk en door Van Oeckelen is overgebracht naar de nieuwe kerk. Het zou
enig pijpwerk van Van Dam bevatten.
De restauratie door Koch uit 1953 is
niet bijzonder vakkundig uitgevoerd. De gevolgen van de heteluchtverwarming en de
strenge winter van 1963/1964 hebben ook veel schade toegebracht.
Er zijn klachten
van de organist over de laatste stemming door Koch. De HOC raadt verder gaan met
Koch sterk af. Het plan Lensink is met het huidige plafond niet te realiseren.
Ook is het esthetisch niet verantwoord.
Het volgende wordt afgesproken:
-
Erné en Hülsmann zullen het orgel nog eens grondig onderzoeken en op grond
daarvan plannen maken. Met zijn 27 registers is het groot genoeg.
- Mense
Ruiter (MR) zou de restauratie kunnen uitvoeren. Dit zal besproken worden bij een
vervolgoverleg.
- In overleg met de gekozen orgelmaker zal een
restauratieplan worden opgesteld.
Op
21 juni schrijft de kerkvoogdij
naar de HOC dat ze akkoord gaan met de procedure zoals in de brief van 3 mei is
omschreven.
Op 25 juni schrijft
de HOC aan de kerkvoogdij dat ze blij zijn met deze beslissing. Het geplande
onderzoek zal na de vakanties plaatsvinden.
Op
8 oktober vraagt de HOC aan de
kerkvoogdij naar de stand van zaken naar aanleiding van het gesprek op 12
september met Hülsmann en Erné om door van Vulpen een -voorshands gedeeltelijk-
nieuw orgel te laten bouwen in de bestaande orgelkas.
Op
8 november schrijft de kerkvoogdij
aan de HOC dat er nog geen beslissing is. In december wordt er over vergaderd. (41)
(61)
1969
Op 22 januari stuurt de HOC een
rekening voor gemaakte onkosten.
Op 18 februari schrijft de
kerkvoogdij aan de HOC dat de noodzaak tot restauratie voornamelijk is
voortgekomen uit de slechte invloed van het verwarmingssysteem. De restauratie
van het orgel wordt eerst uitgesteld en de fondsen voor het orgel worden nu
besteed aan een nieuw verwarmingssysteem. Het orgel wordt op het front na
verwijderd en het kleine orgel wordt naar boven verplaatst. Graag uw advies over
de technische mogelijkheden. Is het zinvol de bruikbare delen van het orgel op
te slaan of kan hiervoor een afnemer worden gevonden?
Op
21 februari schrijft de HOC: 'De
inhoud van uw brief roept nog wel enkele vraagtekens op en op voorstel van onze
gecommitteerde voor orgelzaken, de heer W. Hülsmann mogen wij U dan ook in
overweging geven de diverse aspecten van de door U voorgestane oplossing tijdens
een gesprek te Uwent nader onder ogen te zien.'
Op
14 maart geeft de kerkvoogdij aan
de HOC enkele datums door voor overleg.
Op 17 april
schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat sterk wordt ontraden om het geschonken orgel van Licht en Kracht p het orgelbalkon
te plaatsen. Het orgel
van Licht en Kracht is het niet waard om er grote bedragen aan uit te geven. Het kan
op de huidige plaats blijven staan. Omdat er geen geld is voor een nieuw orgel
wordt aangeraden aan het huidige orgel alleen het noodzakelijke onderhoud uit te
voeren en te kijken hoe lang het nog mee gaat. Beide orgels zijn onzekere
factoren. Het is dus verstandig met een orgelfonds te starten om later een nieuw
orgel achter de het huidige front te kunnen plaatsen.
Op
25 april stuurt de kerkvoogdij een
afschrift van de offerte van Koch door naar de HOC.
Op
13 juni dient de HOC een rekening
in van f 166,03 voor gemaakte kosten (41)
(61)
1973
Op
11 oktober schrijft MR aan de chef van de afdeling Culturele Zaken van de gemeente Assen
het volgende: 'Bij de daarop volgende bespreking zijn wij tot de conclusie
gekomen dat het orgel o.i niet als een historisch belangrijk of zelfs maar
interessant werk kan worden gekwalificeerd.' (51) Dit
onderzoek wordt door MR uitgevoerd op verzoek van het orgelcomité van de
Marturiakerk. Zij probeerden zoveel
mogelijk subsidie te verkrijgen en daarbij was het belangrijk aan te tonen dat
het orgel van de Jozefkerk weinig balang was.
1976
In de begroting van 14 juli voor een toekomstige
kerkrestauratie staat f 800,- en 260 (?) uren opgenomen voor het 'Electronisch orgel
demonteren en opslaan'. Voor het grote orgel staat f 1000,- en ook 260 uur (?)
voor het 'Inkisten bestaand orgel'. (55)
1980
Op 2 oktober verschijnt het voorlopig
rapport van de HOC. Met behulp van archiefonderzoek door W.D. van
der Kleij wordt de geschiedenis van het orgel aan het licht gebracht. Er wordt
geïnventariseerd
welke onderdelen van het binnenwerk nog van Van Dam zijn en wat de wijzigingen
zijn die Koch heeft aangebracht. Het instrument moet op korte termijn worden
hersteld. Volgens de HOC kan het orgel worden hersteld naar de toestand van
1896. De totale kosten worden ingeschat op f 200.000,-.
Op 23 oktober stuurt
de HOC een rekening voor het voorlopige advies.
Op 24 oktober maakt de HOC een
voorlopig rapport over het orgel van de Stichting
Licht en Kracht, dat sinds 1967 in de Jozefkerk staat.
Volgens de administrateur van de Jozefkerk is het orgel rond 1930 gemaakt door
G. van Leeuwen. De tractuur is rein pneumatisch. Het orgel is nogal volumineus,
maar heeft geen kas. De klank is door ontstemming slecht te beoordelen. 'De
makelij van het pijpwerk en de grote hoeveelheid zinken pijpwerk sluiten een
verbetering van de intonatie uit.' De waarde wordt geschat op tussen f 5.000,-
en f 7.500,-. De HOC acht het orgel niet geschikt voor gebruik in een kerk.
Mogelijk kan het worden verkocht aan een amateur-orgelmaker.
Op
22 december schrijft de
kerkvoogdij Jan Jongepier over 'het aangename onderhoud' dat ze met Jongepier
hadden op 15 december. Kan Jongepier het orgel zo spoedig mogelijk inspecteren en
zijn
bevindingen
rapporteren. Op grond van het onderzoek kan een restauratieplan worden
opgesteld. (61)
1981
In januari maakt Jan Jongepier een
rapport over de geschiedenis en de
huidige staat van het orgel. De laatste pagina's worden besteed aan een
restauratievoorstel.
Op 7 januari
schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat er afspraken zijn gemaakt met
orgeladviseur Jan Jongepier.
Op 9 januari wordt in de bouwvergadering besproken dat
beide orgels uit de kerk verwijderd zouden moeten worden. Het kleine orgel wordt
vermoedelijk verkocht. Voor het grote orgel worden er plannen gemaakt voor een restauratie.
Op
14 januari schrijft de HOC aan de
kerkvoogdij dat ze blij zijn met Jan Jongepier als adviseur. De HOC wil graag
op de hoogte blijven.
Op 4 februari
schrijft Jan Jongepier aan MR. De kerkvoogdij wil de offerte voor 13 februari
ontvangen in verband met de noodzakelijke demontage van het orgel. Is demontage
nodig als het stucwerk boven het orgel wordt vernieuwd? Alles handhaven wat
mogelijk is. De onderdelen van de restauratie dienen afzonderlijk te worden geoffreerd vanwege
een mogelijke fasering. De aankoopsom
van de Van Dam-registers blijft buiten de offerte. In een document van
11 februari worden de uit te
voeren restauratiewerkzaamheden beschreven:
- De klaviatuur, windladen en
pijpwerk worden naar de werkplaats overgebracht. De mechaniek blijft in de kerk.
- Er komen nieuwe manualen en pedaalklaviatuur in Van Dam-stijl.
- Nieuw recht
pedaalschot.
- Nieuwe porseleinen registerschildjes.
- Nieuwe orgelbank in
Van Dam-stijl.
- De mechaniek zoveel mogelijk intact laten en restaureren.
-
Klavier- en pedaalkoppel in de stijl van Van Dam.
- Restauaratie van de
windladen.
-
Het pijpwerk herstellen en de insnijding in de tongwerkbekers weer dichtsolderen.
- Dispositieherstel:
-Roerfluit terug van Bovenwerk naar Hoofdwerk.
-Holpijp
van Hoofdwerk naar Bovenwerk.
-Reconstructie van de Fluit Travers 8'. (hier
staat nu een Cymbel).
-Reconstructie van de Prestant 8' van het Bovenwerk.
-Octaaf
2' vanuit het Bovenwerk weer terug naar het Hoofdwerk.
-Reconstructie van de
acht
in 1956 verdwenen registers.
-Violon 16' op de plaats van de Sesquialter uit
1956.
-Mixtuur van Koch vervangen door een Mixtuur uit Leiden.
-Fluit 4' uit
Leiden als Nachthoorn 4'.
-Voix Celeste 8' op de plaats van de Scherp.
-Flute Harmonique op de plek van de Quintadeen 4' uit 1956.
-Roerfluit 8' uit
Leiden plaatsen als 4' met 12 nieuwe pijpen op de plek van de Quint 1 1/3'.
-Woudfluit
2' nieuw in Van Dam-stijl.
-De huidige Dulciaan blijft voorlopig gehandhaafd.
Hier stond een Clarinet..
Uitvoering van de werkzaamheden van juli 1982 tot
maart 1983
In de
bouwvergadering van 5 februari
wordt vermeld dat het restauratierapport van Jan Jongepier is afgerond. Er
zullen twee offertes worden aangevraagd bij twee noordelijke orgelbouwers.
Uiterlijk 17 februari is er duidelijkheid. Het kleine orgel is al afgebroken en
zal waarschijnlijk in Grolloo worden geplaatst. De beslissing wordt verwacht rond 14 februari.
Op 11 februari wordt
een kopie van het rapport en het restauratievoorstel naar de HOC gestuurd.
Op
24 februari stuurt de kerkvoogdij
kopieën van de offerte van MR van 11 februari en de offerte
Bakker & Timmenga van 11 februari naar de HOC. In overleg met Jan Jongepier is
in principe besloten dat de opdracht naar MR gaat.
In de bouwvergadering van 5 maart wordt gemeld dat de restauratie van het orgel
zal worden uitgevoerd door MR. Op 5 maart is begonnen met de demontage. Van het
orgel wordt alleen het binnenwerk gedemonteerd. De orgelkas blijft staan. Voor
het herstellen van het stucwerk dienen de kroonlijsten te worden gedemonteerd.
Op
11 maart wordt door MR de
restauratie van de pedaalwindlade bevestigd. Over het wel of niet uitvoeren van deze
werkzaamheden moet worden beslist voordat de restauratie medio 1982 begint.
Op 30 maart stuurt de kerkvoogdij
het contract met MR van 27
februari naar de HOC.
Op 15 april wordt het
contract aangepast omdat alle
werkzaamheden in één fase zullen worden uitgevoerd.
Op
1 mei schrijft de kerkvoogdij aan
de HOC dat
ze hebben besloten de restauratie in één keer uit te voeren. Een gewijzigd
contract wordt meegestuurd.
Op 14
mei schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat ze met het restauratieplan
instemmen. Ook gaan ze akkoord met de offerte van MR.
In de
bouwvergadering van 3 december
komt de kleur van het orgel aan de orde. Uit onderzoek blijkt dat deze mat
rijtuigen zwart is geweest met verguld lofwerk. De rijksdienst adviseert echter
om in overeenstemming met de andere kleuren in de kerk de huidige kleur te
handhaven en op te frissen. Het lofwerk wordt bijgewerkt. Ook de kosten spelen
een rol bij deze beslissing.
Op
8 december en
10 december maakt MR overzichten
van het meerwerk tijdens de restauratie. (51) (54) (61)
1982
In de bouwvergadering van 7 januari wordt afgesproken een prijsopgave te vragen
voor het schilderwerk aan het orgel.
Op
22 januari schrijft Jan Jongepier
dat hij 29 oktober 1981 overleg heeft gehad met Veldkamp en Holthuis van MR. Alle onderdelen van het orgel zijn onderzocht. Bij het weghalen van de
opdikken op de pijpstokken blijkt dat de inmiddels verdwenen Voix Celeste in de
discant dubbelkorig is geweest, een unieke en weinig voorkomende constructie. Bij de
restauratie van het orgel in de Lutherse Kerk van Purmerend is een Voix Celeste
van Van Dam vervangen door een Cornet. De pijpen zijn bewaard. Het
oorspronkelijke restauratieplan voorzag erin om op die plek een van
Dam-Quintadeen op die plek te plaatsen. Aan de lade van het Bovenwerk kan een
kantsleep worden toegevoegd. Hierop wordt dan de Prestant 8 voet geplaatst. Op de
oorspronkelijke plaats van de Prestant 8 voet komt dan de Quintadeen van Van Dam
te staan, die inmiddels is aangekocht. Op de oorspronkelijke plaats van de Voix
Celeste kan dan dit register worden gereconstrueerd. Purmerend wil de Voix
Celeste verkopen voor f 350,-. De kosten voor deze wijziging bedragen f 2.600,-.
Op 4 februari schrijft de
kerkvoogdij aan Jan Jongepier dat ze akkoord gaan met het voorstel van 22
januari voor de
kantsleep.
Op de bouwvergadering van 4 februari
wordt gemeld dat het schildersbedrijf voor het schilderwerk aan het orgel een
prijsopgave heeft gedaan van f 8.530,20. In overleg met adviseur Jongepier zal
hierover een besluit worden genomen.
In de bouwvergadering van 1 april wordt
gemeld dat het schilderwerk aan het orgel bijna is voltooid.
In de
bouwvergadering van 6 mei blijkt dat het schilderwerk is afgerond. De orgelkas
wordt nog een keer afgewassen in verband met stof. (54)
De kerk wordt op 30 juni weer in gebruik genomen. (zie
programma) Het orgel wordt niet
bespeeld omdat de restauratie nog niet is afgerond.
Op 26 november wordt het orgel weer in gebruik genomen met een
orgelconcert door Jan Jongepier. (zie
uitnodiging en
programmaboekje). (51) (55)
Het
keuringsrapport van Jan Jongepier dateert van 9 december. Het orgel is
hersteld naar de toestand van 1896 met uitzondering van de reconstructie van de
Klarinet 8. De Koch-Dulciaan is voorlopig gehandhaafd. Ook is een Quintadeen 8'
met Van Dam-pijpwerk toegevoegd. (51)
In kranten en
tijdschriften wordt bericht over het voltooien van de restauratie. Zie Nieuwsblad van het Noorden
(29-10-1982) (55), De Mixtuur
nr. 44 december 1983 569 Kroniek,
Kerk en Muziek 1983-04,
Het Orgel (1983-01) en Reformatorisch
Dagblad 08-01-1983 (voor tekst zie onderaan
deze pagina)
In het tijdschrift Organist en
Eredienst 1983/04 73-76 schrijft de organist Jozef Houwman van de Marturiakerk in Assen een
artikel over de restauratie. (26)
In 1982 wordt het boekje 'Een
Heilig Huis' uitgebracht ter gelegenheid van de ingebruikneming van de gerestaureerde kerk
en het orgel in juni 1982. Er zijn
enkele pagina's aan het orgel
gewijd, geschreven door Jan Jongepier.
Dispositie:
| Hoofdwerk: | Bovenwerk: | Pedaal: | |||
| Bourdon | 16 | Prestant | 8 | Subbas | 16 |
| Violon | 16 disc. | Holpijp | 8 | Octaaf | 8 |
| Prestant | 8 | Quintadeen | 8 | Gemshoorn | 8 |
| Roerfluit | 8 | Viola di Gamba | 8 | Octaaf | 4 |
| Fluit Travers | 8 | Voix Celeste | 8 | Bazuin | 16 |
| Octaaf | 4 | Salicet | 4'* | Trompet | 8 |
| Nachthoorn | 4 | Roerfluit | 4 | ||
| Quint | 3 | Woudfluit | 2 | ||
| Octaaf | 2 | Dulciaan | 8 | ||
| Mixtuur | 2-3 st. * | Tremulant | |||
| Trompet | 8 |
* De Mixtuur was in 1896 3-4 sterk en in plaats van de Salicet 4 stond er een
Flute Harmonique 4; de Quintadeen 8 is niet origineel en in plaats van de
Speelfluit 4 staat er nu een Roerfluit 4; in het bestek van 1896
wordt niet
gesproken over een tremulant; Klavieren C - g'''; Pedaal C - d'; Manuaalkoppel;
Pedaalkoppel.
1983
Op 26 januari stuurt de HOC een
rekening voor advieskosten.
Op
3 maart schrijft de HOC dat het
orgel is gekeurd door adviseur Jan Jongepier en de gecommitteerde van de HOC
Aart van Beek. Van MR zijn aanwezig de heren Holthuis en Veldkamp. De
werkzaamheden worden goedgekeurd. De windvoorziening en mechaniek zijn weer in
optimale staat. Het orgel heeft nu 17 originele registers, vijf registers uit het
Van Dam-orgel van de Oosterkerk in Leiden, een register uit het Van Dam-orgel
uit de Lutherse Kerk te Purmerend en twee nieuwe registers in Van Dam-stijl. De
Dulciaan uit 1956 van orgelmaker Koch is nog niet vervangen. Het orgel kan
worden verbeterd door het te voorzien van een dak.
Op
30 mei brengt de HOC het honararium
in rekening. (61)
1986
Op
27 augustus schrijft MR dat bij
een stembeurt is geconstateerd dat het nuttig zou zijn een een dak op het orgel te
plaatsen. Er is stof en gruis van het plafond in het orgel terecht gekomen.
Het aanbrengen van een dak zal de klank gunstig beïnvloeden. Bij de restauratie
in 1982 is er door de adviseur ook al op gewezen. (51)
1991
Op 21
januari schrijft MR dat er een storing is verholpen. Hierbij is opgevallen dat de
temperatuur bij het orgel nogal hoog was. Op de manuaaltoetsen zijn
waterkringen aangetroffen en aan de onderzijde zijn sporen van druipend water te zien. De pedaalkoppel
is ontregeld, waardoor deze veel lawaai maakt. Bij een volgende stembeurt zal dit
onder garantie worden verholpen. (51)
1992:
In maart wordt de CD 'Drentse orgels I' van VLS-Records uit Beilen gepresenteerd
in de Jozefkerk door Erwin Wiersinga. Zie
programmaboekje. (51)
1993:
Op
16 april meldt MR dat er een
originele Van Dam Clarinet beschikbaar komt bij de restauratie van het
Holtgräve-orgel in Bathmen. Wenst men deze Clarinet aankopen?
Orgelmaker A.J. Opten
protetsteert in een ingezonden brief tegen het vervangen van de Dulciaan door een
Klarinet. Hij vindt een uitgave van f 40.000,- onverantwoord en zet ook twijfels
bij de hoogte van het bedrag. Zie Nieuwsblad van het Noorden (28-07-1993).
(Het bedrag van f 40.000,- blijkt niet te kloppen en is veel lager)
Op
10 september specificeert MR welke
werkzaamheden voor het plaatsen van de Clarinet moeten worden uitgevoerd. Het
wordt afgeraden het vervoer van de Clarinet door vrijwilligers te laten
uitvoeren.
Op 8 oktober wordt
een koopovereenkomst gesloten met de Hervormde Kerk van Bathmen voor de overname
van de originele Van Dam-Klarinet.
Op
6 december meldt MR dat de
Clarinet 8' van het orgel in Bathmen is overgebracht naar de werkplaats en daar
gerestaureerd zal worden. De eerste
termijn wordt in rekening gebracht (51) (61)
In het kerkblad van Assen (22-07-1993)
verschijnt een tweede artikel van J.B. van Mechelen over de geschiedenis van de
orgels in Assen met dit keer als onderwerp het orgel van de Jozefkerk.
1994
Op 28 oktober wordt de tweede termijn van de plaatsing
van de van Dam-klarinet in rekening gebracht. (61)
Op
7 november schrijft de kerkvoogdij
van Assen dat het orgel na het plaatsen van de Clarinet op 12 november weer in
gebruik wordt genomen met een concert door Johan Gerkes op het orgel en de
medewerking van het muziekkorps Crescendo uit Sleen.
Op
15 november meldt MR dat de
plaatsing van de Klarinet op het Bovenwerk is afgerond. Keuring zal plaatsvinden
op 6 december.
Op 15 november wordt de laatste termijn van de Klarinet
gefactureerd.
Op zaterdag 12 november wordt het orgel weer in gebruik
genomen met een concert door organist Johan Gerkes en de muziekvereniging
Crescendo uit Sleen. Zie
programmaboekje. (51)
Op
8 december schrijft de HOC dat de
plaatsing van de Klarinet voltooid is. 'Mense Ruiter heeft onlangs de plaatsing
verzorgd. Het resultaat is zeer fraai. De aanspraak is prompt en het register
mengt uitstekend met de overige stemmen.'
Op 20 december brengt de HOC het
honorarium voor het advies bij de
plaatsing van de Klarinet in rekening. (51) (61)
1995
Op 6
januari meldt adviseur Jan Jongepier dat de plaatsing en afwerking van de
Klarinet 8' uit het orgel van Bathmen op het Bovenwerk door MR tot tevredenheid
is uitgevoerd. Het is positief dat dit register beschikbaar is gekomen.
Er
worden extra onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd aan de Bazuin en Bourdon van het
pedaal volgens de offerte van
5 oktober. Tijdens regulier
onderhoud werd geconstateerd dat een aantal bekers van de Bazuin zijn ingezakt,
waardoor de haken van de hangers uitscheurden. Een houten Bourdonpijp is lek en
dient opnieuw verlijmd te worden. (51)
Zie Het Orgel,
(mei
1995), blz 180
1996
Het orgel 'viert' zijn honderdste verjaardag. Dit
wordt gevierd met een concert op 12 oktober door de eigen organist Johan Gerkes
en een concert op 26 september door Klaas Jan Mulder. Zie Drentse
Courant (Oktober 1996).
2004
Er wordt een nieuwe windmachine geplaatst. De oude machine
is nog vooroorlogs
en maakt teveel lawaai. (51)


2016:
Op 9 januri wordt het orgel, vooraf aan de restauratie, voor de laatste keer
gebruikt. Bezoekers krijgen vanaf 15:30 uur uitleg over de restauratie door Dolf
Tamminga van orgelmakerij Mense Ruiter. Adviseur Stef Tuinstra zal het orgel
demonstreren. Johan Gerkes zal een concert van 25 minuten verzorgen. Zie Dagblad van het Noorden
(januari 2016), Drenthe Journaal
(14
januari 2016), Drenthe journaal (25-02-2016).
Het orgel
wordt op 25 november 2016 weer in gebruik genomen met
een bespeling door de organist van de kerk Johan Gerkes. Orgeladviseur Stef
Tuinstra geeft een klankdemonstratie. Zie Dagblad van het Noorden (21-11-2016),
Gezinsblad (30-11-2016)
Op 6 december wordt door MR de laatste termijn in rekening gebracht. (51)
Reportages door RTV Drenthe:
- 11 januari 2016:
http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/104294/David-Bowie-als-laatste-klanken-van-het-orgel-in-Jozefkerk-Assen
(6-2-2026)
- 22 februari 2016:
http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/105966/Orgelrestaurateurs-doen-bijzondere-ontdekking-in-de-Jozefkerk-in-Assen
(6-2-2026)
- 7 november 2016:
http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/114935/Binnenkort-weer-orgelklanken-te-horen-in-Asser-Jozefkerk(6-2-2026)
- 25 november 2016:
http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/115652/Het-is-een-cadeautje-om-op-dit-orgel-te-mogen-spelen(6-2-2026)
2017
In maart wordt het orgel nog eens compleet
nagekomen door adviseur en organist. Men is zeer blij met het eindresultaat.
Toch zijn er nog een aantal zaken die opgepakt moeten worden.
MR regelt de pedaalmechaniek opnieuw in vanwege het rumoer dat de
pedaalmechaniek produceert en maakt nieuwe verbindingselementen voor de verbinding
tussen ventielen en pulpeetdraden. Ook worden de zaken uit de inspectie van
maart opgepakt. Er worden 4 nieuwe Prestant-pijpen aan het Bovenwerk toegevoegd.
(51)
Wim Diepenhorst van de Rijksdienst voor Cultureel
Erfgoed voert in juni een eindkeuring uit. Zie Gezinsblad
28
juni 2017 blz.31.
Dirk Molenaar schrijft een artikel in de
Orgelvriend (2017-09)
1558. Claes Wetsinghe. Hij was als provenier opgenomen in het klooster Mariënkamp te Assen. Hij bleek tevens als organist te kunnen optreden. (01)
1731. Anthonie Herborn. Van hem is niets anders bekend dan dat hij volgens de Landschapsresolutie van 20 april 1731 genomineerd stond om als organist van de Nederlandse Hervormde gemeente te Assen benoemd te worden (02).
1822 Jurjen Walles. Deze organist werd in 1822 benoemd. Hij was sinds 1817 organist van de Doopsgezinde kerk te Groningen. Toen hem aldaar een salarisverhoging werd aangeboden, bleef hij daar organist. Walles werd dus geen organist in Assen. (42 en 61) .
1822-1858. Claas Meyboom. Hij was een zoon van Coord Meyboom geboren
1745 in Wefelsfleth (Holstein), koopvaardijkapitein. Hij wordt in
1822 benoemd in de betrekking van organist. Al in 1818 bestonden er plannen om een
organist te benoemen. Men wilde deze betrekking echter combineren met de betrekking van
muziek-, teken- en taalmeester. Hiervoor zou hij f. 500, -- ontvangen en als organist f.
200, --. Hij overleed in 1858.
In de Drentsche courant, van
11 november 1851 verschijnt het
volgende bericht: 'Op het adres van den heer C. Meijboom, die te kennen gaf, dat
hij in 1822 is beroepen als organist en als stads muzijk- en teekenineester op
een tractement van f 300 , voor de helft door de Burgerlijke en voor de
wederhelft door de Hervormde gemeente te betalen , dat hij tot 1 Julij jl. bij
schikking van de helft, door de burgerlijke gemeente te betalen, ontving f 50
uit de stadskas en f 100 uit een, aan den heer Nassau verleend subsidie, doch
dat deze schikking bij liet aftreden van den heer Nassau als rector is komen te
vervallen, is besloten, dat, van af 1 Julij jl., de volle f 100 uit stadskas aan
den heer Meijboom zal werden verstrekt.' De beide functies blijken in 1851
dus nog steeds min of meer te zijn gekoppeld.
Op
21 mei 1858 schrijven de
kerkvoogden aan de kerkenraad dat organist Meyboom is overleden. De kerkvoogdij
wil voor hetzelfde honorarium van f 200,- per jaar graag een nieuwe organist
benoemen. Voorlopig is er vervanging gevonden.
Op
31 juli schrijven de kerkvoogden
aan de kerkenraad dat zes personen hebben gereageerd op de advertentie voor een
nieuwe organist. S. Meijer uit Groningen en A. van Roskam uit Amersfoort werden
ongeschikt geacht, gezien hun gedrag. De overige vier sollicitanten dienen een
vergelijkend examen af te leggen met als deskundige de organist Worp uit
Groningen. Kan de kerkenraad hiermee instemmen?
Onduidelijk
kladje van de kerkenraad over de
procedure van het vergelijkend examen en de reiskosten van de deelnemers.
Op
8 augustus verschijnt er
Op
10 augustus gaat een brief naar de
sollicitanten waarin wordt gemeld dat het vergelijkend examen zal plaatsvinden
op 8 september. Enige sollicitanten vroegen of er in Assen gelegenheid
was om muziekles te geven. Deze vraag kan niet worden beantwoord. Sollicitanten
dienen dit zelf uit te zoeken. Nodig is een bewijs van goed gedrag. Reis- en
verblijfkosten worden niet vergoed.
Op
4 september schrijft de
kerkvoogdij dat de volgende organisten meedoen aan het vergelijkend examen: J.H.
Obbes en L. Schenkel uit Assen, N. Hacken uit Appingedam, B. de Vries uit Goor,
A. van den Oyen?, J. Welmers? te Groningen.
Twee sollicitanten J. de Vries en
J.A. Heenen? hebben afgezegd. Het examen begint op woensdag 8 september om 10
uur en wordt afgenomen door de heer J. Worp uit Groningen. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (09-09-1858).
Van
28 oktober dateert een zo goed als
onleesbare brief van de kerkvoogdij aan de kerkenraad. Vermoedelijk gaat het
over de beloning van de organist gezien de genoemde bedragen van f 200,- en f
150,- (32)
1858-1898. Joan Francois Nicolaas Obbes. Deze organist was voor zijn
benoeming al muziekmeester te Assen.
In 1855 wordt de compositie Vals
Brillante voor piano van Obbes besproken. Zie Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 12, 1855, no 8,
15-04-1855
Op 25 mei 1858
verzoekt hij benoemd te worden als
organist bij de Nederlandse Hervormde gemeente Assen. Op 13 september 1858 zijn er negen
sollicitanten en Obbes wordt die dag benoemd voor één jaar voor een salaris van f 200, -
per jaar.
In september 1859
wordt de éénjarige aanstelling met een jaar verlengd. De
officiele brief dateert van 6
oktober 1859.
In oktober 1860
volgt zijn definitieve aanstelling voor een salaris van f 200,- per jaar. (32)
Obbes overlijdt op 18 december 1898 op 73-jarige leeftijd.
Zie
Provinciale Drentsche en Asser courant (20-12-1898),
(22-12-1898),
Het Orgel (1899-11 januari).
Obbes wordt regelmatig genoemd in kranten en tijdschriften.
Hij werkt mee aan
een bijeenkomst van onderwijzers in Assen voor de verbetering van het
schoolgezang. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (18-09-1862).
Hij geeft orgelles en adverteert dat hij nog lesuren beschikbaar heeft. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (06-09-1886).
In een uitgave van Nederlandse orgelmuziek van Cor. Immig staan van Obbes een
drietal orgelcomposities. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant 27-10-1890,
Het Orgel (november 1890).
In het Tijdschrift
Het Orgel 1894/04 stelt hij
een vraag omtrent het tempo van de gemeentezang. 'VRAGENBUS. Daar de een zegt:
Hat koraal wordt te langzaam gezongen, de andere weder te snel, zoo zou ik
gaarne weten welk tempo in het algemeen voor het juist wordt gehouden. daarom de
vraag: Hoelang de duur van een toon van een Lof- of Bedezang ten naastebij zou
moeten zijn volgens Maelzel's Metronome?'
De kerkvoogdij plaatst
advertenties na zijn overlijden voor een nieuwe organist in het tijdschrift
Het Orgel en in de Provinciale Drentsche en Asser courant. Na een
tweede oproep melden zich tien sollicitanten, waarvan acht meedoen aan een
vergelijkend examen. Drie deelnemers zijn blind. Een aantal gemeentelden pleit
in een ingezonden brief voor het aanstellen van een blinde organist. 'Wanneer de
muzikale bekwaamheden van een dezer ongelukkigen niet al te zeer onderdoen voor
die van de andere sollicitanten, zou door de benoeming van een blinde tot
organist tevens een daad van ware menschenliefde worden verricht.' Benoemnd
wordt N. Schallenberg uit Groningen. Zie Het Orgel (1899-02 april),
Provinciale Drentsche en Asser courant (03-04-1899),
(27-04-1899), (15-05-1899),Provinciale Drentsche en Asser courant
(16-05-1899), (21-06-1899),
(22-06-1899)
1899-1901 J. Schallenberg
Schallenberg wordt dirigent
van het Assen's Mannenkoor. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (06-02-1900).
Op 25
januari 1901 schrijft de kerkvoogdij aan de kerkenraad dat dhr. Schallenberg
per 1 april is benoemd als organist in Harderwijk. Voorgesteld wordt om de
bespeling van het orgel toe te wijzen aan de heer Tadema totdat er een definitieve
keuze is gemaakt. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant
28-01-1901,
12-04-1901
1901-1911. Z. Tadema. Bij zijn benoeming in 1901 bedraagt het salaris f. 350,-.
Zie
Provinciale Drentsche en Asser courant (10-04-1901),
(20-07-1901).
In 1906 wordt Tadema lid van de Nederlandse organisten Vereniging. Zie Het
Orgel (1906
januari).
Hij schrijft regelmatig een artikel in Het Orgel. Onder andere over
de in Assen heersende gebruiken tijdens de kerkdienst. Ook schrijft hij over de
ingebruikname van het orgel in de Gereformeerde kerk te Hoogeveen. Hij vermelte de brand in het torentje van
de Hervormde kerk te Assen in 1910.
Hij vertrekt in 1911 naar Nederlands Oost Indië.
Zie
Het Orgel (1910 december),
Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (25-03-1911).
Op 2
december schrijft de kerkvoogdij aan de kerkenraad dat Tadema per 1 april
1911 eervol ontslag heeft aangevraagd vanwege zijn vertrek uit Assen. Kan de
kerkenraad dit verlenen? (22)
1911-1922. F. H. E. Bicknese. Hij wordt op1 april 1911 benoemd.
Hij is sinds 1895 kapelmeester der Stafmuziek te Assen. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (10-03-1911).
Uit een verhuisbericht in de Provinciale
Drentsche en Asser courant (12-05-1920)
blijkt dat hij les geeft in piano, orgel, compositie en instrumentatieleer.
Per 1 april 1922
bedankt hij als organist en wordt hem eervol ontslag verleend. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (16-03-1922),
(17-03-1922).
1922-1946. L. van Aalst. Hij is al assistent organist sinds
1918. Hij woont in Groningen en laat zich regelmatig vervangen door zijn broer.
Uit een krantenbericht in 1956 over zijn 25-jarig jubileum is af te leiden
dat hij districtsinspecteur was bij de Eerste Nederlandse. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant 14-02-1956
In de jaren twintig worden een aantal 'wijdingsavonden' gehouden. Van Aalst werk
daar regelmatig aan mee. Provinciale
Drentsche en Asser courant (11-04-1927).
In 1946 bedankt hij als organist. (51) Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (04-02-1946).
1946-1953. De broer van L. van Aalst, J. H. van Aalst wordt organist. Hij wordt gekozen uit vijf sollicitanten. In 1953 bedankt hij als organist (52) . Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (11-04-1953).
1953-1967. L. B. Jan Lensink wordt benoemd als organist. Zie Het Orgel
(1953/11) 156.
Hij was eerst organist te Apeldoorn
en zal daar kennis hebben gemaakt met de firma Koch, die daar waren gevestigd.
Vlak na zijn komst naar Assen houdt Lensink een voordracht over de psalmen
en hun melodieën. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (09-11-1953).
In een advertentie biedt hij lessen aan: 'L.B. Jan Lensink Gedipl. organist,
piano-, theorie-, en muziekleeraar, organist der grote kerk, koordirectie,
oratoria. Br. onder nr. 5936 bur. dezes.' Zie Provinciale Drentsche en Asser courant
(26-02-1954).
In 1954
wordt hij uitgenodigd een concert te geven in de Martinikerk van Groningen in de
serie Groninger Avondtmusycken. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant
(03-08-1954).
In 1958 wordt
Lensink dirigent van het Christelijke Oratorium Vereniging van Assen als
opvolger van Johan van Meurs. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant, 01-10-1958
Lensink maakt een plan om het orgel regoreus on te bouwen. Toen het niet lukte vertrok hij naar Eibergen. (53)
1968- 198x Klaas Munniks wordt benoemd als organist. Er
wordt een advertentie geplaats in het tijdschrift Het Orgel. Zie
Het Orgel oktober 1967
198x - 2025 Johan Gerkes
2025 - heden Wietse Meinardi
Bronvermelding:
Bijlagen.
Bijlage 1. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 267 bijlagen 1847, 1848
De Edele Her J. H. Smit, president kerkvoogd bij de Hervormde te Assen.
WelEdele Heer!
Ten gevolge uwedele verzoek in dato den 18 April deses jaars de staat de orgels in de hervormde kerk te Assen onderzocht hebbende, heb ik de Eer hier onder te laten volgen eene opgave der noodzakelijkst te herstellen gebreken met bijvoeging der werkzaamheden die tot herstel dier defecten zullen moeten worden verrigt.
Ten 1sten. Is het orgel zoodanig van stof voorzien dat de aanspraak van het pijpwerk daardoor zeer belemmerd wordt, dewijl de stof zich in de ondereinden der pijpvoeten en benedenlabiums heeft vastgezet. Men zal om zulks te herstellen al het pijpwerk van de windlade en uit het orgel nemen, dezelve in- en uitwendig van de stof zuiveren en de windlade en alle overige deelen des orgels zoo mede de orgelkast van alle stof ontdoen.
2den. De grootste metalen binnenstaande labiaalpijpen zijn gedeeltelijk verzakt vooral die van de Bourdon 16 voet. Waarom men die pijpen na de schoonmaking weder in rechte positie zal brengen, en waar zulks ten dien einde nodig is de voeten van de Corporas afnemen en na de nodige reparatie weder aansoudeeren, en tevens alle de aan de beneden einden te zwakke pijpen op eene doelmaige wijze versterken, de ingedeukte en beschadigde pijpen zullen op vormen worden opgerond, en de inscheuringen van sommige pijpen aan de boveneinden worden gesoudeerd en daarna de grootste derzelve van boven met stemkleppen worden voorzien opdat dezelve op den duur van boven onbeschadigd blijven. Mede zal men ten einde toekomstige verzakking of doorbuiging te voorkomen bij de groten der metalen Bourdon pijpen aanhenglatten aanbrengen, waaraan die pijpen door middel van ooren om pennen sluitende bevestigd worden.
3den. Veele der in het front staande pijpen zijn aan de beneden einden ook doorgezakt waardoor de corporas van boven ook zijn omgebogen. Hetwelk ook zal worden hersteld door teregtzetting en afneming der voeten met aanzetting van dikkere beneden einden waar zulks nodig is, terwijl verder langs de agterzijde van die voeten, staven van stevig Pijpenmetaal zullen wordn gesoudeerd. De lange conducten tot deze frontpijpen behorende, uit gebrek aan steunsels doorhangende en loslaten-de, zullen bij hunne lekkaadjen weder worden aangelijmd en door aan te brengen scheeringen of steunsels voor doorzakkken worden behoed.
4den. Ook de grote Trompet corporas zijn zakkende en van onderen ingeknepen. Deze zullen van nieuwe steviger beneden einden uit goed pijpmetaal vervaardigd worden voorzien.
5den. Twee der blaasbalgen zijn in 1838 aan de agtereinden in nieuw lederwerk gezet, de derde heeft daaraan ook behoefte. En zal alzoo van nieuwe lederen sluitstukken, hoeken en harten worden voorzien, terwijl de overige lekkaadjen aan alle blaasbalgen enz. ook zullen worden digt gemaakt. Na de behandeling aan de onderscheidene deelen van al het bovenvermelde en de herziening van eenige hier niet genoemde kleine gebreken zal het pijpwerk wederom in het orgel worden geplaatst en ieder stem na zijne vatbaarheid worden geintoneerd en vervolgens het geheele orgel in goede stemming worden gebragt.
De kosten van bovenstaande werkzaamheden met de bijlevering der daartoe benodigde materialen en in inbegrip van kostgelden, reiskosten en transportkosten van goederen zullen bedragen eene som van Tweehonderd en vijftien Gulden, Ned. Courant. Terwijl tot eenge adsistentie en windgeving door het kerkbestuur wordt geleverd een handlanger of blaasbalgtrapper. Niet twijfelende of dit een en ander zal voldoende zijn om aan UwEdele verlangen te beantwoorden, heb ik de eer na aanbeveling te zijn Uw Ed. Dw. Dienaar G. W. Lohman. Groningen den 6den Mey 1840.
Bijlage 2. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 267 bijlagen 1847, 1848
Ingevolge de voorlopige bepaling tussen den voorzittenden kerkvoogd en den tweeden
ondergetee-kenden is overeen gekomen dat de tweede ondergeteekende aanneemt het orgel uit
de tegenwoordige in de nieuwe kerk der Hervormden te Assen over te plaatsen, behoorlijk
schoongemaakt, en zoo veel noodig, hersteld en vernieuwd ent orgel, in gangbaren
staat op te leveren half Maart aanstaande;dat hij er tevens de noodige ornamenten enz. zal
bijvoegen, die t in harmonie brengen met zijne nieuwe standplaats en tegelijk
aanbrengen, t schilderen, vernissen, vergulden, verzilveren en verfoeliën, enz
t geen naar den eisch van t werk gevorderd wordt, an t geheel uiterlijk,
als nieuw en sierlijkte doen voorkomen. Dat voor dit alles te zamen door d eerst
ondergeteekende, kerkvoogden der hervorm-den te Assen aan den tweeden ondergeteekenden,
den Heer P. van Oeckelen, te Groningen, zal worden betaald een som van drie honderd
vijftig gulden, zonder meer t zij voor overbou of iets anders van welken aard ook.
Dat die som ineens zal worden voldaan, onmiddelijk na den afloop van t wer, de
opneming en goedkeuring. Assen den 19 January 1848. Kerkvoogden der Hervormde Gemeente te
Assen. [w. g. ] L. Oldenhuis Gratama, P. van Oeckelen, orgelmaker.
Nassau.
Bijlage 3. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 270 bijlagen 1849-1853
RAD. AHKA. Bijlagen Not. Kerkvoogdij. Nr. 46a. 1853.
Groningen 27 September 1853.
Wel Edele Achtbare heer!
In antwoord op UWEd Achtbr laatste van den 23 dezer, heb ik de eer UWEd. Achtbr. te berigten, dat ik heb berekend, wat een tweede Klavier met bijvoeging van een vierde blaasbalg voor het Orgel in de Groote Hervormde Kerk te Assen zoude moeten kosten en bevonden, dat deze vernieuwing ingevolge bijgaande nota, met het leveren van alles wat daartoe wordt vereischt, zoude komen duizend en twintig Gulden, echter indien de Dulciaan 8 voet niet wordt geplaatst alsdan op achthonderd en zeventig Gulden. In deze nota zal UWEd. Achtbr. in het kort de voornaamste punten zien aangestipt, van welke deelen, wanneer zulks mogt worden verlangd ik een breedere en omslagtigen omschrijving zal opmaken en van UWEd. Achtbr. doen toekomen. Hiermede hoop ik UWEd. Achtbr. verlangen te hebben voldaan, terwijl ik met een waar gevoel van hoogachting de eer heb te zijn UWEd. Achtbr. DW. Dienaar,
[w. g. P. van Oeckelen].
Nota van eene vernieuwing of vergrooting van het Kerkorgel in de Groote Hervormde Kerk te Assen.
Art. 1. Bij het thans aanwezige Orgel zal worden bijgevoegd een tweede Klavier of boven-manuaal hetwelk door een gehalveerde trekkoppeling met het onder-manuaal kan worden verbonden.
Art. 2. Een nieuwe windlade, waarop komen te staan de navolgende stemmen:
| 1. Holfluit 8 voet | twee octaven gedekt. |
| 2. Nachthoorn4 voet | |
| 3. Fluit 4 voet | |
| 4. Fiola di Gamba 8 voet | vanaf groot F, de vijf laagste toonen te ontleenen uit de Holfluit. |
| 5. Fluit 2 voet | |
| 6. Dulciaan 8 voet |
Art. 3. Een nieuwe blaasbalg bij de drie aanwezigen bij te plaatsen, in grootte en inhoud aan dezen
gelijk, verders kanalen, afsluiting enz.
Art. 4. Voor de Viola di Gamba in het hoofd-manuaal te plaatsen Prestant 16 voet, Discant.
Art. 5 . De aanwezige welraam met de mechanica geheel te vernieuwen, ten einde de speelaard te verbeteren.
art. 6. De frontpijpen van nieuws afslijpen of polijsten.
Idem. no 46d. Weledelgestrenge Heer!
Volgens afspraak heb ik de eer UWelEdelGestrenge nog op te geven verbeteringen welke er noodwendig, wanneer de vergrooting van het Kerkorgel mogt tot stand komen, aan de dispositie van het aanwezige te bewerkstelligen en wel voor de Viola di Gamba welke moet vervallen te plaatsen Prestant 16 voet, Discant. En voor de Flageolet 1 voet, een Salicionaal 8 voet waarvan het Groot octaaf kan gevonden worden uit de aanwezige Viola di Gamba, en eindelijk de gehele Bas van de aanwezige Trompet te vernieuwen naar een beter stelsel van tongen, l epels en Mensuur. Deze verbeteringen en vernieuwing worden door mij begroot op een som van f. 250, --. Met een waar gevoel van hoogachting ben ik WelEdelGestrenge Heer UWEDelGest. Dienaar van Oeckelen. Assen den 24 November
1853
Bijlage 4. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 270 bijlagen 1849-1853
RAD. AHKA. Bijlagen Not. Kerkvoogdij 1853. No 46.
Bestek en Conditien weegens eene vergrooting, Vernieuwing en Verandering aan het Orgel
in de Hervormde Kerk te Assen.
Bestek en Conditien waarnaar het Collegie van Heeren Kerkvoogden der Hervormde Gemeente
te Assen, voornemens is, uit te besteden het vervaardigen en plaatsen van een geheel nieuw
tweede Manuaal bij het thans aanwezige Orgel in de Kerk van gemelde Gemeente. - En tevens
eene gedeeltelijke vernieuwing en verandering in de Dispositie van het bestaande Orgel.
Art. 1. Windlade en derzelver Maaksel.
Tot dit bij te voegene boven-Manuaal zal eene Sleepwindlade, verdeeld in 54 Cansellen
of windkamers van Groot C tot en met drie gestreepte f, in grootte, oppervlakte en inhoud
geëvenredigd aan de grootte en hoeveelheid van de stemmen, welke erop zullen komen te
staan, vervaardigd worden. Deze windlade, welke in twee deelen vervaardigd en door
koppelstokken aan elkanderen verbonden wordt, zal met deszelfs pijpstokken, roosters of
pijpstoelen, sleepen, ventielen enz. van best droog wagenschot worden gemaakt, aan den
onderkant van de windlade en de windkast, waar de ventielen tegen aan drukken, zal met
best mediaan papier worden bekleed, terwijl de ventielen met zachte strooken leder
belederd en van achteren los in hunne stiften moeten worden gelegd, om ten allen tijde
naar verkiezing dezelve er te kunnen uitnemen, en zullende de pijpstokken met stevige
koperen schroeven op de windlade worden bevestigd.
Art. 2. Over het Pijpwerk.
Op de hiervoren omschreven windlade zullen worden geplaatst:
| 1. Holfluit 8 voet | twee octaven gedekt, de volgende opene, wijd van mensuur, groot octaaf wagenschot. |
| 2. Nachthoorn 4 voet | |
| 3. Fluit 4 voet | |
| 4. Viola di Gamba 8 voet | vanaf Groot F, de vijf laagste toonen te ontleenen uit de Holfluit |
| 5. Fluit 2 voet | |
| 6. Dulciaan 8 voet | gehalveerd |
Art. 3.
In de dispositie van het aanwezige Orgel zullen worden veranderd en vernieuwd de
volgende stemmen:
1. Voor de Viola di Gamba 8 voet, te plaatsen Prestant 16 voet discant.
2. Voor Flageolet 1 voet een Salicionaal 8 voet, waarvan het Groot octaaf kan worden
gevonden uit de aanwezige houten pijpen van de Viol di Gamba.
3. Een geheel nieuwe Trompet in de bas naar een beter mensuur van lepels, stevels en
corporas, de discant zoo veel mogelijk naar die van de bas te intoneren.
De spetie tot de pijpen op beide windladen, welke in gemelde dispositie niet van hout
zijn opgegeven, zullen uit een mengsel van één derde tin en twee derde lood bestaan. De
houten pijpen zullen geploegd en met houten nagels in elkander worden gemaakt en van
binnen met roodbolis en lijm worden uitgevoerd, in de voorslagen met leder en koperen
schroeven worden vastgelegd om ten allen tijde de intonatie te kunnen regelen. Al het
bestaande pijpwerk zal zoo geregeld en ruim op de windlade worden geplaatst, dat geene den
anderen in de uitspraak hinderlijk zij en men op eene gemakkelijke wijze bij iedere pijp
kan komen, om te stemmen, terwijl de grootste opene labiaalpijpen van stemlappen zullen
worden voorzien, welke boven in ieder dier pijpen zal moeten worden gesoldeerd. De
mondstukken en tongen van de Trompet 8 voet en van Dulciaan 8 voet, zullen van best
geslagen geel koper zijn; de grootste mondstukken dezer beide stemmen zullen met tinnen
platen, met leder bevoederd, worden belegd; terwijl de stemkrukken ter bekwamer dikte van
geel koperdraad zal genoemen worden.
Art. 4. Blaasbalgen.
De blaasbalg, welke er hoofde van een tweede Orgel of Clavier, moet worden bijgemaakt,
ten einde genoegzame voorrad van wind te erlangen, zal van gelijke grootte en inhoud
worden gemaakt als de thans aanwezigen, van best droog wagenschot; de fundament- en
bovenbalk, zal mede van eikenhout moeten zijn ter hoogte van elf duim, de laatste bij
wijze van een raam suffisant op het bovenblad worden bevestigd met lijm en houten nagels.
De valten of vouwen zullen uit eene breedte van 13 streeps wagenschot worden genomen van
binnen zoo wel als de bladen der balgen met lijm en roodbolis worden uitgevoerd. De onder-
en bovenvalten worden van binnen zoo wel als van buiten en op de bladen, met wit leder
verbonden, waarna dezelve vervolgens weder met leder worden voorzien, terwijl de broeken
of zwikkels van daartoe geschikt leder genoemen zullen worden. Deze balg zal omkleed
worden met randen van 13 streeps wagenschot, welke met houten nagels zullen worden
bevestigd, ten einde muizen enz. van dezelve af te sluiten. De vang-ventielen zullen op
ramen gelegd en met koperen schroeven onder tegen de balg worden bevestigd, om derzelve
naar verkiezing er onder weg te kunnen nemen.
Art. 5.
Het ribbenhout benoodigd voor de vergrooting der blaasbalgenkast, alsmede de omkleeding
derzelve, kan van best vuren hout genoemen worden, met uitzondering van de treeder en
ligter, welke eerste van eene bekwame dikte van greenen en de laatste van taai eiken hout
moet worden vervaardigd.
Art. 6. Van de Windkanalen.
De windkanalen tot dit bovenmanuaal en de afsluiting van hetzelve zullen van best droog
wagenschot genomen worden, van binnen met roodbolis en lijm uitgevoerd en met houten
nagels en lijm tezamen worden gevoegd, zullende dit Kanaal onmiddelijk worden geleid uit
het reeds bestaande Hoofdkanaal naar de Boven manuaals lade.
Art. 7. Van de Clavieren.
Het handclavier voor het nieuwe bovenmanuaal zal verdeeld zijn in 54 claven of toetsen,
loopende van Groot C tot en met f (3) en worden vervaardigd van droog regtdradig
wagenschot de platte of benedentoetsen met best wit ijvoor belegd en de verhevene of
boventoetsen van masief ebben hout worden gemaakt, onder deze rei Clavieren zullen zachte
kussens worden aangebragt, de toetsen zonder te knellen, zullen sluiten tusschen hunne
stiften, de gaten, waardoor de drukkers gaan juist van wijdte zijn om zoo veel mogelijk
eene gemeakkelijke bespeeling te bevorderen. Het Clavierraam zal van wagenschot worden
vervaardigd en voor zoo verre hetzelve in het gezigt komt, met de voorzetplank van
sierlijk mahoniehout worden voorzien. Om de beide hand Clavieren te gelijk te kunnen
gebruiken, zal eene trek-koppeling worden aangebragt en wel zoo ingerigt, dat dezelve
onder het bespeelen zonder eenige hinder kan aan- of afgezet worden, zullende deze
koppeling in de Bas en Discant gescheiden en bij gevolg gehalveerd zijn.
Art. 8. Van de Mechanica in het algemeen.
Het tegenwoordige welraam zaal door een geheel nieuwe en meer doelmatige worden
vervangen, verder zullen de tot het mechanieke werk vereischte wordende welraam, welborden
met hunne dokken en armen, even als het Registratuur, Welatuur, Koppelstokken, claviatuur,
Winkelhaakstukken met hunne lijsten, enz. en al het houtwerk, hetwelk tot de Mechanica
behoort van best droog wagenschot vervaardigd worden, met uitzondering van alle abstracten
en drukkers, welke van taai regtdradig Rigas greenen hout zullen worden gemaakt.
Alle de armen, winkelhaken, wippen, enz. tot het registratuur benoodigd, zullen van taai
ijzer worden gesmeed en met menie ter wering van roest worden aangestreken. Al het
draadwerk, hetwelk tot de mechanica als ook tot al dat gene, hetwelk voor het overige
Orgelwerk moet gebruikt worden, zal van best geel koperdraad worden genomen.
Art. 9. Van de Registers.
De Registerknoppen van het nieuwe Bovenmanuaal, als ook die van het aanwezige
Hoofdmanuaal, zullen van zwart ebben-hout naar een sierlijk model worden gedraaid en in
eene behoorlijke orde boven en bezijden het Clavier worden verdeeld, terwijl de benaming
van ieder met nette verguldene letters op daartoe gepaste plaatjes boven dezelve gesteld
zullen worden.
Art. 10.
De Frontpijpen of Gezigtspijpen, zullen er uit genomen en van nieuws worden geslepen of
gepolijst en de labiums deszelve worden verguld.
Art. 11.
Alle materialen welke verder tot het binnenwerk van het bovengenoemde Orgel benoodigd
zijn en te veel om te specificeeren, zullen door den Aannemer ter goeder touw, ten
genoegen der Heeren Uitbesteders geleverd en de bewerking daarvan op de naauwkeurigste
wijze verrigt worden.
Art. 12.
Na alle pijpen op hunne windladen regtstandig en sluitend in hunne stoelen te hebben
gezet, en na de grootste, welke niet geschikt op zich zelve kunnen staan, met
aangesoldeerde oogen aan latten of regels met koperen pennen te hebben vastgehangen, zal
men tot de intonatie derzelve kunnen overgaan. Na iedere stem dan naar zijn aard te hebben
geintoneerd en alle van eene vlugge en grondige aanspraak te hebben voorzien, zal het
gheele pijpwerk in Orchesttoon in de gelijkzwevende temperatuur in eene goede harmonie
worden gestemd. Na het Orgel volgens het hierboven beschreven bestek te hebben voltooid,
kan hetzelve ter examinatie aan deskundigen door de WelEdele Achtbare Heeren Kerkvoogden,
daartoe te benoemen, worden aangeboden.
Art. 13.
De Aannemer zal zijne bedongene gelden ontvangen in twee gedeelten, te weten: Het
eerste gedeelte, als de windlade, blaasbalg, clavier en kanalen op hunne plaats zijn
gelegd en al het geen wat tot de Mechanica behoort in gereedheid zal zijn. Het tweede of
laatste gedeelte, als het geheele Orgel is afgewerkt en door onpartijdigen deskundige Orgelkenners zal zijn goedgekeurd.
Art. 14.
Voor rekening van den Aannemer blijven alle kosten van transport, verblijf- en
kostgelden, welke er gedurende het opzetten en afwerken van dit Orgel zal worden
vereischt, terwijl Heeren Uitbesteeders zich verpligten met het aanwijzen en gebruikbaar
stellen van een geschikt locaal tot berg- en werkplaats voor den Aannemer.
Art. 15.
De Aannemer zal moeten zorgen, dat het Orgel binnen den tijd van één jaar na den dag
der aanbesteding, of in den loop van het jaar 1800 vier en vijftig geheel zal zijn
afgewerkt.
Aanvulling 1.
Kerkvoogden de Hervormden te Assen, uitbesteeders ter eenre en Petrus van Oeckelen, de
orgelmaker te Groningen, aannemer ter andere zijde bekennen en verklaren op het
vorenstaande bestek en de vorenstaande conditien het werk daarin omschrven
respectievelijkte hebben uitbesteed en aangnomen voor een somma van Twaalf honderd gulden
(f. 1200, -) wordende hier tot aanvulling van het bestek aangeteekend:
1e dat alle materialen zonder uitzondering door den aannemer moeten worden geleverd,
strekkende dit tot opheldering van art. 11. en
2e dat alles gereed zal zijn vóór den eersten Novbr 1854 en dat het orgel niet langer
dan zes weken zal stilstaan. Gedaan te Assen heden den 16 December 1800 drie en vijftig.
De aannmer [w. g. ]P. van Oeckelen Kerkvoogden po [w. g. ]G. Sluis van hunnentwege W. Alingh
Aanvulling 2.
Kerkvoogden der Hervormden te Assen uitbesteeders ter eenre en Petrus van Oeckelen,
orgelmaker te Groningen, aannemer, ter andere zijde bekennen en verklaren op het
vorensdtaande bestek en conditien navolgende wijziging te hebben gemaakt:
1e de fluit 4 voet zich bevindende in het aanwezige orgel moet worden veranderd in eene
gedekte quint 3 voet.
2e de dispositie van de registers op de nieuwe windlade zal zijn als volgt
| 1e Holpijp 8 voet | |
| 2e Hol(pijp)* 8 voet | te beginnen met klein G. |
| 3e Viola di Gamba 8 voet | te beginnen met Groot F, de onderste toonen sprekende uit de Holpijp. |
| 4e Nachthoorn 4 voet | |
| 5e Gedekte fluit 4 voet | |
| 6e Fluit 2 voet | |
| 7e Flageolet 1 voet | deze van de thans aanwezige windlade op de nieuwe over te plaatsen. |
| 8e Dulciaan 8 voet |
* De doorhaling van het woord pijp en inde plaatsstelling van fluit goedgekeurd. G. S. /W. A. /P. v. O.
Gedaan te Assen heden den 1800 Viert vijftig
De aannemer [w. g. ] P. van Oeckelen Kerkvoogden po [w. g. ] G. Sluis van Hunnentwegen W. Alingh.
Aanvulling 3.
Kerkvoogden de hervormden te Assen, uitbesteeders ter eenre en Petrus van oeckelen te
Groningen, aannemer ter andere zijde bekennen en verklaren het termijn van oplevering te
hebben verlengd tot den eerste february 1800 Vijf en vijftig, zullende de aannemer waartoe
hij zich door onderteekening dezes verpligt, zich voor iedere week na werkens na 1
february 1855 zich op de aannemingssom laten korten eene somma van (vijf en twintig) *
gulden. Assen den 15 December 1854.
* De doorhaling van vijfentwintig en inde plaatssteling van tien goedgekeurd. G. S. /W.
A. /P. v. O.
De aannemer [w. g. ] P. v. Oeckelen Kerkvoogden po [w. g. ] G. Sluis van Hunnentwegen W. Alingh.
Bijlage 5. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 272-275. Kwitanties over die jaren.
Groningen 27 juli 1894.
WelEdele Heer!
Doordat ik een paar dagen uit de stad was, kon ik niet eerder antwoorden op Uwe letteren van 22 dezer. Ik heb van Oeckelen gesproken, die mij verklaarde, dat door eene reparatie aan het orgel in de Herv. Kerk te Assen dit orgel wel beter, doch nimmer mooi zou kunnen worden. Uwe meening, dat men voor 3 à 4 duizend gulden wel een orgel kan krijgen, groot en krachtig genoeg voor Uwe kerk, is juist. Van 1875 tot 91 was ik organist in de Herv. kerk te Sappemeer op een orgel, door van Oeckelen gemaakt, dat de volgende dispositie had: Twee klavieren. Aangehangen pedaal.
| Hoofdmanuaal. | Bovenmanuaal. | ||
| 1. Prestant | 8 voet | 1. Prestant | 8 voet |
| 2. Bourdon | 16 ' | 2. Violoncello | 16 ' disc |
| 3. Violon | 16 ' disc. | 3. Viola di Gamba | 8 ' |
| 4. Roerfluit | 8 ' | 4. Holpijp | 8 ' |
| 5. Octaaf | 4 ' | 5. Speelfluit | 4 ' |
| 6. Quint | 3 ' | 6. Woudfluit | 2 ' |
| 7. Octaaf | 2 ' | 7. Clarinet | 8 ' |
| 8. Mixtuur | 3-5 sterk | ||
| 9. Trompet | 8 voet |
Stomme registers: Afsluitingen, koppeling, windlosser.
Ik heb altijd met het meeste genoegen dit orgel bespeeld en nooit een beter orgel gewenscht. t Heeft nog geen f. 4000, -- gekost en is zeer zeker krachtig genoeg voor Uwe kerk. Voor Sappemeer was het zelfs wat al te krachtig. t Eenige waar ik nog naar wenschte was een vrij pedaal en ik zou dat ook wel gekregen hebben, wanneer er ruimte geweest ware om het te plaatsen. Nu heeft van O. mij gezegd, dat hij U een dergelijk orgel wilde leveren voor den prijs te Sappemeer betaald en dat hij daarbij een vrij pedaal zou kunnen leveren in ruil voor het oude orgel. Uwen broeder heb ik gesproken en hem de dispositie gegeven van het orgel in de Remonstrantsche kerk. Dit is duurder dan de door U aangegeven som, maar behalve het vrij pedaal, vind ik het niet mooier dan dat te Sappemeer. Buiten van Oeckelen kan ik U nog de namen van de volgende orgelmakers geven: Timmenga en Bakker, Leeuwarden, Bätz en Co, Utrecht. Maarschalkerweerd, Utrecht, van Dam en Zonen, Leeuwarden, Adema, Amsterdam. Nu kan men zich wel tot die heeren wenden, maar ik ben overtuigd, dat niemand beter en goedkoper werk zal leveren, dan van Oeckelen te Harenermolen. Een paar teekeningen van orgelfronten zou ik U wel kunnen leveren, maar t zou de vraag zijn of die voor Uwe kerk te gebruiken waren. Buitendien is het gewoonte, dat de orgelmaker eenige teekeningen van orgelfronten voorlegt, waaruit hij dan eene keuze laat doen. Meenende, hiermede aan Uw \verzoek voldaan te hebben,
ben ik, hoogachtend Uw diesntw. dien. [w. g. ] H. P. Steenhuis, die gaarne bereid is, zoo gewenscht, meerdere inlichtingen te verstrekken.
Onderaan geschreven: Den WelEd. Heer J. Doornbos, Assen. bovenaan de volgende blz. : Kan bovenmanuaal niet in crescendokast en Voix Celeste 8 v. en Flute Harmonique 4 v. bijgevoegd worden? De nummers voor de dispositieregisters zijn met potlood bijgeschreven; achter Violoncello (dsic) 16 voet een vraagteken.
RAD. AHKA. Bijlagen Not. Kerkvoogdij.
Bestek en Conditiën voor de vervaardiging van een nieuw Orgel met twee Klavieren en vrij Pedaal in de Nederduitsche Hervormde Kerk te Assen.
Bestek en Conditiën voor de vervaardiging van een nieuw Orgel, in de hervormde Kerk te Assen, in de Hervormde Kerk te Assen, naar hetwelk genoemd werk zal worden gemaakt en geleverd door L. van Dam en Zonen Orgelfabriekanten te Leeuwrden.
Het Orgel zal uit de volgende Hoofddeelen bestaan.
1. Een Hoofdmanuaal of Onderklavier, 56 toetsen, C - g.
2. Een Tweede Manuaal of Bovenklavier, ' ' '
3. Een vrij Pedaal of Voetklavier, 27 toetsen, van C - d.
4. Een drieledig Windtoestel naar nieuwe constructie.
5. De volgende Dispositie van Stemmen en Werktuigelijke Registers.
Stemmen voor het Hoofdmanuaal.
| 1. Prestant 8 voet | van Engelsch tin, gepolijst in het front. |
| 2. Bourdon 16 ' | metaal, de 18 grootste pijpen hout. |
| 3. Violon 8' | |
| 4. Roerfluit 8' | |
| 5. Fluit travers 8' | |
| 6. Octaaf 4' | |
| 7. Nachthoorn 4' | |
| 8. Quint 3' | |
| 9. Octaaf 2' | |
| 10. Mixtuur uit 4' 3 à 4 sterk | |
| 11. Trompet 8' | opslaand Tongwerk. |
Stemmen voor het Tweede Manuaal.
| 1. Prestant 8 voet | metaal, van groot C af. |
| 2. Viola di Gamba 8 ' | Engelsch tin |
| 3. Voix Celeste 8 ' | metaal |
| 4. Holpijp 8 ' | de grootste 8 pijpen van hout. |
| 5. Speelfluit 4 ' | |
| 6. Fluit harmonique 4 ' | |
| 7. Woudfluit 2 ' | |
| 8. Klarinet 8 ' | doorslaand Tongwerk. |
Stemmen voor het Pedaal.
| 1. Subbas 16 voet | van hout |
| 2. Octaaf 8 ' | metaal |
| 3. Gemshoorn 8 ' | |
| 4. Octaaf 4 ' | |
| 5. Bazuin 16 ' | opslaand Tongwerk. |
Werktuigelijke Registers.
1. Afsluiting voor het Hoofdmanuaal.
2. Afsluiting voor het tweede Manuaal.
3. Afsluiting voor het pedaal.
4. Klavierkoppeling.
5. Pedaalkoppeling.
6. Crescendo voor het bovenwerk.
7. Ventiel of Windlosser.
Beschrijving van de Materialen, Bewerking en Inrichting van het orgel, in de volgende artikelen vervat.
Artikel 1. De Orgelkast.
De kast van het Orgel, overeenkomstig de teekening gerekend van den bovenkant van het
oxaal of den Orgelzolder, zal van fijn Drams vurenhout en het lijstwerk derzelve van
spintvrij Rigas greenenhout worden gemaakt. De stijlen en het regelwerk, van
genoegzame dikte, zullen, met pen en gat in elkaar gewerkt, met houten nagels worden
opgesloten. De deuren en luiken, met losse paneelen vergaard en van goede sluitingen
voorzien, zullen zóódanig geregeld en verdeeld zijn, als tot onverhinderden toegang tot
het binnenwerk noodzakelijk is. De ronde bekleeding der kappen en al het lijstwerk der
kast zal zuiver geschaafd en gekarnist, met lijm worden samengesteld.
Artikel 2. Ornamentwerk.
Het ornament- of snijwerk, op de teekening afgebeeld, zal van fijn Rigas
greenenhout, zonder spint of kwasten, zuiver en diep worden gesneden. Aan de
onderscheidene partijen zal het hout in dikte evenredig zijn, om smaakvol en fraai te
kunnen worden bewerkt.
Artikel 3. De Windladen.
De windladen, met derzelver cancellen, slepen, dammen, pijproosters en ventielen,
moeten van 1ste kwaliteit zuiver uitgewerkt eiken-wagenschot en de pijp- of windstokken
van mahoniehout worden gemaakt. Zij zullen zóódanig accuraat berekend en verdeeld zijn,
dat iedere pijp, zoowel als alle registers tezamen, eenégalen vasten wind ontvangt,
hetwelk tot goede vrije uitspraak en gemakkelijke stmming wordt vereischt. Genoemde
windladen als hoofdbestanddeelen van het Orgel, zullen met de meeste nauwkeurigheid
bewerkt, in 56 cancellen verdeeld zijn. De speelventielen, dubbel belederd, zullen los in
hare pennen werken, om uitgenomen te kunnen worden. De pijp- of windstokken zullen, zuiver
geboord, afzonderlijk met koperen schroeven worden bevestigd. De ventielveeren, pulpeten,
geleipennen, enz. zullen van getrokken koperdraad zijn.
Artikel 4. De Blaasbalgen.
De drie blaasbalgen zulen berstaan uit een horizontaal - opgaande - of magazijnbalg, en
twee schepbalgen of aanvoerders, die door eene balans gemakkelijk in werking zullen worden
gebracht. DE blaasbalgen zullen overvloedig groot van inhoud, berkend zijn om naar den
eisch van het werk een vasten en genoegzame wind te kunnen leveren. De bladen derzelve,
met paneelen in ramen vergaard, en door houten nagels opgesloten, zullen van 1 en 3/4
duims Drams vurenhout gemaakt, met vaste veeren in elkaar worden geploegd en
gelijmd, zullen de vouwbladen van 1/2 duims eiken-wagenschot, uit ééne houtbreedte
worden genomen. De zuig- en uitvalventielen, van vereischte grootte, met koperen schroeven
bevestigd, moeten gemakkelijk ontbonden kunnen worden. De geheele in- en uitwendige
beleerring der blaasbalgen zal met wit schapenleder en Engelsch lijm geschieden en iedere
balg inwendig met eene sterke lijmverf worden aangestreken.
Artikel 5. De Kanalen.
De kanalen of windbuizen, van eiken-wagenschot in elkaar geploegd en gelijmd, moeten
van de blaasbalgen tot aan de windladen een ruimen inhoud hebben. In elke kanaalleiding
naar de onderscheidene windladen zal eene ventiel of klep tot afsluiting van den wind
worden aangebracht, die onder de bespeling kan worden geopend en afgesloten, zullende de
ventielen, en de luikjes voor dezelve, met koperen schroeven aan de kanalen worden
verbonden.
Artikel 6. De Handklavieren.
De handklavieren en derzelver ramen gemaakt van zacht en rechtdradig eiken-wagenschot,
zullen 56 toetsen accuraat verdeeld, strekking hebvben van groot C tot ne met
g. De platte toetsen zullen met dikke ivoren platen worden belegd, en de
verhevene- of semitoetsen van massief ebbenhout zijn. De lijsten en blokken, tot
omkleeding der klavierramen en het insluiting der toetsen dienende, zullen mede van zwart
ebbenhout worden gemaakt, en de bewerking van het geheel net en zuiver zijn. De
geleipennen der toetsen, en all het overige draadwerk der klaviatuur, zal koperdraad
wezen. Door eentrekkoppeling, die tijdens de bespeling gemakkelijk kan worden af- en
aangezet, zullen de beide handklavieren zich laten verbinden.
Artikel 7. Het Pedaal of Voetklavier.
Het voetklavier, in 24 toetsen verdeeld, strekking hebbende van groot C tot en met
d, zal van sterk eiken-wagenschot gemaakt zijn. De toetsen, door eene koppeling aan
het hoofdmanuaal te verbinden, zullen evenwel eigene veeren hebben, en van goede
bevoeringe worden voorzien. De schroeven en stiften van het pedaal moeten van koper zijn.
(De pedaaltoetsen moeten van koperen laven of bekleedsel worden voorzien). * De bijvoeging
der laatste zin goedgekeurd. N. M. -H. v. L. -L. van Dam Czn.
Artikel 8. De Abstractuur.
De welborden en ramen der abstractuur zullen van best, uitgewerkt eiken-wagenschot, de
wellen en abstracten van fijn, rechtdradig Rigas greenenhout zijn. De wellen,
achtkantif, en zuiver recht geschaafd, zullen koperen assen hebben, die sluitend moeten
werken in bevoerde koppen van eene vaste houtsoort. De abstracten, zuiver en égaal
bewerkt, en op gepaste afstanden van roosters voorzien, zullen met koperdraad worden
verbonden. De geheele verdeeling en inrichting dezer constructie zal, volgens mechanische
berekening, de doelmatigste werking en de minste wrijving hebben, mede tot de vereischte
gemakkelijke bespeeling van het Orgel noodzakelijk.
Artikel 9. Het Regeerwerk.
De registertrekkers, voorzien van zuiver gedraaide knoppen met porceleinen naamplaten,
zullen zoo kort mogelijk zijn, wèl verdeeld, en in volgorde gerangschikt, bij de
klavieren moeten plaats vinden. De wippen en het trekkerwerk, met koperen boutjes aan
elkaar verbonden, zullen van vast eiken-wagenschot;en de wellen, achtkantig geschaafd, van
spintvrij Rigas greenenhout worden gemaakt. De inrichting en werking der registers
zal doelmatig en gemakkelik zijn, en het daartoe benodigde ijzerwerk van best Zweeds ijzer
moeten wezen.
Artikel 10. Het houten Pijpwerk.
Het houten pijpwerk, in de Dispositie vermeld, zal van 3/4 en 1/2 duims
eiken-wagenschot worden gemaakt. De pijpen zullen uit eene houtlengte en breddte, zonder
aanstukking, in elkender geploegd en gelijmd, en in wendig aangeverfd zijn. De dempers,
met dubbel leder bevoerd, en de mond- of dekstukken met koperen nagels bevestigd, zullen
volkomen luchtdicht sluiten.
Artikel 11. Het metalen Pijpwerk.
De prstant- of frontpijpen zullen van zuiver Engelsch tin worden gemaakt, met
nietméér dan 1/10 lood vermengd ter voorkoming der kristallisatie. Zij zullen in de
hoofdtorens uitgedrevene labia hebben, en zuiver worden gepolijst. Het metaal der
binnenstaande pijpen zal bestaan uit 2/3 Spaansch lood en 1/3 Engelsch tin. Al het
pijpwerk zal uit stevige bladen worden bewerkt en gerond, net en sterk gesoldeerd zijn. De
onderscheidenen Stemmen zullen, ieder naar hare toonsoort, de juiste mesure, vorm en
constructie hebben. Elke stem zal, naar behoefte der intonatie van zijbaarden worden
voorzien. De opene stemmen zullen tot 1 voet vaste stemslissen hebben, tot duurzame en
soliede stemming noodzakelijk. Het gewicht der pijpen op toonslangte, per kilo berekend,
zal zijn als volgt:
voor open- of prestantpijpen, wijde mensuur:
| Kilo . | Kilo. | |||||
| C | 8 voet | 9 1/2 | c | 4 voet | 2 3/4 | |
| D | ' ' | 8 | d | ' ' | 2 | |
| E | ' ' | 6 3/4 | e | ' ' | 1 2/3 | |
| F (#) | ' ' | 5 1/4 | f (#) | ' ' | 1 1/2 | |
| G (#) | ' ' | 4 1/2 | g (#) | ' ' | 1 1/4 | |
| B | ' ' | 3 2/3 | b | ' ' | 1 |
Voor gedekte- of Fluitstemmen:
| Kilo. | Kilo. | Kilo. | ||||||||
| C | 8 voet | 5 1/2 | c | 4 voet | 1 1/2 | c | 2 voet 1/2 | |||
| D | ' ' | 4 3/4 | d | ' ' | 1 1/3 | d | ' ' 3/8 | |||
| E | ' ' | 3 1/2 | e | ' ' | 1 1/4 | e | ' ' 2/5 | |||
| F (#) | ' ' | 3 | f (#) | ' ' | 1 | f (#) | ' ' 2/7 | |||
| G (#) | ' ' | 2 1/2 | g (#) | ' ' | 4/5 | g (#) | ' ' 1/4 ( ) | |||
| B | ' ' | 1 1/4 | b | ' ' | 3/4 | b | ' ' 1/5 |
Voor Tongwerken; Trompet, wijde mesuur:
| Kilo. | Kilo. | Kilo. | ||||||||||
| C | 8 voet | 4 1/2 | c | 4 voet | 1 1/3 | c | 2 voet | 1/3 | ||||
| D | ' ' | 3 3/4 | d | ' ' | 1 | d | ' ' | 2/7 | ||||
| E | ' ' | 3 | e | ' ' | 3/4 | e | ' ' | 1/4 | ||||
| F (#) | ' ' | 2 1/2 | f (#) | ' ' | 3/5 | f (#) | ' ' | 2/9 | ||||
| G (#) | ' ' | 2 | g (#) | ' ' | 1/2 | g (#) | ' ' | 1/5 | ||||
| B | ' ' | 1 3/4 | b | ' ' | 2/5 | b | ' ' 1/10 |
De tusschenliggende toonen en kleinere pijpen naar het aangegeven gewicht te berekenen; terwijl voor de engere mesuren het gewicht evenredig wordt verminderd.
Artikel 12. Conductors of Windleiders.
DE conductors of windleiders, die tot het afgeleide pijpwerk worden vereischt, zullen vloeiend gebogen en sterk gesoldeerd, van geplet Spaansch lood gemaakt zijn, en de vereischte wijdte hebbn, tot vlugge en krachtige aanspraak der groote pijpen noodzakelijk.
Artikel 13. Intonatie der Labiaalstemmen.
De stemmen die tot het hoofdmanuaal behooren, moeten rond en krachtvol worden
geïntoneerd, terwijl die van het tweede Manuaal of bovenklavier ieder naar haar karakter,
matig sterk of zacht, maar vooral eene teedere en snijdende intonatie zullen hebben. Elke
stem op zichzelve zal, zoowel als het gheele werk tezamen, pikant moeten aanspreken.
Artikel 14. Constructie en Intonatie der Tongwerken.
De Tongwerken zullen, wat hunne constructie betreft, doorslaande en opslaande tongen
hebben, en de hozen en koppen van mahoniehout worden gemaakt. De mondstukken, van geslagen
geel koper, zullen in de bas bevoerd, en de tongen der beide basoctaven met koperen
schroeven worden bevestigd. Tot de overige deelen der constructie, als: tongen, platen,
stemkrukken, schroeven, enz., zal geplet en getrokken koper worden gebezigd. De
tongwerken, in derzelve karakter geïntoneerd zullen eene zuivere en vaardige aanspraak
hebben.
Artikel 15. Toonshoogte en Stemming.
De toonshoogte van het Orgel zal die van het ordinair orchest zijn, en de stemming van
het geheele werk naar een gelijkzwevende temperatuur zuiver worden volbracht.
Artikel 16. Materialen en Bewerking.
Tot de vervaardiging en samenstelling van het Orgel, in voorschrevene artikelen vervat,
zullen al de materialen van de beste en duurzaamste kwaliteit worden geleverd, en de
bewerking van alle hoofd- en onderdeelen net en zuiver zijn, terwijl bij de inrichting van
het werk voor genoegzaam ruimen aanleg zal worden gezorgd, om gereeden toegang tot de
onderscheiden binnendeelen te hebbn.
Artikel 17. Levering van het Werk.
Tot de vervaardiging en daarstelling van het Orgel is gerekend te behooren:hetzelve
naar voorschrevene artikelen in alle deelen deugdelijk en fraai, volgens de teekening
bewerkt, speelvaardig in de kerk ter plaatse te leveren; terwijl voor rekening van het
kerkbestuur blijft: verbouwing van of verandering aan het kerkgebouw, het oxaal of den
Orgelzolder, benevens het schilder- of verfwerk.
Artikel 18. Tijd tot de Vervaardiging.
Achttien maanden na de overeenkomst en sluiting van het contract, zal het Orgel
speelvaardig in de kerk zijn afgewerkt, tenzij de aannemers door buitengewone
omstandigheden wettig mochten worden verhinderd in de tijdige voltooiing van het werk.
Artikel 19. Repondeeren van het Werk.
Gedurende twintig achtereenvolgende jaren na de voltooiing, zullen de aannemers voor de
deugdelijkheid van het werk aansprakelijk blijven, en défcten die ui thet werk zelf
ontstaan, kosteloos moeten herstellen. Hiervan is uitgezonderd schade, door buitengewone
oorzaken ontstaan, als door verzakking, lekkage van het kerkgebouw, de invloed van groote
vochtigheid, etc;als ook de jaarlijksche stemming, die voor rekening van het Kerkbestuur
door de aannemers zal geschieden. (waarvoor aan de aannemers jaarlijks een bedrag van
dertig gudens zal worden uitbetaald) *
* deze bijvoeging goedgekeurd H. v. L. L. van Dam en Zonen.
Artikel 20. Examinatie van het Werk.
Na de voltooiing zal het werk door een deskundige, van wege H. H. Kerkvoogden,
nauwkeurig worden beproefd, en onderzocht of hetzelve zoowel in zijn geheelen omvang als
in de verschillende onderdeelen, aan den inhoud van dit bestek en deze conditiën
beantwoordt, en zal deze deskundige daarvan schriftelijk bewijs aan beide partijen
afgeven. (Aan den uitspraak van dezen deskundige onderwerpen zich beide partijen, zonder
eenige reserve). De bijvoeging goedgekerud. H. v. L. N. M. L. vasn Dam en Zn.
Aannemingssom en termijn van betaling.
De ondergeteekenden verklaren de levering en plaatsing van het nieuwe Orgel in de
Hervormde kerk te Assen, naar den inhoud van dit bestek op zich te nemen, en te zullen
uitvoeren, voor de som van Vijfduizend en vijfhonderd gulden, zegge f 5500; welke som den
aannemers zal worden betaald in de volgende termijnen: terstond bij de voltooiing (en
oplevering) H. v. l. N. M. L. v. D. en Zn. van het werkdrieduizend gulden, zegge f 3000;en
het resteerende, zijnde Tweeduizend en Vijhoinderd gulden, zes maanden na den dag der
oplevering. [w. g. ] L. van Dam en Zonen.
Naar de in dit Bestek voorschrevene conditiën, is de vervaardiging van het Orgel in de vergadering met H. H. Kerkvoogden gehouden te Assen, den(de doorhaling der woorden 19den November 1894 en daarvoor te lezen 25 Januari 1895, goedgekeurd H. v. L. N. M. L. van Dam en Zonen), opgedragen aan de firma L. van Dam en Zonen, orgelfabrikanten te Leeuwarden. (na daartoe in eene gecombineerde vergadering van Kerkvoogden en Notabelen der voornoemde Gemeente te zijn gemachtigd.
Kerkvoogden de Hervormde Gemeente te Assen. [w. g. ] H. van Leer, voorzitter; N. Moll, secretaris.



Foto Drents Archief

Brochure uit 1982
Reformatorisch
Dagblad 8 januari 1983: Assen bezit weer zorgvuldig gerestaureerd Van Dam-orgel
Jan Jongepier: „Verrassende restauratie'
Enige weken geleden bespraken wij
het in de Ned. Herv. Kerk van Daarle geplaatste Van Dam-orgel. In diezelfde week
dat het orgel van Daarle in gebruik werd genomen waren wij in de gelegenheid de
ingebruikneming bij te wonen van het gerestaureerde Van Dam-orgel in de Ned.
Herv. Jozefkerk te Assen. Deze kerk was na een drastische restauratie al eerder
in gebruik genomen en vrijdag 26 november jl. was het zover dat ook het orgel
weer in de eredienst zou kunnen gaan functioneren.
Evenals in Daarle, was ook
hier de kenner van de Van Damorgels. Jan Jongepier, adviseur. Voor deze avond,
waarop Jongepier het fraaie instrument in een uitgebreid programma demonstreerde,
bestond een goede belangstelling. In zijn toespraak kwam tot uitdrukking dat de
restauratie ook voor hem een verrassende bezigheid was geweest. „Na de
vakkundige restauratie door MR Orgelbouw te Zuidwolde (Groningen), is
dit orgel weer een stijleenheid geworden', aldus Jongepier. Ter gelegenheid van
de restauratie van kerk en orgel verscheen een keurig uitgegeven brochure waarin
ook een artikel werd opgenomen van de hand van Jongepier over het orgel van de
Herv. Jozefkerk te Assen, waaruit we de diverse historische gegevens over dit
orgel hebben mogen putten.
Niet oud
Het orgel van deze kerk is nog net
echt historisch te noemen. Gebouwd door de orgelmakers Van Dam uit Leeuwarden,
werd het nieuwe orgel op 10 oktober 1896 gekeurd door M. H. van ''t Kruys,
organist van de Grote of St.-Laurenskerk te Rotterdam. Het bestond toen uit
Hoofdwerk (11 stemmen), Bovenwerk (8 stemmen) en Pedaal (6 stemmen). In 1897
werd nog een Trompet 8'' aan het pedaal toegevoegd.
Bij de bouw van dit
nieuwe orgel moesten de orgelmakers Van Dam, door de omstandigheden daartoe
gedwongen, enigszins afwijken van de vaste gebruiken. Zo bevatte de dispositie
registers die voorheen door deze orgelmakers nooit werden gemaakt, terwijl
daarentegen een Cornet, die altijd voorkwam op het Hoofdwerk, ontbrak. Doordat
de ruimte waarin het orgel moest worden geplaatst niet hoog genoeg was voor het
bouwen van het gebruikelijke tweeledige front (Hoofdwerk en onderfront) maakten
de orgelmakers voor de Jozefkerk een enkelvoudig front en werd het
pedaalpijpwerk achter in de orgelkast geplaatst.
Het spreekt haast vanzelf
dat ook dit orgel in de loop der jaren enkele keren moest worden hersteld c.q.
gerestaureerd. Zo werd het in 1910 door de Fa. Van Dam hersteld nadat er in de
kerk een blikseminslag had plaatsgevonden waarbij ook het orgel was beschadigd.
Voorts werd in 1934 door de Fa. Vaas en Bron uit Leeuwarden (voormalige
werknemer van de Fa. Van Dam, die inmiddels was opgeheven), een restauratie
uitgevoerd. Hierbij bleef het orgel grotendeels onaangetast. Dat kan niet gezegd
worden van de in de jaren 19541955 door de Fa. Koch uit Apeldoorn uitgevoerde
werkzaamheden. Haar werkzaamheden groeiden uit tot een forse modernisering van
het orgel, waarbij helaas enkele originele registers het veld moesten ruimen
voor registers in een neo-barok idioom. In 1956 werd een en ander nog eens „dunnetjes'
overgedaan.
Klachten
In de jaren zeventig waren er zoveel klachten dat men
ertoe overging een restauratieplan op te stellen, dat in 1981 definitief
gestalte kreeg. Aanvankelijk was het de bedoeling het orgel in technisch opzicht
geheel te herstellen en tevens de onbetrouwbare claviatuur die in 1956 was
aangebracht, te vernieuwen. Er deed zich echter een verrassende mogelijkheid
voor.
Enkele jaren geleden was in de Oosterkerk in Leiden het Van Dam-orgel
uit 1901 afgebroken. Dit orgel bewees nu goede diensten want behalve diverse
orgelcommissies die onderdelen van dit orgel kochten, konden diverse
labiaalpijpen van dit Leidse orgel thans opnieuw gebruikt worden in Assen.
Zodoende kon men de sterk veranderde dispositie weer herstellen met daartoe
geëigend pijpwerk. Twee registers uit het Leidse orgel, die in particuliere
handen terecht waren gekomen, konden eveneens worden aangekocht. Weliswaar kon
men hiermee niet exact de originele dispositie herstellen, maar wel kon deze
zoveel mogelijk in de geest van 1896 worden teruggebracht.
Celeste
Tijdens
de herstelwerkzaamheden bleek dat de Voix Celeste op het Bovenklavier in de
discant dubbelkorig was geweest. Jan Jongepier wist het gelijknamige register
aan te kopen van de Evangelisch Lutherse Kerk van Purmerend waar dit register enkele
jaren geleden overbodig was geworden. Daar het oorspronkelijk de bedoeling was
om de Quintadeen 8'' uit het Leidse orgel te plaatsen op de plaats waar voorheen
de Voix Celeste had gestaan, werd thans besloten deze aan de dispositie toe te
voegen.
Het uit 1892 daterende Van Dam-orgel in de Evang. Lutherse Kerk van
Purmerend stond model voor de reconstructie van claviatuur en verdere onderdelen.
In het kader van de kerkrestauratie werd tevens de orgelkas geschilderd.
In
één woord samengevat mogen we spreken van een geslaagde restauratie. Assen heeft
een schitterend orgel teruggekregen en gevoegd bij de, in deze Drentse hoofdstad
nieuw gebouwde orgels, wordt het langzamerhand een plaats waar de
orgelliefhebbers volledig aan hun trekken kunnen komen. Er heeft zich in Assen
dan ook een comité gevormd dat wil trachten hier jaarlijkse concertseries te
organiseren.
Er moet nog wel even gezegd wórden dat het onder het orgel
aangebrachte tochtportaal, bestaande uit een houten raamwerk met glas, in
schrille tegenstelling staat tot dit fraaie instrument. Hier had men toch echt
iets anders voor moeten bedenken.
Dispositie
Hoofdwerk: Bourdon 16'',
Violon 16'' discant, Prestant 8'', Roerfluit 8'', Fluit travers 8'', Octaaf 4'',
Nachthoorn 4'', Quint 3'', Octaaf 2'', Mixtuur 2-3 sterk. Trompet 8''.
Bovenwerk: Prestant 8'', Holpijp 8'', Quintadeen 8'', Viola da Gamba 8'', Viox
Celeste 8'', Salicet 4'', Roerfluit 4'', Woudfluit 2'', Dulciaan 8''.
Pedaal:
Subbas 16'', Octaaf 8'', Gemshoorn 8'', Octaaf 4'', Bazuin 16'', Trompet 8''.
Voorts de gebruikelijke koppels en een tremulant.