Assen, Jozefkerk

Het in 1260 in Coevorden gestichte vrouwenklooster Maria in Campis heeft in de middeleeuwen een orgel gehad, zoals uit de proveniersbrief van 1558 blijkt. Na de Reformatie zijn er geen berichten meer over een orgel. In 1731 wordt Anthonius Herborn benoemd als organist, maar tot de bouw van een orgel komt het niet. Vanaf 1817 probeert men eerst een tweedehands orgel aan te schaffen. Als dat niet slaagt geeft men in 1819 aan Petrus van Oeckelen de opdracht een nieuw orgel te bouwen, zijn opus 1. Eigenaardigerwijze duurt het dan twintig jaar voordat Van Oeckelen weer een orgel bouwt (Strijen, Groningen en Smilde). In 1848 wordt een nieuwe kerk gebouwd en Van Oeckelen brengt het orgel over naar de nieuwe kerk. In 1855 vergroot Van Oeckelen het orgel met een tweede manuaal. In 1896 bouwt Van Dam uit Leeuwarden een nieuw orgel met twee klavieren en een zelfstandig Pedaal. Het Van Oeckelen wordt verkocht aan de Hervormde Kerk van Havelte, waar het nu nog aanwezig is. Als in 1953 Jan Lensink aantreedt als nieuwe organist stelt hij alles in het werk om het orgel om te bouwen in neobarokke zin. Hij schakelt daarvoor de orgelmaker Koch in die hij in zijn vorige woonplaats Apeldoorn heeft leren kennen. De plannen worden als een grote gift wordt toegezegd haast megalomaan. Het orgel moet worden omgebouwd tot een drieklaviers instrument met aan weerszijden grote pedaaltorens. Als de gulle geefster vroegtijdig overlijdt stoppen de erfgenamen verdere giften. Door Kochs ingrijpen wordt een groot aantal registers vervangen door nieuwe registers. Door het mislukken van zijn project vertrekt Jan Lensink teleurgesteld naar Eibergen. Tot 1980 denkt men (zie rapport Lambert Erné uit 1964) dat het orgel nog uit 1819 stamt en wordt de nieuwbouw door Van Dam over het hoofd gezien. Pas historisch onderzoek door W.D. van der Kleij geeft de juiste histoische contect. Het orgel wordt in de jaren tachtig en negentig weer gereconstrueerd naar de oorspronkelijke situatie met gebruikmaking van veel Van Dam pijpwerk uit de bouwperiode.

Informatie over de kerk

Het aantal concerten waarbij het orgel is gebruikt, is dermate groot dat de informatie niet in de lopende tekst is opgenomen. Deze informatie is te vinden in een aparte orgelconcertpagina.

Vóór de hervorming

1558

Uit een proveniersbrief van 1558 blijkt, dat een zekere Claes Wetsinghe voor tien Emder guldens ‘ene stede ende proevene in onse Cloester’ krijgt, onder voorwaarde, dat hij ‘op dat orgel sal spoelen syn leventlanck’.blijkt, dat een zekere Claes Wetsinghe voor tien Emder guldens ‘ene stede ende proevene in onse Cloester’ krijgt, onder voorwaarde, dat hij ‘op dat orgel sal spoelen syn leventlanck’.
Deze organist wordt in genoemde brief gewezen op zijn rechten en plichten en moet beloven ‘weder vredelick toe wesen mijt de broeders’. In de kerk was blijkbaar een (draagbaar?) orgel aanwezig.

Fragment: ‘ Wy Anna Ffroma abdisse Else Koenders pryorinne Suaene Baeken keldersche myt den ghemen senioren des cloesters thoe Assen bekennen ende betueghen myt desen openen bezegelden breve voer ons ende onse naekoemelyn- ghe dat wy eendrachtlijke myt goeden wylle unde consent hebben ghegeven ter ere Goedes Claes van Wetsinghe orgaenist ene stede unde proevene in onse cloester op soe daene vorwerden dat Claes voerscreven op dat orgel sal spoelen syn leventlanck soe langhe als hee can ende vermach ende wanneer dat convent belevet ende hee sal ock des conventes proffyt doen waer he can en mach des wyl wy Claes voerscreven weder besorghen syn levent- lanck in kost ende cleren ende waerynghe in syn cranckheit ghelyken de ander proveners hee sal eten mit de broeders ende als he cranck wort sal men hem waeringhe doen in dat broederseeckhuus ghelyk en ander proveners ende ick Claes voerscreven loeve weder vredelick toe wesen mijt de broeders ende mit alle menschen geen derleijge dinck toe berichten daer mij neet an enlecht. Hyr om heft Claes voerscreven den convente voerscreven ghegeven tyn emder gulden ende loevet den convente trouwe toe wesen in allens waer he can ende sal ock goet willich wesen mijt luden oft wat hee doen can. Ick Claes voerscreven love een eerlick leven toe leyden bij verlees myner proeven ende oft ick anders dede dan behoerlick were, soe sal ick wesen onder de vrouwen ende suppriors correccien ende ghehoersamheit ghelijck de ander proveners ende oft ick my ontgenghe in enighen saeken de des conventes ere an muchten gaen ofte mij wolde vanden convent wolde gheven soe sal dese bewissinghe toe nete wezen ende ick sal ock gheen anspraeke hebben an dese tyn emder gulden noch op ghen loen want mij gheen loen gheloevet ys. Ende al myn goet wes ick hebbe ende noch cryghen mach oft wes my ansterven mach reppelick ende onreppelick daer sollen myn vrendennde arffghenaemen gheen anspraeke an hebben myt nije vonden ende ander listicheit want ick de voerscreven goederen den convente ghegeven ende ghegunt hebbe. In oerkunde der waerheit ende meerder bevesten hebben wy Anna Ffroma abdisse voerscreven onse amts zegel beneden an desen breeff ghehangen. Ghegeven inden jaere ons heren dusent vijffhundert ende achtenvyfftich des sondaeghes voer Assencionis domini. ‘. (01)

Drents Archief Oorkondes 155 ass146 Klik op de afbeelding voor een vergroting

Na de hervorming

1731
Er zijer plannen om een orgel aan te schaffen. Uit een resolutie van het Landschap blijkt dat een organist aangesteld zou worden met een salaris van 100 Caroli gulden. De naam van de organist was ook al bekend: Anthonius Herborn. (er plannen om een orgel aan te schaffen. Uit een resolutie van het Landschap blijkt dat een organist aangesteld zou worden met een salaris van 100 Caroli gulden. De naam van de organist was ook al bekend: Anthonius Herborn. (02)
In het archief van de Nederlandse Hervormde kerk te Assen is echter niets te vinden dat erop wijst dat er een orgel werd geplaatst of van de benoeming van een organist.

'1731 De Heeren Stadhouder Drossaard en Gedeputeerden Staten van Landschap Drenthe
Alzo wij uit goede consideratiën hebben nodig gevonden, om in de Kerke tot Assen een orgel te doen stellen en ten dien einde reeds de nodige ordre beraamt, weshalven een bekwaam persoon tot het waarnemen van den dienst op het zelve, wanneer daartoe in volle gereetheit zal zijn gerequireert wordende, de persoon van Anthonius Herborn op een jaarlijks Tractement van Een Hondert Caroli guldens, ordonneerende een jegelijk, denzelven daarvoor te erkennen. Gegeven onder des Landschaps Cachette, gewone paraphure, en signature van onzen secretaris, binnen Assen den 20 April 1731. [w. g. ] C. B. G. Schwartz vt. Ter ordonn. [get. ]Nijsingh'.

Het aan te schaffen orgel wordt genoemd op pagina 2 in het boek van Thomas Annes Romein 'De hervormde predikanten van Drenthe sedert de Hervorming tot in 1861' uit 1861.
'De Stadhouder, Drost en Gedeputeerde Staten bepaalden den 20 April 1731, dat er een orgel in de kerk zou worden gemaakt, en benoemden tot organist Anthonius Herborn op eene jaarwedde van f 100, om het te bedienen, wanneer het gereed zou zijn. Aan dit besluit schijnt geen gevolg gegeven te zijn, daar men hier eerst een orgel aantreft in 1819, hetwelk toen uit vrijwillige bijdragen van de gemeente( à f 2430) is vervaardigd door P. van Oeckelen te Groningen en door den predikant Reddingius ingewijd den 7 Mei 1819 met Ps. XXXIV: 4; hetzelve is in de tegenwoordige kerk overgebragt.'
Ook in een serie van 3 krantenartikelen (01, 02 en 03) uit november 1922 in de Provinciale Drentsche en Asser courant wordt het plan gemeld.

1792
Op 10 maart bedankt Jan Sickens de kerkvoogdij voor zijn benoeming als voorzanger en schoolhouder. (31)

1809
Hoewel Assen nog steeds een kleine plaats is met amper 700 inwoners wordt het door koning Lodewijk Napoleon tot stad verheven.

1817
De kloosterkerk krijgt in een verbouwing een driehoekige koorsluiting. (03)
In hetzelfde jaar worden plannen gemaakt om de kerk van een orgel te voorzien. De predikant G. Benthem Reddingius beijvert zich om inlichtingen in te winnen en er wordt een orgelcommissie benoemd.
Op 27 augustus schrijft predikant Benthem Reddingius aan orgelmaker Lohman of een groot huisorgel in Den Haag geschikt zou zijn voor de kerk in Assen. Hij noemt daarbij de afmetingen van de kerk: 30 voet breed, 28 voet hoogte en 100 voet lengte. Mocht het orgel van Den Haag niet geschikt zijn is dan het orgel van Kantens misschien een alternatief? Als dat al verkocht is weet Lohman dan andere orgels die voor een kleine prijs zijn aan te kopen? (36)
Transcriptie van der Kleij: 'Assen den 27 Augustus 1817. Mijn Heer. Ten antwoord op den uwen dient, dat men inderdaad een orgel wenscht en de Commissie wel benoemd is daaromtrent voorlopige schikkingen te maken niet ongezind is, om in het vervolg als het er toe komt van uw werk gebruik te maken. In tusschen wil men om de kosten een oud orgel zien te krijgen en men heeft daartoe een groot huisorgel in het oog hetwelk in den Haag staat, waaromtrent men evenwel twijfelt of het hier wel sterk genoeg is. Hierom verzoek ik UwE. om mij morgen met de vragtwagen te antwoorden op de volgende vragen. 1. Is het orgel, waarvan de beschrijving hiernevens gaat voldoende in een kerk van 90 voet breedte, 28 voet hoogte onder een zolder en 100 voet lengte Rijnl. maat? 2. Zoo ja, zou er dan ook onderscheid in zijn of het aan het einde der kerk geplaatst werd of in het midden in een Nis een weinig voor de muur uitkomende? 3. Zo neen, zou dan het orgel te Kantens ook verkrijgbaar zijn en indien UE zeker weet van ja, voor welke prijs zou dit dan te krijgen wezen en welke registers heeft dat? 4. In dien dat niet mag verkocht worden weet UWE dan ook een ander voldoende orgel voor ons, dat voor een prijsje kan gekregen en met weinig kosten geplaatst kan worden? Om redenen verzoek ik instantelijk morgen antwoord op deze vragen, terwijl ik mij met achting noeme MijnHeer UWE dw. dr. [w. g. } G. Benthem Reddingius'

Op 31 augustus schrijft Benthem Reddingius aan Lohman over een orgel uit Amsterdam dat te koop staat. (36)
Transcriptie Van der Kleij: 'Assen den 31 Augustus 1817. In antwoord op uwe laatsten dient, dat wij UE vriendelijk bedanken voor uwe gegevene informatie dat het orgel te Amsterdam ons zwak in de kerk voorkomt, terwijl mij daarenboven ook nog de aanmerking hebben, dat het niet geblijkt of de clavieren gekoppeld kunnen worden, en of er een Pedaal aanhangt, dat wij evenwel UE adviseren om door uwen vriend te Amsterdam te vernemen of dat orgel ook te koop is en zoo ja of het behoorlijk onderhouden is en nu ook voor een mindere prijs zou kunnen gekocht worden met verzoek tevens, om, zoo hetzelve reeds weg mogt zijn eene soodanige annonce in de Amsterdamse Courant te laten plaatsen, als UE profijt, van het een en ander verwagten wij zoo dra mogelijk berigt terwijl wij het verschoten daarop voor U loopende gaarne zullen voldoen. Waarmede ik mij noeme MijnHeer UWEDw. Dienaar [w. g. ]G. Benthem Reddingius.'
Op 12 november stuurt Reddingius bericht aan Lohman dat men om de kosten afziet van zijn hulp en de tekeningen en bestekken worden geretourneerd. (36)
Transcriptie Van der Kleij: Assen den 12 November 1817. Mijn Heer. De Commissie benoemd om zoo mogelijk een plan te maken ter verkrijging van een orgel heeft mij geauthoriseert om UWE nevensgaande teekeningen en bestekken terug te zenden met het berigt, dat er zich voor haar zoo veele zwarigheden opdoen, welke haar verhinderen om UWE plan te accepteeren vooral om der kosten wille, dat zij daar van geheel afziet, UWEd. bedankende voor deszelfs genomen moeite. Ik ben met achting UWE dw . dr. [w. g. ]G. Benthem Reddingius.

Er is een ongedateerd briefje van de Commissie van het Orgelplan uit Assen met daarop de bedragen die betrekking hebben op werkzaamheden (bestek, tekeningen, briefport) in 1817 van Lohman voor de planning van een nieuw orgel voor een totaal bedrag van f 33,-. (36)
Transcriptie van der Kleij: 'De commissie Orgelplan vergoed Lohman voor zijn inspanningen om te adviseren voor een nieuw orgel:
'De Commissie van het Orgel Plan te Assen debet aan N:A:Lohman en zoonen te Groningen alles van den 27 Augustus tot den 12 November 1817.
Voor informatie en briefport f 3. -. -
voor dito op Amsterdam 3. -. -
voor Courantgeld te Amsterdam 2. -. -
voor het gebruik van Tekens en Bestekken f 25. -. -.
f 33. -. -.'
In het archief van de familie Oosting (Jan Haak Oosting zit in de orgelcommissie) is een brief te vinden van een Hr. Grosman dat zijn moeder niet wenst bij te dragenn
'Aan den Heeren benoemd tot den Commissie tot Zegeling van het daarstellen van een orgel in de Kerk te Assenn
Geinformeerd zijnde dat men ... zouden zijn, om Zich aan U mijne Heeren, te declareren wegens het al of niet contribueren tot het aanstellen van een gedugt orgel neem ik de vrijheid te verklaren..
Zoo namens mijnen Moeder den weduwe H.A. Goosman als voor den ondergetekende zelve in de daartoe benodigde contributie niet te treden met verzoek van deze last te mogen blijven verschoondd
heb ik de eer met gevoelens van ware richting te Zijn..
Mijne Heerenn
Uw dienaarr
J.G. Grosman''
Van 12 december dateert nog een brief van iemand die niet wil bijdragen aan het orgel.
Van Jan Haak Oosting blijft ook een ongedateerd briefje bewaard met een uiterst slecht handschrift en maar gedeeltelijk leesbaar.
De eerste zin begint als volgt: 'Om niet tot een orgel te stellen? hebben zich bij mij gemeld:'
Vermoedelijk betreft het een opsomming van personen die niet meedeoen aan de financiering van het orgel. Ook de naam Grosman is vaag te herkennen. Gezien de soort brieven die bij hem binnen komen beheert hij misschien de kas. (43)
Jan Haak Oosting schrijft ook een gedicht ter gelegenheid van de inwijding van het orgel. (44)

1818
Op 6 december geeft koning Willem I toestemming voor de plaatsing van een orgel. Men mag daartoe een inschrijving houden onder de gemeenteleden voor de benodigde gelden. Dat er toestemming van de koning toestemming nodig is heeft te maken met een oude erfenis van het convent (later Domeinen genoemd). In 1601 is besloten dat de opbrengsten van de kloostergoederen ten dele gebruikt kunnen worden 'ad pios usus', dat wil zeggen voor 'vroom' gebruik. Als het in dat verband om personen gaat worden daartoe gerekend predikanten, kosters, schoolmeesters en organisten. Na de Franse tijd komt deze erfenis aan de staat. Nu wordt in dergelijke gevallen beslist door de koning, c. q. de staatsraad, via de gouverneur en de burgemeester. Vandaar dat in het archief van de gemeente Assen stukken voorkomen betreffende het orgel. (31)
In de notulen van B&W komt onder nr. 322 het orgel ter sprake. (42)

1819
In het besluit no. 9 van B&W van Assen wordt het volgende besloten:
'1 het toestaan van het plaatsen van een orgel in de kerk alhier
 2 Afwijzing om het zelve bij de Domeinen over te nemen
 3 Bewilliging in het verzoek omtrent de Subsidie van f 500,- uit Rijkskas aan een taal- en muziekmeester'
In besluit No. 19 wordt er meer geregeld over het aannemen van een taal- en muziekmeester, waarbij er verwezen wordt naar besluit No. 9. (45)
Van 19 januari dateert een zeer uitgebreide beschrijving door de schoolopziener van district I voor de functie van taalmeester in 35 punten.
Op 20 februari wordt een conceptinstructie besproken voor de taalmeester.
Op 21 maart wordt nog f 150,- opgevoerd bij de post onvoorzien voor een taal- en muziekmeester. (46)

Advertentie voor een Taal- en muziekmeester

Opregte Haerlemsche Courant van 30 maart 1819'

Petrus van Oeckelen levert het orgel. Het is niet duidelijk wanneer de bouw is gestart. Gezien de besluitvorming kan dit niet eerder dan in januari zijn geweest. Van Oeckelen maakt gebruik van pijpwerk van de orgelmaker H.G. Freytag. (59)
Opmerkelijk is dat Van Oeckelen in de daaropvolgende jaren geen orgels bouwt. De orgels in Strijen en Smilde worden pas twintig jaar later gebouwd.
In het tijdschrift Amphion wordt de ingebruikname uitgebreid beschreven. Zie Amphion 2e jaargang 1819 120-122 (25)
Ds. G. Benthem Reddingius preekt tijdens de ingebruikname op 7 mei 1819 over Psalm 34 vers 4. Wilhelm Gottlieb Hauff (1793-1858), organist van de Martinikerk in Groningen, bespeelt het orgel.
Hauff en de hoogleraar Romeins Recht Albertus Jacobus Duymaer van Twist (1775-1820) uit Groningen keuren het orgel en prijzen het werk van Van Oeckelen.
De ingebruikname staat ook beschreven in de Overijsselsche Courant (21-05-1819) en de Boekzaal der Geleerde Wereld 1819 blz. 613-614.
Bij de ingebruikname van het orgel was er nog geen organist benoemd.

Het orgel krijgt de volgende dispositie: (Zie Amphion)

Prestant 8’
Bourdon 16’
Holpijp 8’
Viola di Gamba 8’
Quint 6’
Octaaf 4’
Roerfluit 4’
Superoctaaf 2’
Flageolet 1’
Mixtuur 3-4 sterk
Trompet 8’

Aangehangen pedaal; ventiel; drie blaasbalgen.

Op 17 mei schrijft schoolopziener Reddingius (Hij is ook predikant van de kerk van Assen) dat uit de reacties op de advertentie blijkt dat de combinatie van taalmeester en muziekmeester geen kandidaten oplevert die voor beide functies geschikt zijn. Door de combinatie reageren geschikte kandidaten niet omdat ze een van beide disciplines niet of onvoldoende beheersen. Reddingius wil graag overleg.
Er wordt lijst gemaakt van de personen die op de advertentie hebben gereageerd.
De volgende namen staan op de lijst: De Wilde uit Nijmegen, Ter Wechsel uit Steenwijk, Lofverd uit Groningen, Incrott uit Veendam, Fredericks uit Heerde, Dolsma uit Nieuwveen, Röpcke uit Zwolle, Broedelet uit Utrecht en onderaan Jacob Koning (voorgedragen door ...) (47)
Op 2 augustus doet Reddingius verslag van de examinatie van drie uitgekozen sollicitanten:
- Jozef Maria Inkrott taalmeester te Veendam
- Petrus Lofvers? onderwijzer bij een instituut in Groningen
- Frederik Pulip Röpcke bijzonder onderwijzer der eerste klasseuit Zwolle
Er wordt geëxamineerd in Frans, hoogduits, geschiedenis en aardrijkskunde. Niemand kan volledig aan de vereisten voldoen. Daarna volgt een examinatie in de muziek. Ook hier voldoet geen van de sollicitanten.
Reddingius adviseert om de functie te splitsen en apart sollicitanten op te roepen voor muziekmesster en taalmeester.
Op 13 augustus schrijft Reddingius dat de Gouverneur akkoord gaat met zijn voorstel om de functies van taalmeester en muziekmeester te splitsen.
Op 20 december wordt Hendrik Johannes Nassau benoemd tot taalmeester van Assen. (48)

1820: Volgens bericht No. 314 functioneert J. van Delden tijdelijk als organist. Hij klaagt dat hij nog geen betaling heeft ontvangen. B&W antwoordt dat ze zich niet kunnen herinneren dat ze hem benoemd hebben en derhalve ook niet kunnen overgaan tot een betaling.

1821: Er wordt een nieuwe advertentie voor een organist en stadsmuziekmeester in de Opregte Haarlemsche Courant geplaatst.

Opregte Haarlemsche Courant 14 augustus 1821.

Dit levert een aantal kandidaten op, die geëxamineerd worden. Jurjen Walles (1794-1854) uit Groningen is de beste kandidaat; daarna dienen zich nog weer andere kandidaten aan en men houdt de beslissing open tot in januari de laatste kandidaat is geëxamineerd (G.W. Derx uit Nijmegen). Niettemin kiest men nog steeds voor Walles als de beste. Hij wordt benoemd, maar trekt zich terug als de Doopsgezinden in Groningen zijn salaris verdubbelen. (63) Uiteindelijk wordt daarna Claas Meyboom (08-05-1783 te Emden -15-05-1858 te Assen) (50) benoemd. Hij was bij de voorgaande sollicitatierondes nog niet in beeld.Op 23 april een brief met afspraken tussen stadsbestuur en kerkvoogdij omtrent de benoeming van een muziekmeester/organist.
Op 1 juni een brief rond de lastige combinatie taalmeester/muziekmeester.
Op 20 juni verwijst de Asser predikant Benthem Reddingius Lohman met zijn klachten over het niet betalen van door hem gemaakte kosten door naar de orgelcommissie.
Transcriptie Van der Kleij: Assen den 20 Juny 1821. Mijn Heer! Ik heb lang in beraad gestaan of ik uwen laatsten niet weder onbeantwoord zou laten, daar ik toch niets antwoorden kan, dan ik reeds gedaan heb, dat ik met de geheele zaak niets te doen heb, en ook niets aan doen kan, om u het geld te bezorgen en dat gij u aan de Commissie tot het orgel moet adresseren, welke u dan wel betalen zal het gene u toekomt, maar welke zegt er niets aan te willen doen, zoo lang gij mij en niet haar aanspreekt. Maar daar al dat schrijven ende dreigen mij begint te verveelen, en het mij voorkomt, dat gij wel lust hebt, om in de kosten te vervallen, in op het geregtelijk aanspreken van een verkeerden Persoon loopen, dient tot antwoord, dat ik u invitere om hoe eer hoe liever uwe herhaalde bedreiging te vervullen, Uwe vroegere brieven, vooral die van den 29 Augustus 1817 welke voor mij voldoende is zijn wel bewaard. Uw Dienaar
[w. g. ] G. Benthem Reddingius.

Op 6 augustus nodigt de burgemeester van Assen kerkvoogdij en notabelen uit voor een overleg op het gemeentehuis omtrent een muziekmeester. (36)


In het archief van Huize Overcingel bevind zich een een losse map een niet gedocumenteerd en ongedateerde tekening. Is het een tekening om een keuze te maken?. Het is niet te bepalen of er betrekking is met het Asser-orgel. Op de tekening staat het volgende bijschrift: 'De geheele lengte van de zijstukken moet zijn 2 ellen 93 ??'(52)

Er is een ongedateerde brief van organist Meyboom met de volgende tekst: 'Aan het college der Heeren Kerkvoogden der Hervormde Gemeente te Assen!
Ik ben in de noodzakelijkheid aan de resp. Heeren te berigten, dat niet alleen het orgel ontstemd is, maar dat er behalve, eene toets geheel lam en onbruikbaar is; twee pijpen van de trompet niet spreken en een andere omgebogen is, zoo dat in een ande voorzien moet worden, opdat het orgel weer geheel bruikbaar worde.
Hiermede aan mijn pligt voldaan hebbende, heb ik de eer met alle hoogachting te zijn
der resp Heeren Kerkvoogden!
Uw Dienaar
C Meyboom' (30)

1822
Op 5 april schrijft organist Meyboom dat het dak boven het orgel lekt en dat er waterschade in het orgel is, waardoor het onbruikbaar wordt.
Van 16 september dateert een brief met een tekst rond de overdracht van het orgel.
Op 1 oktober schrijft de burgermeester van Assen dat Meyboom zijn post als muziekmeester en organist heeft aanvaard.
In de notulen van de kerkvoogdij wordt een prijs van f 3000,- voor het orgel genoemd. (36)
Op 8 oktober schrijft de burgemeester van Assen aan de kerkenraad dat C. Meyboom is benoemd als muziekmeester en organist. (31)
Op 26 november schrijft organist Meyboom in het Duits dat het slot van de toegangsdeur naar het orgel niet goed is. Kan het worden gerepareerd? (36)

1823
Op 6 maart schrijft organist Meyboom dat hij zijn brieven voortaan in het Nederlands zal schrijven.
Van dezelfde dag dateert een brief van Meyboom waarin hij meldt dat lekkage op het dak veroorzaakt dat het orgel niet goed meer functioneert. De sleep van de Bourdon is door vochtigheid uitgezet en vastgelopen. Ook spreken enkele pijpen zonder dat de toetsen ingedrukt zijn. In de windlade is water terecht gekomen.
Op 6 april wordt in een kerkvoogdijvergadering besloten dat orgelmaker Martin het orgel dient te herstellen.
Op 5 juni schrijft N.A Lohman dat hij in 1817 een bestek en tekeningen voor een nieuw orgel voor Assen heeft gemaakt. De opdracht is echter naar een ander gegaan. Hij vraagt nu om een vergoeding van de gemaakte kosten.
Transcriptie Van der Kleij:
'Aan de WelEdele Heeren Kerkvoogden der hervormde Gemeente te Assen. Groningen den 5 Juny 1823.
WelEdele Heeren!
Ik ondergetekende N:A:Lohman Firma N:A:Lohman en zonen. Orgelmaker te Groningen.
Neemt door dezen de vrijheid mij tot UWEd. Heeren te wenden ten einde inlichting te mogen erlangen omtrent volgende onderwerp. In den jare 1817 in Assen het plan zijnde om in de kerk der boven genoemde Gemeente een orgel te willen hebben, heeft de ondergetekende zich verpligt geacht deszelfs diensten tot het vervaardigen en plaatsen van zoodanig werk aan te bieden, tot welk einde ik mij ten tijde voornoemd bij de WelEerwaarde Heer Predikant G:Benthem Reddingius geaddresseerd hebbe. Van wien ik vervolgens schriftelijk order hebbe ontvangen tot het doen van informatiën, moeitens, en onkostings ter bekoming van een oud Orgel, waarvan bij mij alle de bewijzen voorhanden zijnde, wijders deze plannen niet doorgegaan zijnde hebbe ik Bestek en Tekening opgemaakt, en in Persoon dezelve mede na Assen genomen, en er mij mede bij de WelEerwaarde Heer Reddingius vervoegd, welke daarop benevens eenige andere Heeren met mij over deze zaak gebesongerd hebben en mij verzogt om genoemde Bestekken en Tekening te mogen houden ten einde verdere besluiten te nemen, na dat men dan gebruik van deze mijne werkzaamheden had gemaakt en het werk aan een ander is uitbesteed, heeft de WelEerwaarde Heer mij mijne Bestekken en tekening verzeld met een brief dat men deze plannen uit hoofde der kostings niet konde accepteeren door den Heer Reiger alhier weder bezorgd. Regt meenende te hebben om behoorlijk voor mijne moeite betaald te worden, hebbe ik eene zeer billijke Rekening opgemaakt en die aan de WelEerwaarde Heer bezorgt en die vervolgens gedurig herhaald, doch hierop nimmer een voor mij voldoend antwoord hebbende ontvangen dewijl ik immer op eene Commissie wierd verwezen, en daar ik geene andere brieven dan van zijn WelEerwaarde had en uit wiens eerste brieven niet gebleek als zijnde niet in de Commissie of niet geauthoriseerd te zijn, veronderstelde ik dat zijn WelEerwaarde deze zaak beter dan ik konde in orde maken en ben mij daarom hierin altijd gelijk gebleven en de WelEerwaarde Heer gedurig om mijne Penningen aangemaand, eventwel tot nu toe geene betaaling hebbend ontvangen, hebbe ik iemand mijnentwege geauthoriseerd om zoo mogelijk deze zaak in der minne uit den weg te maken en te dien einde na Assen gezonden welke zich in Persoon bij de WelEerwaarde Heer vervoegd en op zijn verzoek ook bij die Heeren welke ten tijde van het inleveren van mijne Bestekken en Tekening bij de weleerwaarde Heer vergaderd waren is gegaan. Nu dan verstaan hebbende, dat het orgel met alles deszelfs op een en dépendenten aan de Heeren Kerkvoogden was overgedragen en het nodig was zich hieraan te addresseren zoo neme ik de vrijheid vriendelijk aan UWEd Heeren Kerkvoogden te verzoeken mij spoedig te willen antwoorden, of UWEd Heeren mij gelegentheid kunnen bezorgen ter bekoming van mijn geld, of een addres aan te wijzen van wien ik hetzelve moet ontvangen, dewijl ik zeer gaarne een einde aan deze onaagenaamheden werde zien. Zende UWEd. Heeren hiernevens kopie der Rekening aan den WelEerwaarde heer Reddingius gezonden. In afwagting van spoedig gunstig berigt hebbe ik de Eer met alle hoogagting te noemen UWEd Heeren Dienstv. Dr. N:A:Lohman enz.'

Van dezelfde datum dateert een brief van H.B. Lohman rond dit onderwerp.
Transcriptie Van der Kleij: 'Aan den WelEdele Heer Den Heer van Oosting te Assen. Groningen den 5 Juny 1823.
WelEdele heer. Heden een brief aan de Heeren Kerkvoogden onder addres van den WelEerwaarde Heer Predikant G. Benthem Reddingius afzendend neme ik de vrijheid UWEd. bij de Haal en lin van mijn Buurman Huurdman, eenige der voornaamste Copiën van vroeger door de WelEerwaarden Heer aan ons afgezondene brieven hier bij in te sluiten, vriendelijk sollisterende om deze zoo het in UWEd Heeren vergadering vereischt mogt worden over te willen leggen:Geene betere gelegentheid wetende dan om dezelven bij deze gelegentheid aan UWEd te addresseeren hope ik dat UWEd mij de vrijheid niet ten kwade zult duiden. Waarmede ik met de meeste hoogachting mij noeme UWEdv Dr. H. B. Lohman. (per order).'

Op 30 september verwijst orgelmaker Lohman naar een aantal brieven geschreven in juni en juli met betrekking tot het orgel voor Assen. Er is echter nooit een antwoord gekomen.
Transcriptie Van der Kleij: 'Groningen, den 30 September 1823. WelEdele Heer! In de maand Junyj:l:aan UWEdele een brief met eenige Copiën van brieven ingesloten hebbende afgezonden, alsmede een brief(volgens UWEd welmeenende Raadgeving)aan de Heeren Kerkvoogden van Assen onder addres aan den WelEerwaarde Heer G. Benthem Reddingius inhoudende eene opgave van de grond onzer Pretentie wegens gedaane infor-ma-tiën, moeitens, onkostings, enz. ter bekoming van een Orgel voor de Hervormde Kerk te Assen, met vermelding van de hierop betrekkelijk plaats gehad hebbende omstandigheden, verzoekende daarom de Heeren Kerkvoogden voornoemd zoo indien HunEd: alle die zaken hadden overegenomen ons te willen berigten waar en hoedanig wij ons geld konden bekomen. In het vertrouwen dat de WelEerwaarde Heer Predikant deze brief wel aan Heeren Kerkvoogden voorgelegd zoude hebben, is er tot dus verreegter nog geen berigt opgekomen. Zoo nemen wij dan bij dezen gelegentheid de vrijheid UWEd:lastig te vallen om ons met brenger dezes berigt te willen doen toekomen hoedanig het die aangelegentheid gesteld is. Zeer gaarne zagen wij de billijke beloning onzer arbeid nu ook spoedig volgen, zijnde van UWEdele goedgezindheid om deze zaak mede helpen uit den weg te ruimen overtuigd. Wanneer men nu dan genegen zijnde om dadelijk te willen Rekenen zoo kan men zulks met brenger dezes (zijnde H:Lohman)woonachtig te Assen in order maken. Waarna wij in het vertrouwen van Gunstig Rapport ons met de meeste Hoogachting noemen WELedele Heer UWEdv:dienaar N:A:Lohman en Zoonen. (gericht aan de heer Oosting te Assen).'

Transcriptie Van der Kleij:
Fiat restitutie uit de post van onvoorziene uitgaven dienstjaar 1824 met acht guldens. Assen d. 20 Juni 1825. De kerkvoogd. J. Collard. Assen den 9 december 1823.
no 3. Voldaan G. Vos. Na gehouden overweging uwer missive van den 5 juni jl. van de kopijen welke Ued. aan den Heer Oosting hebt ter hand gesteld, en van de informatien welke wij hebben bekomen, is het ons toegeschenen dat Ued. in de jare 1817 getracht heeft om in het voorgenomen daarstellen van een orgel in de kerk te Assen gebruikt te worden, en toen obligeante dienstaanbiedingen hebt gedaan plans ingezonden, wij, en dat die gene welke dat werk op het oog hadden wel gebruik hebben gemaakt van uwe Offertes om zoo veel aanbetreft het nemen van informatien te Amsterdam, doch slechts onder aanbod van uw uitschotten te willen restitueren terwijl zij Ued. vervolgens de vrijwillig ingeleverde plans hebben teruggezonden. Het daar gestelde Orgel is vervolgens aan de Gemeente geschonken zonder eenig bezwaar van schulden; ook zijn wij de Heeren welke het orgel hebben daargestel niet opgevolgd dienvolgens zijn wij uit genen hoofde aansprakelijk wegens uwe vordering. Niettemin schijnt uwe pretentie ten aanzien van de informatien en uitschotten ter somme van acht gulden billijk te zijn en wanneer Ued. zich daartoe wil bepalen, waarop wij het antwoord van Ued. vragtvrij zullen verwachten, zijn wij genegen om het Provintiaal kollegie van Toezicht authorisatie te vragen om UE. de gezegde acht guldens, uit de inkomende fondsen in het jaar 1824, te voldoen. Het kollegie van Kerkvoogden der Hervormden te Assen. G. Vos. President.
Aan de Heer N. A. Lohman en Zonnen te Groningen. De acht guldens, in deze brief vermeld, bij mij door mijn broeder ontvangen van Mr. G. Vos Assen 16 Junij 1825. N: Lohman.

1826
Op 4 augustus wordt in de kerkvoogdijvergadering een brief van 13 juli behandeld van de orgelmaker Van Dam uit Leeuwarden. Hij verzoekt of hij het jaarlijkse onderhoud kan doen. Marten Martin is overleden. Besloten wordt op dit voorstel in te gaan. In de brief naar Van Dam, die letterlijk in de notulen is opgenomen, wordt bevestigd dat Marten Martin een knecht was van Van Dam. (37)

1830
Op 29 december schrijft organist Meyboom dat het altijd openstaande torenluik een zeer nadelig effect heeft op de metalen en dus ook op de stemming van het orgel. Het luik dient na gebruik te worden gesloten. Klokkenmaker Hoving is echter niet gevoelig voor zijn verzoeken. (36)

1831
De brief van Meyboom komt aan de orde in de kerkvoogdijvergadering van 24 januari. In diezelfde vergadering wordt ook een probleem behandeld uit 1826 met betrekking tot de uitbetaling aan een orgeltrapper.
In de vergadering van 19 december wordt besloten een brief te schrijven naar Burgemeester en Wethouders van Assen met het verzoek Hoving te manen altijd het luik te sluiten. (37)

1835
In de kerkvoogdijvergadering van 15 juni wordt gediscussieerd over een nota van orgelmaker Lohman van f 12,81. In veel omhaal van woorden gaat het erom ten laste van welk jaar deze post geboekt moet worden. (37)

1836
Op 24 oktober voldoet Lohman aan een verzoek vanuit de kerkvoogdij van Assen om een offerte te maken om het orgel met een tweede klavier uit te breiden.
'ten 1ste een werk met 2 klavieren te maken en hetzelfde met 7 stemmen te vermeerderen'.
'ten 2de van het zeer gebrekkige werk tevens een zeer goed manuaal te maken en wel zoodanig hetzelve in verband met het nieuw aan te leggen 2de klavier of bovenwerk een deugdzaam geheel geve'.
'ten 3de het front beter te vullen en alzoo het aanzien aanmerkelijk te verbeteren'.
De dispositie voor het nieuwe bovenwerk luidt als volgt: Prestant 4 vt, Roerfluit 8 vt gehalveerd, Open fluit 4 vt, Gedekt fluit 4 vt, Woudfluit 2 vt, Octaaf 2 vt, Dulciaan 8 vt gehalveerd (een zeer aangenaam tongwerk)
Pijpwerk gemaakt van 2/3 lood en 1/3 tin. Ook stelt hij een nieuwe Viola da Gamba voor het eerste manuaal voor.
Hij komt tot de volgende kostenraming:
- 2de klavier: f 1275,-
- inwendige verbouwing wegens plaatsen van het bovenwerk: f 220,-
- Verbeteren van het huidige werk: f 425,-
- Nieuwe frontpijpen: f 320,- (35)

1840
Op 4 april komt in de kerkvoogdijvergadering een brief van Meyboom aan de orde. Het orgel is de laatste 17 jaar niet schoon gemaakt en het stof beïnvloedt de klank van de niet gedekte pijpen. Lohman komt binnenkort voor een stemming en kan dat werk dan meteen uitvoeren. (38)

1841
Op 8 juni stelt Meyboom in een brief aan de kerkvoogdij de schoonmaak van het orgel weer aan de orde. Sommige pijpen spreken door het stof niet goed. Door de toets hard in te drukken probeert hij dit op te lossen, wat weer nadelig is voor de mechaniek. Door de droogte zijn de blaasbalgen ook niet meer geheel dicht. De orgeltrapper heeft moeite om genoeg wind in het orgel te krijgen.
Op 12 juni wordt deze brief behandeld in de kerkvoogdijvergadering. Men besluit Meyboom de toestand van het orgel te laten onderzoeken. (38)

1842
Op 28 december stelt predikant Benthem Reddingius het probleem aan de orde dat aftredende ouderlingen en diakenen geen plaats in de kerk kunnen vinden omdat alle plaatsen al bezet zijn. Is het mogelijk hiervoor een apart bankje met vier plaatsen te reserveren, waarvan zij twee jaar gebruik kunnen maken om in de tussentijd een plaats in de kerk te huren? Een andere mogelijkheid is de bank van de voorlezer hiervoor te gebruiken en de voorlezer zijn taak te laten verrichten vanaf het orgelbalkon. Dit zou goed kunnen als de voorlezer ook organist is. (38)

1844
Op 15 november vraagt Meyboom per brief om verhoging van zijn salaris van f 150,- per jaar.
Op 27 november schrijft Meyboom weer een zeer uitvoerige brief over de salariskwestie. (38)

1846
In januari komt het vinden van een nieuwe 'orgelblaasbalgtrapper' aan de orde. Er is een lijstje gemaakt met potentiële kandidaten, hun beroep en opmerkingen omtrent hun levensomstandigheden en eventuele lichamelijke gebreken. Benoemd wordt Albert Strating van wie gemeld wordt: 'Arbeider - aangegeven als zeer behoeftig'. Kandidaat Jan Bakker laat een aanbevelingsbrief schrijven, die hij zelf ondertekent. Meyboom schrijft onderaan de brief een aanbeveling, omdat Jan Bakker de vorige orgeltrapper regelmatig heeft vervangen. Ook voor Derk Molenhuizen is er een aanbevelingsbrief geschreven.
Op 16 juli verzoekt Meyboom of voorkomen kan worden dat personen zonder vaste plaats het orgelbalkon bezoeken. (38)




Een tekening van de abdijkerk aan de Brink te Assen van voor 1849. (29)

Vanaf 1840 worden er plannen gemaakt om een nieuwe kerk te bouwen. De bevolking is toegenomen tot ruim 4.000 inwoners en de kerkelijke gemeente is gegroeid tot ruim 1000 lidmaten. (05)
De koning moet in de plannen gekend worden en hierbij wordt ook aandacht geschonken aan het herstel van het orgel. Hier zou een bedrag van f. 2000, - mee gemoeid zijn.

1847
Op 17 augustus komt de plaatsing van het orgel in de nieuwe kerk aan de orde. Besloten wordt dat de architect en Van Oeckelen moeten overleggen omtrent de plaatsing.
Op 23 augustus blijkt dat het overleg tussen Van Oeckelen en de architect oplevert dat er enige aanpassingen aan de nieuwe kerk moeten worden gedaan om het orgel goed te kunnen plaatsen. Het orgelbalkon moet op een andere manier worden ondersteund dan de ontworpen pilaren.
Van 27 augustus dateert een 'Staat van Verrekening'. Daarop staat een stelpost van f 600,- voor het verplaatsen van het orgel.
In de kerkvoogdijvergadering van 8 oktober wordt een brief opgesteld waarin Van Oeckelen wordt verzocht zo spoedig mogelijk met een kostenopgave te komen voor de verplaatsing van het orgel.
Op 10 oktober schrijft Van Oeckelen dat het verplaatsen van het orgel, schoonmaak, een kleine reparatie en intonatie 'op zijn zuinigst' een bedrag zal vergen van f 280,-. In de volgende vergadering van 15 oktober wordt besloten dit te behandelen in een gezamenlijke vergadering met de notabelen.
C. F. A. Naber, orgelmaker te Deventer meldt zich ook aan en biedt via een brief van 6 november aan om het orgel te verplaatsen en te vernieuwen of eventueel nieuw te bouwen. (05)
In het tijdschrift Caecilia algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 4, 1847, no 12, 15-06-1847 wordt verwezen naar het artikel in 1819 over het orgel.


Bankenplan van de nieuwe kerk. Helaas is het orgel niet ingetekend. Klik op de afbeelding voor een vergroting

Van eind 1847 dateert ook een zeer uitgebreid voorstel van Lohman voor een nieuw orgel of de verbetering en vergroting van het orgel. (40)

Transcriptie Van der Kleij: 'Leiden den 3 rt 1847. Den WelEdelenGestr. Heer. Mr. Nassau te Assen.
WelEdele Gestr. Heer!

Bij mijn belofte op den 29ste October pf. van meening zijnde voor den aanvang van dit jaar aan UwEdwelgstr. te doen geworden eene voorlopige calculatieve begrooting van kosten die zullen worden vereischt tot verbouwing en vergrooting van het in de Hervormde Kerk te Assen bestaande orgel, zoodanig als noodig zal zijn om hetzelve voor de nieuw te bouwen kerk doelmatig in te rigten en aldaar te plaatsen, stuite ik aan dien arbeid willende beginnen bij overziening van de door Uwel Edgestr. aan mij opgegeven eventuele plaatsruimte en bij vergelijking daarvan met het uitwendige van het meergemelde orgel, op de ontworpene te bekrompen plaatsruimte. Dezelfde oorzaak belemmerde mij in de opmaking van eene begrooting voor een geheel nieuw voor de nieuwe kerk en talrijkheid der gemeente toereikend werk. Aangezien ik bevond dat de inwendige zamenstelling en uitgebreidheid van een zoodanig Orgel eenen meerderen uitwendigen omvang zal vereischen dan die waartoe de opgegevene plaatsruimte gelegenheid aanbied.
Van plan zijnde in den loop van January van hier huiswaarts te keren, besloot ik na het in de geest gemaakt ontwerp van meergenoemde vergrooting en van een geheel nieuw voor de nieuwe kerk doelmatig in- en uitwendig ingerigt orgel van den verderen arbeid af te zien tot dat ik op mijn reis naar huis Assen aandoende UwEdgestr. persoonlijk mijne gevonden bezwaren zoude kunnen doen verstaan en in overweging geven of voor den aanvang van den bouw der kerk(waarvan zoo ik mij voorstelde voor den winter toch slechts den aanleg van de fundamenten kan zijn gemaakt), ook zoude gezorgd kunnen worden dat het geene wat bij den eersten arbeid betrekkelijk de orgel plaatsruimte zal moeten geobserveerd worden, ook voor de wenschelijke wijzingen vatbaar zal kunnen zijn en ter harte worden genomen. Daar echter bijkomende bezigheden mijn verblijf hier hebben verlengd en waarschijnlijk tot in April noodzakelijk zullen maken, zoo vermeene ik Uw Edgestr. mijne bedenkingen niet langer te mogen onthouden daar het saisoen en mogelijke geschiktheid des jaars den spoedigen aanvang der kerkbouw te Assen waarschijnlijk maakt en ik vermeen nu daarom UwEdgestr. het volgende te moeten berigten.
Als ten eersten. Dat het in de oude kerk bestaande orgel beslaat eene breedte van plm4. 10 El. Eene diepte binnen de lambriseering van 3. 87 El. Waarvan de orgelkast 1. 78, de ruimte tusschen de orgelkast en Blaasbalgenkast 0. 65 en de diepte der Blaasbalgenkast 1. 44 samen 3. 87 El. Hebbende de orgelkast uit het oxaal eene hoogte van 4. 57 El.
Ten tweeden. Dat de eventueele plaatsruimte is. Eene breedte van 6. 50 El, eene diepte van 2. 90 og 3. 00 El. Eende hoogte van 4. 20 El, de hoogte in het gezicht 3. 80 El, welke laatste vermoedelijk diegeene is waarover men, althans wat het zichtbare gedeelte van het orgel zal moeten worden, kan beschikken.
Ten derden. Dat voor het uiterlijke van een welgeordend nieuw orgel, zal voor de nieuwe kerk zich niet te nietig vertoonen en voor de inwendige zamenstelling op niet te bekrompene en voor het werk schadelijke wijze aangelegd zijn benodigd is: minstens eene breedte van 3. 70 El, minstens eene diepte van 3. 40 El, tenzij de blaasbalgen niet agter het orgel behoeven te leggen en de plaatselijke aangelegenheid daarvoor eene andere ruimte aanbied. Of dat de orgelkast voor het grootste gedeelte voor de balustrade, en dus verre in de kerk mag uitkomen. Minstens eene hoogte van 4. 40 El, terwijl dan nog op het hoogste punt geen ornament van eenige beteekenis zal kunnen worden geplaatst indien daarboven niet nog 3/4 El meerdere hoogte komt.

Uit bovenstaande opgaven en vergelijkingen zal Uw Edgestr. zien. 1sten. dat de nieuwe plaatsruimte althans wat de hoogte betreft ontoereikend is. 2den dat zulks evenzeer met de diepte het geval is, tenzij de blaasbalgen ergens anders dan agter het orgel kunnen gelegd worden of dat het orgel genoegzaam voor de balustrade mag uitspringen, in welk laatste geval echter de bespeeling aan de agterkant zal moeten plaats hebben, dat bij een nieuw orgel daartoe ingerigt evengoed als aan eene der zijden kan geschieden, doch bij de vergrooting en verbouwing van het bestaande orgel eene hoogstmoeijelijken en meerdere kostbare verandering, dan reeds in ieder geval van elke andere toereikende vergrooting het geval moet worden, zal veroorzaken.
Of nu de ontbrekende hoogte door verhooging van het bestemde orgelvlak zonder groote moeilijkheden en afwijkingen van ander min te verbrekenne verhoudingen kan gevonden, dan of het oxaal gevoeglijk lager kan geplaatst worden, kan ik - als niet het plan der nieuwe kerk gezien hebbende - niet beoordeelen, zoo min als ik weet in hoeverre de overige inrigting verdieping van het oxaal kan gedoogen zonder den welstand te verliezen, doch verandering of schikkingen op de eene of andere wijze rekene ik onvermijdelijk, zal men niet bij den bouw van een nieuw orgel of bij de verandering van het aanwezige overgroote bezwaren vinden, dewelke zijn te veel ineen gedrongenheid van het werk, hoogstschadelijke bewerking van het inwendige en te veele gedruktheid van het uiterlijke waardoor alle gemis aan rijzigheid ontstaat, en de hoogte te zeer enge, heel wanstaltelijk in tegenspraak met de breedte zal komen als volgens bovenstaande opgave als de minst benodigde is.
Door deze mededeelingen UwEdgestr. en mede kerkbestuurleden wenschende in de gelegenheid te stellen om zoo mogelijk nog tijdig in de behoefte aan meerdere plaatsruimte te voorzien, zoude ik hiermede nu vooreerst het nodige hebben verrigt en met het opmaken van de begrootingen kunnen wachten tot dat bepaaldelijk de ruimte voor het orgel en toebehooren is vastgesteld, omdat bijzondere wijzigingen, die uithoofde van beperkte ruimte bij den bouw van een nieuw orgel of bij de verandering van het aanwezige zouden kunnen moeten plaats hebben, nog al de kosten van het eene of andere zouden kunnen doen verschillen, doch ik wil ingeval dat er geene te groote bezwaren zullen blijven bestaan deze toch met eenige prijsopgaven en wat daar voorlopig bij behoord, doen vergezellen zoo als UwEdgestr. hier ingelooten vinden zult. En hiermede heb ik de Eer hoogachtend te zijn UEwelEdele gestrenge Dw. Dienaar [w. g. G. W. Lohman].

Een geheel nieuw orgel van twee handklavieren met een aangehangen pedaal van C to d’, geschikt voor de nieuwe kerk zal, voorzien van de navolgende registers, waarvan die voor het manuaal wijd zijn gemensureerd en voor bijzondere krachtige aanspraak vatbaar zullen moeten wezen, toereikend zijn.

Als op het onderklavier

1. Praestant 8 voet van gepolijst tin.
2. Bourdon 16 voet de bas van hout de overige van specie.
3. Wijd Gedackt 8 voet het groot octaaf van hout de overigen van specie.
4. Salcional 8 voet van specie, sprekende de bas uit de Gedackt 8 voet.
5. Octaaf 4 voet van specie.
6. Gedekte fluit 4 voet van specie.
7. Quint 3 voet van specie.
8. Octaaf 2 voet van specie.
9. Mixtuur uit 2 voet van specie.
10. Trompet 8 voet van specie.

Bovenklavier.

1. Praestant 4 voet van specie.
2. Holpijp 8 voet gehalveerd het groot octaaf van hout de overigemn van specie.
3. Viool di gamba 8 voet van af klein c uit eene menging van half tin en half lood, sprekende het groot octaaf uit de holpijp.
4. Openfluit 4 voet van specie.
5. Roerfluit 4 voet van specie.
6. Gemshoorn 2 voet van specie.
7. Dulciaan 8 voet van specie, gehalveerd.

De manuaal- en bovenwerks windladen, klavieren, en overige mechanische deelen, windkanalen en alles wat tot het orgel benodigd is zal van de beste materialen en deugdzame bewerking geleverd worden. Bij dit werk zullen drie beste Blaasbalgen van ruimen omvang en inhoud geleverd worden, dewelke meer dan toereikende zullen zijn om het orgel van de benodigde wind te voorzien en wegens deszelfs ruimen inhoud en langzame afloop gelijkmatiger wind leveren dan de kleine blaasbalgen bij het aanwezige kunnen doen. De orgelkast zal geheel nieuw sterk en net bewerkt in smaakvollen vorm vervaardigd worden en van fraai gesneden ornamentwerk voorzien zijn. De manier van bewerking en bijzondere bepalingen der leveringen later bij een volledig bestek te beschrijven. Voltooid in 12 maanden na de aanneming voor eene somma van vijfenveertig honderd Gulden. Indien men nu aan het hierboven omschrevene orgel van twee handklavieren, een vrij pedaal wilde toevoegen hetwelk veel meerdere waarde aan een kerkorgel, geeft en aan hetzelve den meesten grond en mannelijk verschaft, dan zal een vrij pedaal van de navolgende dispositie aanneemlijk zijn.

1. Prestant 8 voet
2. Subbas 16 voet
3. Bourdon 8 voet
4. Octaaf 4 voet
5. Trompet 8 voet
6. Clairon 4 voet

Windladen, mechanica enz. als voren.
Dit pedaal zal agter het orgel geplaatst moeten worden en besloten in een afzonderelijke kast met een ruimte tusschen dezelve en de eigentlijke orgelkast zoodat, in dat geval de blaasbalgen niet agter het orgel leggen kunnen maar daarvoor eene andere geschikte plaats moet kunnen gevonden worden. Dit pedaal zal deszelfs wind mede ontvangen uit de drie bovengenoemde blaasbalgen, die echter nog met één zullen vermeerderd worden, zoodat er voor het geheel vier blaasblgen zullen zijn. Het bovengenoemde orgel van 17 stemmen met het vrij pedaal van zes stemmen zal voltooid kunnen worden in achttien maanden na de aanneming en plm. achtenvijftig honderd Gulden moeten kosten.

Opgaven tot kosten enz., die zullen worden vereischt tot het veranderen, verbeteren en vergrooten van het aanwezige orgel tot een orgel met twee klavieren in order te plaatsen in de nieuwe kerk te Assen. Manier van bewerking en bepalingen der leveringen later bij een volledig bestek te omschrijven. Voorlopig zij hier echter opgegeven

dat Het voorwerk der kast geheel zal vernieuwd worden in andere vorm en verdeeling, zoo meede dat het zijd- en agterwerk derzelve in verband met de inwendige verandering zal worden verwerkt en ingerigt.
dat voor de Praestant 8 voet een geheel nieuw pijpenfront van nieuw bloktin sierlijk gepolijst, zal geleverd worden.
dat de aanwezige dispositie van stemmen(met eenige verandering hieronder te noemen), zal blijven bestaan en het manuaal of onderklavier zal uitmaken.
dat de pijpen van die stemmen verbeterd en in andere mezuuren zullen gebragt en veele slechten derhalve zullen vernieuwd worden.
dat de Viool de Gamba als onbruik- en onverbeterbare stem zal vervallen en in deszelfs plaats een nieuwe Saliconaal 8 voet geheel van fijne specie zal geleverd worden.
dat de Quint 6 voet als geheel ondoelmatig stem zal omgewerkt worden tot een Open Quint 3 voet.
dat de Roerfluit 4 voet die geheel niet het geluid van die stem aangeeft zal verwerkt worden tot een Gedekt Fluit 4 voet.
dat de Flageolet 1 voet die geheel niet aan de benaming voldoet en daar en boven eene zeer ongeschikte stem voor het manuaal is zal weggenomen en zoo plaatsruimte op de windlade het veroorloofd een Gemshoorn of eene andere doelmatige stem daarvoor zal geleverd worden.
dat de windlade die vol hoofdgebreken is, verbeterd en in andere verdeelingen in verband met de nieuwe inrigting van het orgel zal omgewerkt worden.
dat het aanwezige klavier niet kan blijven bestaan maar moet worden vervangen door een nieuw, dat in verband met het daarbij gemaakt wordende tweede of bovenklavier en het voor die beide klavieren benodigde verbindings- of koppelwerk moet worden daargesteld.
dat ook van de overige mechanieke deelen als abstracten, welatuur en registratuur niet kan blijven bestaan, maar dat, dat alles geheel nieuw en naar de behoefte van de veranderde en verplaatste manuaal windlade en in simetrische verhoudingen moet worden daargesteld.
dat de drie blaasbalgen die alreede voor het bestaande werk te klein zijn ingerigt, niet toereikende zijn voor het toekomstige vergrootte werk en uit dien hoofde nog eene vierde blaasbalg daar zal worden bijgemaakt, terwijl de gebreken die aan de aanwezigen bestaan, zullen worden weggenomen en dezelve voor zoo veel den kleinen vorm en inhoud mogelijkheid aan de hand geeft, door versterking van de bovenbladen, verbeterde windschepping en uitval en wat meer nodig zal zijn tot goede blaasbalgen zullen gemaakt worden, de calcatuur claves verlengd en de assen derzelve in beter sluitende potjes zullen gelegd worden.
dat de blaasbalgenkast met derzelver toebehoren zullen worden vernieuwd overeenkomstig de behoefte van het veranderde manuaal en het geheele werk.
dat bij het bovengenoemde verbeterde en veranderde werk waardoor het tot het manuaal of onderklavier is ingerigt zal geleverd en in dezelfde orgelkast geplaatst worden eene geheel nieuwe windlade voor het bovenwerk of tweede klavier van de beste materialen en deugdzame bewerking.
dat voor die windlade geleverd en op dezelve zullen geplaatst worden de navolgende nieuwe stemmen als.

1. Praestant 4 voet van specie, tezamengesteld uit 1/3 tin en 2/3 lood.
2. Zachte Holpijp of Gedackt 8 voet gehalveerd het groot octaaf van hout, de overigen van specie.
3. Fluittravers 8 voet diskant van mahoniehout met palmhouten monddekstukken.
4. Openfluit 4 voet van specie.
5. Roerfluit 4 voet van specie.
6. Woudfluit 2 voet van specie.
7. Dulciaan 8 voet, gehalveerd.

dat de verdere tot dit bovenwerk benodigde zoo mechanieke als windvoerende en overige deelen van de deugdzaamste materialen en bewerking onberispelijk zullen geleverd en dit werk met het manuaal of onderklavier tot een goed geheel zal te zamen gesteld worden.
dat na de zamenstelling van het binnenwerk, het veranderde, verbeterde en nieuwe pijpwerk van het manuaal en dat van het bovenwerk overeenkomstig de benaming der stemmen krachtig en tevens aangenaam luidende geïntoneerd en in zuivere stemming zal gebragt worden.
dat de bovengemelde werkzaamheden zullen ten einde gebragt en het orgel speelvaardig zal kunnen geleverd worden, tien maanden na de aanneming van dezelve. En eindelijk dat de kosten daarvan zullen belopen plm. Drie en dertig honderd Gulden.'

Hierna volgen nog voorstellen voor een nieuw orgel met twee klavieren met aangehangen pedaal en een orgel met twee klavieren en een vrij pedaal.

1848
Op 4 februari wordt het orgel door Petrus van Oeckelen overgeplaatst en op 4 februari gekeurd. De volgende gebreken worden geconstateerd: (40)
Transcriptie Van der Kleij: 'In het orgel bestaan de navolgende gebreken:
1e. De Viool de Gamba is onbruikbaar zonder beterbaar tenzij men ze verandere in een Salcionel.
2e. De Quint 6 voet is geheel ondoelmatig tenzij ze omgewerkt wordt in een Open Quint 3 voet.
3e. De Roerfluit 4 voet geeft geheel niet het geluid van die stem en kon verwerkt worden tot een Gedekt Fluit van 4 voet.
4e. De Flageolet 1 voet voldoet geheel niet aan de benaming en is eene ongeschikte stem voor het manuaal, beter ware een Gemshoorn of andere doelmatige stem.
5e. De windlade is vol gebreken: de verdeelingen zijn niet mathematisch of symmetrisch.
6e. De drie blaasbalgen zijn voor ‘t bestaande werk te klein: de bovenbladen moeten worden versterkt en verbeterd, de windschep- en uitval moet worden verbeterd, calcatuur claves zijn te kort, de potjes van de assen versleten en niet meer sluitende, de blaasbalgen dienen meer inhoud te hebben en van ruimer omvang te zijn en ook langzamer afloop hebben, dan zullen ze gelijkmatiger wind leveren.
Ik stel voor den heer van Oeckelen, als verplicht de gebreken te herstellen, hierop te doen berigten of in eene kerkvoogdenvergadering van ieder punt verslag te doen geven ten einde daarna hierover te kunnen besluiten. Assen 4 februari 1848. [w. g. ] L. Oldenhuis-Gratama'

Daarnaast is er een rapport uit februari met de gebreken aan het front van het orgel, ondertekend door L. Oldenhuis-Gratama. (40)
Transcriptie Van der Kleij:
'In ‘t front van de orgelkast bestaan de navolgende afwijkingen aan goede smaak en elegantie opmerkbaar voor iederen oplettenden besschouwer.
1e. Tusschen de eikenhouten kroonlijsten van de drie torens en de zich verbeeldende witte en ver-gulde zijden draperiën zijn witte vierkante verlengstukken of verlegblokjes aangebragt, waarschijn-lijk om het front en de torens hooger te maken dan de pijpen lang zijn, en om een vergis in berekening van de vooraf gereed gemaakte draperiën te verbergen:- dit hoort niet de ruimte moet aangevuld worden of door de kroonlijst of door de draperie- in het eerste geval moet het bruin gekleurd zijn: in het tweede geval verguld en gedeeltelijk wit: - Het blijkt reeds daaruit, dat het thans bestaande verkeerd is, omdat eene draperie, zoo als het thans verbeelden zal, nooit in het vierkante kan hangen.
2e. Het ornament op de middenste toren is op zich zelf zonder smaak en zonder beteekenis: waar beduiden de ter wederzijden van onder uitstekende figuren? De meeste hebben het mij niet kunnen oplossen: waarschijnlijk zal het eene bundel vaandels zijn, maar dan is het zeer ongelukkig gekozen:de fluiten en trompetten en trophee gebonden of vereend - zooals het schijnt dat de bedoeling is - zijn veel te klein: deze kleinhied valt vooral in het oog, wanneer men ze vergelijkt - als ook dat geheele ornament - met de beide vazen staande op de beide andere torens, daarnaar gerekend zou het ornament - op de middenste toren teminste eens zoo groot moeten zijn. Er bestaat ook geen sprekend verband tusschen de ornamenten op de drie torens.
3e. Daar de draperiën en de ornamenten ter wederzijden met goud zijn afgezet, staat het arm, dat geen der drie ornamenten op de torens met goud zijn versierd.
4e. Het dekkleed, waarschijnlijk ter wering van lekkerij over het gansche orgel gespreid moet uit het gezigt gebragt worden. - of er moet zoodanig kleed over ieder toren afzonderlijk liggen want de overstekende kleeden nemen de illusie weg.
Ik stel voor deze bedenkingen aan de Heer van Oeckelen mede te deelen. [w. g. ]. L. Oldenhuis-Gratama'

In maart komt het orgel bij de kerkvoogdij weer aan de orde. 'Is na overleg besloten aan den orgelmaker van Oekelen kennis te geven, dat kerkvoogden zijn voorstel om het windkanaal tusschen de blaasbalgenkast en het orgel onder de vloer van het orgelbalkon te leggen goedkeuren en aannemen.' Andere werkzaamheden aan het orgelbalkon worden uitgevoerd door een aannemer.
Op 15 april beslist de kerkvoogdij dat organist Meyboom een keuring zal uitvoeren. (05)
Op 17 april keurt Meyboom het orgel goed (40) (03)
Transcriptie: 'Aan het college der Heeren Kerkvoogden der Hervormde gemeente te Assen
De ondergetekende, organist bij de hervormde gemeente te Assen, verklaart door deze, dat het Orgel, door den heer van Oekelen van de oude in de nieuwe kerk overbragt,
niet alleen in alle opzigten goed, maar door verwisseling van twee stemmen beter en veel welluidender geworden is. Het naar waarheid getuigende heb ik de eer met achting te zijn
der Heeren Kerkvoogden
Uw Dienaar
Assen den 17 april 1848 C. Meyboom'

Op 25 april wordt geschreven: 'Mede berichten zij, dat zij door organist Meyboom het orgel hadden laten keuren en opnemen, welke hun door daarvan van een certificaat had uitgereikt (zou hetzelve bij de notule No 48) waarop zij aan den orgelmaker van Oecklen zijne aannemsom ad f 350,- hadden voldaan op mandaat volgens contract van januari 1848 De vergadering keurt deze handeling goed.' (05)
Op 30 april wordt de nieuwe kerk door ds. Zubli ingewijd. 'De zitplaatsen zijn amphitheatersgewijze om de preekstoel aangebragt; afzonderlijke zitplaatsen of gestoleten voor burgelijke collegiën en overheden zijn er niet.' Zie Drentsche courant, (02-05-1848).
Op 4 mei beschrijft Meyboom hoe hij de beveiliging van het orgel wil gaan regelen. (40)
Transcriptie:
'Aan het college der Heeren Kerkvoogden der Hervormde gemeente te Assen. Ten behoeve van de beveiliging van het orgel is noodig:
1) één sleutel van de deur van de ondergetekende plaats
2) één sleutel voor het slot aan de klep van de orgelkast ter beveiliging van het pijpwerk
3) één kleine trap om bovenvermelde kleppen aan de wervels te bevestigen, wanneer het tongwerk gestemd moet worden
Assen 4 mei 48 C. Meyboom Organist'

1849
In het boek uit 1849 over de kerk door A.H. Pareau komt het orgel summier aan bod. Over de overplaatsing naar de nieuwe kerk wordt gezegd: 'De ruimte voor het orgel is gewonnen door een uitspringend gebouw aan den breeden voorgevel'.
Verder: Blz. 15: 'Het thans reeds naar de nieuwe kerk overgebragte Orgel, het is, dank zij der belangstelling in onze open bare eeredienst ! door de milde bijdragen der Gemeente tot een Gode gevallig en de Gemeente stichtend voertuig geworden voor onderlinge verheffing der harten tot God en Christus.'
blz. 243: 'Toen de Gedachtenisrede gehouden werd, was reeds het Kerkorgel en waren almede eenige banken weggeruimd en naar het nieuwe kerkgebouw overgebragt.' (29) (De 'gedachtenisrede wordt gehouden in het oude kerkgebouw)

1853
Op 4 januari verklaart organist Meyboom dat Van Oeckelen het orgel 'weer in stand' heeft gebracht.
De kerkvoogdij besluit 48 aandelen uit te geven van f 25,- om de uitbreiding van het orgel met een tweede manuaal te financieren. Hiertoe wordt een aparte uitnodigingsbrief geschreven. Aan het einde van de brief zijn de handtekeningen van de intekenaren te vinden.
In een brief van 22 augustus betoogt een kerkvoogd dat het orgel zou moeten worden uitgebreid met een tweede klavier als Rugpositief. Van Oeckelen schat de kosten tussen de f 800,- en f 900,-. Het zou in twee termijnen in 1854 en 1855 betaald kunnen worden. De kerkvoogd ziet in de financiering verder geen problemen. Uit nog bestaande kerkfondsen en een collecte kan het eenvoudig betaald worden.
Op 27 september beantwoordt Van Oeckelen een brief van de kerkvoogdij voor uitbreiding van het orgel. Hij stelt het volgende voor:
Toevoegen van een tweede klavier met een vierde blaasbalg voor f 1020,-. Als de Dulciaan niet wordt geplaatst, dan wordt het bedrag f 870,-
Op de achterzijde volgt in 6 artikelen de specificatie:
Art. 1: Toevoeging van een tweede klavier met een gehalveerde trekkoppeling.
Art. 2: Nieuwe windlade met Holfluit 8, Nachthoorn 4, Fluit 4, Viola da Gamba 8 vanaf F, Fluit 2 en Dulciaan 8.
Art. 3: Bijplaatsing van een nieuwe blaasbalg bij de drie aanwezige balgen in grootte en inhoud gelijk.
Art. 4: Voor de Viola da Gamba in het hoofdmanuaal te plaatsen een Prestant 16 discant.
Art. 5: Het aanwezige walsraam met mechaniek geheel vernieuwen voor een betere speelaard
Art. 6: De frontpijpen nieuw polijsten.

Op 28 oktober schrijft organist Meyboom aan de kerkvoogdij dat de uitbreiding van het orgel wenselijk is. De Prestant 16 draagt bij tot de volheid van toon en ook de Dulciaan is niet te verwerpen.
Het toevoegen van een vrij pedaal zou ook niet kwaad zijn, maar misschien wordt dit te duur. Het is van Oeckelen wel toevertrouwd de werkzaamheden uit te voeren.
Daarna noemt hij de huidige dispositie: Praestant 8, Bourdon 16, Viola da Gamba 8, Holpijp 8, Nachthoorn 4, Octaaf 4, Fluit 4, Sup. Octaaf 2, Flageolet 1, Mixtuur 3 en 4 sterk, Trompet 8.
Op 11 november beantwoordt Van Oeckelen de brief van de kerkvoogdij dat hij de uitbreiding van het orgel graag wil uitvoeren. De opleverdatum hangt af van de datum van de opdracht. Deze winter kan Van Oeckelen nog veel voorwerk doen. Hij komt graag naar Assen om het een en ander te bespreken. Hij raadt aan de frontpijpen te vervangen door tinnen exemplaren, wat niet meer hoeft te kosten dan f 300,-.
Op 24 november schrijft Van Oeckelen dat de nu aanwezige Viola da Gamba kan worden vervangen door een Prestant 16 discant. De Flageolet 1 vervangen door een Salicionaal 8. Het groot octaaf van de Salicionaal kan worden gehaald uit de huidige Viola da Gamba. De bas van de Trompet 8 vernieuwen om een betere mensuur en tongen en lepels te verkrijgen. Deze werkzaamheden begroot hij op f 250,-.
Op 8 december beantwoordt van Oeckelen een brief van de kerkvoogdij. Hij zal een bestek toesturen. Is het mogelijk dat hij een kopie krijgt van de voorstellen die hij al voor Assen heeft geschreven? Van Oeckelen heeft namelijk geen kopie bewaard. Op basis daarvan kan hij dan zijn bestek schrijven.
Direct daarna schrijft de kerkvoogdij in een brief de teksten van Van Oeckelen over.
Op 15 december schrijft organist Meyboom dat hij het bestek heeft ingezien en dat hem dat goed voor komt. Hij vertrouwt dat Van Oeckelen deze vergroting goed zal uitvoeren.
Van Oeckelen maakt een bestek op voor de uitbreiding van het orgel, gedateerd op 16 december. De begeleidende brief dateert van 13 december. (30) Voor een transcriptie zie bijlage 4.
Op 25 december wordt het aandelenplan voor de lening van f 1.200,- in de kerk gepresenteerd. In de kranten van novemebr en december wordt veelvuldig over de plannen bericht. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant, (26-11-1853), (30-11-1853), (07-12-1853), (28-12-1853) en (31-12-1853),  Veendammer courant, (10-12-1853) en Nieuwe Drentsche courant, (07-12-1853), 31-12-1853

1854
Op 28 januari keurt het College van Toezicht voor de Hervormde Kerk de geldlening voor de vergroting van het orgel goed. (56)
De bijbehorende stukken zijn opgenomen in de verbalen van het College. (57)
Adviseur is Mr. S. W. Trip uit Groningen, die vaker optreedt als adviseur voor orgels van Van Oeckelen. De werkzaamheden verlopen echter traag, aangezien Van Oeckelen in die tijd ook bezig was met de restauratie van het orgel in de Martinikerk te Groningen. Assen komt qua prioriteit op de tweede plaats (06) .
Op 28 januari schrijven Gedeputeerde Staten dat er via een resolutie op 24 januari is besloten dat de renteloze lening van f 1200,- voor de financiering van het orgel wordt toegestaan. Per jaar dienen 4 aandelen te worden afgelost in een periode van 12 jaar.
Op 26 september beantwoordt Van Oeckelen een brief van de kerkvoogdij van 20 september omtrent de te trage voortgang van de werkzaamheden. Hij is druk bezig met het orgel van de Martinikerk in Groningen. Hij denkt dat het orgel in Assen dit jaar gereed kan komen.
Op 20 oktober wordt de realisatie van het plan voor de lening van f 1200,- gemeld.
In december beantwoordt Van Oeckelen een brief waarom het orgel niet op 1 november gereed is. Hij geeft als excuus dat hij veel werk had aan de restauratie van het orgel in de Martinikerk te Groningen.
Hij verwacht over twee weken alle orgelonderdelen gereed te hebben en te kunnen beginnen met de installatie in Assen. Hij zal dit werk zo uitvoeren dat het orgel bespeelbaar blijft voor de eredienst.
De frontpijpen worden tijdelijk naar Groningen vervoerd om opgeknapt te worden. Hierdoor zal het orgel wat zwakker worden. (30)

1855
Op 24 juni wordt het orgel gekeurd door de Groningse organist en publicist Siwert Meijer (1812-1877). In zijn rapport is hij positief, maar wijst wel op doorspraak in de oude windlade en op het bovenklavier missen twee registers die later in het contract zijn toegevoegd. (30)
Transcriptie: 'Na gedaan onderzoek verklaart de ondergetekende, dat het orgel in de herv. kerk te Assen, thans met een tweede klavier vergroot, geheel goed door de heeren P. van Oeckelen en Zonen is afgewerkt. Dat er echter in de oude windlade (van het onderklavier) een weinig doorspraak heerscht, en het nieuwe werk (het bovenklavier) wel naar het oorspronkelijk bestek, doch niet naar de later daarin gemaakte veranderingen is ingerigt. Dat daar entegen ook weer meer is gedaan, dan vereischt is geworden, als de vernieuwing der geheele Trompet in plaats van slechts den bas. De vernieuwing des claviatuurs van het oude werk waarvan ook niet was gesproken enz. Assen den 24 Juny 1855. [w. g. ] S. Meijer.'

Bij de herkeuring op 11 juli is alles in orde, hoewel hij enigszins dubbelzinnig schrijft: 'dat het werk evengoed is ingericht, alsof de beide ontbrekende registers op de nieuwe windlade zelve waren aangebracht'. (30)
Hieruit blijkt dat Van Oeckelen deze registers over het hoofd heeft gezien en hij ze er alsnog op een hulplaadje erbij heeft gezet (07)
Transcriptie: 'De ondergeteekende S. Meijer, organist in de Nieuwe Kerk te Groningen verklaart op heden opnieuw het orgel te hebben nagegaan en onderzocht en te hebben bevonden, dat de beide ontbrekende nieuwe registers in orde zijn aangebragt, dat de in de oude windlade geheerscht hebbende doorspraak geheel is weggenomen en dat er als nu door hem verklaard wordt dat het geheele bestek naar genoegen is afgewerkt. Ook verklaart hij nog dat het werk evengoed is ingerigt, als of de beide ontbrekende registers op de nieuwe windlade zelve waren aangebragt. Assen den 1 July 1855. [w. g. ] S. Meijer.'

Dispositie na de vergroting

Hoofdmanuaal:   Bovenmanuaal:  
Prestant 16’ disc. Holpijp 8’
Prestant 8’ Holfluit 8’
Bourdon 16’ Viola di Gamba 8’
Holpijp 8’ Nachthoorn 4’
Salicionaal 8' Gedekte Fluit 4’
Octaaf 4’ Fluit 2’
Gedekte Quint 3’ Flageolet 1’
Mixtuur 3-4 sterk Dulciaan 8’
Trompet 8’    

Manualen C - f3 ; aangehangen pedaal C - a; gehalveerde trekkoppeling manualen; afsluitingen; ventiel; vier blaasbalgen. Op het Hoofdmanuaal komt de Prestant 16’ discant in plaats van de Viola di Gamba 8’; het groot octaaf van de Salicionaal 8’ komt uit houten pijpen van de Viola di Gamba 8’; de Trompet 8’ is geheel nieuw; Holfluit 8’ twee octaven gedekt, de rest open, wijde mensuur, groot octaaf van wagenschot; Viola di Gamba 8’ op het Bovenmanuaal vanaf groot F, de vijf laagste tonen spreken in de Holpijp 8’; De Dulciaan 8’ is gehalveerd. Ten aanzien van de dispositie van 1819 blijkt nu dat de Quint 6’ vervangen werd door een Fluit 4’; volgens contract van 1853 werd dit register weer vervangen door een Gedekte Quint 3’ (08) .

1855
Het orgel wordt op zondag 23 juni weer ingebruik genomen. De dienst wordt geleid door ds. Zubli. Organist is adviseur Siwert Meijer. Zie  Provinciale Drentsche en Asser courant (20-06-1855) en  Groninger Courant (29-06-1855)
De ingebruikname wordt ook genoemd in het Verslag van Gedeputeerde Staten aan de Staten der provincie Drenthe (01-07-1856)

1856
Op de tweede Pinksterdag geeft Siwert Meijer het eerste concert op het vergrote orgel. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (07-05-1856(, (11-05-1856).

1855-1884
Onderhoud door Van Oeckelen (09) .
Hierna werd het onderhoud uitgevoerd door C. W. Snelleman, een orgelhandelaar uit Groningen (10) .

1858
Ingezonden brief naar aanleiding van een vacature voor een organist in Assen. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (07-08-1858).
'INGEZONDEN STUKKEN
IETS over het Orgelspel in Nederland in 't alge meen en dat der vacante Organist-betrekking te Assen in 't bijzonder.
Nederland, en met name Amsterdam; genoot eens de reputatie, den zetel te zijn van het ware orge!spel. Immers toen Pieter Swelinck nog leefde, kwam men heinde en verre uit alle oorden van Europa, om zich — gelijk men net noemde — tot organist te laten vormen. — Van daar dat Pieter Swelinck <Organisten-maecker> werd genoemd. Waarlijk, men mag aannemen, dat de grootste orgelspeler en componist. Joh. Seb Bach, die nimmer geëvenaard is, en misschien nimmer zal worden overtroffen, ook door de Hollandsche school is gevormd: want zijn leermeester was een scholier van Pieter Swelinck. Na den dood van onzen eenigen landgenoot is de muziek in Nederland echter in de schaduw getreden; terwijl onze naburen, de Duitschers, er voor 't orgel geheel hun voordeel mede hebben gedaan. Maar hoewel dit eene treurige waarheid is, even verblijdend is het, dat vele organisten of kweekelingen hier te lande zich thans op hunne beurt weder willen wijden aan de Duitsche school. En teregt, want na Pieter Swelinck ontdekte de kenner allerlei tegenstrijdigheden. Walgelijke krullen en trillers missierden het koraal: getuige hiervoor het Psalmboek van Hurlebusch en andere organisten. En hoewel Lustig, te Groningen, wiens geschriften ook nu nog door de vrienden van 't ware orgelspel in ere worden gehouden, de dolle massa trachtte tegen te houden, werd noch hij, noch zijn aanhangers geloofd; hoewel buitenlanders hem hoogschatten. De smaak voor 't echte koraalspel is echter in de laatste jaren te Groningen, en zoo wij hopen ook in de provincie Drenthe weder ten goede gekeerd : en hiertoe heeft de heer S. Meijer van Groningen veel bijgedragen. Want nadat hij vruchteloos zeer lang gepoogd had gewaar te worden wat hij wilde weten, ontving hij schriftelijke lessen van Prof. Lobé te Leipzig. In 't eerst wilde men zijn manier en zijne methode volstrekt niet begrijpen , maar toen de voor de kunst te vroeg overleden Cammenga te Groningen kwam, die hem hoogschatte en hem begreep, toen eerst geloofde men, dit zijne uitgegeven werken buitengemeen veel waarde hadden. Nu Cammenga overleden is en door een degelijke opvolger is vervangen kan de gemeente van Groningen zich weer voortdurend verheugen in 't klassiek orgelspel. Moge Assen, bij 't vervullen der organisten-vacature, hieraan een voorbeeld nemen en een degelijk en goed onderlegd organist kiezen.

Er wordt een instructie voor de verhuur van de zitplaatsen in de kerk gemaakt. De organist wordt vermeld op bladzijde vier: 'III. De plaats bij het orgel, bestemd voor den organist.' De instructie is aangetroffen in het kerkvoogdijarchief van de Hervormde kerk in Smilde. Misschien is hij daar gebruikt als voorbeeld.

1859
H. Drewes wordt voor een halfjaar aangesteld als voorzanger. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (29-09-1859).

1865
Er worden plannen gemaakt voor voor de verbetering van kerk en orgel. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (30-03-1865).
'Men spreekt er van, dat de Hervomde kerk in beteren toestand wordt gebracht. Zij is te laag van zoldering en heeft ook groote behoefte aan een beter orgel. De Hervormde gemeente, die prijs stelt op openbare godsdienstoefening, moet erkennen data hare kerk niet is, wat zij te Meppel kon wezen.'

1870
Op 21 november verzoekt voorlezer en voorzanger Harm Drewes om verhoging van zijn traktement. Zijn benoeming voor een half jaar is, gezien dit bericht, verlengd.(32)

1885
M.H. van 't Kruys vermeldt de dispositie in zijn boek Verzameling van Disposities der verschillende orgels in Nederland.
De aantekeningen zijn van de Groningse organist Johan van Meurs (1903-1986).


1887
In december stuurt orgelmaker C.W. Snelleman een nota van f 20,55 voor het stemmen, enkele kleine reparaties aan het pijpwerk en het reguleren van het klavier. (30)

1894
Er worden plannen gemaakt om een nieuw orgel aan te schaffen.
Op 24 juli meldt orgelmaker Snelleman dat het geen zin heeft het front te verven als er toch een nieuw orgel wordt geplaatst. Het vervangen van de Trompet 8 is ook niet nodig. Herstel van de pijpen is goed mogelijk.
Op 27 juli beantwoordt organist H.P Steenhuis (Martinikerk in Groningen) een brief van de kerkvoogdij van Assen. 'Ik heb van Oeckelen gesproken, die mijn verklaarde,dat door een reparatie aan het orgel in de herv. kerk te Assen dit orgel wel beter, doch nimmer mooi zou kunnen worden. Uw mening, dat voor drie à vier duizend gulden wel een orgel kan krijgen, groot en krachtig voor Uw kerk, is juist.'.
Als goed voorbeeld noemt hij het Van Oeckelen-orgel in Sappemeer waar van 1875-1891 organist was. Dit orgel heeft nog geen f 4.000,- gekost. Het enige wat hij zich daar wenste was een vrij pedaal.'
In het gesprek dat hij heeft met Van Oeckelen komt naar voren dat Van Oeckelen een orgel als te Sappemeer voor een dergelijke prijs zou kunnen leveren inclusief vrij pedaal als hij het oude orgel daarvoor in ruil terug krijgt.
Hij beveelt verder nog de volgende orgelmakers aan:
- Timmenga & Bakker te Leeuwarden
- Van Dam & Zonen te Leeuwraden
- Batz & Co te Utrecht
- Maarschalkerweerd te Utrecht
- Adema in Amsterdam
Hij is er echter van overtuigd dat niemand goedkoper kan leveren dan Van Oeckelen. Ook kan Steenhuis een paar tekeningen leveren, maar het is de vraag of die bruikbaar zijn in Assen. Beter is het dit aan de orgelmaker te vragen.
Graag is hij bereid meer inlichtingen te verstrekken.
Op 28 juli schrijft Van Dam dat zijn zoon aanstaande zondag in Gieten is om het door hen geleverde orgel voor het eerst te bespelen. Hij reist maandag over Assen terug om daar te overleggen.
Op 5 september meldt Van Dam dat het betrokken kerkbestuur de beloofde tekeningen nog even wil behouden. Hij kan ze na een dag of vijf leveren.
Op 17 september vraagt Van Dam of hij de tekeningen moet sturen of dat hij ze meeneemt naar Assen om ze te bespreken.
Op 25 september stuurt Van Dam een tekening van het orgelfront. De keuze van het front speelt een rol bij de prijs. De prijs voor het huidige ontwerp is f 4.000,- Mocht besloten worden een vrij pedaal toe te voegen, dan wordt de prijs verhoogd met f 1.200,- De tekening kan altijd nog enigszins worden gewijzigd. (30)
In het Nieuwsblad van het Noorden (26-10-1894) en de Provinciale Drentsche en Asser courant (24-10-1894) wordt bericht over de orgellplannen.

Op 26 november stuurt Van Dam het bestek in duplo naar Assen. Graag zou hij, nadat het bestek is gecontroleerd, een getekend exemplaar terugontvangen.
Op 29 november schrijft Van Dam dat hij de gewijzigde bestekken heeft verstuurd. De gemaakte fout is hersteld. Aan artikel 20 wordt toegevoegd dat geconstateerde gebreken bij de keuring zo spoedig mogelijk hersteld zullen worden. Ook de tekst van artikel 21 wordt gewijzigd. (30)

De kerkenraad plaatst een advertentie voor een voorzanger wegens het overlijden van voorzanger H. Drewes. Benoemd wordt H. Russcher. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant, (25-05-1894), (25-06-1894).

1895
Het contract heeft als datum 25 januari 1895. De oude datum van 19 november is doorgehaald. De aanneemsom bedraagt f 5.500,-. (30)
Voor de tekst van het contract zie bijlage 6.

De eerste twee pagina's van het contract (Klik op de afbeelding voor een vergroting)

Op 1 februari stuurt Van Dam een brief waar wordt gesproken over een aantal afgesproken wijzigingen. Deze wijzigingen worden echter niet beschreven. Op de achterzijde van de brief een dispositie.
'Bovenklavier 8 stemmen
Holpijp 8 vt Windlosser
Afsluiting Koppeling discant
Koppeling bas Holfluit 9 vr
Viola di Gamba 8 vt Nacht-
hoorn 4 vt Fluit 4 vt
Fluit 2 vt Dulciaan 8 vt discant
Dulciaan Bas Flageolet 1 vt

Onderklavier 11 stemmen
met aangehangen pedaal C-a
Prestant 8 vt Bourdon 16 vt
Salicionaal 8 vt Holpijp 8 vt
Quint 3 vt Octaaf 4 vt Fluit 4 vt
Octaaf 2 vt Prestant 16 voet
discant
Mixtuur 3 à 4 serk
Trompet 8 vt afsluiting
Wordt opzij bespeeld
Blaasbalgen liggen achter het orgel' (30)

Op 1 november schrijft Van Dam dat na het opmeten van het orgelbalkon blijkt dat het balkon met een meter verdiept zou moeten worden. Hij wil graag overleg met de architect. Met het maken van de orgelkas zijn ze daarom nog niet begonnen. Voor het geluid biedt dit ook voordelen. Voor het oude orgel willen ze niet meer dan f 300,- betalen.
Op 15 december schrijft Van Dam dat hij duidelijkheid wil van de kerkvoogden omtrent de verdieping van het orgelbalkon met 1 meter voor de plaatsing van het vrije Pedaal. Ook is er dan meer hoogte voor het front beschikbaar.
Organist Obbes maakt een notitie voor een dispositie voor een twee-klaviers orgel met vrij pedaal. De prijs voor het orgel is f 4.300,- en die voor het vrij Pedaal is f 1.200,-. Het oude orgel zou voor f 150,- in betaling gegeven kunnen worden. (30)

1896
Notitiebriefje met de dispositie van het oude orgel en een inventarisatie wat er aan mankeert en mogelijk veranderd kan worden:
1/ Klavieren nieuw constructie zoo, dat het spelen niet zo veel kracht eischt
2/Scherpe registers eruit. bv. mixtuur, quint wn of 3 voet en trompet vernieuwen
3/ (doorgestreept) gordijn tussen den organist en het schip van de kerk
3/Afsluiting van sommige registers met een kniestuk
4/gordijn voor den zetel van den organist

Het Van Oeckelen-orgel wordt te koop aangeboden. In de eerste twee advertenties wordt nog geen prijs genoemd. In april wordt wel een prijs genoemd. men moet het orgel kwijt omdat het nieuwe orgel binnenkort wordt geplaatst.
Het orgel wordt in mei voor f 300,- verkocht aan Van Dam, die het weer doorverkoopt aan de Hervomde Kerk van Havelte. Van Dam plaatst het daar in juni. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (19-06-1896).

 Het nieuws van den dag : kleine courant, 29-01-1896, Provinciale Drentsche en Asser courant, 28-01-1896, Provinciale Drentsche en Asser courant, 21-04-1896

Op 3 februari vraagt orgelmaker Jurjaanz uit Amsterdam inlichtingen omtrent het te koop staande oude orgel.
Op 26 februari schrijft H.W. Flentrop uit Koog a/d Zaan. Hij beklaagt zich dat hij niet op de hoogte is gebracht dat er nog een koper voor het orgel is. Was hij de eerste koper die zich meldde? Hij had eindelijk de kerkrentmeesters overtuigd en nu gaat het misschien niet door. Hij is plan te komen maar krijgt nu te horen dat hij eerst moest wachten op de andere koper. Is er nog een mogelijkheid om deel te nemen?
Op 5 maart vraagt L. van Dam of het oude orgel als is verkocht en weggenomen is. Als de orgelzolder leeg is kan er met de architect worden overlegd omtrent de plaatsing van het orgel.
Op 5 maart meldt de kerkvoogdij van Norg dat ze afzien van de aankoop van het oude orgel.
Op 10 maart meldt orgelmaker H.W. Flentrop per telegram dat hij volgende week naar Assen komt.
Op 11 maart meldt Flentrop dat hij geen tijd heeft om naar Assen te komen.
Er zal een brief volgen. Flentrop wil a.s. zondag komen. Kan het orgel zolang worden gereserveerd?
Op 15 maart schrijft Flentrop dat de kerkvoogdij van zijn klant eerst met de notabelen wil onderhandelen alvorens ze een besluit nemen omtrent aankoop.
Op 10 april meldt de kerkvoogdij? van Helmond? dat ze afzien van de koop van het orgel.
Op 5 juli schrijft Van Dam dat het orgel op 4 juli is ingescheept en waarschijnlijk aanstaande dinsdag in Assen zal arriveren. Woensdagochtend vertrekt Van Dam naar Assen en verwacht de orgelkas voor zondag te hebben opgesteld. De orgelzolder moet leeg zijn en goed schoon gemaakt. Graag wil hij f 1.000,- of f 1.500,- ontvangen voor de voortgeschreden werkzaamheden.
Op 10 juli schrijft Van 't Kruijs dat hij graag bereid is het orgel te keuren. Graag bericht wanneer dat kan gebeuren. Als de keuring 1 dag duurt rekent hij f 50,- bij 2 dagen wordt het f 60,-.
Op 15 juli vraagt Van 't Kruijs wanneer hij kan komen om het orgel te keuren.
Op 26 september schrijft Van 't Kruijs dat hij donderdagavond 8 oktober naar Assen komt om op 9 oktober in de ochtend het orgel te onderzoeken. Hij wil diezelfde avond een orgelbespeling ter inwijding van het orgel geven. Als de kerkenraad daarmee instemt zal hij tijdig het programma toesturen.
Op 4 oktober schrijft Van 't Kruijs dat de term 'orgelbespeling' misschien beter is dan 'orgelconcert'? Hij hoopt aanstaande zaterdag om half een te arriveren in gezelschap van zijn vrouw en pleegdochter. Hij bespreekt zelf een hotelkamer. Kan er worden overlegd met de predikant die de dienst leidt?

Op 10 oktober wordt het orgel gekeurd door M. H. van ‘t Kruijs. Op 11 oktober is 's ochtends een inwijdingsdienst waarin ds. Knappert voorgaat en M. H. van ‘t Kruijs het orgel bespeelt. 's Middags geeft M.H. van 't Kruijs een orgelconcert.
Het keuringsrapporttvan M.H. van 't Kruijss dateert van 10 oktobe. Het orgel is geheel volgens het contract gebouwd en is in al zijn onderdelen zeer solide..Ook het artistieke gedeelte - vooral ook de intonatie - verdient alle lof..Als een leemte ziet hij het ontbreken van een Trombone 8' op hett edaal. Volgens de orgelmaker is er ruimte om dit register toe te voegen en is hij bereid de mechaniek daarvoor gratis aan te leggen.edaal. Volgens de orgelmaker is er ruimte om dit register toe te voegen en is hij bereid de mechaniek daarvoor gratis aan te leggen.
In de krant staat over de keuring het volgende te lezen: 'Naar wij vernemen was de heer M.H. van 't Kruijs bij het onderzoek van het nieuwe orgel in het ned. Herv. kerkgebouw heden daarover bijzonder te vreden; het werk was naar zijn oordeel uitnemend opgeleverd.' Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (10-10-1896).
Op 18 oktober geeft M. H. van ‘t Kruijs onder grote belangstelling een orgelconcert.

In kranten en tijdschriften wordt uitgebreid verslag gedaan van het nieuwe orgel. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (05-10-1896), (08-10-1896), (09-10-1896), (13-10-1896), Nieuwsblad van het Noorden (14-10-1896), Leeuwarder courant, van 19-10-1896 (01) (02), Het Orgel 1896/09 november, Bijlagen van de Handelingen der Algemeene Synode van de Nederlandsche Hervormde Kerk, ten Jare 1897.

De organist van de kerk Obbes benut de gelegenheid om de gemeente vn een ingezonden stuk te wijzen op het goed zingen van een psalm. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (09-10-1896).
'Voorts moge, bij het zingen der gewone psalmen en gezangen, ieder er aan denken om met het orgel mee te gaan en geen halve maat achteraan te komen, zoals hier tot dusverre maar al te dikwijls wordt gehoord. het slepende gezang moge dan voor goed tot het verleden behooren.'

Op 27 oktoberrvraagt stafmuziekmeester H.C.J. Jaeger of zijn zoon dagelijks een half uur op het orgel mag oefenen. Hij heeft les van organist Obbes. Bijgesloten is een briefje van Obbes dat hij inderdaad les krijgt. ((300)
Op 3 november wordt in het College van Toezicht (verbaal 25/5) een aanvraag van de Hervormde kerk van Assen behandeld voor een geldlening van f 6.000,- voor de aanschaf van een orgel. De rente bedraagt 3 1/2% . De afbetaling start in 1897. Elk jaar wordt er minimaal f 250,- afgelost. Het college geeft goedkeuring. ((599)
E. van Dam-Peters schrijft opp 4 novemberrdat een antwoord op een schrijven deze week niet mogelijk is omdat beide heren deze week afwezig zijn..
Opp 19 novemberrschrijft van Dam per briefkaart dat dee rombone 88'van hett edaal reeds onderhanden iss enzo spoedig mogelijk zal worden geplaatst. Hopelijk in januari 1897, maar zeker is dat nog niet..
Opp 10 decemberrschrijft Van Dam dat het kleine mankement voor aanstaande zondag zal worden hersteld. Waarschijnlijk kan organist Obbes het ook zelf oplossen. ((300)

Dispositie

Manuaal I   Manuaal II   Pedaal:  
Prestant 8’ Prestant 8’ Subbas 16’
Bourdon 16’ Viola di Gamba 8’ Octaaf 8’
Violon 16’ disc. Voix Celeste 8’ Gemshoorn 8’
Roerfluit 8’ Holpijp 8’ Octaaf 4’
Fluit Travers 8’ Speelfluit 4’ Bazuin 16’
Octaaf 4’ Flute Harmonique 4’ Trombone 8’
Nachthoorn 4’ Woudfluit 2’    
Quint 3’ Klarinet 8’    
Octaaf 2’        
Mixtuur 3-4 sterk        
Trompet 8’        

Manualen C - g (3) ; Pedaal C - d (1) ; klavierkoppeling; pedaalkoppeling; crescendotrede Bovenwerk; drie afsluitingen; ventiel; Muette.

1898
Op 24 januari dient orgelmaker Van Dam een nota in van f 30,- voor een stemming van 4-6 januari 1897.

1900
Op 25 december schrijft een kerkbezoeker dat hij zich heeft geërgerd aan het kerkgezang. Hij wil niet beweren dat het 'rythmisch zingen' niet beter is dan de vroegere zangwijze, maar het grootste deel van de gemeenteleden kan het niet en velen houden zich stil.
Men moet zich inspannen om het snelle orgelspel te volgen. Het gaat beter als men een niet-ritmische gezang zingt. Kan het ritmisch zingen niet weer worden afgeschaft? (33)

1904
In Het Orgel 1904 van september een beschrijving van het orgelspel na de preek.
'Assen. Hier ter stede heerscht een eigenaardig gebruik. In de Hervormde kerk n. m. wordt door den organist, tijdens den dienst, na het eerste amen een of ander orgelnummer gespeeld, dat In overeenstemming is met de toespraak van den predikan. Bij feestdagen treedt ook wel een solist op, zoo ook op Koninginnedag. In alle kerken werd die herdacht. In de Ned. Herv. kerk werd de dienst geopend met orgelspel. De organist, de heer TADEMA, voerde een fantasie over de volksliederen uit. Mooi klonk de orgelmuziek door de kerk en het spel was Inderdaad uitstekend. Nadat nog gezamenlijk Gez. 178: 1 was gezongen, hield Ds. Visser eene toepasselijke rede. Daarna werd door mevr. R. de W. een zangnummer gegeven. Met een mooie altstem werd het lied “Je Maintlendrai" voorgedragen. Mooi, gedragen klonken de bezielende woorden door de gewelven en de zangeres mag zeker op de dankbaarheid der hoorders aanspraak maken. Zoowel de bevattelijke woorden als de melodleuse muziek (van Kor. Kuiler) eigenen zich uitstekend voor een volkslied. De orgelbegeleiding, In handen van den heer TADEMA, werd artistiek uitgevoerd. Toen de laatste klanken van dit lied weggestorven waren, werd het oude “Wilhelmus" ingezet en door de gemeente staande gezongen. Als een zegenbede, waarin ieder uitte wat hij gevoelde, klonk het plechtige Mijn schildt en mijn betrouwen Zijt gij, o Godt mijn Heer in de ruimte.'

1909
In maart melden zich twee sollicitanten om de overleden orgeltrapper Geert Strating op te volgen. De kerkvoogdij vraagt aan de kerkenraad of er redenen zijn waarom de sollicitanten misschien niet geschikt zijn voor deze functie. (33)

1910
Door blikseminslag in het torentje ontstaat brand, waarbij het orgel nogal wat schade oploopt. De firma Van Dam herstelt de schade. (14)
De nota van Van Dam beschrijft de werkzaamheden als volgt: 'Wegens de verschillende werkzaamheden aan het Orgel der Groote Kerk te Assen, in verband met en tengevolge van den torenbrand in Juni en November 1910. Inbegrepen reis-, transport- en logieskosten. De som van f 717,90.
Terwijl ondergetekende zich verbindt voor 10 jaren het risico te dragen der gevolgen van den brand en de eerst volgende zomerstemming ditmaal te verrichten voor het bedrag van f 15,- in plaats der jaarlijkse kosten à f 30,-.
.........
P. van Dam
Firma L. van Dam

Kranten berichten over de brand. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (14-06-1910), (15-06-1910)
In Het Orgel (1910 juli) schrijft de organist van de kerk Z. Tadema over de brand. Later, eveneens in Het Orgel (1910 oktober) een bericht door organist Jan Godefroy uit Steenwijk

1911
In het Het Orgel (oktober 1911) schijft A. Lambrechts dat ze hoopt dat na het herstel van het orgel bekende organisten er willen concerteren. Na het vertrek van A. Tadema wordt Friedrich Bicknese (1862-1937), kapelmeester van de stafmuziek, als nieuwe organist benoemd.

1922
Op 29 november vindt een gemeenteavond plaats met als doel de verbetering van de gemeentezang. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant, (25-11-1922), (29-11-1922), (30-11-1922).

1927
Tot dit jaar blijft het orgel bij de firma Van Dam in onderhoud. Als in 1927 Pieter van Dam, de laatste firmant van dit orgelhuis, overlijdt wordt het onderhoud overgenomen door de opvolgers J. Vaas en T. Bron.

1934
Door Vaas en Bron uit Leeuwarden wordt, na klachten van de organist, een reparatie uitgevoerd voor f 768,-. (53)
Op 28 september 1934 wordt het orgel weer in gebruik genomen met een bespeling door de eigen organist L. van Aalst en het Vrijzinnig hervomd Kerkkoor. Verder werken mee M. Moed-Oppenhuis (sopraan) en de heer Van Weijdom-Claterbos (cello). (15)
De kranten berichten over het concert en de restauratie. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (24-09-1934), 26-09-1934 (advertentie) en bericht en (29-09-1934).

In hetzelfde jaar noteert organist Johan van Meurs, organsit van de Der-Aakerk in groningen de dispositie. (28)





Ansichtkaart na de kerkrestauratie in de jaren '30 van de 20e eeuw

1948
Reparatie door Vaas en Bron van de windladen. (24)

1951
Op 5 oktober verschijnt een rapport van de Hervormde Orgelcommissie (HOC). 'De toestand van dit orgel geeft ons aanleiding de volgende opmerkingen te maken.'
 - Windladen: Beide laden hebben door- en bijspraak. Door het boren van gaten heeft men geprobeerd dit te verdoezelen.
 - Pijpwerk: Door onoordeelkundig stemmen is er veel schade. Van de Fluit Travers zijn de hoogste pijpen afgesneden. Er zijn veel slecht uitgevoerde noodreparaties. Op het tweede klavier is de dispositie gewijzigd.
 - Mechaniek: Rammelt en heeft veel speling
 - Balg: Van de balg is een blad gescheurd. Windmotor staat in een aparte ruimte waar te koude lucht wordt aangezogen. Ook is er spint geconstateerd.
'Het hiervoor vermelde wijst duidelijk op de onkunde en het gebrek aan liefde voor het vak van de orgelmaker, die het orgel in onderhoud heeft.' Restauratie is noodzakelijk, maar niet urgent. Herstel zou kunnen plaatsvinden over vier of vijf jaar. In de tussentijd kan geld op de begroting worden gereserveerd. Voor het onderhoud wordt Flentrop aanbevolen. De kosten zullen tussen de f 8.500,- en f 9.500,- liggen. (41) (61)

1952
Op 30 juli schrijft de HOC dat de kerkvoogdij van Assen een bezoek heeft gebracht aan Emmeloord om daar een orgel te bezichtigen voor plaatsing in een nieuw te bouwen kerk. De HOC wijst op de mogelijkheid tot advies. (61)

1953
Op 30 juni informeert de HOC naar de plannen voor de aankoop van een orgel voor de nieuw te bouwen kerk.
Op 8 juli antwoordt de kerkvoogdij dat er geen plannen bestaan voor de bouw van een nieuwe kerk.
Op 1 oktober informeert de HOC wat de stand van zaken is rond het orgel. De HOC verwijst naar hun rapport van 5 oktober 1951.
Op 4 november schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat het rapport uit 1951 is zoekgeraakt. Kan een afschrift worden gestuurd?
Op 18 december schrijft de HOC dat het rapport is toegestuurd. Wat is de stand van zaken? (41) (61)
Organist Lensink maakt via een brief kenbaar dat hij de dispositie van het orgel gewijzigd wenst te zien:
Op het Hoofdwerk de Fluit Travers vervangen door een Sesquialter en de Violon 16' door een Scherp en graag een Musette 4' toevoegen.
Op het Bovenwerk de Flûte Harmonique vervangen door een Quintadena 4' en de Klarinet door een Trechterregaal. Ook een een Cimbel toevoegen.
Op het Pedaal een Cinck 4' of 2' en een Mixtuur toevoegen.
Verder wil hij graag een zwelkast voor het Bovenwerk. (53)

1954
Op 16 februari informeert de HOC weer wat de stand van zaken is. De HOC verwijst naar het rapport van 5 oktober 1951. (41)
Besloten wordt een offerte aan te vragen bij orgelmaker Koch uit Apeldoorn omdat men Vaas en Bron niet bekwaam vindt. Werkzaamheden voor f 1500,-: Schoonmaken van het orgel, nieuw pedaalklavier, hergroeperen van pijpwerk. (53)
Op 30 september wordt in de Provinciale Drentsche en Asser courant gemeld dat de restauratie goed opsciet.

1955
Op 8 februari schrijft de kerkvoogdij dat de kosten voor het herstel van het orgel zwaar zouden drukken op de weinig rooskleurige financiën van de kerk. In overleg met de nieuwe organist L.B.J. Lensink wordt het orgel schoongemaakt door de fa. Koch. Ook de in het rapport genoemde mankementen worden hersteld. De fa. Koch krijgt ook het jaarlijks onderhoud. (41) (61)
Organist Lensink schrijft dat het orgel in 1819 oorspronkelijk een Sesquialter gehad zou hebben. Op 8 februari krijgt Koch de opdracht de Sesquialter te plaatsen. Tevens wordt de Klarinet vervangen door een Kromhoorn. Enkele maanden later wordt de samenstelling van de Mixtuur hoger gemaakt voor een bedrag van f 115,-. (53)
Organist Lensink heeft een goede relatie met de orgelmaker Koch. In juli speelt hij bij de ingebruikname van een orgel van Koch in Valkenburg. (60) Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (14-07-1955).

Op 20 augustus vraagt ds. Verstoep aan de HOC of er informatie is over de restauratiekosten van het orgel.
Op 26 oktober schrijft de HOC over een briefkaart van de kerkvoogdij van 29 september waarin stond dat ze contact hadden gehad met de verzekering over het orgel. Op welk bedrag werd het orgel getaxeerd? (61)

1956
Een onbekende persoon doneert een bedrag van f 31.000,- met als voorwaarde dat het geld wordt besteed aan het orgel. Er worden ingrijpende plannen gemaakt om het orgel te wijzigen in een driemanuaals instrument door het toevoegen van een Rugpositief. Het Pedaal zou aan weerszijden worden opgesteld. Het Van Dam-front zou worden verzaagd en hergebruikt in het nieuwe concept. In april maakt Koch een offerte voor een orgel met 43 registers. Een prijs wordt echter niet genoemd. In april begint Koch met de werkzaamheden en verzoekt de eerste termijn te betalen. In juli blijkt dat de schenking niet doorgaat en de werkzaamheden worden gestopt. Koch krijgt een bedrag als schadeloosstelling.Het blijkt dat de toezegging van het bedrag kwam van Mej. H. C. M. Wiersma te Assen. Een testamentaire beschikking met betrekking tot de toegezegde gift is echter niet gemaakt en de erfgenamen dachten er niet aan om de schenking alsnog uit te voeren. Alle pogingen om de gift alsnog te verkrijgen faalden. (18)

Er is geen documentatie welke werkzaamheden in deze periode hebben plaats gevonden. Uit een analyse de situatie in 1956 blijkt dat er zes nieuwe registers zijn gekomen. De klaviatuur en de koppelingen zijn vervangen. De weggenomen registers waren misschien bedoeld voor het niet gerealiseerde derde klavier en zijn verdwenen na het stilleggen van de werkzaamheden. (53)
Op 29 maart wordt gemeld dat het orgel bijna klaar is. De ingebruikname staat gepland voor 14 april. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (29-03-1955)
In de Provinciale Drentsche en Asser courant van 9 april beschrijft Jan Lensink de geschiedenis en de restauratie van het orgel. Jan Lensink maakt veel fouten in zijn verhaal en weet zelf niet eens te melden dat er in 1897 een volledig nieuw orgel is gebouwd en het oude orgel naar Havelte werd verkocht.
Hij beschrijft dat de restauratie tot doel had het orgel terug te brengen in zijn oorspronkelijke staat. Het tegendeel gebeurde echter.

Het orgel wordt in een speciale dienst op donderdagavond 14 april in gebruik genomen. Ds. F.H. van Aalst houdt een toespraak. 'Hij wenst de organist geluk met het in oude luister herstelde instrument.' Alle register worden door Lensink gedomonstreerd met tekst en uit leg door ds. Van Aalst. Daarna worden werken gespeeld van Bach, Plattim Purcell en Debussy. Er is medewerking van de fluitist Hans de groot.Zie Provinciale Drentsche en Asser courant, 15-04-1955,

Er wordt gecorrespondeerd een instantie van de hervomde Kerk over de verzekeringswaarde van het orgel. Zie Bijlagen van de Handelingen der Generale Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk ten jare 1956

Dispositie

Hoofdmanuaal:   Bovenmanuaal:   Pedaal:  
Prestant 8’ Roerfluit 8’ Subbas 16’
Bourdon 16’ Gamba 8’ * Octaaf 8’
Holpijp 8’ Quintadeen 4’ Gemshoorn 8’
Octaaf 4’ Prestant 4’ Octaaf 4’
Nachthoorn 4’ Woudfluit 2’ Mixtuur 4 st. *
Quint 2 2/3’ Nasard 1 1/3’ Bazuin 16’
Octaaf 2’ Scherp 3 st. Trompet 8’
Sesquialter 2 st. Dulciaan 8’    
Mixtuur 2 st. Tremolo      
Cimbel 3 st. *        
Trompet 8’        
Musette 4’ *        

* Deze registers aangegeven door loze knoppen werden nooit geplaatst.

Manualen C - g (3) ; pedaal C - f (1) ; drie afsluitingen; windlozer; koppeling Ped. - Man. I (provisorisch); twee andere koppelingen nog niet aangebracht.
De volgende wijzigingen werden in de periode 1954-1956 aangebracht:
Manuaal I: Violon 16’ en de Fluit travers 8’ verdwenen; de Mixtuur 3-4 sterk werd veranderd in een Mixtuur 1 1/3 voet 2 sterk; Octaaf 2' vernieuwd, nieuwe Sesquialter 2 sterk; Cimbel 3 sterk en Musette 4' gepland; Roerfluit 8’ naar Manuaal II;
Manuaal II: Flute Harmonique 4’, Voix Celeste 8’ en de Holpijp 8’ verdwenen; de Klarinet 8’ werd een Dulciaan 8’; toegevoegd werden een Quintadeen 4’ en een Scherp 3 sterk vanaf c klein, plus Roerfluit 8' van Manuaal I
Pedaal: nieuw pedaalklavier van C - f (1) ;
Wijzigingen aan de orgelkas (17) .

ca. 1960
De koppelingen Hoofdwerk-Bovenwerk en Pedaal-Hoofdwerk worden verwijderd vanwege voortdurende storingen. (24)

1963
In April schrijft orgelmaker Koch een rapport over het orgel:
- Het orgel heeft erg geleden door de uitzonderlijk strenge winter en dient daarom te worden gerestaureerd.
- De laden zouden in een zogenoemde 'tropenuitvoering' gemaakt moeten worden.
- De opstelling van het binnenwerk is nooit goed geweest en kan zonder al te veel kosten worden verbeterd.
- De huidige mechaniek dient te worden vervangen door een nieuwe en zal dan geheel geruisloos zijn.
De kosten worden geschat op f 23.850,-
Huidige toestand:
- De windladen zijn windziek en tooncancellen zijn gescheurd. Ventielen sluiten onvoldoende af.
- De windkanalen zijn gescheurd. Ze zijn ook te nauw waardoor het orgel te weinig windtoevoer heeft.
- De magazijnbalg heeft veel lekkage. Het leer is bros en dient te worden vervangen
- De slechte mechaniek zal bij demontage voor een groot gedeelte stuk gaan. De wellen en de wellenborden zijn kromgetrokken.
Voorstel voor een restauratie
- Demontage van het orgel
- De windladen opnieuw vlakken en de slepen vervangen door Pertinax slepen. De pijpstokken voorzien van telescopen.
- De ventielen vlakken en opnieuw bevilten
- De windkanalen vervangen door wijdere kanalen
- De magazijnbalg opnieuw bekleden en de dekplaten met ventielen vernieuwen.
- De bestaande mechaniek vervangen door een nieuwe mechaniek.
- De opstelling van het binnenwerk verbeteren (41) (61)

Op 26 april vraagt de kerkvoogdij aan de Hervormde Orgelcommissie (HOC) advies over de slechte toestand van het orgel. De HOC belooft een bezoek voor de tweede helft van juni. In juli is er een gesprek met dhr. Erné, maar daarna is er niets meer gehoord.
Op 4 mei schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat het orgel volgens de organist in een slechte staat is. Orgelmaker Koch heeft inmiddels advies uitgebracht. Graag wil men advies van de HOC.
Op 9 mei antwoordt de HOC. Op dit moment is de HOV zeer druk met de eigen werkwijze. Toch wordt geprobeerd een medewerker ter plaatse een onderzoek in te laten stellen. Jaren geleden is er al contact geweest met dhr. Erné. Het ligt voor de hand dat Erné opnieuw komt.
Op 21 mei antwoordt de kerkvoogdij dat ze akkoord gaan met een bezoek van dhr. Erné.
Op 24 mei antwoordt de HOC dat Erné langskomt in de tweede helft van juni.
Op 2 juli schrijft de HOC dat het niet gelukt is het bezoek van Erné op tijd te laten plaatsvinden. Hij zal nu komen op 8 juli.
Op 1 november schrijft de HOC dat het bezoek van Erné in juli heeft plaats gevonden. Toen kwam ook de bouw van een nieuwe kerk ter sprake. De HOC zou een bouwtekening ontvangen, maar die is nog niet aangekomen. Zou die kunnen worden toegezonden? Deze kan dan meteen weer worden besproken bij een volgend bezoek van dhr. Erné
Op 23 november schrijft de kerkvoogdij dat ze geen bemoeienis hebben met de andere bouwplannen. Graag snel een afspraak voor het orgel in de Grote Kerk.
Kladnoties van Lambert Erné? (41) (61)

1964
Op 13 januari schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat er sinds het laatste gesprek met dhr. Erné er niets meer is gebeurd. Het proces verloopt nogal traag. Het orgel wordt steeds slechter bespeelbaar.
Op 16 januari schrijft de HOC dat Erné een afspraak zal maken om een advies uit te brengen.
Op 21 februari stuurt de HOC een rekening voor gemaakte onkosten.
Op 6 maart schrijft de HOC dat Erné op maandag 9 maart naar Assen komt om het orgel te bezoeken.
Het rapport van Lambert Erné dateert van 6 april.
Erné doet geen historisch onderzoek en weet daardoor niet dat het een orgel van Van Dam uit 1896 betreft. Hij beschrijft in grote lijnen de geschiedenis van het oorspronkelijke Van Oeckelen-orgel en veronderstelt dat het is omgebouwd tot de huidige toestand. Wel schrijft hij dat de archieven geraadpleegd zouden moeten worden.
Het orgel is nu geen eenheid. Het staat ongunstig opgesteld in de dwarsrichting van de kerk. Dit is echter wel de oorspronkelijke plaats. Door de verbouw van de kerk in de jaren '30 met een veel lager plafond is de akoestiek nadelig beïnvloed.
Het orgel heeft zeer te leiden van de heteluchtverwarming met haar plaats direct onder het plafond.
Gebreken:
- Windladen: Veel door- en bijspraak door invloed van de verwarming
- Registratiemechanieken: Teveel speling door slijtage en naar huidig inzicht te grof gemaakt.
- Toetsmechanieken: Ook teveel speling. De klavieren zijn vernieuwd bij de laatste herstelwerkzaamheden. Dit heeft echter niet geholpen. Beter is een zwevende tractuur zoals Marcussen dat gebruikt. (Nicolai-orgel Utrecht)
- Windvoorziening: De windmotor staat in een slecht geconstrueerde dempkist in een koude ruimte. Windkanalen sluiten niet goed af en er is 'onbeschrijfelijk blazen' te horen. Het windverlies is misschien de oorzaak dat de koppeling tussen hoofdwerk en bovenwerk is verwijderd.
- Pijpwerk: Door de slechte windvoorziening is het stemmen zeer moeilijk en wordt daarbij het pijpwerk beschadigd. Door de overlengte van pijpen wordt de klank nadelig beïnvloed. De tongwerken spreken traag aan. De dispositie is bij het laatste herstel op een niet artistieke wijze gewijzigd. Deze wijziging had beter niet kunnen worden uitgevoerd.
- Orgelkas: Door de vele wijzigingen is de orgelkas niet meer 'saambindend en klankrichtend'. De oorspronkelijke achterwand is verwijderd door de plaatsing van het Pedaal achter de oorspronkelijke orgelkas. Ook het dak is verwijderd om de invloed van de verwarming te beperken. Hij veronderstelt dat de orgelkas is verhoogd.
De gegevens van de laatste wijzigingen zijn expres niet opgevraagd om het geheel objectief te kunnen beoordelen.
- Mechaniek: De nieuwe klavieren en het pedaal dragen een 'dilettantisch karakter'. De pedaalkoppel is volgens de organist 'provisorisch' en functioneert slecht. De orgelmaker 'heeft geen enkele vakkundige ervaring op het gebied van mechanische orgels'. Het resultaat is ronduit slecht.
- Pijpwerk: De nieuwe registers zijn in naam een 'uiting van de na 1930 steeds meer opkomende neiging een orgel met meer klankmogelijkheden te geven', maar het fabriekspijpwerk is van slechte kwaliteit en de wijze van plaatsing is ondermaats. Ook de gebruikte materialen hebben geen kwaliteit.
'Hier is iemand aan het werk geweest die voor een waarschijnlijk laag bedrag de pretentie heeft gehad het orgel te kunnen verbeteren'. Onderhouden van het orgel heeft geen zin. Elke stemming zou nieuwe beschadigingen geven.
Het front behoeft niet te worden gewijzigd. Herstel van het orgel zal aanzienlijke bedragen vergen. Ook de verwarming zal meegenomen moeten worden. Graag willen het rapport met u bespreken. (41)

Op 21 april geeft de kerkvoogdij enkele bespreekdata aan de HOC door voor een toekomstige overleg over het rapport.
Op 8 mei antwoordt de kerkvoogdij de HOC dat de bespreking op 29 mei kan plaatsvinden.
Op 5 juli beantwoordt de firma. Koch een brief van de kerkvoogdij van Assen.
Mechanische orgels worden gemaakt in een filiaal te Wuppertal waar men men met de nieuwste vindingen werkt. In Nederland loopt de orgelbouw wel tien tot vijftien jaar achter.
Koch heeft nog opdrachten voor een tiental elektro-pneumatische orgels. Deze worden in Apeldoorn gemaakt.
Koch ondervindt grote tegenwerking van de 'Synodale Orgelcommissie' en kunnen daardoor geen mechanische orgels in Nederland bouwen.
In de Gereformeerde Kerk 'De Ark' in Groningen heeft Koch een positief gebouwd waar veel belangstelling voor is. Dit orgel is al bespeeld door Albert de Klerk en Charles de Wolff.
De bouw van een nieuw electro-mechanisch orgel met twee klavieren en een zelfstandig pedaal in de Gereformeerde Kerk van Helpman is onderhanden.
'Uw organist is deskundig en wij menen te mogen zeggen dat hij ons werk kent en ook beoordelen kan of is hij met ons werk niet meer tevreden?'
Koch voegt een aantal getuigschriften toe.
Een afschrift van de brief van Koch wordt op 4 augustus doorgestuurd naar Lambert Erné.
Op 25 augustus volgt het commentaar van Erné op de brief van Koch. Erné zou graag de genoemde getuigschriften willen ontvangen.
Erné is geïnteresseerd in de werkzaamheden van Koch in Duitsland. Misschien moeten enkele instrumenten van Koch in Nederland en Duitsland te worden bezocht.
Het is niet uitgesloten dat het werk van de firma de laatste tijd vooruitgang heeft geboekt.
Misschien moet de kerkvoogdij kennis nemen van het werk van de orgelmakers Bakker & Timmenga, Flentrop, Leeflang en Van Vulpen.
Hij zal later met organist 'Lensing' overleg plegen omtrent de verdere gang van zaken.
Op 7 september stuurt de HOC een rekening voor gemaakte onkosten.
Op 29 september stuurt Koch een lijst van nieuwe kerkorgels naar de kerkvoogdij. Daarnaast sturen ze nieuwe afschriften van referenties van onder andere Piet van Egmond. Deze stuurt de kerkvoogdij op 16 oktober door naar Lambert Erné. Verder gaan ze akkoord met de plannen van Erné en zien graag een reisvoorstel en de kosten daarvan.
Op 8 december vraagt de kerkvoogdij aan Erné of hij de getuigschriften van Koch kan retourneren. Verder hebben ze nog niets gehoord over een reisplan. (41) (61)

1965
Op 1 februari schrijft Erné aan de kerkvoogdij dat de referenties van Koch allemaal stammen uit het midden van de jaren '50 en dus verouderd zijn.
De referenties van de nieuwere Duitse orgels zijn nog niet beschikbaar. Er is dus geen inzicht in de huidige kwaliteit van de door Koch gebouwde orgels.
Erné zou graag een bezoek willen brengen aan de werkplaats in Wuppertal. Erné doet een voorstel om een aantal door Nederlandse orgelmakers gebouwde orgels te bezoeken en mogelijk ook de werkplaatsen.
Een dag reizen begrootte hij op f 200,- tot f 250,-. Ook een reis naar Duitsland vergt een soortgelijk bedrag.
Op 23 december schrijft de bouw- en restauratiecommissie van de Hervormde Kerk aan de kerkvoogdij dat zowel de kerk als het orgel op de monumentenlijst staan. Er is dus een mogelijkheid voor subsidie aanwezig.
Een aanvraag voor subsidie kan het beste worden ingediend in overleg met de HOC. (41)

1966
Van 25 januari dateert een rekening van Erné voor zijn advieswerkzaamheden voor Assen. Het honorarium is f 475,- en de kosten voor reizen, porto en verblijf zijn f 264,12. (41)

1967
De kapel van Licht en Kracht wordt gesloten vanwege de bouw van een nieuwe kerk op het terrein. Het orgel uit de kapel wordt geschonken aan de kerkvoogdij van de Hervormde gemeente van Assen en gelijkvloers opgesteld in de Jozefkerk door de firma B. Koch uit Apeldoorn (62).
Op 15 september vraagt de kerkvoogdij aan orgelmaker Koch een prijsopgave te doen voor de restauratie van het Van Dam-orgel:
'Wij verzoeken u ons betreffende de restauratie c.q. uitbreiding van het orgel in de Jozefkerk vrijblijvende afzonderlijke prijsopgave te verstrekken van de hierna nader omschreven plannen. Voorts zouden wij gaarne vernemen welke garanties kunnen worden gegeven.
Plan I.
Restauratie van het orgel als twee klaviers instrument met gebruikmaking van al het aanwezige pijpwerk en inachtname van de volgende wijzigingen:
De huidige orgelkast te verbouwen tot een uitsluitend met hoofdwerk bevattende kast, door het uitnemen van de middentoren met zes aangrenzende zijvelden, te weten de twee onderste en de vier bovenste. Het vrijgekomen bovenwerk in een nieuw te bouwen kast als zwelwerk vrij achter het gewijzigde hoofdwerk te plaatsen. De zich nu nog achter het orgel bevindende pedaal-windlade zo mogelijk te delen en in twee nieuw te bouwen pedaalkasten, in stijl aansluitend bij het aanwezige front, naast het hoofdwerk te plaatsen. De vernieuwde drie-klaviers speeltafel middenvoor onder het nieuw gesitueerde hoofdwerk te bouwen.
Plan II.
Zie plan I, echter met de volgende uitbreiding, een drie-klaviers speeltafel met de volgende indeling: klav. I als rugwerk; klav. II als hoofdwerk, klav. III als zwelwerk. De pedaaltorens zo inrichten, dat zij in plaats van zes, acht registers kan bevatten. Een rugwerk-kast, in stijl overeenkomend met het aanwezige front, met daarin een windlade waarop plaats voor zeven registers in voorbereiding.
Plan III.
Zie plan I en II, echter nu met een volledig bezette rugwerk-lade.
Uw offerte zien wij met belangstelling tegemoet.
Hoogachtend,
Voor de Kerkvoogdij,
D. Meijering, adm.'
Op 3 november stuurt orgelmaker Koch een prijsopgave voor de drie plannen. Plan I kost f 78.650,-. Plan II heeft een meerprijs van f 8.550,-. Plan III heeft een meerprijs van f 9.250,-. 'Op het gerestaureerde orgel geven wij gedurende 15 jaar garantie voor eventuele fouten of gebreken, met uitzondering van die fouten of gebreken, welke door omstandigheden buiten ons toedoen veroorzaakt mogen worden, MITS gedurende deze periode het stemmen en onderhoud door ons wordt verricht.'
Op 29 november schrijft de kerkvoogdij aan Willem Hülsmann dat 'Het orgel in de Jozefkerk, daterende uit de vorige eeuw en ingrijpend omgebouwd in deze eeuw, vertoont een aantal gebreken, welke mogelijk geheel of gedeeltelijk zijn veroorzaakt door het hetelucht verwarmingssysteem. In verband hiermede werd door ons aan de fa. Koch te Apeldoorn verzocht om een offerte betreffende het herstel van deze gebreken. Nu toch tot restauratie van dit orgel moet worden overgegaan, werd later eveneens in overweging genomen tot een gehele verbouwing c.q. uitbreiding van het orgel over te gaan. Eveneens aan de fa. Koch te Apeldoorn werd na overleg met onze toenmalige organist. dhr. Lensink, enige nieuwe plannen voorgelegd met het verzoek om een vrijblijvende offerte. Deze offerte hebben wij inmiddels ontvangen. Gezien de hoge kosten welke met de realisering van deze plannen gemoeid zijn, komt het ons gewenst voor, eerst uw advies in te winnen. Wellicht is het mogelijk door een minder ingrijpende verbouwing deze kosten te drukken. Gaarne zouden wij van u vernemen of u in principe bereid bent in een vergadering van het college van kerkvoogden mondeling advies, inzake deze restauratie te geven. Zodra wij van u vernemen dat u hiertoe bereid bent, zullen wij u, ter nadere informatie, de betreffende stukken toezenden.'
Op 5 december beantwoordt de HOC de brieven van 29 november en 1 december. Een vergadering met de architecten over een orgel in de nieuwe kerk kan het beste in Assen worden georganiseerd. Waarom uw brief van 29 november over de Jozefkerk rechtstreeks aan dhr. Hülsmann was gericht is ons niet duidelijk. Volgens ons dossier was er al contact met Erné. Graag uw brieven richten aan het secretariaat. (61)

Het interim-orgel op de begane grond
Het 'Noodorgel' uit de gesloten kapel van Licht en Kracht in de Jozefkerk opgesteld. Dit instrument staat sind 1983 in de Hervormde Kerk van Grolloo. Beeldbank Drents Archief foto nr. DA999004020 Klik op de afbeelding voor een vergroting.

1968
Op 18 februari vraagt de kerkvoogdij aan de HOC of er advies door dhr. Hülsmann kan worden gegeven over de geplande restauratie.
Op 19 april schrijft de HOC dat het gesprek tussen Leeflang en Hülsmann over de intonatie van het orgel in 'Het Anker' kan plaatsvinden op 29 april. Aansluitend kan daarna worden overlegd over het orgel in de Jozefkerk.
Op 3 mei schrijft de HOC aan de kerkvoogdij over het gesprek van 29 april met de heren Rol, Klaver en Van Sloten. De nieuw benoemde organist was ook aanwezig. Van de HOC waren aanwezig de heren Hülsmann en secretaris S.C. de Waard.
Besproken is het rapport van Lambert Erné van 6 april 1964 en de offerte van Koch van 3 november 1967.
In de offerte van Koch van f 78.650,- wordt het aanzien van het orgel totaal gewijzigd. Het rapport van Erné geeft aan dat het front niet onaantrekkelijk is, maar dat het binnenwerk zeer heterogeen is.
De geschiedenis van het orgel is nog niet onderzocht. De huidige organist meent dat het afkomstig is uit de oude kloosterkerk en door Van Oeckelen is overgebracht naar de nieuwe kerk. Het zou enig pijpwerk van Van Dam bevatten.
De restauratie door Koch uit 1953 is niet bijzonder vakkundig uitgevoerd. De gevolgen van de heteluchtverwarming en de strenge winter van 1963/1964 hebben ook veel schade toegebracht.
Er zijn klachten van de organist over de laatste stemming door Koch. De HOC raadt verder gaan met Koch sterk af. Het plan Lensink is met het huidige plafond niet te realiseren. Ook is het esthetisch niet verantwoord.
Het volgende wordt afgesproken:
- Erné en Hülsmann zullen het orgel nog eens grondig onderzoeken en op grond daarvan plannen maken. Met zijn 27 registers is het groot genoeg.
- Mense Ruiter (MR) zou de restauratie kunnen uitvoeren. Dit zal besproken worden bij een vervolgoverleg.
- In overleg met de gekozen orgelmaker zal een restauratieplan worden opgesteld.
Op 21 juni schrijft de kerkvoogdij naar de HOC dat ze akkoord gaan met de procedure zoals in de brief van 3 mei is omschreven.
Op 25 juni schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat ze blij zijn met deze beslissing. Het geplande onderzoek zal na de vakanties plaatsvinden.
Op 8 oktober vraagt de HOC aan de kerkvoogdij naar de stand van zaken naar aanleiding van het gesprek op 12 september met Hülsmann en Erné om door van Vulpen een -voorshands gedeeltelijk- nieuw orgel te laten bouwen in de bestaande orgelkas.
Op 8 november schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat er nog geen beslissing is. In december wordt er over vergaderd. (41) (61)

1969
Op 22 januari stuurt de HOC een rekening voor gemaakte onkosten.
Op 18 februari schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat de noodzaak tot restauratie voornamelijk is voortgekomen uit de slechte invloed van het verwarmingssysteem. De restauratie van het orgel wordt eerst uitgesteld en de fondsen voor het orgel worden nu besteed aan een nieuw verwarmingssysteem. Het orgel wordt op het front na verwijderd en het kleine orgel wordt naar boven verplaatst. Graag uw advies over de technische mogelijkheden. Is het zinvol de bruikbare delen van het orgel op te slaan of kan hiervoor een afnemer worden gevonden?
Op 21 februari schrijft de HOC: 'De inhoud van uw brief roept nog wel enkele vraagtekens op en op voorstel van onze gecommitteerde voor orgelzaken, de heer W. Hülsmann mogen wij U dan ook in overweging geven de diverse aspecten van de door U voorgestane oplossing tijdens een gesprek te Uwent nader onder ogen te zien.'
Op 14 maart geeft de kerkvoogdij aan de HOC enkele datums door voor overleg.
Op 17 april schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat sterk wordt ontraden om het geschonken orgel van Licht en Kracht p het orgelbalkon te plaatsen. Het orgel van Licht en Kracht is het niet waard om er grote bedragen aan uit te geven. Het kan op de huidige plaats blijven staan. Omdat er geen geld is voor een nieuw orgel wordt aangeraden aan het huidige orgel alleen het noodzakelijke onderhoud uit te voeren en te kijken hoe lang het nog mee gaat. Beide orgels zijn onzekere factoren. Het is dus verstandig met een orgelfonds te starten om later een nieuw orgel achter de het huidige front te kunnen plaatsen.
Op 25 april stuurt de kerkvoogdij een afschrift van de offerte van Koch door naar de HOC.
Op 13 juni dient de HOC een rekening in van f 166,03 voor gemaakte kosten (41) (61)

1973
Op 11 oktober schrijft MR aan de chef van de afdeling Culturele Zaken van de gemeente Assen het volgende: 'Bij de daarop volgende bespreking zijn wij tot de conclusie gekomen dat het orgel o.i niet als een historisch belangrijk of zelfs maar interessant werk kan worden gekwalificeerd.' (51) Dit onderzoek wordt door MR uitgevoerd op verzoek van het orgelcomité van de Marturiakerk. Zij probeerden zoveel mogelijk subsidie te verkrijgen en daarbij was het belangrijk aan te tonen dat het orgel van de Jozefkerk weinig balang was.

1976
In de begroting van 14 juli voor een toekomstige kerkrestauratie staat f 800,- en 260 (?) uren opgenomen voor het 'Electronisch orgel demonteren en opslaan'. Voor het grote orgel staat f 1000,- en ook 260 uur (?) voor het 'Inkisten bestaand orgel'. (55)

1980
Op 2 oktober verschijnt het voorlopig rapport van de HOC. Met behulp van archiefonderzoek door W.D. van der Kleij wordt de geschiedenis van het orgel aan het licht gebracht. Er wordt geïnventariseerd welke onderdelen van het binnenwerk nog van Van Dam zijn en wat de wijzigingen zijn die Koch heeft aangebracht. Het instrument moet op korte termijn worden hersteld. Volgens de HOC kan het orgel worden hersteld naar de toestand van 1896. De totale kosten worden ingeschat op f 200.000,-.
Op 23 oktober stuurt de HOC een rekening voor het voorlopige advies.
Op 24 oktober maakt de HOC een voorlopig rapport over het orgel van de Stichting Licht en Kracht, dat sinds 1967 in de Jozefkerk staat. Volgens de administrateur van de Jozefkerk is het orgel rond 1930 gemaakt door G. van Leeuwen. De tractuur is rein pneumatisch. Het orgel is nogal volumineus, maar heeft geen kas. De klank is door ontstemming slecht te beoordelen. 'De makelij van het pijpwerk en de grote hoeveelheid zinken pijpwerk sluiten een verbetering van de intonatie uit.' De waarde wordt geschat op tussen f 5.000,- en f 7.500,-. De HOC acht het orgel niet geschikt voor gebruik in een kerk. Mogelijk kan het worden verkocht aan een amateur-orgelmaker.
Op 22 december schrijft de kerkvoogdij Jan Jongepier over 'het aangename onderhoud' dat ze met Jongepier hadden op 15 december. Kan Jongepier het orgel zo spoedig mogelijk inspecteren en zijn bevindingen rapporteren. Op grond van het onderzoek kan een restauratieplan worden opgesteld. (61)

1981
In januari maakt Jan Jongepier een rapport over de geschiedenis en de huidige staat van het orgel. De laatste pagina's worden besteed aan een restauratievoorstel.
Op 7 januari schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat er afspraken zijn gemaakt met orgeladviseur Jan Jongepier.
Op 9 januari wordt in de bouwvergadering besproken dat beide orgels uit de kerk verwijderd zouden moeten worden. Het kleine orgel wordt vermoedelijk verkocht. Voor het grote orgel worden er plannen gemaakt voor een restauratie.
Op 14 januari schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat ze blij zijn met Jan Jongepier als adviseur. De HOC wil graag op de hoogte blijven.
Op 4 februari schrijft Jan Jongepier aan MR. De kerkvoogdij wil de offerte voor 13 februari ontvangen in verband met de noodzakelijke demontage van het orgel. Is demontage nodig als het stucwerk boven het orgel wordt vernieuwd? Alles handhaven wat mogelijk is. De onderdelen van de restauratie dienen afzonderlijk te worden geoffreerd vanwege een mogelijke fasering. De aankoopsom van de Van Dam-registers blijft buiten de offerte. In een document van 11 februari worden de uit te voeren restauratiewerkzaamheden beschreven:
- De klaviatuur, windladen en pijpwerk worden naar de werkplaats overgebracht. De mechaniek blijft in de kerk.
- Er komen nieuwe manualen en pedaalklaviatuur in Van Dam-stijl.
- Nieuw recht pedaalschot.
- Nieuwe porseleinen registerschildjes.
- Nieuwe orgelbank in Van Dam-stijl.
- De mechaniek zoveel mogelijk intact laten en restaureren.
- Klavier- en pedaalkoppel in de stijl van Van Dam.
- Restauaratie van de windladen.
- Het pijpwerk herstellen en de insnijding in de tongwerkbekers weer dichtsolderen.
- Dispositieherstel:
   -Roerfluit terug van Bovenwerk naar Hoofdwerk.
   -Holpijp van Hoofdwerk naar Bovenwerk.
   -Reconstructie van de Fluit Travers 8'. (hier staat nu een Cymbel).
   -Reconstructie van de Prestant 8' van het Bovenwerk.
   -Octaaf 2' vanuit het Bovenwerk weer terug naar het Hoofdwerk.
   -Reconstructie van de acht in 1956 verdwenen registers.
   -Violon 16' op de plaats van de Sesquialter uit 1956.
   -Mixtuur van Koch vervangen door een Mixtuur uit Leiden.
   -Fluit 4' uit Leiden als Nachthoorn 4'.
   -Voix Celeste 8' op de plaats van de Scherp.
   -Flute Harmonique op de plek van de Quintadeen 4' uit 1956.
   -Roerfluit 8' uit Leiden plaatsen als 4' met 12 nieuwe pijpen op de plek van de Quint 1 1/3'.
   -Woudfluit 2' nieuw in Van Dam-stijl.
   -De huidige Dulciaan blijft voorlopig gehandhaafd. Hier stond een Clarinet..
Uitvoering van de werkzaamheden van juli 1982 tot maart 1983
In de bouwvergadering van 5 februari wordt vermeld dat het restauratierapport van Jan Jongepier is afgerond. Er zullen twee offertes worden aangevraagd bij twee noordelijke orgelbouwers. Uiterlijk 17 februari is er duidelijkheid. Het kleine orgel is al afgebroken en zal waarschijnlijk in Grolloo worden geplaatst. De beslissing wordt verwacht rond 14 februari.
Op 11 februari wordt een kopie van het rapport en het restauratievoorstel naar de HOC gestuurd.
Op 24 februari stuurt de kerkvoogdij kopieën van de offerte van MR van 11 februari en de offerte Bakker & Timmenga van 11 februari naar de HOC. In overleg met Jan Jongepier is in principe besloten dat de opdracht naar MR gaat.
In de bouwvergadering van 5 maart wordt gemeld dat de restauratie van het orgel zal worden uitgevoerd door MR. Op 5 maart is begonnen met de demontage. Van het orgel wordt alleen het binnenwerk gedemonteerd. De orgelkas blijft staan. Voor het herstellen van het stucwerk dienen de kroonlijsten te worden gedemonteerd.
Op 11 maart wordt door MR de restauratie van de pedaalwindlade bevestigd. Over het wel of niet uitvoeren van deze werkzaamheden moet worden beslist voordat de restauratie medio 1982 begint.
Op 30 maart stuurt de kerkvoogdij het contract met MR van 27 februari naar de HOC.
Op 15 april wordt het contract aangepast omdat alle werkzaamheden in één fase zullen worden uitgevoerd.
Op 1 mei schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat ze hebben besloten de restauratie in één keer uit te voeren. Een gewijzigd contract wordt meegestuurd.
Op 14 mei schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat ze met het restauratieplan instemmen. Ook gaan ze akkoord met de offerte van MR.
In de bouwvergadering van 3 december komt de kleur van het orgel aan de orde. Uit onderzoek blijkt dat deze mat rijtuigen zwart is geweest met verguld lofwerk. De rijksdienst adviseert echter om in overeenstemming met de andere kleuren in de kerk de huidige kleur te handhaven en op te frissen. Het lofwerk wordt bijgewerkt. Ook de kosten spelen een rol bij deze beslissing.
Op 8 december en 10 december maakt MR overzichten van het meerwerk tijdens de restauratie. (51) (54) (61)

1982
In de bouwvergadering van 7 januari wordt afgesproken een prijsopgave te vragen voor het schilderwerk aan het orgel.
Op 22 januari schrijft Jan Jongepier dat hij 29 oktober 1981 overleg heeft gehad met Veldkamp en Holthuis van MR. Alle onderdelen van het orgel zijn onderzocht. Bij het weghalen van de opdikken op de pijpstokken blijkt dat de inmiddels verdwenen Voix Celeste in de discant dubbelkorig is geweest, een unieke en weinig voorkomende constructie. Bij de restauratie van het orgel in de Lutherse Kerk van Purmerend is een Voix Celeste van Van Dam vervangen door een Cornet. De pijpen zijn bewaard. Het oorspronkelijke restauratieplan voorzag erin om op die plek een van Dam-Quintadeen op die plek te plaatsen. Aan de lade van het Bovenwerk kan een kantsleep worden toegevoegd. Hierop wordt dan de Prestant 8 voet geplaatst. Op de oorspronkelijke plaats van de Prestant 8 voet komt dan de Quintadeen van Van Dam te staan, die inmiddels is aangekocht. Op de oorspronkelijke plaats van de Voix Celeste kan dan dit register worden gereconstrueerd. Purmerend wil de Voix Celeste verkopen voor f 350,-. De kosten voor deze wijziging bedragen f 2.600,-.
Op 4 februari schrijft de kerkvoogdij aan Jan Jongepier dat ze akkoord gaan met het voorstel van 22 januari voor de kantsleep.
Op de bouwvergadering van 4 februari wordt gemeld dat het schildersbedrijf voor het schilderwerk aan het orgel een prijsopgave heeft gedaan van f 8.530,20. In overleg met adviseur Jongepier zal hierover een besluit worden genomen.
In de bouwvergadering van 1 april wordt gemeld dat het schilderwerk aan het orgel bijna is voltooid.
In de bouwvergadering van 6 mei blijkt dat het schilderwerk is afgerond. De orgelkas wordt nog een keer afgewassen in verband met stof. (54)
De kerk wordt op 30 juni weer in gebruik genomen. (zie programma) Het orgel wordt niet bespeeld omdat de restauratie nog niet is afgerond.
Op 26 november wordt het orgel weer in gebruik genomen met een orgelconcert door Jan Jongepier. (zie uitnodiging en programmaboekje). (51) (55)

Het keuringsrapport van Jan Jongepier dateert van 9 december. Het orgel is hersteld naar de toestand van 1896 met uitzondering van de reconstructie van de Klarinet 8. De Koch-Dulciaan is voorlopig gehandhaafd. Ook is een Quintadeen 8' met Van Dam-pijpwerk toegevoegd. (51)
In kranten en tijdschriften wordt bericht over het voltooien van de restauratie. Zie Nieuwsblad van het Noorden (29-10-1982) (55),  De Mixtuur nr. 44 december 1983 569 Kroniek, Kerk en Muziek 1983-04Het Orgel (1983-01) en Reformatorisch Dagblad 08-01-1983 (voor tekst zie onderaan deze pagina)
In het tijdschrift Organist en Eredienst 1983/04 73-76 schrijft de organist Jozef Houwman van de Marturiakerk in Assen een artikel over de restauratie. (26)

In 1982 wordt het boekje 'Een Heilig Huis' uitgebracht ter gelegenheid van de ingebruikneming van de gerestaureerde kerk en het orgel in juni 1982. Er zijn enkele pagina's aan het orgel gewijd, geschreven door Jan Jongepier.

Dispositie:

Hoofdwerk:   Bovenwerk:   Pedaal:  
Bourdon 16’ Prestant 8’ Subbas 16’
Violon 16’ disc. Holpijp 8’ Octaaf 8’
Prestant 8’ Quintadeen 8’ Gemshoorn 8’
Roerfluit 8’ Viola di Gamba 8’ Octaaf 4’
Fluit Travers 8’ Voix Celeste 8 Bazuin 16’
Octaaf 4’ Salicet 4'* Trompet 8’
Nachthoorn 4’ Roerfluit 4’    
Quint 3’ Woudfluit 2’    
Octaaf 2’ Dulciaan 8’    
Mixtuur 2-3 st. * Tremulant      
Trompet 8’        

* De Mixtuur was in 1896 3-4 sterk en in plaats van de Salicet 4’ stond er een Flute Harmonique 4’; de Quintadeen 8’ is niet origineel en in plaats van de Speelfluit 4’ staat er nu een Roerfluit 4’; in het bestek van 1896 wordt niet gesproken over een tremulant; Klavieren C - g'''; Pedaal C - d'; Manuaalkoppel; Pedaalkoppel.

1983
Op 26 januari stuurt de HOC een rekening voor advieskosten.
Op 3 maart schrijft de HOC dat het orgel is gekeurd door adviseur Jan Jongepier en de gecommitteerde van de HOC Aart van Beek. Van MR zijn aanwezig de heren Holthuis en Veldkamp. De werkzaamheden worden goedgekeurd. De windvoorziening en mechaniek zijn weer in optimale staat. Het orgel heeft nu 17 originele registers, vijf registers uit het Van Dam-orgel van de Oosterkerk in Leiden, een register uit het Van Dam-orgel uit de Lutherse Kerk te Purmerend en twee nieuwe registers in Van Dam-stijl. De Dulciaan uit 1956 van orgelmaker Koch is nog niet vervangen. Het orgel kan worden verbeterd door het te voorzien van een dak.
Op 30 mei brengt de HOC het honararium in rekening. (61)

1986
Op 27 augustus schrijft MR dat bij een stembeurt is geconstateerd dat het nuttig zou zijn een een dak op het orgel te plaatsen. Er is stof en gruis van het plafond in het orgel terecht gekomen. Het aanbrengen van een dak zal de klank gunstig beïnvloeden. Bij de restauratie in 1982 is er door de adviseur ook al op gewezen. (51)

1991
Op 21 januari schrijft MR dat er een storing is verholpen. Hierbij is opgevallen dat de temperatuur bij het orgel nogal hoog was. Op de manuaaltoetsen zijn waterkringen aangetroffen en aan de onderzijde zijn sporen van druipend water te zien. De pedaalkoppel is ontregeld, waardoor deze veel lawaai maakt. Bij een volgende stembeurt zal dit onder garantie worden verholpen. (51)

1992: In maart wordt de CD 'Drentse orgels I' van VLS-Records uit Beilen gepresenteerd in de Jozefkerk door Erwin Wiersinga. Zie programmaboekje. (51)
cd-drenthe-01.jpg (36484 bytes)

1993:
Op 16 april meldt MR dat er een originele Van Dam Clarinet beschikbaar komt bij de restauratie van het Holtgräve-orgel in Bathmen. Wenst men deze Clarinet aankopen?
Orgelmaker A.J. Opten protetsteert in een ingezonden brief tegen het vervangen van de Dulciaan door een Klarinet. Hij vindt een uitgave van f 40.000,- onverantwoord en zet ook twijfels bij de hoogte van het bedrag. Zie Nieuwsblad van het Noorden (28-07-1993). (Het bedrag van f 40.000,- blijkt niet te kloppen en is veel lager)
Op 10 september specificeert MR welke werkzaamheden voor het plaatsen van de Clarinet moeten worden uitgevoerd. Het wordt afgeraden het vervoer van de Clarinet door vrijwilligers te laten uitvoeren.
Op 8 oktober wordt een koopovereenkomst gesloten met de Hervormde Kerk van Bathmen voor de overname van de originele Van Dam-Klarinet.
Op 6 december meldt MR dat de Clarinet 8' van het orgel in Bathmen is overgebracht naar de werkplaats en daar gerestaureerd zal worden. De eerste termijn wordt in rekening gebracht (51) (61)
In het kerkblad van Assen (22-07-1993) verschijnt een tweede artikel van J.B. van Mechelen over de geschiedenis van de orgels in Assen met dit keer als onderwerp het orgel van de Jozefkerk.

1994
Op 28 oktober wordt de tweede termijn van de plaatsing van de van Dam-klarinet in rekening gebracht. (61)
Op 7 november schrijft de kerkvoogdij van Assen dat het orgel na het plaatsen van de Clarinet op 12 november weer in gebruik wordt genomen met een concert door Johan Gerkes op het orgel en de medewerking van het muziekkorps Crescendo uit Sleen.
Op 15 november meldt MR dat de plaatsing van de Klarinet op het Bovenwerk is afgerond. Keuring zal plaatsvinden op 6 december.
Op 15 november wordt de laatste termijn van de Klarinet gefactureerd.
Op zaterdag 12 november wordt het orgel weer in gebruik genomen met een concert door organist Johan Gerkes en de muziekvereniging Crescendo uit Sleen. Zie programmaboekje. (51)
Op 8 december schrijft de HOC dat de plaatsing van de Klarinet voltooid is. 'Mense Ruiter heeft onlangs de plaatsing verzorgd. Het resultaat is zeer fraai. De aanspraak is prompt en het register mengt uitstekend met de overige stemmen.'
Op 20 december brengt de HOC het honorarium voor het advies bij de plaatsing van de Klarinet in rekening. (51) (61)

1995
Op 6 januari meldt adviseur Jan Jongepier dat de plaatsing en afwerking van de Klarinet 8' uit het orgel van Bathmen op het Bovenwerk door MR tot tevredenheid is uitgevoerd. Het is positief dat dit register beschikbaar is gekomen.
Er worden extra onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd aan de Bazuin en Bourdon van het pedaal volgens de offerte van 5 oktober. Tijdens regulier onderhoud werd geconstateerd dat een aantal bekers van de Bazuin zijn ingezakt, waardoor de haken van de hangers uitscheurden. Een houten Bourdonpijp is lek en dient opnieuw verlijmd te worden. (51)
Zie Het Orgel, (mei 1995), blz 180

1996
Het orgel 'viert' zijn honderdste verjaardag. Dit wordt gevierd met een concert op 12 oktober door de eigen organist Johan Gerkes en een concert op 26 september door Klaas Jan Mulder. Zie Drentse Courant (Oktober 1996).

2004
Er wordt een nieuwe windmachine geplaatst. De oude machine is nog vooroorlogs en maakt teveel lawaai. (51)

2010: In juni schrijft orgeladviseur Stef Tuinstra een plan voor groot onderhoud.
Bij de restauratie in 1982 kon de kleurstelling van de orgelkas en het balkon niet worden hersteld. Daarnaast is het orgel opnieuw tamelijk vervuild geraakt.
De volgende werkzaamheden zouden moeten worden uitgevoerd:
- Herstel van de kleuren van orgel en orgelbalkon.
- Herstel van de belering van de balg.
- De windladen zijn in goede staat. Op sommige plekken dienen de stokafregelingen te worden nagesteld. Herstel van loodvraat in de frontconducten. Afregelen van de ventielveren.
- Afregelen van de mechaniek toetstractuur en koppels.
- Er is weinig stemschade. Nalopen van de intonatie. (51)


Foto: 2011 Henk Heideveld Klik op de afbeelding om een grotere versie te bekijken


Foto februari 2013 Reliwiki (23)

2015: Op 19 mei 2015 wordt het contract met MR afgesloten voor het groot onderhoud op grond van de offerte van 16 juni 2010 en de daarop aangebrachte wijzigingen van 27 maart 2015. (51)  
Via een vouwblad wordt voor de bekostiging geworven. Zie Gezinsblad 16-12-2015 en Dagblad van het Noorden 26-11-2015.


 

2016: Op 9 januri wordt het orgel, vooraf aan de restauratie, voor de laatste keer gebruikt. Bezoekers krijgen vanaf 15:30 uur uitleg over de restauratie door Dolf Tamminga van orgelmakerij Mense Ruiter. Adviseur Stef Tuinstra zal het orgel demonstreren. Johan Gerkes zal een concert van 25 minuten verzorgen. Zie Dagblad van het Noorden (januari 2016), Drenthe Journaal (14 januari 2016), Drenthe journaal (25-02-2016).
Het orgel wordt op 25 november 2016 weer in gebruik genomen met een bespeling door de organist van de kerk Johan Gerkes. Orgeladviseur Stef Tuinstra geeft een klankdemonstratie. Zie Dagblad van het Noorden (21-11-2016), Gezinsblad (30-11-2016)
Op 6 december wordt door MR de laatste termijn in rekening gebracht. (51)

Reportages door RTV Drenthe:
 - 11 januari 2016: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/104294/David-Bowie-als-laatste-klanken-van-het-orgel-in-Jozefkerk-Assen (6-2-2026)
 - 22 februari 2016: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/105966/Orgelrestaurateurs-doen-bijzondere-ontdekking-in-de-Jozefkerk-in-Assen (6-2-2026)
 - 7 november 2016: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/114935/Binnenkort-weer-orgelklanken-te-horen-in-Asser-Jozefkerk(6-2-2026)
 - 25 november 2016: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/115652/Het-is-een-cadeautje-om-op-dit-orgel-te-mogen-spelen(6-2-2026)

2017
In maart wordt het orgel nog eens compleet nagekomen door adviseur en organist. Men is zeer blij met het eindresultaat. Toch zijn er nog een aantal zaken die opgepakt moeten worden.
MR regelt de pedaalmechaniek opnieuw in vanwege het rumoer dat de pedaalmechaniek produceert en maakt nieuwe verbindingselementen voor de verbinding tussen ventielen en pulpeetdraden. Ook worden de zaken uit de inspectie van maart opgepakt. Er worden 4 nieuwe Prestant-pijpen aan het Bovenwerk toegevoegd. (51)
Wim Diepenhorst van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed voert in juni een eindkeuring uit. Zie Gezinsblad 28 juni 2017 blz.31.
Dirk Molenaar schrijft een artikel in de Orgelvriend (2017-09)


Organisten

1558. Claes Wetsinghe. Hij was als provenier opgenomen in het klooster Mariënkamp te Assen. Hij bleek tevens als organist te kunnen optreden. (01)

1731. Anthonie Herborn. Van hem is niets anders bekend dan dat hij volgens de Landschapsresolutie van 20 april 1731 genomineerd stond om als organist van de Nederlandse Hervormde gemeente te Assen benoemd te worden (02).

1822 Jurjen Walles. Deze organist werd in 1822 benoemd. Hij was sinds 1817 organist van de Doopsgezinde kerk te Groningen. Toen hem aldaar een salarisverhoging werd aangeboden, bleef hij daar organist. Walles werd dus geen organist in Assen. (42 en 61) .

1822-1858. Claas Meyboom. Hij was een zoon van Coord Meyboom geboren 1745 in Wefelsfleth (Holstein), koopvaardijkapitein. Hij wordt in 1822 benoemd in de betrekking van organist. Al in 1818 bestonden er plannen om een organist te benoemen. Men wilde deze betrekking echter combineren met de betrekking van muziek-, teken- en taalmeester. Hiervoor zou hij f. 500, -- ontvangen en als organist f. 200, --. Hij overleed in 1858.
In de Drentsche courant, van 11 november 1851 verschijnt het volgende bericht: 'Op het adres van den heer C. Meijboom, die te kennen gaf, dat hij in 1822 is beroepen als organist en als stads muzijk- en teekenineester op een tractement van f 300 , voor de helft door de Burgerlijke en voor de wederhelft door de Hervormde gemeente te betalen , dat hij tot 1 Julij jl. bij schikking van de helft, door de burgerlijke gemeente te betalen, ontving f 50 uit de stadskas en f 100 uit een, aan den heer Nassau verleend subsidie, doch dat deze schikking bij liet aftreden van den heer Nassau als rector is komen te vervallen, is besloten, dat, van af 1 Julij jl., de volle f 100 uit stadskas aan den heer Meijboom zal werden verstrekt.'  De beide functies blijken in 1851 dus nog steeds min of meer te zijn gekoppeld.
Op 21 mei 1858 schrijven de kerkvoogden aan de kerkenraad dat organist Meyboom is overleden. De kerkvoogdij wil voor hetzelfde honorarium van f 200,- per jaar graag een nieuwe organist benoemen. Voorlopig is er vervanging gevonden.
Op 31 juli schrijven de kerkvoogden aan de kerkenraad dat zes personen hebben gereageerd op de advertentie voor een nieuwe organist. S. Meijer uit Groningen en A. van Roskam uit Amersfoort werden ongeschikt geacht, gezien hun gedrag. De overige vier sollicitanten dienen een vergelijkend examen af te leggen met als deskundige de organist Worp uit Groningen. Kan de kerkenraad hiermee instemmen?
Onduidelijk kladje van de kerkenraad over de procedure van het vergelijkend examen en de reiskosten van de deelnemers.
Op 8 augustus verschijnt er
Op 10 augustus gaat een brief naar de sollicitanten waarin wordt gemeld dat het vergelijkend examen zal plaatsvinden op 8 september. Enige sollicitanten vroegen of er in Assen gelegenheid was om muziekles te geven. Deze vraag kan niet worden beantwoord. Sollicitanten dienen dit zelf uit te zoeken. Nodig is een bewijs van goed gedrag. Reis- en verblijfkosten worden niet vergoed.
Op 4 september schrijft de kerkvoogdij dat de volgende organisten meedoen aan het vergelijkend examen: J.H. Obbes en L. Schenkel uit Assen, N. Hacken uit Appingedam, B. de Vries uit Goor, A. van den Oyen?, J. Welmers? te Groningen.
Twee sollicitanten J. de Vries en J.A. Heenen? hebben afgezegd. Het examen begint op woensdag 8 september om 10 uur en wordt afgenomen door de heer J. Worp uit Groningen. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (09-09-1858).
Van 28 oktober dateert een zo goed als onleesbare brief van de kerkvoogdij aan de kerkenraad. Vermoedelijk gaat het over de beloning van de organist gezien de genoemde bedragen van f 200,- en f 150,- (32)

1858-1898. Joan Francois Nicolaas Obbes. Deze organist was voor zijn benoeming al muziekmeester te Assen.
In 1855 wordt de compositie Vals Brillante voor piano van Obbes besproken. Zie Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 12, 1855, no 8, 15-04-1855
Op 25 mei 1858 verzoekt hij benoemd te worden als organist bij de Nederlandse Hervormde gemeente Assen. Op 13 september 1858 zijn er negen sollicitanten en Obbes wordt die dag benoemd voor één jaar voor een salaris van f 200, - per jaar.
In september 1859 wordt de éénjarige aanstelling met een jaar verlengd. De officiele brief dateert van 6 oktober 1859.
In oktober 1860 volgt zijn definitieve aanstelling voor een salaris van f 200,- per jaar. (32)
Obbes overlijdt op 18 december 1898 op 73-jarige leeftijd. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (20-12-1898), (22-12-1898), Het Orgel (1899-11 januari).
Obbes wordt regelmatig genoemd in kranten en tijdschriften.
Hij werkt mee aan een bijeenkomst van onderwijzers in Assen voor de verbetering van het schoolgezang. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (18-09-1862).
Hij geeft orgelles en adverteert dat hij nog lesuren beschikbaar heeft. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (06-09-1886).
In een uitgave van Nederlandse orgelmuziek van Cor. Immig staan van Obbes een drietal orgelcomposities. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant 27-10-1890, Het Orgel (november 1890).
In het Tijdschrift Het Orgel 1894/04 stelt hij een vraag omtrent het tempo van de gemeentezang. 'VRAGENBUS. Daar de een zegt: Hat koraal wordt te langzaam gezongen, de andere weder te snel, zoo zou ik gaarne weten welk tempo in het algemeen voor het juist wordt gehouden. daarom de vraag: Hoelang de duur van een toon van een Lof- of Bedezang ten naastebij zou moeten zijn volgens Maelzel's Metronome?'
De kerkvoogdij plaatst advertenties na zijn overlijden voor een nieuwe organist in het tijdschrift Het Orgel en in de Provinciale Drentsche en Asser courant. Na een tweede oproep melden zich tien sollicitanten, waarvan acht meedoen aan een vergelijkend examen. Drie deelnemers zijn blind. Een aantal gemeentelden pleit in een ingezonden brief voor het aanstellen van een blinde organist. 'Wanneer de muzikale bekwaamheden van een dezer ongelukkigen niet al te zeer onderdoen voor die van de andere sollicitanten, zou door de benoeming van een blinde tot organist tevens een daad van ware menschenliefde worden verricht.' Benoemnd wordt N. Schallenberg uit Groningen. Zie Het Orgel (1899-02 april), Provinciale Drentsche en Asser courant (03-04-1899), (27-04-1899), (15-05-1899),Provinciale Drentsche en Asser courant (16-05-1899), (21-06-1899), (22-06-1899)

1899-1901 J. Schallenberg
Schallenberg wordt dirigent van het Assen's Mannenkoor. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (06-02-1900).
Op 25 januari 1901 schrijft de kerkvoogdij aan de kerkenraad dat dhr. Schallenberg per 1 april is benoemd als organist in Harderwijk. Voorgesteld wordt om de bespeling van het orgel toe te wijzen aan de heer Tadema totdat er een definitieve keuze is gemaakt. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant 28-01-1901, 12-04-1901

1901-1911. Z. Tadema. Bij zijn benoeming in 1901 bedraagt het salaris f. 350,-. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (10-04-1901), (20-07-1901).
In 1906 wordt Tadema lid van de Nederlandse organisten Vereniging. Zie Het Orgel (1906 januari).
Hij schrijft regelmatig een artikel in Het Orgel. Onder andere over de in Assen heersende gebruiken tijdens de kerkdienst. Ook schrijft hij over de ingebruikname van het orgel in de Gereformeerde kerk te Hoogeveen. Hij vermelte de brand in het torentje van de Hervormde kerk te Assen in 1910.
Hij vertrekt in 1911 naar Nederlands Oost Indië. Zie Het Orgel (1910 december), Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (25-03-1911).
Op 2 december schrijft de kerkvoogdij aan de kerkenraad dat Tadema per 1 april 1911 eervol ontslag heeft aangevraagd vanwege zijn vertrek uit Assen. Kan de kerkenraad dit verlenen? (22)

1911-1922. F. H. E. Bicknese. Hij wordt op1 april 1911 benoemd. Hij is sinds 1895 kapelmeester der Stafmuziek te Assen. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (10-03-1911).
Uit een verhuisbericht in de Provinciale Drentsche en Asser courant (12-05-1920) blijkt dat hij les geeft in piano, orgel, compositie en instrumentatieleer.
Per 1 april 1922 bedankt hij als organist en wordt hem eervol ontslag verleend. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (16-03-1922), (17-03-1922).

1922-1946. L. van Aalst. Hij is al assistent organist sinds 1918. Hij woont in Groningen en laat zich regelmatig vervangen door zijn broer.
Uit een krantenbericht in 1956 over zijn 25-jarig jubileum is af te leiden dat hij districtsinspecteur was bij de Eerste Nederlandse. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant 14-02-1956
In de jaren twintig worden een aantal 'wijdingsavonden' gehouden. Van Aalst werk daar regelmatig aan mee. Provinciale Drentsche en Asser courant (11-04-1927).
In 1946 bedankt hij als organist. (51) Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (04-02-1946).

1946-1953. De broer van L. van Aalst, J. H. van Aalst wordt organist. Hij wordt gekozen uit vijf sollicitanten. In 1953 bedankt hij als organist (52) . Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (11-04-1953).

1953-1967. L. B. Jan Lensink wordt benoemd als organist. Zie Het Orgel (1953/11) 156.
Hij was eerst organist te Apeldoorn en zal daar kennis hebben gemaakt met de firma Koch, die daar waren gevestigd.
Vlak na zijn komst naar Assen houdt Lensink een voordracht over de psalmen en hun melodieën. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (09-11-1953).
In een advertentie biedt hij lessen aan: 'L.B. Jan Lensink Gedipl. organist, piano-, theorie-, en muziekleeraar, organist der grote kerk, koordirectie, oratoria. Br. onder nr. 5936 bur. dezes.' Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (26-02-1954).
In 1954 wordt hij uitgenodigd een concert te geven in de Martinikerk van Groningen in de serie Groninger Avondtmusycken. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (03-08-1954).
In 1958 wordt Lensink dirigent van het Christelijke Oratorium Vereniging van Assen als opvolger van Johan van Meurs. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant, 01-10-1958
Lensink maakt een plan om het orgel regoreus on te bouwen. Toen het niet lukte vertrok hij naar Eibergen. (53)

1968- 198x Klaas Munniks wordt benoemd als organist. Er wordt een advertentie geplaats in het tijdschrift Het Orgel. Zie Het Orgel oktober 1967

198x - 2025 Johan Gerkes

2025 - heden Wietse Meinardi

Bronvermelding:

  1. Drents Archief: 0439 Abdij Assen, 20 Proveniersbrief voor Claes van Wetsinghe als organist; 1558 regest 146
  2. Drents Archief 0001 Oude Staten archieven, 1344-1815 2.1.1.1.1. Resolutiën en brieven afkomstig van Ridderschap en Eigenerfden en Drost en Gedeputeerden 14.21 1722-1738; 1722 aug 28 - 1738 jun 2 (scan 286)
  3. Boek: A.H. Pareau, De oude kerk te Assen eene voormalige klooster kerk beschouwd in betrekking tot de plaatselijke gemeente en de hervorming in Drenthe, J.O. van Houten Assen, 1849
  4. Drents Archief: 0304 Hervormde gemeente Assen 264. Kwitanties 1830-1835 getekend door N. A. Lohman. 1834 get. D. H. Lohman f. 12, 81. Van 1836-1847 kwit. get. door G. W. Lohman.
  5. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 267 bijlagen 1847, 1848 Brieven Lohman, ged. Leiden 3-3-1847; Van Oeckelen, ged. Groningen 8-10-1847 en 12-10-1847. Bijlage 1. 267. Brieven. Naber, Deventer 6-11-1847 en verpl. orgel door v. Oeckelen 1848. Bijlage 2. RAD. AHKA. Inv. S. 68. Bijlage Not. kerkv. 19-1-1848. Inv. 268.Kwitantie. Uitbet. aan P. v. Oeckelen f. 350, -- 21-4-1848. Hierna schreef L. Oldenhuis-Gratama een tweetal bezwaarschriften, die handelen over de klank van de stemmen, de blaasbalgen en de ornamenten. Geheel in overeenstemming met hetgeen G. W. Lohman 8-2-1848 voorstelde. Gratama lijkt dus liever met Lohman te doen te hebben dan met Van Oeckelen. idem. Bijl. Not. Kerkv. no 5 en no 6. 8-2-1848.
  6. Drents Archief: 0304 Hervormde gemeente Assen 270 bijlagen 1849-1853 Bestek Van Oeckelen 16-12-1853. Dit bestek, evenals trouwens dat van 1896, heeft lang verscholen gelegen in het archief van de Ned. Herv. gemeente. Men was daar niet altijd even zorgvuldig mee omgegaan, zodat het in 1970 bij een bezoek aan het kerkelijk bureau Kerkplein 1 te Assen het archief op de zolder gevonden werd en hieruit een aantal stukken te voorschijn kwamen waarnaar lang was gezocht. Bijlage 3 en 4. In de literatuur wordt deze ingreep nergens genoend Zie Oosterzee. Ned. Herv. Kerk (1865) 249; Romein. Predikanten (1861) 2; Gregoir. Historique (1865) 191. Broekhuyzen Orgelbeschr. (1986) Ed. Gierveld; Van ‘t Kruijs. Verz. disp. (1885) 90. In 1819 werd het orgel niet voltooid, daar de gemeente niet meer geld kon opbrengen. Er werd toen ruimte open gelaten voor uitbreiding.
  7. De keurmeester Siwert Meijer was organist van de Nieuwe- of Noorderkerk te Groningen. Als beroep gaf hij op: ondermuziekmeester. Tijdens de keuring van het orgel te Assen was hij bezig met de publikatie van de geschriften van Arp Schnitger in Caecilia.
  8. Drents Archief: 0304 Hervormde gemeente Assen 281 Brievenboek kerkvoogdij 1847-1863 Brieven:5-1-1854; 18-3-1854; 26-9-1854; 7-10-1854; 10-12-1854. Prov. Coll. v. Toez. op Adm. der N. H. Gem. Verbalen: 28-1-1854 en 20-10-1854. Goedkeuring geldlening f. 1200, -
  9. Drents Archief: 0304 Hervormde gemeente Assen 272-275. Kwitanties over die jaren. Brief Steenhuis 1894. Bijlage 5.
  10. De firma Snelleman had een piano- en orgelhandel gevestigd aan de A-kerkhof te Groningen. Zie advertenties in Noordelijke kranten.
  11. Drents Archief: 0304 Hervormde gemeente Assen 276 en 277. Van Dam was in 1894 bezig met een nieuw orgel te plaatsen in de Ned. Herv. kerk te Gieten, dat zondag 29 juli 1894 door zijn zoon (nl. Pieter van Dam) zou worden bespeeld. 30-7-1894 komt hij dan naar Assen om over de levering aldaar te spreken. Brieven 5-9-1894; 17-9-1894; 26-11-1894; 29-11-1894; 1-2-1895; 1-11-1895; 17-12-1895; 5-3-1896 en 5-7-1896. De kosten zullen f. 4000, - bedragen, met vrij pedaal f. 1200, - extra. Ook dit bestek lag op de zolder van het kerkelijk bureau tussen het ongeordende archief van de Ned. Herv. gemeente te Assen. De toenmalige administrateur was zeer verbaasd dat het bestek in zo goede staat voor de dag kwam daar er al tientallen jaren naar gezocht was. Bijlage 6.
  12. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 278. Notulen kerkeraad (1891-1915). Ds. L. Knappert preekte over 'Kunst en Protestansche Eeredienst', naar aanleiding van Ps. 150: 1a, 3a, 4b en 6 en Philip. 4:8. Idem Inv. Nr . 277. Brieven 10-9-1896; 4-11-1896; 10-12-1896. Van ‘t Kruijs ontving voor de keuring f. 100,-
  13. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 277. Brieven 4-11-1896;19-11-1896 en 10-12-1896. Van Dam kan niet beloven de gevraagde Trombone al in 1897 klaar te hebben. In 1897 kwam er een Trompet 8’ bij op het Bovenwerk.
  14. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 278. De schade was aanzienlijk: pedaal en blaasbalgen zwaar beschadigd; windlade, cancellen en alle leerwerk losgeweekt; slepen doornat enz. Na droging nog meer schade. Verschillende delen opgestuurd naar Leeuwarden. Orgel nov. 1910 weer speelklaar. Kosten herstel f. 717, 90. Kwit. get. P. v. Dam 19-1-1911. 10 jaar garantie. Orgelstemmen kost f. 30, -- per jaar. Het Orgel (1909-1910) 85. Op 13 juni 1909 sloeg de bliksem in het torentje.
  15. De organist Van Aalst noemde een aantal orgelfirma’s die het werk zouden kunnen doen: Van Leeuwen, Leiderdorp; Flentrop Zaandam; Valckx en Van Kouteren Rotterdam; De Koff Utrecht RAD. AHKA. Brieven 26-3-1934; 16-4-1934 en 26-4-1934. De totale kosten waren f. 768, --. Liefst 25 jaar garantie! RAD. AHKA. Notulenboek (1933-1947) 17-8-1934. Prov. Dr. en Asser Cour. zaterdag 29-9-1934 1e blad 2e pag.
  16. 16 (32 wordt niet gebruikt uitzoeken) RAD. AHKA. Brief 1-12-1953. De suggestie van organist Lensink dat de firma Koch de helft goedkoper is dan de firma Flentrop geeft aan dat de organist op de verkeerde weg is. Koch bood aan het werk voor f. 6. 000, -- te willen doen tegen Flentrop voor f. 12. 500, --. Er ging een schrijven met klacht naar de firma Vaas en Bron, 9-2-1954. Deze firma verweerde zich in brief 11-2-1954 door te stellen dat ook anderen bij het orgel geweest zijn, oa. de plaatselijke orgelhandel, waarschijnlijk Van Slooten te Assen. Zij deden nog een voorstel voor reparatie 27-3-1954. Er werd echter voor Koch gekozen, die voor f. 1400, -- een reparatie ging uitvoeren, brief 11-10-1954. Tijdens de nu volgende reparatie werden nog meer wijzigingen aangebracht zodat het bedrag opliep tot f. 2715, --.
  17. Drents Archief: Begroting Koch mei 1954. Er werd wel een zeer vrij gebruik gemaakt van het gestelde: 'Het aanbrengen van een nieuw eikenhouten klavier en enkele registers opnieuw groeperen, zonder nieuwe pijpen te maken'.
  18. Drents Archief AHKA. Brieven 16-12-1955; 23-1-1956. Notulen kerkv. 10-4-1956; 13-4-1956; 1-6-1956; 28-6-1956. De firma Koch wilde de plannen wel realiseren.Zie tekening front van Lensink. Mej. H. C. M. Wiersma overleed 26-4-1956.
  19. Drents Archief: AHKA. Brief 25-3-1963. De gebreken van het orgel werden toegeschreven aan de koude winter van 1963 en de verkeerde opstelling van de hete-lucht verwarming. Rapport Orgelcommissie Ned. Herv. kerk 6-4-1964. Behalve atmosferische invloeden geeft het rapport aan hoe dilettantistisch er te werk werd gegaan bij de jongste revisie.
  20. Drents Archief: AHKA. Brief Van Slooten 3-11-1967. Het orgel te Vlissingen werd in 1913 door Van Dam nieuw gebouwd als opus 380. Twee klavieren, vrij pedaal en 37 registers. Het Orgel (1914-1915) 44 en 64-65.
  21. Drents Archief: (37) RAD. AHKA. Brief 3-11-1967. Het zg. 'Plan Lensink' komt nog eens op de proppen. Het idee om het orgel uit te breiden met een Rugwerk. De gehele ombouw werd door Koch begroot op f. 90. 000, --. Ook nu ging het plan niet door vnl. door de hoge kosten.
  22. Tijdschrift: Het Orgel (1899-1900) 38. Adv. oproep org. N. H. gem. Assen. salaris f 350. Het Orgel (1904-1905) no 11/4 en no 12/4. Het Orgel(1908-1909) 48; Het Orgel(1909-1910)48. Het Orgel(1910-1911)2 en 23. Het Orgel (1911-1912)2.
  23. Reliwiki: http://reliwiki.nl/index.php/Assen,_Kerkplein_1_-_Jozefkerk (21-06-2024)
  24. Boek: Hans Fidom (eindredactie), Het Historische Orgel in Nederland 1894-1901, Nationaal Instituut voor de Orgelkunst, 2008 98-101
  25. Tijdschrift: De Mixtuur 57 juni 1987 Enige orgelberichten (1784-1848) door F.W. Huisman 317-318
  26. Tijdschrift: Jozef Houwman, Het orgel in de Jozefkerk in Assen, Organist en Eredienst 1983/04 73-76
  27. Boek: Peter van Dijk (eindredacteur), Het Historische Orgel in Nederland 1819-1840, Nationaal Instituut voor de Orgelkunst, 2001 43-46
  28. Boek: Jaap Brouwer, Johan van Meurs – Een studie over een pionierend orgeladviseur, Groningen: Philip Elchers, 2017
  29. Boek:A.H. Pareau, De oude kerk te Assen eene voormalige klooster kerk beschouwd in betrekking tot de plaatselijke gemeente en de hervorming in Drenthe, J.O. van Houten Assen, 1849 blz. 15, 243, 244
  30. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 319 Stukken betreffende vergroting, vernieuwing en restauratie van het orgel; 1853-1911
  31. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 7 Ingekomen stukken en minuten van verzonden stukken 1769-1850
  32. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 8 Ingekomen stukken en minuten van verzonden stukken 1851-1885
  33. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 9 Ingekomen stukken en minuten van verzonden stukken 1886-1909
  34. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 1 Notulen van de kerkenraad 1765-1859
  35. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 263 Notulen van de vergaderingen van kerkvoogden en van die van kerkvoogden en notabelen, met bijlagen 1826 - 1836
  36. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 261 Notulen van de vergaderingen van kerkvoogden en van die van kerkvoogden en notabelen, met bijlagen 1821 - 1826 april
  37. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 262 Notulen van de vergaderingen van kerkvoogden en van die van kerkvoogden en notabelen, met bijlagen notulen 1826 juni - 1836
  38. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 265 Notulen van de vergaderingen van kerkvoogden en van die van kerkvoogden en notabelen, met bijlagen notulen 1840-1846
  39. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 266 Notulen van de vergaderingen van kerkvoogden en van die van kerkvoogden en notabelen, met bijlagen notulen 1847-1848
  40. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 268 Notulen van de vergaderingen van kerkvoogden en van die van kerkvoogden en notabelen, met bijlagen notulen 1847-1874
  41. Archief Lambert Erné 7022 Dossier 108
  42. Drents Archief: 0921 Oud-Archief van de gemeente Assen 141 Registers van notulen van vergaderingen van het college van burgemeester en wethouders 1818 met index
  43. Drents Archief:  0361 Familie Oosting en aanverwante geslachten 147 Stukken ingekomen bij en opgemaakt door Jan Haak Oosting als lid van de commissie tot het plaatsen van een orgel in de kerk aan de Brink te Assen; 1817
  44. Drents Archief:  0361 Familie Oosting en aanverwante geslachten 148 Gedicht van de hand van Jan Haak Oosting ter gelegenheid van de inwijding van het orgel in de kerk aan de Brink te Assen; z.j. (1817)
  45. Drents Archief: 0921 Oud-Archief van de gemeente Assen 144 Registers van notulen van vergaderingen van het college van burgemeester en wethouders 1819, met index en agenda
  46. Drents Archief: 0921 Oud-Archief van de gemeente Assen 145 Registers van notulen van vergaderingen van het college van burgemeester en wethouders januari - maart 1819, alleen bijlagen
  47. Drents Archief: 0921 Oud-Archief van de gemeente Assen 146 Registers van notulen van vergaderingen van het college van burgemeester en wethouders april - juni 1819, alleen bijlagen
  48. Drents Archief: 0921 Oud-Archief van de gemeente Assen 147 Registers van notulen van vergaderingen van het college van burgemeester en wethouders juli - september 1819, alleen bijlagen
  49. Drents Archief: 0921 Oud-Archief van de gemeente Assen 147 Registers van notulen van vergaderingen van het college van burgemeester en wethouders 1820, met index
  50. www: www.Alledrenten.nl: Assen, Huisregister, 1839 (toeg. 0921; nr. 623) Geregistreerde: Claas Meyboom en Overlijden (Overlijden), Assen, 17-05-1858, aktenummer 58 Overleden: Claas Meyboom; geboren op: 08-05-1783 te Emden (Duitsland); beroep: muzijk/teekenmeester, overleden op 15-05-1858 te Assen, zoon van Curt Meyboom en Johanna Maria Weijers .Gehuwd geweest met: Maria Elisabeth Strauss (in leven;Echtgenote)
  51. Archief Mense Ruiter
  52. Drents Archief: 1055 Archief Huis Overcingel te Assen 343 Ontwerptekening van het front van een orgel; z.j. (19e eeuw)
  53. Jan Jongepier: Restauratierapport januari 1981
  54. Drents Archief: 0913 Archief van de afdeling Monumentenzorg van de provincie Drenthe 147 Assen, Kerkstraat 1(St. Jozefkerk/consistorie); 1976-
  55. Drents Archief: 0913 Archief van de afdeling Monumentenzorg van de provincie Drenthe 155 Assen, Kerkplein 1 (NH Jozefkerk); 1936-1983: met retroacta 1846
  56. Drents Archief: 0446 Provinciaal College van Toezicht Hervormde Gemeenten 127 Indices op de verbalen 1853-1859
  57. Drents Archief: 0446 Provinciaal College van Toezicht Hervormde Gemeenten Verbalen van het verhandelde op de vergaderingen 50 1854 1e halfjaar
  58. Boek: Lammert Huizing, Anderhalve eeuw Jozefkerk aan het Kerkplein, Hervormde wijkgemeente Holt-Esch, 1998, 20-21
  59. Drents Archief: 0446 Provinciaal College van Toezicht Hervormde Gemeenten 96 1896
  60. Nieuwe provinciale Groninger courant, 15-07-1955
  61. Utrecht, Het Utrechts Archief, 1445 Orgelcommissie, 182. Assen, 1951-1995
  62. Winsum, Archief Jaap Brouwer.
  63. Het Orgel 2014-05 Victor Timmer, Van tammen tot Worp - De eerste bespelers van het Schnitger-orgel van de groninger der Aa-kerk in de negentiende eeuw - Deel 2: Jurjen Walles (1794-1854), blz. 12-19



Bijlagen.

Bijlage 1. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 267 bijlagen 1847, 1848

De Edele Her J. H. Smit, president kerkvoogd bij de Hervormde te Assen.

WelEdele Heer!

Ten gevolge uwedele verzoek in dato den 18 April deses jaars de staat de orgels in de hervormde kerk te Assen onderzocht hebbende, heb ik de Eer hier onder te laten volgen eene opgave der noodzakelijkst te herstellen gebreken met bijvoeging der werkzaamheden die tot herstel dier defecten zullen moeten worden verrigt.

Ten 1sten. Is het orgel zoodanig van stof voorzien dat de aanspraak van het pijpwerk daardoor zeer belemmerd wordt, dewijl de stof zich in de ondereinden der pijpvoeten en benedenlabiums heeft vastgezet. Men zal om zulks te herstellen al het pijpwerk van de windlade en uit het orgel nemen, dezelve in- en uitwendig van de stof zuiveren en de windlade en alle overige deelen des orgels zoo mede de orgelkast van alle stof ontdoen.

2den. De grootste metalen binnenstaande labiaalpijpen zijn gedeeltelijk verzakt vooral die van de Bourdon 16 voet. Waarom men die pijpen na de schoonmaking weder in rechte positie zal brengen, en waar zulks ten dien einde nodig is de voeten van de Corpora’s afnemen en na de nodige reparatie weder aansoudeeren, en tevens alle de aan de beneden einden te zwakke pijpen op eene doelmaige wijze versterken, de ingedeukte en beschadigde pijpen zullen op vormen worden opgerond, en de inscheuringen van sommige pijpen aan de boveneinden worden gesoudeerd en daarna de grootste derzelve van boven met stemkleppen worden voorzien opdat dezelve op den duur van boven onbeschadigd blijven. Mede zal men ten einde toekomstige verzakking of doorbuiging te voorkomen bij de groten der metalen Bourdon pijpen aanhenglatten aanbrengen, waaraan die pijpen door middel van ooren om pennen sluitende bevestigd worden.

3den. Veele der in het front staande pijpen zijn aan de beneden einden ook doorgezakt waardoor de corpora’s van boven ook zijn omgebogen. Hetwelk ook zal worden hersteld door teregtzetting en afneming der voeten met aanzetting van dikkere beneden einden waar zulks nodig is, terwijl verder langs de agterzijde van die voeten, staven van stevig Pijpenmetaal zullen wordn gesoudeerd. De lange conducten tot deze frontpijpen behorende, uit gebrek aan steunsels doorhangende en loslaten-de, zullen bij hunne lekkaadjen weder worden aangelijmd en door aan te brengen scheeringen of steunsels voor doorzakkken worden behoed.

4den. Ook de grote Trompet corpora’s zijn zakkende en van onderen ingeknepen. Deze zullen van nieuwe steviger beneden einden uit goed pijpmetaal vervaardigd worden voorzien.

5den. Twee der blaasbalgen zijn in 1838 aan de agtereinden in nieuw lederwerk gezet, de derde heeft daaraan ook behoefte. En zal alzoo van nieuwe lederen sluitstukken, hoeken en harten worden voorzien, terwijl de overige lekkaadjen aan alle blaasbalgen enz. ook zullen worden digt gemaakt. Na de behandeling aan de onderscheidene deelen van al het bovenvermelde en de herziening van eenige hier niet genoemde kleine gebreken zal het pijpwerk wederom in het orgel worden geplaatst en ieder stem na zijne vatbaarheid worden geintoneerd en vervolgens het geheele orgel in goede stemming worden gebragt.

De kosten van bovenstaande werkzaamheden met de bijlevering der daartoe benodigde materialen en in inbegrip van kostgelden, reiskosten en transportkosten van goederen zullen bedragen eene som van Tweehonderd en vijftien Gulden, Ned. Courant. Terwijl tot eenge adsistentie en windgeving door het kerkbestuur wordt geleverd een handlanger of blaasbalgtrapper. Niet twijfelende of dit een en ander zal voldoende zijn om aan UwEdele verlangen te beantwoorden, heb ik de eer na aanbeveling te zijn Uw Ed. Dw. Dienaar G. W. Lohman. Groningen den 6den Mey 1840.

 

Bijlage 2. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 267 bijlagen 1847, 1848

Ingevolge de voorlopige bepaling tussen den voorzittenden kerkvoogd en den tweeden ondergetee-kenden is overeen gekomen dat de tweede ondergeteekende aanneemt het orgel uit de tegenwoordige in de nieuwe kerk der Hervormden te Assen over te plaatsen, behoorlijk schoongemaakt, en zoo veel noodig, hersteld en vernieuwd en’t orgel, in gangbaren staat op te leveren half Maart aanstaande;dat hij er tevens de noodige ornamenten enz. zal bijvoegen, die ‘t in harmonie brengen met zijne nieuwe standplaats en tegelijk aanbrengen, ’t schilderen, vernissen, vergulden, verzilveren en verfoeliën, enz
’t geen naar den eisch van ‘t werk gevorderd wordt, an ‘t geheel uiterlijk, als nieuw en sierlijkte doen voorkomen. Dat voor dit alles te zamen door d’ eerst ondergeteekende, kerkvoogden der hervorm-den te Assen aan den tweeden ondergeteekenden, den Heer P. van Oeckelen, te Groningen, zal worden betaald een som van drie honderd vijftig gulden, zonder meer ‘t zij voor overbou of iets anders van welken aard ook. Dat die som ineens zal worden voldaan, onmiddelijk na den afloop van ‘t wer, de opneming en goedkeuring. Assen den 19 January 1848. Kerkvoogden der Hervormde Gemeente te Assen. [w. g. ] L. Oldenhuis Gratama, P. van Oeckelen, orgelmaker.

Nassau.

 

Bijlage 3. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 270 bijlagen 1849-1853

RAD. AHKA. Bijlagen Not. Kerkvoogdij. Nr. 46a. 1853.

Groningen 27 September 1853.

Wel Edele Achtbare heer!

In antwoord op UWEd Achtbr laatste van den 23 dezer, heb ik de eer UWEd. Achtbr. te berigten, dat ik heb berekend, wat een tweede Klavier met bijvoeging van een vierde blaasbalg voor het Orgel in de Groote Hervormde Kerk te Assen zoude moeten kosten en bevonden, dat deze vernieuwing ingevolge bijgaande nota, met het leveren van alles wat daartoe wordt vereischt, zoude komen duizend en twintig Gulden, echter indien de Dulciaan 8 voet niet wordt geplaatst alsdan op achthonderd en zeventig Gulden. In deze nota zal UWEd. Achtbr. in het kort de voornaamste punten zien aangestipt, van welke deelen, wanneer zulks mogt worden verlangd ik een breedere en omslagtigen omschrijving zal opmaken en van UWEd. Achtbr. doen toekomen. Hiermede hoop ik UWEd. Achtbr. verlangen te hebben voldaan, terwijl ik met een waar gevoel van hoogachting de eer heb te zijn UWEd. Achtbr. DW. Dienaar,

[w. g. P. van Oeckelen].

Nota van eene vernieuwing of vergrooting van het Kerkorgel in de Groote Hervormde Kerk te Assen.

Art. 1. Bij het thans aanwezige Orgel zal worden bijgevoegd een tweede Klavier of boven-manuaal hetwelk door een gehalveerde trekkoppeling met het onder-manuaal kan worden verbonden.

Art. 2. Een nieuwe windlade, waarop komen te staan de navolgende stemmen:

1. Holfluit 8 voet twee octaven gedekt.
2. Nachthoorn4 voet  
3. Fluit 4 voet  
4. Fiola di Gamba 8 voet vanaf groot F, de vijf laagste toonen te ontleenen uit de Holfluit.
5. Fluit 2 voet  
6. Dulciaan 8 voet  

Art. 3. Een nieuwe blaasbalg bij de drie aanwezigen bij te plaatsen, in grootte en inhoud aan dezen

gelijk, verders kanalen, afsluiting enz.

Art. 4. Voor de Viola di Gamba in het hoofd-manuaal te plaatsen Prestant 16 voet, Discant.

Art. 5 . De aanwezige welraam met de mechanica geheel te vernieuwen, ten einde de speelaard te verbeteren.

art. 6. De frontpijpen van nieuws afslijpen of polijsten.

Idem. no 46d. Weledelgestrenge Heer!

Volgens afspraak heb ik de eer UWelEdelGestrenge nog op te geven verbeteringen welke er noodwendig, wanneer de vergrooting van het Kerkorgel mogt tot stand komen, aan de dispositie van het aanwezige te bewerkstelligen en wel voor de Viola di Gamba welke moet vervallen te plaatsen Prestant 16 voet, Discant. En voor de Flageolet 1 voet, een Salicionaal 8 voet waarvan het Groot octaaf kan gevonden worden uit de aanwezige Viola di Gamba, en eindelijk de gehele Bas van de aanwezige Trompet te vernieuwen naar een beter stelsel van tongen, l epels en Mensuur. Deze verbeteringen en vernieuwing worden door mij begroot op een som van f. 250, --. Met een waar gevoel van hoogachting ben ik WelEdelGestrenge Heer UWEDelGest. Dienaar van Oeckelen. Assen den 24 November

1853

 

Bijlage 4. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 270 bijlagen 1849-1853

RAD. AHKA. Bijlagen Not. Kerkvoogdij 1853. No 46.

Bestek en Conditien weegens eene vergrooting, Vernieuwing en Verandering aan het Orgel in de Hervormde Kerk te Assen.
Bestek en Conditien waarnaar het Collegie van Heeren Kerkvoogden der Hervormde Gemeente te Assen, voornemens is, uit te besteden het vervaardigen en plaatsen van een geheel nieuw tweede Manuaal bij het thans aanwezige Orgel in de Kerk van gemelde Gemeente. - En tevens eene gedeeltelijke vernieuwing en verandering in de Dispositie van het bestaande Orgel.

Art. 1. Windlade en derzelver Maaksel.
Tot dit bij te voegene boven-Manuaal zal eene Sleepwindlade, verdeeld in 54 Cansellen of windkamers van Groot C tot en met drie gestreepte f, in grootte, oppervlakte en inhoud geëvenredigd aan de grootte en hoeveelheid van de stemmen, welke erop zullen komen te staan, vervaardigd worden. Deze windlade, welke in twee deelen vervaardigd en door koppelstokken aan elkanderen verbonden wordt, zal met deszelfs pijpstokken, roosters of pijpstoelen, sleepen, ventielen enz. van best droog wagenschot worden gemaakt, aan den onderkant van de windlade en de windkast, waar de ventielen tegen aan drukken, zal met best mediaan papier worden bekleed, terwijl de ventielen met zachte strooken leder belederd en van achteren los in hunne stiften moeten worden gelegd, om ten allen tijde naar verkiezing dezelve er te kunnen uitnemen, en zullende de pijpstokken met stevige koperen schroeven op de windlade worden bevestigd.

Art. 2. Over het Pijpwerk.
Op de hiervoren omschreven windlade zullen worden geplaatst:

1. Holfluit 8 voet twee octaven gedekt, de volgende opene, wijd van mensuur, groot octaaf wagenschot.
2. Nachthoorn 4 voet  
3. Fluit 4 voet  
4. Viola di Gamba 8 voet vanaf Groot F, de vijf laagste toonen te ontleenen uit de Holfluit
5. Fluit 2 voet  
6. Dulciaan 8 voet gehalveerd

Art. 3.
In de dispositie van het aanwezige Orgel zullen worden veranderd en vernieuwd de volgende stemmen:
1. Voor de Viola di Gamba 8 voet, te plaatsen Prestant 16 voet discant.
2. Voor Flageolet 1 voet een Salicionaal 8 voet, waarvan het Groot octaaf kan worden gevonden uit de aanwezige houten pijpen van de Viol di Gamba.
3. Een geheel nieuwe Trompet in de bas naar een beter mensuur van lepels, stevels en corpora’s, de discant zoo veel mogelijk naar die van de bas te intoneren.
De spetie tot de pijpen op beide windladen, welke in gemelde dispositie niet van hout zijn opgegeven, zullen uit een mengsel van één derde tin en twee derde lood bestaan. De houten pijpen zullen geploegd en met houten nagels in elkander worden gemaakt en van binnen met roodbolis en lijm worden uitgevoerd, in de voorslagen met leder en koperen schroeven worden vastgelegd om ten allen tijde de intonatie te kunnen regelen. Al het bestaande pijpwerk zal zoo geregeld en ruim op de windlade worden geplaatst, dat geene den anderen in de uitspraak hinderlijk zij en men op eene gemakkelijke wijze bij iedere pijp kan komen, om te stemmen, terwijl de grootste opene labiaalpijpen van stemlappen zullen worden voorzien, welke boven in ieder dier pijpen zal moeten worden gesoldeerd. De mondstukken en tongen van de Trompet 8 voet en van Dulciaan 8 voet, zullen van best geslagen geel koper zijn; de grootste mondstukken dezer beide stemmen zullen met tinnen platen, met leder bevoederd, worden belegd; terwijl de stemkrukken ter bekwamer dikte van geel koperdraad zal genoemen worden.

Art. 4. Blaasbalgen.
De blaasbalg, welke er hoofde van een tweede Orgel of Clavier, moet worden bijgemaakt, ten einde genoegzame voorrad van wind te erlangen, zal van gelijke grootte en inhoud worden gemaakt als de thans aanwezigen, van best droog wagenschot; de fundament- en bovenbalk, zal mede van eikenhout moeten zijn ter hoogte van elf duim, de laatste bij wijze van een raam suffisant op het bovenblad worden bevestigd met lijm en houten nagels. De valten of vouwen zullen uit eene breedte van 13 streeps wagenschot worden genomen van binnen zoo wel als de bladen der balgen met lijm en roodbolis worden uitgevoerd. De onder- en bovenvalten worden van binnen zoo wel als van buiten en op de bladen, met wit leder verbonden, waarna dezelve vervolgens weder met leder worden voorzien, terwijl de broeken of zwikkels van daartoe geschikt leder genoemen zullen worden. Deze balg zal omkleed worden met randen van 13 streeps wagenschot, welke met houten nagels zullen worden bevestigd, ten einde muizen enz. van dezelve af te sluiten. De vang-ventielen zullen op ramen gelegd en met koperen schroeven onder tegen de balg worden bevestigd, om derzelve naar verkiezing er onder weg te kunnen nemen.

Art. 5.
Het ribbenhout benoodigd voor de vergrooting der blaasbalgenkast, alsmede de omkleeding derzelve, kan van best vuren hout genoemen worden, met uitzondering van de treeder en ligter, welke eerste van eene bekwame dikte van greenen en de laatste van taai eiken hout moet worden vervaardigd.

Art. 6. Van de Windkanalen.
De windkanalen tot dit bovenmanuaal en de afsluiting van hetzelve zullen van best droog wagenschot genomen worden, van binnen met roodbolis en lijm uitgevoerd en met houten nagels en lijm tezamen worden gevoegd, zullende dit Kanaal onmiddelijk worden geleid uit het reeds bestaande Hoofdkanaal naar de Boven manuaals lade.

Art. 7. Van de Clavieren.
Het handclavier voor het nieuwe bovenmanuaal zal verdeeld zijn in 54 claven of toetsen, loopende van Groot C tot en met f (3) en worden vervaardigd van droog regtdradig wagenschot de platte of benedentoetsen met best wit ijvoor belegd en de verhevene of boventoetsen van masief ebben hout worden gemaakt, onder deze rei Clavieren zullen zachte kussens worden aangebragt, de toetsen zonder te knellen, zullen sluiten tusschen hunne stiften, de gaten, waardoor de drukkers gaan juist van wijdte zijn om zoo veel mogelijk eene gemeakkelijke bespeeling te bevorderen. Het Clavierraam zal van wagenschot worden vervaardigd en voor zoo verre hetzelve in het gezigt komt, met de voorzetplank van sierlijk mahoniehout worden voorzien. Om de beide hand Clavieren te gelijk te kunnen gebruiken, zal eene trek-koppeling worden aangebragt en wel zoo ingerigt, dat dezelve onder het bespeelen zonder eenige hinder kan aan- of afgezet worden, zullende deze koppeling in de Bas en Discant gescheiden en bij gevolg gehalveerd zijn.

Art. 8. Van de Mechanica in het algemeen.
Het tegenwoordige welraam zaal door een geheel nieuwe en meer doelmatige worden vervangen, verder zullen de tot het mechanieke werk vereischte wordende welraam, welborden met hunne dokken en armen, even als het Registratuur, Welatuur, Koppelstokken, claviatuur, Winkelhaakstukken met hunne lijsten, enz. en al het houtwerk, hetwelk tot de Mechanica behoort van best droog wagenschot vervaardigd worden, met uitzondering van alle abstracten en drukkers, welke van taai regtdradig Riga’s greenen hout zullen worden gemaakt. Alle de armen, winkelhaken, wippen, enz. tot het registratuur benoodigd, zullen van taai ijzer worden gesmeed en met menie ter wering van roest worden aangestreken. Al het draadwerk, hetwelk tot de mechanica als ook tot al dat gene, hetwelk voor het overige Orgelwerk moet gebruikt worden, zal van best geel koperdraad worden genomen.

Art. 9. Van de Registers.
De Registerknoppen van het nieuwe Bovenmanuaal, als ook die van het aanwezige Hoofdmanuaal, zullen van zwart ebben-hout naar een sierlijk model worden gedraaid en in eene behoorlijke orde boven en bezijden het Clavier worden verdeeld, terwijl de benaming van ieder met nette verguldene letters op daartoe gepaste plaatjes boven dezelve gesteld zullen worden.

Art. 10.
De Frontpijpen of Gezigtspijpen, zullen er uit genomen en van nieuws worden geslepen of gepolijst en de labiums deszelve worden verguld.

Art. 11.
Alle materialen welke verder tot het binnenwerk van het bovengenoemde Orgel benoodigd zijn en te veel om te specificeeren, zullen door den Aannemer ter goeder touw, ten genoegen der Heeren Uitbesteders geleverd en de bewerking daarvan op de naauwkeurigste wijze verrigt worden.

Art. 12.
Na alle pijpen op hunne windladen regtstandig en sluitend in hunne stoelen te hebben gezet, en na de grootste, welke niet geschikt op zich zelve kunnen staan, met aangesoldeerde oogen aan latten of regels met koperen pennen te hebben vastgehangen, zal men tot de intonatie derzelve kunnen overgaan. Na iedere stem dan naar zijn aard te hebben geintoneerd en alle van eene vlugge en grondige aanspraak te hebben voorzien, zal het gheele pijpwerk in Orchesttoon in de gelijkzwevende temperatuur in eene goede harmonie worden gestemd. Na het Orgel volgens het hierboven beschreven bestek te hebben voltooid, kan hetzelve ter examinatie aan deskundigen door de WelEdele Achtbare Heeren Kerkvoogden, daartoe te benoemen, worden aangeboden.

Art. 13.
De Aannemer zal zijne bedongene gelden ontvangen in twee gedeelten, te weten: Het eerste gedeelte, als de windlade, blaasbalg, clavier en kanalen op hunne plaats zijn gelegd en al het geen wat tot de Mechanica behoort in gereedheid zal zijn. Het tweede of laatste gedeelte, als het geheele Orgel is afgewerkt en door onpartijdigen deskundige Orgelkenners zal zijn goedgekeurd.

Art. 14.
Voor rekening van den Aannemer blijven alle kosten van transport, verblijf- en kostgelden, welke er gedurende het opzetten en afwerken van dit Orgel zal worden vereischt, terwijl Heeren Uitbesteeders zich verpligten met het aanwijzen en gebruikbaar stellen van een geschikt locaal tot berg- en werkplaats voor den Aannemer.

Art. 15.
De Aannemer zal moeten zorgen, dat het Orgel binnen den tijd van één jaar na den dag der aanbesteding, of in den loop van het jaar 1800 vier en vijftig geheel zal zijn afgewerkt.

Aanvulling 1.
Kerkvoogden de Hervormden te Assen, uitbesteeders ter eenre en Petrus van Oeckelen, de orgelmaker te Groningen, aannemer ter andere zijde bekennen en verklaren op het vorenstaande bestek en de vorenstaande conditien het werk daarin omschrven respectievelijkte hebben uitbesteed en aangnomen voor een somma van Twaalf honderd gulden (f. 1200, -) wordende hier tot aanvulling van het bestek aangeteekend:
1e dat alle materialen zonder uitzondering door den aannemer moeten worden geleverd, strekkende dit tot opheldering van art. 11. en
2e dat alles gereed zal zijn vóór den eersten Novbr 1854 en dat het orgel niet langer dan zes weken zal stilstaan. Gedaan te Assen heden den 16 December 1800 drie en vijftig.

De aannmer [w. g. ]P. van Oeckelen Kerkvoogden po [w. g. ]G. Sluis van hunnentwege W. Alingh

Aanvulling 2.
Kerkvoogden der Hervormden te Assen uitbesteeders ter eenre en Petrus van Oeckelen, orgelmaker te Groningen, aannemer, ter andere zijde bekennen en verklaren op het vorensdtaande bestek en conditien navolgende wijziging te hebben gemaakt:
1e de fluit 4 voet zich bevindende in het aanwezige orgel moet worden veranderd in eene gedekte quint 3 voet.
2e de dispositie van de registers op de nieuwe windlade zal zijn als volgt

1e Holpijp 8 voet  
2e Hol(pijp)* 8 voet te beginnen met klein G.
3e Viola di Gamba 8 voet te beginnen met Groot F, de onderste toonen sprekende uit de Holpijp.
4e Nachthoorn 4 voet  
5e Gedekte fluit 4 voet  
6e Fluit 2 voet  
7e Flageolet 1 voet deze van de thans aanwezige windlade op de nieuwe over te plaatsen.
8e Dulciaan 8 voet  

* De doorhaling van het woord pijp en inde plaatsstelling van fluit goedgekeurd. G. S. /W. A. /P. v. O.

Gedaan te Assen heden den 1800 Viert vijftig

De aannemer [w. g. ] P. van Oeckelen Kerkvoogden po [w. g. ] G. Sluis van Hunnentwegen W. Alingh.

Aanvulling 3.
Kerkvoogden de hervormden te Assen, uitbesteeders ter eenre en Petrus van oeckelen te Groningen, aannemer ter andere zijde bekennen en verklaren het termijn van oplevering te hebben verlengd tot den eerste february 1800 Vijf en vijftig, zullende de aannemer waartoe hij zich door onderteekening dezes verpligt, zich voor iedere week na werkens na 1 february 1855 zich op de aannemingssom laten korten eene somma van (vijf en twintig) * gulden. Assen den 15 December 1854.
* De doorhaling van vijfentwintig en inde plaatssteling van tien goedgekeurd. G. S. /W. A. /P. v. O.

De aannemer [w. g. ] P. v. Oeckelen Kerkvoogden po [w. g. ] G. Sluis van Hunnentwegen W. Alingh.

Bijlage 5. Drents Archief 0304 Hervormde gemeente Assen 272-275. Kwitanties over die jaren.

Groningen 27 juli 1894.

WelEdele Heer!

Doordat ik een paar dagen uit de stad was, kon ik niet eerder antwoorden op Uwe letteren van 22 dezer. Ik heb van Oeckelen gesproken, die mij verklaarde, dat door eene reparatie aan het orgel in de Herv. Kerk te Assen dit orgel wel beter, doch nimmer mooi zou kunnen worden. Uwe meening, dat men voor 3 à 4 duizend gulden wel een orgel kan krijgen, groot en krachtig genoeg voor Uwe kerk, is juist. Van 1875 tot ‘91 was ik organist in de Herv. kerk te Sappemeer op een orgel, door van Oeckelen gemaakt, dat de volgende dispositie had: Twee klavieren. Aangehangen pedaal.

Hoofdmanuaal.   Bovenmanuaal.  
1. Prestant 8 voet 1. Prestant 8 voet
2. Bourdon 16 ' 2. Violoncello 16 ' disc
3. Violon 16 ' disc. 3. Viola di Gamba 8 '
4. Roerfluit 8 ' 4. Holpijp 8 '
5. Octaaf 4 ' 5. Speelfluit 4 '
6. Quint 3 ' 6. Woudfluit 2 '
7. Octaaf 2 ' 7. Clarinet 8 '
8. Mixtuur 3-5 sterk    
9. Trompet 8 voet    

Stomme registers: Afsluitingen, koppeling, windlosser.

Ik heb altijd met het meeste genoegen dit orgel bespeeld en nooit een beter orgel gewenscht. ’t Heeft nog geen f. 4000, -- gekost en is zeer zeker krachtig genoeg voor Uwe kerk. Voor Sappemeer was het zelfs wat al te krachtig. ‘t Eenige waar ik nog naar wenschte was een vrij pedaal en ik zou dat ook wel gekregen hebben, wanneer er ruimte geweest ware om het te plaatsen. Nu heeft van O. mij gezegd, dat hij U een dergelijk orgel wilde leveren voor den prijs te Sappemeer betaald en dat hij daarbij een vrij pedaal zou kunnen leveren in ruil voor het oude orgel. Uwen broeder heb ik gesproken en hem de dispositie gegeven van het orgel in de Remonstrantsche kerk. Dit is duurder dan de door U aangegeven som, maar behalve het vrij pedaal, vind ik het niet mooier dan dat te Sappemeer. Buiten van Oeckelen kan ik U nog de namen van de volgende orgelmakers geven: Timmenga en Bakker, Leeuwarden, Bätz en Co, Utrecht. Maarschalkerweerd, Utrecht, van Dam en Zonen, Leeuwarden, Adema, Amsterdam. Nu kan men zich wel tot die heeren wenden, maar ik ben overtuigd, dat niemand beter en goedkoper werk zal leveren, dan van Oeckelen te Harenermolen. Een paar teekeningen van orgelfronten zou ik U wel kunnen leveren, maar ‘t zou de vraag zijn of die voor Uwe kerk te gebruiken waren. Buitendien is het gewoonte, dat de orgelmaker eenige teekeningen van orgelfronten voorlegt, waaruit hij dan eene keuze laat doen. Meenende, hiermede aan Uw \verzoek voldaan te hebben,

ben ik, hoogachtend Uw diesntw. dien. [w. g. ] H. P. Steenhuis, die gaarne bereid is, zoo gewenscht, meerdere inlichtingen te verstrekken.

Onderaan geschreven: Den WelEd. Heer J. Doornbos, Assen. bovenaan de volgende blz. : Kan bovenmanuaal niet in crescendokast en Voix Celeste 8 v. en Flute Harmonique 4 v. bijgevoegd worden? De nummers voor de dispositieregisters zijn met potlood bijgeschreven; achter Violoncello (dsic) 16 voet een vraagteken.

 

Bijlage 6.

RAD. AHKA. Bijlagen Not. Kerkvoogdij.

Bestek en Conditiën voor de vervaardiging van een nieuw Orgel met twee Klavieren en vrij Pedaal in de Nederduitsche Hervormde Kerk te Assen.

Bestek en Conditiën voor de vervaardiging van een nieuw Orgel, in de hervormde Kerk te Assen, in de Hervormde Kerk te Assen, naar hetwelk genoemd werk zal worden gemaakt en geleverd door L. van Dam en Zonen Orgelfabriekanten te Leeuwrden.

Het Orgel zal uit de volgende Hoofddeelen bestaan.

1. Een Hoofdmanuaal of Onderklavier, 56 toetsen, C - g’’’.

2. Een Tweede Manuaal of Bovenklavier, ' ' '

3. Een vrij Pedaal of Voetklavier, 27 toetsen, van C - d’.

4. Een drieledig Windtoestel naar nieuwe constructie.

5. De volgende Dispositie van Stemmen en Werktuigelijke Registers.

Stemmen voor het Hoofdmanuaal.

1. Prestant 8 voet van Engelsch tin, gepolijst in het front.
2. Bourdon 16 ' metaal, de 18 grootste pijpen hout.
3. Violon 8'  
4. Roerfluit 8'  
5. Fluit travers 8'  
6. Octaaf 4'  
7. Nachthoorn 4'  
8. Quint 3'  
9. Octaaf 2'  
10. Mixtuur uit 4' 3 à 4 sterk  
11. Trompet 8' opslaand Tongwerk.

Stemmen voor het Tweede Manuaal.

1. Prestant 8 voet metaal, van groot C af.
2. Viola di Gamba 8 ' Engelsch tin
3. Voix Celeste 8 ' metaal
4. Holpijp 8 ' de grootste 8 pijpen van hout.
5. Speelfluit 4 '  
6. Fluit harmonique 4 '  
7. Woudfluit 2 '  
8. Klarinet 8 ' doorslaand Tongwerk.

Stemmen voor het Pedaal.

1. Subbas 16 voet van hout
2. Octaaf 8 ' metaal
3. Gemshoorn 8 '  
4. Octaaf 4 '  
5. Bazuin 16 ' opslaand Tongwerk.

Werktuigelijke Registers.

1. Afsluiting voor het Hoofdmanuaal.

2. Afsluiting voor het tweede Manuaal.

3. Afsluiting voor het pedaal.

4. Klavierkoppeling.

5. Pedaalkoppeling.

6. Crescendo voor het bovenwerk.

7. Ventiel of Windlosser.

Beschrijving van de Materialen, Bewerking en Inrichting van het orgel, in de volgende artikelen vervat.

Artikel 1. De Orgelkast.
De kast van het Orgel, overeenkomstig de teekening gerekend van den bovenkant van het oxaal of den Orgelzolder, zal van fijn Dram’s vurenhout en het lijstwerk derzelve van spintvrij Riga’s greenenhout worden gemaakt. De stijlen en het regelwerk, van genoegzame dikte, zullen, met pen en gat in elkaar gewerkt, met houten nagels worden opgesloten. De deuren en luiken, met losse paneelen vergaard en van goede sluitingen voorzien, zullen zóódanig geregeld en verdeeld zijn, als tot onverhinderden toegang tot het binnenwerk noodzakelijk is. De ronde bekleeding der kappen en al het lijstwerk der kast zal zuiver geschaafd en gekarnist, met lijm worden samengesteld.

Artikel 2. Ornamentwerk.
Het ornament- of snijwerk, op de teekening afgebeeld, zal van fijn Riga’s greenenhout, zonder spint of kwasten, zuiver en diep worden gesneden. Aan de onderscheidene partijen zal het hout in dikte evenredig zijn, om smaakvol en fraai te kunnen worden bewerkt.

Artikel 3. De Windladen.
De windladen, met derzelver cancellen, slepen, dammen, pijproosters en ventielen, moeten van 1ste kwaliteit zuiver uitgewerkt eiken-wagenschot en de pijp- of windstokken van mahoniehout worden gemaakt. Zij zullen zóódanig accuraat berekend en verdeeld zijn, dat iedere pijp, zoowel als alle registers tezamen, eenégalen vasten wind ontvangt, hetwelk tot goede vrije uitspraak en gemakkelijke stmming wordt vereischt. Genoemde windladen als hoofdbestanddeelen van het Orgel, zullen met de meeste nauwkeurigheid bewerkt, in 56 cancellen verdeeld zijn. De speelventielen, dubbel belederd, zullen los in hare pennen werken, om uitgenomen te kunnen worden. De pijp- of windstokken zullen, zuiver geboord, afzonderlijk met koperen schroeven worden bevestigd. De ventielveeren, pulpeten, geleipennen, enz. zullen van getrokken koperdraad zijn.

Artikel 4. De Blaasbalgen.
De drie blaasbalgen zulen berstaan uit een horizontaal - opgaande - of magazijnbalg, en twee schepbalgen of aanvoerders, die door eene balans gemakkelijk in werking zullen worden gebracht. DE blaasbalgen zullen overvloedig groot van inhoud, berkend zijn om naar den eisch van het werk een vasten en genoegzame wind te kunnen leveren. De bladen derzelve, met paneelen in ramen vergaard, en door houten nagels opgesloten, zullen van 1 en 3/4 duims Dram’s vurenhout gemaakt, met vaste veeren in elkaar worden geploegd en gelijmd, zullen de vouwbladen van 1/2 duims eiken-wagenschot, uit ééne houtbreedte worden genomen. De zuig- en uitvalventielen, van vereischte grootte, met koperen schroeven bevestigd, moeten gemakkelijk ontbonden kunnen worden. De geheele in- en uitwendige beleerring der blaasbalgen zal met wit schapenleder en Engelsch lijm geschieden en iedere balg inwendig met eene sterke lijmverf worden aangestreken.

Artikel 5. De Kanalen.
De kanalen of windbuizen, van eiken-wagenschot in elkaar geploegd en gelijmd, moeten van de blaasbalgen tot aan de windladen een ruimen inhoud hebben. In elke kanaalleiding naar de onderscheidene windladen zal eene ventiel of klep tot afsluiting van den wind worden aangebracht, die onder de bespeling kan worden geopend en afgesloten, zullende de ventielen, en de luikjes voor dezelve, met koperen schroeven aan de kanalen worden verbonden.

Artikel 6. De Handklavieren.
De handklavieren en derzelver ramen gemaakt van zacht en rechtdradig eiken-wagenschot, zullen 56 toetsen accuraat verdeeld, strekking hebvben van groot C tot ne met g’’’. De platte toetsen zullen met dikke ivoren platen worden belegd, en de verhevene- of semitoetsen van massief ebbenhout zijn. De lijsten en blokken, tot omkleeding der klavierramen en het insluiting der toetsen dienende, zullen mede van zwart ebbenhout worden gemaakt, en de bewerking van het geheel net en zuiver zijn. De geleipennen der toetsen, en all het overige draadwerk der klaviatuur, zal koperdraad wezen. Door eentrekkoppeling, die tijdens de bespeling gemakkelijk kan worden af- en aangezet, zullen de beide handklavieren zich laten verbinden.

Artikel 7. Het Pedaal of Voetklavier.
Het voetklavier, in 24 toetsen verdeeld, strekking hebbende van groot C tot en met d’, zal van sterk eiken-wagenschot gemaakt zijn. De toetsen, door eene koppeling aan het hoofdmanuaal te verbinden, zullen evenwel eigene veeren hebben, en van goede bevoeringe worden voorzien. De schroeven en stiften van het pedaal moeten van koper zijn. (De pedaaltoetsen moeten van koperen laven of bekleedsel worden voorzien). * De bijvoeging der laatste zin goedgekeurd. N. M. -H. v. L. -L. van Dam Czn.

Artikel 8. De Abstractuur.
De welborden en ramen der abstractuur zullen van best, uitgewerkt eiken-wagenschot, de wellen en abstracten van fijn, rechtdradig Riga’s greenenhout zijn. De wellen, achtkantif, en zuiver recht geschaafd, zullen koperen assen hebben, die sluitend moeten werken in bevoerde koppen van eene vaste houtsoort. De abstracten, zuiver en égaal bewerkt, en op gepaste afstanden van roosters voorzien, zullen met koperdraad worden verbonden. De geheele verdeeling en inrichting dezer constructie zal, volgens mechanische berekening, de doelmatigste werking en de minste wrijving hebben, mede tot de vereischte gemakkelijke bespeeling van het Orgel noodzakelijk.

Artikel 9. Het Regeerwerk.
De registertrekkers, voorzien van zuiver gedraaide knoppen met porceleinen naamplaten, zullen zoo kort mogelijk zijn, wèl verdeeld, en in volgorde gerangschikt, bij de klavieren moeten plaats vinden. De wippen en het trekkerwerk, met koperen boutjes aan elkaar verbonden, zullen van vast eiken-wagenschot;en de wellen, achtkantig geschaafd, van spintvrij Riga’s greenenhout worden gemaakt. De inrichting en werking der registers zal doelmatig en gemakkelik zijn, en het daartoe benodigde ijzerwerk van best Zweeds ijzer moeten wezen.

Artikel 10. Het houten Pijpwerk.
Het houten pijpwerk, in de Dispositie vermeld, zal van 3/4 en 1/2 duims eiken-wagenschot worden gemaakt. De pijpen zullen uit eene houtlengte en breddte, zonder aanstukking, in elkender geploegd en gelijmd, en in wendig aangeverfd zijn. De dempers, met dubbel leder bevoerd, en de mond- of dekstukken met koperen nagels bevestigd, zullen volkomen luchtdicht sluiten.

Artikel 11. Het metalen Pijpwerk.
De prstant- of frontpijpen zullen van zuiver Engelsch tin worden gemaakt, met nietméér dan 1/10 lood vermengd ter voorkoming der kristallisatie. Zij zullen in de hoofdtorens uitgedrevene labia hebben, en zuiver worden gepolijst. Het metaal der binnenstaande pijpen zal bestaan uit 2/3 Spaansch lood en 1/3 Engelsch tin. Al het pijpwerk zal uit stevige bladen worden bewerkt en gerond, net en sterk gesoldeerd zijn. De onderscheidenen Stemmen zullen, ieder naar hare toonsoort, de juiste mesure, vorm en constructie hebben. Elke stem zal, naar behoefte der intonatie van zijbaarden worden voorzien. De opene stemmen zullen tot 1 voet vaste stemslissen hebben, tot duurzame en soliede stemming noodzakelijk. Het gewicht der pijpen op toonslangte, per kilo berekend, zal zijn als volgt:

voor open- of prestantpijpen, wijde mensuur:

Kilo . Kilo.
C 8 voet 9 1/2 c 4 voet 2 3/4
D ' ' 8 d ' ' 2
E ' ' 6 3/4 e ' ' 1 2/3
F (#) ' ' 5 1/4 f (#) ' ' 1 1/2
G (#) ' ' 4 1/2 g (#) ' ' 1 1/4
B ' ' 3 2/3 b ' ' 1

Voor gedekte- of Fluitstemmen:

Kilo. Kilo. Kilo.
C 8 voet 5 1/2 c 4 voet 1 1/2 c 2 voet 1/2
D ' ' 4 3/4 d ' ' 1 1/3 d ' ' 3/8
E ' ' 3 1/2 e ' ' 1 1/4 e ' ' 2/5
F (#) ' ' 3 f (#) ' ' 1 f (#) ' ' 2/7
G (#) ' ' 2 1/2 g (#) ' ' 4/5 g (#) ' ' 1/4 ( )
B ' ' 1 1/4 b ' ' 3/4 b ' ' 1/5

Voor Tongwerken; Trompet, wijde mesuur:

Kilo. Kilo. Kilo.
C 8 voet 4 1/2 c 4 voet 1 1/3 c 2 voet 1/3
D ' ' 3 3/4 d ' ' 1 d ' ' 2/7
E ' ' 3 e ' ' 3/4 e ' ' 1/4
F (#) ' ' 2 1/2 f (#) ' ' 3/5 f (#) ' ' 2/9
G (#) ' ' 2 g (#) ' ' 1/2 g (#) ' ' 1/5
B ' ' 1 3/4 b ' ' 2/5 b ' ' 1/10

De tusschenliggende toonen en kleinere pijpen naar het aangegeven gewicht te berekenen; terwijl voor de engere mesuren het gewicht evenredig wordt verminderd.

Artikel 12. Conductors of Windleiders.

DE conductors of windleiders, die tot het afgeleide pijpwerk worden vereischt, zullen vloeiend gebogen en sterk gesoldeerd, van geplet Spaansch lood gemaakt zijn, en de vereischte wijdte hebbn, tot vlugge en krachtige aanspraak der groote pijpen noodzakelijk.

Artikel 13. Intonatie der Labiaalstemmen.
De stemmen die tot het hoofdmanuaal behooren, moeten rond en krachtvol worden geïntoneerd, terwijl die van het tweede Manuaal of bovenklavier ieder naar haar karakter, matig sterk of zacht, maar vooral eene teedere en snijdende intonatie zullen hebben. Elke stem op zichzelve zal, zoowel als het gheele werk tezamen, pikant moeten aanspreken.

Artikel 14. Constructie en Intonatie der Tongwerken.
De Tongwerken zullen, wat hunne constructie betreft, doorslaande en opslaande tongen hebben, en de hozen en koppen van mahoniehout worden gemaakt. De mondstukken, van geslagen geel koper, zullen in de bas bevoerd, en de tongen der beide basoctaven met koperen schroeven worden bevestigd. Tot de overige deelen der constructie, als: tongen, platen, stemkrukken, schroeven, enz., zal geplet en getrokken koper worden gebezigd. De tongwerken, in derzelve karakter geïntoneerd zullen eene zuivere en vaardige aanspraak hebben.

Artikel 15. Toonshoogte en Stemming.
De toonshoogte van het Orgel zal die van het ordinair orchest zijn, en de stemming van het geheele werk naar een gelijkzwevende temperatuur zuiver worden volbracht.

Artikel 16. Materialen en Bewerking.
Tot de vervaardiging en samenstelling van het Orgel, in voorschrevene artikelen vervat, zullen al de materialen van de beste en duurzaamste kwaliteit worden geleverd, en de bewerking van alle hoofd- en onderdeelen net en zuiver zijn, terwijl bij de inrichting van het werk voor genoegzaam ruimen aanleg zal worden gezorgd, om gereeden toegang tot de onderscheiden binnendeelen te hebbn.

Artikel 17. Levering van het Werk.
Tot de vervaardiging en daarstelling van het Orgel is gerekend te behooren:hetzelve naar voorschrevene artikelen in alle deelen deugdelijk en fraai, volgens de teekening bewerkt, speelvaardig in de kerk ter plaatse te leveren; terwijl voor rekening van het kerkbestuur blijft: verbouwing van of verandering aan het kerkgebouw, het oxaal of den Orgelzolder, benevens het schilder- of verfwerk.

Artikel 18. Tijd tot de Vervaardiging.
Achttien maanden na de overeenkomst en sluiting van het contract, zal het Orgel speelvaardig in de kerk zijn afgewerkt, tenzij de aannemers door buitengewone omstandigheden wettig mochten worden verhinderd in de tijdige voltooiing van het werk.

Artikel 19. Repondeeren van het Werk.
Gedurende twintig achtereenvolgende jaren na de voltooiing, zullen de aannemers voor de deugdelijkheid van het werk aansprakelijk blijven, en défcten die ui thet werk zelf ontstaan, kosteloos moeten herstellen. Hiervan is uitgezonderd schade, door buitengewone oorzaken ontstaan, als door verzakking, lekkage van het kerkgebouw, de invloed van groote vochtigheid, etc;als ook de jaarlijksche stemming, die voor rekening van het Kerkbestuur door de aannemers zal geschieden. (waarvoor aan de aannemers jaarlijks een bedrag van dertig gudens zal worden uitbetaald) *
* deze bijvoeging goedgekeurd H. v. L. L. van Dam en Zonen.

Artikel 20. Examinatie van het Werk.
Na de voltooiing zal het werk door een deskundige, van wege H. H. Kerkvoogden, nauwkeurig worden beproefd, en onderzocht of hetzelve zoowel in zijn geheelen omvang als in de verschillende onderdeelen, aan den inhoud van dit bestek en deze conditiën beantwoordt, en zal deze deskundige daarvan schriftelijk bewijs aan beide partijen afgeven. (Aan den uitspraak van dezen deskundige onderwerpen zich beide partijen, zonder eenige reserve). De bijvoeging goedgekerud. H. v. L. N. M. L. vasn Dam en Zn.

Aannemingssom en termijn van betaling.
De ondergeteekenden verklaren de levering en plaatsing van het nieuwe Orgel in de Hervormde kerk te Assen, naar den inhoud van dit bestek op zich te nemen, en te zullen uitvoeren, voor de som van Vijfduizend en vijfhonderd gulden, zegge f 5500; welke som den aannemers zal worden betaald in de volgende termijnen: terstond bij de voltooiing (en oplevering) H. v. l. N. M. L. v. D. en Zn. van het werkdrieduizend gulden, zegge f 3000;en het resteerende, zijnde Tweeduizend en Vijhoinderd gulden, zes maanden na den dag der oplevering. [w. g. ] L. van Dam en Zonen.

Naar de in dit Bestek voorschrevene conditiën, is de vervaardiging van het Orgel in de vergadering met H. H. Kerkvoogden gehouden te Assen, den(de doorhaling der woorden 19den November 1894 en daarvoor te lezen 25 Januari 1895, goedgekeurd H. v. L. N. M. L. van Dam en Zonen), opgedragen aan de firma L. van Dam en Zonen, orgelfabrikanten te Leeuwarden. (na daartoe in eene gecombineerde vergadering van Kerkvoogden en Notabelen der voornoemde Gemeente te zijn gemachtigd.

Kerkvoogden de Hervormde Gemeente te Assen. [w. g. ] H. van Leer, voorzitter; N. Moll, secretaris.

     

assen01b.jpg (29388 bytes)assen01c.jpg (17198 bytes)




Foto Drents Archief


Brochure uit 1982

 



Reformatorisch Dagblad 8 januari 1983: Assen bezit weer zorgvuldig gerestaureerd Van Dam-orgel
Jan Jongepier: „Verrassende restauratie'
Enige weken geleden bespraken wij het in de Ned. Herv. Kerk van Daarle geplaatste Van Dam-orgel. In diezelfde week dat het orgel van Daarle in gebruik werd genomen waren wij in de gelegenheid de ingebruikneming bij te wonen van het gerestaureerde Van Dam-orgel in de Ned. Herv. Jozefkerk te Assen. Deze kerk was na een drastische restauratie al eerder in gebruik genomen en vrijdag 26 november jl. was het zover dat ook het orgel weer in de eredienst zou kunnen gaan functioneren.
Evenals in Daarle, was ook hier de kenner van de Van Damorgels. Jan Jongepier, adviseur. Voor deze avond, waarop Jongepier het fraaie instrument in een uitgebreid programma demonstreerde, bestond een goede belangstelling. In zijn toespraak kwam tot uitdrukking dat de restauratie ook voor hem een verrassende bezigheid was geweest. „Na de vakkundige restauratie door MR Orgelbouw te Zuidwolde (Groningen), is dit orgel weer een stijleenheid geworden', aldus Jongepier. Ter gelegenheid van de restauratie van kerk en orgel verscheen een keurig uitgegeven brochure waarin ook een artikel werd opgenomen van de hand van Jongepier over het orgel van de Herv. Jozefkerk te Assen, waaruit we de diverse historische gegevens over dit orgel hebben mogen putten.
Niet oud
Het orgel van deze kerk is nog net echt historisch te noemen. Gebouwd door de orgelmakers Van Dam uit Leeuwarden, werd het nieuwe orgel op 10 oktober 1896 gekeurd door M. H. van ''t Kruys, organist van de Grote of St.-Laurenskerk te Rotterdam. Het bestond toen uit Hoofdwerk (11 stemmen), Bovenwerk (8 stemmen) en Pedaal (6 stemmen). In 1897 werd nog een Trompet 8'' aan het pedaal toegevoegd.
Bij de bouw van dit nieuwe orgel moesten de orgelmakers Van Dam, door de omstandigheden daartoe gedwongen, enigszins afwijken van de vaste gebruiken. Zo bevatte de dispositie registers die voorheen door deze orgelmakers nooit werden gemaakt, terwijl daarentegen een Cornet, die altijd voorkwam op het Hoofdwerk, ontbrak. Doordat de ruimte waarin het orgel moest worden geplaatst niet hoog genoeg was voor het bouwen van het gebruikelijke tweeledige front (Hoofdwerk en onderfront) maakten de orgelmakers voor de Jozefkerk een enkelvoudig front en werd het pedaalpijpwerk achter in de orgelkast geplaatst.
Het spreekt haast vanzelf dat ook dit orgel in de loop der jaren enkele keren moest worden hersteld c.q. gerestaureerd. Zo werd het in 1910 door de Fa. Van Dam hersteld nadat er in de kerk een blikseminslag had plaatsgevonden waarbij ook het orgel was beschadigd. Voorts werd in 1934 door de Fa. Vaas en Bron uit Leeuwarden (voormalige werknemer van de Fa. Van Dam, die inmiddels was opgeheven), een restauratie uitgevoerd. Hierbij bleef het orgel grotendeels onaangetast. Dat kan niet gezegd worden van de in de jaren 19541955 door de Fa. Koch uit Apeldoorn uitgevoerde werkzaamheden. Haar werkzaamheden groeiden uit tot een forse modernisering van het orgel, waarbij helaas enkele originele registers het veld moesten ruimen voor registers in een neo-barok idioom. In 1956 werd een en ander nog eens „dunnetjes' overgedaan.
Klachten
In de jaren zeventig waren er zoveel klachten dat men ertoe overging een restauratieplan op te stellen, dat in 1981 definitief gestalte kreeg. Aanvankelijk was het de bedoeling het orgel in technisch opzicht geheel te herstellen en tevens de onbetrouwbare claviatuur die in 1956 was aangebracht, te vernieuwen. Er deed zich echter een verrassende mogelijkheid voor.
Enkele jaren geleden was in de Oosterkerk in Leiden het Van Dam-orgel uit 1901 afgebroken. Dit orgel bewees nu goede diensten want behalve diverse orgelcommissies die onderdelen van dit orgel kochten, konden diverse labiaalpijpen van dit Leidse orgel thans opnieuw gebruikt worden in Assen. Zodoende kon men de sterk veranderde dispositie weer herstellen met daartoe geëigend pijpwerk. Twee registers uit het Leidse orgel, die in particuliere handen terecht waren gekomen, konden eveneens worden aangekocht. Weliswaar kon men hiermee niet exact de originele dispositie herstellen, maar wel kon deze zoveel mogelijk in de geest van 1896 worden teruggebracht.
Celeste
Tijdens de herstelwerkzaamheden bleek dat de Voix Celeste op het Bovenklavier in de discant dubbelkorig was geweest. Jan Jongepier wist het gelijknamige register aan te kopen van de Evangelisch Lutherse Kerk van Purmerend waar dit register enkele jaren geleden overbodig was geworden. Daar het oorspronkelijk de bedoeling was om de Quintadeen 8'' uit het Leidse orgel te plaatsen op de plaats waar voorheen de Voix Celeste had gestaan, werd thans besloten deze aan de dispositie toe te voegen.
Het uit 1892 daterende Van Dam-orgel in de Evang. Lutherse Kerk van Purmerend stond model voor de reconstructie van claviatuur en verdere onderdelen. In het kader van de kerkrestauratie werd tevens de orgelkas geschilderd.
In één woord samengevat mogen we spreken van een geslaagde restauratie. Assen heeft een schitterend orgel teruggekregen en gevoegd bij de, in deze Drentse hoofdstad nieuw gebouwde orgels, wordt het langzamerhand een plaats waar de orgelliefhebbers volledig aan hun trekken kunnen komen. Er heeft zich in Assen dan ook een comité gevormd dat wil trachten hier jaarlijkse concertseries te organiseren.
Er moet nog wel even gezegd wórden dat het onder het orgel aangebrachte tochtportaal, bestaande uit een houten raamwerk met glas, in schrille tegenstelling staat tot dit fraaie instrument. Hier had men toch echt iets anders voor moeten bedenken.
Dispositie
Hoofdwerk: Bourdon 16'', Violon 16'' discant, Prestant 8'', Roerfluit 8'', Fluit travers 8'', Octaaf 4'', Nachthoorn 4'', Quint 3'', Octaaf 2'', Mixtuur 2-3 sterk. Trompet 8''.
Bovenwerk: Prestant 8'', Holpijp 8'', Quintadeen 8'', Viola da Gamba 8'', Viox Celeste 8'', Salicet 4'', Roerfluit 4'', Woudfluit 2'', Dulciaan 8''.
Pedaal: Subbas 16'', Octaaf 8'', Gemshoorn 8'', Octaaf 4'', Bazuin 16'', Trompet 8''. Voorts de gebruikelijke koppels en een tremulant.