Zuidlaren, Hervormde kerk

Informatie over de kerk


1716:
Het oude orgel dateerde van 1716 en is gebouwd door Rudolph Garrels. In het oudste nog aanwezige Kerkvoogdijboek van Zuidlaren staat genoteerd: "in die Beide orgelmaeckers van kercken Gelt uitgegeven op Den 25 Desb 1716 Een som van Hondert gld jeder gld 20 stuijver segge 100-0-0". (2) Een aanzienlijk bedrag als het gezien wordt tegen de totale kerkvoogdijuitgaven, die voor 1715 en 1716 tezamen 760 gulden beliepen (duizend pannen kostten toen 21 gulden en 7 stuivers, en het dagloon van een leidekker was 2 gulden), maar anderzijds een zelfs in die tijd voor een orgel zeer geringe prijs. Maar misschien betaalde de Kerkvoogdij er niet alleen aan. De toevoeging "van kercken Gelt", die overigens niet voorkomt en feitelijk ook overbodig is, zou er op kunnen wijzen dat er ook ander geld mee gemoeid was. Mogelijk van de familie Van Selbach of van de familie De Drews? (3) Het was immers wel gebruikelijk dat een locale aanzienlijke familie een zo gewichtig onderdeel van het kerkmeubilair als het orgel voor haar rekening nam. De maker van het orgel, Rudolph Garrels, rept er helaas niet van als hij op 25 Juni 1718 in een brief aan de Schulte van Meppel de orgels van zijn hand opsomt, in de hoop dat hij door recommandatie de opdracht tot het herzien van het orgel in Meppel zou kunnen krijgen "believe mijn Heer sijck te adresseren bij mijn Heer Bormannie grietman die opt huijs breeten bie Schneck sijn wohning heeft voor dewelck een orgel tot Eelde up die drente ververdiget ende naederhand weder eens tot Suedlaeren ende nu eene onderhanden hebbe waer an een grooet gedeelte geavanceert voor Mevrau Ellens beneffens mijne Heeren haere soons tot Anloo welcke alle gelovwerdige persoonen niet sullen weigeren van mijne arbeijt getuijgenisse te geven...... ", maar het is niet onaannemelijk dat de families Van Selbach of De Drews gehandeld hebben als de families Van Burmania en Ellents. Rudolph Garrels werd geboren in het Oostfriese Norden in 1675. De schitterend gesneden preekstoel in de Ludgerikerk in zijn geboorteplaats getuigt nog altijd van zijn gaven als beeldsnijder. Hij werkte enige tijd bij Arp Schnitger, o.a. in 1710 bij het maken van het orgel in de Hervormde Kerk van Sneek, maar verkoos omstreeks 1715 zelfstandig te gaan werken. Toen hij de bovengeciteerde brief schreef woonde hij in Groningen "in de kleine gelteringstraete". Na Eelde (1715), Zuidlaren (1716) en Anloo (1718) met orgels verrijkt te hebben vertrok hij naar het westen, Leiden en later Den Haag, waar hij in 1750 overleed. De bekendste van zijn bewaard gebleven orgels zijn die van Maassluis (1752) en Purmerend (1742). (5)


Provinciale Drentsche en Asser courant 16-06-1863
Is het Garrels-orgel in 1786 gerepareerd door Lohman gezien bovenstaand bericht?

1787:
Het orgel is gebouwd door Abraham Meere voor de dorpskerk van Beusichem met eén manuaal. Op 15 Juli van dat jaar werd het opgeleverd. (8) Zie verslag van de ingebruikname. Meere was een verdienstelijk orgelbouwer, die in zijn lange leven, van 1761 tot 1841, heel wat instrumenten vervaardigde. Van de kerkorgels is dat van Beusichem het oudste met zekerheid bekende. Hij was 26 jaar toen hij het bouwde en het is dus best mogelijk dat het zijn eersteling was. Maar misschien is het orgel in het Betuwse Echteld nog ouder, als het orgel dat daar in 1784 werd ingewijd het huidige Meere-orgel is. (9) In Zaltbommel bevindt zich nog een plankje als laatste overblijfsel van een kabinetorgel van Meere, dat op 1785 is gedateerd. (10) Latere orgels van Meere waren of zijn te vinden in onder andere Maarssen (1790) Vianen (1803), Poortvliet(1806), Epe (1809) en Linschoten (1826); de verbouw of uitbreiding van orgels in Utrecht en Vlaardingen staan op zijn naam. (11 ) In het kader van dit artikel zou het te ver voeren op de lotgevallen van al deze orgels gedetailleerd in te gaan. De meest vererende opdracht aan Meere gegeven, was die voor de verbouw van de Grote of Sint Laurenskerk te Rotterdam; hij werkte er aan van 1821 tot 1828 en bracht het op drie klavieren met vrij pedaal.
De dispositie is opgetekend in de vroeg-19e-eeuwse lijst van orgeldisposities, genoteerd door G.W. Lohman: (12)

"Beusichem
Het orgel in de Gereformeerde kerk, gemaakt door Abraham Meere, Orgelmaker te Utrecht, in den jare 1787, den 15. Julij


Prestant 8 voet
Bourdon 16 voet
Holpijp 8 voet
Octaaf 4 voet
Fluit 4 voet
Superoctaaf 2 voet
Quint 3 voet
Mixtuur gehalv. 3 sterk
Cornet discant 3 sterk
Trompet gehalv. 8 voet
Tezamen 9 heelen en een half register, een Tremulant en ventiel".

1845: Het instrument wordt uitgebreid door A.A. Kuerten te Huissen bij Arnhem. Kuerten breidde het orgel uit met een positief.
(Oorspronkelijk stond hier in de originele tekst van W.D. van der Kleij dat A.A. Kuerten een zoon en/of opvolger zou zijn van Jacob Courtain. Dit is echter zeer waarschijnlijk niet het geval! Op deze fout werd ik gewezen door Albert Jansen. Hij heeft een uitgebreid artikel over deze orgelmaker geschreven in het boek "Twintig verhalen over het orgel en nog wat" op pagina 123-187)

Waarschijnlijke dispositie na de uitbreiding van Kuerten:

Hoofdwerk   Positief   Pedaal
Bourdon 16' Roerfluit 8' Aangehangen
Prestant 8' Viola da Gamba 8'  
Fluit travers 8' Flûte traverse 8'disc.  
Holpijp 8' Prestant 4'  
Octaaf 4' Woudfluit 2'  
Fluit 4'      
Superoctaaf 2'      
Quint 3'      
Mixtuur III b/d      
Trompet 8' b/d      
Bovenstaande dispositie is gebaseerd op gegevens, die door Johan van Meurs, organist van de Der Aa-kerk te Groningen werden verstrekt aan dhr. H.G. de Olde. (13)

1859:
Het orgel wordt naar Zuidlaren overgebracht door Petrus van Oekelen. De dispositie wordt waarschijnlijk gewijzigd. De zwaan bovenop het orgel is waarschijnlijk door van Oekelen aangebracht. Het orgel verving het instrument van Rudolph Garrels uit 1716. Men vond blijkbaar Van Oekelen bereid een ander orgel te leveren. Dat orgel was intussen niet zo nieuw als het Kerk- en Schoolnieuws van 1859 ons wil doen geloven, maar toen al 72 jaar oud!
"Zuidlaren 9 Julij. mogt men zich langen tijd alhier behelpen zonder 't geleide van kerkmuzijk bij hot kerkgezang, thans mag men zich verheugen, dat het oude en gebrekkige orgel, door een nieuw en beter is vervangen hetwelk is gemaakt door de heeren van Oekelen en zonen te Haren, en waarvan men de beste verwachtingen koestert".
(1)

We mogen veronderstellen, dat van Oekelen het orgel in Beusichem kocht (de firma deed daar in de buurt wel meer zaken: zo is het orgel in het na bij Beusichem gelegen Maurik door Van Oekelen gebouwd) en het nader hand "als nieuw" in Zuidlaren plaatste. Hij was daar niet eens zo geheimzinnig mee, want tot 1936 waren op het orgel nog twee opschriften te lezen: "Abraham Meere Fecit Utrecht AO 1787" en "A.A. Kuesten orgelmaker te Huisen/AO 1845" (J. Belonje en J. Westre van Holthe: Genealogische en Heraldische Gedenkwaardiheden in en uit de kerken der Provincie Drenthe; Assen 1937) Overigens moet Kuesten als Kuerten worden gelezen. (7) De plaatselijke correspondent van de Drentsche en Asser Courant heeft zich dus niet erg nauwkeurig laten informeren.

Het plaatsen van het in Zuidlaren vergde een vergroting van de orgeltribune. De Kerkenraadnotulen van 28 Augustus 1859 spreken ervan: "Deze vergadering die anders gewoonlijk in Junij gehouden wordt, was zoolang uitgesteld, omdat de Avondmaalsviering niet eer plaats kon hebben wegens het plaatsen van een nieuw orgel en de daaruit voorvloeijende noodwendige veranderingen in het binnenste des kerkgebouws". (14) Van de oude tribune, waarop het orgel van Garrels uit 1716 stond, bleef nog de fraai geprofileerde lijst bewaard die direct links van de zuidelijke ingang van de kerk begint en rustend op de twee westelijke pilaartjes, over de hele breedte van de kerk loopt. De uitbouw naar het oosten met de gebogen tribune-borstwering is uit 1859; daarin is ook het met deze borstwering corresponderende onderste deel van de orgelkast begrepen. Hier zij opgemerkt dat de kleur van het orgel eertijds in hoofdzaak donkerrood ("mahonie") is geweest; via zwart en zilver zijn de kleuren bruin met goud geworden. (15)

Zie ook het bericht in de Provinciale Drentsche en Asser courant van 12-07-1859, waarin ten onrechte van Oeckelen wordt aangewezen als de bouwer van het instrument.


1934: Opdracht tot restauratie ven het orgel aan de orgelmaker Spiering uit Dordrecht


Nieuwsblad van het Noorden 27-04-1936

1935/1936:
Aan het orgel is na 1859 vele jaren niets veranderd. Orgelmakerij Van Oekelen bleef tot 1924 jaarlijks het orgel stemmen. Vervolgens werd dit werk overgenomen door H. Thijs. (16) In 1936 vereiste de toestand van het orgel ingrijpende maatregelen. Om financiële redenen werd helaas afgezien van herstel van de gehavende mechanische tractuur met sleepladen en koos men voor een pneumatische tractuur. De firma Spiering te Dordrecht verrichtte het werk voor 2600 gulden (18) Zie contract. De werkzaamheden begonnen op 28 September 1936. (19) Daarbij verhuisde de speeltafel van de achterzijde naar de zijkant van het orgel. De orgelkas werd ongeveer twee maal zo diep gemaakt. Het pijpwerk werd opnieuw geïntoneerd. In de dispositie werden enkele wijzigingen aangebracht: de Flûte traverse verdween om plaats te maken voor een nieuw register Viola d'amour 8 voet; de Gamba werd nu Voix Celeste genoemd. Een klein deel van de pijpen moest werden vervangen, maar afgezien van een geheel nieuwe Trompet bleven deze vervangingen van tamelijk ondergeschikt belang. Op 21 December 1936 werd het orgel ingewijd met een concert door adviseur Johan van Meurs op het orgel, Mevrouw Van Eelen-Archer, sopraan, en het Hervormd Kerkkoor onder leiding van D. Schoenmaker, zo lezen wij in Oostermoer-Noordenveld van 24 December 1936.


Nieuwsblad van het Noorden 29-09-1936


Nieuwsblad van het Noorden 18-12-1936


Nieuwsblad van het Noorden 22-12-1936


Het Orgel-1937-januari

1936-1981: Na 1936 bleef de dispositie niet ongewijzigd. De Voix celeste moest zijn plaats afstaan aan een nieuwe terts, terwijl de fluit op het tweede klavier van plaats verwisselde met de Quint van het eerste klavier. Bij deze nogal willekeurige veranderingen verloren bovendien tal van pijpen (vooral van de mixtuur) hun oorspronkelijke plaats en werden bij de pijpen van andere registers gevoegd. Onoordeelkundig, zo niet vandalistische behandeling van het pijpwerk bracht vele en vaak ernstige beschadigingen teweeg. In 1957 adviseerde de Orgelcommissie van de Nederlands Hervormde Kerk het orgel geheel te vervangen. (20) Gelukkig is dat toen niet gebeurd.


Foto http://www.kerkeninbeeld.nl


Foto http://www.kerkeninbeeld.nl

1981: Restauratie door S.F. Blank uit Herwijnen. Het orgel wordt terug gerestaureerd naar de toestand van 1845 op basis van een restauratierapport door Klaas Bolt. Voor het contract met K.B. Blank zie bijlage.


Foto (03)



Foto (03)

Huidige dispositie:

Hoofdwerk   Onderpositief   Pedaal  
Bourdon 16' Roerfluit 8' C-d1  
Prestant 8' Viola da Gamba 8'    
Holpijp 8' Flute d'amour 4'    
Octaaf 4' Prestant 4'    
Fluit 4' Woudfluit  2'    
Quint 2 2/3'        
Superoctaaf 2'        
Cornet III        
Mixtuur III-IV        
Trompet 8'        


Foto (03)

1988:
Stuk over het orgel in het Nieuwsblad van het Noord d.d. 21-01-1988 Titel: "Hervormde kerk Zuidlaren neemt centrale plaats in".


Bronvermelding:
  1. H.G. de Olde: Oostermoer - Noordenveld van 18 februari 1972 De lotgevallen van de orgels in de Nederlands Hervormde kerk te Zuidlaren
  2. Klaas Bolt: Restauratierapport
  3.  

    www: http://reliwiki.nl/index.php?title=Zuidlaren,_Kerkbrink_3_-_Hervormde_Kerk


 

Koororgel

197x: Dit instrument orgel is in de jaren '70) aangekocht van de Vennekerk te Winschoten. Daar heeft het gestaan ter afwachting van de bouw v.e. nieuw hoofdorgel voor de Vennekerk, door Blank te Herwijnen. Nadat dit instrument voltooid was, heeft Zuidlaren het aangekocht, omdat het hoofdorgel zeer in verval was.


Foto Geert Jan Pottjewijd

Dispositie:
Prestant 4'
Fluit 8'
Fluit 4'
Octaaf 2'
Mixtuur

Aangehangen pedaal. (23)
 

 



Restauratierapport door Klaas Bolt:

HUIDIGE STAAT VAN HET ORGEL IN DE NEDERLANDS HERVORMDE KERK TE ZUIDLAREN (Dr.)

Gebouwd in het jaar 1787 door Abraharam Meere (1761-1841},orgelmaker te Utrecht voor de N.H. kerk te Beusichem. In 1845 vergroot met een onderpositief door H.A. Kuerten te Huissen (zoon van Jean Courtain) De klaviatuur bevond zich aan de achterzijde van het orgel.
In 1859 overgeplaatst naar de kerk te Zuidlaren, waarschijnlijk door Van Oeckelen. Nieuwe onderkas (60 cm. lager), balustrade en balg.
In 1936 omgebouwd door de fa. Spiering: pneumatische kegelladen, de kas verdiept, een speeltafel opzij, de omvang uitgebreid van f3 tot g3. In de jaren 1940/45 is door de toenmalige organist nog aan het orgel geknutseld.

Van het oude orgel is het volgende nog aanwezig:

Specificatie van het oude pijpwerk I = Meere, 1787
II =Kuerten, 1845
III= Spiering,1936
 

Manuaal 1

Bourdon 16 II C - h' grenen pijpen, vermolmde voeten door Spiering vernieuwd.
I vanaf c'' nieuw pijpje voor g'''.
Prestant 8 I hiervan C - g'' in het front. Hoog tingehalte. In de discant is de labium-breedte meer dan 1/4.
Nieuwe pijpjes: g'', gis''-h'', g'''
Octaaf 4 I (pijpje f''' nieuw).
Inscriptie van Meere op C: "octaaf 4 voet C" + inscriptie van Kuerten: "Manuaal".
Holpijp 8 III C - H van hout
I vanaf c - kl.
Fluit 4 I gedekt, de hoogste 6 open cylindrisch. (h'' nieuw) Inscriptie van Meere op C: "Fluyt 4 voet L" + inscriptie van Kuerten: "Manuaal".
Octaaf 2 I (pijpje c': II). N.B. g''' heeft oude inscriptie: a''' Inscriptie van Meere op C: "Octaaf 2 voet L" + inscriptie van Kuerten: "Manuaal".
Mixtuur 2,3,4 st. I bijna helemaal oud, lijkt niet te zijn verschoven doch wel verschillende pijpjes onderling verwisseld.
Van de hoogste twee koren ontbreken er 37 pijpjes.
Inscriptie: "Mixtuer C'''
Samenstelling:
C: 2, 1 1/3
c: 2 2/3, 2, 1 1/3
c': 4, 2 2/3, 2, weg
c''': 5 1/3, 4, 2 2/3, weg
Trompet 8 III Laukhoff, groot-octaaf zinken bekers

Manuaal II

Woudfluit 2 II deels ronde opsneden, waarschijnlijk origineel. Is dit register misschien een afgesneden Flute travers van Kuerten?
Halve toon opgeschoven: nieuwe pijp voor C.
Quint 3 I Afkomstig van het eerste manuaal. Spiering veranderde de intonatie door de voetopeningen toe te drukken: het register moest zachter worden "als een Nasard".
Inscriptie van Meere op C: "Quint 3 voet Manuaal L".
Prestant 4 II vanaf c-kl. een halve toon opgeschoven. (pijp c: Meere-pijp, een Flute travers met een gaatje in het corpus).
C - H engere mensuur en expressions. (Spiering: zinken pijpen).
Enkele Meere-pijpen ertussen.
Roerfluit 8 II groot octaaf grenen pijpen; vermolmde voeten door Spiering vernieuwd.
Inscriptie op c-kl.: "1845 L Roerfluit 8 vt C Positief Beusichern A Kuerten Orgelmaker te Huissen"
Terts 1 3/5 I uit verdwenen Cornet? Enkele nieuwe pijpjes ertussen. Het klein ootaaf spreekt als Quint 5 en is gemaakt van Celeste-pijpen.
Viola 8 II een halve toon verschoven.
Inscriptie op c' thans cis': "1845 Viola di Gamba Positief Beusichem A A Kuerten Orgelmaker t Huissen den 1 February"
(Cornet 3 st. I is verdwenen).

Stemkrullen: in alle open pijpen tot +;-voetc lengte. (gedekten afgesneden?)
Baarden:
aan veel pijpen. (Ook van spiering)
Expressions:
Octaaf 4 het groot octaaf. Prestant 8 geheel, behalve de 7 kleinste pijpen, Prestant 4 het groot octaaf.
Toonhoogte: iets boven a-440. Waarschijnlijk gelijk aan de oorspronkelijke toonhoogte.
Kanaalmaten: 25,5 bij 17 cm.
Klank: Nog duidelijk herkenbaar fraai Meere/Kuerten-orgel. (Slechts de Quint 3 is expres omgeïntoneerd door Spiering).
Reconstructie:
De historische en artistieke belangrijkheid van het nog aanwezige pijpwerk, het front, de kas en andere delen, wettigt ten volle een reconstructie van de toestand van 1845. Een en ander is, in overleg met mij, nader uitgewerkt in de offerte van de firma Blank.

Haarlem, november 1972. Klaas Bolt.

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

PRIJSOPGAVE EN VOORSTEL TOT DEMONTAGE EN REMONTAGE ALSMEDE PLAN TOT RESTAURATIE EN RECONSTRUCTIE VAN DE ONTBREKENDE ONDERDELEN VAN HET MEERE-ORGEL IN DE HERVORMDE KERK TE ZUIDLAREN

door de firma K.B. Blank & Zn, Kerkorgelbouw, te Herwijnen.

Demontage: I.v.m. de ophanden zijnde kerkrestauratie en werkzaamheden aan de muur achter het orgel, is het het beste om het orgel inclusief de kast geheel te demonteren en goed op te bergen Kosten: De kosten voor het geheel demonteren van het orgel en goed opbergen in onze opslagplaats waarbij het metalen pijpwerk weer in de roosters wordt geplaatst, bedragen:

Remontage: Na het voltooien der kerkrestauratie het orgel weer in de bestaande toestand opstellen en inbouwen met herstel van die gebreken welke door het demonteren ontstaan. De kosten hiervoor bedragen:

Restauratie en rekonstruktieplan: Herstel van de oorspronkelijke dispositie van Meere en van het werk van Kuertin, waarbij de niet meer aanwezige delen zo nauwkeurig mogelijk worden bijgemaakt.

Dispositie
Hoofdwerk Meere Positief Kuerten
Prestant 8 voet oud Prestant 4 voet
Bourdon 16 voet oud Roerfluit 8 voet
Holpijp 8 voet oud Viola di Gamba 8 voet
Octaaf 4 voet oud Flûte travers 4 voet
Quit 3 voet oud Woudfluit 2 voet
Super Octaaf 2 voet oud
Cornet 3 sterk nieuw
Mixtuur 4 sterk bas en diskant oud
Trompet 8 voet bas en diskant nieuw
Hulpregisters: Tremulant op het gehele werk. Eventueel Klavierkoppel? Pedaal aangehangen aan het hoofdwerk.

Omschrijving van werkzaamheden: De kas weer in oorspronkelijke afmetingen herstellen, d.w.z. De rechterzijkas, naar het voorbeeld van de nog aanwezige linkerkant bijmaken, de achterwand weer herstellen en het liggerwerk bijmaken op de wijze zoals dat oorspronkelijk geweest is. De niet originele onderkas onder het front wordt gehandhaafd in de huidige staat. Het dak waarnodig herstellen en alle andere beschadigingen aan deuren, scharnieren enz. weer herstellen. Het snijwerk tegen houtworm prepareren Kosten:

Pijpwerk: Het oude pijpwerk van Meere en Kuertin, zorgvuldig nazien, d.w.z. waar nodig beschadigingen herstellen, w.o. gescheurde houten pijpen lijmen. Het pijpwerk in het orgel bij-intoneren en stemmen. Kosten: De frontpijpen met tinfolie beleggen. Stelpost

Rekonstruktie-werk:

Windvoorziening: Een nieuwe windmachine merk Meidinger 0,5 pk leveren en deze in een dempkist op veren opstellen, alsmede reguleringen aanbrengen. Een nieuwe balgenstoel met 2 spaanbalgen maken. Deze balgen naar het voorbeeld van Meere te maken, o.m. in Rheden is nog de oude aanleg aanwezig. De balgen en kanalen te maken van eikehout. In het hoofdwerk een inliggende tremulant aanbrengen o.m. in Poortvliet is nog een voorbeeld. De kosten voor de hele aanleg van de windvoorziening bedragen:

Windladen: 2 nieuwe windladen vervaardigen waarbij de hoofdwerklade zo nauwkeurig mogelijk naar de gegevens uit de verschillende Meere-orgels gemensureerd wordt. De windlade geheel op de oude wijze te maken met sponsels. Dit laatste is verantwoord omdat in Zuidlaren geen heteluchtverwarming wordt aangebracht. Het pijpwerk op de laden plaatsen en van hang en sluitwerk voorzien. Kosten:

Traktuur en Registratuur: De klavieren en de traktuur nieuw te maken, zo nauwkeurig mogelijk naar de Meere factuur, e.e.a. wordt van te voren in tekening gebracht. Evenzo wordt de registratuur naar oude voorbeelden aangelegd. Kosten:

Rekonstruktie Pijpwerk: Het register Trompet 8 voet zal zo nauwkeurig mogelijk naar een originele Meere Trompet worden gecopieerd en geïntoneerd. Kosten:

Cornet 3 sterk diskant: Dit pijpwerk wordt eveneens nauwkeurig naar de Meere faktuur bijpassend gemaakt en geïntoneerd. Kosten :

Vervoerkosten-reiskosten en verblijfkosten tijdens het inbouwen en intoneren:

Levertijd: Het werk kan worden opgeleverd 18 maanden na datum van opdracht. Gedurende de levertijd kunnen wij na het gereedkomen der kerkrestauratie gratis een positief van 5 stemmen ter beschikking stellen om de gemeentezang te begeleiden.

Doorberekening loonkostenstijgingen: Deze offerte is terzake van de loonkosten gecalculeerd naar de C.A.0. voor het orgelmakersbedrijf per 1-10-72, stijgingen van loonkosten worden naar rato doorberekend op 2/3 van de aanneemsom. 1/3 zijn materiaalkosten, hierop vinden geen doorberekeningen plaats. Het is ook mogelijk een vaste prijs te offreren; daarvoor zou het jaar-gemiddelde van loonkostenstijgingen moeten worden omgerekend op het loonkostengedeelte en de levertijd.

Garantie: Op het gehele werk geven wij tien jaar garantie.

Herwijnen, 25 september 1972. (w.g.) Fa. K.B. Blank &Zn.

o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o--o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o

BESTEK VAN DE OMBOUW IN 1956 DOOR DE FA. SPIERING

Tusschen de ondergeteekenden:

Jan Wuffing Voorzitter, en Egb. Ensing secr Orgelcomm der Ned Herv Kerk te Zuidlaren,

ter eene zyde en de Fa M. Spieririg Orgelfabrikanten ter andere zyde verklaren by dezen het volgende te zyn overeengekomen:

Party ter eene zyde draagt aan party ter andere zyde op, die deze opdracht aanvaard, het verbouwen en restaureeren van het Kerkorgel in de Ned Herv Kerk te Zuidlaren, overeenkomstig de na te melden omschryving, en volgens aangehecht bestek.

Het Orgel moet by oplevering geheel bespeelbaar zyn, voor rekening van party ter eene zyde komt uitsluitend het schilderwerk der kast, en electr. draadaansluiting der windmachine.

Samenstelling v.h. Instrument wordt als volgt:

Man 1 1. Prestant 8' Pedaal 15. Subbas p.tr 16'
2. Bourdon 16' 16. Tremulant
3. Holpijp 8'
4. Octaaf 4' 17. Koppeling Man 2 - 1
5. Octaaf 2' 18. Koppeling Man 1 - Pedaal
6. Quint 2 2/3' 19. Koppeling Man 2 - Pedaal
7. Mixtuur 3 - 4 st 20. Super Octaaf K. 2 - 1
8. Trompet 8 21. Sub K. 2 - 1
Man 2 9. Roerfluit 22. P.
10. Viola d'amour 23. Mf.
11. Voix celeste 24. F.
12. Prestant 25. Oplosser
13. Fluit
14. Woudfluit
Het totaalbedrag der werkzaamheden stelt zich op 2600,- Gld. Zegge Twee Duizend Zes Honderd Gulden, voor welk bedrag alles franco wordt aangevoerd, en speelvaardig wordt ingebouwd in de kerk. De garantie 20 jaar, gedurende welke termyn, alle fouten en gebreken, die zich mochten voordoen, na bericht, direct, gratis en afdoende worden hersteld. Voorwaarde is, party t. andere zyde het Inst in stemming en onderhoud opneemt. Betaling geschiedt nadat de werkzaamheden naar genoegen van party ter eene zyde, en den adviseur zyn opgeleverd. Mocht door omstandigheden event een gedeelte blyven staan, wordt een rente vergoed van 5%.

Datum van oplevering 15 November 1956, by te late oplevering kan een boete worden toegepast van 10.-- per dag.

Aldus ter goeder trouw opgemaakt te Dordrecht-Zuidlaren. 19 Sept 1956.

(w.g.) J. Wuffing Voorzitter

(w. g.) E. Ensing Secretaris

(w.g. ) Spiering.

 

Windladen. De windladen worden vervaardigd uit eikenhout, met zeer ruime registercancellen van archangel grenenhout, verwerkt wordt Russisch eikenhout. Pijpstokken worden belegd met mahoniehout, terwyl ook de pypenrekken daarvan worden vervaardigd. Als systeem wordt kegelladen aangenomen. De kogels worden genomen uit ahorn hout, in de lengterichting van het hout gedraaid, en bekleed met week Fransch ventielleder. Hefhoogte der kegels regelbaar, zonder de afstand tot de opstootende membraam te beinvloeden, met dubbele stelmoeren. Windladen fyn afgelakt, gemonteerd op solide dragers. By de indeeling wordt gedacht aan voldoende ruimte, zoodat elke pyp voldoende spraakwydte heeft, en het stemmen op behoorlyke wyze kan plaats vinden.

Relais. Elke windlade wordt voorzien van een onzer uiterst precies werkende relais, fyn afgelakt. Voorts loopplank tusschen beide klavieren.

Speeltafel. De speeltafel wordt vervaardigd uit massief eikenhout, en met z.g. schryfbureausluiting, waardoor klavieren, registers, enz. stofdicht worden afgesloten.

Het interieur der speeltafel gepolitoerd afgewerkt. De speelappraten worden vervaardigd uit zeer oud eikenhout, waardoor elke werking totaal is uitgesloten, alles prima, en precies afgewerkt, ten slotte dubbel afgelakt. De registers zyn als drukkers direct boven de klavieren geplaatst, allen in witte uitvoering, registerplaatjes in div kleuren naar de groepen, wit, rose, blauw en geel, nog nader te -regelen.

Drukknoppen. De drukknoppen in de voorlyst van het onderklavier, knoppen lossen elkaar op, wit, en rood voor de oplosser.

Klavieren. De klavieren worden vervaardigd uit rechtdradig pynhout, de witte toetsen belegd met zwaar elfenit, de zwarte toetsen van massief ebbenhout. Toetsvorm in moderne uitvoering, schuin afloopend. Klavieren indeeling v. bekende internationale maat. C - g''' . 56 T. Speeltafel compleet geplaatst met lessenaar.

Buisleidingen. Deze worden genomen uit naadbos vertind hard looden buis. Allen uit een lengte, zodat uitzakken is uitgesloten. Op punten waar noodig extra ondersteuning.

Windkanalen. Deze worden voor zoover noodig vervaardigd uit vurenhout, inwendig verdicht, uitwendig beplakt m. blauw papier. Hoeken verstekt, en bewerkt met leder.

Pedaal. Het Pedaalklavier wordt gereviseerd, en waar noodig verbeterd

Pypwerk.

Prestant 8' Voor zoover in het Front gepoetst of geallumunieerd, basaanspraak verbeteren, baarden.
Bourdon 16' Vermolmde voeten vervangen, indien noodig ook nieuwe voorslagen, van binnen verdichten, en gezorgd voor een volle 16vts toon.
Holpyp 8' vermolmde voeten vervangen, geheel verdichten.
Octaaf 4'
Quint 2 2/3' intoneeren als Nazard, dus zachter
Octaaf 2'
Mixtuur 3 - 4st als bestaande
Trompet 8' geheel nieuw, 12 zink, 44 tin 40%. C = 135 mm. fabr. Laukhuff.
Roerfluit 8' vermolmde voeten vervangen, geheel verdichten.
Viola d'amour8'44 nieuw 50% tin, 12 tr met Roerfluit 8' zachte intonatie. c = 40mm
Voix-Celeste 8' is bestaande gamba, aanspraak verbeteren
Prestant 4' groot octaaf vervangen voor 12 zinken
Fluit 4'
Woudfluit 2'
Metalen Pypwerk wordt geheel nagezien, waar noodig stemkrullen en baarden aansolderen, dutsen uitnemen

Intonatie Aan de intonatie wort de uiterste zorg besteedt, en rekening houdend met de acoustiek van het Kerkgebouw, zal worden gestreefd naar de best mogelyke resultaten.

Blaasbalg en windmachine Geplaatst wordt gebruikte blaasbalg, en windmachine, deze verkeeren beiden in zeer goede staat en zyn daarby vanvoldoende capaciteit om het Instrument naar behorren van wind te voorzien

Keuring. Gedurende de opbouw, zoowel als nadat het Instrument is afgemonteerd heeft men het recht van keuring door den Adviseur, het Instrument zal dan aan de hoogst te stellen eischen hebben te voldoen. By een geschil tusschen partyen, kan een de partyen arbitrage verlangen, waaraan dan gevolg dient te worden gegeven, en zal daarvoor de normale methode worden gevolgd. De uitspraak der betrokken commissie is voor beide partyen bindend.

Oplevering. De oplevering van het Instrument te stellen op 15 November 1936.

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

VERSLAG VAN DE INGEBRUIKNAME TE BEUSICHEM, JULI 1787

(Boekzaal der Geleerde Wereld)

BOEKZAAL JULI 1787

Beusichem den 15 July. Heden hadden wy het genoegen, dat ons nieuw Kerk-Orgel, (het eenigste in dit Graafschap) plegtig aan den Heere en zynen Dienst wierd toegewyd.
Onze geliefde Leeraar, de Wel Eerw. Heer Jacob Casper Metzlar, nam, ten Kanzel opgeklommen, (na men het 124e zangvers van den CXVIII Psalm, zonder orgel, had voorgezongen) tot zyne voorafspraak Lev. XXIII : 25,24. Waarna het Orgel, door een krachtig gebed, Gode en zynen Dienst wierd toegewyd. Thans mogten wy de eerste klanken van het nu gewyde Speeltuig, by onzen openbaaren Godsdienst, hooren, en men zong onder deszelfs streelend geluid, de twee eerste versen van den XCV Psalm.

Hierna las den Redenaar zyn Textwoorden af, genomen uit Psalm XXXIII:
1, 2, 3. Gy rechtvaerdige zinget vrolyk in den Heere; lof betaamt den oprechten. Lovet den Heere met de harpe; Psalm-zinget hem, met deL Luite, (ende) het tiensnaarig Instrument. Zinget hem een nieuw lied; spelet wel, met vrolyk geschal. Waarop men de aangenaamste uitbreiding dezer woorden, met het Orgel, opzong, uit de twee eerste zangversen van dien Psalm. Voorts verdeelde onze Leeraar, (na eene korte en gepaste Inleiding) zyne Rede in drie stukken; - Eerst wierden de Textwoerden, tot het oogmerk, kortelyk verklaard; toen zong en speelde men Psalm CXXXVIII 1, 2, 3. - Ten Twweden wierden de verklaarde woorden tot de byzondere tydsomstandigheden, en de plegtigheid van dit uur overgebracht, waarin men zich tot deze drie byzonderheden bepaalde: 1. wierd 'er een weinig van het openbaar Gezang in den Godsdienst, verzeld van gewyde speeltuigen, gesproken. 2. Wierd de geoorloofdheid, betamelykheid en nuttigheid daar van betoogt, a. uit kracht van het Goddelyk bevel-woord; b. uit den aart der zake; 0. uit de voorbeelden der Heiligen; 4. uit de heuchelyke gevolgen, die daar uit meermaalen voor een Godvruchtige ziel afvloeiden. Eindelyk 5. wierd de Gemeente door gepaste drangredenen opgewekt, om van het gewyde Speeltuig een Godebetamelyk gebruik te maaken. -

En na het afloopen van dit tweede deel dor Leerrede, liet zich het aangenaam Orgel Musick, by veranderingen, door alle de Registers, omtrend tien minuten, alleen hooren.
Nu volgde het Derde of laatste deel der Redevoering, waarby Kerkmeesteren, Gemeente, en allen, die hunne milde harten en handen tot den Opbouw van het Orgel, geopend hadden, plegtig bedankt en gezegend wierden.
Ten laatsten wierd de geheele plegtigheid, met het allervolmaakste gebed, en het zingen en speelen van den geheelen CLtste Psalm, besloten;- alles liep stichtelyk, en in eene geregelde orde af, tot genoegen der menigte, die, van alle kanten, tot die plegtigheid, was zamengevloeit.

Het Speeltuig zelve, (dat nu door de vingeren van den kundigen Van der Meer,, Organist te Culenborg, bespeeld wierd) heeft, by een naauwkeurig en onpartydig onderzoek, door deskundigen, den meesten lof weggedragen. Het zelve is vervaerdigt door den bekwamen Utrechtschen Orgel- Fortepiano en Clavecimbaalmaker Abraham MEere, woonende achter den Dom, by de Servetsteeg; en bestaat uit de volgende Registers:

1. Prestant, 8 voet 7. Octaaf, 2 voet
2. Bourdon, 16 voet 8. Mixtuur, 4 Sterk gehalveert.
5. Holpyp, 8 voet 9. Cornet, 5 Sterk Discant.
4. Octaaf, 4 voet 10. Trompet, 8 voet, gehalveert.
5. Fluyt, 4 voet Tramblant en Wind Ventiel.
6. Quint, 3 voet
De Heere geve, dat de harpen, in dit goede land, nimmer geheel aan de wilgen mogen hangen, en de Gemeente van Beusichem, nog lange, onder de aangenaame klanken van dit Orgel, Psalmen mogen zingen, ter eere van hunnen Koning.

*******************************************************************************************************************

Noten bij het artikel van dhr. de Olde

  1. Provinciale Drentsche en Asser Courant, 36e jaargang, no 83. R.A. Assen.
  2. Kerkvoogdijboek 1715-1797. Archief Hervormde Gemeente Zuidlaren. Volgens Romein werd het orgel op 8 November 1716 voor het eerst gebruikt (T.A. Romein: De Hervormde Predikanten van Drenthe sedert de Hervorming tot in 1861, Groningen 1861, p.134)
  3. De familie Van Selbach woonde sedert het begin van de 17e eeuw op het Laarwoud te Zuidlaren; de erfgenamen van deze familie bleven tot 1750 eigenaar van het huis. De familie De Drews bezat in de 17e en de 18e eeuw Meerwijk aan het Zuidlaardermeer. Zie voor genealogische aantekeningen over de familie Van Selbach o.m. J. Belonje en J. Westra van Holthe: "Genealogische en Heraldische Gedenkwaardigheden in en uit de kerken der Provincie Drenthe", Assen 1937, p.164-166. Idem over de familie De Drews o.m. O.J. Polvliet: "Geslacht de Drews, De Nederlandsçhe Leeuw" 31 (1913), 239-243 en 263-266. Verschillende leden van beide families waren kerkvoogd van de Hervormde Gemeente Zuidlaren, veelal in de functie van voorzitter van het college van kerkvoogden. In de kerk van Zuidlaren bevinden zich nog de familiegestoelten van Van Selbach en De Drews. Mevrouw Van Selbach (waarschijnlijk de weduwe van Stephen van Selbach, overl. 1714) gaf op 2 November 1715 een zwart laken aan de kerkvoogdij, ten gebruike bij begrafenissen; Kerkvoogdijboek 1715-1797.
  4. Oud-archief Meppel, Inv. no 235, no 9. R.A. Assen.
  5. Zie over Garrels o.a.: M.A. Vente: Aeneas Egbertus Veldcamps, drager van Oudhollandse orgeltradities (1686-1741) in Tijdschrift van de Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis XX (1967);.249-264, vooral p.261. Jan Zwart: "Van een deftig orgel", Maassluis 1732-1932, Maassluis 1933, vooral p. 20-24., J. Jongepier: "Het Garrelsorgel in de Grote Kerk te Purmerend", in Het Orgel 61 (1965), p. 109-111, 135-138, 187-192, 211-216.
  6. Zie over Beusichem en zijn kerk o.m.: R.F.P. de Beaufort en Herma M. van den Berg: "De Betuwe (De Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst", deel III, le stuk, onderdeel De Betuwe), 's Gravenhage 1968, p.72-84.
  7. Belonje en Westra van Holthe geven aan dat het opschrift te lezen was "Op het klavier-orgel" (op.cit. p.167). Volgens Johan van Meurs (mondelinge mededeling) betrof het eenvoudig geschilderde letters naast of boven de klavieren. Met het verplaatsen van de speeltafel van de achterzijde naar de zijkant van het orgel in 1936 zijn de opschriften mede verdwenen.
  8. Volgens G.W. Lohman: "Het Orgel in de Gereformeerde Kerk, gemaakt door Abraham Meere, Orgelmaker te Utrecht, in den jare 1787, den 15.Julij", aldus geciteerd in Gustav Fock: Een tweetal aanvullingen op Hess' Dispositiën uit 1774, Het Orgel, jubileumnummer 1960, p.47-62, i.c1 p.48.
  9. Hypothese van de heer J.F. Blank te Herwijnen, op grond van persoonlijk onderzoek.
  10. Volgens de heer Blank bevindt het plankje zich ten huize van de heer Stolk, adj.directeur van de muziekschool te Zaltbommel.
  11. Gegevens o.a. ontleend aan correspondentie met Dr M.A. Vente d.d. 3.8.1970 en aan mededelingen van de heer Blank d.d. 4.2.1972. Zie ook nog M.H. van 't Kruys: "Verzameling van Disposities der verschillende orgels in Nederland", 1885 (herdruk Amsterdam, 1962).
  12. Gustav Fock: Een tweetal aanvullingen.... (zie noot 8).
  13. Mededelingen d.d. 9.2.1972. Johan van Meurs was adviseur bij de verbouwing in 1936.
  14. Handelingen van den Kerkenraad te Zuidlaren 1859-1909. Archief Hervormde Gemeente Zuidlaren.
  15. De kleurwijzigingen zijn in elk geval van deze eeuw en waarschijnlijk niet lang voor of zelfs nog in 1936 en latere jaren tot stand gebracht. Sommige oudere ingezetenen herinneren zich, nog dat het rood vervangen werd door zwart en korte tijd later een deel van het zwart door zilver; de jaren waarin dit gebeurd is zijn moeilijk exact vast te stellen. De combinatie bruin met goud dateert wellicht van September 1938, toen ook de banken "donker eiken" werden geschilderd (Oostermoer-Noordenveld, 1 Oktober 1938). De respectievelijke verflagen zijn op het orgel gemakkelijk aan te tonen.
  16. Kerkvoogdijboek 1868-1933. Archief Hervormde Gemeente Zuidlaren. Het Kerkvoogdijboek 1797-1868 moet voorlopig als verloren worden beschouwd.
  17. Volgens Johan van Meurs werd op een offerte tot het herstel van de mechanische tractuur, gedaan door de firma Bakker en Timmenga te Leeuwarden, vanwege de hogere prijs niet ingegaan.
  18. Bestek d.d. 19 September 1936 van de firma Spiering. Archief Hervormde Gemeente Zuidlaren. Ook het merendeel van de gegevens in het vervolg van deze alinea zijn aan dit bestek ontleend.
  19. Oostermoer-Noordenveld 26 September 1936.
  20. Brief van de Orgelcommissie aan de Kerkvoogdij van de Hervormde Gemeente Zuidlaren d.d. 27 April 1957. Archief Hervormde Gemeente Zuldlaren. Het onderzoek terzake was7 verricht door Lambert Erné.
  21. Op 16.11.1971.
  22. Vondsten en mededelingen van de heer J.F. Blank gedaan op 4.2.1972.
  23. E-Mail d.d. 20 mei 2008 door Wim Opgelder