Vledder
Hervormde kerk
Informatie over de kerk
Bronnen: Zie literatuurlijst
Foto links verkregen via Victor Timmer. Deze is
afkomstig van nazaten van H.J. van der Molen (Deze orgelkas staat nu bij Sicco
Steendam te koop). De afbeelding toont de situatie voor de ombouw door Reil, dus
nog met onderkas en klavier aan de voorzijde. De personen zijn stemmer Teke van
der Molen (zoon van H.J. van der Molen) en een leerlinge (voor het vasthouden
van de toetsen). (01)
1914: De kerk krijgt voor het eerst een orgel. De bouwer is H. van der Molen uit Steenwijk. Het instrument kostte f 415,- Ingebruikname op 5 juli 1914, waar ds. Hugenholtz een leerrede hield over psalm 103:1.
Foto's 01, 02 vanuit http://www.kerkeninbeeld.nl
1931: Van de Nieuwe Oosterkerk aan de Goudseweg (niet meer bestaand) te Rotterdam wordt voor f 1950,- een orgel aangekocht. Het orgel is gebouwd door J.J. van den Bijlaard in 1905. De orgelmaker neemt het oude orgel in voor f 500,-. Voor de geschiedenis van het instument in Rotterdam zie bijlage.
1954: J. Reil verplaatst het orgel naar een ballustrade tegen de torenwand en brengt een aantal wijzigingen aan.
De dispositie is na deze werkzaamheden als volgt:
Dispositie:
| Manuaal | C-f''' | |
| Bourdon | 16' | |
| Prestant | 8' | |
| Holpijp | 8' | |
| Gamba | 8' | |
| Octaaf | 4' | |
| Fluit | 4' | |
| Superoctaaf | 2' | |
| Cornet | I-II-III | Doorlopend Samenstelling: C: 2, c: 2 2/3 2, c': 2 2/3 2 1 3/5 |
| Trompet | 8' | |
| Pedaal | C-d' | |
| Gedekte Subbas | 16' | Transmissie van de Bourdon van het Hoofdwerk |
1976:
Het binnenwerk van het van den Bijlaardt
orgel wordt afgebroken. De metalen pijpen worden opgeslagen op de
zolder van de pastorie.
De meeste houten onderdelen van het orgel zijn verbrand wegens
houtworm. Na verkoopp van
de pastorie werd het resterende opijpwerk overgbracht naar naar de
zolder van het oude
politiebureau naast de kerk.
1984:
Via bemiddeling van Tjeerd van der Ploeg
wordt het Standaart-orgel van de muziekschool in Purmerend aangekocht
en geplaatst achter
het bestaande front. Tussen 1976 en 1984 werd een electronisch orgel
gebruikt.
199?: Het orgel is onbespeelbaar geworden. Er wordt
een elektronisch orgel gebruikt
1999: Nieuw
orgel door BAG-orgelmakers uit Enschede. Adviseur is Stef Tuinstra
namens de Hervormde
orgel Commissie. De ingebruikname was op 19 maart 1999.
Dispositie:
| Manuaal | Pedaal | ||
| Bourdon | 16' | Bourdon | 16' (transm.) |
| Prestant (vanaf c, dubbelkorig) | 8' | ||
| Roerfluit | 8' | ||
| Octaaf | 4' | ||
| Fluit | 4' | ||
| Nasard | 3' | ||
| Octaaf | 2' | ||
| Woudfluit | 2' | ||
| Cornet | IV disc. | ||
| Mixtuur | III-V b/d | ||
| Trompet | 8' | ||
| Tremulant |
Noten:

Van den Bijlaardt-materiaal: Het oude front is door BAG ingenomen en zal te zijner tijd weer worden hergebruikt. Van het binnenwerk van het van den Bijlaardt-orgel is zo goed als niets bewaard gebleven. Het nog bewaarde pijpwerk is grotendeels van een inferieure kwaliteit en kan tot nu toe niet aan van den Bijlaardt worden toegeschreven. Het pijpwerk werd onderzocht door Stef Tuinstra. De trompet zou van Franse makelij kunnen zijn en is verkocht aan Mense Ruiter orgelmakers.
Standaart-materiaal: Het Standaart-materiaal was van zeer slechte kwaliteit en is bij de bouw van het nieuwe orgel vernietigd.
Nadat het instrument was geplaatst, werd het op donderdag 24 augustus 1905 in gebruik genomen, waarbij het door drie organisten werd bespeeld. In het september-nummer van "Het Orgel" uit 1905 schreef de organist H. E. Krijgsman over dit orgel o.a. het volgende: "Zeker mag een woord van lof niet ontbreken voor den bekwamen orgelmaker, die dit prachtige instrument heeft geleverd". Het orgel is gebouwd in een ruime kast en stond op een apart balkon boven de orgelgalerij. Het front bestond uit een kleine middentoren en twee grote zijtorens met twee rechte tussenvelden. Hierin stonden 31 pijpen, waarvan 24 sprekende pijpen van de Prestant 8 voet. De torens en de tussenvelden waren bovenaan door zware geprofileerde lijsten afgesloten. Onder de torens waren halfronde consoles aangebracht. De middentoren was bekroond door een trompetspelende engel op een aardbol, terwijl aan weerszijden muziekinstrumenten, zoals psalters en fluiten, ter versiering waren aangebracht. Het orgel was gebouwd volgens een mechanisch-pneumatisch kleppensysteem.
Dispositie:
| Manuaal | C-f''' | |
| Bourdon | 16' | |
| Prestant | 8' | |
| Holpijp | 8' | |
| Gamba | 8' | vanaf e, het groot octaaf is gecombineerd met de Holpijp |
| Voix celeste | 8' | vanaf fis |
| Octaaf | 4' | |
| Fluit | 4' | |
| Cornet | I-II-III | Doorlopend |
| Trompet | 8' | |
| Pedaal | C-d' | |
| Gedekte Subbas | 16' | Transmissie van de Bourdon van het Hoofdwerk |
Nevenregisters in de vorm van 3 treden boven het pedaal
Koppel
Pedaal - Hoofdwerk
Mezzoforte-trede (combinatie van de Bourdon, Prestant, Holpijp en Gamba)
Fortissimo-trede (combinatie van alle registers behalve de trompet)
|
Schrijver |
Boek of tijdschrift |
Omschrijving |
| H.E. Krijgsman | Het Orgel 1905/09 | |
| Het Orgel 1914 | ||
| Gereformeerde kerkbode van Rotterdam 09-05-1931 | ||
| De Rotterdammer 23-01-1932 | ||
| Jan van Bommel Jzn | Daar kerkte Rotterdam: kerken, die in Rotterdam verwoest werden, en hun interieur, Leiden: Stichting Orgelcentrum, 1965 | Vledder, Hervormde kerk blz. 115-116 |
| Correspondentie met Pieter van Herwaarden, Peter Dillingh en Roelof Kok, BAG orgelmakers en W.D. van der Kleij |