Het Lohman-orgel te BedumRoden Gereformeerde kerk

Kerk.
De (toen nog) Christelijke Afgescheidene Gereformeerde gemeente in Roden werd geïnstitueerd op 26 februari  1857 en betrok een jaar later een kleine eigen kerk aan de Kanaalstraat. In 1919 werd op dezelfde plaats het huidige kerkgebouw in gebruik genomen. 

Orgelgeschiedenis te Bedum
1867: Het orgel werd in 1867 gebouwd door de orgelmaker N. A. G. Lohman te Assen. In 1866 werd met de voorbereiding begonnen. Men informeerde eerst naar het orgel in Hervormde kerk te Middelstum dat f. 6000, - gekost had. Na informatie bij de orgelmaker N. A. G. Lohman te Assen, bleek dat deze voor f. 2050, - een orgel kon leveren. Lohman leverde een éénklaviers orgel, waarvan de dispositie niet bekend is; wel leverde hij drie registers meer dan het oorspronkelijk geplande aantal. Schilderwerk en het maken van een orgelbalkon kwamen voor rekening van de opdrachtgever. Het contract met Lohman werd 25 mei 1866 getekend. De ingebruikname was op 12 december 1867 (01). In 1872 werd een nieuw kerkgebouw in gebruik genomen waarin het orgel een plaats vond. Nadat D.G. Dik reeds in 1872 sterkere ventielveren had aangebracht, ging het onderhoud over naar R. Meijer uit Veendam, die twee jaar later een reparatie uitvoerde voor f. 400,-. Vanwege de bouw van een grotere kerk stelde hij in 1878 voor het instrument te herstellen en uit te breiden met twee registers en een tweede klavier; de kosten zouden samen f. 1700,- bedragen. Het plan ging niet door. In 1882 werd het orgel nagezien door J. Doornbos orgelmaker te Groningen en voor f. 1000, - gerepareerd en van een tweede klavier voorzien (02) In 1921 werd een nieuw orgel aangekocht van de firma Gebr. Rohlfing te Osnabrück (03). Het oude orgel werd verkocht aan de Gereformeerde gemeente te Roden (04). (11)

1921:  In Roden, waar men twee jaar tevoren de nieuwe kerk in gebruik had genomen, zocht men een passend pijporgel en voor f. 1750,- werd door bemiddeling van orgelhandelaar Huizinga in Groningen het te Bedum overbodig geworden Lohman-orgel aangeschaft. Het werd in Roden geplaatst door orgelstemmer H. Thijs (voortzetter van het bekende bedrijf van de firma Van Oeckelen) voor ruim 450 gulden. Over de ingebruikneming meldde het Algemeen NIEUWS- en ADVERTENTIEBLAD voor Westerkwartier en Omstreken van 25 juni 1921:
"R o d e n Zondagmorgen 20 juni werd het orgel in de Geref.Kerk alhier in gebruik genomen. ‘t Was een genot te luisteren naar de schoone samenklank der toonen. De muziek is zo krachtig, dat het "zakken" voorbij is, anders nagenoeg niet te voorkomen. Het orgel deugdelijk in elkaar gezet door den heer Thijs van Haren, is een sieraad voor de kerk".
Bij deze werkzaamheden verving Thijs vermoedelijk ook een aantal pijpen door nieuwe van zink (later "slecht loodgieterswerk" genoemd).Het instrument werd in Roden op 20 juni 1921 in gebruik genomen.
Voor de plaatsing van dit orgel zal men een harmonium hebben gebruikt ter ondersteuning van de gemeentezang. Nadien had Thijs het onderhoud tot 1932 toen de firma Holtman en Leemhuis dit werk overnam tot 1938 (05). (11)

De dispositie in 1939 was volgens een notitie van orgelmaker Mense Ruiter als volgt:

Manuaal I   Manuaal II   Pedaal:
Bourdon 16 vt Holpijp 8 vt aangehangen
Prestant 8 vt Viola di Gamba 8 vt  
Holpijp 8 vt Prestant 8 vt disc.  
Octaaf 4 vt Octaaf 4 vt  
Open fluit 4 vt Fluit 4 vt  
Quint 3 vt Octaaf 2 vt  
Octaaf 2 vt Hobo 8 vt  
Trompet 8 vt      

1947: In 1946 bleek ingrijpend herstel nodig; de Groninger organist Carel Opten stelde daartoe een jaar later een restauratieplan op ten bedrage van f. 2615,- . Dit plan voorzag in een algehele verbetering van alle orgeldelen die na verloop van tijd aan reparatie toe waren. De toestand van het instrument was echter dusdanig slecht, dat de werkzaamheden van L. Rinkema en Mense Ruiter na de nodige strubbelingen en tegenvallers uiteindelijk pas in 1949 werden afgesloten voor een bedrag van f. 5668,26. Daar was dan wel bij inbegrepen de plaatsing van de Bourdon 16 vt op een pneumatische lade, zodat dit register nu ook als zelfstandig Pedaalregister dienst kon doen. Op Manuaal II verscheen een Voix Celeste 8 vt (vanaf c), terwijl de discant van de Octaaf 2 vt werd voorzien van nieuwe pijpen ("niet van nieuw, doch wel van prima materiaal gemaakt. Ze zijn speciaal voor dit doel in de werkplaats van de heer Ruiter vervaardigd"); de Prestant 8 vt disc. en de Hobo 8 vt keerden daar niet terug. Er werd ook een windmotor geplaatst op de zolder van de kerk. (11)
Van der Kleij: Ook kwam er een nieuwe tremulant en men verplaatste de Bourdon 16’ van het hoofdwerk naar het pedaal zodat deze nu vrij kon spreken. De totale kosten bedroegen f. 6822, 50. De in gebruikname vond plaats op 15 juli 1949 met een concert door Carel Opten (06). De dispositie van het orgel was hierna:

Onderstaande dispositie is afgeleid uit het archief van W.D. van der Kleij en suggereert meer werkzaamheden dan in de opsomming hierboven, die grotendeels afkomstig is uit informatie van Victor Timmer uit Leek. (11)

Manuaal I   Manuaal II   Pedaal  
Prestant 8' Holpijp 8' Bourdon 16'
Bourdon 16' Viola di Gamba 8'    
Holpijp 8' Voix Celeste 8'    
Octaaf 4' Octaaf 4'    
Open Fluit 4' Fluit 4'    
Quint 1 1/3' Octaaf 2'    
Octaaf 2'        
Trompet 8'        

Frontpijpen half zink half orgelmetaal. Tremulant. Het systeem van het Pedaal is pneumatisch. Het onderhoud was hierna voor L. Rinkema en Mense Ruiter (07).

Foto nieuwe orgel vanuit http://www.kerkeninbeeld.nl

roden03.jpg (26391 bytes)1968:  In de zestiger jaren verslechterde de toestand weer dusdanig, dat een grondige restauratie dringend nodig bleek. Men bezon zich allereerst op de mogelijkheden tot restauratie van het bestaande instrument. Hiervoor werd door Mense Ruiter geraadpleegd, die deze gedachte verwierp, omdat ieder bedrag hiervoor weggegooid geld zou zijn. Men verkoos toen uiteindelijk over te gaan tot de bouw van een nieuw orgel. Of het bestaande instrument werkelijk zo slecht was en van zo weinig waarde, dat herstel weinig zinvol werd gevonden ? In die tijd was de appreciatie van instrumenten uit de tweede helft van de vorige eeuw beduidend minder dan tegenwoordig. De vraag: "restaureren of niet" zou daardoor wellicht een andere uitkomst hebben opgeleverd als deze nú had moeten worden beantwoord. Hoe dan ook: men koos voor de aanschaf van een ander orgel. Aanvankelijk dacht men dat gebruik van het bestaande front of andere goede onderdelen van het Lohman/Doornbos-orgel nog mogelijk zou zijn (en daarmee kostenbesparend). Het zou uiteindelijk een geheel nieuw instrument worden. De orgelcommissie ging eerst van een bedrag, die men had geschat op ca. f. 35. 000. Van de grondigheid waarmee de toenmalige orgelcommissie te werk ging getuigt nog het lijvige en goed onderbouwde rapport uit 1969, waarin zij niet alleen een advies gaf, maar ook van haar handel en wandel (in het land) verslag deed: men bezocht een aantal orgelmakerswerkplaatsen en bezag, bespeelde en beluisterde een aantal pijporgels van de betreffende orgelmakers. Uiteindelijk koos men voor een offerte ( f. 57000,-) van de firma Pels en Van Leeuwen voor een instrument met 18 stemmen, welke in zoverre kostenbesparend was , doordat een viertal Hoofdwerkregisters met behulp van transmissies gedeeltelijk werd ontleend aan Pedaalstemmen; zonder deze kunstgrepen had een dergelijk instrument zeker f. 70000,- moeten kosten. Het oude orgel werd voor f. 1000,- ingenomen en zal ongetwijfeld zijn gesloopt. De firma Pels & Van Leeuwen ontstond in 1972 door samenvoeging van twee reeds lang bestaande bedrijven: dat van de firma Pels - welke haar werkterrein vooral op het katholieke erf had - met dat van Willem van Leeuwen Gzn, welke een protestantse klantenkring had. Laatstgenoemde orgelmaker behoorde tot diegenen welke na de oorlog weer instrumenten met mechanische sleepladen gingen bouwen, geschoeid op klassieke (barokke) geest. Daarbij maakte men wel gebruik van moderne materialen (zoals kunststof) en constructies, waarmee men dacht de gevolgen van onvermijdelijke veroudering, slijtage en het gebruik van moderne verwarmingssystemen beter te kunnen weerstaan dan met traditionele materialen als hout en leer . Een gedachtengang welke achteraf gezien onjuist blijkt te zijn ! Ook had men een duidelijk en zeer helder klankbeeld voor ogen. Dit soort instrumenten wordt tegenwoordig wel betiteld als: neo barok. Het orgel voor Roden paste in dit genre met kunststof slepen en dito mechaniekdelen , zwevende mechanieken, de slepenafdichting met telescoophulzen, een strakke (zo niet starre) windvoorziening, een klankbeeld waarin boventonen sterker waren geprononceerd dan de ‘grond’ en een tweede manuaal (uitgevoerd als borstwerk) op 2-voets basis. (08) (11)
De dispositie van dit opus 741 was als volgt:

Hoofdwerk. C - g3 Borstwerk. C - g3 Pedaal. C - f1
1. Prestant 8’ 9. Roerfluit 8’ 15. Subbas 16’
2. Holpijp * 8’ 10. Koppelfluit 4’ 16. Gemshoorn 8’
3. Octaaf 4’ 11. Prestant 2’ 17. Koraalbas 4’
4. Spitsfluit * 4’ 12. Quint 1 1/3’ 18. Fagot 16’
5. Sesquialter ** 2 st. 13. Cymbel 2 st.    
6. Octaaf * 2’ 14. Dulciaan 8’    
7. Mixtuur 3 st.        
8. Trompet * 8’        

* deze register zijn transmissies C - f van repectievelijk nr. 15, nr. 16. nr. 17 en nr. 18. Ieder register heeft een eigen sleep en voor de transmissie komen twee overeenkomstige gaten uit op één pijp met een terugslagklepje. ** vanaf a. Systeem sleepladen met mechanische tractuur; tremulant op het Borstwerk; schakelaarwind met contactslot. Koppelingen: Pedaal-Hoofdwerk; Pedaal-Borstwerk; Hoofdwerk-Borstwerk (09).
De windvoorziening werd gevormd door een kleine magazijnbalg met regulateurs en er waren beweegbare ladebodems.

Het orgel werd 4 september 1970 in gebruik genomen met een orgelbespeling door Piet van Egmond, organist te Amsterdam

Het programma luidde als volgt:

  1. Openingslied Psalm 100: 1, 3 en 4. (Met begeleiding van harmonium).
  2. Welkomstwoord door Dr. A. G. Luiks.
  3. Overdracht orgel aan de kerkenraad door de voorzitter van de orgelcommissie.
  4. Samenzang Psalm 89: 7 en 3. (Met begeleiding van het nieuwe orgel).
  5. Toelichting over het nieuwe kerkorgel door de heer R. van Rumpt, namens de Firma Pels en van Leeuwen te Alkmaar.
  6. Orgelbespeling door de heer Piet van Egmond te Amsterdam.
  7. 2e Orgelconcert in Bes-dur George Friedrich Handel
    Andante maestoso
    Allegro
    Adagio
    Allegro
    2. Voluntary in a-klein John Stanley
    3. Grand Choeur alla Haendel Alexandre Guilmant
    4. Partita octavi toni super ,,Veni Creator" Gabriël Verschraegen
    5. Improvisatie Piet van Egmond

  8. Slotwoord door Ds. R. Petersen.
  9. Slotzang Psalm 150: 1, 2 en 3 (oude berijming). (10).

1978: Pels & Van Leeuwen verplaatst het orgel – in het kader van de verbouwing van de kerk tot wat die nu is – naar de tegenoverliggende wand (de vroegere kanselwand). Het werd daar ongewijzigd opgesteld op een nieuw balkon. Aanpassingen van de intonatie aan de sterk gewijzigde akoestische verhoudingen vonden daarbij slechts in beperkte mate plaats. Het instrument bleef ook nadien in onderhoud bij Pels & Van Leeuwen. (11)

1994: Bijna 30 jaren intensief gebruik laten ook een orgel niet onberoerd. Er treedt slijtage op, terwijl bij langdurig gebruik als minder geslaagd ervaren aspecten van constructie en klank steeds meer kunnen gaan irriteren. Bovendien zijn ook de gebruikseisen en de muzikale smaak aan verandering onderhevig.

De orgelcommissie signaleerde in 1994 als grootste knelpunten:

Doelstellingen voor een herstelplan waren het verkrijgen van een weer probleemloos werkend instrument, dat in muzikaal opzicht beter bruikbaar zou zijn en ook beter zou moeten klinken.

In deze fase werd de Orgelbouw Adviescommissie van de Gereformeerde Kerken in Nederland gevraagd mee te willen werken aan het bereiken van een bevredigende oplossing van de problemen. Op basis van het advies, namens deze adviescommissie uitgebracht door Anco Ezinga (Haren) en Victor Timmer, werden drie firma’s benaderd voor een offerte. Na grondige analyse en vergelijking werd uiteindelijk gekozen voor het (later iets gewijzigde) plan van de firma Van der Putten & Veger te Winschoten.

Deze orgelmakers hebben zich in de korte tijd sinds de oprichting van hun bedrijf in 1989 een zeer goede naam verworven, zowel met betrekking tot restauraties en renovaties , als ook bij nieuwbouw. Zo vervaardigden zij met name een vijftiental ingenieus geconstrueerde en heel compact gebouwde – maar toch zeer goed klinkende – kistorgels. Een interessant project is de bouw binnenkort van een groot orgel in de stijl van het midden van de 17de eeuw voor een kerk in Bremen (BRD). Sinds kort is het bedrijf, waar momenteel vier mensen werkzaam zijn, gevestigd te Finsterwolde.

Bij het plan voor Roden stond voorop dat eventuele wijzigingen moesten sporen met het karakter van het soort instrumenten dat Pels & Van Leeuwen omstreeks 1970 bouwde. Om die reden werd bijvoorbeeld dan ook afgezien van het voorstel de windvoorziening te verbeteren door het plaatsen van spaanbalgen (hoewel de goede resultaten daarvan door Van der Putten & Veger elders overtuigend zijn aangetoond) .

Ook werden de flexibele westaflex-conducten naar afgevoerde pijpen gehandhaafd.

De volgende werkzaamheden zijn uitgevoerd: