Peize,
Hervormde kerk
Informatie
over de kerk
Foto's 01 02 (voor restauratie) 03 (na restauratie) vanuit http://www.kerkeninbeeld.nl
Voor de geschiedenis van het orgel dat zich nu in de Hervormde kerk te Peize bevindt moeten we terug in de tijd naar de stad Groningen, naar de St. Geertruids- of Pepergasthuiskerk. De stichting van dit Gasthuis vond plaats in 1405. Het gasthuis was bestemd voor arme pelgrims die twee of drie nachten geherbergd mochten worden. Later werd het bestemd voor een tehuis van arme lieden, vreemdelingen, ongelukkigen en men kon zich inkopen. Het gasthuis was voorzien van een kapel waarin kerk gehouden werd. In 16e eeuw verkreeg het belangrijke bezittingen onder andere veengronden bij Gieten (02).
1631:Het orgel werd in 1631 door de voogden van het St. Geertruidsgasthuis aanbesteed aan de orgelmaker Anthonie Verbeeck te Groningen (03). Voor 700 Caroli gulden werd het orgel aangenomen terwijl zijn vrouw een rosenobel zou ontvangen en er nog 50 Caroli gulden in reserve werd gehouden voor het geval de orgelmaker te weinig zou hebben ontvangen. Bovendien mocht hij het positief dat in de kerk aanwezig was in bezit nemen. Als eerste termijn kreeg hij 250 Caroli gulden. In 1633 vond de afrekening plaats. Er werd nog 511 Caroli gulden en 16 stuivers uitbetaald. Te weten 450 als rest van 700 Caroli gulden en nog eens 50 Caroli gulden zoals was afgesproken verder een rosenobel voor zijn vrouw ad 9 gulden en 6 stuivers en een rijksdaalder voor de knecht dus 2 gulden en 10 stuivers (04). (bijlage 1)
1663: Er werd voor 230 Caroli gulden aan het orgel verbouwd door J. Huis.
1672: Het orgel had te leiden van beschietingen door de bisschop van Munster. Men kon het orgel in acht jaar niet gebruiken.
1680: De reparatie in 1680 voor 800 Caroli gulden kan wellicht worden toegeschreven aan Jan Helmman (05).
1696-1697: Dan volgt een grote verandering door Arp Schnitger. Er kwam een vrij pedaal met 5 à 6 stemmen en 3 nieuwe blaasbalgen. De orgelkast werd veranderd en er werden twee pedaaltorens aangebracht door Allart Meijer voor 235 Caroli gulden. Jan de Rijk ontving 10 Caroli gulden voor beeldhouwwerk. De totale kosten bedroegen 1022 Caroli gulden. Hierna zal Jan Radeker en zijn compaan Rudolf Garrels het onderhoud gehad hebben.
Na 1697: In 1707, 1715, 1719 repareerde Jan Radeker het orgel in 1715 ontving hij hiervoor 35 Caroli gulden.
Vanaf 1725: In 1725 repareerde Matthias Amoor het orgel voor 132 Caroli gulden. Hierna had hij het onderhoud tot 1753 (06).
Vanaf 1754: A. A. Hinsz orgelmaker te Groningen komt in de rekeningen voor. Hij ontving 10 Caroli gulden voor onderhoud en stemwerk. In 1755 werd er bestek opgemaakt voor reparatie en uitbreiding van het orgel tot een bedrag van 950 Caroli gulden. Hij ontving hiervoor in 1756 per kwitantie 250 Caroli gulden, in 1758 nog eens dit bedrag en in 1758 de resterende 450 Caroli gulden. Hinsz maakt een nieuw Rugwerk dat het oude Borstwerk van Verbeeck verving. Verder maakte hij een nieuwe windlade voor het Hoofdwerk dat nu de omvang C - c3 kreeg. Mogelijk maakte hij een nieuwe klaviatuur van dezelfde omvang (07).
1788: De dispositie van het orgel
werd
opgetekend:
"Het Orgel in het PEPER-GASTHUIS, met 2 Hand-Clavieren, en
één Vry Pedaal, heeft
navolgende stemmen.
| Manuaal: | Rug Positief: | Pedaal: |
| Praestant 8 v. | Praestant 4 v. | Praestant 8 v. |
| Holpyp 8 v. | Quintadeen 8 v. | Bourdon 16 v. |
| Praestant 4 v. | Fluit 4 v. | Octaaf 4 v. |
| Quintadeen 4 v. | Fluit 2 v. | Octaaf 2 v. |
| Octaaf 2 v. | Quint 1 1/2 v. | Mixtuur 3 st. |
| Quint 3 v. | Scharp 3 st. | Trompet 8 v. |
| Mixtuur 4, 5, 6 st. | Voxhumana 8 v. | |
| Sexquialter 2, 3 st. | ||
| Trompet 8 v. |
Verders 3 Ventylen, 1 Tremulant, 1 Koppeling, en 4 Blaasbalgen, ‘t loopt van C tot drie gestreept c; is in het jaar 1785 geheel schoongemaakt door A. A. Hinsch" (08).
Na 1785: Het ligt voor de hand dat na 1785 en tot 1811 de orgelmakers F. C. Schnitger jr. en zijn compagnon H. H. Freytag het orgel in onderhoud gehad zullen hebben. Na de dood van deze orgelmakers, F. C. Schnitger in 1799 en H. H. Freytag in 1811, zet de weduwe Freytag met behulp van knechten zoals J. W. Timper en Matthias Martin het onderhoud voort.
Na
1814:
In 1814 werd voor f. 325, -
gerepareerd. Hierna wisselde men van orgelmaker en kwam de firma N. A.
Lohman aan bod, die
in 1832 voor f. 120, - werkzaamheden verrichtte. Zo maakte hij het
klavier van het
Rugpositief dat onder was boven. De Quintadeen 8’ in het
Rugpositief werd vervangen
door een Holpijp 8’. In 1846 werd nog voor f 234, 50
gerepareerd. Er kwam o. a. een
nieuwe pedaalkoppel (09).
1861: In Peize werden er plannen gemaakt
om een orgel aan te schaffen. In
1862 deelde de kerkvoogdij in een vergadering mee dat de heer Van
Oeckelen een orgel te
koop wist voor f. 2000, -. De orgelmaker stelde voor dit orgel gereed
te maken en te
plaatsen en vroegt hiervoor een betaling in twee termijnen: 1e bij
aflevering en 2e een
jaar na dato. De orgelzolder moest worden vertimmerd wat f. 400, - zou
gaan kosten. De
kerkvoogdij besloot de kosten te bestrijden uit: a. negotie van f.
1000, - tegen 4%. b.
door verkoop van 63 eikebomen om de kerk voor f. 1260, -. c. door
verkoop van weekhout uit
het kerkenbos (10).
Bij de verplaatsing werd het orgel door Van Oeckelen gewijzigd. Hij
veranderde op het
Hoofdwerk de Mixtuur 4-5-6 sterk in 2-3 sterk. De Sexquialter 2-3 sterk
werd vervangen
door een Fluit 2’. Op het Rugwerk kwam een Viola di Gamba
8’ van A af, in plaats
van de Scherp 3 sterk en de Voxhumana 8’ werd vervangen door
een Dulciaan 8’ (11).
De volgende veranderingen zijn niet juist te dateren. Zoals het
vervangen van de Mixtuur 3 sterk op het Pedaal en de verandering van de
Quint 1 1/3 in een
Flageolet 1’.
1900: J. Doornbos, orgelmaker te Groningen verving de Dulciaan 8’ op het hoofdwerk door een Trompet 8’ en in plaats van de Quint 3’ kwam een Bourdon 16’ diskant.
1936:
Op
het Pedaal werd de metalen Bourdon
16’ vervangen door een houten exemplaar en werden nieuwe
balgen gemaakt door Klaas
Doornbos orgelmaker te Groningen (12).
De dispositie van het orgel was voor de jongste restauratie in 1973 als
volgt:
| Hoofdwerk. | C - c3 | Rugwerk. | C - c3 | Pedaal. | C D - d1 |
| Bourdon | D 16’ * | Holpijp | 8’ | Bourdon | 16’ |
| Prestant | 8’ | Viola di Gamba | 8’ | Prestant | 8’ |
| Holpijp | 8’ | Prestant | 8’ | Octaaf | 4’ |
| Octaaf | 4’ | Fluit | 4’ *** | Quint | 3’ * * |
| Fluit | 4’ ** | Fluit | 2’ | Octaaf | 2’ |
| Octaaf | 2’ | Flageolet | 1’ | Trompet | 8’ |
| Fluit | 2’ ** | Dulciaan | 8’ | ||
| Mixtuur | 3-4 st. | ||||
| Trompet | 8’ |
De koppeling
van Manuaal I aan Manuaal II geschiedt door
II naar achteren te schuiven. Pedaal koppeling. Afsluiters op
Hoofdwerk, Rugwerk en
Pedaal. Windlosser. Loos register op het Rugwerk.
* c1 - c2 eikenhout; ** gedekt; *** open van bes af, rest gedekt.
Pedaal stemmen
gehalveerd in C- en Cis-lade.
De Quint 2 2/3’ is buiten gebruik, oud pijpwerk. De
registertrekkers op het Rugwerk
bevinden zich op de rugwerkskast, dus achter de bespeler.
Samenstelling Mixtuur 2-3 sterk:
C: 1 1/3 - 1
c: 2 - 1 1/3
c1: 4 - 2 2/3 - 2 (13).
1956: Er werd subsidie aangevraagd om het orgel te restaureren. Van 1965 tot 1973 werd de kerk gerestaureerd. In verband hiermee werd in 1963 het orgel gedemonteerd, behalve de kast, en opgeslagen op de zolder van het gemeentehuis. Eind 1968 werd subsidie toegezegd en in 1969 werd een bedrag van f. 10. 000, - geschonken voor de restauratie van dit historische orgel door de stichting "Orgelfonds Mooy" te Apeldoorn.
1969: De firma Gebr. Van Vulpen, orgelmakers te Utrecht begonnen met de restauratie van het orgel. Als adviseur trad op de heer Willem Hülsmann te Amersfoort. Het aantal stemmen bleef gelijk. Er werden drie nieuwe registers gemaakt: een Mixtuur 4-5-6 sterk op het Hoofdwerk en een vernieuwing van de Quint 3 voet, een Scherp 3 sterk en een Vox Humana 8 voet op het Rugwerk. De Dulciaan 8 voet verhuisde van het Rugwerk naar het Hoofdwerk. (14) De dispositie werd nu als volgt:
| Hoofdwerk. | C - c3 | Rugwerk | C - c3 | Pedaal | C. D - d1 |
| Prestant | 8’ | Prestant | 8’ | Prestant | 8’ |
| Holpijp | 8’ | Quintadeen | 8’ | Bourdon | 16’ |
| Octaaf | 4’ | Fluit | 4’ | Octaaf | 4’ |
| Fluit | 4’ | Fluit | 2’ | Octaaf | 2’ |
| Octaaf | 2’ | Quint | 1 1/2’ | Mixtuur | 3 st. |
| Quint | 3’ | Scherp | 3 st. | Trompet | 8’ |
| Mixtuur | 4-5-6 st. | Vox Humana | 8’ | ||
| Sexquialter | 2-3 st. | ||||
| Dulciaan | 8’ | ||||
Noten
Bijlage 1.
GAG. AGG. Rekeningboek(1631).
". . . ende sall daer, mede ten leve van alle kistenmakers werck,
exempt die beie
floegels, voor die somma soeven hondert caroli gulden voor die froue
een rosa nobel mede
geaccordeert soo he daer niett met can comen dat he noch vijftig gulden
sall hebben, dan
is in ‘t contrackt niet verhaelt boven dit sall he dat
posetijff in die kercke sijnde
wederomme hebben, op dit warck hem op reckeninge gedaen hondert
rijxdalers, zes Junij:
250. --. --. ".
idem (1633).
"Mr. Antoni Verbeeck, Orgelmaker aembestedet een orgel te maken, in die
Gasthuis
Kercken, in Anno 1631 de 27 April, voor seuvenhondert gulden en voor
die vrouwe een rose
nobel des sulde hie dat positijff noch wederomme hebben ende noch
accordeert, so het daer
niet met hen conde dat hie als dan noch vijftich gulden daer en boven
hebben solde op dit
werck hem voorts verschoten hondert rijckdaler, blijkende die
reckeninge van ‘t Jaer
1631".
idem (1633).
"Den 17 Junij 1633 betaelt an Antoni Verbeeck, als rest ende volle
betalinge die
somma vierhondert wijftich gl. met negen gulden zes stuiver tot een
vereringe aen die
vrouwe, ende een rijxdaler voor de knecht, noch hem betaelt vijftich
gl. ‘t welck met
woorden in ‘t contract was besproken ende nochtons in de
penn. niet verhaelt op
conditiën, als ‘t orgel gereet waer so he Verbeeck
als dan in goedder consciëntie
hadde te clagen, dat hie te winich daer voor kreech, dat he als dan die
voorschr. vijftich
gl. solde genieten, beloopt‘t samen vijfhondert elff gl.
sestien stuiver: 511. 16.
-".
Bijlage 2.
Overzicht reparaties orgel Geertruidsgasthuiskerk Groningen 1631 t/m
1846.
Diest Lorgion. Broekhuyzen. Rek. boeken.
Aant. J. Auwen Orgelbeschr. Geertr. Gasthuis.
- - - - - - 1631 f. 830, -- 1631-1633 f. 761, 16 A. Verbeeck
1663 f. 230, 90 1663 f. 230, -- 1663 f. 230, --
1680 f. 800, -- 1680 f. 800, -- 1680 f. 800, --
1697 f. 1022, -- 1694 f. 1022, -- 1696-1697 f. 875, -- A. Schnitger
1715 f. 35, -- - - - - - - - - - 1715 f. 35, -- J. Radeker
1725 f. 132, -- - - - - - - - - - 1725 f. 132, -- M. Amoor
- - - - - - - - - - - - - - - - - 1725-1753 onderhoud M. Amoor
1756 f. 950, -- 1756 f. 1002, -- 1756-1758 f. 950, -- A. A. Hinsz
1785 f. 300, -- - - - - - - - - - 1785 schoonm. en rep. A. A. Hinsz
1814 f. 325, -- 1814 f. 435, -- 1814 rep. Wed. H. H. Freytag
1832 f. 120, -- 1832 rep. Lohman 1832 rep. N. A. Lohman
1846 f. 200, -- 1846 1846 vern. f. 243, 50 Lohman
Bijlage 3.
Overzicht van de stemmen van het orgel sinds 1973. Zie Dorgelo. Hinsz.
(1985)135.
| Hoofdwerk. | |
| Prestant 8’ | Frontpijpen oud |
| Holpijp 8’ | Oud, enkele pijpen van Hinsz |
| Octaaf 4’ | Hinsz, enkele oudere pijpen |
| Fluit 4’ | Hinsz, was Quintadeen 4’ |
| Octaaf 2’ | Hinsz, enkele pijpen ouder, enkele jonger |
| Quint 3’ | Nieuw, Van Vulpen |
| Mixtuur 4-5-6 st. | Nieuw, 65 oude pijpjes, 13 Hinsz |
| Sexquialter | 2-3 st. Oud, gedeeltelijk ouder dan Hinsz |
| Dulciaan 8’ | Hinsz, een aantal oudere bekers |
| Rugwerk | |
| Prestant 4’ | Hinsz |
| Quintadeen 8’ | Oud, ouder dan Hinsz op enkele pijpen na |
| Fluit 4’ | Hinsz, enkele pijpen ouder |
| Fluit 2’ | Oud, Hinsz: tonen Cis, Dis, Fis en Gis |
| Quint 1 1/2’ | Hinsz, enkele pijpen nieuw |
| Scherp 3 st. | Nieuw, Van Vulpen |
| Vox Humana 8’ | Nieuw, Van Vulpen |
| Pedaal | |
| Prestant 8’ | Arp Schnitger |
| Bourdon 16’ | Arp Schnitger |
| Octaaf 4’ | Arp Schnitger |
| Octaaf 2’ | Arp Schnitger |
| Mixtuur 3 st. | Arp Schnitger |
| Trompet 8’ | Arp Schnitger |
Afkortingen.
AGG = Archief Geertruids Gasthuis.
GAG = Gemeente Archief Groningen.
RAD = Rijks Archief Drenthe.
SOGK = Stichting Oude Groninger Kerken
aant. = aantekening.
rep. = reparatie.
rek. = rekening(en).
vern. = vernieuwing.
Literatuur.
Belonje, J. en Westra van Holthe, J. Genealogische en Heraldische
Gedenkwaardigheden in en
uit de kerken der provincie Drenthe. Assen(1937).
Broekhuyzen sr. , G. H. Orgelbeschrijvingen. [Editie A. J. Gierveld].
Zeist(1986).
Diest Lorgion, E. J. Geschiedkundige beschrijving der Stad Groningen.
Groningen(1852).
[reprint 1974].
Dorgelo Hzn. , W. J. Albertus Antoni Hinsz, Orgelmaker.
Augustinusga(1985).
Fock, Gustav. Arp Schnitger und seine Schule. Kassel(1974).
Gregoir, E. G. J. Historique de la facture et des facteurs
d’orgues. Anvers(1865).
[reprint 1972].
Knock, N. A. Dispositien der merkwaardigste Kerk-Orgelen.
Groningen(1788). [reprint 1968].
Knock, N. A. en Broekhuyzen sr. G. H. Aantekeningen bij dispositien der
merkwaardigste
Kerkorgelen enz.
Editie W. D. v. d. Kleij en W. H. Zwart. Kampen(1973).
Meijer, S. en Edskes, C. H. De nagelaten geschriften van de orgelmaker
Arp
Schnitger(1648-1719). Sneek (1968).
Nieuwsblad van het Noorden. 5 oktober 1973.
Romein, T. A. De Hervormde predikanten van Drenthe enz.
Groningen(1861).
Steensma, R. Langs de oude Drentse kerken. Baarn(1977).
Talstra, F. Het Groninger orgelbezit van de reformatie tot de
romantiek. SOGK.
Groningen(19790.
Veldman, F. J. Allert Meijer en Jan de Rijk. SOGK. Groningen(1981).
Veldman, F. J. Allert Meijer, schrijnwerker/stadsbouwmeester, Jan de
Rijk, beeldhouwer.
Tentoonstellings- catalogus. Groningen(1979).
Literatuur:
| Schrijver | Boek of tijdschrift | Omschrijving |
| Nivo | Nederlandse orgel encyclopedie deel 1 | |
| KNOV | Het orgel 1969/07 | Orgelbouwnieuws |