Nijeveen Hervormde kerk
Informatie over de kerk
Foto's oude situtatie 01, 02, 03 en 04 vanuit http://www.kerkeninbeeld.nlVoor foto's huidige situatie zie ook http://www.orgelsite.nl
Bron: De Mixtuur nr. 34 1981 via een bezoek op 10 november 1979 door J.K.G. Brouwer & V H. M. Timmer)
N.B. Paul Houdijk heeft het eerste deel van zijn
Maarschalkerweerdboek op internet gezet (zie
www.paulhoudijk.nl) met
het verzoek om reacties. Hij beweert hierin dat het Zaandamse
Maarschalkerweerdorgel uit 1847 nu in Prinsenbeek staat . Dit impliceert dat de
hierboven genoemde publicatie van Victor Timmer en Jaap Brouwer in De Mixtuur
wellicht onjuist was. Victor Timmer heeft destijds het historische deel voor
zijn rekening genomen. Uitgezocht zou moeten worden wie de juiste conclusie
heeft getrokken. (04)
Noot GJP: Vermoedelijk heeft in bovenstaande studie een verwisseling
plaats gevonden met het oude instrument van de Gereformeerde kerk te Nijeveen
dat inderdaad verkocht is naar Prinsenbeek.
1847: Door de orgelmakers Stulting & Maarschalkerweerd werd een huisorgel met zeven stemmen vervaardigd voor een particulier te Zaandam.
1875: Het moet dit instrument zijn, dat vermoedelijk in 1875 door de Amsterdamse orgelmaker Flaes werd geleverd aan de Kleine Kerk (tegenwoordig Gasthuiskerk) te Zierikzee. M. H. van 't Kruijs vermeldt in zijn dispositieverzameling het volgende:(01)
"Het Orgel in de Kleine Kerk te Zierikzee heeft één klavier met aangehangen pedaal, 7 sprekende stemmen en is in 1847 door STULTING & MAARSCHALKERWEERD, uit Utrecht, geleverd.
| Manuaal. | |||
| Voet | Voet | ||
| Prestant (disc.) | 8 | Woudfluit | 2 |
| Holpijp | 8 | Dulciaan | 8 |
| Viola di Gamba | 8 | ||
| Octaaf | 4 | Aangehangen Pedaal. | |
| Fluit | 4 | ||
| Organist de Heer LA BRAND." | |||
1887: In augustus werd het instrument per advertentie te koop aangeboden. (02) De firma L. van Dam en Zonen, die het nieuwe orgel leverde, kocht het oude instrument op en leverde het een jaar later voor f 500,- aan de Christelijk Gereformeerde kerk te Meppel. Daarbij werden opsneden en stemming verhoogd en de intonatie versterkt.
![]() |
1897: Het
orgel wordt voor f 350 verkocht aan de Hervormde gemeente te Nijeveen en in de kerk aldaar
geplaatst door J. Proper
1906: Werkzaamheden door J. Proper. (03) 1955: Bij de kerkrestauratie werd het instrument op een nieuwe galerij geplaatst door dhr. Rinkema. Deze bracht ook een fabrieks-Céleste aan. |
|
Tekening door de architekt J. Jana. Datering nog onbekend. |
Ca. 1972: Omstreeks 1972 begon men, gezien de
toestand waarin het instrument verkeerde, plannen te maken voor een restauratie, zij het
dan in de staat waarin het hoofdzakelijk door Proper was gebracht: een grote, enigszins
grof uitgevoerde kas met een driedelig front - sprekend middenveld, loze zijvelden met
imitatiepijpen - waarbij het inwendige schuilging achter het middenveld en de klaviatuur
zich, vanuit de kerk gezien, achter het rechter pijpenveld aan de zijkant van de kas
bevond. Een aantekening op de kas vermeldde Proper als bouwer van het orgel.
De dispositie luidde in 1972 aldus:
Prestant 8'
Holpijp 8' bas/discant
Octaaf 4'
Woudfluit 4'
Fluit 2'
Gamba 8' vanaf c
Célèste 8' discant
De windlade vertoonde lekkage, met als gevolg door- en bijspraak, de mechaniek was
versleten, het houten pijpwerk was in het ongerede geraakt, terwijl ook houtworm was
geconstateerd. Pas bij de demontage van het instrument bleek de historische waarde van het
binnenwerk, dat als werk van Stulting & Maarschalkerweerd kon worden geïdentificeerd.
Mede op grond hiervan kon rijkssubsidie voor een reconstructie van het orgel worden
verkregen, waarbij men zich, waar mogelijk, zou oriënteren op orgels van genoemde
orgelmakers te Sint-Pancras en Deurne (met name betreffende de kassen en de frontlabia).
1978: De restauratie werd op een voortreffelijke
wijze uitgevoerd door orgelmaker A. H. de Graaf te Leusden. Zie restauratieverslag.
De heringebruikname vond plaats op 28 september 1978.
Foto links : Gert Wisselink, Nijveen
De oude kas, die bij de kerkrestauratie eigenlijk niet gehandhaafd kon blijven, is vervangen door een nieuwe van mahonie gebeitst eikenhout met verguld nieuw snijwerk; alleen de harp op de kas resteert nog van de vorige behuizing. De afmetingen van de kas zijn: hoogte 278,6, breedte 165,5 en diepte 74,5 cm. Vanwege tijdgebrek werd deze kas gemaakt door Gebr. Reil te Heerde. In de achterwand en de zijwanden (onder) luiken, aan de zijkanten (boven) deuren.
De klaviatuur bevindt zich thans aan de voorzijde van het orgel. Manuaalomvang C-f"', deling tussen b en c'. Nieuw aangebracht werd een aangehangen pedaal met een omvang C-c'. Lengte witte toetsen (voorzover zichtbaar) 12,6 cm, lengte zwarte toetsen 7,8/7,2 cm. Klavierlengte 74 cm, octaafafstand 16,2 cm. Het Proper-klavier werd, enigszins aangepast, opnieuw gebruikt (als staartklavier). Wel nieuw zijn de bakstukken. Toetsen en frontons zijn belijmd met plaatjes been.
Nieuwe registerknoppen, geplaatst in twee verticale rijen aan weerszijden van de lessenaar. Op deze zwarte knoppen ronde plaatjes van ivoor, waarin met kapitale letters de registernamen zijn gegraveerd:
Links (van boven naar beneden): Holpijp 8 vt -Viola di Gamba 8 vt - Octaaf 4 vt - Fluit 4 vt -Woudfluit 2 vt - Dulciaan 8 vt - Tremulant.
Rechts (idem): Holpijp 8 vt - Prestant 8 vt -. Viola di Gamba 8 vt - Octaaf4 vt - Fluit 4 vt - Woudfluit 2 vt - Dulciaan 8 vt.
De fraai uitgevoerde speel- en registermechaniek werd geheel nieuw gemaakt (in eiken).
De windlade werd geheel gerestaureerd en bestand gemaakt tegen moderne verwarmingssystemen. Lade-indeling en de bas/discantdeling werden weer in ere hersteld. Vermoedelijk door Van Dam aangebrachte wijzigingen in de ventielkast bleven gehandhaafd. De rechthoekige eiken lade heeft de volgende afmetingen: lengte 139,7, diepte 52,1 en hoogte (uitwendig tot stok) 17,1 cm; sleepdikte 9 mm, cancelhoogte ca- 6 cm- Drie opliggende voorslagen, elk vastgezet met vier ijzeren haken. Originele stokken (behalve bij de Dulciaan: nieuwe opdik) en roosters (behalve bij Octaaf 4'). Ook de originele frontstok met de daarmee verbonden, op zijn kant staande vervoerplank, is nog aanwezig. Deze vormde een belangrijk gegeven voor de reconstructie van het front, zowel voor wat betreft de breedte als de hoogte.
Registers afzonderlijk:
In de onderkas werd een geheel nieuwe windvoorziening aangebracht, bestaande uit een magazijnbalg en een windkanaal met inliggende tremulant. De windmotor staat achter het orgel.
De aangetroffen toonhoogte werd gehandhaafd, hoewel deze enige zwevingen hoger ligt dan de oorspronkelijke (a=430 Hz).
Het resultaat van deze reconstructie is een even fraai ogend als klinkend instrument.

Foto: Gert Wisselink, Nijveen
Noten:
Vorenstaande bijdrage kon mede worden samengesteld dankzij mondelinge en schriftelijke gegevens verstrekt door W. D. van der Kleij (Emmen) en A. H. de Graaf (Leusden). Tevens hebben wij dankbaar gebruik gemaakt van de welwillend door het Museum van Drenthe, Bureau Monumentenzorg, te Assen beschikbaar gestelde stukken uit het restauratiedossier van de Hervormde kerk te Nijeveen.
| TELEFOON 033-940672 | |
| A.H. DE GRAAF B.V. | TELEFOON WERKPLAATS: 03493-1963 |
| ORGELMAKER | LEUSDEN (Zuid), |
| PRINS HENDRIKLAAN 3 |
Het orgel in de Ned. Herv. Kerk te Nijeveen.
Toen in het begin van 1976 de kerk in restauratie ging, werden de reeds in 1972 gemaakte
restauratieplannen voor het orgel weer actueel.
Met adviseur en orgelmaker werden afspraken gemaakt en opdracht verstrekt tot demontage
van het binnenwerk en herstel daarvan. Reeds in 1972 kon worden vastgesteld dat het orgel
ondanks de zeer slechte staat en duidelijk naderhand ingrijpend gedane wijzigingen en
sympathiek geluid gaf.
De slechte toegankelijkheid naar het inwendige liet echter niet toe om tot een goed
overzicht van het geheel te komen.
Dat deze indruk geen verkeerde was werd spoedig duidelijk nadat het binnenwerk uit de
toenmalige orgelkast was verwijderd. Pijpwerk van zeer goede makelij kwam tevoorschijn en
kon na een eerste globaal onderzoek waarschijnlijk uit het midden van de vorige eeuw
gedateerd worden.
De windlade, gemaakt van eikehout, toonde aan dat deze oorspronkelijk gemaakt moest zijn
voor een orgel waarin het klavier zich aan de frontzijde bevond met de stemmen verdeeld in
baskant en diskant. Zelfs bleek de pijpenstok van het front nog aanwezig te zijn.
Eén en ander was aanleiding om een nader onderzoek in te stellen en de Rijksorgeladviseur
de Heer 0. Wiersma in te lichten. Het onderzoek, waarin ook nog de orgeldeskundige de Heer
H. v.d. Harst werd betrokken, leverde het volgende resultaat op.
Aan de hand van het oudste pijpwerk, vertonende een hechte éénheid in makelij en
inrichting van de windlade kon een dispositie samengesteld worden waarbij één register
ontbrak. Dit gegeven leverde echter nog geen resultaat op voor wat betreft het feit wie de
maker wel geweest kan zijn. Zonder gelijk vaart niemand echter wel. Gesnuffel door de
orgelmaker in het dispositieboek van M.H. van 't Kruis, uitgegeven in 1885, deed hem
stuiten op een orgel staande in de Kleine Kerk te Zierikzee met precies dezelfde
dispositie als die van het orgel in Nijeveen. Het ontbrekende register zou dan een
Dulciaan 8 vt. moeten zijn geweest. Op pag. 143 van genoemd boek staat: Het Orgel in de
Kleine Kerk te Zierikzee heeft één klavier met aangehangen pedaal, 7 sprekende stemmen
en is gemaakt in 1847 door Stulting en Maarschalkerweerd uit Utrecht geleverd.
| Manuaal. | |||
| Voet | Voet | ||
| Prestant (disc.) | 8 | Woudfluit | 2 |
| Holpijp | 8 | Dulciaan | 8 |
| Viola di Gamba | 8 | ||
| Octaaf | 4 | Aangehangen Pedaal. | |
| Fluit | 4 | ||
| Organist de Heer LA BRAND." | |||
Bestudering van het pijpwerk door de Heer v.d. Harst,
bekend met het werk van de genoemde orgelmakers, wijst in dezelfde richting. Is het
genoemde Zierikzeese orgel en het orgel te Nijeveen één en hetzelfde? Bekend is dat in
de Kleine Kerk te Zierikzee nu een Marcussen-orgel heeft en daarvoor een van Damorgel.
Uit een schrijven van de archivaris van de Herv. Gemeente te Zierikzee blijkt dat er
sprake is van een orgeltje dat tijdelijk in de Kleine Kerk is geplaatst. Dit zou omstreeks
1875 moeten zijn. Er blijkt een brief te zijn van de Kerkvoogdij aan Ds. Bar, toen te
Zaandam waaruit zou af te leiden zijn dat dit orgel geleverd werd door P. Flaes te Amsterdam. Dit gegeven is niet al te duidelijk en zou
nader onderzoek verdienen. De Heer v.d. Harst vermeld dat door de orgelmakers Stulting en
Maarschalkerweerd in 1847 een zevenstems huisorgel is vervaardigd voor een particulier te
Zaandam.
Informatie door de adviseur, de Heer W. Hülsman, leverde op dat de orgelmaker van Dam te
Leeuwarden in 1887 een nieuw orgel levert aan Zierikzee en tegelijkertijd het op dat
moment aanwezige orgel koopt.
Uit de notulen van de kerkenraadsvergadering van de (Christelijk) Geref. Kerk te Meppel
dd. 10 sept. 1888, blijkt dat de Heer van Dam te Leeuwarden een orgel te koop aanbied voor
de prijs van f 560,--.
Dit orgel wordt na bezichtiging gekocht voor f500,--. In de notulen van de
kerkeraadsvergadering van de (Christelijk) Geref. Kerk te Meppel dd. 15 Jan. 1897 wordt
vermeld dat het orgel verkocht is aan Herv. Gemeente te Nijeveen voor f 350,--.
De overplaatsing wordt uitgevoerd door J. Proper te Kampen. Volgens de werklijst van
Proper vindt in 1906 nog een verbetering plaats. En in 1976 blijkt dan dat we te doen
hebben met een orgel dat in oorsprong dezelfde dispositie heeft als het vroegere orgel te
Zierikzee. Uit al deze gegevens is de conclusie te trekken dat het orgel van Nijeveen en
dat van Zierikzee één en hetzelfde is.
Alleen het raadsel van de verdwenen Dulciaan 8 vt. is dan nog niet opgelost.
Aangenomen wordt hier van doen te hebben met een orgel van de orgelmakers Stulting en
Maarschalkerweerd, gebouwd in 1847. Deze orgelmakers leerlingen van J. Bätz en C.G.F.
Witte, vestigden zich nadat ze opgeklommen waren tot meesterknechts zich in 1840 te
Utrecht en hadden bij hun leermeesters kennelijk zo'n goede naam dat ze door hen op
meerdere plaatsen warm werden aanbevolen.
In 1848 eindigde het compagnonschap en zetten beiden hun werk afzonderlijk voort.
Hun werk vertoont veel verwantschap met hun leermeesters. De Rijksorgeladviseur vindt dit
aanleiding om met plannen te komen tot reconstructie van het orgel.
Een niet geringe rol speelt hierbij de nog in de kerk aanwezige lelijke orgelkast ( zeer
waarschijnlijk een produkt van Proper) welke tevens constructief geen al te betrouwbare
indruk geeft als gevolg van latere ingrepen en tot overmaat van ramp een daardoor heen
lopende ijzeren trekbalk.
Vervanging daarvan zou geen overbodige luie zijn. De kerkrestauratie komt ons te hulp.
Er moet nl. om constructieve redenen een nieuwe balk van hout aangebracht worden en de
orgelkast moet verplaatst.
De nogal royale afmetingen doen dan aan de verhoudingen van het kerkinterieur veel
afbreuk.
In samenwerking met de kerkarchitect, de Heer C.F. Jansen, een nieuwe kas ontworpen in
stijl van S. en M. ,waarbij de orgelkassen van St. Pancras en Deurne als inspiratiebronnen
fungeren.
Door de nog aanwezige frontpijpenstok en windladeinrichting boden de afmetingen van de
bovenbouw zich als vanzelf aan. In verhouding daarop werd de onderbouw ontworpen.
Voor de nieuw te maken frontpijpen ( de oorspronkelijke waren vervangen door pijpen van
Proper) werd de labiumvorm gekozen naar voorbeeld van Deurne.
Voor het binnenwerk werd een restauratieplan gemaakt voor windlade en pijpwerk.
Het werd noodzakelijk een geheel nieuwe mechaniek en windvoorziening te maken.
Dit plan vond instemming en er werd met succes subsidie aangevraagd. Aan de orgelmaker
wordt opdracht gegeven het plan uit te voeren. Door tijdgebrek wordt de orgelkas in
collegiale samenwerking vervaardigd door de Gebr. Reil te Heerde.
Bij de restauratie van het binnenwerk vervallen alle later aangebrachte onderdelen van
Proper met uitzondering van het klavier dat in aangepaste vorm en met nieuwe bakstukken in
het front van de orgelkas wordt geplaatst.
De windlade is grondig gerestaureerd en bestand gemaakt tegen invloeden welke veroorzaakt
kunnen worden II door de huidige moderne verwarmingssystemen.
De indeling is weer in oude staat teruggebracht en de registers weer in bas- en diskant
gedeeld. Wijzigingen in de ventielkast, kennelijk door van Dam uitgevoerd, bleven
onveranderd.
Het pijpwerk werd zorgvuldig hersteld, waarbij de toonhoogte, die oorspronkelijk enkele
zwevingen lager zal zijn geweest, ongewijzigd bleef. Besloten werd een nieuwe Dulciaan 8
vt. aan te brengen. De vraag deed zich daarbij voor of er een voorbeeld of nog bekend
zijnde mensuur voorhanden was.
Bovendien was nog steeds niet bekend of er wel ooit een Dulciaan 8 vt. is geweest.
Opheldering werd verkregen bij het verwijderen van een later aangebracht inzetstuk van de
desbetreffende pijpenstok waarop dit register had moeten staan. Daaronder werden de
contouren zichtbaar van inkepingen voor de houten huisjes van een tongwerk. Hiermede stond
tevens vast dit orgel het vermelde orgel moet zijn uit het dispositieboek van van 't
Kruijs. Daarmede was echter nog niet voldoende bekend hoe de verdere constructie van de
Dulciaan moest uitvallen. De orgelmaker wist echter dat de Heer G. Kok te Soest een
Dulciaan in bezit had welke in factuur uitstekend zou passen bij het andere pijpwerk. De
Heer Kok was bereid deze hiervoor af te staan en na overleg met betrokkenen werd besloten
dit register te plaatsen.
Er werd een geheel nieuwe mechaniek vervaardigd in ambachtelijke stijl constructief
aansluitend op de bouwstijl van de vorige eeuw.De nieuwe balg werd in de orgelkas
geplaatst om het idee van huisorgel geen geweld aan te doen. Daarbij werd in het
windkanaal ook een inliggende tremulant gemaakt.
Dit alles werd geheel in eigen bedrijf vervaardigd. Het harpje boven op de orgelkas is
afkomstig van de oude kast en past er wonderwel op. Het snijwerk is verguld met bladgoud
en de eikenhouten orgelkas is mahoniekleurig gebeitst.
Literatuur:
| Schrijver | Boek of tijdschrift | Omschrijving |
| A.H. de Graaf | Restauratieverslag | |
| J.K.G. Brouwer en V.H.M. Timmer | De Mixtuur nr. 34 1981 | 37. Huisorgel blz. 155-159 |
Bovenstaande informatie kreeg ik van A.H. de Graaf orgelbouwer te Leusden.