Nijeveen Hervormde kerk

Informatie over de kerk

Voor foto's huidige situatie zie ook http://www.orgelsite.nl

N.B. Paul Houdijk heeft het eerste deel van zijn Maarschalkerweerdboek op internet gezet (zie www.paulhoudijk.nl) met het verzoek om reacties. Hij beweert hierin dat het Zaandamse Maarschalkerweerdorgel uit 1847 nu in Prinsenbeek staat . Dit impliceert dat de hierboven genoemde publicatie van Victor Timmer en Jaap Brouwer in De Mixtuur wellicht onjuist was. Victor Timmer heeft destijds het historische deel voor zijn rekening genomen. Uitgezocht zou moeten worden wie de juiste conclusie heeft getrokken. (04)
Noot GJP: Vermoedelijk heeft in bovenstaande studie een verwisseling plaats gevonden met het oude instrument van de Gereformeerde kerk te Nijeveen dat inderdaad verkocht is naar Prinsenbeek.

Locatie 1: Zaandam
1847:
Door de orgelmakers Stulting & Maarschalkerweerd werd een huisorgel met zeven stemmen vervaardigd voor een particulier te Zaandam.

Locatie 2: Zierikzee
1875: Het moet dit instrument zijn, dat vermoedelijk in 1875 door de Amsterdamse orgelmaker Flaes werd geleverd aan de Kleine Kerk (tegenwoordig Gasthuiskerk) te Zierikzee. M. H. van 't Kruijs vermeldt in zijn dispositieverzameling het volgende:(01) "Het Orgel in de Kleine Kerk te Zierikzee heeft één klavier met aangehangen pedaal, 7 sprekende stemmen en is in 1847 door STULTING & MAARSCHALKERWEERD, uit Utrecht, geleverd.
De geschiedenis van het orgel te Zierikzee staat ook beschreven in de website genomend onder noot 09.

Manuaal.
Voet Voet
Prestant (disc.) 8 Woudfluit 2
Holpijp 8 Dulciaan 8
Viola di Gamba 8
Octaaf 4 Aangehangen Pedaal.
Fluit 4
Organist de Heer LA BRAND."

Locatie 3: Meppel Christelijk Gereformeerde kerk
1887:
In augustus werd het instrument per advertentie te koop aangeboden. (02) De firma L. van Dam en Zonen, die het nieuwe orgel leverde, kocht het oude instrument op en leverde het een jaar later voor f 500,- aan de Christelijk Gereformeerde kerk te Meppel. Daarbij werden opsneden en stemming verhoogd en de intonatie versterkt.

1892: Bericht uit "Het nieuws van den dag : kleine courant" van 18-02-1892 dat er in Nijeveen een orgel geplaatst zou zijn. (GJP: Voor zowel de Hervormde kerk als de Gereformeerde kerk ligt de plaatsing in dit jaar van een pijporgel niet erg voor de hand. Misschien gaat het hier om een harmonium?)

Locatie 4: Hervormde kerk Nijeveen
1897:
Het orgel wordt voor f 350 gekocht door de Hervormde gemeente te Nijeveen en in de kerk aldaar geplaatst door J. Proper

tekening uit 1935 naar het westen door architect J. Jans
Tekening door de architekt J. Jana. Datering nog onbekend.

1906: Werkzaamheden door J. Proper. (03)



Bijlagen van de Handelingen der Algemeene Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk, ten Jare 1906


Foto http://www.kerkeninbeeld.nl


Onbekend tijdstip. Foto Beeldbank Drents Archief

1925:

Bijlagen van de Handelingen der Algemeene Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk, ten Jare 1925 1925-336

1955: Bij de kerkrestauratie werd het instrument op een nieuwe galerij geplaatst door dhr. Rinkema. Deze bracht ook een fabrieks-Céleste aan.


Foto http://www.kerkeninbeeld.nl

Ca. 1972: Omstreeks 1972 begon men, gezien de toestand waarin het instrument verkeerde, plannen te maken voor een restauratie, zij het dan in de staat waarin het hoofdzakelijk door Proper was gebracht: een grote, enigszins grof uitgevoerde kas met een driedelig front - sprekend middenveld, loze zijvelden met imitatiepijpen - waarbij het inwendige schuilging achter het middenveld en de klaviatuur zich, vanuit de kerk gezien, achter het rechter pijpenveld aan de zijkant van de kas bevond. Een aantekening op de kas vermeldde Proper als bouwer van het orgel.
De dispositie luidde in 1972 aldus:
Prestant 8'
Holpijp 8' bas/discant
Octaaf 4'
Woudfluit 4'
Fluit 2'
Gamba 8' vanaf c
Célèste 8' discant
De windlade vertoonde lekkage, met als gevolg door- en bijspraak, de mechaniek was versleten, het houten pijpwerk was in het ongerede geraakt, terwijl ook houtworm was geconstateerd. Pas bij de demontage van het instrument bleek de historische waarde van het binnenwerk, dat als werk van Stulting & Maarschalkerweerd kon worden geïdentificeerd. Mede op grond hiervan kon rijkssubsidie voor een reconstructie van het orgel worden verkregen, waarbij men zich, waar mogelijk, zou oriënteren op orgels van genoemde orgelmakers te Sint-Pancras en Deurne (met name betreffende de kassen en de frontlabia).

 

1978: De restauratie werd op een voortreffelijke wijze uitgevoerd door orgelmaker A. H. de Graaf te Leusden. Zie restauratieverslag. De heringebruikname vond plaats op 28 september 1978.


Foto: Gert Wisselink, Nijveen

De oude kas, die bij de kerkrestauratie eigenlijk niet gehandhaafd kon blijven, is vervangen door een nieuwe van mahonie gebeitst eikenhout met verguld nieuw snijwerk; alleen de harp op de kas resteert nog van de vorige behuizing. De afmetingen van de kas zijn: hoogte 278,6, breedte 165,5 en diepte 74,5 cm. Vanwege tijdgebrek werd deze kas gemaakt door Gebr. Reil te Heerde. In de achterwand en de zijwanden (onder) luiken, aan de zijkanten (boven) deuren.

De klaviatuur bevindt zich thans aan de voorzijde van het orgel. Manuaalomvang C-f"', deling tussen b en c'. Nieuw aangebracht werd een aangehangen pedaal met een omvang C-c'. Lengte witte toetsen (voorzover zichtbaar) 12,6 cm, lengte zwarte toetsen 7,8/7,2 cm. Klavierlengte 74 cm, octaafafstand 16,2 cm. Het Proper-klavier werd, enigszins aangepast, opnieuw gebruikt (als staartklavier). Wel nieuw zijn de bakstukken. Toetsen en frontons zijn belijmd met plaatjes been.

Nieuwe registerknoppen, geplaatst in twee verticale rijen aan weerszijden van de lessenaar. Op deze zwarte knoppen ronde plaatjes van ivoor, waarin met kapitale letters de registernamen zijn gegraveerd:

Links (van boven naar beneden): Holpijp 8 vt -Viola di Gamba 8 vt - Octaaf 4 vt - Fluit 4 vt -Woudfluit 2 vt - Dulciaan 8 vt - Tremulant.

Rechts (idem): Holpijp 8 vt - Prestant 8 vt -. Viola di Gamba 8 vt - Octaaf4 vt - Fluit 4 vt - Woudfluit 2 vt - Dulciaan 8 vt.

De fraai uitgevoerde speel- en registermechaniek werd geheel nieuw gemaakt (in eiken).

De windlade werd geheel gerestaureerd en bestand gemaakt tegen moderne verwarmingssystemen. Lade-indeling en de bas/discantdeling werden weer in ere hersteld. Vermoedelijk door Van Dam aangebrachte wijzigingen in de ventielkast bleven gehandhaafd. De rechthoekige eiken lade heeft de volgende afmetingen: lengte 139,7, diepte 52,1 en hoogte (uitwendig tot stok) 17,1 cm; sleepdikte 9 mm, cancelhoogte ca- 6 cm- Drie opliggende voorslagen, elk vastgezet met vier ijzeren haken. Originele stokken (behalve bij de Dulciaan: nieuwe opdik) en roosters (behalve bij Octaaf 4'). Ook de originele frontstok met de daarmee verbonden, op zijn kant staande vervoerplank, is nog aanwezig. Deze vormde een belangrijk gegeven voor de reconstructie van het front, zowel voor wat betreft de breedte als de hoogte.

Registers afzonderlijk:


Foto (08)

In de onderkas werd een geheel nieuwe windvoorziening aangebracht, bestaande uit een magazijnbalg en een windkanaal met inliggende tremulant. De windmotor staat achter het orgel.
De aangetroffen toonhoogte werd gehandhaafd, hoewel deze enige zwevingen hoger ligt dan de oorspronkelijke (a=430 Hz).
Het resultaat van deze reconstructie is een even fraai ogend als klinkend instrument.
De Celeste van Rinkema uit 1955 is terecht gekomen in het orgel van de Hervormde kerk te Saaksum. Zie http://www.standaart-orgels.nl/saaksum-1933-hervormde-kerk.html 


Foto: Gert Wisselink, Nijveen


Meppeler Courant 1978-06-23


Meppeler Courant 1978-09-29 Klik op de afbeelding voor een vergroting

Organisten:

Gert Wisselink (1973- )

Meppeler Courant 1998-02-11 Klik op de afbeelding voor een vergroting

Bronvermelding:

  1. M. H. van 't Kruijs, "Verzameling van Disposities der verschillende Orgels in Nederland". Rotterdam 1885, blz. 143.
  2. Advertentie in de Kerkelijke Courant, 20 augustus 1887. (Mededeling van dhr. W. D. van der Kleij te Emmen.) ACGKM. Notulen kerkeraads vergadering Chr. Geref kerk te Meppel 10-9-1888. ACGKM. Notulen kerkeraads vergadering Chr. Geref kerk te Meppel 15-1-1897. De Bazuin, no 54. 11-12-1896. Adv. : te koop welluidend kerkorgel. Geref. kerk Meppel.
  3. Zie: W. D. van der Kleij & W.H. Zwart, Kamper Orgels, deel 1, Kampen 1975. blz.39.
  4. E-Mail van Jaap Brouwer d.d. 10-4-2007
  5. A.H. de Graaf Restauratieverslag
  6. Tijdschrift  De Mixtuur nr. 34 1981 J.K.G. Brouwer en V.H.M. Timmer
  7. Tijdschrift: De mixtuur nr. 37 Huisorgel blz. 155-159
  8. www: http://reliwiki.nl/index.php/Nijeveen,_Dorpsstraat_58_-_Hervormde_Kerk
  9. www: http://www.orgelsinzeeland.nl/navigatie_plaats_zierikzee_gasthuiskerk.htm (Roelof Kooiker wees mij op deze link)

Vorenstaande bijdrage kon mede worden samengesteld dankzij mondelinge en schriftelijke gegevens verstrekt door W. D. van der Kleij (Emmen) en A. H. de Graaf (Leusden). Tevens hebben wij dankbaar gebruik gemaakt van de welwillend door het Museum van Drenthe, Bureau Monumentenzorg, te Assen beschikbaar gestelde stukken uit het restauratiedossier van de Hervormde kerk te Nijeveen.

***

TELEFOON 033-940672
A.H. DE GRAAF B.V. TELEFOON WERKPLAATS: 03493-1963
ORGELMAKER LEUSDEN (Zuid),
PRINS HENDRIKLAAN 3

Het orgel in de Ned. Herv. Kerk te Nijeveen.
Toen in het begin van 1976 de kerk in restauratie ging, werden de reeds in 1972 gemaakte restauratieplannen voor het orgel weer actueel.
Met adviseur en orgelmaker werden afspraken gemaakt en opdracht verstrekt tot demontage van het binnenwerk en herstel daarvan. Reeds in 1972 kon worden vastgesteld dat het orgel ondanks de zeer slechte staat en duidelijk naderhand ingrijpend gedane wijzigingen en sympathiek geluid gaf.
De slechte toegankelijkheid naar het inwendige liet echter niet toe om tot een goed overzicht van het geheel te komen.
Dat deze indruk geen verkeerde was werd spoedig duidelijk nadat het binnenwerk uit de toenmalige orgelkast was verwijderd. Pijpwerk van zeer goede makelij kwam tevoorschijn en kon na een eerste globaal onderzoek waarschijnlijk uit het midden van de vorige eeuw gedateerd worden.
De windlade, gemaakt van eikehout, toonde aan dat deze oorspronkelijk gemaakt moest zijn voor een orgel waarin het klavier zich aan de frontzijde bevond met de stemmen verdeeld in baskant en diskant. Zelfs bleek de pijpenstok van het front nog aanwezig te zijn.
Eén en ander was aanleiding om een nader onderzoek in te stellen en de Rijksorgeladviseur de Heer 0. Wiersma in te lichten. Het onderzoek, waarin ook nog de orgeldeskundige de Heer H. v.d. Harst werd betrokken, leverde het volgende resultaat op.
Aan de hand van het oudste pijpwerk, vertonende een hechte éénheid in makelij en inrichting van de windlade kon een dispositie samengesteld worden waarbij één register ontbrak. Dit gegeven leverde echter nog geen resultaat op voor wat betreft het feit wie de maker wel geweest kan zijn. Zonder gelijk vaart niemand echter wel. Gesnuffel door de orgelmaker in het dispositieboek van M.H. van 't Kruis, uitgegeven in 1885, deed hem stuiten op een orgel staande in de Kleine Kerk te Zierikzee met precies dezelfde dispositie als die van het orgel in Nijeveen. Het ontbrekende register zou dan een Dulciaan 8 vt. moeten zijn geweest. Op pag. 143 van genoemd boek staat: Het Orgel in de Kleine Kerk te Zierikzee heeft één klavier met aangehangen pedaal, 7 sprekende stemmen en is gemaakt in 1847 door Stulting en Maarschalkerweerd uit Utrecht geleverd.

Manuaal.
  Voet   Voet
Prestant (disc.) 8 Woudfluit 2
Holpijp 8 Dulciaan 8
Viola di Gamba 8    
Octaaf 4 Aangehangen Pedaal.  
Fluit 4    
Organist de Heer LA BRAND."      

Bestudering van het pijpwerk door de Heer v.d. Harst, bekend met het werk van de genoemde orgelmakers, wijst in dezelfde richting. Is het genoemde Zierikzeese orgel en het orgel te Nijeveen één en hetzelfde? Bekend is dat in de Kleine Kerk te Zierikzee nu een Marcussen-orgel heeft en daarvoor een van Damorgel.
Uit een schrijven van de archivaris van de Herv. Gemeente te Zierikzee blijkt dat er sprake is van een orgeltje dat tijdelijk in de Kleine Kerk is geplaatst. Dit zou omstreeks 1875 moeten zijn. Er blijkt een brief te zijn van de Kerkvoogdij aan Ds. Bar, toen te Zaandam waaruit zou af te leiden zijn dat dit orgel geleverd werd door P. Flaes te Amsterdam. Dit gegeven is niet al te duidelijk en zou nader onderzoek verdienen. De Heer v.d. Harst vermeld dat door de orgelmakers Stulting en Maarschalkerweerd in 1847 een zevenstems huisorgel is vervaardigd voor een particulier te Zaandam.
Informatie door de adviseur, de Heer W. Hülsman, leverde op dat de orgelmaker van Dam te Leeuwarden in 1887 een nieuw orgel levert aan Zierikzee en tegelijkertijd het op dat moment aanwezige orgel koopt.
Uit de notulen van de kerkenraadsvergadering van de (Christelijk) Geref. Kerk te Meppel dd. 10 sept. 1888, blijkt dat de Heer van Dam te Leeuwarden een orgel te koop aanbied voor de prijs van f 560,--.
Dit orgel wordt na bezichtiging gekocht voor f500,--. In de notulen van de kerkeraadsvergadering van de (Christelijk) Geref. Kerk te Meppel dd. 15 Jan. 1897 wordt vermeld dat het orgel verkocht is aan Herv. Gemeente te Nijeveen voor f 350,--.
De overplaatsing wordt uitgevoerd door J. Proper te Kampen. Volgens de werklijst van Proper vindt in 1906 nog een verbetering plaats. En in 1976 blijkt dan dat we te doen hebben met een orgel dat in oorsprong dezelfde dispositie heeft als het vroegere orgel te Zierikzee. Uit al deze gegevens is de conclusie te trekken dat het orgel van Nijeveen en dat van Zierikzee één en hetzelfde is.
Alleen het raadsel van de verdwenen Dulciaan 8 vt. is dan nog niet opgelost.
Aangenomen wordt hier van doen te hebben met een orgel van de orgelmakers Stulting en Maarschalkerweerd, gebouwd in 1847. Deze orgelmakers leerlingen van J. Bätz en C.G.F. Witte, vestigden zich nadat ze opgeklommen waren tot meesterknechts zich in 1840 te Utrecht en hadden bij hun leermeesters kennelijk zo'n goede naam dat ze door hen op meerdere plaatsen warm werden aanbevolen.
In 1848 eindigde het compagnonschap en zetten beiden hun werk afzonderlijk voort.
Hun werk vertoont veel verwantschap met hun leermeesters. De Rijksorgeladviseur vindt dit aanleiding om met plannen te komen tot reconstructie van het orgel.
Een niet geringe rol speelt hierbij de nog in de kerk aanwezige lelijke orgelkast ( zeer waarschijnlijk een produkt van Proper) welke tevens constructief geen al te betrouwbare indruk geeft als gevolg van latere ingrepen en tot overmaat van ramp een daardoor heen lopende ijzeren trekbalk.
Vervanging daarvan zou geen overbodige luie zijn. De kerkrestauratie komt ons te hulp.
Er moet nl. om constructieve redenen een nieuwe balk van hout aangebracht worden en de orgelkast moet verplaatst.
De nogal royale afmetingen doen dan aan de verhoudingen van het kerkinterieur veel afbreuk.
In samenwerking met de kerkarchitect, de Heer C.F. Jansen, een nieuwe kas ontworpen in stijl van S. en M. ,waarbij de orgelkassen van St. Pancras en Deurne als inspiratiebronnen fungeren.
Door de nog aanwezige frontpijpenstok en windladeinrichting boden de afmetingen van de bovenbouw zich als vanzelf aan. In verhouding daarop werd de onderbouw ontworpen.
Voor de nieuw te maken frontpijpen ( de oorspronkelijke waren vervangen door pijpen van Proper) werd de labiumvorm gekozen naar voorbeeld van Deurne.
Voor het binnenwerk werd een restauratieplan gemaakt voor windlade en pijpwerk.
Het werd noodzakelijk een geheel nieuwe mechaniek en windvoorziening te maken.
Dit plan vond instemming en er werd met succes subsidie aangevraagd. Aan de orgelmaker wordt opdracht gegeven het plan uit te voeren. Door tijdgebrek wordt de orgelkas in collegiale samenwerking vervaardigd door de Gebr. Reil te Heerde.
Bij de restauratie van het binnenwerk vervallen alle later aangebrachte onderdelen van Proper met uitzondering van het klavier dat in aangepaste vorm en met nieuwe bakstukken in het front van de orgelkas wordt geplaatst.
De windlade is grondig gerestaureerd en bestand gemaakt tegen invloeden welke veroorzaakt kunnen worden II door de huidige moderne verwarmingssystemen.
De indeling is weer in oude staat teruggebracht en de registers weer in bas- en diskant gedeeld. Wijzigingen in de ventielkast, kennelijk door van Dam uitgevoerd, bleven onveranderd.
Het pijpwerk werd zorgvuldig hersteld, waarbij de toonhoogte, die oorspronkelijk enkele zwevingen lager zal zijn geweest, ongewijzigd bleef. Besloten werd een nieuwe Dulciaan 8 vt. aan te brengen. De vraag deed zich daarbij voor of er een voorbeeld of nog bekend zijnde mensuur voorhanden was.
Bovendien was nog steeds niet bekend of er wel ooit een Dulciaan 8 vt. is geweest. Opheldering werd verkregen bij het verwijderen van een later aangebracht inzetstuk van de desbetreffende pijpenstok waarop dit register had moeten staan. Daaronder werden de contouren zichtbaar van inkepingen voor de houten huisjes van een tongwerk. Hiermede stond tevens vast dit orgel het vermelde orgel moet zijn uit het dispositieboek van van 't Kruijs. Daarmede was echter nog niet voldoende bekend hoe de verdere constructie van de Dulciaan moest uitvallen. De orgelmaker wist echter dat de Heer G. Kok te Soest een Dulciaan in bezit had welke in factuur uitstekend zou passen bij het andere pijpwerk. De Heer Kok was bereid deze hiervoor af te staan en na overleg met betrokkenen werd besloten dit register te plaatsen.
Er werd een geheel nieuwe mechaniek vervaardigd in ambachtelijke stijl constructief aansluitend op de bouwstijl van de vorige eeuw.De nieuwe balg werd in de orgelkas geplaatst om het idee van huisorgel geen geweld aan te doen. Daarbij werd in het windkanaal ook een inliggende tremulant gemaakt.
Dit alles werd geheel in eigen bedrijf vervaardigd. Het harpje boven op de orgelkas is afkomstig van de oude kast en past er wonderwel op. Het snijwerk is verguld met bladgoud en de eikenhouten orgelkas is mahoniekleurig gebeitst.