Meppel, Grote of Mariakerk

Informatie over de kerk


Foto: Bert Kiewiet.Voorgeschiedenis

1516
Uit een stichtingsbrief uit het jaar 1516 weten we dat in de toenmalige kapel een orgel aanwezig was. Elke zaterdagmorgen tijdens de vroegmis deden twee priesters dienst en bespeelde de schoolmeester-organist het orgel. De grootte van dit orgel en dispositie is ons niet bekend, waarschijnlijk was het een klein, éénklaviers instrument met een gering aantal stemmen.

1626
Wat er met dit orgel is gebeurd is niet bekend, misschien is het door de soldaten vernield toen deze van 1626-1628 in de kerk gelegerd waren.

1664
In 1664 werd het salaris over 3 jaar en 3 maanden uitbetaald aan de organist Willem Leemcuyl. (1266,-). Er heeft dus een orgel in de kerk gestaan rond deze tijd maar of dit hetzelfde instrument was als dat van 1516 is niet meer te achterhalen.

1700
Rond 1700 ontwaakte er bij de kerkgangers het verlangen een goed orgel te bezitten om het zingen van de kerkgangers te begeleiden.

De bouw van het huidige orgel


1700-1711
In het jaar 1700 ontving het gemeentebestuur van kerkelijke zijde het verzoek een nieuw orgel te bouwen in de Mariakerk. Uit dit verzoek blijkt dat het in die tijd gebruikelijk was dat de overheid beslissingen nam in kerkelijke aangelegenheden, een gebruik dat tot 1886 voorkwam. Het gemeentebestuur verzocht de elf "rot-meesters" (een "rotmeester" is het hoofd van een bepaalde stadswijk/rot) hun oordeel hierover te geven. Alle stemgerechtigde inwoners van elk rot werden op 8 januari 1700, tijdens een bijeenkomst in de Mariakerk geraadpleegd. De uitkomst van deze stemming was als volgt. 7 "rotmeesters" stemmen voor aanschaf van een nieuw orgel, mits de gelden gevonden zouden worden zonder de ingezetenen extra te belasten, 2 "rotmeesters" wilden eerst de kosten weten, 1 stemde tegen de aanschaf van een nieuw instrument en 1 "rotmeester" onthield zich van stemming. Daarop besloot het gemeentebestuur dat het orgel er zou komen en dat het betaald zou worden uit de gemeentekas. Een hiervoor ingestelde commissie onderzocht de financiële mogelijkheden en ontwierp plannen voor de bouw van een groot en een klein orgel. (Waarschijnlijk wordt hier een orgel met hoofd- en rugwerk bedoeld). Deze commissie had ruim tien jaar(!) nodig om tot een oplossing van de financiële consequenties te komen, want pas in 1711 had men de zaak rond. Aan verschillende orgelbouwers (waaronder waarschijnlijk Arp Schnitger) werd gevraagd offerte uit te brengen. In een bijlage is meer informatie te vinden omtrent de aanbesteding van de bouw.

1712
In januari 1712 werd met algemene stemmen besloten tot de bouw van een 'bequaem' orgel, hetgeen uit de gemeentekas zou worden betaald zonder de burgerij extra te belasten. Na meermalen in Friesland het werk van verschillende orgelbouwers te hebben bezichtigd, besloot men de Friese orgelmaker Jannus Harmannus Kamp (Jan Harmens Kamp of Camp) uit Berlicum de bouw van het "bequaeme" orgel op te dragen. Voor de somma van f 1600,- zal Kamp een orgel leveren met twee handklavieren en aangehangen pedaal. We weten dat Jannus Harmannus Kamp uit een orgelmakersfamilie stamt. Zijn vader, Harmens Jansz., bouwde verschillende orgels in een vrij traditionele trant. Ook Jan Harmens bouwde aan het einde van de 17e eeuw nog orgels die aan het begin (en midden) van deze eeuw in zwang waren. Het werk van deze familie Kamp was sterk geïnspireerd door de orgels van de orgelbouwer Baders uit Leeuwarden. Orgels door Kamp gebouwd vinden we o.a. te Boxum (alleen de kas), Workum (1697) en waarschijnlijk dat van Sloten. (Zie: Friesche Orgelpracht, Jan Jongepier, uitgave: Boeijenga, Sneek). Uit een brief van van 17 juli 1712 van de schout Schickhart aan J. Harmens blijkt dat ook Arp Schnitger gevraagd was een offerte in te dienen voor Meppel. Ook Jannes Radeker heeft een offerte ingediend. In het archief zijn in het totaal 6 bestekken bewaard gebleven.

1713
Op 13 oktober 1713 ontving Jan Harmens de 1ste termijnbetaling, zijnde f 606,- waaruit blijkt dat hij in dat jaar met de bouw van het "bequaeme" orgel is begonnen. Hoe vlug het werk vorderde kunnen we aflezen uit de data waarop aan Kamp een bepaald bedrag werd betaald. Hier volgen de ons bekende data:
mei 1714 f 50,00
november 1714 f 100,00
mei 1715 f 244,00
oktober f 225,00
maart 1716 f 10,00
juli 1716 f 250,00

Het resterende bedrag zou hem na algehele goedkeuring van het orgel worden uitbetaald. Jan Harmens Kamp was dus in 1716 zover gevorderd dat het orgel gekeurd kon worden. In een vergadering van 24 maart besloten de Volmachten van de stad te zoeken naar "een bequaem orgelist, orgelmaeker of selfs twee orgelisten teneinde het orghel tot Meppelt op te nemen".

1716 1e keuring
Deze eerste keuring werd verricht door de Deventer organist Nic. Berff. Aan het keuringsrapport, gedateerd 1 april 1716, ontlenen we de volgende gegevens:

Echo 8'
Octaaf 4'
Quint 3'
Blokfluit 2'
Nasat 11/2'


Rugpostijf

w.g. N. Berff, 1 April 1716".


Jan Harmens wordt meegedeeld dat het orgel niet eerder aanvaard zal worden dan na herstel van de in het rapport genoemde gebreken.

1717 2e keuring
Bij deze keuring, verricht door Hendrik Laageman uit Amsterdam, komen eerst goed de gebreken aan het licht van het 'bequaeme' orgel. Aan het rapport van Laageman ontlenen wij de volgende gegevens:

w.g. Hendrik Laageman. 13 juni 1717".

De volmachten, die zich voor het gemeentebestuur moesten verantwoorden, brachten dit vernietigende rapport van Laageman ter kennis van Jan Harmens en verzochten hem alle gebreken op eigen kosten te herstellen. Bovendien hadden zij genoeg gekregen van zijn uitvluchten en omdat zij niet van plan waren nog langer te wachten op een algehele afwerking dachten zij er sterk over een andere orgelbouwer te raadplegen.
".....aale schaden en costen op hem te verhalen waarover hem mr. Jannes Mermannus in Vriesland niet gedenkende na te loopen en om van hem niet langer ongeleijnd of met woorden gepaijd te worden, doch door desen hem verders afvragen, of alhier domiciluim citandi wil stellen en annemen hetgene in cas van discrepantie door den Richter alhier sal gewesen worden te willen nakomen....".

 Op 23 juli 1717 schrijft Jan Harmens aan de reeds benoemde organist, Luicas Muijselaar, de volgende brief:

"Monsr. Luicas Muijselaar,
Schoolmeester en Organist tot Meppelt.

Waerde vrind, Ick doe Ue: door desen versoeken als dat ghij' belieft bekent te maeken aen de Burgemeesters dat ick een stuck werck onder handen hebbe gekregen alhier in de provincie op het Bilt aen St. Jacobs Kerek dat ten eersten moet gemaeckt worden also de Heeren nogh een maent gelieve te toeven en dan sal ick komen om het werck te verbeteren dat het van goede eerlicke menschen voor goed gekeurd worde hier toe mij verlaete en verblijve ondertusschen,

Ue goedgunstige vrindt,

w.g. J. H. Kamp. mr. Orgelmaeker"

In een schrijven van 25 september 1717 wordt Hendrik Laageman voor de tweede maal verzocht het orgel te komen keuren. Laageman verzoekt uitstel tot Pasen (1718) i.v.m. het invallen van de winter.

1718
Of deze tweede keuring in het voorjaar van 1718 heeft plaats gevonden weten we niet met zekerheid, wel weten we dat Volmachten van de stad Meppelt Jan Harmens verzoeken spoed te maken met de herstelwerkzaamheden. (Brief van 26 juli 1718) Hierop reageert Jan Harmens direkt (28/7) en bericht dat de gebreken hersteld zijn zodat het orgel opnieuw gekeurd kan worden.

Derde keuring
Laageman verricht voor de tweede keer de (derde) keuring en kan alleen vaststellen dat de gebreken niet zijn hersteld. Bij deze keuring was de orgelbouwer door ziekte verhinderd aanwezig te zijn:

"Mijnheer H. Schikhart, Scholtes tot Meppelt.

Mijn heer, ick doe Uc: door deesen bekent maeken tot groote droefheit van mij dat mijn Vader Jan Harmens Mr. Orgelmacker seer gevaerlick krank leit niet weetende hoe de groote Oodt met hem versien heeft alsoo mijn Vader niet op geseijde tijt kan komen om het oorgel op te nemen en ingevallen het ten quaesten komt uyt te vallen dat Godt de Heere een ijnde aen Sijn E. Leeven quam te maeken 500 sal ick persoon overkoomen en met Ued: spreecken en, 500 hij wederom tot gesontheit komt hetwelk ick verhoope soo sal men Ued: een veertien daagen vooraff kennisse geven wanneer mijn Vader in stact is dat hij selfs bij Ued: kan Koome versoeke dat Ued: hier van kennisse beleive te geeven aen de Heeren Burgemeesters hier meede ijndigende verblijve altoos

Ued: onderdanige en Dw. Dienaear
J. Kampen 1718

Belcum den 28 augustus 1718".

Aldus de brief van de zoon van Jan Harmens aan één der Volmachten van de stad Meppel waarin hij de ziekte van zijn vader bericht.

1720
Eerst in 1720 komen we weer berichten tegen betreffende de werkzaamheden aan het "bequaeme" orgel; of Kamp aldoor ziek is geweest of dat er een andere reden is geweest waardoor de werkzaamheden hebben stil gelegen is niet bekend. Op 13 april werd Kamp gesommeerd het orgel af te bouwen daar anders de gebreken op zijn kosten hersteld zouden worden (door een andere orgelmaker). Kamp belooft spoedig te zullen komen om het geheel nu werkelijk af te werken. Op 7 oktober 1720 wordt weer tot keuring besloten maar Jan Harmens kan, wegens ernstige ziekte, niet aanwezig zijn. De keuring wordt uitgesteld.

1721
Op 8 januari 1721 overleed Jan Harmens Kamp zonder het orgel geheel voltooid te hebben. In een aandoenlijk schrijven van Kamp jr. worden Volmachten hiervan op de hoogte gebracht. Behalve deze mededeling had dit schrijven ook nog een zakelijke kant. Kamp jr. spreekt over geleden schade van f 1200, en brengt tevens de volmachten onder de aandacht dat er nog een tegoed is te innen van de aanneemsom. Daar Kamp jr. niet persoonlijk naar Meppel kan komen om deze zaak te bespreken, verzoekt hij hen van dit schrijven goede nota te nemen en voor een coulante afhandeling zorg te dragen.

Hier volgt de desbetreffende brief:

 "Mijn Heer,

Mijn Heer, ick wil niet twijffele off UED: sult mijn Mecieve van de 23-8 ber. 1720 wel ontvangen hebben op ordre mijn Vader en tot Antwoord op UFd: Mecieve van den 13-8 ber., waer in ick gemeld hebbe de Swackheit van mijn Vader door die Reise van Meppelt veroorsaeckt en heeft sedert dien tijt geen gesontheit gehadt en heeft gesuckelt tot het ijnde van sijn Leven alsoo het God al-machtig heeft belieft mijn lieve- en seer beminde Vader op te ijsen uijt dit bedroefde Tranendal tot een overgangh in een Eeuwighduierende gelucksaligh leven op den 8 januarus 1721, 500 hebben ick niet kunnen naelaeten, om UEd; door deeser doen van kennisse te geeven en hadde alle seer en verpligt geweest om het selve te doen maer hebbe het niet eerdre kunnen doen om reeden van Swackheit en moglickheit dien ick in mi~n W. vaders Boedel hebben gevonden en gesien dat mijn W. Vader soo veel schaede heeft geleden aan het orgel tot Uwent gemaeckt sal wel bedraege Twaleffhondert guld. Alsoo sijn naelaetenschap seer slegt hebbe bevonden tot mijn en mijn beijde susters leedwesen en alsoo nogh ongeveer tweehondert vijftigh car. gulden bij UEd: te goede sijnde en het bedongen werck waere voldaen. Soo is ons aller versoekt seer ootmoedelick oft UEd: voor ons niet bij de Heeren kante wege bringen dat wij boven genoemde soma 500 veel min off ten deele als de Heeren ons believen toe te leggen kan overmaecken en ick will hopen dat de Heeren die goetheit voor ons sullen hebben om ons verzoek te voldoen ick soude selfs bij UEd: over hebbe gekomen om met UEd: ende Heeren te spreecken maar mijnbedieninge laet niet toe om buijten de provinsie te gaen alsoo haer Ed: Hoog: ten Admiraliteit hebben aengestelt tot Harlingen op het Cantoor van de Convoijen als Contrarolleurs enz. enz.

Jan Kampen. 1721
Harlingen 18 april 1721".


Rudolf Garrels
De onbevredigende gang van zaken bij de bouw van dit orgel, was blijkbaar ook tot de buitenwereld doorgedrongen,
aangezien Rudolf Garrels, orgelmaker te Groningen, in een schrijven van 25 juni 1718 aan het stadsbestuur te Meppel terloops naar "... de constitutie vant orgel aldaer tot Meppelt" informeerde. Hij herhaalde dit schrijven van aanbeveling op 19 oktober 1718. Het is niet bekend of het stadsbestuur heeft gereageerd op deze brieven, het is niet waarschijnlijk, want verder komen we de naam van Garrels niet meer tegen in de archieven.

Door de dood van Jannus Harmannus Kamp waren de Volmachten genoodzaakt een doeltreffende oplossing te zoeken inzake de verdere bouw van het orgel. In een vergadering van 29 mei 1721 werd besloten een orgelbouwer te ontbieden. "....daartoe een orgelmaker sullen ontbieden en met denselve ten minste prise over het volstrecken (afwerken) van het orgel soecken te accorderen, onvermindert des Carspels recht tegen gemelte Erfgenamen, (de erfgenamen van Jan Harmens worden hier bedoeld) so wanneer meerder moste betaelt worden, als hij het Carspel dieswege nog te goede Is.....".
De ontboden orgelmaker bleek niemand minder te zijn dan de beroemde orgelmaker Frans Caspar Schnitger die net het grote orgel in de Michaelskerk te Zwolle had voltooid. Schnitger stelt op 24 juni 1721 het volgende voor:
"....dat int manuaal (hoofdwerk) een nieuw secreet sleeplade (i.p.v. de springlade van Kamp) met een nieuwe registratuire en abstractuire sal gemacekt worden, neffens een nieuwe dulciaan sestijn voet dat een basse en tenor gravietelits en lievelijek koomt...".
Het werk wordt aan Schnitger opgedragen voor f 650,-. "....so niet minder dan voor dit bedrag......"
Op 11 november wordt aan Schnitger f325,- betaald zodat we mogen aannemen dat Frans Caspar op die datum is begonnen met de werkzaamheden. (of er reeds mee bezig was).


1722
Volmachten van de stad Meppelt richten voor de derde keer een verzoek aan Hendrik Laageman het orgel te komen keuren doch deze bedankt voor de eer nogmaals naar Meppel te komen. (schrijven van 18 april 1722).

Vierde keuring
Daarop wordt de bekende organist van de Martinikerk in Groningen, Petrus Havingha, verzocht de keuring te verrichten.
Havinga legt zijn bevindingen vast in een keuringsrapport d.d. 8 mei 1722. Hieruit citeren wij o.m.:

De Rugpositifs en Borstpositifs laden zijn passabel, doch niet soo als de manuaalladen, 't waer wenselijck, dat al tesamen uijt eenen hand gemaeckt was, soo soude het een geheel goet en beter werck sijn geworden.

w.g. Petrus Havingba, 8 mei 1722".

Op 9 mei 1722 werd aan Frans Caspar Schnitger het resterende bedrag ad. J 325,- uitgekeerd.
De dispositie van het orgel, na de aflevering door Schnitger, laat zich aan de hand van de archieven recapituleren:

Hoofdwerk   Rugwerk   Borstwerk   Pedaal
Prestant 8' Gedekt 8' Echo 8' Aangehangen
Octaaf 4' Prestant 4' Octaaf 4'  
Octaaf 2' Octaaf 2' Quint 3'  
Ruispijp II Sifflet 1 1/2' Blokfluit 2'  
Mixtuur III Scherp IV Nasat 1 1/3'  
Cymbel III Fluit does 4'      
Holpijp 8' Quint 3'      
Open fluit 4' Woudfluit 2'      
Quitadeen 8' Sexquialter II      
Nasat 3' Dulciaan 8'      
Dulciaan 16'          
Trompet 8'          

Koppelingen: I-II-III.
In deze voltooide toestand is het orgel ongeveer 90 jaar lang gebleven.

1810
In de notulen van de kerkvoogdij voor het eerst weer enige gegevens betreffende het orgel. In dat jaar heeft er een reparatie plaatsgevonden, uitgevoerd door de orgelbouwer J. C. Scheuer uit Coevorden. Waarschijnlijk betreft het hier een kleine reparatie; het is niet meer na te gaan wat er aan het orgel is gebeurd. We vinden in de notulen van de kerkvoogdij steeds weer data en jaartallen die ons verder helpen met de geschiedenis van het orgel.

1811
Aan Scheuer een bedrag van! 130,- uitbetaald voor werkzaamheden aan het orgel.

1813
Scheuer verricht een reparatie, maar we vinden in de notulen geen duidelijke aanwijzingen over wat er toen aan het orgel is gebeurd. Groot is deze reparatie niet geweest gezien het bedrag aan Scheuer betaald f 16,-. Ook de balgentreder wordt niet vergeten, aan hem wordt ook een bedrag betaald voor het balgentreden tijdens het stemmen van het orgel. Betreft het hier misschien alleen een stembeurt?

1815
Voor twee reparaties krijgt Scheuer f 20,-.

1816
Voor stemmen en reparatie f56,- aan Scheuer betaald.

1817
Stemmen en reparatie van het orgel, betaald aan Scheuer f 18,-. De heren kerkvoogden zullen het langzamerhand wel beu zijn geworden steeds opnieuw in de beurs te moeten tasten voor steeds weer andere reparaties. Men begon steeds duidelijker te zien dat er iets aan het orgel moest gebeuren maar niemand sprak nog over een algehele restauratie. Het zou nog enkele jaren duren voordat Scheuer tot een werkelijke restauratie kon overgaan.

1824
In een vergadering van kerkvoogden en notabelen, gehouden op 5 november 1824, werd besloten het orgel "zwaar" te laten repareren.

1825
De orgelbouwer beloofde in een vergadering van 8 maart 1825 een bestek te maken en een kostenopgave te zullen sturen. De kosten van deze reparatie zijn ons bekend, want in de notulen vinden we dat er een bedrag van f 300,- drie achtereenvolgende jaren, aan Scheuer wordt uitbetaald. De gehele 'zware' reparatie kostte f 1200,-.


Melding van een orgelconcert in Meppel uit Nieuws- en advertentie-blad voor de provincie Drenthe 26-04-1825

1825-1827
Wat er door Scheuer aan het pijpwerk is gedaan, of ook het mechanische gedeelte onder handen is genomen, weten we niet, maar over het uiterlijk zijn we redelijk goed geïnformeerd. Scheuer stelde voor:
"de beeltenis van koning David als harponier, indien er plaats voor is, na evenzoo der grootte des orgels en twee famen of iets dergelijks ter verfraaiing derzelver van gips gemaakt".
Scheuer heeft het houtsnijwerk (thans weer op de rugwerkkas) verwijderd en vervangen door drie gipsen beelden, inderdaad 'der grootte des orgels', d.w.z. ongeveer ter grootte van de rugwerkkas.

1839
Het orgel blijkt niet in een rooskleurige staat te verkeren want op 30 juli van dat jaar maakt de organist Willem Koning een rapport over de situatie van het orgel. Uit zijn rapport ontlenen wij de volgende gegevens:
"In het Borstwerk hoort men bij aanhef van sommige toonen veel geruisch der wind en voorts bij veelen zoals in het rugwerk, een aanmerkelijk bijgeluid. Vervolgens zijn veelen stevels verwormd, zijn er veelen pijpen die slecht aanspreken en zijn de wind-kanalen en blaasbalgen defect".
Of de gebreken welke door Koning werden genoemd ook inderdaad zijn hersteld is noch uit de archieven noch uit de notulen van de kerkvoogdij na te gaan. We weten dus evenmin of Scheuer voor deze werkzaamheden aansprakelijk is of dat men een andere orgelbouwer heeft ontboden of dat men in het geheel niet heeft gereageerd op het rapport van Willem Koning.

1852: Zie hieronder een bericht uit de Provinciale Overijselsche en Zwolsche Courant van 28 mei 1852 omtrent een mogelijk reparatie van het orgel in 1852 door vermoedelijk de orgelmaker Bergman uit Amsterdam (01)



1865: Men is niet meer tevreden met het orgel. Provinciale Drentsche en Asser courant 30-03-1865


1869: Weer een wens voor een nieuw orgel. Provinciale Drentsche en Asser courant 12-11-1869

1882
Pas dan komen we weer enige gegevens tegen betreffende het orgel tegen, want in een vergadering van 6 mei van dat jaar wordt weer gesproken over restauratie van het orgel. Aan de voorzitter van het college wordt opgedragen over een eventuele restauratie te corresponderen met de organist/orgelbouwer Zwier van Dijk uit Kampen. In deze vergadering werd gesproken over noodzakelijke reparatie speciaal van Trompet en Dulciaan van het grote orgel en over de noodzakelijkheid van herstel van het grote en kleine (rugwerk) orgel opdat het een goed geheel zou worden. Behalve deze mededelingen is ons over de werkzaamheden van van Dijk niets bekend. Wel kunnen we een en ander achterhalen als we bovenstaande mededelingen en de vermelde dispositie van het orgel door van 't Kruijs in zijn boek: "Verzameling van disposities der verschillende orgels in Nederland" uit 1885, dus enige jaren na de werkzaamheden aan het orgel, gaan combineren. Zwier van Dijk heeft het borstwerk verwijderd want voor de restauratie van 1839 werd het borstwerk nog genoemd en in de disposities bij van 't Kruijs in 1885 is er sprake van een twee-klaviers orgel. In de notulen van de vergadering van 1882 werd de dulciaan 16' genoemd en bij van 't Kruijs niet zodat het waarschijnlijk is dat van Dijk dit register heeft vervangen door een tweede Prestant 8'. In de l9de eeuw hebben zich wijzigingen aan het orgel voltrokken die moeilijk of in het geheel niet zijn na te gaan. Zo noemt van 't Kruijs in zijn "Verzameling" niet de tweede Prestant, niet de Sifflet 1 1/2 en de Scherp van het rugwerk en de Cimbel en Quintadeen van het hoofdwerk, hoewel het waarschijnlijk is dat deze stemmen in 1882 nog aanwezig waren. Ook de herkomst van de Flute traverso (discant) kan niet worden genoemd.

1883: Concert door de blinde organist Oord.

Meppeler Courant 18853-12-08 & 1883-12-15

1884: Concert met organis Godefroy uit Steenwijk op orgel en Mevr. De Koe-Elzinge uit Amersfoort

Meppeler Courant 1884-05-14

1897: Vier artikelen van P.A. Derks over het orgel.

Meppeler Courant 1897-04-24, 1897-05-01 Klik op de afbeeldingen voor een vergroting


Meppeler Courant 1897-05-15 en 1897-06-02 Klik op de afbeeldingen voor een vergroting

1905
Een zeer ingrijpende wijziging heeft het orgel in 1905 ondergaan. Jan Proper verplaatst de speeltafel naar de linkerzijwand van het Hoofdwerk. Het is waarschijnlijk dat ook Proper de Rugwerklade op de (lege) plaats van de Borstwerk-lade heeft gelegd, (voor de laatste restauratie bevond zich op deze plaats de Rugwerklade) terwijl hij ook de klavieromvang heeft gewijzigd. Was de klavieromvang nog steeds ongewijzigd, C-c3 Proper gaat deze omvang uitbreiden door cis3 t/m f3 terug te koppelen aan het lagere octaaf, alleen echter in het Hoofdwerk. In het Rugwerk heeft Proper de oplossing gevonden door de windlade te verlengen. Daar Cis en Dis uit het groot octaaf ontbraken, reeds vanaf de bouw, zijn daarvoor op de verlengde lade pijpen aangebracht. (behalve voor Sesquialter en Quint 3). Wat de Hoofdwerklade betreft heeft men dit manco opgelost door een in zijn stunteligheid nog geniale constructie: Nasat en Octaaf 2' spreken op één pijp, Holpijp en (front-) Prestant evenzo, Ruispijp en Mixtuur bleven stom. De trompet 8 kreeg een toevoeging van 2 pijpjes van + 30 cm lengte, voorzien van een harmoniumtong. Trekt men de Prestant die op de lade staat, dan schuift het sleepje onder deze trompet half open en fungeert deze "Trompet" als Prestant 8.' Dit hele geval is op een aparte lade aan de zijkant van het Hoofdwerk boven de speeltafel aangebracht. Hiervoor was een uitbreiding van de kas noodzakelijk. Naast de Rugwerklade zijn nog pijpen aangebracht waarop Cis en Dis van de Prestant 4'; Fluit 4'; de Holpijp 8' en de Bourdon 16' van het Hoofdwerk spreken. Om deze pijpen een plaats te geven, zijn 7 pijpen van de Holpijp 8' van het Rugwerk (toen op de plaats van het Borstwerk) in de lege Rugwerkkas geplaatst. Het is duidelijk dat al deze min of meer ingrijpende veranderingen niet hebben bijgedragen tot meerdere luister van het orgel.


Foto oude situtatie vanuit http://www.kerkeninbeeld.nl



Het nieuws van den dag : kleine courant 29-11-1905

1920: In deze periode voerde de Nederlandsche Organisten Vereniging (NOV) een campagne voor salarisverhogingen. Dit lukte in Mppel. Het sslaris werd met f200,- per jaar verhoogd.

1927
De fa. Spiering uit Dordrecht "restaureerde" het orgel in 1927 en voerde de volgende werkzaamheden uit:
Het metalen front werd vervangen door een zinken front, zowel van Hoofd- als van Rugwerk. Spiering plaatste een nieuwe Viola 8' en een Celeste 8' op het Rugwerk en verwijderde de octaaf 2' van deze lade. Voorts bouwde deze firma een nieuwe pneumatische pedaallade achter het orgel met twee sprekende stemmen, t.w. Subbas 16' en Gedekt 8'.


Tijdschrift Het Orgel-1927-juni

meppel01b.jpg (42987 bytes)



Foto vanuit http://www.kerkeninbeeld.nl

1928: Orgelconcert door Willem Zorgman

Meppeler Courant 1928-06-22

1934: Concert door Jan Zwart

Meppeler Courant 1934-10-26 Klik op de afbeelding voor een vergroting

1936: Concert door Feike Asma als vervanger van jan Zwart, die ziek was.

Meppeler Courant 1936-10-23

1939: Orgel valt onder Monumentenzorg

Meppeler Courant 1939-09-05

1940
De dispositie van het orgel zag er in 1940 als volgt uit:

Hoofdwerk    
Prestant 8' Front zink, rest origineel
Prestant 8' Een tweede prestant op de plaats van de Dulciaan 16'
Holpijp 8' G-B hout, rest origineel
Bourdon 16' C-c van hout en gedekt, rest open en waarschijnlijk gemaakt uit de Quintadeen 8'
Octaaf 4' Origineel
Quint 3' Origineel F.C. Schnitger
Octaaf 2' Origineel
Open fluit 4' Origineel
Ruispijp II Origineel
Mixtuur III Origineel
Trompet 8' Origineel
Rugwerk   Op de plaats van de voormalige Borstwerklade
Prestant 4' Front zink, rest origineel in rugwerkkas
Holpijp 8' Origineel
Fluit 4' Origineel
Quint 3' Origineel C-B gedekt
Woudfluit 2' Origineel
Sexquialtera II Origineel Waarschijnlijk vroeger in onderste octaaf + tertsen-koor
Flute travers 8' Alleen discant en geplaatst op de plaats van de Sifflet 1 1/2'
Celeste 8' Op de plaats van de Scherp. Spiering
Gamba 8' Op de plaats van de Octaaf 2'. Spiering
Dulciaan 8' Origineel
Pedaal    
Subbas 16' Door Spiering gemaakt. Pneumatisch. Hout
Gedekt 8' Door Spiering gemaakt. Pneumatisch. Hout

Omvang van de klavieren: C-f3 (Oorspronkelijk C-c3)
Cis en Dis uit het groot octaaf ontbraken tot Proper. (zie 1905)

1949
In oktober besloot de toenmalige kerkvoogdij het orgel grondig te laten restaureren en uit te breiden.

1950
Een restauratieplan wordt opgemaakt door de orgel-commissie van de Ned. Herv. Kerk. Adviseurs van deze commissie waren de heren Willem Hulsmann en Lambert Erné. In dit plan werd de kerkvoogdij geadviseerd het orgel te laten herstellen en het geheel uit te breiden met een volwaardig pedaal. Diverse koppelingen zouden worden aangebracht zodat het orgel na deze voorgenomen restauratie een vooraanstaande plaats zou kunnen innemen in de rij van middelgrote orgels. Ook zou het verdwenen Borstwerk weer worden herplaatst. De restauratie wordt opgedragen aan de Groningse orgelmaker Mense Ruiter die deze restauratie in etappen zou uitvoeren. In het hierboven genoemde restauratieplan is een bedrag genoemd voor de gehele restauratie, t.w. ca. f20.000,-, het nieuw te bouwen pedaal niet inbegrepen. Dit pedaal van 9 stemmen zou ca. f 11.000,- gaan kosten. Het is te prijzen dat de kerkvoogdij deze plannen heeft aanvaard en zich in verbinding heeft gesteld met het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen ter verkrijging van de daarvoor noodzakelijke subsidie. De rijksadviseurs dr. H. L. Oussoren en Cor Edskes werkten in nauwe samenwerking met de bovengenoemde adviseurs van de Hervormde Kerk.
 
1951
Mense Ruiter begint met de demontage van het Rugwerk, zowel lade als orgelkas werden weggenomen om, na algeheel herstel, weer in de kerk te worden geplaatst. Toen eenmaal het Rugwerk, bespeelbaar vanuit een noodklavier, weer was herplaatst, besloot men het kerkgebouw aan een algehele restauratie te onderwerpen. Hierdoor liet de herplaatsing van het Hoofdwerk, dat ter restauratie in Groningen was, zeer lang op zich wachten. Deze gehele restauratie heeft een treffende gelijkenis met de bouw van het instrument. Vele brieven, vergaderingen, boze telefoongesprekken met diverse personen en instanties zijn aan deze restauratie gewijd. Dan was het de orgelmaker die niet vorderde met de werkzaamheden, dan weer de orgelcommissie die een andere opvatting over een bepaald restauratie of een herplaatsingsplan had, dan weer het stagneren van toegezegde subsidie, enz.
Eén der twistpunten:
Rugwerk op oude plaats, d.w.z. in de balustrade of uitstekend, d.w.z. voor de balustrade.
Een voorstel, bij monde van de heer Lambert Erné, over wie niets dan lof inzake deze restauratie, zonder zijn inzicht en kennis van zaken zou het 'bequaeme' orgel niet geworden zijn wat het nu is, het aantal stemmen op het pedaal te reduceren tot 5, werd, op advies van de plaatselijke organist, door de kerkvoogdij verworpen. Het bleven de geplande 9 stemmen.

1952: Artikel over het orgel in de Meppeler courant van 1952-03-14

Klik op de afbeelding voor een vergroting

1960: De kerk wordt gerestaureerd, waardoor de restauratie van het orgel enorme vertraging oploopt.

Meppeler Courant 1960-09-26 Klik op de afbeelding voor een vergroting

1963: Besluit voor de verdere restauratie van het orgel na voltooiing van de kerk restauratie

Nieuwsblad van het Noorden 11-10-1963


meppel01d.jpg (22030 bytes)



1968
Nam de bouw van het 'bequaeme' orgel ca. 10 jaar in beslag, de laatste restauratie duurde maar liefst ca. 18 jaar! Eerst in 1968 kon de Hervormde Gemeente van Meppel haar orgel voor het eerst beluisteren tijdens het inwijdingsconcert, verzorgd door de adviseur Lambert Erné en de plaatselijke organist Nico Verrips, van het geheel gerestaureerde en uitgebreide orgel (5 januari) De eindkeuring door de verschillende adviseurs (Erné en Edskes echter hoofdzakelijk) was slechts een formaliteit. Men had de werkzaamheden zo op de voet gevolgd dat men precies op de hoogte was van de resultaten van de orgelbouwer. Aan het keuringsrapport van de orgelcommissie van de Hervormde kerk ontlenen wij de volgende gegevens:
"In nauw overleg tussen uitvoerders en adviseurs is gewerkt naar de oplevering van dit orgel, dat enerzijds in zijn totaalklank, anderzijds bij gedifferentieerde registraties, een imponerend plenum en kleurrijke mogelijkheden biedt. Het nieuwe pedaal is verrassend goed aangepast aan het oude werk, dat hierdoor overigens belangrijk meer perspectieven geeft bij de keuze van de te spelen literatuur of improvisaties. Het borstwerk voegt zich voortreffelijk in de oude sfeer der reeds bestaande werken. Technisch bezien is alles in structuur en mechanieken zorgvuldig ingedeeld en afgewerkt. Het instrument heeft een zeer goede speelaard. De windvoorziening is goed, evenals de afwerking der kassen."


Nieuwsblad van het Noorden 06-01-1968

Dispositie: Kamp (K), F.C. Schnitger (S), Ruiter (R)

Hoofdwerk   Rugpositief   Borstwerk   Pedaal  
Prestant (R) 8' Holpijp (K) 8' Gedekt (R) 8' Prestant (R) 16'
Holpijp (K) 8' Prestant (R) 4' Gedekte fluit (R) 4' Octaaf (R) 8'
Quintadeen (K) 8' Open fluit (K) 4' Octaaf (R) 2' Gedekt (R) 8'
Octaaf (K) 4' Fluit Quint (K) 2 2/3' Fluit Quint (R) 1 1/3' Octaaf (R) 4'
Open fluit (K) 4' Octaaf (K,R) 2' Sifflet (R) 1' Mixtuur (R) VI
Nasard (S) 2 2/3' Woudfluit (K) 2' Scherp (R) III Bazuin (R) 16'
Octaaf (K) 2' Quint (R) 1 1/3' Vox Humana (R) 8' Trompet (R) 8'
Ruispijp (K) II Sesquialter (K,R) II     Cornet (R) 4'
Mixtuur (K) III Scherp (R) IV     Trompet (R) 2'
Cimbel (R) VI Dulciaan (S) 8'        
Dulciaan (R) 16'            
Trompet (K,S) 8'            


Foto (03)

1969: Toekenning subsidie

Meppeler Courant 1969-03-07

1971: Eerste orgelconcours voor amateurs

Nieuwsblad van het Noorden 27-09-1971

1972: Grammofoonplaat opname van de 6 triosonates van JS Bach door de bekende organist Daniel Chorzempa

Meppeler Courant 1972-06-09

1973: 250-jarig bestaan van het orgel en 2e amateur-orgelconcours

Nieuwsblad van het Noorden 25-08-1973


Nieuwsblad van het Noorden 24-09-1973

1973: Recensie van een LP-box, die DaniŽl Chorzempa maakte van de triosonates van Bach.

Nieuwsblad van het Noorden 15-10-1973

1989: Herintonatie door Flentrop. Deze herintonatie had vnl. betrekking op de tongwerken.

1991: Ewald Kooiman neemt ook de triosonates van Bach op in Meppel

Nederlands dagblad 23-11-1991

1992: CD Drentse Orgels door Erwin Wiersinga

Leeuwarder courant 10-07-1992

2007: Naast het orgel werden aan de linkerkant van het orgel (vanuit de kerk gezien) door Flentrop twee nieuwe spaanbalgen geplaatst.

2014: Orgelmakerij Reil B.V. voert groot onderhoud aan het orgel uit.
Het contract met een beschrijving van de uit te voeren werkzaamheden en een aantal stelposten werd op 18 maart 2013 afgesloten. Zie blz. 01, 02, 03, 04, 05, 06, 07, 08 en 09. (07)
Korte samenvatting uitgevoerde werkzaamheden:

Daarnaast is er historisch onderzoek gedaan door Rudi van Straten (adviseur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) en de orgelbouwer zelf. (02)
Dit resulteerde o.a. in een rapport waarin de inscripties van het pijpwerk werden geanalyseerd. Zie blz. 01, 02, 03, 04, 05 en 06. (07)

Het orgel is op zaterdag 7 juni 2014 gepresenteerd met een concert door de cantor-organist van de kerk, Mannes Hofsink. (04)




Meppeler Courant 2014-05-02 en 2014-06-04

2016
: Cd door Mannes Hofsink op het label Tulip records

Opnamen:

Label

Nr.

CDLP

Jaar

Solist

Programma

PhilipsPhilips 6768177 LP 1972 Daniel Chorzempa Johann Sebastian Bach 6 triosonates
VLS VLC1091 CD 1991 Erwin Wiersinga Drentse Orgels I; Werkenan J.S. Bach,van J.S. Bach, Böhm, Walther, Walther
Stemra Merlijn AV cat.nr. 001 CD 1991 Nico Verrips Werkenanvan Kitte, Bach, Buxtehude,, Bach, Buxtehude,, Bach, Buxtehude, Reger,, Jongen, Rheinberger, Karg-Elert, Kee, Langlais en Verrips
BIEM? 113536Y LP 1970? Nico Verrips, Hervormd Jeugkoor Meppel. Marjan Doorn Werken van Bach, Buxtehude. Koorwerken van Jan Mul, Armin Knab, Albert de Klerk, Walther Henning, P.H. Erlebach, Verrips, Francesco Zagetti
Coronata COR 1313 CD 199x Ewald Kooiman J.S. Bach Orgelwerk (2) Sonate nr. 1 es dur, BWV 525, Fantasie c mol, BWV 562, sonate nr.2, c mol, BWV 526, Fantasie en fuga c mol, BWV 537,  sonate nr. 3, d mol, BWV 527, fantasie c mol, Anhang 205/Anh. II 45 en fantasie c dur, BWV 570
Tulip records   CD 2016 Mannes Hofsink  

 

Literatuur: 

Schrijver Boek of tijdschrift Omschrijving 
Jan Jongepier Het orgel 1990/07  Orgel van Meppel door herintonatie herboren
KNOV Het orgel 1965/01  Orgelbouwnieuws
Nico Verrips Het orgel in de grote kerk van Meppel  
Maarten Seybel De klankschoonheid der Drentse orgels Meppel Herv. Grote kerk
 Nivo Nederlandse orgelencyclopedie deel 2  
Victor Timmerren Ton van Ecken Ton van Eck Abraham ziennenen andere artikelennover hetover het orgel tgv. De 50ste. De 50ste verjaardaaggvan Gerardvan Gerard Verloop Voorburgg19851985 W.D. van der Kleij: Arp: Arp Schnitgerren heten het orgellin dein de NederlandssHervormdeHervormde kerk te Meppel.. blz. 53-67. 53-67
     

 

Bronvermelding:

  1. E-mail d.d. 24-06-2010 door Victor Timmer
  2. E-Mail door Roelof Kooiker d.d. 6 maart 2014 en website orgelmaker Reil
  3. www: http://reliwiki.nl/index.php?title=Meppel,_Hoofdstraat_52_-_Grote-_of_Mariakerk
  4. Mail van Mannes Hofsink d.d. 3 oktober 2014
  5. Mails van Frits Kaan en Lammy Sonbeek in mei 2015
  6. E-Mail d.d. 15 september 2015 van Henny Wullink te Zwolle
  7. Archief Reil


De organisten
Wie er organist geweest is in de Kapel in 1516 is ons niet bekend, wel weten we dat er een orgel aanwezig was en dat dit instrument elke zaterdag tijdens de vroegmis ter ere van de heilige maagd Maria werd bespeeld.

Willem Leemcuyl
Voor de bouw van het huidige orgel was een zekere Willem Leemcuyl organist in de Mariakerk in Meppel. Wij vinden zijn naam vermeld in de archieven wanneer de financiën weer kunnen worden geregeld na de oorlogshandelingen van bisschop Bernard van Galen. De schulden zijn weer betaald en dan komt ook de organist weer in aanmerking voor uitbetaling van zijn honorarium, zijnde f266,- voor 3 jaar en 3 maanden trouwe dienst.

Luicis Muijselaar
Tijdens de bouw van het 'bequaeme orghel' werd tot organist benoemd Luicas Muijselaar. Uit de correspondentie van de kerkvoogdij en de orgelmaker Kamp kunnen we opmaken dat deze organist menig goed woordje voor de orgelmaker heeft moeten doen bij kerkmeesters en volmachten van de stad Meppelt. Of Muijselaar zeer lang organist in Meppel is geweest is niet bekend.

Johannes Prins
In Zutphen staat vermeld dat deze organist Prins in Kampen was in 1798, in Meppel in 1800, in Tiel in 1802 en in Zutphen in 1805. Een zeer respectabele dienst in een zo korte tijd.

? Gritters
Als in 1812 de kerkvoogdij twee jaren organistentractement uitbetaalt aan de weduwe Gritters (over 1810 en 1811) dan kunnen we daaruit afleiden dat Prins, (slechts twee jaar in Meppel werkzaam) is opgevolgd (naar alle waarschijnlijkheid) door Gritters.

Hendrik Nijenbardering (1813-1819)
In 1813 betaalt de kerkvoogdij aan meester Nijenbardering een bedrag van f52,- omdat hij 36 weken als voorzanger en 14 weken als organist heeft gefungeerd. Deze schoolmeester-organist is in 1818 of 1819 overleden want de weduwe Nijenbardering ontvangt nog 10 maanden salaris zijnde f 50,~, in 1819.

Willem Koning (1819?-1847)
Schoolmeester-organist Hendrik Nijenbardering, ook wel Baandering genoemd, wordt opgevolgd door Willem Koning.
Koning maakt een rapport over de toestand van het orgel, gedateerd 30-7-1839 waarin de mankementen aan het orgel worden genoemd.

1847: J.H. Bekker (1847-1851)
Volgens een bericht uit "het Orgel" van 1907-januari benoemd tot organist in Meppel. Hij werd later bekend als muziekdireceur van de Harmonie in Groningen. Hij vertrok vanuit Meppel naar Gouda en ging in 1867 naar Groningen.



Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland, 1907 [volgno 1] 01-01-1907 blz. 38

Christian Friedrich Zillinger (ook genoemd: Christiaan Fredrik) ( 1851-1886)

Zillinger werd geboren op 26 maart 1826 te Doesburg. Zijn ouders waren Johan Andreas Zillinger en Hendrika de Rijk. Zijn vader was stadsmusicus te Doesburg (organist van de Grote- of Martinikerk en klokkenist of beiaardier). (06)
Zillinger wordt benoemd tot organist van de Mariakerk door kerkvoogdij en stadsbestuur. Het was in die tijd gebruikelijk dat de organist door zowel kerk als stadsbestuur werd aangesteld hetgeen, vooral voor de kerkelijke gemeente, financiële gevolgen had. Na 35 jaar dienst vraagt Zillinger ontslag aan de kerkvoogdij. In een vergadering (13 februari 1886) wordt hem dit verleend, terwijl tevens over de opvolging wordt gesproken. De president kerkvoogd zou, samen met de secretaris met de burgerlijke overheid gaan praten om opnieuw samen een organist te benoemen. Zowel kerkvoogdij als gemeente zouden elk f150,- per jaar betalen aan de organist-muziekmeester. In een volgende vergadering wordt besloten het salaris van de organist te brengen op f200,-, thans alleen voor rekening van de kerkvoogdij. De burgerlijke overheid heeft zich onttrokken aan de jarenlange traditie samen een organist te benoemen. Op 4 april 1886 zijn er verschillende sollicitaties binnengekomen waaruit een zevental wordt opgeroepen voor het afleggen van een vergelijkend examen dat gehouden zal worden op woensdag 7 april, tussen één en vijf uur.
Examinator: C. F. Zillinger.
10 April brengt Zillinger verslag uit. Er is een drietal kandidaten waaruit de kerkvoogden kunnen kiezen, t.w. P. J. Sonbeek uit Dedemsvaart, H. J. de Vries uit Bolsward, H. C. van Griethuizen uit Alphen aan den Rijn. Gekozen wordt P. J. Sonbeek. Tijdens deze vergadering wordt Zillinger bedankt voor zijn 35-jarig organistschap, hij wordt een kundig en stipt organist genoemd die als kunstenaar het orgel "toonen kon ontlokken die de eerbiedige stichting opwekte".

Bericht uit Het Orgel 1886-02


Bericht uit Het Orgel 1886-02

Pieter Johannes Sonbeek (1886-1919)
In 1886 benoemd tot organist van de Grote Kerk te Meppel. Op 24 november 1905 geeft Sonbeek een concert bij de inwijding van het door Proper gerestaureerde orgel. Als er een voorstel wordt ingediend door een der kerkvoogden het salaris van de organist te verhogen aangezien het in vergelijking met andere gemeenten veel te laag is, dan wordt er opgemerkt: "de handelingen van de organist zijn niet altijd in overeenstemming met de belangen van de gemeente en als hem hierop wordt gewezen is zijn antwoord een nieuwe ongepaste handeling". Hieruit kunnen we opmaken dat de verhouding kerkvoogdij-organist gespannen is. Toch wordt het salaris van de organist gebracht op f 300,-(i.p.v. f 200,-) en wordt hem voor elke trouwdienst een bedrag van f5,- uitbetaald, waarvan hij echter 50 cent moet afstaan aan de orgeltrapper. Tot 1919 is Sonbeek organist in Meppel. Zijn weduwe krijgt f 4,- pensioen per week, een vooruitstrevende daad voor die tijd. Er wordt een oproep geplaatst voor een nieuwe organist op een salaris van f 500,- per jaar. Een respectabel bedrag voor die tijd. Zeven sollicitanten die, evenals Sonbeek, de Vries en Griethuizen, zich aan een vergelijkend examen moeten onderwerpen.
Sonbeek werd geboren op 4 dec 1841 in Rotterdam en overleed op 2 feb 1919 in Meppel. HIj was getrouwd met Elisabeth Jacoba Meerburg, geboren 7 okt 1841, Zoetermeer en overleden 15 feb 1926, Meppel.


Foto verkregen via aanwijzingen van Frits Kaan en Lammy Sonbeek. (05)
Zeer vermoedelijk is de middelste persoon Pieter Johannes Sonbeek, De man naast hem is zijn zoon Jan Adrianus, die ook organist werd.



Bericht uit "Het Orgel" 1899-12 februari over 25-jarig jubileum Sonbeek als organist


Bericht uit "Het Orgel" 1911 mei over het 25-jarig jubileum in de Grote kerk te Meppel


Overlijdensbericht uit "Het Orgel" van september 1926


Hendrik Beunk (1920-1926)
Na een vergelijkend examen wordt H. Beunk uit Dokkum in 1920 benoemd tot organist. Al spoedig krijgt de kerkvoogdij moeilijkheden met de pas benoemde organist want deze leidt concerten op zondag, iets wat niet strookt met de opvattingen van de kerkvoogden. Als hem hierop wordt gewezen is zijn antwoord dat hij vrijzinnig is dus dat hij door zal gaan met zijn concerten geven. Er blijkt weinig aan te doen te zijn. Als Beunk in 1924 verzoekt zijn salaris van f500,- op f750,- te brengen wordt dit afgewezen. Dit is voor de organist aanleiding te solliciteren, hij vraagt per 1 september 1926 ontslag. Hij vertrekt naar Zwolle en wordt daar leraar aan de muziekschool.


Advertentie voor een nieuwe organist in het Tijdschrift "Het orgel" van maart 1919


Leeuwarder courant 22-05-1919


Bericht in "Het Orgel" van juni 1919 dat Henk Beunk is benoemd als organist

 




Bericht uit "Het Orgel" van april 1924 omtrent een concert door Henk Beunk

Willem Zorgman (1926-1929)
Per 1 oktober 1926 wordt benoemd Willem Zorgman uit Maassluis, weer na een vergelijkend examen, ditmaal afgenomen door Willemier uit Zwolle. Ook met Zorgman heeft de kerkvoogdij moeilijkheden want in 1928 krijgt Zorgman een brief van de kerkvoogden waarin hem wordt meegedeeld dat de leiding van de kerkdiensten bij de predikant berust en niet bij de organist. Voorts zou Zorgman onwelwillend optreden bij huwelijksdiensten. Voor een benoeming als organist in Enschede bedankt Zorgman maar al spoedig vertrekt hij uit Meppel.
Verder gegevens Willem Zorgman: (Zaandijk 5.2.1903 - Krugersdorp 7.2.1981) studeerde bij Cor Kee, Cornelis de Wolf en Alex Paepen. Hij was organist te Maassluis (1924-1926), Meppel (1926-1929), Breda (1929-1932) en tenslotte te Velp (1932-1948). In 1948 emigreerde Willem Zorgman naar Zuid-Afrika, waar hij als organist en muziekleraar werkzaam was. Vgl. Het Orgel, april 1981, pag. 144.


Vacature uit het tijdschrift "Het Orgel" van juli 1926


Tijdschrift "Het Orgel" 1929 november

Henk Pijlman(1929-1934)
In 1929 volgt Henk Pijlman Willem Zorgman op. Vrij vlug vraagt Pijlman ontslag als organist van de Grote Kerk wegens zijn benoeming aan de Gereformeerde Kerk in Meppel. Al vrij spoedig wordt in deze kerk een nieuw electro-pneumatisch orgel geplaatst van de Duitse firma Walcker.


Tijdschrift "Het Orgel" 1929 augustus                                Tijdschrift "Het Orgel" 1929 september


Tijdschrift "Het Orgel" 1929 december                        Tijdschrift "Het Orgel" 1930 juli

Hendrik H. Kaldenberg (1934-1949)
Kaldenberg wordt in 1934 de opvolger van Henk Pijlman. Hij is gedurende 15 jaar organist in Meppel, vertrekt in 1949 naar Zuid Afrika waar hij o.a. vertegenwoordiger wordt voor een firma inelektronischeelektronische orgels.

Provinciale Drentsche en Asser courant 15-01-1947 en Meppeler Courant 1939-02-24 en 1941-08-22


Meppeler Courant 1946-06-21

Bé Hollander (1949-1953)
Bé Hollander is de opvolger van Kaldenberg, neemt zijn leerlingenpraktijk over voor een groot bedrag en werkt, samen met de kerkvoogdij, aan de realisering van de restauratie van het orgel. In 1953 vertrekt Hollander naar Wageningen, het wachten op en moeizaam werken aan het orgel beu.

Nico Verrips (1953-1998)
Vier sollicitanten worden uitgenodigd in Meppel mee te doen aan een vergelijkend examen, t.w. Jan Lensink uit Apeldoorn, Gerard Kieviet uit Bussum, Cor de Koning uit Almelo(?) en Nico Verrips uit Vinkeveen. Het examen vindt plaats in de Gereformeerde Kerk op het Walcker orgel aangezien de toestand van het "begeerde" orgel een dergelijk examen niet toelaat. In een vergadering van september 1953 wordt Nico Verrips benoemd tot Cantor-Organist. Op 25 september 1953 speelt Nico Verrips zijn eerste dienst op het zeer slecht functionerende orgel in de Grote kerk. Het kerkkoor, meisjes- en kinderkoor komen onder zijn leiding te staan.


Meppeler Courant 1953-09-28


Meppeler Courant 1998-04-17 Klik op de afbeelding voor een vergroting



Meppeler Courant 1998-04-20

Klaas Stok http://www.klaasstok.nl
Nico Verrips neemt in 1998 afscheid, na meer dan 40 jaar werkzaam te zijn geweest als Cantor-Organist van de Grote kerk te Meppel. Zijn opvolger is Klaas Stok. Klaas Stok is maar korte tijd organist in Meppel, omdat hij Bert Matter opvolgt als organist van de Walburgkerk te Zutphen. In de overgangstijd van Klaas Stok naar Mannes Hofsink is Nico Verrips weer tijdelijke organist.

Mannes Hofsink (zie www.manneshofsink.nl)
Dit is de huidige organist van de Grote Kerk van Meppel. Ook hij combineert de functie van cantor en organist. Voor details zie zijn website.