Gieterveen Hervormde kerk
Kerk
Deze gemeente werd in 1849 zelfstandig
Orgel
Voor 1939: Er stond een orgel dat gebouwd zou kunnen zijn door van
Oeckelen in 1890. In 1939 werd het verkocht aan de Gereformeerde kerk te Gasselternijveen.
Foto vanuit http://www.kerkeninbeeld.nl
1938/39: Aankoop van het orgel uit de Oud-katholieke kerk van Dordrecht. Dit orgel werd in 1842 of 1844 gemaakt door Kam en van
der Meulen. De kast werd niet overgeplaatst en bleef in Dordrecht. Sanders plaatste het pijpwerk te Gieterveen in een nieuwe kast.
Voor de geschiedenis van het orgel te Dordrecht (1842-1938) en (1984-heden) zie een artikel uit het "Mededelingenblad
van de Oud-Katholieke Organistenvereniging" nr.25 (september 1989). Dit artikel is weer gebaseerd op een samenvatting die pr. J. Spaans gemaakt heeft van zijn
boekje "Geschiedenis van de orgels in de Oud-katholieke Kerk van Dordrecht".
(01)
Oorspronkelijke dispositie te Dordrecht:
| Hoofdmanuaal | Bovenmanuaal | Pedaal | ||
| Prestant | 8' | Holpijp | 8' | Aangehangen |
| Holpijp | 8' | Viola da Gamba | 8' disc. | |
| Prestant | 4' | Salicionaal | 4' | |
| Fluit | 4' | Fluit | 4' | |
| Octaaf | 2' | Woudfluit | 2' |
Dispositie na de plaatsing te Gieterveen:
| Hoofdmanuaal | Bovenmanuaal | Pedaal C- c' | ||||
| Prestant | 8' | 1844/1939 | Holpijp | 8' b/d | 1844 | Aangehangen |
| Holpijp | 8' | 1844 | Celeste | 8' disc | 1902 | |
| Octaaf | 4' | 1844 | Flute harmonique | 4' | 1902 | |
| Roerfluit | 4' | 1844 | Sesquialter | II | 1939 | |
| Octaaf | 2' | 1844 |
1984: Het Kam en v.d. Meulen binnenwerk wordt met een besluit van de kerkenraad op 22-02-1984 weer terugverkocht aan de Oud Katholieke kerk te Dordrecht. Het Sanders-materiaal wordt verkocht aan de gereformeerde kerk van Ruinerwold voor f 15.000,-
1989: Restauratie/reconstructie van het instrument te Dordrecht door Van Buuren / Van Eeken. Uitbreiding met een Subbas op het pedaal en een Fagot 8' op het Hoofdwerk (op lege sleep). (01)
2005: De kerk beschikt nu over een 3-klaviers analoog elektronisch Johannes-orgel (02)
Dispositie na herplaatsing te Dordrecht:
| Hoofdmanuaal | Bovenmanuaal | Pedaal | |||
| Prestant | 8' | Holpijp | 8' | Subbas | 16' |
| Holpijp | 8' | Viola da Gamba | 8' disc. | ||
| Octaaf | 4' | Salicionaal | 4' | ||
| Roerfluit | 4' | Fluit | 4' | ||
| Octaaf | 2' | Woudfluit | 2' | ||
| Fagot | 8' |
Noten:
Het orgel in de Oud-Katholieke kerk te Dordrecht
Het huidige Oud-Katholieke kerkgebouw te Dordrecht is in
de jaren 1842/1843 gebouwd naar ontwerp van de gemeentelijke architect G.N. Itz.
Voor deze kerk bouwden de orgelmakers Kam en van der Meulen uit Rotterdam een nieuw orgel
met twee manualen en een aangehangen pedaal. Adviseur bij de bouw was de beroemde
Rotterdamse organist, componist en klokkenist Samuel de Lange Sr.
De orgelbouwers Willem Hendrik Kam (1806 - 1865) en Hendrik van der Meulen (1810 -
1852) hadden het orgelmakersvak waarschijnlijk beiden geleerd bij de gebrs. van Dam te
Leeuwarden. In 1837 vestigden zij zich als zelfstandige orgelmakers in Rotterdam in een
pand aan de Leuvehaven.
Vele belangrijke orgels verlieten hun werkplaatsen, o.a. die van de Nederlands-Hervormde
kerk te Oudewater (1840). de Rooms-Katholieke Sint Bonifatiuskerk te Dordrecht (1842) en
de Nederlands-Hervormde Nieuwe kerk te Zierikzee (1848).
Toen Hendrik van der Meulen in 1852 kwam te overlijden, zette W.H, Kam de zaak alleen
voort. Het belangrijkste instrument van zijn hand siert nog altijd de Onze Lieve Vrouwe of
Grote kerk te Dordrecht (1859).
In 1902 word het orgel in de Oud-Katholieke kerk te Dordrecht door J.J, van Bijlaardt,
fabrikant van kerkorgels te Dordrecht, ingrijpend gewijzigd.
Helaas werd onder druk van de toenmalige aartsbisschop Mgr. A. Rinkel door het kerkbestuur
in 1938 besloten om een nieuw orgel te laten bouwen achter het oude front door de firma
J.C. Sanders te Utrecht, onder advies van Alex de Jong, lid van de Oud-Katholieke
Orgelraad.
Het oude orgel, dat zogenaamd niet meer te restaureren was, werd door de firma Sanders
verkocht aan de Nederlands Hervormde kerk te Gieterveen, alwaar het tot 1984 zonder al te
veel storingen dienst deed.
Het nieuwe orgel van Sanders voldeed niet en was van zeer inferieure makelij. In de loop
der jaren vertoonde het instrument steeds meer gebreken. Het kerkbestuur slaagde er in
1984 in om, na jarenlang onderhandelen, het oude orgel van Kam en Van der Meulen uit
Gieterveen terug te kopen.
Aan de orgelmakers Van Eeken en Van Buuren te Leusden/Poortugaal werd opdracht gegeven om
het orgel voorlopig op te slaan in afwachting van mogelijke subsidies voor de restauratie
en herplaatsing.
Op 2 december 1986 zegt de Rijksdienst voor de Monumentenzorg een subsidie toe van 80 %
van de restauratiekosten. Ook het Prins Bernhardfonds en de Van der Mandelestichting zijn
bereid het project te subsidiëren. Daarom kan het kerkbestuur aan de eerder genoemde
orgelbouwers opdracht geven het orgel te restaureren en zelfs uit te breiden met een vrij
pedaal en een tongwerk op het hoofdwerk.
Bij de restauratie, onder advies van Klaas Bolt en Jaap Spaans, is ervan uitgegaan dat het
instrument geheel in de oorspronkelijke staat diende te worden hersteld, tot in alle
details. Er is geen enkele concessie gedaan bijvoorbeeld met betrekking tot de
vochtigheidsgraad van het kerkgebouw.
In grote lijnen komt de restauratie neer op de volgende punten:
Op 9 april 1989 wordt het gerestaureerde orgel feestelijk in gebruik genomen.
De huidige dispositie luidt:
| Hoofdwerk | C-f''' | Bovenwerk | C-f''' | Pedaal | C-b | |||
| Praestant | 8’ | (1844-1989) | Fioo1 di Gamba | 8’ d | (1989) | Subbas | 16' | (1989) |
| Holpijp | 8’ | (1844) | Holpijp | 8’ (b/d) | (1844) | |||
| Octaaf | 4’ | (1844) | Salicionaal | 4’ | (1989) | |||
| Roerfluit | 4’ | (1844) | Fluit | 4’ | (1989) | |||
| Octaaf | 2’ | (1844) | Woudfluit | 2’ | (1989) | |||
| Fagot | 8’ | (1989) |
manuaalkoppel
metalen pijpwerk: 75% lòod en 25% tin
pedaalkoppel
houten pijpwerk van eiken
twee afsluiters
orgelkassen van grenen
tremulant bovenwerk
windladen van eiken
twee spaanbalgen