Emmen, Goede Herder kerk (Gereformeerd Vrijgemaakt)
Bronnen: Zie literatuurlijst
1964: De Gereformeerde kerk Emmen (Synodaal) bouwt een nieuwe kerk. In de kerk wordt een één-manualig orgel van Pels en van Leeuwen geplaatst. Het orgel wordt geplaatst op een balcon.
Dispositie zoals het orgel nu in de Pastoor van Ars kerk te Den Haag staat opgesteld:
| MANUAAL: C-g''' | PEDAAL: C-f' |
| Roerfluit 8' | Aangehangen |
| Prestant 4' | |
| Fluit 4' | |
| Octaaf 2'* | |
| Fluit 2' | |
| Mixtuur IV |
*is een koor van de Mixtuur, sinds 1986 ook zelfstandig speelbaar. Mechanische toets - en registertractuur
1977: De kerk wordt verkocht aan de Gereformeerd
Vrijgemaakte kerk van Emmen. Het orgel wordt mee verkocht.

1987: Door
een schenking wordt men in staat gesteld een nieuw groter orgel aan te schaffen.
Het bestaande instrument wordt voor f 15.000,- verkocht aan Pels en van Leeuwen en
geplaatst in de Pastoor Van Arskerk te Den Haag. Het orgel wordt grondig schoongemaakt, de
kas in kleur en afwerking aangepast aan de nieuwe ruimte en de frontpijpen opnieuw
gepolijst. Een deel van het pijpwerk wordt vernieuwd. Adviseur: Ton van Eck namens de
KKOR. (bron: ingebruiknamebrochure) (01)
Het door Reil uit Heerde gebouwde instrument wordt op 19 december 1987 in gebruik genomen.
Bij de bouw was geen adviseur betrokken.
Dispositie:
| Hoofdwerk | (C-f''') | Onderpositief | C-f''' | Pedaal | C-d' |
| Praestant | 8' | Gedekt | 8' b/d | Subbas | 16' |
| Holpijp | 8' | Viola | 8' disc. | ||
| Octaaf | 4' | Fluit | 4' | ||
| Octaaf | 2' | Nachthoorn | 2' | ||
| Cornet | IV disc. | Dulciaan | 8' | ||
| Mixtuur | III-IV | ||||
| Trompet | 8' b/d |
Koppelingen:
Pedaal aan Hoofdwerk
Pedaal aan Onderpositief
Hoofdwerk aan Onderpositief
Tremulant op het hele werk.
Het instrument is geplaatst op een nieuwe galerij. Aan de rechterkant ligt de spaanbalg
die de windvoorziening regelt. Het front is een variant op de Schnitger-fronten te Godlinze en Eenum , die rond
1983/1984 door Reil werden gerestaureerd. Ook de Schnitger-orgels te Harkstede en Blankenhage zijn van
dit type. Ook in de klank, met name van het prestantenkoor, lijkt Schnitger het grote
voorbeeld geweest te zijn. De dispositie van het Onderpositief, de aanwezigheid van een
Cornet en de ruige, stevige klank van de Trompet doen aan een iets later klankbeeld
denken. Ik doel daarbij op het werk van orgelmakers als Hinsz, Van Gruisen en de jonge
Lambertus van Dam. Door deze brede oriëntering op het Noord-Nederlandse barokorgel is er
in Emmen een boeiend en veelzijdig nieuw instrument gerealiseerd. De klank heeft een grote
intensiteit en zeggingskracht. Het plenum is fors, de fluiten mooi introvert, de
Nachthoorn is de speelse bekroning daarvan. Heel geslaagd zijn ook de beide tongwerken en
de verstilde Viola.
Meer gegevens over dit instrument zijn te vinden in het contract
van de orgelmakers Reil.

1992: Op 10 juli 1992 gingen zowel de kerk als het orgel verloren bij een brand.
Direct daarna werd begonnen met de wederopbouw van de kerk. De kerk kon een jaar later in
gebruik worden genomen.
1993-1997: De eerste activiteiten van de
orgelcommissie ter voorbereiding van de aanschaf van een nieuw orgel dateren uit het
voorjaar van 1993. De verzekering keerde voor het verbrande orgel drie ton uit, daar moest
de commissie het vooralsnog mee doen. De opdracht die zij meekreeg luidde "Een
mechanisch pijporgel te realiseren, waarbij de dispositie van het orgel de instemming van
de beide organisten diende te hebben". Even is de aanschaf van een elektronisch
orgel in de kerkenraad overwogen. Maar dat werd ongepast gevonden tegenover te schenker
van het eerste orgel, die liet weten dat hij er van uitging dat het nieuwe orgel tenminste
gelijkwaardig aan het vorige zou zijn. In dit stadium van voorbereidend werk was als
adviseur Hans van Nieuwkoop hij het project betrokken. Enige tijd zag het er naar uit dat
de orgelmaker Henk van Eeken een nieuw orgel voor de kerk van Emmen zou gaan leveren. Een
reis van de orgelcommissie langs instrumenten van een vijftal orgelmakers (waaronder Van
Eeken) leidde eind 1994 echter tot de conclusie dat om financiële redenen de bouw van een
geheel nieuw orgel niet verstandig zou zijn. De opdracht aan de commissie werd daarop
verruimd, zodat ook de mogelijkheid een bestaand orgel over te nemen in beeld kwam. In de
herfst van 1995 bood de firma Kaat & Tijhuis te Kampen per advertentie een orgelkast
uit ca. 1850 en het pijpwerk van zestien registers van een Steenkuyl-orgel te koop aan. Op
die advertentie reageerde de Emmer orgelcommissie, en dat brengt ons dan bij de tweede
brand. Op hervormingsdag 1989 brandde in Amsterdam-Oost de hervormde Muiderkerk aan de
Linnaeusstraat vrijwel tot de grond toe af. Alleen de markante toren bleef fier overeind
staan. In deze karakteristieke neo renaissancistische kerk stond een in 1892 door de firma
D.G. Steenkuyl te Amsterdam vervaardigd twee-klaviers orgel. Na de brand bleek dat de
vrijstaande pneumatische speeltafel daarvan als verloren moest worden beschouwd. Ook de
frontpijpen hadden het inferno niet doorstaan. Het pijpwerk van het orgel daarentegen was
wel rijkelijk besproeid met bluswater; maar toch niet reddeloos verloren. Niet meer
bruikbaar waren de laden. De firma Kaat & Tijhuis, die het orgel in onderhoud had,
sloeg de kas en het pijpwerk in haar bedrijf op in afwachting van een goede bestemming.
Die gelegenheid deed zich zes jaar later voor. In november 1995 gaf de kerkenraad van
Emmen de firma Kaat & Tijhuis de opdracht een nieuw mechanisch orgel voor de Goede
Herderkerk te bouwen, met gebruikmaking van de orgelkas en het pijpwerk van het
Amsterdamse Muiderkerkorgel. Voor adviseur Van Nieuwkoop was dat het moment terug te
treden, volgens voorzitter De Ruiter van de orgelcommissie omdat hij zich niet kon
verenigen met het besluit het voormalige Muiderkerkorgel van mechanische sleepladen te
voorzien. Een jaar later, op 23 november 1996, werd het orgel in Emmen in gebruik genomen,
met een bespeling door Ab Weegenaar; organist van de Bovenkerk te Kampen. Hij verrichtte
ook de eindkeuring.
Geschiedenis van het Steenkuyl-orgel te Amsterdam:
Steenkuyl bouwde het orgel in 1892 volgens het toen moderne pneumatische systeem, d.w.z.
het Duitse "Rohren"-systeem. Bij de oplevering had het de volgende dispositie:
| Onderklavier | Bovenklavier | Pedaal | |||
| Bourdon | 16' | Salicionaal | 8' | Bourdon | 16' transm |
| Prestant | 8' | Viola da Gamba | 8' | ||
| Roerfluit | 8' | Holpijp | 8' | ||
| Octaaf | 4' | Roerfluit | 4' | ||
| Quint | 3' | Dulciaan | 8' | ||
| Octaaf | 2' | ||||
| Mixtuur | III | ||||
| Cornet | IV | ||||
| Trompet | 8' |
Het orgel was verder
nog voorzien van speelhulpen als vaste combinaties en koppelingen.
Steenkuyl paste de pneumatiek niet altijd toe. Het orgel van de Wilhelminakerk in
Rotterdam-Zuid, in 1900 gebouwd, had bijvoorbeeld mechanische tractuur met een
Barker-machine voor het hoofdmanuaal. De dispositie van het orgel van de Muiderkerk
onderging later enkele wijzigingen, voor het laatst in 1970 door Fonteyn & Gaal.
Niettemin bleef het overgrote deel van het pijpwerk en voor een belangrijk deel het
klankkarakter onaangetast.
Vervolg opbouw te Emmen:
Het pijpwerk, dat voorheen op pneumatische laden stond,
werd in Emmen op mechanische sleepladen geplaatst. Dat heeft geen noemenswaardige
problemen opgeleverd ten aanzien van de intonatie. Het pijpwerk spreekt in Emmen goed aan,
de klank van de onderlinge registers mengt zich naar wens met andere stemmen en er is
sprake van een mooie opbouw binnen de registerfamilies, alles natuurlijk in het kader van
het orgeltype à la Steenkuyl. Steenkuyl maakte later nog wel mechanische orgels en de
factuur van zijn vroege orgels staat nog heel dicht bij het tamelijk klassieke orgeltype
van Flaes, die op zijn beurt weer uit de school van Bätz kwam.
In het bij de ingebruikneming van het Emmer orgel verschenen boekje "Als een parel
in een kroon" staat op pagina 18: "De orgelbouwcommissie, die met dit
orgel een historisch instrument in huis haalde, wilde daarom terug naar het begin en koos,
voor zover mogelijk, voor de oorspronkelijke dispositie. Dat was ook de wens van de
orgelbouwer".
Wie de huidige dispositie van het orgel vergelijkt met de oorspronkelijke constateert
enkele belangrijke verschillen. Zo is de Cornet van het hoofdmanuaal naar het Bovenwerk
verplaatst. Verder zijn een Fluit 4' (HW) en een Flageolet 1' (BW) aan de dispositie
toegevoegd, op voorstel van de organisten. De andere verschillen (Prestant 4' i.p.v.
Salicionaal 8') en de toevoeging van de Nachthoorn 2' zijn terug te voeren op de
restauratie uit 1970. Laten we deze verschillen eens kritisch bekijken. Bij Steenkuyl
(maar ook bij Flaes, Witte, Bätz en anderen) heeft zo'n Cornet op het hoofdmanuaal niet
alleen een functie als soloregister voor het laten uitkomen van een cantus firmus, maar
ook als versterking van of alternatief voor de discant van de Trompet 8' (dat verklaart
tevens de bas/discant-deling) en als een soort laatste klankreserve voor het tutti. In de
klankopbouw volgt na de labialen 8', 16' en 4' reeds de goed mengende Trompet 8',
vervolgens komen de labialen 3' en 2', de Mixtuur en als laatste de Cornet. Nu staat in
Emmen de Cornet op het Bovenwerk, als weliswaar fraai soloregister; maar uitermate
geïsoleerd van het Hoofdwerk dat in het tutti in de discant duidelijk wat mist. Via de
manuaalkoppeling is dat wel enigszins op te lossen, maar ideaal is dat niet. In het
ensemble van het Bovenwerk is de Cornet als te overheersend onbruikbaar. Anders gezegd: de
plaatsing van de Cornet op het Bovenwerk is een afwijking van de eigenschappen van het
Hollandse negentiende-eeuwse orgel. De toevoeging van een Fluit 4' aan het Hoofdwerk is
zonder meer een verrijking en stilistisch volledig te verdedigen. Het is een mooi vol
klinkend gedekt register; dat perfect aansluit hij de stevige Roerfluit 8'. De Prestant 4'
van het Bovenwerk draagt die naam ten onrechte.
Het is een fijn strijkende Salicet 4', ontstaan uit het opschuiven van de Salicionaal 8' van Steenkuyl. In combinatie met de zachte Viola di Gamba 8' ontstaat een fijnzinnig strijkerskoor. Om de dynamische mogelijkheden in de grondstemmen van het Bovenwerk te vergroten (van ppp, via pp naar p, kenmerkend voor het laatromantische orgel) was er iets voor te zeggen geweest de Salicionaal 8' te reconstrueren, hetgeen ook nauwelijks moeite had gekost. Eigenaardig is de Flageolet 1', een echt vreemde eend in de bijt. Het is een register dat in een andere klankwereld, die van het rococo-orgel thuishoort. Op zichzelf is het natuurlijk wel leuk voor allerlei speelse effecten, zo'n 1-voet, maar maak dan een heel rococo-orgel, compleet met Fluit travers, Carillon, een tertsmixtuur en een Hollandse Vox humana. In het plenum van het Emmer-orgel ligt de Flageolet erbovenop. Dat de Emmer organisten zo graag nog iets extra's op het Bovenwerk wilden, lijkt me volledig legitiem. Een Nazard 3' zou in zo'n Bovenwerk heel goed mogelijk zijn. Intussen valt er nog genoeg positiefs over dit orgel te zeggen. De eiken windladen, de mechanieken en de tractuur zijn fraai gemaakt, naar historische voorbeelden. De klaviatuur; aan de linkerzijkant in de orgelkas geplaatst, is mooi uitgevoerd. De ligging van de klavieren is prettig, de speelaard precies en uitnodigend voor verzorgd orgelspel. Het oude pijpwerk is met zorg en vakkundig gerestaureerd. Hierboven kwam de intonatie al ter sprake. Opvallend in dit orgel zijn vooral de warme klank van de fluiten. Fraai is vooral ook de discant van de wijde Bourdon 16'. De transmissie van dit register naar het pedaal voldoet goed. Het is bepaald geen zuinig pedaalregister dat je hoort. De Trompet 8' sluit goed aan bij de labialen. De Dulciaan 8' is tamelijk zacht en boventoonrijk. Bepaalde elementen in de klank herkende ik van het orgel van de Oude Kerk in Veenendaal, waarvoor Vierdag in 1974 een belangrijk deel van het pijpwerk van het Steenkuyl-orgel uit de Wilhelminakerk te Rotterdam opnieuw gebruikte. De orgelkast is, in overleg met de architect van de kerk, roomwit geschilderd. De labia van de frontpijpen en het blinderingssnijwerk zijn met bladgoud verguld. In vergelijking met de Amsterdamse situatie ziet het front er wat kaal uit. De beelden van de zijtorens, de harp op de middentoren en de "oren" aan weerszijden van het front bleken verdwenen te zijn. De akoestiek van het Emmer kerkgebouw draagt belangrijk bij aan de gunstige klankontwikkeling van het orgel. Organist Mark de Ruiter vertelde dat bij een gevulde kerk er nog ongeveer een seconde nagalm overbleef. Waar nog nazorg aan besteed moet worden is de windvoorziening, die niet geheel stabiel is. Bij een ook maar iets bewegelijke baspartij, of bij herhaalde akkoorden in de linkerhand staat de orgelklank behoorlijk te dansen. Er is een tamelijk grote magazijnbalg met dubbele vouw, die in een grenen balgkast achter het orgel is geplaatst. Wellicht levert het plaatsen van nog een schokbalg hier het gewenste resultaat op. Daar hoeven we echter niet op te wachten om toch de kerk van Emmen geluk te wensen met dit degelijk gemaakte en in veel opzichten boeiende instrument. Het is ook een aanwinst voor heel Emmen, waar men op orgelgebied bepaald niet verwend is.
Dispositie:
| Hoofdwerk | C-f''' | Bovenwerk | C-f''' | Pedaal | C-d' |
| Bourdon | 16' | Holpijp | 8' | Bourdon | 16' (transm) |
| Prestant | 8' | Viola di Gamba | 4' | ||
| Roerfluit | 8' | Prestant | 2' | ||
| Octaaf | 4' | Roerfluit | 4' | ||
| Fluit (N) | 4' | Nachthoorn | 2' | ||
| Quint | 2 2/3' | Flageolet | 1' | ||
| Octaaf | 2' | Cornet | III discant | ||
| Mixtuur | III bas/discant | Dulciaan | 8' | ||
| Trompet | 8' bas/discant |
Winddruk: 80 mm WK.
Samenstelling Mixtuur:
C: 2', 11/3', 1'
c: 2 2/3', 2', 1 1/3'
c': 4', 2 2/3', 2'
Koppelingen:
Ped. + Hoofdwerk
Ped. + Bovenwerk
Manuaalkoppeling
Literatuur:
| Schrijver | Boek of tijdschrift | Omschrijving |
| Wisgerhof Bert | Organist en eredienst 1987/10 | Nieuwe orgels in Emmen in Cappelle aan de IJssel |
| KNOV | Het orgel 1988/05 | Orgelbouwnieuws |
| Wilfred Folmer | Het orgel 1997/01 | Orgelbouwnieuws |
| Bert Wisgerhof | Organist en eredienst 1997/06 | In de brand, uit de brand: opnieuw een orgel in de Goede Herderkerk te Emmen |
| Ger de Leeuw, Henk Huttinga en Marc de Ruiter | "Als een parel in een kroon" 32 pagina's ISBN 90-802431-3-2. | Dit boekje werd uitgegeven ter gelegenheid van de ingebruikname van dit instrument |
Noten:
Foto's van Wieger van Asperen






