Eelde, Hervormde kerk

Informatie over de kerk

Kerk
Deze kerk wordt al genoemd in 1139 en werd gewijd aan de Hl. Maagd Maria en St. Gangulphus. In de huidige vorm is kerk uit de 14e eeuw, hoewel nog enig tufsteen van een blijkbaar oudere kerk in de west- en noordgevel werd verwerkt. In 1715 werd het houten koorgewelf beschilderd met een allegorische voorstelling en onder andere wapens van de familie Van Welvelde. In de dooptuin is een zerk van 1545 met wapens Sighers. Als meubilair is er een preekstoel uit 1621 en drie herenbanken (01).

Orgel
1563: Er is een bericht uit het klooster Selwerd te Groningen waaruit op te maken is, dat er in 1563 een orgel in de kerk te Eelde aanwezig was. Er is namelijk sprake van een organist Harmanno te Eelde die bij zijn huwelijk een geschenk in geld ontvangt van zijn collega Peter organist van het klooster te Selwerd (02). Over dit orgel is verder niets bekend. Evenmin of er nadien nog anderen organist waren te Eelde.

1649: Er is weer een vermelding mbt. een organist. Jan Ubbels Lantingh verzocht toen aan de rentmeester te Assen om uitbetaling van zijn salaris dat hij te goed had van het Landschap (03). In 1649 werd voor het eerst de besluit van kracht door een Resolutie van Ridderschap en Eigenerfden waarbij bepaald werd dat indien men in de kerk een orgel wilde aanschaffen kon rekenen op een bijdrage van 60 Caroli gulden als salaris voor een organist. Deze uitspraak werd gedaan op 18 februari 1649 en was het gevolg van een request vanuit Eelde gedaan om een jaarlijkse vergoeding voor een organist, te betalen uit de kloostergoederen, toe te staan (04). Vermoedelijk was het orgel waarvoor in 1649 een bijdrage gevraagd werd voor het aanstellen van een organist niet hetzelfde instrument waarvan sprake was in 1563. Niet toevallig immers vond in dat jaar de overdracht van collatie plaats aan jonkheer Johan van Welvelde tot Oosterbroek. Deze schonk in dit jaar eveneens een zilveren avondmaalsbeker met inscriptie aan de kerk. De schenking van een orgel was voor een collator, die het recht had om predikanten, kerkvoogden, kosters, voorzangers, organisten en schoolmeesters te benoemen niet ongewoon. Het recht van collatie of Jus Patronatus stamt nog uit de middeleeuwen toen iemand een kerk kon stichten ter ere Gods en tot heil van zijn ziel. Er konden bepalingen van eigenbelang in worden opgenomen zoals het benoemen van kerkelijke functionarissen. Na de hervorming werd dit recht gehandhaafd. In 1795 werd dit zogenaamde heerlijk recht opgeheven, maar in 1813 weer ingesteld en pas bij de nieuwe grondwet van 1848 kon men hierop geen aanspraak meer maken (05).

1661: In de kerkrekeningen werd hierna nog melding gemaakt van een orgel zoals in 1661 toen gesproken werd van: ". . . de kercke achter en onder het orgel laten beschieten en beschilderen. . . " (06).

1669: In 1669 is er zelfs sprake van een orgelmaker want: ". . . In ‘t jaer 1669 op den 23 Decemb. gesonden an die Mr. Andreas orgelmacker 2 mudde rogge, ‘t mudde nae 3 gld. , is 6 gl. , siet quitancie. . . " (07).

1698:In een dispositieverzameling van G. W. Lohman komt Eelde voor met een dispositie van een orgel dat in 1698 gemaakt zou zijn door Arp Schnitger. Vermoedelijk wordt hier bedoeld dat Arp Schnitger het orgel gerepareerd heeft. In het archief van Eelde op die jaren komt geen notitie over het orgel voor (08).

1713:Het jaartal 1713 was vermoedelijk wel tot 1907 op het orgel te lezen. In 1861 echter werd er melding van gemaakt. Terwijl andere opschriften en wapens in de Franse tijd werden verwijderd (09). Dit jaartal heeft naar ons idee ook de betekenis van een bijzonder feit met betrekking tot het orgel. We menen zelfs wel te kunnen zeggen dat het óf een heel belangrijke verandering betreft óf zelfs de betekenis kan hebben van nieuwbouw. Want wat kan anders de betekenis zijn van wat Rudolf Garrels schrijft in zijn brief aan de schout te Meppel:
". . . belangende nu mijn bequaemheit te vernemen of daertoe wel konden geappliceert worden, believe bij mijn Heer Bormannie grietman die op ‘t huijs breeten bie Sneeck sijn woningh heeft voor de welck een orgel tot Eelde up die drente ververdiget. . . ". Garrels" vervaardigde", wellicht samen met zijn collega Jan Radeker, een orgel te Eelde. Uit deze zinsnede blijkt niet dat het om reparatie ging. We menen dan ook dat er een nieuw orgel gemaakt werd of in elk geval geplaatst werd wellicht voor het grootste deel afkomstig uit de werkplaatsen van hun meester Arp Schnitger. We hebben betoogd bij Zuidlaren dat dan het oude uit 1649 stammende orgel uit Eelde in de kerk te Zuidlaren geplaatst werd voor 100. - Caroli gulden (10).
Garrels schrijft dat hij dit werk maakte voor de heer Bormannie, wiens naam Garrels verhaspelt, want het gaat om Sjuck of Sjouck Gerald van Burmania, die sinds 1710 eigenaar werd van de Havezathe Oosterbroek te Eelde. Deze Havezathe was in het bezit van zijn vrouw Josina Suzanna van Welvelde, waarmee hij in 1680 gehuwd was. Daar hij in de buurt van Sneek woonde zal hij ook de bouw van het orgel in de kerk te Sneek in de jaren 1709-1711 gevolgd hebben en de beide orgelmakers, die in opdracht van Arp Schnitger daar het orgel bouwden, hebben leren kennen. Burmania was een ontwikkeld en kunstzinnig man. Hij schreef gedichten in het latijn en had als lijfspreuk "Nobilis sola ets atque unica virtus", wat betekent: "Adeldom alleen mogelijk indien verenigd met moed". Hij was curator van de hogeschool te Franeker en Grietman van Wymbrit-seradeel. Hij woonde op Epema-State te IJsbrechtum ("‘t huijs breeten bie Sneeck" schrijft Garrels) (11).

Na 1713:Hierna zullen de beide orgelmakers het onderhoud gehad hebben. Van Jan Radeker is bekend dat hij tot in de jaren twintig van de achttiende eeuw in Groningen en Friesland werkzaam was (12). Daarna kan het Frans Casper Schnitger geweest zijn die het orgel stemde en onderhield. Na zijn dood in 1729 zal het dan diens opvolger A. A. Hinsz geweest zijn die deze taak overnam.

1742: In elk geval is Hinsz sinds 1742 in het archief der kerk te Eelde te vinden voor stemmen en onderhoud en hij of zijn knechten zullen dit wel tot zijn dood in 1785 zijn blijven doen (13).

1786: In 1786 kwam een eveneens Groningse orgelmaker als reparateur voor. Op 28 oktober 1786 maakte hij bestek op voor een reparatie van het orgel. Het bleek toen, dat het orgel meer dan één blaasbalg had, verder één windlade en van de registers werden een Trompet en een Prestant in het front genoemd ook was er een tremulant aanwezig. Het orgel had nog een stemming in oude trant. De werkzaamheden beperkten zich tot een standaard reparatie wat betekende schoonmaken en herstelling van blaasbalgen, windleidingen, windladen en pijpwerk. De winddruk werd verhoogd tot 40 graden en de temperatuur werd gemaakt "na de nûwe art", de frontpijpen van de Prestant kregen nieuwe folie. Dirk Lohman vroeg voor dit werk 20 gouden ducaten en een puistertreder en vrij vuur. De werkzaamheden vroegen echter nog heel wat tijd, zodat de afrekening pas september 1787 plaats vond. Bovendien kreeg hij nog extra betaald voor de lange tijd die aan het werk moest besteden. Op 12 november 1787 ontving hij nog 47 Caroli gulden en 5 stuivers voor het puistertreden van zijn zoon gedurende 17 weken á tien stuivers per dag (14).
Volgens een bericht in Gregoir zou N. A. Lohman in 1798 het orgel te Eelde van 1 klavier en 8 registers gerepareerd hebben. Uit het archief van de kerk blijkt dit echter niet. Het onderhoud zal wel bij deze orgelmakers gebleven zijn (15).
Op verzoek van de toenmalige unicus collator Wiardus Hora Siccama van Oosterbroek noteerde de waarnemend schoolmeester B. Steringa de bestanddelen van het orgel:
"Het orgel te Eelde bestaat slechts uit/ Een regel toetsen of brikken, groot vier octaven/ met de volgende stemmen: /
aan de linkerhand: an de regterhand: /
Gedakt 8 voet. Prestant 4 voet. /
Octaav 2 - - Quint 3 - - /
Sexquialter en Quint 1 1/2 - - /
Trompet 8 voet. Mixtuur 4 voet sterk. /
met nog een Tramelant/
of klopper. /
zonder voetpordaal, koppeling, windlosser/
etc. /
(w. g. ) B. Steringa. /
"
Het lijkt dus wel een huisorgel of klein balustrade-orgel geweest te zijn. En hier komt dan ook het orgel te Nieuw Scheemda in gedachten, dat Arp Schnitger, vermoedelijk door zijn werknemers Rudolf Garrels en Jan Radeker, van 1795 tot 1798 maakte (16).
Ter vergelijking volgt hier een overzicht van de drie disposities die in de tekst besproken zijn, namelijk die van het orgel te Nieuw Scheemda, oorspronkelijk van Arp Schnitger, de dispositie van G. W. Lohman en hetgeen door B. Steringa werd genoteerd:

I. Nieuw Scheemda. II. Eelde. (G. W. Lohman). III. Eelde. (B. Steringa).
1. Prestant 4’ 1. Prestant 4’ 1. Prestant 4’
2. Holpijp 8’ 2. Holpijp 8’ 2. Gedakt 8’
3. Quintadena 8’ D 3. - - - - - - 3. - - - - - -
4. Fluit 4’ 4. Fluit 4’ 4. - - - - - -
5. Quint 3’ 5. Quint 3’ 5. Quint 3’
6. Octaaf 2’ 6. Octaaf 2’ 6. Octaaf 2’
7. - - - - - - 7. Quint 1 1/2’ 7. Quint 1 1/2’
8. - - - - - - 8. - - - - - 8. Sexquialter 2 sterk
9. Mixtuur 3 sterk 9. Mixtuur 3-4-5 sterk 9. Mixtuur 4 sterk
10. Trompet 8’ 10. Trompet 8’ 10. Trompet 8’
aangehangen pedaal C-d1 aangehangen pedaal C-d1 zonder pedaal
handklavier C-c3 handklavier C-c3 handklavier C-c3 (kort octaaf)
bespijkerde klaviertoetsen - - - - - - - - - - - bespijkerde klaviertoetsen
2 blaasbalgen 2 blaasbalgen 2 blaasbalgen
tremulant tremulant tremulant
windlosser afsluiting geen windlosser

De overeenkomst tussen deze dispositie is opmerkelijk. Het zijn disposities van orgels uit dezelfde school. In alle drie gevallen betreft het orgels met 8 registers met enkele verschillen zoals het ontbreken van de Quintadena 8’ in II en III, het ontbreken van de Sexquialter in I en II, het ontbreken van de Fluit in III en het ontbreken van de Quint 1 1/2’ in I. I en III hebben bespijkerde klaviertoetsen. Verder ontbreekt een aangehangen pedaal in III (17).

1834: Een zelfde verzoek als aan B. Steringa gedaan bereikte de orgelmaker H. E. Freytag, die tot dan toe het regelmatig onderhoud had van het orgel, om de staat waarin het orgel op dat moment verkeerde te beschrijven. Per schrijven van 12 februari 1834 voldoet Freytag aan dit verzoek en vermeld dat de laatste onderhouds- en stembeurt plaats vond op 26 oktober 1833. De volgende punten betreffende het orgel werden naar voren gebracht:
1e. Pijpwerk, zowel labiaal- als tongwerk zijn in goede staat, uitgezonderd de beide vulstemmen, Sexquialter en Mixtuur. Deze stemmen zijn al jaren onbruikbaar en verschillende pijpen zijn door de ratten doorgeknaagd. Hij besluit dit gedeelte met de opmerking: "deze twee registers van geen groten dienst zijnde, zoo kan men hierom het Orgel niet als in eenen slechten toestand zijnde aanmerken".
2e. Wat betreft de windladen en de blaasbalgen, het klavier en het regeerwerk, deze inwendige delen zijn in een goede staat "namelijk wanneer men den ouderdom in aanmerking neemt". Bij goede behandeling kon het orgel dus nog jaren mee (18).
Zoals hiervoor al is gebleken had H. E. Freytag orgelmaker te Groningen het onderhoud. Hij blijft hiervoor genoteerd staan tot 1856 (19).

1858: Hierna komt het onderhoud en stemwerk aan G. P. Dik eveneens een Groningse orgelmaker. Hij deed dat van 1858 tot 1871.

1860: In 1860 komt in de kerkvoogdijrekeningen een post voor van f. 461, 75 voor hersteling en verandering van het orgel. De volgende werkzaamheden werden verricht:
1. Herstel van het pijpwerk, dat was aangetast door vleermuizen.
2. Verandering van enige stemmen van het orgel (vermoedelijk de Sexquialter en de Mixtuur).
3. Vervanging van de bespijkerde klaviertoetsen.
4. Herstelling van de blaasbalgen.
5. Het verven van de kast (20).

1873: Vervolgens komt de Groningse orgelmaker J. Doornbos in de rekeningen voor van 1873 tot 1877 (21).

1878: En van 1878 tot 1901 zien we de Harense orgelmakers P. van Oeckelen en Zonen hierin verschijnen (22).
Niet lang na 1833 moet er een aangehangen pedaal bijgemaakt zijn, daar in 1899 de organist H. Scheltens opmerkte dat het "voetpedaal" voor een derde onbruikbaar was. Verder bleek het orgel zowel uit- als inwendig in een vervallen staat te verkeren. Volgens Scheltens zou het orgel aan vervanging toe zijn. Een nieuw instrument zou ongeveer f. 2000, - kosten (23).

1906: Uiteindelijk besloot de kerkvoogdij over te gaan tot de aankoop van een nieuw orgel. De firma L. van Dam en Zonen te Leeuwarden kreeg in 1906 opdracht een bestek te maken voor een nieuw orgel. Van Dam diende het bestek 14 augustus 1906 in en in 1907 werd het nieuwe orgel opgeleverd.


Foto vermoedelijk van niet lang na de plaatsing  (49)


Bericht uit Nieuwsblad van het Noorden 26-03-1907

De dispositie was als volgt:

Manuaal I. C-g3 Manuaal II. C-g3
Prestant 8’ Salicet 8’
Bourdon 16’ Viola di Gamba 8’ vanaf c
Violoncel 8’ Fluit Dolce 8’
Holpijp 8’ Aeoline 8’
Octaaf 4’ Speelfluit 4’
Roerfluit 4’ Fugara 2’
Octaaf 2    
Cornet 3 sterk disc.    
Mixtuur 2-3 sterk’    
Trompet 8’    

Foto's 01, 02 en 03 vanuit http://www.kerkeninbeeld.nl

3 blaasbalgen; tremulant met Celeste-zweving op II; aangehangen pedaal C-d1; Klavierkoppeling; ventiel of windlosser; orgelkast in gotische stijl; de aanneemsom bedroeg f. 3850, - (24).
Van 1907 tot 1927 had Van Dam het onderhoud en stemwerk vermoedelijk kregen de opvolgers Vaas en Bron daarna het onderhoud toegewezen.

Foro van het orgel van waarschijnlijk voor 1968

1909: Het oude orgel dat door Van Dam was ingenomen werd omstreeks 1909 verkocht aan de Gereformeerde gemeente te Oostwold (Gron. ). Omstreeks 1930 werd het orgel verplaatst naar de Gereformeerde kerk te Kantens (Groningen) na ontdaan te zijn van de kast. In 1963 werd het orgel vervangen door een nieuw instrument dat werd vervaardigd door de firma Van den Berg en Wendt te Zwolle. Het oude orgel uit Eelde werd afgebroken en delen ervan kwamen terecht bij de orgelmaker J. J. Harkema te Zuidhorn (25). 

1920: In deze periode voerde de Nederlandsche Organisten Vereniging (NOV) een campagne voor salarisverhogingen. Dit lukte in Eelde. Het sslaris werd met f50,- per jaar verhoogd.

1967/1968: Het orgel voldeed niet meer, met name de klankopbouw van het tweede Manuaal en het ontbreken van een vrij pedaal waren grote manco’s.
Als adviseur werd aangetrokken de heer W. A. Houtman namens de orgelcommissie van de Gereformeerde Organisten Vereniging.
Op 27 juli 1967 vraagt de kerkvoogdij aan Reil om een offerte uit te brengen voor een restauratie. Op 11 augustus bezoekt Reil de kerk en meldt dit via een brief d.d. 23 augustus 1967.
Op 28 augustus 1967 brengt Reil een offerte (blz. 0102030405). Het grootste probleem van het orgel is de windvoorziening. Deze staat op zolder en blaast in de winter koude lucht in het warme orgel. Ook de hetelucht-verwarming heeft het orgel geen goed gedaan.
Verder veel slijtage in de tractuur. Het pijpwerk is in goede staat.
De volgende werkzaamheden worden voorgesteld:
 -De windladen dienen in de werkplaats te worden gerestaureerd en temperatuurvast gemaakt te worden door verende afdichtingen.
 -Nieuwe windmotor in de kerk bij bij het orgel.
 -Restauratie mechanieken
 -Wijziging romantische dispositie. Er kan geen "modern" orgel van worden gemaakt. Toevoegen van een vrij pedaal met 16', 8' en 4' labialen. Hiervoor kan de Bourdon 16' van het manuaal worden gebruikt.
 -De plek van de Bourdon kan worden ingevuld door de Viola da Gamba 'van het BW te vermaken tot een Quint 2 2/3
 -Op de plek van de Viola da Gamba op het BS kan een Quint 1 1/3' worden geplaatst, gemaakt uit de Fugar 2'.  (2 acht voeten op het BW is genoeg) De Aeoline 8' kan worden vervangen door een sequialter II. Op de plek van de Fugara 2' kan een Gemshoorn 2' worden geplaatst.
  Op een kantsleep zou nog een Regaal 8' kunnen worden bijgeplaatst.
Op 25 januari vraagt Reil aan de Kerkvoogdij wat de stand van zaken is rond de uitgebrachte offerte. Op 7 februari meldde de Kerkvoogdij dat de opdracht aan een andere orgelmaker was gegund.

Op 7 maart 1968 diende de orgelmaker L. Verschueren te Heythuizen een restauratieplan in.

Foto uit 1968 (49)
-De magazijnbalg met schepbalgen werd vervangen door een kleine regulateurbalg en twee schokbalgen
-Loden conducten werden vervangen door flexibele slang
-Modernisering van de klaviatuur.
-Koppelingen vernieuwd
-Nieuwe kunststof-registerplaatjes
-Dispositiewijzigingen
 Hoofdwerk: -Bourdon 16' +Scherp III-IV
 Dwarswerk: -Viola da Gamba 8', - Aeoline 8', -Fugara 2' + Doublette 2', +Kwint 1 1/3', +Dulciaan 8'
 Pedaal: Nieuw vrij pedaal (48)

Na deze restauratie kreeg het orgel de volgende dispositie:

Hoofdwerk. C-g3 Dwarswerk. C-g3 Pedaal. C-d1
1. Prestant 8’ 11. Salicionaal 8’ 17. Subbas 16’
2. Holpijp 8’ 12. Bourdon 8’ 18. Openbas 8’ *
3. Violoncel 8’ 13. Speelfluit 4’ 19. Prestant 4’ *
4. Octaaf 4’ 14. Doublette 2’ * 20. Fagot 16’ *
5. Roerfluit 4’ 15. Quint 1 1/3’ *    
6. Octaaf 2’ 16. Dulciaan 8’ *    
7. Cornet D 3 sterk        
8. Mixtuur 1 1/3’ 2-3 sterk        
9. Scherp 3-4 sterk *        
10. Trompet B/D 8’        

De met * gemerkte registers zijn nieuw of gedeeltelijk nieuw.
Samenstelling vulstemmen:
Cornet 3 sterk: C1 = 2 2/3 - 2 - 1 3/5 enge open fluitmensuur
Mixtuur 2-3 sterk: C = 2 - 1 1/3
c = 2 2/3 - 2
c2 = 4 - 2 2/3 - 2
Scherp 3-4 sterk: C = 1 - 2/3 - 1/2
F = 1 1/3 1 - 2/3
f = 2 - 1 1/3 - 1 - 2/3
f1 = 2 2/3 - 2 - 1 1/3 - 1
f2 = 4 - 2 2/3 - 2 - 1 1/3
Koppelingen: Hoofdwerk - Nevenwerk; Hoofdwerk - Pedaal (26).

Op zaterdag 16 november 1968 werd het orgel met een orgelconcert door Charles de Wolff in gebruik genomen. Het programma met werken van Johan Sebastiaan Bach luidde:
1. Koraalvoorspel: Schmücke Dich, O liebe Seele.
2. Preludium en Fuga in c kleine terts.
3. Partita over: Sei gegrüsset, Jesu gütig (Koraal met 11 bewerkingen).
4. Preludium en Fuga in Es grote terts (27).


Nieuwsblad van het Noorden 13-11-1968


Foto van na 1968

1983: Gedeeltelijke restauratie door Mense Ruiter. DE volgende werkzaamheden werden uitgevoerd:
-De oude lade van het Dwarswerk werd vervangen door een nieuwe lade, omdat de oude lade te kleine canvellen had.
-Windvoorziening gewijgd. Schokbalg Dwarswerk verwijd en die van het hoofdwerk vastgezet.
-Herstel klaviatuur, Manuaalkoppel gewijgd en nieuwe porceleinen registerplaatsjes.
-Hoofdwerk: -Scherp III-IV + Bourdon 16' Verdwenen koor van de Mixtuur gereconstrueerd.
-Dwarswerk: -Kwint 1 1/3, +Viola da Gamba 8' (Van Dam-orgel uit de afgebroken Oosterkerk Leiden) +Quintfluit 3' Doublette 2' vervangen door een Fugara 2'
-Pedaal: -Prestant 4' +Octaaf 4'
(28) en (48)

 2007: Van de Stichting tot Behoud van het Nederlands Orgel werd een subsidie verkregen van EUR 2.000,= (55)


Foto (49)

2009: Restauratie door Mense Ruiter.
-Herstel orgelkas
-Lijstwerk registerborden hersteld. Pedaalklavier weer op verhoging. Nieuw knieschot.
-Zwevende mechaniek verwijderd. Verbetering koppelingen.
-Restauratie Hoofdwerklade. Verende bodem van de Pedaallade verwijderd.
-Regulateurbalg vervangen door een grotere magazijnbalg.
-De flexibele conducten uit 1968 weer vervangen door loodconducten
-Nieuwe pijwerk voor de Fugara 2' in van Dam mensuur
-Herintonatie van de van Dam registers en de Basson 16' van het pedaal.(48)

Huidige dispositie:
Hoofdwerk Bovenwerk Pedaal
Prestant 8' Salicionaal 8' Subbas 8'
Bourdon 16' Flute dolce 8' Octaaf 8'
Violoncel 8' Speelfluit 4' Octaaf 4'
Holpijp 8' Viool de Gambe 8' Basson 16'
Roerfluit 4' Quintfluit 3'  
Octaaf 4' Fugara 2'  
Octaaf 2' Dulciaan 8'  
Mixtuur, II-III 2' Tremulant  
Cornet III disc    
Trompet 8' B/D    

2013: Het orgel wordt opnieuw geschilderd door Lut Gielen samen met Veldman en Veltman restauratie- en decoratieschilders. De  verschillende oude verflagen zijn onderzocht en op grond daarvan kon de oorspronkelijke kleurstelling worden achterhaald. De oude verflagen blijven intact als geschiedenis. De oorspronkelijke kleuren worden dan ook weer hersteld over de oude verflagen heen.
Zie ook de tekst en reportage van TV-Drenthe: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/orgel-dorpskerk-eelde-terug-naar-originele-staat (46)


Facebook d.d. 31-01-2014 (47)


Facebook d.d. 31-01-2014 (47)

Organisten.
1563 Hermanno "Hermanno organistae in Elden in nuptys (nuptyus) gesandt per petrum organistam nostrum, 1 dal. en 1 rid. ". Dit betekent vertaald: Bij het huwelijk van Hermanno, organist te Eelde, heeft onze organist Peter (te Selwerd) hem 1 daler en 1 ridder gezonden. De datering valt in het begin van 1563. Over hem is echter verder niets bekend (29).
1649-1655. Jan Ubbels Lantingh. Van deze organist is een request bewaard waarin hij al in 1649 verzocht om uitbetaling van zijn salaris over het eerste halfjaar dat hij het orgel te Eelde had bediend. Hij ontving het gevraagde op 25 september 1649 (30).
1655-1667. Johan Roeloffs. Hij werd 16 februari 1651 al benoemd tot koster, klokluider, voorlezer, voorzanger en schoolmeester (31).
1667-1681. Luiten Egbers Westebrink. Hij werd benoemd op 7 december 1667 (32).
1681-1699. Berent Jansen Steringa. Hij is de eerste in een lange rij van kerkdienaren van die naam. Hij werd benoemd op 31 augustus 1681. Verder werd hij 8 november 1685 nog benoemd tot koster, klokluider, voorlezer, voorzanger en schoolmeester (33).
1702-1712. Lambert Thaalen. Deze werd aangesteld om de nog minderjarige Jan Roelofs Steringa te vervangen (34).
1715-1740. Jan Roelofs Steringa. Zijn officiële benoeming ging in op 12 november 1715. Hij zal echter al wel eerder als organist zijn opgetreden. (35).
1740-1776. Berent Jans Steringa. Hij werd benoemd op 25 september 1740. Hij was ook schoolmeester, maar moest tot hij 25 jaar was door een vervanger deze betrekking laten waarnemen (36).
1776-1830. Cornelis Steringa. Hij werd benoemd op 26 maart 1776. Voor zijn betrekking als schooldienaar had hij zich nog te bekwamen en werd op 13 mei 1779 door deputaten van de classis Rolde voor deze betrekking bekwaam bevonden. Tengevolge van de Constitutie van 1798 werd de betrekking van schoolmeester een wereldlijk ambt. Hij bleef echter tot zijn dood in funktie zonder enige andere acte van benoeming (37).
1830-1846. Berend Kornelis Steringa. Deze was al in 1830 als koster benoemd. Zijn betrekking als organist en schoolmeester was echter "provisioneel". Na diens overlijden wilde de collator Mr. Wiarda Hora Siccama tot Oosterbroek diens zoon Berend Steringa benoemen, maar dit werd hem door de kerkvoogdij bestreden (38).
1846-1847. Gerrit Rijkens. Deze werd benoemd door Mr. W. Hora Siccama, terwijl de kerkvoogdij als kandidaat Rijkel Wanners Koiter had benoemd. Hierna zal toen toch Berend Steringa organist geworden zijn daar deze in 1860 als zodanig werd genoemd (39).
1847-1861. Berend Steringa. Hoe het organistschap in die tijd in werkelijkheid geregeld was is niet duidelijk, daar van 1853 tot 1854 er sprake is van vervanging door J. J. Marringa, terwijl sinds 1854 ook H. Kampinga werd genoemd. Vermoedelijk was deze echter eerst als schoolmeester en in 1861 als organist benoemd (40).
1861-1887. H. Kampinga. In een brief van 18 augustus 1886 vroeg deze nog gedurende vijf jaar organist te mogen blijven, maar hij wilde bedanken als koster, terwijl hij ook per 1 november 1886 ontslag aanvroeg als hoofdonderwijzer. Men wilde op deze aanvragen liever niet ingaan en men stelde voor hem een tijdelijk pensioen te geven van f. 100, - per jaar. Hierop nam Kampinga per 1 januari 1887 ontslag uit al zijn kerkelijke functies (41).
1887-1915. J. Scheltens. Hij werd benoemd op 16 februari 1887. Hij was diegene die op 24 november 1899 een klacht indiende over het orgel. Dit leidde uiteindelijk tot de vervanging in 1906 (42).
1915-1916. Mej. Wolthuis. Zij was slechts tijdelijk aangesteld en nam ontslag op 24 november 1916.
1916-1957. G. Nienhuis. Hij werd benoemd uit twee sollicitanten en bleef organist tot zijn overlijden in 1957 (43).

Nieuwsblad van het Noorden 26-10-1929


Nieuwsblad van het Noorden 04-02-1957


1957-1964. A. Gramsbergen. Hij kwam van Groningen en werd benoemd 13 februari 1957 (44).
1965-ca. 1978 Piet van der Hoeven. Deze organist, die de restauratie van 1968 begeleidde, was hoogleraar te Groningen. Van hem ontving W.D. van der Kleij veel inlichtingen over de restauratie van het orgel in 1968 en de organisten uit de periode na 1915.
ca. 1978 -1992 Ab Weegenaar. Hij is nu organist van de Bovenkerk te Kampen. Zie ook http://www.abweegenaar.nl (45)
1985 - 1991 Jan Hut(45)
1991 - heden Vincent van Laar(45)

 

Bronvermelding:

  1. Zie Steensma. Drentse kerken(1977)17-19.
  2. RAG. AKS. Rationale of Rekeningboek (1563) 87 verso. Deze inlichting van Adriaan de Groot,
    waarvoor onze dank. Er bestond in het gehucht Bunne onder Eelde een kapel van de Duitse Orde te Utrecht, die echter in 1563 werd opgeheven. Zij hadden het recht tot begeven van kerkelijke betrekkingen en droegen die in 1563 over aan Johan van Ewsum. Niet onmogelijk werd ter gelegenheid hiervan een orgel in de kerk te Eelde geplaatst of kwam het misschien uit de Kapel te Bunne? Zie ook Magnin. Kloosters. Zie verder onder Organisten.
  3. Zie verder onder Organisten.
  4. RAD. Inv. 6III. Resoluties Ridderschapen Eigenerfden 18-2-1649. Zie Hora Siccama, Rechtsgeding
    (1847)3. Bijlage 1.
  5. xx
  6. RAD. AHGE. Inv. Kerkenboek. "1661. ende[. . . ]van de kercke[. . . ]het orgel laten beschieten en beschilderen[. . . ]". Beschieten kan betekenen met planken bekleden of een lambrizering maken.
  7. RAD. AHGE. Inv. Rekeningboek(1669). De genoemde Mr. Andreas zou de Groningse orgelmaker Andreas de Mare kunnen zijn, die in 1647 te Zuidbroek, 1659-1662 te Groningen en 1656-1671 te Garmerwolde voorkomt. Hij blijkt in nature betaald te zijn.
  8. Jubileum uitgave van Het Orgel (1890-1960) 50. De disposities werden door G. W. Lohman genoteerd in een exemplaar van Hess’Dispositien(1785). G. W. Lohman was orgelmaker te Groningen. Geb. aldaar 24-12-1802 en overl. aldaar 28-10-1856.
  9. Zie Romein. Pedikanten(1861)40. Bijlage 2. Het orgel moet met beeldhouwwerk versierd ge-weest zijn en op het orgel stonden engelenfiguren, die na 1906 nog geplaatst werden op het orgel van de ned. Herv. kerk te Appelscha. Nieuwsbl. v. h. Noorden 6-6-1967.
  10. Zie onder Meppel en de daar genoemde bijlage no 20, 25-6-1718. Zie onder Zuidlaren. In 1698 was er in elk geval een orgel daar de lijst van organisten vanaf 1649 onafgebroken doorloopt. Zie Organisten.
  11. Zie voor hem Hora Siccama, a. w. (1847)3-4; verder Nieuw Ned. Biogr. Wb. dl. III, kolom 1067.
  12. Zie Nieuwkoop. Haarlem( )202-203 en 395-396.
  13. RAD. AHGE. Inv. Rekeningboek(1741-1782). Bijlage 3. Een stuk 14-2-1794 laat zien, dat Hinsz ook na 1747 het onderhoud had. Bijlage 4.
  14. RAD. AHGE. Inv. Stukken betreffende het orgel 1786. Bijlage 5. De stukken zijn gedateerd 4-9-1787; 4-11-1787 en 12-11-1787. Bijlage 6. Zie voor de familie Lohman de Mixtuur no 5(1971)73-76; no
    7(1972)113-122; no 38(1982)312.
  15. Gregoir. Historique(1865)131: "Orgues de N. A. Lohman: 1798, Eelde, renouvelé l’orgue de 1
    clav. et 8 reg. ".
  16. RAD. AHGE. Inv. Losse stukken 1833. Bijlage 7.
  17. Zie Edskes. Arp Schnitger(1969)en Lohman a. w. (1960).
  18. De opmerking van Freytag, dat de registers Sexquialter en Mixtuur "van geen groten dienst zijnde" duidt op de verandering van muzikale smaak in de 19e eeuw. Het orgel heeft een hoge ouderdom. In 1833 moet het volgens onze berekening wel 120 jaar oud zijn. Het zou
    nog eens ruim 70 jaar meegaan en daarna nog, wat lade en pijpwerk betreft, nog tot 1964. Het
    moet toch wel een qualitatief goed orgel geweest zijn.
  19. RAD. AHGE. Inv. Staten van ontvangsten en uitgaven(. . . . -. . . .)18-11-1853; 12-11-1855; 15-12-1856 steeds voor f. 10, -.
  20. RAD. AHGE. Inv. Staten van ontvangsten en uitgaven(. . . . . . )vanaf 1858 tot 1871. Zie voor G. P. Dik Het Orgel(1993)341-349 en 378-388. RAD. AHGE. Inv. Staten van ontvangsten en uitgaven(1860). Hierbij zit nog een post voor kostgeld aan H. Hillebrans van f. 85, 35 en voor de organist Steringa van f. 51, 67.
  21. RAD. AHGE. Inv. Staten van ontvangsten en uitgaven(1873-1877).
  22. RAD. AHGE. Inv. Staten van ontvangsten en uitgaven(1878-1901).
  23. Uit het archief blijkt nergens dat er een aangehangen pedaal werd bijgemaakt. Alleen de post van de orgelmaker Dik is groot genoeg voor zo’n ingreep, maar wordt niet gespecificeerd. Bijlage 8.
  24. Bestek van 14 augustus 1907. Bijlage 9. Bijzonder hierin is de opgave van het gewicht der toonpijpen volgens toonslengte. De Harp(1907-1908)26. Het was het 355e orgel van deze firma
  25. Eigen waarneming en inlichting van F. Talstra waarvoor onze dank. In de zeventiger jaren waren nog delen van het orgel opgeslagen bij de orgelmaker J. J. Harkema te Zuidhorn. Van de registers Holpijp 8’ en Fluit 4’ waren nog pijpen aanwezig. Tussen één der hoeden van een pijp van de Holpijp 8’ kwam een reep krantenpapier (Nieuwsblad van het Noorden) 22e jg. woensdag 13 januari 1909 te voorschijn. Hetgeen de verplaatsing in 1909 bevestigt. Enkele schotten van de oude kast waren nog aanwezig en de windlade was verkocht aan éne Haverkamp uit Wijhe, die er waarschijnlijk iemand voor wist, die er nog een orgel van van wilde maken. Naar verluid voor een kerk in Overijssel. De windlade was ongeveer 50 cm breed.
  26. Het Orgel(1985)62-65. De heer Houtman overleed tijdens de restauratie en werd vervangen door de heren P. Baris en J. de Vos. Bijlage 10.
  27. Het Orgel(1969)24. Programma ingebruik name 16-11-1968.
  28. Het Orgel(1985)62-65. Adviseur bij de restauratie in 1983 was Jan Jongepier te Leeuwarden. Bijlage 12.
  29. RAG. AKS. (1563)87 verso.
  30. RAD. Statenarchief. Rek. Rentm. Inv. no 1779 op het jaar 1649 enz. Hij werd benoemd door de collator Johan van Welvelde. Bijlage 13.
  31. Deze werd 16-2-1651 benoemd tot schoolmeester te Eelde. Het jaartal 1655 is onzeker. De benoeming door dezelfde als in noot 30. Dit gegeven uit Mr. Wiardus Hora Siccama. Beschouwingen, enz. Groningen z. j. , pag. 8. Dit boekje bevond zich bij raadpleging in de bibl. v. h. Prov.
    Mus. te Assen onder no G2.
  32. Hora Siccama, a. w. , pag. 8-9. Idem als noot 30.
  33. Hora Siccama, a. w. , pag. 8-9. Benoemd door de collatrice Catharina van Burmania.
  34. xxx
  35. Hora Siccama, a. w. , pag. 8-9. Benoemd door de collator Jonkh. van Burmania.
  36. Hora Siccama, a. w. , pag. 8 en 10. Benoemd in 1776 door de collator Jkhr. S. G. Jv. Burmania Rengers. RAD. AHGE. Brieven 16-2-1832 en 9-3-1833. Hij huwde te Westerlee(Gr. )13-6-1761. Vriendelijke mededeling F. Talstra.
  37. Hora Siccama, a. w. , pag. 10. Benoemd door idem als noot 36. In Belonje. Gedenkwaardigheden (1937)onder Eelde staat: "Vernieuwd(nl. de torenklok)toen te Eelde kerkvoogden waren de Ed. G. E. Kelder en H. Hilbrants en P. Speckman pastor en K. Steringa organist, door Andries H. van Bergen, Anno 1805". Hij overleed in 1830 na 55-jarige dienst als organist, voorzanger,
    voorlezer en koster. Tijdens zijn organistschap werd in 1781 Mr. Tonco Modderman door koop de nieuwe collator. Wiardus Hora Siccama vervolgens erfde dit recht wegens zijn huwelijk met een dochter van Tonco Modderman op 5-5-1841.
  38. Hora Siccama, a. w. , pag. 13-16. Benoemd door de collator Wiardus Hora Siccama. Na het overlijden van Steringa in 1846 kwam de kwestie van de benoeming pa echt op gang.
  39. Hora Siccama, a. w. , pag. Hij werd benoemd als schoolmeester, organist en koster door Hora Siccama, maar hem werd door de kerkvoogden en kerkenraad belet deze functies uit te oefenen. Daar de collator zich toen in zijn rechten tekort gedaan voelde begon hij het drietakkig rechtsgeding met drie dagvaardingen gedateerd 7-8-1847.
  40. Waarschijnlijk is sinds 1861 het collatierecht opgeheven daar nu de kerkvoogdij de organist benoemde. Harmannus Kampinga werd in 1854 aangesteld als koster, voorzanger , voorlezer en organist.
  41. RAD. AHGE. Brief 29-1-1899 van Jacob H. Scheltens, koster en organist. Hij kwam in 1887 van Westernieland. Het opzeggen van zijn betrekking blijkt uit de vergadering van 23-2-1915.
  42. RAD. AHGE. Kerkvoogdijvergadering 16-4-1915. Er zijn drie gegadigden voor de betrekking als organist. Wolters en Schoenmaker uit Groningen en mej. Wolthuis uit Warfum. Naar hun bekwaamheid deden E. D. Kunst en Frieso Molenaar uit Groningen een onderzoek. De benoeming was op 8-5-1915. Per 24-11-1916 vroeg zij echter eervol ontslag.
  43. Hij werd benoemd uit het tweetal G. Nienhuis en ene De Glee. Overleden in 1957.
  44. RAD. AHGE. Vergadering 13-2-1957. Benoeming van A. Gramsbergen afkomstig van Groningen.
  45. E-Mail januari 2006 door Ab Weegenaar
  46. RTV Drenthe
  47. Facebook: https://www.facebook.com/LutGielenRestauratieEnDecoratieschilder
  48. Boek: Het Nederlandse historische orgel 1902-1910 blz. 228-230
  49. www: http://reliwiki.nl/index.php?title=Eelde,_Hoofdweg_74_-_Sint_Gangulphus
  50. Tijdschrift: De Orgelvriend 1978/02 Orgelbouw in de tweede helft der 19e eeuw en de eerste helft van de 20e eeuw door Rien Buijk
  51. Tijdschrift: Groninger Orgelagenda 2009 Orgelrestauraties in 2009 provincie Drenthe door Stef Tuinstra
  52. Tijdschrift: Groninger Orgelagenda 2010 Orgelrestauraties in 2009 Provincie Drenthe door Stef Tuinstra
  53. Tijdschrift: Het Orgel 1969/01 Orgelbouwnieuws
  54. Tijdschrift: Het Orgel 1985/02 4 van Dam orgels gerestaureerd door Jan Jongepier
  55. Mededelingen nr. 70 voorjaar 2007 Van de Stichting tot Behoud van het Nederlands Orgel


Bijlagen.
Bijlage 1.
RAD. Statenarchief. Resoluties van Ridderschap en Eigenerfden, no 6III, folio 258, 18-2-1649.
Op de requeste van die van Eelde, versoeckende een Jaerlix Sulfidio tot onderhoudt van een Organist, uyt de Clooster goederen, hebben de heren Ridderschap en Eygenerfden ten sulcken sin geconsenteert de summa van tsestich Caroli guldens, tot dat bij de Landschap anders hierinne sal sijn geordonneert, verstaende ‘t selve mede plaatse te sullen hebben in andere Carspelen desen Landschap, die in haere kerkcken orgels willen becostigen.

Bijlage 2.
T. A. Romein. De Hervormde predikanten van Drenthe. Assen(1861)40. Onder Eelde:
De kerk is met een orgel voorzien, waarop het jaartal 1713 nog staat, terwijl de andere opschriften en wapens, waarmede het was versierd tijdens de revolutie zijn vernietigd; of dit jaartal een herstelling of geheele vernieuwing aanduidt, is onzeker, maar zekerder, dat hier vroeger een orgel geweest is, daar bij resolutie van den landdag den 12-2-1649, aan den organist hier, jaarlijks f. 60, - toegelegd werd en tevens bepaald, dat zulks ook plaats zou hebben omtrent andere karspelen, die een orgel wilden bekostigen; deze resolutie werd in 1681 vernieuwd, zie op Zuidlaren.

Bijlage 3.
RAD. AHGE. Inv. no Rekenigboek(1741-1782).
1745 den 8 May betaalt an Monsieur Hins Orgelmaaker, onderhoud 18. 0. 0. car. gld. (over de jaren 1742, 1734, 1744).
1746 (idem over de jaren 1745, 1746) 12. 0. 0 car. gld.
1747 (idem over 1747) 6. 0. 0.

Bijlage 4.
RAD. AHGE. Inv. no
Ontvangen van de kerk van Eelde door den herr T. Modderman de summa vijftien gulden vijftien stuivers tot afdoening van een oude pretensie van wijlen den orgelmkaer Hins ter summa 60. 0. 0 car. gls. en voor gemelde 15. 15. 0 id. te te weezen. Groningen febr. 1794. J. G. Lohman als voormond over de kleinkinderen.

Bijlage 5
RAD. AHGE. Inv. no
Condition of bestek wegen ene verbetering en herstelling van het kerkenorgel tot Eelde op lanschap drent
1. mooten de blaasbalgen war sie lek sien met wit schapleer en wel geprepareert met Englischen leim met visleim verset en milleert dicht gemakt dat keen, wind verlooren gahn
ka2. de Canaalen mooten ock so versien worden dat keen wind verlooren gaat
3. De windlaade moot all het noodige ook daran verbetert worden dat neet daran mankeeret
4. dat Registratühr werk moot all het henderlike daran ock versien en verbetert worden
5. die abstraktühr met dat Claviatür moot ok na gesien en wat daran mankieret verbetert werden
6. mooten alle peipen van de windlade afgenommen en gesüvert werden
7. de windlade moot ock well gesüvert en all het veülnis daraf gemackt worden
8. den moot de wind in de blasbalgen op 40 graad verhoogt en versterkt worden
9. darna mooten de peipen well geintoneert dat sie all well anspreken
10. den moot de Temperthür na de nüwe art darin gebrogt dat uit alle tohnen well kan gespeelt worden
11. het schnarwerk of Trompet moot ok verbetert dat sie wel süh intonieren en stemmen laaten konnen
12. de Tremülant moot ock Eefenredieg gemackt worden
13. dat lofwerk moot ock verbetert en versien worden
14. die Prestant in het gesigt moot met nüwe volie betrokken worden dat sie een nüwe ansien bekommen dit boven gemelde moot geschieden all dat mankierende daran is nieht well benomen ik versprek het geheele werk all wat daran verbetert ken worden to verbeteren dan moot ik darvor hebben 20 goüden Dücaten alle matterieallen darto vor miene rekening uitgenommen een püstertreeder bei dat stemmen en vrie vür tot leimen en zoldieren so geschieden uit order van Mijn Herr Tonko Modderman tot groningen
den 28 octobr 1786 (w. g. )D: Lohman orgel maker tot Emden

Bijlage 6
Ontfangen van den Heer T. Modderman als Unicus collator van Eelde twintig Ducaaten volgens bestek voor het repareeren van het Kerkenorgel te Eelde. Oosterbroek 4 Septr. 1787. D: Lohman Orgel Maker. 105=. =.
Nog van denzelfden ontfangen tot een douceur en schadeloosstelling, weegens den onvoorzienen langen tijd die er aan hebbe moeten werken Drieendertig Guldens. Oosterbroek 4 Septr. 1787 D: Lohman Orgel Maker. f 33. =. =. Summa f 138. =. =.
D. WelEdel gestrenge Herr Tonko Modderman als Uni Colater van Eelde is debet wegen het verbetern die kerken orgel vor handlangen of Rister treden volgens het bestek dat appart müste betaalt worden voor kerken rekening dat mien sohn heft wargenommen vor 17 weken des dags 10 stüver makt 51 gülden segge een en Fievtig gülden D: Lohman örgel Maker Eelde den 4 Novembr 1787
NB. Wij hebben ‘t samen goedgevonden, om de rekening van den Orgelmaker Lohman wegens het puistertreeden en andere diensten door desselfs zoon gedaan, te modereeren op negen gouden Ducaten, bedragende de summa van Seven en Veertig gulden Vijf Stuvers niet twijffelende of dit geld is er ook wel aan verdient. Weshalven wij vertrouwen, dat hier in tot genoegen van beide partijen gehandelt mogen hebben. Speckman Pred. te Eelde. 47=5. K. Bolhuis; H. Hibrants;
Kornelis Steringa.
Bovenstaande summa vasn zevenveertig Guldens vijf stuvers aan mij voldaan Gron. 12 Novr. 1787 Dirck Lohman orgel Maker.

Bijlage 7
De waarnemende Schoolmeester, B Steringa, te Eelde, gelieve, met vereischte naauwkeurigheid, hier onder op te teekenen alle Stemmen en verdere bestandeelen van het orgel in de Kerk te Eelde, voorhanden, en die opgaaf, verteekend, met eenige dagen, ter hand te stellen aan den ondergeteekenden. Oosterbroek den 23 Decbr. 1833. (w. g. )Wds. Hora Siccama, v. O. Unicus Collator. (volgt de dispositie uit de tekst van B. Steringa).
De orgelmaker = Freijtag te Groningen, aan wien het gewoon onderhoud van het Orgel, in de kerk der Hervormden te Eelde is opgedragen, geliede hieronder naauwkeuriglijk op te geven den staat van het orgel, zoo als hetzelven, bij zijn laatste bezoek aldaar, is bevonden, met zijne aanmerkingen of bedenkingen daeswegen, en die opgaven, na eenige dagen, te doen toe-komen aan den ondergeteekenden. Oosterbroek den 28 December 1833. (w. G. ) Wds. Hora Siccama,
v. O. Unicus Collator.
Ingevolge bovengenomede opdragt van den WelEdelen Heere Wds. Hora Siccama Heer van Oosterbroek, heeft de ondergetekende Orgelmaker de eer te berichten, het navolgende.
Bij het laatste nazien en stemmen des KerkOrgels te Eelde op den 26 October 1833, door mij in per persoon gedaan, heb het Orgel bevonden op volgende manier. - Genoemde Orgel bevindt zich, in eenen goeden staat, wat het Pijpwerk, zoo wel Labiaal, als Tongwerk betreft; uitgezonderd de beide zoo genaamde Vulstemmen, Mixtuur en Sexquialter, zijnde deze Stemmen, sedert eenige Jaren niet meer in eenen bruikbaren staat geweest, wat de stemming betreft; en zijn te meer doorratten, (die misschien hun verblijf in hetOrgel hebben gehadt) verscheiden dezer Pijpen doorgeknaagd. Deze twee registers van geen groten dienst zijnde, zoo kan men hierom het Orgel niet als in eenen slechten toestand zijnde aanmerken. Overigens, zijn de ander inwendige deelen des Orgels in eenen goeden staat; (namelijk wanneer men den ouderdom in aanmerking neemt), want: Windlade, Blaasbalgen, Klavier en Regeerwerk behoren noch veele jaren gebruiktte kunnen worden wanneer hetzelve, goed worde behandeld, en er gene bezonder toevallen aan plaats hebben,
Dit een enander na waarheid, door mij ondergetekende opgegeven zijnde, heeft hij de eer zich met alle achting te mogen noemen. UWelEdle’Dienstw. Dienaar!(w. g. ) H: E: Freijtag Orgelmaker.
Gron: den 12 Janr. 1834.

Bijlage 8
RAD. AHGE. Inv. no Staten van Ontvangsten en uitgaven. 1860.
Werkzaamheden verricht door de orgelmaker G. P. Dik.
1. herstel van het pijpwerk dat aangetast was door vleermuizen.
2. verandering van enige stemmen om meer kracht te krijgen.
3. vervanging van de bespijkerde klaviertoetsen.
4. herstelling van de blaasbalgen.
5. het verven van de kast.
De totale kosten bedroegen f. 645, 88. Voor de orgelmaker f. 461, 75, voor kostgeld aan H. Hilebrans f. 85. 35 en voor de organist Steringa f. 51, 67.

Bijlage 9
RAD. AHGE. Inv. no Bestek en Conditien voor een nieuw Kerkorgel in de hervormde kerk te Eelde.

Bestek en Conditiën voor de vervaardiging van een nieuw Orgel met twee Handklavieren en een aangehangen Pedaal, voor de Hervormde Gemeente te Eelde, en voor de WelEd Heeren Kerkvoogden ontworpen door L. van Dam en Zonen, kerkorgelfabrikanten te Leeuwarden.
Het Orgel zal bestaan uit de volgende Hoofddeelen:
1. Een Hoofdmanuaal of Onderklavier, 56 toetsen.
2. Een Tweede manuaal of Bovenklavier, 56 toetsen.
3. Een Pedaal of Voetklavier, 27 toetsen.
4. Een Drieledig Windtoestel, reservoir constructie.
5. De volgende Dispositie van Stemmen en Werktuigelijke Registers.

Hoofdmanuaal Tweede Manuaal
1. Prestant 8 voet 1. Salicionaal 8 voet
2. Bourdon 16 " 2. Viola di Gamba 8 " groot octaaf gecombineerd
3. Violoncel 8 " * 3. Fluit dolce 9 "
4. Holpijp 8 " 4. Aeoline 8 "
5. Octaaf 4 " 5. Speelfluit 4 "
6. Roerfluit 4 " 6. Fugara 2 "
7. Octaaf 2 "  
8. Cornet D 3 sterk  
9. Mixtuur 2-3 sterk  
10. Trompet D 8 voet  
11. Trompet B 8 "  

Het met * gemerkte register groot octaaf gecombineerd met Holpijp 8’
Werktuigelijke Registers.
1. Klavierkoppelin.
2. Tremulant, (Celste zweving) bovenwerk.
3. Ventiel of Windloozer.
Beschrijving van de Hoofddeelen, Materialen en Bewerking van het Orgel.

Artikel 1.
De Orgelkast. De kast van het orgel zal worden vervaardigd naar een fraaie frontteekening in waardigen kerkstijl. De orgelkast zal zoo ruim worden gebouwd, als de ruimte in het kerkgebouw toelaat, en het frontwerk dus ook zoo royaal mogelijk van afmetingen worden. Het lijstwerk der kast zal zuiver worden geschaafd en gekarnist, en de deuren en luiken ter zijde met geboste- en van achteren met vlakke paneelen vergaard zijn. Het ornament- of snijwerk zal van fijn rechtdradig hout, diep worden gesneden, zuiver bewerkt, en overal smaakvol worden aangebracht.

Artikel 2.
De Windladen.

De Windladen, met hare cancellen, slepen, dammen, pijproosters, ventielen, enz. , zullen van 1e kwaliteit eiken wagenschot, en de windstokken van zwaar mahoniehout worden gemaakt, volkomen droog en uitgewerkt. De windladen, als hoofdbestanddeel van het Orgel, zullen naar de beste en deugdelijkste constructie gemaakt, in 56 cancelafdelingen nauwkeurig verdeeld zijn. De ventielen, zacht bevoerd, moeten door getrokken koperen veeren volkomen luchtdicht slui-ten, en gemakkelijk uitgenomen kunnen worden.

Artikel 3.
De Blaasbalgen en Kanalen.

De drie gecombineerde blaasbalgen, bestaande in een horizontaal opgaande- of reservoirbalg, en twee schep- of aanvoerbalgen, zullen vouwbladen van eiken wagenschot hebben. Iedere balg zal, met paneelen in vergaringen worden bewerkt, ruimen inhoud hebben, om overvloedig wind te kunnen aanvoeren bij gebruik van het volle orgel. Door middel van eene balans, of van balanstreden, zal de windtoestel gemakkelijk in beweging kunnen worden gebracht. De Kanalen of Windbuizen zullen van eiken wagenschot in elkaar worden geploegd en gelijmd. Al het lederwerk voor blaasbalgen en kanalen benodigd, zal 1e kwaliteit wit schapenleder zijn.

Artikel 4.
De Handklavieren en het Voetklavier.

De Handklavieren met de 56 toetsen, loopende van Groot C tot en met g’’’, zullen van zacht, rechtdradig en volkomen uitgewerkt eiken wagenschot of van mahoniehout worden vervaardigd. De toetsen derzelve zullen met platen van dik ivoor worden belegd, en de omkleding der toetsen, als lijsten en blokken, evenals de verhevene- of semitoonen van massief zwart ebben- of van ander draai fijn hout zijn. Er mag voor de toetsen geen z. g. kunstivoor of dergelijk maaksel worden gebezigd, en voor de omkleding der klavieren geen opgelegd fineerwerk, als zijnde dit in de kerkatmospheer volstrekt van onwaarde. Al het benodigde metaalwerk der klavieren moet van getrokken geel koper zijn gemaakt. Door middel van eene koppeling zullen de beide klavieren gemakkelijk tijdens de bespeling kunnen worden verbonden. Het Pedaal of Voetklavier, in 27 toetsen ruim verdeeld, strekkende van Groot C tot en met d’, zal van sterk wagenschot worden gemaakt. De toetsen zullen moeten werken op hardstalen-veerplaten, en met dik vilt en leder worden ingesloten, om stil te kunnen werken. De schroeven en al het benoodigde draadwerk voor het pedaal moet vnn geel koper zijn.

Artikel 5.
De Abstractuur.

De Welborden en Ramen der abstracten zullen van best, uitgewerkt eiken wagenschot en mahoniehout, en de wellen van fijn Riga’s greenenhout, volkomen rechtdradig zijn. De wellen, achtkantig, en zuiver recht geschaafd, zullen koperen assen hebben, welke sluitend draaien in bevoerde koppen. De abstracten, zuiver bewerkt, en op gepaste afstanden van roosters voorzien, zullen van zuiver rood koperdraad worden verbonden, aan de bevoerde- en vertind ijzeren arms. De verdeeling en inrichting van dit mechanisch gedeelte zal volgens goede berekening, de doelmatigste en de minste wrijving hebben, hetgeen noodzakelijk is voor een vereischten gemakkelijken speelaard van het Orgel.

Artikel 6.
Het Regeerwerk.

De Registertrekkers, voorzien van fraaie en zuiver gedraaide knoppen met porceleinen naamplaten, zullen zoo kort mogelijk zijn, wel verdeeld en in volgorde gerangschikt, bij de klavieren plaats vinden. De wippen en het trekkerwerk, met geel koper verbonden, zullen van vast eikenhout, en de wellen van rechtdradig Riga’s greenenhout worden gemaakt. De inrichting en werking der registers zullen doelmatig en gemakkelijk zijn, en het ijzerwerk, daartoe benoodigd, best Zweedsch ijzer wezen.

Artikel 7.
Het houten Pijpwerk.

Het houten Pijpwerk, tot de onderscheidene stemmen behoorende, zal van eene degelijke daarvoor berekende houtsoort worden gemaakt en in elkander worden geploegd en gelijmd. De dempers zullen met dubbel leder bevoerd, en de mond- of dekstukken met koperen schroeven of nagels bevestig, luchtdicht sluiten.

Artikel 8.
Het Metalen Pijpwerk.

De Prestant- of Frontpijpen zullen uit zuivere bladen Engelsch lamtin gemaakt worden, met niet meer dan 1/10 lood, ter voorkoming der kristallisatie, vermengd wezen. Zij zullen in de hoofdtorens van het front uitgedrevene- en in de tusschenpijpenvelden ingesnedene labia hebben, en zuiver worden gepolijst. De samenstelling van het metaal der binnenstaande pijpen zal zijn 1/3 Engelsch tin en 2/3 zuiver Spaansch lood. Al het pijpwerk zal, uit stevige bladen gesneden, zuiver worden bewerkt en gerond, alsmede net en sterk gesoldeerd zijn. De onderscheiden Registers of Stemmen der dispositie, zullen ieder naar zijn toonsoort de juiste mensuren, den vereischte vorm en constructie hebben. De pijpen zullen zooveel mogelijk ingesneden labia hebben, en de opene Stemmen tot 1 voet slissen of stemkrullen, hetgeen tot duurzame en soliede stemming en intonatie noodzakelijk is. De gedekte of fluitstemmen zullen van soliede sluiting worden voorzien, en zijbaarden hebben. De conductors of windleiders, die tot al het afgeleide pijpwerk worden vereischt, zullen zachtgebogen, van geplet Spaansch lood gemaakt zijn, en sterk gesoldeerd. Zij zullen de vereischte wijdte hebben, noodig tot vlugge en krachtige aanspraak der groote baspijpen, en volkomen luchtdicht worden ingemaakt. Het gewicht der Pijpen op toonhoogte, zal zijn als volgt:
voor opene of Prestantstemmen, wijde mensuur:

    Kilo     Kilo
C 8 voet  9 1/2  c 4 voet  2 3/4 
D " "  d " "  2
E " "  6 3/4  e " "  1 2/3
F " "  5 1/2  f " "  1 1/2
Gs " "  4 1/2  gs " "  1 1/4 
Bs " "  3 2/3  bs " "  1

Voor Gedekte- of Fluitstemmen:

    Kilo     Kilo     Kilo
C 8 voet  5 1/2  c 4 voet  1 1/2  c 2 voet 1/2 
D " "  4 3/4  d " "  1 1/3  d " "  3/8
E " "  3 1/2  e " "  1 1/4  e " "  2/5
F " "  f " "  f " "  2/7
Gs " "  2 1/2  gs " "  4/5  gs " "  1/4
Bs " "  1 3/4  bs " "  3/4  bs " "  1/5

Voor Tongwerken, Trompet, wijde mensuur:

    Kilo     Kilo     Kilo
C 8 voet  4 1/2  c 4 voet  1 1/2  c 2 voet   1/3
D " "  3 3/4  d " "  1 1/3  d " "  3/8 
E " "  e " "  1 1/4  e " "  1/2
F " "  2 1/2  f " "  f " "  2/9  
Gs " "  gs " "  4/5  gs " "  1/5
Bs " "  1 3/4  bs " "  3/4  bs " "  1/10

De tusschenliggende tonen en kleinere pijpen naar het aangegeven gewicht te berekenen,
terwijl voor de engere mensuren het gewicht evenredig wordt verminderd.

Artikel 9.
Intonatie der Labiaalstemmen en der Trompetten.

De onderscheiden Stemmen, tot het Orgel behoorende, zullen algemeen rond en krachtig worden geintoneerd, en niet hard of scherp zijn. De opsnede van de monden der pijpen zal zeer nauwkeurig berekend zijn, zoodat de gedekte- of fluitstemmen niet quinteren, en de opene stemmen niet overblazen, doch pikant en toonvast aanspreken. Naar behoefte der intonatie zullen de opene pijpen al of niet van zijbaarden worden voorzien, en de Violoncel- en vioolstemmen, rolbaarden en freins hebben, naar de laatste eischen der kunst. Het Tongwerk, de Trompet 8 voet, zal opslaande tongen hebben, en koppen en stevels van hout of metaal. De mondstukken van geslagen geel koper zullen in de bas bevoerd zijn. Tot de overige deelen der constructie, als: tongen, stemkrukken, schroeven, enz. , zal geplet en getrokken geel koper worden gebruikt. Het tongwerk, in zijn eigenaardig karakter geintoneerd, zal eene zuivere en vaardigen aanspraak hebben.

Artikel 10.
Toonshoogte en Stemming.

De Toonshoogte van het Orgel zal die van het ordinair orchest zijn, en de stemming van het geheele werk naar een gelijkzwevende temperatuur of quintencirkel, volkomen zuiver worden volbracht.

Artikel 11.
Materialen en Bewerking.

Tot de vervaardiging en samenstelling van het orgel, in voorgeschreven artikelen ver-vat, zullen alle materialen van de beste en duurzaamste kwaliteit worden geleverd, en de bewerking in alle hoofd- en onderdeelen net en zuiver zijn. Bij den aanleg van het werk zal voor genoegzaam ruimen toegang tot al de binnendeelen worden gezorgd.

Artikel 12.
Levering en Garantie van het Werk.

Tot de levering van het Orgel is gerekend te behooren: hetzelve naar omschreven artikelen in alle deelen deugdelijk en onbezuinigd bewerkt, speelvaardig in de kerk ter plaatse te leveren, zijnde alle kosten van transport, reizen, logies ter plaatse, enz. , mede voor rekening der aannemers. Voor ekening der Gemeente, of het Kerkbestuur, of andere aanbesteder van het werk is: verbouwing of vertimmering aan het kerkgebouw, het oxaal of de lambrizerin-gen, benevens het verf- of schilderwerk en het vergulden.
Gedurende twintig jaren na de voltooiing zullen de aannemers nog voor de deugdelijkheid van het werk aansprakelijk blijven, en defecten, uit het werk zelf ontstaan, kosteloos moeten herstellen, zijnde hiervan uitgesloten gebreken, ontstaan door oorzaken van buitenaf, zooals: verzakking, brand, lekkage, enz. , aan of in het kerkgebouw. Ook de jaarlijksche stemming en onderhoud van het orgel zijn voor rekening van het Bestuur, zullende hetzelve door of vanwege de aannemers worden verricht tegen vergoeding van vijf en twintig gulden per jaar. Ook hierin zijn alle reis- en verblijfkosten begrepen, uitgezonderd de vergoeding van een windmaker, welke door het kerkbestuur beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 13.
Aannemingssom.

De ondergeteekenden verklaren de levering en plaatsing van een nieuw Orgel in de Hervormde kerk te Eelde, geheel naar den inhoud van dit bestek, op zich te nemen, en uit te voeren voor de som van: Drie duizend en achthonderd vijftig gulden. Zegge: f. 3850, 0
(w. g. ) L. van Dam en Zonen
Leeuwarden, 14 Augustus 1906.
De kerkvoogden der hervormde Gemeente te Eelde verklaren bij dezen onder vorenstaande conditien de vervaardiging en levering van het nieuwe Kerkorgel in de Kerk te Eelde aan de Firma L. van Dam en Zonen te Leeuwarden te hebben opgedragen.
Eelde 3 Augustus 1906.
(w. g. ) K. Bakker, R. Luinge, J. Westerhof.
Korte beschrijving van het Schilder- en verguldwerk ten behoeve van het nieuwe orgel der Herv. Kerk te Eelde, uit te voeren voor rekening van genoemde gemeente.
De Orgelkast moet aan de Frontzijde en ook aan alle andere buitenzijden in krachtigen grondverf worden gezet. Hierna stoppen van alle spijkergaatjes en voorkomende naadjes in lijstwerk en deuren. Daarna plamuren en zorgvuldig afschuren. Hierna grondverven en met volkomen dekkende verf, de kleur te nemen, zooals die noodig is als ondergrond voor het houtschilderen van b. v. donker teakhout. Eenige stalen zullen door den schilder ter keuze moeten worden gegeven. Verder houtkleur aanbrengen met goed gemengde waterverf en vergulden van de nader aan te wijzen lijstkralen en kleine partijen en bladpunten in het orna-mentwerk. Daarna glad zwart lakken der hollen in het stijl- en regelwerk der kast, alsmede die in het snijwerk voorkomen. Ten slotte het tweemalen lakken der geheele orgelkast met prima copallak. De schilder zal er twee jaren voor moeten instaan, dat zich geen barsten of figuren in de lak gaan vertoonen. Ook moeten nog verguld de labia of vlakke stukken der frontpijpen. De verfstoffen worden verlang te zijn van prima kwalitiet en goud moet zijn boekjes ducatengoud van ten minste f. 0, 90 per boekje. Nog wordt opgemerkt, dat de achterzijde der orgelkast mag worden afgewerkt in licht eikenhoutkleur, zonder werk, of paneelteekening.
(w. g. ) P. van Dam. Eelde 1-3-1907.
Om misverstand te voorkomen zij opgemerkt, dat het verfwerk, behalve het hiervoren omschrevene, als zijnde de orgelkast, ook nog behelst de lijst onder- en de lambrizeringen naast het orgel, benevens schutting met deur bij ‘t klavier en de orgelbank en den vloer der orgelzolder.
N. B. De kerkvoogden behouden zich het recht voor, het werk niet uitsluitend aan den laagsten inschrijver te gunnen, doch blijven vrij in hunne keuze.
Alles wordt voorlopig alléén in behoorlijk dekkende grondverf gezet, desnoods 2 maal en later afgewerkt.

Bijlage 10
RAD. AHGE. Inv. no
Plan voor restauratie en uitbreiding der dispositie van het orgel in de Herv. kerk te Eelde. Heythuysen, 7-3-1968.

Oude dispositie. (Orgel 1907, fa. L. v. Dam en Zonen Leeuwarden, mech. syst. 2kl. aang. ped. )

Hoofdwerk. C-g3 Nevenwerk. C-g3
Bourdon 16’ Salicet 8’ (9 grootste in het front)
Prestant 8’ Flute 8’
Violoncel 8’ Aeoline D 8’
Holpijp 8’ Gamba 8’ (vanaf c klein)
Octaaf 4’ Flute 4’
Roerfluit 4’ Fugara 2’
Octaaf 2’    
Cornet D 3 sterk    
Mixtuur 4 sterk    
Trompet D 8’    
Trompet B 8’    

Pedaal 27 tonen, aangehangen.
Typisch v. Dam-orgel, degelijk werk, ruimgebouwd, veel diepte en veel onbenutte ruimte. Klank Hoofdwerk is zeer mooi, kloek zonder enige scherpte. Nevenwerk slap en zeer onevenwichtig tegenover Hoofdwerk.
 
Restauratieplan:
Het gehele mechaniek van de speeltafel wordt weer in goede staat gebracht. Voor de pedaallade wordt een geheel nieuwe mechaniek gemaakt.

Windladen: Met dikke lijm uitgegoten, onder de stokken verende teleskoophulzen, verbetering windtoevoer en constante stemvastheid. Laden voorzien(zo nodig0van nieuwe bodem, vernieuwing veren onder de ventielen. Nieuwe pedaallade, eikenhout, met scheiden van zeer oud hout, 2-zijdig bekleed met 10 mm dikke, speciaal voor dit doel vervaardigde multiplexplaat van zeer goed okumé. Verschillende lagen zonder tussenruimte gelijmd, pijpenstokken van maho-nie, slepen van celoron(kunststof), onder de pijpenstokken teleskoophulzen gemonteerd ventielen van sugarpine, onder de lade zwembalg met reguleerklep.

Windvoorziening: Oude grote blaasbalg binnen het orgel en ventilator op zolder geplaatst,
worden vervangen door kleine nieuwe blaasbalg en samen met huidige ventilator in de orgelkast geplaatst. Ventilator in dubbelwandige geluidsdempingskist verend opgehangen. Wind
van zelfde temp. als pijpwerk, gunstig voor stemming.

Orgelkas: Tegen worm behandelen. Eventuele frontwijziging.

Pijpwerk: Vakkundig reviseren, zo, dat van Dam-timbre behouden blijft. Nieuwe pijpen aan de oude aanpassen. Aantal:
Pedaal: 108 stuks waarvan 81 hout en 27 orgelmetaal.
Hoofdwerk: 856 " " 12 " " 844 "
Nevenwerk: 336 " " 12 " " 324 "

Dispositie nieuw pedaal:
Subbas 16’ (pijpwerk Bourdon 16’).
Openbas 8’ (goed gebruikt pijpwerk).
Prestant 4’ (geheel nieuw, 45% orgelmetaal).
Fagot 16’ (mooi gebruikt register, v. grenenhout met nieuwe tongen, kelen en krukken).
Plaatsing recht tegenover de speeltafel (juist aande andere kant van het orgel).

Hoofdwerk 56 tonen:
Bourdon 16’ (zie pedaal), vervangen door Scherp 3-4 sterk, 1 1/3 voet, 212 pijpen, vervaardigd van orgelmetaal met tingehalte van 75%.

Nevenwerk 56 tonen:
Salicionaal 8’ (oud).
Bourdon 8’ (oud).
Speelfluit 4’ (oud).
Doublette 2’ (nieuw, orgelmetaal 45%).
Kwint 1 1/3’ (nieuw " " ).
Dulciaan 8’ (nieuw " " ).

Nieuwe dispositie:

Hoofdwerk. Nevenwerk. Pedaal.
Prestant 8’ Salicionaal 8’ Subbas 16’
Violoncel 8’ Bourdon 8’ Openbas 8’
Holpijp 8’ Speelfluit 4’ Prestant 4’
Octaaf 4’ Doublette 2’ Fagot 16’
Roerfluit 4’ Kwint 1 1/3’  
Octaaf 2’ Dulciaan 8’  
Cornet D 3 sterk    
Mixtuur 2’ 2-3 sterk    
Scherp 1 1/3’ 3-4 sterk    
Trompet B/D 8’    

Koppelingen: Pedaal-Hoofdwerk; Hoofdwerk-Nevenwerk.

Kosten: Offerte 27-9-1967 f. 24. 055, - méérprijs Fagot 16’f. 3. 000, - en id. Dulciaan 8’f. 600, -
totaal: f. 27. 655, -.

Contract: ged. 7-3-1968. Opleveringstermijn: uiterlijknovember1968. Garantietijd 5 jaren. Onderhoud en stemmen f. 14, 40 per uur incl. reiskosten.

Supplement: ged. 27-3-1968.
1. Boventoetsen pedaal verlengen.
2. Paneel boven pedaalklavier zo mogelijk iets naar achter brengen.
3. Pedaal juist aan de andere kant van het orgel geplaatst dan de speeltafel. Manuaal II bij de speeltafel.
Dit supplement in verband met opmerking W. Houtman(adviseur namens de orgelbouw commissie der G. O. V.

Bijlage 12.
De dispositie na de restauratie van 1983 werd als volgt:

Hoofdwerk.  
Prestant 8’ C-h0 in het front, rest op de lade.
Bourdon 16’ vanaf c0, co-h0 hout, 19e eeuwse pijpen, c1-g3 Van Dam 1901.
Violoncel 8’ register met geperste labia,alles met frains, vanaf c0.
Holpijp 8’ C - G eiken, rest metaal, gedekt.
Octaaf 4’  
Octaaf 2’  
Mixtuur 2-3 st. vóór de jongste restauratie ontbrak het vierde koor van c1- h1, in 1983 bijgeplaatst in de aanwezige gaten.
Cornet 3 st. discant.
Roerfluit 4’ 12 kleinste open.
Trompet 8’ stevels zink, koppen lood, bekers metaal, c3-g3 twee labiaalpijpjes per toets, één eng cylindrisch, één conisch.
Bovenwerk.  
Salicionaal 8’ C-D gecombineerd met Fluit dolce, vanaf Dis deels in het front.
Viola di Gamba 8’ C-H gecombineerd met Fluit dolce, vanaf c0 pijpwerk Van Dam 1901
Fluit dolce 8’ C-H hout, geschilderd, rest metaal.
Speelfluit 4’ bas gedekt, discant open, enge mensuur.
Quintfluit 2’ nieuw, 1983, bas gedekt, discant open.
Fugara 2’ Octaaf 2’van 1968, intonatie gewijzigd, door o. a. hogere opsneden.
Dulciaan 8’ 1968, intonatie gewijzigd in 1983, waardoor ronde, met de labiaalstemmen vermengende klank verkregen werd.
Pedaal.  
Subbas 16’ 27 pijpen Bourdon 16 van het Hoofdman. , 24 eiken, 3 metaal.
Octaaf 8’ hout, open, 19e eeuws pijpwerk, onbekende herkomst.
Octaaf 4’ Van Dam 1901.
Basson 16’ 1968.

Manuaalkoppel; Pedaalkoppel; Tremulant.  

Bijlage 13
RAD. Statenarchief. Rekeningen Rentmeesters. Inv. no 1779 op het jaar 1649.
"Edele Mogende Heren/Mij Heren Drost en Gedeputeerden/der Landschap Drenthe. /Mijn Heren.
Alsoo den jegenwoordigen Organist tot Eelde/bereits een half Jaer den dienst aldaer
vertreden/heeft. Is oversulx hiermede sijndeemoedich ver-/soeck dat UEdMo. believen d’ordre te/geven, waermede hij het halve Jaer Tractement, /by d’Heren Ridderschap & Eygenerffden optenjongst-/leden Landtsdag by provisie geaccordeert, /promptelyck moge ontfangen, oock met eenen, /den Supplt assigneren sodaenigen Cantoir, als UEd/Mo. werden goetvinden, om t’allen halven Jaer/tselve Tractement t’ontfangen, sonder UEd. Mo. /telckens hierom te behoeven moeyelyck te syn. /Dit doende, etc".
Bijgeschreven:
"Jan Ubbels Organist/Den Rentemr. des Convents/Assen, wert geordonneert/aen supplt. wegen het verschenen/halve jaer Tractement te/betaelen die summe/van Dertich Caroly/gls die hem onder/quitan[ie] in reckeninge/sullen valideren/Actum Assen den-20-/Septembris 1649/{get.
T. Timans. . . 1649]. /
Ter ordonnantie der HH. /Drost ende Gedeputeerden/{get. }H. J. Struick/1649/".
"Ick ondergeschreven bekenne/ontvangen te hebben van/Den E. Lucas Tijmans Remtemester/des Convents Assen de somme van-30-karoll/gull orkunde mijn hant gescheet. Den-25en/Septembr.
1649. / {w. g. } Jan Ubels 1949".
Idem. Hij verzoekt nu het tweede halfjaar tractament uit te betalen. Ged. 7-2-1650.
Hij tekent ni: "Jannes Ubelius Lantinck".