Het oude orgel in het vorige kerkgebouwDwingeloo, Gereformeerde kerk

Kerk
De Gereformeerde kerk van Dwingeloo is gesticht op 27 maart 1835.

Orgel
1907: Plaatsing van een orgel door J. Proper uit Kampen. (1)

Foto rechts: Reliwiki

1924: Reparaties door H. Thijs uit Harenermolen

1929:
Schoonmaak door H. Thijs.

Dispositie in 19xx:
Bourdon 16'
Prestant 8'
Holpijp 8'
Gamba 8'
Cello 8'
Octaaf 4'
Octaaf 2'
Mixtuur  
Octaafkoppel  

In onderhoud tot 1980 bij fa. Reil. (02)

Ca. 1980: Orgel afgebroken en pijpen bij opbod verkocht. (02)

1981: Nieuw kerkgebouw. Tot 1991 in de nieuwe kerk een elektronicum. (02)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1981: De nieuwe kerk van Dwingeloo staat er sinds ca. 1981. In de kerkzaal zijn ongeveer driehonderd zitplaatsen. Door een schuifwand te openen naar een belendende ruimte kunnen daaraan nog een kleine honderd plaatsen toegevoegd worden. In de meeste diensten op zondagmorgen moet deze ruimte gebruikt worden. Het Dekker?-orgel uit de oude kerk verhuisde destijds niet mee naar de nieuwe ruimte, maar werd afgebroken. Lange tijd werd een electronicum gebruikt, totdat de kerk een legaat kreeg met een bestemming: een nieuw orgel.

1991:
Er werd geen adviseur benoemd. Ten aanzien van de stijl van het te bouwen instrument waren de opdrachtgevers en de organisten het er over eens dat het een gewoon, modern orgel moest worden zonder duidelijke relatie met een historisch orgeltype. Bovendien lieten de organisten weten het op prijs te stellen wanneer de dispositie niet zoveel tongwerken zou bevatten. Stemmen kost tijd en is lastig. Aan de firma A. Nijsse & Zonen uit het Zeeuwse Wolphaartsdijk werd vervolgens de opdracht verleend voor de bouw van een orgel met twintig stemmen. Op vijf juli 1991 kon het in gebruik worden genomen. Het werd bij deze gelegenheid bespeeld door de plaatselijke organisten en door orgelmaker René Nijsse, terwijl ook de zangvereniging "Halleluja" acte de présence gaf. Een officiële eindkeuring werd niet nodig geoordeeld. Het nieuwe instrument is een balustrade-orgel met de klaviatuur aan de linker zijkant. Van de beide manualen is het tweede manuaal in feite een "Dwarswerk", dat dwars in het linker deel van de kas, boven de klaviatuur is geplaatst. In het achterste deel van de kas vinden we het pijpwerk van het Pedaal, met uitzondering van de Fagot, die op de lade van het Hoofdwerk is geplaatst. Van het pijpwerk bevat het front dertig procent tin, het pijpwerk op de laden vijftien procent tin. De orgelkas is gemaakt van massiefblank eikenhout.

dwinggk1.jpg (24994 bytes)dwinggk.jpg (24822 bytes)


Dispositie:
Hoofdwerk   Nevenwerk   Pedaal  
Bourdon 16' Holpijp 8 Subbas 16'
Prestant 8' Gamba 8' Open fluit 8'
Roerfluit 8' Prestant 4' Fagot 16' 
Octaaf 4' Roerfluit 4'    
Fluit 4' Nasard 2 2/3'    
Quint 2 2/3' Fluit 2'    
Octaaf 2' Sesquialter II    
Cornet V        
Mixtuur III-IV        
Trompet 8'        
 
Literatuur:
Organist en Eredienst 1992/01
Schrijver Boek of tijdschrift
Bert Wisgerhof Nieuwe orgels in Rijssen en Dwingeloo. (Het eerste gedeelte uit dit artikel is overgenomen )

Noten:

  1. Aantekeningen van Mr. Arie Bouwman uit Eelde
  2. Uit "Herziene en uitgebreide werklijst Prperorgels" door R. Walsma april 2011