Diever, Gereformeerde kerk

Kerk

De gereformeerde kerk van Diever is gesticht op 31 oktober 1836.

Orgel

Vanaf 1836 (De eerste kerkdienst van de Dieverder Gereformeerde gemeente) werd de gemeentezang ingezet door de voorganger. Hiervoor werd een gemeentelid met een goede zangstem gevraagd. (07)

1860: In maart 1860 wordt er voor het eerst gesproken over de aanschaf van een orgel “aangezien er enige personen waren die hiertoe aanzienlijke giften beloofd hadden”. Door allerlei omstandigheden kon in december 1860 het orgel nog steeds niet gekocht worden.  (07)

1864:
In mei 1864 werd met algemene stemmen aangenomen: “A. Kok (kerkenraadslid) moet naar Genemuiden om aldaar een orgel te bezigtegen”. Vervolgens werd op de julivergadering besloten een orgel te kopen: “voor een geringe prijs van 250 gulden”.  (07)

1867: 1e Pinksterdag een orgel in gebruik genomen.  (1) Deze Pinksterdag viel overigens op 9 juni! (08)

1870:
In januari 1870 werd het instrument met een half register versterkt.  (07)

1882: Op 2e paasdag (12 april) wordt een orgel in gebruik genomen door van Oeckelen. Als organist wordt genoemd J. Kuiper. (2)
Een deel van het werk is uitgevoerd door de plaatselijke dorpstimmerman Johannes Noorman. Johannes was een zoon van Hilbert Noorman, eveneens timmerman te Diever. Hilbert was de 4e zoon van Jannes Noorman en Hilligje Hendriks en woonden in Wapse.
De oudste zoon van Jannes en Hilligje was Hendrik (Jannes) Noorman (1807-1882), die eveneens timmerman was. Hendrik vertrok na zijn huwelijk naar Oosterwolde waar hij eveneens dorpstimmerman werd. Het is deze Hendrik Noorman die in de periode 1860 - 1866 het orgel in de Hervormde kerk van Oosterwolde gebouwd heeft. (09)
Voor meer informatie over het instrument in Oosterwolde zie: http://www.orgelsite.nl/kerken38/oosterwolde.htm &  http://www.organumfrisicum.nl/Oosterwolde_HK.htm

1900: Proper plaatst een gebruikt orgel. Het zou dateren uit ca. 1780. Proper plaatste aan weerszijden van het orgel lange zijvelden met in elk drie zinken pijpen. (12)
 >Manuaal C - c''' >Prestant >8' C- Fis gecombineerd met holpijp >Holpijp >8' >Viola da Gamba >8' waarschijnlijk van Proper >Octaaf >4' in het groot octaaf gecombineerd met octaaf 2' >Roerfluit >4' >Gemshoorn >2' >Open fluit >2' van hout
1938: De organist(e) had moeite de gemeentezang “op toon” te houden; soms viel het orgel zelf ook uit de toon. De kosten van reparaties liepen jaarlijks op, dus besloot de kerkenraad in zijn vergadering van 14 maart 1938 tot aanschaf van een nieuw orgel. Via een bevriende relatie kwamen men in contact met de firma Valkx en van Kouteren te Rotterdam, die een goed gereviseerd orgel aanbood voor de somma van f. 1.450,=. Op de daartoe gehouden gemeentevergadering ontving de kerkenraad het fiat tot de koop. Er kwamen wel protesten: er bestond geen orgelfonds en kopen zonder één cent op zak was misschien een Rotterdamse, maar zeker geen Drentse methode van financiering. Maar toen bleek dat de rente van f. 1.450,= lager lag dan de jaarlijkse kosten stemde niemand tegen.  (07) Het orgel zou gebouwd zijn door een Duitse orgelmaker in 1880 voor een R.K. kerk, daarna verplaatst naar de Gereformeerde kerk te Amstelveen. Adviseur was waarschijnlijk Mr. A. Bouwman. Hij bespeelde dan ook het orgel tijdens de diensten??? Gegevens zijn alle hoogst onzeker. (4) Het oude orgel wordt door Valckx en van Kouteren waarschijnlijk overgeplaatst naar Ternaard Gereformeerde kerk. (3) Deze informatie van Mr. A. Bouman is eveneens hoogst onzeker. Het front van dit orgel is daar nog steeds aanwezig. Het binnenwerk verhuisde rond 1983 naar de Christelijk Gereformeerde kerk van Lutten en werd aldaar door Henriksen & Reitsma geplaatst in een nieuwe kas. (06)

W. Walstra zegt in zijn Proper werklijst het volgende over het in 1938 verkochte instrument:
"• Occasion rond 1780: bouwer en oorspr. plaats onbekend. Geen enkele informatie over dit orgel in de kerkenraadsnotulen, ook niet over de verkoop in 1938. Proper plaatste in 1900 aan weerszijden lange zijvelden met in elk drie zinken pijpen. Hetzelfde deed hij in 1915 te Okkenbroek, Hervormde kerk, daar met elk vier pijpen (zie aldaar).
• In 1938 verkocht aan de Geref. kerk van Ternaard.
• In 1973 binnenwerk verkocht aan een particulier.
• In 1983 koopt de fa. Hendriksen & Reitsema dit binnenwerk en plaatst het gewijzigd en aangevuld in een nieuwe kas in de Chr. Geref. kerk te Lutten.
• Oude kas + frontpijpen blijven achter te Ternaard. Aldaar vanaf 1973 een elektronicum.
• Disp. in 1983 te Ternaard: P.8, H.8, VdG.8, 0.4, R.fl.4, Gemsh.2, O.fl. 2. Mech. tractuur. Foto.
• Te Lutten ontbreken echter de VdG.8, Gemsh.2 en O.FI. 2. Toegevoegd: C.3 (d), Dulc.8 (b+d) en S.16 op het pedaal. Uit onderzoek blijkt dat slechts de H.8, 0.4 en enkele binnenpijpen van de P.8 uit ca. 1780 stammen. De rest:
fabriekspijpwerk.
". (12)

Op 16 juli 1938 wordt het aangekochte orgel overgedragen. Het loflied schalde, het orgel klonk zuiver en de gemeenteleden hielden de wijs. (07)
Onderstaand een bericht uit "Het Orgel" van juni 1938:


Dispositie?
Manuaal I C - f'''  
Prestant 8'  
Holpijp 8'  
Baarpijp 8' Toegevoegd in 1938 front
Octaaf 4' 1938 ipv. flute douce
Spitsquint 2 2/3' Pijpwerk uit vorige orgel?
Tertiaan I-II  
Manuaal II C - f'''  
Roerfluit 8'  
Salicionaal 8'  
Speelfluit 4' Toegevoegd in 1938 uit vorige orgel?
Gemshoorn 2' Toegevoegd in 1938 uit vorige orgel?
Nachthoorn 1'  
Pedaal C - c'  
Subbas 16'  
Violonbas 8'  

1956: Restauratie door J. Reil onder advies van R. Beintema uit Leeuwarden.
 

Dispositie na deze werkzaamheden:
Manuaal I   Manuaal II   Pedaal  
Prestant 8' Baarpijp 8' Subbas 16'
Salicionaal 8' Roerfluit 8' Octaaf 8'
Holpijp 8' Prestant 4'    
Octaaf 4' Nazard 2 2/3'    
Speelfluit 4' Gemshoorn 2'    
Octaaf 2' Terts 1 3/5'    
Mixtuur III Tremulant      

1959: Sinds de restauratie van dit instrument in 1956 was het één blok ellende: nu eens was het te schor om enig geluid te geven, dan weer kermde en piepte het uit al zijn longen, op weer andere momenten produceerde het één langgerekte fluittoon als van een sirene, terwijl – de waarheid moet gezegd – het ook z’n (zij het weinige) goede uren had. In de zomer van ’59 ging er bijna geen zaterdagmiddag voorbij of één van de heren Reil (orgelmakers) kwam in een snelle sportwagen uit Heerde aanstuiven om organist Koert Timmerman, die geen beweging in de toetsen kon krijgen, op zijn noodkreet hulp te schieten.
Het eind van het lied was: een re-restauratie. De O.O. begon ‘Operatie Orgel’, die met een lange tussenpoos waarin niets gebeurde tot in de zomer van 1960 duurde. Tijdens de laatste fase konden zo’n veertig pijpen uit het front, kleinere maar ook grote en dikke, door een poetsende gemeente van vuil en aanslag worden ontdaan. Vele handen maakten licht werk. Er zeulden jongens met pijpen rond, die de formidabele lengte hadden van tweemaal hun eigen grootte en nog meer! Het resultaat: De pijpen glommen en ‘torgel’ speelde weer! (07)

1968: Steeds meer kwam de roep om een nieuw orgel. Zelfs van een vakantieganger kwam er een brief binnen:
Toen we onlangs een week met vacantie in uw schone omgeving doorbrachten, hadden we het genoegen des zondags (26 mei) twee diensten in het midden van Uw gemeente te mogen meemaken. Het was ons een vreugde daar het Evangelie van onze Here Jezus Christus te mogen beluisteren en met U Gods lof te zingen. Des middags werd ik door een van uw organisten in de gelegenheid gesteld de gemeentezang te begeleiden. Helaas, dit was een droevige zaak. Het orgel in uw kerkgebouw is niet alleen van zeer slechte kwaliteit, het verkeert bovendien ook nog in allerbedroevendste toestand. Ik had niet gedacht dat er nog zulke instrumenten in kerken stonden. Mijn oudste zoon zei na afloop van de dienst tegen me: ik kon merken dat U het niet gemakkelijk had. Dit is volkomen waar. Broeders, laat me het u op het hart mogen binden: hier moet ingegrepen worden. Wat er nu staat, is alleen maar geschikt voor brandhout. Laat u zich nooit verleiden tot restauratie of iets dergelijks, want dat is weggegooid geld. Is de gemeentezang ons niets meer waard? De lof van God verdient toch stellig iets beters. Het lijkt me voor Uw organisten ook een trieste zaak op dit apparaat te moeten begeleiden. Het bovenklavier is al totaal uitgeschakeld, het benedenklavier heeft ook registers en tonen die weigeren. En dat terwijl het met de kerk en Gods koninkrijk niet een verloren zaak is. U hebt tweemaal, in de vacantie zelfs driemaal een volle kerk. Wat is dat mooi. Het zou nog mooier zijn als u ook een behoorlijk instrument had.; ik hoop dat U de zaak met de meeste spoed ter hand neemt. Wanneer U daartoe overgaat, zoudt U goed doen daarbij advies in te winnen van de Orgeladvies-commissie van de Gereformeerde Organistenvereniging. In twee vorige gemeenten hadden we er prettige ervaringen mee. Ik hoop van harte dat dit schrijven bij U in goede aarde mag vallen”.  (07)

1969: In de notulen van 6 januari 1969 wordt geschreven over de voortdurende zorg met betrekking tot het orgel: “er wordt medegedeeld dat bij het vragen van inlichtingen betreffende het in het Centraal Weekbalad aangeboden kerkorgel, de prijs niet f. 5.500,= maar f. 55.000,= was, zodat hier verder geen werk van is gemaakt”.  (07)

1970: Op 9 maart 1970 deelde de Commissie van Beheer mee dat “zij meende geslaagd te zijn door het aanschaffen van een elektronisch orgel merk “Viscount’ dat met een proeftijd van twee maanden gelever zal worden. Het orgel kost f. 3.500,=, met enkele bijkomstige kosten van f. 250,=”. In maart bleek dat het elektronisch orgel aan reparatie toe was, en dat het lang niet aan de verwachting had voldaan. Er werden plannen gemaakt een nieuw pijporgel aan te schaffen. Het besluit werd genomen uit te zien naar een pijporgel van ongeveer f. 65.000,=: “We zijn dan uit de moeilijkheden; met goed onderhoud gaat het wel een mensenleven mee”. (07)

1973: In de notulen van 16 april 1973 staat geschreven: “Bespreking aankoop orgel. J. Haveman (kerkenraadslid) vertelt over de inlichtingen die gevraagd zijn over het ev. aan te kopen orgel van de fa. Leeflang te Apeldoorn".
Deze zijn alle positief. Men heeft goede ervaring met het orgel en met de service-verlening. Er is geluisterd tijdens een kerkdienst te Emmeloord. De prijs van het orgel is thans f. 66.875,= incl. BTW. Levertijd 1 jaar. De commissie zal verdere afspraken maken over de plaats van het orgel, en over de bijkomende kosten. Tot f. 70.000,= heeft de commissie vrij mandaat. Het ontwerp-koopcontract wordt doorgelezen.
De financiering: Besloten wordt om de bestaande lening à f. 15.000,= te laten bestaan onder borgtocht, als diegenen die hiervoor hebben getekend er mee akkoord gaan. Een nieuwe hypotheek à f. 60.000,= of hoger, als dit nodig mocht zijn, zal worden afgesloten. De commissie van beheer zal een plan voor de financiering uitwerken en in het kerkblad plaatsen.
De collecte voor Paaszondag bij de deur wordt bestemd voor het “orgelfonds”en vervolgens de eerste 3 zondagen per maand. De laatste zondag blijft voor rente en aflossing.
Gesproken wordt over de verkoop van het oude orgel. Er zal gewacht worden tot het najaar. Hopelijk geeft dit de grootste opbrengst.
Als adviseur bij de bouw wordt dhr. Bijdevaate (de organist) aangewezen, die zich hier pro deo heeft aangemeld. Deze blijkt in de gemeente nog de meest deskundige. (07)


1974: Ruim een jaar later lezen we in het kerkblad “Rondom de kerk”:
“Overdracht en ingebruikneming van ons nieuwe orgel
Dinsdagavond 2 juli 1974 hadden wij de overdracht en ingebruikneming van het nieuwe orgel, dat gebouwd werd bij en geleverd is door de firma Ernst Leeflang uit Apeldoorn. Het is een prachtig mooie avond geworden. De leiding had Ds. Wijna, die in samenwerking met de orgelkommissie deze avond buitengewoon goed had georganiseerd. Ds. Wijna heeft prachtig gesproken naar aanleiding van Ps. 149.
De heer J. Haveman, voorzitter van de kommissie van beheer, sprak van de moeilijkheden die er waren geweest met voorgaande orgels, en droeg vervolgens het orgel over aan de kerkeraad.
De heer W. Eising, voorzitter van de kerkeraad, aanvaardde namens de kerkeraad het nieuwe orgel; hij vertolkte de dankbaarheid van kerkeraad en gemeente, dat wij thans kunnen beschikken over dit nieuwe instrument; hij dankte de kommissie voor het vele werk door hen verricht en sprak de wens uit dat de gemeente van Diever heel veel mag zingen met begeleiding van het nieuwe orgel tot lof en eer van onze God.
Door onze organisten de heren H. Haveman en Bijdevaate werd afwisselen op het nieuwe orgel gespeeld.
Erg mooi werd door dhr. Haveman een bewerking van “Als God, mijn God, maar voor mij is” ten gehore gebracht, terwijl ook de “Trumpet Voluntary” gespeeld door Bijdevaate met Kornetbegeleiding, heel goed werd uitgevoerd.
Ook werd door dhr. Haveman nog gespeeld het Preludium en Fuga van Joh. S. Bach en door dhr. Bijdevaate het Preludium en Fuga van W.J. Reinders. Aan het einde van deze buitengewoon mooie dienst vertolkte Ds. Wijna de dank aan onze God.” (07)(5

Dispositie:
Hoofdwerk   Nevenwerk   Pedaal  
Prestant 8' Roerfluit 8' Subbas 16'
Holpijp 8' Gedekte fluit 4'    
Octaaf 4' Octaaf 2'    
Mixtuur IV Sifflet 1 1/3'    

1982: Bij de bouw het nieuwe kerkgebouw in 1982 wordt het orgel overgeplaatst naar een nieuwe orgelgalerij. (07)
Voor meer foto's zie onderaan deze pagina. (13)

2004: Groot onderhoud.(07)

2011: Door het beschikbaar komen van een groot legaat door een anonieme schenker werd het mogelijk een nieuw orgel te laten bouwen.
Eén van de bepalingen van het legaat was dat het moest worden gebouwd door René Nijsse.
De bouw van een nieuw orgel door de Orgelmaker Nijsse uit Oud-Sabbinge was in januari 2011 gereed.
Op 28 januari 2011 was er in Oud Sabbinge een open dag met het opgebouwde oge in de werkplaats. Voor een indruk van deze dag zie http://www.orgelnieuws.nl en http://www.pzc.nl
Vrijdag 18 maart 2011 is het nieuwe orgel in Diever ingebruik genomen, de kas is een kopie van het orgel in de Hervormde kerk van Vaassen.
Het orgel werd bespeeld door leden van de orgelcommissie (Hans Bijdevaate, Ronald Knol, Hendrik Haveman) en orgelbouwer Rene Nijsse. (10)
Informatie over de ingebruikname:

Foto's Nijsse-orgel: Geert Jan Pottjewijd

Dispositie:
Hoofdwerk: Onderpositief Pedaal
Bourdon 16 Holpijp 8 Subbas 16
Prestant 8 Viola di Gamba 8 Prestant 8
Roerfluit 8 Prestant 4 Bazuěn 16
Octaaf 4 Gemshoorn 4 Trompet 8
Fluit 4 Nasard 3  
Octaaf 2 Woudfluit 2  
Cornet 5 sterk Dulciaan 8  
Mixtuur 3 - 4 sterk  
Trompet 8  

Koppels en 2 tremulanten.

 

Noten:

  1. De Bazuin 1867 nr. 24 van 14 juni
  2. Kerkelijke courant 1882 nr. 16 van 22 april, Kerkelijke courant 1885 nr. 46 van 7 november, Stemmen voor Waarheid en Vrede 1877 blz. 600 en 1321.
  3. Informatie via Mr. A. Bouwman Eelde.
  4. De Harp mei 1938, Organist en Eredienst 1938 september, Het Orgel 1938 september.
  5. Jan Jongepier, Het orgel 1974/12: Nieuwe orgels
  6. De Mixtuur nr. 45 April 1984
  7. Informatie uit het boekje "1836-1986 150 jaar Gereformeerd in Diever". Verkregen via een E-Mail van Jan Veenstra d.d. 7-2-2005
  8. E-Mail van Peter Dillingh d.d. 22 april 2006 met scan van bericht uit "De Bazuin"
  9. E-Mail van Henk Noorman d.d. 7 juli 2008
  10. E-Mail van Janco Schout d.d. 29 januari 2011
  11. E-Mail d.d. 30-03-2011
  12. Uit "Herziene en uitgebreide werklijst Properorgels" door R. Walsma april 2011
  13. E-mail van hans Bijdevaate d.d. 2-12-2011

 

Foto's nieuwe instrument door Geert Jan Pottjewijd

 

 

Foto's van het Leeflang-orgel door Hans Bijdevaate